De waarheid

image_pdf

1 juni 1989

De waarheid, die aan alle verandering ten grondslag ligt

Zo, goedenavond vrienden. Dat we niet alwetend en onfeilbaar zijn, dat kent u waarschijnlijk van buiten. Desondanks, denkt u alstublieft zelf na. Ons onderwerp: de waarheid, die aan geen verandering onderhevig is.

Waarheid is iets wat op aarde eigenlijk niet helemaal bestaat, dat weet u waarschijnlijk niet, maar het is toch zo. Waarheid is namelijk bij mensen altijd gebaseerd op een beperkte kennis, t.a.v. een geheel van leven, waarvan ze maar een klein gedeelte redelijk kunnen verwerken. Hun waarheid wordt altijd op redelijke wijze geuit en is dientengevolge altijd onvolledig. Ik hoop dat u dat met mij eens zult zijn. Maar er zijn natuurlijk een paar dingen, die je met zekerheid kunt zeggen. Een mens die op aarde geboren wordt, zal sterven. Misschien dat ze methoden vinden om u duizend jaar te laten leven, – ofschoon zolang de A.O.W. bestaat, geloof ik niet dat de staat iets dergelijks zal financieren -, maar zelfs dan: u zult sterven, dat is punt één.

Punt twee: Er is een geheim gelegen achter het bestaan en ontstaan van alle dingen. Wij noemen dat God. Andere volkeren hebben daar andere namen aan gegeven. Maar er is een achtergrond die wij niet kunnen doorgronden. Dit is een waarheid die nooit zal veranderen. Want op het ogenblik dat je in staat zou zijn die waarheid te begrijpen, zou je geen mens meer zijn. Dan zou je niet meer onderhevig zijn aan de beperkingen van ruimte en tijd. De waarheid die geen verandering ondergaat, is dus in wezen een waarheid die op ons eigen wezen is gebaseerd.

En wanneer wij onderzoeken wat we zelf zijn, zeker op aarde doet men dat ook nog wel, en we proberen te begrijpen wat er allemaal in ons bestaat, dan komen we tot onstellende conclusies. Wij weten dat een groot aantal ervaringen zijn geregistreerd en voor een deel ook onderzocht en bewezen van mensen die in vorige levens ook bestaan hebben. Reïncarnatie dus. Het is niet te bewijzen dat dit voor iedereen zal gelden. Er zijn een hele hoop mensen die hopen dat het voor hen in ieder geval niet zal gelden. Maar het feit bestaat. Er is dus een andere vorm van leven.

In deze situatie valt verder op dat bij het zoeken naar reïncarnatieherinneringen het geestelijk bestaan altijd als een soort zwart vlak, een vlak zonder gegevens wordt uitgedrukt. Voor sommigen een reden om te zeggen dat het dan kennelijk niet bestaat. Maar waar komt dan die continuïteit vandaan? Er moet iets gebeuren in de tijd tussen twee levens. Wanneer we nu beseffen dat de geestelijke wereld in vele opzichten sterk verschilt en wel zal moeten verschillen ook van de menselijke, dan is het begrijpelijk dat menselijk uitdrukbare beelden niet te vinden zijn. Alleen wanneer we in analogen denken aan de hand van een recente ervaring komen we tot de mogelijkheid om als mens op aarde het een en ander te omschrijven wat we in de sferen, althans buiten ons eigen ik, menen te hebben meegemaakt.

Dan kijken we eens naar een ander punt. In de hele geschiedenis van de mensheid, wanneer we gaan van het vroegste sjamanisme tot de modernste godsdiensten toe en veel filosofieën, worden wij ergens geconfronteerd met God of iets wat er op lijkt. Er is een hogere instantie voor praktisch alle mensen. Hoe komen ze eraan? In vele gevallen door een projecteren van een eigen behoeftebeeld of een eigen begeertebeeld naar buiten toe. De godsvoorstellingen zijn projecties. Wanneer we denken aan bijvoorbeeld het Jodendom, wat dus de basis is ook van het Christendom, en ten dele zelfs van de Islam, dan zien we veel profeten.

Een profeet is iemand door wie God spreekt. Opvallend is dat betrekkelijk weinig profeten zeggen dat dit inderdaad het geval is. De meesten beschrijven visioenen of spreken uit de naam van God, wat iets anders is dan ‘God door zichzelf te laten spreken’ als u het mij vraagt. Er is dus kennelijk een behoefte om te identificeren met deze ongeziene en eigenlijk onomschrijfbare kracht en deze dan gelijktijdig te hanteren als een argument tegenover de groep waarin men leeft. Dat laatste is erg interessant, want in het Jodendom kennen wij de verschillende namen, Jehova, Jahweh, Adonai…en de afkorting die heel vaak wordt gebruikt, Ja… Hè, de bekende kreet die u allemaal nog wel kent van het leger des Heils en zo: hallelujah, wil dus eigenlijk zeggen prijs God. En daarom is die term ook in de oudheid al veel gebruikt.

Het is interessant om te zien hoe Jahweh eigenlijk eerst een god is van een betrekkelijk kleine stam. Hij heeft dan nog geen naam. Hij wordt dan de inspirator of leider van aartsvaders. Het is de geestelijke kracht waarop ze zich beroepen, en daarin is, volgens sommige uitlatingen zou je dat althans mogen veronderstellen, mede iets van hun voorgeslacht, dus van de andere aartsvaders, mee bevat. Pas wanneer de Mozaïsche wetgeving plaatsvindt en de stam van Levi tot schrijvers en priesters worden benoemd, zien we Gods namen opduiken.

Onderzoeken we die namen, dan blijken zij in vele gevallen verwantschap te vertonen met de goden van Egypte, wat begrijpelijk zou zijn, omdat Mozes uiteindelijk een priesterlijke opleiding in Egypte heeft gehad. En daarnaast dat een deel van die namen ook Babylonische klanken vertonen. Het is bijvoorbeeld opvallend dat Jehovah eigenlijk pas in de mode komt na de Babylonische gevangenschap, terwijl Adonai, waarin de a van Ra zit, veel eerder wordt gebruikt. Bij al deze historische overwegingen zou je dus kunnen zeggen: ja, men heeft een god erkend ergens, maar die god is geëvolueerd van een soort voorvaderlijke figuur tot een machtsfiguur, tot een krachtfiguur die verdedigt, uitverkiest, verdoemt en uiteindelijk gaat hij dan over – en dat zien we vooral in het Christendom – in liefde. God is liefde.

Een kreet die u in deze dagen heel vaak zult kunnen horen. En de jongeren, die draaien het soms om en die zeggen: de liefde is god. En dat is te begrijpen, vooral in de puberteit. Maar realiseer je je nu even wat er dus is gebeurd. De god die wás, is in het Christendom van aard en kwaliteit aanmerkelijk veranderd. Toch was hij in het begin, de bevrijdende, – Jezus, de redder -, en ook de verdedigende God, want: ‘hij zou rechtspreken, hij zou wreken wat aan onrecht is gedaan’. Langzaam maar zeker verzandt dat een beetje en God wordt de rechtvaardiging van bestaande machtsstructuur.

Je kunt dat opvallend zien bijvoorbeeld in de kerkelijke structuur van Rome, maar we zien dat evenzeer zeer snel groeien in de reformatie. En kijken we wat er nu op het ogenblik overblijft, dan is God eigenlijk een soort liefde in de verte, waarbij sommige groeperingen ongetwijfeld dan nog aanhaken bij de aanhangsels aan de eigenlijke evangeliën als openbaringen, handelingen etc. en daarbij dan weer proberen terug te keren naar een godsbeeld dat een machtsbevestiging, een uitverkiezing geeft, zonder meer. Dit is één voorbeeld, ik zou het u voor verschillende godsdiensten kunnen geven, maar ik hoop dat ik hiermee kan volstaan voorlopig.

Er moet een waarheid achter dit alles schuilen, want anders zou niet negen tiende van de wereldbevolking door alle tijden heen geloofd hebben aan goden of aan een god. Dan zou zeker niet in de laatste drie- vierduizend jaar de ene god bij zoveel verschillende volkeren de hoofdrol hebben gespeeld, ook al zijn er daarnaast natuurlijk de lagere goden en uiteindelijk iets wat je in de christelijke leer dan de gewone engeltjes noemt en daarboven staan er weer betere rangen enz. enz. hè. Waarbij mij overigens wel is opgevallen dat in de achttiende eeuw, in de zeventiende eeuw zelfs al, de engelenschare plotseling een eigenaardige functie kreeg, want dan zien we hun beeltenis overal opduiken in de vorm van eroten. En eroten, zoals u weet, zijn in feite afgevaardigden van eros. En die vond u niet alleen in de salons, nee, u kon ze ook in de kerken vinden. Maar ja, in de kerken bestond dus toch al een zeker cynisme, want als u kijkt naar de versiering onder vele van de koorbanken, waar kanunniken en dergelijke waardigheidsbekleders zaten, dan kunt u vaak zien dat de steunen van hun machtszetel zijn behouwen met beeltenissen van kleine duivels. Het is historisch juist en u kunt het hier en daar nog wel vinden.

Dus, de waarheid die niet verandert is: er is een God. De waarheid die niet verandert is kennelijk ook: er is iets ná de dood. Het bestaan houdt niet met de dood op. Al het andere is projectie van de mens. En wanneer we kijken naar de manier waarop de mens deze dingen hanteert, dan kunnen we zelfs zeggen: soms zien we een hele leer veranderen tot ze het tegengestelde is geworden van wat ze bedoelde te zijn. Neem Jezus bijvoorbeeld weer. Ik zit maar met het Christendom te roeien, als u wat anders wilt mag u het zeggen, maar Jezus zegt dus: ‘Ga uit, verkondig de blijde boodschap’, best. Maar zeg niet als ze het niet aannemen, dan moet je ze aan het kruis slaan of verbranden… Toch zijn er meer mensen mishandeld, gedood etc. in de naam van het Christendom én de verlosser dan er voor die tijd ooit gedood zijn in gewone oorlogen tussen vorsten… Dat mogen we nooit uit het oog verliezen. Er zijn meer mensen opgeofferd aan de machtsbehoefte die door de leiding van verschillende godsdiensten kennelijk wordt gezien als einddoel, dan er ooit zijn opgeofferd aan eenvoudige tirannen.

Laat ik het zo zeggen: de sjah was heus geen lieve jongen, en hij heeft een hele hoop martelingen enz. enz. op zijn naam gebracht, maar de ayatollah’s hebben in een kortere tijd veel meer tot stand gebracht. En als we kijken bijvoorbeeld naar de houding van allerhande leiders, dan zien we ook weer: daar waar leiders zichzelf als uitverkoren beschouwen, zijn ze geneigd om de mens op te offeren aan de idee. Jezus predikt juist dat de idee de hulp moet betekenen aan elke mens. Maar datzelfde leert de Boeddha. Hij heeft het over het mededogen. Over de noodzaak om anderen te helpen en bij te staan. In de Zen-leer leren we: Jezelf moet je beheersen; maar je moet een ander helpen om de gevolgen van zijn onbeheerstheid op te heffen. Dus niet: sla hem op zijn donder tot hij zich ook beheerst…

En als je in de koran leest, ja, dan staat er inderdaad: je moet de afgoden verdrijven, nu dat ben ik er wel mee eens, ja. Maar er staat niet: Degenen die ze aanhangen moet je óók de kop afslaan. Dat kun je nergens aantreffen. Dat komt pas voor in de commentaren van Ali, die een van opvolgers is geweest trouwens van de profeet. Al die dingen bij elkaar brengen de vraag terug tot dat ene punt: ‘Wie ben ik; wat ben ik; wat is de werkelijkheid van mijn leven’.

En kijk dan naar uzelf. U leeft. Maar wat betekent leven? Denken, emoties, natuurlijk. Maar vooral: zintuiglijkheid, een wereldbeeld. Is het wereldbeeld van iedereen gelijk? U kunt het niet controleren. Als duizend mensen zeggen: ‘dit is rood’, staat nog daarmee niet vast dat ze dezelfde kleur zien; alleen dat ze voor een verschijnsel een gelijke benaming gebruiken en zo een communicatiemogelijkheid scheppen. Er is een persoonlijke wereld waarin je leeft, jouw ervaringswereld. Er is een achtergrond achter die ervaringswereld die niet rationeel, maar emotioneel is. Je wordt in feite gedreven door je dromen en door je verlangens, meer dan door de redelijkheid van je constateringen. En zelfs die constateringen zijn maar betrekkelijk juist. Toch heb je niet het gevoel dat er een einde aan je komt. O, natuurlijk, er zijn mensen bang voor de dood. Maar het eigenaardige is dat de meeste mensen meer bang zijn voor de ellende, die met de dood gepaard schijnt te gaan, dan voor de dood zelf. Want er is een gevoel van continuïteit, waar komt dat vandaan? Het moet toch een reden hebben. O, zelfbehoud en zelfhandhaving, ja, mooie woorden, maar een emotionele zekerheid die niet rationeel te bevestigen is; het moet toch een oorzaak hebben.

En dan kunnen we niet zeggen: ja, dat is een raciaal emotioneel psychologisch probleem. We kunnen het natuurlijk wel zeggen, maar we zeggen dan eigenlijk niets. De zekerheid houdt in dat wij het gevoel hebben, dat het leven op aarde, wanneer we daar vertoeven, slechts een gedeelte is van ons bestaan en niet de totaliteit. En dan weet ik dat er een hele hoop mensen zijn die tekeer gaan tegen onder meer het spiritisme. Ja, laten we het ook maar meteen even noemen, nietwaar. Waarom? Omdat de boodschap die door spiritistische middelen gebracht wordt, niet een boodschap is die onder controle kan staan van degenen die menen dat zij de enige waarheid bezitten. Als er een stem is die iets roept tegen Balaäm, dan is dat god. Als u helderhorend een stem hoort, is dat de duivel… Onzin natuurlijk; het verschijnsel is vergelijkbaar. Waarom horen we zo weinig over al die profeten, de manier waarop ze werken, de manier waarop ze spreken?

Wanneer we kijken naar bijvoorbeeld de ondergang die gepredikt wordt voor Babylon en om bekering van de mensen wordt gevraagd, dat is gebeurd. Dan zegt de profeet niet: ik doe dat uit de volheid mijns harten, nee, hij gaat zitten wachten en hopen dat de stad ten onder zal gaan. We vinden later nog zo’n geval. Hier is sprake van iets wat eerder mediamiciteit aanduidt dan een bewijs is voor een directe goddelijke boodschap. Als de profeet iets zegt en hoopt dat het niet waar wordt, dan is dat ‘god’. Als een medium iets zegt en het er niet mee eens is: ‘het was ook de duivel’. Dat is toch onzin.

Er bestaat een geestenwereld. Er zijn zoveel verschijnselen, zoveel overleveringen, zoveel godsdiensten zelfs die mede hierop gebaseerd zijn, dat je het verschijnsel niet eenvoudig kunt wegwapperen als niet bestaand. Het is er. En wanneer je kijkt hoe de geest over de aanwezigen komt, bijvoorbeeld al in de korenmarkt, over de apostelen en ze spreken in wonderlijke talen; als we de glossolalie zien die bij bepaalde christelijke groeperingen een grote rol heeft gespeeld, dan kunnen we toch niet zeggen: ‘ja, maar dat komt allemaal uit god’ en als het nu gebeurt buiten een kerkelijk verband ‘is het demonisch’. Jezus heeft gezegd: ‘Ga uit en drijf de duivel uit, genees de zieken in mijn naam, en de naam des Vaders’. Je zou zeggen in het Christendom zou iedereen dus klaar moeten staan om gebedsgenezer, een magnetiseur, dat soort mensen te omarmen, te zeggen: je bent een uiting van wat Jezus ons gezegd heeft te doen. ‘Nee, het komt van de duivel’, want de pastoor kan het niet, de dominee kan het niet… ‘dus is het uit de duivel’.. Onzin, nietwaar vrienden.

Dan schuilt er een waarheid achter, er is een kracht en hoe we die nu willen noemen of niet willen noemen, doet niet ter zake. Er is een kracht waardoor mensen kunnen leren anderen te genezen. Er is een kracht waardoor ze met mensen die dood heten te zijn, kunnen communiceren. Er zijn stemmen die soms plotseling tot mensen spreken. Er zijn visioenen die plotseling opdoemen. En de mens heeft er zelf natuurlijk wat mee te maken. Want hij interpreteert, maar het verschijnsel is er. Er is een kracht die zich op vele wijzen in het menselijk geslacht openbaart en die, laten we dat niet vergeten, niet nader omschreven kan worden, niet zonder meer gelokaliseerd kan worden in de hersenen of op een andere manier beschreven, wetenschappelijk, maar die er wel is.

Als die kracht in de mens leeft, bestaat er iets in de mens, wat zich kennelijk onttrekt aan alle ratio. Wanneer het spiritisme juist dit deel aanspreekt van de mens, dan mag dat vanuit het standpunt van degenen die een soort pseudowetenschap willen maken van allerhande godsdienstige betogen verkeerd zijn, maar het kan niet ontkend worden. Deze dingen zijn gebeurd in het verleden. Apostelen, maar ook volgelingen van de Boeddha, hebben paranormale genezingen tot stand gebracht. Zij hebben visioenen gehad. Waarom hebt u dat niet? U hebt net zoveel recht om die innerlijke kracht te gebruiken en te openbaren als ieder ander. De waarheid is dat de kracht die in u leeft in wezen beperkt wordt, door de weigering van degenen die uw geestelijk leven zeggen ten goede te voeren, om deze te erkennen en te laten ontwikkelen. Hopelijk zal dit laatste niet een waarheid zijn die nooit verandert. Maar het is een waarheid van dit ogenblik. Laat me, ik wil het niet al te lang maken met de inleiding, nog een paar keer opsommen wat we dus op het ogenblik hebben.

Er is iets dat we god noemen. Er zijn krachten die in en door ons werken. Er is geen dood die gelijktijdig een volledig einde van het bestaan behoeft te betekenen. En ten laatste, er zijn vele mogelijkheden voor u om, hoe dan ook, een contact te hebben met die kracht of met andere toestanden van bestaan en deze te vertalen in de termen van uw eigen wereld.

Wanneer dit waar is geweest door alle tijden, wanneer dat vandaag aan de dag nog steeds waar is, zo ben ik zo vrij om te veronderstellen, dat zolang er een mensheid bestaat, dit een waarheid is die nooit zal veranderen. De waarheid is dat de kracht in ú leeft, door ú werkt, tot ú spreekt. En dat, al bent u dan maatschappelijk kunstmatig daarvoor doof en blind gemaakt, de kracht er is. Wanneer we een keuze moeten maken in het leven, laten we deze innerlijke waarde, deze innerlijke kracht niet terzijde schuiven. Laten we begrijpen dat de wereld van de dromen en van een andere werkelijkheid soms op een wonderlijke wijze door elkaar kunnen lopen, maar dat die andere wereld er evengoed is als die wereld van de fantasie en van de droom.

En laten we tenslotte voor onszelf de conclusie trekken dat wij het zijn met ons innerlijk leven, met onze poging om in onszelf iets te vinden van die kracht, iets te vinden van dat verstaan van het andere, van het onbekende, dat wij het zijn die moeten leven, die onze keuzen moeten maken in het leven en die onze weg zelf moeten zoeken door het leven. Daarbij de bakens, de raadgevingen, de leiding van anderen beschouwend, niet als een absoluut gezag, maar als de vingerwijzing die we soms kunnen gebruiken. Maar als ons doel een andere bestemming is, behoeven we hun richtlijnen niet te volgen. Eerst wanneer het individu vrij is, kan de mensheid vrij zijn. Daar waar men het individu knecht, is de mensheid een vorm van gevangenschap. Laten we die dingen niet vergeten en laten we proberen daaruit onze eigen conclusies te trekken. Want wij zijn het, levend uiteindelijk toch in ons eigen wereldje, met onze eigen innerlijke wereld en innerlijke kracht, met onze eigen persoonlijkheid die misschien vele vormen van leven omvat, die moeten zorgen te worden tot het vredige of harmonische geheel, waarin zelfs geluk geen betekenis meer heeft, omdat er een vrede heerst die alle dingen samenvat.

Dat is een waarheid die volgens mij nooit zal veranderen. Deze waarheid heb ik voorgelegd. Ik heb daarin heel wat dingen naar voren gebracht waar u natuurlijk op kunt reageren. Ik hoop dat u dat na de pauze ook zult doen. Als u denkt dat er een onomstotelijke waarheid is, bijvoorbeeld: ‘maar Jezus is de enig geboren zoon van God’, dan wil ik raden: Dit is een geloof, het is geen waarheid zonder meer. Het kan een persoonlijke waarheid zijn, maar het is geen alomvattende waarheid. Wees voorzichtig wanneer u dergelijke vragen stelt.

En ten laatste en dan ga ik u de kans geven om al uw bezwaren, commentaren en dergelijke op te bouwen: Besef dat u recht hebt op uw eigen geloof, maar dat uw geloof dan ook de basis moet zijn van uw leven, want een mens die zijn innerlijke zekerheden verraadt voor uiterlijke baat, nut of uit gemakzucht, richt zichzelf ten gronde. Ik dank u voor de aandacht. Na de pauze zal ik u graag te woord staan.  

Vragen

Zo vrienden, dan gaan we eens kijken wat u allemaal op te merken hebt op mijn hopelijk compacte, maar niet lange inleiding.

  • Ieder mens is een deel van de grote waarheid. Door zijn denken, voelen en handelen schept de mens echter ook zijn eigen waarheid, die dan toch ook weer een deel van de grote waarheid is. Denkt de mens nu alleen maar dat hij zijn eigen werkelijkheid ofwel eigen leven schept of ís dit ook echt zo. En is de mens in staat om zijn eigen karma, die een onderdeel is van de waarheid, te veranderen door zijn eigen waarheid te veranderen?

Ja, een heel ingewikkelde vraag. We zijn allemaal deel van de Oerkracht, maar dat is een geloofsartikel, het is niet bewijsbaar. Wij zullen dus deel zijn van de waarheid, aangezien wij aannemen dat God, het goddelijke of de Oerkracht alomvattend is, zal alles wat wij denken behoren tot de mogelijkheden binnen de oerkracht. En alle mogelijkheden zullen in de volmaaktheid ergens uitgedrukt zijn. Dat is dus een geloofsredenering, maar dat klopt allemaal heel aardig.

Dan zegt u: schept de mens zijn eigen leven? Nee, de mens schept niet zijn eigen leven, maar zijn eigen beeld van het leven. Het leven is voor een groot gedeelte mede afhankelijk van het bewustzijn dat geestelijk bereikt is. En hierdoor worden dan de keuzen eerst van incarnatie, maar via onbewuste impulsen ook de levenskeuzen in die incarnatie beïnvloed. De mens schept dus niet zijn karma, hij schept een bewustwording. Maar wanneer die bewustwording hiaten heeft of gapingen, dan zal dus in het volgende leven t.a.v. dergelijke feiten geen reactie mogelijk zijn. En daardoor veroorzaakt hij een aantal belevingen die in feite ten doel hebben die leemten te vullen. Maar ze worden ervaren als noodlot, omdat je niet weet hoe de samenhang is, neem je aan dat het je wordt opgelegd. Het begrip karma is dus niet een oorzaak en gevolgwerking zonder meer, het is eerder een opleidingskwestie. Hoe beter je opleiding, hoe groter je overzicht en hoe juister hierdoor je keuze kan zijn.

  • De leer van enkele grote wijzen, Shankara, Patanjali en Ramana Maharishi is volkomen identiek. Alle drie zeggen ze: Men is in werkelijkheid Brahman, het oneindige zelf, toeschouwer. Ego en wereld bestaan niet werkelijk, zijn illusie en fata morgana. Bewijst de volledige identiteit van hun leer niet de juistheid ervan en daarmee dat ego en wereld illusoir zijn?

Een leer kan nooit de juistheid van een feit bewijzen voor degene die in dat feit leeft. Het is mogelijk dat alles een illusie is, maar als een auto over uw tenen heenrijdt, dan is zowel de pijn als de daaropvolgende dansbeweging voor u een absolute realiteit. En het heeft geen zin om te zeggen dat dit een illusie is zolang je je aan die illusie niet kunt onttrekken. Wanneer we zeggen: we zijn allen deel van één en dezelfde kracht, dan zeggen we: inderdaad, wij zijn allen deel van Brahman. En dan zeggen we niet Brahma, maar Brahman, omdat dit de oerkracht is. En het bewustzijn dat zich kan handhaven, wanneer Brahman de krachten tot zich terugneemt, wordt Brahma, de schepper van de wereld en de bepaler van de illusie, zou u zeggen, van de werkelijkheidsmogelijkheden die in dat nieuwe heelal kunnen ontstaan. Dat dit juist is, kun je veronderstellen. Je kunt het niet bewijzen. Dientengevolge is en blijft het een geloof. Dat ik het met dit geloof tot op zekere hoogte eens ben, heeft u ook uit mijn vorige vraagbeantwoording ongetwijfeld vernomen. U dient er echter bij wel te realiseren, dat het geen zin heeft het leven een illusie te noemen, ténzij wij zelve in staat zijn die illusie op te heffen. En daarom moeten wij niet zeggen: ‘alles is illusie’, maar: het is mijn werkelijkheid en zo ik mijzelve in die werkelijkheid verder bekwaam, zal ik mijn werkelijkheid zien veranderen en daardoor misschien dichter komen bij een waarheid.

  • Veel meesters, ook Orde der Verdraagzamen sprekers, zeggen wijze dingen, maar ze stemmen niet altijd voor de volle honderd procent met elkaar overeen, hetgeen een kleine onjuistheid van de een of de ander suggereert. De werkelijke waarheid moet toch altijd waar zijn en alle veranderingen en verschilpunten overleven?

Datgene wat alle geschilpunten en verschillen van benadering overleeft, is een absolute waarheid. Een absolute waarheid is op aarde niet formuleerbaar, zie mijn inleiding. En dientengevolge zal een ieder de waarheid op zijn eigen wijze omschrijven, uitdrukken en interpreteren. Dat in de Orde juist deze verschillen van benaderingen en interpretatie mogelijk zijn, bewijst dat de Orde geen geloof, dus geen vaste leer propageert, maar een methode van denken. Het is daartoe dat men vele persoonlijkheden zelfs met schijnbaar strijdige verklaringen laat doorkomen, maar wie goed alles bestudeert, zal tot de conclusie komen dat er één hoofdlijn is waaraan allen die tot de Orde behoren, voortdurend refereren en waaruit zij voortdurend werken. Wijsheid is een poging om het wezen der dingen te omschrijven, maar het wezen der dingen kan slechts omschreven worden vanuit het wezen van de waarnemer die zo de zinvolheid definieert.

  • Houdt de Orde in zekere zin ons een spiegel voor?

Ja, dat is moeilijk om dat te zeggen, want kijk, als de Orde alleen maar een spiegel zou zijn, zouden velen van u toch knapper zijn dan ze zich in de gewone spiegel vinden. En ik geloof niet dat je het in deze zin moet zien. De Orde geeft u een materiaal waarin u uzelf zoekt terug te vinden. D.w.z. u zoekt naar herkenningspunten. Deze punten die u vaak als een zelfbevestiging ervaart, zijn echter gelieerd met dingen die voor u nog niet gedacht of belangrijk waren, waardoor u in staat wordt gesteld uw visie te verbreden, zonder gelijktijdig daarbij uw eigen persoonlijkheid of benadering te verliezen.

  • Met ‘niet-doen kan men alles doen’, maar dan is er toch geen richting meer of wil? M.a.w. men kan dan wel als volmaakte spiegel werken, alles spiegelt zich daarin en wordt er mogelijk sterk door beïnvloed, maar de bewegingloosheid, de spiegel heeft het toch niet in de hand of dat wat zich daarin spiegelt ook noodzakelijkerwijs getransformeerd wordt, noch de mate waarin?

De spiegel in zichzelve heeft als enige invloed de erkenningsmogelijkheid die hij aan de voorbijganger geeft. Zijn eigen wezen wordt echter niet bepaald door zijn substantie, maar door zijn constructie, d.w.z. zijn samenstelling. Iemand die ‘niet-doet’ kan door dit ‘niet-doen’ inderdaad een enorme veelheid van mogelijkheden omvatten. Gelijktijdig echter zal hij dan een volledigheid moeten bezitten die niet denkbaar is bij de mens. Wanneer een mens probeert niet-te-doen en zo een spiegel te worden, wordt hij voor zichzelf en anderen tot lachspiegel en dit moeten we voorkomen. De daadloosheid heeft alleen dan zin wanneer wij het wezen van de mogelijke daad volledig doorgronden. Zolang dit voor ons niet mogelijk is, zullen we de daad moeten stellen om te ervaren wat een deel van de mogelijkheden daaraan verbonden zal zijn.

  • Was het bewustzijn oorspronkelijk onbegrensd, – God -, waarna sterk gekelderd tot gaswolk, mineraal, om vervolgens via plant, dier en mensfase weer naar Volmaaktheid te groeien. Of is het altijd volmaakt, maar met een schijnbaar vormenspel erin en een schijnbare evolutie?

Wanneer u mij vraagt om vanuit het goddelijke te spreken, moet ik hier mijn onvermogen onmiddellijk toegeven. Indien ik zover gevorderd zou zijn, zou ik waarschijnlijk hier niet spreken. Indien u mij vraagt dit vanuit mijn standpunt te belichten, moet ik stellen: zover ik weet en naar ik geloof is de godheid een volledigheid, dus alles is daarin reeds vertegenwoordigd, alles bestaat daarin en alles daarin is potentie. Wanneer de potentie achtereenvolgens wordt gerealiseerd, zullen delen van het bewustzijn tijdelijk vervlochten raken met de uitingen, de beelden die ontstaan. Je zou kunnen zeggen het zijn droombeelden die een eigen persoonlijkheid verkrijgen door de bezieling die de dromer hen geeft. Op het ogenblik echter dat de persoonlijkheid ontstaat en een bewustzijnsontwikkeling doormaakt, moeten wij aannemen dat dit zinvol is voor de dromer, al weten we niet waarom. Wanneer het volledige bewustzijn van de dromer toegang vindt in de deelgestalte die daardoor in stand werd gehouden en opgebouwd, zal dit als een geheel van ervaringen en erkenningen opgaan in het geheel en zeer waarschijnlijk daarin toch weer een apart deeltje blijven zoals een herinnering een apart deel is van uw bewustzijn.

  • Is de uiteindelijke oorzaak onvindbaar? Of is misschien het hele idee van oorzakelijkheid iets wat slechts in het denken (of de geest) bestaat, waar we gewend aan zijn geraakt: we kunnen ons geen verschijnsel zonder oorzaak voorstellen?

Dat is een zeer interessante, maar filosofisch nogal moeilijke vraag. Het is namelijk zo, dat het gevolg wel eens de oorzaak kan voortbrengen, zodat oorzaak en gevolg niet zonder meer met elkaar gelieerd zijn, maar eenvoudig een volgorde aanduiden van verschijnselen, die met elkaar verbonden zijn. Wanneer we in het tijdloze komen, bestaat er geen oorzaak en geen gevolg, maar zijn deze beide aspecten van een zeker verschijningselement. Dientengevolge kan worden gezegd: oorzaak en gevolg bestaan niet reëel en kosmisch. Oorzaak en gevolg bestaan alleen binnen beperkte gebieden en zijn dan gebonden aan beperkte wetmatigheden, die echter kosmisch gezien zinloos zijn, omdat ze een relatie veronderstellen die in wezen niet bestaat. Want wanneer ik iets wat één is in tweeën splits, heb ik daarmee de eenheid ervan niet ongedaan gemaakt, ik heb alleen voor mijzelf een deling veroorzaakt in iets wat toch één geheel is.

  • Bestaat er een slaap zó diep dat de verlichte staat, volkomen ego-vrij, ermee geëvenaard wordt, ermee identiek is?

Ik heb wel mensen ontmoet, die zelfs na hun dood dat beweren. Maar als je dan terugkijkt, dan ontdek je dat ze in verlichte staat erg hard snurken… Dit pleit volgens mij niet voor de realiteit van een absolute verlichting die optreedt. Maar dit kan een persoonlijke benadering zijn. Mijn eigen ervaring zegt: dit lijkt mij niet waarschijnlijk, maar ik kan het niet voor allen en alle schepselen zonder meer ontkennen.

  • Wat bepaalt of indrukken wel of niet worden geregistreerd; wat of ze wel of niet een spoor achterlaten?

Wanneer het gaat over lichamelijke registratie, dan kunnen wij zeggen dat alle elementen sterk worden geregistreerd, wanneer een emotionele band bestaat met het gebeuren. Dus emotie plus waarneming betekenen intense registratie. Een emotie plus waarneming, waarbij de emotie zwak is, betekent een beperkte registratie, onderbewustzijn bijvoorbeeld. Wanneer een al te grote emotie met een bepaalde ervaring gepaard gaat, kan bovendien een verdringing ontstaan, waarbij de werking in het onderbewustzijn bijzonder intens is maar gelijktijdig een absolute rem bestaat ten aanzien van de herinnering van die feiten.

  • Waarom worden geestelijke energieën altijd als veel sterker beschouwd dan stoffelijke; je kunt toch nergens zo hard je hoofd stoten als in de stof? 

Wacht tot u aan onze kant bent. Neen, u moet het heel goed begrijpen: energie hoeft zich niet altijd te manifesteren op dezelfde wijze, waarop krachten zich op aarde manifesteren. U kunt zeggen: ik zie daar een kabel en ik zie er niets bijzonders aan, maar als er 20.000 volt op staat en u pakt ze aan, dan zal uw relatie daarmee voor u een zeker gevaar en mogelijkerwijze een expresverzending naar onze wereld impliceren.

U moet dus duidelijk beseffen: geestelijke kracht is iets anders dan lichamelijke kracht of stoffelijke krachtsvormen. Juist omdat zij zuiver energie is, kan zij echter de vorm aannemen van alle krachtsverschijnselen die op aarde bestaan. Zij is daarbij niet gelimiteerd tot de mogelijkheden van die verschijnselen, omdat zij op elk punt tot ontlading kan komen, wat bij deze krachten normaal in uw wereld niet het geval zal zijn. Bijvoorbeeld u kunt niet met een stoot een niersteen vergruizen. Als u dat probeert, dan gaat de nier eraan. Wanneer je echter een-tiende van de hoeveelheid kracht die je daarvoor zou gebruiken, ontlaadt op een niersteen, wordt ze verbrijzeld. Want ze is dan gericht op de niersteen zelf. Bepaalde trillingstherapieën die op het ogenblik gebruikt worden, maken duidelijk wat ik hiermee bedoel.

Het is dus zo: geestelijke kracht is groter, omdat zij onbegrensder is. Er is een onbegrensd vermogen om die energie dus uit te stuwen, maar er bestaat bij u een beperkt vermogen om die energie op te nemen. Laat ik het zo zeggen: Er is een miljoen volt beschikbaar, maar in u bestaan weerstanden, waardoor uw eindproduct niet meer dan twintig volt kan bedragen.

  • Einstein blijkt niet in alles gelijk te hebben. Was zijn grondgedachte dat massa en energie equivalent zijn, wel juist? 

Ja, laat ik het zo zeggen: niet onjuist, maar onvolledig. Energie is namelijk de basis van massa. Massa is het product van gebonden energie. Dat is zonder meer waar. Het is verder zo, dat wanneer de energie in massa gebonden een evenwichtig geheel vormt, hierdoor tijd ontstaat en gelijktijdig daardoor magnetische en stralingsvelden kunnen worden veroorzaakt. Einstein had wat dit betreft gelijk.

Wanneer ik het punt, waarop massa en energie werkzaam zijn, verplaats, verander ik de tijdssequentie. Ook dit is juist. Maar hierbij moet niet vergeten worden, dat de voorwaarde om dit te scheppen op aarde nog niet bestaat. Het is hetzelfde als iemand die zegt: geef me een koevoet en ik zal de aarde uit haar baan werpen. Hij heeft volkomen gelijk, wanneer hij een steunpunt kan vinden. Maar het steunpunt bestaat niet. En daarom kunnen we zeggen: Einstein geeft inzicht in de wereld van de kleinste delen, geeft daarnaast een benaderingsmogelijkheid voor de kosmische constellaties, maar is geen directe weergave van de omstandigheden zoals ze op aarde zonder meer bestaan en gehanteerd kunnen worden. Ze zijn wel een aanleiding tot juistere erkenning van mogelijkheden die op aarde en onder aardse omstandigheden wel bestaan.

  •  Welke waarheden bevat de oude Egyptische religie en magie?

Ja, dat is moeilijk om dit volledig te omschrijven. Het zou een hele lezing worden. Maar simpel gezegd: de symbolische weg van de ziel, plus de symbolische inhoud van de twee papyri van wijsheid omschrijven de relatie van de ziel, de mens en de kosmos met elkaar. Hierdoor kunnen zowel innerlijke processen, geestelijke processen als stoffelijke processen worden waargenomen, geregistreerd en ten dele, maar niet geheel, beheerst. Uit die beheersing vloeit een bepaalde vorm van magie voort, waarbij dus de krachten die niet behoren tot de menselijke wereld, zonder meer in die menselijke wereld op enigerlei wijze manifest gemaakt kunnen worden. Dit is iets wat altijd al heeft bestaan en wat in Egypte in een geformaliseerde vorm een behoorlijk hoge graad van ontwikkeling bereikte. Het was voor de Egyptenaar belangrijker het wezen van een proces te zien dan het proces zelf te ontleden.

Voorbeeld: men kende wel trepanatie, maar wist niets van de bloedsomloop, althans heel weinig. Men wist wel welke verschijnselen belangrijk zijn om bepaalde ziekten en ook psychologische afwijkingen te constateren en eventueel te genezen, maar men wist niets van de materiële processen die zich daarbij afspeelden, maar kende wel de geestelijke benadering die nodig was om het gewenste effect te bereiken. Ik geloof dat hiermee duidelijk en kort is omschreven wat de werkelijke waarde is van de Egyptische godsdiensten, Egyptische magie. Ik wil eraan toevoegen: Op het ogenblik dat welke religie ook of welke vorm van magie ook, volledig geformaliseerd wordt, zij in feite een deel van haar eigen werkingsmogelijkheid verliest.

  • Is alle egoïsme, waardoor begrenzing, smart, in wezen ‘denken’, ook aandriften, instincten en dergelijke; zijn geldingsdrang, trots, jaloezie etc. in feite alleen de ik-gedachte in verschillende vormen? 

Nee, het zijn geen ik-gedachten. Wanneer u zegt: egocentrisme, dan zeg ik: ja; dat is een eigenschap van elk bewustzijn dat zich nog niet van zijn verbondenheden bewust is. Zegt u: egoïsme, noemt u die andere kwaliteiten, dan zeg ik: het is hier een gebrek aan zelfbewustzijn of erkenning, waardoor de relatie ten aanzien van de wereld mee bepaald wordt op grond van allerhande lustdrang. Het is bijvoorbeeld zeer eigenaardig dat mensen die klein zijn van gestalte, die bepaalde mislukkingen achter de rug hebben, zich ontwikkelen tot grote generaals en staatslieden en dergelijke. Terwijl degenen die altijd het gevoel van tevredenheid bezitten, weliswaar gelukkig leven, maar het nooit brengen tot vorst, generaal of leider van een groot zakenrijk. In heel veel gevallen zei men in mijn tijd, maar dat is al wat langer geleden: de strenge baas beleeft daarin genoegdoening voor zijn onderdanigheid die hij thuis aan zijn echtgenote dient te tonen.

  • Krishnamurti zei: het ik bestaat niet. Hoe bedoelde hij dit eigenlijk? 

Het beeld van het ik dat je met je draagt, bestaat in wezen niet, want het is een zelfdefinitie van iets wat zichzelve niet kent. Maar wanneer je zegt: het ik bestaat niet, dan kun je dit alleen zeggen in kosmische zin. Het ik bestaat niet, aangezien het deel is van de totaliteit. Maar gelijktijdig wordt het als werkelijk ervaren, kent het eigen en persoonlijke ontwikkelingen en moet dus door het ego zelf als werkelijkheid aanvaard worden, aangezien een ontkenning ervan alleen een vergroting van problemen betekent en niet een wegvallen van de onregelmatigheden die bepalend zijn voor de definitie van een ego.

  • Kan het ego de ik-gedachte, mens, worden waargenomen zonder identificatie met enig lichaam, stoffelijk of ijler?

Dat schijnt inderdaad mogelijk te zijn, maar het schijnt te behoren tot sferen die ik persoonlijk nog niet betreden heb. Ik kan u dus alleen uit de vierde hand vertellen wat men daarover zegt. Het ik is in feite een besef plus een reactiemogelijkheid van dat besef op vergelijkbare besefsvormen. Dit betekent dat elke uitwisseling van inhoud een ik-identificatie inhoudt, zonder dat eraan enige vorm of omschrijving in stoffelijke of laaggeestelijke zin verbonden is.

  • Ontstaan wereld en ego, object en subject tegelijkertijd of de één, object, ietsje na de ander; en ontstaan beiden uit het ego, of onafhankelijk van elkaar, uit de Bron?

Zover wij weten is elke wereld en elke ster een ego, dat wil zeggen in een bepaalde zin bezield. Als zodanig bestaan deze vormen van ik dus vóórdat de kleinere vormen van ik in verbintenis met een ster, met een planeet tot stand kunnen komen.

En daaruit moeten we dus afleiden, dacht ik, dat werelden ontstaan voordat ik-heden op die werelden kunnen bestaan. Er is dus eerst het een en dan het ander.

  • Is een dusdanige eenheids- of verlichtingsstaat mogelijk, dat ook in de stof fysieke onkwetsbaarheid bestaat en is dit ooit aantoonbaar geconstateerd? 

Er zijn een aantal eigenaardige voorbeelden hiervan geconstateerd inderdaad. Een ervan, tamelijk uitvoerig omschreven, is de geschiedenis van een mediterende man die in een door rampokkers aangevallen dessa zat. De dessa werd in brand gestoken. Alles brandde rond deze man, maar er was geen haartje op zijn hoofd, noch één draadje van zijn gewaad verschroeid. Want door zijn ontruktheid was hij géén deel van het stoffelijk gebeuren en kon het stoffelijke gebeuren hem dus niet veranderen, tótdat hij daarin terugkeerde, ook wanneer zijn vorm door anderen werd gezien.

Vergelijkbare voorbeelden vinden we verder in bijvoorbeeld India. Zowel in de oude geschriften alsook in latere overleveringen en legenden. We vinden ze in bepaalde delen van boeddhistische overlevering. En wij weten dat de kwetsbaarheid eerst dan ontstaat, wanneer men de kwetsbaarheid en de wereld waaruit zij voortvloeit, erkent, beleeft en aanvaardt. Daar waar die aanvaarding, erkenning en beleving niet bestaan, is er dus in feite onkwetsbaarheid.

  • In Roermond zit een vrouwelijk medium die leerlingen van meesters van de planeet Jupiter doorkrijgt. Ze noemen zich het Elioncollectief. Zij werkt met deze meesters samen en legt bepaalde stenen, halfedelstenen, op diverse chakra’s van patiënten. Alle karma wordt in deze stenen gezogen, hetgeen pijnlijk kan zijn. Daarna worden de chakra’s via de Jupiterianen recht gezet. De vraag is: is dit niet gevaarlijk en hoe weet dat medium dat het goede wezens zijn en dat ze geen geestelijke slaven willen maken?

Het medium zal het waarschijnlijk wel weten, omdat die wezens niet bestaan. Er is namelijk geen leven op Jupiter in enige vorm die stoffelijk invloed zou kunnen uitoefenen. Verder wil ik opmerken dat het opnemen van bepaalde afwijkingen in de eigen uitstraling in edelstenen zonder meer mogelijk is. En dit is afhankelijk van het steenraster plus de gebruikte stuwenergie om die opname te veroorzaken. Ik geloof niet dat het geheel bijzonder gevaarlijk behoeft te zijn. Anderszins geloof ik toch niet dat u het moet bezien als een genezings- of verbeteringstechniek ten aanzien van karma en lichaam zonder meer. Maar als u erin gelooft, kan het u ongetwijfeld helpen.

  • Ik heb gehoord dat het mogelijk is om via de radio in contact te komen met uw wereld. Kunt u daar een toelichting op geven?

Er bestaat een mogelijkheid om dergelijke contacten tot stand te brengen en dan zitten we zelfs nog bij een waarheid. Maar er zit wel één bijzondere voorwaarde aan vast: wij moeten te maken hebben met zogenaamde blanke ruis. Dat wil zeggen dat er een draaggolf aanwezig is zonder dat daarbij buitengewoon veel signalen optreden. Deze ruis geeft dan de mogelijkheid tot modulatie. De beste resultaten worden meestal behaald op de korte en zeer korte golf. U kunt dit doen door tussen twee stations af te stemmen. Hoe lager de golflengte, hoe beter. Wanneer de draaggolf van beiden nog net aanwezig is, bestaat hierdoor een modulatiemogelijkheid. Wanneer u gebruik maakt van een generatortrap – dat is inderdaad ook mogelijk – dan kunt u dus zelf een dergelijke ruis veroorzaken en kunt u daardoor de mogelijkheid scheppen van een moduleerbaar veld. Dan is het wel nodig dat daar een condensator van behoorlijke kwaliteit en capaciteit bij aanwezig is, omdat over het algemeen dan de manipulatie van het diëlektricum in feite de trillingen veroorzaakt die voor u hoorbaar zijn. Het is een tamelijk technisch geheel en bij een versterkingsfactor van tienduizend – dat is het minimum wat u nodig hebt – zult u dus over het algemeen ook sterke storingen van buitenaf ondergaan. Het is mogelijk op deze wijze stemmen te registreren, maar wanneer u ze geregistreerd hebt, zal het noodzakelijk zijn via filters alle andere geluiden uit te sluiten en zelfs dan zult u de boodschappen over het algemeen maar zeer beperkt ontvangen, dat wil zeggen in fragmenten van zeer korte duur.

  • Van sommige adepten wordt gezegd dat zij voortdurend in een stoflichaam onder ons verkeren. Hoe doen ze dat en wat is het nut ervan? 

Hoe ze het doen? Precies zoals u. Ze worden geboren of ze vormen zich een lichaam, beide dingen zijn mogelijk. Waarom zij het doen? Omdat zij in zich bepaalde krachten dragen en misschien ook bepaalde denkbeelden hebben die voor de mensheid van belang kunnen zijn ofwel bepaalde krachten willen overdragen aan mensen die nog een stoflichaam hebben. Verder weet ik er ook niet veel van.

  • Zijn er wezens uit de binnenaarde of uit de buitenkosmos die contacten hebben gelegd met regeringen? Zo ja, tot welk doel en bestrijden ze elkaar of willen ze hetzelfde?

Nu, het is in de kosmos ook een verward zootje hoor. Het is niet alleen op aarde. Maar er zijn inderdaad ook in deze omgeving een aantal buitenaardse wezens die dus onder meer, omdat dit zonnestelsel toch wel belangrijk is en het behoud van een mogelijkheid om water in te nemen – daarvoor is de aarde erg belangrijk – dus wel bereid zijn om het een en ander te doen. Ze hebben daartoe inderdaad met verschillende regeringen contact opgenomen. Een van de dingen – een beeldstaf was dat in feite, die men dus heeft afgegeven -, bestaat nog steeds in de Verenigde Staten, is nog steeds top-secret, is gedurende zeven jaar onderzocht zonder resultaten en daarna weggeborgen. Maar men neemt aan dat bij verdere ontwikkelingen van de wetenschap, men uiteindelijk erachter zal kunnen komen wat voor materiaal ze bevat en hoe buiten de oppervlakkige boodschap andere eventuele boodschappen, erin gelegen, kunnen worden afgelezen. Dus dat is een van die gevallen.

Er zijn daarnaast projecties geweest. Men heeft dus geprobeerd verschillende mensen als het ware een boodschap te geven. Het resultaat is dat ze of in het gekkenhuis terecht kwamen of als, ja, hoe moet je dat zeggen, fantasten, om niet te zeggen mytomanen beschouwd werden. Dus het succes ervan is betrekkelijk klein. De kans op een werkelijk ingrijpen van buitenaf is eveneens betrekkelijk klein. Men zal alleen dan ingrijpen, wanneer dus de belangrijkheid van de aarde voor een bepaald deel van de ruimtevaart in deze arm van het melkwegstelsel dus te zeer zou worden aangetast. Ze zullen niet toelaten dat alle oceanen eenvoudig verdampt worden, dat niet. Maar alle mensen, nu ja, dat moeten ze eigenlijk zelf weten.

Binnenaardse wezens bestaan niet. Er bestaan wel entiteiten die leven onder de aarde, maar ze hebben geen belichaming die voor u op enigerlei wijze waarneembaar of aanvaardbaar zou zijn. Ze kunnen ook niet met u in contact treden, omdat ze eenvoudig niet beschikken over de nodige middelen. Eén uitzondering is er een tijdlang geweest, deze bestaat zo ver ik weet niet meer. En dat waren namelijk restanten van een zeer vroege beschaving, die via gedachte-projectoren zich met mensen hebben willen bemoeien, maar daarbij werden zoveel afwijkingen veroorzaakt, en bij de mensen én als terugslag ook in de eigen omgeving, dat men daarmee is gestopt. Zover ik weet heeft het geslacht zich ongeveer een veertienhonderd jaar niet meer voortgeplant en het is dus praktisch uitgestorven.

  • Waarom zijn er tegenwoordig zoveel individuen die zichzelf als graaf de Saint Germain beschouwen? 

Ja, dat is een modeverschijnsel. Vroeger had je een hoop mensen die de incarnatie van Alexander de Grote waren. En de Cleopatra’s die kon je ook per gros kopen. Er zijn perioden waarin bepaalde facetten die een figuur of persoon in de historie door overlevering heeft gekregen – en niet noodzakelijkerwijze dus werkelijk bezat -, zodanig begeerlijk maken dat mensen proberen om zich daarmee te identificeren. Nu is de ‘compte de Saint Germain’ iemand die in deze tijd erg in de mode zal zijn, in de eerste plaats: hij kon goud maken, in de tweede plaats: hij was een ingewijde, hij kende alle magische geheimen, in de derde plaats: hij was onsterfelijk en in de vierde plaats: hij verstond de kunst om te verdwijnen en in een andere gestalte onmiddellijk ergens anders verder te gaan. Dit laatste heeft zelfs gevoerd tot een grote verering voor de ‘compte de Saint Germain’ in een bepaald deel van de Duitse superklasse, zullen we maar zeggen, gedurende de laatste jaren van de wereldoorlog, de laatste wereldoorlog.

  • Het is voor ons de laatste keer, dat de stem van de Orde der Verdraagzamen te horen is. Zelf heb ik hier heel veel geleerd, maar vooral herkend. Hoe gaat de geestelijke beweging verder en komt er ooit nog zoiets als de Orde der Verdraagzamen?

De Orde der Verdraagzamen houdt niet op te bestaan. Ze gaat anders werken. Ze werkt via inspiratie, via direct ingrijpen en wil zo deelnemen aan een zeer sterke verandering op betrekkelijk korte termijn die in de wereld noodzakelijk is. Ze doet dit onder leiding van en in de samenwerking met de Witte Broederschap en een groot aantal andere geestelijke groeperingen. Dat ze dus de mediamieke uitingen beperkt en dat deze worden overgelaten aan de liefhebberijen van enkele leden die dat in hun vrije tijd doen, als ik het zo eens mag uitdrukken, zult u maar moeten aanvaarden. Wat wij u hebben gebracht, is in feite een scholing in een bepaalde manier van denken. Het is een relativisme dat wij u hebben bijgebracht, dat echter niet beslissend kan zijn voor besluiteloosheid, maar wel voor begrip van hetgeen er buiten uzelf in de wereld bestaat. En we hebben geprobeerd op deze wijze een zekere geestelijke ontwikkelingsmogelijkheid te scheppen.

Daarnaast hebben we in de laatste jaren ook meer praktische aanwijzingen gegeven, waardoor uw eigen geestelijke ontwikkeling en eventueel de ontwikkeling van uw krachten kon bevorderen. Wanneer wij nu zwijgen, wil dat niet zeggen dat we er niet meer zijn. Het wil alleen zeggen dat een bepaalde wijze van werken is beëindigd. Laat mij het zo zeggen: we hebben tot nog toe met de radio gewerkt. We zijn op het ogenblik in een omstelling van alle middelen niet meer in staat tot uitzending over te gaan op grote en regelmatige schaal, maar we hopen terug te komen, maar dan met een soort geestelijke televisie.

En u moet dus wel begrijpen, vrienden, dat niemand u in de steek laat. Het is niet zo, het is afgelopen. Er verandert voor u in wezen praktisch niets buiten dat ene: dat u niet meer voortdurend in stemcontact kunt zijn met onze groep. En dat alleen enkele leden van onze groep zo nu en dan nog wel eens een stemcontact zullen hebben met groepen van u of van anderen op aarde, maar niet meer als eerste en belangrijkste taak. Het beëindigen van de programmering is eigenlijk, zullen we zeggen, erg laat. De omstelling van onze werkzaamheden heeft namelijk al enkele jaren geleden een begin gekregen. We hebben echter zo lang mogelijk, mede op verzoek uwerzijds, althans van bestuurszijde, getracht om u een bepaald jaarrooster nog mogelijk te maken. Na dit jaar, wanneer ook het medium zegt, toch zijn taak te willen beëindigen, vinden we het beter om dan ditzelfde te doen. En dus niet wéér een medium in opleiding te nemen. Er is één medium, dat hebben we ten dele opgeleid en dat zal ongetwijfeld als medium kunnen werken, maar niet meer in een vorm of in een samenhang, zoals u dit in de afgelopen periode van ons gewend bent geraakt. Onze geestelijke hulp blijft aanwezig zoals ze was. Onze bijstand, waar dit mogelijk is voor mensen op aarde in moeilijkheden etc., blijft aanwezig, zover dit mogelijk is, dat wil zeggen niet in strijd komt met andere taakvolvoeringen die op dit ogenblik prioriteit hebben. En u moet één ding goed begrijpen: Wij zijn allen met elkaar verbonden of we het weten of niet. Wij in de geest en al die andere groepen in de geest en u op aarde, onverschillig of u nu hier bent of ergens anders, maken deel van uit van één bepaald groei- of bewustzijnsproces. Daardoor zullen we altijd verbonden zijn, ook wanneer de uiting van die verbondenheid op velerlei wijze kan geschieden en soms schijnbaar niet aanwezig is. Maar in het diepst van ons wezen zijn en blijven wij verbonden. Dat is dan een waarheid die ook niet verandert. Want waar een bewustwording van vele deel-ikken heeft gevoerd tot het ontstaan van een super ik, waarin al die deel-ikken qua bewustzijn en ontwikkelingsmogelijkheden aandeel hebben, zullen zij tot de volledige ontwikkeling van dit super-ik deel blijven van het geheel. En eerst wanneer het super-ik eventueel zich zou oplossen of zou verenigen met een ander groter geheel, zal dus deze weg en daarmee de band tussen die ikken wegvallen en zijn er geen verschillende ikjes meer. Maar is er alleen een totaalbewustzijn, waarbij alle delen alleen maar de uitdrukking vormen van het geheel, zoals de cellen van een lichaam de uitdrukking zijn van de levensfunctie van de totale lichamelijkheid.

Vrienden, ik heb geprobeerd u vanavond te confronteren met enkele waarheden. Ik heb daarbij in mijn inleiding ongetwijfeld ook wel enige kritiek geuit op instellingen die op uw wereld vaak zeer hoog geacht worden. Ik heb dit niet gedaan om te kritiseren, maar om duidelijk te maken. Een innerlijke waarheid is geen absolute waarheid. Een innerlijke waarheid is een persoonlijke beleving, welke de weerspiegeling vormt in de termen van onze wereld, de gewoonten en de omgeving van datgene wat wij als waarheid wel beleven, maar niet kunnen uitdrukken. Er is een god, ongetwijfeld, één God, want alle veelheid kan herleid worden tot een eenheid. Maar wie die god is, weet niemand. Er is één kracht en we zijn er allemaal deel van, maar wat die kracht is, is niet te omschrijven. Alleen de wijze waarop ze via een ik tot uiting kan komen, is omschrijfbaar. Er is een leven na de dood, maar het is niet bewijsbaar dat het bestaat en hoe het bestaat. Het is alleen een innerlijke zekerheid die door ervaringen zo nu en dan bevestigd wordt. Maar zelfs deze bevestiging kan alleen via een emotionele aanvaarding betekenis hebben en kan nooit zuiver rationeel ontleed worden zonder meer. Ook wanneer de wetenschap contact met onze werelden mogelijk maakt, dan zal er nog steeds een wetenschappelijke strijd over het wezen van onze wereld en de mogelijkheden ervan en eventueel de betrouwbaarheid daarvan blijven bestaan. Want de ratio, de rede, is niet in staat om meer te omschrijven dan datgene wat behoort tot de eigen wereld, de waarnemingsmogelijkheden en eventueel de systematiek eraan verbonden. Op het ogenblik dat de wetenschap verder wil gaan dan dit, wordt ze filosofie.

Zoek uw waarheid dan in uzelf. Zoek rust, vrede, kracht, in uzelf. Besef dat het niet belangrijk is hoe u denkt over uzelf of hoe een ánder over u denkt of het is belangrijk dat u beleeft wat u innerlijk bent. En uit die innerlijke beleving komt dan bijna onvermijdelijk de uiting mede voort en ook de interpretatie en het begrip van alle verschijnselen die u waarneemt. De waarheid is dat u bestaat. Dat u voor uzelf een levend wezen bent met geestelijke kwaliteiten, met een bestaan dat niet beperkt wordt door één stofleven op aarde. Aanvaard dit, maar zoek de kracht, de vrede, de mogelijkheid in uzelf. Laat u niet door anderen bedreigen met schrikbeelden die ongetwijfeld, wanneer u erin gelooft, voor u eens een tijdelijke werkelijkheid, een angstdroom, een nachtmerrie kunnen worden. Geloof niet in de heerlijkheidsdromen die anderen u voorspiegelen, want de heerlijkheid blijft een illusie, maar geloof in de verbondenheid met de Al-kracht. En vind die Al-kracht, zo ge kunt, in uzelf. Verlies desnoods een tijdje uw wereld in een innerlijke rust. En zeg dan niet: zo vind ik verlichting, want dat is maar een nevenverschijnsel.

In uzelf beleeft u werkelijkheid. En hoe meer u werkelijkheid beleeft in uzelf, hoe meer u zich bewust zult worden van waarheid, zelfs op het niveau, waarop u zelf leeft. Om het heel simpel te zeggen:

Al is God en God is Al, want wie is er die zeggen zal: ik kan buiten God bestaan; of: ik trek buiten God mijn baan, of: God leeft slechts alleen door mij. Het zijn, bekrompen, vrij, gebonden, los, in vree of strijd, is deel van ene werkelijkheid die men benoemt als God of kracht.

En wanneer het ik dan heeft volbracht, bewustzijnsvormend in zichzelf, al wat behoort tot eigen zijn, dan vindt het zich met Al verbonden. En al het ik-zijn wordt dan klein en onbelangrijk en vergaat, omdat de werkelijkheid ontstaat in dat wat gij beleeft en zijt. Zoek in uzelf de werkelijkheid. God leeft in u en spreekt in u. Niet met de tong van andere mensen, niet met leer of boek of kracht, maar als een innerlijk diep licht in uzelf aanwezig en tot bewustzijn u gebracht, wanneer ge even durft vergeten wat ge in uw wereld zijt, wat ge zou worden of wilt heten. In u leeft de werkelijkheid en uit u wordt de waarheid steeds geboren, wanneer ge slechts de schijn vermijdt uzelf te zijn alleen en zonder kracht van God in onbepaalde werkelijkheid.

En daarmee, vrienden, mag ik geloof ik de lering voor vanavond beëindigen. Ik dank u voor uw vragen en uw aandacht. Ik heb getracht ze zo goed en zo juist mogelijk te beantwoorden als mij in kort verband mogelijk was. Wilt u meer erover weten, stel uzelf de vraag en mediteer en laat in uzelf uw innerlijke waarheid ontwaken. Dan zult u antwoorden vinden die u verder kunnen helpen dan al wat ik nog meer had kunnen zeggen vanavond. En daarom dank ik u nu voor uw aanwezigheid en wens ik u toe veel kracht en licht, vrede in uzelf en het vermogen om de waarheid te erkennen die in en rond u steeds bestaat, ook al schijnt ze te verdrinken in de droomverschijnselen die uw wereld vaak als werkelijkheid projecteert.

image_pdf