De wijsheid der absurditeiten

9 april 1961

Ik zou u graag iets leren over de wijsheid der absurditeiten.  Waarschijnlijk heeft u daarvan nog niet veel gehoord, maar mij dunkt dat ook deze wijze van het geven van lering uw aandacht waardig is. Ik zal beginnen met uw aandacht te vragen voor wat voorbeelden. Ik zal zo dadelijk de zin daarachter trachten duidelijk te maken. Een leerling vroeg aan zijn meester: “O, wijze, zeg mij, hoe lang duurt een eeuwigheid?” De wijze antwoordde:”Tel de haren op uw lichaam, maar neem niet langer dan de koekoek voor één roep en gij zult het weten!” Een andere leerling riep zijn meester toe: “Nu heb ik de kennis gevonden, die mij tot in de hemelen voert. Sta mij toe u deze voor te leggen.” De leraar glimlachte en sprak:”Vriend, heb je voor mij niet een verse vrucht?”

In deze voorbeelden is een schijnbare onsamenhangendheid, een absurditeit op te merken, die ongetwijfeld menig Europeaan verbluft. Toch waren de antwoorden juist. Indien gij in staat zijt, in de tijd dat eenmaal de koekoek roept, alle haren op uw lichaam te tellen, zo hebt gij een snelheid van denken en begripsvermogen, die het u misschien mogelijk zal maken het concept eeuwigheid te omschrijven. Maar zo lang ge nog niet zo gesplitst zijt in al uw vermogens, dat ge a.h.w. in één oogopslag een gehele wereld met al zijn details overziet, kunt ge immers toch niet weten wat eeuwigheid is. Het zou u een eeuwigheid vragen om dit te beseffen. Zo was het antwoord volkomen zinvol, indien men begrijpt wat er achter verborgen is. Het tweede antwoord is ook weer in zijn verborgen betekenis zeer wijs. “Heer, nu heb ik de kennis gevonden, waarmee ik tot in de hemelen kan komen.” Dat is dus het geestelijk voedsel bij uitnemendheid, maar de leraar gelooft niet dat de leerling dat geven kan. Hij weet dat dat onmogelijk is. Zo vraagt hij hem voedsel voor het lichaam: “Hebt gij voor mij niet één verse vrucht?” Hij duidt daarbij de leerling dus op de fout, die hij maakt.

Deze kunst der absurditeiten is vooral in de Oosterse scholen ver doorgevoerd. Ik zou ze echter willen toepassen ook op het Westen en zijn problemen. De vragen die de mens wil afvuren op de geest bv. zijn ook soms zo vreemd. “Broeder kunt ge mij zeggen, wanneer het vrede op aarde zal zijn? Er is maar één antwoord te geven. Wanneer de mensen zichzelf leren vergeten. Maar dat antwoord zou niet worden aanvaard. Zo zegt men: “Het zal volkomen vrede op aarde zijn wanneer gij niet meer denkt.” Dat is voor u altijd juist: “Wanneer zal de zon doven?” “Wanneer uw woning zo groot is als uw lichaam.” M.a.w. wanneer je begraven wordt. Voor u is dat volkomen waar. Al deze schijnbare absurditeiten worden eigenlijk gebruikt om de beperking van vermogens duidelijk te maken. Een mens meent heel vaak dat hij de kosmos kan overzien. Men komt tot u en roept uit: “Ik ken een systeem waarbij alle kosmische krachten zijn opgesomd. Ik weet precies welke wegen ik moet gaan tot bewustwording.” En wat is dan het antwoord? “De dwaas kan verdwalen op het marktplein.”

Want, het is niet mogelijk volgens een vast schema alle dingen te overzien, tenzij gij zelf in u het bewustzijn draagt. Geen enkele uiterlijke weg, geen enkel plan of schema, geen enkele leerstelling is in staat u te behoeden voor een verdolen, zolang u niet in uzelf een zekerheid draagt die groter is dan uiterlijkheden. “Zeg mij, hoe vind ik de jeugd terug?” Een vraag die regelmatig wordt gesteld, zij het eerder aan de medici dan aan de geestelijke leiders. Het antwoord zou redelijk zijn: “Zodra ge uw onschuld hervindt.” Hierin ligt een schijnbare absurditeit. Het is niet helemaal reëel, het antwoord. Men moet er heel goed over na denken, maar die dwaasheid heeft in feite zin, want als je haar goed ontleedt, begrijpt wat ze eigenlijk zeggen wil, zo is zij een omschrijving van een situatie, die anders buiten het begrip zou vallen, of aanleiding zou geven tot lange discoursen zonder zin. Wanneer een mens u zou zeggen: “Ik ken de weg naar een andere wereld”, zo kunt ge daarover gaan discussiëren, maar een eenvoudiger antwoord zou zijn:”Zijt gij reeds in mijn wezen doorgedrongen? Want die andere wereld draag ik in mij.” Discussie afgelopen. Nu geef ik u deze voorbeelden natuurlijk niet alleen om u te wijzen op de schijnbare dwaasheid die er bestaat, maar ook wel om duidelijk te maken dat God, of de Schepper, op Zijn wijze soortgelijke antwoorden geeft aan de wereld. “Wanneer zal de mens bewust zijn?” Wanneer de mens bewust is, is hij geen mens neer, het antwoord is dus: “nooit.!” “Waarom is er lijden op de wereld?” Antwoord:”Wie kan licht zien zonder schaduw?” “Waarom is het leven zo wreed?” “De grootste liefde kent hardheid.” In deze antwoorden kunt u dan het hele leven a.h.w. overzien. U zult zich zo vaak afvragen “Waarom moet mij in dit leven nu deze last worden opgelegd?” U vraagt u af waarom mij, maar let wel gij vraagt nimmer: “Waarom bestaat dit in de wereld? Neen, waarom wordt mij deze last opgelegd, want bij anderen zie ik ze niet.” Hier blijkt uit de mentaliteit alleen reeds een onjuiste instelling.

Het feit dat ge nog kunt denken aan iets als mij overkomende, bewijst dat ge niet één zijt met allen en daardoor dat ge leeft in een wereld van waan. Ge zult misschien stellen: Wij willen praktische lessen hebben. Wij willen precies de regels hebben langs welke wij kunnen komen tot grote bewustwording, tot grote vermogens, misschien tot groot nut voor de mensen in de wereld. En wanneer ge dat stelt, dan is de intentie volkomen in overeenstemming met de goddelijke bedoeling, de kosmische harmonie. Maar God geeft u daar een heel vreemd antwoord op, want Hij leert u dat zolang ge redelijk streeft, ge nooit kunt komen tot meer dan het menselijke, omdat het menselijke door de rede beperkt is. Maar wie het goddelijke door de rede beperken wil, doet daardoor het goddelijke tot menselijkheid worden. Zo heeft men ook wel: uitgeroepen: “Waarom is het toch nodig dat alle grote leermeesters sterven?” Omdat de dood vruchtbaarheid brengt.” Neem één graankorrel, werp ze in de aarde. Wanneer zij ontwaakt uit haar doodsslaap, draagt ze aren vol vrucht. Dood is een periode van vermeerdering, van vermenigvuldiging, van vermogens van krachten en van wezen. Niet een periode van beëindiging. De mens vreest al deze dingen. Hij vraagt zich af waarom is het noodzakelijk dat er een oorlog komt? Die oorlog is niet noodzakelijk, die oorlog maken de mensen. “Hoe kan God dan toelaten, dat dit gebeurt?” Ja, omdat God de mensen liefheeft. Maar dat is dwaasheid. O, nee, want juist het feit, dat elke wereld die zich zelf vernietigen wil, het recht heeft dit te doen, is de grootste gave die men geven kan. De grootste genade, die de oude keizers kenden, was het toekennen van het recht van eigen dood. Er waren n.l. nog al eens straffen, die wat vreemd waren. Men werd bv.veroordeeld om gedurende enkele jaren in een gezegelde fust opgesloten te blijven. Alleen het hoofd stak er buiten. Men kreeg voeding zoveel men hebben wilde, alleen duisternis, de kerker, het lichaam besloten in een fust. Toch was een dergelijke straf dodelijk. Een mens kan zolang niet zo leven. Wanneer een keizer een grote genade wilde geven, dan gaf hij degene die hij veroordeelde het recht om zo hij wenste, een eigen dood te kiezen, de dood van een snel vliegende pijl of een gif dat de dood brengt in zoete sluimering en dromen. Dat was de grootste genade die hij geven kon. Schijnbaar is dat vreemd, maar stel nu eens de kosmische verhouding, God is rechtvaardig en God is liefdevol.

Wanneer God een wereld de mogelijkheid geeft in haar zoeken naar haar werkelijk wezen zichzelf te vernietigen, zo bespaart Hij haar haar onvermogen, het lange tijd besloten blijven binnen een wereld, die in feite niet meer leven kan. Het is een gave van grote liefde, vooral omdat in Gods wereld leven nooit blijvend teniet gaat, maar alleen wisselt van de ene wereld naar de andere, van de ene sfeer naar de andere. Ik weet niet of ge daar zo wel eens over hebt nagedacht. Het is schijnbaar absurd dat een God van liefde een wereld schept waarin “Eet, of wordt gegeten,” een van de grote wetten is van de meeste schepselen. Maar indien ge goed nadenkt: Wat is beter dan te eten en gegeten te worden? Is het niet het symbool van een eenwording die wij allen eens moeten bereiken? Er kan een ogenblik komen, dat dit volkomen vrij gaat. Men spreekt dan in deftige termen van onderlinge afhankelijkheid, van symbiotische tot elkanders voordeel samenlevende levenshouding, maar in feite is het niets anders dan: Gij leeft uit mij, ik leef uit u, wij vrijwillig houden elkander in stand. Hoe kan een bewuste mens anders leven? Hoe kan een bewust wezen in de kosmos anders bestaan? Het schijnt u misschien wreed dat ge, overgaande naar de sferen een groot gedeelte van uw eigen voorstellingen en waan terzijde moet gooien, van uw eigen goedheid of uw eigen zondigheid.

Waanvoorstellingen over uw uitverkoren zijn, of misschien uw minderwaardigheid. Toch moeten die dingen vallen. Delen van uw wezen, delen van uw waan, worden verslonden voor gij werkelijk één en harmonisch kunt zijn met andere geesten in een hogere sfeer. Dat is precies hetzelfde: Eet of wordt gegeten. Wees dwaas en de krachten boven u regeren u. Zij spelen met u als de poppenvertoner met zijn schimmen en zijn marionetten. Of wordt wijs, wordt één met de grote kracht, maar dan zult gij leiding geven, dan zult gij moeten manipuleren, want neutraliteit bestaat niet in de kosmos. Waarom een mens niet neutraal kan zijn in het leven? Ach, het antwoord is zo eenvoudig. De enige neutraliteit die voor een stofmens bestaat, heet dood. De enige neutraliteit die voor de geest bestaat, is volle eenheid met God. Er zijn geen andere uitwegen. Ge kunt u niet beperken tot een toeschouwer, want de dwang der gebeurtenissen, uw eigen wezen, uw eigen denken, zullen u voortslepen en u tot daden brengen. En dan hebt ge dus de keuze tussen de defensieve en de agressieve houding in het leven. Defensief lijkt de meeste mensen het beste. Wij zullen ons verdedigen. Waar verdediging is in feite een gefrustreerde aanval. Dat is een absurditeit misschien in uw ogen, maar toch is het waar. “Wanneer ik mij voorbereid op een verdediging, dan erken ik een vijand. Een vijand betekent een feit. Het feit dat ik deze strijd niet uitlok door een daad, maar alleen door een mentaliteit en een houding, maakt mij in feite niet minder agressief. Alleen mijn houding is negativistisch. Wanneer ik daarentegen agressief ben, dan kom ik eerlijk uit voor wat ik ben. In mijn agressie druk ik mijn streven onmiddellijk en met heel mijn wezen uit. Ik neem alle consequenties daarvan. Wanneer ik zeg, dat ik vecht voor de wereldvrede, dan ben ik dwazer dan een mens die denkt dat hij kaas kan snijden van de maan aan de nachthemel. Je kunt niet vechten voor vrede. Vreemd, de wijze leringen van de oude meesters klinken de Westerling absurd in de oren, maar dergelijke termen vol absurditeit die hanteert hij dagelijks. “Wij moeten strijden voor de vrede.” D.i. wij moeten hongeren om ons te verzadigen. “Wij moeten slapen om wakker te blijven. Al deze dingen zijn toch dwaas, nietwaar? Nee, wanneer men zegt: Wij strijden voor de vrede, dan bedoelt men daarmede of wel niet de vrede of wel, men is dwaas. De enige strijd die men voor de vrede zou kunnen strijden is de strijd tegen jezelf, tegen je behoefte om de vrede te verbreken, om je eigen ideeën aan anderen op te leggen. Wij moeten, zo zegt men, zorgen dat alle mensen het goed hebben. Het is noodzakelijk dat er voor elke mens een zorg bestaat van de wieg tot het graf. Is dat geen absurditeit? Wanneer gij voor een ander moet zorgen van de wieg tot het graf, weet ge wat dat beteken? Dat ge die ander uw slaaf maakt, want anders kunt ge hem niet verzorgen. Hij moet zich houden aan uw aanwijzingen, hij is het andere niet gewend. Degenen die zeggen dat zij het anderen zo goed willen geven en in feite daarmee menen dat zij hen tot slaven willen maken, luxe slaven misschien, maar slaven, zijn toch ook dwaas. Ook dat is absurditeit. Gij kunt niet tot God komen dan via de kerk van onze Heer. God wordt dus gelimiteerd en opgesloten in een kerk, buiten die kerk bestaat een wereld. Wat moet de duivel dan machtig zijn, nietwaar? Absurd. God is overal, God spreekt overal. Er kan geen verschil zijn voor een mens of een geest tussen een kerk en een niet-kerk. Maar wanneer men zoiets leert met volle ernst, dan is dat een absurditeit. Het Westen neemt deze absurditeiten volledig, volledig als reëel, als serieus leerstuk en men lacht erover als een meester in het Oosten zo’n dwaas antwoord geeft. “Wat,” vroeg een leerling aan zijn meester “kenmerkt de mens het meest?” de meester glimlachte en hij zegde: “Wat kenmerkt u wanneer ge uw schreden door het land richt?” de leerling dacht er over na en hij noemde onnoemelijk veel dingen op. Zoveel, dat de meester zegde: “Wanneer men een bepaling zoekt en de veelheid wordt te groot, gaat de betekenis teloor.” Wat volkomen juist is. Evenmin kan men de mens definiëren net als iets van de tijd.

Het is onmogelijk. En een andere keer zegt de Westerling: “Hoe bitter waren die oude meesters in China. Hoe bitter zijn ze nu nog in Indië met hun vreemde gezegden. Wat is een mens op aarde, meester? Wat is een varken aan de trog, mijn zoon?” O, wat bitter, een mens met een varken te vergelijken. Maar is het dan niet zo? Is dat zo absurd. Wie weet leeft in het varken ook een edele geest, maar de begeerte naar de trog overspoelt het en het gedraagt zich niet edel, ofschoon het dier moedig kan zijn en sterk in de wouden. Maar dat vindt men absurd. Men vindt het absurd, wanneer eenvoudige mensen geloven dat de vruchtbaarheid der aarde moet worden uitgedrukt en vruchtbaarheidsriten vieren. Dat is onzedelijk en slecht. Maar is het niet veel dwazer om een zebra en een os in één juk voor een zware wagen te laten trekken? En toch zijn uw huwelijksinstellingen, waarschijnlijk juist door hun gebondenheid op dit terrein, dwazer dan dat het is maar zelden, dat er een goed span voor de wagen van het leven loopt. Al die anderen zijn dwaas, dat is absurd. Hoe kan je met een vruchtbaarheidsdaad de vruchtbaarheid van de wereld plukken, hoe kunt gij met woorden vrede wekken? Of God doen verschijnen? Is dit niet even dwaas, hoe kunt gij wijsheid bouwen van gedachte op gedachte zonder bewijs? Toch doet ge dat, want de wereld is zo absurd in de ogen der mensen en de wereld is zo wijs voor hen die weten. Wanneer de storm komt in de tropen, zo draagt hij met zich het water dat onder de broeiende hitte haast verkookte. Hij neemt het uit de oceaan mee omhoog door verre luchten. En daar waar de winter komt, het plantenleven bewaard moet blijven, valt de sneeuw, de sneeuw is doods en koud, maar door haar koude deken bewaard zij leven. Om dit te beseffen, moet je weten wat er gebeurt.

Wanneer er mensen sterven in een grote ramp, honderden misschien of duizenden, dan lijkt dat wreed, maar misschien dat het daardoor juist mogelijk is, dat elders waar miljoenen zouden sterven een wijle langer vrede heerst. Misschien is het daardoor mogelijk dat enkele zielen incarneren op aarde, daar waar ze thuis horen en niet daar waar ze verkeerdelijk terecht waren gekomen. Maar de mens hoort dit vanuit zijn eigen standpunt. “Hoe verschrikkelijk” roept men uit “dat er een hongersnood is in China. Hoe verschrikkelijk, dat men hongert in de Indische gebieden. De mensen komen om van de honger.” En men stuurt voeding, maar zou men in het Oosten niet kunnen uitroepen: “Hoe verschrikkelijk, dat men in het Westen omkomt in een geestelijke hongersnood waar geen vrijheid en geen waarheid wordt gegeven, waar geen woord klinkt en geen gedachte, waar geen verwantschap van zielen ver genoeg gaat om de mens te verzadigen en zijn ziel in volle vrede te doen leven.” Wat is belangrijker? Het Oosten zal zeggen de verzadigde geest, het Westen zal zeggen de verzadigde stof. Absurd? Misschien. En uit dit alles kunt gij voor uzelf een lering opbouwen. Vele dingen die gij niet begrijpt, vele dingen die strijdig zijn en absurd, zijn dit alleen, omdat gij denkt vanuit uw standpunt. Vele beoordelingen, die gij uitspreekt en vele gewoonten waar ge u aan vastklampt, zijn dwaas, maar gij beseft het niet.

Uw leven is niet gebouwd op wijsheid, het is gebouwd op een persoonlijke mening, een zeer onvolledige omschrijving, die dan de kosmos wil bevatten. Evengoed zoudt ge kunnen zeggen, dat in één penseelstreek van Rembrandt de Nachtwacht ligt opgesloten. Dat is even absurd en even waar, want zou er niet die ene penseelstreek zijn, uit vele zou geen schilderstuk groeien. Zou er niet uw persoonlijk oordeel en uw persoonlijke mening zijn, er zou geen bewustwording mogelijk zijn. Maar het stellen van eigen begrip, van eigen mening en eigen oordeel als beslissend voor kosmische werkelijkheden, is gevaarlijk, zeer gevaarlijk voor u. Wie uit een druppel water een oceaan wil maken, kan dat doen, wanneer hij de aard van het water kent uit de druppel. Maar hij moet in zich de macht dragen om haar oneindig te vermenigvuldigen. Wie van u in het leven uit zijn oordeel, zijn wijsheid en zijn begrip een oneindig begrip en een volle bewustwording wil scheppen, hij zal zichzelf moeten ontleden en in zich de kracht moeten gewinnen om eigen innerlijke wijsheid oneindig te vermenigvuldigen, en dat lijkt weer absurd, maar het is wijsheid en ware wijsheid. Gij draagt in u het gehele Al. Het Al met al zijn verschillende sterrennevels, met zijn goden en zijn engelen en al wat er toe behoort. Het lijkt dwaas, maar in u zijn er even vele cellen als er sterrenstelsels zijn in het Al, maar je beseft het niet. “Een begrip wordt pas verkregen” zo zei een oude leermeester “Wanneer men niet meer spreekt over een microkosmos of macrokosmos maar over kosmische ervaring. Verder contact met de eeuwige krachten wordt pas verkregen wanneer men niet meer spreekt over hemel of hel, maar slechts spreekt over het leven zelve.” De kracht wordt pas verkregen wanneer men niet meer meet in sterkte of zwakte, noch in noodzaak of verlangen, maar slechts meet in eigen werkelijkheid.” Dit is waar, de absurditeiten en schijnbare absurditeiten die ik u vanmorgen naar voren heb gebracht, vrienden, zij zijn slechts de weerkaatsing van de waan waarin wij leven, de eenzijdigheid van onze interpretatie, de onvolledigheid van ons zoeken en pogen.

Laat mij u kort nu even zakelijk dan die laatste punten noemen: Indien gij uzelf ziek denkt, zo zult gij ziek zijn. Uw gedachten zijn scheppende krachten. Indien gij uw lichaam uw gedachten laat beheersen, zo zal uw geestelijke wereld materieel zijn en dus niet geestelijk. Dat is volkomen waar. Zolang gij in uzelf spreekt over uw beperkingen, zo zult ge minder beperkt zijn dan ge denkt. Doch indien ge slechts spreekt over uw vermogens, zo groeien uw vermogens ver boven uw verwachting uit. Wie spreekt over grenzen, kent de dood. Wie spreekt over het oneindige, die kent het leven. Wie spreekt over zijn plichten, zal daardoor zijn rechten vastleggen. Wie echter spreekt over zijn rechten, laadt meer plichten op zich dan hij beseft. In het gehele leven, het gehele menselijke leven waarin gij staat en het geestelijke leven daarbuiten, geldt altijd weer dit ene: Gij kunt nimmer een ding tegelijk ontvangen of nemen want alles is evenwicht. Alles is in tegenstelling geopenbaard en elk deel van de schepping dat gij aanvaardt neemt zijn tegenstelling met zich, zijn tegendeel en doet u dat evenzeer dragen. Gij kunt daaraan niet ontkomen. Zoekt gij geestelijk licht, gij zult ook duister met u dragen. Zoekt gij stoffelijke rijkdom, gij zult een armoede daartegenover zien staan. En zo gaat het steeds voort. Gij leeft uit het evenwicht dat God heeft geschapen in alle dingen. Indien gij voor u zelve begeert dat evenwicht te verstoren, besef wel dat gij altijd tot evenwicht zult moeten terugkeren, zodat gij altijd weer het tegendeel van wat gij thans eist, eveneens zult ervaren.

Er is een beperking van begeren en van denken. Het maakt het u echter ook mogelijk om door uw daden en handelingen nu datgene wat gij werkelijk begeert uiteindelijk voor uzelf reëel te maken. Mensen zijn geen slaven of marionetten, niet van God en niet van de geest en niet van de mens. Zij zijn vrije wezens, wanneer zij beseffen dat de schijnbaar absurde handeling soms doelbewust kan zijn, wanneer zij met zich gevolgen brengt die begeert zijn of noodzakelijk. Gij kunt meester zijn over uw eigen leven, niet alleen in de stof maar ook in de geest. Gij kunt de krachten van de kosmos, die alle in u vertegenwoordigd zijn, openbaren tot in het oneindige toe, mits gij bereid zijt voor al wat gij eist de prijs te betalen en ook het tegendeel met u te dragen. Dit is de leer van het leven. Yang en Yin, licht en duister, zij vullen elkaar aan. Zij zijn gezamenlijk de goddelijke cirkel, de tegendelen tezamen. Dit is de kosmische waarheid. Er is geen stof zonder geest en geen geest zonder stof, want deze beiden tezamen vormen de oneindigheid, niet één van hen afzonderlijk. Het is niet liefde en het is niet haat, die elk voor zich een wereld kunnen vormen, maar deze samen versmolten tot eenheid, vormen de volmaaktheid. Het is niet krachteloosheid en het is niet sterkte, waarop ge u kunt beroepen, maar het is bewustzijn van uw eigen kracht en sterkte, die deze beide versmelten tot eenheid, die u maakt tot een wezen machtiger dan er ergens in het Al bestaat. En deze macht, u opgedragen, maakt u tevens machteloos, want de mens, zich van zijn macht bewust, is zich bewust van zijn verplichting en wie in de volheid van zijn wezen de volheid Gods erkent, wordt de dienaar van de meest onvolmaakte. Dit is kosmische waarheid en dit is levenswaarheid. Een schijnbare absurditeit, die toch uiteindelijk zo redelijk is in de ogen der mensen. Niets wordt verworven zonder een prijs te betalen. Bedenk eerst welke prijs gij wilt betalen voor gij koopt, zo zult ge altijd datgene verwerven wat ge wenst. Ge zult altijd de prijs kunnen betalen en dragen, bewust en wetend en gij kunt dan de hele kosmos verwerven en met de kosmos bewustzijn van alle dingen, en wanneer gij de volheid van uw eigen wezen wilt kennen, uzelf prijs geeft aan uw God, zo zult gij niet meer zijnde “ik het belangrijke wezen”: “ik het belangrijke wezen” kennen in God en betalen de prijs van uw schijnbare zelfstandigheid en werkelijke zelfstandigheid gewinnen.

Denk eens na over deze tegenstellingen, denk eens na over de schijnbare absurditeit, die vanuit menselijk standpunt is gelegen in deze dingen en vraag u af of het soms niet goed is om dwaas te zijn, waar slechts in de dwaasheid de wijsheid geboren wordt.

o-o-o-o-o

Ja, ik weet nu eigenlijk niet, wat u daarvan denkt van die eerste spreker. Hij heeft aan de ene kant vaak gelijk en aan de andere kant heb ik zo’n flauw idee dat sommigen denken: “waar blijft nu eigenlijk de samenhang?” Nu zou ik met onze vriend kunnen zeggen: De samenhang zit in de onsamenhangendheid, wat volkomen juist is, omdat juist het hanteren van deze stelling, zoals hij dat doet, het hanteren van schijnbare onjuistheden, in feite de waarheid doet geboren worden. Hij zou gelijk hebben. Maar ja, de een denkt zus en de ander zo. De een is in het Oosten geboren en de ander denkt vanuit het Westen. En ik zou dan van mijn kant die zaak eens anders willen bekijken. Wij spreken altijd zo over de weg, de waarheid, het innerlijke pad, enz.

Als ik over een pad praat, dan bouw ik uit die gedachte alleen altijd een pad. M.a.w. ik schep iets. Je kunt geen pad maken in een woestijn zonder het af te tekenen tegenover de rest. En zo kun je nu in de eeuwigheid geen pad banen voor jezelf zonder meteen een grens aan te loggen. Nu kun je natuurlijk wel zeggen: Dus is het eigenlijk dwaas om een grens te leggen, wanneer je die eeuwigheid rond je hebt en er dan nog een pad doorheen te trekken. Dat zou Oosters zijn. Maar een Westerling, die, nou ja ik bedoel niet die Westerling die indertijd zoveel drukte maakte hoor, maar ik bedoel iemand uit het Westen dan. Die heeft nu eenmaal de behoefte aan een hou-vast-je. Die moet een mooi paadje hebben met een mooi bordertje, bij voorkeur aan de ene kant met heerlijke materiële begaafdheden en gaven en aan de andere kant nog een hele hoop geestelijke geur, en dan voelt hij zich pas gelukkig.

Nu moet u eens luisteren. Alles wat die eerste spreker heeft gezegd, daar kunt u in feite wel mee akkoord gaan, maar is alleen: kunt u vanuit een Westers denken dat nu meer accepteren? Dat zijn er maar een paar. Want als je daar op ingaat, dan valt elke rede tot beheersing, tot beperking en dergelijke eigenlijk weg. Dan blijft er alleen nog maar over: wat kost het me? Dus ik wil iemand vermoorden. Wat kost het me? Nou, ten hoogste mijn eigen leven. Dat is het me wel waard. Hup jongens, doe maar. In de kosmos zal dat misschien wel juist zijn, want per slot van rekening; de ander die blijft in de geest voortbestaan en jij ook en je knoopt dat later wel weer uit. Maar waar blijf je dan met onze ideeën van maatschappij, van vooruitgang van de mensheid en zo? En daarom zou ik er toch wel graag enige beperkingen in zien aangebracht. En de eerste is er dan een, die bent u al heel vaak tegengekomen. Het lijkt me zo dwaas en iets te doen waar een ander werkelijk schade van heeft, een ander werkelijk kwaad te doen. Want volgens hetgeen we nu net gehoord hebben, doe je een ander kwaad en haal je je dus kwaad op de hals. Compensatie en terwijl je hen kwaad doet, geef je hen automatisch ook weer iets goeds, ook weer die compensatie. Dus als je eigenlijk aan iemand heel erg de p.. hebt, dan zou je hem buitengewoon veel goed moeten doen, dan krijgt hij het kwade vanzelf wel en jij bent er niet bij betrokken. Ja, het klinkt een tikkeltje absurd, hé, maar laten we eens eerlijk zijn. Als je nu tegen iemand erg gemeen bent geweest, en ze zijn buitengewoon goed voor je, is dat niet veel erger dan wanneer ze je een pak slaag geven? En daar komt nu het Westen weer om de hoek kijken. Je komt tot een bepaalde manier van leven en van denken en die bepaalde manier van leven en denken hier in het Westen vraagt, zeker voor de mensen in de stof, een weg, een vast pad, dat op dat Westen is ingesteld. En er moet ook nog een weg zijn, tenminste als die mens een beetje progressief is, nietwaar die niet vast hangt in oude dogma’s zonder meer, maar een weg zijn die praktisch is en het moet dan bovendien nog een weg zijn, die ook direct tot uitvoering te brengen is en die ook tamelijk directe resultaten geeft. Dat is natuurlijk lastig. Er zijn wegen te over, hoor, maar over het algemeen trekken ze allemaal een wissel op de verre toekomst. Als je hier op aarde erg gehoorzaam bent, dan krijg je later bij God een extra mooi plaatsje. Als je hier de kerk zoveel betaalt, dan krijg je later zoveel geestelijk geld terug, Daar hebben we niets aan. Het moet praktisch zijn. Nu is er gelukkig op het ogenblik over die hele wereld, nou ja, gelukkig mag ik niet zeggen, maar er is over die hele wereld een tendens die dus dit westerse denken eigenlijk verder doorvoert.

Die ideeën van absolute ongebondenheid en absolute aanvulling, die onze vorige eerste vriend hier, dus bracht, gaan langzaam maar zeker teloor. In China zelf praten ze er al niet meer over en in Indië zijn ze het ook meestal al vergeten. Er zijn er nog wel die er aan doen, natuurlijk, maar het merendeel van de mensen, gaat op het ogenblik toch wel die richting van het materialisme uit met zijn denken en met zijn oorzaak en gevolg en zo en komt daardoor dus tot dezelfde noodzaak die in het Westen eigenlijk al bestaat, voor een afgebakend pad, een leer die beperkt is. En nu hebben we vanmorgen de kans gehad om eerst die eerste vriend hierheen te slepen, nou, ja, slepen niet hoor, hij is zelf gekomen, vrijwillig zelfs en daarnaast nog een tweede spreker. En nu lijkt het misschien of het tegenstellingen zijn, maar volgens mij vullen ze elkaar aan. Want die absurditeiten waarover die eerste spreker het heeft gehad, die keren in zekere zin terug bij deze derde spreker, die u dadelijk krijgt. Ik reken mezelf dan maar als no. 2. Ik ben eigenlijk meer zo’n Fraulein Hummer op het ogenblik, hoor, ik dans met een nummertje door om de belangrijke nummers aan te kondigen. Alleen heb ik er het figuur niet voor, maar daar moet u niet op letten.

Nu gaat het dus hier om. U weet allemaal dat op het ogenblik dus die wereldleraar actief is. U weet allemaal dat die langzaam maar zeker de stellingen aan het ontwikkelen is en al wat erbij hoort en daarbij wordt wel degelijk een soort pad afgebakend, een vaste weg, iets waar je houvast aan hebt en iets wat ook onmiddellijk resultaten kan geven, maar niet hoeft te wachten op een hiernamaals. Nu hadden wij zo gedacht, als we nu die spreker hier krijgen kunnen, en hij komt dadelijk, hij moet er zijn hoor, ik praat nog maar even door tot hij er is, dan zal deze u ook een leefregel voorleggen, die volgens u vele absurditeiten inhoudt, want hij past niet helemaal bij alles wat je nu op het ogenblik gewend bent en doen wilt. Maar als geheel beschouwd, praktisch, gezien de evenwichtigheden die er nu eenmaal altijd bestaan, wetten van compensatie, oorzaak en gevolg en dergelijke, is het een verduiveld logische wet. Dit pad n.l. maakt het de mens mogelijk ook aan de hand van zuiver stoffelijke definities en bepalingen te komen tot zuiver stoffelijke resultaten, die echter automatisch in geestelijke overgaan en waarbij dus de eigen bewustwording ook met zijn kenbare gevolgen, door de dood niet feitelijk wordt onderbreken, maar waarbij de mens rustig verder kan sudderen van sfeer naar sfeer met datzelfde pad. Dan blijft het pad een beperking, maar zeker is wel één ding; al lijkt het beperkt, het geeft ons toegang tot alle gebieden van de kosmos, ervaringen, die voor ons gewichtig zijn, eveneens in alle gebieden en sferen en daardoor lijkt mij uiteindelijk een veel grotere kans op volmaaktheid en oneindigheid dan alle meer beperkte en misschien schijnbaar logischer idealistischer wegen. En nu is het woord aan de spreker, waarop ik heb zitten wachten. Dus als ik te lang gepraat heb, neem het me niet kwalijk, het woord is aan onze gast.

o-o-o-o-o

Wanneer wij een pad zoeken, dat het ons mogelijk maakt om verder te gaan in het leven en ook wat de mens dood noemt, dan zullen wij moeten gehoorzamen aan twee wetten; de wet van de kosmos waarin wij leven en de wet van ons eigen wezen en bewustzijn, die onze weg binnen deze kosmos bepalen zal. Daarom schrijft men deze weg als volgt: Wees vrij in alle dingen, want slechts indien gij vrijelijk oordeelt over uw eigen daden, zult gij leven in waarheid. Besef, dat al wat gij anderen.doet, ook u is aangedaan, zo neem niets van anderen wat gijzelf niet zoudt willen geven en schenk niets aan anderen of ontvang niets van anderen zonder te overwegen wat dit voor u beduidt. Spreek niet van eeuwigheid, hoogste kracht en hemelsferen, maar tracht voor uzelf hoogste kracht en hemel en hemelsferen te beleven, waar gij zijt. Eén ervaring, nu opgedaan, is duizend gedachten waard over een later.

Vraag uzelf nimmer: Is dit in overeenstemming met menselijk leven of met goddelijke wet, maar vraag u steeds af: Is mijn wezen bereid dit te doen en van alle anderen hetzelfde te aanvaarden? Deze maatstaf beperkt uw handelen en zal u voeren tot het juiste leven. Heb uw naasten lief, maar wees ook bemind door uw naasten. Gij kunt uw naasten niet liefhebben door hen te dienen, maar u van hen af te zonderen. Slechts indien men elkander werkelijk kent, kan er sprake zijn van een liefde. Beperk dan ook uw naastenliefde tot hen die gij kent en laat de onbekenden rusten tot gij leert wie en wat zij zijn. Leef voor de vreugde, want indien gij leeft voor de vreugde zult gij het leed kunnen dragen. Maar indien gij leeft in het leed, zal de vreugde u sterven en het leven tot dood worden. Hecht niet aan materie, maar verwerp haar niet, want zo gij de materie verwerpt, verwerpt gij de geest, die uit de materie leert eveneens aanvaardt, maar oordeelt niet.

Ken in uzelf de vrijheid om eigen wegen te gaan, maar weiger elke andere mens ook maar het kleinste deel van zijn vrijheid van denken, van handelen of geloven te nemen. Zo er wetten zijn op uw wereld, besef dat deze wetten bestaan uit uw wereld en indien gij meent, dat deze wereld goed is, handhaaf haar wetten. Indien gij meent dat deze wereld verkeerd is, zo breek haar wetten, want slechts zo kunt ge vrij worden van haar.  Spreek niet over leven of dood, doch besta in het ogenblik, waarin gij nu bewust zijt: dan is er geen dood, want het bewustzijn blijft voortgaan. Maar spreekt gij over leven en dood, zo zult gij duizend doden sterven, zelfs terwijl ge leeft. Vrees niet, ook geen disharmonie in uw omgeving of in uw eigen wezen. Indien gij disharmonie vreest, openbaart zij zich, zo gij haar aanvaardt trekt zij zich terug. Dien alle leven volgens uw geloof aan uw God, maar leer eerst uw geloof te omschrijven vóór gij dient. Geef aan de wereld niet slechts uw wezen, maar ook uw denken, want wie materie geeft zonder gedachte, geeft niets en wie gedachten geeft zonder materie, geeft eveneens niets. Besef dat, zolang gij op aarde leeft, alleen het samengaan van gedachte en materie, de samenwerking tussen stof en geest, een bevredigende weg tekent en ga deze weg in de volle vreugde, in de volle vrede, die bestaat voor elk die het conflict beseft, maar het niet acht.

Deze leringen klinken u misschien wat vreemd in de oren, maar zeg mij, hebben de banden die uw mensheid en uw wereld zichzelf hebben opgelegd, geestelijk en stoffelijk, de mens verder gebracht? Uw wereld ligt in ketenen, verbreek uw eigen ketenen, dan zal ook uw wereld vrij worden. Gij meent misschien dat ik teveel verantwoording op uzelf wil leggen, maar deze weg kan alleen door u gegaan worden en de weg der mensheid wordt bepaald door de weg die de enkeling gaat. Zo zult gij altijd verantwoordelijk zijn, ook indien gij dit niet wenst. Besef ten laatste, dat een mens die leeft in een zo waar mogelijke liefde, vooral, wat hij in zich kent van stof en geest en bovenal wat hij in zich erkent van God, de liefde en de eenwording, de kosmische harmonie openbaart waar hij of zij ook leeft;en slechts in deze harmonie kan het geweld, kan de tegenstelling worden verdreven, kan de armoede worden gebroken tezamen met de rijkdom en kan de mens in vrijheid leren leven op aarde als mens, maar ook als mens verder gaan over de grenzen van de dood. Leer hen dat mens zijn ook kosmisch kan blijven. De meester die ik thans volg en dien, geeft deze leringen op aarde. Hij zegt u bovenal en altijd weer: Wees vrij, draag uw eigen verantwoording, maar puur uit het leven elk ogenblik weer het goud van de vreugde en de edelstenen van vrede, die voor elke mens gegeven zijn. Hij leert u dit, omdat de leer van een vorige meester in de mensheid is verhard en versteend tot ze haar leven verloor. Hij leert u de oude leer en toch de nieuwe weg. Gij zult daarvan nog veel horen in uw gedachtewereld en in uw materie. Bereidt u voor om dit pad te gaan, zo gij de vrijheid mint, die hij u geven wil.

o-o-o-o-o

Ja, daar zult u een hele tijd over moeten denken, voordat u dat allemaal door hebt. Toch zijn we blij, dat we weer eens een keer een mens hebben gekregen om deze dingen te doen belichten. We proberen het zelf ook wel te brengen, maar een ander brengt het weer eens op een andere manier. Weet u, waar het om gaat? En dat is niet alleen voor uw kringetje, maar dat is voor alle mensen op deze wereld op het ogenblik, om een nieuwe weg te vinden. Met de oude weg zijn ze allemaal vastgelopen. En boven alles om een weg te vinden waarbij je nu niet direct blijft staan, wanneer er toevallig zoiets komt als lijden of ziekte en dood. Die dingen moeten er nu eenmaal ook zijn. Wij geloven en vertrouwen en menen te weten dus, dat de nieuwe wereldmeester, de nieuwe wereldleraar en degenen die met hem werkzaam zijn op deze wereld en rond deze wereld op het ogenblik, de juiste weg aangeven. Het is alleen zo beroerd, dat die weg eigenlijk in woorden niet te vangen is. Hij bestaat uit een soort mentaliteit, die niet eens meer als denken of als redelijkheid kan worden aangemerkt, maar die een samenvloeien is van je gevoelsleven en je redelijkheid en de manier waarop je staat in de wereld en de manier waarop je geestelijk denkt, alles bij elkaar.

Wij hebben u dit dan weer willen voorleggen, omdat we hopen dat u uit die fragmenten, die we dan zo hier en daar kunnen geven, voor uzelf het geheel zult opbouwen. Dat moet u zelf doen, dat kunnen wij niet voor u doen. Het bouwmateriaal hebben we ook vandaag weer aangedragen. Kijk wat je er zelf van maakt. En dan moet u me niet kwalijk nemen, als ik nu ga besluiten. Ja, dat vindt u misschien wel jammer, maar dat doe ik toch.

De vrije weg.

Waar het sterrengoud de perken maakt in het kosmisch duister en de luister van de ster verbleekt voor het licht van een geest die wetend zijn weg gaat staat dit ene woord geschreven: Wees vrij in alle dingen, aanvaard ook vrijelijk de wet, de kracht die gij ontmoet. Slechts zo zult gij de weg van sterren, bloed en glans kunnen gaan tot net punt waar geen grenzen bestaan.  Er is in de wisseling van jaargetijden en in het ruisen van eb en van vloed, het werkelijke geestelijk bloed der mensheid neergelegd. Wisseling is een noodzaak tot leven. Wisseling is het recht, gegeven aan een ieder die leven moet.

Leer in uzelf te veranderen altijd weer en altijd voort. Slechts zo vindt gij net pad dat goed is, het pad der ware vrijheid. Leef met je God, maar wees ook vrij om met die God je eigen weg te gaan. Leef naar de leer die je aanvaardt, maar wees toch vrij haar op je eigen wijze door alle tijden uit te dragen. En voel je vrij om God en leer en al te vragen wat noodzakelijk is.  Opdat je meer en meer het gemis van zelfstandig zijn, zelfstandig handelen verdrijven kunt.  En in het licht dat je gegund wordt eigen naam met eigen licht daar aan de hemelboog kunt schrijven. Wij geesten zijn geschapen om tot volle licht te gaan en vrij in licht en waarheid voor onze God te staan. Wij zijn geschapen en Zijn krachten en machten te openbaren vanuit de laagste sfeer tot aan de hoogste hemelboog. In onszelf leeft God die al het zijnde observeert. Wij zijn het goddelijk oog, waarmee de Schepper steeds zichzelf weer kennen leert. En daarom moet je waardig zijn. aan wat je is gegeven. Moet je in vrijheid verder gaan, en zonder band en zonder waan voortdurend weer gaan streven naar waarheid, licht en werkelijkheid.

Slechts zo kun je het menselijk lot, het geestelijk wezen waardig zijn. Slechts zo kun je je taak voltooien die in het feit der schepping zelf de Schepper aan ons, geesten geeft. Dat is zo onze opvatting van de zaak voor vandaag en wat mij betreft zeker niet voor vandaag alleen. Nu, dan hoop ik alleen maar, dat u zo nu en dan uw hersenen laat kraken in een ernstige poging om precies te snappen wat er nu bedoeld is en dat u er ook in, zult slagen voor uzelf dan datgene te vinden waarvoor woorden nu eenmaal tekort schieten.