De ware vrijheid

 23 juni 1963

Voor de mens is de ware vrijheid de dood, waar hij dan zichzelf wordt in zijn gedachten. Voor die tijd is hij niet vrij. Maar ik wil het onderwerp wel in gedachten houden.

We hebben nu al een hele poos van alles gehoord over de nieuwe tijd, nieuw leven en al wat erbij hoort. Ik zou u nu wel een paar dingen willen uiteenzetten over de wijze, waarop sommige krachten werken. Het is eigenlijk iets over de grens van de magie, maar het hangt samen met de nieuwe tijd. Het is misschien hier en daar ingewikkeld.

Op het ogenblik, dat er twee wezens bestaan met verschillende gedachten, kunnen wij zeggen dat zij elk voor zich bestaande geen onderlinge harmonie behoeven te kennen. Wanneer er een harmonie bestaat tussen die twee, dan ligt dat op een zodanig ver en hoog niveau, dat de verwezenlijking daarvan in uw wereld of zelfs in een lagere sfeer niet erg waarschijnlijk is. Naarmate de binding intenser is, komen de mensen a.h.w. dichter tot elkaar. U weet, dat de meest bindende krachten (beide dus een vorm van harmonische kracht) liefde en haat zijn. Dat is heel begrijpelijk. Wanneer een paar mensen elkaar liefhebben, dan zijn hun gedachten op elkaar geconcentreerd. Ze gaan geheel in elkaar op. Een zeer groot gedeelte van het leven is dus gemeenschappelijk. En omdat uit de gemeenschappelijkheid ongeveer een gelijke reactie t.o.v. buiten het “ik” liggende krachten tot stand komt, zullen die beiden dus van uit de buitenwereld gezien voor zeg ongeveer 50 % reageren, als een eenheid; d.w.z. dat elke kracht, die in een van de twee komt met 50 % zekerheid in de ander tegenwoordig is.

Is het een kracht, die als goed wordt ervaren, dan zal die haast automatisch worden geprojecteerd. We krijgen dus bij een harmonie, die uit liefde ontstaat, een zekerheid van 50 % voor de overdracht van waarden, waarbij echter blijkt dat alle zeer belangrijke en goede krachten in het “ik” voor praktisch 100 % worden overgedragen. Wanneer die twee samen optreden, dan hebben ze toch elk hun persoonlijke snelheid, hun persoonlijke kracht, hun persoonlijke werkingssfeer. Het resultaat is dat de kracht, die door een van beiden wordt beroerd, over het algemeen ook een verdubbelde intensiteit van uitwerking heeft en een verdubbelde kracht in de wereld.

De tweede factor is haat. Mensen, die elkaar haten, doen dat ook volledig; d.w.z. dat al het onaangename a.h.w. is geconcentreerd op een ander. Op het ogenblik dat er een werkelijke haat bestaat tussen twee mensen of twee groepen, zal elke invloed voor tenminste 50 %, maar elke onaangename invloed voor praktisch 100 % op de ander worden geprojecteerd. Elke duistere of onaangename kracht wordt via elk der ontvangers geprojecteerd op de ander en heeft een dubbel werkingsbereik en tenminste een verdubbelde kracht in de wereld, waarin ze tot uiting komt. Dit is een heel eenvoudig begrip.

Wanneer wij bezig zijn met harmonie, met de krachten van de nieuwe tijd en al wat erbij hoort, dan mogen we niet vergeten dat liefde en haat, zoals we ze hier stellen, toch eigenlijk wel de motiveringen zijn, die in de wereld voor het grootste gedeelte gelden. Nu kan elke harmonie voor ons in de eerste plaats worden gedefinieerd met de begrippen: eenheid, liefde en verdeeldheid en haat. Hoe verder wij doorgaan met het uiten van dergelijke krachten, hoe intenser die kracht wordt en hoe groter het resultaat dat uiterlijk kan worden bereikt. Nu is echter liefde evenals haat in mensenogen vaak een zeer persoonlijke kwestie. We kunnen ons voorstellen dat bv. meneer Nikolajef Chroetsjsjof haat. Chroetsjsjof haat meneer Nikolajef niet, die haat weer meneer Adenauer, die hen zijn zin niet geeft. En zo gaat het door. Er kan dus een keten van haat ontstaan, waarbij het beginpunt kan liggen in een mens. Deze door mij genoemde meneer Nikolajef haat Chroetsjsjof. Hij ondergaat een zekere kracht en projecteert die op Chroesjtsjof. Deze projecteert die weer op Adenauer.  Adenauer projecteert die op Engeland. Engeland projecteert die weer laat ons zeggen op Frankrijk, en zo ontstaat er een hele kettingreactie, waarbij een kracht niet slechts wordt doorgegeven van mens tot mens (al is dat uiterlijk niet zichtbaar), maar waarbij in elk geval de kracht wordt versterkt door de intentie van elke mens.

Wanneer we aannemen dat zo’n keten 100 mensen lang is, dan is de mogelijkheid dus groot dat aan het einde van zo’n keten de werking van de oorspronkelijke kracht bijna verhonderdvoudigd is. In de liefde bestaat precies hetzelfde. Wanneer een moeder een kind liefheeft, dan is dat goed. Ze projecteert haar beste wensen op haar kind. Dat kind heeft een schooljuffrouw. Die schooljuffrouw heeft een verloofde. Die verloofde heeft weer een baas, die hij vereert, enz. Zo kunnen soms in een enkele keten duizenden factoren optreden. Maar gelukkig is de overdracht niet evenredig aan het aantal, want er zit een kwestie van intensiteit bij. Wanneer dat kind door de moeder wordt bemind met een algehele achterstelling van zichzelf, dan is de overdracht dus veel sterker dan wanneer bv. die schooljuffrouw met een beetje kritiek aan haar verloofde denkt. En zo kunnen we doorgaan. Er ontstaan dus op die manier harmonische ketens, die te vergelijken zijn met oorzaak- en gevolgwerking. Maar het eigenaardige is, dat bij de keten de zwakste schakel bepalend is voor het eindresultaat. Dat heb je in een oorzaak-en-gevolg-werking niet. Die is gelijkmatig.

Nu horen wij dat in de nieuwe tijd het zo buitengewoon belangrijk is harmonie enz. te vinden. Dat klinkt allemaal heel aardig en gezellig, maar laten we ons dan ook even realiseren, dat een aantal harmonische ketens, welke op die zuiver persoonlijke waarden worden gebaseerd, altijd onbetrouwbaar zijn. Zolang iets op zuiver persoonlijke gevoelens is gebaseerd, waarbij die gevoelens een bezitsrecht en dergelijke t.o.v. een ander inhouden, een soort exclusiviteit, dan kunnen we er wel zeker van zijn dat het resultaat maar bedenkelijk is. Dit kan tussen enkele mensen bestaan, maar het kan nooit een wereldomvattende invloed zijn. We zouden dus naar andere middelen moeten grijpen.

Nu bestaat er de methode van het gelijkrichten van gedachten door eenvoudigweg een suggestie op te leggen. We krijgen dan te maken met de massapsychologie, de massasuggestie, en daarmee net de enorme gedachtekracht van de massa. U heeft wel meer gehoord van Lourdes en andere bedevaartplaatsen waar zo iets kan gebeuren. Maar ook hier hebben we geen hanteerbaar geheel. Er bestaat n.l. geen vaste regel. Want de massa kan buitengewoon suggestief zijn en ze kan het minder zijn.

Een niet suggestieve mens kan een groot gedeelte van de suggestie teniet doen. We hebben dus ook in de massasuggestie niet het ideale middel. Wat kunnen wij dan stellen als de belangrijkste en meest harmoniebevorderende factor? Ik geloof dat dit een erkenning is van eigenbelang. Maar een eigenbelang dat met anderen wordt gedeeld. Gemeenschappelijke belangen geven over het algemeen de sterkste binding; en door die sterke binding plus een gemeenschappelijke concentratie op een doel een aanmerkelijk sterkere uiting van de ontvangen krachten dan anders mogelijk is.

Verder blijkt dat een gemeenschappelijk doel het best wordt gediend door wat men noemt zeer nauwe samenwerking. Mensen, die een doel hebben maar niets van elkaar afweten, bereiken betrekkelijk weinig. Wat zich afspeelt, dat speelt zich af in de gedachtewereld (de mentale wereld) en is misschien astraal te bereiken, maar verder komen ze niet. Hoe dichter ze bij de wereld (de materie) komen, hoe stoffelijker het contact is; hoe meer ze a.h.w. van elkaar afweten, hoe sterker de harmonie tussen hen optreedt. Daarop kunnen we dan een kleine formule baseren. De intensiteit van elke ontvangen kracht wordt vergroot, intenser en beter te richten naarmate een intenser stoffelijk contact bestaat met een vollediger inzicht in het gezamenlijk doel van kracht en leven.

Nu ga ik weer een stapje verder. Op het ogenblik dat een kracht op deze manier is gericht, zullen wij moeten uitgaan van een bepaalde functie of doel, welke aan die kracht is toegekend. Een kracht, die we in het wilde weg uitzenden, vervloeit eenvoudig. Wanneer u een steen in het water gooit, zullen de golven naar alle kanten wegrollen en na betrekkelijk korte tijd keert de rust op de waterspiegel terug. Wanneer u met diezelfde kracht in een kanaal een stuwing veroorzaakt, dan blijkt echter dat die betrekkelijk geringe kracht zeer grote stuwingen kan veroorzaken, waardoor zelfs een last, die het veelvoudige is van de oorspronkelijke druk, zonder moeite wordt verplaatst. Denkt u hier o.m. aan de hydraulische pers, waarbij zelfs wanneer de kleppen niet aanwezig zijn de gemiddelde druk per liter op een cm. toch aanmerkelijk groter is. Dus wanneer we een gerichte stuwing hebben in een betrekkelijk nauw kanaal (poinpprincipe t.o.v. het verder bekken), dan kan er op een eenvoudige manier een willekeurige kracht worden uitgeoefend. Wanneer wij wat tot stand willen brengen, zullen we dus ook moeten uitgaan van een betrekkelijk klein werkterrein. Wanneer we op dat werkterrein onze kracht tot uiting brengen, dan zal die kracht zich toch in de wereld voortplanten, m.a.w. de intensiteit die wij hebben verkregen op het kleine terrein wordt overgebracht naar het geheel.

Dat brengt ons tot de tweede regel: Elke geestelijke of kosmische kracht, die op aarde volgens harmonische principes wordt gebruikt, zal moeten worden gebruikt met een zo beperkt mogelijk doel en met een zo intens maar zo beperkt mogelijke procedure, opdat een zo groot mogelijke uiting van die kracht op een klein gedeelte ontstaat. Wanneer deze kracht eenmaal stoffelijk of voor de geest geestelijk actief is geworden, zal zij door de gehele sfeer of wereld, waarin de kosmische kracht tegenwoordig is, een reactie van gelijke spanning veroorzaken. (Dat is heel belangrijk, dat moeten we niet vergeten.) Dat wil zeggen, dat wij met een in verhouding geringe kracht de gehele wereld kunnen bereiken, indien we gebruik maken van de juiste procedure; dus wanneer wij niet beginnen ons te richten op de wereld, maar eenvoudig beginnen aan de kleine zaken a.h.w. waaraan we ons met volledige intensiteit en overgave kunnen wijden. Zo beteken je meer voor de wereld dan anders. De harmonie wordt dus niet bevorderd doordat de wereld met u gelijk gericht is, maar door het feit dat u in een beperkte harmonie een gerichte uiting van kracht tot stand heeft gebracht, welke via de kracht de gehele wereld beïnvloedt en daardoor een feitelijke harmonie in de wereld doet ontstaan.

Je zou dus met betrekkelijk weinig middelen soms heel veel kunnen bereiken. Maar we hebben er niet genoeg aan, wanneer we zo maar eenvoudig beginnen een poging te doen in de een of andere richting, want wij kunnen alleen een gerichte uiting van kracht bereiken, indien wij ons ook bewust (dus dat is dan meestal niet gedreven door instincten) volledig op iets kunnen concentreren, dan wel door een bewuste doelmatigheid van handelen (waarbij dus het innerlijk er verder niet bij betrokken hoeft te zijn) komen tot een volledige intensiteit van uiting. Nu kunnen we dat ook veer heel eenvoudig oplossen. Laten we er een voorbeeld bij nemen. Op het ogenblik, dat je dus onbewust zo’n kracht uit (we denken bv. aan een paar verliefde jongelui. Dat is magie van gedachten. Het is gewoon onbegrijpelijk, als je soms merkt wat voor geheimtaal ze, er op na houden, dan schud je je wijze hoofd als je wat ouder bent. Als hij tegen haar zegt: “M’n lekker molletje” en je ziet dan wat voor een bonenstaak hij in zijn armen heeft, dan vraag je je wel eens af; hoe komt hij ertoe? Maar klaarblijkelijk geeft hij met die op zichzelf vervalste en onbetekenende klanken uiting aan een intensiteit van gedachten.)

Om dus terug te komen op de feiten, zo’n paartje doet dat instinctief. Die mensen concentreren zich en de uiterlijke wereld krijgt een innerlijke betekenis, die ze zelf niet eens helemaal begrijpen, maar die ze ondergaan. De concentratie, die ze tot stand brengen, heeft allerhande gevolgen. Is er een kosmische kracht bij betrokken en zijn ze daarvoor enigszins vatbaar, dan beïnvloeden ze hun omgeving. Dat is een van de redenen, dat zoveel mensen ineens vriendelijk glimlachen als ze een verliefd paartje zien. Die ondergaan a.h.w. de invloed, welke van die mensen uitgaat; ze zouden zich met evenveel recht kunnen ergeren. Alleen degenen, die het idee hebben dat het hun eigen recht zou zijn en dat ze er nooit aan toekomen, reageren met disharmonie, met haat. Maar dit onbeheerste, daarmee kunnen we weinig doen. Je kunt je innerlijke emoties, je instinctieve reacties en werkingen nooit beheersen. Maar je kunt wel het uiterlijke beheersen.

Anders gezegd: De mens, die moet uitgaan van instincten, driften en hartstochten, is altijd de zwakkere; want hij is niet in staat om de intensiteit, de gerichtheid van krachten volledig te bepalen. Maar de mens, die anders begint en zegt: Ik ga uit van het uiterlijke om zo van uit het uiterlijk verschijnsel de innerlijke harmonie bewust gericht te doen ontstaan, dat is degene die misschien Eenoog is, maar dan toch altijd koning in het land der verliefde blinden. Op deze manier komt men dus in de magie en op de aanverwante gebieden tot het denkbeeld dat een harmonie moet worden opgebouwd aan de hand van uiterlijke, bewust gezochte en veroorzaakte verschijnselen, waarin men echter zichzelf bewust zover kan verliezen, dat er een gerichtheid ontstaat.

Een gerichtheid en harmonie, die echter nu worden bepaald door een bewust gekozen vorm. In deze tegenwoordige wereld kun je nu wel heel veel praten over de kosmische kracht die rond je is, maar je hebt er heel weinig aan, wanneer het toevallig is, wanneer die kracht soms wat voor je doet. Er is sprake van het beheersen van een harmonie en dat kun je natuurlijk wel gaan doen aan de hand van uiterlijke omstandigheden. Ik kan me voorstellen dat je dat doet, zoals een oude magiër: Eerst de stand van de sterren bekijken, of alles harmonisch is met de kracht, de werking die je wilt veroorzaken, dan de daarmee in overeenstemming zijnde stenen, chemische stoffen of metalen gebruiken en dan op die manier iets tot stand brengen. Maar ja, daarvoor moet je deskundig zijn en bovendien heb je daarvoor tegenwoordig geen tijd meer. Zo’n ouderwetse, magische procedure nam nog wel eens een maandje, soms zelfs twee in beslag. Mag ik u eraan herinneren, dat voor een groot magisch werk de magiër werd geacht zich tenminste 30 dagen te onthouden van bepaalde handelingen, spijzen en dranken; dus a.h.w. te vasten en in afzondering te leven. Daarbij had hij de plicht om elke week (eigenlijk elke nacht) tenminste één dag geheel te wijden aan concentratie op zijn doel. De 3 dagen voor het begin van zijn plechtigheid moest hij waken, bidden en zelfs vasten. Al die reinigingsprocedures nemen te veel tijd in beslag; daar heb je niets aan.

Nu kunnen wij wel gaan zeggen; Wij gaan af op de sterren e.d., maar daar hebben we weinig aan. We kunnen echter iets anders doen. De magiër werkt met de wereld, waarin hij met zijn gedachten maar vooral door zijn ritueel een soort tempel bouwt. Hij bouwt dus een afgeslotenheid, meestal hoofdzakelijk astraal van structuur, waarbinnen hij het spel van krachten kan spelen. Hij heeft dan zoals ik zo even al zei een betrekkelijk klein deel van intense harmonie, waardoor een sterke gerichtheid van harmonische kracht mogelijk is, maar gelijktijdig, als hij dat wil, een beïnvloeding van zijn gehele wereld. Wij kunnen dat natuurlijk niet doen door nu maar eens uit te gaan van een magisch ritueel. Ik zie een van u al 30 dagen rondlopen met een punthoed, een toverstaf en een mooie jurk aan. Wij gaan uit van het meest eenvoudige. Dat lijkt me in de nieuwe tijd toch wel de beste procedure.

Op het ogenblik, dat ik iets doe wat voor mij een emotionele waarde heeft (dat weet ik dus van tevoren) en dat ook voor een ander een emotionele waarde kan bevatten, schep ik daardoor een harmonie. Door aan die harmonie een tevoren gekozen beeld te verbinden projecteer ik met grote intensiteit mijn kracht en de door mij ontvangen krachten langs de harmonische weg in een beperkte ruimte en bereik een maximale beïnvloeding van het door mij gekozen object en daarnaast een zo intens mogelijke beïnvloeding van geheel de wereld. Hieruit volgt dan, dat in plaats van een tempel te bouwen buiten zich, de mens zichzelf moet zien als tempel.

Je gebruikt jezelf als hoofdritueel, als hoofdontvanger voor harmonische krachten. Je beschouwt jezelf als de schakel in elke harmonische keten, die je opbouwt. Dan is er dus maar een noodzaak bij: elke opbouw van een harmonische keten moet uitgaan van een tevoren gesteld doel en moet in overeenstemming daarmee voeren tot een gebondenheid van denken en zo mogelijk van emoties, waardoor het uitzenden van gerichte krachten een zo groot mogelijke intensiteit in een zo kort mogelijke periode krijgt. Het is in deze wereld met de aanwezige krachten niet aanvaardbaar om nu eens even heel erg harmonisch te doen en dat 7 jaar en 7 maanden vol te houden en dan nog eens 7 weken en 7 dagen. Dat is allemaal uit de oude doos.

Wat wij in deze dagen nodig hebben is een zo snel mogelijk tot stand brengen van een zo groot mogelijke kracht, waarbij de gehele actie in de kortst mogelijke tijd wordt begrensd. Alleen dan kun je binnen de moderne wereld verwachten dat de mens inderdaad iets bereikt. Daarom bestaat er de mogelijkheid om een z.g. appendix in tijd te scheppen. Wanneer ik een actie in tijd stel, die is gebaseerd op het scheppen van een harmonische kracht, dan kan ik vaak, omdat de periode van het richten zelf kort is, een volgende periode kiezen, waarin ikzelf optreed als ontvanger. Zo kan degene, die bv. een genezing tot stand wil brengen (ja, je kunt er ook iets anders voor nemen. Genezing gebruiken we haast altijd; maar weten jullie wat beters als voorbeeld?)   Kunst. Examen. Goed, twee dingen.

Ik wil iemand helpen voor een examen. Dan heb ik daarvoor een grotere kracht dan normaal nodig en een zekere kennis. Je kunt moeilijk iemand voor zijn examen gaan helpen, tenzij je hem in contact kunt brengen met een geestelijke sfeer of kracht, waarin de voor hem noodzakelijke kennis bestaat, ofwel u moet zelf die kennis hebben en telepathisch een contact tot stand brengen. Dat geeft enige moeilijkheden. Maar kunnen we aan die voorwaarden voldoen (bv. morgen om 9 uur is het examen), dan beginnen we dus vandaag een spanning op te bouwen. Het kan een ritueel zijn, het kan een muzikaal samenzijn zijn, onverschillig wat, als het maar beantwoordt aan de gestelde eisen.

Dan komt hieruit een spanning voort. Die spanning is aanwezig. Nu ga ik mij morgen (om 9 uur zal het examen beginnen) laten we zeggen om 7 uur weer daarop concentreren en stel ik mij dus harmonisch met het doel. Ik word zelf het middel, waarop de door gewekte kracht inwerkt en via mij kan het telepathisch contact (of het contact met de andere sfeer) naar de examinandus worden overgebracht.

We hebben hier dus een voorbeeld, ofschoon dit tamelijk ingewikkeld is. Met kunst is dat eigenlijk eenvoudiger. Want wat is kunst? Als je het goed bekijkt, is het de kristallisatie van een innerlijk besef of een innerlijke waarneming, al dan niet gebonden aan uiterlijke vormen, welke door het wegvallen van zekere remmingen in het “ik” worden geprojecteerd in de wereld. Het is dus een kwestie van een zekere overgave. Nu begin ik weer die harmonie te scheppen. Maar in plaats van nu zelf te proberen kunst te scheppen ga ik alleen mijn gedachten concentreren op die ander. Ik stel mij deze mens voor, waarvan ik weet, dat hij op het ogenblik ook wil scheppen, en in die voorstelling leg ik de vlotheid van werken. Wat is het gevolg? De kracht, die van mij uitgaat, doet eventuele remmingen en aarzelingen bij de kunstenaar wegvallen, waardoor hij in een veel vlotter tempo en ook intenser zijn kunstwerk kan voltooien.

Bij reproducerende kunst is het natuurlijk een beetje anders. Daar krijgen we alleen de voorstelling van bv. een componist, van een schrijver, waardoor wij de intentie van de auteur, van de componist verbeterd door de kunstenaar, uitgedrukt zien; en waar zelfs het eigenaardige geval zich kan voordoen, dat ongeacht een verminderde bekwaamheid of zelfs een betrekkelijk geringe bekwaamheid door de bezieling het gebrek aan bekwaamheid grotendeels wordt opgeheven en een meer perfecte reproductie of invloed wordt bereikt dan anders. Heeft u door die voorbeelden een klein beetje begrepen, hoe dat nu in elkaar zit? Dan gaan we nog even door.

Alles, wat ik dus doe om een harmonie op te bouwen, is aanvaardbaar, mits die harmonie een doel heeft. En daarmee moeten we nu oven voorzichtig zijn; want elke mens bouwt in zijn leven onwillekeurig aan zekere voor hem of haar noodzakelijke harmonieën, eenheid van gevoelens enz. Maar op het ogenblik, dat wij dus bewust die kosmische kracht willen activeren, moeten we aan de ene kant harmonisch zijn met die kracht, aan de andere kant door de geschapen harmonie ook een richting geven aan die kracht. Dat betekent, dat we nuchterder moeten zijn. Die verliefde jongelui doen het onbewust, en daar gebeurt niets verder wat de moeite waard is, tenminste, voor hen zijn er misschien allerhande ontstellende ontdekkingen aan verbonden, maar dat is toch niet het geval voor de wereld.

Wij echter moeten uitgaan van een gestelde harmonie. En daarom is het noodzakelijk dat bij het nastreven of in het bereiken van een bepaald doel de harmonische waarde daarvan eerst wordt geconstateerd, dat deze erkende harmonische waarde wordt geassocieerd met onze eigen handelingen enz. enz.; dat door associatie de gerichtheid reeds is ontstaan, voordat wij tot de feiten komen, tot de verwerkelijking overgaan. Dan krijgen we het volgende: De kosmische kracht is op zichzelf neutraal. Zij kan dus elke mogelijke harmonie aanvaarden en kan zich uitstorten in en vervullen door elke harmonische waarde, die wordt geschapen.

In de wereld zijn echter bepaalde waarden met elkaar onverenigbaar. Ze zijn dit niet alleen van uit een geestelijk standpunt, maar zelfs omdat men niet in staat is deze dingen als een onverbrekelijk geheel te begrijpen of te aanvaarden. Misschien dat u nog in staat bent om een aarzelend verband te leggen tussen politiek en eerlijkheid, maar tussen diefstal en welvaart legt u geen verband, ook al wordt menige welvaart op een handelspolitiek gebaseerd, die niet veel anders is dan diefstal. Er moet dus een associatieve mogelijkheid zijn.

Dan stellen wij in de eerste plaats: Wanneer ik wil genezen, dan kan ik nooit zeggen “kracht”. Dan moet ik zeggen “een samenwerking”, want elke ziekte is in feite een onvolledige of onharmonische werking van de verschillende delen in het lichaam t.o.v. elkaar. Om een erkende disharmonie tot harmonie te brengen moet ik dus de begrippen samenwerking en eenheid doorvoeren tot hun hoogste punt. Daarvoor kun je bv. een symfonieorkest gebruiken. Wanneer ik die harmonie besef als representerende een perfecte samenwerking in het lichaam van mijn patiënt, dan zal de door mij ontvangen kracht (op zichzelf neutraal) nu de gestalte krijgen van een harmoniserende invloed. Daar, waar een niet perfecte samenwerking bestaat, zal de kracht de situatie zo wijzigen dat de samenwerking perfect wordt.

Dit kan ik natuurlijk op elk terrein doen, maar niet overal kan ik met harmonie wat bereiken. Zo’n harmoniserend effect is aardig voor een zieke, maar wat heb ik eraan om een gevangene een harmoniserend effect te geven? Daardoor wordt hij zeker niet vrijer. Ik moet hem een compensatie geven. En aangezien de compensatie voor onvrijheid vrijheid is, zal ik mij dus baseren op begrippen en werkingen, die een meer dan normale vrijheid uitdrukken, opdat de ontstane harmonie wederom gericht op die persoon in hem en rond hem een kracht van meer dan normale vrijheid zal scheppen in tegenstelling tot de beslotenheid, waarin hij zich bevindt. Het resultaat zal dan niet alleen zijn, dat die gevangene zich prettiger voelt, maar om het nu eens door te voeren tot het bijna absurd miraculeuze in het ergste geval zal waar de kracht het meest optreedt, niets wat beslotenheid betekent in zijn omgeving kunnen bestaan. Anders gezegd: Een slot kan niet gesloten zijn, een grendel kan niet gegrendeld zijn; een gang kan niet afgesloten zijn.

Dat is bv. de kwestie van Petrus in de gevangenis. Dat berustte ook op een soortgelijk verschijnsel. En dan behoeven wij ons dus niet af te vragen door welke middelen onze gevangene vrij wordt. Wij weten alleen dat zijn vrijwording wordt bevorderd. Kies altijd eerst het kentekenend verschijnsel, waartegen u zich wilt verzetten. Zeg niet: Ik ga iets bevorderen. Neen, zeg: Wat is het onjuiste daarin wat ik moet uitwissen? Want dat kan ik doen door in mijzelf en van uit mijzelf de compenserende werking te veroorzaken. Het is veel moeilijker bij wijze van spreken om achter een trein te lopen en hem een eindje in de goede richting voort te duwen, dan een wissel om te gooien, zodat hij zijn richting verandert.

Zoek bij het gebruik van harmonische krachten dus niet in de eerste plaats naar een bestaande harmonie, die moet worden versterkt. Beschouw uzelf als middel om die compensatie zo snel en zo goed mogelijk te volbrengen. Dan kun je door je eigen handeling, van uit je eigen leven, zonder meer zeer grote krachten tot stand brengen. En elk disharmonisch effect dat je in een betrekkelijk kleine kring teniet doet, zal ten gevolge hebben dat diezelfde werking over de gehele wereld gaat, veel zwakker misschien, maar sterker dan het ooit bij een direct concentreren op de wereld ooit zou kunnen gebeuren.

Wanneer wij alleen maar harmonieën bevorderen in de kleine delen van de wereld die we kunnen overzien, bereiken we in verhouding weinig. Wanneer wij echter tegenstellingen opheffen, disharmonieën compenseren van uit en door onszelf, zullen wij gelijksoortige compensaties (dus egalisatie) bereiken in de wereld, waar door het wegvallen van tegenstellingen vanzelf de harmonische mogelijkheden groter worden en ten slotte een harmonisatie van de gehele wereld met de kosmische krachten, de kosmische waarden haast onvermijdelijk het eindresultaat zal zijn.

Nu, ik weet niet, of het u geïnteresseerd heeft, maar hier heb je nu de grote vrijheid. De grootste vrijheid, die er bestaat is deze: dat je uitgaande van jezelf elke harmonische band kunt scheppen mits je deze niet alleen voor jezelf creëert en zo de in je levende goddelijke kracht kunt verwerkelijken volgens je eigen middelen en bewustzijn, te allen tijde en volledig, met de zekerheid deze goddelijke kracht weerkaatst te vinden in de wereld om van daaruit een verdere opbouw van eigen persoonlijkheid te ondergaan.

Vrij ben je nooit, wanneer je vrijheid (de vrijheid die je zoekt en dus ook begeert) bestaat in het terzijde werpen van wat je belemmert. Daarmee kom je niet ver. Het is juist het compenseren van de beperkingen, die je erkent als buiten je te bestaan. Want door de beperkingen, die buiten je bestaan te elimineren, dus door zelf compenserend op te treden, maak je elke begrenzing en beperking die voor het “ik” bestaat in kosmische zin, in geestelijke zin en zelfs in materiële zin, ongedaan.

Daar zit nog iets aan vast. Een mens bestaat dus uit een geest, die weer uit verschillende voertuigen bestaat. Het is net zo’n Chinees doosje; als je denkt: nu doe ik het open, nu zit de ziel erin, dan zit er altijd nog weer een ander doosje in, en daaromheen de stof, de daarmee verwante werelden, waarin die geest zich spiegelt, de astrale sfeer en dan als kern de ziel. De ziel is de levenskracht. Maar alles wat geest is (dus elk doosje) wordt beïnvloed door alle levens die zijn geweest in vorm, in oriëntatie a.h.w. Alles wat u op aarde bent is het product van een totaal bestaan, voorafgaand aan de nu als werkelijkheid gerealiseerde periode.

Dan kunnen wij natuurlijk wel zeggen: We gaan nu dat alles op stoffelijk niveau doen, naar dat is heel erg moeilijk. Wij kunnen n.l. niets doen, wat niet het geheel van onze persoonlijkheid beïnvloedt. Maar de buitenste doos, zonder welke we niet aan de doosjes, die erin liggen, kunnen komen, is voor ons de stof. We moeten dan beseffen dat wij ook een innerlijk besef tot uitdrukking moeten brengen in de menselijke wereld. Elk begrip uit de mentale wereld moet worden omgezet in een menselijke werkelijkheid, want wij kunnen geen harmonie verwachten, indien wij een aantal van onze voertuigen eenvoudig opzij schuiven. Dat is nu precies hetzelfde, of je zegt: Ik vind het de moeite niet waard om die doosjes open te doen, ik breek ze eenvoudig, totdat ik, aan het betreffende voertuig ben.

Iemand, die tot een geestelijke ontwikkeling op een bepaald niveau wil overgaan, kan theoretisch dus wel alleen op dat vlak die ontwikkeling doen plaatsvinden, maar in de praktijk is alles wat daar beneden ligt aan voertuigen, daardoor geschaad en misvormd. Dan mogen we ook nog wel even onthouden, dat het dus wel erg belangrijk is om in je eigen wezen een zekere harmonie te doen ontstaan. En daarbij mag je dan ook nog een paar regels onthouden. Zelfs het hoogst geestelijk ervaren en het hoogst geestelijk besef zal mede tot uitdrukking moeten komen in het laagste als “ik” gekende voertuig dat bestaat; terwijl elke werking, die in het laagst gekende of geuite voertuig bestaat, zal moeten worden gebaseerd op de harmonie met alle waarden, die in het “ik” ontstaan.

Het is aardig om nu te gaan praten dat je op elk niveau, in elke geestelijke sfeer waar je een voertuig hebt dat enigszins bewust is, leeft en dat je daar iets kunt doen, maar daaraan heb je als mens weinig. Waar je meer aan hebt, is dit: Dat je door te handelen in overeenstemming met je hoger bewustzijn en je hogere voertuigen naar gelijktijdig praktisch (dus zonder iets van je wereld of van je leven daarvoor opzij te zetten) de totale kracht en de totale mogelijkheden van je hele wezen als het ware realiseert in het laagste voertuig. De mensen denken misschien dat het niet nodig is. Maar als je nu kijkt naar bv. de Boeddha, die gooide ook zijn lichaam niet terzijde, toen hij bewust werd. Neen, de goede man bleef een tijdje zitten; en toen hij eindelijk het bewustzijn had ondergaan, bracht hij het terug tot een stoffelijk te openbaren iets. En daaruit ontstond zijn leer, zijn gedrag tegenover zijn leerlingen, het stichten van zijn kloosters en al wat erbij hoort.

Jezus deed precies hetzelfde. Je had kunnen zeggen: Toen Jezus zich bewust werd de zoon Gods te zijn, had hij zijn stoffelijk voertuig en zijn stoffelijke beperkingen opzij kunnen gooien, maar dan had hij niet zichzelf kunnen verwerkelijken. Daarom moest hij mens blijven. Waar we ook kijken, bij welke grote Meester of welke grote geest, die in de stof heeft geleefd, we vinden altijd het terugbrengen tot de stof. Waarom? Omdat de harmonie met de kosmos, die voor ons is te verwerkelijken, slechts indirect door de hogere voertuigen maar meer direct door de laagste worden bepaald. Zolang de basis van het bewustzijn materie is, zal elke voor het “ik” bestaande harmonie in de materiële uitdrukking haar grootste kracht vinden.

De theorie of de innerlijke realisatie is dus eigenlijk altijd maar het aanloopje tot de werkelijke harmonische werking. Zolang het alleen in ons bestaat, hebben we daarmee op de buitenwereld weinig of geen vat. Zodra het door ons wordt verwerkelijkt, bestaat hetgeen in ons leeft ook in de buitenwereld, vindt daarin zijn juiste compensatie (zijn aanvullingen) en komt zo tot een grotere afronding, een grotere totaliteit van bewustzijn. Met al deze ontwikkelingen zal dan kunnen worden gesteld: Elke mens, die uitgaande van zijn innerlijk bewustzijn plus zijn erkenning van doel of behoefte in zijn eigen wereld overgaat tot een daarop gebaseerde handeling of een reeks handelingen, zal niet slechts de directe vervulling van stoffelijk als noodzakelijk geziene bereiken, maar gelijktijdig een uitbreiding van bewustzijn en vermogen voor elk van zijn geestelijke voertuigen tot stand brengen; een compensatie van onevenwichtigheden eventueel voortvloeiend uit zijn verleden en een totale beïnvloeding van de wereld rond hen, waardoor hij net het kosmisch geheel meer harmonisch wordt en juiste in de totale sfeer en de uitwerking daarvan kan leven en werken.

Dit alles is belangrijk, als je in deze nieuwe tijd werkelijk iets wilt gaan doen. Natuurlijk, wij behoeven geen tovenaars te zijn; maar het is toch heel logisch, dat je niet probeert een benzinemotor te laten rijden met een lege tank. En het is toch geloof ik ook heel normaal, dat je je eigen leven niet verder laat gaan, wanneer je daar niet de juiste motivering en ook niet de juiste harmonische krachten als achtergrond hebt. Het kunstje is eigenlijks dat je meer jezelf bent, dat je minder rekening houdt met de wereld en gelijktijdig meer harmonie schept voor jezelf en daardoor grotere harmonie en harmonische werkingen in de wereld tot stand brengt.

Beschouw jezelf nooit als een beitel, waarmee het ruwe en rotsachtige gesteente van menselijk bewustzijn tot een schoon beeld moet worden gemaakt. Beschouw jezelf eerder als een explosief dat de belemmeringen uit de weg moet ruimen, die de geestelijke voortgang van de mens in het algemeen tot nu toe beletten. Laat de kracht uit je stromen en denk er in godsnaam niet over om de wereld of jezelf vorm te geven. En nog wat: Je moet heel goed begrijpen dat op het ogenblik, dat er een verwarring ontstaat tussen emotionele gebondenheden en doelbewustheid van streven, de zaak gevaarlijk wordt; want hoe meer de emotie, gebaseerd op het “ik” alleen, op de voorgrond treedt, hoe groter de kans is dat we ons doel in de kosmos ten slotte toch niet bereiken.

Nu, daar heb ik dan een klein lesje gegeven. Overweeg de zaak eens goed, trek er je conclusies uit en probeer er eens wat mee te doen, want ik vind het zonde, dat er zoveel van die kosmische kracht op het ogenblik ongebruikt a.h.w. rond de mensheid bestaat.