De werkelijkheid in ons

17 mei 1987

Wij leven in een wereld die voor een groot gedeelte door onze eigen gedachten bepaald wordt. Onze ervaringen zijn voor driekwart ervaringen die in ons plaats vinden en slechts één kwart is onomstotelijke werkelijkheid buiten ons. Zo leeft een mens. Maar die innerlijke wereld die kent juist enorm veel varianten. We kennen bijvoorbeeld de verwijdering dromen, de angstdromen. We kennen ook anderzijds de verhaaldromen en daarnaast nog uittredingen en wat dies meer zij. Al die dingen spelen zich in ons af, ook de uittreding, want als je geestelijk waarneemt op een andere plaats dan is het nog steeds je lichaam dat uiteindelijk via verschillende geheugencentra een soort beeld moet oproepen en het is dat beeld dat je herinnert, niet de feiten die je geestelijk hebt beleefd.

De veranderlijkheid van de werkelijkheid ontdek je eigenlijk pas wanneer je geest bent. Daar worden je angsten plotseling een beleefde werkelijkheid waaraan je niet schijnt te kunnen ontkomen. Je verwachtingen projecteer je en als je met anderen een wereld gemeenschappelijk hebt, zoals dat in vele sferen het geval is, dan voeg je daar steeds de details aan toe die eigenlijk specifiek uit jezelf voortkomen. En ze zijn voor jou meer werkelijk dan al het andere.

Als je je dat gaat realiseren, dan kun je allerhande vragen stellen. Bijvoorbeeld: Eén van de vragen die de laatste tijd nogal eens opgeld doen: Is het nu eigenlijk zo dat een ster die wordt ontdekt met ergens een telescoop, vanaf dat ogenblik pas echt bestaat of is het zoals anderen zeggen dat ze er altijd is geweest en dat de traagheid waarmee het licht zich in die onmetelijke ruimte althans voortbeweegt, dan bepaalt dat we pas op een gegeven ogenblik iets zien. We weten in alle geval zeker dat er allerhande gezichtsbedrog voorkomt. Zo meende men enige tijd geleden, twee quasars, dus lichtbronnen, die bovendien een sterk radiosignaal uitzenden meestal te zien en pas na heel veel zoeken is men erachter gekomen dat het er maar één is, maar die één die moest de lichtweg afleggen via een sterrennevel en die sterrennevel die splitste het beeld in twee delen en ze bogen wel weer naar elkaar toe die twee stralen, een klein beetje, maar net niet genoeg om op aarde dat ene beeld weer tot stand te brengen. Een niet zo bekend astronoom heeft met wat spiegels en andere handigheden uiteindelijk bereikt dat dat mogelijk was te constateren en zelfs dat door het uitschakelen van een van de twee dubbelbeelden een soort foto gemaakt kon worden waarop de betreffende nevel als een kleinen sterrennevel zichtbaar werd.

Maar maakt dat niet duidelijk dat we eigenlijk niet af kunnen gaan op onze zintuigen zonder meer? Maakt het niet duidelijk dat de werkelijkheid voor een groot gedeelte in onszelf ligt? En als die werkelijkheid in onszelf ligt, dan zijn wij het die met de inhoud van onze eigen persoonlijkheid gestalte geven aan datgene wat onze wereld is. Stelt u zich eens een wereld voor waarin u machteloos bent, dan zult u al heel snel ontdekken dat iedereen een loopje met u neemt. Stelt u zich eens een wereld voor waarin niets goed functioneert. Dan ziet u niet alleen het falen buiten u, u vertoont ook lichamelijk plotseling allerhande gebreken. Het innerlijke beeld is veel meer aansprakelijk voor zelfs uw lichamelijke toestand dan veel mensen op ’t ogenblik nog willen toegeven.

En dan moet je daar een vraag tegenoverstellen: Maar er is toch iets? Wat is dat iets waaruit die voorstellingswereld geboren wordt? Noem het ik, noem het ego, noem het superego, noem het God. Geef het maar een naam, u weet het niet. Maar het is er wel. Alleen en dat is de ellende, je kunt het niet omschrijven. In je schuilt iets wat voor je bewustzijn een niets is en dat gelijktijdig toch de bron is van alles wat voor jou waarneembaar en constateerbaar is. Als dat in je is, is de vraag of het bepalend is voor al je mogelijkheden, of omgekeerd dat je voorstellingsvermogen bepaalt welke mogelijkheden voor jou, met de kracht die in je is, ontstaan.

Ik ben voorstander van de laatste uitleg. Ik kan het niet bewijzen maar als dat zo is dan is het beeld dat je hebt van je innerlijke kracht, van je eigen mogelijkheden, ja zelfs het beeld dat je hebt van je eindigheid of oneindigheid, bepalend voor al datgene wat je zult ervaren. Dan kun je tot op zekere hoogte je eigen wereld herscheppen. Dan kun je tot op zekere hoogte je lichaam doen beantwoorden aan datgene wat in je voorstellingsvermogen leeft. En dat is natuurlijk voor velen begerenswaardig. Maar let wel, ook buiten ons bestaat een werkelijkheid en bij de interpretatie zullen we altijd nog gebonden zijn aan de inhoud van onze eigen persoonlijkheid, althans ons denkvermogen. We kunnen dus niet zondermeer zeggen: 0 er is verder niets, ik betover het wel even.

Maar er zijn natuurlijk wel realiteiten die je moet gaan beseffen. Neem bijvoorbeeld het bankwezen. Eén van de belangrijkste industrieën, zou ik haast zeggen die voor het ogenblik op de wereld bestaan. Wat doen die mensen? Ze telen a.h.w. geld, zoals een boer kool op zijn akkers. Wanneer ze het hebben, slaan ze het op totdat ze uiteindelijk een soort bewaarplaats voor oud papier zijn geworden en daarna oefenen ze hiermee macht uit en die maakt het dan noodzakelijk dat ze, om meer geld te krijgen, op een gegeven ogenblik munteenheden, die ze zelf in de kluis hebben, devalueren of opwaarderen. Wat is de werkelijkheid hier? De werkelijkheid is het geloof van de mensen dat je iets voor niets kunt krijgen. Het woord rente, intrest als een algemene factor is in feite één grote leugen. De rente die u krijgt, vergoedt de waardevermindering van uw geld slechts ten dele omdat de werkelijke intrestwaarde gemiddeld rond 2% ligt, zelfs wanneer men beweert dat u 8% of 9% krijgt. Het klinkt allemaal erg zakelijk. Maar vraag je dan af wat je bij een werkelijke waarde toename van 2% misschien beter kunt doen.

En zo is het met je leven en met je beleven ook. Er zijn allerhande dingen waar je je druk over kunt maken, natuurlijk. Je voelt je niet goed en je neemt daarvoor een bekende pijnstiller. Best. Maar realiseer je wel dat u die hoofdpijn of spierpijn waarschijnlijk door bewegen in de vrije lucht of een beetje warmte even goed zou kunnen verdrijven en dan zonder dat uw nieren daardoor schade van oplopen. U wilt graag gestandaardiseerd mooi voedsel hebben? Dat daarvoor voedsel wordt geteeld dat veel minder voedingswaarde bezit dan het niet behandelde, bespoten, door mest opgetrokken product, ach, daar denkt u niet over na. Het moet er goed uitzien. Maar toch zou u met onbespoten producten betere resultaten kunnen krijgen bij een, in kwantiteit althans, mindere hoeveelheid voedsel. U zou daarbij gelijktijdig meer voor u belangrijke stoffen opnemen, zonder dat er toch die werking-remmende stoffen aanwezig zijn in het voedsel. U zou er dus nog gezonder en slanker van worden. Nu weet ik niet of slank voor een mens zo begerenswaardig is want als iemand een positie van aanzien bereikt heeft, dan noemt men hem algauw een gewichtig man. En voor mij is een gewichtig man iemand, die wanneer hij toch nog een broekriem draagt, het bovenste deel van zijn spijsverteringsorganen in rijke hoeveelheid uit ziet puilen boven datgene wat beneden door de riem beklemd, nog aanwezig is.

Wat is de werkelijkheid alweer? Is de werkelijkheid zo dat hetgeen u doet u inderdaad meer geeft? Dat u gelukkiger bent? Of zijn er andere wegen? Dan staan we tegenover een soort syndroom dat de hele mensheid schijnt te bevangen, steeds weer, de gewoonte. Wij hebben altijd gezegd dat… en dus is het zo. Maar het wonderlijke is dat mensen die dat zeggen meestal vinden dat anderen het moeten uitvoeren. Dat is natuurlijk onzin. Je kunt de waarde van een bepaalde theorie alleen toetsen door haar in de praktijk zelf te beleven. En dat is heel iets anders dan algemeen op het ogenblik geldt. Bijvoorbeeld: Ach, wat geeft het als die mensen nu eens een paar honderd frank minder krijgen? Degene die het zegt heeft een inkomen waarbij het niet telt. Maar degenen waarover hij beslist leven al op de grens van het mogelijke. Hij zou eigenlijk eens eerst zelf moeten kijken hoe het is van een dergelijk inkomen te leven.

En geestelijk is dit precies hetzelfde. Wanneer u weet hoeveel mensen uitroepen: We weten het… De waarheid staat in… vult u maar in: De Veda’s, de Bijbel, de Koran, het boek Mormoon desnoods, dan vraag je je af: hoe weten ze dat? Het is hun waarheid. Laten ze die dan zelf beleven en op de proef stellen. Maar laten ze niet zeggen: Al het andere is verwerpelijk.

Het is ons wel overkomen dat iemand zei: U bent de duivel die spreekt door een mens. Nou, ik vond dat heel erg leuk. Per slot van rekening ben ik in mijn tijd een doetje geweest en dan voel je je gauw gevleid. Maar waarom? Omdat ik dingen zei die ingingen tegen de gewoonte en tegen de geplogenheden. Dan ben je ineens slecht, kwaad, duivels, onverantwoordelijk, noemt u maar op, negatief. Op het ogenblik echter dat je iemand bevestigt in zijn denken, zijn geloof, zijn normale handelwijze en zijn gewoonten, zelfs al doe je hem kwaad, dan ben je goed. Op die manier kom je nooit aan de kern van je eigen wezen toe. Dan kom je er nooit toe te beseffen dat de innerlijkheid in jezelf, de werkelijkheid omvat zoals die voor jou leefbaar is. Dan kom je er nooit achter dat de kracht die in je woont iets heel anders is dan de kracht die uit de hemel komt of een kracht die ergens anders vandaan moet komen.

Je hebt kracht. Er zijn heel wat theorieën die het verklaren. Eén ervan is: Ja, we zijn allen deel van de schepping. Alles bestaat uit God, maar gelijktijdig in God. God leeft in ons. Als we in onszelf ons tot God richten dan vinden we de voor ons meest juiste weg om daardoor dus de goddelijke krachten en andere mogelijkheden voor onszelf te activeren. Ik zeg niet dat het de enig juiste uitleg is. Er zijn er vele. Maar één ding is zeker: In u leeft licht. Hoe we het verder willen noemen, het heeft geen naam. Waarom noemen we het licht? Omdat het ergens ons gelijktijdig verblindt en toch in staat stelt om te zien. In ons is een kracht. Wilt u die nu vitaliteit noemen en aan ’t lichaam denken of denken aan de hoogste geestelijke kracht doet niet ter zake. Het gaat er niet om dat die kracht benoemd wordt. Het gaat erom dat ze beseft wordt. Beroep je op de kracht die in je woont. Pas wanneer je dat doet zal je uiteindelijk ontdekken dat je wereld rijker is dan je ooit hebt gedacht. Want het is die kracht die u opmerkzaam maakt op kleine delen van de werkelijkheid enerzijds, maar anderzijds laat zien hoe je door je denken, door je innerlijk ervaren in staat bent de betekenis van uw werkelijkheid te veranderen.

Namen zijn heel vaak een vervangingsmiddel voor de werkelijkheid zover het de mens betreft. Dan zeggen ze: dit is spiritisme en dat is filosofie. Dat is openbaring. Ik zeg u, er is geen verschil tussen deze. Er kan niets bestaan dat niet deel is van onszelf, of u het nu openbaring noemt of anders. Want uit alle dingen, ook wanneer ze een reële waarde bezitten, zoeken we alleen die dingen die bij ons passen. Dat verklaart ook waarom het Christendom zoveel strijdigheden vertoont en er zoveel sekten zijn die alle, vanuit dezelfde waarheid beweren te werken, terwijl ze in feite elkaar voortdurend bestrijden. Ze geloven er wel in, maar op hun manier. Ze lezen evangelie en bijbel, maar ze vinden er alleen maar in datgene wat past bij hun wereldbeeld. En dat kun je voor elk ander boek of systeem herhalen. Dan klopt het ook.

Dan blijft dus alleen voor ons een innerlijke weg, een innerlijke werkelijkheid. Hoe kun je die benaderen? Heel veel mensen zeggen: mediteren. Maar eigenlijk is mediteren heel vaak de beelden van buiten je in jezelf neerzetten en voortdurend verschuiven terwijl er niets verandert. Anderen roepen: Je moet contempleren. Je versteent de werkelijkheid tot een beeld waardoor je probeert jezelf te vergeten, maar gelijktijdig jezelf niet meer terug kunt vinden voor het beeld verdwenen is. Ik zeg niet dat deze oefeningen kwaad zijn, integendeel. Ze kunnen u veel goeds brengen. Maar ze zijn niet de werkelijke benadering van het innerlijke. We kunnen onze innerlijke werkelijkheid alleen daar zien waar ze, welke sfeer of wereld ook de onze is, ze voor ons kenbaar, zichtbaar buiten ons wordt.

Onze innerlijke thesis kan alleen zichtbaar worden in een werkelijkheid, wanneer ze buiten ons tot een antithese is geworden. Er is altijd de tegenstelling en de strijd. Laten we dan niet bang zijn en zeggen: In mezelf is licht, in mezelf is kracht. Maar dan wil ik die kracht uit mezelf laten gaan. Ik wil, met wat in mij leeft en woont, iets gaan doen. Ik wil een invloed geven. Ik wil de kracht doen uitgaan, het kan me niet schelen hoe. Misschien denken we aan een doel en sturen het naar dat doel. Misschien denken we alleen maar: Ik wil de sfeer veranderen. Ik wil die kracht laten uitgaan. In mij is de kracht. Ze gaat van mij uit. Alles wat duister is, wat disharmonisch is moet verdwijnen. Ik zeg niet dat u daarmee voor anderen bereikt wat u wilt, maar voor uzelf ontstaat die harmonie dan. U bent niet meer belast door een sfeer buiten u die u mistroostig of bijna misantropisch maakt.

U hebt ineens een verweer, een stuwkracht. En dan kunt u zeggen: Ja, dat is wel aardig, maar is het nu zelfsuggestie of wat anders? Wat maakt het uit? Als zelfsuggestie u in staat stelt vollediger en gelukkiger te leven, dan is die suggestie, hoezeer leugen in de ogen van anderen misschien, voor u beter en heilzamer dan alle systemen die u niet beroeren en uiteindelijk u nog steeds laten zitten met diezelfde verwrongen wereld, uw steeds feller wordende strijd met uzelf en met die wereld.

Maar als je met dat licht wilt werken moet je wel één ding onthouden: Het licht is deel van uzelf. Het kan alleen uitstralen wat je ook van uzelf, hoe dan ook, bent. Niet uw denkwijze, niet uw neigingen, maar het geheel van uw persoonlijkheid, zoals je in de stof leeft, inclusief genetische beperkingen en kwaliteiten, bepaalt wat het licht kan doen. Probeer dan ook niet anderen te dwingen met het licht naar uw denken. Dat is iemand die zegt: Ik zal uw kiespijn genezen, een zwaard pakt en u het hoofd afhakt. Het is onzin. Elke mens moet zijn eigen leven leven of u het ermee eens bent of niet. Die ander is heilig. Hij heeft het recht om zichzelf te zijn.

Als u iemand kracht geeft, geef hem dan kracht om meer zichzelf te zijn en niet om beter te worden in uw ogen. Wanneer u hem probeert te genezen en u hebt exacte kennis van de kwalen van het lichaam, dan kan uw concentratie inderdaad lichamelijke dingen genezen. Ongetwijfeld waar. Althans, genezingsprocessen aanmerkelijk bespoedigen. Maar als u dat niet hebt, dan kan het weleens zijn dat u denkt: Och, het ligt aan het hart en in feite ligt het aan de nieren of aan een cyste die hier of daar verstorend werkt of wat anders. Dan kun je toch niet zeggen: Ik zal wel even uitmaken, ik genees je. Wat gaat er gebeuren? Het gaat niet. Maar je kunt wel iets anders doen. Je kunt gewoon tegen jezelf zeggen en dat kun je heel nuchter doen, heel doodgewoon, als een straatslijper langs Gods wegen bij wijze van spreken:

In mij is het licht. Ik wil mij bewust zijn van het licht. Ik wil dat licht uitstralen. Die kracht die in mij is wil ik delen met al wat rond mij is. Laat die kracht dan allen helpen om voor zichzelf iets te vinden van de vrede, de rust, die op dit ogenblik in mij is.

Ge ziet, het is heel gewoon, niets bijzonders. Ik heb opzettelijk elk plechtig handgebaar vermeden, door tijdelijk in de verlaagde moffen te duiken die tegenwoordig in een herenkostuum zijn ingebouwd. Maar die kracht is er. Die kracht werkt. Met die kracht kun je wonderen doen. 0 ja, er is altijd wel een verklaring voor. Maar als het juist dan gebeurt wanneer jij die kracht geeft dan zijn er zoveel toevalligheden samengetroffen dat het op zichzelf al een wonder is.

Dus maak je geen zorgen. Zeg niet tegen jezelf: Wat moet er gebeuren? Zeg in jezelf: Ik wil wat ik ben, wat in mij bestaat, delen. Het is misschien veel te eenvoudig voor een hoop mensen. Ze zeggen ja, maar daar hoort een ritueel bij. Maar laten we dan eens kijken wat er in de Oudheid gebeurd is. Herinnert u zich die magiërs? Eerst wekenlang zich reinigen, vasten, voorbereiden. Dan met de gewijde krijtjes de heilige tekens op de vloer, de geurlampen erbij, de kaarsen, het brassier, de kruiden klaargelegd en dan zich gehuld in een nieuw gewaad en dan eindelijk komen ze. Kruiden op de brassier en hun stem galmt onbekende namen. En dan gebeurt er iets. Maar wat gebeurt er? Ze splitsen a.h.w. zichzelf af. De projecties die in hen leven komen tot werkelijkheid. Ze worden voor hen en soms ook voor anderen waarneembare waarheid. En dan blijkt ineens dat de verschijning ontzettend veel gemeen heeft met de magiër.

Dan kun je zeggen: Ja maar, ze doen wonderen. Natuurlijk, het is ook een methode. Maar waarom moet het allemaal met een ritueel? Natuurlijk, het staat goed. Als je opstaat: “Dat eer en zegen op u dale” grafstem daarbij natuurlijk, want het komt uit het hiernamaals, het onbekende. Maar als je alleen maar denkt: De kracht Gods, de zegen Gods is in mij, ze leeft overal. Laat ze overal een ogenblik tot de mensen spreken, laat ze even de dingen beroeren. Denkt u niet dat het evenveel is?

Waarom uiterlijkheden? Natuurlijk, er is altijd uiterlijk vertoon op de wereld geweest en het zal wel zo blijven. Vanaf de eerste jagers die met hun buit binnenkwamen en juichend en trommelend met hun wapens aankondigden dat ze kwamen opdat de vrouwen en kinderen en de ouderen die waren achtergebleven hen juichend konden bewonderen. Tegenwoordig gaat het een beetje anders. Ze hebben een T.V.-uitzending. Ze staan op het spreekgestoelte hier en daar, je weet nooit of het een preek of een spreek is, en ze galmen daar hun goede voornemens en waarden uit die ze niet kunnen houden, die ze niet waar kunnen maken. Een uiterlijk vertoon. Maar wat leeft er in hen?

Natuurlijk, je leeft in een wereld waarin de leugen onvermijdelijk is, dat moet je gewoon accepteren. Je leeft in een wereld waarin de waarheid en de werkelijkheid over ’t algemeen als storend, om niet te zeggen als destructief worden ervaren. En u zult in die wereld moeten leven met de anderen, want die anderen zijn deel van je voorstellingswereld. Dus zou je je moeten houden aan datgene wat voor iedereen zo’n beetje gangbaar is. Maar je innerlijke wereld wordt daardoor niet getroffen.

Als je vraagt wat betekent democratie in bepaalde, zeer dictatoriaal geregeerde staten en je zoekt het uit, dan is het het recht om vrij te denken zolang je je mond houdt. Denken, voorstellingswereld en achter die voorstellingswereld die eigenaardige stuwkracht die ze leven noemen en die ik een lichtende kern van je hele bestaan noem. Waarom dan niet meteen naar die kracht gegrepen? Die kracht kan, zolang je de uiterlijke wereld schijnbaar aanvaardt, je helpen om die wereld toch voor jezelf aanvaardbaarder te maken, te veranderen. Je kunt mensen niet veranderen, maar je kunt de invloed die ze op je hebben wel degelijk veranderen. Je kunt anderen in kleine delen misschien bijstaan. Je kunt ze van een kwaal afhelpen. Maar als die kwaal voor hen een soort innerlijke zelfbestraffing of een noodzaak is dan worden ze toch wel weer ziek. Alleen is het dan wel een andere ziekte en hebt u tenminste weer wat anders om te genezen.

Maar waar de vrede is, die in de mens als kern bestaat, daar verandert iedereen op zijn eigen wijze. Daar geneest niet onmiddellijk de kwaal misschien, maar ze verdwijnt langzaam en spoorloos alsof ze er nooit geweest zou zijn, omdat de mens anders is geworden in zijn beleving van zijn wereld of zijn innerlijk. En toch blijft hij zichzelf.

Er zijn nog een paar dingen meer. Je projecteert over het algemeen alles naar buiten toe. De mens zegt: Ik wil vrij zijn en daarmee bedoelt hij niet: Ik wil in mijzelf vrede hebben. Nee. Iedereen moet maar aanvaarden wat ik toevallig wens te uiten. Dat is natuurlijk onzin, want wanneer je dat doet schep je conflicten en je vermogen om die innerlijke vrede in jezelf te realiseren, vermindert. Je hebt wel degelijk een mate van discipline nodig, maar er zijn verschillende soorten van discipline. Degene waarop ik doel is niet de opgelegde regel. Het is de zelfdiscipline. Het is de beheersing van jezelf waardoor je je kunt aanpassen, waardoor je kunt beperken waar het nodig is en juist daardoor het kostbaarste wat je bezit, de vrede in jezelf, te bewaren.

Er zijn mensen die zeggen: Ja vrijheid, maar we hebben zoveel mooie beelden en dat moet allemaal waar worden. Kan dat wel? Ja natuurlijk kan dat, dan moet de ander… Stop! Niet anderen, kunt u waar maken en in hoeverre kunt u waar maken? Kijk, dan speelt de zelfdiscipline een rol. Je zegt: Ik zit in een wereld waarin soms de steun van anderen onontbeerlijk is, maar ik ga niet bedelen, ik ga niet intrigeren. Ik ga demonstreren hoever ik ben en duidelijk maken wat ik denk te kunnen benaderen. Dan zullen er altijd mensen zijn die zeggen: Dan helpen we weleens even. Maar zeg niet: Anderen moeten. Ga eerst tot je eigen uiterste kunnen en vermogen. Ook dat is zelfdiscipline.: Het beperken van de verantwoordelijkheid voor hetgeen je doet en bent tot jezelf, zover je kunt.

En er is meer. Want als je die discipline hebt, dan komen er ogenblikken dat je zegt: Maar ik wil met anderen samen dit of dat doen of bereiken. En dan komt het tweede punt: discipline. Dan aanvaard je vrijwillig de regels van het geheel, onthoud dat goed. Je kunt natuurlijk teruggaan, maar wat je dan hebt gehad met anderen tezamen is dan voor jou tijdelijk teloorgegaan. Alleen wat er in jezelf aan innerlijk bewustzijn dan is ontstaan behoud je. Hoe meer je dus in zo’n tijdelijke groepering tijdelijk opgaat, en in feite in al wat je doet afhankelijk wordt van het geheel van die groep, hoe gevaarlijker het wordt om weer je eigen wegen te gaan. We spreken op aarde nogal eens veel over verslaafdheid en dan denken we aan drugs en zo. Er zijn mensen die verslaafd zijn aan een bepaalde Bijbelinterpretatie. Er zijn mensen die verslaafd zijn aan hetgeen zij als goede manieren of redelijk zaken doen beschouwen, zonder zich af te vragen of het ook werkelijk zo is. En dan moet je weer zeggen: Ja, er kan geen waarheid zijn die onaantastbaar en onveranderlijk is omdat ons eigen besef slechts een heel klein gedeelte van de werkelijkheid kan constateren en de rest interpretatie blijft.

Dan moeten we leren steeds weer anders te denken, anders te benaderen. Dat wat we leren door onze belevingen moet niet gezien worden als een aansporing om deze basiswaarden aan te passen, steeds weer, totdat we gekomen zijn tot iets dat ons leven, ons werken onze kracht en onze vrede a.h.w. uitstraalt en ons een geluk geeft dat onafhankelijk is geworden van uiterlijke omstandigheden.

Dan zijn er mensen die zeggen: Ja, maar dat kun je toch niet vinden in…vul dan maar weer de waarde in. Er zijn mensen die in een zeer simpel christelijk geloof die vrede hebben gevonden. Er zijn er die ze gevonden hebben in de meest uitzinnige filosofieën. Er zijn er die het gevonden hebben in iets wat ze wetenschap noemden en anderen hebben het alleen maar beleefd in zichzelf, zonder te weten waarom, omdat ze zichzelf waren. Het gaat om hetgeen in je bestaat, niet om de uiting. En al wat je doet, al wat je bent naar buiten toe zou op zijn minst genomen hieraan horig moeten zijn.

En dan komen we weer op een moeilijk chapiter. Ik zou eerst moeten vragen: Is er iemand die mij precies kan zeggen wat zonde is? Of weet u het niet? Dat kan ik ook wel begrijpen. Een vriend van mij heeft eens gezegd: Ach, zonde is eigenlijk een gemiste kans. Zonde is datgene wat onaanvaardbaar is, niet om de regels, maar omdat we innerlijk er niet aan kunnen beantwoorden. Zonde is de verstoring van onze vrede, dat is dan deugd. Een hele hoop mensen weten het precies te omschrijven, maar ze vergeten één ding: dat degene die ze deugdzaam of heilig hebben genoemd, vaak gekweld werden door allerhande demonische visioenen, door allerhande eigenaardige gebeurtenissen, of je nu denkt aan de H. Antonius of aan de Pastoor van Ars.

Waarom? omdat dit in hen was. Hun deugdzaamheid was in feite een verkrachting van hetgeen ze werkelijk waren en dat is zonde volgens mij, want het verstoort je innerlijke vrede. Er zijn mensen geweest die in de ogen van de wereld grote zondaars waren maar die in zich die vrede hebben gedragen en ik denk dat Jezus vooral hen heeft bedoeld toen Hij zegde: Het Koninkrijk Gods is in u lieden.

Het is natuurlijk maar hoe je het bekijkt. Maar waarom zouden we dan vrede moeten hebben in onszelf? Er is zoveel in de wereld dat anders zou moeten, nietwaar? Is het misschien omdat wij niet in staat zijn precies te weten wat in de wereld goed en verkeerd zal uitwerken, zeker op lange termijn en dat we alleen maar kunnen weten in onszelf wat strookt met hetgeen we zijn en wat er strijdig mee is? En dan moeten we zoeken naar alles wat strookt met ons eigen wezen opdat we op die manier innerlijke rust hebben en het is in de rust, in de innerlijke vrede dat de enorme kracht van het goddelijke zoals het in ons woont, zich kan manifesteren, vanuit ons kan treden, vanuit ons als een koepel van licht ons kan omhullen. Maar waar we geen vrede kennen, daar is God ver.

De mensen bekijken het meestal op een andere manier. Ze zeggen een beetje afgunstig: Nou ja, de duvel sch… altijd op een grote hoop. Ik heb nooit gehoord op wiens hoop, maar ik hoop het altijd nog te weten. Ze bedoelden daarmee? De rijkdom is uit de duivel. Maar hoe slechter de mens is, hoe meer hij krijgt. Maar is dat waar? In de wereld van vandaag lijkt het er wel op, ja. Het lijkt er namelijk op dat degene die over meer lijken gaat, meer gelijk heeft. En hou meer je gelijk hebt, hoe meer je onder je gelijken de top bereikt. En als je die top bereikt hebt heb je geen gelijken meer en is je gelijk onaantastbaar geworden.

Maar goed. De werkelijkheid is dat de vrede niet kan beantwoorden aan uiterlijke dingen. Vrede ligt niet in zekerheid en in een bankrekening. Ik weet dat u er anders over denkt. Vrede ligt in jezelf, maar daar waar je vrede hebt zijn die andere dingen a.h.w. overbodig geworden. Ze kunnen vervangen worden door iets wat uw medemensen dan misschien geluk noemen of misschien beschouwen als het onrecht dat in de wereld domineert, maar de werkelijkheid is gewoon: Je hebt iets nodig om te leven. Alles wat nodig is om te leven is voor jou direct bereikbaar, toegankelijk zolang je die innerlijke vrede hebt, maar ook niet meer dan dat. Maar wel elke dag opnieuw. Zodra je buiten je de zekerheid zoekt, word je innerlijk onzeker omdat de uiterlijke zekerheden nooit dat blijvend karakter schijnen te bezitten dat je eigenlijk zou verlangen. En daarom moet je in jezelf zoeken, in jezelf werken. Maar of u dat nu bewust doet en beredeneerd of eigenlijk uit een impuls, u ontdekt dat het juist is omdat het de voor u noodzakelijke ervaring, mogelijkheid inhoudt.

Het is niet zo dat u afhankelijk bent van de wereld om u heen. U schept driekwart van de wereld waarin u denkt te leven immers zelf. U bent afhankelijk van de kracht die in u woont en daardoor kunt u, zelfs wanneer u die werkelijkheid niet beseft, reageren op de werkelijkheid die bestaat en worden uw interpretaties als vanzelf een verklaring van de resonantie die tussen uw wezen en dat andere wat reëel is tot stand is gekomen.

Ik zou u willen vragen, omdat het binnenkort Pinksteren is en u denkt dat de H. Geest, het is mogelijk nietwaar, eens niet te denken aan een of andere duivel, aan een tong van licht die de waarheid komt vertellen. Denk aan het licht van uw eigen ziel. Denk aan de band met de eeuwigheid die u in uzelf draagt en probeer uw angsten te vergeten, uw begeerten te laten rusten en stil te zijn, want dan zal de Geest in u spreken. Als er iets is als de H. Geest, dan is dat een kracht die in elk mens woont en die niet alleen enkele uitverkorenen met een leergezag bekleedt. Als er een H. Geest is zoals de mensen zich dat voorstellen is Hij niet een bode Gods die bij uitzondering eens een keer iets doet. Dan is Hij een deel van het goddelijk Weten en de goddelijke Kracht zoals dat poseert in elk wezen en in elke mens. Dan is het inspiratie waaruit je verder kunt gaan. Dan is het de gave die niet verklaard kan worden maar die er toch is.

Toen de Apostelen naar de korenmarkt gingen, toen begonnen zij hun blijde boodschap te verkondigen en zij spraken vele talen want ieder meende hen te horen in zijn eigen taal. Dwaas hé? Tenzij je denkt dat er niet alleen een spreker was, maar een uitwaseming a.h.w. waarin al hun krachten telepathisch, hun beelden telepathisch werden overgebracht aan anderen die ze dan associeerden met klanken. Als je diepste kern spreekt, is er geen grens van taal of van wereld. Je diepste kern kan overal verstaan worden. Je diepste kern kan alles begrijpen. En daarom zou ik willen zeggen, en daarmee sluit ik meteen het eerste deel van mijn betoog maar af: Wanneer wij leven moeten wij leren om grenzen te slechten, niet om ze op te richten. We moeten niet naar het specialisme, maar naar het overkoepelend begrip in de eerste plaats. Specialisme kan werktuig zijn wanneer het overkoepelend weten en begrip in ons werkt. Maar zonder dat wordt het een dogmatische benadering waarbij u probeert een hersengezwel door het aanpassen van steunzolen te genezen of iets dergelijks.

Het is je innerlijke waarde die het specialisme zijn zin geeft, maar het is ook het samenkomen van alle dingen in jezelf waardoor je juister dan een ander en beter dan een ander al die dingen kunt doen die op dat ogenblik juist en nodig zijn. Dat zijn de dingen die je hand leiden wanneer je zelf misschien niet precies weet of je die ingreep nu wel zo bedoeld hebt. Het zijn krachten die je hand leiden en je letters neerschrijft voor dat je eigenlijk bewust bent dat je aan het woord begonnen bent en dat je opeens beseft dat het beter is dan alle alternatieven die je had overwogen.

In ons is datgene wat sommigen de H. Geest noemen. Het is een deel van de kracht die in ons woont, een deel van het leven dat we zijn. Het is de werkelijkheid die onveranderlijk in ons bestaat zonder tijd, zonder ruimtelijk bepaald te zijn en toch gelijktijdig alle begrippen van tijd en ruimte omvattend.

Ik heb u op deze avond daarop willen wijzen, omdat we zo in de periode tussen Pasen en Pinksteren geconfronteerd worden vaak met de projectie van alles wat in ons leeft naar anderen, naar het andere. Jezus de Christus die is gestorven en opgerezen. De H. Geest die is neergedaald. Dan vergeten we daarbij dat ook in ons de goddelijke liefde leeft, want zonder dat zouden we niet bestaan. In ons is de goddelijke inspiratie en de goddelijke kracht want zonder dit zou de mens al lang aan zichzelf ten onder zijn gegaan. Zonder dit zouden de werelden van de geest een voortdurend wisselende chaos zijn waar geen bewustzijn mogelijk is. En daarom heb ik u deze dingen willen voorleggen.

Ik hoop niet dat ik u verveeld heb. Als het u iets gezegd heeft, misschien dat u dan eens denkt aan die kracht in uzelf. Misschien zoekt u dan een keer alles te vergeten in vrede, die toch ook in u woont. En misschien dat u dan ontdekt dat u drager, bent van het licht van de goddelijke liefde, van de inspiratieve waarde van de H. Geest en gelijktijdig de uiting van de kracht van het onbekende dat we God noemen