De wereld als hallucinatie

image_pdf

11 november 1983

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. En het is zeker geen hallucinatie, dat u mij dit hoort zeggen. Wij verzoeken u dan ook om zelfstandig na te denken. Ons onderwerp is: De wereld als hallucinatie.

Om u duidelijk te maken wat ik met deze titel bedoel, begin ik eerst even over iets anders te praten. U hebt allen wel eens gehoord van suggestie en daarbij waarschijnlijk ook wel iets vernomen van proeven waarbij men iemand roodgloeiend ijzer liet zien, hem daarna de ogen verbond, hem aanroerde met een ijspegel en dat de huid prompt daarop brandblaren begon te vertonen. Er zijn trouwens meer van dergelijke vreemde resultaten van proeven bekend. Nu is de vraag: is hierbij fantasie of suggestie de totale oorzaak? Er spelen in ieder geval bepaalde voorstellingen en verwachtingen bij dergelijke proeven een rol.

De tweede vraag luidt dan: is de voorstelling van het gloeiende ijzer voor de proefpersoon dermate echt dat hij niet meer in staat is een contact met ijs en een contact met gloeiend ijzer door zijn gevoel te onderscheiden?

Wanneer ik nu ga spreken over uw wereld als een hallucinatie, dan is het eenvoudig genoeg te roepen, dat u allen gek bent. Houd mij overigens ten goede, dat ik mij soms geneigd voel een dergelijke uitspraak ook oprecht te doen. Er is natuurlijk wel een werkelijkheid. Maar in die werkelijkheid zijn wij vaak niet in staat te onderscheiden, daar onze denkbeelden ons dermate beheersen dat wij bij wijze van spreken niet meer in staat koud en warm in de werkelijkheid te onderscheiden.

Wij verwachten vaak een gebeurtenis en reageren dan, ongeacht de feiten, of deze ook werkelijk plaats zou vinden. En zeker op aarde nemen wij bepaalde zaken gewoon en zonder meer als vaststaand aan, terwijl wij toch kunnen opmerken dat de feiten in wezen geheel anders liggen. Om dit begrijpen, moet men zich realiseren dat in de wereld van de mensen emoties een enorm grote rol spelen. En de gevoelens van de mensen refereren maar zeer beperkt aan de rede.

Beziet men de feiten bv. omtrent de huidige geschillen die er zijn, over het al dan niet plaatsen van atoomraketten, dan kan men stellen dat de veronderstelde belangrijkheid hiervan niet op feiten berust. Het gehele probleem is grotendeels een hallucinatie, een leider kan beseffen dat men – zo er een atoomoorlog zou beginnen – men ook met een tiende van de huidige atoomkoppen-voorraad de gehele wereld voor langere tijd praktisch onbewoonbaar kan maken. Zoiets zou dan ook voor de leiders geen nut kunnen hebben; de weinige mensen die overblijven hebben te veel ellende om zich nog druk te maken over politici of het kiezen van leiders zonder praktische kennis en vaardigheid. En geen generaal zou niet meer een legertje achter zich kunnen krijgen en zou dus voortaan zonder volgelingen door het leven moeten gaan.

Wie spreekt over een atoommacht-evenwicht, spreekt in feite wartaal en hanteert een voorstelling die in feite meer stoelt op gevoelswaarden dan op redelijkheid. Gevoelsmatig vertekende beelden van de werkelijkheid spelen in alle delen van deze ontwikkeling een veel grotere rol dan één van de betrokken partijen ooit zal willen  aannemen, laat staan toegeven.

In de praktijk komt het er vooral op neer dat eigen gevoelens van macht en mogelijkheid alleen bevredigd kunnen worden door steeds meer te zijn, of te schijnen en te hebben dan anderen en wel op elk voorstelbaar gebied. Daar wapens zich bijzonder goed lenen voor een dergelijk spel zien wij reeds vanuit de oudheid deze illusie, de daden en beslissingen van mensen beïnvloeden.

Wat de wezenlijke gevaren en mogelijke gevolgen zijn van de eigen houding ziet men niet of men gaat er schouderophalend aan voorbij. Want door allerhande beschouwingen en berekeningen weet men dank zij het weglaten van saillante feiten en punten, het steeds weer zo voor te stellen, dat het mogelijk moet zijn, zijn plannen te volvoeren en zelfs zonder blijvende schade van atoomwapens gebruik zal kunnen maken.

Men wil de werkelijkheid vaak niet onder ogen zien en schept daarom zich vervangende beelden, die slechts ten dele juist kunnen worden geacht of waar kunnen worden gemaakt. Neem uw eigen land: hier beschouwt men de overheid in steeds meer kringen als een soort gierige sinterklaas, die men dus steeds weer probeert de zwarte piet toe te spelen. Men ziet de staat niet meer als een uitvoerend orgaan, het hoofd van een sociaal organisme, waarbij het gehele organisme steeds voor het welzijn van het geheel aansprakelijk is en mede het hoofd in goede staat gehouden moet worden om samenwerking mogelijk te maken.

Men ziet in feite de staat als een soort onafhankelijke instantie die bereid moet zijn eenieder te geven waar hij maar om vraagt. Men kan en wil niet meer begrijpen dat de staat alleen iets kan doen wanneer het volk als geheel de middelen verschaft en de nodige energie opbrengt, dat het bij de eisen voornamelijk om de pecunia gaat, is dan alleen maar passend. Want geld is uiteindelijk ook alleen gebaseerd op een illusie, een overeenkomst.

Wanneer u alleen biljetten hebt van f 1000  en verder niets, wens ik u een aangename maaltijd toe. De waarde die geld op zich toekent, is alleen een illusie. Het is een ruilmiddel, niet meer. Wilt u eerlijk zijn, dan zult u moeten toegeven dat een munt van een gulden geen gulden waard is en aan metaalwaarde veel minder bevat. Dat een bankbiljet, zelfs wanneer daarop het getal duizend prijkt, minder werkelijke waarde bevat dan zelfs die munt. Waarom reageert men dan zo geheel anders op geld? Voornamelijk omdat men onderlinge afspraken heeft gemaakt. Zoals men onderling heeft uitgemaakt, dat het bezitten van eigendommen alleen onder bepaalde voorwaarden aanvaardbaar is en dat alleen een bepaalde gedragscode de juiste is voor mensen onderling. Zoals er mensen zijn, die onderling hebben uitgemaakt en aanvaard dat hun geloof wel het enig ware is.

Kijk je zuiver en alleen naar de feiten, dan blijkt dat een zelfstandig beschouwen en hanteren van geld of bepaalde stellingen onzin is. Je kunt bv. niet bewijzen dat een christen een betere medemens is dan een moslim. Binnen beide groepen treffen wij mensen aan die voor anderen zeer goed,; maar ook zeer slecht zijn. Dan is het feitelijk bezien ook waanzin om te beweren dat het christendom beter is dan de islam of omgekeerd.

 Een vriend van mij verwoordde zijn mening eens als volgt: wanneer de christenen van vandaag spreken over christen’dom’ hebben zij vaak gelijk. Zonder zo ver te gaan wil ik toch wel stellen dat de mensen zich op vele gebieden illusies maken en menen die dan als een werkelijkheid te beleven. Zij passen dan alles – wat hun illusie in stand zou kunnen houden en hun zekerheid zou kunnen bevorderen, dat dit inderdaad waar is – als wet op hun wereld toe en proberen steeds weer, anderen aan deze wet te onderwerpen.

Ik meen dat het voorbeeld, waarmee ik begon in feite berust op een hallucinatie. De geblinddoekte voelde het warme ijzer steeds dichterbij komen, stelde zich de pijn daarvan reeds voor. Daarom voelde hij ook inderdaad het ijzer zijn huid verbranden. En op dit beeld reageerde zijn lichaam met de gebruikelijke afweermiddelen: de brandblaar. Toch was het feit alleen een beroering met ijs.

Ik meen dat dit een voorname eigenschap is van hallucinaties: Zij zijn wel opgebouwd op enkele feiten, maar deze worden gevolgd door een zo grote reeks veronderstellingen, dat het resultaat de juistheid van de waanvoorstelling alleen maar lijkt te bevestigen. En wanneer er nieuwe feiten komen, worden deze in de reeds bestaande waanvoorstelling zodanig ingevoegd dat zij in feite het waanbeeld versterken en niet voeren tot een terugkeer tot de feiten.

Dit betekent dat vele mensen leven aan de hand van voor hen vaststaande begrippen, die niet op feiten berusten. Ziet u rond u bv. steeds weer blijken van werkelijke beschaving? Het gaat kennelijk eerder om een soort aangeleerd gedrag. Kortom: beschaving wordt pas tot beschaving, wanneer je haar omschrijft met alle kwaliteiten en eisen. En het is wel zeker dat daaraan in het begin maar zeer weinigen zullen beantwoorden. Kijk je iets verder, dan blijkt bovendien, dat eenieder het begrip beschaving op zijn eigen wijze definieert, wat er toe voert dat de één die zich beschaafd acht, de ander, die zich beschaafd acht, onbeschaafd gaat noemen. En wel alleen op grond van een verschil van opvatting, van interpretaties en toegekende betekenissen.

Wanneer men spreekt over rechtvaardigheid – men hoort steeds weer dat dit rechtvaardig is en dat niet – dan spreekt men een oordeel. Maar waaraan ontleent men het recht tot oordelen. Wie van u kan mij zeggen wat recht is en betekent in kosmische zin? Wanneer het gaat om hetgeen in een bepaald geval werkelijk juist is, zo blijken de meeste mensen dit niet te weten. Uw recht is in feite gebaseerd op belangenbehartiging en bezitsbescherming. Ik wil graag aannemen dat uw rechters eerst na eerlijk gewetensonderzoek tot een uitspraak komen. Maar zelfs dan komt er een uitspraak die in overeenstemming moet zijn met het wetboek van strafrecht, de jurispredentie e.d. Maar daarmee doet men nog niet in kosmische zin “recht”. Hier wordt immers een algemene maatstaf gebruikt en zal men de een veel minder bestraffen dan hij in feite verdient voor zijn daad, terwijl een ander in feite veel te zwaar wordt bestraft. Om maar niet te spreken over onjuiste of in wezen zelfs misdadige handelingen, die nooit bestraft zullen worden, omdat “de wet” daarvan geen ‘notitie neemt. Zelfs degenen die uitgaan van het standpunt dat je zoveel maar mogelijk is de laatste en laagste toegelaten straf dient te geven, handelen daarmee nu tegenover degenen die zij in wezen vertegenwoordigen en dienen te beschermen, onrechtmatig en onrechtvaardig.

Men moet beseffen dat juist degenen die van het bedrijven van misdaden en het plegen van onrecht tegenover anderen, hun beroep maken of het als een roeping, een persoonlijk recht misschien zelfs beschouwen, door die lage straffen tot steeds meer herhalingen van hun wandaden worden aangezet. Degenen die daaronder lijden ondergaan dan een onrecht dat veroorzaakt werd door degene die in hun naam recht sprak.

Hoe je het ook beziet, steeds weer blijken zaken die men als vanzelfsprekend aanneemt, illusies of zelfs hallucinaties te zijn. En in geestelijk opzicht kunt u al precies hetzelfde constateren. Wij, die zijn overgegaan, weten zeker dat er een leven na de dood is. Maar weet u dat ook? Om het anders te stellen: u gelooft er in. En wanneer je iets gelooft, is het voor jezelf waar. Maar is het daarmee ook tegenover anderen op grond van werkelijke feiten bewijsbaar?

Het is opvallend dat degenen die naar bewijzen zoeken, voor zich of voor anderen, uit een geheel steeds slechts enkele delen lichten, die zij dan als “bewijs” voorstellen. Bedenk dat veel zgn. bewijzen onzinnig zijn, tenzij je reeds  gelooft aan hetgeen men probeert te bewijzen. Neem die foto die men van een boom neemt, waarop men opeens in de opname een gezicht ontdekt tussen de bladeren. Spreek dan niet zonder meer over extra’s en beweer niet onmiddellijk dat u nu toch werkelijk een geest hebt gefotografeerd. Want u fotografeerde een bepaalde lichtval plus een bepaalde structuur van takken en bladeren. Het kan opvallend zijn, dat er een soort gezicht in zit, dat u onmiddellijk aan iemand herinnert. Maar tenzij die afbeelding geheel losstaat van al het andere, heeft het geen bewijskracht, ook al beschouwt u het liever als een bewijs van uw gelijk. En mogelijk heeft iemand eens een kruis van licht aan de hemel gefotografeerd, zoals enige tijd geleden in Zwitserland gebeurde. Vergeet dan niet, dat wanneer de wolken op een bepaalde wijze over elkander drijven bij een bepaalde zonnestand, iets dergelijks kan ontstaan uit louter natuurlijke oorzaken. Wees niet zo dwaas als bepaalde mensen, die hierin een teken zagen dat de laatste dagen van de aarde aangebroken waren. Zoek  altijd in de eerste plaats naar een natuurlijke verklaring voor alle vreemde verschijnselen en gebeurtenissen die u waarneemt. Hierdoor voorkomt u dat u op de duur zaken gaat zien, die er geheel niet zijn. Herinner u maar de mensen, die op de Mont-Blanc op het einde van de wereld zaten te wachten, voor niets, zoals bleek. De leider was degene die het langste bleef zitten en op de duur zelfs hoopte dat de wereld nu toch werkelijk geheel zou vergaan, omdat hij anders voor gek zou komen te staan.

Al wat ik tot zover heb verteld, vindt u allen aanvaardbaar.  Maar hoe staat het dan in uw eigen leven? Daarin hebt u toch ook wel last van bepaalde hallucinaties? En bij uw contacten met andere mensen moet u zich toch eens afvragen, of u nu werkelijk beseft wie en wat de ander is dan wel dat u vooral in de ander alles ziet wat deze wenst te zien.

Indien u een eerlijk antwoord wilt geven, is dit een zeer moeilijke vraag. Ten hoogste kan ik stellen dat het aantal echtscheidingen in de laatste tijd steeds meer duidelijk maakt dat men in de ander eenvoudig iets wenst te zien dat later, bij veelvuldiger contact toch niet blijkt te bestaan. Dan geeft men gemeenlijk ook steeds weer de ander de schuld. Want de mens heeft weinig lust eens wat terug te treden en zijn illusies en fata morgana’s te zien voor hetgeen zij zijn: zelfmisleiding,

Toch zijn er wel degelijk feiten. In uw wereld zijn die o.m. dat u in een steeds toenemende mate te maken krijgt met luchtverontreiniging, bodemverontreiniging, waterverontreiniging. Er zijn mensen die dit wel beseffen, maar gelijktijdig beweren: wanneer wij daaraan nu op een korte termijn proberen iets aan te doen, stort ons gehele economische systeem in elkaar. Waarin zij nog gelijk hebben ook. Alleen passen zij dan de feiten in hun denkbeelden in en stellen dat er nog tijd genoeg is om er ook langzaam iets aan te doen. En juist dit weten zij niet zeker en kunnen zij zeker ook nooit op grond van feiten aantonen.

Toch zijn er meerdere commissies, die “wetenschappelijk onderbouwde” rapporten opstellen waarin wordt gezegd dat men nog best een  halve eeuw de tijd heeft. En men beseft daar waarschijnlijk zelf niet eens, dat men druk bezig was om onweerlegbare feiten in te passen in theorieën, die op de keper beschouwd eerder een emotionele dan een redelijke basis hebben, ongeacht hun schijnbare logica. De drijfveer is een behoefte zichzelf te handhaven en daarvoor, zo voelt men aan, is een voortduring van de bestaande toestand belangrijk. Maar ook hun tegenstrevers blijken maar al te vaak feiten in te passen in hun lievelingstheorieën en eveneens andere feiten, die daarmee niet zouden stroken, buiten beschouwing te laten.

Of neem het scheppen van sjablonen eens, een geliefde bezigheid van mensen die zo eigen zienswijze proberen door te zetten, zelfs tegen de feiten in. Imperialistische uitbuiter, kapitalist, zijn de ergste scheldwoorden en geven de grootste dreiging aan, wanneer je deel uitmaakt van een socialistische maatschappijvorm. Omgekeerd is communist een dergelijk begrip wanneer je in een meer democratische of kapitalistische gemeenschap bent. Maar wat zeggen die woorden u werkelijk? U vindt in de zgn. socialistische democratieën evenveel verwaande, domme, wrede, omkoopbare regeerders als bij de kapitalisten. En onder de kapitalisten blijken op zijn minst evenveel eenzijdig denkende geestdrijvers te schuilen als in de communistische landen hun invloed uitoefenen.

Het werkelijke verschil is er voornamelijk een van naam. Mogelijk meent u dat de anderen niet zo vrij zijn als u. Dat is maar ten dele waar. Zij zijn weer vrij van heel wat problemen die u in de kapitalistische gemeenschappen wel kent. Want wie binnen het systeem redelijk meedraait, kan daar rekenen op werk, huisvesting, redelijke voeding. Geen weelde misschien, maar landen die men het liefste als voorbeeld van onvrijheid neemt, hebben de meeste mensen nooit anders gekend. Wat overigens niet geldt voor een kaste die nu officieel niet meer bestaat en waarvan je de resten en gebruiken nog kunt aantreffen onder leden van de regering, kunstenaars van verdienste e.d.

De mensen daar zijn niet zo als u. Waarom maakt u van communisten dan een schrikbeeld? En omgekeerd, waarom ziet men kapitalisme soms als een schrikbeeld? Omdat men een beeld heeft opgebouwd dat niet met de feiten strookt of slechts zeer ten dele. Een hallucinatoir beeld, dat u steeds weer voor ogen wordt gevoerd, soms aan de hand van feiten, vaak eerder aan de hand van veronderstellingen.

Degenen, die dergelijke schrikbeelden helpen opbouwen en in hand houden zijn mensen die op grond van toekomstverwachtingen – die aannemelijk kunnen worden gemaakt, zonder op feiten te berusten — plus een aantal droge theorieën die althans enige feiten als basis hebben. Dan maakt men berekeningen die gemeenlijk ook nogal eenzijdig worden opgezet, verkondigd het geheel als een onvermijdelijke waarheid en het schrikbeeld is klaar. Zodra genoeg mensen daarin geloven, kun je hen daarmee ook “motiveren”.

Wat erger is, eenieder begint nu uit zien naar tekenen en ziet dan ook al snel iets wat hij uitlegt als bevestiging van eigen verwachtingen. Het eindresultaat is, dat men volledig wordt ingekapseld door het hallucinatoire wereldbeeld en zijn handelen niet meer baseert op feiten, maar op angstige emotie, toch zie je geen feiten, maar dool je in feite rond in een wereld, waarin op de duur niets meer rond je schijnt te bestaan dan een reeks lachspiegels, die de zo door jou gevreesde monsters weerkaatsen.

Het is te eenvoudig om alle mensen in bv. de  USA of USSR, die schreeuwen over de gevaren van de tegenstander, die steeds meer wapens wensen en liever een dictatuur van eigen signatuur zien met alle onrecht en wreedheid daarin, dan enige rechtvaardigheid voor de eenvoudige mensen, het slecht met de wereld en de mensheid menen. Zij leven eenvoudig in een wereld waarin de door henzelf of anderen geschapen waanbeelden overheersen tot alles, wat tot de eigen partij behoort wel goed moet zijn – dat kan eenvoudig niet anders – terwijl eenieder die afwijkend denkt of handelt een grote bedreiging vormt. En toch streven ook zij op hun wijze gemeenlijk wel naar een wereld waarin een voortuitkomen en welvaart voor eenieder een belangrijke rol speelt. Maar wat de ander doet, is voor hen altijd een kwestie van onderdrukking, slavernij e.d. Wanneer zij uittrekken, of het nu naar Afghanistan is of naar een kleine Amerikaanse eilandrepubliek, dan doen zij dit inderdaad om mensen te bevrijden en te helpen. En feiten die het tegendeel bewijzen willen of kunnen zij niet begrijpen. Laat staan juist duiden.

Maar dan leeft u toch in een wereld die beheerst wordt door zovele waanbeelden, dat het erg moeilijk is om te weten wat van al wat je wordt voorgehouden nu waar en echt is en wat alleen maar illusie zal blijken te zijn?

Ook u hebt vooropgezette denkbeelden. Wanneer u op een snelweg in het verkeer bent, hebt u bewust of onbewust voortdurend kritiek op de rijstijl en rijwijze van andere verkeersdeelnemers. Maar u hebt geen werkelijk inzicht in de werkelijke rijvaardigheid en bekwaamheid van die anderen. U weet weinig of niets omtrent het al dan niet in goede staat verkeren van diens voertuig. Degene die volgens u zo langzaam rijdt, dat hij geheel het verkeer in gevaar brengt, kan wel eens een defect hebben – mogelijk aan zijn remmen – en is op weg naar de plaats waar men dat euvel kan verhelpen. M.a.w. de rijder doet het beste wat onder de omstandigheden mogelijk is, ook al vervloekt u hem en denkt u  dat hij het verkeer in gevaar brengt. En dan die ander, die met 160 km/u voortraast. U meent dat hij te snel rijdt en u hebt juridisch gezien gelijk. Maar mogelijk brengt hij iemand naar een ziekenhuis. Of hij is op weg naar huis waar iemand op sterven ligt. Mogelijk is het. U weet het niet zeker. Maar ja, u blijft op uw wijze reageren. U hebt nu eenmaal een gemiddeld beeld, dat mede door uw eigen rijstijl wordt bepaald en u beoordeelt alles op basis van dit beeld, dat zelden geheel zal kloppen, ook al zullen de omstandigheden en feiten mogelijk geheel anders liggen.

Met dit alles zal u duidelijk zijn geworden, dat je een onderwerp, door u gegeven, wel degelijk ernstig kunt behandelen, want de wereld is voor de meeste mensen nu eenmaal een aaneensluitende reeks van waanvoorstellingen. De mens projecteert voortdurend onwezenlijke beelden, die de feiten, de werkelijkheid, voortdurend veranderen, vertekenen en verdekken.

Vele wijzen hebben uitspraken gedaan die men algemeen bewondert. De een zegt dat alles waan is, de ander dat u uw naaste lief moet hebben gelijk uzelf.  Vooral die naastenliefde doet een ieder onmiddellijk “ja” roepen. Maar als je nu een bovenbuurvrouw hebt, die maar steeds haar rommel naar beneden in je goed verzorgde tuintje gooit, wat dan? Hebt u dan uw buren nog steeds lief gelijk uzelf of zijn zij voor u geen naasten meer?

“Heb uw naasten lief” is een heel mooie kreet. Maar zij kan alleen op wederkerigheid en onderling begrip berusten. Maar kijk eens goed om u heen: veel van hetgeen uit naastenliefde gedaan heet te worden, is feite alleen verkapte zelfverheerlijking of een poging door het verwerven van begrip en waardering bij anderen je eigen kennis omtrent fouten en tekortkomingen langzaamaan uit te wissen. Let wel: ik beweer niet dat dit altijd het geval zal zijn, maar constateer dat dit wel heel vaak het geval zal zijn. En wat denkt u van kreten als “de medemens”? Is iemand die met een mes in de hand dreigend op u afkomt nu een medemens of wordt hij voor u hierdoor tot een onmens? De feiten wijzen uit dat degenen die menen zich te kunnen verweren op het ogenblik dat een ander hen in hun eigen opvatting bedreigt, opeens de ander als een onmens behandelen dingen aandoen, die men dieren nog zou besparen.

Of, indien u dit te ver gaat, laat ons zien naar soldaten tijdens een oorlog. Nu is een oorlog op zich over het algemeen reeds dwaasheid: zij berust maar al te vaak op voorstellingen omtrent eer, vaderland, volk, rechtvaardigheid, die op de keper beschouwd op zijn minst aanvechtbaar zijn. Soms is de aanleiding mogelijk meer gerechtvaardigd, ofschoon het voor een gewoon mens nog altijd zeer moeilijk zal zijn er achter te komen waarom het nu werkelijk gaat. Maar wat die soldaten betreft: het staat vast dat deze, wanneer zij ook maar 3 à 4 weken buiten eigen land ingezet worden in strijd een a-normaal gedrag gaan vertonen. Zelfs voor hun medestanders onder de ingezetenen blijken zij een soort verachting te koesteren, terwijl zij het leven van die anderen, medestanders, tegenstanders of neutraal, veel minder hoog aanslaan dan dat van een van hun eigen mensen.

Zij verschillen in hun gedrag en opvattingen niets van mensen als – hoe heet hij ook weer bij u? – Glimmerveen, de man in het verbale, asociale glitterjakje. Iemand wiens denkwijzen zovelen onder u verschrikkelijk en onbegrijpelijk vinden. Ook degene die, zij het in een andere zin en richting, feitelijk hetzelfde doet. Of discrimineert u niet, wanneer u zegt dat iemand voorrechten dient te hebben omdat hij bv. een buitenlander in uw land is, die hier door eigen wil gekomen is. Vraag u eens af of u, door voor hen bijzondere rechten en mogelijkheden op te eisen, niet onrecht doet aan vele Nederlanders. Kortom, beseft u wel dat gelijkheid iets anders is dan het verschaffen van privileges? En bovenal, beseft u wel dat soldaten in een oorlog nog veel erger zijn dan een Glimmerveen? Deze laatste wil eenvoudig eigen meerwaardigheid bewijzen en daarvan hebben wij vele andere voorbeelden gezien. De behoefte aan meerwaardigheid, gesteund door een filosofie, heeft geheerst in Italië, Spanje, Duitsland. En er zijn ook in uw land mensen geweest, die op hun eigen, gereformeerde wijze dit eveneens in de praktijk hebben gebracht. Het gaat in al deze gevallen om mensen die kundig waren en in bepaalde opzichten zelfs zeer knap, maar die eenvoudig niet wilden of konden inzien dat er in mogelijkheden, kennis en toelaatbaarheid van bepaalde handelingen geen onderscheid mag worden gemaakt tussen de welingelichte regeerders en het volk.

Of moet ik u herinneren aan een toespraak van de heer Colijn, die tot het volk sprak en zei dat het rustig kon gaan slapen, omdat er geen devaluatie zou komen op een ogenblik, dat in zijn opdracht makelaars reeds bezig waren zijn bezit in guldens om te zetten in – ik meen voornamelijk – ponden sterling. Terwij1 ook zijn vrienden bankiers overwerk deden met hetzelfde doel. Dat zijn dingen die men niet wil zien. Onze soldaten zijn edelmoedige helden, onze staatslieden zijn onkreukbaar, onze wetten gelden voor een ieder evenzeer, ook in de praktijk.

Neem de verering voor Hitler in Duitsland. Men kan nu niet begrijpen hoe het mogelijk is dat een volk, een man die dergelijke zaken op zijn geweten had, vereerde en volgde alsof hij een levende heilige was of zelfs nog meer. Toch is de verklaring eenvoudig: de mensen wilden in deze man iets zien, wat op aarde feitelijk niet als mens kan bestaan. Een mens die werkelijk alle verantwoordelijkheid volledig kon dragen en hen gelijktijdig bevestigde in hun eigen gevoelens van meerwaardigheid. En dit vooral omdat zij zich sociaal, economisch en zelfs anderszins langere tijd de minderen van een ieder hadden moeten voelen.

Wie de beweegredenen ontleedt kan veel meer begrijpen, zelfs hoe het führer beeld in feite een hallucinatie was, die men boven alles lief had. Wie eerlijk is, moet toegeven dat de fouten die gemaakt zijn te Versailles in feite gewroken werden door de aanhang van de Duitse nationaalsocialistische partij, en later door SS en Gestapo.

De behoefte aan zekerheid, grootheid en belangrijkheid van een aantal staatslieden is de werkelijke oorzaak voor het door waanbeelden zo snel bevangen worden van de Duitsers. Zonder de armoede en vernederingen,  die men hen toen heeft aangedaan, was het zeker bij de meerderheid nooit zover gekomen.

Wanneer een volk bevangen wordt door waanbeelden is dit erg. Erger nog wordt het, wanneer twee ongeveer gelijkwaardige delen van een volk tegengestelde waanbeelden aanhangen. Dan kan het ook in uw land zo ver komen, dat leger en politie even hard gaan optreden als nu reeds het geval is in bv. bepaalde Zuid-Amerikaanse landen. En zeg dan niet dat uw regering daaraan schuld zal dragen. Dergelijke waanbeelden en de tegenstellingen daarin ontstaan, voornamelijk wanneer de ene partij alle feiten en redelijkheid uit het oog gaat verliezen en zo de anderen meesleurt in een toenemende spiraal van onredelijkheid.

Want dit is misschien wel het meest wonderlijke aan die vele hallucinaties die uw wereld bevolken: ze werken aanstekelijk, zijn besmettelijk. Zeker, er zijn en blijven, feiten, werkelijke waarden, noodzaken en mogelijkheden. Maar daar overheen worden de waanbeelden geschapen en het waanbeeld van de een dwingt a.h.w. de ander om voor zich eveneens een waanbeeld op te bouwen.

In je pogingen om de illusies van anderen te ontkrachten, zal je al snel illusies voor jezelf oproepen. Daarom is het van belang dat men zo nu en dan zichzelf eens terdege onderzoekt. In het eigen innerlijk zal men dan vele verwarringen tegenkomen. Normaal vorm je die om tot een soort droombeeld dat het je mogelijk maakt jezelf uitverkoren te achten. Of je meent dat na de dood je kapitaal al op je ligt te wachten, terwijl de engelen zingend klaar zullen staan om je in te halen, of nog gemakkelijker, je praat jezelf aan dat dood, dood is en blijft, zodat je niet behoeft te vrezen voor iemand die aan het einde van je leven je komt verzoeken nu maar even af te rekenen. De feiten waarmee je ook innerlijk geconfronteerd zult worden, zeggen maar heel weinig over een leven na de dood. Maar zij zeggen wel veel over je leven op aarde.

Wanneer je die illusies terzijde weet te stellen, zal je tot de conclusie komen, dat hetgeen je eigenlijk nog het meeste begeert, kan worden samengevat als “een beetje geluk”. Je wilt vrede. Maar  wanneer u over die vrede denkt en spreekt, projecteert u gemeenlijk reeds een beeld van onvrede. Want indien anderen uw vrede moeten  aanvaarden volgens uw inzichten en wil dan wel anderen voor u die vrede tot stand moeten brengen, wordt alleen hierdoor reeds buiten u een toenemende onvrede gewekt, die zijn neerslag zal hebben in  uw eigen bestaan. U bemerkt dit, voelt u bedreigd, bedrogen, misbruikt, daarmee is uw eigen beetje vrede eveneens teloor gegaan.

Stel dat u uw God bidt om kracht. Dan garandeer ik u dat die kracht er inderdaad voor u is. Maar op het ogenblik dat u die God bindt aan een voorstelling, eist dat die kracht in een bepaalde vorm zal gaan verschijnen, sluit u daarmee voor uzelf, en mogelijk zelfs voor anderen, een werkelijk ontvangen van die kracht uit. Maar degene die intens gelooft, kan zich dan nog steeds koesteren in de waan van een ontvangen kracht. Waanbee1den kunnen zich uiten en voor u worden tot engelen of heiligen,

Wij hebben een dame aan onze zijde ontvangen, die ervan overtuigd was dat Jezus haar elke twee weken verscheen. Dit gebeurde voornamelijk in haar slaapvertrek, wat de zaak nog bedenkelijk maakt ook. Iets van niet stoffelijke aard speelde hierbij ongetwijfeld een rol. Zodat niet alles geheel een waan was. Maar waarom zag zij dan juist Jezus? Omdat deze voor haar de grootste vrede, zekerheid, en band met God betekende. Zij zocht naar dit beeld,  hunkerde naar deze ogenblikken omdat zij hierdoor een gevoel van vrede, uitverkorenheid, betekenis verwierf, die zij in haar leven reeds langere tijd had moeten missen. Dit waanbeeld maakte voor haar het leven meer aanvaardbaar ook: wat anders een ongeluk of tegenvaller zou zijn geweest, werd nu tot een beproeving, die haar in feite meerderwaardig maakte dan een ieder die zonder ongelukken door de wereld wist te gaan. Een meevallertje werd een teken van bijzondere bescherming en betekende a.h.w. een voorschot op een loon, dat haar later zeker gegeven zou worden.

Met u is het mogelijk niet “zo erg”, maar geef nu eens eerlijk toe dat er ook in u beelden leven die bepaald niet op de werkelijkheid, op feiten, gebaseerd zijn. Op zich is dat ook zo erg niet. Elke mens mag dromen, elke mens mag fantaseren. Maar op het ogenblik dat je delen van die fantasie voor werkelijkheid gaat houden, dat je de werkelijkheid deels ontkent, omdat je je dromen zo graag waar wilt hebben, breng je niet alleen jezelf in moeilijkheden. Je werkt dan als een pestlijder onder een aantal niet ingeënte mensen, steekt anderen aan.

Uw wereld is een hallucinatie in die zin dat veel van hetgeen voor u goed, hoog, heilig is, in feite zo niet bestaat, dat vele van de dingen waarmee u zich bezig houdt dermate eenzijdig worden bezien dat het u niet meer mogelijk is doeltreffend tot een concreet oordeel te komen. Erger nog wordt het, wanneer u op grond van uw dromen steeds bezig bent de gehele wereld om te vormen. Dan maak je de meest verschrikkelijke fouten. Stel dat uw droom is, dat u kunt vliegen en dat dus alle mensen eveneens kunnen vliegen. Is het dan redelijk, anderen mee te nemen op een hoge toren en hen vervolgens toe te roepen: spring en vlieg. Misschien geeft u hen zelfs een duwtje om hen te helpen. En wanneer zij dan te pletter vallen, is de kans groot, dat u tot uzelf zegt: zij waren kennelijk mijn openbaringen niet waardig.

Wanneer je al een droom hebt, die je waar wilt hebben, probeer het dan zelf en betrek er geen anderen in. Wat ons voorbeeld betreft, zult u dan al snel ontdekken dat ook de geest niet kan vliegen, maar a.h.w. zweeft van plaats tot plaats zonder tussenliggende ruimten te doorkruisen. Wat niet zo gek is als u mogelijk denkt, omdat een geest nu eenmaal niet meer gebonden is aan begrippen van ruimtelijkheid zoals u die kent.

Toch zijn er vele mensen die het liefste anderen zouden willen dwingen om op zich niet mogelijke zaken waar te maken. Dat berust dan op hallucinaties als voornoemd. Hoeveel mensen zijn er niet, die anderen proberen te dwingen in een beeld dat zij wel als werkelijk beschouwen, maar dat zo nooit in werkelijkheid zal kunnen bestaan?

Toch wil ik nog enkele positievere conclusies aan dit alles verbinden:

1. U weet nooit volledig en zeker wat de waarheid is. U wordt voortdurend geconfronteerd  met belevingen. Deze vormen voor u wel een werkelijkheid, maar u kunt nooit weten of    deze ook voor anderen zo kunnen bestaan en beleefd kunnen worden. 2. U draagt in uzelf beelden, voorstellingen, waaraan u kracht kunt ontlenen. U zult hierdoor moed, kracht, maar ook vrede en zelfs innerlijke verlichting kunnen bereiken. Maar of deze, in de vorm waarin zij voor u optreden, ook geheel op waarheid berusten weet u niet. 3. Op het ogenblik dat u deze innerlijke krachten rond u werkzaam kunt doen zijn op een voor u en anderen kenbare wijze, moogt u echter stellen dat de krachten en mogelijkheden – niet het daaraan in u verbonden beeld – werkelijk zijn en blijven. 4. Wanneer wij beseffen hoeveel droom en waanbeelden voortdurend worden gepredikt, hoeveel misleiding bewust of onbewust ook door anderen naar ons wordt gericht, wordt het al snel duidelijk dat het beter is, voorlopig vooral met en vanuit je eigen werkelijkheid te leven. Doe dit dan ook, zonder anderen hierin mee te sleuren of anderen met de consequenties daarvan te belasten. 5. Wanneer je met die eigen werkelijkheid durft en kunt leven, voor jezelf kracht en rust vindende, is het mogelijk steeds meer beelden en dromen in jezelf terzijde te zetten. Eerst dan wordt het meer mogelijk de werkelijkheid rond je steeds beter te begrijpen en ook te aanvaarden. Dan leer je overzien welk een nevelig spel van werkelijkheid en misleiding zich afspeelt. En vindt je daarmee niet een sleutel die toegang kan geven tot een bewust beleefde grotere werkelijkheid? Een werkelijkheid waarin je steeds beter beleeft hoe de verbondenheid met alle dingen ook voor u bestaat, hoe het geheel ook werkt door u en zo vanuit u, door u en nu ook met u een voortdurende correctie vormt op elk droombeeld?

Hoe meer je je bewust wordt van de kracht die ook in u woont, hoe zwakker de invloed wordt van hallucinaties en hoe minder ook de dromen, illusies enz. die anderen uitstralen van belang zullen worden voor je eigen denken en gedrag.

O, hoe dichter je bij de werkelijkheid komt, hoe minder zekerheden je kent. Maar in de plaats daarvan weet je dan ook: de weinige zekerheden die ik nog bezit zijn voor mij onuitblusbaar, onaantastbare en onuitwisbare feiten, die zich voor mij voortdurend herhalen, die steeds weer uit mij voortstromen en mij innerlijk steeds weer het weten geven dat ik met alle beperkingen die ik ken, het einddoel kan bereiken en daarvan bewust deel uit kan gaan maken. Het gaat om dit laatste. Het gaat er niet om dat uw wereld soms waanzinnig is. Hoever die waanzin reikt is iets, waarover men van mening kan verschillen, ofschoon er zeker mensen bestaan die zeggen dat de enige normalen op uw wereld zo langzaamaan allen in een gekkenhuis terechtkomen.

Het gaat echter niet in de eerste plaats om uw wereld. Het gaat er nu vooral om, dat u alle schijn en waanvoorstellingen die in u een zo weelderig leven voerden terzijde leert schuiven. Wanneer je daarin werkelijk slaagt, wordt je niet bepaald geheel leeg, zoals sommigen u als hoogste bereiking zullen prediken. Maar wat dan nog aan weten en mogelijkheden blijft in u, vormt een betrekkelijk eenvoudig en bewust te overzien patroon, iets wat je voortaan kunt gebruiken om alle dingen mee te testen en te meten op hun basis van waarheid. En daarmee heb je dan een maatstaf gevonden die voor jou ten allen tijde blijft gelden. Daarmee bezit je een werktuig dat het je niet alleen mogelijk maakt bewust terug te keren tot een aardse werkelijkheid zonder drogbeelden die alle mogelijke werelden omvat.

Dat is dan iets dat de kern is van elke ego zolang het bestaat en door sommigen superego wordt genoemd. Ofschoon ikzelf deze benaming  minder geslaagd vindt in een tijd die supermarkten, superman, supermuis enz. kent. Het lijkt mij   onbewust om je met de term superego in deze reeks te scharen. Het doel is niet, tot een soort geestelijke stripfiguur te worden, maar om dat wat je nu als ‘ik’ beschouwd te doen strippen en alle onredelijke dromen en waarden eerst eens terzijde te laten stellen. Het gaat erom een innerlijk patroon van waarheid te vinden dat, zover je kunt overzien, voor jou altijd van kracht zal blijven.

Vind je dit eenmaal, dan heb je ook de weg gevonden, die het je mogelijk maakt in alle werelden en alle tijden jezelf te zijn nadat je eenmaal je ware “ik” ontdekt hebt en daartoe bewust geworden bent. Ik heb nog een wat eigenaardige stelling voor u in petto, waarover u, naar ik hoop, eens zult willen nadenken: Wanneer steeds meer mensen bereid zijn zich met zichzelf te confronteren en uit zichzelf alle onwaarheid, halve waarheid en zelfmisleiding te verwijderen, zou er een wereld kunnen ontstaan waarin naastenliefde niet alleen maar een mooi woord is, waarin verdraagzaamheid een eigenschap van allen wordt en niet alleen een woord blijft waaraan men refereert zonder het ooit zelf geheel waar te kunnen maken.

Wanneer je de wereld wilt verbeteren moet die wereld eerst eens terug naar een kennen en aanvaarden van de werkelijkheid. De mensen zullen ook moeten leren beseffen dat emotionele zaken heel andere waarden hebben dan feiten. De mens mag dan de emotie niet meer, zoals nu zo vaak gebeurt, in de plaats van de feiten stellen. Zoals men ook tegenover anderen moet leren de feiten en de werkelijkheid niet meer te verhullen op grond van eigen emoties. Men moet zijn eigen beweegredenen tenminste beseffen. Want dan eerst wordt een mens werkelijk een wezen dat met andere mensen waarlijk samen kan leven in een wereld die waarlijk menswaardig is.

Zolang de wereld nog als voornaamste bezigheid, het koesteren van haar hallucinaties schijnt te beschouwen, haar gevoelsbepalingen blijft behandelen als enige waarheid en elk zich aankondigend begrip in eigen ik of anderen, waardoor mogelijke onjuistheden zouden kunnen worden ontdekt, terzijde blijft vegen, wijdt men zich in feite aan een ondergang die in deze wereld niet alleen maar de ondergang zal betekenen van alle hallucinaties, maar wel degelijk ook van alle mogelijkheden die daarachter toch nog steeds voor een ieder verborgen zijn.

O, de wereld zal de komende tijd nog niet vergaan en dit zal evenmin plaats vinden in de 21e eeuw. Maak u geen zorgen. En ook de geestelijke werelden zullen nog zeer lange tijd blijven bestaan voor zij, door gebrek aan in standhoudende waanbeelden, versmelten met een hogere en grotere werkelijkheid.

U hebt de tijd; neem dan wat van die tijd voor uzelf. Kunt u nu werkelijk terugkeren uit een waanwereld tot de werkelijkheid? Het is uw eigen zaak. En toch is juist dit een eerste vereiste voor een ieder die in zijn stoffelijk leven of na zijn stoffelijke dood werkelijk bewust wil worden.

Vanuit dit standpunt probeerde ik u te confronteren met enkele van de vele vormen van misleiding en zelfmisleiding die op aarde nu bestaan. Ik kon slecht enkele en nog zeer summiere voorbeelden geven. Wanneer ik alle misleidingen en voorbeelden daarvan zou willen opsommen, zou voor ik kon eindigen, uw zon reeds tot een sintel gedoofd zijn en de aarde een dood stukje as zijn in een ster, die haar laatste krachten explosief heeft uitgedragen.

U zult vragen hebben enz. Ik wil u er nu echter reeds op wijzen dat u daarbij niet zult kunnen uitgaan van stellingen die zeggen: u zegt dit, wij zien dat, dus is dit waar. Ga uit van waarheden, ontdaan van interpretaties, wanneer u iets wilt stellen. Dit om veel religieuze en politieke strijdpunten van te voren uit te schakelen. Wat in dit verband weinig zinvol zou zijn, tenzij ik alle tijd zou nemen om toe te lichten en waanbeelden te onttakelen.

Verder hebt u alle recht uw vragen enz. te berde te brengen.

Tweede deel

Wij zijn tot mijn vreugde nog allen aanwezig. Dat valt mij mee.

Nu zullen wij ingaan op uw vragen en daarbij geven wij allereerst de aandacht aan al datgene wat schriftelijk is binnengekomen.

Vragen

  • Kan de witte broederschap geen illusie zijn?

Datgene wat velen daaronder verstaan, is ongetwijfeld een illusie. De witte broederschap is wel een feitelijk geheel. De bijeenkomsten van die broederschap vinden ook feitelijk plaatst. Zij is dus een deel van de werkelijkheid. Maar de betekenis die hieraan door velen gegeven wordt en de al-beslissende invloed die aan de broederschap wordt toegekend zijn ongetwijfeld althans grotendeels illusie.

  • Zijn de verborgen internationale belangengroepen een illusie?

Een moeilijke vraag. De wijze waarop men internationale belangengroepen ziet als bepalend voor het gehele wereldgebeuren is inderdaad illusie. Maar aan de andere kant bestaan er inderdaad een groot aantal internationale vervlechtingen – politieke, banken, concerns e.d. – en overeenkomsten van voortbrengers van bepaalde grondstoffen, waardoor het mogelijk wordt, een wereldomspannende macht uit te oefenen door hetgeen men kan bereiken. Door transfers van gelden; het overbrengen van productiemiddelen en methoden, prijsopdrijving, beheerste prijsval e.d., is het wel degelijk voor dergelijke belangengroepen mogelijk, de regeringen van alle landen in hoge mate te beïnvloeden.

Maar de voorstelling, dat een ieder alleen nog maar te gehoorzamen zou hebben zonder meer en dus ook het beeld van de boosaardige economische reus die als enig doel heeft een ieder tot zijn slaaf te maken zijn illusies, wat men daarvan meent te kunnen waarnemen is gemeenlijk alleen een hallucinatie.

  • Vaak komen beelden uit de kern van je ego naar buiten en projecteren zich als beelden over de wereld. Hoe kun je, wanneer je door je hallucinaties wordt gedomineerd terug gaan naar je kern?

Ik volsta met enkele betrekkelijk eenvoudige aanwijzingen. In de eerste plaats: datgene wat u in de wereld ziet en wat u bijzonder beroerd ten goede dan wel ten kwade is gemeenlijk een afspiegeling van datgene wat u innerlijk bent. In de tweede plaats; wanneer ik al datgene wat buiten mij is, betrek op mezelf en probeer uit mijn gevoelens al datgene wat niet geheel bij mij schijnt te passen zoveel mogelijk te elimineren, althans de betrekkelijkheid daarvan te beseffen, keer ik reeds terug naar een grotere innerlijke werkelijkheid. Het zal opvallen dat na enige tijd op deze wijze gewerkt te hebben, ook uw beeld van de wereld veranderingen ondergaat.

  • Sommige Oosterse meesters en wereldleraren als Shankara en Ramana Maharshi stellen: alleen het Zelf is werkelijk. Het ego en de wereld, subject en object zijn slechts scheppingen in het oneindige zelf, er is geen ego.

Wanneer dit zo wordt gesteld, zou ik graag willen zien hoe deze heren reageren wanneer iemand plotseling en onverwacht hen een stevige naald in het zitvlees steekt. Indien alles inderdaad een illusie is, zullen zij daarop niet reageren. Is het echter wel een werkelijkheid – ongeacht de aard daarvan – en dus niet alleen maar illusoir, zo zullen zij wel reageren. Wanneer zij echter wel reageren op een voor hen onverwachte prikkel, die buiten hen ontstaan is, geven zij hiermede aan dat er een min of meer onafhankelijke wereld en een ‘ik’ bestaat. Zij zullen dan moeten toegeven dat zij, net als ik, tenminste voorlopig zijn gebonden aan een werkelijkheid. Mijnentwege mogen zij dan nog zeggen dat het niet de naald was maar het beeld van het steken dat hen deed opveren. Ook zij zullen aan de hand van een dergelijke proef, moeten toegeven dat er voor hen een soort werkelijkheid bestaat. Gezien hun reacties zullen zij ook moeten toegeven dat zij die werkelijkheid en haar invloeden beschouwen en zelfs beoordelen. Zolang een werkelijkheid beschouwd wordt, impliceert dit dat er een waarnemer is. Die waarnemer kunnen wij dan best ego noemen. Het ontkennen van het bestaan van een ‘ik’ door iemand die leeft in een wereld waarin beperkingen bestaan, ervaringen optreden, die specifiek op de persoon zelf betrekking hebben, is dwaas, omdat men hierdoor reeds toegeeft dat men bestaat en zich ervaart als een op zich staande afzonderlijke werkelijkheid.

Slechts indien wij het geheel beschouwen, moeten wij toegeven dat het ‘ik’ dat wij heden kennen, buiten de tijd daarin kan zijn opgenomen als een onverbrekelijk deel van een totaliteit.lk acht die stelling zelfs juist. Maar hierbij gaat het om iets wat je zou kunnen zien als een uiteindelijke bereiking. Vergelijk: zolang ik geen lichaam heb, zal een stoffelijke doorn die in mijn wezen steekt mij niet kunnen deren. Maar zodra ik vlees heb, doet zij dit wel degelijk. Dat men op een dergelijke wijze gestoken kan worden, bewijst dus dat je een lichaam hebt. En wanneer dit kosmisch gezien niet geheel juist is, verandert het niets aan de feiten die voor jou persoonlijk optreden.

Zelfs indien men stellen wil dat er alleen een kosmische werkelijkheid bestaat, zodat alle werelden die je meent te beleven projecties zijn die van jou uitgaan, stel je daarmee gelijktijdig dat je een ego bezit. Zodat ik, ongeacht de door u geciteerde autoriteiten, meen dat het hanteren van begrippen als werkelijkheid en ‘ik’ berusten blijft op de voor u en ook nog voor mij geldende feiten.

  • Het door u gestelde is voor 100% juist.  Maar anders gesteld: Is het waar dat enkele van deze personen inderdaad onkwetsbaar waren? Van de Maharishi is bekend, dat hij verschillende operaties heeft ondergaan zonder een spoor van pijn te ervaren.

Aardig gevraagd, maar daarmee ligt alles toch wel opeens op een heel ander niveau. Het zal u bekend zijn dat Raspoetin bv. verschillende malen vergiftigd werd zonder dat hem dit pijn deed of lichamelijk deerde. Daarnaast is bekend dat hij enkele malen ernstig gewond werd, maar dat zijn wonden zich bijna onmiddellijk sloten en er slechts zeer weinig bloed verloren ging. Ook hij pretendeerde geen pijn te voelen.

Toch zult u hem niet willen noemen onder de Meesters. Hij bewees hiermee een grote heerschappij van de geest over het lichaam. Evenals vele yogi’s eveneens in staat zijn lichamelijke  processen met hun geest te beheersen en pijnen kunnen uitschakelen, mits zij zich te voren van de mogelijkheid tot voorkomen van normaal hiertoe voerende omstandigheden bewust zijn. Dit alles kan als bewijs gebruikt worden voor het feit dat de geest machtiger is dan de stof, dat de geest het lichaam geheel kan beheersen. Maar dat is dan nog geen bewijs dat alles waan is of zelfs dat er geen ego bestaat. Eerder toont het aan dat er een eigen en onafhankelijk besef noodzakelijk is om een dergelijk beheersen en reageren op gebeurtenissen mogelijk te maken. Dus een ‘ik’. Iets dergelijks zou ook het geval zijn bij uw Maharishi.

Ten laatste: Raspoetins vijanden en vrienden meenden ook lange tijd dat deze in feite onkwetsbaar zou zijn. Toch werd hij uiteindelijk vermoord. Dat een ander met deze gaven niet vermoord wordt, is nog geen bewijs dat die dan wel geheel onkwetsbaar zou zijn.

  • U stelt dus dat er in alle gevallen een minimale hoeveelheid van egocentriciteit aanwezig is.

Zolang een ‘ik’ waarneemt vanuit zichzelf, denkt vanuit zichzelf, is het een ego in de normale zin van het woord. Of hierbij de gerichtheid van dit ego geheel op het ‘ik’ gericht blijft, dan wel zich wijdt aan een opgaan in het geheel, doet m.i. hierbij niet ter zake. Het bestaat. Een ontkennen van het bestaan van dit ‘ik’ als werkelijkheid is m.i. een gelijktijdige ontkenning van de wezenlijkheid van je eigen bestaan en dus strijdig met bv. een zich laten opereren, eten, handelen en zelfs leraren.

  • De leraren stellen natuurlijk dat het ontkennen van het ego geen ontkenning van het bestaan inhoudt, maar wel een verandering betekent van het bestaan.

Stellen dat het anders noemen van iets gelijktijdig de gehele aard van het bestaan kan veranderen, betekent gelijktijdig dat het geheel van hetgeen men beweert op een hallucinatie berust. Trouwens, wanneer het ‘ik’ zozeer van zijn wezen bewust wordt, dat het  opgaat in een totaliteit, die eveneens vele van die ik-heden bevat op zodanige wijze dat de deelhebber daarvan – nu betrokken in alle ervaren – zich niet meer als een expliciet ego beschouwt, betekent de andere benadering van het ego of zelfs de ontkenning hiervan als werkelijke waarde, nog steeds niet, dat er geen ‘ik’ is. Volgens mij kan dit inderdaad voorkomen en betekent dan dat een ego andere en hogere bestaanstoestand bereikt heeft. Maar het blijft nog steeds een ‘ik’. Wanneer alle cellen van uw lichaam geheel harmonisch samenwerken, kunt u terecht stellen, dat zij te samen een deel van uw ‘ik’ zijn geworden. Maar toch draagt elke cel in zich nog een kern die een beeld van het geheel omvat, reageert elke cel nog steeds op impulsen die haar bereiken vanuit andere cellen en is en blijft zij de cel. Gezien de onafhankelijke reactie-mogelijkheid van de cel en  haar geheel eigen wijze van functioneren binnen het geheel zouden wij haar als een “mini ik” kunnen aanduiden, dat een deel is van een “maxi ik”.

  • Je kunt zeggen: ik blijf ik, maar ook: ik blijf een ik. En dat is natuurlijk een groot verschil.

Het verschil is nl. de toevoeging van een lidwoord. Want een ik blijft een ik. Zelfs wanneer u zegt dat het niet meer een ik is, maar een Ik. M.a.w.: wij komen nu tot een soort filosofische letterzifterij die betekenisloos is tenzij wij – wat nu te ver zou voeren – het geheel van alle betekenissen van het woord ik eerst gaan definiëren en zelfs dan zou ik het niet eens kunnen zijn met een definitie van het totale ik als een alomvattend bewustzijn, – terwijl één ik alleen een factor zou betekenen binnen die totaliteit die geen eigen besef meer heeft.

Al blijven wij dagen hierover doorspreken, zo hebben wij mogelijk vele mooie en wijze dingen gezegd, maar aan de werkelijkheid hebben wij daarmee zeker niet veranderd. U vergeve mij dit, commentaar.

  • Is Nizar Ghadattah u bekend? Ook hij stelt: alleen het zelf is werkelijk. Zelfs meesters als Jezus en Boeddha zijn slechts beelden in het zelf.

Ik ken de persoon in kwestie niet voldoende om enige mening te geven. T.a.v. het gestelde kan ik echter wel het volgende opmerken: De werkelijke Jezus is, zoals de werkelijke andere meesters, niet bekend. Wat wel bekend is, is een beeld dat men zich maakt onder deze naam. Wat geldt voor alle historische figuren en in grotere mate voor elke Meester die op aarde is geweest of nog zal komen. De wezenlijkheid van dergelijke personen is dus geheel anders dan het beeld dat u zich van hen maakt. Dit is geheel juist. Het beeld dat u in zich draagt, is aan de ene kant een model waaraan u probeert te beantwoorden of zich op wilt beroepen en aan de andere kant een rationalisatie van uw onvermogen om aan de werkelijkheid rond u en die van de persoon in kwestie te beantwoorden.

  • Is het absoluut zeker, dat Jezus groter is dan Nizar Chadattah?

Wat is dat “groter”? M.i. is het slechts een rang of betekenisaanduiding die door mensen wordt gehanteerd. Kan het geheel groter zijn dan het geheel? Wanneer een geest zich bewust wordt van de totaliteit, kan je die geest in betekenis of rang niet meer afmeten tegen anderen. Je kunt alleen de betekenis van die persoon en de totaliteit, zover die voor u in diens wezen dat u kende tot uiting kwam , constateren. Mensen die indelen op dit gebied doen mij denken aan iemand die met veel moeite in staat bleek van een koe gehakt te maken en nu probeert uit een deel van dit gehakt die koe weer te reconstrueren.

  • Waarom wordt de zienswijze van het zuivere monisme hier nooit behandeld?

Ik weet niet wat u met de zienswijze van het zuivere monisme bedoelt. Er zijn nogal wat afwijkende versies in omloop. Maar wanneer wij spreken van God of termen als eerste oorzaak e.d. gebruiken, zo doelen wij hiermee op een kracht, die alles omvat en deel is van alles, in alles is en alles in zich dragende, zou kunnen kennen. Wij geloven echter weer niet, dat een dergelijke alomvattende entiteit, die zeker zeer sterk van alles wat menselijk is, moet verschillen, kan worden geduid, omschreven of benaderd. Wij voelen dat het onjuist zou zijn te spreken over de monade als iets, wat alles van het menselijke zou omvatten, omdat daarin geen menselijke beperkingen en dus ook menselijke gevoelens zonder meer zouden kunnen bestaan.

Indien een mens zegt: er is maar één God, zo zegt hij iets wat voor hem zelf volledig waar kan zijn. Maar gezien het feit dat zijn voorstelling van die god slechts een menselijk beeld is en niet alle mensen gelijk zijn, kun je even goed stellen dat er voor de mensen altijd vele goden zullen zijn. Indien er al in de zin waarin men dit woord meestal gebruikt een God zou zijn, is deze in ieder geval menselijk niet voorstelbaar.

Wanneer wij stellen dat er grote verschillen bestaan in het leven, dan constateren wij slechts datgene wat nu voor ons geldt. Wij kunnen zeggen dat alles deel is van een en dezelfde energie, een en dezelfde Kracht. Dat is ongetwijfeld waar. Maar toch is het dwaas te spreken tegen een lantarenpaal e.d. Je kunt de voor ons bestaande functies niet terzijde schuiven. Ik meen dan ook dat wij ons niet vast moeten leggen t.a.v. waarheden die betrekking hebben op een geheel dat wij nimmer kunnen overzien.

Wij mogen m.i. nog stellen, dat een voor ons bestaande Godsvoorstelling voor ons de hoogst haalbare verbinding kan vormen met het geheel, maar zelfs dit betekent dan niet, dat het de enig mogelijke of enig juiste verbinding is. Eerst wanneer wij de betrekkelijkheid van alle waarden inclusief het menselijke besef t.a.v. begrippen als eeuwigheid en oneindigheid beginnen te beseffen, benaderen wij de eenheid die u m.i. met monisme aanduidt.

Mogelijk kunt u nu begrijpen, waarom wij aarzelen om veel over zaken  als bv. God te spreken. Want spreken over het onvoorstelbare betekent: voorstellingen gebruiken die het onvoorstelbare vernederen tot een voor ons hanteerbaar peil. En dit is iets wat ons onjuist en vaak zelfs oneerlijk schijnt, zodat wij ons tot het hoogst noodzakelijke beperken. Misschien wilt u dit al als antwoord laten gelden. Zo niet, dan kunt u aanvullen.

  • Betekent dit dat alle gegevens die wij nu als feiten beschouwen ook subjectief zijn en dus niet zo zeker als wij nu denken?

Dit ben ik volledig met u eens. Objectiviteit is voor ons onmogelijk, omdat het geheel van onze waarnemingen verloopt middels onze eigen persoonlijkheid en inhouden, geschiedt door onze waarnemingsmogelijkheden die niet alles omvatten en bovendien indrukken steeds weer worden verbonden met in ons reeds bestaande voorstellingen of beelden. Wij kennen dus de uiteindelijke waarheid niet. Wanneer wij een indeling maken, een verklaring zoeken of geven, doen wij wel alsof wij waarheid kennen, zonder zelfs maar in staat te zijn de juistheid van  onze indeling geheel en blijvend waar te maken, anders dan door het verwerpen van alle gegevens die daarin niet passen.

Onze modellen van het Al en de wetten daarin kunnen wij nooit op basis van alle feiten benaderen. Het blijven abstracte en grotendeels onwerkelijke voorstellingen. Rekening houdende met dit alles, kunt u begrijpen dat juist een poging om absolute uitspraken te voorkomen en je te beperken tot de in wezen geringe hoeveelheid van feiten en werkelijkheden  die voor ons nu in onze kleine wereld althans onomstotelijk schijnen, een pogen inhoudt om zonder vooroordelen een grote werkelijkheid te benaderen. Maar op grond van enkele feiten zeggen dat wij het geheel van alle feiten kunnen kennen, achten wij voorlopig nog dwaasheid.

  • Hoe kunnen wij weten of je geleidegeest al dan niet een hallucinatie is?

Dat kunt u pas enigszins weten wanneer u een dergelijke begeleider op aarde niet meer nodig hebt. Bezie het anders; Wanneer de geleidegeest die u hebt voor u betekenis heeft en u daarbij helpt om beter, gelukkiger of voor uw gevoel, juister te leven, dan hindert het niet of zij hallucinatie is of werkelijkheid, Aanvaardt haar. Maar besef gelijktijdig dat de voorstelling die u zich hiervan maakt geen onomstotelijke feiten of waarheid behoeft te bevatten. Het verschijnsel bevestigt niet zonder meer de theorie over de oorzaak daarvan, maar geeft slechts het feit plus het bestaan van een niet nader te bepalen oorzaak daarvoor aan.

Geleidegeesten komen werkelijk voor. Er zijn er betrekkelijk vele. Zij beantwoorden – zover wij dit vanuit onze werelden met ons eveneens beperkt besef kunnen waarnemen – niet geheel aan de voorstellingen die mensen zich daarvan plegen te maken. En waar deze contacten bestaan, beseffen wij eveneens dat wij de juiste zin en betekenis daarvan niet geheel kunnen overzien. Iemand die op aarde leeft, zal, dit alles nog in veel mindere mate kunnen overzien. Laat mij het eenvoudig stellen: Ook de geleidegeest, zelfs indien u bewijzen hebt dat zij functioneert, is en blijft voor u een veronderstelling, een verklaring voor fenomenen die in uzelf kunnen liggen en soms ook buiten u kunnen bestaan. Dit kunt u niet anders verwerken. Indien fenomenen voor u optreden, is het naar ik meen redelijk om, zolang zij voor uw besef u in de juiste richting voeren, daarvan ook gebruik te maken. Zoals niemand het dwaas zal achten wanneer iemand in een vliegtuig stapt zonder zelf iets te weten van de motoren of de besturing.

Besef het betrekkelijke is ook hier naar ik meen goed. Leef met de feiten zo goed en zoveel als je kunt. Tracht te begrijpen hoe vele feiten vanuit jezelf worden gevormd en hoeveel daarvan ook onomstotelijk vaststaat. Gebruik de verklaringen die u daarvoor hebt altijd als werkthese, nimmer als onomstotelijke waarheid of, zekerheid. Leef aan de hand van hetgeen aan uzelf en voor uzelf nu bewijsbaar is. Tracht verklaringen die verder gaan dan dit in uzelf te onderdrukken. Dan leeft u in de richting van een grotere werkelijkheidszin. U zult dan ontdekken dat er banden bestaan tussen vele persoonlijkheden die niet altijd in dezelfde wereld vertoeven. Banden die niet verbroken schijnen te kunnen worden en een wederkerige beïnvloeding zeker stellen. De wijze waarop en de reden waarom evenals pogingen tot omschrijven van de wezens die zo met u verbonden zijn, kunt u beter voorlopig achterwege laten.

  • Hoe kun je deelnemen in de Witte Broederschap?

Zij is een samenspel van afzonderlijke persoonlijkheden op grond van gelijkheid van afstemming of andere banden. Indien u zich daarop richt en ook praktisch harmonisch bent met hun streven, zult u met hen tijdelijk of mogelijk zelfs langere tijd, verbonden zijn.

De duur van de band is sterk afhankelijk zowel van de veranderingen in het geheel van de broederschap als van de veranderingen in uzelf. De voorstellingen die u zich maakt van de broederschap of het contact zijn daarbij niet bepalend voor de werkelijkheidswaarde of wezenlijke betekenis van de band. Maak van de mogelijkheden die zo u geboden worden gebruik, maar ga zo weinig mogelijk over tot naamgeving. In onze bijeenkomsten komt de laatste tijd nogal eens een persoonlijkheid door die van scherpe uitspraken en formuleringen houdt. Een ander doet dit al langere tijd en noemt zich wel Henri. Komt de eerst genoemde nu door, dan fluisteren heel wat mensen opeens Henri wat onjuist is. Besef dat het gaat om hetgeen gezegd wordt en niet om de vraag, wie het zegt. Overigens: de mentale en geestelijke staat van de ontvangers is gemeenlijk bepalend voor de vorm waarin een boodschap gegoten wordt.

Ten slotte : Uw vragen hebben mij duidelijk gemaakt dat het u erg moeilijk is een onderscheid te maken tussen de innerlijke waarheid met haar beperkingen en de vele uiterlijke vormen waarin zij gepresenteerd of gerepresenteerd kan worden. Mogelijk is de aanleiding uiterlijk, maar het proces van waarheidsbeleving en het terzijde stellen van hallucinaties is en blijft een innerlijk proces. Het kan alleen binnen eigen persoonlijkheid plaats vinden. U noemde namen van hen die u beschouwt als Meesters of leraren. Onthoudt: U ziet niet de werkelijkheid. Zelfs wanneer u God zou aanschouwen ziet u niet diens werkelijkheid, maar slechts het beeld van uw eigen verwachtingen. Ook wanneer daarin voor u de kracht van de werkelijke Godheid zou schuilen. Dit geldt ook bij het benaderen van leermeesters e.d.

Sommigen zijn in staat hun gevoelens dermate sterk uit te stralen dat anderen hierdoor tot tijdelijke harmonie met hen worden gebracht. Dan doet u tijdelijk afstand van eigen illusies en wordt deel van de illusies van de ander. Blijf dus de betrekkelijkheid van alles beseffen en zoek naar datgene wat in u waar blijft nadat u alle illusies e.d. zoveel mogelijk terzijde hebt geschoven.

image_pdf