De waarheid

15 november 1983

Aan het begin van deze bijeenkomst wil ik er u op wijzen dat wij sprekers van deze groep niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denkt u a.u.b. zelf na, ik geef u mijn eigen oordeel. Maar wanneer u dat gedaan hebt, probeer dan ook de praktische waarde daaruit toe te passen.

Er zijn vele mogelijke onderwerpen. Waarom zouden we dan niet een keer over de waarheid spreken? Ja, de waarheid is iets dat wel bestaat maar waar zo weinig mogelijk wordt over gesproken, vind ik. Maar waarheid is nu eenmaal iets waar we altijd in moeilijkheden mee komen. Er is een totale waarheid, ongetwijfeld, maar dan moet je alle dingen kennen om die waarheid te beseffen. Hoe minder dingen je weet, hoe kleiner je besef van waarheid ook kan zijn.

Daarnaast is een groot gedeelte van die waarheid mede gebaseerd op werelden die u op aarde niet kent, de geestelijke werelden bijvoorbeeld, de zogenaamde sferen en als u wilt moogt u de hemel, de hel en wat u zich verder voor kunt stellen daar allemaal onder rekenen.

Al die werelden behoren tot de waarheid. U kunt ze niet eens werkelijk beseffen op aarde. Hoe wilt u dan ooit die waarheid vinden? Er is een God. Wat die God is weten we niet. God is een woord. Maar we stellen ons iets voor. Wanneer ik mij een God voorstel kan die nooit waar, kan die nooit echt zijn, want de werkelijke God omvat alles en het beeld dat ik me van God maak, dat is eigenlijk mijn eigen projectie van wat ik graag als een God zou zien. Dat zal wel deel van de waarheid zijn, maar ’t is nooit een absolute waarheid.

Ik zeg dit maar om u duidelijk te maken dat er geen absolute waarheden bestaan. En juist omdat dit het geval is zullen mensen zich vaak vastklampen aan een beperkte waarheid. Dat kan ik best begrijpen: iets is waar. Het is een systeem, een filosofie, een geloof, wat u maar wil. Dan zeggen ze: dat is het juiste en daar moeten we alles en iedereen aan onderwerpen. Maar kan dat wel? Is niet iedere mens een deel van de waarheid? Is niet al wat leeft een deel van de waarheid? En alles heeft zijn eigen weg, zijn eigen functie. Er zijn tijden geweest dat we geconfronteerd werden met vreemde verschijnselen. Raspoetin bv. werd drie- viermaal vergiftigd en het haalde nooit iets uit, vandaar dat ze uiteindelijk hem met vork en mes naar het hiernamaals geholpen hebben. Maar hetzelfde gif dat specerij is voor noordelijke volkeren kan gif zijn bijvoorbeeld voor de Kanaka’s, de mensen die op de eilanden in de Stille Zuidzee wonen. En dan kun je toch niet zeggen: Omdat het voor mij goed is, is het voor anderen goed, of omdat het voor ons slecht is, is het voor iedereen slecht. Je kunt de waarden niet algemeen zetten om de doodeenvoudige reden dat er geen algemene waarheid op aarde kenbaar is. Er is er een, maar die is niet kenbaar.

Dan kom je als vanzelfsprekend tot de vraag: Wanneer die waarheid er is en ik kan haar niet vinden, hoe kom ik er naartoe? Ook daar zijn maar beperkte antwoorden op te geven, natuurlijk. Net zomin als ik kan zeggen: Hoe word ik mij van de werkelijke God volledig bewust? Dat kun je ook niet zeggen, want iemand die met zijn huidig begrip op aarde als mens of als geest, de totale godheid zou moeten beleven, die zou uitgeblust zijn, er zou niets van overblijven, die wordt verbrand, die kan het eenvoudig niet bevatten.

Zo is het met de waarheid ook. We leven en we vinden steeds vaste regels en vaste wetten. Een tijdlang zijn die voor ons van kracht. Maar dan blijkt dat wij daardoor veranderen en nu is het vreemde: op het ogenblik dat wij veranderen, veranderen ook de regels. Een waarheid van gisteren is niet altijd de waarheid van vandaag. Een natuurwet van gisteren kan morgen wel bijgeloof zijn geworden. De wetenschap van vandaag kan morgen de tovenarij van een onbeschaafd volk zijn. En dat klinkt een beetje cru om dat zo te zeggen, maar ieder van ons verandert. Als er één zekerheid is die in de schepping bestaat, in alle geestelijke werelden en ook op aarde, dan is het deze: Alles verandert.

Nu is de vraag natuurlijk of die verandering ten goede of ten kwade zal zijn? En daar is dan weer geen antwoord op te vinden, want wat voor de een goed is, kan voor de ander kwaad zijn en omgekeerd. Daarom zouden we, willen we iets begrijpen, in ieder geval van die weg naar de waarheid, het lot van de eenling eens moeten beschouwen. Iedereen vergelijkt zijn lot met dat van anderen. Iedereen beroept zich op zaken die eigenlijk in zijn eigen leven geen rol spelen. Laten we dat nu eens uitschakelen. Een mens leeft op aarde. Die mens is geboren in een bepaalde gemeenschap. Hij is geboren bij bepaalde ouders, opgevoed in een zeker geloof, in een bepaalde manier van denken. Hij heeft erfelijke kwaliteiten meegekregen, je weet wel, die dubbele kurkentrekker die in de eerste cel al bezig is te bepalen wat de rest uiteindelijk zal kunnen zijn. Hij heeft geestelijke ervaringen die zijn vastgelegd in dat wordende lichaam, maar die berusten op belevingen die hij heeft gehad, niet op een algemene waarheid.

Mag ik zeggen dat een mens in zijn weg, vanaf het ogenblik van zijn geboorte tot waarschijnlijk het ogenblik van zijn laatste bereiking, gebonden is aan een bepaalde reeks mogelijkheden, maar dat niet alle dingen voor hem mogelijk zijn en dat hij zeker niet deel zal kunnen hebben aan alles wat voor hem kenbaar is maar alleen aan datgene wat past bij zijn eigen wezen.

Dan heb ik dus te maken met iemand met beperkte mogelijkheden. Die beperkte mogelijkheden nu die doen me denken bijvoorbeeld aan een cel in een lichaam. Hoeveel verschillende soorten cellen heb je niet in een lichaam? Toch hebben al die cellen wel in de kern hetzelfde wat in het hele lichaam bestaat. De celkern is vergelijkbaar met de celkern van alle andere cellen, maar hun functie is totaal anders en dat betekent dat ze reageren op zeer bepaalde prikkels en op andere niet. Dat ze bepaalde wegen afleggen of dat ze alleen een bepaalde functie kunnen verrichten. En toch is het lichaam een geheel. Laten we nu zeggen dat de waarheid, of van mijnentwege God, het lichaam is. Wij zijn een deel ervan, maar we kunnen alleen functioneren volgens onze geaardheid. En nu is het voorbeeld helaas uitgeput want het onderwerp gaat verder.

In het bepaald aantal keuzemogelijkheden dat voor ons bestaat, zullen we moeten kiezen, niet in overeenstemming met het geheel dat we rondom ons zien, dat is voor driekwart illusie, maar in overeenstemming met hetgeen we in onszelf zijn. Die keuze zal in vergelijk met het milieu en de omgeving misschien niet altijd ideaal zijn en u zal misschien weleens zeggen: Ik wou dat ik een ander was, maar door te beantwoorden aan hetgeen we in wezen zijn veranderen wij. Van die veranderingen zijn we onszelf niet eens bewust en als je het onder mensen ziet zou ik zeggen: veranderingen gaan meestal gepaard met tomeloos en eindeloos gemopper, want dat is de gemiddelde reactie. Maar doordat je anders wordt, ga je je wereld anders zien. Doordat je je wereld anders ziet kies je anders. M.a.w. je functie wordt meer specifiek bepaald in de richting van de vernieuwing die je innerlijk ondergaat. Dan kun je gaan zeggen: Niets is werkelijk. Natuurlijk, dit is in zekere zin waar, maar wat heb ik eraan als iemand mij zegt: Niets is werkelijk en me dan met een knots op mijn hoofd slaat? U houdt er op zijn minst genomen hoofdpijn aan over en dat is voor u tijdelijk werkelijk. Laten we dus zeggen: Een werkelijkheid is datgene wat voor ons beleefbaar is op dit ogenblik. Dan is de waarheid van die werkelijkheid niet gelegen in die reeks verschijnselen die wij als zodanig beschouwen, maar in de verandering, de evolutie, desnoods revolutie, die voortdurend plaats vindt in alle delen daarvan waardoor de samenhang van het geheel verandert en daarmede de inhoud van het geheel vergroot wordt.

Wanneer we nu bezig zijn om zo een mens te volgen op zijn weg dan komen we tot de conclusie dat een cel weleens terug zou kunnen keren naar zijn oerstaat. D.w.z. dat ze weer zou kunnen reageren zoals bijvoorbeeld een eicel doet, dat die uit zichzelf vernieuwing voort kan brengen, herscheppen als het ware. Op het ogenblik dat dit gebeurt word je herboren in een grotere waarheid en dat betekent een wereld waarin je meer factoren in hun werkelijke samenhang kunt begrijpen. Wat is in geen geval waar? Er bestaat geen enkele waarheid buiten die dat je bestaat, welke geldt voor alle mensen, dat is punt één. In de tweede plaats: Er bestaat geen enkele menselijke waarheid die in staat is zonder enig voorbehoud en met volledige zekerheid te omschrijven wat er buiten de menselijke wereld bestaat. In de derde plaats: Er bestaat geen systeem en geen theorie die onbeperkt waar is maar elk systeem, elk geloof, elke theorie dient eigenlijk als een trede in een trap van ontwikkeling.

Dan kom je als vanzelf bij de vraag: Ja maar, wat is er dan waar van alle wetten die de mensen regeren en dan kan ik daar maar alleen op antwoorden: Er zijn wetten die men probeert onveranderd te handhaven. Denk in uw eigen milieu bijvoorbeeld aan de tien geboden. Maar ofschoon men probeert de wetten woordgetrouw te handhaven, blijkt dat de interpretatie daarvan steeds verandert. Hetzelfde geldt trouwens voor het christendom, voor het evangelie. Wat men daar doet is in feite door verklaringen, interpretaties, zoiets als een jurisprudentie in de rechtspraak, aan te passen aan de werkelijke behoeften en de wensen van degenen die er op dit moment mee moeten leven en mee moeten werken. En dan stel ik dat de waarheid niet gelegen is in de wet, maar in de mens. De wet leeft in de mens en de uiterlijke vorm van de wet kan wel schijnbaar gelijk blijven, maar het is de mens die de inhoud ervan bepaalt.

Dan moeten we eens een stap verder doen. Waarom zijn wij geneigd om waarheid en licht te zien als twee factoren die heel dicht bij elkaar staan, zeker wanneer we ons bezighouden met esoterie en vele filosofieën? Het is begrijpelijk. Licht is datgene waardoor wij zien. M.a.w. licht onthult. Waarheid onthult eveneens en dat is voor een mens vaak weer moeilijk. De waarheid zien, wil niet altijd zeggen de waarheid aanvaarden. Een heel simpel voorbeeld. Het gaat in België, Duitsland, Frankrijk, Nederland economisch slecht. Er moet wat aan gebeuren. Wat moet eraan gebeuren? Iedereen komt met een ander recept aan. Men spreekt over de noodzakelijkheid nieuwe werkgelegenheid te scheppen. Wat is nu de waarheid daarachter? De waarheid is eigenlijk doodeenvoudig. Wanner iemand geld verdient, dan heeft hij ook dingen op te knappen die hem meer tijd kosten dan ze hem waard zijn, want in die tijd kan hij meer verdienen. Daarom laat hij een ander iets verdienen aan de taak die hij zelf zou moeten uitvoeren en komt daardoor voor zichzelf tot een verbetering terwijl de ander werk krijgt. En dat principe is natuurlijk simpel voor enkele mensen, maar dat kun je uitbreiden tot de gemeenschap. De gemeenschap wil vele dingen hebben maar ze kan die dingen alleen verwerven wanneer ze daardoor binnen eigen verdienstemogelijkheden blijven, een zeker voordeel ervaren. Wanneer de kosten zo hoog worden dat de voordelen steeds minder worden, dan zie je als vanzelf dat die diensten niet gevraagd worden. Wat is dus de waarheid, ofschoon de mens die natuurlijk niet zal willen horen? Er wordt te veel verdiend om de diensten van anderen nog betaalbaar te maken. En als we dan verder kijken dan moeten we zeggen: Er wordt te veel van de gelden van de gemeenschap uitgegeven aan in feite niet voor de gemeenschap productieve beloningen van welke aard dan ook. Het is ook niet leuk als je dat moet zeggen, maar het is wel de waarheid.

Maar wanneer je dat zegt dan zeg je: Die gemeenschap functioneert niet juist en dat betekent dat de gezagsverhoudingen moeten veranderen, dat betekent dat de werkverhoudingen, de bestedingsverhoudingen moeten veranderen en dat wil niemand. Dus, wanneer je die waarheid ziet, aanvaard je haar niet. Je zegt: Maar dat kunnen we toch ook anders oplossen, kijk, en daar ligt nu dat haakje. Op het ogenblik dat ik feiten zie en erken en probeer ze op een andere manier op te lossen, kom ik terecht in een keten van illusies, van onwaarheden waarbij de ene onwaarheid de andere voortbrengt tot ik mij bevind in een doolhof waar ik niet meer uit zal komen tenzij ik toch die eerste waarheid accepteer. Ik hoop dat dit een duidelijk voorbeeld is.

Waarheid is dus niet alleen maar datgene wat ons geopenbaard wordt, maar het moet ook datgene zijn wat we kunnen en willen aanvaarden. Nu heb ik altijd gezegd: Elke mens heeft een bepaalde, zeg maar conditionering en elke geest heeft een voorgeschiedenis waardoor uiteindelijk toch zijn verdere mogelijkheden en keuze medebepaald is. Dat houdt in dat wij alleen al, op grond van ons wezen, bepaalde waarheden, zelfs wanneer we ze vernemen, niet zullen willen en kunnen erkennen als zodanig.

En dat brengt ons tot een zeer treurig chapiter in dit betoog. Wanneer wij alleen maar selectief delen van de waarheid zullen willen beseffen, houdt dit in dat wij onszelf voortdurend bedriegen ten aanzien van het geheel en waar dit gebeurt zullen we voortdurend conflicten ervaren die voor ons niet noodzakelijk zijn maar die we zelf veroorzaakt hebben. Dan wordt het interessant want wanneer ik mijn begrip van waarheid verander, verander ik wel degelijk ook mijn reactie, mijn mogelijkheid. Ik kan een zeer simpel voorbeeld geven.

De basis van al het bestaande is gelegen in één oerkracht. Er is een basisvorm van kracht waaruit alle variëteiten van energie en materie zijn ontstaan. Dat is aannemelijk te maken, zelfs op grond van de Big Bang theorie en nog zowat. Wanneer dit zo is heb ik dus voortdurend deel aan het geheel van alle krachten. Ik zou dus, waar ik innerlijk in kracht te kort schiet, die kracht moeten kunnen aanvullen. In de praktijk blijkt dat meestal niet mogelijk te zijn. Waarom? Omdat ik meestal niet de totale kracht aanvaard zonder haar te definiëren, maar de kracht alleen wens met een bepaalde werking, met een bepaalde intentie, met een bepaalde inhoud en zelfs met een bepaalde vorm. En toch, wanneer ik kom tot een formulering van iets wat voor mij niet kenbaar is en ik verbind daaraan het principe van de kracht, dan blijkt die kracht te werken. 0, niet altijd zoals ik wil. Dan is bijvoorbeeld gebedsgenezing mogelijk, geestelijke genezing mogelijk, dan zijn er kleine wonderen en soms ook grotere wonderen mogelijk, dingen die niet vallen binnen het voor ons redelijk beeld van de werkelijkheid en die toch feiten worden. Hoe komt dat? Omdat de waarheid zich sneller openbaart wanneer ze niet in haar volledigheid wordt geformuleerd. Laat ik het anders zeggen: Geloven is gevoelen in zekere zin. Geloven is niet weten al denkt men dat. Geloof is eigenlijk meer een gevoel, een zekerheid die je in jezelf hebt. Nu blijkt dat een geloof meer functioneel is voor je, meer betekent en je meer mogelijkheden biedt naarmate je het minder probeert te formuleren. Dat is eigenlijk heel vreemd, maar met het formuleren binden wij de kracht waarmee wij in het geloof een verbinding hebben gezocht aan voorwaarden en die voorwaarden zijn de onze, ze zijn onze beperkte keuze, onze beperkte mogelijkheid en daardoor zullen we, al denken we dat we met de goddelijke kracht de wereld kunnen verbeteren, misschien niet eens in staat zijn ook maar één korrel zand te verplaatsen, want we hebben verkeerd gekozen. We zijn er niet om de wereld te verbeteren, we zijn er om deel te zijn van een proces in die wereld. Dat is natuurlijk pijnlijk en pijnlijker wordt het nog wanneer je die waarheid toepast op allerhande denkbeelden omtrent recht en onrecht.

Er bestaat namelijk geen recht of onrecht op deze aarde, zo vreemd het moge klinken. Er bestaan voor ons onbegrijpelijke ontwikkelingen, akkoord, maar recht? Ja, rechtspraak natuurlijk, maar dat is iets anders. Recht in de betekenis van volledig inspelen op en beantwoorden aan een bepaalde situatie, een bepaalde daad, een bepaalde toestand en dat betekent dat je alles kent, in feite het geheel van de samenhangen die ertoe gevoerd hebben, dat is gewoon niet mogelijk. Als je een misdadiger veroordeelt dan ken je ook niet zijn hele levensgeschiedenis vanaf zijn jeugd, u weet niet welke invloeden er gespeeld hebben, u weet niet welke geestelijke invloeden er een rol spelen, u weet niet welke mensen misschien het begrip van leven bij die mens verminkt hebben of verdraaid of veranderd. Je kunt hem dus in feite niet veroordelen tenzij je stelt dat de rechtspraak op aarde niet in de eerste plaats bedoeld is om recht te spreken, maar om de gemeenschap te beschermen zodat ze haar gelijkvormigheid kan behouden. Dan zitten we op een ander punt. Maar als we het over waarheid hebben kan er geen recht zijn zolang de waarheid niet in haar geheel bekend is en aangezien de waarheid in haar geheel menselijk niet kenbaar is, kan er geen menselijk recht bestaan.

Als er geen recht bestaat kan er ook geen onrecht bestaan, dan kan je je ook niet beklagen over de dingen dieper gebeuren omdat ze eveneens voortvloeien uit een geheel dat je niet zelf geheel kunt overzien. Het gaat niet alleen over de vraag of iemand gelukkig of ongelukkig wordt. Het gaat om de vraag in hoeverre hij daar zelf deel aan heeft. Het gaat om de vraag wat dit betekent in de vorming van die mens. Wat hetgeen eruit voortvloeit betekent voor het geheel. Dat kun je niet overzien. Je kunt dus ook niet zeggen dat het onrecht is zonder meer. Je kunt recht en onrecht alleen formuleren op grond van menselijke denkbeelden en bij die menselijke denkbeelden moeten wij dan op zijn minst 807 illusie bijrekenen. Begrijpt u waarom het zo moeilijk is over waarheid te spreken, met waarheid te werken?

Een mens is ondanks alles geneigd te denken in quid, quod, quo, voor wat hoort wat. Ik ben God trouw, ik ben trouw aan mijn godsdienstige plichten, dan is God mij ook wat verschuldigd en waarom eigenlijk? Maar een mens denkt zo. Ik heb mijn hele leven hard gewerkt, dan heb ik toch recht op een beetje geluk, op een rustige levensavond, op een beetje gezellige vrije tijd. Waarom? Dat recht ligt niet ingebouwd. Want hetgeen jij op dit moment ziet als juist, recht of onrecht en waar je God verwijten om wilt maken, kan weleens een deel zijn van een totale opbouw in die waarheid van een juist buitengewone schoonheid. Je weet het niet. Dan kun je wel als mens reageren, maar dan moet je niet zeggen: dit is de waarheid. Niemand ontzegt u het recht om wanneer u het wilt op zijn tijd God te vervloeken of God te zegenen, precies zoals u wilt. Dat is een deel van uw eigen denken, van uw eigen gevoelsleven, van uw eigen uitingsbehoeften. Maar zeg nooit dat u het terecht doet, omdat u de waarheid niet kent. Zeg nooit dat de wereld onrechtvaardig is omdat u dit of dat overkomt. U hebt het misschien mede zelf veroorzaakt, zelf de keuze gedaan waardoor het onvermijdelijk werd. Het is een deel van de waarheid die in uzelf bestaat en die deel uitmaakt van een geheel dat u niet kunt overzien.

En dan zitten we nog met de grote moeilijkheid dat we onzeker zijn. Maar als ik niets heb om op terug te vallen in de wereld buiten mij, zelfs niet het beeld van een God of van een loon of een straf na de dood, dan hou ik nog altijd mijzelve over. Ik besta. Zolang ik dit bestaan bewust beleef is dit voor mij waarheid. In mijn bestaan heb ik eigenschappen en kwaliteiten. Wanneer ik daaraan beantwoord voel ik me op een zekere manier toch tevreden, gelukkig. Dan is dat waarheid, geen totale waarheid maar het is mijn waarheid. Elke mens draagt in zich een soort eigen norm. Een norm die zijn eigen bestaan regeert door wat je kunt noemen: geluk en ongeluk, vrede en onvrede. Dat daarbij in de uiting conditionering een grote rol speelt zal ik zeker niet ontkennen, maar het is die norm van geluk en ongeluk, vrede en onvrede in jezelf waardoor je weet dat je beantwoordt aan hetgeen je op dit moment, volgens je beste bewustzijn en innerlijk bent.

Dat beantwoorden aan jezelf is op weg gaan naar de waarheid en dan kan niemand daaraan iets veranderen. Misschien is het een gek voorbeeld en u moogt erom lachen als u wilt en u moogt ook boe roepen, maar hoe vaak gebeurt het niet dat bijvoorbeeld iemand die zeeman is zegt: Ik hou van de zee, het reizen, de afwisseling. Ik heb de spanningen en zelfs dat eigenaardig besloten bestaan steeds weer, misschien zelfs weken en maanden achter elkaar nodig. Dat is voor hen een deel van zijn bestaan. Hij wordt verliefd. Het meisje wil hem zolang niet missen. Je moet het begrijpen, zij heeft haar eigen beeld van het warme nestje, het gezin en de kindertjes. Hij blijft aan wal. Het wonderlijke is dat deze mens in ongeveer zeven van de tien gevallen niet juist meer functioneert. Er ontbreekt iets. Er is iets weggevallen. Uiterlijk kan het heel aardig lijken, maar het blijft een hiaat en een dergelijk hiaat geeft dan meestal de nodige wrijvingen weer in het gezinsleven en kan ook maatschappelijk voor moeilijkheden of buitengewone avontuurlijkheid van iemand aanleiding zijn. Hij heeft zijn eigen waarheid, hoe vreemd dit ook moge klinken in dit geval, verloochend, maar hij kan die waarheid wel verloochenen, hij kan ze niet tenietdoen. D.w.z. de drijfveren die hem zeeman hebben gemaakt, blijven in zijn leven bestaan tot hij uit die fase is geëvolueerd naar een nieuwe fase van waarheid, meestal een grotere. In die tussentijd kan hij nooit vrede vinden. Hij kan enige compensatie vinden maar nooit een volledige.

Wanneer u dit nu eens onder de loep legt en u vult het aan met andere voorbeelden, zoals die handelsman die kunstenaar had willen zijn en die nu een gewetenloos handelsman is terwijl hij een gewetensvol kunstenaar had kunnen zijn, dat komt ook voor, dan kom je tot de conclusie! Mensen die hun eigen waarheid verloochenen, die hebben voor zich een verkeerde keuze gemaakt. Dat zijn die mensen die met veel pillen en maagzweren hun eigen gewichtigheid tegenover de wereld voortdurend bevestigen en daaronder verborgen lijden aan een voortdurende twijfel of onzekerheid. De betekenis van die mensen in het geheel? 0, die komt wel in evenwicht, maar voor henzelf niet. Wie niet beantwoordt aan zijn eigen waarheid vindt geen vrede. Het vinden van vrede met al wat je bent en wat je doet, maar werkelijke vrede, betekent dus een juist beantwoorden aan datgene wat in jou op dit moment je beste besef van waarheid is. De mens is de norm van waarheid voor zichzelf.

Dan zou je je weleens af kunnen vragen hoe het dan komt dat mensen hun bestemming schijnen te vervullen wanneer ze anderen onwaarheden verkondigen? Dat komt ook voor. Neem nu een diplomaat bijvoorbeeld. Die is eigenlijk pas een goed diplomaat als hij instinctief zo charmant liegt dat een ander de leugen begrijpt zonder hem op de waarheid te kunnen betrappen. Of neem een politicus. Een politicus is iemand die zich afvraagt wat een ander leuk vindt, dan zegt dat hij dat zal doen terwijl hij de reden al heeft bedacht waarom het toch niet mogelijk is. Of neem mensen die terecht komen in een bepaald geloof. Ze beginnen meestal met een opmerkelijke intensiteit van geloven, maar ja, ze komen toevallig in zo’n baantje terecht, weet u wel en dan wil ik niet alleen zeggen pastoor of bisschop of zoiets, er zijn ook andere vormen van predikers. Nu komt er een ogenblik dat ze voelen, ik verkondig het wel, maar zou het wel waar zijn? M.a.w. ze verkondigen dingen die volgens hun eigen weten onjuist zijn, maar beantwoordend aan de wereld, want ze willen hun positie behouden, durven ze die dingen niet zo te zeggen. Heel vaak schuiven ze dat op een hiërarchisch verband, gehoorzaamheid en dergelijke. Als je dat zo bekijkt dan moet je toch zeggen: Politici die hebben een zekere functie in het leven, diplomaten zijn ook onvermijdelijk. Dat zie je bij het meeste kwaad, het is onvermijdelijk. De predikers en priesters en profeten die hebben ook een functie, maar kennelijk kun je zo’n functie pas goed vervullen als de kern van je eigen wezen je dwingt om de waarheid voortdurend te vervormen. En dan zijn er mensen die er toch gelukkig mee zijn en die er een hele vervulling in vinden. Vraag je eens af waarom. Misschien wel omdat ze ondanks zichzelf een waarheid verkondigen. Heel vaak is de leugen niets anders dan de verklede waarheid, maar een waarheid die niet algemeen erkend wordt. Het is een inhoud die strijdig is met de directe verschijnselen, de directe kennis en dan kunnen we zeggen: Waarheid of onwaarheid volgens onze normen kunnen we alleen op onszelf toepassen. We kunnen anderen niet veroordelen omdat iets waar of onwaar is volgens ons wezen. De vraag is: Waartoe wordt hij vanuit zichzelf gedreven? En als we alles in de balans zouden gooien op deze wereld dan zou ik zeggen: Waarheid en onwaarheid, nou, die heffen mekaar wel ongeveer op, in uwe wereld dan. Dan kun je zeggen: Misschien zijn ze nodig om een evenwicht te scheppen waardoor die evolutie, die verandering van bewustzijn en de groei misschien naar een meeromvattend deel van de waarheid mogelijk gemaakt wordt.

Wanneer ik al de verschijnselen bekijk in uw tijd, dan wordt mij wel duidelijk dat dit proces in zeer sterke mate gaande is. Veranderingen die u misschien zelfs niet eens begrijpt of beseft omdat u mee verandert en omdat u niet bereid bent uw normen en termen daaraan aan te passen aan die vernieuwing, maar gewoon probeert die vernieuwing a.h.w. onder die oude woorden te vangen. U verandert niet de woorden, maar de betekenissen. U zit in een versnelling van die verandering. Wil dat nu zeggen dat wat gisteren waar was of 2000 jaar geleden waar was, vandaag niet waar is? Helemaal niet. Die waarheid, indien ze eens waar is, zal altijd waar zijn, maar dat deel van de waarheid dat beleefbaar is, dat besefbaar is, dat verandert en omdat we het kunnen voegen bij onze herinneringen aan vroegere waarheden en uiteindelijk daaruit een synthese kunnen voortbrengen, komen we tot een grotere waarheid. Maar die grotere waarheid doet ons onze wereld anders zien, maakt ons wezen anders, laat ons in de keuze anders reageren en brengt ons daardoor tot een steeds meer verwezenlijken van dat deel van de waarheid dat in onszelf ligt.

Het is zo dwaas niet als u denkt hoor. We hebben hier weleens gezegd: Wanneer je diep in jezelf je de Kracht voor kunt stellen, geloven dat je er één mee bent, kun je die kracht uiten. We gaan het niet demonstreren vandaag, het gaat er hier niet om om weer een suggestief spelletje te spelen. Wanneer u op een bepaalde manier in uzelf weet te kijken, daar licht te zien of een bepaalde vorm van vrede of wat dan ook, dan blijkt dat u daardoor uw eigen mogelijkheden tijdelijk verandert. Laten we dan een stap verder gaan en zeggen: Wanneer mijn innerlijke wereld, mijn uiterlijk vermogen en mijn mogelijkheden kan veranderen, is er in mij een werkelijkheid en een waarheid die groter is dan datgene wat ik nu in deze wereld als zodanig beschouw.

En dan is het, dacht ik, niet moeilijk om de laatste stap te zetten. Zolang ik trouw blijf aan de waarheid in mezelf, mij de kracht voorstel en leer beseffen die ook in mijzelf zetelt en schuilt, zal ik van daaruit de mogelijkheid vinden om het onmogelijke waar te maken want elke natuurwet, u weet het, wordt op een gegeven ogenblik gecorrigeerd, ze krijgt een ander karakter. Wanneer we denken aan het Cartesiaans denken, aan Newton, aan wie u maar wilt, u kunt alle grote namen wel opsommen uit het verleden, dan zult u ontdekken dat hetgeen zij hebben gevonden, eigenlijk van aard veranderd is. Het wordt nog wel zo geformuleerd maar de betekenis is al veel veranderd en er komt een ogenblik dat men zal uitroepen: Wat Einstein heeft willen zeggen, zelfs met zijn beroemde formule E=mc², dat is niet volledig waar, maar het is alleen onder bepaalde condities waar en daarmee is het geen wet meer. Het is alleen maar een procedurerichtlijn. Wanneer je dat nu gaat beseffen: er zijn geen regels of wetten of beperkingen van mogelijkheid die volledig en altijd waar zijn, dan kun je misschien overstappen op het andere denken: Ik heb een waarheid in mezelf hoe beperkt ook. Met die waarheid leef ik, maar de kracht die ik in die waarheid besef en die vooral als die waarheid voor mij aanvaardbaar is, zal ik ook in mij bezitten, zal ik ook vanuit mezelf uit kunnen drukken. En dan is het niet een kwestie van verander jezelf en je verandert de wereld, dat is wel een kwestie van verander jezelf en je relatie met de wereld verandert. En ik dacht dat dat meer belangrijk is want je kunt de wereld nooit veranderen in de zin dat die ineens gaat beantwoorden aan je denken en je ideaal, maar je kunt je relatie met de wereld veranderen en wanneer steeds meer mensen uit een grotere waarheid leren leven, dan zal als vanzelf de waarheidsnorm van die wereld zich wijzigen en dat is belangrijk. Wij kunnen de uiterlijkheden beheersen door de innerlijke processen. Wij kunnen in onszelf zaken beseffen die zuiver zintuiglijk gerekend onzin zijn. Denk maar eens aan een wichelroedeloper, dat is een heel eenvoudig punt. Wij kunnen dus veel meer zijn, veel meer waarnemen, veel meer beleven dan we normaal aannemen. Maar moeten we dan ook daarbij niet zeggen dat datgene wat wij dan kunnen en beleven en waarnemen deel uitmaakt van de werkelijkheid, niet van de algemene, maar van onze werkelijkheid en dat daarom alles wat als regel en als kracht in onszelf geldt aan die werkelijkheid zal moeten beantwoorden, plus aan de totaliteit van ons zijn als waarheid in ons wezen neergelegd.

U beseft dat dit een probleem is dat op aarde niet gemakkelijk uit te werken is. Het houdt niet alleen in dat je uiteindelijk alleen staat, wat voor de meeste mensen al een ondraaglijk denken is, maar betekent bovendien dat er geen vaste regels of waarden zijn, geen vaste rechten of mogelijkheden bestaan voor jou, dat je gewoon in de verandering van je zijn en van je wezen moet komen tot een innerlijk één zijn met je waarheid en daardoor een erkennen van de waarheid in anderen als tenminste een mogelijkheid. Je kunt de andere niet meer als onjuist of onwaar terzijde schuiven, aanklagen of beschuldigen. Je kunt alleen nog maar zeggen: Wat voor deze waar is, is voor mij niet of nog niet waar, maar levende naar mijn waarheid en de ander respecterende die naar zijn waarheid leeft, zal ik eens de band vinden waardoor wij samen een groter deel van de waarheid kunnen overzien.

En dat betekent dat ik zo langzaam maar zeker mijn onderwerp kan gaan besluiten, maar ik heb toch nog wel enkele commentaren te leveren. Laten we eens zeggen, het is maar een voorbeeld, dat ik vijf of tien van u een zekere kracht overdraag, dan denken de mensen: we hebben de kracht.

Nu, u hebt de mogelijkheid en dat gebruik van de kracht ligt aan jezelf, een ander kan niets voor je doen tenzij je in je en vanuit jezelf eerst die mogelijkheid schept. En dat is niet alleen maar een hunkering of een aanvaarden, maar het is een zozeer in je innerlijke waarheid leven dat je verder gaat. Wanneer ik hier die tien mensen inwijd, het geeft niet op welk niveau, dan is dat niet zonder meer het schenken van een waarheid, maar het is het schenken van een mogelijkheid. En die mogelijkheid kan in hen alleen bestaan in zo verre mijn begrip van waarheid niet volledig strijdig is met het hunne en dat houdt in dat je dan drie van de tien onmiddellijk al opzij moet schuiven, die halen het niet verder. En stel nu eens dat je ze een tweede keer kracht geeft. Zal dat iets veranderen? Alleen wanneer ze in zichzelf en door ervaren veranderd zijn. En wanneer je dat begrijpt dan wordt ook duidelijk waarom vele inwijdingslegenden spreken over lange reizen van de ene meester naar de andere en uiteindelijk kom je weer thuis terecht en dan besef je pas wat het is. Op dezelfde manier moet je dit bekijken.

Wanneer ik u spreek over waarheid dan kan ik nooit spreken over uw waarheid want ik spreek vanuit de mijne. En wanneer ik u kracht geef, dan kan ik u nooit kracht geven die u begeert. Ik kan u alleen het beginsel geven van de kracht die in mij woont. Wat u ermee doet is uw zaak. En u zult ongetwijfeld zoals elke leerling fouten maken, elke keer weer. Maar wanneer je fouten maakt moet je er ook van leren. Je moet begrijpen waar de fout ligt. In heel veel gevallen is het een poging om een deel van de wereld tot verlengstuk van jezelf te maken. Dat kun je niet. Wat ik probeer te betogen is dit: Je veroorzaakt voor jezelf problemen. Die problemen kun je oplossen met de waarheid en de kracht en hoe verder je ingewijd bent, hoe meer kracht je hebt en hoe groter je mogelijkheid om de waarheid te beseffen ongetwijfeld geworden is. Zolang je dat niet doet, blijft het probleem. Wanneer je het wel doet, dan verandert stoffelijk gezien het probleem niet, maar voor jou de betekenis van het probleem omdat het probleem uiteindelijk alleen maar opgebouwd is uit veronderstellingen en ik, door de waarheid te plaatsen tegenover de veronderstelling, ze doe terugvallen in belangrijkheid.

Wanneer ik een schilderij maak in grijzen, dan kan dat heel erg mooi zijn of het kan heel onevenwichtig zijn. Maar als ik er ook maar één stip felrood of felgeel in zet verandert de betekenis van alles en wordt die stip dominant en bepaalt de samenhangen. En dan kan ik een onevenwichtig schilderij met verschillende tinten van grijs, alleen door op de juiste plaats eens een punt rood te zetten, evenwichtig maken. Als je je dat nu realiseert, dan kun je het als gelijkenis beschouwen. Wanneer ik in mijn problemen het juiste punt vind waarop ik mijn innerlijke waarheid en mijn kracht moet richten, dan bereik ik een intensiteit waardoor alle betekenissen veranderen, maar ook de beleving en zelfs a.h.w. de waarde van het geheel waarin ik mij bevind. Zo kun je met een inwijding dus verder komen maar de inwijding kan je geen waarheid geven. De waarheid draag je in jezelf, maar met die waarheid en de kracht, de richtlijnen die je gekregen hebt, kun je misschien die waarheid intenser beleven en gelijktijdig meer harmonisch maken met de kracht en de werkelijkheid die in je bestaat en daardoor verandert dan je relatie met de wereld, maar daarnaast, en dat is heel erg belangrijk, verandert ook de relatie met de kosmos want hoe meer mijn waarheid een deel is van de kosmische waarheid en als dusdanig beseft wordt, hoe meer mijn verbinding met die kosmos voor mij kenbaar er beleefbaar wordt. De kracht die je ontvangt en die je uitstraalt staat in directe relatie met deze eenheid van je waarheid met de kosmische waarheid op grond van het deel zijn, beseft deel zijn, van de kosmische wereld.

Misschien een omslachtig betoog, maar ik wilde dat erbij brengen. Vragen?

  • Hoe bedoelt u dat concreet, geven van kracht? Kunt u dat verwezenlijken?

Natuurlijk kun je dat verwezenlijken. Wanneer ik zeg: er is kracht, dan is er kracht. En wanneer ik zeg: die kracht richt ik, dan kunt u er zeker van zijn dat er op dit moment zelfs alleen al door het bijna speels te zeggen, een kracht werkzaam is, dat ze gericht is op u, of dat ik ze richten kan op een ander. En het vreemde is dat die kracht mij mogelijkheden geeft waardoor ik iets van u leer kennen bijvoorbeeld, maar daarnaast mogelijkheden geeft om in u bepaalde mogelijkheden te scheppen. Laat ik het zo zeggen: Als u ziek bent, kan ik u niet genezen, maar ik kan u de mogelijkheid geven om uzelf te genezen, zo zit het eigenlijk in elkaar. Het is dus uitermate praktisch en wanneer u gewoon in uzelf probeert om alle strijdigheden, alle mismoedigheden, alle complexen, alle behoeften om de wereld te veranderen nu eens even opzijzet en u durft alleen maar te denken aan de waarheid van uw eigen wezen: Wat ben ik: Ik ben verbonden met licht, in mij is licht. Dit licht in mij wordt sterker. Ik probeer dit licht te ervaren. Autosuggestief proces dus. Dan komt er een ogenblik dat u dat licht voelt, dat u het a.h.w. ziet en op dat ogenblik kunt u, volgens de betekenis die dat licht in u in waarheid bezit, dat licht richten op een ander en daarna veranderingen in de ander veroorzaken.

Nu bent u ook niet veel verder, maar dat komt omdat er veel dingen zijn die u moet doen en die niet met woorden kunnen worden omschreven. Dat is hetzelfde als een kookboek lezen, dan klinkt in je gedachten een recept vaak helemaal anders dan het later smaakt, vooral wanneer je het zelf hebt klaargemaakt. Nog commentaar?

  • En mensen die bang zijn om te veranderen, hoe komen die dichter bij de waarheid?

Wanneer je bang bent om te veranderen dan hou je je vast aan een beeld waarvan je zelf weet dat het niet zeker en dus niet blijvend waar is. Waarom zou je je vastklampen aan een illusie? Het is niet zo dat je uiterlijk moet veranderen, je moet innerlijk veranderen. Maar het wonderlijke is dat wanneer je innerlijk verandert en dichter bij de waarheid komt, je uiterlijk onvermijdelijk mee verandert. En ik geloof dat de mensen die bang zijn om te veranderen dan maar moeten wachten tot na de dood, dan zullen ze ontdekken dat eentonigheid en gelijkblijvendheid het dichtst komen bij de hel zoals die door velen op aarde ooit is beschreven. Het is in de verandering, het proces van leven en vernieuwing dat je vreugde vindt. Kun je dat hier niet, durf je dat hier niet, het spijt me voor u. Maar u moet niet eerst zoeken naar de uiterlijke verandering. Eerst in jezelf weten wat waar is. Gooi alle illusies, alle voorstellingen maar eens opzij, dus ook de vraag wat anderen van je denken en anderen van je eisen. Probeer gewoon te komen tot de vraag: Wat ben ik? Wat wil ik werkelijk? Wat kan ik werkelijk? En als u die driehoek heeft en u kan die in evenwicht brengen dan hebt u gelijktijdig de basis gevonden waarop verder iedere vernieuwing gebaseerd kan zijn? Dan hebt u gelijktijdig ook het innerlijk evenwicht gevonden waaruit u voortdurend de kracht kunt putten om het schijnbaar onmogelijke zelfs voor uzelf en door uzelf mogelijk te maken.

Ik ga deze bijdrage aan uw bijeenkomst beëindigen. Dankbaar voor uw aandacht lichtelijk geamuseerd door sommige niet uitgesproken reacties en dankbaar ook voor de wijze waarop u toch zich afvraagt: Kunnen wij iets doen met de waarheid? Ik heb geprobeerd u een paar vingerwijzingen te geven in het geheel van mijn betoog. Ik hoop dat u er wat aan hebt. Als u er niets aan hebt, denk dan maar: Het was iemand die probeerde zijn eigen waarheid te verwoorden.