De waarde van de getallen

Een getal is op zichzelf iets abstracts. Ik geloof, dat we dat goed in de gaten moeten houden. Want je kunt natuurlijk wel optellen, maar er moet altijd iets achter staan en dat moet gelijkwaardig zijn. Je kunt bij wijze van spreken geen guldens bij centen optellen, ofschoon het me soms toelijkt of sommige mensen het wel eens doen, als ze een rekening opmaken. Je kunt de datum niet optellen bij de rest van de rekening; dat doen alleen obers. Zo kun je verder gaan. Als we dus over de waarde van de getallen spreken, dan moeten we in de eerste plaats begrijpen, dat we het hebben over iets abstracts. Een getal is het symbool voor iets en daar blijft het dan eigenlijk bij.

Nu weet u allemaal, dat we met die getallen heel wat goochelkunstjes kennen. Bepaalde daarvan worden heel serieus bestudeerd. Ze vallen onder wat men noemt gematria, een kabbalistisch telsysteem. Nu lijkt het misschien betrekkelijk eenvoudig om die tellingen over te zetten in het Nederlands, maar dat is niet waar. Dit systeem n.l. is gebaseerd op de letters van het joodse alfabet. Daar zijn er verscheidene, die een waarde hebben. We beginnen dan van A af met 1, 2, 5 enz. Er zijn getallen (70, 80, 90 enz), die ook door letters zijn weergegeven.

Nu berust de gematria er eigenlijk op, dat we aannemen, dat als ik een klank gebruik (een letter) daarvoor een vergelijkbare abstracte getalswaarde bestaat. Ik zeg: nemen we aan. Het is niet zo. Dan kan ik dus de ongelijksoortige klanken bij elkaar gaan optellen. Je kunt geen letters optellen, maar op het ogenblik dat je aan een letter een waarde toekent, is dat wel mogelijk. De gematria gaat dan uit van het standpunt, dat je door de verschillende getallen en zelfs getalsomzettingen kunt komen tot de werkelijke inhoud van een woord. De ervaring leert ons dat dit maar zeer ten dele waar is. Ik hoop niet, dat ik hier de een of andere kabbalist ontgoochel, als ik dat zeg vanuit mijn standpunt, maar het is nu eenmaal zo.

Een tweede kunstje dat we ook wel zien doen met de getallen is bv. het bepalen van een kritieke dag in je leven. Laten we maar een geboortedatum nemen, dat demonstreert dat misschien aardig. Iemand een geboortejaar?

“1905, 20 juni”. Dat is de twintigste van de zesde. Dan zeggen we: 1905, 1925, 1931 is voor u een van de bepalende jaren van uw leven geweest. Daarin is de tendens van het leven veranderd. Dat klopt niet altijd, maar het eigenaardige is, dat het heel vaak klopt.

Als je dat eenvoudige kunstje toepast, dan kun je daardoor voor jezelf een concentratie krijgen op de mogelijkheden van een bepaalde persoon en ook van een bepaalde tijd. Als ik nu voor u zo een berekeningetje maak (het is eigenlijk een gewoon optelsommetje), dan is het wel aardig, maar het is niet helemaal waar, want de werkelijk kritieke periode werd in 1931 voorbereid en kwam in 1938 tot uiting. Dat staat dan nergens in de getallen, dat zeg ik er meteen bij. Op die manier moet je eigenlijk de waarde van de getallen eerder zien als een soort concentratiemiddel dan als een abstract wetenschappelijk bruikbaar middel om de essentie van namen, personen e.d. te ontleden.

Toch zou je met getallen en zeker met cijfers heel veel kunnen doen. Er bestaan vele rekenkundige trucjes. Er bestaat zelfs een dubbele en een vierdubbele boekhouding (Je hebt het tegenwoordig met de loonbelasting wel nodig). Als je probeert om met getallen iets uit te drukken, dan moet je uitgaan van een stelsel. Er moet een systeem zijn. Wat ik zo-even heb gedaan, is een uitvloeisel van een systeem. U zou kunnen zeggen: het behoort tot de z.g. praktische kabbalistiek; en eigenlijk is dat nog teveel gezegd. Het behoort eigenlijk tot de kabbalistisch‑magische praktijken. Daarin komt het rekenen met de jaartallen voor.

Als ik een getal heb, dan kan ik daaraan een waarde verbinden. Naarmate die waarde abstracter is, krijg ik een groter gebied, waarop ik mij kan concentreren. Eén van de kunstjes, die wij met getallen kunnen doen en die reëel inhoud heeft, is een concentratiekunstje, waarmee we relaties afleiden.

Ik heb een woord. De eerste letterwaarde is 1; de tweede letterwaarde is 3; de laatste is 5. Het zou oma kunnen zijn. (Neen, het zou omgekeerd zijn: 5,3,1. Maar dat geeft niet.) Dan kan ik zeggen:

1 = goddelijk. 3 = geopenbaarde goddelijkheid. 5 = de dierlijke wereld.

Dit woord impliceert een uitdrukking van de goddelijke Vonk, echter via een dierlijk (dus meestal een emotioneel of instinctief) vlak. Op die manier kom ik wel ergens terecht, omdat ik in feite niet meer met de cijfers werk, maar omdat ik probeer om uit die cijfers een overweging te putten. Ik moet ze dan optellen, dat hoort erbij. Dan zeg ik: 1 + 3 = 4; dus de basiseigenschap moet elementair zijn. Maar er komt een 5 bij. 4 + 5= 9. 9 Is hoogpriesterlijk. Dat wil zeggen, dat hier op een bewust niveau aanschouwd en bereikt wordt wat in zekere zin het getal 4 in het uiterst onbewuste weergeeft. We krijgen hier een spiegeling. Dan zou je dus op grond daarvan kunnen zeggen, aannemende dat het woord “oma” was, wat echter niet klopt met de volgorde van de getallen: Kijk eens, oma wordt wel degelijk door haar instinctieve gebondenheid beheerst, maar ze heeft meer afstand genomen, daardoor is ze aan de ene kant veel meer elementair in haar reacties, minder zelfzuchtig, maar aan de andere kant ziet ze ook veel beter betekenissen, ze ziet de waarheid ook onder ogen, wat de moeder meestal niet doet. Zo ziet u dat je met deze methode van overweging (hier een eenvoudig woord en een eenvoudig voorbeeld) veel kunt bereiken.

Als ik nu begrippen van hogere orde wil gaan ontleden, dan moet ik er namen voor hebben. Zonder namen kom ik nergens. Een mens kan alleen die dingen logisch ontleden, ermee werken en zijn stellingen of vragen poneren, indien hij woorden heeft. Deze woorden vindt men in de kabbala, in de hiërarchische indeling, waarbij we te maken krijgen met God en daaronder de verschillende werelden of sferen met benoemde krachten. De relaties van de krachten zijn vastgesteld. Hun taken, hun relaties zijn uitgedrukt. Dan kan ik van onderaf de associatie vinden met een bepaalde kracht; een engel bv.. Die engel ressorteert echter weer onder een bepaalde planeet. Op die planeet is een heerser, die weer ressorteert onder een bepaalde hogere geestelijke kracht. Die hoge geestelijke kracht op haar beurt hoort weer thuis onder een van de Engelen, de functionele heersers eigenlijk, die onmiddellijk onder het Goddelijke staan. Dan kan ik zeggen: Ik heb de hoofdfunctie vanuit dit lage punt berekend door te zien tot welke groepering hij behoort.

Hier wordt de waarde van het getal ineens een heel andere. Het getal is aanleiding geworden. Het getal helpt mij om door overweging mijn uitgangspunt te bepalen: welke kracht is direct gereleerd met het getal, dat ik heb berekend aan de hand van de naam en eventueel ook de geboortedatum. Als ik dat heb gedaan en ik denk na, dan zie ik een relatie met één kracht, die ik ken. Maar nu heb ik hier de hele doolhof. Ik kan dus de hoogste kracht berekenen. Die hoogste kracht betekent het maximum aan mogelijkheden, maar ook aan werkzaamheid, dat ik op dit punt van die mens kan verwachten. Daarmee hebben we iets bereikt dat wel geen horoscopie is, maar dat eigenlijk zou moeten neerkomen op een intuïtieve psychologie, waarbij echter bovennatuurlijke waarden de psychologische aspecten enerzijds uitbreiden en anderzijds in gerichtheid beperken. Ik heb dan de levensloop van een mens,

Als ik de toekomst wil voorspellen met getallen (dat is nogal gemakkelijk, je kunt met getallen heel aardig goochelen), dan zeg ik: Het is de volgende week de 15e van de 6e; 15: 6, 6. Dat zijn nogal negatieve getallen, maar aan de andere kant moet er op die dag iets bekend worden dat eclatant is. Dat moet op dat gebied een top zijn, want de kern van 12 is 3, 3 = geopenbaardheid in verhoogde vorm.

Wanneer ik dan zo’n dag bekijk, dan zeg ik; 6 = onevenwichtig veel drift en heersende aspecten. Er is het een en ander aan de hand dat niet zo zuiver zal zijn. Maar op die dag mogen wij ook technisch nieuws van groot belang verwachten. En als het geen direct technisch nieuws is van b.v. een nieuwe uitvinding of een nieuwe machine, dan zal er toch altijd iets zijn wat met structuur, met techniek, met energie te maken heeft. Dat kan ik nu weer afleiden uit het feit, dat 6 een materieel getal is. 6 = materie en menselijk.

Als ik 2 x 6 krijg t.o.v. elkaar, dan heb ik 2 x materie. Dat betekent dat ik te maken krijg met energie of inwerking van materie op elkaar.

U ziet, het is helemaal niet zo moeilijk om zo te redeneren, Als u leert het op de juiste wijze te doen, dan kunt u eigenlijk heel gemakkelijk conclusies trekken. U behoeft heus niet dagenlang over ingewikkelde berekeningen gebogen te zitten. Zeker, als u het kabbalistisch juist wilt doen, dan moet dat eigenlijk. U kunt met een paar getallen onnoemlijk veel doen. Waarom? Om de doodeenvoudige reden, dat het getal een abstractie is. Daarom ben ik ermee begonnen.

Het getal is abstract; d.w.z. dat ik het in elke betekenis kan gebruiken of toepassen, mits ik het zijn telwaarde laat. Als ik die telwaarde in symbolische zin gebruik, dan tel ik ook werkelijk:

1 = niet geopenbaarde God. Er is iets, maar er is niets om het te onderscheiden.

2 = een strijdigheid van de geopenbaarde God. Er zijn twee tegendelen; erkenning is mogelijk.

3 = drie‑eenheid. Er zijn er 3 en tussen die 3 is werking. Er is niet alleen erkenning mogelijk, maar er is creatie, er is wisselwerking.

4 = 4 elementen.

5 = de 4 elementen plus iets extra’s. Dan grijp ik naar de oude element­indeling: 5 elementen (4 elementen plus ether, levenskracht). Dat is dus leven, men zegt meestal dierlijk leven.

6 = leven met een toegevoegd besef. Dat besef hoeft niet groot te zijn; dientengevolge dier, dierlijke mens.

7 = het heilige getal. Het getal van de sferen. Een wezen, waarin de sferen aanwezig zijn. Die sferen zijn echter helemaal niet te bepalen op 7. Dat is nog uit de heel vroege tijd, toen de mensen nadachten over de kristallijnen sferen. Er zijn de 7 sferen, dus de totale mogelijkheid is aanwezig: mens.

8 = totale materiële mogelijkheid plus nog iets. Wat kan dat zijn? Het kan de ziel zijn; de priesterlijke mens, een mens die een Godrelatie heeft, waar iets hogers bij behoort.

9 = die relatie is uitgebreid. Ze is n.l. niet alleen een erkenning, maar ook een waarneming; de hogepriester.

10 = de mens, die God kent. Hij is niet de volingewijde, maar de mens, die God kent. God spreekt tot de mens, de mens spreekt tot God. Weer een uitbreiding. Eerst is het weten, dan is het zien en dan is het a.h.w. weten, horen en zien.

11 = een herhaling: God de Ene. De mens de ene. De mens beseft God, God beseft de mens. Zij zijn de twee‑eenheid waartussen de spanning be­staat.

1 en 2. God tegenover de mens, die God manifest maakt. De mens is actief geworden; en vreemd genoeg zou men dan kunnen zeggen: dat is de vader tegenover moeder en kind. Moeder en kind zijn een grotere eenheid; zonder de vader kunnen ze niet bestaan. De mens en zijn uit God bewust gerichte kracht en handeling vloeit voort uit God, uit de Vader.

Dit telsysteempje is betrekkelijk eenvoudig. Maar er is niets wat mij zegt, dat ik op die manier moet tellen. Begrijp dat wel. Er is geen enkele regel, die vertelt dat je alleen zo kunt tellen. Er zijn 100 andere manieren te vinden. Zeker, er zijn zekere disciplines ontdekt, getalsdisciplines. Er zijn er die gebaseerd zijn op de vijfhoek, het pentagram. Er zijn er die gebaseerd zijn op een alfabet, zoals de kabbala. Er zijn er zelfs die op een systeem van 23 en 32 zijn gebaseerd o.a. runenstokjes en tekenstokjes. Maar ze maken eigenlijk zo weinig uit. Het is de manier waarop. Het belangrijke voor de mens is, dat het getal naast zijn onmiddellijke toepassingsmogelijkheid het begrip veelheid kan bepalen en veelheid tot een eenheid kan terugbrengen.

Het klinkt misschien gek, ik heb nu 12 getallen genoemd; dat is een dozijn, Twaalf is één dozijn. U heeft misschien een gulden in uw zak, dat is 100 cent, 20 stuivers, 10 dubbeltjes. vergelijkend. Tellen is dus eigenlijk een methode, waarmee je eenvoudig aanwezigheid vaststelt. Maar omdat het zo heerlijk abstract is, kan ik achter een getal elke waarde stellen, die ik wil. Zolang ik in een kruidenierszaak sta, kan ik achter het getal 10 soepballetjes zetten. Ik kan er sinaasappelen achter zetten, kinderfietsen of sterren of misschien geesten. Dat getal 10 is voor mij een beperking van oneindigheid. 10 dat is de tegenstelling, die ik in dit geval gebruik tot het oneindig aantal dat er mogelijk aan soepballetjes, fietsen of wat anders bestaat.

Als ik nu bv. in meditatie of in berekeningen, waarvan ik een voorbeeld gaf, dit getal hanteer, dan doe ik dat eigenlijk, omdat het mij de mogelijkheid geeft om vanuit mijzelf een deel van de onbegrensde wereld, waarin ik leef, te begrenzen en daarmede iets overzichtelijk te maken. Misschien kan ik het zo zeggen:

Een fotograaf neemt een totaalbeeld op van het strand. Hij wil nu daaruit een kentekenend iets hebben, b.v. een kind, dat met een emmertje speelt. Hij kan nu dit detail vergroten; d.w.z. indien hij al het andere dat op de foto staat terzijde zet. Dat is dan een vorm van concentratie. Door die concentratie op dat ene punt kun je de betekenis gemakkelijker zien. De details ‑ mits de foto goed is natuurlijk ‑ zijn nog scherp genoeg. Je kunt lijnen zien, je kunt t.a.v. dat kind nu veronderstellingen gaan maken. Wat ik doe met een getallenleer en in feite ook bij de intuïtief gehanteerde gematria is niets anders dan uit een oneindig groot beeld van kosmische mogelijkheden een gedeelte zodanig afgrenzen, dat ik het kan zien.

Er is geen enkele methode te vinden om met een getal werkelijk de toekomst te bepalen. Of je dat nu doet met astrologische becijferingen of met statistieken, het is tenslotte allemaal veronderstelling en zodra je het voor zekerheid uitgeeft leugen. Maar ik kan toch wel degelijk mijn gevoeligheid, mijn concept van het geheel daardoor richten. Ik kan uit een veelheid van mogelijkheden een beperkt aantal mogelijkheden overzien.

Het vreemde is nu, dat de mens (die ook nog een geest in zich draagt en daarnaast nog verschillende andere aardige dingen, zoals sommige voertuigen en een geheugen dat veel groter is dan hij zich herinnert, omdat hij nu met een beperkt aantal mogelijkheden te maken heeft) een zekere waarschijnlijkheid kan aanvoelen. De cijfersystemen zijn dus een middel om de eigen intuïtie juister te laten werken door het schijnbaar ‑ middels technische manipulaties ‑ elimineren van mogelijkheden.

Alle dingen zijn mogelijk. Er is niets onmogelijk. Het onmogelijke ontstaat eerst, indien mijn voorstelling iets onmogelijk noemt. Vroeger zeiden de mensen: Vliegen zou wel erg leuk zijn. Ze hadden een verhaal over Icarus, maar niemand dacht erover een vliegmachine te maken. Toen kwam een zekere Lernardo da Vinci, die een tekening van een vliegmachine maakte. Deze man had een concept. Maar het duurde nog een hele tijd en er moesten eerst mensen komen als o.m. de gebr. Wright en nog vele anderen, die die droom gingen omzetten in feiten.

Het is een hele weg van; “ach, dat is onmogelijk voor de mens” (de legende) naar het begrip “het zou mogelijk zijn” (Da Vinci) en vandaar naar de eerste luchtvaarders, de eerste mensen die probeerden te vliegen.

Als je nu met de getallen manipuleert, dan bestaat de legende niet. Er is geen legende. Alles is mogelijk, ook het onvoorstelbare. We nemen alles als mogelijk aan. Met onze getallen elimineren we nu dat deel van de mogelijkheden, waarmee we eigenlijk geen raad weten. Maar niet door zo eenvoudig zelf te selecteren, maar door buiten ons een abstract instrument te scheppen, dat het ons mogelijk maakt delen weg te werpen, zonder dat we zelf de keuze maken. Dat wil zeggen, dat er voor ons onvoorstelbare mogelijkheden binnen het pakket van hetgeen wij beschouwen blijven. Daarmee is de verstandelijke overweging voor een groot gedeelte eruit verwijderd.

Het proces van de legende zijn we al voorbij en automatisch, nu we hebben gezegd “alles moet binnen dit concept mogelijk zijn”, komt het plan. Wij gaan de mogelijkheid nu zien. Het onmogelijke wordt mogelijk en dan, omdat we innerlijk de mogelijkheden van het heden, de middelen, de toestanden, de personen, de geestelijke invloeden e.d. erkennen (ook als mens doe je dat), selecteren we dus uit mogelijk en onmogelijk datgene, wat het meest waarschijnlijk is. Door die selectie van het waarschijnlijke kunnen wij dan intuïtief een werkelijkheid benaderen, die in de toekomst ligt, maar die mogelijk ook op technisch, biologisch of menselijk terrein ligt. We zijn niet gebonden alleen aan de toekomst of aan het karakter van de mens. We kunnen het overal toepassen, juist omdat het een contemplatiemethode is, een methode om iets te leren beschouwen,

De waarde der getallen wordt dus zeker niet bepaald door het systeem. De waarde der getallen wordt eerder bepaald door onze eigen, wat vreemde mentaliteit.

Een getal, zo zeggen de hersenen van de mens van vandaag, is onaantastbaar. Dat is waar. Als daar een 4 staat, dan is het geen 3 en dan zal het ook geen 5 zijn. Een illusie van zekerheid misschien, omdat we met het tellen, waaruit het getal is voortgekomen, schijnen te demonstreren dat een getal ’n getal is, ofschoon er een bekend verhaaltje bestaat: als er twee mensen zijn, worden het er drie. Het is dus niet allemaal zo zeker, maar we nemen het als zekerheid aan, Omdat wij de zekerheid scheppen plus de begrenzing plus de gerichtheid, kunnen wij concipiëren wat anders niet concipieerbaar is.

Daarmee heb ik reeds veel gezegd over de praktische betekenis van de getallen. Maar er zijn eigenlijk zoveel betekenissen. Als we ons bv. eens gaan bezighouden met de Openbaringen (ook zo’n heerlijk stuk waarmee niemand raad weet, of beter gezegd: waarmee iedereen raad denkt te weten en zo anderen radeloos maakt), dan komen we er dichter bij. Daarin vinden wij getallen als bv. 144.000. Nu willen die duizenden alleen maar zeggen: veel; meer niet. Het is dus geen getalsbepaling.

1 = God; 4 = elementen; 4 = elementen. Waar de elementen in tegenstelling samenkomen met het Goddelijke ontstaat 9, de mens, die God aanschouwt. Of bv. het dier met het aangezicht eens mensen, waarvan het getal 666 is.

6 = dierlijk; dierlijk, dierlijk. Een dierlijke drie‑eenheid, 3 x de waarde van het dierlijke. Maar vat ze eens samen, dan krik ik 12 en 6: de bewuste die God kent, maar richt in het dierlijke. Tel nu het geval nog een keer op, dan krijgen we het eindproduct: het getal 18. Herleid tot 9 is dat de mens, die God niet meer ziet, maar die God toch eigenlijk al weer leert aanschouwen. Het is de hoge‑priesterlijke mens. De mens, die in het Heilige der Heiligen kan binnentreden. Dat wil dus zeggen, dat de z.g. antichrist eigenlijk het conflict van de verschillende materialismen en dierlijkheden weergeeft. Het is geen persoon, het is een dier. Het is het elementaire leven, maar met het aangezicht eens mensen, waarin de mens komt.

U ziet dan, dat wanneer die dierlijke elementen in elkaar overvloeien er een besef ontstaat, waardoor het dierlijke gemanipuleerd, beheerst en gebruikt kan worden. Het zou dus iemand zijn met een hoger begrip. Misschien een mutant, die u als marionet of zo iets kunt gebruiken, en die zich dus niet ten doel stelt om u op te heffen tot zijn peil, maar eenvoudig om u te beheersen. Indien die drang tot beheersing dan weer wordt erkend in dat product, dan ontstaat er een versmelting. De beheersende kracht, de beheerser en de beheerste gaan weer in elkaar over. En dan zal zelfs de dierlijke mens moeten begrijpen dat er hogere waarden zijn, en die zal hij moeten accepteren. Daarom is 666 helemaal niet zo’n demonisch getal als de mensen wel denken. Het is alleen een geschiedenis. Het is een overwegingspunt, dat ‑ indien men het ontleedt ‑ iets laat zien wat o.m. op deze tijd schijnt te slaan en ook op vele andere tijden. Het betekent, dat de mens de tegenstellingen van het uiterste materialisme moet ondergaan, voordat uit de mensen weer de meer bewusten kunnen voortkomen, die leiding zullen geven aan de materialistische ontwikkeling en zo anderen leren in hun materialisme geestelijke waarden te vinden of ze het willen of niet.

De beheersers willen het niet, de anderen willen het ook niet. De mens ziet een nieuwe waarheid, want God is altijd het ultimum van het voorstelbare.

U ziet, die getallen zijn helemaal niet somber en ze zijn ook niet duister. Ze zijn eenvoudig. Maar de mens heeft allang de eenvoud vaarwel gezegd. De mens is gaan optellen; zoveel mensen willen chocolade‑ijs, zoveel mensen willen sorbet, zoveel mensen willen een plombiere en zoveel mensen willen alleen met rust gelaten worden. Nu blijkt, dat heel veel ijsliefhebbers zijn. De sorbet‑liefhebbers zijn weinig in getal. Degenen, die met rust gelaten willen worden ook; maar er is ook nog de partij van de plombière‑eters. Dan zeggen we: Maak een plombière, waarin de hoeveelheid ijs dominant is en wij hebben het geheel tevreden gesteld. We hebben dan echt democratisch gehandeld.

U begrijpt, dat een dergelijke berekening nergens op slaat. Het geeft het gemiddelde aan van een neiging, of het geeft het gemiddelde aan van een behoefte, maar het geeft niet de essentiële behoefte aan. De waarde van het getal, zodra het als vervangend voor de werkelijkheid wordt gebruikt, is nil. Slechts zolang het voor telling van gelijkwaardige dingen of voor abstracte manipulaties wordt gebruikt, heeft het betekenis. Het is natuurlijk jammer voor u, dat de statistici dat niet inzien. Zij maken een statistiek op en vertellen u op grond daarvan wat gevaarlijk is en wat niet. Zeker, voor meer mensen is zo iets gevaarlijk, maar is het voor u gevaarlijk? Dat is een zuiver persoonlijke kwestie. Roken, alcoholgebruik, het leven in de buurt van de een of andere petrochemische industrie of iets dergelijks, is dat voor u nu gevaarlijk of niet? Dat ligt aan u. Dat ligt aan uw erfelijke factoren. U bent zelf een mens. Wij kunnen zeggen: onder bepaalde omstandigheden worden 99 van de 100 mensen in een shocktoestand gebracht. Dus als dat u overkomt, waarde vriend of vriendin, dan bent u ook in een shocktoestand. Nu kunt u toevallig wel die ene op de 100 mensen zijn, die juist meer bewust wordt, omdat bepaalde remminkjes wegvallen en u dus een beetje meer paranormaal begint waar te nemen en te denken. Maar ja, als dat gebeurt, 99 van de 100 heeft shock, dus bij u is het ook shock. Zo gaat dat.

9000 mensen hebben een goede woning. 1000 mensen niet. Die 9000 mensen met een goede woning hebben behoefte aan vermaaksparken. De 1000 anderen hebben wel behoefte aan een goede woning, maar er zijn 9000 die een vermaakspark willen hebben, dus zijn vermaaksparken belangrijker dan goede woningen. U zult begrijpen, dat dit onzin is. Wij kunnen geen getallen hanteren, zonder dat het over gelijke waarden gaat. Als ik een rotte appel bij goede, gave appelen tel, dan zou ik theoretisch stekjes moeten overhouden, maar in feite houd ik alleen maar rotte appelen over.

Als u dat gaat begrijpen, dan zult u ook inzien dat we de waarde van de getallen niet ze buitengewoon absoluut mogen stellen. Ze zijn voor ons een idee van zekerheid. Maar dat betekent nog niet, dat we ze kunnen interpreteren als een weergave met volledige zekerheid van datgene, wat wij eraan verbinden. Wat wij aan het getal verbinden is onze zaak. En die zaak kan alleen persoonlijk, intuïtief of misschien menselijk verstandelijk op grond van ons eigen wezen worden weergegeven, nooit als een gemeenschappelijke waarde.

Er zijn van die getallen, bv. 423 miljoen voor tanks. Wat zegt dat getal eigenlijk? Helemaal niets. Indien we willen berekenen wat het betekent, dan moeten we ons afvragen hoeveel arbeid en hoeveel van het hier in eigen land aanwezige materiaal er moet worden besteed om die tanks te kunnen produceren. Dan blijkt, dat de kosten soms veel minder, maar soms ook veel hoger zijn dan men zou denken. Dat is niet in geld uit te drukken. Laat mij dit voorbeeld geven:

Indien wij de melk een cent duurder maken, dan is dat in feite slechts een zeer kleine uitgave voor de huisvrouw. Dat is een redenering, die we van minister De Block kunnen verwachten. Maar er is een gezin met een minimum inkomen en 10 kinderen. Die kinderen hebben melk nodig. Laten we zeggen 3/4 kan per man. Dat wil zeggen voor 10 kinderen en 2 volwassenen erbij toch wel 7 liter melk. Dat is per dag 7 cent. Dat is per week 49 cent. Dat is per maand bijna 3 gulden. Bijna 3 gulden is in procenten uitgedrukt reeds een heel aardig bedrag; dat is ongeveer 2 % van het minimuminkomen. Als men zo gaat rekenen, wordt het anders. Maar dat geldt alleen voor dat gezin.

Er zijn twee oudjes, die hebben misschien een halve liter per dag nodig. Voor hen betekent dat ook een cent, gezien de berekening zoals ze hier te lande geschiedt: een halve cent is geen cent, dus maken we er 1 cent van. Dat is geldcreatie. Die kunnen zeggen: Nou ja, voor ons betekent dat eigenlijk niets. Maar er kan ook iemand zijn met veel kinderen en een hoog inkomen. Voor hem betekent het ook niets. We kunnen dat dus alleen maar relatief en persoonlijk uitdrukken.

Als u ooit begint met welk getallensysteem dan ook, ook met gematria en al die andere dingen dan hoop ik dat u die relativiteit in de gaten zult houden. Want het is nu allemaal heel aardig om u te bewijzen, dat getallen op een volkomen verkeerde manier worden gebruikt in deze maatschappij, dat zo alleen als abstracte benadering waarde hebben, maar nooit als een concrete constatering, hoe vreemd men het ook vindt, tenzij het gaat om aantallen volledig gelijkwaardigheden. Als wij met een getallensysteem werken, dan zijn we zo gauw geneigd aan te nemen, net als de man die de statistiek maakt, dat we volkomen gelijk heb­ben. Dat hebben we niet. Gelijk hebben we pas, indien het getal voor ons het uitgangspunt wordt tot de zuiver persoonlijke interpretatie en de zuiver per­soonlijke beleving. Eerst dan is de waarde van de getallen een grote. Zij is dan n.l. een sleutel geworden om onze eigen mogelijkheden tot uiting te bren­gen. Een soort lens om onszelf te richten. Ze is een vermogen geworden tot het wekken van een voorstelling van een totale wereld en daarin toch onszelf reëel als mens te zien. Als zodanig hebben die getallen een zeer grote betekenis en waarde. Maar zodra we verder gaan dan dat, is het dwaasheid.

Het is dwaasheid om te zeggen, dat iemand, die nu fl 200.‑ verdient er beter aan toe is dan iemand, die laten we zeggen 50 jaar geleden fl 40. verdiende. Want degene, die vroeger fl 40.‑ verdiende, al was het dan maar een vijfde van de fl 200.‑‑ die verdiende in feite bijna tweemaal zoveel, omdat de koopkracht en niet het aantal guldens bepalend was. Op die manier moet je alles bekijken.

Wees voorzichtig. Bezie alles relatief. Het getal is een middel om ons te richten, om een zeker inzicht te verwerven. Maar zodra we op dat punt zijn gekomen waar we zien, hebben we nog een oneindig aantal mogelijkheden, nu beperkt door een bepaald doel. Laat ons dan trachten zelf de mogelijkheden te doorvoelen en ‑ al is het dan niet verstandelijk maar eigenlijk intuïtief – juist die verklaring, die uitleg, die weg kiezen, waarvan wij voelen dat het de juiste is. Dan zal het getal ons helpen om in de toekomst te zien, mensen te leren kennen, onszelf te leren kennen. Dan helpt het getal ons om zeer veel te bereiken. Maar zodra we de fout maken te menen, dat het getal het voor het zeggen heeft, dan kunnen we beter naar huis gaan.

Het is heel jammer, dat de kinderen wel de tafels van vermenigvuldiging leren, naar dat ze nooit leren dat 1 + 1 niet altijd kan worden opgeteld.

*********************

*  Hoe moet men 13 bezien? Is dat 1 + 3, 10 + 3 of 4?

U kunt het vreemd genoeg, op elke manier bekijken. 13 = 10 + 3. Dat wil zeggen: voor degene, die zelf een voldoend hoog bewustzijn heeft, is het een uitingsmogelijkheid, een werkingsmogelijkheid. Voor die mensen is 13 wat men noemt een geluksgetal, want het geeft de mogelijkheid tot vrije uiting. Andere mensen zien het als 1 + 3. Zij zullen op dergelijke dagen inzich­ten krijgen. Voor hen is vrijdag de 13e b.v. een dag van nieuwe inzichten. Maar er zijn ook mensen, die er het getal 4 van maken. Dat zijn de elementen. Je komt dan onder invloed van de elementen en dat is altijd een onprettige verhouding, omdat je wordt gedomineerd door elementaire tendensen. Je kunt het dus op elke manier doen. Het vreemde is echter, wanneer u erover nadenkt, doet u dat op een bepaalde manier. Die manier, waarop u erover denkt, is veel­al de voor u beslissende. U moet dan niet proberen te zeggen: Wat is de ge­lukkigste uitleg? Die zal ik nemen. Maar u heeft gewoon een feeling ervoor: voor mij is het zó. Daaruit blijkt alweer wat ik in de inleiding heb gezegd: het is werkelijk de vraag: hoe reageer je zelf? Die getallen hebben niets te zeggen, maar door de manier waarop u ze ondergaat en beleeft, kunt u er heel veel mee bereiken. Als u denkt, dat vrijdag de 13e een ongeluksdag is (dat zeggen ze zo graag), dan moet u dus maar even voorzichtig aan doen; want om­dat u dat denkt, maakt u het waar. De mens is met zijn gedachten zo sterk en krachtig ‑ zeker indien het zijn eigen beleven betreft ‑ dat hij daardoor zijn reacties en zijn denken kan beïnvloeden. Dan maak je, dus waar wat je denkt. Maar zodra je gaat begrijpen dat die 13 eigenlijk niets te betekenen heeft, dan doet het ook helemaal niets.

*  Waarom is het ongunstig in sommige gevallen (huisnummer, het eerst op­staan aan een maaltijd van 13 personen) en aan de andere kant een getal van volmaking? Is dat gunstig of ongunstig ook alleen te bezien in persoonlijk opzicht?

13 Man aan tafel, dat is ongeluk. Weet u waarom? Omdat Jezus met zijn 12 apostelen aan tafel zat en daar degene was, die hem verraadde: Judas. En Judas ging heen en verhing zich. Dat heeft in de legende doorgewerkt en men kwam tot het denkbeeld: als je met 13 man aan tafel zit, dan zit er een verrader tussen. Dat is ongelukkig; dan moet er iets mis gaan. Aangezien Ju­das degene was, die het eerst van tafel opstond, volgens het bijbelverhaal, nam men dus ook aan dat degene, die het eerst opstond, een ongeluk zou over­komen. Op die manier komt het bijgeloof in de wereld. De meeste mensen realiseren zich dat eigenlijk niet helemaal, maar er zijn zoveel van die verhalen, legenden, die langzaam maar zeker worden toegepast op het dagelijks leven. Zodra dat gebeurt ‑ speels misschien ‑ komen er mensen, die het serieus gaan nemen. Als ze het eenmaal ernstig gaan nemen, ja, dan maken ze het zelf ook waar.

*  Waarom is voor de ene mens een bepaald getal een ongeluksgetal, terwijl het juist voor iemand anders een geluksgetal is? Hebben getallen dan geen vastgestelde waarden?

Neen. Getallen, dat heb geprobeerd duidelijk te maken, hebben geen vast­gestelde waarde. Maar laten we proberen er toch een vaststelling van te maken. Noemt u maar een getal, willekeurig,

*  8.

8 is een getal, dat dualistisch is. Het staat in verbinding met oneindig­heid zonder een aanschouwing van oneindigheid. Het is trouwens een algemeen geldende uitleg. Nu heeft u zelf het getal 7. Dat wil zeggen; u bent materialistisch. Zodra u dus met het getal 8 te maken krijgt, (als dat getal een geaardheidsbe­paling is), dan zit er iets meer bij dan u kunt opbrengen; en dan is het voor u een ongeluksgetal. Heeft u het getal 4, dan is het een verdubbeling van uw eigenschappen. U kunt het wel begrijpen, naar het is voor u dominant. Het getal 8 betekent dus een invloed, die u zult ondergaan. Als we op die manier de zaak bekijken, dan wordt het ook duidelijk, dat we de geaard­heid van een mens in getallen uitdrukken. Dat doen we niet, omdat die getallen een bepaalde betekenis hebben, maar omdat we nu eenmaal op grond van allerhande vroegere historische gebeurtenissen en bijgelovigheden ertoe zijn gekomen om een getal te noemen als een maatstaf voor een zekere waarde. Zodra we dat doen, moeten we ook begrijpen dat die maatstaven ‑ niet de ge­tallen ‑ onderling vergelijkbaar zijn. Is het getal nu werkelijk een waardebe­paling, dan zal het uitkomen. Als u zelf 7 hebt, dan zoudt u zich waarschijn­lijk materieel erg prettig voelen op huisnummer 28, om een voorbeeld te geven. Maar u zult zich waarschijnlijk niet, erg gelukkig voelen op een huisnummer 19 of 2. Dat zou strijdig zijn net uw aard. Nu is het natuurlijk niet zo, dat een huis inderdaad door zijn nummer be­paald wordt. Aan de andere kant kunnen we door het nummer soms een zekere sfeerbepaling krijgen. Die sfeerbepaling ligt vreemd genoeg weer niet bij degenen, die alles over die cijfers weten, maar ligt aan de algemene reactie die de mensen hebben. Heel veel mensen weten de dingen wel en doen die dingen, maar ze doen ze eigenlijk onbewust, instinctief. Maar dat betekent eigenlijk, dat ze onbe­wust de betekenis ook toekennen aan alles wat die gelijke, waarde vertoont. Laat mij u een voorbeeld geven. Als mensen iets buitengewoon mooi vinden, iets opwindends, dan moeten ze even tot rust komen. Wat doen ze dan? Ze zeggen: “Haaaa!” Maar gaat u nu eens even kijken, dan zijn dat ademhalingsoefeningen, die we ergens anders in een systeem vinden. Er zijn mensen, die op een gegeven ogenblik even rust moe­ten hebben. Een acteur bv., die opgaat en zenuwachtig is. Wat doet hij? Hij haalt enkele malen achter elkaar heel langzaam en heel diep adem. Instinctief. Het werkt. Een ander zegt automatisch: Iemand die dat doet (want hij doet het zelf ook) heeft last van zenuwen. Hij zal altijd gelijk hebben, tenzij het iemand is die weet wat hij met zijn ademhaling kan doen; want die doet het be­wust. Voor hem is het dus geen kwestie van zenuwen, maar een kwestie van voor­bereiding zonder meer. Zolang we te maken hebben met onbewuste waarden, onbe­wuste getalswaarderingen, die overal bestaan (iedereen zegt: 7 ‑ een heilig getal; 3 ‑ een mooi getal enz. enz.), dan krijgen we van het menselijk denken uit een waardering voor alles wat met dat getal wordt aangeduid. En dat heeft wel degelijk invloed.

*  Maar het hangt er toch vanaf hoe je erop reageert?

Als je je bewust bent, dan kun je heel veel reacties ongedaan maken en kun je de waarde van een huisnummer, een naamnummer, heel rustig uitschakelen. Dan betekent het weinig of niets. Dan blijft het getal eigenlijk alleen nog maar een concentratiemiddel. Maar zolang u dat niet doet, wordt u wel dege­lijk ergens beheerst door uw naam. Er zijn zoveel van die eigenaardige dingen. Bijvoorbeeld: hoeveel Corren zijn er niet, die op de een of andere manier door hun huisgenoten een beetje in de maling worden genomen. Dat zijn altijd degenen, die zo’ n beetje het slacht­offer worden. Waarom? Ja, dat weet ik ook niet. En hoeveel Karels zijn er niet, die wat tiranniek zijn? En hoeveel Maria’s zijn er eigenlijk niet, die toch wel een beetje aan het hogere voorbijlopen, zo nu en dan die te materialistisch zijn?

*  Zo kun je iedere naam wel noemen.

Ja, natuurlijk. Zo kun je iedere naam nemen. Maar het vreemde is, dat als we dat eens nagaan. Karel vinden we inderdaad in vele verschillende verbanden met het idee van heerser. Dan kunt u zeggen: Het is toeval, dat er ooit een Karel de Grote is geweest. Natuurlijk is dat toeval. Maar Karel wordt daarmee onbewust geassocieerd. Dat zijn de grote ideeën de keizers, de heersers; en dat drukt zich ergens een beetje op af. Cornelis. Misschien is het wel voor een groot gedeelte gekomen toen de een of andere rijmelaar dichtte: “Cornelis heeft een glas gebroken” en alle kin­deren dat moesten gaan leren. Er zit aan de naam zelf geen vaste betekenis. Dat denken ze. Ze zeggen: Die naam is een aardomschrijving. Indien we het op trillingen gaan uitrekenen, kan het misschien nog waar zijn, maar zodra we gewoon van de naam en de letterwaarde uitgaan, dan is dat allemaal maar heel erg provisorisch. Het is een benaderingsmethode, geen zekerheid.

*  Nomen est omen.

Ja, omen nomen. Dat is een Latijnse spreuk, die men vroeger ook had. Men zei niet: het is een zekerheid, maar de naam is een voorteken. Het is dus een aanduiding. Een dergelijke spreuk woekert voort. Dat gaat waarschijnlijk nog veel verder terug. Toen de eerste, de allereerste mensen gingen leren spreken (dat is dus al heel lang geleden), waren de mensen in de eerste plaats heel erg natuur­gebonden. Hun klanken waren eigenlijk heel eenvoudige waarschuwingsklanken. Dat was dus geen taal. Maar nu kan het zijn, dat ze misschien tegen een sa­beltandtijger “grr, grr” zeiden. Maar “pas op” dat was “aaa” en een bijzonder grote sabeltandtijger word ” laagrr”. Op die manier werd het dus gevormd. De klanken waren in die tijd zodanig geordend (geen letters, maar gewoon klan­ken, soms complexe, soms eenvoudige), dat je door die klanken aan elkaar te voegen een hele omschrijving kreeg. Op een gegeven ogenblik hebben ze misschien een aap gezien. Ze zouden die geen “aap” hebben genoemd met die klanken, maar ze zouden achtereenvolgens waarschijnlijk hebben genoemd: vier handen, harig, niet‑mens toch mens, dus lijkt op een mens. Een olifant zullen ze omschreven hebben als “dier met grote staart aan de snuit, kleine staart achteraan, grote oren en gevaarlijk grote voeten.”

Dat waren dus hele omschrijvingen. In die tijd waren eigenlijk erfelijk in de mensheid bepaalde klankassociaties gegroeid. Dat betekent, dat klanken op een gegeven ogenblik ook met emoties in verband gingen staan. Nu is het vreemde, dat emoties voor ons ‑ zeker als ze niet beheerst zijn ‑ voor een deel een weergave zijn van onze eigen structuur. Die structuur kunnen we dan soms, terugvinden in een naam, omdat de mensen de uitstraling (dat is natuurlijk weer niet wetenschappelijk vast te stellen) van die mens, die aura heet, aanvoelen. Daar zit een zekere karakteristiek in, die al voor de geboorte merkbaar is door de moeder. Ze kan dan op grond daarvan een naam selecteren en kiest, dan uit vele mogelijkheden de klank (dat komt dus nog uit de oude tijd), die het best associeert met het wezen. Indien de naam, die ge­kozen is, niet associeert, dan zien we dat de naam wordt verbasterd. Er komen andere klanken in, totdat het toch weer eigen wordt, tot het weer bij iemand past. Daarom moet u dus, als u ooit kabbalistisch namen wilt berekenen, nooit uitgaan van de voornamen zoals die staan ingeschreven in de burgerlijke stand, maar van de roepnaam. Als ze iemand bij wijze van spreken Usie, Cobie of Dwaasje noemen, en dat is de roepnaam, noemt u die dan toch maar, ook al is dat niet de eigenlijke naam.

*  Kunt u wat nader ingaan op de trillingswaarde van een naam?

A‑waarde heeft altijd twee kanten. De mens is bv. altijd erg materialistisch en gelijktijdig toch weer erg op het geestelijke gesteld.

O‑waarde zijn meestal mensen, die overtuigd zijn van zichzelf. Die willen de wereld ook graag van zichzelf overtuigen.

Oe‑ of u‑waarde zijn over het algemeen mensen, die bv. een buitengewoon scherpe waarneming hebben voor de wereld, maar die niet naar binnen kunnen kijken. Die hebben dus geen zelfkritiek e.d.

De eu van Teun, geeft eigenlijk aan: nantuurverbondenheid. Dat zijn door­gaans mensen, die alleen gelukkig zijn, indien er iets groeit; of het nu een zaak is of wat anders. Dat zijn mensen, die ontwikkelen. Als ze een zaak heb­ben die geheel ontwikkeld is, dan stappen ze eruit en beginnen opnieuw.

Do e is iemand, die eigenlijk lui is.

De oe (als de klank juist is) is iemand, die voor zichzelf lui is. Dat kan dus iemand zijn, die heel hard werkt, maar die geneigd is om voor zich­zelf de dingen te verwaarlozen. Een voorbeeld; een dame die naar buiten toe er altijd daverend uitziet, maar die thuis niet altijd op tijd stof afneemt.

De i of ie dat zijn eigenlijk ook wat pinnige typen. Ze geeft bovendien ook een bepaalde onzekerheid aan, die over het algemeen door een zekere bazig­heid wordt gecompenseerd. Vandaar dat de Miesen vaak miauwen, als ze bang zijn dat een ander zal gaan blaffen.

*  Is dat in alle talen waar?

Dat is wat de hoofdklanken betreft in alle talen wel waar. De namen zullen veranderen, maar de klanken blijven ongeveer gelijk. We hebben bv. ook de ij van Gijsbert. Dat zijn niet de typen zoals Gijsbrecht van Aemstel. Dat is nu een Gijs, die niet aan de naam helemaal beantwoordt, omdat deze wel wijfelmoedig is, maar één ding kennelijk niet heeft: dat wat trage en gestage. Een Gijs is meestal een langzame wande­laar. Hij is misschien een beetje aan de zijige kant en een beetje vriende­lijk hier en daar. Met Trijntje is het net zo. Die mensen gaan altijd door en komen er toch wel. Dat zijn de mensen, die als ze het in hun eigen tempo kunnen doen alles kunnen doen, maar die ‑ zodra het tempo van een ander er tegenover komt te staan ‑ meestal niet meekomen. Nu lijkt het wel, of ik allemaal negatieve dingen heb gezegd. U moet nu maar onthouden: wat ik niet negatief heb gezegd, is bij zo’n naam meest­al als positieve mogelijkheid aanwezig, mits de naam gekozen is door degene, die de persoon kent en die dus een werkelijke roepnaam is.

*  Had Jezus een speciale bedoeling met de 12 apostelen?

Het is de vraag, of Jezus werkelijk 12 apostelen heeft gehad. Het getal 12 is ongetwijfeld bewust gekozen door degenen, die zijn overlevering hebben neergeschreven. Ik wil u eraan herinneren, dat we nooit van 12 apostelen horen in de Handelingen en Brieven der Apostelen; dat zijn er maar een paar. We horen wel van de vele leerlingen die Jezus had. In sommige geschriften (over het algemeen Apocriefen) vinden we bv. het getal van de 72. 72 Is weer een symboolgetal: de mens, die met de tegenstelling in het Goddelijke wordt geopenbaard en die God leert aanschouwen. Iets, wat Jezus inderdaad probeerde de mensen te leren. 12 Zou in deze zin dus ook betekenen­ de drie‑eenheid geopenbaard. Degenen, die vinden dat dit een beetje gezocht is als verklaring, moeten zich toch wel realiseren.

  1. dat de Evangeliën niet zijn geschreven tijdens Jezus’ leven of zeer kort daarna, maar dat er vele jaren tussen lagen;
  2. dat ze niet werden geschreven ter plaatse waar Jezus geleefd heeft, maar elders;
  3. dat ze verder ten doel hadden niet om precies te vertellen hoe Jezus heeft geleefd, maar om Jezus’ leer over te dragen en bovenal duidelijk te maken dat Jezus de Messias, de Verlosser was,

Het is dus duidelijk, dat de mensen algemeen gangbare getalssymbolieken heb­ben overgenomen; dat ze symbolen hebben gebruikt, die in hun tijd gangbaar waren. Als we de Openbaring van Johannes zien (ik ben er daareven n.l. over be­zig geweest), dan zien we daar de meest krankzinnige menging van allerlei symbolen van volkeren en van vele tijden. Je komt dan onwillekeurig voor de vraag te staan: Is de profeet, die dit heeft neergeschreven, een mens geweest die met zoveel denkers van verschillende volkeren in aanraking is geweest? Gezien het feit, dat hij op Patmos woonde is dat inderdaad waarschijnlijk.

*  Welke waarde moet u hechten aan de getallen 3, 7, 18, 33?

Dat zijn in dit verband de getallen van graden.

3 is de erkenning van de openbaring: openstaan dus voor de openbaringen.

7 is de beheersing van de sferen ofwel het binnentreden in de wereld van het abstracte.

8 is de erkenning van de werking van God in de mens ofwel een innerlijke bereiking.

33 zou dus zijn: de drie‑eenheid door God geopenbaard, weerspiegeld in het “ik” (zespuntige ster), waardoor het begrip God geschreven kan worden in de uiting van de mens, identiek met de directe naam Gods in de totale uiting; of de kennis van de totale naam, zou je ook kunnen zeggen. Dit is een kwestie van gradenindeling, vergeet dat niet. We kunnen daarover heel veel vertellen, zonder dat we daarbij zeggen wat concreet is. Het betekent dus niet: iemand is 33e graad, nu heeft hij in zich de totale Godsnaam leren kennen en is in staat om in al zijn daden de goddelijke kracht en de goddelijke openbaring vanuit zichzelf te heropenbaren. Dat betekent het helemaal niet. De theorie is echter wel zo. Net zo min als iemand van de 18e graad werkelijk hoge‑pries­terlijk is en oneindigheidsbegrippen vanuit de mens kan projecteren, door­dat hij God een actieve factor maakt. Voor God kan men ook zeggen; de per­fecte Ethos in sommige gevallen.

*  Als ik het goed heb gezien, dan heeft u ook in het mediamiek doorge­geven schilderij, waarin de werking van de O.D.V. tot uiting is gebracht, 33 treden geschetst.

Ja, maar de 33 treden die daarin waren geschetst waren niet bedoeld als graden, maar zijn daarin aangebracht, omdat het doel van de O.D.V. in feite is: God te doen erkennen zonder een leer. De leer is onbelangrijk; de leer is middel. Bij elke trede zult u dan ook aan weerszijden koren of sferen vinden, die niet alleen maar in de hoogte rond de ster van de Orde zweven (of het kruis, dat er ook bij hoort), maar die overal aanwezig zijn, omdat we vanaf elke trede tot het hogere kunnen opstijgen. Maar eerst als we de integratie leren van alle z.g. waarheid en openbaringen op aarde tot de absolute innerlijke waarheid, kunnen we werkelijk binnengaan in het rijk van de perfecte mens, de Rode Adam of hoe je hem noemen wilt. Nu, dat is een stukje symboliek. Maar ik vind het toch wel leuk om het te vertellen.

*  Speelt bij het uitspreken van diverse getallen de magie van het geluid ook nog een aanvullende rol?

Dat is mogelijk, maar dat ligt aan degene, die het getal uitspreekt. Dat is dus de moeilijkheid. Want je kunt een getal op zoveel verschillende manieren intoneren, dat de werking daarvan totaal different is. Ik wil het wel demonstreren. Laten we 7 nemen, dat is eenvoudiger. Ik kan dus zeggen “zeven”. Dat zegt niets. Ik kan ook zeggen “ze‑e‑ven” en dan gaat het vibre­ren. Dan kan ik me ook de sferen daarbij voorstellen en kan ik ervan maken “ze‑e‑e‑ven” en dan zit er een zekere kracht in. Daaruit blijkt dus, dat het niet het getal zelf is of het uitspreken ervan, maar de manier waarop je het uitspreekt. Dat is bij de meeste, dingen zo. Zegt men ook onderling niet; “C’est le ton qui fait la musique”?

*  Hoe staat u tegenover het getal en de wiskunde, als ik denk aan het in­terpoleren van getallen in wiskundige formules enz. enz,

Ze kunnen een absolute waarde vormen zolang men het getal als een ab­stractie hanteert. Maar zodra we in de wiskundige formule aan het getal een bepaalde feitelijk waarde toekennen, kunnen we dat niet meer. Dat is juist de grote moeilijkheid. Wiskunde is een fantastisch mooie wetenschap en ze leert ons o.a. niet alleen getallen, maar ook ruimtelijke verhoudingen op een een­voudige wijze te vergelijken, te berekenen en ten slotte te herleiden tot de werkelijkheid. Maar zolang u in de wiskunde de formulering zelf als feitelijk gaat beschouwen en dus niet de waardering, die er eventueel aan verbonden zou kunnen zijn, dan komt u ‑ doordat het getal een eigen abstracte waarde heeft ‑ tot een uitkomst, die overdraagbaar kan zijn, maar waarbij de overdraag­baarheid afhankelijk is van het beantwoorden aan de eisen, die uit de bereke­ning zijn gebleken en door hetgeen waarin men het getal uitdrukt. Ik wil er nog wel één ding bij zeggen. U weet het waarschijnlijk niet allemaal, maar de Pythagoreeën gebruikten een vorm van wiskunde niet alleen om daarmee meditatieve processen tot stand te brengen, maar ook om toonhoogten te formuleren. Het overbrengen op de snaar bv.. Zij leerden dus de relaties zien. Dat relaties zien bestaat vandaag den dag nog, alleen noemen ze het geen Pythagorese filosofie meer maar biljarten. Want degene, die een goed bil­jarter is, observeert feiten, hij projecteert lijnen. Die lijnen moeten dan in mathematische verhoudingen staan. Er zijn dus verhoudingen bij. En als hij die complexe relatie juist heeft gezien, maakt hij de goede carambole.

*  Bij de getallenleer behoort ook wel de tarot. Wat voor rol speelt dat me­dium bij u?

De getallen, die aan de tarot zijn toegevoegd, behoren daarin niet thuis. De oorspronkelijke tarot of rota is van Egyptische oorsprong. Ze is later toege­past op spelen en kwamen eigenlijk pas in de 16e eeuw (de Franse periode) werkelijk in aanzien. Ze wordt vandaar in primitieve vorm overgebracht naar Span­je en werd daar op grond van wicheloverleveringen en ook van bepaalde kab­balistische overleveringen, die daar uit de moorse bezetting bestonden opnieuw geïnterpoleerd. Zo ontstond er dus wat we kunnen noemen de Spaanse tarot en de afwijkende en ook iets primitievere Franse tarot. De Franse tarot bevat geen getallen. In de Franse tarot heeft men ge­tracht de astrologie tot uitdrukking te brengen. In de Spaanse tarot werden oorspronkelijk wel getallen en geen sterren gehanteerd. De Egyptische tarot, die later herleefd is, is een filosofisch beschouwelijk systeem, later aan­gepast aan de joodse kabbala door verandering van enkele voorstellingen. Het werd dus in de eerste plaats een meditatieobject. Hier ziet u dus, dat de getallen er eigenlijk zijn bijgevoegd. Nu weet ik wel, dat men op het ogenblik z.g. tarotkaarten heeft, waarop u sterren, getallen, zelfs kleuren en ook nog andere symbolen kunt aantref­fen. Maar dan heeft u eigenlijk te maken met een tarot, waarin misschien nog wel een voorstelling is gehandhaafd, die bij de oorspronkelijke tarot of rota hoort, maar die tot een waarzegkaart is gemaakt.

*  In de leer van de kabbala worden de cijfers 11 en 22 nooit gereduceerd.

Dat zijn getallen, die men niet kan reduceren zonder hun werkelijke waar­de teniet te doen, omdat ze n.l. tegenstellingen van gelijke waarde zijn. Men doet het ook met 33 overigens zelden. Het is zo: 1 en 1.; God en God. Het is eigenlijk de God‑Duivel of Schep­per en Herschepper.

22 is de goddelijke kracht, maar ook de weerkaatsing van de menselijke kracht. Indien je deze getallen dus gaat herleiden, dan kom je in de abstracties ver­keerd te zitten, omdat je dan wordt verwezen naar een verkeerde hemelstructuur. Want vergeet u één ding niet. sedert “The garden of Pomgranates” is uit­gekomen (dat is geweest in 1100) is er eigenlijk in de herleiding volgens hiërarchie geen verandering meer gekomen. De hiërarchie, die daarin werd weer­gegeven, is wel eens wat uitgebreid en omgewerkt, maar ze blijft gehandhaafd. Indien we deze getallen dus zouden herleiden, zouden we met andere hemelnach­ten te maken krijgen, en dat is niet de bedoeling, terwijl we gelijktijdig de oor­spronkelijke betekenis of waarde teniet zouden doen en daarmede zouden terug­vallen op een te eenvoudige weergave. Overigens zijn er andere getallen, die ook niet worden herleid. Het getal 123 wordt meestal niet herleid. Maar u moet er wel rekening mee houden, dat de herleiding van getallen geen concrete waar­de heeft en dat elk systeem eigenlijk willekeurig is. Binnen het systeem is het niet willekeurig, want daar geldt de regel van het systeem. Maar dat het sys­teem zo reageert is t.a.v. de werkelijke feiten willekeurig.

*  Hecht u nog speciale waarde aan de getallen 11 en 22?

Persoonlijk niet. Maar dat is een zeer subjectieve kwestie. Vergeet u niet: met getallen kun je alleen dan werken, indien je er zo mee werkt als je zelf t.a.v. die getallen voelt. Dit is een kwestie van gevoelen. Laat mij het zo zeggen; De werkelijke waarden, die we uit de kosmos kunnen putten, zijn het resul­taat van meditatieve processen; maar om het meditatief proces te vereenvoudi­gen gebruiken wij systemen. Deze systemen bepalen dus niet het meditatieve proces, maar vormen voor mij de weg om het meditatieve proces voor ons op een eenvoudige wijze te volbrengen.

*  Wat is abacadabra?

Dat is in ieder geval niet iets wat u gemakkelijk terzijde kunt schuiven. Ofschoon het meestal voor zinloos gepraat of tovertaal wordt gebruikt. Abacadabra is het sleutelwoord van een z.g. magische driehoek, die gebaseerd is op de letter A aan de punt en het woord abacadabra, waarbij elke letter in een volledige reeks langs de kant voorkomt. Dus het is a‑ab‑aba‑abac enz. Deze getallen kunnen worden omgezet in cijfers en geven dan de basis voor een cijfervierkant. Het was oorspronkelijk een woord dat een zekere magische herhaling gaf en daarnaast een getalsvergelijkingsinhoud gaf, dat men eveneens magisch noemde. Er zijn vele magische vierkanten, getalsvierkanten.

Bijvoorbeeld een eenvoudige van 64 wordt aan een planeet toegeschreven. Degene, die dat cijfervierkant hanteert, beschikt in zekere zin over een har­monie met die planeetgeest, zo denkt men. Het is een uitdrukking van verhou­dingen en in zichzelf een weergave van de eigenschappen en groeperingen ervan Abacadabra is dus een woord dat op deze manier is ontstaan.

*  Was het oorspronkelijk niet een driehoek?

Het is een driehoek. Maar wij noemen ‑ en dat klinkt misschien vreemd ‑ elke cijfercombinatie, die een gelijkwaardigheid op alle kolommen of een ver­gelijkbaarheid op alle kolommen vertoont een cijfervierkant. Het is dus niet noodzakelijk dat zo’n tabel altijd precies vierkant is.

*  Heeft het ook niet de betekenis van “ziekte laat af”?

Het word oorspronkelijk wel als zodanig gebruikt. Meestal werd het ge­bruikt om ofwel geesten te verwijderen, dan wel dienende geesten van meer ele­mentaire aard (natuurgeesten) aan te trekken en te beheersen. Dat is een bij­geloof. Dan komen we eigenlijk weer in de richting van de talisman, die o.a. Paracelsus nog heeft gebruikt. De talisman, die ten doel heeft om kosmische krachten, die door symbolen worden weergegeven, op een zodanige wijze in even­wicht te brengen, dat ofwel de mens zelf in evenwicht komt, dan wel dat hij door de bewuste hantering van de symbolen en wat erachter ligt tot een zekere beheersing komt van het andere. Dat is allemaal een kwestie van symbolen. U kunt inderdaad met sferen, met hogere krachten in contact komen, maar dat ligt niet aan een toverspreuk. Het ligt aan uw persoonlijke instelling. De toverspreuk kan u misschien helpen om die instelling te bereiken. Maar het betekent dus niet, dat het op zichzelf kracht of macht heeft.

*   Je moet er waarde aan hechten.

Je moet er zelf de waarde aan geven. Het is niet alleen maar een kwestie van geven, het is een kwestie van vertrouwen. Laat mij het zo formuleren: Als wij persoonlijk aan iets geloven, dan kennen we voor onszelf daaraan een waarde toe, die niet klaarblijkelijk is. Door krachtens ons geloof een be­roep te doen op die waarde bereiken wij voor onszelf een ontplooiing van moge­lijkheden, die wij ‑ aangezien we ze niet bewust kennen of niet bewust kunnen of durven hanteren ‑ anders niet zouden kunnen gebruiken. Daarop komt het ei­genlijk neer. Dat is de basis van de hele magie, dat is de basis van de cijfer­systemen, dat is de basis van alle waarden, die men voor getallen kent. Het is eigenlijk geloof. Ja, zelfs uw moderne geldomloop is een kwestie van geloof, want al dat geld dat er op de giro staat is er heus niet; maar het werkt wel.

Dan gaan we nu sluiten. We zijn vandaag misschien niet erg op de wetenschappelijke toer gegaan, dat weet ik wel. Maar naarmate wij onderwerpen als deze serieuzer gaan uitplui­zen en er ons meer mee bezig houden, vergeten wij ook meer dat zij niet reëel zijn. Niets is zo belangrijk voor de mens als de subjectiviteit der dingen te begrijpen. Je eigen waardering, je geloof, je innerlijk, je instelling zijn veel belangrijker dan getallen en systemen. Een systeem kan hoogstens een aanleiding zijn om jezelf beter te leren kennen of beheersen, maar het is nooit zo, dat het systeem betekent dat je dat zult doen. Daarom heb ik het eigenlijk een beetje aan de lichte kant gehouden.

Ik heb geprobeerd u duidelijk te maken, dat u met getallen veel kunt doen, maar u kunt het zonder getallen ook, indien u voor uzelf maar die sleutel vindt, waardoor al die verborgen faculteiten in uw wezen aan het werk gaan. U weet wat er morgen gebeurt, omdat het voor u in uw persoonlijke sfeer een bijna onontkoombare waarschijnlijkheid is. Maar indien u het beredeneert, dan verwerpt u juist die mogelijkheden, die misschien waar worden; en daar kan een getal u misschien helpen. Als u uzelf ontleedt, dan doet u dat aan de hand van redeneringen. Als u iets heeft, waardoor die redenering terzijde wordt gesteld, dan komt u misschien veel dichter bij de waarheid, omdat u niet meer de behoefte heeft de zaak te ra­tionaliseren. U stelt eerst vast en van daaruit erkent u pas. Daarom zou ik zeggen: de waarde van de getallen kan heel groot zijn, indien je ze op de juiste wijze hanteert: als een middel om van op zich volledig subjectieve interpretaties toch te komen tot een erkenning van een meer objectieve waarheid. Ons hele leven wordt door de subjectiviteit van onze ervaringen beperkt en bepaald. De objectiviteit, die we bereiken, is slechts zeer gedeeltelijk. Maar in onszelf erkennende dat we subjectief zijn, kunnen wij van reëel bestaande waarden en mogelijkheden in onszelf en in de wereld veel beter gebruik maken, zelfs indien we nog niet geheel kunnen overzien wat ze betekenen.

Dat ik dit in mijn betoog eigenlijk het hoofdthema heb gemaakt, moet u me maar niet kwalijk nemen. Want het is bijna zielig vaak om te zien hoe mensen, die in zich zo enorm veel mogelijkheden hebben, doordat zij niet begrijpen hoe zeer de subjectieve waarde en benadering bepalend zijn, hun eigen krachten en mogelijkheden verbergen of zelfs teniet doen door zich aan systemen te houden. Wees u zelf. Werk met alle middelen, die u helpen om ‑ middels uw eigen geloof, uw vertrouwen misschien ‑ te komen tot de openbaring van uw werkelijke mogelijkheden en uw werkelijk wezen. Als u dat kunt doen, dan kunt u terecht zeggen: Ik heb de waarde der getallen begrepen. Ze zijn de abstracte omschrijving van de oneindigheid, die ik mij niet als geheel doch slechts in op zich misschien zinloze delen kan voorstellen.

De waarde der getallen is het voorstellingsvermogen voor het onvoorstelbare dat ik eruit put.

De waarde der getallen is: het werktuig te zijn voor de mens, die boven alle getallen uit moet stijgen wil hij de werkelijkheid van zijn persoon en wezen kunnen waarmaken.