De wereld van morgen

uit de cursus ‘Revolutie in de wereld’ (hoofdstuk 6) – maart 1984

De wereld van morgen

De huidige ontwikkelingen zijn alle nogal verward, zoals u bekend is. Het zal voor menigeen moeilijk zijn om daarin een lijn te onderkennen. Wij bevinden ons in steeds sneller plaatsvindende veranderingen. Ook de mens op aarde zal binnen afzienbare tijd, waarschijnlijk reeds binnen enkele jaren, gaan constateren dat de gehele samenhang, zoals die in de mensheid nu bestaat, aan veranderingen en hervormingen onderhevig is die kortgeleden nog onvoorstelbaar waren. Er zijn een groot aantal factoren die hierbij een rol spelen.

Allereerst blijkt dat de vrije tijd van de mens (neem mij niet kwalijk dat ik daarop wijs) steeds toeneemt. Dat betekent dat er een uitlaat moet worden gevonden, want de mens heeft inspanning nodig om zich te kunnen ontspannen.

Deze inspanningen zullen ongetwijfeld door het steeds sterker doordringen van grote arbeidsloze tijdperken voor elke persoon voeren tot geestelijke bestrevingen of een geestelijk onderzoek, misschien ook tot een teruggrijpen naar oude verborgen leringen of een poging de magie datgene te laten doen wat de technische maatschappij kennelijk niet meer tot stand kan brengen. Dat deze geestelijke ontwikkelingen van groot belang kunnen zijn is duidelijk. Maar er zijn nog enkele belangrijke punten.

Wij hebben te maken met een gemeenschappelijk menselijk bewustzijn. Wanneer steeds meer mensen zich gaan richten op geestelijke waarden, zal dat gemeenschappelijk bewustzijn zeker ook een veel grotere rol gaan spelen. Er zal dus een uitwisseling zijn van feiten en impulsen op subliminaal vlak waardoor men eigenlijk een veel beter overzicht krijgt van mogelijkheden en daarnaast vaak van inspiratieve gegevens waardoor men zijn taken gemakkelijker en juister kan volbrengen.

Dit houdt in dat wij worden geconfronteerd met een samenleving waarin de huidige machtsposities steeds meer worden ondermijnd omdat alleen degenen die tot coördineren van gegevens in staat zijn, in feite overzien waar het heen gaat. En als steeds meer mensen overzien waar het heengaat, zijn er steeds minder mensen die de zaak kunnen sturen zoals het hen belieft.

Het is een tijd enerzijds van verval. Regeringen, partijen, kerken zullen meer onder druk komen te staan en steeds meer scheuringen vertonen. Tenslotte vallen ze waarschijnlijk uiteen in steeds kleinere groepen en zal de discipline, die op het ogenblik in vele gevallen nog overheerst, langzamerhand verdwijnen.

Anderzijds is het wetenschappelijke onderzoek in deze dagen terechtgekomen in een zuiver commerciële ontwikkeling. Dat wil zeggen: de we­tenschap is niet gebaseerd op het ontdekken zonder meer, maar op het ontdekken van datgene wat aanzien of inkomsten oplevert. Het is tevens een communale productie geworden.

Een wetenschapper werkt tegenwoordig zelden alleen, maar is altijd gebonden aan een groot aantal mede‑onderzoekers. Hierdoor kunnen per­soonlijke impulsen en persoonlijke inspiraties in deze tijd veel minder snel naar voren treden.

Er is een tijd geweest waarin dat anders was. Tussen 1600 en 1800 was de wetenschapsman eigenlijk een soort gentleman‑amateur, die in een laboratorium in zijn eentje aan het onderzoeken was en tot verbluffende gegevens kwam.

De situatie waarin de samenhang verdwijnt, impliceert ook dat de wetenschapper zich weer steeds meer gaat terugtrekken op zijn persoon­lijke manier van onderzoek, zijn persoonlijk intuïtief verdergaan. De gebondenheid aan de staat, aan het militaire apparaat, aan een commercieel geheel zal dus steeds minder een rol spelen naarmate meer jongeren plaatsen gaan innemen die door vastgeroeste oudjes worden vervuld.

Ik wil niet zeggen dat ouderdom op zichzelf een groot bezwaar is, maar als we kijken naar de gemiddelde leeftijd van de regeerders die het nu op aarde voor het zeggen hebben, dan schrikken we toch wel een beetje, want in Nederland zouden ze allang in de AOW zitten. Misschien zou het goed zijn, als je hun die kon geven, in plaats van macht. Zij hebben geen overzicht meer. Zij grijpen terug naar het verleden. Zij proberen illusies uit het verleden in het heden tot werkelijkheid te maken. Maar daarvoor zouden ze moeten beschikken over een coördinatievermogen dat veel groter is dan ze feitelijk kunnen produceren. Ook hun macht verbrokkelt. Het is niet meer mogelijk om de een of andere betrekkelijk kleine groep zeggenschap te geven over velen.

Het Waterman tijdperk is een periode waarin broederschap en gemeenschapzin een heel grote rol gaan spelen. Die heeft echter alleen bete­kenis, als het niet alleen maar gaat om stoffelijke zaken. Hulp aan Derde Wereldlanden is uitstekend; dat is beter dan nietsdoen. Maar als die hulp in feite een poging is afzetgebied te vinden voor je eigen overschot aan productie, dan kan ik dat niet zo bijzonder roemen.

Stel nu eens dat men dat anders gaat doen. Dat men gaat delen vooral in kennis. Dat men gaat delen in mogelijkheden. Dan is exploita­tie niet meer mogelijk, dat is waar. Maar daar staat dan tegenover dat er een samenwerking mogelijk is die op dit ogenblik nog onmogelijk lijkt.

Het is wel degelijk mogelijk dat bv. in Zuid‑Afrika de kleurlingen en de blanken tot een samenwerking komen; een zeer goede zelfs. Het zou betekenen dat blanken, die in verhouding weinig inzicht en over­zicht hebben, vele stappen terug moeten doen. Het zal ook beteken dat vele kleurlingen teleurgesteld zullen worden in de verwachting dat alles goed zal worden, wanneer zij ook wat te zeggen hebben, want het blijkt dat ze ook iets moeten zijn. Maar toch, zelfs daar is die eenwording, die sa­menwerking denkbaar en mogelijk als de huidige samenhangen langzaam maar zeker verbrokkelen.

Ik kan hier de wereld van morgen natuurlijk gaan schetsen, maar het blijft dan toch een beetje een droomwereld. Stel u voor dat mensen leven in woningen die precies zijn aangepast aan wat ze werkelijk nodig hebben. Dat betekent dat de levensduur van dergelijke woningen veel korter zal zijn. Dat betekent ook dat het veel gemakkelijker zal zijn een dergelijke woning te veranderen of eventueel af te breken. Het hele patroon van wonen zal gebaseerd zijn op die feitelijke behoeften en niet meer op allerlei illusies.

Het betekent ook een omwenteling in architectuur in de bouwwereld, maar ook in de manier waarop men op het ogenblik stedelijk, landelijk en internationaal het bouwen van steden en de planning regelt. De planning wordt veel algemener. Ze heeft wel degelijk richtlijnen, maar die zijn be­perkt. De persoonlijke vrijheid wordt steeds groter op dit terrein en gelijktijdig de grotere verantwoordelijkheid.

Als wij bv. een 200 jaar vooruitkijken, dan zijn er eigenlijk geen eigendomswoningen en geen huurwoningen. Er zijn alleen gebruikswoningen.

De gebruikswoning houdt in dat een prestatie wordt geleverd waaraan het woonrecht wordt ontleend. Maar het woonrecht impliceert weer dat je de woning krijgt die je nodig hebt en niet wat een ander zegt die je nodig hebt, maar die je zelf werkelijk wilt hebben.

Als ik dat zeg t.a.v. stedenbouw, dan kom ik vanzelf ook op het verkeer. Het verkeer vandaag de dag is ook verkeerd geregeld. Niet om­dat autoverkeer nu zo verontreinigend, zo lastig en zo kostbaar is, maar doodgewoon omdat men zal gaan inzien dat het veel eenvoudiger is om vervoersystemen te ontwerpen die enerzijds aan de persoonlijke behoefte tegemoetkomen en anderzijds toch een zo intens mogelijk communaal gebruik van de vervoersmiddelen mogelijk maakt.

Wat zou u zeggen van een trein waarmee u naar verkiezing in een bepaalde richting startend het hele land kunt bereizen door eenvoudig uw koerskaart in een apparaat te steken (kleine computers zijn er al die dat kunnen aflezen) en die daardoor de nodige schakelingen kunnen ver­richten. U rangeert gewoon van de ene vervoersstoet in de andere, alles automatisch. Dat is helemaal geen wonder. Dat is heel gewoon. Ik wil erop wijzen dat de eerste pogingen om een dergelijk vervoerssysteem te ontwerpen eigenlijk al stammen uit betrekkelijk oude tijden.

Als wij denken aan bv. de ontworpen tapis roulant van de grote wereldtentoonstelling in Parijs (1689) toen Eiffel zijn toren heeft ge­bouwd. Als wij verder kijken dan zien we op dit ogenblik experimenten met een personenvervoer met afwijkende bestemmings- mogelijkheden in be­paalde delen van het Disneyland Park. Ook daar heeft men die techniek ontwikkeld. In wat mindere mate, maar toch nog met automatische split­sing ontwikkelt men op het ogenblik een monorailsysteem dat in delen van Japan snelvervoer mogelijk moet maken. Ik heb het niet over dingen die er niet zijn en dingen die er niet kunnen zijn. Ik spreek alleen over ontwikkelingen die logisch voortvloeien uit hetgeen er in deze tijd gebeurt en over de sociale verandering die nu gaande is. Wij zullen daarvoor natuurlijk veel dingen moeten prijsgeven, dat is duidelijk.

Het is heel erg prettig als je een geloof hebt en je kunt met de zekerheid leven dat je eenmaal in de hemel komt en dat alle anderen die anders denken als arme zielen betreurd mogen worden, want die hebben het later veel te warm.

Als je persoonlijk komt te staan tegenover God (God is maar een naam) en daardoor wordt geconfronteerd met al die tussenliggende verschijnselen, al die sferen en werelden, het geestelijk bestaan, de verschillende vormen van voortbestaan, dan krijgt je leven een andere inhoud, een andere verantwoordelijkheid. Aan de ene kant ben je veel zekerder. De dood is veel min­der geworden tot een eindgrens, waarachter alleen nog de eeuwigheid ligt.

Aan de andere kant echter, zit je met de zekerheid dat elke fout die je hebt gemaakt ook ergens gecompenseerd zal moeten worden. Dat je niet kunt zeggen: God zal mij vergeven, klaar, af. In dat opzicht zullen heel veel mensen zekerheden gaan ontberen die ze nu nog hebben. Zij zullen wor­den geconfronteerd met een eigen voorstelling om hun eigen weg te vinden.

Als ik kijk naar de gezondheidszorg, dan is men nu eigenlijk bezig met een aantal instituten. Gezondheidszorg is in praktisch alle landen en ze­ker niet alleen in de westerse, geïnstitutionaliseerd. Er zijn mensen die bepalen wat goed en wat slecht is. Er zijn instanties die verder bepalen wie wel en wie niet mag praktiseren en daarbij wordt niet gelet op de patiënt. Er wordt gelet op kennis, op het bezitten van een bepaalde vaardigheid. Alles tot uw dienst, maar er wordt niet gelet op de wijze waarop men die zaken gebruikt.

In de toekomst zal men steeds meer zeggen: een genezer, of hij nu arts heet of niet, is iemand die een ander beter maakt. Men zal niet meer zeggen: dokter, u krijgt betaling per behandeling, maar men zal zeggen, Dokter, u krijgt betaling per genezing. Dat is natuurlijk erg jammer voor iemand die veel van zijn patiënten moet begraven, ofschoon het voor sommige van die patiënten misschien weer een geluk is. Men zal uitgaan van het feitelijke resultaat.

Ik denk dat ze dat ook in steeds grotere mate zullen zien optre­den op wat u de arbeidsmarkt noemt. Ook hier zal men gaan zeggen: het gaat er niet om hoe lang je werkt. Het gaat erom wat je presteert. Dat is op het ogenblik een anathema: beloning naar prestatie. Maar men vergeet er één ding bij. In de nieuwe tijd wordt de prestatie niet bepaald door het presteren binnen een systeem, maar het presteren op grond van een noodzaak. Die noodzaak wordt bepaald door het product. Maar daarnaast wel degelijk ook door de eisen, de wensen, de mogelijkhe­den die er zijn. De grootste bron van inkomen voor de arbeiders over ongeveer 100 jaar ligt niet in het loon, maar eigenlijk in de ideeën­bus.

Als je dat zo allemaal bekijkt, dan wordt duidelijk dat we ook een heel andere kant uit moeten met onze geloofsbeleving, met ons zoeken naar sociale betekenis. In een wereld waarin voorlopig nog een overproductie zal zijn van bepaalde producten en artikelen krijgt u gewoon een soort verbruiksverplichting. Iedereen die maar een gewoon mens is, moet per jaar bv. 3 transistorradio’s verslijten. Alleen degene die zo belangrijk is voor de gemeenschap dat hij zijn tijd beter kan gebruiken krijgt die niet, want hij behoeft niet te luisteren. Misschien zit er zelfs geen knopje meer aan om die radio af te zetten.

In die maatschappij wordt betekenis dus eigenlijk door het innerlijk bepaald, door de wijze waarop je met die totale bewustzijnslaag van de mensheid in contact staat, door je verbonden zijn met of althans erkennen van die werelden die je nu als na de dood liggende beschouwt en daarnaast de zelfverwerkelijking.

Zelfverwerkelijking wordt steeds belangrijker in de komende tijd. Massaliteit zou de ondergang betekenen van het individu, de gang naar de mierenstaat. Maar het zoeken naar innerlijke werkelijkheid, het werken met intuïtieve mogelijkheden, het gebruik van gaven (dat zal er ook wel bij te pas komen) dat vormt elke mens tot een uniek wezen met unieke mo­gelijkheden. Er kan geen massaliteit meer bestaan, want de massaliteit kan alleen worden gehandhaafd, indien men juist de antwoorden, de ont­wikkelingsmogelijkheden wegneemt.

In de komende 10 à 12 jaar zal men op vele gebieden werkelijk moe­ten kiezen tussen verstarring of accepteren van de feiten en het daar­door mogelijk maken van meer individuele ontwikkelingen. Het is niet pret­tig, maar het is onvermijdelijk.

Onze wereld van de toekomst is een wereld waarin de mens zelf waar­schijnlijk meer stilteruimten zal aantreffen, want overal zal er dan een bezinningsruimte zijn. Naar die bezinningsruimte zult u dan niet gaan om alleen te bidden of te mediteren, maar eerder om even zozeer tot rust te komen dat u contact kunt opnemen met het gemeenschappelijke bewustzijn, met de geestelijke werelden, met krachten of misschien zelfs met overge­gane personen die voor u interessant en belangrijk zijn. Een totaal nieuwe impuls voor het leven zal daaruit ongetwijfeld voortvloeien.

Iemand die met geestelijke werelden op de achtergrond leeft, iemand die door de juiste instelling de juiste impulsen kan ontlenen aan het gemeenschappelijke bewustzijn, heeft niet alleen veel meer mogelijkheden maar hij heeft een heel andere motivering. Hij komt tot een totaal nieuw besef van de zin van het leven. Het blijft altijd nog enigszins een raad­sel, natuurlijk. Maar je kunt het leven voor jezelf veel zinvoller maken juist door gebruik te maken van je mogelijkheden, je erkennen van andere werelden, van andere bewustzijnswaarden die je in jezelf kunt verwerken.

Men zal zich gaan afvragen: Wat moeten wij daarmee doen? Kijk: het is een omwenteling die sluipend is. U moet één ding onthouden ‑ dat hebben wij reeds eerder gezegd in deze cursus: alleen een sluipen­de revolutie, die bij de basis begint, heeft werkelijk succes. Elke ge­welddadige revolutie verandert niet de werkelijke structuur, maar alleen demonen die in de structuur aan de top zijn.

Wij moeten er gewoon rekening mee houden dat deze omwenteling die zich aan het voltrekken is en in steeds sneller tempo zich verder zal voltrekken, de wereld van morgen maakt tot een wereld waarin iedereen een machtsfactor is, maar alleen door hetgeen hij feitelijk is en betekent.

Ik zie ook de taal zich zeer snel ontwikkelen. De taal van morgen zal zeer waarschijnlijk een groot aantal samentrekkingen gebruiken.

Daarnaast vermoed ik; zal men in de meeste taalgebieden verschil in toonhoogte voor een betere interpretatie gaan invoeren. De Chinese taal bv. is achttonig. Daarmee wordt een bepaalde klank van betekenis ver­anderd. Zo zal men dit ook in de korte spraak krijgen. Maar die korte spraak zal steeds meer eigenlijk alleen aanleiding zijn tot begrip en niet meer overdracht van begrippen. Want de mens, die steeds sneller gaat denken, zal ontdekken dat woorden altijd tekortschieten om gedachten uit te drukken.

De toegenomen gevoeligheid van de mens, zijn toegenomen instelmogelijk­heid ook, zal hem ertoe brengen de gedachten van zijn medemensen, bewust of onbewust, grotendeels af te lezen.

Zelfs tegenwoordig schuilt in elk taalgebruik een mate van telepathie, waardoor de bedoeling o.a. beter wordt begrepen dan in de woorden eigenlijk tot uitdrukking wordt gebracht. Een dergelijke taal betekent ook weer een grotere gevoeligheid voor de medemens. En als gevoeligheid, begrippen als naastenliefde voor de mens alleen maar leuzen zijn, ach, dan worden ze wel gehanteerd als vaandels, maar zelden als werktuigen in de praktijk. Op het ogenblik echter dat gevoeligheid voor de mede­mens noodzakelijk is om je op de juiste wijze te kunnen oriënteren en te kunnen handhaven binnen de gemeenschap, zal elke mens zonder enig voor­behoud daarmee willen werken.

Het is een wereld waarin niet meer wordt gesproken over naastenliefde, vooral niet met een van honingdruipende stem of met een galm waardoor het lijkt alsof de spreker plotseling in een echokamer is beland. Het is dan werkelijk een aanvoelen van de naaste om hem te begrij­pen. Maar dan voel je ook dingen aan die eigenlijk niet met de mededeling zonder meer te maken hebben. Er ontstaat een intensere begrips­mogelijkheid.

Een van de grote fouten van deze tijd is het isolement waarin meer mensen komen te verkeren. Zij voelen zich niet begrepen. Zij zien hun denkbeelden en hun eisen door de maatschappij niet voldoende weerkaatst. Zij zijn niet in staat om te begrijpen waarom anderen zijn zoals ze zijn.

Al die dingen drijven de mensen steeds verder uit elkaar totdat iedereen op z’n eigen eilandje zit te kwaken als een kikker, die in een vijver op een plompenblad zit en bang is te gaan zwemmen vanwege de snoeken die daar mogelijk zijn.

Kijk, dat is allemaal heel aardig, maar als je die contacten weer krijgt, dan is er ook een beter begrip voor de ander, voor de motieven van de ander. Er is een betere beantwoording aan de medemensen mogelijk, niet alleen op grond van gesproken woord of van signalen die dan algemeen zijn maar op grond van de werkelijke inhoud van een persoon zoals die wordt uitgestraald.

 Hierdoor zal er ook gemakkelijker een selectie zijn. Je zult niemand meer werkelijk kunnen haten. Er kan een mate van vijandschap zijn omdat je een tegengesteld doel nastreeft, maar je begrijpt waarom de ander het doet. Het is de bestreving die je probeert te frustreren, niet de ander. Dat maakt al verschil uit.

U zult in die periode ongetwijfeld ook de bedoeling van een ander zo goed aflezen, dat u onmiddellijk kunt constateren of die voor u belangrijk is of niet. Het resultaat is dat u harmonische contacten in steeds grotere mate gaat ervaren. De ervaring leert dat mensen die in een harmonisch milieu leven, over het algemeen niet alleen evenwichti­ger en rustiger worden, maar ook een verhoging van I.Q. krijgen m.a.w. een vermogen om data in zich op te slaan, die redelijk en juist te ver­werken en op grond daarvan ook snel te reageren.

De mens in de toekomst zal lichamelijk wel iets veranderen, denk ik. De uiterlijkheden veranderen. U weet dat wel. Naarmate je minder haar nodig hebt, komen er steeds meer kale koppen. Dat is onvermijdelijk. Dus een groot deel van de mensen zal wel door zijn haar heen zijn in de komende eeuwen. Als iemand veel zit, worden de zitspieren en beenspie­ren slapper.

De uiterlijke vorm zal langzamerhand ook wel iets veranderen, maar niet zoveel als men veronderstelt, want de mens zoekt ook uiterlijk naar mogelijkheden en naar een vorm waarin hij het best zichzelf kan zijn en het best in de gemeenschap als deel van de gemeenschap kan functio­neren. Of hij dat bewust doet of niet, nu doet ook iedereen dat.

Dan mag ik concluderen dat de mens van de toekomst evenwichtiger is. Hierdoor zullen besluiten veel meer worden genomen op erkenning van algemene tendensen en daarnaast van algemeen erkende noodzaken. Juist het feit dat men voelt wat belangrijk is en wat niet, maakt het mogelijk een veel grotere vrijheid te scheppen.

Daar waar een groot gedeelte van de commerciële belangen van heden wegvalt, althans in een andere en minder machtige vorm optreedt, zal bv. het handhaven van grenzen tussen staten (douanegrenzen als we even aan recente gegevens denken) niet meer noodzakelijk zijn.

Het is ook niet meer zo belangrijk dat iemand een paspoort heeft van een bepaald land. Het is veel belangrijker zijn dat hij mens is. Iemand die tegen de gemeenschap is, zal dat – zonder het te willen ‑ met zich dragen als een kenmerk.

Elke mens die tegen de mensheid of een deel van de mensheid wil ageren, voorziet zichzelf van een psychisch afleesbaar brandmerk.

De wereld van morgen is een andere wereld dan die van van­daag. Begrippen als ruimtelijke ordening zullen waarschijnlijk worden vervangen door een: “rotzooi maar wat aan, als het maar harmonisch is”.

Denkbeelden als industriële ontwikkeling maken plaats voor de vraag: hoe kunnen we datgene wat werkelijk nodig is zo eenvoudig mogelijk maken? Hoe kan ik door het te maken zelf de meeste voldoening vinden.

Het is een wereld waarin werktijden zelfs niet meer vastgesteld zijn. Het is een wereld waarin herbebossing ongetwijfeld weer zal geschieden, niet omdat het zo gezond is of vanwege het milieu, al heeft het daar grote invloed op, maar gewoon omdat de mensen ontdekken dat het prettig is om in een bos te lopen.

De zee zal schoner worden. Waarom? Omdat men langzaam maar zeker gaat begrijpen dat een zee een bepaalde schoonheid heeft en dat vervui­ling van de zee die schoonheid bederft en datgene wat leven gevend is giftig kan maken. Daar wil men eenvoudig geen deel meer aan hebben.

Een hoopgevend beeld. Een beeld hoofdzakelijk van de mensheid van morgen die ik u op het ogenblik toon. Maar de wereld van morgen zal natuurlijk haar energie kwijt moeten raken. En zonder ineens in allerlei overdreven verhalen los te barsten, zou ik willen opmerken dat als je de wereld voor een groot gedeelte kent, de mensheid toch uiteen zal vallen in degenen die het onbekende, het avontuur zoeken en de mensen die op aarde voldoening zoeken en daarin vrede vinden.

De avonturiers (noem ze maar zo) zullen in de minderheid zijn.

Voor hen ligt de grens niet op aarde. Op aarde is het niet meer moge­lijk. Wat zullen ze dus doen? Ze zullen de ruimte in gaan. Het lijkt mij beter dat degenen, die geen vrede meer kunnen hebben met een eenvoudig bestaan zoals zich dat gaat ontwikkelen, hun energie gebruiken om buiten de aarde het Al te verkennen en contact te maken met misschien andere levensvormen. Dat is iets wat nog wel enige tijd zal duren.

De kans, dat het eerste contact wordt opgenomen vanuit de ruimte is nog steeds groter dan dat de mensheid de ruimte in gaat en ze daar ontmoet. Maar het is toch veel beter dan allerlei gezwam in de ruimte, avonturen ten koste van anderen zoals het tegenwoordig is.

 De wereld van morgen is geen ideale wereld. Stel u niet een we­reld voor van lustpaleizen, een wereld van volledige schoonheid. Er zijn nu eenmaal mensen die alleen gelukkig kunnen zijn als ze in krotten leven. Dus zullen er krotten zijn.

Er zijn mensen die misschien willen teruggaan naar het stenen ­tijdperk. Anderen zullen vooruit willen lopen, misschien in een ruimte­pak willen lopen. Dat moeten zij dan maar weten. Het gaat er niet om de mens te reguleren, het gaat erom de mensheid als gemeenschap te la­ten functioneren. Dat impliceert weer dat je de hele wereld moet aan­passen aan de feitelijke behoefte van de mens.

De feitelijke behoefte van de mens is bv. ‑ of u het gelooft of niet ‑ groen. Gewoon levend groen, natuurgroen. Als je leeft tussen betonnen blokken waar te weinig levend groen te vinden is, dan sterft er iets in die mens. Hij wordt onrustig, hij komt onder spanning te staan. Daar waar hij de gelegenheid heeft om zich in de natuur te verpozen, wordt die spanning al veel minder. Zelfs een gewone straat met bomen kan vaak een heel verschil maken voor het humeur en het temperament van degenen die daar wonen. Dat zal men allemaal gaan ontdekken.

Het zal een wereld worden waarin de natuur meer op de voorgrond komt. Niet omdat dat hoeft of omdat dat zo goed is, maar gewoon omdat men gelukkig wil zijn en men gaat begrijpen dat dat geluk bestaat uit een aantal saamhorigheden, belevingen, harmonieën.

Dan denk ik ook dat door de vele vrije tijd, geestelijke discipline voor zeer veel mensen interessanter en belangrijker worden. Ik kan mij voorstellen dat er op een gegeven ogenblik op de Olympiade ook hypnotisme komt te staan als sport. Waarom niet. En dat er een demonstratie paranormale genezing wordt gegeven, zoals er nu ergens vendelzwaaiers optreden.

Het klinkt allemaal een beetje oneerbiedig, maar deze dingen gaan wel degelijk een rol spelen in het dagelijkse leven. Ze worden iets wat niet meer voor een uitverkoren klasse bestemd is, maar wat behoort tot de mogelijkheden van eenieder die zich ervoor interesseert. Dan is het toch duidelijk dat onze wereld van morgen er een is die op dit moment bijna niet voorstelbaar is. Dat houdt in dat het weinig zin heeft om nu te gaan uitspinnen hoe het verder zal zijn. Maar de geestelijke ontwikke­lingen daarin, waaraan wij ons overigens nog in bijzondere lessen zullen moeten wijden, zijn wel van groot belang.

De geestelijke ontwikkelingen vloeien voort uit hetgeen er nu geestelijk bestaat. U zult mij daarom toestaan het 2de gedeelte van deze les voornamelijk te wijden aan meer geestelijke zaken.

Er zijn een groot aantal geestelijke groepen, gebundeld in o.a. Het Verborgen Priesterrijk, de Witte Broederschap en nog zowat. Deze geesten kunnen op aarde niet volledig en dwingend ingrijpen zonder daarbij hun eigen geaardheid en hun wereldmogelijkheden te schaden. Dat zullen dus niet velen van hen doen. Maar ze kunnen wel proberen condities te scheppen. Zij kunnen gebruik maken van bestaande omstandig­heden om ontwikkelingen gemakkelijker te doen verlopen. Zij zijn bezig om deze wereld voor te bereiden op een era waarin de mystieke waarde, de occulte waarde en de technische waarde met elkaar kunnen worden ver­smolten tot een nieuwe wetenschap.

Vanuit de geest worden er ook voorbereidselen getroffen. Wij zijn in Nederland bezig geweest globaal gezegd vanaf 1917. Wij hebben steeds weer gebouwd aan een bepaald begrip, aan een bepaalde inhoud. Wij hebben, meen ik, velen toch wel een beetje bewust gemaakt van hun geestelijke mogelijkheden of gaven.

Ik wil niet zeggen dat iedereen succes heeft. Hier in de zaal ken ik er een paar die hebben zitten zwoegen op proeven, maar daar niet zijn uitgekomen. In vele gevallen omdat er fouten zijn gemaakt, maar dat doet niet ter zake. Het gaat erom dat steeds meer mensen proberen iets met hun geestelijke gaven te doen.

Op het ogenblik dat er tussen een geestelijke wereld en een stof­felijke wereld een grotere harmonie wordt geschapen, ontstaat er een ruimere overdracht van krachten en mogelijkheden. Dan zal hierdoor alleen al het menselijk bewustzijn worden verruimd. De mens zal meer open staan voor het andere, voor andere verschijnselen. Dat de geest daarbij niet geheel onzelfzuchtig is, zal u duidelijk zijn.

De geest wil eigenlijk heel graag dat u zo bewust mogelijk overgaat, want dat betekent dat er bij ons een verrijking ontstaat en niet alleen tijdelijk een extra belasting. Maar wij behoren allemaal tot één geheel zo voelen wij dat tenminste. Daarom zal eenieder willen proberen de band van dat geheel al kenbaar te maken op dit ogenblik.

Wij beïnvloeden de mensen in de richting van het mystieke beleven, in de verschillende richtingen van bewust of onbewust innerlijk erkennen van andere waarden. De bijverschijnselen zijn niet altijd even gunstig, dat geef ik toe. Er zijn heel veel overdrijvingen en het wordt geëxploi­teerd. Maar het gaat om de verandering.

Deze verandering is op dit moment al geruime tijd gaande. De geest is bezig om die veranderingen in een versneld tempo verder te ontwikkelen. En dan gaat het er heus niet om dat de mensen plotseling allemaal oosterse of andere filosofieën aanhangen, meesters gaan volgen of gaan dansen in de straten onder het slaken van strijdkreten. Het gaat erom dat die mensen loskomen van hun gebondenheid aan het huidige maat­schappelijk, maar vooral ook van het mentale beeld van mens zijn. Ze moe­ten groeien naar een nieuwe intensiteit van beleven.

Het is mogelijk om daardoor het aantal inwijdingen te vergroten. Wij hebben dat in de laatste paar jaren reeds gedaan. Ook in dit jaar zien wij de mogelijkheid om meer kleine inwijdingen op aarde dan oorspron­kelijk werd gedacht te verwezenlijken. Verder de mogelijkheid om mensen sleutels te verschaffen op velerlei terreinen, omdat men geneigd is die sleutels nu te bezien en niet alleen maar schouderophalend eraan voorbij te gaan.

De samenwerking van de geest met de mens neemt dus toe, ook al wordt dit nog niet overal officieel erkend. Waar de wezenlijke relatie tussen een geestelijke wereld en een menselijke wereld ontstaat, is de transmis­sie van kracht uit onze wereld die een wat hoger potentiaal heeft, ge­makkelijker mogelijk. Wij kunnen dus steeds meer mensen die energie en die kracht geven waardoor ze beter kunnen functioneren.

De wereld van morgen zou een synthese moeten worden van geestelijke werelden en het menselijk zijn. Alle groepen, welke in die richting stre­ven (ik heb er enkele genoemd) zullen ‑ ik neem aan zelfs op korte ter­mijn hun inspanning in die richting aanmerkelijk versterken. Het is niet aan mij om te zeggen wie daarmee individueel ervaring zal hebben en wie niet. Ik weet niet of het u zal treffen. Of u daardoor zult worden be­roerd, of u plotseling die veranderingen zult ondergaan en beleven. Maar ze zullen er zijn, overal.

Dat houdt in dat de betere wereld van morgen in de schijnbare ver­slechteringen van het heden wordt geboren. Het houdt in dat geestelijke waarden en krachten die morgen als normaal deel van het leven zullen worden beschouwd en op dit ogenblik nog een goddelijk mysterie zijn, lang­zaam maar zeker zo doorsijpelen dat we terechtkomen bij de mens. Dit betekent een wereld van morgen die we vandaag niet eens durven dro­men. Het is een wereld die geen Welsh en geen Bellamy kan tekenen. Het is een wereld waarvan zelfs wij de vorm maar flauw kunnen vermoeden.

Wij zien de verschijnselen, de ontwikkelingen, de ontwikkelingsmoge­lijkheden. Maar hoe groot is het potentiaal dat in de mens ligt, wanneer het tenslotte wordt verrijkt met het synthetisch vermogen dat voortkomt uit het totaal van het menselijk bewustzijn en gelijktijdig door zijn band met de geest nieuwe kracht en uitwisselingsmogelijkheden verwerft? Niemand kan dat zeggen. Je kunt alleen zeggen: Er ontstaat een explosieve ontwikkeling. Hierbij is de geest zeer zeker betrokken. De band tussen mens en geest zal daardoor veel intenser worden. Dat daarbij geestelijke procedures een rol spelen, dat in de mens zelf geestelijke veranderingen kenbaar zullen worden en op dit mo­ment zelfs al kenbaar zijn, is iets wat wij voor een volgende les bewaren.

Ik hoop dat u het geen verloren tijd zult achten om hetgeen nu ge­zegd is ‑ hoe fantastisch het hier en daar ook moge klinken ‑ eens te overwegen en u af te vragen, of er ook bij u in uw leven en in uw tijd niet vele aanduidingen zijn die datgene wat ik nu heb gezegd schijnen te bevestigen. Put daaruit uw hoop en uw kracht, dan zult u het heden kun­nen verdragen, omdat het alleen maar de barenswee is van de wereld van morgen.

  • U heeft het gehad over de sluipende revolutie die aan de basis zal plaatsvinden. Wat kunnen wij in zo’n kleine groep van 15 mensen eraan doen om die sluipende revolutie op grote schaal te ondersteunen of op gang te krijgen? Heeft u daar suggesties voor of moeten wij dat maar zelf uitmaken?

U bent op het ogenblik met een groep van 15 die dit hoort. Het aantal mensen dat er kennis van neemt is aanmerkelijk groter. Soortgelijke lezingen worden ook elders gehouden. Wij zijn zelfs met een actie bezig om de mensen attent te maken op de mogelijkheden van geestelijke ontwikkeling. Wat kunt u zelf doen?

In de eerste plaats: probeer zelf gebruik te maken van uw geestelijke mogelijkheden zo goed u kunt.

In de tweede plaats. Begrijp heel goed dat u die geestelijke ontwikkeling anderen niet kunt opdringen. U kunt hoogstens een ander laten delen in de voordelen van uw gaven en mogelijkheden zo goed en zo kwaad als het gaat.

In de derde plaats: deze revolutie wordt niet bepaald door hetgeen wij zeggen; zij is reeds aanwezig. Wat wij doen is u attent maken op de ont­wikkeling en gezien ‘de revolutie in de wereld’ als onderwerp van de cursus, u confronteren met de verschillende ontwikkelingen die nu gaan­de zijn of die in de nabije toekomst zullen plaatsvinden en met datgene wat daaruit zal voortkomen. Het is dus helemaal niet: begin nu maar even om dit of dat te doen. Het is gewoon: ontwikkel uzelf. Gebruik uw geestelijke gaven. Probeer meer te letten op uw gevoel dan op uw verstand. Probeer ook anderen de vrijheid te laten om zichzelf te zijn. Dan draagt u het meest bij tot deze revolutie.

Magische revolutie

Er is een tijd geweest dat magie werd afgedaan als bijgeloof. Voor die tijd is er een periode geweest waarin men magie zag als de werkelijke oplossing van alle problemen. Nu is men gekomen tot een ener­zijds meer wetenschappelijke benadering ervan: parapsychologie en dergelijke dingen. Anderzijds is men gekomen tot pogingen om te werken met mensen die telekinetisch of telepathisch begaafd zijn. Het betekent dat de magie dus eigenlijk ook al in de werkelijke machtsbereiken die er op het ogenblik zijn een rol is gaan spelen.

Daarnaast zijn er veel mensen die zich bewust of onbewust beginnen bezig te houden met de magie. De meesten beginnen dan te stoeien met kleine zegeningen en vervloekingen. Anderen proberen iemand dromen te sturen. Het is allemaal nog een heel bescheiden begin van een werkelijk­heid die zich gaat ontplooien. Maar één ding valt toch wel op: vroeger was de magie voor een groot gedeelte strikt ritueel en had ze haar eigen kennis maar ook haar eigen wereldbeeld. Ze was in feite een godsdienst. In deze tijd is de magie veel meer geworden tot een werktuig waarmee men probeert iets te bereiken.

Het wonderlijke van het geheel is, dat juist in deze ongebondenheid, deze veel doelmatiger aanpak, de mensen bewust of onbewust de magie meer en meer op de voorgrond beginnen te schuiven. Ik wil helemaal niet zeg­gen dat het op het ogenblik zo goed gaat omdat in elk damesblad wel een horoscoop staat. Maar het is wel veelbetekenend dat mensen van aanzien tegenwoordig wel horoscopen laten trekken. Alleen publiceren ze dat na­tuurlijk niet, dat zou veel te gek zijn.

Het is opvallend dat heel veel mensen zich weer beginnen te interesseren voor astrologie. Niet alleen als een middel om de toekomst te kennen, maar als een middel om bv. ziektebeelden beter te onderkennen. Toch is de astrologie geen wetenschap in de werkelijke zin van het woord. Wij zien dat het werken met allerlei geneeswijzen die toch ook niet 100 % wetenschappelijk zijn, toeneemt. Als wij denken aan bv. de acupunctuur, dan hebben we te maken met een geneeswijze waarvoor in totale redelijkheid, geen volledige verklaring mogelijk is. Men kan alleen oorzaak en effect constateren. De samenhang daartussen echter bestaat uit een aantal wilde en vaak misgeslagen hypothesen enerzijds en anderzijds een aantal onbewezen stellingen omtrent levenskrachten en levensstromen die weliswaar bestaan, maar die nog niet aantoonbaar zijn.

Kijk ik verder dan zie ik dat men ook steeds meer vertrouwen begint te krijgen in de paranormale genezers. Men zal het niet toegeven, want het past natuurlijk niet in het kader van de officieel erkende medische prak­tijken. Maar steeds meer artsen zijn geneigd om het werk van een redelijk goede paranormale genezer toe te juichen. Ze komen namelijk tot de ontdek­king dat het vaak helpt.

Men ziet dat er mensen zijn die misschien onder het mom van sociale bewogenheid er tenslotte toe komen om op te treden als aan soort lekenpsycholoog en daarbij empathische vermogens ontwikkelen en gebrui­ken om daarmee andere mensen te helpen. Dit alles was vroeger deel van de magie. Nu is het deel van een in vorm niet meer vast te leggen nieuwe benadering van het bestaan, maar ook van het denken van het geloof.

De tijd van de oude magische rituelen is nog niet geheel voorbij. Het zal u misschien verbazen te horen dat er zelfs in Nederland op het ogenblik een stel voodoo‑kringen werkzaam zijn. Twee ervan worden werkelijk door Haïtianen geleid.

Het is misschien ook nog interessant op te merken dat er in Neder­land 70 Covens (heksenkringen), bestaande uit vrouwelijke leden plus een tovenaar, opereren die hun eigen riten en rituelen volbrengen. Vaak erg willekeurig gekozen, soms met seksuele achtergronden, maar die daarnaast ook hebben geleerd met gedachtekracht te werken en zekere projecties tot stand te brengen. En nu spreek ik over dit gedegen Nederland dat in vele opzichten zo behoudzuchtig is.

Hoe het in andere landen is, behoef ik u niet te vertellen, als u weet hoeveel heksenkringen er op het ogenblik rondspoken in Engeland, in de U.S.A. Hoeveel nieuwe heksenverenigingen, zij het onder een andere naam, er bestaan in Italië, Zuid-Frankrijk. U zou werkelijk schrikken.

De magie begint langzaam maar zeker door te dringen in het dagelijkse leven. Heel veel mensen, die op het ogenblik nogal misbruik maken van het bijgeloof van anderen, worden meer en meer verdrongen door anderen die wat eerlijker werken, wat oprechter presteren en die mis­schien bewust of onbewust meer de juiste middelen en wegen hebben ge­vonden om magie te bedrijven. Waar de vorm onbelangrijk wordt, blijkt de gedachtenkracht albeheersend te worden.

In de moderne magie blijkt, dat de concentratie van veel groter belang is dan het ritueel dat wordt uitgevoerd. Het ritueel behoort tot de suggestie van: wij behoren tot een groep. De muziek behoort er misschien ook bij. De bezwering en eventueel het offer natuurlijk ook. De oude tijden herleven nog wel een beetje, maar het zijn eigenlijk bijkomstigheden. Als u het mij vraagt, zijn het voor een groot gedeelte uitwassen.

De werkelijkheid is dat de moderne mens steeds meer begint aan te voelen dat hij met gedachtekracht iets kan doen en dat hij wanhopig probeert die wegen te vinden. Die wegen kun je niet meer vinden via Albertus Magnus of de nieuwere volgelingen, die zoals in The Golden Dawn een eigen versie hebben gevonden van wat magie moet heten.

Steeds meer mensen treden uit en zijn zich daarvan min of meer bewust. Ze hebben eigenaardige dromen. Ook die dromen beïnvloeden hun handelen.

Als ik spreek over magische revolutie, dan bedoel ik helemaal niet dat er plotseling aan alle kanten tovenaars opstaan. De meest mensen die magie bedrijven weten niet eens dat ze het doen. Degenen die bewust wer­ken met krachten en z.g. op afstand projecteren, zijn over het algemeen niet degenen die het met veel ritueel doen.

Degenen die succes hebben zijn zij die het spontaan, als vanzelfsprekend, plegen te doen.

Maar de krachten ontwikkelen zich. De krachten en de machten krijgen een nieuwe plaats in de maatschappij. En dat is interessant, want als we werken met geestelijke krachten en middelen en we bereiken daar wat mee, dan is er altijd wel iemand die daar wat in ziet in deze maatschappij. Als er morgen iemand is die de gevolgen van roken kan wegnemen middels gedachtenkracht, dan krijgt hij onmiddellijk een leerstoel aangeboden; dan mag hij docent worden. Maar moet dan vooral zoveel mensen opleiden dat de antirookcampagne moet worden gestopt doordat ze niet zinrijk meer is.

Het zijn gewoon gevestigde belangen die erachter zitten.

Er zijn bepaalde ontwikkelingen op het gebied van radiotechniek die al heel dicht zitten bij het projecteren van levenskracht. De elektronica heeft daaruit allerlei nieuwe apparaten ontwikkeld om bv. ver­moeidheid weg te nemen, om u gezonder te maken, die voor een groot ge­deelte ook humbug zijn, maar waarvan een bepaald werkzaam deel toch is gevonden door eigenlijk gebruik te maken van magie.

Het klinkt wat vreemd, maar weet u dat er in Japan wetenschappers zijn die nog steeds samenkomen in afgelegen theehuizen ergens op een berghelling om daar te communiceren met de vossen? Vossen zijn daar geesten. Het zijn handige demonen die soms welwillend zijn.

Die wetenschappers proberen nieuwe impulsen te krijgen voor een nieuwe algenkweek, die u misschien later wel kan helpen aan surrogaat vlees of iets dergelijks. Het is een wonderlijke vermenging van politie­ke en commerciële belangen met geestelijke wetenschappen, contacten met andere werelden en bezweringen.

Mag ik een eigenaardigheid vertellen? Dat Mondale werd verslagen bij de eerste kandidaatsverkiezing heeft hij mede te danken aan een vijf­tal groepen, die hem niet zien zitten en die in een magische bezwering hebben gezegd dat hij het niet mocht worden. Zij hebben het in procenten nog niet zo buitengewoon ver gebracht, maar net ver genoeg. Ik denk dat de kandidaat die nu gewonnen heeft daaraan zekerheid zal ontlenen, maar dat hij wel degelijk die praktijk ook in andere voorverkiezingen zal proberen te gebruiken. U ziet, hoe gek het kan lopen.

Als het zo gaat, dan zult u het met mij eens zijn dat magie een steeds grotere rol gaat spelen in het leven. De magie waarvan u zich misschien niet helemaal bewust bent, maar u gebruikt ook slagzinnen en formules.

Er zijn bepaalde semantische volgorden die heel wat meer invloed hebben dan u zou denken. Er zijn van die kreten bv. “met melk meer mans”. Nu ja, dat is onzin. Het is hoogstens goed voor de boeren en niet eens voor de koeien. In feite ligt daar een soort alliteratieve klankvermenging in die onder omstandigheden magische betekenis kan hebben. Er zijn zaken waarvan je zegt: die klinken leuk maar ze doen niets. “Goed voor u” bv. doet niets. Dat is gewoon een slogan. Dat heeft een bepaalde cadanswaarde waardoor het zich gemakkelijker verankert.

Je behoeft het niet altijd te zoeken in de kringen van “eet meer fruit” e.d. Er zijn wel degelijk dergelijke leuzen soms voor artikelen gelanceerd die eigenlijk een heel andere bijwerking hebben. Zij beïnvloeden namelijk de omgeving. Het meest wonderlijke lijkt mij daarbij wel dat een aantal van die slogans een invloed hebben die de gebruikers ervan zeker niet op prijs stellen. Er is bv. een frisdrank die wordt gead­verteerd met een kreet die de begeerte naar zuiverheid stimuleert. Als je die drank dan proeft, kom je tot de conclusie dat ze toch niet helemaal zuiver is.

De magie kan dus van middelen gebruikmaken die eigenlijk voor heel andere doeleinden bestemd schijnen. Ik constateer dat dat tegenwoordig steeds meer aan het gebeuren is. Ik constateer verder dat men van allerlei methoden die tot de magie behoren, meer en meer gebruik maakt om de totaliteit te beïnvloeden. Als dat het geval is, dan mag ik toch constateren dat het aandeel van het magisch denken en ook het magisch handelen in de moderne maatschap­pij zich steeds meer uitbreidt. Het is een olievlek-verschijnsel.

Nu kom ik tot het belangrijke punt: denkt u zelf eigenlijk magisch? Is het bij u ook zo, dat jij soms innerlijk luistert en zegt: laat mij dat morgen doen, dit doe ik vandaag. Dan begint u eigenlijk al met een bepaalde vorm van magie.

Gebeurt het weleens dat u zegt: nu wens ik toch intens dat dit of dat zal gebeuren. Als u dat werkelijk intens doet en u voelt het, dan produceert u een uitstraling. Die uitstraling heeft invloed op uw omgeving, ook op de dode omgeving en tot op zekere hoogte zelfs op het weer. Het gevolg is dat dat dus magisch werkt.

Deze manier van denken en reageren wordt van alle kanten aangemoedigd. Een groot gedeelte daarvan valt nog steeds onder het hoofd Public Relations, de uitdrukking voor het vermommen van de ware persoon­lijkheid, gedaante of eigenschap van datgene wat door de Public Relations wordt aanbevelen.

Er is een toenemende mate van magisch denken, zonder dat men beseft dat het magisch is. Als dat nu het geval is, zouden de mensen zich dan niet meer en meer bewust kunnen worden van de magische betekenis en de ma­gische krachten?

Het is een kleine moeite om een ander een droom toe te sturen, als je maar weet hoe je dat moet doen. En dat “moeten doen” ontdek je in jezelf; dat hoef je niet uit een boekje te leren. Als je werkelijk een ander wilt genezen, dan heb je de kracht daartoe, als je het maar aandurft.

Het is allemaal magie en niet afhankelijk van het ritueel.

Ik stel dat de meeste mensen in zich magische vermogens bezitten, maar dat de meeste van hen niet weten welke ze kunnen gebruiken en op welke manier. En nu is het wonderlijke dat elke mens in deze tijd het op zijn eigen manier kan doen en kan ontwikkelen.

Dat houdt in dat er geen vaste regels zijn op dit gebied, zeker nu niet. Dat maakt het voor u zo gemakkelijk om eens een keer te werken met gedachtenkracht, om eens geconcentreerd gedachten uit te zenden, om eens gewoon te denken aan het welzijn van een ander.

Het is voor u zo gemakkelijk om in gedachten uzelf eens te projecteren en terwijl u toch een dutje doet, even een praatje te maken met een ander, die misschien aan de andere kant van de wereld woont.

In het begin krijg je alleen vage indrukken, maar er zullen ogenblikken zijn dat je elkaar zodanig verstaat dat je zegt: Is het nu zo of niet? Ik heb echt het gevoel dat dit of dat waar is of gaat gebeuren. Die mogelijkheid bezit u en ook ontelbare andere mensen.

Daar op vele gebieden tegenwoordig een zekere hysterie wordt ge­wekt, wordt dit wens‑ en denkleven van de mensen enorm gestimuleerd. Dat kan natuurlijk voeren tot relletjes, maar het kan even goed voeren tot ontwikkelingen die gunstig zijn. Wanneer u op welke manier dan ook iets aan magie doet, onthoudt u één ding:

Als u probeert iets positiefs tot stand te brengen, zelfs als het alleen maar is door geconcentreerd te denken, dan kunt u daarmee vele dingen helpen waarmaken die zonder dat niet zouden ontstaan. Steeds meer mensen die dit ontdekken zijn geneigd om in uitgebreide mate gebruik te gaan maken van die capaciteit. Dit betekent dat het magisch denken zich ontwikkelt onder de mensen en dat de magische kringen die ik heb genoemd, eigenlijk alleen maar een uiterlijk verschijnsel zijn van de mentaliteitsverandering die zich gedurende lange tijd reeds afspeelt in vele delen van de wereld.

Het wonderlijke daarbij is dat er ook mensen zijn die niet in een God of een duivel geloven en die toch ertoe komen deze kracht als psychisch vermogen te omschrijven, te hanteren. Daarmee is een brug ge­slagen van de zuiver psychische wereld, die voor de mens belangrijk is, en de stoffelijke wereld die zijn werkelijkheidsbeeld voor een groot gedeelte bepaalt.

Deze sluipende magische revolutie is volgens mij een kenteken van de komende tijd waarin geestelijke vermogens en geestelijke krachten moe­ten samenvloeien met stoffelijke mogelijkheden en stoffelijke krachten.

En als men dan nog zal leren hoe het leven en het wezen in de geest kan worden beschouwd, beleefd en a.h.w. kan worden gerubriceerd in aan­vaardbaar en niet‑aanvaardbaar, dan zal men steeds meer geestelijke we­relden en krachten gaan inschakelen. Waar dit gebeurt, vernieuwt de mens zijn innerlijk leven, verandert hij zijn psychisch leven en beïnvloedt hij de stoffelijke ontwikkeling. De enige vraag is: zullen er voldoende mensen zijn die positief denken en positief hiermee werken?

Als ik zie hoe het werkt vanuit de op dit ogenblik bestaande kringen en groepen die intens aan magie doen, dan moet ik zeggen dat dat 50/50 is. Er wordt te veel gedaan om te bestrijden en te weinig om te bevorderen. Maar ook dat zal veranderen, want als je iets bestrijdt, schep je ook voor jezelf een belasting. Als je daarentegen iets bevordert, dan help je niet alleen de ander, maar geef je ook jezelf een extra mogelijkheid tot een extra vermogen.

Ik hoop, dat u daaraan zult denken, wanneer u met dit magisch denken, op welke wijze dan ook, in uw omgeving, in uw wereld wordt geconfronteerd.

Laat het zijn, laat het rusten

Het is zo gemakkelijk te zeggen. Laat het zijn. Maar wij kunnen de dingen vaak niet laten zijn, omdat ze ons niet laten zijn.

Als wij de hele wereld met rust laten, laat de wereld ons nog niet ­met rust. Als wij alle geestelijke werelden met rust willen laten, ons daarvan willen afzonderen, dan kunnen wij ons nog niet losmaken van de invloed die een geestelijke wereld op de stof uitoefent. Daarom moeten wij begrijpen dat wij niet terzijde kunnen staan bij die ontwikkeling. Wij kunnen bij geen enkele ontwikkeling, welke dan ook, zeggen: ik sta erbuiten, want wij zijn er deel van. Als je niet wilt veranderen, dan verandert de wereld om je heen tot je kunt kiezen: te gronde gaan aan die veranderde wereld of mee veranderen.

Geestelijk is het precies hetzelfde. Wanneer innerlijke processen zich voltrekken, dan moet je op een gegeven moment een keuze maken. En dan kun je niet zeggen: ik blijf erbuiten. Dat is onmogelijk. Je kunt kiezen: positief of negatief. Je kunt kiezen: tegenwerken of bevorderen, zeker. Maar je kunt niet zeggen: laat het met rust. Want daar waar je probeert om de zaken van je af te schuiven, blijkt dat ze je achtervolgen.

Daar waar je de zaken aanvaardt, een keuze maakt en je eigen po­sitieve instelling tot een wapen maakt om datgene wat noodzakelijk is te verwerkelijken, heb je geleerd hoe je magisch, geestelijk en esote­risch verantwoord jezelf moet instellen om in de wereld een verbete­ring te bewerkstelligen en in jezelf een vergroot bewustzijn te bevor­deren.