De waarde van meditatie en gebed

image_pdf

03-02-1964

Veel mensen vragen zich af: wanneer ik bid haalt dat nu werkelijk wat uit? Er zijn veel mensen die hun leven lang bidden om iets en het niet krijgen. Volgens hen zou het gebed dus niets waard zijn. Soms wordt ons gezegd: Bid maar goed, later krijg je daar wat voor. Dat vind ik ook vreemd en ik denk dat men dat op aarde wel met me eens is. Wanneer iemand tegen u zegt: Betaal elke dag 100 gulden, na je dood krijg je er wat moois voor, krijgt u dan ook niet het idee dat zo iemand gek is?

En dat zelfde geldt ook voor meditatie. “Ga mediteren”, zegt men “en je wordt bewust”. Maar er zijn mensen die jaren mediteren en ze komen geen stap verder. “Keer in uzelve en leer uzelf kennen”. Er zijn mensen die beweren dat ze het hebben klaar gespeeld, maar als je ze ontmoet zeg je: er mankeert nog wel wat aan.

Dus, het is belangrijk om nu eens na te gaan wat de feitelijke achtergrond is. En daarom begin ik maar bij het begin. Wanneer ik bid, wat doe ik dan? In feite concentreer ik mij en richt mij tot een onbekende God, tot het Hogere. Maar in feite doe ik niets anders dan mijn eigen situatie opsommen. Ik ga mijzelf vertellen wat ik heb, daar komt het op neer, of dat ik niet voldoende kan of niet voldoende ben.

Een mens die denkt, straalt gedachten uit. Een gedachte die geconcentreerd wordt uitgestraald, zal de omgeving bereiken en soms ook beïnvloeden. Wanneer die gedachte harmonisch is en daardoor elders gelijksoortige elementen vindt, blijkt zij zich over te plaatsen en dan kunnen wij elders een dadendrang zien.

Wanneer ik aanneem dat zoiets onder mensen mogelijk is en ik geloof in een hiernamaals, in een God, dan kun je ook aannemen dat een gedachte daarmee harmonisch kan zijn en dan is dus de vraag niet meer: “Bid ik nu wel goed?” maar: “Is datgene waaruit mijn bidden voortkomt wel gezond?” en dan krijg je rare geschiedenissen mee te maken. Je kunt dus bidden en geen antwoord krijgen.

Is dat gebed dan nutteloos? Wanneer het geleid heeft tot een zuivere realisatie van je probleem en behoefte, dan heeft het zijn nut in zich gedragen. Het was nuttig als een oefening in zelfrealisatie.

Ik bid en krijg geen onmiddellijk antwoord, maar ik heb het gevoel dat er iets verandert. Dat kan suggestie zijn, zuiver emotioneel, maar wanneer ‘dit gebed’ mij een grotere zekerheid geeft, een grotere veerkracht, dan heb daarmee alweer een deel van het gebed werkelijk gemaakt. Dan hoef ik niet eens te spreken over een hogere kracht, die al of niet ingrijpt, nee, ik heb het zelf eigenlijk al gedaan.

Stel nu echter dat mijn gebed werkelijk mijn wezen uitdrukt, mijn probleem, mijn toestand van dit ogenblik, dan zal dat gebed een uitdrukking zijn van een zekere onevenwichtigheid. Maar er zit ook gelijktijdig in, het verlangen naar evenwichtigheid. Daar zit nu de knoop.

Mijn wil, mijn streven, mijn verlangen worden uitgedrukt in andere werelden. De wereld rond mij en alles wat daarmee een klein tikje harmonisch is – waar een zekere sympathie bestaat – zal mij antwoorden. Dan krijg ik, wat men noemt, de directe gebedsverhoring. Nu vind ik dat een vervelende term. Het doet zo’n beetje denken aan een bestelling die onmiddellijk wordt gebracht, maar er zijn inderdaad – en laten we dat vooral niet vergeten – bepaalde gebeden die uitkomen. Dus die beantwoord worden zonder meer.

Ik zou zeggen wanneer een gebed ten doel heeft een bereiking mogelijk te maken, dus zelf iets verder te komen, dan is dit alleen mogelijk wanneer het gebed zonder allerhande hypocrisie (zelfverloochening, zelfbegoocheling, zelfbedrog) is. Maar wanneer het “ik” eerlijk oprecht en volledig zichzelf geeft in dit gebed, zal het ongetwijfeld een antwoord kunnen afdwingen.

Dan komt er nog een vraag bij, dat is die van het geloof. Ik weet niet of u wel eens mensen hebt zien bidden die wel geloven, maar eigenlijk niet helemaal, voor wie het geloof eigenlijk een rite is geworden waarmee ze leven. Die mensen roffelen vaak het “Onze Vader” af. Als dat dan een gebed moet voorstellen, is dat de grootste vergissing die er kan bestaan. Ook zijn er mensen die “God zegen je” zeggen, wanneer zij eigenlijk bedoelen Gvd; ik ben ervan overtuigd dat het “God zegen u” door zijn intentie in feite een vervloeking is.

Dus wij komen ook hier weer terecht op de vraag: wat moet er achter zitten? In de eerste plaats een bewustzijn van wat wij bidden. Wanneer wij alleen het “Onze Vader” nemen en je denkt daarover na, dan is dat eigenlijk meteen een soort oefening in meditatie.

“Onze Vader”: Het begrip “Vader” al.  Voortbrengen. Beschermen. “Die in de Hemelen zijt” Gij, die zijt in die staat die wij begeren, maar nog niet bereikt hebben.  Als je zo verder gaat wordt het een meditatie.

Maar stel nu dat een mens dus gelooft. Hij gelooft in die Vader en hij geloof aan al wat er verder bestaat. Wanneer hij nu zegt: “Vader help mij”, dan is dat niet zo zeer een verzoek meer. Hij gelooft dat de Vader hem helpt en het beste voor hem doet. Hij zegt niet in feite: “Vader doe nou iets voor mij”, maar: “Vader ik weet er geen raad meer mee. Gij doet het beste voor mij, help mij om dat te beseffen.” De mens stelt dus zijn eigen onvolmaaktheid tegenover een volmaaktheid die hij als volledig en blijvend actief erkent.

Ik weet niet of u het daarmee eens bent, maar volgens mij ligt het zo. Dan wordt dit geloof op zichzelf een compensatie van de menselijke begripswereld.

Wanneer iemand die normaal niet bekwaam is tot iets, doordat zijn denken de verwerkelijking onmogelijk maakt en wij schakelen een geloofsfactor in – een hypnose of een suggestiefactor – dan kan die zelfde mens wel in staat zijn om iets tot stand te brengen. Een eenvoudig voorbeeld: Iemand die niet piano kan spelen, zou dit door een hypnotiseur ook niet kunnen. Maar iemand die niet “en plein public” piano kan spelen, maar in zich een voldoende vaardigheid bezit, kan door middel van een hypnotiseur er toe gebracht worden ook “en plein public” zo goed te spelen dan anders, en misschien – gezien het zelfvertrouwen – nog iets beter.

Ik geloof, dat we het geloof ook op die manier moeten zien. Het maakt ons niet tot meer dan wij zijn, maar het geloof geeft ons een zekerheid waardoor ons eigen begrip van onjuistheid en onvolledigheid vervangen wordt door het begrip van kunnen. En dan kunnen we inderdaad.

Wanneer een mens onder suggestie is, dan kan men zelfs lichamelijke verwondingen doen ontstaan, bv. een brandblaar wanneer je iemand met een ijspegel aanraakt terwijl je hem vertelt dat het een rood gloeiend mes is.

Wanneer ik tot God bid, dan zal mijn geloof in God waarschijnlijk groter zijn dan in het rood gloeiende mes. Zal dan dat geloof ook niet in staat zijn om binnen de mogelijkheden van het lichaam, veranderingen ogenblikkelijk tot stand te brengen, plus ook genezing? Zal het niet mogelijk zijn om psychische verwarringen op te lossen, alleen door dit zelfvertrouwen? Volgens mij is dat absoluut het geval.

En zo kan ik dus zeggen, dat nog steeds een gebed, dat uit geloof voortkomt en gebaseerd is op erkenning van noodzakende waarden beantwoord zal worden.

Nu heb ik het daarnet ook nog gehad over harmonie. Wanneer er een harmonie bestaat met een grotere eenheid, een god of een engel, of hoe u het noemen wilt, dan zal die engel actief worden. Wanneer wij iemand willen helpen, maar die pas onze aandacht kan verkrijgen door ons aan te stoten, dan zou je kunnen zeggen dat de actie van het aanstoten identiek is met het begin van de hulp. Er zullen ongetwijfeld veel krachten bestaan, die een mens in nood graag willen helpen, maar die eenvoudig niet weten waar die nood op dat ogenblik is. Het geconcentreerde gebed kan voor hem een aanstoten zijn, de verwantschap tussen zijn wezen en denken en dat van degene die bidt is al meer dan voldoende om een reactie te verwekken.

Nog steeds laten wij God buiten beschouwing. We hebben het alleen nog maar over geesten, dus over dat kleine beetje meer dan het zuiver stoffelijke dat bestaat, ook al weet men niet wat het is. Neem ik echter aan dat er werkelijk een almachtige God is, dan moet ik ook aannemen dat die God zijn wetten heeft gesteld. En dan geloof ik dat we ook mogen zeggen: een gebed dat met die wetten strookt, zal een verwerkelijking mogelijk maken. Elk gebed dat tegen de wetten ingaat, is zonder meer nutteloos en zal nooit een resultaat kunnen hebben.

Om nu nog eens te recapituleren:

  1. Bidden kan op zichzelf reeds op zuiver psychologische gronden goed resultaat hebben.
  2. Zover het bovennatuurlijke krachten betreft, is het opgaan van de mens in zijn gebed een eerste vereiste. Eerst daardoor is het mogelijk dat harmonieën met bovenmenselijke of bovennatuurlijke (zoals men zegt) krachten ontstaan. Is die harmonie er eenmaal, dan komt een deel van de kracht van het bovennatuurlijke voor de mens ter beschikking.
  3. Een gebed gericht tot God, heeft alleen dan zin wanneer het in overeenstemming is met de goddelijke wetten. Op het ogenblik dat het gebed daarmee niet in overeenstemming is of tracht die wetten voor het “ik” veranderd of opgeheven te krijgen, zal het niet gelden.

Nu wil ik even overgaan naar meditatie. Ik kan mediteren bv. over de lijdende mensheid. Ik ga mij voorstellen hoe die mensheid lijdt. Alle mensen in hospitalen, mensen die op dit ogenblik, bij wijze van spreken, tussen scheurend blik en ijzer gemangeld en gekraakt worden in een verkeersongeluk. De mensen die gejaagd worden door hun angstdromen ergens in een krankzinnigengesticht. De mensen die geen vrede hebben met hun leven. Al die mensen samen. Dan vraag je je af, is er dan niets dat hen helpen kan. En dan kom je tot de conclusie: Ja. Want de ziekte op zichzelf is niet ernstig. Ernstig is de gemoedsgesteldheid die ermee gepaard gaat. Ik zie zelfs zieken die niet ziek zijn omdat het lichaam noodzakelijk ziek moet zijn, maar alleen omdat zij in hun denken niet in staat zijn de gezondheid terug te vinden.

Nu heb ik daarmee voor mijzelf niet alleen een harmonie geschapen met de lijdende mens, maar ik heb ook nog iets anders tot stand gebracht. Ik heb door mijn eigen begrippen mogelijk gemaakt een aanvullende gedachte te geven. Mijn meditatie gaat dus veel verder dan alleen maar de overweging. Zij wordt tot een kracht die ik uitzend. Het heeft dus volledig zin.

Als ik echter mediteer met een zekere bevooroordeeldheid schep ik alleen maar waan, illusie. Mediteer ik echter goed, dan ga ik afwegen en dan krijg ik begrip voor datgene dat belangrijk is. En dat is niet bv. het al of niet erkennen van een staat, maar dat is het bereiken van een samengaan, niet alleen maar een co-existentie, neen, werkelijke vrede. En vrede wil zeggen: elkaar iets van geluk en van vreugde geven. En alleen door het overwegen van de feiten, zo goed als je ze kunt zien, plus de behoefte aan vrede, die in jezelf en in zo onnoemlijk velen leeft, heb je al iets bereikt. Je hebt door je meditatie – of je het weet of niet – een soort kettingreactie veroorzaakt. En die vredesbehoefte is een belangrijk element.

De meditatie maakt het ons dus mogelijk niet alleen maar voor onszelf de wereld een beetje beter te kennen en misschien ook onszelf, maar ze maakt het ons alweer mogelijk, net als het gebed, om tot op zekere hoogte in de wereld rond je reacties te wekken. Naarmate het “ik” meer opgaat in gebed of meditatie zal een grotere resonans in de omgeving ontstaan. Gelijktijdig zullen alle harmonisch denkende mensen, ongeacht waar zij vertoeven of hoe zij bestaan, op deze uitstraling van het “ik” kunnen reageren en zo een versterking en bevestiging betekenen van wat men in zichzelf draagt.

Gebed en meditatie tezamen + bepaalde vormen van contemplatie en zelfs bepaalde wijzen van daadgebed, vormen gezamenlijk een stimulans voor anderen die via niet stoffelijke kanalen wordt overgebracht. Naarmate wij hoger grijpen en verder doordringen in de werkelijkheid van dit geestelijk “zijn”, dit geestelijke “ik”, zullen we niet alleen grotere resultaten in de materie kennen, maar gelijktijdig groter overzicht gewinnen over al datgene dat er rond ons bestaat.

Nu heb ik hier een eigenaardig voorbeeld dat voor u misschien interessant is. Jezus nadert Jerusalem en de stad ziende, weent Hij over haar. En u kent het: “Jerusalem uw straten zullen gebaad zijn in bloed” enz. Hij ziet kennelijk vooruit en Hij weet wat de mogelijkheden zijn. Want dit is Jezus die uitgrijpt, die in harmonie is en die daardoor heeft kunnen genezen, wonderen heeft kunnen doen, het juiste woord heeft kunnen vinden, altijd weer en die hier ook profeteert uit diezelfde gesteldheid. Vergelijk dat nu eens met Jezus in de Hof van Olijven. Die Jezus bidt, maar nu is dat ons letterlijk overgeleverd (of het juist is weten we niet, ik neem aan dat het een kwestie van horen zeggen is). Hij heeft gezegd: “Vader, indien het Uw Wil is, laat deze kelk aan mij voorbij gaan”.

Een heel typisch gebed en wat meer is, we horen niet dat er een antwoord is. Overal elders horen we a.h.w. dat Jezus het antwoord van De Vader verkondigt. Hier niet. Waarom? Jezus bad hier voor Zich. En mens zijnde, was Hij in dit opzicht ook aan de menselijke beperkingen onderhevig naar ik meen. Zodra wij alleen voor onszelf bidden is dit egocentrisch en egoïstisch, hoe goed onze verdere bedoelingen ook mogen zijn. Hoezeer wij daarin ook op mogen gaan, wij richten ons op dat ogenblik niet tot het levende, tot de wereld, tot de kosmos, maar tot onszelf en wij kunnen onszelf geen antwoord geven op de vraag die wij stellen. Jezus is een groot mens geweest, ook buiten wat hij verder was, want Hij was in staat om te begrijpen uit het uitblijven van een antwoord, wát het antwoord was. Ik heb hier iets gevraagd dat niet past bij Mij. Dat verklaart Zijn rust, wanneer eenmaal het ogenblik gekomen is. Waarom? Ik zal proberen om het duidelijk te maken.

Wanneer u bidt, dan geeft u iets van uzelf aan het Al. Wie bidt voor anderen, voor een gemeenschap, wie gedachten uitzendt voor allen, die is niet afgescheiden van het Al. Hij stelt geen grenzen, integendeel, vanuit zich probeert hij de grenzen te verbreken tussen ik en Al; hij wil a.h.w. leven in de grootheid van dat alles. Er is dus niets dat die mens belet om werkelijk te bidden.

Maar nu als een mens alleen voor zich bidt, bv.: “Heer, geef dat het mij goed gaat”, dan kun je best begrijpen dat het anderen daardoor eigenlijk slechter zou moeten gaan, als je je zin krijgt.

En er zijn ook anderen die zichzelf verheffen. Ze willen zich verheffen in de ogen van de Heer( zoals dat heet). Daar kan ik u ook een voorbeeld van geven: “Heer, ik las vandaag de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar. O Heer, hoe dankbaar ben ik dat ik niet ben als deze farizeeër”. Degene die de gelijkenis kent, voelt de ironie. Voelt u hoe men zich onbewust tot farizeeër maakt?

Het is niet de wet die ons doet leven, wij zijn het die de wet doen leven. Het is niet onze feitelijke toestand die onze verhouding tot God bepaalt, het is onze feitelijke verhouding tot God die onze toestand bepaalt. Zodra we het om gaan draaien, dan wijzen we God en alles af. God’s wet is harmonie, geen disharmonie.

Ik geloof dat het goed is om ook hier, vooral voor hen die graag mediteren, eens te wijzen op de buitengewoon grote waarde van de gelijkenissen. “Al is uw geloof slechts als een mosterdzaadje….”, zo begint er één. Al hebben we nog maar zo weinig geloof, wanneer we ons op dat geloof baseren, dan groeit het, dan wordt het een boom, een struik die ons schaduw geeft, die ons beschermt. Als u daar eens over nadenkt, mediterend, dan kom je tot de conclusie dat het niet belangrijk is dat je “alles” gelooft wat men van je eist dat je gelooft, maar dat je “iets” gelooft. Al is het nog maar zo’n klein ietsepietsje van geloof. Als je dat maar hebt, dan is dat het begin.

Waar een “geloof” – dus de aanvaarding van de kosmos en God – bestaat, daar zal dit zichzelf versterken. Waar het geloof niet is, of waar het te klein is, bereiken we niets. Waar we “alles” willen geloven zijn we machteloos. Dat is een heel typisch iets.

Als u dus de waarde wilt definiëren van bidden en meditatie, dan is het toch wel belangrijk dat we daar rekening mee houden. De waarde ligt niet in de duur van het gebed, maar in de volledige overgave van het “ik” binnen het gebed. Met dat ene kleine gebed: “God maak mij sterk, opdat ik anderen naar boven kan helpen”, dat werkt onmiddellijk en dat werkt niet alleen nu, want wanneer een gebed waarde heeft, dan is die waarde niet beperkt. U denkt misschien, dat als je zegt: “Ach, God help me nu om mijn buurman van de reumatiek af te helpen”, dat het bij die reumatiek blijft. Neen, want het gebed antwoordt via de goddelijke wet, dat is niet alleen maar die reumatiek, maar dat is het geven van levenskracht, van gezondheid, dat is het vinden van de juiste wijze tot helpen. En hoe meer je dus bidt (ook al is het maar in een enkel geval te kunnen helpen), hoe meer je in het geheel zult leren helpen. Hoe meer je jezelf daarbij op de voorgrond schuift, hoe minder goed en hoe minder je aan jezelf denkt hoe beter.

Elk gebed dat resulteert in wat we kunnen noemen een harmonie en daardoor een resultaat, is blijvend. De betekenis van een gebed is zeer groot, wanneer er juist wordt gebeden. Het gebed is voor ons de sleutel tot ons eigen wezen, niet alleen doordat het materieel bestaat, maar ook zoals het in alle sferen bestaat. Het grote Ego, het Super-Ego of het grote IK. Deze sleutel gevonden hebbend, zullen wij voor elke maal dat wij iets in dat grotere Ik bereiken of vinden, een blijvende waarde hebben. Dit kan niet meer teloor gaan. U bent dus niet op zichzelf waardevol, nogmaals, maar het is waardevol door wat wij ermee bereiken.

Elk gebed dat een harmonie met het Hogere tot stand brengt, heeft een blijvend effect. Dan kan verder nog worden gesteld, dat het goed is mits men zich aan de regels kan houden om veel te bidden. Want dit gebed heeft een cumulatief effect. Hoe meer ik bid en hoe minder ik daarbij aan mijzelf denk, hoe groter mijn harmonie wordt, hoe groter het totaal resultaat wordt.

In het begin is het heel moeilijk om te mediteren. Het is buitengewoon moeilijk om niet steeds alles op onszelf te betrekken. De eenvoudigste weg is meestal om ons voor te stellen dat wijzelf identiek zijn met het andere of iets, of iemand anders. Maar wanneer wij mediteren wordt het langzaam maar zeker niet alleen meer een overweging, maar een sleutel tot ons werkelijke wezen.

Het betekent voor ons een benadering van die eigenaardige toestand die men wel verrukking noemt. De toestand waarin men – van zinnen zijnde – zich eenvoudig niet meer stoort aan wat volgens de mensen vaste wetten zijn. Rustig 20 dagen achter elkaar gehurkt zitten, niet eten, niet drinken en nog zo gezond blijven als een hoentje. In de lucht zweven op een paar meter hoogte desnoods. Allemaal dingen die onmogelijk zijn volgens de mensen, maar die wel eens voor komen. En wanneer ze voorkomen, dan heeft die mens in die verrukking iets anders bereikt. Hij heeft zich los gemaakt van alle wetten die niet eeuwig zijn en daardoor dus een éénheid bereikt met de schepping, het evenbeeld God’s. Ook hier weer: het is een cumulatief proces. Eén keer mediteren haalt weinig uit, honderd keer mediteren iets meer, maar iemand die regelmatig mediteert, bereikt een innerlijke gesteldheid waardoor hij veel meer is, veel meer voor anderen kan zijn en veel juister de werkelijkheid erkent dan ieder ander. Ik geloof dat daarmee de waarde al aardig bekend gemaakt is.

Wanneer ik dus nu mijn gedachte eens laat gaan, dan kom ik verder tot de vraag of ik een definitie zou kunnen geven van juist en onjuist gebed en van juiste en onjuiste meditatie. Iets dat betrekkelijk moeilijk is, omdat je niet goed alle soorten van gebed en meditatie kunt vangen, maar ik geloof toch dat je er wel een paar dingen van kunt zeggen.

Een ritueel gebed heeft alleen dan zin, wanneer men – opgaande in de rite – deze in de plaats stelt van een werkelijkheid. Zodra de rite een uitdrukking wordt van een grotere werkelijkheid, waarin men deel is maar niet hoofdpersoon, zal het ritueel gebed een bevrijding van vele beperkingen van het ik betekenen, een verlichting en grotere mogelijkheden. Het persoonlijk gebed, mits niet gericht op het ik, is een verwijding van eigen horizon, een juister erkenning van eigen krachten en mogelijkheden en vaak een aanvulling van eigen begrippen van onvermogen of onvolmaaktheid, waardoor deze soms ophouden te bestaan.

Een groepsgebed – dat dus niet ritueel is en niet gebonden aan een vaste formule – kan zijn: het scheppen van een gezamenlijke harmonie en sfeer van zodanige kracht en sterkte, dat het (de wereld en de sferen beïnvloedend) helpt om alles wat volgens de goddelijke wet juist is binnen het gebed, tot werkelijkheid te maken, daarbij de biddende versterkend en zijn krachten richtend op het doel dat in het gebed werd gesteld.

Het daadgebed is het volbrengen van een handeling of handelingen ter ere van God, vaak met – wat men noemt – een bepaalde intentie. Voorbeeld: er zijn monniken, die bidden door eenvoudig te eggen, te ploegen, kippen te verzorgen of vloeren te dweilen. Hun gebed echter ligt hier in het feit, dat zij hun gehele lichaam met alle bezigheden beschouwen als een extensie van het goddelijke, de goddelijke Wet of Wil door die daad vervullend. Nu geloof ik niet dat God er van houdt om vloeren te dweilen, misschien wel, ik ken Hem niet goed genoeg, maar het zou mij vreemd voorkomen en ik kan mij God ook niet goed voorstellen terwijl Hij koeien zit te melken of mest op het land uitstrooit. Maar de mens die dit doet, drukt met die handeling dan ook niet uit dat God zo wil handelen, soms denkt hij het, maar hij drukt in feite uit, zijn deelgenootschap in de goddelijke schepping en zo zijn deel-zijn ook van het goddelijk scheppingsvermogen. Hij neemt door de daad plaats in de goddelijke Wil en wordt een directe extensie ervan. Het resultaat is dat al wat hij binnen deze wil en wet als juist erkent, door hem gemakkelijker verwezenlijkt wordt, sneller en juister verwezenlijkt wordt dan op menig andere wijze maar denkbaar is. Het gebed uit de daad is vaak krachtiger en intenser dan alle andere genoemde soorten. De grote belangrijkheid ligt hierin, dat een volledige en bewuste overgave plus werkzaamheid volgens de goddelijke Wil bereikt wordt.

Dan hebben we nog een laatste soort gebed, dat zou ik noemen het mystiek gebed. Wij kunnen wel eens bidden op een manier die eigenlijk helemaal niet meer op een gebed lijkt. Wanneer ik zeg: “Uit de Naam van de Allerhoogste zeg ik u: “Weest verheugd”, dan is dat een gebed. Geen bevel. Want ik, ik ben onbelangrijk; de Allerhoogste erken ik als vreugde en deze erkenning geef ik weer, maar ik geef daarmee ook de kracht van die Allerhoogste weer. Resultaat is dat dus door deze mystieke uitingen, die gebaseerd zijn vaak op een intense mystieke beleving, de goddelijke Kracht ook weer op aarde tot uitdrukking komt.

Het mystieke gebed heeft een groot voordeel. Door de vereenzelviging die het “ik” ondergaat met het hogere, wordt het tijdelijk tot directe weergave of extensie van dit hogere. Niet volgens eigen bewustzijn, maar krachtens de bestaande harmonie. Er is dus geen onderscheid meer tussen datgene waaruit men spreekt: het ik. Er is geen verschil te bekennen tussen de kracht die het Hogere bezit en de kracht die het “ik” op dat ogenblik uitstraalt.

U zult begrijpen dat al deze soorten van gebed inderdaad nuttig zijn. Laten we echter niet vergeten dat elk gebed dat een soort boodschappenlijstje is voor God, uit de aard der zaak al gevaarlijk is. Wanneer het boodschappenlijstje een bestelling inhoudt voor onszelf alleen, dan is het niet slechts gevaarlijk, maar nutteloos. Wanneer wij mediteren, dan zal elke meditatie op zich een harmonische waarde moeten hebben.

Een meditatie die gebaseerd is op inzicht in de mens, betekent het bereiken van een zekere geestelijke éénheid met de mens. Zover als deze éénheid bestaat, is hieruit niet slechts inzicht maar ook kracht te ontnemen.

Een meditatie, die gericht is op het Hogere, zal over het algemeen een verliezen van het ik beogen in dit Hogere. Op het ogenblik dat dit plaats vindt, worden de krachten van het Hogere geabsorbeerd en tot drijfveren voor eigen daden en handelingen, maar óók de dragende krachten van eigen gedachten, zoals die uitgestraald worden over de wereld.

De meditatie die voert tot het verliezen van het ik, betekent een één worden met alle hogere krachten. Ze heeft het nadeel, dat eigen wil en eigen streven minder sterk op de voorgrond treden. Ze heeft het voordeel echter dat hogere kracht onbeperkt geuit kan worden.

De meditatievormen die eindigen in een bewuste uitzending van kracht of gedachte krijgen hier vaak een zeker ritueel karakter. Er bestaan methoden van mediteren waarbij de meditatie wordt gevolgd door een incantatie, door een soort bezwering of formule. In deze gevallen moeten we er rekening mee houden, dat het niet de formule is die de waarde van de meditatie bepaalt, maar omgekeerd. Het is de inhoud van de meditatie, die door de formule wordt verklankt en nogmaals versterkt uitgezonden. Het is belangrijk hierbij verder te constateren dat waar men éénheid en harmonie kent, de werking moeilijk overschat kan worden. En op die manier hebben we dus ook weer een hoop waarde vastgesteld.

Meditatie op zich is geen spel. Wie gemakkelijk mediteert, maakt het zichzelf niet moeilijk genoeg. Het streven, de moeite die men zich geeft, is bij de meditatie vaak van groter belang dan de directe samenhang van de opgebouwde gedachtebeelden. De erkenningen die in de meditatie gelegen zijn, ons streven als belangrijkste factor, maakt het ons nl. mogelijk het ik a.h.w. te verlaten en een grotere wereld – zij het tijdelijk – te betreden.

Nu dat zijn een paar definities van de goede kanten.

Verkeerd mediteren:

  1. Elke vorm van meditatie waarbij het eigen ik als belangrijk wordt gesteld, zelfs wanneer het ik als krachtcentrum voor anderen wordt gesteld, betekent een begrenzing van de mogelijkheden die in de meditatie zijn gelegen; vaak daarnaast een afscherming van het ik voor een geheel of een deel van de wereld. Dit is niet wenselijk.
  2. Elke meditatie die zich alleen bezig houdt met eigen nut of eigen inzicht en daarbij niet een grotere éénheid met het Al beoogt, is uit zichzelf nutteloos. Iemand die van één ding alles afweet en van de rest niets, kan nog niet goed leven. Als u ontzettend hard kunt lopen, u bent de meest perfecte hardloper van de wereld en u kunt niet zien, dan blijft u toch nog strompelen en vallen. Onthoudt dit bij uw meditaties.

Wanneer u krachten wenst op te roepen, bedenk dan wel dat het oproepen op zichzelf niet zo erg gebonden is aan sfeer en tijd en stijl en weet ik wat nog al meer. Het is uw meditatie zelf waardoor de sfeer wordt gevormd. Het is uw meditatie zelf die inhoud geeft aan de incantatie of de bezwering die u voortbrengt. Ga steeds uit van een verliezen van uzelf. Hoe groter de wereld die u in uzelf bevat, hoe groter de werking van uw meditatie, zowel voor eigen bewustzijn als voor krachten voor anderen.

Nou, en dan ten laatste nog eventjes een misvatting. Niemand kan beter bidden dan een ander. Ik weet niet of dat een schok is. Er zijn mensen nl. die denken dat zij zo mooi kunnen bidden. Zodra je bidden mooi moet zijn, is het niet meer gemeend. Onthoud dat niemand beter bidt dan een ander, omdat alleen eigen oprechtheid en overgave belangrijk zijn. Niemand kan beter mediteren dan een ander, want men kan slechts streven tot het uiterste. Zodra men tot dit streven komt, is de meditatie van de hoogste waarde. Is dit streven niet aanwezig, dan zal – ongeacht de mooie opbouw – verder er geen belang aan worden bijgebracht.

En nu nog één ding. Er was iemand die zei: “Nu ik dat geleerd heb, zal ik eens gaan bidden en mediteren dat de wereld ervan kraakt.”

Houd mij ten goede, hij wilde God spelen. Dat kan niet volgens de goddelijke wet. Hij maakte zijn eigen pogingen bij voorbaat nutteloos. In meditatie en gebed is de belangrijkste regel steeds allereerst de erkenning van het hoogste, dus God. Wie erkent dat God’s wil a.h.w. wet is, dat God’s wil bepaald niet eigen inzicht in de meditatie erkent, dat de goddelijke waarden alle begripswaarden te boven gaan, zal de juiste resultaten krijgen, want hij is harmonisch met zijn God. Wie echter heerlijk zelf gaat vertellen wat er moet gebeuren, is over het algemeen fout.

Eigenlijk moet ik uitscheiden, maar ik heb iemand horen bidden. Toen ik die zo bezig hoorde, dacht ik: arme God wat een kritiek krijg je daar te verwerken. Daar is iemand die kan het veel beter dan jij zoals hij denkt. Wie zichzelf tot God maakt, verwerpt zichzelf tot de grootste isolatie. En ik heb eens iemand zien mediteren, ik schakelde in in die gedachten, nou dat was fantastisch! Bergen, stromen, dromen en werkelijkheid, grote rivieren en wouden met wilde dieren. Werkelijk als je die man zag, het leek wel een cinecolor techniscope of hoe heet dat, reisfilm van de eeuwige velden. Toen hij zich ging afvragen, wat zit er verder in….. niets. Die man die zocht naar het mooie beeld, die zocht niet naar zichzelf, hij zocht niet naar de kracht van het goddelijke, waarmee hij geconfronteerd moest worden. Had hij naar zichzelf gezocht, dan had hij misschien iets geleerd, al is dat meestal wel een teleurstelling in het begin. Had hij naar God gezocht, dan had hij kracht gevonden en dan was later het beeld wel ontstaan. Hij zocht naar het beeld en kwam niet verder. En toen dacht ik ook zo: tjonge, tjonge wat ben je eigenlijk arm, want nu denk je te mediteren en in feite speel je alleen komedie voor jezelf, probeer om dat te voorkomen.

Nu, en daarmee heb ik zo mijn inleiding klaar. U zult de kritiek ongetwijfeld ten dele ook al klaar hebben. Ik hoop daar na de pauze wat van te horen. Als u vragen hebt, onverschillig welke, op welk terrein ze zijn, dan wil ik graag antwoord geven mits natuurlijk in verband met het onderwerp en ik zou één ding zeggen: “Probeert u nu eens niet beleefd te zijn en mij te sparen en probeer ook niet te doen of dat u meer snapt dan u gesnopen hebt.”

Dat zijn ook twee fouten en laten we dan deze samenkomst ergens als een gebed beschouwen. Uw zoeken misschien naar een beter begrip of een grotere harmonie, mijn zoeken naar uiting van hetgeen ik in mijzelf als hoger en goddelijk erken, hoe onvolmaakt mijn uiting ook. En als de vragen afgehandeld zijn en er blijft tijd over, dan kunnen we misschien nog eventjes verder babbelen. Nu dank ik u voorlopig voor uw aandacht, geduld en tot straks.

Tweede gedeelte

Zo, vrienden, ik wil dan proberen om de vragen die u eventueel hebt te beantwoorden.

  • Is elk oprecht gebed in staat karma te doorbreken?

Ik zou zeggen, elk oprecht gebed is een uiting van karma, want men moet eerst door vroegere ervaringen en belevingen een toestand bereiken waarin men oprecht kan bidden, voor dit gebed plaats kan vinden. Maar op het ogenblik dat dit gebed plaats vindt, is het in staat het innerlijk te veranderen en daarmede dus – ofschoon gevolgen niet ongedaan kunnen worden gemaakt – wel in betekenis doen veranderen voor de mens, die ze ondergaat en beleeft, en daardoor oorzakelijkheid aanmerkelijk af kunnen buigen van de normale weg. De rechte weg van oorzaak en gevolg, die je anders zou zien. Is dat voldoende?

  • Neen niet voldoende, naar mijn smaak. Ik wou u alleen maar vragen indien dit gebed geen betrekking heeft op de persoon zelf, maar op een ander.

Ja, natuurlijk dat in de eerste plaats. Maar voordat je zover bent moet je dus de toestand bereiken waarin dat gebed mogelijk wordt. Dat zult u toch wel met me eens zijn. Wanneer dat gebed mogelijk is, dan wordt daardoor je eigen instelling tegenover het leven en de kosmos een andere dan normaal verwacht zou kunnen zijn. Hoe meer dat oprechte gebed dus een rol speelt in je leven, hoe minder belangrijk dingen voor je worden die je vroeger erg belangrijk vond. Daardoor zul je dus gevolgen van het verleden op een heel andere manier verwerken dan verwacht zou kunnen worden zonder deze invloed. Kunt u me volgen? En dan zal er dus een ombuiging zijn van de rechte weg van oorzaak en gevolg en daarvoor in de plaats komt dus een verandering van de ‘oorzakelijkheid’, een andere gerichtheid zoals men wel zegt voor de persoonlijkheid.

  • Wat is contemplatie precies en is dit voor de gemiddelde mens bereikbaar?

Contemplatie kan alleen bereikt worden, geloof ik, wanneer je eerst dus veel hebt gemediteerd. Bij de meditaties overdenken wij. Wij zijn dus zelf actief. Bij de contemplatie beschouwen wij, wij zijn niet actief en zo er enige activiteit is, komt die uit het beschouwde voort. In een meditatie zoeken wij dus voor onszelf naar mogelijke openbaring of kracht. In de contemplatie vereenzelvigen wij ons met iets anders en kunnen daarin vaak een kracht vinden die we nog niet vermoed hadden. Een mogelijkheid die men nog niet kende. Of een waarheid die ons ontgaan was. De contemplatie staat over het algemeen hoger dan de meditatie, maar wordt moeilijker bereikt. Ik zou dus zeggen dat de normale gang is, eerst te leren bidden, vanuit het bidden komen tot mediteren en uit de ervaring der meditatie komen tot de beschouwing, de contemplatie.

  • Kunt u zeggen hoe je onzelfzuchtig kunt bidden of mediteren, waar de grond van ons bestaan en denken als mens geworteld is in zelfzucht.

Nu, mag ik u de eenvoudigste weg aan de hand doen? Als u tegen uzelf zegt, hoe minder lijden er in de wereld is, hoe gelukkiger ik ben, dan is dat meestal waar. Probeer dus niet zelf gelukkiger te worden, maar het lijden in de wereld weg te nemen. Op die manier doe je eigenlijk ook wel iets voor jezelf, je staat er wel mee in verband, het komt uit jezelf voort, maar je bent niet meer begrensd tegenover de wereld. Wanneer je gelukkig wilt zijn ondanks de wereld. Verkeerd! Wanneer je het wilt zijn mét de wereld, dan is het wat wij noemen onzelfzuchtig. Probeer dus altijd zo veel mogelijk te betrekken in uw meditatie en ook in uw gebed. En zo weinig mogelijk aandacht te besteden aan uzelf als een afzonderlijke persoonlijkheid, maar altijd alleen als deel van het geheel. Wanneer u dat doet, dan lijkt me dat niet zo dwaas, omdat u in het dagelijks leven het uiteindelijk ook doet. Per slot van rekening, wanneer u gaat stemmen, dan kiest u ook iemand. Waarom? Omdat ook anderen die kiezen. Het gaat niet om de persoon, maar het gaat om de invloed die uit vele gelijksoortigen voortkomt. U heeft niet het idee dat uw stem bepalend kan zijn, maar u weet dat u die stem geven moet, wil er een bepalende stem kunnen zijn. En als je op die manier mediteert en bidt, geloof ik wel dat je heel dicht de goede kant uitgaat. Begrijp dat je onbelangrijk bent als zodanig. Alleen voor jezelf belangrijk, maar dat je gelijktijdig door het juiste te doen naar buiten toe, eigenlijk in het geheel belangrijk gaat worden. En ik ben misschien één van die zandkorrels waaruit een duin is opgebouwd of die zandverstuiving, maar zonder jou zou hij er misschien niet zijn. Dat weet je niet. En daarom ga je steeds uit van het geheel, waarvan ik ook deel ben.

U hebt wel gelijk hoor, maar ja, daar zit een hele hoop achter. Je kunt nl. als mens nooit anders dan egocentrisch denken. Zoals de mens een wereld niet kan zien anders dan homo centrisch en daarom kunnen we niet zeggen: je mag helemaal niet aan jezelf denken, maar je moet jezelf zien als een deel van het geheel. Op dat ogenblik ben je onzelfzuchtig, daar komt het eigenlijk op neer. Een absolute onzelfzuchtigheid, waarbij het ik vergeten wordt, is pas dan mogelijk, wanneer dit ik bewust is opgegaan in het geheel en daar zit dus eigenlijk het angeltje in dit geval.

  • Is uw kritiek op het verkeerd bidden en mediteren ook niet een beetje hovaardig?

Neen, want ik geef grif toe dat ik zelf ook wel eens fouten maak. Ik geloof dat er een verschil is tussen de kritiek van: ik doe het altijd goed en jullie deugen niet, en de kritiek van de feiten liggen zo en zo. Wanneer ik zeg: ik ben heiliger dan u, dan ben ik een huichelaar. Maar als ik zeg: uit mijn ervaring weet ik dat we zo heiliger kunnen worden, dan impliceert dit ergens ook dat ik misschien wat meer zou kunnen zijn dan u. Maar het is nu niet meer mijn persoonlijkheid die een rol speelt, maar het is het geheel dat een rol speelt. Ik geloof dat u daar een heel groot onderscheid moet maken. Er zijn mensen die zien alles direct persoonlijk, maar dat is niet waar. Ik kan een hele hoop kritiek uitoefenen op de mens zonder daarbij hovaardig of persoonlijk te zijn. Het is misschien het eenvoudigst gezegd: Ik kan zelf niet mooi schrijven, ik probeer het beter te leren. Nu is er een ander die schrijft lelijk. Is door nu te zeggen: je schrijft niet goed je moet het mooier doen, mijn kritiek een hovaardij? Ik stel een feit vast en als feitelijke vaststelling heeft het zijn betekenis en zijn waarde. Maar op het ogenblik dat ik zeg: “dat is een gekriebel, ik doe het beter”, is het hovaardig. Ik hoop dat het onderscheid daarbij duidelijk wordt.

  • In hét “Onze Vader” komt de regel: “En vergeef ons onze zonden” voor. Bestaat er vergeving van zonden?

Ik geloof niet dat we dit moeten bidden als zonden. Het begrip kan nl. ook vertaald worden met schulden en het kan zelfs vertaald worden met verplichting. Ik geloof dat we dan ook niet moeten zeggen dat er zonde is. Er is een schuld die wij op ons laden. Ten opzichte van onszelf meestal, maar in ons idee ook ten opzichte van God. Het is redelijk dat wij bidden om van die schuld bevrijd te worden. Je zou het misschien kunnen moderniseren, ofschoon het natuurlijk gevaarlijk is om zo’n mooi gebed te moderniseren. Dan kun je zeggen: En maak ons vrij van de onvolmaaktheden, die wij in hen erkennen. Daarbij is de persoonlijke relatie aanwezig. Maar het belangrijkste hierin is niet het begrip zonde, maar het begrip dat wij – om vrij te worden – daarvan eerst degenen die ten opzichte van ons gezondigd hebben of schulden hebben, moeten vergeven. Dat is dus een evenwichtskwestie. Eerst moet ik vanuit mijzelf geen haat, geen wraak meer tegen iemand kennen en dan mag ik verwachten dat God tegen mij geen wraak of haat heeft. En als je het nog eventjes bekijkt, zit het ook nog zo. Zoals ik ben tegenover de wereld, mag ik verwachten dat God zal zijn tegenover mij. Dat lijkt mij wel een heel belangrijke vaststelling. Dan kunnen wij het begrip zonden wel verder buiten beschouwing laten. Want een concrete zonde bestaat niet. Zonde blijft altijd een relatief begrip, omdat mijn eigen ervaren van goed en kwaad aansprakelijk is voor datgene wat voor mij zonde is. Er kan iemand zijn die een moord begaat en dat niet voelt als schuld, integendeel als iets goeds. Dan is het heel moeilijk om te zeggen, dat zo iemand daartegen gezondigd heeft. Dat is maar goed ook, want anders dan zouden de grootste generaals van de wereld ook de grootste zondaren zijn. Ik denk dat dat in de geschiedenisboekjes niet zo goed zou staan.

  • Is het voortdurend denken en a.h.w. spreken met God of Hogere Macht ook een vorm van meditatie waarvan kracht uit kan gaan? Steeds bv. als je denkt aan iemand die je helpen wilt?

Mag ik één opmerking maken? Het is vaak gevaarlijk om voortdurend te spreken met een Hogere Macht, omdat we over het algemeen dan zelf gaan bepalen wat die Macht ons antwoordt. Dat zou nog niet zo erg zijn, maar die hogere Macht antwoordt ons dan altijd wat wij graag willen horen en dat is meestal niet juist. Dus ik zou zeggen: Neen, dat is niet de juiste vorm. Wanneer u zegt: wij vragen om hulp of om kracht aan het hogere om anderen te helpen en wij doen dat voortdurend, dan zeg ik: Ja, dat is gebed, dat is zelfs, als je het regelmatig doet, in feite een meditatieve vorm van bestaan, omdat je een voortdurende overweging kent van de relatie tussen het hogere en de mens en de wereld rond je. Maar op het ogenblik dat dat een tweespraak gaat worden, is het erg gevaarlijk, want je bent dan zo snel geneigd om in alles antwoord te lezen. En als u dat gaat doen, dan raak je de werkelijkheid kwijt. En niet alleen de menselijke werkelijkheid, dat is nog niet zo erg, maar je eigen werkelijkheid. En wie in waan leeft, zal ook na de overgang niet zo gemakkelijk tot de werkelijkheid kunnen terugkeren. Voorkom dat dus a.u.b.

  • Bedoelt u met ritueel gebed, een gebed volgens geleerde vaste formules ?

Ik kan u genoeg voorbeelden geven van ritueel gebed. Een zegenformule in een kerk, een mis, een avondmaal als dienst. Ik noem er maar een paar. Andere vormen van ritueel gebed: het gezamenlijk herhalen bv. van bepaalde psalmen, bepaalde delen uit de Bijbel of schrifturen, dat kan dus een ritueel gebed worden, omdat wij eigenlijk daarbij van alles overwegen en van alles definiëren, maar wij doen dat inderdaad in vaststaande woorden. Wij doen dat heel vaak nog met daarbij behorende gebaren, handelingen eventueel, misschien met kaarslicht, reukwerk en weet ik nog wat al meer. Een ritueel gebed is dus, dat mogen wij constateren, altijd een vaststaande vorm of formule waarbinnen wij ons uiten, wanneer wij ons trachten te verheffen tot het Hoge. Is dat voldoende?

  • Nee, mag ik het nog even zeggen? Ik bedoelde eigenlijk meer het “Onze Vader” bidden terwijl je je hart er buiten laat.

Nu, dat kan natuurlijk nooit waar zijn, want dan bid je niet. Dat is een heel eigenaardig iets. Ik weet niet of het nog zo is. In mijn tijd had je hier de kerk, de geestelijke verzorging en daar de herberg, de stoffelijke verzorging. Daar waren dus mensen die kwamen de kerk binnen snellen op het laatst aanvaardbare ogenblik. Hun gebed dat was eerder een afraffelen en wanneer er iets gezongen moest worden waaraan de gemeente mee zong, dan probeerden zij dat tempo een beetje op te jagen, want de geestelijke verzorging interesseerde hen niet zoveel als die glaasjes die na de geestelijke verzorging aan de overkant wachten. Die mensen waren wel aanwezig, maar ze baden niet. Voor hen was gezang, zegen en gebed waardeloos. Je kunt toch niet verwachten dat woorden op zichzelf, laten we het nu heel eenvoudig zeggen, iets uitwerken bv.

Als ik nu naar u toekom en zeg: Laat ons in harmonie en vrede leven en ik geef u een klap op uw hoofd dat u duizelt, is dat dan werkelijk vrede wat ik wil? Neen. Als u gaat bidden, d.w.z. u raffelt de woorden af en u bent voortdurend met wat anders bezig, is dat dan bidden? Dat is geen bidden meer.

  • Hoe moeten we de gebedsmolens in Tibet dan begrijpen?

Als een suggestieve waarde, waardoor de mens de gebedsmolens ziende, zich verrijkt voelt door het voortdurende gebed, dat hij niet werkdadig uitspreekt, maar in zich realiseert.

  • Doet hij dat altijd, of moet hij dat speciaal nog denken?

Nu, dat doet hij automatisch. Als hij een gebedsvaan ziet wapperen, een gebedsmolen ziet draaien of hij draait zelf zijn handmolentje, dan heeft hij het idee dat er iets gezegd wordt. En het is dit uitgaan, zelfs in de handeling – het draaien van de gebedsmolen is dus een handelingsgebed, een daadgebed – wordt de innerlijke gesteldheid van contact met het hogere gewekt. Je zou misschien ook weer voor Tibet kunnen zeggen: Niet allen, die gebedsmolens draaien, bidden. Maar dat is niets bijzonders.

  • Daar gaat kracht vanuit, meen ik, niet?

Daar kan kracht vanuit gaan, maar de kracht gaat niet uit van de gebedsmolen op zichzelf.

  • Is de theorie juist dat de maan uit de aarde ontstaan zou zijn?

Als u de tegenwoordige maan bedoelt, neen. Zij is een lichaam dat van buiten het zonnestelsel daarin is binnengedrongen, de zon betrekkelijk dicht benaderd heeft op ongeveer de baan van Mercurius, daarna terugkerende – of beter gezegd – voorbij schietende aan de zon, gevangen werd in de aardbaan. Met alle gevolgen van dien.

  • Zou u duidelijk willen maken hoe het mogelijk is zich in de nederlandse taal uit te drukken, indien degene die een lering of lezing geeft tijdens de aardse periode niet-Nederlander was?

Heel eenvoudig: men is tegenwoordig op aarde ook al zover, dat men iets in het Engels neer kan schrijven en dat een I.B.M.-machine, geloof ik (er is toch geen reclame televisie nu als ik dat erbij zeg) het in het Chinees of in het Russisch drukt, maar de mogelijkheden van zo’n grote machine zijn kleiner dan die van de menselijke hersens. Eenieder die een medium in bezit neemt en iets ervan weet, kan dus via de hersens en de daarin gelegen herinneringen en associaties elke taal daarin behouden zonder voorbehoud spreken. Het is zelfs zo, dat wanneer de eigen taal daarin niet als herinnering aanwezig is het veel moeite kost om juist in die taal te spreken. En dan moet die herinnering dus niet een bepaald weten zijn, maar bv. wanneer iemand Grieks gehoord heeft, dan is dat ergens in de herinnering vastgelegd en kan men dat wekken en dan kan men daardoor weer Grieks spreken. Ik hoop dat dat in deze eenvoudige vorm voldoende is. Nou is er over het onderwerp nog meer te vragen?

  • Zou je het zo mogen stellen, dat als ik fouten in mijn medemensen zie, ik deze fouten alleen maar kan zien doordat ik ze zelf ook heb?

Dat is volledig juist. Wie ziet hoe zondig de wereld is, vreest zijn eigen zondigheid. Vandaar dat degenen die het hardst bezig zijn om anderen van hun fouten te bekeren en terug te houden, zich met het grootste genoegen in die fouten van anderen verdiepen.

Ik hoop dat ik in het onderwerp misschien toch wel een paar punten duidelijk heb gemaakt. Ik dank u voor uw aandacht en ik wens u een gezegende avond verder.

image_pdf