Kosmische wetten en de werkingen ervan in de wereld

 

‘De wet achter het mirakel’

Inleiding

We zullen proberen op een eenvoudige en toch duidelijke manier parallellen te trekken tussen de kosmische wetten en de schijnbaar onredelijke gevolgen die ze op aarde kunnen hebben.

Als we te maken krijgen met gebeurtenissen die onverklaarbaar zijn, dan zijn we geneigd die te zien als een directe ingreep van ongeziene krachten. Dat kan soms waar zijn, soms ook niet. Zeker is echter dat er niets kan gebeuren dat niet direct samenhangt met een kosmische wetmatigheid. Alles wat er gebeurt op aarde, is gebonden aan bepaalde kosmische regels; dat geldt voor het hele Al.

Als we die regels kennen, dan kunnen we ook begrijpen hoe een mirakel tot stand komt. Want een wonder is alleen een wonder als men niet begrijpt hoe het gebeurt. Begrijpt men hoe het gebeurt, dan is het geen wonder meer; dan ligt het wonder misschien eerder in de beheersing van een bepaalde kracht of in een hanteren van een tot nu toe niet bekende wet dan in het gebeuren zelf. Een eenvoudig voorbeeld daarvan is het wandelen op water.

Wandelen op water, lijkt onmogelijk. Het is echter wel mogelijk maar dan moeten er aan bepaalde eisen worden voldaan. Het water moet in staat zijn uw gewicht te dragen. Als het bevroren is, kunt u wandelen op water. Als het niet bevroren is, heeft het een zekere oppervlaktespanning. Die oppervlaktespanning kan tijdelijk iets vergroot worden maar nooit zoveel dat het uw werkelijk gewicht kan dragen. Maar als u nu in staat bent om uw gewicht te verminderen, dan houdt u ongeveer 1/10 van uw normaal gewicht over en een vergroting van de oppervlaktespanning met een factor van ongeveer 700, waardoor u in staat bent om niet alleen op water te staan, maar ook daarop te lopen; d.w.z. er is frictie. U kunt zich voortbewegen over water.

Het is duidelijk dat bepaalde wetten daaraan ten grondslag liggen. In dit geval zou je het kunnen noemen: de wet van onderlinge veldattractie. Ze lijkt veel op de kosmische wet van gelijkblijvende velden en de verschillende magnetische wetmatigheden. Het gaat hier om de vraag: wanneer ik een bepaalde invloed uitstuur, wat gebeurt er dan om mij heen? In dit geval is het een schijnbare vermindering van gewicht door een gedeeltelijke afscherming t.a.v. de zwaartekracht waarbij de gehele energie die ik gebruik bovendien nog in zeer sterke concentratie in het water terechtkomt, daarbij over een oppervlakte van ongeveer 10 à 15 vierkante meter de oppervlaktespanning vergroot en op een bepaald punt zodanig dat ik op het water kan staan. Dit is maar een voorbeeld.

Voordat ik zo dadelijk ga beginnen met de echte les, moeten we eerst een paar van die wetten bekijken en zien wat ze kunnen doen. Daarna moeten we nagaan wat voor verschillende invloeden er op aarde zijn en hoe de kosmische wetten zich op aarde manifesteren. Het is duidelijk dat elke invloed in haar werking wordt bepaald door het milieu waarin ze optreedt. Deze factor is op aarde betrekkelijk eenvoudig te stellen omdat u de aarde allemaal kent.

De aarde heeft zwaartekracht. Ze heeft bepaalde dichtheidsverhoudingen van materie. Ze heeft een atmosfeer van een bepaalde samenstelling. Ze heeft een eigen stralingsveld van een gemiddelde dichtheid waarin bepaalde effecten optreden. Ik zou daarop niet te zeer natuurkundig willen ingaan. Ik ga wel proberen om zo duidelijk mogelijk te vertellen wat er eigenlijk aan de hand is.

Het belangrijkste daarbij is altijd weer de mens zelf, omdat de mens kan werken met die krachten. Ik geloof dat ik met het voorbeeld en de daarbij passende woorden heb gezegd waar we naartoe streven.

 

 

uit de cursus ‘De wet achter het mirakel‘ (hoofdstuk 1 ) – oktober 1977

Kosmische wetten en de werkingen ervan in de wereld

De kosmos op zich is in feite bijna een leefgeheel waarin een verzameling materie optreedt van verschillende dichtheid met verschillende bewegingssnelheden en daardoor een ontstaan van verschillende velden.

Een veld kunt u zich het best voorstellen als een aantal rimpels in een bak met water, als u een vinger daarin steekt. De rimpels die worden veroorzaakt, hebben dan o.m. de volgende waarden: ze kunnen deeltjes uitstoten (fotonen b.v., er zijn ook nog andere). Ze kunnen bepaalde trillingen uitstoten. We spreken dan over magnetische golven maar dat is niet helemaal waar; het zijn meer partikels welke die invloed golfsgewijs overbrengen Dan kunnen we ook nog spreken over vibratie of een zeer hoge trilling. In deze hoge trilling zijn eveneens kleinste deeltjes aanwezig. Je kunt ze bijna niet aanduiden. Het zijn eigenlijk meer breukdeeltjes van een neutron. (neutronen zijn daaruit samengesteld) en deze kleinste deel­tjes komen eveneens met golven voor rond massa.

Nu is het vreemde hierbij, hoe sneller de massa beweegt, hoe groter de hoeveelheid die ze achterlaat. Het is a.h.w. of het veld iets is wat achterblijft. Als je b.v. een sneeuwbal door water haalt, dan smelt hij. Wat achterblijft, wordt dus minder maar achter blijft een deel van wat er in de sneeuwbal heeft gezeten. Op die manier gebeurt dat ongeveer.

Het is in massa gerekend natuurlijk erg gering. Bij bepaalde hemellichamen is dat echter meer dan voldoende om heel behoorlijke storingen te veroorzaken. Alle invloeden uit het heelal komen ook op aarde aan. De aarde is daaraan gelukkig niet zonder meer aan blootgesteld. Ze heeft een aantal lagen in de atmosfeer, sommige daarvan zijn geïoniseerd, andere onderscheiden zich door specifieke statische ladingen waardoor een deel van die straling wordt tenietgedaan en een ander deel wordt omgevormd. Het is die omvorming welke bepalend zal zijn voor de resultaten die ze op aarde zullen hebben. Als u 10 seconden zonlicht ontvangt zonder de afscherming van de atmosfeer, dan bent u zo verbrand dat u het met 10 weken op het zand van de Sahara liggen niet kunt verbeteren. U heeft dan meer blaren.

We moeten begrijpen dat dergelijke verschijnselen alle gebonden zijn aan wetten. Een deel daarvan zijn wetten, die tot de ruimte behoren. In de ruimte geldt b.v. dat massa is opgebouwd uit eigen materie plus snelheid waardoor de samenhang van de materie mede wordt bepaald. Dat betekent dat hoe sneller een planeet gaat, hoe dichter ze zal zijn. Verder geldt daarbij dat de kerndichtheid weer bepalend is voor het hele spel van krachten in en rond de planeet. Daardoor wordt dan weer bepaald hoe dicht de materie zal zijn. Het is dus zo: de aarde b.v. heeft een betrekkelijk dichte korst. Je kunt naar een veel grotere planeet gaan en die heeft weer een gasachtig samenstelling zoals Neptunus. Maar als u denkt dat Neptunus gas is, dan wordt u wel lelijk genept. Neptunus heeft wel degelijk een kern. Deze is veel kleiner dan de aarde, ongeveer twee keer de maan. Die kern heeft een zeer behoorlijke vastheid. Wat daaromheen zit, is dus eigenlijk atmosfeer. Op die manier kunnen de mensen vergissingen maken.

We weten nu, de snelheid in de ruimte is bepalend voor allerlei verschijnselen, o.a. voor het optreden van massa. Dan komt daar nog iets bij, namelijk: een rechte lijn in de kosmos bestaat niet. Niet alleen op aarde maar ook in de ruimte bestaat ze feitelijk niet. Het is een ideale lijn die we kunnen uitstippelen. Op het ogenblik echter dat we ons gaan bewegen, ondergaan we o.m. elektrische en magnetische invloeden waardoor het onmogelijk is om die baan inderdaad lijnrecht te maken; ze gaat altijd met een boogje.

Een andere eigenschap van het heelal is, op het ogenblik dat de eigen snelheid zo groot wordt dat ze eigenlijk geen afscheiding van fotonen meer toelaat (dus als de lichtsnelheid is bereikt), wordt de massa groot en wel omdat er steeds meer fotonen worden opgenomen en gelijktijdig geen massa meer kan worden afgescheiden doordat er een veld is dat een dergelijke afscheiding eenvoudig verhindert.

Deze dingen hebben schijnbaar met een mirakel niet veel te maken. Schijnbaar. Maar er gelden in de kosmos ook nog andere regels. Die zijn dan wat minder stoffelijk. We zouden kunnen zeggen, dat op kosmische basis het enige verschil tussen een gedachte en een werkelijkheid in menselijke termen is gelegen in de bestaansintensiteit plus de bestaansduur. Dat betekent dat, als u heel intens en heel lang denkt, die gedachte materie is. Ze is een werkelijkheid waaraan u niets meer kunt veranderen, die volledig zelfstandig is in de beweging (de snelheid) en in de eigenschappen (de structuur) die u haar heeft gegeven en daardoor haar omgeving zelfstandig blijft beïnvloeden tot het ogenblik dat haar eigen bewegingssnelheid is teruggelopen en daardoor langzaam maar zeker die gedachte weer verwaast, uitdooft en er een toestand van absolute rust komt.

Als ik nu spreek over een mirakel waar heb ik dan mee te maken? Dan heb ik te maken met een verschijnsel dat niet te verklaren is met de verstandelijke kennis van de mens. Als vroeger de bliksem door de hemel flitste of insloeg op aarde, dan had men daarvoor alleen de goden om dat te verklaren want men kende er geen redelijke verklaring voor. Nu weet iedereen dat het een uitwisseling van statische lading is tussen de aarde en bepaalde ‘geladen’ wolken (in feite massa’s waterdamp) die door de beweging in de lucht die lading hebben opgenomen, negatief of positief.

Als mensen denken, dan is het denken van de mensen ook vergelijkbaar met zo’n wolk. Gedachten staan namelijk niet stil t.a.v. de materie; ze bewegen zich. Maar indien ze zijn georiënteerd op de materie, nemen ze een deel van de kracht daaruit over. Wanneer de gedachte dus intens is en lang genoeg aanhoudt, dan ontstaat er een lading. Als nu de afstand tussen het gedachtenbeeld en de materie niet zo groot is dat er een kenbaar verschijnsel kan ontstaan, zal op een gegeven ogenblik de energie van die gedachte zo groot worden dat ze niet meer alleen als gedachte kan bestaan. Op dat ogenblik ontlaadt ze zich en door die ontlading wordt ze mirakel.

Wat zijn de mirakelen die we op aarde aantreffen? Een mirakel is b.v. de zogenaamde paranormale genezing. Dan denken we aan Fatima, Lourdes en al die andere plaatsen. De mensen daar denken. Ze geloven. Er is een sfeer en daardoor brengen de mensen zelf de energie op waardoor hun gedachtebeeld voldoende spanning krijgt. Wanneer hier dan een wonder gebeurt, is het de ontlading van die spanning in een menselijk organisme.

Een ander wonder waarover men praat, is de verandering van materie. Dan denkt iedereen natuurlijk in de eerste plaats aan alchemisten die uit lood goud maken. Dat is mogelijk. Niet dat het nuttig of praktisch is, zeker in deze tijd niet, maar het is mogelijk. Wat gebeurt er nu?

In elk atoom zijn kleine spanningsveldjes. Er is een binding ontstaan van kleinste deeltjes, die t.o.v. elkaar in beweging zijn. Op het ogenblik dat ik in staat ben het tempo van de beweging te versnellen of te vertragen, kan ik de geaardheid van een atoom vervangen. Wordt het n.l. kleiner, dan kan het niet meer voldoende omloopbanen in stand houden. Een omloopbaan valt weg, daardoor komt er een elektron vrij en dus is de materie (het atoom] van structuur en eigenschap veranderd. Maken we daarentegen de banen heel groot, dan komt er ruimte. Gelijktijdig wordt de beweging natuurlijk versneld, de energie-inhoud t.a.v. de kern wordt te groot, er wordt een partikel aangetrokken (een elektron in casu) en daardoor ontstaat er een hoger atoomgewicht. Op die manier zou men goud kunnen maken.

Is dat een wonder? Helemaal niet. Want datzelfde kun je doen met mechanische middelen. Het wonderlijke is dat de menselijke geest in staat is om een dergelijk proces met zeer eenvoudige hulpmiddelen op gang te brengen. Het kost je wel jaren van je leven. Dat klinkt gek, een beetje demonisch, maar toch is het niet waar. Wat het je kost, is levenskracht, energie. Kun je die in voldoende mate weer terugkrijgen, dan is er niets aan de hand. Maar ben je niet in staat in dezelfde mate energie op te nemen als je haar afgeeft, dan komt er een ogenblik van uitputting. Dit betekent dat dan de mogelijkheid om energie van buiten weer op te nemen, kleiner wordt; en dat kost je levenskracht. U ziet, dit is allemaal niet zo ingewikkeld of verwarrend als het lijkt. Het zijn heel nuchtere en logische zaken.

Nu heeft de kosmos natuurlijk meer dan alleen een stoffelijk heelal. Ze heeft ook meer dan een paar sferen. Er zijn vanuit menselijk standpunt bijna een oneindig aantal mogelijkheden. Die mogelijkheden worden geregeerd door de grote kosmische wetten. Een van die wetten is de wet van evenwicht.

Die wet van evenwicht zegt onder meer: als ik op een punt een verandering aanbreng, zal op een ander punt een compenserende verandering plaatsvinden zodat het evenwicht gehandhaafd blijft. Dit is een zuiver magische regel: zo boven zo beneden. Het is volkomen waar. Dat is de sympathische magie waarmee je hier iets verandert en daar een effect krijgt. De kunst van de magie is helemaal niet de snelle verandering, het is een wetmatigheid. Het gebeurt als vanzelf. De kunst is, op grond van hetgeen je hier doet, te bepalen waar de verandering optreedt.

De meeste mensen hebben met de verandering van uitstraling veel meer te maken dan ze denken. Elke mens is eigenlijk altijd bezig om het evenwicht rond zich te veranderen. Dat betekent dat hij, zelfs als hij denkt en schijnbaar niets doet, toch buiten zich bepaalde dingen veroorzaakt. Wij noemen dat dan meestal noodlot, of we kijken eraan voorbij, of we zeggen: dat is altijd zo geweest. Maar als je het afzonderlijk bekijkt, dan zeg je: het is wonderlijk, het is haast onbegrijpelijk.

Nu is een mirakel precies hetzelfde, alleen op een spectaculaire manier. Laat mij een vergelijking nemen. In het oude Tibet had men speciale monniken, die als koeriers van klooster tot klooster liepen en daarvoor een trancetechniek hadden ontwikkeld, een soort lopen in trance. Men noemde hen gelumpa’s. Deze mensen liepen met een behoorlijk tempo (een gemiddelde van 20 km per uur) ongeveer 8 a 9 uur achtereen, zonder uitgeput te geraken. Dat wil heel wat zeggen. Men vertelde van hen: waar ze liepen daar boog het gras niet onder hun voeten. Gelooft u dat maar niet. Het gras boog heus wel. Deze mensen brachten zichzelf in een toestand waarin het bewegingsritme automatisch werd. Het werd een automatische spierfunctie waarbij niet behoefde te worden nagedacht. Hun lopen was eenvoudig ingeschakeld en zelf bleven ze geconcentreerd op energie. Hierdoor konden ze uit hun omgeving veel meer energie opnemen dan anders. Men noemt het dan wel prana, maar het is toch energie. Zo’n gelumpa zou misschien een sensatie vormen als hij marathon ging lopen met diezelfde techniek, want dan zou hij ongetwijfeld winnen. Als de mensen dat zouden zien in het westen, dan zeggen ze: die man heeft goed getraind, het is een wonder wat hij kan. Dat heb je met die vreemde volken.

Stel nu dat iemand diezelfde concentratiemethode gebruikt; niet om zijn eigen gewicht iets te verminderen en gelijktijdig zijn bewegingstempo te automatiseren, maar dat hij zijn verhouding tot de omgeving verandert.

Wat hebben we dan? Levitatie. De bron van de kracht is precies dezelfde. De concentratie is precies dezelfde. Alleen wordt hier het denkbeeld bepalend voor wat er gebeurt. Als u denkt: “naar boven toe”, dan gaat u iets naar boven. Denkt u “ik wil nader komen tot God”, dan moet u helemaal niet gek kijken als uw voeten op een gegeven ogenblik niet meer op de grond staan. Dat is dus heel iets anders dan wat nu in de Nederlandse politiek gebeurt. Die mensen staan ook niet met hun voeten op de grond, maar dat komt omdat ze hun verstand en hun benen niet gebruiken, maar alleen nog leuzen. Op leuzen loop je niet goed.

Wat ook erg interessant is, is de wet van de gelijkblijvende velden. Als alle andere waarden gelijk blijven, dan kun je uit een veld onbeperkt energie aftappen zonder dat daardoor de kernwaarde van dat veld of zijn mogelijkheden veranderen. Met andere woorden: het wordt niet kleiner, het wordt niet groter, het blijft zichzelf. De energie, die men eraan ontneemt, wordt kosmisch gecompenseerd. Wat is hier nu het wonder? De mensen zeggen: het is onbegrijpelijk, daar zijn mensen aan het genezen.

Hier geven ze een opdonder, daar een zegening en daarmee maken ze zo maar mensen gezond. Waar moeten ze die kracht vandaan halen? Heel eenvoudig. Als zij zich weten in te schakelen in een veld van levenskracht, dan kunnen zij onbeperkt daaruit putten zolang hun eigen instelling gelijk blijft.

Op het ogenblik, dat ze met de een meer medelijden hebben dan met de ander, dat ze dus een andere intentie hebben t.a.v. de een en van de ander, is het afgelopen. Zij moeten dus eigenlijk, in een soort suprème onverschilligheid, gelijktijdig de wil tot genezen en tot het ontvangen van kracht in zich dragen en dan gaat het. U ziet, die dingen werken op aarde wel eens heel vreemd uit.

Het wonderlijkst is voor de meeste mensen misschien wel dat er allerlei werelden dooreen lopen. Als u op aarde bent, heeft u te maken met een stoffelijke wereld. Dat er geesten zijn, is mogelijk, zegt men dan. Ik geloof er wel in, maar dat die geesten op aarde iets betekenen…… Ze kunnen natuurlijk wel wat voor ons doen. Maar dat die werelden niet werkelijk gescheiden zijn, dat ze wat kracht en vermogen betreft een eenheid vormen, dat ziet men over het hoofd. Er is een verschil van instelling, misschien een verschil in verschijningsvorm, maar geen verschil in essentie. Dat betekent dat alle sferen en werelden, die u zich kunt voorstellen, alle omstandigheden ook die voor een mens niet kenbaar zijn, in dezelfde orde van grootte vallen als de mens zelf. Daaruit kunnen we weer een paar conclusies trekken.

Een mens heeft een zenuwstelsel. U kunt die zelfs in twee afzonderlijke zenuwstelsels splitsen indien u dat wenst. Dat zenuwstelsel bevat een bepaalde vorm van energie. Dan heeft de mens spierweefsel. Dat bevat een vergelijkbare, maar lichtelijk anders afgestemde vorm van energie. De mens heeft ook een levenslichaam en dat bevat weer een minder direct afgestemde vorm van energie. Daarenboven heeft de mens een aantal geestelijk voertuigen, die echter wel meer zijn afgestemd, maar over het algemeen gemakkelijker gevarieerd kunnen worden in hun inhouden. Als een mens nu ziek is en hij wil zichzelf helpen, dan moet hij de vorm van kracht in zichzelf manifesteren die hij nodig heeft.

Nu zegt een kosmische wet dat een veld altijd gelijk zal blijven, omdat alle velden de neiging hebben zichzelf voortdurend in stand te houden zolang er een andere bron of krachtbron aanwezig is waaraan zij hun veldkwaliteit kunnen ontlenen. Wat u dus zou moeten doen, is u zo instellen dat u uw geestelijke energie en uw levenslichaam a.h.w. activeert. De een­voudigste manier is u voor te stellen dat u in een lichtstraal staat, want een dergelijke voorstelling maakt het de mens mogelijk zich te concentreren op die verbondenheid met dat andere. Dat dit andere nu hemzelf is, zijn eigen wezen en niet de een of andere bijzondere geest, dat is niet belangrijk. De voorstelling is niet belangrijk, wel dat dit wordt ervaren.

Wanneer er nu op een punt een tekort aan energie is en we voegen dit tekort in het totale veld en we worden ons ervan bewust, wat ontstaat er dan? Een transformatie van de andere vormen van energie, zodat ook het zenuwstelsel en het spierweefsel voldoende levensenergie krijgen. Zelfs het levenslichaam, indien dit misschien is beschadigd (het is mogelijk dat er een beetje energie is verdwenen), wordt weer in zijn normale vorm gebracht omdat de matrix (het wezen ‘mens’, het ‘ik’) nu eenmaal gebonden is aan een bepaalde mate van energie, een bepaalde verhouding van werking, van energieomzetting enz. Dit is misschien voor sommigen een praktische les.

Als u zichzelf wilt proberen te genezen, stel u voor dat u verbonden bent met een hoge lichte kracht. Denk dat u in een lichtbundel staat. Die lichtbundel geeft de eenheid aan van alle delen van uw wezen. Ontspan u. U moet niet ingespannen maar ontspannen ondergaan. U zult dan in vele gevallen een soort druk voelen, meestal bij het punt waar u zich voorstelt dat het licht het sterkst is. Dat is gewoon uw fantasie die dat doet. Daarnaast zult u voelen dat er een zekere verandering van spanning in het spierweefsel optreedt. Het kan een kwestie zijn van reflexen. Maar als er een spieratonie is (een spier die minder ontwikkeld is), dan kan het ook zijn dat juist die spier begint te bewegen. Uw zenuwstelsel is in die concentratie eigenlijk vergeten. Als u daarmee bezig bent, heeft u geen tijd om zenuwachtig te zijn. Dat wil zeggen dat het zenuwstelsel ook wordt opgeladen. En dat impliceert weer dat daardoor het gehele lichaam meer mogelijkheden krijgt om te functioneren zoals het behoort. Als het lichaam functioneert zoals het behoort, dan verdwijnen de kwalen vanzelf want ook een lichaam probeert zichzelf in stand te houden.

Als u met een ander bezig bent, dan kunt u uw energie misschien overdragen. Er werkt eigenlijk dezelfde wet, maar met dien verstande dat u zelf een storing veroorzaakt in het veld dat die ander is en daardoor de omgeving en eventueel ook zijn hoger ‘ik’ dwingt om zich daaraan aan te passen door hem de energie te geven die nodig is om weer een geheel te krijgen. Maar het betekent ook dat, als u iemand teveel energie geeft, hij daar ook ziek van kan worden.

Het is hetzelfde als met drinken. Iemand kan na twee borrels uitermate gezellig zijn. Maar geef hem er twintig en ik weet niet wat er dan gebeurt. Toch is een borrel alcohol op zichzelf een stimulerend middel. De energie die u geeft in aangepaste mate, is stimulerend. Ze brengt de werkingen binnen het ‘ik’ op gang. Ze brengt a.h.w. een aanpassing tot stand waardoor de fout wordt uitgebannen en de oervorm weer gaat spreken. Het beeld van de fout verdwijnt, de voorstelling van eigen normaliteit treedt op en er ontstaat in de ander weer hetzelfde proces, dat ik u heb beschreven bij genezing van uzelf. Dit zijn gewoon wetten die op aarde werkzaam zijn.

Voordat ik deze eerste les ga besluiten, moet ik ook meer algemene punten aanroeren.

Er is op aarde een punt waar een magnetische storing optreedt. Dat wil zeggen dat daar een aanmerkelijk geringere of grotere velddichtheid van het aardmagnetisch veld is dan normaal. Wat betekent dit? Het betekent dat op dit punt, astraal gezien, een grotere mogelijkheid bestaat om energie te geven of op te nemen.

Als nu een entiteit iets kenbaar wil maken en hij krijgt een vermindering van velddichtheid, dan kan hij daar alle energie kwijt die hij heeft. Maar hij kan die energie algemeen geven of hij kan ze eerst richten met een brandpunt op een stuk steen b.v. Wat gebeurt er dan? Dat stuk steen zal daardoor in temperatuur of eventueel in zwaartekracht veranderen. Het kan zich zelfs verplaatsen. Wandelende stenen zijn helemaal geen wonder. Ze zijn gewoon het gevolg van afwijkende omstandigheden die ter plaatse optreden waardoor invloeden, bewuste of automatische, toevallig zich centreren rond die stenen en daardoor hun beweeglijkheid veroorzaken.

Beelden in de wolken, is ook zo iets moois. De mensen zeggen: er zijn verschijningen. Hoe lang is het geleden dat er in Zwitserland een kruis was te zien in de lucht? Heel duidelijk een wolkenkruis. Dat is een vorm die niet zoveel voorkomt. Iedereen dacht dus dat het iets bijzonders was. Waar ligt nu de mogelijkheid dat zo iets tot stand kan komen?

In de eerste plaats had het te maken met luchtbeweging en luchtvochtigheid. Gewoon natuurlijke oorzaken. Als er geen wolken waren geweest of een mogelijkheid tot wolkenvorming, dan had het verschijnsel niet kunnen optreden.

In de tweede plaats was er zonlicht nodig. Bij nacht kan zo’n verschijnsel niet ontstaan.

In de derde plaats, en dat is nu het leuke, was er een denkbeeld. Dat denkbeeld kwam, vreemd genoeg, helemaal niet van een vroom iemand maar van een die dacht dat de wereld op het punt stond te vergaan. Deze had een aantal mensen rond zich verzameld. Met hen was hij heel druk bezig uit te kijken naar de komst van de Zoon des Mensen, gezeten op een wolk etc. om hun uitverkorenheid onmiddellijk als claim voor de troon te brengen. Hierbij speelde dit christelijk symbool voor hen een rol. Het werd door hen ook gebruikt. Er ontstond nu een soort luchtspiegeling waardoor de luchtbeweging op dat punt net iets minder werd. Doordat de luchtbeweging minder werd op dat punt en de temperatuur iets lager was, ontstond daar condens, net als bij een straaljager. Alleen, het gebeurde nu in een vorm. Het eindresultaat was een wolkenkruis met de volgende afmetingen: lange arm ongeveer 3 km, korte arm ongeveer 1,8 km. Een mooi kruis.

Er zijn mensen die zeggen: hoe is het mogelijk dat bergen reageren. Zij hebben dan gehoord van berggeesten die stenenregens teweegbrengen e.d. Zit er een geest in die bergen? Dat is wel mogelijk. Maar kan die persoonlijkheid met stenen gooien? Alleen onder bepaalde omstandigheden. Wat is daarvoor nodig? Vreemd genoeg, een deel van de menselijke levenskracht. Men noemt dat dan ectoplasma. Als er nu mensen zijn die geloven in die mogelijkheid, dan kan zo’n entiteit zijn eigen kracht zo veranderen, dat hij een deel van die energie te pakken krijgt.

Wat is nu ectoplasma? Dat is een levensenergie waardoor de lading ter plaatse zodanig groot wordt dat er een structuurverandering optreedt in b.v. de lucht. Dan kun je bijna spreken van een pseudopodie, een grijparm die ergens wordt uitgestulpt. Nu is er iemand die zegt: “pak die steen en je laat hem daar vallen”. Zo eenvoudig is dat.

Stenenregens komen erg vaak voor. Ze kunnen direct voorkomen, dus van plaats tot plaats of, als de betrokken entiteit een sterke geest is met zeer veel astrale energie, dan kan hij ook nog werken met dematerialisatie. En dan regent het wel stenen onder het dak, maar niet op het dak. Al dergelijke verschijnselen hangen samen met de grote kosmische wetten.

Nu is er nog iets. Tijd is voor de mensen een onveranderlijk iets waaraan je gebonden bent. Zelfs ik moet daarmee rekening houden, als ik met u bezig ben. Tijd is in feite ook weer een product van de werking van beweging plus massa. Als ik de situatie op een punt op aarde voor ongeveer een uur kan veranderen, dan kan er een overeenkomst ontstaan tussen die plek op aarde en een soortgelijke plek op aarde van 2.000.000 jaar geleden. Als zich daar toen een levend wezen bevond, dan kan ik het overplaatsen in het heden. Een reizen in de tijd, als het ware.

Dit reizen in de tijd is overigens niet precies beheersbaar maar je kunt wel degelijk de tijd ervaren. Het is zelfs mogelijk dat primitieve organismen uit het verleden, die op dit moment niet meer bestaan op aarde, hier weer tot leven komen omdat ze in een dergelijke tijdwarreling zijn terechtgekomen.

Een laatste punt: de wet van inductie. Het komt hierop neer: wanneer de stroom door een geleider loopt, dan ontstaat er om die geleider een elektromagnetisch veld. Dit veld zal in overeenstemming zijn met de spanning en de stroomsterkte die door de geleider gaan. Maar als ik dit zeg, dan zeg ik eigenlijk dat inductie een zelfstandige waarde wordt.

Dan gaan we een stap verder en gaan we de wisselingen van stroomsterkte zo snel maken dat het magnetisch veld niet de mogelijkheid heeft zijn eigen energie weer af te geven aan de geleider om daar de stroom in gang te houden. Wat gebeurt er dan? Dan krijgen we radiogolven. Inductie betekent dus eigenlijk dat er normaal een ademhaling is.

Als u een aura uitstraalt en u heeft energie nodig, dan neemt u een deel van die aura in uzelf terug. Als u dan weer even ademhaalt, dan komt ze weer naar buiten. Uw aura is niet gelijkblijvend. Ze is fluctuerend, ze is levend, ze is trillend. Maar als ik nu die fluctuatie kan opvoeren, dan is het mogelijk dat ik een soort radiosignaal uitzend. Zon radiosignaal beantwoordt dan aan wetten die vergelijkbaar zijn met die van de magnetische trilling die de radio uitzendt want het tijdsverloop is van plaats tot plaats zo gering dat schijnbare gelijktijdigheid optreedt bij zender en ontvanger.

Als er nu een mens is die sterk geconcentreerd denkt, dan is het mogelijk dat hij door de gedachte die fluctuatie zo intens uitzendt, dat ze een heel eind van hem af kan zijn. Op het ogenblik dat hij weer een ander deel van die gedachte in sterkte ontwikkelt, kan niet het geheel van die uitgestraalde invloed terugkeren. Dat noemen we dan telepathie als het gaat om overdracht van Symbolen. Maar vele andere dingen kunnen op gelijke wijze worden overgedragen.

Inductie betekent (niet alleen tussen mensen maar ook tussen materialen, tussen verschillende sferen en werelden) dat op het ogenblik dat met voldoende snelheid en afwisseling van trilling een bepaalde trilling wordt uitgezonden, deze zich elders schijnbaar gelijktijdig zal manifesteren en wel in overeenstemming met de mogelijkheden van de ontvanger.

Als je een visioen krijgt en tien mensen, over de gehele wereld verspreid, krijgen datzelfde visioen, dan kun je nooit zeggen: het komt van God. Dan kun je alleen zeggen: het is praktisch gelijktijdig ontstaan. Ofwel één van hen is de bron, dan wel: op een bepaalde wereld ligt de bron van dit signaal. De gelijktijdigheid en de vergelijkbaarheid van de visioenen betekent dat een signaal door verschillende mensen is ontvangen.

Intuïtie. Dit is precies hetzelfde. We zullen ongetwijfeld ook nog kennismaken met het gemeenschappelijke of bovenbewustzijn van de mensen en de wijze waarop dit weer inwerkt op de geestelijke werelden. Ook dit zijn weer inductiemogelijkheden en vergelijkbaarheden.

Ik zou nu willen stellen: verschijnselen als telekinese, psychometrie, andere paranormale verschijnselen, magie, zijn in feite niets anders dan de toegepaste werkingen van kosmische wetten, die overal gelijk gelden. Als u dat uit deze eerste les heeft begrepen, dan hebben we al iets bereikt. Want dan gaat u begrijpen dat het mirakel geen mirakel is. U kunt daar dan gebruik van maken. Dat is inderdaad mogelijk. Maar niet iedereen, die voor het eerst op een fiets stapt, kan fietsen. En voordat u als kind het eerste woord uitbrengt dat iedereen in verrukking brengt, heeft u eerst vele klanken uitgestoten. U heeft moeten leren om een bepaald klankpatroon te imiteren. Dat houdt in dat gebruikmaken van de kosmische wetten die achter elk mirakel schuilgaan, vaak een kwestie is van oefening of van aanleg. Maar elke mens heeft die mogelijkheden. Elke mens heeft die kans. Daarom zal het ongetwijfeld mogelijk zijn om in de loop van deze cursus enkele kleine proeven, kleine aanwijzingen te geven waardoor u zich gaat realiseren dat, met een klein beetje kennis en besef van uw mogelijkheden, u als mens meer kunt doen dan menigeen denkt.

U zei: er komt een tijd dat men minder energie kan opnemen. Maar als men zich daarvoor openstelt, kan men toch altijd energie opnemen?

Dat kunt u inderdaad maar het is ook een uitwisselingsproces. Als u ouder wordt, wat is daarvan dan de oorzaak? In feite vervuiling. Dat wil zeggen dat u niet in staat bent om alle afvalproducten van uw lichaam volledig uit te scheiden en daardoor steeds een totale vernieuwing in uw organisme mogelijk te maken.,

Als u bezig bent te denken en te leren, dan krijgt u een toenemende gedachte-inhoud. Maar daardoor wordt uw reactie, ook uw emotionele reactie, complexer. Door deze complexiteit is het vaak niet mogelijk de innerlijke rust en evenwichtigheid te bereiken die noodzakelijk zijn om alle kracht te ontvangen. Het wil dus zeggen: het is een theoretische mogelijkheid. Zoals eeuwig leven in de stof een theoretische mogelijkheid is, ofschoon de ingewijden die het zo’n duizend jaar hebben gedaan, denken: laten we in godsnaam maar eens ergens anders naartoe gaan.

Dan moet u beseffen dat ook de omstandigheden een rol spelen. Naarmate u meer wordt belast met emoties, spanningen, kennis, reactiemogelijkheden, eventueel reactiedrang in uw wereld, is de kans groter dat u niet geheel openstaat voor die energie, ook al probeert u daarvoor open te staan. Daarvoor moet u eerst de innerlijke rust verkrijgen waardoor alle spanningen, die uzelf opwekt, wegvallen en dus de energie in u kan doorwerken en alle onevenwichtigheden in uw wezen kan opheffen. Vandaar ook dat ik een bepaalde concentratiemethode heb aanbevolen, als u wilt proberen uzelf wat te verbeteren of te genezen.

Die concentratiemethode zou overbodig zijn op het ogenblik dat u zichzelf zou kunnen terugbrengen tot punt nul, dus tot een perfecte harmonie in alleen maar het denken. Op het moment dat dat zou gebeuren, n.l. bewustzijn en onderbewustzijn in rust, zou reeds als vanzelf het egalisatieproces binnen de persoon op gang komen.

Groene magie

Als je hoort spreken over de z.g. groene magie, dan denk je onwillekeurig aan Afrika, bepaalde delen van Azië en misschien de binnenlanden van Brazilië. Probeer je die magie te ontleden, dan ontdek je dat het gaat over allerlei geesten, allerlei planten en kruiden en daarnaast over allerlei onbegrijpelijke zaken, zoals het projecteren van een ‘ik’, het zenden van doodsgeesten en dat soort dingen. Het lijkt op een mengelmoes van bijgeloof en van een nog niet geheel te doorgronden kennis. Voor ons is het interessant na te gaan welke kosmische zaken daarbij op de achtergrond kunnen schuilen.

Waarom horen we bij alle groene magie steeds weer trommen? Waarom is het belangrijk dat een bepaalde samenstelling van trommen wordt gebruikt voor een bepaalde rite? Schijnbaar is dat niet logisch. Maar ga nu eens na wat er gebeurt.

Als ik op een trom sla, dan veroorzaak ik trillingen. Als ik een aantal verschillende trommen gebruik, veroorzaak ik dus een aantal verschillende trillingen. Als ik bovendien elke trom een eigen ritme geef, dan veroorzaak ik daarmee nog eens extra vormen van trillingen. Het is dui­delijk dat deze trillingen van de atmosfeer of van de lucht de mensen sterk zullen beïnvloeden.

Als ik een hypnoticum (een chemisch middel) gebruik of een natuurlijk hypnoticum (het sap van bepaalde planten), dan wordt hierdoor de mens suggestibel. Denkbeelden, waar hij normaal niet voor openstaat, worden nu door hem als werkelijkheid ontvangen. Als ik de juiste combinatie van trommen gebruik, heb ik in de eerste plaats een hypnoticum. Ik beïnvloed de mensen zodat ze openstaan voor bepaalde denkbeelden. Die denkbeelden worden voor een deel in de rite zelf uitgebeeld, voor een ander deel kunnen ze bestaan uit handelingen die daarna worden uitgevoerd.

Denk ik daarbij aan andere dan zuiver menselijke krachten, dan zal het denkbeeld op zich vaak al voldoende zijn om astrale en zelfs andere werelden tijdelijk aan te boren. Ik krijg de beschikking over vormen van energie die normaal niet aanwezig zijn. Daardoor kan ik dus ook resultaten verkrijgen die normalerwijze niet mogelijk zijn.

Als wij de medicijnmannen zien, die in deze groene magie werken, dan valt op dat ze niet alleen werken met kruiden en eventueel met drankjes en rookbekkens, maar dat ze daarbij ook dansen. Als we goed opletten, zien we dat ze niet voor elke ziekte dezelfde dans uitvoeren. Het ritme van hun stampen, hun ratels en zelfs de wijze waarop ze alles wat zij zich hebben omgehangen, zoals talismans e.d., geluid veroorzaakt, kan als het past bij de zieke wel degelijk diens gehele geestestoestand, diens totale mentale toestand wijzigen en gelijktijdig invloed hebben op het lichaam. Het is misschien niet zo afdoend als penicilline maar het werkt wel. Hier is het dus het gebruik van geluid.

Als je mensen ziet die bij een modern beatorkest staan die z.g. hotrock speelt, dan zie je diezelfde toestand van suggestibiliteit, van verdwazing ontstaan. Dat is duidelijk kenbaar want ze vinden het dan opeens mooi. Hier wordt geen bepaald doel beoogd maar eigenlijk is het de basis voor een magisch gebeuren, als je weet hoe je het moet doen. Er zijn rockers geweest die inderdaad een zekere magie gebruikten, die bepaalde denkbeelden, suggesties wisten over te brengen door een samenvoeging van visuele effecten en dat dreunende, al verdovende ritme. De groene magie is dus zeker niet helemaal uitgestorven, alleen een deel van de kennis die daarmee samenhangt.

Als we bij de groene magie verder onderzoeken wat er gaande is, dan zien we dat men gebruik maakt van allerlei stoffen in vaak zeer grote verdunning. Homeopathie zou men tegenwoordig zeggen. Nu werden die producten niet door fabrieken geleverd maar ze waren wel doeltreffend. Alweer, als ik een kleine reactie teweegbreng, verander ik daardoor de reactie van een geheel organisme. Daarop berust dat.

Als ik geesten wil oproepen, zal ik ook daarvoor in het algemeen drums nodig hebben, al is het maar één. Het moet wel een goede zijn. Dat wil zeggen: hij moet voor het doel geschikt zijn in toon en ik moet hem goed behandelen. Daarnaast heb ik vuur nodig. Vuur, niet voor de ordinatie op zich, maar omdat ik bepaalde stoffen kan verbranden. Bij verbranding van de juiste kruiden ontstaan in de atmosfeer van de omgeving allerlei vreemde chemische situaties. Ze zijn goed om daarin een manifestatie tot stand te brengen. Maar daarnaast zijn ze even goed bruikbaar om mijn eigen gedachten, die ik dan meestal zing in ritme met de drum, uit te zenden naar gebieden die niet helemaal meer beantwoorden aan de menselijke rede.

Een doodsgeest of een doodsboodschap zenden, is eigenlijk een kwestie van een zeer sterke telepathische uitzending plus het activeren van krachten, die niet behoren tot datgene wat de mens normaal kent.

Hiermee heb ik hopelijk aangetoond dat de groene magie eigenlijk niet onlogisch is. Alleen, ze gebruikt middelen die niet algemeen worden gebruikt. Welke regels gelden hier? De kosmos valt voor de groene magiër uiteen in:

  1. demonen, die soms dienaren zijn, soms ook verschrikkelijke heersers;
  2. de gewone geesten of helpers (soms goden);
  3. de natuur.

De natuur zelf is bezield. Als ik met de bezieling van de natuur werk, dan moet ik ook de middelen van de natuur gebruiken. Als ik met een watergeest wil converseren, dan doe ik dat bij een waterval. Wil ik met een boomgeest spreken, dan zal ik die boom uitzoeken waarin hij voor mij het meest kenbaar is, een kwestie van gevoeligheid. Ik zal mij onder die boom zetten en mijn gedachten naar de boomgeest uitzenden.

Heb ik echter een demon nodig, dan heb ik te maken met een wereld waarvoor ik een beetje bang ben. Daarom beeld ik voor mij de demon uit als een verschrikkelijk wezen. Dat kan een kaaiman zijn, een krokodil, een slang of een luipaard. Al datgene waarvoor ik bang ben, geldt als de oervorm waarin ik een demon kan zoeken. Hier is dus kennelijk de angst, die men heeft voor de voorstelling, bepalend voor het demonische karakter van hetgeen men daardoor probeert op te roepen.

Zoek ik een goede geest, dan zal ik in de eerste plaats beginnen met te zoeken naar een beeld dat juist is; een voorvader b.v. Is dat niet voldoende, dan zoek ik naar een kracht die thuishoort in verhalen of legenden. Iemand, die eens bepaalde kwaliteiten sterk bezat, wordt een godheid. Iemand die eens grote gaven heeft geschonken aan de stam, wordt een godheid. En om hem toegankelijker te maken, maak ik een beeld. Voor een demon maak ik niet zo gauw een beeld, wel voor een voorvader, wel voor een godheid. Want die beelden moeten dienen als concentratiemiddel. Ze zijn de voorstelling waarmee ik dergelijke krachten probeer aan te roepen. Is dat nu onlogisch? Ik weet dat nog zo niet. Als je nagaat dat de mensen geloven, dat God door bepaalde mensen kan spreken, waarom zou je dan niet geloven dat andere zielen door mensen kunnen spreken? Als ik geloof dat een engel op mijn gebed kan worden uitgezonden om elders een zieke bij te staan of een bedroefde te troosten, waarom zou ik dan niet aannemen dat een voorvader dat ook kan? Mogelijk is de betrokken entiteit dezelfde. De vorm waarin ik mij hem voorstel is niet bepalend; het wezen dat ik op die manier activeer is bepalend.

Er geldt in die magie een regel die ze zelf eigenlijk niet kennen maar die toch wel voor al hun werken beslissend schijnt te zijn: gelijk roept gelijk. Het is dus een sympathische magie. Als ik een goede geest wil hebben, dan moet ik een voorstelling hebben van het goede en de goede geest komt. Werk ik met het kwade, dan moet ik een voorstelling hebben van het kwade. Ik moet mijzelf omvormen tot het kwade of een beeld maken van het kwade. Maar ik mag dat nooit lange tijd in het openbaar laten zien want dan zou die geest macht krijgen. Alweer, gelijk zoekt gelijk.

Ik verbrand kruiden. Wat voor kruiden verbrand ik? Dat ligt natuurlijk aan mijn bezwering. Als ik iemand wil doden, dan zal ik giftige planten, slangengif, schedels van slangen e.d. in het verbrandingsproduct mengen. Waarom? Voor mij is dit gif: gelijk zoekt gelijk.

Wanneer iemand om regen wil dansen (wat weer een andere vorm van magie is die in de groene magie veel voorkomt), dan moet hij er ook rekening mee houden dat hij, wanneer hij aan zijn regendans begint, in feite de regen uitbeeldt. Hij wordt de regen. En als hij de regen is, kan de regen hem niet weerstaan; daardoor zal de regen vallen.

Dit beroep op gelijkheid is voor ons misschien erg simpel. Je kunt zeggen: als A gelijk is aan B, dan zijn ze onderling verwisselbaar; wat bij A gebeurt, zal ook bij B gebeuren, anders zijn ze niet meer gelijk. Maar dat is niet logisch. Kosmisch gezien is het wat logischer omdat je uitgaat van het standpunt dat alle waarden in de kosmos een eigen karakteristiek hebben, en die kun je niet veranderen. Als die karakteristiek elders optreedt, dan wordt ze daardoor deel van de oerkracht waarin dat karakter aanwezig is. Het is dus niet zo dat de mens op aarde demon wordt maar hij wordt een verlengstuk van de demon, een deel van een demonisch geheel. Wanneer een mens levenskracht overbrengt, dan is hij op dat moment geen magiër. Neen, hij is deel van de levenskracht. Het deel worden van iets (b.v. levenskracht) is kosmisch denkbaar.

Een ziekte is een demon die moet worden uitgedreven want er is geen evenwicht. Als er ziekte is en ik jaag die hier weg, dan moet ze ergens anders naartoe. Ik kan haar niet doen verdwijnen; ik kan alleen haar manifestatie veranderen.

Als je zo ver bent, ga je vanzelf al begrijpen: die magie is niet zo dwaas als ze lijkt. Maar ze gaat van veronderstellingen uit die men in de westerse redelijke wereld niet accepteert.

Als ik nu, zoals vaak gebeurt, een tekeningetje maak, bepaalde stoffen samenvoeg (b.v. een beetje aarde, een blad, een deel van een bepaald dier, een paar haren e.d.), maak ik in feite een combinatie van krachten. Het is deel van een groot geheel. Als iemand dat bij zich draagt, dan zal dat deel zijn van het geheel op hem overgaan. De invloed is onmiddellijk bij hem, ze zal hem dus omringen en daardoor zijn mogelijkheden veranderen. Het klinkt allemaal een beetje dwaas, maar dat is wel zo.

De magiër zal in sommige gevallen ook symbolen gebruiken. Hij kan de kosmos uitbeelden met een paar veren, een paar botjes, of hij kan lijntjes trekken op de grond, op een stukje hout, desnoods op een vel papier. Wat doet hij nu feitelijk? Hij tekent niet, hij maakt zichtbaar wat er is. Het is dat zichtbaar maken van het onbekende waardoor hij toegang krijgt tot de wereld van de mens. En hier geldt weer: gelijk is dus altijd gelijk, ook als het wordt uitgebeeld. Symbolen nemen de plaats in van de werkelijk­heid. Maar de werkelijkheid kan zich evenmin aan het symbool onttrekken als de kracht die wordt gesymboliseerd zich zou kunnen onttrekken aan de uitbeelding in een symbool en daarmee aan de noodzaak om op de werkelijkheid te reageren. Toch zijn er dingen bij de groene magie waarvan je je afvraagt: zijn die mensen nu zo dom of wat doen ze?

Bijvoorbeeld: wanneer een regendans is gedanst en het heeft geen resultaat gehad, dan gaat men eerst de geesten van de droogte verdrijven. Hoe doet men dat? Door vuur aan te leggen. Dat is het meest krankzinnige en gevaarlijke wat men in een uitgedroogd land kan doen. Maar als dat vuur wordt ontstoken, ontstaat daardoor beweging in de lucht. Er wordt as in de lucht gebracht, kortom, als er ergens ook maar een beetje vochtigheid is, zal daardoor een wolk worden gevormd die zich dan weer in regen kan ontladen. Het klinkt allemaal vreemd. Maar zijn die mensen dan zoveel dwazer dan degenen die met jodiumzouten een wolk bestrooien opdat het zal gaan regenen? Of als degenen die elders zout in grote hoeveelheden gaan verbranden opdat er neerslag zal komen? Ik weet het niet. Het lijkt mij dat hun methode in dit geval bijna wetenschappelijk is. Het enige dat verschilt van de wetenschappelijke benadering is het feit dat de magiër zichzelf vereenzelvigt met de wolk die zo is ontstaan en daarmee, voor een deel althans, haar ontlading en haar verzadiging mee bepaalt. Daardoor laat hij de regen vallen waar dat nodig is. Maar is dat nu zoveel vreemder dan wat de moderne wetenschap doet?

De moderne wetenschap weet dat, als je op een bepaalde manier iets verhit en de juiste stof wordt verhit, daardoor een koeleffect kan ontstaan. En omgekeerd, door bepaalde stoffen af te koelen, ontstaat er op een bepaald punt een circulatie van lucht die ten slotte een uitstraling van temperatuur (warmte) teweegbrengt. Men weet dat lucht kan worden samengedrukt en dat ze dan warmer wordt, de hittegolf. Dit vindt men allemaal normaal. Maar als ik nu iets kan samendrukken in de atmosfeer, zonder dat ik daar iets omheen heb dat iemand kan zien, wat krijg ik dan? Toch precies hetzelfde effect. Het is gewoon de kunst om waar te maken wat je met je gedachten kunt waarmaken en daarbij de stoffelijke hulpmiddelen opzij te zetten.

De groene magie is ontstaan in landen waar men aan stoffelijke hulpmiddelen niet al teveel had. Wat men had, was zo eenvoudig dat er van een technische benadering geen sprake kon zijn. Juist daardoor werden de mensen meer geconfronteerd met hun eigen mogelijkheden en krachten. Dat er veel bijgeloof is, veel suggestie, dat er veel onzin wordt verteld in die magie, dat staat wel vast. Maar men denkt dat de magie ligt in wat wordt gezegd. Dat is niet waar. Het ligt in de situatie die ze tot stand brengt.

Als ik mij in een koude kamer concentreer op een steeds dichter worden van de atmosfeer op een bepaald punt, dan gaat er op den duur van dat punt warmte uit waardoor de temperatuurverhouding in de kamer wordt gewijzigd. Maar dan blijkt dat de temperatuur op het punt dat het verst verwijderd is van de concentratie, gedaald is. Ik heb dus het temperatuurevenwicht verschoven. Ik heb niet warmte tot stand gebracht die er nog niet was. Ik heb alleen warmte kenbaar gemaakt die reeds aanwezig was en die ergens anders weggehaald. Dit kunnen de mensen misschien nog begrijpen want het klinkt erg technisch.

Wat doet nu de magiër, de medicijnman? Een van zijn liefste trucjes is wel om een hoop bladeren neer te gooien en die dan spontaan te laten branden. Een slechte tovenaar gebruikt daarvoor een kalebas waarin een paar gloeiende kooltjes liggen. Hij blaast er voorzichtig in en een rookwolk begint op te stijgen. De goede magiër doet het zonder dat. Hij gebruikt precies hetzelfde trucje. Hij concentreert zich zozeer op verhoogde beweeglijkheid van, wat hij noemt, ‘warmte’, dat inderdaad de warmte uit de omgeving wordt weggehaald en elders tot uiting komt. Daaruit blijkt dat hij dus met zijn gedachten a.h.w. de trilling kan veranderen. Hij kan geen energie erbij voegen en hij kan haar niet wegnemen, maar hij kan de verhouding veranderen. En die veranderde verhouding betekent dan op aarde een ander effect. Hij gaat dan spreken met b.v. een voorvader. Negers hadden daar nogal eens een handje van. Deze mensen produceren dan een stem. Dat is buikspreken, zegt men dan. Natuurlijk is dat buikspreken; dat is het effect dat de tovenaar produceert. Maar de woorden? Wat zijn de woorden?

Wanneer de tovenaar zich vereenzelvigt met de voorvader en een geestelijk contact tot stand brengt met iets wat beantwoordt aan zijn voorstelling van die voorvader (een andere persoonlijkheid), dan neemt hij een deel van de inhoud daarvan over. Wat hij zegt, is vaak buitengewoon juist. Je kunt op die manier heel veel tot stand brengen.

Een bekend stukje groene magie dat we zowel kunnen vinden op Borneo, Nieuw-Guinea, alsook bij de Kaffers in Zuid-Afrika, toont aan dat de natuurmensen daar in staat zijn om zich één te gevoelen met de omgeving. Ze worden rustig en ze voelen het terrein aan. Het gevolg is dat ze weten te vertellen dat je op 20 km afstand water vindt. Op 5 km afstand vind je die soort dieren en daarginds kun je die planten vinden. Deze manier van afstemmen moet ook weer zichtbaar worden gemaakt. Of de inboorling beseft wat hij doet in dit proces (dit infiltreren a.h.w. in de natuur rond hem), dat betwijfel ik. Maar in wezen is het toch wel zo, als ik invloeden die tot de natuur behoren opneem, worden alle afwijkingen van de norm daarin, die ik rond mij heb, zichtbaar.

Dat zichtbaar maken, kan dan gaan door middel van een pijl, wat in Nieuw Guinea wordt gebruikt bij bepaalde stammen. Op Borneo bij Serawak zijn ook een paar stammen die dat doen. Je neemt een pijl, je draait in de rondte en je schiet de pijl af. De richting waarin ze gaat is de goede richting. De werper is kennelijk niet in staat om zich zuiver te oriënteren, daarom wordt het ogenblik dat de erkenning optreedt, niet door het bewustzijn vastgelegd maar het wordt overgezet in een onbewuste impuls, namelijk het loslaten van de pijl op de gespannen boog.

Op soortgelijke wijze werkt de speermagie die o.m. aan de Ivoorkust werd gebruikt. Als je niet weet wat je moet doen, dan begin je een wervelende dans waarbij meestal 3 werpspiesen worden gebruikt. Je stelt je in de omgeving op. Wil je weten waar de jachtbuit is, dan probeer je die invloed aan te voelen en in de werphand ontstaat automatisch a.h.w. het signaal van: nu moet ik gooien. Het wonderlijke is dan dat die mensen drie werpspiesen gooien die vaak niet meer dan 10 cm van elkaar, over afstanden van 50 meter zelfs, terechtkomen. Daar moeten ze naartoe, zeggen ze dan, en het klopt. Een dergelijke oriëntatie is voor een westerling haast ondenkbaar. Maar als we aannemen dat de hele wereld een organisme is, dat er een waarde is die het hele leven op aarde omvat, dan is het duidelijk dat elke afstemming daarop de mogelijkheid geeft om ook te zeggen waar iets is.

Een voorbeeld van die gevoeligheid kunt u zien bij soldaten in de oorlog. Er zijn soldaten geweest die door een mijnenveld liepen zonder te weten dat het er was en zonder een mijn te raken, ofschoon het systeem zo was ontworpen dat het zeer onwaarschijnlijk was. Uit de oorlog 1914-1918 is bekend dat iemand vóór een gasaanval voorbereidselen trof om zich te beschermen, naar hij zei, omdat de lucht zo droog was. De natte doek die hij voorbond redde zijn leven. Het is de gevoeligheid voor iets wat aanwezig is of voor iets wat reeds aan de gang is. Alleen, het wordt niet bewust gemaakt, het is geen magie, het is toeval. Op het ogenblik dat je dit in een systeem gaat onderbrengen, heb je magie.

De regels die hierbij horen zijn eenvoudig genoeg. U moet het zich zo voorstellen

  1. Alle leven is een geheel. Wanneer in dit geheel veranderingen plaatsvinden, zal daardoor een beweging ontstaan. Deze beweging kan van elke plaats af door dat geheel worden aangevoeld, zoals een spin de trillingen van het net voelt en niet alleen weet wat er in het net zit maar ook waar het zich bevindt. Een ‘ik’ dat deel wordt van de omgeving, spontaan of bewust, zal hierdoor alle invloeden uit de omgeving opnemen en daarop kunnen reageren. Dieren bezitten dit gevoel in sterkere mate dan mensen, maar ook mensen kun­nen er gebruik van maken.
  2. Wanneer ik een bepaalde waarde zoek, zal ik niet altijd in staat zijn bewust de plaats daarvan weer te geven. Daarom is het beter om onbewuste reacties te gebruiken waardoor iets duidelijk wordt gemaakt. Het gehele bewustzijn, inclusief het onderbewustzijn, zal nl. wel juist reageren en niet de moeilijkheid vertonen van een denkvermogen dat probeert te formuleren en daarmee de juistheid van het gegeven zelfs ondermijnt. Dan geldt de z.g. kristallisatietechniek in de groene magie. Als er een ziekte is, is het kruid dat geneest in de nabijheid. Die techniek zegt: als ik niet weet wat ik moet doen, ga ik af op de voor mij kenbare harmonieën. Daar waar kenbare overeenkomsten of harmonieën zijn, moet ik aannemen dat er een mate van overeenstemming in leven of uitstraling bestaat. Indien ik het een wil opheffen, zal ik het moeten overbrengen naar het ander. Bij gelijke vormen en inhouden van leven is dit eveneens mogelijk. Het is niet mogelijk indien beide verschillend zijn.

In de primitieve geneeskunde geldt: niets is giftig en alles is giftig. Al wat bij u past, is heilzaam. Al wat niet bij u past, is giftig. Daarom is het belangrijk te weten wat bij iemand past. Elke patiënt kan voor dezelfde kwaal toch andere geneesmiddelen nodig hebben want het is zijn persoonlijkheid waar het om gaat, niet de kwaal. Het wonderlijke is dat hiermee regelmatig resultaten worden bereikt.

Toen men de groene magie in de westerse wetenschap begon te mengen, is er veel verloren gegaan. Maar de basiswaarden van de groene magie bestaan nog steeds. De krachten waarmee u werkt, als u probeert paranormaal iets te bereiken, zijn niet zo verschillend van de krachten waarmee de groene magiër werkt. Als u een telepathisch contact tot stand brengt, doet u als de magiër die zijn geest uitzendt of die een invloed uitzendt waardoor iemand gezond kan worden, kan sterven of gewaarschuwd wordt. De verschillen zijn misschien gradueel maar niet essentieel. Als u dat voor ogen houdt, zult u begrijpen dat de toepassing van kosmische wetten niets anders is dan een poging om de oude kennis om te zetten in voor het moderne denken meer aanvaardbare termen.