De wereld van de geest

uit de cursus ‘God in verschillende gedaanten’ 1985-1986

De wereld van de geest is een wereld die anders is dan de uwe. Dat heeft u vanavond gehoord. Wat beleef je eigenlijk als geest?

Je leeft in een wereld die eigenlijk voortdurend een beetje verandert. Niet door tijd, maar doordat dingen die niet belangrijk zijn, verdwijnen en nieuwe gedachten die opkomen gestalte krijgen. Als je zelf innerlijke vrede kent, dan is dat een heel mooie wereld. Maar waar vandaag een berg staat, kan morgen een meer liggen of omgekeerd vergelijkend gezegd. Wat vandaag licht heet, kan morgen schemering zijn of omgekeerd. Datgene wat je van binnen bent, is voor een geest datgene wat hij beleeft.

Het is duidelijk dat er entiteiten zijn die demonen beleven van verschrikkelijke gestalten. Maar dat zijn de dingen die in henzelf wonen. Een geest weet dat hij heeft geleefd. Een geest trekt uit al die levens, zeker in de beginperiode, nogal eens wat beelden die hij dan samenvoegt tot een nieuw geheel. De werkelijkheid nu is een wereld waarin gevoelens werkelijkheid worden en de werkelijkheid de vaagheid krijgt die gevoelens op aarde kenmerken. Je zult dan vanuit de geest proberen met andere werelden contact op te nemen. Soms bereik je een wereld waarin alles zo simpel is en zo harmonisch dat je niet meer in staat bent om jezelf daarin terug te vinden. Dan zeg je: Ik leef in een verblindend licht. Je kunt het niet anders omschrijven.

Er is een bewustzijn (licht), maar er is geen onderscheid. Datgene wat voor jou bepaling mogelijk maakt, is aanwezig. Soms zien we in dat licht toch een kern, iets wat wij erkennen, maar ook weer niet kunnen definiëren. Kijk, dat is God.

Als je naar de wereld teruggaat, dan heb je ook dergelijke effecten. Als je, zoals ik, leeft in een wereld waarin vormen zo langzamerhand verwaasd zijn en daarvoor andere verschillende tegenstellingen een rol zijn gaan spelen, dan is teruggaan naar de wereld, het zoeken naar een poging om je eigen wereld op de een of andere manier een beetje samen te voegen met de wereld waarin mensen bestaan. Dat is heel iets anders dan iemand doet die pas is overgegaan. Die kijkt naar beneden en denkt in vormen. Hij ziet als op een verlicht toneel stukjes op aarde onder zich liggen. Als hij dan een persoon wil bereiken, dan vraagt hij zich af. Hoe was het ook weer om vroeger zo te zijn? Op dat ogenblik projecteert hij dat deel van zichzelf en maakt daarmee eventueel contact met mensen die nog op aarde leven. Maar als je eenmaal een tijdje weg bent geweest, dan is het heel anders.

Als ik nu kijk, dan ben ik bezig om kleurtjes te zien. Er zijn een paar bij die mij doen denken aan pepermuntstokken veel rose maar met kringen van donkere kleuren erdoorheen. Niet dat dat kwaad is, maar het is gewoon de manier waarop ik u zie. Dus als u aan mij denkt, dan ziet u een kaneelstok of zoiets. Voor mij is die werkelijkheid iets waarbij gedachten een rol spelen. Ik kan niet meer helemaal terugkomen naar de vorm.

Dus wat heb ik nodig? Ik heb een instrument, een medium nodig of iemand die te inspireren is. Met diens gedachtewereld moet ik eigenlijk werken. Wat ik doe is niet die beelden oproepen. Ik projecteer mijn kleurtjes. Ik probeer mijn eigen beelden om te zetten in iets wat dan in zo’n medium op een persoonlijke reactie lijkt. En die gaat het dan vertalen. Ik zie wel hoe die reageert. Maar ik kan het niet precies verstaan, het klinkt krankzinnig als je dat hoort maar ik zit door een medium te praten. U hoort mij praten, maar ik versta zelf niet wat ik zeg. Het is gek maar het is waar.

Ik zie wel welke kleuren, want het zijn weer kleurtjes, er tevoorschijn komen als die woorden er zijn. Ik zie hoe u daarop reageert. Zodra er een synchroniteit van kleur is opgetreden, dan weet ik dat ik duidelijk ben geweest. Op het ogenblik, dat ik bij wijze van spreken iets leg in blauw en ik krijg rood terug en ik denk zit er wit tussen, dan blijft het in ieder geval Nederlands.

Uit dit alles zal blijken dat geest zijn heel iets anders is dan de meest mensen zich voorstellen.

Als geest voel je je over het algemeen redelijk happy. Dat is ook begrijpelijk. Je bent je eigen wereld. Alles wat je ontvangt, staat precies in de termen van de eigen wereld, anders ontvang je het niet eens. Dus je bent redelijk gelukkig. Dan heb je behoefte om te leren. Leren is iets, dat kun je niet meer uitdrukken in kennis opnemen. Laat mij het zo zeggen.

Ik heb 5 basistinten groen. Nu ga ik leren. Dan ga ik niet leren wat rood is, want dat kan ik niet. Neen, ik ga leren hoeveel tinten daar nog tussen zitten. Ik leer dus in datgene wat wordt beseft een ruim onderscheid maken. Dat betekent eigenlijk dat, als ik blijvende bij dit beeld, want het is niet helemaal reëel en zeker niet voor mijzelf, in die groene sector zit te leren en daar komt een leraar. Wat zeg ik dan? Daar komt een groentje aan. Want wat ik zie is een soort boom van allerlei tinten groen. Die gaat inwerken op mijn besef en dan ontdek ik: Hé, tussen dit en dat ligt nog iets. Ik ga dan proberen dat aan te voelen. Dat aanvoelen is mijn leren.

Een geest kan natuurlijk wel eens teruggaan naar de wereld. Een enkele keer moet je incarneren. Dat is, zeker als je uit zo’n wereldje komt zoals ik op het ogenblik heb, wel eventjes beperken. Want je moet eerst weer een beetje terug naar een besef dat toch wel wat vorm heeft. Helemaal lukt dat echter niet.

Bij een incarnatie is het eerste dat je krijgt eigenlijk emoties. Die emoties worden dan langzaam maar zeker geassocieerd met indrukken, geluidsindrukken bv. bepaalde voedingsindrukken (dat is meestal in de prenatale periode). Pas daardoor ontstaat er weer een beperkter en wat concreter wereldbeeld. Dat zijn de dingen die voor een geest werkelijk belangrijk zijn.

Nu denkt u waarschijnlijk, hoe is die vreemde snuiter van daareven ertoe gekomen om over spoken te spreken? Wanneer wij in verschijning treden, dan moeten we daarvoor natuurlijk het één en ander verzinnen. Als je in een lichte wereld zit, dan kom je hoogstens over als een beetje licht of een vage wolk. Maar iemand, die een beetje dichter bij de vormenwereld leeft of die zelfs in een vorm- en gedachtewereld is gaan bestaan, vooral als je in Schemerland, Schaduwland, Duisterland leeft en dat gebeurt nogal eens, dan kun je je die vorm beter voorstellen. Een geest, die dus heel dicht bij de aarde zit of duister is, kan zich veel gemakkelijker een astraal voertuig opbouwen dat op den duur ook zichtbaar is.

Geesten, die verschijnen op de zgn. donkere kamerseances zijn over het algemeen entiteiten, die wel iets uitbeelden via astraal en misschien gebruikmaken van plasma van mensen, maar daarbij eigenlijk alleen een voorstelling uitdrukken. Als zij zich toevallig laten zien, dan kun je er zeker van zijn dat ze nog niet verder zijn gekomen dan de laagste grenzen van laagzomerland.

Waarom spoken zo schrikwekkend zijn? Dat heb ik mij wel eens afgevraagd. De enkele keren dat ik heb geprobeerd om mijzelf meer visueel te manifesteren, heb ik wel enige verwarring ontdekt. Misschien omdat het caleidoscopisch effect van de persoonlijkheid eigenlijk niet helemaal past bij de beelden die mensen hebben van entiteiten. Maar als ik probeer gewoon een gedachte uit te drukken, dan wordt die door de mensen wel vertaald in beelden. Ik gebruik heel weinig astrale tussenvormen. Waarom zou ik? Astrale krachten zijn voorstellingen, dus beelden. Maar voorstelling als beeld is wat mij op het ogenblik ontbreekt. Ik heb belevingsbeelden, dat is heel wat anders.

Dan zitten we te kijken en zeggen: Waarom zijn de mensen zo bang, ook als ik mij probeer te vertonen. Dat heb ik verschillende keren ontdekt. Ik geloof dat de mens ontzettend bang is voor de dingen die hij niet helemaal begrijpt, niet helemaal kent. En dat een groot gedeelte van het schrikwekkende van spookverschijningen en verschijnselen eigenlijk meer te wijten is aan de reactie van mensen op datgene wat er is of gebeurt, dan aan het gebeuren zelf.

Stel u een ogenblik voor dat ik probeer mij aan u te tonen als een doodskop. Ik lijk niet op een gibbon, maar dat is weer de schuld van het medium. Dan is dat mijn associatie met misschien een menselijke rest. Voor u is dat een symbool van de dood. U denkt dus: het is een dreiging. In feite is het meer een manifestatie van een grondvorm, omdat je de rest eigenlijk al vergeten bent. Maar mens geweest zijnde, bepaalt de raciale herinneringen, dus ook t.a.v. opbouw, wat je wel kunt gebruiken.

Dan zeggen de mensen: Spoken bedoelen het vaak kwaad. Helemaal niet. Gelooft u één ding, dat vrouwtje, dat regelmatig in uw kamer in een ietwat schimmige schommelstoel zit te breien, is geen spook. Het is een herinneringsbeeld. Als de persoon zich met de plaats verbonden voelt, kan dat herinneringsbeeld voor anderen weleens kenbaar worden. Dat is dus heel wat anders dan die bekende dingen, u weet wel: Met het hoofd onder de arm dwaalt de jonkvrouw schoon maar arm door het nachtelijke slot. Daar zal iemand eens onthoofd zijn geweest en die zal zich misschien die onthoofding of de laatste tocht bijzonder levendig en paniekerig voor ogen hebben gesteld. En dat is in materialen vastgelegd. Komt er nu toevallig iemand die gevoelig is, dan begint de film te lopen.

Dus de jonkvrouw is er niet en haar afgeslagen hoofd is allang vergaan. Het heeft ook geen kwade bedoelingen. Het is gewoon een automaat. Pas als u van die automaat iets verwacht, dan zal die automaat uw gedachten in het programma mee verwerken. Dus spookverschijnselen variëren aan de hand van de reacties van degene die ze waarneemt.

Wat u ook niet moet vergeten is, dat uw contact met de geest heel vaak niet berust op een werkelijkheid zoals u die denkt. Het contact is bij u in feite een ontstaan van een herinneren. Voorbeeld: Een weduwe heeft op sommige ogenblikken het gevoel dat haar man naast haar in bed ligt. Ook gezien de tijd zou die herinnering al verbleekt moeten zijn. Misschien vindt ze het griezelig, misschien vindt ze het ook wel leuk. Maar eigenlijk is het aanwezigheid. Meestal zijn ze in slaap of in halfslaap en op dat ogenblik gevoeliger voor impulsen uit de geest. Ze ontvangen de persoonsimpulsen van de entiteit en vertalen die nu in een lichamelijke herinnering. Het is dus helemaal niet echt. Het is niet iemand die naast u in bed ligt om te kijken of u alleen bent. Het is gewoon een herinnering die u heeft en die opkomt op het moment dat de persoon a.h.w. aan u denkt. Zo moet u het maar zien.

Het kan ook zijn dat er voorwerpen geassocieerd zijn met iemand. Iemand heeft een hele tijd in een bepaalde stoel gezeten. U verhuist en wat zegt later een helderziende: He, ik zie die en die persoon (hij beschrijft het precies) in die stoel zitten. Zit die persoon nu in die stoel? Ja, als geest zal je gek zijn. Je zal daar de hele tijd in die stoel zitten. Wat is er nu gebeurt? Een deel van de uitstraling van die persoon is geabsorbeerd door het hout van de stoel. Een metalen stoel doet dat veel minder. Hout doet dat veel beter. Kunststof doet het zelfs practisch niet. Dat moet ik er nog bij zeggen.

Die persoon ontvangt die trillingen en daaruit ontstaat het beeld. Het is de persoon die het beeld projecteert aan de hand van trillingen die hij onbewust omzet. Dat is natuurlijk ook een goede mededeling voor u. Heeft u nu toevallig zo’n stoel staan, trek u daar niets van aan. U hoeft niet altijd prima gekleed juist in die kamer te zijn omdat die geest op de stoel zit. Loop u maar eens op sloffen en in nachtgoed.

Ik probeer u duidelijk te maken waar het om gaat. Geesten zijn wezens die anders zijn, anders leven en beleven dan mensen op aarde. De enige mogelijkheid die er is, ligt ergens op het gebied van de grens van het onbewuste en het gevoel. Daar kan een contact worden gelegd. Dat contact moet u dan zelf vormgeven, dat kan die geest nooit doen. De geest kan wel een beeld samenstellen dat u denkt nooit gezien te hebben. Maar zou u het kunnen ontleden, dan zou u zeggen: Hé, dat is de appelboom uit mijn jeugd en dat zijn de peddels die ik zo mooi vond bij de merentocht. Dat kerkje heb ik dat niet ergens in Frankrijk gezien? Zo is dat samengesteld. Wat ontstaat, is dus altijd een composiet van in u liggen herinneringsbeelden. Het is misschien wel goed om het te weten.

Verder vinden de waarnemingen altijd plaats vanuit een bepaald standpunt. U kunt niet anders waarnemen dan in verband met een ruimtelijn gedefinieerd standpunt. Dat wil zeggen dat u automatisch een standpunt inneemt en daarbij alle dingen elimineert die vanuit dat standpunt niet zichtbaar zouden zijn. Dus u sorteert eigenlijk inkomende signalen tot u iets overhoudt dat voor u redelijk aanvaardbaar is. Dit is een kenteken van vele visioenen.

Ten laatste wil ik er nog bij vertellen Een geest heeft een eigenaardig leven vanuit een menselijk standpunt, maar het is een leven. De geest keert terug naar de mens en de menselijke vorm, omdat die geest daaruit een verrijking ondergaat.

Ik leef, zoals ik al heb gezegd, in een wereld van kleur. Maar u leert mij wel degelijk zien welke kleuren menselijk belangrijk zijn en welke niet en daardoor beter interpreteren wat de aarde (de menselijkheid in feite) mij zo nu en dan toezendt, dat wil zeggen wat doordringt tot mijn bewustzijn. Ik leer van u. Ik hoop, dat u van mij leert.

Laten wij goed begrijpen dat die geesten met hun andere wereld, met hun toch weer terugkeren naar de stoffelijke wereld net zo zijn als u. Alleen de uiting en de beleving zijn anders. Daarom lijkt het mij dwaas om over spoken te praten. Daarom lijkt het mij dwaas te zeggen dat er demonische geesten zijn die als gedrochtelijke figuren op ons afkruipen. Dat zijn dingen die u schept. Wat u uitdrukt is sympathie of antipathie en die komt in de voorstelling tot uiting. Datgene wat op een gegeven ogenblik een duivel voor u is, kan als uw stemming is omgeslagen zich evengoed vertonen als een engel.

Ofschoon ik nu ga sluiten, zou ik u toch een raad erbij willen geven: Vertrouw geen engel en geen duivel, want beiden zijn vormen die uit u voortkomen. Maar datgene wat in u een volledige aanvaarding plus voorstelling oproept, is op z’n minst genomen de moeite waard om later nog eens te overdenken. Dat zult u hopelijk met het onderwerp ook doen.

Niet denken

Niet denken is datgene wat de meeste mensen doen totdat ze zich aan deze kunst gaan wijden, dan denken ze erover na hoe ze niet kunnen denken. En daar ligt nu de grote moeilijkheid in.

Je kunt in een kort ogenblik van niet denken komen tot een algemeen innerlijk evenwicht. Dat is volkomen waar. Je kunt ongetwijfeld daardoor in jezelf de juiste kracht verzamelen. Dat is eveneens waar. Maar je kunt die toestand niet onbeperkt handhaven.

Als je die toestand onbeperkt probeert te handhaven, dan denkt een ander erover na hoe hij jou kan nemen, omdat je toch niet denkt. Met andere woorden

Als u zegt: De innerlijke stilte kan enorm belangrijk zijn voor het herstel van krachten, voor het vinden van innerlijk evenwicht, dan ben ik het met u eens. Op het ogenblik echter dat u zegt. Dit moet de hoofdbasis worden van het gehele leven, dan wijs ik u op de consequenties daarvan. Indien u dit in uw gewone leven probeert door te zetten, dan heeft u geen leven meer. Daarom zou ik de slagzin als volgt willen formuleren.

Als u bent uitgedacht en er komen geen nieuwe gedachten, probeer dan alle denken terzijde te zetten, in een grote innerlijke stilte het onbekende in u te beleven en daaruit gesterkt wakker te worden. Dan zult u waarschijnlijk wel energie genoeg hebben om na te denken over datgene wat gezien de feiten op dit ogenblik het meest noodzakelijk is. Doet u dat, dan schept u buiten u iets van de harmonie die u innerlijk hopelijk heeft beleefd.

Als u vannacht een beetje gek droomt, denk er morgen eens over na, of het misschien ook positief geweest zou kunnen zijn. Dan put u daaruit vermoedelijk de moed om na te denken over hetgeen u morgen het best kunt doen.