De werelden van de geest

uit de cursus ‘Revolutie in de wereld’ (hoofdstuk 7) – april 1984

De werelden van de geest

De werelden van de geest zijn natuurlijk sterk verweven met de wereld van de materie. Als er op de wereld iets verandert, dan heeft dat grote invloed op de werelden van de geest maar ook omgekeerd.

Het is gemakkelijk genoeg om de werelden van de geest even af te schilderen als een heerlijk Zomerland; huisje, boompje, beestje en wat daar verder bij hoort. Of te spreken over allerlei lichtsferen die wat moeilijker te beschrijven zijn, maar die dan bij toehoorders een wat verwarde indruk achter laten.

In de geest worden de tekorten van deze wereld zeer sterk geregistreerd. Het tekort in uw wereld aan bepaalde geestelijke kwaliteiten, ontwikkelingen of eigenschappen vormt bij ons eigenlijk een soort schaduw; iets wat je probeert een beetje te verdrijven. Aan de andere kant, als de wereld nieuwe ontdekkingen doet, als ze zich bezighoudt met wetenschap, als het wereldgebeuren bijzondere trekken begint te vertonen, dan is daar aan onze kant ook een enorme belangstelling voor. Dat is te begrijpen, als u zich realiseert dat uitbreiding van kennis betekent dat het geheel van alle geestelijke werelden een betere instelling krijgt t.a.v. materie, maar indirect door afleiding daarvan ten aanzien van de eigen wereld en de kosmos.

Probeer je als geest op de wereld in te werken, dan is dat vaak een meer persoonlijke kwestie. Wij hebben u al eens het een en ander verteld over de wijze waarop de Witte Broederschap kan ingrijpen, inclusief al die andere groepen tot aan het Verborgen Priesterrijk toe.

Een eenling in onze werelden (of het nu de lichte of de duistere zijn) reageert aan de hand van de tekorten die hij in zijn geestelijke wereld ervaart.

Als ik dus, laten we zeggen drankzuchtig ben en ik ga over, dan zal ik de behoefte aan deze bevrediging blijven behouden. Ik kan dan weliswaar een komedie voor mijzelf opvoeren, ik kan naar een kroeg of zelfs naar een discobar gaan, want als ik eraan denk, dan is die er wel voor mij. Ik kan daar drinken, maar wat ik niet kan vinden, dat is de roes. Die roes blijft uit. De smaakherinnering kan ik over het algemeen wel beleven, maar al datgene wat erop volgt, valt buiten mijn bereik. Een drankzuchtige zal dus op aarde terugkeren en proberen zich zo sterk te vereenzelvigen met een drinker dat hij diens dronkenschap kan proeven.

Zo zijn er ook entiteiten die zich binden aan bepaalde plaatsen. Wij noemen dat spoken. Een spook kan natuurlijk alleen een herinnering zijn die in de matrijs van de materie a.h.w. is vastgelegd en door een medium weer wordt gewekt. Maar er zijn werkelijk spoken. Er zijn entiteiten die zich een lange tijd blijven binden aan een bepaalde ruimte. Misschien dat voor hen het idee van een eigen onveranderlijk bezit erg belangrijk is. Maar het kan ook zijn dat ze gewoon geen afstand willen doen van de uitstraling van de menselijke wereld. Op deze manier zal dus de eenling in de sferen heel vaak een vaste band hebben met de aarde.

Als wij de gehele geestelijke omwenteling in deze wereld nu proberen na te gaan, dan moeten we tot de conclusie komen dat aan één kant de mensen meer afstand zijn gaan nemen van een te sterke reglementatie. Het hoeft allemaal niet meer zo precies volgens de letter en volgens de regel te gaan, ook als dit door alle vormen van gezag als zodanig wordt gepredikt. Men past zich uiterlijk aan voor zover dat onvermijdelijk is en probeert voor de rest gewoon zichzelf te zijn.

Dit is voor de geest een heel belangrijke verandering. Want iemand, die alleen maar leeft volgens de regels die anderen stellen, komt terecht in een wereld die door die regels wordt bepaald. Hij zal zijn bestaan in de geest niet vrijelijk kunnen beleven. Hij zal steeds opbotsen tegen alle voorschriften en regels die hij in zijn leven als goed, als waar heeft aanvaardt.

U kunt het zelf wel constateren op sommige seances. Daar kan een geest doorkomen die bij het Leger des Heils was. Hij spreekt nog in de termen van het Leger des Heils. Hij heeft ook nog dezelfde benepenheid op sommige gebieden. Op andere gebieden is hij misschien meer open geworden, maar je voelt: dat is echt helemaal in deze christelijke discipline ingebouwd. Dominees, pastoors, je hebt ze bij ons in alle soorten, hebben ook dezelfde neiging.

Je kunt bij ons een rabbijn tegenkomen die eigenlijk voor zijn gevoel nog niet dood is en niet leeft, want hij gelooft niet helemaal in een bestaan na de dood. Het enige dat hij weet te doen, tegen alle omstandigheden waarvoor hij geen uitleg heeft, is het declameren van teksten uit de Talmoed. Als zo iemand contact krijgt met de wereld, dan kan dat toch een grote verandering betekenen.

Laten wij stellen dat die rabbijn contact krijgt met Israël. Hij zal in het begin waarschijnlijk ontsteld zijn over alle veranderingen in het jodendom en de benaderingen van het leven. Maar dan gaat hij toch aanvoelen: hé, zelfs in mijn geloof zijn zekere vrijheden mogelijk. Op het ogenblik dat hij dat beseft, worden zijn eigen vrijheden groter.

Heeft hij dat eenmaal ontdekt, dan is de kans heel groot dat hij zegt: Ik ga proberen om met die mensen enig contact te krijgen om verder mijn vrijheid te proeven en te zien wat mijn geloof, mijn Talmud, mijn Wetten voor mij betekenen. Dat is dus een wederkerige revolutie. Want terwijl hij door zijn geestelijk inzicht, waarschijnlijk iets ruimer dan de meeste anderen, bijdraagt tot de ontwikkeling van het jodendom als zodanig, is hij gelijktijdig bezig, om zich te ontworstelen aan te menselijke opvattingen waardoor zijn geloof voor een groot gedeelte werd ontwaard.

Dat kan ik natuurlijk ook vertellen over elke andere vorm van gelovige of het nu een pater is, een non, of alleen maar een ijverige voorganger of iemand die de kerkraad heeft gezien als het meest belangrijke in zijn leven. Iedereen moet leren en dat is vaak moeilijk.

Als wij de verschuivingen in waardering in de wereld zien, dan is dat voor ons in de geest schokkend. Als je ontdekt, dat ze een burgemeester durven uitmaken voor een mannelijk geslachtsdeel en horen dat ze een dokter beschouwen als een soort mecanicien voor het lichaam die zijn werk goed moet doen en voor de rest niet te veel verbeelding moet hebben.

En dat ze ook aannemen dat een professor op één terrein veel weet, maar voor het overige toch wel voor kritiek vatbaar is, dan zit je in een wereld die voor velen in de geest onvoorstelbaar is. Die aantasting van gezag betekent in de geest dat dus je wereld verandert. Ik kan dat misschien het best omschrijven aan de hand van Zomerland. Dat ligt in uw lijn; daar zijn vormen.

Stel het zo: In je voorstelling is daar altijd een soort Engelse tuin geweest. Buiten die grenzen kon je niet komen. Nu begint die tuin plotseling wat te verwilderen. De paadjes zijn niet meer zo precies afgebakend, de vakken beginnen wat onregelmatig te worden. In het begin probeer je het bij te houden, maar dat lukt gewoon niet. Langzaam maar zeker lijkt het een verwilderde tuin te worden. Als je er dan doorheen loopt en zegt: Ja, het is wel mooi, maar wat moet ik ermee, dan ontdek je, op een gegeven ogenblik dat je buiten de grenzen van je tuin bent gegaan.

Dit is een gelijkenis uit de aard der zaak. Je vergroot dus je wereld. Een ander voorbeeld:

Iemand zit in een bepaald huis. Het komt wel voor dat iemand zich bindt aan een huis of een voorstelling van een huis. Soms zelfs aan de voorstelling van één kamer in een huis. Zo iemand komt tot de conclusie: er komen allerlei dingen van buiten naar binnen. Ik hoor dingen, ik beleef dingen en dat past niet. Dan wil men buiten gaan kijken. Maar door buiten te kijken verandert er iets. Het huis is niet meer een soort gevangenis waarin je gelukkig bent. Neen, het is eerder een uitgangspunt, waarin je zo nu en dan nog terugkeert, maar van waaruit je steeds verdere reizen maakt.

In de hoge kringen van de geest, als we althans een dergelijke term mogen gebruiken, is natuurlijk die begrenzing al veel minder. Maar ook daar wordt wel degelijk beseft wat er onder de mensen groeit; wat er aan de hand is. Dat betekent voor ons andere mogelijkheden, anders ingrijpen.

Als je alleen maar te maken hebt met mensen die materialistisch denken, dan kun je ze een keer een gewicht op de voet laten vallen. Dan hinken ze een beetje en spreken dan over toeval. Maar wat je hun duidelijk wilt maken, begrijpen ze nog steeds niet.

Krijg je daarentegen, zoals in deze dagen, een toenemend aantal mensen die gevoelig zijn voor inspiraties, die meer bereid zijn op hun innerlijk weten af te gaan, dan kun je het gedrag van mensen gaan beïnvloeden. Je zult dan weleens fouten maken, maar uit die fouten leer je. Door de fouten word je meer bewust en je kunt over het algemeen de schade aardig herstellen of vergoeden. Nooit totaal natuurlijk, want de mens is zichzelf en hij moet zijn eigen leven leven.

De verandering, die in uw wereld voor ons het meest belangrijke is, is uit de aard der zaak die omwenteling waardoor de mensheid langzaam maar zeker in de richting gaat van ik wil niet zeggen het zuiver occulte, maar dan toch wel het emotioneel magische. Dat is in de wereld de laatste tijd heel erg gebeurd. Er zijn opvallende veranderingen gaande.

Als u denkt aan China, dan denkt u aan een atheïstisch volk in een bepaalde discipline. Rood‑China laat tegenwoordig de oude filosofen weer toe. Het denken over Tao, het spreken in principes van Yang en Yin ook in meer kosmische zin neemt toe. Deze mensen groeien langzaam maar zeker uit een materialistische structuur naar iets toe waarin emotionele achtergronden en filosofie mede een rol gaan spelen.

O, het komt nog niet direct tot uiting, dat weet ik wel. Maar u kunt zelfs aan de hand van de wetten, die daar de laatste tijd zijn aangenomen en het schrappen van andere wetten, wel degelijk zien wat er aan de hand is. Dat betekent dat je in zo’n volk een ontwikkeling die op zichzelf bewonderenswaard is vanuit ons standpunt, kunt stimuleren in de juiste richting. Je entameert a.h.w. de geestelijke elementen, de geestelijke invloeden en je probeert van het zuiver theoretisch economisch zakelijke denken af te komen. Dat lukt in vele gevallen.

Wij hebben niets aan mensen die een geestelijke richting tot stand hebben gebracht die langzamerhand is verstard in dogma. Dat is een patiënt met volkomen verkalkte bloedvaten, een storing in de bloedsomloop en over het algemeen een tekort aan levenskracht. Waar je wel iets aan hebt is een vernieuwing, of die nu vanuit menselijk standpunt positief of negatief is, waardoor strijdvaardigheid, geloofsbeleving in de christelijke kerk, maar ook meer directe aandacht voor de werking van de H. Geest ontstaat. Als je dat tot stand brengt, bereik je namelijk niet alleen een verbetering van geestelijke mogelijkheden op aarde, maar ook voor de mensen een betere oriëntering ten aanzien van de wereld en de mogelijkheden.

Soms worden er dingen geleerd waar de bestaande orde nog weleens voor terugschrikt. En is er de laatste tijd een aantal groepen bezig met het zeer sterk uitdragen ‑ inspiratief en anderszins ‑ van: God heeft de hele wereld geschapen om te gebruiken. Zolang je haar goed gebruikt, is daar geen bezwaar tegen. Op het ogenblik dat je haar verkeerd gebruikt, schaad je jezelf en niet alleen de wereld.

Een dergelijk principe kun je bij heel veel mensen vaste voet doen vatten ook zonder dat ze bewust met de geest in contact staan. Dat houdt in dat de benadering van de wereld en ook van het eigen leven een andere wordt.

Het is niet alleen maar, zoals ze zeggen, een toelaten van alle dingen. Het is een anders beoordelen van toelaatbaarheden. Bijvoorbeeld: Wat je doet, gaat mij niet aan zolang je een ander niets aandoet. Ik ben je niets verschuldigd behalve dat ene: als jij niet verder kunt, dan moet ik je helpen.

Er wordt in deze zin tegenwoordig in de hele wereld ingewerkt. Ze proberen overal zelfs stakingen, opstanden e.d. te gebruiken om dergelijke denkbeelden verder door te voeren.

Wij moeten ook proberen het idee van macht een beetje te veranderen. Dat zal heel erg moeilijk zijn, want het grootste dogma op aarde is dat macht wordt ontleend aan de massa, maar niet aan de massa is gebonden. Daar moeten wij tegenover stellen dat macht alleen daar kan bestaan waar ze gelijktijdig de uitdrukking is van datgene waaraan macht wordt ontleend. Zodra je op de een of andere manier ernaast gaat, zit je fout.

Het lijkt misschien geen belangrijke omwenteling vanuit uw standpunt. U zegt: Ik heb het al zo vaak gehoord. Gehoord wel, maar de praktijk ziet er meestal anders uit.

Maar als de mensen altijd weer uitgaan van hun eigen bestaan, hun eigen denken en daardoor in feite de macht uithollen, zich niets aantrekken van de macht, tenzij het zo uitkomt, dan hebben wij eindelijk iets gevonden waardoor de gewone mensen in staat zijn om beperkingen op te leggen aan degenen die de macht zozeer liefhebben en die zoals absolute vorsten in het verleden, over leven en dood van iedereen meenden te mogen beschikken.

Geestelijk is een dergelijke verandering een algemene verwerking van het besef. Minder grenzen, meer inbreng van de persoonlijkheid overal.

Het afleesbaar gedeelte, dat is het gemeenschappelijke bewustzijn dat ongeveer in de buurt zit van de astrale sfeer, is nog benaderbaar.

Je krijgt een veel evenwichtiger beeld als je niet alleen wordt geconfronteerd met de mening van enkelen die wordt weerkaatst door velen, maar met de mening van velen zonder meer. Dan kristalliseert zich daaruit ook wel degelijk een aantal gegevens.

Die gegevens zijn echter belangrijk voor onze geestelijke ontwikkeling, voor onze visie op onze wereld, maar daarnaast geven ze ons ook de juiste harmonische waarde aan voor een direct contact met de wereld van de mensen.

De situatie waarin wij op het ogenblik verkeren in de geest is van iemand, die probeert een heel zware wagen op gang te brengen. Wij zeggen dan allemaal: Wij geloven dat hij al beweegt, maar wij zijn daar nog niet zeker van. Als wij de zaak aan het rollen kunnen brengen, dan zijn niet alleen de problemen voor de geest opgelost, maar is het ook mogelijk om heel veel menselijke problemen op te lossen. Dan kunnen wij weer terug naar een harmoniemodel dat niet tevens een vredes‑model in stasis is. Want als je stilstand krijgt, dan is dat voor de geestelijke ontwikkeling niet goed, maar het is ook voor de mensheid niet goed. Je moet verder, maar de manier waarop je verder gaat en vooral de achtergrond van het verdergaan is heel erg belangrijk.

Een mens, die verdergaat in vreugde zal meer kunnen presteren. Hij zal veel meer begrijpen wat hij doet dan iemand die uit angst of uit haat reageert.

Voor onze eigen werelden is het natuurlijk erg belangrijk dat mensen een beetje bewuster overkomen. Er zijn nog weleens geesten die overkomen en die in een duistere sfeer eigenlijk niet helemaal passen, die we dus kunnen redden. Maar dan zitten ze aan de grens van Zomerland. En wat krijg je dan? Een paar eeuwen ziekenzorg. Dan moet je ze voortdurend achternalopen, voortdurend weer beïnvloeden, ze proberen los te maken van waandenkbeelden. Maar als je mensen hebt die geen waandenkbeelden hebben, die gewoon van zichzelf durven uitgaan, dan is dat al veel gemakkelijker. Als ze dan het licht accepteren, dan staan ze al meteen in die lichte wereld. De laatste tijd heeft dat elke keer weer bewezen.

Als ze nog verder kunnen gaan, dan komen ze met een bewustzijn van taak, dan zien zij zichzelf als deelhebbend aan het geheel. Maar niet alleen dat, bovendien zijn ze nog in staat om ook geestelijk aan dat geheel verder te werken. Dan kunnen wij in de sferen dus veel gemakkelijker aansluiting vinden.

Er ontstaan geestelijk grotere harmonieën. Dat betekent ook weer ten aanzien van uw wereld grotere mogelijkheden. Het is dus een voortdurende wisselwerking.

Wanneer u hoort over de hoogste werelden (hoeveel mensen horen dat niet graag bv.: Ik kwam laatst Jezus en Boeddha tegen die even naar beneden waren gekomen om te praten met Mohammed en die heeft Ali er bijgehaald om het verder uit te leggen) dan zeggen de mensen: “Dat moet fantastisch zijn”.

Maar hoe kun je zo’n grote wereld kennen ‑ of je nu Jezus bent of Boeddha ‑ als je niet eerst in staat bent om de beperking terzijde te stellen en het geheel te aanvaarden? Leven in een hoge wereld betekent heus niet alleen maar op een troontje zitten en “halleluja” roepen. Het is veeleer een zozeer kunnen opgaan in alles en dat wat we moeten verwerpen, dat je in staat bent de dingen, die elkaar kunnen aanvullen, bij elkaar te halen.

Er zijn sommige dingen die op zichzelf vergif zijn. Maar in de goede dosering gevoegd bij andere dingen, die te fondantachtig en mierzoet zijn, zou je weleens een resultaat kunnen krijgen dat direct werkzaam is, zonder het ene uiterste te bevatten of het andere. Dat sorteren is in de geest natuurlijk erg belangrijk en het is een continu proces.

U heeft vele malen kunnen opmerken dat wij ten aanzien van wat er op aarde gebeurt aardig op de hoogte zijn Er is een heel netwerk van waarnemers uit de geest die zich zelfs bezighouden met alles wat er in uw kranten staat. 0 niet, dat de een de Telegraaf leest en de ander Het Algemeen Dagblad, maar gewoon: alle feiten zoals ze door mensen worden gezien en beleefd, worden opgenomen. Is er een bokswedstrijd, een voetbalwedstrijd, een Olympiade of wat dan ook, het wordt geregistreerd. Men houdt er contact mee. Want door die waarnemingen kunnen wij op het ogenblik al een groot aantal harmonische mogelijkheden voortdurend constateren, er eventueel op inspelen, die we zonder die gegevens niet zo gemakkelijk zouden krijgen.

Is iemand zo bewust dat hij alles kan aanvaarden, dan sorteert hij als vanzelf. Hij houdt zich bezig met hoofdzaken, terwijl veel van wat wij doen op ons niveau natuurlijk snipperwerk is. Maar het principe is en blijft hetzelfde.

Je zoekt naar een omwenteling voor jezelf, maar ook voor de wereld van de mensen, voor die gehele eenheid waar je bij hoort. In die opzet zou ik graag een klein beeld willen geven van wat wij op het ogenblik als steeds belangrijker zien. Het klinkt misschien een beetje vreemd hier en daar, maar dat moet u dan maar niet kwalijk nemen.

In de eerste plaats: mensen moeten leren dat zij niemand kunnen bezitten en niemands bezit zijn. Zij moeten vrijelijk kiezen en vrijelijk volgens hun eigen verantwoordelijkheid handelen.

In de tweede plaats: mensen moeten leren dat er geen absolute waarheden en geen absolute onwaarheden bestaan. Als je een onwaarheid hoort, schuilt daar altijd een waarheid in. Het gaat erom waarheid te ontdekken, niet om waarheid te bestrijden.

In de derde plaats: wetend wat je bent en zo goed mogelijk beseffend wat je wereld is, moet je als mens proberen in het geheel van de wereld en mensheid die taak te vervullen, die plaats in te nemen waarvoor je het meest geschikt bent.

Wij moeten voorkomen dat uit welke gronden dan ook, anderen de mensen beletten zichzelf te zijn op de meest harmonische en meest nuttige wijze.

Dan zijn daar nog een hoop consequenties aan verbonden. Een emancipatiebeweging is op zichzelf sympathiek, maar de manier waarop ze optreedt is vaak dermate eenzijdig en dogmatisch dat ze daardoor niet geheel aanvaardbaar is. Dat houdt in dat we de mensen moeten proberen duidelijk te maken dat je niet gelijktijdig de koek kunt hebben en opeten. Wij moeten de mensen duidelijk maken dat je elk recht dat je voor jezelf opeist ook een ander moet toestaan. Dat elke verplichting die je zelf wilt aanvaarden een vrijwillig aanvaarde verplichting is die je niet zonder meer een ander kunt opleggen. Kijk, dan kom je ergens. Maar daar zitten dan nog een hoop problemen aan vast.

Dan zeggen de mensen: de promiscuïteit in deze dagen is toch niet aanvaardbaar. Misschien voor velen niet, maar dan moeten zij zich niet daarmee bezighouden. Voor andere mensen wel en dan moet zij zich wel daarmee bezighouden. Het is een keuze‑element.

Als de geest dit kiezen duidelijk kan maken op aarde, dan komt er een situatie waardoor steeds meer mensen zichzelf zijn en daardoor geestelijk en waarschijnlijk ook materieel, althans psychisch, gezond leren leven.

De revolutie zoals wij die vooruitzien (wij hebben die al meermalen geschetst) voorziet een betrekkelijk trage ontwikkeling. Dat is ook begrijpelijk. Je kunt niet een huis afbreken, als je geen dak boven je hoofd hebt. De mensheid is aan bepaalde gemeenschapsvormen gewend. Ze kan die niet helemaal terzijde schuiven zonder gelijktijdig eigenlijk zichzelf bijna te vernietigen; haar samenhang te bedreigen. Maar ze kan wel steeds renoveren, steeds vervangen. Dit vervangingsproces zal een aanmerkelijke tijd lopen

Kijk nu eens naar de typische ontwikkeling van deze tijd. Op dit ogenblik zijn ze in de Ver. Staten niet meer in staat om vrijelijk in te zetten; wat voor sommige instanties uitermate pijnlijk is. Zij kunnen niet meer beslissen: Deze regeerder is voor ons goed. Dat is nu fout, want het gaat om meer dan regeerders. Het gaat om meer dan om het al of niet pro‑Amerikaans zijn van een regime. Zelfs handelsvoordelen zijn niet meer voldoende om onmiddellijk het hele volk goedkeuring te zien geven aan maatregelen waardoor misschien een deel van het volk wordt onderdrukt.

Hetzelfde zien wij nu ook in Engeland. De manier van samenwerking, die in deze gemeenschap heel lang heeft bestaan, was eigenlijk op drie lagen gebaseerd, namelijk de elitaire regeerders, de zakelijke regeerders en de anderen. Nu zijn de anderen al binnengedrongen in het rijk van degenen die zakelijk alles bestieren. Maar ze gaan al verder en beginnen steeds meer binnen te dringen in de wereld van hen die zich als de misschien wel door God‑gekozen regeerders beschouwen. Dat betekent dat er in dat land een zeer grote omwenteling gaande is ook al ziet u het niet.

En zelfs ook in Nederland. In Nederland was een te ver doorgevoerd socialisme aanleiding tot een toenemende onverschilligheid van veel mensen voor hun medemensen. Als je nu tegengas ziet geven door andere partijen, andere groepen, dan lijkt dat misschien een beetje op afbreken. U weet wel: onze sociale verworvenheden e.d.

Maar het is gelijktijdig de mens een beetje wijzen op zichzelf, maar ook op de noodzaak om met anderen samen te werken, rekening te houden met anderen, iets te doen voor anderen, omdat dat wat gedaan moet worden niet meer wordt gedaan door een verzorgende instantie zonder meer. Het zal tenslotte neerkomen op groter sociale vrijheden.

Maar geestelijk, want geestelijk is voor mij toch het belangrijkste in dit onderwerp, zien wij dat in de geestelijke werelden een grotere vrijheid en een grotere krachtsontplooiing mogelijk is. Als wij misschien nog tien jaar een beetje heel voorzichtig aan moeten doen, dan kunnen wij dat tolereren, omdat wij voelen: onze kracht, onze mogelijkheden groeien. Na die periode kunnen we in toenemende mate met de mensen contact opnemen. Wij zullen hen niet dwingen. Dat is onze taak niet en onze mogelijkheid niet. Wij kunnen de wereld niet veranderen voor de mensen, maar we kunnen de mensen helpen om hun wereld te veranderen. En dat gaan we doen.

In je eigen wereld is alles wat je tot stand brengt een ervaring, onverschillig of het nu in de sferen is of dat je het op aarde ondergaat. Een ervaring is een verrijking van je eigen inhoud en een verbreking van de grenzen van je bewustzijn. Je kunt verder uitdijen, je wordt meer bewust.

De werelden van de geest hebben daarbij natuurlijk elk zo’n beetje hun eigen voorkeur. Dat is begrijpelijk. Zomerland zal waarschijnlijk vooral bezig zijn met vrede op aarde en vreugde. Ga je een stapje hoger, dan krijg je misschien te maken met degenen die proberen de humor weer een beetje terug te brengen bij de mensen, die proberen de strijd te maken tot iets dat als eerlijk beleefd en ervaren wordt en niet alleen als een conflict zonder meer, terwijl ze ook zullen proberen om het verantwoordelijkheidsbewustzijn voor elkaar te bevorderen.

Ga je nog weer een stapje hoger, dan krijg je al persoonlijkheden die zeggen: Wij kunnen in de mensheid bepaalde kwaliteiten gaan ontwikkelen en dat hangt dan vaak samen met de straal waartoe zij behoren; dus de ontwikkelingsweg die ze op dat moment volgen, de graad die ze daarin hebben bereikt. Maar je kiest hen uit je eigen wereld, je eigen kleur, je eigen kracht. Je kiest daarvoor degenen uit die harmonisch zijn met je, maar je zorgt ervoor dat ze daardoor een verscherpte ontwikkeling van bewustzijn doormaken en ook zoveel mogelijk van denkvermogen.

Ga je nog verder, dan krijg je te maken met sferen die zich behouden met innerlijke waarden, het esoterische, het emotioneel esoterische ook wel het vrijheidsbewustzijn van de mensen. Daar proberen ze dan de mens een harmonie te doen vinden tussen een erkende innerlijke werkelijkheid en datgene wat er buiten de mens bestaat.

Zo heeft elke wereld in de geest haar eigen taken. Niet dat die taak is toegewezen, Ze vloeit gewoon voort uit de wereld waarin je leeft, de mogelijkheden die je hebt, de toestand die er in je op dat ogenblik bestaat. Zo vloeit alles samen tot iets wat je een revolutie, een omwenteling kunt noemen. Maar is het eigenlijk niet het bevestigen van een eenheid die in de mensheid altijd heeft bestaan?

Als mensen zover kunnen komen dat ze elkaar op geen enkel terrein afwijzen, dat ze elkaar aanvaarden zoals ze zijn en dat ze proberen voor zich en voor al die anderen steeds weer iets beters tot stand te brengen, iets meer geluk iets meer vreugde, iets meer begrip, iets juister toegepast weten, dan zijn we op een punt gekomen waarop de mensheid een nieuwe en nu geestelijk uitermate belangrijke era ingaat.

Dan kan de mensheid uitgroeien tot een gemeenschap, een broederschap van mensen zou ik haast willen zeggen. Een broederschap die alle mensen zozeer met elkaar verbindt, dat ze zonder daardoor hun kwaliteiten en eigenschappen en ook de onderlinge verschillen te verliezen toch een eenheid van besef van bewustzijn gaan vormen waardoor de geestelijke waarden steeds duidelijker in uw wereld spreken, waarbij uw wereld tenslotte de nieuwe mogelijkheden van een harmonisch bestaan ook aan onze werelden kan doorgeven en daarmee menige begrenzing kan breken die in sommige sferen nog bestaat.

Wanneer de mensheid totaal licht wordt, zijn de duistere sferen alleen nog maar een mogelijkheid, een niet meer door vele wezens beleefde werkelijkheid.

De duivel uitbannen is dwaasheid, maar beseffen dat de duivel en God samen één macht vormen is het begin van wijsheid. Dat is het doel dat in de geestelijke werelden bestaat. Dat is de motivering van vele van de allerhoogste geesten die nog op aarde werkzaam zijn. Daaronder zijn er zoveel groepen die elk op eigen wijze bezig zijn dat je je soms afvraagt of wij wel beseffen waar we aan werken. Maar omdat wij het hoge licht altijd respecteren zullen wij die eenheid in het eind bereiken.

De levende aarde

Wanneer je op de wereld leeft, ben je je daarvan waarschijnlijk niet bewust dat ze net zoals jij een levend wezen is. Toch heeft de aarde een eigen ziel.

Een groot gedeelte van de materie die u rond u ziet, is op enigerlei wijze verbonden met levende wezens die dan weliswaar niet menselijk zijn, maar die toch hun eigen bewustwordingsgang doormaken en daarbij soms zeer vluchtig, soms zeer intens met de aarde verbonden blijven.

Er zijn heel veel verschillende functies denkbaar. Luchtgeesten bijvoorbeeld. Ik kan mij best voorstellen dat zij zeker in bepaalde streken op het ogenblik de mensen niet kunnen luchten of zien. Toch is het hun taak eigenlijk om als schoonmakers door de atmosfeer te dwalen en daarbij zowel bepaalde geestelijke wolken te verdrijven als ook voor zover mogelijk de stoffelijke gang ten goede te beïnvloeden.

Een luchtgeest is een wezen dat een behoorlijk bewustzijn bezit. Hij heeft heel vaak directe relaties met een geestelijke wereld. Toch zal hij zijn eigen functie als luchtgeest volledig vervuld moeten hebben voordat hij kan evolueren naar een andere toestand van bestaan. Deze geest heb ik genomen als een van de vele voorbeelden van natuurgeesten die bezielend op aarde werken.

Vroeger zei men weleens dat bepaalde bomen heilig waren en bezield. Dat is inderdaad waar. Sommige oude beuken, oude eiken of als u ergens anders naartoe gaat sommige palmen, de Waringin e.d. zijn allemaal bezield, zeker wanneer ze lang genoeg bestaan. Want dan gebeurt er zoveel in zo’n boom dat de een of andere natuurgeest die nog niet gebonden was zich daarmee a.h.w. verwant gaat voelen.

Die geest keert steeds weer tot die plaats terug. Hij gaat deelnemen aan alles wat er in en rond zo’n boom plaatsvindt en voor je het weet, beschouwt hij eigenlijk de boom als zijn eigen lichaam. Dat is natuurlijk niet waar, want de geest kan zich buiten de boom bewegen als hij wil. Het leven van de boom is niet afhankelijk van de aanwezigheid van de geest. Maar de vreemde samenwerking die ontstaat, brengt allerlei nieuwe mogelijkheden voor de geest met zich mee.

Voor de boom zelf vormt een dergelijke geest, zo’n bezieler, een bijzondere bescherming. Er ontstaat een soort manas, bijna een ectoplasma, waardoor die geest in de omgeving van zo’n boom ook meer stoffelijk kan ingrijpen.

Datzelfde bestaat voor bergen. Er zijn ook rivieren die een zekere bezieling hebben vooral in de brongebieden. Allemaal zijn ze delen van deze bezielde aarde. En omdat voor elke geest (of het nu een aardmannetje is, een luchtgeest, een vuurgeest of de een of andere verdoolde nereïde die ook altijd verbonden is met werelden van de geest, zo goed als met de wereld van de stof, ontstaat er een wonderlijke wisselwerking juist op dat gebied tussen de aarde als geheel, geestelijke sferen en bovendien nog met andere planeten. Dat dergelijke invloeden ook buiten het zonnestelsel optreden, komt niet zo vaak voor.

Een ster kan zo sterk bezield zijn dat ze een invloed heeft. Dan is ze vanuit het standpunt van de astroloog op aarde een goede of een kwade ster. Maar in wezen is het gewoon een persoonlijkheid.

Iemand van de ‘Blauwe Knoop’ vindt een drinkebroer misschien een onaanvaardbare persoonlijkheid. Iemand die denkt aan vrijheid is voor een wereld waarin de mensen zich met gebondenheden bezighouden ongetwijfeld onaanvaardbaar, maar voor de geest van de aarde zelf, de bezielende kracht, is het gewoon een medegeest, een medeplaneet of medester.

Als je probeert die dingen samen te brengen, dan word je ook nog geconfronteerd met alle soorten ras‑ en groepsgeesten. Om eerlijk te zijn, het is een aardig zootje op aarde. Er zijn er heel wat.

De meeste groepsgeesten houden zich bezig met een bepaalde soort of een onderafdeling van een soort. Bij mensen kun je dat zien bij steden.

Er zijn steden waarin één groepsgeest maar ook waarin drie of vier verschillende groepsgeesten actief zijn. Die hebben dan hun eigen gebied, hun eigen harmonische waarde en ze hebben daar een enorme invloed op de ontwikkeling. U kunt het ook vinden bij konijnen.

U moet niet denken dat konijnen en hazen dezelfde groepsgeest hebben. Daar klopt niets van. Dat zijn twee verschillende entiteiten. Want het zijn twee verschillende genetische mogelijkheden, het zijn twee verschillende bewustzijnswerelden en een andere reactie op de wereld.

Kijk eens naar een natie. Nederland heeft ook een groepsgeest opgebouwd in de loop der tijd. Het is in feite een astraal voertuig dat heel weinig doet denken aan de Nederlandse Maagd; die is tegenwoordig meer een boekhouder. Deze gestalte wordt dan weer door een geest bezield die interesse heeft voor de wereld.

Nu is dat toevallig iemand die ook op aarde heeft geleefd. Dat is niet voor alle landen waar. Er zijn ook gebieden waar entiteiten als groepsgeest optreden zonder dat ze ooit mens zijn geweest. Hun belangstelling is dan gericht op deze groep. Ze zijn echter zeer sterk afhankelijk van de uitstraling van de persoonlijkheid van de aarde. Dat wil zeggen, dat zij steeds zullen proberen om met de groep zo te manoeuvreren dat ze niet in disharmonie komen met de aarde zelf. Ontstaat dat toch, dan komt zo’n groep een beetje in strijd met de eigen groepsgeest. En dan is het heel goed mogelijk dat hij probeert als een soort bestraffende vader een paar stevige oorvijgen te geven in de hoop dat men daardoor verstandiger zal worden.

Zo’n pak slaag kan van alles zijn, een stormvloed, een wervelstorm, een aardbeving, maar ook net zo goed plantenziekten, droogte en wat u verder maar wilt. Het is altijd een poging van de groepsgeest om iets in stand te houden, maar gelijktijdig om een ontwikkelingsmogelijkheid in de richting van harmonie te bevorderen.

Een natuurgeest houdt zich daar niet zo mee bezig. Een natuurgeest zal ongetwijfeld in deze tijd zeggen: mijn bos staat er wat slecht voor. Als ik nu zou proberen ervoor te zorgen dat er wat meer myceum (zwammen) in de grond wordt gevormd, dan kunnen wij hierdoor de gevolgen van bv. zure regen voor een deel neutraliseren.

Zo’n geest trekt dan anderen aan, maar daardoor heeft hij dan weer te maken met een andere groepsgeest. Dit betekent, dat groepsgeesten, boomgeesten, aardgeesten, vuurgeesten, luchtgeesten heel vaak onderling samenwerken.

Als mens ben je geneigd te denken: ze zijn zo verschillend, dat kan nooit samengaan. Neem een salamander (een vuurgeest) die leeft zolang er een versterkte oxidatie plaatsvindt met vlameffect. Hoe kan hij dan nog samengaan met lucht? Met lucht kan nog, maar met water niet. Maar laten wij ons daar niet te veel op vast zetten. Voor de salamander is het erg belangrijk dat zijn mogelijkheid tot in verschijning treden wordt behouden. Wanneer die wordt bedreigd, dan zal hij waarschijnlijk proberen lucht en water op te roepen om het vuur te doven. Dan is zijn verschijning wel tijdelijk beperkt of zelfs uitgeblust, maar dan wordt in ieder geval zijn bestaansmogelijkheid op een bepaald terrein niet geheel te niet gedaan.

Het is eigenlijk heel vreemd als je het zo bekijkt. Want al die verschillende geesten, al die entiteiten zijn afhankelijk van de levende aarde.

De levende wereld is bezield. Bij die ziel is een bewustzijn. Dat bewustzijn is vanuit uw standpunt waarschijnlijk veel trager dan uzelf, omdat het doodgewoon alleen maar oordeelt over langere tijdspannen. Maar het heeft wel degelijk zijn gemoedsstemmingen.

Het bezit bewustzijn, d.w.z. dat het dus een uitstraling heeft. Die uitstraling die voor de aarde misschien incidenteel is, iets waar je eigenlijk niet bij nadenkt, is gelijktijdig van levensnoodzaak voor alle geesten die in binding met de materie op aarde bestaan. Wanneer de aarde ophoudt met haar gedachten uit te stralen, dan kan geen enkele natuurgeest, maar ook geen enkele groepsgeest werkelijk nog enige invloed uitoefenen; dan staat hij gewoon buitenspel. En als hij niet oppast, verwaast hij en blijft alleen het bewustzijn met de bezieling over. Die zoeken dan elders een mogelijkheid om toch weer een binding aan te gaan met de materie, indien dat voor het ik noodzakelijk is.

Wat de aarde uitstraalt op dit moment is vreemd genoeg niet het conflict waar de mensen bang voor zijn. De aarde is op het ogenblik bezig aan een soort verandering van gedachtegang. Het is of ze een lange tijd heeft gesproken met andere sterren over familiaire bezigheden en nu aan het bedenken is dat ze zichzelf toch eigenlijk beter en op een andere manier zou moeten profileren.

Die verandering speelt een rol voor alle natuurgeesten. Het betekent, dat de natuurlijke evenwichten moeten worden gewijzigd, maar het houdt ook in dat bepaalde soorten, die tot nu toe waren onderdrukt, sterk naar voren gaan komen, dat andere soorten die een lange tijd een heel grote verbreiding kenden gaan terugvallen, maar gelijktijdig genetisch heel sterk gaan selecteren in de richting van nieuwe mogelijkheden. Het houdt in dat de boomgeesten (dryaden) op een gegeven ogenblik hun bomen moeten gaan prijsgeven en dat ze zich moeten gaan bezighouden met een heel bos en niet met één boom.

Het betekent ook dat luchtgeesten hun eigen reactie, hun gewende weg moeten gaan veranderen, omdat ze nu eenmaal op een andere manier moeten meewerken aan bv. de verdeling van water; dat ze op een andere manier krachten moeten gaan opnemen. Want wat in deze tijd moet worden geneutraliseerd is nu eenmaal anders dan 50 jaar geleden moest worden geneutraliseerd.

Zo zit u in een voortdurend samenspel, een steeds grotere veran­dering. Wanneer u aan onze kant komt, zult u zien dat het werkelijk fascinerend is, als je steeds weer ziet hoe zich dergelijke entiteiten aanpassen aan de veranderingen en de uitstraling van de aarde zonder hun eigen kwaliteiten en eigenschappen feitelijk te verliezen. Ze ge­bruiken ze alleen maar anders.

Nu heb ik weleens mensen horen zeggen: Ach, kaboutertjes dat is maar een sprookje. Kaboutertjes zijn geen sprookje. 0, die tuinkabouters van u lopen niet in het wild rond, maak u geen zorgen. Maar er zijn inderdaad kleine natuurgeesten en natuurgebonden geesten meestal voor een deel aardgebonden, die zich bezighouden met de natuur, met delfstoffen, met de beweging van de aardschollen. Deze geesten zijn er nog steeds, alleen laten ze zich niet meer zien. Waarom niet? Omdat de harmonie die daarvoor nodig is nu net niet ter beschikking staat.

U heeft weleens gehoord van seances (in het verleden kwamen ze meer voor dan tegenwoordig) waarin materialisaties voorkomen.

De lichtende hand die in het duister zweeft; die oplichting kan zijn, maar soms ook wel echt. De zaken als Kathy King, een geest die mate­rieel optrad en later overigens door een jongedame werd vervangen, omdat het niet zo goed meer ging. Want de geest moet erop rekenen dat hij heel plichtsgetrouw moet zijn anders wordt hij door een medium die zijn broodwinning bedreigd ziet, vervangen door iets anders, en dat is niet altijd echt.

Zo’n materialisatie kan alleen tot stand komen, indien er een bepaalde spanning is en een bepaalde uitstraling. In vele gevallen heb je voor zo’n materialisatie zelfs trillingen van de lucht nodig. Dus men heeft enig geluid nodig, muziek, mensen die praten, incantaties en dat soort dingen. Nu is dat voor een natuurgeest ongeveer gelijk of tenminste vergelijkbaar.

Die natuurgeest heeft om zich te kunnen materialiseren, want zijn lichaam staat veel dichter bij de aardse sfeer dan bij de menselijke wereld, een bepaalde sereniteit nodig. Is die er niet en wordt hij te vaak onderbroken, dan lukt het eenvoudig niet om in verschijning te treden.

Dat wil nu niet zeggen dat er huiskabouters zijn die nog steeds een bakje melk komen halen. Trouwens, ik heb mij altijd afgevraagd of die melk voor zo’n dwerg wel de juiste drank was. Ik had gedacht dat Ierse whisky beter was.

Het in verschijning treden van natuurgeesten is dus zeer sterk afhan­kelijk van de atmosfeer, van de sfeer, van het evenwicht, de rust die eromheen bestaat. En aangezien die in de wereld steeds minder te vinden zijn, zullen natuurgeesten zich steeds minder kunnen manifesteren. Dat houdt niet in dat ze er niet zijn.

0 ja, elfjes. Natuurlijk, er zijn elfjes, de natuurgeesten die zich bezighouden met de groei en bloei van bloemen, van planten en bomen die zijn er wel degelijk. Ze bestaan nu nog. Ik durf zelfs verder gaan en zeggen, dat vruchtbare bloei in vele gebieden niet mogelijk zou zijn, indien er niet deze kleine natuurgeesten zouden zijn die zich juist met dit aspect bezighouden. Maar ze kunnen zich praktisch niet meer verto­nen en als ze tegenwoordig nog eens gezien worden, dan is het vaak door een helderziende. Zelfs dan is de voorstelling dermate vaag dat de be­schrijving naar het sprookjesachtige in plaats van naar de werkelijkheid wordt getrokken.

De aarde zelf voelt dat helemaal niet als een voordeel of een na­deel. Voor de aarde is dit leven eigenlijk een deel van het lichaam; een soort kringloop. Al die geestelijke voertuigen van allerlei soort en aard behoren voor haar bij het geheel van haar bewustzijn. Ze zijn gelijktijdig zenuwstelsel. Ze werken regulerend, ze kunnen op een gegeven ogenblik (een vuurgeest bv.) meewerken aan vulkanisme.

Een aardgeest kan meewerken aan aardscholverplaatsingen of ver­schuivingen. Voor haar is dat dus gewoon een deel van haar lichaam, van haar bestaan. Het enig bijzondere is, dat al die delen een eigen, zeer specifiek bewustzijn hebben dat zo groot is dat een deel van deze geesten, als ze het eens worden met elkaar, zelfs een soort inspiratie kunnen wekken in het bewustzijn van de aarde zelf.

Als die geesten dat kunnen, dan kunnen de mensen dat ook. Het zou mij helemaal niet verbazen, als de aarde de laatste tijd impul­sen had gekregen waardoor ze de behoefte krijgt om zich eens te schur­ken met het idee: heb ik nu vlooien of niet?

De mensen denken zeer onharmonisch. Die disharmonie wordt gere­gistreerd en wordt misschien zelfs gezien als een ziekteverschijnsel. Wordt het op een gegeven plaats te erg, dan zou de aarde weleens kun­nen zeggen tegen een aantal natuurgeesten: Doe daar wat aan. Zoals u bij een kleine infectie onbewust tegen uw bloedlichaampjes zegt: “witte bloedlichaampjes, eters van bacteriën, ga naar die plaats toe”. Dan krijgt u wel tijdelijk een buil, maar de infectie is dan wel aardig bestreden. Op die manier reageert de levende aard op disharmonieën of die nu uit de natuur stammen of uit de mensheid.

Als u dat zo bekijkt, dan zult u ook begrijpen dat zo’n levende aarde met haar eigen uitstraling – of ze het zou willen of niet, of ze het weet of niet ‑ invloed moeten hebben op een groot aantal van de sferen waarin je geestelijk bestaat. Het zijn haar harmonieën en dis­harmonieën die je ook afleest in geestelijke werelden tot aan een be­trekkelijk hoog niveau. Dan kun je natuurlijk zeggen:

Ja maar, het is toch een eigen wereld. Dat klopt. Maar het is een wereld waarin je niet geheel gevrijwaard bent van alle beïnvloedingen door de uitstraling van de aarde. Die heb je meegemaakt in de tijd dat je op aarde leefde en daar ben je zodanig harmonisch mee gebleven, dat blijft in je doorklinken, ook als je behoorlijk hoog bent gestegen. Dat heeft nog een heel aardig neveneffect.

Als er gesproken wordt over de geestelijke werelden en wat ze alle­maal wel en niet doen ten aanzien van de aarde, dan denk ik weleens: waar doen ze het eigenlijk voor. Dat is hiermee dan aardig verklaard.

Ze kunnen eenvoudig haast niet anders, omdat nu eenmaal de invloed van het bewustzijn van de aarde ook in die geestelijke sferen meewerkt om daaraan een zekere gestalte te geven, om daar een zekere inhoud, soms zelfs een wetmatigheid in te schakelen. De geest reageert op haar eigen omgeving. En soms bewust, soms onbewust reageert ze dan op de aarde als geheel. Dan wordt ook duidelijk waarom wij ons in de geest zo vaak de moeite getroosten om iets op aarde te bereiken.

Kijk, als de aarde zich schurkt, dan hebben wij ook jeuk. Soms grij­pen wij op aarde alleen maar in om ons geestelijk te krabben. Het kan natuurlijk ook anders gaan. Alles tot uw dienst. Je kunt heel veel din­gen doen die werkelijk direct op de mens inspelen en waar je ook voor je eigen wereld een bewustzijn probeert te kweken. Maar het komt ook wel voor dat geesten gewoon ingrijpen omdat het teveel irriteert.

Pas als je gaat begrijpen hoe groot de samenhang is van alles wat op aarde leeft en heeft geleefd, als je gaat begrijpen hoe de uitstra­ling van de persoonlijkheid aarde in feite mee bepalend is voor de mogelijkheden, voor de wereldvoorstellingen van alles wat op aarde leeft en op de aarde geleefd hebbend in de sferen vertoeft, dan zie je eigen­lijk voor het eerst hoe groot een geheel kan zijn. Hoe omvattend die in­vloed kan zijn van een grote persoonlijkheid.

Dan ga je misschien ook begrijpen waarom zoveel mensen zeggen dat de zon God is of een dergelijke vergelijking maken. Want de zon domineert met haar veel sterkere persoonlijkheid de persoonlijkheden van alle planeten. Die dominantie wordt ongetwijfeld doorgevoerd zelfs naar het bewustzijn van de mensen.

Als wij nog even doorpraten, komen wij zelfs op alle symbolen die het menselijk ras gemeen heeft en die ook voorkomen bij bepaalde dier­soorten. Dan zeggen wij: Die symbolen zijn eigenlijk mede afhankelijk van het bewustzijn van de aarde en haar dominantie door de zon. Daarmee heb ik dan het zegeltje een beetje getrokken.

De levende aarde is een organisme waarvan alle organismen die op en van de aarde leven ‑ geestelijk of anderszins ‑ deel uitmaken. Het is die algehele verbondenheid die de houding van de geest en van de mens mede bepaalt.

Dus als u soms denkt: wat is het gek, wat gebeurt er nu opeens, dan moet u maar eens terugdenken aan deze kleine lezing. Misschien dat u dan in uw achterhoofd het gevoel krijgt: Misschien heeft de aar­de wel jeuk en is er een geest die probeert te krabben.

In de ban van de geest

Is de mens in de ban van de geest? 0 neen, de geest obsedeert de mens niet zo volledig dat je dat kunt zeggen. Maar het bewustzijn van de geest is een voortdurende invloed die de mens ondergaat. Zo goed als de geest de beïnvloeding van de mens voortdurend zal moeten onder­gaan.

Twee vormen van hetzelfde bestaan, mens en geest, blijven verbon­den. Al is het alleen maar, omdat ze in deze fase van het bewustwor­dingsproces van elkaar afhankelijk zijn, elkaar nodig hebben.

Zeg nooit dat u in de ban bent van de geest. Zeg ook nooit dat u wordt gedreven door de wereld zonder meer, want die dingen zult u later misschien op hun juiste waarde kunnen schatten. Maar op dit moment bent u eenvoudig niet in staat te zien wat er uit uzelf voortkomt, wat voort­komt uit gewoonte, uit de wijze waarop u bent gedresseerd in de maatschap­pij en wat door invloeden van buitenaf tot stand wordt gebracht.

Zeg gewoon tegen uzelf: Ik wil mijzelf zijn. Niet in de ban van de geest, maar gewoon omdat ik, ik ben. Als u daarvan uitgaat, zult u haast onwillekeurig die harmonie leren vinden, die wijze van leven kunnen ver­werven waardoor u in overeenstemming komt met al datgene wat uitgaat van de geest, zelfs met al datgene wat uitgaat van uw wereld.

Daar waar de harmonie begint die grenzen overbrugt, verschil in bewustzijn onbelangrijk maakt, daar begint de werkelijke ontplooiing van de mens en zijn werkelijk deelgenootschap in het grote heelal waarin hij nu nog verdeeld lijkt te zijn, maar dat toch zijn enig werkelijke thuis is met alle werelden en sferen die daartoe behoren.

Nu weet ik niet of u met “de ban van de geest” mij heeft bedoeld. Ik hoop van niet. Want als u hoort wat ze doen om geesten uit te ban­nen, dan zou u zich een hele hoop moeilijkheden op de hals halen voor niets.

Doen

Doen betekent aan datgene wat in je bestaat uiting geven.

De mens die doet, draagt in zich de mogelijkheden, maar is als een zaad dat verdroogt. Een zaad, dat niet de kans krijgt te ontkiemen, kan ook zichzelf niet voortplanten. De plant kan niet groeien en dus niet bloeien.

Wanneer in ons de goddelijke kracht berust en we weten niet die kracht om te zetten in een daad, dan zullen wij nooit iets bereiken met deze kracht. Dat is eigenlijk zo simpel.

Praten kan iedereen. Filosoferen kan iedereen. Maar doen is het enige waardoor de waarde wordt bepaald van al hetgeen je zegt en denkt en weet.

Als u duizend keer in een boek heeft geleerd hoe u een stuk ijzer glad moet vijlen en u heeft het nooit geprobeerd, dan zult u als het nodig is het ook nooit kunnen doen. Dat is gewoon onmogelijk. Zelfs bij zulke eenvoudige zaken geldt dat.

Juist daarom zou ik u willen zeggen: datgene wat werkelijk in u leeft, dat moet naar buiten. Niet omdat het misschien waar wordt zoals u dat denkt of hoopt, maar omdat slechts door het naar buiten te bren­gen, het buiten u zijn leven gaat leiden en dan zijn werkelijke betekenis krijgt. Terwijl het ook in u de mogelijkheid geeft om verder te gaan.

Hoe minder je doet, hoe meer je innerlijke ontwikkeling stagneert. Want je kunt alleen datgene aan jezelf toevoegen zonder er verder mee bezig te zijn wat je buiten je hebt waargemaakt.

Het is misschien niet zo dat je zegt: Wat is het diepzinnig, maar het is zo waar als iets maar waar kan zijn. Wie het goed vindt, moet zich maar eens afvragen of hij of zij er werkelijk iets mee kan doen. Want zolang hetgeen in je leeft niet naar buiten komt, heb je er niets aan.

Ik gun u al het goede. Probeer dus het goede dat in u leeft maar eens om te zetten in doen.