De waarde van voorspellingen

uit de cursus ‘Voorspellingen‘ ( hoofdstuk 4 ) – januari 1980

De waarde van voorspellingen

Wanneer u van de Witte Broederschap bepaalde prognoses hoort dan bent u geneigd te denken dat het allemaal wel onmiddellijk zal uitkomen. Nu, daar zitten wel kleine fouten in. Het tijdselement is niet gemakkelijk te overzien. Bovendien wordt heel vaak de voorlichting toch wel enigszins gekleurd of eenzijdig gegeven.

Als wij zeggen dat de wereld staat voor een groot aantal bevingen, dan is dat ongetwijfeld waar. Maar waar zal het beven? Wie zal er beven? Dat wordt er niet bij gezegd. Als wij verder dan weten dat de verschillende bevingen zich vaak voordoen langs de breuklijnen in de Atlantische Oceaan, dan is het redelijk om aan te nemen dat er nog wel meer bevingen die kanten zullen uitgaan en komt het waarschijnlijk in het Caribische gebied terecht, mogelijk iets zuidelijker. Dat is helemaal geen kunst om dat te voorspellen. Maar welke tijd is daarvoor nodig?

Als ik dat zo zeg dan neemt men onwillekeurig aan: dat is dan toch wel dit jaar. Maar een bevingsgordel die geactiveerd is kan gemiddeld 30 jaar actief blijven. Dat wil zeggen dat het net zo goed over 10 jaar of over 20 jaar kan gebeuren als nu. Op deze manier kunnen we eigenlijk al die voorspellingen een beetje als aanwijzing beschouwen zonder ze als zekerheid te zien.

Als u te maken krijgt met de normale voorspellingen dan is het nog veel erger. Een vorm van prognostiek die heel veel wordt beoefend is gebaseerd op de verwachtingen van het centraal bureau voor statistiek en dergelijke instanties. Als je die bekijkt dan gaat men steeds uit van een vaste ontwikkeling. Maar, en dat blijkt steeds weer, er is geen vaste ontwikkeling. Dat die vaste ontwikkeling daardoor juist wordt gestoord, omdat men aanneemt dat ze vast is, zal niemand willen geloven en toch is dat waar.

Ik wil u even herinneren aan zaken die bij ons zijn gezegd in het begin van de zeventiger jaren. Wij hebben toen de opmerking gemaakt dat de economische legende van de groeiende economie een waanbeeld is; dat juist de aanhoudende groei van de economie een steeds minder rendabele samenleving tot stand brengt en dat daardoor de moeilijkheden in de gehele wereld groter worden. Dat heeft men toen met een glimlach voor kennisgeving aangenomen. Maar wie nu datzelfde bekijkt zal toch tot de conclusie moeten komen dat het anders ligt.

Er zijn natuurlijk heel veel manieren om iets te duiden. Om een voorbeeld te geven. Dit jaar (1980) is het jaar van de Aap. Dan moet u niet direct denken die zit in het parlement. Het jaar van de Aap is een Chinese aanduiding. Het is een oude legende. Eens riep de oppergod alle dieren bijeen. Er kwam echter slechts een beperkt aantal. Ik meen dat er 12 waren. Deze dieren kregen toen ieder een jaar onder hun hoede.

Het jaar van de Aap is een jaar vol grilligheden; het is een grillig jaar. Als je het zo bekijkt dan kun je een heel pessimistische prognose baseren alleen al op het feit dat het nu het jaar van de Aap is. Maar je kunt het ook anders doen. Je kunt zeggen: het is het jaar 1980. Dat is het hoofdgetal 8 voor de tientallen en samengetrokken met het getal voor de eeuw is het getal 9. Het is dan een jaar waarin zeer veel geestelijke ontwikkelingen mogelijk worden en waarin heel veel mensen worden geconfronteerd met een nieuwe en hogere waarheid. U ziet het, het is alleen maar een manier van denken, een manier van reageren.

De betrouwbaarheid van een voorspelling is echter niet groot in dergelijke berekeningen. Om een voorspelling met redelijke betrouwbaarheid te doen moet men kunnen schouwen. U zult mij niet kwalijk nemen dat ik juist daaraan iets meer aandacht besteed.

Schouwen is een soort zien in de toekomst. Dat is niet helemaal waar. Als u denkt aan een periode in de toekomst dan komt er bij u een bepaald gevoel op. Dat kan onrust zijn. Dat kan een idee van licht of van duister zijn. Als u daar nu rekening mee houdt dan blijkt dat alle gegevens die u verder maar kunt verkrijgen – of die nu komen van een bekend astroloog of van een bekend helderziende – voor u moeten worden geïnterpreteerd volgens het gevoel dat bij u is opgekomen. Als u dat doet ontstaan er spontane denkbeelden.

Zo een spontaan denkbeeld kan bv. zijn: ik zie een vliegtuig verongelukken. Nu, dat zal dan wel gebeuren. En als u dat eenmaal heeft kunt u zich gaan afvragen: waar? Iedereen heeft zo zijn eigen methode. Er zijn mensen die in zo een geval een landkaart nemen en ijverig beginnen te pendelen, waarbij ze zelf de pendel in de hand houden en dus ook zelf die pendel besturen. Maar dat hindert niet. Het gaat er alleen maar om de kennis die in uw onderbewustzijn zit naar boven te brengen, want er is in u een zekere voorkennis omtrent de toekomst aanwezig. Maar dat kan iemand nooit voor de gehele wereld naar voren halen.

De wereld is te groot. Er zijn teveel mensen. Er zijn zoveel groepen en volksgroepen en elk nog weer met eigen rassengeesten, met eigen groepsgeesten dat het bijna onmogelijk is om al die indrukken tot een samenhangend geheel te verwerken. Maar als u dat doet voor uzelf of voor een kleine groep, dan ziet het er anders uit. Dan gaan er beelden opkomen waardoor u kunt zeggen: ik heb het gevoel dat die dingen bijna onvermijdelijk zijn.

De onvermijdelijkheid van de gebeurtenissen is natuurlijk betrekkelijk. Ook dat moeten we goed in de gaten houden. Als ik tegen u zeg dat u moet uitkijken, omdat u overmorgen grote moeilijkheden zult krijgen in het verkeer, dan is dat voor 1 tot 9 van de hier aanwezigen absoluut waar. Dit is niet zo moeilijk te zeggen; het is een lopende tendens. Die dag brengt bijzondere moeilijkheden met zich mee, dus kan ik dat met zekerheid zeggen. Waarom? Omdat al die feiten al gefixeerd zijn.

De weersomstandigheden kunnen van uw standpunt natuurlijk elk ogenblik veranderen. De Bilt heeft het er zwaar mee. Maar dat komt omdat de Bilt een ding vergeet, het patroon van het geheel ligt wel degelijk vast. De overheersende weersinvloeden staan vast. En als de Bilt zegt dat het mooi weer wordt, dan zeg ik u dat het over 4 dagen zal sneeuwen. Dat is de grootste kans die er bestaat. Dit is geen gegoochel met feiten. Als ik nu zoiets zeg, ik denk verder na en ik zie daarachter een koude golf aankomen, dan kan ik ook nog het een en ander zeggen over gladde wegen. Die dingen liggen nu eenmaal vast.

Nu weet iemand die ik op deze manier zou waarschuwen misschien zelf nog niet dat hij met een auto onderweg zal zijn of dat hij zich op een onvoorzichtige manier in het verkeer zal wagen. Maar de plannen waardoor dat noodzakelijk wordt zijn in feite nu al gefixeerd, die zijn bijna onvermijdelijk. Wat ik zie is dus iets wat behoort niet alleen tot de hoogste waarschijnlijkheid, maar omdat het op korte termijn is, kan het bijna een zekerheid worden genoemd. Alleen de gevolgen kan ik niet precies voorspellen.

Een gevolg, dat moet u goed begrijpen, is afhankelijk van beslissingen die op een honderdste seconde genomen kunnen worden. Bij een goed getraind persoon kan het zelfs op een duizendste zijn. Maar laten we dat buiten beschouwing laten. Indien uw beslissingen juist zijn (u bent goed getraind), dan zal datgene wat voor een ander een ongeluk wordt voor u misschien alleen maar een terugdeinzen betekenen op het juiste ogenblik. En waar ik de een een val en eventueel botbreuk kan voorspellen, daar zal de ander onder precies dezelfde omstandigheden alleen maar even een slippertje maken en dan gewoon verder gaan. Wat hier dus eigenlijk door mij wordt geconstateerd is: de toekomst ligt in zekere mate vast. Maar hoe groter het aantal mensen voor wie ik voorspellingen wil doen, des te moeilijker het wordt. Die moeilijkheid neemt toe naarmate meer verschillende groepen betrokken worden in de prognose.

Wij kunnen bijvoorbeeld stellen dat op dit moment de Haviken in Rusland weer een beetje meer aan de macht dreigen te komen. Maar dan vergeet u toch wel een ding, namelijk dat de Haviken nu geen Partijmensen zijn. Ze zijn mensen uit bepaalde delen van het leger en van de geheime politie. Dat houdt in dat de Partij zelf deze mensen zal proberen in toom te houden. En als we dat weten dan kunnen we een situatie zoals die in Afghanistan een beetje anders gaan beoordelen.

Natuurlijk men zal daar inderdaad de macht herstellen op een manier die voor Rusland aangenaam is. Men is eraan begonnen en men kan niet meer terug. Gelijktijdig zal echter de aanvoer van troepen, over ten hoogste twee dagen, zeer sterk afnemen en zal men beginnen bepaalde eenheden terug te trekken, voornamelijk moslimeenheden. Het waarom zal waarschijnlijk worden verklaard met een poging te bewijzen dat men niet zo strijdlustig is als anderen beweren.

De werkelijkheid is dat men in bepaalde kringen in Rusland heel erg blij is dat de situatie zich zodanig ontwikkelt dat men kan zeggen: wij moeten iets van de troepen terugtrekken. Wat overblijft, geeft natuurlijk wel een soort guerrillastrijd gedurende enige tijd, maar ook dat verloopt, want het was altijd een land dat onder linkse invloed stond. En al kankert men officieel heel erg daarover, feitelijk gaat het hier om een bevestiging van invloedssfeer.

Die invloedssfeer was internationaal erkend. De manier waarop, dat kan men betreuren. Het feit zelf is echter geen reden tot directe agressie. Op deze manier kunnen we dus alles gaan bekijken. Als wij dat vanuit de geest doen, dan zien we bepaalde momenten waarvan we kunnen zeggen: dat is bijna onvermijdelijk. Dat komt zo helder uit de toekomst naar voren en de nevenmogelijkheden blijven zo vaag dat we dit wel als een redelijke zekerheid kunnen stellen. Maar dat wil niet zeggen dat die zekerheid honderd procent is, want dat bestaat niet.

Wat men ook bij ons vaak vergeet is dat een klein onvoorzien voorval soms de aanleiding kan zijn tot een totale verandering in een situatie. U kent het oude gezegde: “Het paard van de koning verloor een spijker uit zijn hoefijzer, daardoor ging het mank lopen, de koning was niet in staat op tijd zijn bevelen te geven en daardoor verloor hij de veldslag.” Dat zijn dingen waar men eigenlijk te weinig op let, ook wij. Om een voorbeeld te geven dat wij al eens eerder hebben genoemd.

Dit is in de U.S.A. gebeurd. Een man krijgt een wesp in zijn auto. Hij vindt dat beestje lastig. Hij slaat naar de wesp en het beestje steekt de man. Dit echter op een moment dat er nogal druk verkeer is. De man maakt daardoor een onbeheerste uitschieter, hij botst tegen een andere auto, er ontstaat een kettingbotsing. Daarbij zijn niet alleen een aantal auto’s betrokken, maar ook enkele vrachtwagens. Er gaat een kapitaal van vele miljoenen verloren en een aantal mensenlevens. De weg zelf is gedurende lange tijd versperd. Grote verkeersopstoppingen, grote omleidingen zijn daardoor noodzakelijk en die zijn in de U.S.A. moeilijker dan hier te lande. Dat alles omdat er een wesp een automobilist pest. Het klinkt krankzinnig, want je let niet op die wesp. Gezien het normale patroon zeg je: dat kan natuurlijk wel voorkomen, maar het is niet zo waarschijnlijk.

In alle gebeurtenissen, en dat moet u in het komende jaar maar eens bekijken, spelen dergelijke kleine en onverwachte gebeurtenissen vaak een grote rol. Die ontwikkelingen worden soms door een kleinigheid ineens op een ander spoor gezet.

De betrouwbaarheid van een voorspelling zou dus alleen dan bestaan indien men al deze details afzonderlijk zou kunnen overzien. Een overzicht dat voor een mens praktisch niet te krijgen is, en in de geest alleen met zoveel moeite, dat het resultaat dan niet meer de moeite waard is.

Als ik probeer na te gaan in hoeverre wij in het verleden een juiste prognose hebben gegeven, dan zie ik voor mij een groot aantal fouten, voornamelijk op het gebied van tijd.

Het is bijna 12 jaar geleden dat wij op een vraag de opmerking maakten dat iemand die een zekere belegging voor zijn kapitaal wilde hebben dit zou moeten steken in goud en goudgerande waarden; dus waarden waarvan de rente en ook de nominale waarde van de stukken zijn uitgedrukt in goudmunt. Het komt niet meer zoveel voor, maar ze zijn er nog. De mensen die dat toen kochten hebben gezegd: die waardevermeerdering is bijna niets en we zijn bedrogen. Alleen, de vermeerdering van de goudwaarde met meer dan 100 % vanaf die tijd, zelfs meen ik bijna 300 %, is pas nu volledig tot uiting gekomen. Wij hadden dus gelijk. Wij keken naar de ontwikkeling; de mensen keken naar winst op korte tijd. Zo kan een voorspelling die op zichzelf juist is toch ergens onjuist zijn, omdat ze verkeerd wordt geïnterpreteerd.

Het is mij vaak opgevallen dat wanneer de Witte Broederschap haar voornemens bekend maakt men dan heeft gedacht: dat is het programma voor het jaar. Dat gaat er allemaal gebeuren. Men heeft gewoon niet gelet op het feit dat men zegt: indien de mogelijkheden zich voordoen. Dat wil zeggen, onder voorbehoud. Het is niet zeker dat wij dat kunnen doen. Wij denken dat wij het kunnen. Als je dat dan toch als een zekerheid gaat interpreteren dan krijg je het lid op de neus. Je probeert er van alles uit te halen, maar ju krijgt de klap achterna. Ook dat is begrijpelijk. Want het is gemakkelijk genoeg om grote voorspellingen te doen.

Na de pauze krijgt u iemand die zal proberen u een overzicht te geven van de waarschijnlijke ontwikkelingen in de jaren 80 tot 90. Wij kunnen echter niet tot op een jaar af precies zeggen wanneer een ontwikkeling zich zal doorzetten. Wij kunnen wel zien dat er knooppunten zijn.

Knooppunten in de tijd, daar heeft u misschien wel meer van gehoord, zijn ogenblikken waarop een groot aantal externe factoren samentreft en daardoor de mensheid beïnvloedt in een zekere richting. Een duidelijk knooppunt in de tijd is bv. ontstaan aan het begin van het vorige jaar (1979), het werkt door in het komende jaar en in een deel van 1981. Dit zijn o.a. zonneactiviteiten, een samen treffen van een aantal curven die men kan trekken t.a.v. zonne-invloed en zonneactiviteit, daarbij komen bovendien nog enkele invloeden uit de ruimte en ook nog een geestelijke invloed die in deze tijd bijzonder sterk begint te worden. Alles bij elkaar geeft ons de z.g. knooppunten; die jaren waarvan we zeggen: nu ontstaat er een situatie die een uitgangspunt is voor verdere ontwikkelingen. Dat is in de dichtst bijzijnde periode 1981.

De situaties die dan optreden zullen voor lange tijd een invloed zijn waaraan het hele gebeuren gebonden is. Er zijn dan wel kleine variaties mogelijk, maar geen grote meer. Voor degenen die zich daarmee bezighouden zouden wij erop willen wijzen dat we dat ook al wisten in 1963.

Welke kant het uitgaat? In 1963 was de kans op een wereldoorlog in de periode tussen 1981 en 1984 zeer waarschijnlijk, omdat de invloed eerst haar uitwerking moest hebben. Op het ogenblik is die periode echter zodanig verward in zovele landen dat de kans op een wereldomvattende oorlog aanmerkelijk is verminderd. Als in 1963 de mogelijkheid volgens de toen bestaande interpretaties ongeveer 70 % was, is ze nu niet groter dan 20 %. En dat is een heel grote verschuiving. Die verschuiving is veroorzaakt door de manier waarop de mens reageert op die invloeden.

Het blijkt namelijk dat een groot aantal mensen zich niet hebben gericht tegen buitenstaanders, maar zich vooral hebben gericht tegen wat ze aanvoelden als fouten in hun eigen gemeenschap, in hun groep. En dat verschuift het zwaartepunt van de op zichzelf nog steeds zeer revolutionaire tendensen die onvermijdelijk worden.

Als nu de Witte Broederschap zegt: in die periode moeten wij klaar zijn met een bepaald werk, dan heeft u dat waarschijnlijk gezien als: ze zullen wel staatslieden afslachten en ze zullen waarschijnlijk zorgen dat er iets wordt uitgevonden waardoor wapengebruik overbodig wordt. Net alsof je een mens iets kunt geven waardoor hij van wapens afblijft.

De werkelijkheid was echter deze. Die oorlog was waarschijnlijk, omdat de mensen in die periode nog sterk nationaal gebonden dachten en steeds weer uitgingen van de belangen van hun eigen gemeenschap alleen. Als wij zien wat de Witte Broederschap in die tijd tot stand heeft gebracht, dan blijkt dat ze in staat is geweest het accent steeds meer te leggen op wat men noemt internationale verhoudingen.

Eveneens opvallend is dat, en ook dan gaan we weer terug naar wat er in 1963 is gezegd, in die periode werd gesproken over de mogelijkheid dat zich statenbonden van een dermate grote samenhang zouden gaan vormen dat op den duur de continenten in feite een soort supernaties zouden worden. Ik wil niet zeggen dat het op dit ogenblik al zover is, maar het lijkt er wel op. Ook dit is kennelijk een poging van de Witte Broederschap geweest om evenwichten te verschuiven.

Continenten hebben niet zoveel belang bij het bevechten van elkaar. Zij hebben eerst hun eigen aanpassingsmoeilijkheden. Overal zijn er groepen die niet bereid zijn met anderen samen te werken en het moet toch op de een of andere manier in orde komen.

Als je naar de EEG kijkt, dan is het daar de grootste kunst om Frank­rijk ervan te overtuigen dat het niet zichzelf kan beschouwen als het hoofd dat denkt voor anderen. Bekijk je dat in de Amerika’s, dan blijkt dat in Noord-Amerika de grote moeilijkheid is dat de Amerikanen de gelijkwaardigheid van anderen meer moeten gaan aanvaarden. Pas als ze dit bewust gaan doen zullen ze een geheel kunnen vormen tot Midden-Amerika toe en dan zullen ze ook inderdaad economisch en politiek een soort gesloten maatschappij kunnen opbouwen.

Wat Zuid-Amerika betreft is het precies hetzelfde. Op dit moment zijn er nog allerlei groepen die met elkaar direct in strijd zijn. Je zou ze de links- en de rechtsdictatoriale groepen kunnen noemen, ofschoon de linkse groepen zich meestal voordoen als democraten, wat ze zeker niet zijn. Kijk, als al deze landen nu eens niet gaan denken over de vraag of ze een ander meer kunnen afzetten, maar wel over de vraag hoe ze hun samenwerking beter kunnen regelen en daardoor hun eigen productie, het peil van de bevolking e.d. beter kunnen inrichten, dan is ook Zuid-Amerika onafhankelijk. De basis, de ruggengraat is er eigenlijk al, alleen de ontwikkeling moet nog komen.

Afrika met al zijn onderlinge verdeeldheid zal zeker binnenkort ook een steeds grotere verbondenheid gaan vertonen op basis van ras en op den duur ook op basis van wederkerige belangen. Wat Azië betreft, u weet het allemaal, daar ontwikkelt het zich zelfs zeer snel. En ofschoon daar de overheersende macht natuurlijk China en Japan is, mogen wij er wel van overtuigd zijn dat deze beide staten zodanig gaan samenwerken dat zelfs de Russen het moeilijk zullen hebben hun dominantie in Siberië onaangetast te bewaren. Maar dat is voor latere tijd.

Er is hier dus wel degelijk een prognose gegeven die in deze tijd, na zoveel jaren, redelijk gaat aandoen. Maar in die tijd (1963) was het niet re­delijk. Hier ging het echter om zeer grote groepen. Het ging om zeer veel verschillende rassenentiteiten die erbij betrokken waren. Het aantal groeps­entiteiten is bijna niet meer te tellen. Hier kon de algemene tendens alleen berekend worden aan de hand van invloeden van buitenaf waardoor de mensen in een bepaalde reactie terechtkwamen. Dat is inderdaad gebeurd. Of men verder gelijk heeft, dat zullen we moeten afwachten.

Vele prognoses worden dan ook zodanig gesteld dat ze beantwoorden aan de behoefte van een bepaald ogenblik. Ook dat vergeet men wel eens. Kijk, als een minister president zegt dat het heel erg slecht gaat, dan denkt hij dat het nog wel beter zou kunnen gaan. Maar als de man zegt dat het nu eindelijk steeds beter zal gaan, dan weet u zeker dat u aardig in de puree zit. Wat dat betreft zit Nederland in de buurt van instant puree, dat kan ik u wel vertellen.

Een prognose, die op zichzelf niet onjuist hoeft te zijn, kan eenzij­dig worden gekleurd. Als wij zeggen: er zullen morgen ruimtevaarders landen op aarde, dan hebben wij waarschijnlijk wel gelijk. Alleen zullen ze het niet openlijk doen. Misschien zal er een berichtje over in een krant komen hier of daar, maar verder komt dat niet. Maar als we dat zouden zeggen, dan zou­den we daarmee moeilijkheden kunnen veroorzaken. Wij zouden de mensen ervan afhouden om zelf eerst iets te doen. Dus ook als we dat weten, zelfs als we weten dat er over enkele jaren een ingrijpen mogelijk is vanuit de ruimte, ­dus een direct contact met een ander ras dat van de sterren komt zoals dat heet, dan nog kunnen we dat niet ronduit zeggen. Want dan gaan alle men­sen zitten wachten totdat er iemand komt in een glinsterend ruimtepak om met een engelachtige glimlach de moeilijkheden van de aarde op te lossen voor die arme aardlingen die daar zelf niet toe in staat zijn. Dat kunnen we gewoon niet hebben. Als morgen het einde van de wereld komt, dan ga je dat vandaag niet zeggen. Want dan gaat iedereen denken: morgen komt het einde van de wereld, waarom zou ik nog iets doen? En dan komt het einde van de wereld nog vroeger.

Je kunt ook niet zeggen: het is zeker dat er binnen een aantal jaren een wereldoorlog  uitbreekt. Want als je dat zegt dan bevorder je dat. Als je namelijk een mens een voorspelling geeft dan heeft hij de neiging, als hij erin gelooft, om zich te gedragen alsof ze al een feit is. Er zijn mensen die te horen krijgen: u krijgt binnenkort een meevaller. Dan zeggen zij: als ik toch binnenkort een meevaller krijg, waarom zou ik dan nu gaan werken? Dat moet je natuurlijk altijd voorkomen.

Het is niet mogelijk een prognose zodanig te geven dat je niemand daar­door beïnvloedt. Als je die prognose geeft – en de Witte Broederschap doet dat zeer zeker bewust volgens mij – dan geef je daarmee een bepaalde rich­ting aan. Je verzwijgt sommige feiten, andere geef je meer nadruk dan ze ver­dienen. Hierdoor breng je de mensen ertoe te streven in een richting die door de tendens wordt bevestigd, maar waarvan de uitkomst wordt verzwegen.

U zult zeggen: dat is niet eerlijk. Voorspellingen zijn eigenlijk nooit helemaal eerlijk, want niemand kan met zekerheid zeggen wat er zal gebeuren. Bovendien moet een voorspeller rekening houden met degene tegenover wie hij staat.

Laten we het even vereenvoudigen.

U gaat naar een waarzegger toe. Deze kijkt in zijn kristallen bol of wat hij toevallig gebruikt of hij grijpt naar zijn hoofd alsof hij plotseling scheuten in zijn achterhoofd krijgt. Ieder heeft zo zijn eigen methode. Hij zegt: “Oh, dat is verschrikkelijk. Ik zie dat u volgende week dood zult zijn.” Dat kun je toch niet zeggen. Als je dat namelijk zegt dan beïnvloed je die mens zodanig dat als er nog een mogelijkheid was dat hij niet zou sterven, hij nu zelf aan die mogelijkheid voorbij gaat door zijn verwachting. Zelfs als er een kans is van l op 100 mag je die mens die kans niet ontnemen. Als je dan een Witte Broederschap bent kijk je een beetje verder en dan ga je zeker niet proberen om de mensen nu even een aantal beelden voor ogen te stellen waardoor ze rustig gaan zitten wachten op hun noodlot en geen gebruik meer maken van de kleine mogelijkheden die er zijn om een verandering tot stand te brengen.

Niet voor niets heb ik u gewezen op die kleine dingen zoals die wesp in de auto, de nagel in het hoefijzer van het paard van de koning waardoor een noodlot geheel veranderd kan worden. Soms kunt u zelf dergelijke kleine dingen tot stand brengen. U beseft het misschien niet. Een enkel gebaar kan de aanleiding zijn voor een uitbarsting van drift en geweld bij anderen, of dit misschien juist voorkomen. Als ik u ga zeggen dat die uitbarsting in ieder geval komt dan is het zeker dat u die provoceert. Als ik u niets zeg, dan staat u er onbevooroordeeld tegenover en is de kans op een juistere reactie al groter. Als ik u wijs op een gevaar en op de mogelijkheid om eraan te ontkomen dan bent u een beetje op uw hoede, de kans op een goede reactie is nu groter geworden.

De Witte Broederschap gaat op deze manier te werk. Ze mag eigenlijk ook niet anders doen. Als je de mensheid wilt brengen tot bewustwording dan moet je haar de kans geven zoveel mogelijk zelf te doen, zoveel mogelijk eigen beslissingen te nemen. En dan moet je elke preconditionering van de mensen vermijden waar het maar mogelijk is. En als je dan toch een prognose geeft, dan doe je dit niet om een onontkoombare zekerheid te verkondigen, maar om een bestaande waarschijnlijkheid te versterken

Er zijn natuurlijk prognoses waar u de schouders over kunt ophalen. U hebt ze allemaal wel gelezen; ze staan in sommige dagbladen. U kijkt wat u bent: een Ram, een Stier, een ellendeling of wat anders. Dan staat er voor u: hoedt u vandaag voor een donkere vrouw. Als u dan een bocht maakt om elke negerin, dan botst u tegen de tram en komt u in het ziekenhuis. Dergelijke dingen zijn onzin. Oh zeker, er zit een tendens in, maar de woorden waarin ze vervat zijn die kunt u beter vergeten.

Anderen proberen het wat netter te doen en zeggen: de komende week raad ik u aan om u eens te ontspannen. Eet eens lekker. Pret is goed voor u. Ze zouden beter kunnen zeggen: als u last heeft van uw bloeddruk, dan is de kans groot dat u daarvan deze keer bijzonder veel last krijgt, want dat is de mogelijkheid. Maar dat willen ze niet zeggen. Zij zeggen: eet prei. Want zij denken veel prei is goed voor de bloeddruk. Ze zouden beter kunnen zeggen: eet veel knoflook, maar dat is weer niet goed voor uw buren. Aan dat soort voorspellingen moet u als u er niet doorheen kunt kijken maar niet teveel aandacht besteden.

Iets anders wordt het als iemand, ernstige astrologen doen dat voor u, gaat uitrekenen wat uw lot zal zijn. En dan moet u ook niet terecht komen bij boekjes die u vertellen: vandaag is het een redelijk goede dag. U zult zich meer moeten inzetten. En als u dan als inzetstuk heeft gefunc­tioneerd, dan ontdekt u dat u wordt afgezet. Maar als een astroloog u wer­kelijk serieus astrologische tendensen geeft – dat kan zelfs een computer doen – dan heeft u een schema. Dat is een dienstregeling. U kunt dan zelf besluiten waarvan u gebruik maakt en waarvan niet. Zo gehanteerd is die voorspelling waardevol.

Een goed numeroloog kan u vertellen dat u met bepaalde tendensen te maken krijgt. Hij zal u zeggen: pas op voor…. en dan noemt hij meestal een paar cijfers. Indien u dit als een waarschuwing beschouwt zult u opmerkzamer zijn op bepaalde effecten om u heen. U zult daardoor ook overlegder en beter kunnen reageren. Dat heeft dan wel degelijk zin. Maar het heeft geen zin als iemand u komt vertellen: u bent vandaag een Boogschutter, het getal X is uw geluksgetal en u dient de kleur paars te dragen. Als u zich daaraan houdt dan staat u er hoogstens gekleurd op, maar verder komt u niet.

Het is allemaal: hoe benader ik een prognose? Dat is het belangrijkst van alles. Alles wat een prognose zegt over tijdstippen van gebeu­ren is gewoonlijk niet helemaal juist. De waarschijnlijkheid van optreden op een genoemd punt kan oplopen als het gaat om een vaste dag bv. tot ongeveer 50 %. Gaat het bij die gebeurtenis om een week, dan zit u al dichter bij 50 à 60 %. Over twee maanden kunt u zo een tendens wel met een tamelijk grote zekerheid aanduiden, maar dan komt u niet hoger dan 85%. Dus als u met die dingen te maken heeft, probeer daar door­heen te kijken. Kijk niet naar de voorspelling zelf. Kijk naar de tendens die wordt aangegeven. Dan zult u ontdekken dat tendensen heel vaak wel kloppen, terwijl het lijkt alsof de voorspelde feiten niet kloppen.

Realiseer u verder dat een normale prognose heel vaak wordt opgebouwd op grond van schouwen of interpretaties. In dat geval is het mogelijk dat men bepaalde tendensen vereenzelvigt met gebeurtenissen die bij een gelijksoortige tendens maar veel verder in de tijd liggen. Om het eenvoudig te zeggen: iemand zegt tegen u: wanneer in mei de fresia weer bloeit dan zult u gelukkig zijn. En u maar wachten tot de lente komt. De fresia’s komen, de fresia’s gaan en er verandert niets. Maar vier jaar later gebeurt het wel. De tendens is dan wel dezelfde geweest (ik neem niet voor niets een verschil van ongeveer drie jaar, dat is voor sommige tendensen de juiste afstand), maar voor u was de ontwikkeling nog niet rijp om het voorspelde bij de eerste tendens reeds tot werkelijkheid te maken. Die was pas bij de tweede mogelijk de derde keer dat die tendens terugkeert. Zo zult u zich ook minder vastklampen aan genoemde feiten.

Er zijn soms de meest krankzinnige zaken. Ik herinner mij dat een van ons eens heeft voorspeld dat er in Spanje een trein zou verongelukken doordat daar een vliegtuig op zou landen. Dat vliegtuig zou ook verongelukken. Dat is toen niet gebeurd. Maar er is drie jaar geleden wel iets eigenaardigs gebeurd. Een exprestrein uit Madrid werd voortdurend gestoord door een laag vliegend sportvliegtuigje. Een rangeertrein lette daardoor niet op een sein en beide treinen botsten tegen elkaar. Het vliegtuigje maakte daarop, waarschijnlijk door een verkeerde manoeuvre, een noodlanding vlakbij maar niet op de spoorlijn. Daar hebt u dan alle feiten bij elkaar. De prognose op zichzelf en de omstandigheden waren geheel juist. Alleen, ze kwamen veel later en veel minder spectaculair tot uiting dan degene die het vooruit had gezien had verwacht.

Feiten kunnen u niet zoveel zeggen, tendensen wel. Als u te maken krijgt met voorspellingen, dan zijn de daarin aangegeven tendensen heel vaak betrouw­baar. In ieder geval betrouwbaar genoeg om er rekening mee te houden. Voorspelde feiten of ontwikkelingen voor uzelf of voor anderen blijken ech­ter zo onzeker te zijn dat het beter is u daarop niet te richten en er voorlopig althans geen rekening met te houden totdat de eerste feiten van de voorspelde situatie zich hebben voorgedaan. Dan pas kunt u aannemen dat ook de volgende voorspelde feiten waarschijnlijk zijn.

Hiermee heb ik een toelichting gegeven op alle voorspellingen. Dat ik daarbij de Witte Broederschap heb genoemd is duidelijk. Ook in de Orde (nvdr: Orde der Verdraagzamen) hoort u regelmatig zeggen dat de Witte Broederschap bepaalde voornemens heeft, al probeert zij het de laatste tijd wat te remmen. U bent geneigd te denken dat dit zekerheden zijn. Wat wordt weergegeven is een tendens, niet het vast en zeker plaatsvinden van gebeurtenissen, ook als het om de Witte Broederschap gaat. Met deze kennis omtrent de betrouwbaarheid van die voorspellingen kunt u zich mijns inziens juister oriënteren bij alle prognoses die u hoort.