De wateren

image_pdf

20 oktober 1961

Wij zijn niet onfeilbaar of alwetend. Mijn onderwerp voor heden is: De wateren.  Deze titel heb ik gekozen, omdat hij herinnert aan iets, wat in de Bijbel staat: “En de geest Gods zweefde over de wateren”. Over de wateren van een beginnende wereld. En eerder nog over de oceaan van ruimte en tijd, die men in oude tijden wel eens zag als een werkelijke zee, waarop de aarde ronddreef als een stuurloos schip. Bij een nadere beschouwing is de verklaring van de geest Gods, Die over de wateren zweeft, in overeenstemming met de wetenschap. Wij kunnen constateren, dat het eerste leven op aarde inderdaad in de oceanen is ontstaan. Verder blijkt, dat dit ontstaan niet alleen aan de aarde zelf te danken kan zijn, aan de bestanddelen, die in de wateren waren opgelost, het ontstaan van leven is wel degelijk te wijten aan het optreden van een hogere kracht, ofwel een straling van betrekkelijk grote hardheid. Op zich reeds een interessant punt. Bij een beschouwen van deze wereld aan de hand van de kennis der laatste dagen blijkt, dat zij tenminste twee maal moet zijn getroffen door bijzonder felle radiaties van buiten af. Mogelijkerwijze is de verklaring hiervoor het plaats vinden van zeer grote explosies op de zon.

Laat ons een bewuste leiding bij dit alles aannemen en daarom – met de Bijbel – spreken over de geest Gods. Men kan immers stellen, dat God Zich ook openbaart in niet direct stoffelijke krachten, terwijl de intensiteit van de kracht, die de wereld beroert, daarop vele dingen mogelijk maakt, als het ontstaan van uitbarstingen op een jonge aarde, waardoor een scheiding tussen de zeeën en het land tot stand komt. Ook moet er sprake zijn geweest van een felle uitbarsting en beïnvloeding van buiten af in de dagen, dat de simpele proteïnen ontstaan, en zij een kern verkrijgen, waarin levensvatbaarheid is gelegen en zo ook de eencelligen.

Mutatievormen blijken eveneens – vooral onder de invloed van stralingen – te ontstaan. Zeker is, dat de wereldzeeën, de wateren, een zeer belangrijke rol hebben gespeeld bij alle ontwikkelingen op aarde. Nu leeft u in een tijd, waarin deze wateren – volgens het optreden der kosmische werkingen – eveneens belangrijk moeten zijn. Ik mag u er wel aan herinneren, dat Aquarius, ofschoon een luchtteken met invloed in de atmosfeer, ook zeer grote invloed heeft op vloeistoffen. Hij schept in samenwerking met verschillende van de grote planeten vooral in deze dagen een bijzondere nadruk op water, olie, vluchtige oliën en vloeistoffen en alles, wat daarmede in verband staat.

Nu, let op: het vorige hoofdteken was een waterteken. Dit teken is een luchtteken. Grote invloeden werken op de atmosfeer in, maar ook op de wateren. Wij zouden dus kunnen stellen, dat in zekere zin ook in deze dagen de geest Gods over de wateren zweeft. Wanneer men hieruit conclusies wil gaan trekken, blijken deze wel vaag te zijn. Men kan natuurlijk stellen: wij verwachten een grote omwenteling…. Dat klinkt heel aardig, maar zegt weinig definitiefs. Daarnaast kan men zeggen: wij menen, dat de oceanen voor de menselijke geschiedenis en de aarde zelf in de komende tijden van een zeer groot belang zullen zijn.

Zeker. Maar hoe? In een poging deze waarden nader te definiëren en te beschouwen heb ik alle mogelijkheden bezien, daarbij rekening houdende met de heersende stromingen en stemmingen bij de mensen, de toestand van de aarde zelf en de geestelijke werkingen, die wij binnen de mensen, zowel als in de aarde zelf kunnen verwachten. Allereerst valt mij op, dat op het ogenblik de oceanen dienen als moeder voor alle werkelijk belangrijke luchtbewegingen in de troposfeer. Het weer in uw land wordt hoofdzakelijk bepaald door een diep of hoog, dat zich ergens op de oceanen bevindt, bv. bij IJsland, of ten oosten van Ierland. Wervelstormen, die ondermeer in de USA veel lijden en spanningen veroorzaakten, ontstonden in de nabijheid van de Caraïbische zee, boven het water dus en niet boven het land. Tornado’s enz. ontstaan eveneens boven de Stille Oceaan. Bij een verder nadenken komt men bovendien tot de conclusie dat zeer belangrijke atmosferische storingen veroorzaakt kunnen worden door veranderingen in de temperatuurstromingen van de oceanen. Wanneer een kleine afbuiging ontstaat van de warme Golfstroom, zal dit niet alleen een verandering van klimaat voor vele gebieden betekenen – Nederland inbegrepen – maar waarschijnlijk een even belangrijke verandering veroorzaken o.m. in de bevolking op aarde, de heersende winden, de seizoenen en alles, wat daarmee samenhangt.

Bij een verder onderzoek blijkt, dat, al hebben wij in de laatste jaren betrekkelijk weinig gehoord van werkzaamheid van vulkanen onder water, zeebevingen en al, wat daaruit voortkomt, toch vele vulkanen, die onmiddellijk met onderzeese vulkanen in verband staan, in deze dagen bijzonder actief zijn. In Europa zien wij op het ogenblik verhoogde werkzaamheid bij Etna en Vesuvius. Op de bodem van de Middellandse Zee bevinden zich ettelijke onderzeese vulkanen en meerdere vulkanische bronnen, die met genoemde vulkanen in verband schijnen te zijn. In de Stille Oceaan, langs de kust van Mexico, bestaan onderzeese vulkanen, die direct in verband blijken te staan met vele, op het ogenblik sterker werkzame vulkanen in het noorden van Zuid – Amerika. In Indonesië zijn verschillende vulkanen meer dan normaal actief, waarbij opvalt, dat ook op het eiland Krakatau dergelijke activiteit wordt waargenomen. Toch worden bij de genoemde vulkanen geen werkelijk grote uitbarstingen verwacht. De algehele activiteit neemt echter toe. Deze vulkanen zijn vreemd genoeg allen door werkingen uit dezelfde magmahaard, dan wel via druk reactie verschijnselen, verbonden met vulkanen onder de wateren. Dit wettigt de gevolgtrekking, dat op verschillende plaatsen deze wateren wel eens in wilde beroering zouden kunnen komen. Ook al zal Nederland hierdoor niet getroffen worden, is het toch interessant vast te stellen, dat een werking van de wateren verwacht moet worden voor bepaalde streken in de USA, de kust Japan, delen van Indonesië, Voor-India en een deel van Afrika. Ik meen voorlopig met het constateren van deze feiten te kunnen volstaan en zal dit alles niet verder uitwerken.

Maar wij ontdekken meer. Door reeksen van atoomproeven in de laatste jaren zijn in de buitenste lagen van de atmosfeer veranderingen opgetreden. Onder meer betreft dit de vergroting van doorlatingsvermogen voor bepaalde stralingen, terwijl dat weer invloed heeft op de grote en snelle luchtstromen, die zich boven de troposfeer bewegen. Ook op de temperatuur uitwisseling met de ruimte is deze verandering van invloed. Let wel het is niet radioactiviteit met schadelijke mogelijkheden voor de mens, waarover ik spreek. Het betreft door atoomexplosies veroorzaakte veranderingen in de stralingsgordels en het stralingsveld van de aarde. Wanneer wij ons verder realiseren, dat het grootste deel van deze, nu de aarde bereikende stralingen, het gemakkelijkst en in de grootste mate door de oceanen zal worden geabsorbeerd, is ook hier een verband gevonden met het voorgaande. Het lijkt mij overdreven nu onmiddellijk zich allerlei angstbeelden voor ogen te halen. Per slot van rekening is het ontstaan van het leven in de eerste dagen van de wereld ook geen allesomvattende en alles overweldigende ramp geweest. Het is eerder een ogenblik van felle invloed geweest, die door niets op aarde werkelijk als zodanig werd ondergaan. De veranderingen, die daardoor ontstonden, werden eerst kenbaar door een langzame en in verhouding zeer geleidelijke ontwikkeling.

Gezien het voorgaande is wel zeker, dat vooral de oceanen een meer dan normale invloed zullen uitoefenen tijdens de komende gebeurtenissen. Naar ik meen kan dit met de oude woorden hernieuwd worden weergegeven: “De geest Gods zweeft boven de wateren… .” Er is nog geen vernieuwing, maar er zal er een komen. Wat zouden wij in dit verband bv. moeten denken van de grote en meerdere jaren durende uitval van bepaalde actieve stoffen, zoals sedert enige tijd in de Gele Zee? Ofschoon voor de mens niet direct schadelijk, zal een dergelijke invloed een veel sterkere invloed kunnen hebben op het plantaardige en dierlijke leven in de zee. Wij zullen daar dan ook mutaties of varianten van de huidige vormen wel degelijk verwachten. Het is niet zo dwaas aan te nemen, dat, gezien de kosmische invloeden, die op het ogenblik werkzaam zijn, daarbij voor een enkele of meerdere soorten een uitbreiding van denkvermogen ontstaan.

Daarmede ontstaat geen nieuwe soort, die de mens gelijk komt. Maar een dierlijk intellect, dat aanmerkelijk hoger ligt, dan men volgens de nu geldende normen in de zeeën zou kunnen verwachten, lijkt waarschijnlijk. Reeds in deze tijd zijn er verschillende zeedieren, die een redelijk intellect hebben. Denk eens aan de dolfijnen.

Het bestaan van een intelligentievorm van dierlijk leven in de oceanen zou de betekenis en zin daarvan voor de mens wijzigen. Wanneer men kan beschikken over goed af te richten zeedieren, die bv. als een soort herdershonden dienst zouden kunnen doen, zo kudden van zeedieren volgens vast plan voerende, zou men een soort veeteelt in de wateren kunnen bedrijven. Denkende dieren zouden misschien ook zo kunnen worden afgericht, dat zij bepaalde producten van de zeeën voor de mensen vergaren, of zelfs waarnemingen te doen, die voor de mens belangrijk zijn. Bij een niet voldoende zijn van het intellect zouden zij misschien waarnemings apparaturen ter plaatse kunnen brengen en periodiek de uitslagen of de apparaten zelf terug kunnen brengen. Dit betekent, dat het vruchtbaar en bruikbaar areaal voor de mensheid bijna, verdrievoudigd wordt. Natuurlijk is dit alles op het ogenblik slechts een fantastische veronderstelling. Gezien echter hetgeen zich op het ogenblik afspeelt, is een dergelijke ontwikkeling volgens mij niet onwaarschijnlijk.

Er zijn trouwens reeds nu tekenen, dat radioactiviteit zijn invloed in bepaalde wateren doet gelden. Zo zijn de laatste jaren toenemende parelvormingen waargenomen op vele oesterbanken rond de Japanse archipel, evenals bij de kusten van Korea. Ook op plaatsen, waar men normaal geen of slechts weinige en kleine parels vond, blijken deze nu in ruimere mate gevonden te worden. Nu is een parel het gevolg van irritatie van de oester, het gevolg van een soort ziekteproces. Wanneer dit proces opeens meer voor gaat komen, kan men veronderstellen, dat dit veroorzaakt wordt door een voor de oester, en waarschijnlijk ook andere weekdieren, sterk voelbare veranderingen van omstandigheden. De meest voor de hand liggende in deze gebieden is wel radioactiviteit en uitval. Overigens is het gevaar van de radioactiviteit in de atmosfeer voor de mens niet bijzonder groot. Alleen in de nabijheid van explosies komt – en dan voornamelijk door uitval en niet door radioactiviteit der atmosfeer zelf – werkelijk schade voor.

Ofschoon de straling en uitval boven Nederland de laatste tijden wel iets groter is, dan officieel wordt bekend gemaakt, is zij toch gering, zodat de mensen hier wel tegen kunnen.

In dit verband wil ik herinneren aan iets, wat wij reeds twee jaar geleden en ook dit jaar – naar ik meen tijdens de prognose, of kort daarvoor – naar voren brachten: schade in bepaalde delen van Rusland door atoomproeven en explosies. Enige bevestiging van dergelijke schade is ondertussen ook naar het westen doorgedrongen. Wat daar geschiedde, houdt niet alleen een stralingsdood in voor de mensen. Op het land ontstaat onder invloed van deze straling een vaak belangrijke mutatie van plantaardig en dierlijk leven. In verzwakte mate kunnen wij hier dezelfde ontwikkelingen verwachten als in de oceanen.

Laat ons nu eens even opsommen wat door werkingen van de wateren is te verwachten, zodat een wijziging in de kustlijn van bepaalde gebieden buiten Europa optreedt. Nogmaals, dergelijke veranderingen voor Nederland verwachten wij niet binnen 110 – 150 jaren. Vele vulkanische werkingen in de oceanen betekenen o.m., dat de wereldzeeën bepaalde, lang geleden verzonken erfdelen der mensheid weer prijs kunnen geven. Het is niet onwaarschijnlijk, dat bepaalde relieken uit lang vergeten tijden binnen niet al te lange tijd in oceanen en zeeën gevonden zullen worden en opzien zullen baren. Het lijkt mij aanvaardbaar, dat een deel van deze ontdekkingen mede dank zij vulkanische werkingen, mogelijk zal worden. Ontstaan van grotere intelligentie bij bepaalde dieren – vooral zeedieren – kan worden verwacht, ofschoon het vele jaren zal duren voor men dit definitief vaststelt en leert ten bate van de mensheid te gebruiken. Verder dienen wij er rekening mee te houden, dat een groot gedeelte van het intercontinentale verkeer via de zeeën plaats vindt. Een langdurige verstoring van evenwicht in en op die zeeën en oceanen zou een grote verandering in de verhouding tussen de werelddelen ten gevolge kunnen hebben. M.i. zal het niet mogelijk zijn een wegvallen van een groot deel van het zeeverkeer op te vangen door bv. luchtverkeer.

Uit al deze feiten wil ik een eerste belangrijke conclusie trekken. Het is aannemelijk, dat in de komende 4-5 jaren de oceanen:

  1. Verwoestingen zullen veroorzaken bij bepaalde continenten, getroffen zullen waarschijnlijk vooral worden de westkust van Afrika en de west- en oostkust van Amerika, waarschijnlijk hoofdzakelijk rond Midden-Amerika.
  2. Uitbarstingen onder de oppervlakte der zeeën zullen er toe voeren, dat overblijfselen van voorbije tijden gemakkelijker bereikbaar worden en de mens kennis zal kunnen nemen van beschavingen uit een ver verleden.
  3. Veranderingen in de temperatuurverhoudingen kunnen ertoe voeren, dat aan de polen verdere veranderingen ontstaan. Mogelijkerwijze betekent dit een sterk teruggaan van de ijskap op vele plaatsen, gepaard gaande met een plaatselijk ver vooruit dringen van uitlopers daarvan – gletsjers – via het vaste land. Dergelijke uitlopers zouden dan liggen in het centrum van Canada – achter de Hudsonbaai – en in de Russische gebieden, waarschijnlijk rond de noordelijke Oeral op de grens van Europa en Azië.
  4. Verwacht kan worden, dat de werkingen van de oceanen, plus bepaalde stralingen en stralende stoffen, die daarin een grote werking kunnen hebben, aanleiding zullen zijn tot het ontstaan van nieuwe plant- en diervormen. Hierbij moet tevens gerekend worden met het voortijdig vrij komen van bepaalde radioactieve afvalstoffen. Ofschoon hetgeen zó ontstaat, in het begin voor de mens geen nut zal hebben en waarschijnlijk zelfs enige ontsteltenis teweeg zal brengen – over rond 15 – 20 jaren – zal dit aanleiding kunnen zijn tot een geheel nieuwe exploitatie van de wereldzeeën en een aanmerkelijke vergroting van voor de mensheid ter beschikking staande voedingsmiddelen. Voor de toekomst schuilen hierin grote mogelijkheden.

“De geest Gods zweeft over de wateren”. Boven de wateren was de atmosfeer. De geest Gods zou logischerwijze in de atmosfeer gezweefd hebben. Misschien uit godsdienstig oogpunt een wat stoute veronderstelling. …. Gezien, wat zich op het ogenblik afspeelt, is voor deze tijden deze stelling niet zo erg gedurfd. Dat er veranderingen in de atmosfeer zullen optreden, is al gezegd. Dergelijke veranderingen zouden ook – tijdelijk of blijvend – grotere verandering in het aardmagnetisch veld kunnen betekenen. Vergelijk: Een verkeerd gepoolde dynamo kan door een grote schok zelfs omgepoold worden. Haar werking blijft gelijk, verschillen naar buiten toe zijn moeilijk te merken. Plus en min hebben van plaats veranderd. Alles, wat op de dynamo is aangesloten, zal dan eveneens omgekeerd moeten worden, anders zouden er grote fouten en schade kunnen ontstaan. Wanneer ik stel, dat werkingen en spanningen in de buitenste lagen van de atmosfeer, plus werkingen van bv. de zon, wel eens invloed zouden kunnen hebben op het aardmagnetisch veld, klinkt dit volgens de huidige wetenschap ver gezocht. Vergeet niet, dat een grote ontlading van de voor de mens niet, of niet opeens, merkbare energie toch reeds voldoende zou kunnen zijn om, zonder dat mensen hiervan directe schade ondervinden, wijzigingen in het magnetisch veld en een verplaatsing van de magnetische polen tot stand te brengen.

Onder omstandigheden is zelfs een ompoling van de aarde en een wijziging van haarbaanverhoudingen tot de zon mogelijk. Dit laatste lijkt mij voor de komende eeuwen niet waarschijnlijk. Een inwerking als genoemd zou inhouden, dat opeens vele nieuwe werkingen en verschijnselen op magnetisch en elektrisch gebied mogelijk worden. Want de mens, die op dat ogenblik met deze waarden werkt, heeft apparaten, die op de bestaande toestand gericht zijn en daarvan ook gebruik maken. Een plotselinge wijziging betekent de noodzaak vele dingen aan te passen, waardoor vele nieuwe mogelijkheden ontdekt kunnen worden. Het is zelfs waarschijnlijk, dat uit dergelijke ontwikkelingen een geheel nieuwe wetenschap ontstaat, die de eigen uitstraling van stoffen beter leert definiëren en ook ten aanzien van ruimtelijke stralingen een nieuw standpunt inneemt. Verder kan gerekend worden met een grotere invloed op de vorming en leefwijze van de mens in dit geval, waarbij zijn eigen klimaatvorming weinig of niets zal betekenen t.o. de nieuwe krachten en verschijnselen. Ofschoon dit alles zich geleidelijk zal kunnen afspelen en geen ogenblikkelijk grote schade voor de mensen met zich zal brengen, kan het voor de verdere, ontwikkeling, van het menselijke ras van zeer groot belang zijn.

Dit brengt mij tot een volgend belangrijk punt:  U heeft misschien wel eens bemerkt, dat het contact met de geest onder meer nadelig beïnvloed wordt door onweer e.d.? In feite treedt de hinder op, door het aanwezig zijn van bepaalde spanningen in de atmosfeer. Degenen, die veel op dit gebied experimenteerden, zullen ook ontdekt hebben, dat bepaalde atmosferische voorwaarden voor het verkrijgen van contact met de geest buitengewoon belangrijk kunnen zijn. Een veranderen van bepaalde atmosferische condities, waardoor gunstige omstandigheden steeds meer optreden en op den duur een nu haast niet denkbare gunstige toestand in de atmosfeer ontstaat, betekent, dat het contact met de geest meer waarschijnlijk, betrouwbaarder en bruikbaarder wordt. De uitwerking van de menselijke gedachte en de werkingen van de gedachte-uitstraling vooral, zal onder dergelijke condities eveneens veel groter zijn.

Wederkerige beïnvloeding, zowel als een meer kenbaar deelhebben aan het gezamenlijk bewustzijn van groepen en op den duur van geheel de mensheid, zal onder genoemde condities voor kunnen komen. Telepathie, op het ogenblik een veelal onbeheerst verschijnsel en als communicatiemiddel tussen de mensen praktisch zonder betekenis zal onder dergelijke condities niet slechts denkbaar, maar waarschijnlijk worden in een steeds meer beheerste vorm. Dit maakt het tevens onmogelijk, dat mensen zich zozeer voor hun medemensen achter een masker verschuilen, als op het ogenblik voorkomt. Op het ogenblik is het nog mogelijk A te denken en B te zeggen. Wanneer de gedachte ook wordt afgelezen, zal de tegenstelling zo sterk opvallen, dat een ieder onmiddellijk bemerkt, dat de zaak niet geheel zuiver is.

Gezien deze mogelijkheid zal dus ook een verandering in de atmosfeer een zeer grote invloed op het leven van de mensen kunnen hebben, zelfs indien deze invloed niet onmiddellijk wordt herkend, terwijl genoemde magnetische afwijkingen eveneens bijdragen tot een algehele verandering in de menselijke samenleving. Vooral de mentale mogelijkheden en belevingsmogelijkheden zullen zich aanmerkelijk wijzigen en uitbreiden. Let wel: Dit alles is theorie. De praktijk zult u m.i. leren kennen wanneer u maar lang genoeg in leven blijft. Maar ongeacht de tijd, die tot een algehele vervulling van het gestelde nog verlopen moet, kunnen wij reeds nu de vraag stellen: Is deze theorie aanvaardbaar? Voor u wel? Dank u!

Dan keren wij weer terug tot het punt van uitgang: “De geest Gods zweeft over de wateren”. In de dagen, waarvan de Bijbel spreekt, was er nog geen leven op aarde, dat de inwerking van die geest Gods onmiddellijk kon ondergaan. Wanneer Gods adem de mens bezielt, volgt er een tijd, waarin de mensen wandelden met God, dit alles nog steeds volgens Genesis. Deze toestand noemt men het Paradijs. Redelijkerwijze zal een vergrote gevoeligheid van de mens voor eigen gedachten – en de gedachten veranderen, inhoudende een vergroting van zijn mentale capaciteiten, ook een grotere gevoeligheid impliceren voor hogere kosmische invloeden.

Wanneer de geest Gods in deze dagen over de wateren zweeft – naar ik meen is dit reeds heden in beperkte mate waar – zal dit betekenen, dat het wandelen met God voor de mensen opnieuw een mogelijkheid wordt en eenvoudiger is, dan elke methode om God te erkennen en te benaderen, die op het ogenblik nog gebruikt moet worden. Natuurlijk is dit “wandelen met God” niet een samen door een laantje wandelen. Eerder kan men zich dit voorstellen als een innerlijk contact. Een contact van de mens met God – ongeacht het deel van die God, dat zich onmiddellijk kenbaar maakt, als bv. de heerser van Aquarius – betekent altijd een vervuld worden door God, zover als de mens deze God kan bevatten. De mens kan onder deze condities voor elk, in hem bestaand geestelijk probleem, elk tekort aan bewustzijn omtrent eigen Ik en eigen krachten, een aanvulling verwachten vanuit hetgeen rond hem is. Een aanvaarden daarvan is natuurlijk noodzaak en voorwaarde indien men de vruchten van het contact met het Goddelijke wil genieten. Is de aanvaarding aanwezig, dan zijn de geestelijke mogelijkheden voor de mens aanmerkelijk uitgebreid. De gevolgen hiervan zullen zich wederom ook op verstandelijk vlak kunnen openbaren.

Nu, vrienden, moet u zich het volgende indenken. Wanneer u contact hebt met het hogere en dit contact steeds meer merkbaar wordt, kan de bestaande conditie op aarde – wetten, dogma’s, de menselijke wetten – niet meer aanvaardbaar worden geacht. Dit betekent, dat de werking van de wateren de stoffelijke omwenteling helpen bevorderen, terwijl dezelfde invloed, als geuit in de atmosfeer, de geestelijke omwenteling en de waardering voor het leven bevordert. De zo ontstaande veranderingen zullen ongetwijfeld hier en daar met geweld gepaard gaan. Maar ondanks deze kleinere ongeregeldheden zal het geheel voor de mens, die open staat voor het Goddelijke – en daardoor niet kwetsbaar voor vele negatieve invloeden – verheugend zijn. Ik hoop, dat u vooral dit laatste niet met enige korrels zout zult nemen, want dit is volkomen ernstig bedoeld.

Nu ik hiermede mijn onderwerp redelijk heb behandeld, zal ik trachten mijn bedoelingen nog verder duidelijk te maken. Wanneer de geest Gods boven de wateren zweeft, zweeft Hij ook rond ons. Datgene, wat gaat komen, is reeds nu voor een deel verwerkelijkt. Alle stoffelijke veranderingen en wijzigingen van methoden of condities kunnen ons rustig onberoerd laten, omdat wij ons aanpassende bij de geestelijke kracht, die reeds nu rond ons is, ons zullen kunnen onttrekken aan elk voor onze bewustwording niet gewenst gevolg. Wij zijn niet verplicht in de stoffelijke veranderingen zonder meer alle daaruit mogelijk voortvloeiende pijnen en smarten door te maken. Deze stelling zal voor velen op aarde van zeer groot belang zijn. Juist het feit, dat in deze dagen, zoals eens in een zeer ver verleden, de hogere krachten zich sterk uit gaan drukken in de atmosfeer van de wereld en vooral ook in de levende wezens van deze wereld, zich steeds kenbaarder gaan manifesteren, betekent voor ons, dat wij het Paradijs voor onszelf kunnen herwinnen.

Alleen te zijn in een paradijs is niet aangenaam; zelfs Adam had er al snel genoeg van. Hij riskeerde liever de eeuwige strijd met Eva – ook al heeft hij deze niet geheel kunnen overzien – dan in eenzaamheid eerder te gaan. Wij kunnen niet waarlijk gelukkig en harmonisch leven, niet een waarlijk contact met het Goddelijke rond ons beleven, wanneer wij alleen aan onszelf denken, of alleen voor onszelf streven. Dan vloeit uit de verschijnselen van deze tijd en haar mogelijkheden, evenals dezelfde waarden in komende tijden, voort, dat elke mens zich meer en meer op zijn medemensen dient te oriënteren. Dit betekent dan, dat dit je oriënteren op de medemens nimmer mag geschieden vanuit een gezagsverhouding of een begeerte.

Bedenk: In Adams tijd ging het alleen om een appel en wat een ellende is daaruit niet voortgekomen! Gezag en begeerte zullen als bepalende factor in de menselijke verhoudingen moeten verdwijnen en plaats moeten maken voor vrijwillige dienstbaarheid en begrip van verantwoordelijkheid. Vast gedefinieerde verhoudingen zijn overigens van weinig belang of waarde bij het zoeken naar en bepalen van ons contact met het Goddelijke. Zij dienen harmonisch en positief te zijn, dat is alles. Voor alles is onderling begrip en deelgenootschap noodzakelijk. Vooral dit deelgenootschap maakt het ons mogelijk niet alleen een geestelijke, maar ook wel degelijk een stoffelijke invloed en noodzaak te erkennen. In de Bijbel vinden wij vele vreemde verhalen, waarbij de wateren een rol spelen. Door de zondvloed vergaat de wereld. Door onderdompeling in het water van de Jordaan herkrijgt zelfs Zacharias zijn gezichtsvermogen. Door de wateren trekken de Joden naar het beloofde land. Door de doop met water bekende men zich tot de nieuwe tijd. Na de doop door Johannes begint Jezus Zijn optreden op aarde. Door de doop treedt de nieuwgeborene nog heden toe tot de gemeenschap der Christenen. De wateren schijnen in deze verhalen niet alleen een weergave van een stoffelijke werkelijkheid te bevatten, maar tevens een onmiddellijk daarmede verbonden geestelijk gebeuren aan te duiden.

  • Vissentijd werd geregeerd door vissen, een waterteken, Aquarius is een luchtteken. Vandaar, dat de geest Gods ook volgens de astrologie over de wateren zweeft.

Inderdaad. Wij gaan verder. Een tijd, waarin het paradijs gevonden kan worden, betekent tevens een tijd, waarin een gemeenschap tussen mensen op de meest harmonische wijze gevormd dient te worden en wel zó, dat de harmonie, zowel in geest als stof, uitdrukbaar is. Werkelijke harmonie, werkelijk gemeenschapsgevoel, kan nimmer werkelijk tot uiting komen in enige gezags- of begeerteverhouding. Dat hebben wij reeds gesteld. Dus moeten wij verwachten, dat de komende invloeden wel in de eerste plaats een scheuring en mogelijk zelfs een ondergang van vele waarden zullen betekenen, waarden die de mens op het ogenblik onder zijn belangrijkste bereikingen rekent.

Voorbeeld: Wanneer de mens bepaalde stoffelijke banden heeft aangeknoopt en deze zijn niet gelijktijdig versterkt en bevestigd door een geestelijke band, zodat het stoffelijke ook in vrijheid geheel beleefd kan worden, zullen deze banden ten ondergaan. Over het ten ondergaan van niet door de geest en geestelijke banden bevestigde stofbanden zullen wij ons niet mogen bekommeren in de komende dagen. Zolang dit onszelf betreft, gaat dit ons niet aan, maar wanneer het anderen betreft, zullen wij voorzichtiger moeten zijn met het terzijde stellen van niet harmonische stoffelijke banden, omdat wij niet het recht hebben hen onnodig leed of kommer te veroorzaken. Wij zullen steeds weer voorzichtig moeten zijn om niet door ons beter inzicht anderen onrecht te doen, volgens hun eigen inzichten. Voor onszelf zullen wij het verbreken van elke stoffelijke band, die alleen op stoffelijke basis bestaat, als normaal aanvaarden. Hieruit volgt, dat de periode, die komt, vaak aangekondigd als de “periode van de nieuwe vrijheid”, in feite een tijd is van buitengewoon sterke bindingen, die vrijwillig aanvaard, gedragen en beleefd worden. Dit zal een levensvervulling betekenen en kan zelfs een algehele taakvervulling in meer kosmische zin inhouden. Verder is bij het beschouwen van al deze dingen voor mij zeer belangrijk, dat een periode als de huidige een periode van geboorte kan worden genoemd en als zodanig wel zeer veel verschilt van een periode van volkomen rijpheid.

Onze vriend zo-even wees er op, dat de afgelopen periode een waterteken was, terwijl de komende tijd geregeerd wordt door een luchtteken. Wij mogen dan wel zeggen, zo meent hij, dat “de geest Gods over de wateren zweeft”. Dit is een aardig gevonden vergelijking. Wat belangrijker is dan deze aanduiding: wanneer een dergelijke overgangsconditie ontstaat, zal er een gelijktijdige werking van twee krachten zijn. Dit houdt niet alleen een conflict in, maar ook de mogelijkheid tot samenwerking. Een samenwerking geeft andere resultaten, dan het alleen werkzaam zijn van onverschillig welk wezen, of welke kracht. Beschouwen wij deze twee krachten als een gebruikelijke twee-eenheid, een uiting van tegenstellingen, dan hebben wij hier alleen te maken met een kenbaar maken van tegenstellingen op dezelfde wijze als dit ook overal elders het geval is. Stellen wij een derde kracht hierbij, dan ligt de zaak anders. Ik stel, dat bij de beide op aarde inwerkende krachten een derde komt. De geest Gods, zo u wilt; een geestelijke inwerking in kosmische zin en op het hoogste niveau. Daarmede hebben wij geen tegenstellingen meer, maar een openbaring van een drie-eenheid. Een drie-eenheid, waarbinnen de openbaring van alle waarden binnen de Schepping mogelijk zal zijn. Het enige, wat daarin niet geopenbaard kan worden, is het scheppende Wezen in Zijn volle openbaring, het volledig beseffen, weten en kennen omtrent de bron van alle dingen.

Juist in tijden, dat twee krachten gezamenlijk op de wereld inwerken, vinden wij de openbaring van de Goddelijke kracht op aarde. Dit is voor mij het belangrijkste van mijn gehele betoog: Wij zijn, wat de aarde betreft, op het ogenblik in een periode van overgang. Eens zweefde de geest Gods boven de wateren. Er was maar één ogenblik van werkelijk gebeuren van buitenaf dat haast onopgemerkt voorbij ging. De verdere ontwikkelingen waren eerder traag en geleidelijk.

Toch betekende dit ene ogenblik van inwerking een onvoorstelbare grote omwenteling! Door een dergelijk ogenblik werden land en water gescheiden. Later werd door eenzelfde haast onopgemerkt voorbijgaand moment, leven geboren in de oceaan.

Indien wij de huidige periode als gelijkwaardig willen zien, moeten wij in de eerste plaats verwachten, dat een korte, misschien voor de mens niet direct kenbare, maar langzaamaan toch wel te realiseren verandering plaats zal vinden. Deze verandering zal in zijn betekenis zeer vergaand zijn. Zij zal zowel de natuur en de natuurlijke condities van de aarde als de mens en zijn geestelijke mogelijkheden omvatten.

Ten tweede: waar er sprake is van een groeiproces, is er ook sprake van een strijd. Zoals de eerste jacht ontstond, toen het eerste leven in de oceanen eerst kort geboren was, zoals de eerste moord ontstond op het ogenblik, dat de eerste mensen het directe contact met hun God, of geestelijke leidsman, verloren hadden, Kaïn en Abel. Zo zullen ook in deze dagen soortgelijke conflictwerkingen optreden. Ik vraag mij af, of deze niet de eerste voor de mens kenbare tekenen zullen zijn van deze nieuwe invloed. Naar ik meen kan deze vraag bevestigend worden beantwoord, zover het de massa betreft.

  1. Conclusie: De veranderingen zullen kort en heftig zijn, doch voor de mens waarschijnlijk niet onmiddellijk kenbaar. Dit houdt in dat van een wereld, of zelfs maar de mensheid vernietigende werking geen sprake zal zijn. Een ondergang van de wereld dient men dan ook niet te verwachten.
  2. De invloeden betekenen wel een fel en ver doorwerkend ingrijpen in de nu bestaande condities. Omwentelingen zijn onvermijdelijk. Deze omwentelingen worden in de directe stoffelijke uiting beheerst door de oceanen en de atmosfeer. Daarin zal men de eerste tekenen kunnen zien van de omwenteling, die begonnen is. De optredende verschijnselen zullen een cumulatief effect hebben, zodat wij in beide elementen een toenemend geweld, of een toenemende roerigheid kunnen ontdekken.
  3. Wanneer u deze, mijn stelling bevestigende, verschijnselen ziet, zult u zich dienen te realiseren, dat niet alleen lucht en wateren, maar bovenal de inwerking van de kracht, die wij de geest Gods noemen, onmiddellijk nabij is. Wanneer men verstandig is, doet men op de heersende kracht, op de hoogste kracht dus, een onmiddellijk beroep en tracht in het geestelijk contact daarmede een begrip te verwerven voor alles, wat gebeurt.
  4. Reeds in deze dagen kan men de door mij genoemde tekenen zien, zowel in de atmosfeer als in de wateren. Dit betekent, dat de inwerking van de geest Gods, steeds dichterbij komt. Ook wanneer de door mij genoemde, meer stoffelijke invloeden t.a.v. het mentale niet onmiddellijk kenbaar zijn, zal de inwerking van de geest Gods op de innerlijke mens voor een ieder, die deze aanvaardt, wel onmiddellijk kenbaar zijn. Het ogenblik, dat dit geschiedt, kan niet in een verre toekomst liggen, zodat de inwerking van de geest Gods voor zeer vele mensen reeds in de komende dagen kenbaar en realiseerbaar zal zijn. De wateren van deze wereld zijn het teken van alles, wat gaat geschieden. Zij zijn de toetssteen, waaraan u voor uzelf kunt zien, of het gestelde juist is. Wanneer wij zeggen, dat er roerigheden en opstandigheid onder de mensen zullen zijn, kunt u zich ervan af maken door te zeggen, dat dit altijd weer gebeurt en, gezien de omstandigheden, dit zonder meer te verwachten is. Maar wanneer de wateren oproerig worden en zich in de atmosfeer opeens niet normale verschijnselen vertonen, zult u toch wel moeten toegeven, dat de elementen, zijnde niet aan menselijke wetten of spanningen gebonden, de directe boden kunnen zijn, die door hun uitingen kenbaar maken, wat geschiedt. Beschouw het geheel der ontwikkelingen en u zult voor uzelf ontdekken, dat de geest Gods boven de wateren zweeft, dat het Licht zich openbaart in de schijnbare verwarringen van deze tijden, in de schijn van chaos en duisternis. Wie dit Licht kan vinden, vindt daarmede het leven; zoals de kleine cellen, die nog slechts half-leven waren, opeens, getroffen door een felle uitbarsting van radioactiviteit, tot werkelijk levende wezens werden, zullen de mensen door een uitbarsting van geestelijke krachten opeens tot een nieuw leven komen.

Ik nam deze vergelijking niet willekeurig, want ik ben ervan overtuigd, dat de mens, die zich geheel en werkelijk laat beroeren door de geestelijke en kosmische krachten, die reeds nu op de wereld beginnen in te werken om zo dadelijk met grote felheid merkbaar te worden, daaruit een geheel nieuw leven verwerft. Niet een ander menselijk lichaam, wel een nieuwe kracht, een nieuwe vitaliteit en bovenal een nieuw begrip en inzicht.

Een der gevolgen zal zijn, dat het leven – meer dan tot op heden – voor de mens tot een werkelijke continuïteit wordt, waardoor de dood veel verder kan worden weggedreven dan ook met de beste stoffelijke zorgen op het ogenblik mogelijk lijkt. Ik ben ervan overtuigd, dat degenen, die dit Licht kennen, kunnen beseffen en ontvangen – of misschien reeds voor een ogenblik mochten ontvangen – uit zichzelf zullen beginnen de nieuwe wereld te beleven en de mensheid van deze nieuwe wereld dienen. Dan zullen er, zoals er in het verleden jagers én gejaagden ontstonden, ook nu verschillende soorten van mensen zijn. Maar vergeet niet, dat alleen daardoor organische opbouw mogelijk zal zijn. Door de strijd om het bestaan groeide uit het eencellige wezen het meercellige wezen. Uit de enkele mens, die waarlijk leeft volgens de nieuwe normen en krachten, zal op den duur een gemeenschap van mensen ontstaan, die leeft volgens dezelfde waarden, maar met veel meer mogelijkheden.

Laatste commentaar op het onderwerp:

Indien wij nagaan, hoe in het verleden de eerste mutaties ontstonden en de eerste levende cellen hun weg begonnen, blijkt, dat dit plaats vond op die plaatsen, waar reeds een verzameling van half-leven aanwezig was. Dat is ook logisch. Dáár was de mogelijkheid meerdere wezens te beïnvloeden het grootst en konden de snelste ontwikkelingen en mutaties plaats vinden. Wanneer wij in de natuur de mutatievormen naspeuren, vooral van een schijnbaar tot ondergang gedoemd dier, of een tot ondergang gedoemd schijnende plant, dan blijkt dit steeds weer te geschieden op plaatsen, waar die dieren – of planten – onder deze condities het meest voorkomen. Met andere woorden, het scheppen van een gunstig klimaat en een juist onderling contact zullen wel eens zeer belangrijk kunnen blijken bij een pogen dit nieuwe leven te vinden en te aanvaarden. Bij minder bewuste wezens is geestelijke verandering in de meeste gevallen een zuiver toeval, dan wel iets, wat van buiten af wordt geleid. Voor de mens liggen de zaken anders. De mens is rijp genoeg om zeker te zijn, dat bij deze vernieuwingen menselijk bewustzijn, menselijke wil en daadkracht een rol zullen spelen. Lijkt het u dan niet redelijk en aanvaardbaar, dat steeds meer groepen mensen gezamenlijk dienen te gaan streven en samen te werken, zonder dat voor dit samenwerken en streven bepaalde bindende wetten of regels noodzakelijk worden geacht? Denkt u niet, dat het dienstig is, zo niet noodzakelijk, op deze wijze met anderen tezamen te zoeken naar een contact met het hogere?

Wie hieruit zijn conclusies trekt, kan stellen: Het is goed in deze dagen in gemeenschap met anderen te zoeken naar het Licht, de inspiratie, de kracht, het plotseling opvlammen van bewustzijn en inzicht, die de kentekenen zijn van de geestelijke inwerkingen, die ik u heb beschreven. Stelt men dit en voegt men zich daarnaar, dan zal het einde zijn, dat niet alleen meer de geest Gods over de wateren zweeft en de vernieuwing zich op aarde voltrekt, maar zal de geest Gods Zich in u openbaren, opdat u met die geest Gods boven de wateren zweeft. Dan kunnen wij de stoutmoedige gevolgtrekking maken, dat, wat betreft nieuw leven, onverschillig waar dit in het Al ontstaat, de mens, die het Goddelijke licht in zich draagt, in staat zal zijn om als engel, als oudere op te treden. Wij zullen de dragers kunnen zijn van die geest Gods.

Wij behoeven dit niet alleen meer op basis van geloof te doen. Natuurlijk blijven een zich-openstellen voor de krachten en een goede harmonie noodzakelijk. De stoffelijke tekenen zijn reeds voldoende om ook menselijk redelijk het erkennen van alles wat werd omschreven en de aanvaarding van de geest Gods, tot een gekend en bewust gezocht deel van eigen leven te maken.

Ik hoop, dat men zal beseffen, dat de komende tijd niet alleen een tijd is van dreiging, revolutie en andere omwentelingen. Het is geen tijd, die men dient te vrezen, indien men maar beseft dat de geest Gods rond ons is. Of u die geest Gods dan wilt omschrijven als de geest van Aquarius, een engel, of meester zus of zo, is van geen belang. Wie de Lichtende krachten zoekt in deze dagen, zal deze in toenemende mate ondergaan en op het ogenblik, dat de harmonie met deze kracht ontstaat binnen het ik, bereid zijn om een bepaalde taak te vervullen. De tekenen zullen komen uit de oceanen en geschreven staan in de atmosfeer, aan de hemel. Wie deze tekenen ziet, bereide zich voor.

Vragen.

  • Mogen wij aannemen, dat vroeger de polen gelegen hebben waar nu de evenaar ligt? Heeft de ompoling, waarover u spreekt, iets hiermede te maken?

Zo erg is het nu ook weer niet geweest. Maar veranderingen van de stand der aardas zijn in de geschiedenis van de mensheid meermalen voorgekomen. De ijstijden hadden hoofdzakelijk te maken met fasen van de zon en onregelmatige verdeling van het aardmagnetisch veld als gevolg daarvan. Het vaak snel achtereen optreden van verschillende ijstijden is over het algemeen mede te wijten aan een onregelmatige versnelling van de aard wenteling, die vertraagt, of accelereert. Deze is vanuit menselijk standpunt haast niet merkbaar. Verplaatsingen van de aardas gaan gepaard met verplaatsing van de werkelijke en de magnetische polen, echter niet op geheel gelijke wijze. Hiermede bedoel ik een verplaatsing, die verder gaat dan de normale, waar u in feite reeds zogenaamde zwervende polen hebt, die zich slechts over een betrekkelijk klein terrein verplaatsen. Belangrijke wijzigingen, ongeacht of dezen al dan niet een grote en dus rampen brengende verplaatsing van de pool met zich brengen, worden verder over het algemeen vooraf gegaan door een verplaatsing van de z.g. geestelijke polen van deze aarde. Ofschoon geen wijziging van de helling der aardas wordt verwacht, zijn toch deze geestelijke polen op het ogenblik praktisch reeds verplaatst, een aanwijzing voor de belangrijkheid van de geestelijke omwenteling, die aanstaande is. De verwachte magnetische veranderingen zullen wel enige kenbare werkingen hebben.

Onder meer is te verwachten, dat in grote gebieden de aanwijzingen van magneetnaalden onzuiver zullen zijn en verward lijken. Men zal daarvoor waarschijnlijk als oorzaak het optreden van magnetische stormen geven. De feitelijke oorzaak zal liggen in een wijziging van het aardmagnetisch veld, waardoor voor elk kompas, gezien de grote miswijzingen een nieuwe compensatie berekend zal moeten worden. Dergelijke veranderingen komen wel meer voor, maar zijn niet precies periodiek in die zin, dat zij met gelijke tussenruimten optreden. Verschijnselen als voornoemd zijn gemiddeld met tussenruimten van ongeveer 50.000 jaar opgetreden, ofschoon perioden van 200.000 jaar optraden als maximum en als minimum perioden van iets minder dan 15.000 jaar. Het nog aan bestaande tekens kenbaar aantal wisselingen zal bij nauwkeurig onderzoek waarschijnlijk niet meer dan 20 bedragen. Bij controle van verschijnselen in de aardkern zou men eerder geneigd zijn een getal van 80 als waarschijnlijk te stellen. Hierbij zij verder nog opgemerkt, dat in de eerste tijd van de aarde, toen zij nog gloed bezat, geen sprake was van een gericht magnetisch veld.

  • Waren er in Oud-Egypte ook Ammon-Ka-mysteriën vergelijkbaar met de Isis-mysteriën? Zo ja: Erkenden de meer bewusten van beide scholen hun gelijkheid, zodat de magische ketens van beide scholen op hoger niveau ingewijden bevatten, die nu gereïncarneerd zijn?

Ja. Het begin der mysteriën van Ammon – eerst later spreekt men van Ammon-Ra – evenals de Isismysteriën, ligt in de periode, dat deze Godheden nog onbelangrijk waren, ofschoon men wel verschillende vormen van Zonneverering en Al-moederverering kende. Dan ontwikkelt zich de zogenaamde school van Isis, waarbij later de plechtigheid van de bloem wordt ingevoerd. Deze wordt in latere verslagen wel eens verkeerdelijk de plechtigheid van de Lotus genoemd. De Ammonverering – of directe zonneverering – is ouder, maar begint met een inwijding in ongeveer dezelfde periode. De inwijding is die van de cirkel, later de dubbele cirkel of de keten. Rond 3.000 v. Chr. ontstaat tussen beide scholen een intenser contact en een samenwerking. Boven beide inwijdingen ontstaat een derde, voortkomende uit de beide eersten. In zijn stellingen is deze inwijding praktisch monotheïstisch, waarbij Ammon en Isis als de tegenstellingen, of de Vader en de Moeder in de Schepping worden gezien, handelende uit en op gezag van een grotere kracht. Van deze derde inwijding maken onder meer deel uit: de Mysteriën van de Wind, de Mysteriën van de Drie Hallen en de Mysteriën van de Zeven Treden. Wij vinden bij later gebouwde tempels voor beide Goden vaak zowel de zeven trappen als de drie hallen terug.

Incarnatie van mensen uit deze periode vindt in de huidige tijd inderdaad plaats, ofschoon niet een ieder zich van zijn banden met dit verleden bewust is. Niet iedereen kan dan ook de eenmaal reeds bereikte inwijding in deze periode voortzetten. Voor velen zou het – om dit mogelijk te maken – noodzakelijk zijn terug te keren tot de oude weg, de oude riten. Dit kunnen of willen zij niet doen, daar deze gebruiken voor de huidige tijd vaak vreemd of uit religieus oogpunt onaanvaardbaar lijken. Ofschoon vele waarden uit deze oude tijd dan ook heden tot uiting komen, zullen zij op een nieuwe en modernere wijze verwerkt dienen te worden, indien zij voor meerderen in de komende tijd werkelijke betekenis willen hebben. Voor enkelen, die zich van dit ver verleden meer bewust zijn, zullen echter de oude leringen een kenbare stempel drukken op de ingewijden van heden. Zij zullen zien, dat het oude weer herleeft in de inwijdingsgedachte, zoals die in deze dagen opnieuw ontstaat. De inwijding van de Drie Hallen was deel van de Ammonverering. Oorspronkelijk was zij gebaseerd op de drie fasen, waarin het licht van de dag zich aan de mens toont: Het wordende licht, dat tot ontwaken voert, het brandende licht, dat tot rust en bespiegeling noopt en het stervende licht, dat activiteit bevordert, terwijl dan het uiterlijke licht vervangen wordt door het innerlijke Licht. Later werden deze drie hallen de symbolen van de fasen, waarin de mens zijn bewustwording doormaakt. Daarbij werden de zeven treden – later 9, maar binnen het genootschap steeds 7 – gebruikt om de rangen weer te geven. Wij vinden een deel daarvan weer bij verschillende Egyptische erediensten, waar zij de fasen van priesterwijding aangeven:

7 = Leek.

6 = Zoeker naar kennis, stoffelijk onderricht, waaronder lezen en schrijven.

5 = Meer ingewijde, kennis der Godenleer, de eerste tempelgeheimen, onderricht in rekenkunde, begin der geneeskunde, kruidenkunde en magie.

4 = Het recht deel te nemen aan plechtigheden, waarbij bepaalde grotere manifestaties van de Goden plaats vinden, onderricht, geestenbezwering, contact met geesten, gevorderde magie, geneeskundige hulp, ontwikkeling van bepaalde magische gaven.

3 = Bereikingen, helderzienden, astrologen, geneeskundigen en bouwkundigen, overigens werden deze beroepen later onder verschillende Goden gerekend als bv. Toth enz..

2 = Ingewijden met direct inzicht in hogere waarden, in de inwijding: Zij, die kunnen wandelen in de Hallen des Wetens, of de Hallen der Wijsheid. In feite bedoelde men de hallen, waarin alle gegevens omtrent menselijk lot en leven waren opgeslagen, evenals de kennis, die op aarde bestond. Onder meer werd hiermede waarschijnlijk een aftappen van het gezamenlijk bewustzijn der mensheid op selectieve wijze bedoeld.

Oude term: 1 = Het erkennen van de Godheid in zijn ware gedaante en geheel. Of dit volgens de huidige termen nog juist is, betwijfel ik. In vele gevallen betekende het: Op de hoogte zijn van alle mysteriën, die met de Godheid en de scheppende kracht verband houden, het beleven van de geestelijke geheimen daaraan verbonden. Deze rang bracht met zich, dat men leiding kon geven aan alle plechtigheden, die ter ere van de Godheid door de groep werd gereorganiseerd.

Dit laatste gold ook binnen de groep der inwijding. Er zijn meerdere indelingen geweest. Deze is wel lange tijd gangbaar geweest voor beide geslachten – mannen en vrouwen – in gelijke mate.

  • Valt de bouw der grote piramide in deze tijd?

Eerste bouw en ontwerp ligt in de periode van directe zon- en sterrenverering. Aesir is dan nog een geëerde held. Later zal hij Osiris worden. In andere vormen wordt hij wel Adem der Wereld genoemd. Later wordt hij als God der Winden geëerd. De piramide is dan nog alleen een inwijdingstempel en kan als grafteken niet gelden. Later wordt deze tempel herbouwd in de Amon-Rê periode onder Amenophis IV.

  • Volgens de oosterse mystiek wordt het lot onzer planeet geleid door Sanat Kumara, oorspronkelijk komende van Venus. In welke verhouding staan tot hem Christus en Boeddha? Verrichten zij hun taak in opdracht van hem? In welke verhouding staat de planeetgeest der aarde tot hem?

De planeetgeest zou volgens bepaalde legenden verstoffelijkt zijn in de Koning der Wereld en wachten op het ogenblik, dat de wereld voldoende voorbereid is, hem weer op de aarde te ontvangen. De bron van het geloof ligt in Tibet en de Karakorum. De vele varianten zijn – zover mij bekend – aan dit verhaal ontleend. De Heer der Wereld is de verstoffelijkte uitdrukking van de ziel, of geest, der aarde zelf. Als zodanig noemt men hem ook wel Eerste Genius der Aarde, aangevende dat boven hem, maar niet levende in de aarde, nog een hoger wezen de aarde leidt. Hij is direct dienstbaar aan de aarde zelf. Het optreden van grote leraren op aarde zou niet in opdracht van Sanat Kumara geschieden, doch als gevolg van een contact tussen hogere krachten voornoemd en kosmische krachten mogelijk worden. De gedachte, dat de Koning der Wereld van Venus stamt, kan ik niet onderschrijven en is in de oude bronnen dan ook niet te vinden. Dit sluit de waarschijnlijkheid niet uit, dat in de vroegste dagen der mensheid zowel op geloof als op de ontwikkeling der mensheid invloed is uitgeoefend door bezoekers uit de ruimte. In Ezechiël kan men hiervoor een bevestiging vinden, wanneer men zijn visioen uitlegt met een oog op de moderne techniek. Mogelijkerwijze is het vurige zwaard, dat een engel hanteert aan de poort van het paradijs, eveneens een omschrijving van de landing van een ruimteschip of raketten. Men neemt ook wel aan, dat de gedachten van Goden, die op de toppen der bergen leven – in de hoogte dus – eveneens ontleend zijn aan landingen, vanaf andere planeten. De afstamming van Venus is mogelijk het gevolg van dergelijke overleveringen.

image_pdf