De wet van evenwichten

DE WET VAN EVENWICHTEN HAAR UITWERKINGEN IN DE WERELD

De wet van evenwicht stelt, dat de totaliteit altijd in evenwicht blijft, zodat elke verschuiving te ener tijd een gelijkwaardige verschuiving te anderen zijde ten gevolge heeft. Een heel vreemde wet misschien, maar het is toch werkelijk waar. Indien men dit in natuurkundig opzicht gaat bekijken, dan spreekt het wel voor zichzelf. Als ijs ontdooit, dan moet er warmte worden onttrokken; er is dus een omzetting van energie. Er gaat net zoveel energie naar het ijs toe om het te ontdooien of naar het water om het op temperatuur te brengen als er aan de omringende lucht wordt getrokken. En zo kan men doorgaan. Als men dit echter geestelijk gaat bekijken ‑ en dat is toch wel de be­doeling vandaag ‑ dan ligt het toch een beetje anders. Wij staan b.v. voor de kwestie van goed en kwaad. Nu kan dat voor ons wel een zeer relatieve zaak zijn. We hebben echter ons eigen oordeel van wat wel en wat niet aanvaardbaar is, of van wat goed en wat niet goed is. Op het ogenblik, dat ik iets doe wat volgens mij goed is zal er ergens iets optreden wat volgens mij kwaad is; en staat dan in directe relatie met elkaar U zou kunnen zeggen, dat de gehele wereld een voortdurende interactie is, waarbij de verschillende waarden elkaar voortdurend opheffen. Gelukkig geldt dat niet in de tijd. Indien wij het in de tijd bezien, dan ontdekken we dat op een bepaald moment in de tijd alles goed kan zijn en dat daarna een periode komt, waarin alles kwaad kan zijn, en dan weer een tijd, dat het weer goed wordt, enz. Omdat dit betrekkelijk regelmatig pleegt voor te komen, spreken we dan van verschillende periodiciteiten. Nu moeten we even nadenken: Als ik dus vandaag buitengewoon goed ben, dan is het bijna zeker, dat ik buitengewoon kwaad word. Als ik buitengewoon kwaad ben, dan komt er een ogenblik dat ik goed word. Misschien doet u dat denken aan de huiselijke omstandigheden, waarbij een felle woordenwisseling vaak de meest intense verzoening ten gevolge kan hebben en het begane onrecht door, bosjes bloemen e.d. vaak op een werkelijk treffende wijze weer wordt hersteld. De hele kwestie is dus, hoe staan we er zelf tegenover? En dan moeten we zeggen:

In de wet van evenwicht kan door onszelf geen invloed worden uitgeoefend op het Al rond ons. Wij kunnen de stabiliteit daarin niet verstoren. In onszelf kunnen wij veranderingen tot stand brengen, voor zover deze gepaard gaan met een uitbreiding van evenwicht. Waar een uitbreiding van evenwicht in ons plaats vindt zal ze niet eenzijdig, maar tenminste tweezijdig zijn. Indien ik ontdek, dat bepaalde dingen goed zijn, dan zal ik ook weten dat daar een nega­tief begrip tegenover staat dat kwaad is. Nu ga ik nog een stap verder en zeg: Ik kan dus geen goed en geen kwaad doen. Ik kan alleen maar beseffen. Voor zover het van mijn bewustzijn uitgaat is het belangrijk dat ik volgens mij eigen bewustzijn handel. Doe ik dat n.l. niet, dan wijs ik de erkenning, die eraan verbonden is, af. Zou iemand werkelijk volledig kwaad willen zijn en zou hij dat van harte doen, dan zou hij ook moeten beseffen wat goed is. Hier treedt dus een heel groot verschil op t.a.v. wat de mensen over het algemeen “goede mensen” en “kwade mensen” plegen te noemen. Mensen die volgens u slecht zijn, zijn mensen voor wie goed en kwaad geen gedefinieerde waarden zijn; hun bewustzijn gaat niet verder. Mensen die u goede mensen noemt of goed hebben gedaan zijn mensen die een zeer groot besef van goed en kwaad hebben en wier bewustzijn zich in beide richtingen steeds verder uitbreidt. Gezien de consequenties van deze wet voor de mens ons eigenlijk onderwerp vormen, moeten wij proberen hier een klein beetje het mechanisme te laten zien. In deze korte inleiding kan ik dat niet uitvoerig doen, maar misschien toch wel voldoende om u te doen beseffen waar het eigenlijk om gaat. Op het ogenblik, dat er ergens op aarde goed wordt geboren, ontstaat elders kwaad. Het feit, dat het westen welvaart kent, impliceert dat het oosten ellende kent. Zou het oosten welvaart vinden, dan zou het westen ellende kennen. Ik weet: dat is een beetje erg direct gesteld, maar u moet begrijpen dat het enige wat wij kunnen doen in de wet van evenwicht is de acties of feiten, maar steeds van bewustzijns- of ervaringsmogelijkheden. U kunt de armoede in India enz. opheffen, zonder dat u daarvoor grote stoffelijke bijdragen behoeft te leveren. U behoeft uw eigen welvaart niet naar dat land over te hevelen, maar u moet in dat land een besef, een bewustzijn wekken, waardoor dat land voor zichzelf goed en kwaad anders gaat definiëren; (wenselijk en niet‑wenselijk anders gaat zien. Dan is het zeer wel mogelijk, dat India tot een redelijke welvaart komt, zonder dat u dit zelf zult moeten financieren aan de ene kant en aan de andere kant zelf daaronder zult lijden, indien die welvaart teloor gaat. Bij de mensen is n.l. het bewustzijn en daarmee het denken, de filosofie, de esoterische en exoterische ontwikkelingen van het allerhoogste belang. Men kent hier nog het gezegd; Ex Oriënt lux, uit het oosten komt het licht. Dat is inderdaad waar geweest. In de tijd, dat men hier nog bezig was elkaar met bijlen te mishandelen, gebruikten de Chinezen reeds rookpotten (primitieve gasoorlog), raketten voor oorlogsdoeleinden e.a. en hadden zij al een soort blokdruksysteem uitgevonden, ofschoon er nog geen Laurens Jansz. Coster of een Gutenberg ook maar in het verschiet te bekennen was. Al die kennis is doorgesijpeld naar het westen als idee, als ervaring, als verandering van levensgewoonte. Het westen kreeg daardoor op een gegeven ogenblik meer betekenis voor het oosten. De verandering in bepaalde feodale verhoudingen, die in het oosten ook al betrekkelijk oud is (denk maar eens aan Akbar de Grote b.v.), kwam wederom uit de westerse of moet ik zeggen Middellandse Zee‑beschavingen. Als wij verder denken en we zien het Christendom, dan moeten wij erkennen dat het Christendom in zijn formulering en denken zeer veel te danken heeft aan de oude oosterse wijsheid. Dat het in zijn vorm de Griekse wijsheid heeft meegenomen. Dat Christendom echter regeerde primair in Frankrijk. Uit Frankrijk komt de christelijke invloed terug als een grote golf. Aan de andere kant zien we de Islam ontstaan, die ook weer het Christendom absorbeert, maar gelijktijdig een tegenstelling gaat vormen tegen het Christendom. Op deze manier zien we die ontwikkeling door de gehele geschiedenis heen. Hetzelfde zien wel als we kijken naar de ontwikkeling van grote rijken en hun ondergang. Eerst zien we een periode, waarin de mensen moeten strijden om te leven. Dan strijden ze voor luxe. Vervolgens laten ze anderen strijden voor luxe en dan zien wij dat zij zich zozeer op anderen gaan baseren (er ontstaat dan ook een zeer uitgebreid slavendom), dat zij zichzelf niet meer beheersen. Door hun onbeheerstheid ontstaan er communale, sociale en communicatieve problemen in hun maatschappij, welke leiden tot een verdeeldheid van de massa met als resultaat: ondergang. Maar de beginselen, welke in die periode van grootste luxe zijn overgedragen aan slaven (ondergeschikte volkeren; aan barbaren, zouden de Romeinen zeggen), zijn dan weer de basis van de ontwikkeling, die bij de barbaren plaatsvindt. De barbarenvolkeren, die Rome hebben verslagen (dat zijn er een paar geweest), deden dit door de kennis, die ze van de Romeinen hadden overgenomen en in hun eigen milieu hadden ontwikkeld. Dit is allemaal historie. De geschiedenis is natuurlijk gemakkelijk om daar mee iets aan te tonen, dat weet ik wel, maar ook in uw eigen leven zult u dergelijke perioden ongetwijfeld hebben meegemaakt. Er is een tijd geweest, dat u enorm veel van het leven verwachtte. Er is een tijd geweest, dat u iets van het leven kreeg en meende recht te hebben op meer. Toen is er een ogenblik gekomen, dat u niets meer had en dat u alle reserves bij elkaar moest halen om eigenlijk nog in leven te blijven of om nog als normaal mens door het leven te kunnen gaan. Voor sommigen zijn die perioden langer, voor anderen korter, maar ze zijn er. Dan blijkt, dat wat u leert in de periode dat u het meest in de verdrukking zit, bepalend, is voor hetgeen u zult doen, wanneer u weer tot een hoogtepunt van ontwikkeling komt. Er is een zuiver evenwicht. Negatief en positief vullen elkaar aan tot de totaliteit, die wij leven of kosmos noemen. Van deze wet van evenwicht wordt veel gebruik gemaakt o.a. in de z.g. magie (het occultisme). Daarnaast ook in vele religieuze voorstellingen. Het conflict God ‑ duivel is er eigenlijk ook een, dat uit die tegenstelling en de noodzaak tot evenwicht is ontstaan. Zoals de kwestie van de Jezus‑verering, maar ook de Maria‑verering in feite behoefte is aan een zekere evenwichtigheid. De mens kan het zonder dit evenwicht in zijn leven en in zijn beleven niet stellen. Als hij weet dat dit evenwicht bestaat, dan kan hij er vaak in zoverre iets aan doen, dat hij door een actie een tegenactie (reactie), diametraal er tegenover gesteld, oproept. Nu is het misschien niet zo vreemd meer, dat we in de oudheid mensen dieren zien doden om vruchtbaarheid, leven af te smeken; en dat zij, als het erom gaat een vijand te doden, als offer de vrijheid geven aan dieren, ook al sturen ze die vaak de woestijn in of laten ze die gewoon los onder het volk. Dit is een eenvoudig magisch principe: Ik doe het tegenovergestelde van wat ik wil bereiken, dan zal de kosmos zelf ergens het evenwicht moeten herstellen. Het enige, wat de magiër dacht en wat de occultisten vaak ook nu nog denken is; Ik kan dat gevolg dan bepalen. Dit laatste lijkt me twijfelachtig, omdat er een zeer grote specialisatie voor nodig is. En dit specialisme, juist in geestelijke zaken (een inzicht in oorzaak‑en‑gevolg‑werkingen, wat dan noodzakelijk is), vindt men bij heel weinig mensen. Het is dus geen gemakkelijk te hanteren procedure. U kunt hieruit nu begrijpen, dat onze verhouding tot de totaliteit wordt bepaald door wat we zelf zijn en doen, maar ook door de tegengestelde actie (de reactie), die we tot stand brengen. Indien wij daarvan een voldoende bewustzijn bezitten, kunnen wij tenminste voor onszelf zeggen:

  1. Wat ik ook doe, het zal voor de mensheid niet van beslissend belang zijn, omdat in de periodiciteit die optreedt er altijd een compensatie is van hetgeen ik doe, of ik dit nu ten goede of ten kwade heb gedaan.
  2. Voor mijzelf is alleen bepalend, dat ik mij bewust word. Zolang voor mij een ervaring of een kennis aanvaardbaar blijft, zal zij niet een eenzijdige maar een tweeledige uitbreiding van mijn bewustzijn tot stand brengen.
  3. Hoe meer kennis ik voor mijzelf verzamel, des te groter ook voor mij het gebied wordt, waarvan ik in feite niets weet.

Als u deze punten beschouwt, dan komt u tot bepaalde vragen. U zult er onge­twijfeld enkele stellen na de pauze, maar ik wil er nu alvast een paar behande­len.

  1. Is het de moeite waard om kennis te vergaren? Antwoord: Ja, want het is vaak belangrijker te beseffen, dat men iets niet weet, dan niets te weten. Omdat hij, die beseft niets te we­ten, in staat is op het onbekende te reageren. Hij echter, die van zijn eigen kennis overtuigd is, zal niet kunnen reageren en daardoor altijd onbewust en ondergeschikt aan het onbekende zijn leven gericht zien door invloeden buiten hemzelf.
  2. Of mijn daden nu goed of kwaad heten in de ogen der mensen, is van geen enkel belang. Maar een daad, die ik niet kan aanvaarden, is een daad, die ik onderga, zonder dat ik mij volledig bewust zal zijn van al wat daarin is gelegen en ermee verbonden is. Dergelijke daden zijn ver­loren daden. Daarom dient de mens voortdurend te handelen in overeen­ stemming met zijn besef en pas daarna in overeenstemming met zijn angsten of begeerten. Wie altijd uitgaat van zijn besef en vooral van aanvaardbaar en onaanvaardbaar, zal voor zichzelf een situatie scheppen waardoor het leven hem voortdurend nieuwe inzichten geeft, nieuwe krachten schenkt en daardoor mede voortdurend duidelijker doet beseffen wat zijn mogelijkheden in het leven zijn.
  3. Daar ik aan het lot van volkeren niets kan veranderen, zal elk bevorderen van de belangen van een bepaalde mens, groep of land slechts inhouden, dat het elders verkeerd gaat en dat een ander daaronder lijdt. Indien ik dus iets nastreef, moet ik dit niet doen om de praktische bereikingen of voordelen die daaraan verbonden zijn, zij zijn secundair. Indien ik iets nastreef voor mijzelf, voor een ander, voor een volk of voor een land, dan moet ik dit doen, omdat dit volgens mijn bewustzijn juist is. U ziet, dat het bewustzijn hier een heel grote rol gaat spelen.

Voor u zijn er dan bepaalde punten, waarmee u absoluut rekening kunt houden. Om u een voorbeeld te geven; U bent in de komende dagen misschien wat meer gespannen en u heeft wat meer verwachtingen van het leven in de een of andere richting dan verantwoord is. U zult geneigd zijn te proberen die dingen sneller en vollediger te ver­ krijgen dan eigenlijk wenselijk is. Daardoor zult u reacties wekken, die voor u zeer onaangenaam zijn. Deze onaangename reacties zullen voor u een zekere neerslachtigheid veroorzaken, waarin u zich, zoals men zegt, opnieuw oriënteert; en uit deze oriëntatie ontstaat dan een zekere gelijkmatigheid, die we misschien gezelligheid kunnen noemen. Deze toestand loopt dan weer tot het ogenblik, dat u weer wordt gedomineerd. In de komende tijd ligt die dominantie hoofdzakelijk in de richting van de neiging om uzelf door te zetten. Daar zitten erotische elementen in of ook wel machtselementen. We kunnen op die gebieden dus ongetwijfeld het conflict (de reactie) verwachten. Dat is iets, wat op korte termijn geschiedt. Indien u dit voor uzelf gaat controleren en u zegt; Wat heb ik fout gedaan, dan kunt u daardoor de zaak niet veranderen, onthoud dat goed. Wat u wel kunt doen, is bewust zodanig reageren, dat de voor u gewenste reactie elders ontstaat. Daarbij geldt: Degene, die onder de wet van evenwicht en de daaruit voortvloeiende wet van compensatie zelf invloed wil uitoefenen, kan dit alleen doen door vanuit zichzelf een bewuste daad te stellen, die feitelijk in aard en wezen tegengesteld is aan het doel. Wij moeten n.l. niet uitgaan van onze acties, maar van onze reacties. Dat deze reactie veel belangrijker is voor hetgeen u tenslotte tot stand brengt, dat kunt u dagelijks geopenbaard zien. Denkt u eens aan Soekarno. Soekarno, die ergens toch wel een groot politicus, een behoorlijk staatsman is, die een fantastisch goed volksmenner is, maar die op een gegeven ogen­blik vergat, dat hij de reactie moest wekken door zelf te handelen. Hij nam de bewondering van het volk aan als iets, wat hem toekwam, en daardoor moest hij die wel verliezen. Zolang hij de bewondering van het volk ontving als een geschenk, werd ze hem gegeven. Als u dit bekijkt, dan ziet u hoe de evenwichten zich daarin herstellen; ook voor de eenling tegenover de massa, de massa tegenover de eenling.

Als u China beschouwt, dan vindt u daar een schitterend voorbeeld van evenwicht. Er is een machtsstrijd tussen de politici en de industrieel militaire groepering. Wat gebeurt er? De politici, die tot nu toe eigenlijk de industrie en het militairisme op zich af hebben laten komen en ze daardoor in zich hebben opgenomen en kunnen beheersen, vinden dat zij alles te zeggen moeten hebben. Zij nemen geen genoegen met wat hun wordt gegeven. Neen, ze willen hebben. Daarom beginnen zij een revolutie, die tegen de industriële partij is gericht en mede ook tegen de macht van het leger. Wat is het resultaat? Door het geweld, dat zij hebben gewekt, hebben zij hun macht verloren. Door hun macht niet te beschouwen als een onderlaag waarop je kunt bouwen, maar als een wapen waarmee je anderen kunt dwingen, hebben de feitelijke regeerden in China op het ogenblik reeds een groot deel van hun macht ingeboet; en het proces is nog lang niet afgelopen. Politiek, zeker. Maar hoe groot is de betekenis van dit alles niet voor het menselijk leven? Niet voor het geheel, want het totaal rendement van deze wereld ‑ geestelijk gezien ‑ blijft gelijk. Maar u, die in deze wereld moet leven, zult misschien die fouten niet maken. U zult niet t.o.v. de menigte handelen, alsof u alles te zeggen hebt; of u zult u niet gedragen als iemand, die het allemaal precies weet. Want als u dat doet, dan is de reactie; dat u niets te zeggen hebt en dat u niets weet. U zult zich in ieder geval gematigd gedragen. Hoe groter uw matiging in de benadering van de wereld is, des te geringer zijn de voor u meestal niet gewenste reacties uit die wereld. Neutraliteit is dus uit een zuiver persoonlijk standpunt wenselijk. Maar een neutraliteit, die innerlijk strijd gaat verwekken, betekent innerlijke te­ genstellingen.

Daarom geldt voor iemand, die in het leven met deze wet reke­ning wil houden, deze regel; Beperk uw handelingen tot datgene, wat u inner­lijk als juist, noodzakelijk of uiterst wenselijk beschouwt. Wees ervan overtuig dat elke methode, waarmee u anderen dit opdringt, in het tegendeel zal ontaarden. Onthoud verder, dat u altijd, indien u iets wilt bepalen, toch van een eigen actie moet uitgaan. Dan kom ik aan een paar andere aspecten, die misschien ook wel interessant zijn. Er is in bepaalde delen van de wereld grote kou geweest. Dat moet dus gepaard gaan met een compensatie in diezelfde gebieden. Waar overvloedige regenval en overstromingen zijn geweest, zal overmatige hitte met de daaruit voortvloeiende dorheid zeer waarschijnlijk optreden. In gebieden, waar hevige stormen hebben gewoed, zal door de compensatienoodzaak om het evenwicht te handhaven een periode van praktisch windstilte optreden. Dat klinkt krankzinnig en weerkundig is het onzin, toch zult u zien dat het waar is. U heeft op het ogenblik een periode van ongewoon hevige winden. U zult dus ook een periode krijgen, waarin u zucht om een koeltje, een beetje wind. Dat is gewoon niet te vermijden. Ook in het verkeer geldt dat. Hoe meer haast u heeft, hoe meer u wordt opgehouden. Is u dat nooit opgevallen? Met het openbaar verkeer, met de openbare vervoermiddelen: hoe minder haast u heeft, hoe eerder de tram komt. U moet daar eens op letten. Ik weet wel, dat dit geen objectieve waarden zijn, gezien uit de wereld zonder meer. Het zijn meer subjectieve waarden. Het zijn ervaringen, die u opdoet. Ervaringen, die voor een deel gebonden zijn aan uw eigen tijdsbesef en al wat daarin gelegen is; maar voor u is het een realiteit. Indien u dus wilt opschieten, moet u zich niet haasten. Indien u snel aansluiting wilt hebben, dan moet u niet lopen jagen om die te krijgen. Als u wilt afvallen, moet u niet beginnen niet te eten. U heeft dan grote kans, dat u na een klein succes misschien dikker wordt dan tevoren. U moet eenvoudig eten wat u lekker vindt, maar alleen zoveel, dat u er smaak heeft; dus geen verder laden uit gewoonte. Als u dat afschaft, dan valt u wel af. Er zijn hier voortdurend tegenstellingen; en als we ze beschouwen, dan houden zo elkaar in evenwicht. De hele wereld is evenwichtig. We kunnen dit uitwerken op elk terrein. We kunnen het technisch gaan uitwerken. We kunnen het zuiver natuurkundig of kosmologisch uitwerken, overal zullen wij die wet van evenwicht en de daarbij behorende compenserende werkingen in verschijning zien treden.

In mijn inleiding heb ik getracht om het geheel vooral tot uw eigen leven te beperken. Ik doe dit niet om u daarmee beperkingen op te leggen bij een nadere discussie, maar ik acht dit voor u het belangrijkste. Nu gaan we de zaak nog even esoterisch bezien, want ook daar heeft dit grote betekenis. De mens, die grote wijsheid zoekt en zich op elke bereiking beroemt, wordt steeds dwazer. Een mens die alleen maar leert begrijpen, zonder uit te maken, of hij nu wijs is of dwaas, zal zichzelf misschien dwaas achten, maar hij beschikt over grote wijsheid, grote kennis en grote kunde. Indien u innerlijk wilt opgaan tot God, dan moet u niet beginnen de afgronden te ontwijken. U moet ze erkennen. De afgrond in, ons wezen, met al zijn chaos, is als een waterplas, waarin de zon zich spiegelt. Als we daarin durven kijken, zien wij ook daarin de Godheid. Maar kijken wij recht omhoog, dan zal datzelfde beeld ons verblinden en zal het ons vaak niet mogelijk zijn onze weg te vinden. Wie dus die wet van evenwicht begrijpt en haar wil hanteren, zal zeker ook moeten uitgaan van het standpunt. Niets, maar dan ook niets, kan ik bereiken door iets te bestrijden of door iets te verwerpen. Ik kan alleen bereiken door te trachten te begrijpen en eventueel te aanvaarden; en vandaaruit ook begrip krijgen voor de mogelijkheden van het tegengestelde.

Er waren eens Gorgonen, die men niet kan aankijken zonder te verstenen. De waarheid in het leven is iets dergelijks. Wie de totale waarheid van het leven aanschouwt, verliest zijn gevoel, zijn emotie. Hij is niets meer. Hij leeft niet werkelijk meer, want de directe waarheid kan door de mens niet worden verdragen. Maar er was toch een methode om ze te ziens in de weerspiegeling van een schild. Als je de weerkaatsing van de waarheid in jezelf of in je eigen wereld ziet, dan is ze misschien niet zo scherp gedefinieerd, maar ze kan je niet doden; en ze stelt je in staat met die waarheid iets te doen. En dan, ja, esoterie, en magie zijn misschien heel erg verwant. Als ik wil werken met wetten, als bv. van overdrachtelijkheid (dat zijn ook wetten van compensatie en horen dus onder evenwicht thuis), dan kan ik dit alleen maar doen door bewust A te scheppen om B te bereiken. De directe weg tot de directe bereiking is voor een blijvend besef niet te gaan, ook hier niet. Het is de indirecte weg, die wij volgen. Het is misschien ook de aanvaarding van vele dingen, waardoor wij ten slotte ook bereiken. Nogmaals, we bereiken alleen voor onszelf; nooit voor de wereld of voor allen. Maar wat wij voor onszelf bereiken, stelt ons in staat om in het leven steeds juister te reageren, steeds juister elke onevenwichtigheid die ons aantast door een onmiddellijke actie te compenseren. Wij kunnen ons wezen, ons innerlijk leven en zelfs voor een groot deel ons uiterlijk leven volledig aanpassen aan de behoefte van ons werkelijk “ik”. Met deze inleiding heb ik dan nu misschien voldoende stof gegeven om daarover zo dadelijk te discussiëren.

*******************

*  Volgens u zijn dus wat men noemt “de minder goede mensen” de goede, want zij scheppen onwillekeurig het goede. De goede zijn dan het tegenovergestelde. Is dat zo, of is er geen goed of kwaad?

Ik heb reeds gezegd; Er is eigenlijk geen goed of kwaad in de absolute zin. Goed en kwaad bestaan dus vanuit het standpunt van de beschouwer, zo iets als links en rechts. Wat de rest betreft, kan ik alleen maar zeggen.

*  Ja, eigenlijk is het wel zo.

Mag ik Goethe citeren? “Der Geist der stets verneint und doch das Gute schafft”. Dat is typerend. De geest, die ontkent, die dus negatief is, en die het goede schept. Omgekeerd ook de, geest, die het goede wil en er ontzettend veel moeite voor doet en toch alleen maar kwade dingen tot stand brengt. Dat is niet altijd onmiddellijk merkbaar, omdat de menselijke beoorde­ling daarbij een grote rol speelt. Maar indien men dit volledig objectief gaat bezien, moet men zeggen: Ja, dat is wel waar. Maar een goed mens is niet een mens ‑ en dat is nu weer een kwestie vanuit mijn standpunt bezien, natuurlijk ‑ omdat hij goed doet, maar omdat hij zodanig leeft, dat hij zijn leven kan aanvaarden en dus de ervaringen van dit leven gebruikt om zijn bewustzijn en daarmee zijn mogelijkheden en vermogens te verruimen. Dat is een goed mens. Een goed mens is iemand, die groeit. Een slecht mens is er eentje, die stabiel is of zelfs op zichzelf terugvalt.

*  Maar dat is dan toch hoe je daarop reageert. Voor de een zal diezelfde persoon goed en voor de ander niet goed zijn. Je hebt dus alleen met jezelf te maken.

Ja. In goed en kwaad heb je alleen met jezelf te maken; en dat is niet zo gemakkelijk als het wel lijkt. Want u zoudt misschien zeggen. Nou ja, als ik alleen met mezelf te maken heb, dan ga ik mijn gang maar. Maar u heeft zelf vele ingeschapen waarden, er zijn vooroordelen bij, opvoedingswaarden, gewetenswaar­den, natuurlijke erkenningen; en die alle tezamen vormen uw persoonlijkheid. Zodra u tegen die persoonlijkheid, die uw standpunt (dus goed en kwaad) bepaal ingaat door het kwade te doen, ontstaat er een schuldbesef. Schuldbesef bete­kent een ontkenning van het feit of van de waarheid van het feit, daardoor een zelfmisleiding en dientengevolge een beperking van bewustzijn.

*  Maar een figuur als Albert Schweitzer, die wordt toch algemeen erkend al een man, die goed was, die goed heeft gedaan; niet alleen voor zichzelf maar toch ook voor anderen.

Van ons standpunt, zoals wij het bekijken, is Albert Schweitzer inderdaad een zeer bewonderenswaardig man geweest. Wij kunnen daarbij zeggen, dat juist zijn werk in Lam‑barene en dat daar nu nog wordt voortgezet in toenemende mate aanleiding wordt tot allerlei conflicten, zelfs anti‑christelijke acties bij de volkeren waaronder Schweitzer heeft gewerkt. Dat moet men ook begrijpen, dat moet men ook zien. Je kunt dus niet zeggen: Het was alleen goed wat hij heeft gedaan. Hij heeft vanuit zichzelf goed gehandeld en hij heeft vele dingen tot stand gebracht, die goed waren vanuit ons standpunt. Maar misschien heeft hij ook wel eens iemand geopereerd en genezen, die juist daardoor in staat was om nog 10 man te vermoorden. Begrijpt u wat ik bedoel?

*  Dus dat is erg relatief.

Inderdaad. Als wij dus zeggen: Schweitzer was een goed mens, dan zeggen we dit omdat hij beantwoordde aan hetgeen wij innerlijk voelen als goed, als aan­vaardbaar. Niet omdat de gevolgen van zijn daden noodzakelijkerwijze goed zullen zijn.

*  Is het niet treurig, als je denkt iets goeds te doen en dan te weten, dat je het tegenovergestelde schept?

Ik geloof het niet. Het geeft ook een grote troost. Het feit, dat wanneer je iets verkeerds zou doen, dat dan toch wel weer iets goeds daaruit voortkomt is in onze relatie met de buitenwereld een grote troost. Want zoals we hier bij elkaar zitten (een betrekkelijk klein groepje), dan moet u alleen voor u­ zelf (u moet het niet hardop zeggen, anders liegen we toch allemaal) eens eerlijk zeggen: heeft u soms geen dingen gedaan, waarvan u achteraf spijt hebt gehad als haren op uw hoofd? Nu, dan heeft u de troost dat dit vanuit uw standpunt verkeerd was, maar dat de gevolgen ervan goed zullen zijn. Ik zou zeggen, dat weegt tegen elkaar op. Het enige, dat u kunt zeggen is: Word ik hierdoor niet veel meer geïsoleerd van de mensheid, omdat het nu niet meer een kwestie is van wat u eens even voor de mensheid zult gaan doen en waarvoor u zich dus ook lekker op de borst kunt kloppen, maar of u beantwoordt aan uw innerlijke maatstaf; en deze alleen is beslissend. Dat is veel moeilijker, dat geef ik graag toe.

*  Deze maatstaf komt dus niet alleen voort uit vroegere ervaringen, maar ‑ zoals u zo even ook zei ‑ omgeving en opvoeding hebben er ook invloed op. Die zijn dan toch wel degelijk waardebepalend?

Voor u wel, maar nooit voor een ander. Dat is weer een van die ellendige dingen. Wij zien dat mensen op een gegeven ogenblik iets willen bevorderen wat volgens hen goed is. Denkt u eens aan de drooglegging in Amerika. Er is geen enkele maatregel geweest, die zoveel drankzucht heeft veroorzaakt als juist die maatregel ten goede. We kunnen zelfs verder gaan. De maatregelen van verschillende verenigingen voor hoger moreel peil in bv. Amerika (ze zijn er elders ook, maar laten we Amerika als voorbeeld aan­ houden) hebben ertoe geleid, dat er juist in de omgeving waar men het sterkst heeft willen optreden, een verborgen maar daardoor veel groter moreel verval tot stand is gekomen. Nu is alleen maar de vraag, of deze dames (the daughters of America) daarmee nu kwaad doen of goed? En dan komt dus niet de vraag; Wat is het eindresultaat? Dan komt alleen de vraag: In hoeverre geven zij hiermee eerlijk ‑ dat is belangrijk! ‑ eerlijk uiting aan hetgeen zij innerlijk als goed, als juist ervaren, en in hoeverre zijn zij bereid om het geheel ook in zijn ge­ volgen te bezien en dus eigen aansprakelijkheid voor de gevolgen eventueel te erkennen? Indien ze dat doen, komt er een uitbreiding van bewustzijn uit voort.

*  Er was voor de televisie iemand, die graag voor vrede wilde werken. Zou die dan eigenlijk voor oorlog werken?

Natuurlijk.

*  Maar dat is verschrikkelijk!

Dat is niet verschrikkelijk, dat is volkomen logisch. Er zijn n.l. mensen, die vrede in zichzelf niet kunnen aanvaarden, omdat zij voortdurend pressie en drang naar buiten toe als een innerlijke noodzaak ervaren. Als deze meneer voor vrede werkt en dus een algemene ontwapening tot stand brengt, dan bereikt hij daarmee dat degenen, die pressie willen uitoefenen, met de eenvoudigste midde­len anderen kunnen kwetsen, kunnen aanvallen en daardoor bij die anderen verzet wekken. De meeste oorlogen komen niet voort uit geschillen, zoals men misschien denkt, maar juist uit overeenkomsten.

*  Ze zijn het gevolg van overeenkomsten?

Ja. Er is dus een overeenkomst; en het is deze, die voor het gevolg bepa­lend is. Voorbeeld: Als we Churchill bezien in zijn reactie op en zijn gedrag in the battle of Britain bv., dan zien wij in deze man bepaalde trekken, die wij ook aantreffen bij Goebbels en Göring; dus twee Duitse tegenspelers. Het feit, dat hij de eigen­schappen van die twee anderen in zich verenigt, betekent dat hij in dit opzicht de superioriteit in de lucht ten slotte moet winnen. Dat is nu toevallig be­slissend geweest. We zien dat eigenlijk overal. De oorlog in Vietnam bv. is helemaal geen oorlog, die om het wel of wee van de mensen gaat. Dat is een oorlog, die wordt gevoerd, omdat twee partijen hun eigen systeem als heilig en onaantastbaar beschouwen en beide partijen ten koste van alles dit systeem zoveel mogelijk willen uitbreiden. Als ze dachten aan het geluk van de mensen, zouden ze minder systeem hebben, maar dan zou er vanzelf weer meer geluk onder de mensen zijn; en daarmee ook weer meer ontevre­denheid, met als resultaat veel meer kleine twisten in plaats van een grote. Dat klinkt negativistisch, dat weet ik wel. Maar u moet het niet als nega­tief zien.

De overdaad van het Franse hof resulteert in de Franse revolutie. De revolutie der Jacobijnen en de standen wordt al heel snel een feitelijk chaotische revolutie, om niet te zeggen anarchistische. Zodra er anarchie is, wordt uit de anarchie de tirannie geboren. Zodra er tirannie is, ont­staat het verzet tegen de tirannie. Daaruit komt Napoleon naar voren. Napoleon brengt het keizerrijk; dus de algemene machtsuitbreiding ten koste van andere gezaghebbers, met als resultaat, dat hij duikelt en dat daarvoor in de plaats een figuur komt, die met anderen samen wil doen. Als je dat bekijkt, is het uitermate interessant. En dan geef ik graag toe, dat het niet erg troostvol is voor de mens, die voor zichzelf een stempel op de wereld wil achterlaten. Maar het is niet de bedoeling, dat u uw stempel op de wereld zet. Het is de bedoeling, dat de wereld haar stempel op u zal kunnen zetten in de vorm van een uitgebreid bewustzijn, waardoor u steeds meer van het leven kunt begrijpen en innerlijk kunt beantwoorden aan de wet van evenwicht en zo aan de werkelijke kernkracht van het Goddelijke.

*  Waar blijft de naastenliefde?

De naastenliefde is de uitdrukking van uw innerlijke erkenning van het recht van bestaan van de naaste. Degene, die zijn naaste dient, dient zichzelf Want door de naaste te dienen is hij zich van de naaste zodanig bewust, dat het bewustzijn omtrent de naaste een uitbreiding van eigen bewustzijn betekent. Met andere woorden; men dient niet de naaste, men dient God; of beter gezegd: de totaliteit in zijn volledig evenwichtige uiting in de naaste.

*  Met in achtneming van deze wet van evenwicht, hoe moet ik handelen, als ik met iemand verschil van mening heb en denk gelijk te hebben?

Nu, dat ligt er maar aan hoe de materiële omstandigheden daarbij zijn.

Want we zullen er altijd ook nog op moeten rekenen, dat de achtergrond, de drang om niet te zeggen de noodzaak, tot zelfbehoud bestaat en dat deze dan weer primair geestelijk en secondair pas lichamelijk bestaat. Maar dat mede in aanmerking genomen kunnen we zeggen: Als ik met iemand van mening verschil, dan moet ik allereerst trachten de stellingen van de ander en zijn zienswijze te begrijpen. Als ik ze begrijp, moet ik trachten ze zodanig te ontwikkelen, dat mijn eigen zienswijze daaruit voortvloeit. Je kunt een tegenstander alleen verslaan met zijn eigen argumenten. U kunt dus een u bestrijdende, verkeerde mentaliteit alleen beantwoorden door een begrip voor die mentaliteit en een benadering van die mentaliteit (waarbij u natuurlijk uw eigen innerlijke waarde in het oog houdt), maar het peil, waar ze wordt geuit, aanpast aan de mentaliteit van anderen. Als je met een gek wilt praten, moet je niet denken als iemand, die niet gek is. Als je met een mysticus wilt praten, moet je niet spreken uit een wetenschappelijk standpunt. En zo kun je doorgaan. Je kunt je eigen waarden behouden en toch de ander in zijn waarden benaderen en trachten te begrijpen met aanvaarding, primair, van hetgeen hij voorop heeft gesteld, om dan ‑ eenmaal het besef daarvan verkregen hebbende ‑ te zien in hoeverre je daarin kunt mee gaan en in hoeverre dat niet mogelijk is. Op grond daarvan zult u uw handelen dan baseren, rekening houdend met het feit, dat het vaak beter is een negatieve actie te verrichten dan een positieve, om de doodeenvoudige reden dat een positieve (een onmiddellijk aangrijpende actie) de ander altijd het voordeel geeft van de reactie, ook vanuit de wet van evenwicht. Uw eigen kracht keert dan tegen u terug. Indien uw tegenstander u het eerst aanvalt en u bent op de juiste ma­nier ingesteld, zal de kracht, waarmee hij u heeft aangevallen zich tegen hem keren.

*  Bedoelt u daarmee, dat wie het laatste woord heeft eigenlijk de sterkste. In dat geval zou het zwakke geslacht het sterke geslacht moeten zijn.

Neen. Het gaat hier niet om het laatste woord. Het gaat hier slechts om een grip, waardoor een eenheid bereikbaar is. Misschien dat we hier iets kunnen leren van diplomaten. Menig diplomaat is iemand, die zijn eigen mening zo juist weet te formuleren in de terminologie van de ander, dat de ander meent tot een actie te hebben besloten, die hem in feite door de diplomaat is gesugge­reerd. Dat is precies hetzelfde met uw argumentatie. Als u een tegenstander heeft en u wilt hem verslaan (in een debat bv.), dan moet u hem niet probe­ren te verslaan met uw argumenten, want dat gaat toch niet. Laat hem zichzelf verslaan.

*  Indien de wet van evenwicht in zijn geheel kan worden aanvaard, dan betekent dit, dat er in de wereld evenveel rijkdom als armoede wordt beleefd, even­ veel haat als liefde wordt ervaren, evenveel geluk als verdriet enz. enz.. Dit is moeilijk te begrijpen. Is er dan geen vooruitgang of evolutie?

Ja, in de totaliteit van de wereld. U moet niet vergeten, dat ik ook iets over de factor tijd heb gezegd. Ik heb n.l. gezegd; Deze geldt niet, zodra we pieken van positieve of negatieve ontwikkelingen kunnen krijgen op een bepaald ogenblik. Ik herinner u aan mijn inleiding. Als geheel gezien wordt er op aarde net zoveel armoede als rijkdom gekend, net zoveel geluk als ongeluk enz.. Indien u daarvan uitgaat, geloof ik dat de rest van de conclusie heel een­voudig is. Is er revolutie (gaat u a.u.b. de geschiedenis van de mensheid na) wat is dan het enige dat misschien is geëvolueerd?

*  De techniek.

De techniek nog niet eens. De wapens, die de mens gebruikt! De dodelijkheid van de mens tegenover de mens. Maar daar staat tegenover, dat hij ook weer veel menslievender is geworden. We kunnen zeggen, dat we in een bepaal­de cyclus een groei krijgen. We zitten nu in de aanloop van de Aquarius‑periode.(1967) We weten dus, dat het zich bemoeien met de gemeenschap, het gemeenschapsgevoel en daarbij een zekere mystiek, ook wel de technologie, naar een top toegaan. Maar vergeet, u niet: dat gaat ook weer naar beneden.

*  Het klinkt zo hopeloos.

Wel neen, het is helemaal niet hopeloos. Nu moet u eens een vraag beant­woorden: Als u een kind op school hebt, wilt u dan dat dit kind in de eerste klas afstudeert voor de universiteit? Neen. U weet, dat die klas langzaam meer gaat leren. Maar komt er een nieuw jaar, val je terug en blijf je zitten, dan begin je weer net zo goed van voren af aan. Op die manier moeten we het eigen­lijk zien. De aarde is de klas, het milieu, waarin de studie plaatsvindt. En wan­neer u op aarde werkelijk bent afgestudeerd (wat u meestal in verscheidene le­vens doet, in verschillende, maar aansluitende fasen van wat u evolutie noemt) dan bent u eraf en kunt u naar een andere school gaan.

*  Toch zijn er ongelukkige en gelukkige mensen, tenminste zo bestempelen wij dat. Er zijn mensen, die tamelijk gelukkig zijn en anderen zijn altijd ongelukkig.

Ja, dan moeten we terug naar die kwestie van het innerlijk. Leven deze mensen volgens hetgeen zij innerlijk aanvaardbaar achten of niet? We zien dan, dat het ongeluk van heel veel mensen voortkomt uit o.m. hun gebondenheid aan uiterlijke omstandigheden. Regels, die voor hen niet zoveel betekenis zouden hebben, indien zij ze niet zouden zien als een noodzakelijk deel van henzelf. Dat is al het eerste punt. Die mensen zijn niet eerlijk tegenover zichzelf en daardoor worden ze ongelukkig. Zij hebben last van zenuwtoestanden enz. In de tweede plaats: Een mens is in dit leven ongelukkig. Maar in het volgende leven is hij gelukkig. Dat weegt tegen elkaar op. U moet nooit denken, dat als u vandaag vorst bent, u altijd vorst zult blijven. Wie vandaag vorst is, is morgen slaaf. Wie vandaag krijgsman is, zal morgen de vrede prediken. Dat is de werkelijkheid. Omdat u die balans alleen maar wilt zien binnen het kader van een enkel menselijk leven en al uw ideeën van progressie wilt uitdrukken in een opbouw, die alleen innerlijk, maar niet uiterlijk mogelijk is, zult u zeggen; het is troosteloos. Ja, dat is misschien nu zo voor een enkeling. Heeft u wel eens Istanboel gezien vanaf de Gouden Hoorn? Als je die stad ziet, dat is fantastisch! Al dat wit van de huizen. Die grote koepel daar bo­venuit, al die kleine minaretten en torentjes en de zon erop. Het lijkt een stad van marmer en van goud. Als je dan aan land komt, dan begint het al met je reukorganen. Dan komen de vliegen en de ontdekking, dat eigenlijk in al dat mooie veel vuil zit. Dat zijn n.l. de details. De schepping en het leven zijn in hun totaliteit beschouwd ongelooflijk mooi, maar ze kunnen alleen zo mooi zijn, omdat er ook details zijn, die wij dan onaangenaam vinden. Dat is nu juist hetgeen waar je eigenlijk naar toe moet groeien: het zien van de totaliteit. Dat is geen kwestie van menselijke evolutie, want je kunt vandaag al wat lelijk is afbreken en er nieuwe huizen neer­ zetten en morgen is er ergens anders een slop; dan is daar weer verval. Je kunt het verval op deze wereld niet stopzetten. Met al het gepraat over evolutie niet. Er is altijd verval. Maar wat je wel kunt doen, is leren begrijpen dat dit verval in ’t geheel zijn plaats heeft, en dat met verbazing constateren, dat ‑ zodra je afstand noemt van de details ‑ het geheel harmonisch is, dat het schoonheid bezit, dat het ‑ ja, als je het in een bouwwerk moet uit­ drukken ‑ schoner is dan de Taj‑Mahal bij maanlicht. Daar moet u naar toe groeien. U moet niet naar een volmaakte wereld, want dat kan hoogstens een marionettenwereld zijn. U moet naar het volmaakte leven. En dat is het leven begrijpen, het doormaken, het beseffen in zijn totaliteit en niet meer alleen in miezerige details. Er zijn mensen, die alleen vandaag hoofdpijn hebben, omdat ze morgen een bespreking hebben, die hen niet aanstaat. Als die mensen zouden begrijpen, dat die bespreking en de reacties daarop gezamenlijk toch weer een geheel gaan vor­men, dan zouden ze helemaal geen hoofdpijn meer hebben; dan zouden ze gelukki­ger zijn. Begrijpt u wat ik bedoel? Het is anders dan men het zich meestal voor­stelt; maar dat is begrijpelijk. Die leuze van vooruitgang is de zweep, waarmee u wordt voortgejaagd. En het beroerde is dat degenen, die de zweep hanteren om u daarmee voort te jagen, over het algemeen flagellanten zijn. De hele illusie van een perfecte maatschappij en van vooruitgang heeft niets te maken met leven. Ze heeft niets te maken met menselijk geluk, doch alleen maar met structuur, waarin de mens misschien op een andere manier ongelukkig is en op een andere manier gelukkig kan zijn. Dat is het enige verschil.

*  Dus we moeten alleen maar onszelf zijn?

Ja, dat is voor een deel waar. Als u n.l. in de wereld kijkt, dan ziet u niet wat die wereld is, maar wat u in die wereld wilt zien. U projecteert dus uw eigen visie op de werkelijkheid. En aangezien uw eigen visie deel is van uw wezen kunnen we toch ook wel zeggen, dat u uzelf voortdurend ontmoet.

*  Willen we vooruit gaan dan moeten we dus aan onszelf werken.

Als u innerlijk een groter evenwicht en een grotere positiviteit bereikt, dan zult u meer het positieve in de wereld opmerken, omdat het meer strookt met uw wezen. Als resultaat daarvan zal voor u de wereld progressiever zijn en zal ze dus de ontwikkeling vertonen, die u wenst. Maar een ander, die op een ande­re manier naar dezelfde verschijnselen kijkt ziet er alleen maar ondergang in. Dit is een soort morele en psychische relativiteitsleer, die we op het ogen­blik aan het prediken zijn. Maar soms is het toch wel goed dat we erover praten.

*  De wetenschappen (technische, medische, enz.) vertonen haast overal een grote vooruitgang. Hoe werkt nu hier de wet van evenwicht? Is er ergens op de wereld een neergang of volgt deze later?

Neen. Die neergang vloeit voort uit het verschijnsel. Mag ik u eens een vraag stellen? Heeft u opgemerkt, dat naarmate de medische wetenschap meer ziekten beter kan bestrijden, er meer zenuwkwalen en door de medische wetenschap niet gemakkelijk aan te tasten kwalen (denk aan verschillende vormen van Reuma bv.) gaan optreden? Heeft u niet gemerkt, dat naarmate men is begonnen met bepaalde wondermiddelen, als penicilline e.d., er gelijktijdig weer gevaarlijker en meer resistente stammen van bacteriën zijn ontstaan? Heeft u daar nooit van gehoord?

*  Maar een feit is toch, dat de gemiddelde levensduur met dat al aanzienlijk is verlengd.

De gemiddelde levensduur is op dit moment verlengd. Dat betekent dus, dat nu meer mensen 70 jaar worden, omdat er morgen meer mensen zullen moeten sterven, als ze maar net aan de 20 zijn; in een oorlog of zo iets.

*  Wilt u zeggen, dat omdat de mens nu ouder wordt, dat dat a.h.w. een oorlog bevordert?

Dat zeg ik niet en dat bedoel ik ook niet. Wel wil ik erop wijzen; Doordat de mensen ouder worden, ontstaat er een grotere maatschappelijke starheid. Daardoor ontstaan er weer grotere maatschappelijke conflicten. Naarmate er grotere maatschappelijke conflicten in een starre maatschappij ontstaan, wordt de verstoring van het machtsevenwicht gevaarlijker en zal men daardoor sneller kopen tot gewelddadigheid. Dat geweld kan dan intern zijn, maar in de meeste gevallen wordt het ook naar buiten toe gericht. De verstarring, die op die manier ontstaat, resulteert dus in oorlogen. Maar daar is nog iets anders bij; De medische verzorging heeft natuur­lijk de sterfte teruggebracht en gelijktijdig de leeftijd verlengd; en dus een bevolkingsprobleem geschapen. Hoelang zal het nog duren, denkt u, voordat de bevolkingsproblemen in een land als het uwe werkelijk zo urgent worden, dat er voor de mensen geen geluk meer te vinden is en dat ze anderen gaan uitroeien om de ruimte te krijgen, waarin ze gelukkig zouden willen zijn? Een ander voorbeeld: Genetisch minderwaardige wezens (mensen met alle rechten van mensen, onthoud dat) worden door de huidige stand van de weten­schap en de middelen (ook de productiemiddelen), die de wetenschap verschaft, in staat gesteld zich als volwaardigen te gedragen. Het resultaat is, dat in verhouding tot de bevolkingstoename het aantal genetisch minderwaardigen en ook verstandelijk minderwaardigen aanmerkelijk sterker toeneemt. Trek uw eigen conclusie. Daarmee wil ik niet zeggen dat wat de wetenschap doet niet goed is vanuit een bepaald standpunt. Ik wijs u er alleen op, dat dit goede ook weer zijn tegendeel met zich brengt; en ‑ gezien in de tijd ‑ het tegendeel zeker op­ weegt tegen de impuls ten goede.

*  Het lijkt allemaal zo onnuttig alleen maar vanuit jezelf redeneren.

Dat is dan de enige maatstaf, die je stelt. Goed en kwaad; het enige wat dan voor je geldt. De gevolgen kun je dan niet in beschouwing nemen. Neen. Je kunt de gevolgen niet overzien en dus kun je ze ook niet in be­schouwing nemen. Oorzaak‑en‑gevolgwerkingen kunnen op korte termijn worden erkend, dat is waar, maar niet op langere termijn. Als u het niet gelooft, gaat u dat maar eens vragen. Waar het hier om gaat is, dat de belangrijkheid van uw leven ergens anders ligt dan u denkt; dat die belangrijkheid niet ligt in de wereld zonder meer, maar in uw persoonlijk bestaan in die  wereld. U kunt de ander niet benaderen. U kunt stoffelijk tot een zeer grote eenheid komen, dat weet ik wel. Maar is die eenheid dan ook werkelijk geestelijk aanwezig? Dat is nog maar een heel gro­te vraag. U kunt tot een heel grote geestelijke eenheid komen. Maar kan dat in­ houden, dat u nu stoffelijk tot een zekere eenheid van handelen, van denken komt? Vaak het tegengestelde. En daarom, moet u uitgaan van uzelf. Ik, ik. Het kind, zou ik haast zeggen. Het kind in een onbekende wereld, waarin ik al­les droom van opbouw en evolutie en technologie. Ik moet leren om mijzelf te aanvaarden, om het leven te aanvaarden en zo van het leven te leren. Ik moet niet het leven veranderen. Ik moet zo groeien, dat ik in het leven pas. Ja, meer; dat ik het werkelijke bestaan in mijzelf be­grijpen daardoor mijzelf in het bestaan beheers. Dat is het enig belangrijke.

*   Bij geestelijke genezing trachten we onze patiënten beter te maken. Hoe kunnen we hierbij de begrippen actie en reactie toepassen? Het andere woor­den: het tegengestelde scheppen om het gewenste te bereiken?

Misschien mag ik hier wijzen op de homeopathie, die u daarvan een voorbeeld geeft. Indien ik geestelijke genezing tot stand wil brengen, zal ik niet kunnen volstaan met alleen maar een beetje kracht te geven, zoals sommige mensen denken. Om genezing tot stand te brengen zal ik bepaalde delen van het lichaam tijdelijk de functies moeten laten overnemen van andere delen. Ik zal dus er­gens een overbelasting (in feite een ziektetje) moeten scheppen om de zwakke delen de kans te geven terug te keren tot het normale. Om één voorbeeld te geven. Ik kan iemand geestelijk kracht geven. Maar wat doet hij ermee? Ten slotte een vraag, waarover u ook eens moet nadenken; Als u iemand geestelijk geneest, wat doet hij daarmee? Ook dat is vaak een belangrijke vraag en het heeft niets te maken met uw geestelijk genezen. Dat komt uit uzelf voort; dat is deel van uw wezen, uw gevoel van leven, in de wereld. Daaraan moet u beantwoorden. En als u daarmee, vanuit uw stand­punt en ogenblikkelijk iets goeds kunt doen en men leert het begrijpen, dan is het uitstekend. Maar u moet niet blind zijn voor het feit, dat daar andere dingen tegenover staan. U moet begrijpen, dat u de ene mens misschien alleen kunt genezen door aan de andere mens (uzelf of een ander) energie te ontne­men. U moet begrijpen, dat u een ander misschien veel kunt geven aan krachten aan mogelijkheden, maar dat het u bv. tijd kost, waarin u iets anders zoudt kunnen hebben gedaan, iets voor uzelf. Daar is uw eigen maatstaf dus belang­rijk. En dan staat daarnaast wat die genezing voor anderen betekent. Dat weet u niet. Misschien zitten er wel erfgenamen dringend te wachten op het geld, dat u geestelijk hebt weggenezen. Ook dat is iets, waarmee u niets te maken heeft, omdat u met uzelf te maken heeft. Het is in feite zelfs niet belangrijk, dat die patiënt geneest. Belangrijk is, dat u persoonlijk aan uw gevoel voor die naaste tegemoet bent gekomen.

*  Bij het begrip “overdrachtelijkheid” sprak u o.a. over de indirecte weg. Zoudt u dat nader willen toelichten?

Misschien kan ik u een aardig voorbeeld geven. Denkt u eens aan het baden in zee. Nu ben ik misschien wat ouderwets, dat geef ik graag toe, maar als je in zee gaat baden, dan begin je met de voetjes in het water te plaatsen en vervolgens met enkele spotters het bovenlichaam enigszins te gewennen aan de koude, die het zo dadelijk geheel zal moeten doorstaan. Dat is nu overdrachte­lijk. Want wat doet u? U neemt een minuscule hoeveelheid van iets en brengt daardoor een reactie tot stand, waardoor de totaliteit bereikt kan worden. Overdrachtelijkheid is bv. iemand iets goeds wensen, niet weten hoe je het moet uitdrukken en dan aan een bedelaar een aalmoes geven; overdrachtelijkheid, dat is in feite vrede zoeken met je God en dan in ‘s hemelsnaam maar een offer brengen hier of daar. Overdrachtelijkheid wil zeggen: als ik in de kosmos iets begeer en ik weet niet hoe het waar te maken, dat ik hetzelfde in mijn eigen wereld en voor mijzelf probeer waar te maken, omdat hierdoor voor mij het geestelijke, dat ik me niet kan voorstellen, toch nog een realiteit kan worden. Omdat ik dan de mogelijkheden, het begrip, de ervaring krijg, waardoor ik dat andere beter leer zien en daardoor ook leer ermee te werken. Dat is overdrachtelijkheid. Daar mag ik bij opmerken, dat de overdrachtelijkheid als magische procedure weliswaar voor vele doeleinden buiten het “ik” wordt gebruikt waarbij ook weer die compensatie optreedt en het evenwicht blijft gehandhaafd, maar dat de overdrachtelijkheid voor mijzelf in feite een uitbreiding van ervaring is, waardoor ik zeg; Elke uitbreiding van begrip, besef en ervaring op welk niveau dan ook, in welke richting dan ook in mijn persoonlijk bestaan, zal gepaard gaan met erkenning die in het totaal van mijn persoonlijkheid en naar twee kanten aanwezig is.

*  Het scheppen van de tegenstelling om de gewenste reactie tot stand te brengen is mij niet duidelijk. Zoudt u het nog met een paar voorbeelden kunnen toelichten?

Heel eenvoudig: De vrouw wil uit; de man wil niet uit. Als de vrouw gaat zeuren, gaan ze misschien uit, maar het wordt geen uitje. De vrouw zegt dan: Het is jammer, ik had er eigenlijk op gerekend. Ach, schat, je begint ook wat ouder en zwakker te worden. Kom, laat mij je vertroetelen. Grote kans: man trekt sloffen uit en gaat toch op stap; met een blij gezicht in dit geval. Overigens, die methode is de vrouw al ingeboren, dat weet u wel. Vandaar het bekende gezegde: als een vrouw nadrukkelijk “neen” zegt, meent ze, meestal wel “ja”. Dat is natuurlijk alleen op bepaalde terreinen en misschien onder voorbehoud juist, maar als zegswijze is het illustratief.

*  We hebben gezien, dat te veel sociale zorg vaak gemakzucht en gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel ten gevolge heeft. Hoe zou volgens u de so­ciale zorg voor niet‑individueel te dragen risico’s moeten worden geregeld?

Op een zodanige wijze, dat te allen tijde een eerste vergoeding van der­ gelijke risico’s (genomen over een jaar bv.) tot 10 á 15 % van het inkomen zal moeten worden voldaan en dat eerst daarna eventueel de gemeenschap bij­ springt. Dus altijd de eerste verzorging voor uw eigen risico. In de 2e plaats zou ik zeggen: Ik meen en daarover zullen de doktoren wel heel erg nijdig worden, dat ik dit zeg dat de algemene gezondheidszorg, zo­ als die door de huisartsen e.d. wordt bedreven, zou moeten worden onderge­bracht in centra (geen particuliere praktijken), maar centra, waarin een gro­ter aantal artsen (ik denk hier aan een team van 10 tot 12 artsen) aanwezig is en waar men voortdurend, dag en nacht, terecht kan. Hier zou geen vergoe­ding moeten worden gevraagd, maar daarvoor in de plaats zou dan moeten gel­den, dat de hier gegeven recepten zelf betaald moeten worden, tenzij het per­centage wordt overschreden. En dat verder geen vrijstelling van werk door deze artsen kan worden gegeven. Dit laatste zou n.l. hun praktijk terugbrengen tot aanvaardbare normen, zonder dat de feitelijke gezondheidszorg enigszins wordt geschaad.

*  Ik had ook deze gedachte, dat ieder moet beginnen met voor zichzelf te betalen en de gemeenschap pas laten bijspringen, wanneer het boven hun macht gaat. Nu hoorde ik van iemand, dat een man met een betrekkelijk klein salaris fl 55,-‑ per maand moet betalen voor het ziekenfonds. Dan wordt het toch wel een beetje eigenaardig om hem nog meer te laten betalen, want dan is eigenlijk het risico al helemaal gedekt. Aan een kant vind ik, dat hier de persoonlijke verantwoordelijkheid verloren gaat, aan de andere kant is het toch ook onredelijk dat die man niet meer betaalt dan nodig is.

Die man betaalt veel te veel. U betaalt allemaal veel te veel. Dat heb ik u proberen duidelijk te maken, ofschoon het helemaal buiten het onderwerp ligt en ik het daarom heel kort moet doen.

  1. In de gezondheidszorg wordt de aanschaffing, stichtingen e.d. gro­tendeels niet meer als kapitaalsverwerving over een groot aantal jaren be­schouwd, maar zoveel mogelijk uit onmiddellijke inkomsten bestreden.
  2. Opleiding van geneeskundig personeel vindt volledig plaatsten las­te van het totaal der fondsen. Als zodanig een zeer grote uitgave die onnodig is.
  3. Men is geneigd, juist omdat de middelen wat rijkelijker beschikbaar kunnen komen, een te luxueuze uitvoering aan de verplegingscentra te geven. Daar, waar de werkelijke geneeskundige zorg plaatsvindt en anderzijds daar, waar werkelijke verzorging op langere termijn nodig is, schiet men juist in uitvoering en opzet over het algemeen tekort.

Dan wil ik verder opmerken. Het systeem, zoals dit op het ogenblik voor recepturen bestaat, houdt in dat men weliswaar zeer veel geneesmiddelen verschaft, maar dat ook een zeer groot gedeelte van deze geneesmiddelen niet of niet juist worden gebruikt. Ik wil dan ten laatste opmerken, dat ‑ gezien de infrastructuur van de geneeskundige voorlichting en de algemene en sociale gezondheidszorg ‑ deze een zeer groot aantal voor de werkelijke beperking van dergelijke risico’s en de verzorging van de zieken niet belangrijke personen vaak met veel hogere salarissen daarin worden opgenomen. Daarbij wordt tenminste 30 % van het totaal der verzekeringsgelden besteed, aan doeleinden, die in feite totaal niets te maken hebben met dat waarvoor men zich verzekert. Daarboven wordt nog ongeveer 5 á 7 % besteed aan kosten voor werkelijk noodzakelijk administratie. Zo berekend zou bij een juistere opzet het totaal van de kosten der gemeenschappelijke gezondheidszorg kunnen worden teruggebracht tot ongeveer 55 % van het huidige totaal bedrag, zonder dat hierdoor de feitelijke gezondheidszorg ook maar iets te lijden zou hebben. Alleen zouden een groot aantal vrije verstrekkingen, die thans plaatsvinden, zonder dat daarvoor een feitelijke of drin­gende reden bestaat, moeten worden beperkt. Maar dit eerder een voor‑ dan een nadeel omdat het volk, dat een dergelijke geneeskundige verzorging kent (niet alleen Nederland, maar ook Engeland wijst dit uit), op den duur een volk van pillenvreters wordt.

*  Uit uw betoog heb ik opgemaakt, dat het opzettelijk streven naar het goede het kwade veroorzaakt. Is die conclusie juist? Zo ja, is het gevolg dan niet, dat men zo min mogelijk zal willen streven en daardoor tot een soort inertie of indolentie, vervalt?

Indolentie is een eigenschap, die niets met streven te maken heeft. Ze is in de eerste plaats voor een groot gedeelte het resultaat van lichamelijke en niet van geestelijke eigenschappen. In de 2e plaats is een dergelijke luiheid vaak verkieslijk. Degene n.l. die zo ontzettend streeft, beseft meestal niet wat hij in zijn streven voor kwaad aanricht. Hij zal meer energie gebruiken dan noodzakelijk is om zijn doel te bereiken; grotere eisen aan anderen stellen dan verantwoord is. Degene, die dan enige inertie kent, maar wel wordt gedreven door een innerlijk besef van juistheid van handelen, zal zo doelmatig mogelijk en daardoor met zo weinig mogelijk aanspraken t.a.v. eigen krachten en die van anderen trachten zijn doel te verwezenlijken. Ik acht dit werkelijk te verkiezen.

*  Als wij een redelijk gelukkig leven op aarde hebben beleefd, betekent dit dan volgens de wet van evenwicht, dat wij het moeilijk krijgen na de overgang?

Volgens de wet van evenwicht betekent het wel dat, indien het geluk een zuiver stoffelijk geluk (meevallertjes) betrof, u geestelijk het zonder deze zult moeten stellen en dat het ontbreken van deze u ten onrechte gegeven tegemoetkomingen uit het leven ongetwijfeld een periode van ongeluk zal beteke­nen. Indien echter onder geluk wordt verstaan het innerlijk vrede hebben met het leven en het vinden van harmonie in het leven, zo is dit een innerlijke eigenschap die niet alleen door uiterlijke omstandigheden kan worden bepaald. U zult dus ‑ en dat voor zover de uiterlijke omstandigheden hiervoor niet be­palend waren ‑ dit geluk verder kennen zonder enige begrenzing. U ziet, het is eenvoudig genoeg, als u even nadenkt.

*  Betekent toepassing van de wet van evenwicht, dat als je een bepaald doel wilt bereiken, dat je dan je best moet doen dit te voorkomen?

Neen. Dat is wel een beetje erg simplistisch gezegd. Dan zou ik ook kun­nen zeggen: Als je het varken vooruit wilt laten lopen, moet je aan zijn staart trekken. Maar het betekent wel, dat het met volle kracht naar een bepaald doel streven over het algemeen ten gevolge heeft, dat het doel niet of moeilijk word bereikt. Hoe groter de intensiteit, waarmee je ergens naar streeft, des te groter het aantal hinderpalen. Als u dus een doel nastreeft, zou ik zeggen: Doet u dit in een sfeer van ontspannenheid, zonder u ook maar iets te bekomme­ren om de bijkomstige omstandigheden. Houdt u bij het streven naar het doel ook rekening met uw innerlijk besef van hetgeen u goed en noodzakelijk acht en maakt u dat voor uzelf waar, zonder er al te veel op te letten, of de buitenwereld nu ja of neen zal zeggen. Indien u dat doet, zult u zien dat u werkelijk vorderingen maakt in de richting van uw doel. Dan heeft u gestreefd op de juiste manier, doordat u een evenwicht heeft gemaakt tussen de omstandigheden en uw innerlijke drang. Zodra u met uw innerlijke drang probeert de omstandigheden te beheersen, keren ze zich tegen u. Nu zult u zeggen. Ik zal de vraag maar beantwoorden, voordat u hem ge­steld heeft. Maar dan bereik ik niets ten goede, zonder dat er kwaad tegenover staat. Door de ontspannenheid van uw streven brengt u in uzelf de compenserende factoren samen voor kwaad, dat elders is geschied.

*  Dat laatste begrijp ik niet goed.

Heel eenvoudig: Jansen heeft ruzie gehad met zijn vrouw en u wilt harmonie hebben. Doordat u het ontspannen doet, komt het herstellen van het evenwicht bij u het gemakkelijkst tot uiting. Het harmonisch aspect, dat uit die disharmo­nie voortkomt, zal zich dus vanuit u en rond u het gemakkelijkst manifesteren.

*  Betekent “ontspannen” de dingen op hun beloop laten en rustig afwachten?

Nu, ik geloof niet, dat je dat ontspannen kunt noemen. Dat noem ik afwachten. Maar misschien kan ik het zo duidelijk maken: Laten we een legpuzzel nemen. U kunt met een legpuzzel bezig zijn en krampachtig zoeken naar dat ene stukje. Het past nergens. Iemand, die dat ontspannen doet, kijkt even en zegt dan. O ja, dat hoort hier. Dan blijft hij niet alleen daar kijken, hij kijkt naar een stukje dat hem bevalt. Daar is nog iets, dat hoort hier. Op die manier ‑ dus ontspannen ‑ vordert hij in feite veel vlugger, omdat hij veelzijdiger kan reageren dan degene, die eenzijdig zoekt om eerst een bepaald deel van de puzzel af te maken. U zoudt dus kunnen zeggen, dat het systematische streven een eenzijdigheid bevordert, waardoor de bereikingsmogelijkheid kleiner wordt, terwijl het ontspannen streven is: het openstaan voor alle mogelijkheden. Het streven zelf, mits innerlijk erkend, behoeft u daarvoor helemaal niet opzij te zetten en alles trachten in te passen binnen dit schema, zowel in beleven, in begrip (besef) als ook ik actie. Ontspannenheid is dus zeker niet: alles op zijn beloop laten. Het betekent wel: rekening houden met alle facetten, verschijnselen en mogelijkheden in het leven en niet alleen maar met een enkele tendens.

*  Die wet van evenwicht is toch eigenlijk wel een grote troost, als je in de narigheid zit en dat je dan weet, dat het geluk ergens anders ligt, en andersom.

Ah, ja, u zit dus bijna in de overbrugging. U heeft in zoverre gelijk, dat de mens moet leren bij de dag te leven. Proef uw geluk van vandaag volledig, zoals het vandaag is en draag uw zorgen van morgen, zoals ze morgen zullen zijn, dan zult u elke dag toch tot een zeker innerlijk evenwicht komen. U zult dan ontdekken, dat u in uw leven ook een evenwicht van vreugden en smart hebt, waardoor u het geluk beter kunt beleven en de smart beter kunt dragen en ge­lijktijdig voor anderen in beide facetten meer kunt betekenen.

*  Uit uw betoog blijkt, dat het nemen van initiatief, het stellen van een­ daad een grote verantwoordelijkheid geeft. Op een vroegere bijeenkomst is ge­zegd. “Blijf niet werkeloos, doe iets. Beter fouten maken dan niets te doen.”

Ja, en als u zich nu ook nog herinnert in welke context dat werd gezegd, dan zal het u duidelijk worden, dat we dat eigenlijk vanavond ook hebben gezegd. Het is dus beter zelf actief te zijn, desnoods verkeerd, mits je beantwoordt aan het gevoel van noodzaak en goed, dan helemaal niets te doen. Maar dat wil nog niet zeggen, dat je je een doel moet stellen en al het ande­re daaraan ondergeschikt maken. Dat wil zeggen, dat je ook met het stellen van die daad, die actie toch steeds met het ogenblik en met de dag moet rea­geren. Dat je wat vandaag goed is volgens je beste weten, moet waar maken en dat je je dan niet al te veel ermee moet bezighouden “zal het goed of kwaad” aflopen, want alles komt ten slotte toch wel weer in evenwicht, maar je moet je bezighouden met “erken ik dit als juist of niet juist?”

Dat is soms een kwestie van een conflict, als we opgroeien in het idee van plicht (de vriend met de ijzeren hand) en als het dan niet klopt met je gevoel van innerlijke vrede, dan is meteen de innerlijke vrede al op de loop, want de plicht roept weer. Tenzij u begint te beseffen, dat de plicht nimmer kan worden omschreven door anderen, doch slechts kan worden aangeduid. Terwijl de feitelijke defini­tie ervan alleen kan voortvloeien uit uw innerlijk besef. Met andere woorden: U moet niet te veel luisteren naar al die schoolwijsheden. Als alles, wat men u leert als juist werd volbracht door degenen, die het u leren, dan was het niet meer noodzakelijk het u te leren, want dan was het normaal. Onthoudt u dat nu maar van mij. De mensen, die u bepaalde idealen voor ogen stellen, zijn meestal niet degenen, die zelf daarnaar handelen. Dat is misschien erg gemeen om dat zo te zeggen. Maar zouden zij zelf daarin niet meer te kort schieten, dan zou hun le­ven veel meer betekenen dan alle lessen en alle wijze boeken, die ze schrijven.

*  Is het juist, dat we ons van de gevolgen van onze daden niets moeten aantrekken?

Indien u van uw daad de gevolgen overziet, die voor u niet aanvaard­baar zijn volgens uw besef, dan zult u die daad al niet meer kunnen stellen volgens de hier door ons gestelde voorwaarden. Maar indien u iets ziet als goed en niet onmiddellijk kunt overzien wat voor gevolgen daaruit voortvloeien, dan mag u zich niet bezighouden met de mogelijke gevolgen, die erg onwaarschijnlijk zijn, maar dan moet u zich alleen bekommeren om wat juist is. Weet u, de meeste mensen staan ongeveer als volgt tegenover hun daad­ noodzaak en problemen: Een schuchtere jongeman staat naast een meisje. Hij zou haar willen kussen, maar hij is bang dat ze zal schreeuwen. Dan zegt ze iets, waardoor hij denkt dat ze het toch wel zou willen, maar vraagt zich af, of hij wel goed verstaan heeft wat ze bedoelde. Op deze manier is menig prille liefde verwoest. Door deze houding tegenover de innerlijk erkende daadnoodzaak heeft menig mens zijn leven ‑ geestelijk en soms zelfs stoffelijk ‑ in puin gejaagd.

*********************

U moet goed begrijpen, dat ik hier natuurlijk niet alles kan aanstippen en zelfs kan overzien. Wat ik u vanavond heb voorgelegd in een eenvoudige en naar ik meen ook enigszins praktische vorm, is een van de grondwetten, die uw geestelijk leven en daarnaast ook het stoffelijk bestaan regeren. Indien u uit dit alles tot de conclusie bent gekomen, dat alleen uw eigen noodzaak en uw persoonlijke reactie, die innerlijk als juist wordt erkend (dat is de belangrijkste factor), worden waargemaakt, dan is al het andere onbelangrijk. U wordt in het leven overstelpt met allerhande dingen, waarvan men u toe roept dat ze het ultimum zijn, het uiterst belangrijke punt in de hele wereld. Wij moeten allen bidden voor vrede, of wij moeten allen de honger uitbannen, enz.. U moet niets, onthoudt u dat. U moet niets, behalve wáár zijn, trouw zijn aan het innerlijk, want alles wat u vandaag opbouwt, gaat verloren. Van de 7 wereldwonderen uit de oudheid zijn er heden hier en daar alleen nog maar de ruïnes over. Uw steden van vandaag, groots en architectonisch mooi als ze zijn zullen over een paar honderd jaar niet veel meer zijn dan puinhopen of misschien tuinen, die ze hebben aangelegd op hopen verbrokkeld beton. De toekomst kunt u niet bepalen. U kunt er ook niet voor zorgen, dat uw kinderen het werkelijk beter zullen krijgen dan u; dat kunnen ze alleen zelf. Daarom is het belangrijk, dat u vandaag zelf leeft; dat u voor uzelf waarmaakt wat u ziet als goed en aanvaardbaar. En juist, omdat de wet van evenwicht ons duidelijk maakt dat we geen perfecte controle kunnen uitoefenen over de wereld en zelfs niet over morgen, zou ik u willen toeroepen: Leer de vreugde van de dag te plukken. Leer het leed van de dag vandaag te dragen. Denk niet te veel aan morgen. Morgen komt toch al meer dan genoeg voor in alles wat u vandaag doet. Denkt u alstublieft niet; over duizend jaar of over honderd jaar of over 10 jaar zal het zo zijn. Zorg, dat u vandaag op een innerlijk verantwoorde wijze reageert op de problemen van vandaag. Blijf niet zitten wachten, of er iets gebeurt. Doe zelf iets. Maar alleen indien die daad een uiting is van iets, wat werkelijk in u leeft. Wees er niet bang voor om eens een keer tegen al die heerlijke leuzen van de wereld in te denken en te handelen. Het is niet belangrijk, of u denkt dat de bijbel waar is dat het een verhaaltje is of dat u gelooft dat Jezus wel of niet heeft geleefd Het is niet belangrijk, of u gelooft in het vaderland of alleen maar in de we­reld; of u gelooft in de superioriteit van het blanke ras of in gelijkheid van alle rassen. Van die dingen hebben ze vraagstukken gemaakt. Daarmee jagen ze u voort. Belangrijk is, of u nu zelf gelukkig kunt zijn. Belangrijk is, of u aan het einde van elke dag tegen uzelf kunt zeggen: Ik heb dat, wat ik in mijzelf als goed en juist erken, geen enkel ogenblik verloochend. Als u dan terugdenkt aan elke dag, dan heeft die u weer een nieuw inzicht gegeven in het leven, in de mensheid, in het bestaan, ja, zelfs in God. En dan groeit u regelmatig als mens en als geest. Dan gaat u haast ongemerkt stap na stap verder, totdat u de oneindigheid a.h.w. begrijpt. Al het andere is bijkomstig. Uw stoffelijk bestaan hier op aarde is misschien 60 á 100 jaar, maar het geestelijk bestaan is in uw tijd niet eens uit te drukken. Wat u vandaag bereikt, kan misschien 100 of misschien 1000 jaar stand houden. Wat u geestelijk bereikt, is onvergankelijk. Acht daarom, uw innerlijke waarde hoger, dan al het materiële. Denk niet aan consequenties, tenzij ze zo duidelijk zijn en zozeer in strijd met hetgeen u innerlijk als juist erkent, dat u daardoor tegen uzelf en uw innerlijke waarheid zou moeten ingaan.

Vrienden, ik hoop, dat ik u niet alleen iets heb ontnomen vanavond, maar ook iets gegeven. Ik geloof, dat we daarmee gevoegelijk de bijeenkomst kunnen besluiten. Ik heb gegeven wat volgens mij goed was. Of het voor u goed is, dat zult u zelf moeten uitmaken. Maar ik heb het beste gegeven dat ik kon geven, omdat het het beste is, dat in mij zit. Ik hoop, dat u het – in die zin althans – wilt aanvaarden.