De wijze dwazen

19 juli 1963

Aan het begin van deze avond wijs ik u er op, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denk zelf na, vorm u zelf een oordeel. Mijn onderwerp van heden gaf ik de titel: De wijze dwazen.

Wanneer wij te maken krijgen met de manier, waarop men in bepaalde delen van het Oosten lering geeft en zelfs inwijdingen mogelijk maakt, zo valt ons op, dat daarbij vaak een schijnbare dwaasheid op de voorgrond treedt. Vooral in vragen en antwoorden komt dit vaak tot uiting. Zo wordt een Meester gevraagd: “Meester, waar is God?” Zijn antwoord luidt: “Hoeveel druppels water zijn er in de zee?” Schijnbaar is dit dwaas, het antwoord lijkt op het eerste gezicht niets met de vraag te maken te hebben. Bij nadere beschouwing blijkt echter, dat antwoord en vraag iets gemeen hebben. Zo min men in staat is precies het aantal druppels water in de zee op te geven, zo min zal men in staat zijn precies te zeggen, waar God is. Wanneer u iemand zou vragen: “Wat is de grootste wijsheid?” en als antwoord zou krijgen: “Waarom heeft een varken een krul in zijn staart?”, zo zult u denken, dat men een grapje maakt. Wanneer men echter begrijpt, wat er eigenlijk is gezegd, blijkt het antwoord echter wel degelijk zin te hebben: de grootste wijsheid is begrip. Wanneer men leert de verschijnselen in de natuur te begrijpen, zal men de grootste wijsheid bereikt hebben die de aarde kan bieden.

Op deze wijze geven vele grote Meesters in het Oosten hun leringen, die in de ogen van de westerlingen echter zinloos zijn. Wanneer je met hen tracht te praten, zo zeggen de westerse mensen, krijg je nooit een zinvol antwoord. U zult echter wel begrijpen, dat het mij niet gaat om de vele grappige antwoorden, die eens werden gegeven. Het is de procedure, de stelling, die daaraan ten gronde ligt, die mijn bijzondere belangstelling heeft. In wezen wordt hier immers gesteld:

Om een werkelijk antwoord te vinden op verstandige vragen, is het goed uit te gaan van het absurde.

Om iets te vinden, dat nieuw is, moet je uitgaan van het onmogelijke.

Om iets te bereiken, dat schijnbaar onmogelijk is, moet je uitgaan van eigen almacht, terwijl men gelijktijdig eigen onmacht erkent.

Deze formuleringen stammen overigens niet van een wijze meester uit het verre oosten, maar ik meen, dat ik – in alle nederigheid – hun stijl hier aardig benader. Terug gebracht tot de kern van de zaak blijkt er hier gewerkt te worden met de tegenstelling tussen menselijk verstand en begrip, het verschil tussen weten en beseffen. Vooral misschien gaat het wel om het verschil tussen een uitgaan van een vaste, alom bestaande hiërarchie en de stelling dat de mens zichzelf een weg moet banen in een wereld van chaos.

De wijze dwazen hebben, zich baserende op het voorgaande, hier een systeem opgebouwd, dat zo wonderlijk eenvoudig is, dat menige mens daarin geen weg weet te vinden, omdat hij de basis niet begrijpt. Men gaat hierbij namelijk uit van de waarde der associaties. Alleen op deze wijze zal het mogelijk zijn een zuiver persoonlijke benadering te vinden voor elk vraagstuk, waaruit toch een en dezelfde waarheid benaderd kan worden. U weet misschien, dat de associatie bij een bepaald begrip voortkomt uit eigen persoonlijkheid, omgeving en ervaringen. Zo zal een mens, die dicht bij zee woont, als associatie bij het woord water waarschijnlijk “zee” zeggen, terwijl een stadsmens eerder “kraan” zal noemen als eerst rijzend begrip.

In wezen geeft de mens zo aan, op welke wijze hij een bepaalde waarde of een bepaald begrip in eigen leven erkent.

Zo zal menigeen het begrip “vernieuwing” waarschijnlijk verbinden aan veranderingen in de stof, anderen kiezen krachten in de geest of zelfs menselijk egoïsme als punt van uitgang. Vooral wanneer men geen raad weet met een bepaald begrip of zich in een probleem, een toestand, niet voldoende in kan leven, is deze associatiemethode een goed middel om alle waarden van innerlijk bewustzijn, eigen werkelijke erkenningen, die verder gaan dan de menselijke denkwereld of verstandelijke overwegingen, op de voorgrond te brengen.

Nemen wij als voorbeeld nogmaals het begrip vernieuwing. De een denkt daarbij misschien aan een welvaartsstaat, terwijl een ander het begrip bewustwording als punt van uitgang neemt. Beiden hebben een geheel eigen uitgangspunt gekozen. Maar wanneer de eerste na gaat denken over alles wat noodzakelijk is om een welvaartsstaat tot werkelijkheid te maken, zo zal hij ontdekken, dat een vereiste blijft dat de massa een voldoende bewustzijn bezit: eerst wanneer de mensen vrijelijk en uit eigen wil bereid zijn zorg te dragen voor anderen, en hun bezittingen en verdiensten met die anderen willen delen, zal een werkelijke welvaartsstaat mogelijk worden.

Is dit bewustzijn, deze vrije wil en dit begrip, bij de massa niet aanwezig, dan zal men nimmer een werkelijke welvaart voor allen kunnen bereiken zonder een dictatuur, die door haar wezen en structuur, de betekenis van alles wat werd bereikt, geheel teniet doet. De mens, die bewustwording heeft gezegd, zal, nadenkende over een geheel de wereld rakende vernieuwing, al snel begrijpen, dat dit proces niet uitsluitend geestelijk zal kunnen zijn. Hij zal beseffen, dat elke bewustwording bij de mens zijn weerspiegeling op aarde zal moeten vinden. Misschien valt hier het woord welvaartsstaat niet, maar het beeld van de stoffelijke verwerkelijking, die een nieuw bewustzijn ook in de stof vereist, zal in wezen van een dergelijk beeld niet veel verschillen.

Hiermede is de waarde van dit associëren van waarden reeds duidelijk: men kan niet een bepaalde waarde in haar geheel overdenken, zonder universele waarden te beroeren, zodat men zelfs bij de meest verschillende punten van uitgang toch tot een en hetzelfde beeld van de werkelijkheid zal kunnen komen.

Dit systeem gaat echter nog verder. Om het mogelijke te kunnen erkennen, zal ik het onmogelijke moeten overdenken, zo stelt men. Dat betekent dat, wanneer men het kortste pad naar zelfkennis en besef wil zoeken, het niet zo dwaas is om te mediteren over de vraag, hoe men, op zijn hoofd staande, naar Rome kan lopen. Eerst meent men, dat dit onmogelijk is. Later ontdekt men, dat er toch wel oplossingen zijn te vinden voor het gestelde. Ik zal er een van de velen suggereren, opdat u niet meent, dat ik iets stel, wat niet in feite mogelijk is.

Neem een voertuig van fietswielen, verbonden door stangen, aangedreven door een soort rolmat, die tegens als een dak fungeert. Dan kan iemand, op zijn hoofd staande, met zijn benen langs die mat lopen en deze zo in beweging brengen. De beweging, wordt op de wielen over gebracht en zo kan men naar Rome komen. Lastig, maar niet geheel onmogelijk. Het schijnbaar onmogelijke is hiermede in het bereik der mogelijkheden gekomen. De eisen, die aan het Ik gesteld worden, wanneer men de kortere weg naar bewustwording overdenkt volgens alle voorwaarden, die men daarmede verbonden acht, zijn eveneens schijnbaar onmogelijk, maar een soortgelijke oplossing is niet uitgesloten. Men zal dan ook de moed vinden om het schijnbaar onmogelijk opnieuw te overwegen en er voor zich een oplossing in te vinden.

Het doel van deze antwoorden en de daarmede gepaard gaande meditaties is vooral een parallel te scheppen in het menselijke denken, waardoor blijkt, dat ook het schijnbaar niet te verwerkelijken doel bereikbaar kan zijn, dat het onmogelijke ergens toch mogelijk is. Het meest onvoorstelbare en onmogelijke in geheel de wereld moet ergens op enigerlei wijze mogelijk zijn. Wanneer men vanuit dit punt tot overweging van moeilijke problemen komt, zal blijken, dat de oplossing wel moeilijk, maar voor het Ik niet werkelijk onmogelijk is.

Wanneer men gelooft, lijkt het vaak onmogelijk dit te bewijzen. Eerst wanneer men echter de schijnbaar onmogelijke taak aanvaardt dit geloof te bewijzen, zal men in staat zijn te beseffen, wat men eigenlijk gelooft en wat dit voor het Ik betekent, terwijl men vele punten, die men eerst alleen op geloof aanvaardde, nu zal bewijzen, en daardoor juister en aanvaardbaarder zal weten te formuleren.

Door uit het schijnbaar onmogelijke alle waarden te distilleren, die wel onmiddellijk bruikbaar, hanteerbaar, bewijsbaar zijn, komt men tot een praktisch bruikbaar geloof, dat in de stoffelijke werkelijkheid kan worden omgezet.

De Meesters, die dit systeem ontworpen hebben, gingen uit van het standpunt, dat de mens alleen zelf en door eigen krachten en inspanningen vooruit kan komen. Dit blijkt wel uit het antwoord, dat een leerling kreeg, die een meester vroeg:

“Wilt u mij leiding geven? Wilt u mij toestaan dat ik u volg?” Want het antwoord luidde: “Ik heb er niets op tegen. Maar indien u mij wilt navolgen, zult u zich van mij moeten durven verwijderen. Ga dus heen. Dit is mijn eerste bevel.” De jonge man protesteerde natuurlijk. De meester echter sprak: “Om mij te kunnen volgen zult u eerst moeten zien, waarheen ik ga. En dat kunt u niet zien, wanneer u steeds bij mij bent. Bovendien is het niet de bedoeling, dat u een kopie van mij wordt, maar dat u waarlijk uzelf wordt. Zolang u te dicht bij mij bent en mij teveel eert, zult u echter alles doen om op mij te gelijken, mijn gedachten te delen, zonder in uw pogen te kunnen slagen. Want wij zijn beide andere persoonlijkheden. Daarom herhaal ik: ga heen.”

Deze redenering geeft weer, hoe reëel deze mensen wel denken. Zij gaan niet uit van allerhande esoterische stellingen en slijten hun dagen niet met het houden van wijsgerige betogen. Zij trachten echter voortdurend de gehele wereld met alle geestelijke en stoffelijke waarden, met alle feiten en voorstellingen te maken tot iets, wat men in zichzelf kan verwerken en waarmede men zelf iets kan bereiken.

Hiermee schetste ik naar ik meen, voldoende de basis, waarop de wijze dwazen werken. Om u echter duidelijk te maken, hoe men er toe komt, zo te denken en te leven, vertel ik u een ware geschiedenis:
In de buurt van Haiderabad leefde een wijze, die zeer beroemd was. Alle mensen kwamen tot hem, om door hem een oplossing te vinden voor hun problemen. Zelfs toen hij zich in de bergen terug trok, werd hij voortdurend belaagd door mensen, die van hem verwachtten, dat hij hen zou zeggen wat te doen en waarheen te gaan. Men bewees hem veel eer, men noemde hem “Mahatma”, sprak hem aan met “eerwaardige” en “meester.” Maar in zich kon hij niet verder komen. Want wie zijn innerlijke bereikingen deelt met de wereld op een wijze, die de wereld van haar eigen verantwoordelijkheden en noodzaak tot streven ontheft, draagt de lasten en verantwoordelijkheden van die wereld. Soms kan een dergelijke last zo groot worden, dat men zelf geestelijk niet meer  verder kan gaan. Hij besloot dus zich terug te trekken in de meest afgelegen delen van het gebergte. Daar vond hij een eenzame plaats, waar hij inderdaad alleen bleef en kon mediteren. Maar nu rees hem een ander bezwaar: er waren geen mensen meer in zijn omgeving en hij voelde zich daarom niet meer als eens, een werkelijk deel van de mensheid. Hij kon natuurlijk zijn gedachten wel naar de mensen uitzenden, maar had steeds weer het gevoel, dat hij zo de mensen niet voldoende kon bereiken.
Hij begaf zich hierop naar de tempel van de Ankh, ook wel de tempel van het kruis genaamd, om in een heilige plaats over dit probleem na te denken. De enige oplossing, die hij vond, was echter: leef dan onder mensen, die u gelijk zijn. Hij begaf zich nu naar een dorpje in de bergen, waar hoofdzakelijk ingewijden leefden. Hier echter bleek hem, dat hij in wezen niet noodzakelijk was: hij was in wezen geen deel van de gemeenschap, maar stond er naast. Zo leerde hij de grote wijsheid:

Een wijze moet deel zijn van de wereld, waartoe hij behoort, zonder zich daarboven te stellen, er naast te staan. Hij moet deel zijn van de wereld en deel hebben aan haar streven, zonder daarom de lasten van anderen te dragen of anderen zijn hulp te weigeren. De wijze dient zijn eigen beperkingen te beseffen en zich te gedragen als een normaal deel van de gemeenschap.

Nu lijkt dit misschien iets wat iedereen wel weet. Maar hoeveel mensen, die zichzelf wijs achten, gedragen zich in wezen, met bewustzijn van hun eigen beperkingen, als normaal deel van de gemeenschap? In het dagelijkse leven ziet men steeds weer, dat dit niet het geval is. Iemand is inderdaad een wijze, maar meent, dat daarom de regels voor de gemeenschap op hem niet van toepassing moeten zijn. Iemand heeft grote kennis opgedaan omtrent het dierlijk leven en prehistorische tijdperken en meent nu daardoor ook als deskundige zijn mening te mogen geven over ruimtevaart. Iemand is een uitstekend arts en meent op grond hiervan bekwaam te zijn aan te geven, welke fouten er worden gemaakt in de politiek enz. enz. Maar om iets te kunnen zeggen over politiek, moet men daarin thuis zijn en zo mogelijk iets weten over economie en sociologie. Over ruimtevaart kan men alleen oordelen, wanneer men dit speciale gebied werkelijk heeft bestudeerd. Iemand, die geestelijke wijsheid zoekt en vindt, is niet de aangewezen persoon om stoffelijke problemen en bezwaren op te lossen. Hij zal ten hoogste geschikt zijn om anderen een weg te wijzen, langs welke zij zelf het begeerde kunnen bereiken.

Dit begreep deze meester. Hij stelde zelfs, dat de wijze, die andere en minder bewuste mensen leiding in stoffelijk opzicht wilde geven en hun problemen voor hen op wilde lossen, daardoor eigen mogelijkheden tot verdere bewustwording zag verdwijnen, terwijl hij door dit offer en dit streven gelijktijdig aan de anderen een mogelijkheid tot verdere persoonlijke bewustwording ontnam. Hij besloot in de wereld terug te keren, maar nu zonder dat men hem zou herkennen. Hij koos een optreden als bedelaar. Sommigen herkenden hem toch en vroegen net als vroeger, om zijn raad, terwijl anderen hem minachtten en weg joegen. Hij kwam dus op deze wijze niet veel verder. Hij dacht hierover lang na en besloot toen: ik zal weer mijzelf moeten zijn, maar wanneer men mij om raad vraagt, zal ik steeds een antwoord moeten geven, dat het de vrager mogelijk maakt zijn eigen probleem op te lossen, terwijl het geen onmiddellijke leiding inhoudt.

Zo koos hij de weg van de wijze dwazen, wier antwoord op een vraag steeds weer een schijnbare dwaasheid is. Hij, die een groot leraar was, werd – terwijl hij al ouder was dan menige mens – een soort nar, die bekend werd om zijn grappen en grollen, zijn cynismen zelfs, maar vooral om de wijsheid, die gelegen was in al zijn woorden, ongeacht hun schijnbare voortdurende tegenstrijdigheden. Pas toen hij zover was gekomen, bleek het hem mogelijk alle anderen op hun weg te helpen, zonder hen daarom ook maar een enkele mogelijkheid tot ervaring en bewustwording te ontnemen, of zichzelf ook maar een enkel ogenblik van verdere realisatie van de werkelijkheid te ontnemen.

Dit is natuurlijk maar een enkel geval. Wijze dwazen zijn er altijd weer veel geweest. Wanneer wij zien naar de aanhangers van de leer van Tao, naar de volgelingen van Confucius,  Lao Tsé, de meesters van Zen, of zelfs de Brahmanen, ontmoeten wij steeds weer soortgelijke figuren. Ook onder de wijzen van het westen vinden wij, zowel nu als in het verleden, steeds weer mensen, die een vraag met een schijnbaar dwaze tegenvraag beantwoorden in de hoop, dat daardoor de hoorders tot een zelfstandig denken zullen komen. Tegen een van deze wijzen merkte men eens scherp op: “Gij noemt u meester, hebt veel bereikt, maar beantwoordt onze vragen steeds weer door ons raadsels op te geven. Zou het niet de wil van God en de goden zijn, dat gij ons helpt en leidt?” Zijn antwoord luidde: “Toen God de schepping schiep, heeft hij alle schepselen, en niet alleen de mensen, een veelheid van raadselen geschapen. Om de tijdgebondenheid van ons bestaan waarlijk te kunnen beëindigen, moeten wij deze raadsels eerst oplossen. Zou ik dan meer zijn dan God door u te willen leiden, waar Hijzelf mij slechts raadsels opgeeft als leidraad op míjn weg?”

Voor de gemakzuchtigen is een dergelijk antwoord natuurlijk niet erg bevredigend. Maar wanneer wij het leven, ja, wanneer u uzelf nagaat, zal men ontdekken, dat alles vol schijnbare tegenstrijdigheden  is. Ook u, want u denkt en zegt het ene, verdedigt uw stelling met al uw krachten, om dan zelf het andere te doen. Het is dus niet zeer waarschijnlijk, dat er ergens op de wereld een leiding gegeven kan worden, die het u mogelijk maakt datgene te bereiken en te worden, waarvoor u geschapen bent, alleen maar door te doen, wat u gezegd wordt. Hoe zou u bv. langs deze weg het noodzakelijke bewustzijn willen winnen, waardoor men in de eeuwigheid bewust kan bestaan? U meent misschien, dat deze techniek alleen bruikbaar is voor geestelijke waarden. Om u het tegendeel te bewijzen wil ik hier een aantal vragen en antwoorden aanhalen, die direct betrekking hebben op de huidige toestand van de wereld en de werkingen van de vernieuwing. Overigens blijkt hieruit tevens, dat vandaag de dag wijze dwazen evengoed  voorkomen als zij bv. tien eeuwen geleden bestonden.

De eerste vraag ging over China: “Meester, meent u dat de communisten waarlijk macht zullen krijgen over geheel Azië?” Het antwoord luidde: “Degene, die teveel slacht, zonder een afvoer put te hebben, verdrinkt in het bloed.”

Een voorwaardelijk antwoord, dat echter veel inhoudt: degene die geweld overmatig gebruikt, zal daaraan zelf ten onder gaan. Wie te veel slachtoffers maakt, zal daardoor alleen reeds ten onder worden gebracht.

Op de vraag, of men in Azië werkelijk nog veel van deze kunnen leren, luidde het antwoord:

“Noem mij een wezen, waarvan wij niets kunnen leren.”

Met andere woorden, wanneer u alleen kunt leven door steeds te leren, zou u dan ook hier niet kunnen leren, zonder daarbij uzelf te verliezen?

De vraag: “Wanneer zal de heer der wereld ons eindelijk verschijnen?” werd als volgt beantwoord: “Wanneer hij, die onder de aarde woont, boven de aarde komt, vluchten zij, die nu boven de aarde leven onder de aarde weg. Wanneer u dus wegvlucht in de grotten, bedenk dat het uur, waarnaar u schijnt te verlangen, gekomen is.”

Wat betekent, dat men zich, zolang men nog boven de aarde normaal kan leven, zich maar niet al te veel met de heer der wereld bezig moet houden. Maar wanneer het leven op aarde onmogelijk schijnt te worden, wanneer alle oude waarden ineenstorten, zal men daaraan tevens weten, dat de vernieuwing, de verandering, een feit is geworden.

“Meester, men zegt dat een nieuwe leraar komt. Wat zal hij ons kunnen leren?”

“Dat gij nog niet genoeg geleerd hebt.”

“Heer, wat moeten wij er van zeggen, dat nu de heilige koeien uit de steden verdreven worden. Hoe kunnen wij daarover het juiste zeggen?”

“Volgens u zijn deze koeien heilig. En gij wilt heiligen zijn. Spreekt dus in de taal der koeien met hen mede en geeft zo uw ware wezen uiting.”

Een hatelijk antwoord, dat in feite stelt: zolang je je nog met dergelijke ideeën en illusies van de massa bezig houdt, is het voldoende om luidkeels te loeien, meer kun je toch niet.

“Heer, betekent de kringloop der levens niet, dat wij steeds weer terugkeren op de aarde?”  “Hij, die reist en niet beter weet te doen dan steeds weer op dezelfde plaats terug te keren, is een dwaas.”

“Heer, wanneer er goden zijn en demonen, waarom grijpen zij dan niet meer in ons leven in?”  “Wat bekommert zich de hond om mij, zei de vlo”, was het antwoord.

Ook u zou op uw vragen waarschijnlijk antwoorden krijgen, die u niet direct zouden bevredigen. Wanneer u bijvoorbeeld zou vragen, wat het grote mysterie van de geheimscholen is, zou het antwoord waarschijnlijk luiden, dat het grootste geheim van deze scholen wel luidt, dat er geen mysterie is. Velen onder u zouden daardoor misschien beledigd zijn. Maar is het ware geheim van alle geheimscholen niet het ware begrip, waardoor alle geheimen wegvallen?

Zou u vragen, of de komst van de nieuwe tijd met rampen gepaard gaat, zo zou een wijze dwaas waarschijnlijk antwoorden: “De rampen maakt de mens door de manier, waarop hij de veranderingen ondergaat.”

Wat in wezen betekent, dat veranderingen op deze wereld onophoudelijk optreden, maar dat de manier, waarop de mensen daarop reageren, bepalend is voor de vraag, of de verandering en de vernieuwing rampen betekenen of niet.

Zo vroeg men in verband met de Witte Broederschap eens een wijze dwaas: “Zullen de broeders en wijzen niet afdalen om ons te helpen?” Het antwoord luidde: “Hoe kan hij afdalen en helpen, die neerknielt en om hulp smeekt?”

M.a.w.: zij werken uit God. Zij smeken God om kracht en hulp. Hij zal helpen, door hen, of op een andere wijze. Maar verwacht niet, dat deze wijzen uit zichzelf tot de wereld zullen afdalen om jullie te helpen. Dat kunnen zij alleen vanuit een hogere kracht, niet vanuit zichzelf.

Met al deze citaten heb ik getracht het volgende duidelijk te maken. Wanneer u, vrienden, in deze dagen zoekt naar inwijding, zo zoekt u hulp van buitenaf en maakt u zich buitengewoon druk over alles, wat zou moeten en alles, wat niet zou mogen. Maar is er wel iets, wat in de gehele wereld een vaste en onveranderlijke betekenis en waarde heeft? Veranderen niet dag aan dag de waarden zelfs voor u? Hebben niet vele woorden voor elke mens een andere betekenis? Alles heeft een veelvoudige betekenis. U leeft nu eenmaal in een wereld vol verwar- ringen, vooral van begripsverwarringen. Het is daarom in uw wereld eenvoudig onmogelijk een leer zodanig te stellen en uit te spreken, zodat zij voor allen de gelijken en juiste betekenis zal hebben.

Men kan eenvoudig niet alles begrijpen op dezelfde wijze. Wanneer je iemand iets probeert te leren, zal hij onmiddellijk zijn eigen betekenis daaraan gaan hechten, het in overeenstemming brengen met de leringen, die hij elders al eens gehoord heeft of de dingen, die hij zelf aangenaam vindt. Het resultaat is, dat er van de werkelijke lering maar weinig overblijft, maar dat de mens meent de werkelijke waarheid te bezitten in een vertekende stelling, die hij eerst voor zich passend heeft gemaakt. Dan kan men niet meer zeggen: dit is de leer, die mij geopenbaard is, of: dit is de lering, die ik gehoord heb, maar zal men moeten stellen: dit is de openbaring, of de lering, die ik mijzelf gemaakt heb. Juist dit aspect van het menselijke leven hebben de wijze dwazen op hun wijze willen bestrijden door de mens geen leringen te geven die verwarringen kunnen veroorzaken, doch liever de mensen tot nadenken te dwingen door schijnbare dwaasheden, die alleen innerlijke betekenis kunnen krijgen door het zelfstandig denken van de mens en geen beroep op de wijsheid, heiligheid enz. van anderen toelaten.

In deze dagen is het van groot belang, dat men zich niet op anderen kan beroepen, op anderen de verantwoordelijkheid voor een leer en de daaruit voortkomende daden enz. te schuiven. Wij hebben de mensen gezegd, dat in deze dagen de vernieuwing begonnen is. Daarbij hebben wij ook gesteld, dat deze zich zozeer in een geleidelijk toenemend tempo voltrekt, dat de meesten daaraan eenvoudig voorbij zien. Wij hebben ook gesteld, dat de aarde, zal beven, dat er stormvloeden en vulkaanuitbarstingen zullen zijn. Maar de mensen hebben ons geantwoord: nu ja, dat gebeurt altijd. Daarbij hebben zij over het hoofd gezien, dat deze verschijnselen langzaamaan in steeds snellere opeenvolging plaats vinden. Men heeft eenvoudig niet begrepen, wat wij hen wilden zeggen. Maar wij beschikken niet over de wijze van zeggen, die de wijze dwazen in het oosten gebruiken. Bovendien, wanneer wij uw vragen en opmerkingen zouden beantwoorden, zoals dezen plegen te doen, zou u waarschijnlijk kwaad worden en voorgoed weglopen met de gedachte, dat u bij de neus genomen wordt.

Wat ik met dit alles wil zeggen, is het volgende: in deze tijd zult u de moed moeten hebben uzelf eens een schijnbaar absurde vraag te stellen en desnoods eens schijnbaar dwaas te handelen. De mens van heden apprecieert teveel de procedure en beseft niet, dat het gebeuren zelf, dat de feiten, de essentiële waarden zijn. Dit is een punt, waarop ik de aandacht wil vestigen deze avond. Het punt van de vernieuwing, het punt van de inwijding, zeker. Maar bovenal het falen van de mens door zijn angst voor het ongebruikelijke, voor alles, wat even buiten de door anderen gehanteerde normen valt.

Wanneer u immers steeds weer zoekt naar zelfbeheersing, naar wijsheid, naar inzichten, moet er toch een reden zijn voor het feit, dat het altijd weer misloopt? Er moet toch een reden zijn voor de dwaze fouten die u, achteraf bezien, steeds weer maakt? Er moet een reden zijn voor het feit, dat u altijd weer het tegenovergestelde doet van alles, wat u had willen doen, altijd weer anders bent dan u had willen zijn? Is de voornaamste reden voor dit alles misschien niet, dat u bang bent in de ogen van anderen een zonderling of dwaas te schijnen?

Want om in deze dagen werkelijk iets te bereiken, werkelijk iets te worden zal men in de eerste plaats uit moeten gaan van eigen innerlijk weten, eigen innerlijk ervaren, eigen erkenningen en noodzaken. Toen de eerste mens het rad uitvond, de belangrijke uitvinding, die het aanschijn van uw hedendaagse wereld nog steeds bepaalt, heeft men ook hem ongetwijfeld uitgelachen, hem een dwaas genoemd en gesteld, dat hij beter deed om te gaan jagen en zich aan de wetten van de stam te houden. Want zo zijn de mensen in alle gemeenschappen altijd weer geweest. Wanneer deze uitvinder zich daardoor had laten beïnvloeden, zou de mensheid echter vandaag niet zo ver zijn als zij is. Het is altijd weer hetzelfde liedje: of wij nu zien naar Diesel, of naar Pasteur, naar Watt, Marconi of Einstein, altijd weer blijkt, dat zij in het begin voor gek werden versleten, alleen maar omdat zij niet uitgingen van de gebaande paden, het platgetreden spoor van denken en handelen durfden verlaten en vochten voor een bewijs van de juistheid van hun eigen inzichten en denkwijzen.

Ook u zult, wanneer u innerlijk weet, dat iets mogelijk of juist is, door moeten gaan zonder u aan anderen te storen. Niet op de geldende regels, maar op dit afwijken van de norm, op dit een eigen weg durven gaan is alles gebouwd, wat uw wereld in deze dagen belangrijk maakt. De waarden, die vandaag bestaan, zijn niet ontstaan door wijzen die zich hielden aan elke regel die reeds erkend was in het bestaan, of zich gebonden achtten aan alles, wat in geloof en wetenschap nu eenmaal als juist en vaststaande is neergelegd. De vernieuwers zijn zij, die een eigen weg durfden gaan. Het zijn de schijnbaar dwaze rebellen, ingaande tegen alle geplogenheden van hun tijd, alle regels, die men meende te moeten stellen, die uiteindelijk iets bereikten.

U zoekt naar inwijding? Dan is de eerste vraag, die wij moeten stellen, wel de vraag, of het begin van alle bereiking en alle inwijding niet gelegen is in de moed, om in de ogen van anderen een dwaas te zijn. Ik weet niet, of men een dergelijke vraag ooit aan een van de wijze dwazen gesteld heeft. Maar zou dit het antwoord niet kunnen zijn van een van hen: “alle inwijding en alle wijsheid is dwaasheid….”?

Hoe hatelijk u dit ook klinken moge, het is waar. Want iemand, die een inwijding ondergaat, zal in de ogen van anderen altijd een dwaas zijn omdat hij zich aan de gangbare regels en heerlijke zekerheden van de anderen onttrekt om zijn eigen weg te gaan. De ingewijde ziet vooruit, beseft mogelijkheden. Hij is misschien als een meteoroloog, die, terwijl de zon schijnt, uitgaat met een regenjas omdat hij nu eenmaal weet, dat de kans heel groot is dat er opeens een bui zal vallen, maar in de ogen van de onwetende voorbijgangers een dwaas lijkt, ofschoon hij alleen maar volgens zijn weten redelijke voorzorgen neemt.

Zo zal het ook de ingewijde vaak gaan. Hij mag in de ogen van de wereld een dwaas zijn, maar in zichzelf draagt hij de kennis, de innerlijke wetenschap, die de redenen vormen voor zijn  schijnbare dwaasheid. De wijze dwazen hebben dan ook altijd een zeer goede reden voor hun schijnbare dwaasheid. Maar ook de leerling, die zoeken wil naar het geheim van het bestaan, zal de moed moeten hebben om dwaas te zijn, om voor gek te gaan staan, wanneer dit volgens de menselijk redelijke normen niet noodzakelijk is. Op deze wijze vinden de leerlingen hun eigen innerlijke waarheid, het inzicht, dat noodzakelijk is voor allen, die in het menselijke leven ook geestelijke waarden willen veroveren.

Er zijn in Azië, en ook op de verdere wereld, vele van deze wijze dwazen, die leiding kunnen geven aan anderen, vooral in Azië is dit van groot belang, daar heeft het volk op geestelijke  hoogten een tijdlang vastgezeten, maar rolt nu met een donderend geweld als een lawine op het materialisme toe. De maatschappij verliest daarbij alle inzichten in redelijke mogelijkheden en noodzakelijke ontwikkelingen uit het oog. Het is wel zeker, dat de wijze dwazen in de toekomst de mensen zullen zijn, die aan de verdere ontwikkeling van Azië leiding geven, niet door hun bevelen, maar door hun spottende opmerkingen en rake commentaren. Om de vernieuwing te kunnen verwerken, zal de mens in staat moeten zijn ook om zichzelf te lachen, en zal zichzelf niet zo au sérieux moeten nemen, vooral niet eigen wereldse status. Het enige, wat men ernstig mag nemen, is de innerlijke wet, eigen innerlijke status, die zin geeft aan het bestaan.

Waarmede ik meen de filosofie van het absurde duidelijk genoeg gesteld te hebben en nog even verder wil gaan op het begrip ‘Vernieuwing’.

Velen vergeten namelijk, dat de wereld voortdurend en op elk ogenblik zichzelf verandert en in deze zin zichzelf dus voortdurend vernieuwt. Alleen wanneer dit proces van een meer dan normale snelheid getuigt, zullen wij daarom van een grote vernieuwing spreken.

Bij de vernieuwing van deze dagen is er dan ook sprake van vele ontwikkelingen, die betrekkelijk traag op gang komen. De vernieuwing zelf is dan ook reeds enige jaren bezig, het gaat echter steeds sneller en men zou kunnen zeggen, dat de snelheid en intensiteit der ontwikkelingen toeneemt met het kwadraat van de tijd, die verloopt. Er zal dus steeds meer, steeds sneller gaan gebeuren. De mensen zullen hieraan echter vaak gewend raken. De ‘nuchtere’ mens is geneigd om te stellen: vroeger is dit ook al gebeurd, daarna gebeurde het elk jaar, elke maand, elke week. Dat het nu reeds dagelijks voorkomt moeten wij zien als een normale ontwikkeling.

Maar juist is dit daarom lang niet altijd! De vernieuwing heeft alleen waarde, wanneer men besef heeft van alles, wat er gebeurt. Alleen de mens, die de geestelijke krachten van deze dagen aanvoelt en daarnaast beseft, wat er zich in wezen in deze dagen al zo verandert, kan werkelijk nut trekken uit de vernieuwing. In de ogen van anderen zal zo iemand misschien een tijdlang een dwaas zijn. Maar met die schijnbare dwaasheid volgt zo iemand de ontwikkelingen van deze tijd, geestelijk en stoffelijk.

Ik wil u enkele facetten van de vernieuwing noemen, die u misschien ontgaan zijn.

Zo zijn in de laatste jaren grote machtsblokken en lichamen steeds meer afhankelijk geworden van schijnbaar onbelangrijke en kleine groepen of invloeden. De U.S.A. was tot voor kort schijnbaar de grootste macht op aarde. Nu ziet het er naar uit, dat men hier alle moeite zal moeten doen om eigen welvaart en macht te kunnen bewaren, zoals zij is, in plaats van mee te kunnen groeien met de verdergaande ontwikkelingen van de rest van de wereld.

Wanneer wij nagaan, wat er in wezen gebeurt, blijkt er een steeds grotere verdeeldheid te ont staan, die zich baseert op deze bereikte grootheid, en trekken de belangrijkste groepen zich angstig terug, zodat betrekkelijk kleine groepen vaak beslissend zijn voor het optreden van de U.S.A., zowel binnenlands als ten aanzien van de verdere wereld.

Rusland was tot voor kort het hoofd van een wereldomspannende macht, die in haar geheel waarschijnlijk even sterk en op sommige gebieden ongetwijfeld machtiger was aan de U.S.A. Op het ogenblik is het communistische blok in zichzelf verdeeld. De opgebouwde macht in de wereld begint reeds af te brokkelen. Ook hier zijn het kleinere groepen en minderheden, die steeds meer invloed krijgen en steeds meer bepalend zijn voor het optreden van het geheel.

Indien u meent, dat dit alles te ver weg ligt, kunt u gaan zien naar het optreden van de grote  partijen in Nederland en de wijze waarop men in de politiek van dit land op het ogenblik minderheden een beslissende rol ziet spelen. Zo is het overal, dat wat machtig, groot en sterk is, gaat vallen, wanneer het weigert zich aan te passen en te wijzigen. De kleine en schijnbaar onbelangrijke dingen, waarover men heeft gelachen, kunnen echter op een gegeven ogenblik zo gewichtig worden, dat het gehele raderwerk van de maatschappij er door stokt. Invloeden, waarover men eens de schouders ophaalde blijken nu zó belangrijk te zijn, dat geheel het maat schappelijke leven daardoor vast kan lopen, niet alleen maar voor een paar dagen, maar zelfs voor langere tijd, een bedreiging zijnde voor geheel de staatsvorm en alles, wat daarbij behoort. Zelfs gehele ideologieën.

Daarmee hebben wij het belangrijkste punt reeds gezien: dat wat het sterkste schijnt te zijn in deze dagen, is in wezen het zwakst. Wanneer wij daarnaast nog naar het psychologisch klimaat zien en de geestelijke ontwikkelingen, zo kunnen wij stellen: alles wat voortkomt uit een streng gevormd milieu, streeft naar chaos, terwijl alles wat een chaos heeft ondergaan, naar vorming streeft. Wat men zoekt te bereiken is dus het tegengestelde van dat, wat men nog schijnt te zijn. Hoe absurd dit alles ook moge klinken, binnen het kader van deze vernieuwing is het waar. Ik wil daarbij in korte zinnen ook de verdere ontwikkeling schetsen:

Dat wat waardig lijkt, is onwaardig, dat wat onwaardig lijkt, kan waardig zijn.

Dat wat zondig lijkt, is vaak deugdzaam, veel wat deugt schijnt, is in wezen zondig.

Veel wat waardig schijnt, is dwaas. Menige dwaasheid is zinvol en vol waardigheid.

Overigens is dit laatste niet zo raadselachtig. Hoe hoger men meent te staan en hoe waardiger men zich gedraagt, hoe sneller men tot dwaasheden komt. Om dit te beseffen, hoef je heus geen Profumo te heten.

Een ander punt: Hoe meer men meent de waarheid te mogen verkrachten of te verzwijgen, om daarmede een bepaald – en goed geacht – doel te dienen, hoe meer men zal bemerken, dat de waarheid niet te mijden is en meer en meer de mens de hals dicht lijkt te snoeren.

Hoe meer men meent, dat een droom belangrijker is dan de waarheid, hoe meer de waarheid de droom zal doden en vernietigen.

Denk niet, dat dit alleen maar dwaze spreuken zijn. De waarheid speelt in de vernieuwing een steeds belangrijker rol. De waarheid van vandaag doet alle leugens en waan vergaan.

Een ander punt: Om eigen geestelijke onvolwassenheid te bemantelen, verkoopt men in deze dagen vaak geestelijke onvolwassenheden als de grootste waarheid.

Ik wenste, dat er wijze dwazen in uw land waren om als nieuwe Uilenspiegels u te wijzen op uw dwaasheden. Want de mens van heden bindt alle waarden uiteindelijk aan zijn gevoel van behagelijkheid, een voor alles geborgen willen zijn. Al het andere ontkent hij zo lang mogelijk. Zo zegt men wel, dat men niets van de vernieuwing, de krachten en mogelijkheden tot inwijding daarin bemerkt, zodat zij er niet zijn voor hen, die deze begeren. Maar is het misschien ook een kwestie van mensen, die als dwazen beweren dat te begeren, wat zij in wezen zoveel mogelijk vermijden? Misschien doet men dit niet bewust.

Toch zou het goed zijn eens na te denken over de schijnbare strijdigheid van een geloven in iets, een begeren van iets, dat men misschien gelijktijdig zoveel mogelijk tracht te vermijden. Het is wel een wat eigenaardige overweging, een schijnbaar onzinnig onderwerp voor een meditatie, maar dit is het systeem van de wijze dwazen. En dezen hebben daarmede kennelijk reeds lange tijd goede resultaten geboekt.

Denk na over alles, wat schijnbaar onmogelijk of schijnbaar tegenstrijdig is. Stel het schijnbaar onzinnige eens als punt voor uw overwegingen, ga eens uit van een schijnbaar onredelijke associatie en vindt iets van de werkelijkheid omtrent jezelf.

Vergeet niet, dat de mens, die systematisch zichzelf zoekt te leren kennen, daarbij zeer waarschijnlijk even systematisch alle hem minder aangenaam lijkende punten over het hoofd zal zien. Durf uw systeem van ‘redelijk’ denken eens te doorbreken en durf eens uit te gaan van schijnbaar zinloze en absurde associaties.

Wie van daar uit durft gaan en zo de ban durft breken, zal vaak vinden, dat het onmogelijk schijnende mogelijk is geworden, dat het schijnbaar onwaardige voor hem de enige mogelijkheid is om zijn innerlijke waardigheid, zijn gevoel van belang te vinden. Hij zal ook ontdekken, dat een verder brengen van de wetenschap eerst mogelijk is, wanneer men uit durft gaan van bijgeloof en schijnbare onredelijkheid, dat alleen zo een werkelijk nieuwe wetenschap kan ontstaan. Zo iemand zal ontdekken, dat, in een woestijn van woorden, soms één enkel woord de macht bezit om daden te scheppen en te beseffen, dat dit ene woord, dat een daad kan voortbrengen, belangrijker en machtiger is dan alle ander woorden, waaruit die woestijn is opgebouwd.

Ik wil u er ten laatste op wijzen, dat de methode van de wijze dwazen voor u praktisch bruikbaar is:
Wanneer u een probleem hebt, zij het stoffelijk of geestelijk, zou u eens moeten proberen uzelf het meest dwaze antwoord te geven, dat u maar bedenken kunt, zo dwaas, dat het onmogelijk, onwaarschijnlijk, kolderiek lijkt. Neem dit punt dan eens als uitgangspunt voor overwegingen en meditaties, het voorlopig als waar en volwaardig aannemende. U zult ontdekken, dat u tot conclusies komt en oplossingen, die misschien niet binnen de regels van het leven schijnen te passen, maar toch passend zijn binnen uw eigen werkelijkheid en passen in uw eigen reeks van mogelijkheden. Zo wordt u vaak een weg getoond, die, schijnbaar dwaas of onwaardig, resultaten geeft, die men op andere wijze niet zou kunnen bereiken. Dan vindt men vaak begrip, waar tot op dat ogenblik alleen maar vragen waren, maar geen antwoord. Kortom, deze weg geeft vaak een oplossing voor vele problemen, die men tot dan toe niet heeft kunnen oplossen.

Hiermede beëindig ik mijn inleiding van heden. Heeft u vragen?

  • In het Zen zijn vele dergelijke spreuken, die ik niet op kan lossen. Bv. twee handen klappen en geven geluid. Als één hand klapt, wat gebeurt er dan?

Waar één hand alleen wil klappen, zal zij een tweede hand moeten zoeken. Doet zij dit niet, dan veroorzaakt zij alleen wind. Wanneer de mensen werkelijk samen willen werken, bereiken zij resultaten. Wanneer zij iets geheel alleen willen doen, verplaatsen zij meestal met hun woorden veel lucht, zonder tot daden te kunnen komen. Zo zijn er talloze ‘dwaasheden’, maar, wanneer u niet alleen diepzinnig over deze vraag na had zitten denken, maar eens geprobeerd had, wat er gebeurt, wanneer je met één hand probeert te klappen, dan zou u het antwoord geweten hebben. Zij heeft een tegenstand nodig, iets wat als tweede hand kan fungeren, voor zij haar doel kan bereiken. Voor geheel het leven kan men dan nog zeggen: een streven, dat geen weerstanden heeft te overwinnen, voert niet tot werkelijke resultaten.

  • In het nieuws zijn ook vele absurditeiten. Wat daarmee?

Allereerst: om werkelijk van het nieuws op de hoogte te blijven zou men kranten niet werkelijk moeten lezen. Dat is een schijnbare absurditeit. Ik zal het anders zeggen:

Kennis nemen van feiten, kort, feitelijk en zonder commentaar is aanvaardbaar. Zodra echter het nieuws wordt gecommentarieerd, zult u met uw interpretaties daarvan in een bepaalde richting gedrongen worden. Deze richting strookt nooit met de gehele waarheid. Men dwingt u in deze richting van denken met een bepaald doel, dat zeker niet altijd het voor u beste of meest aanvaardbare is. De werkelijke betekenis van het feit zal zelfs vaak teloor gaan, of geheel vertekend worden door de wijze, waarop men commentaar geeft.

Lees de koppen, zoek niet naar sensatie. Trek uit de kale feiten uw eigen conclusies. Wanneer ik dit moet doen, dan stel ik bijvoorbeeld: Nederland helpt de U.S.A. door voortijdige terugbetaling van dollarleningen. Volgens mij betekent dit:

  1. Nederland hoopt van de U.S.A. gunsten te verwerven, of anderszins hieruit voordeel te behalen. Anders zou het dit niet doen.
  2. Wanneer de U.S.A. toelaat dat op deze wijze hulp wordt verleend en zelfs dergelijke berichten niet dementeert, staan zij er heel wat slechter voor, dan ooit openlijk werd toegegeven.
  3. Men zal zich dus in zaken en zoekende naar verdiensten niet op de U.S.A. zelf moeten richten, maar wel een oogje moeten houden op eventuele acties van de U.S.A. ten voordele van of in Nederland, want daarmee zal wel aardig te verdienen zijn. Naar ik meen, is dit duidelijk genoeg.
  • Wordt door de overvloed van nieuws de belangstelling niet minder? Het lijkt mij beter, je er maar niet druk om te maken.

Wat het eerste betreft, heeft u wel gelijk. Teveel is dodelijk voor de belangstelling, door een teveel aan politieke intriges en reclame heeft men de belangstelling voor bv. de politiek grotendeels gedood. Goed acht ik dit echter niet, omdat men daardoor lauw wordt en alle belangstelling in wezen verliest. Ik acht het belangrijk, dat men het absurde in de berichtgeving beseft. Daarin ligt namelijk vaak de sleutel van alles, wat men morgen misschien gaat doen.
Zowel de geestelijke als de stoffelijke toekomst worden daarin kenbaar. Ik hoop echter, dat u enige belangstelling zult behouden voor het ‘nieuws’ , zelfs wanneer er leugens zijn. Uit 10 leugens pleegt immers de waarheid naar voren te treden, wie echter niet meer luistert na de tweede leugen, zal de waarheid nooit ontdekken.

Zoek een verklaring voor de schijnbare tegenstrijdigheden. Het is een goede oefening voor het oplossen van eigen problemen. Vergeet niet, dat de mens, die zegt macht te hebben, zonder deze feitelijk te bezitten, een dwaas lijkt, vooral wanneer hij zich innerlijk toch als drager van een macht voelt. Maar wanneer men zich eens af durft vragen, waarom men de macht niet kan uiten, die men innerlijk voelt te bezitten, dan komt men tot eigenaardige antwoorden.

Bijvoorbeeld, ik kan de macht die ik bezit, niet uiten, omdat ik mij te nadrukkelijk er van bewust wil zijn, dat ik ze bezit. Onder meer zal men dan bv. ontdekken, dat men een macht, die men verwerft door buiten de gangbare norm te leven, wel bezit, maar vaak het vermogen niet heeft deze macht binnen de norm te uiten, omdat men de waarden en mogelijkheden daarvan niet meer beseft.

Dit was alleen maar een voorbeeld. Ik wilde hiermee zeggen, dat een je te zeer afsluiten van de wereld, waarin je leeft, vaak gevaarlijk is voor je mogelijkheden tot bereiking. Daarmede zijn wij aan het einde van dit eerste deel van de avond. Ik wens u een aangename pauze toe.

Citaten uit : ‘VERBORGEN’ BOEKEN’

Daar zo dadelijk een gastspreker komt, is er geen tijd u een afgerond onderwerp voor te zetten. Er zijn echter – zoals u misschien wel weet – verborgen boeken waaruit men wel zo hier en daar citaten aanhaalt, maar die als geheel onbekend zijn en zelfs soms als fabulatie worden beschouwd. Uit dergelijke boeken wil ik u nu een reeks van citaten geven in de hoop, dat wij daarmede toch een afgesloten geheel kunnen bereiken, ongeacht het ogenblik, waarop ik plaats moet maken voor onze gast.

Allereerst begin ik dan met enkele spreuken, die betrekking hebben op de geest en de natuur:

“De natuur is de wet. Wie de wet leeft, leeft alle leven. Zoek zo in de natuur de wet, opdat gij de werkelijkheid van uw leven moogt leren kennen.”

Een mooie spreuk, die, naar ik meen, een waardig begin vormt. Want alles in het Al is terug te voeren tot bepaalde kosmische wetten, die als begrenzing van de werkelijkheid kunnen worden beschouwd.

Ook over deze wetten wordt veel gezegd. Een van de mooiste citaten hierover is het volgende:

“De kosmos kent haar grenzen. Deze grenzen, die wij niet kunnen overschrijden, zijn haar wetten. Alle andere wetten komen voort uit ons en zijn een teken van onze angst eens grenzen te ontmoeten, die wij niet overschrijden kunnen.”

Dit is een beeld van de mens, die in het heelal bang is, omdat hij zovele beperkingen kent, en toch graag in de wereld zonder grenzen zou willen leven. Het leven zelf is echter in een richting toch wel onbeperkt: Wij hebben de eeuwigheid, waarvan wij deel zijn.

“De eeuwigheid is niet een onbegrensde tijd. Zij is slechts het bestaan van alle tijd in een enkel moment van besef.”

In deze spreuk wordt het begrip eeuwigheid tot de ware proportie teruggebracht: geen toestand maar een erkenning is zij. Zij is een bewustzijn, geen menselijk benaderbare werkelijkheid. Zij omvat alle tijden en alle werelden.

Uitgaande hiervan zou men kunnen vragen, wat zijn dan die werelden wel? De volgende spreuk, het volgende citaat liever, geeft ons een beeld van de opvattingen van een groot meester:

“Alles, wat denkbaar is, bestaat. Alles, wat bestaat, is werkelijk. Daarom zijn al uw gedachten waarheid, alle werelden, die gij erkent zijn deel van uw werkelijkheid. Denkt dus goede gedachten, opdat uw werkelijkheid een goede moge zijn.”

In zijn eenvoud is ook dit fraai gesteld. Er zijn natuurlijk wel dichterlijker spreuken te vinden, waarvan ik er zo dadelijk een zal gaan citeren. Het belangrijke is echter, dat het denkbeeld kort, juist en duidelijk wordt uitgedrukt. In bovenstaande spreuk is naar ik meen, aan deze voorwaarden ruimschoots voldaan.

Nu dus een meer dichterlijke spreuk, die in wezen zeer eenvoudig is, maar toch een duidelijke weergave is van een denkbeeld:

“Zoals de zon sterft in de wateren,  om herboren te worden zoals zij stierf,  sterft ook de mens in angst en leed,  om dan in angst en leed de wereld te betreden.  Maar hij, die angst en leed overwint,  is zelve zon, niet het verschijnsel,  dat de wereld ondergaat, het beeld,  dat rode gloed en licht geeft, of duisternis doet keren.”

Ook hierin speelt de angst, zoals u bemerkt, een rol. Maar nu is de opzet een enigszins andere.

In een fraai beeld wordt duidelijk gesteld, dat eerst door afstand van het beperkte persoonlijke bestaan te nemen, de mens de vrijheid en vreugde van het werkelijke leven kan leren kennen.

Ik merk echter, dat het tijd wordt om het woord over te gaan geven aan onze gast. Er blijft mij dan ook niet veel tijd over, om het onderwerp af te ronden.

Ik zal daarom mijn bijdrage besluiten met een citaat van vroeg Egyptische oorsprong, echter in een zetting, die stamt uit de dagen rond Jezus’ geboorte. Het geeft het beeld van de waarheid, die een Godin is. M.i. is dit een waardige tegenhanger van het vorige citaat en geeft een beeld van de belangrijkste waarden van het leven:

“De Waarheid zetelt op de aarde”.

Zij beroert de sterren,  en speelt met de waarde,  die de oneindigheid is der mensen.  Alle dingen antwoorden op één woord,  één Kracht is het wezen van alle bestaan.

Spreek het woord en de aarde verdwijnt.

De gloed der onderwereld zal worden gedoofd.

De sferen van Licht zijn niet meer.  Spreek het woord, en er is geen verschil, tussen u en Ptah, de kracht, die schept.

Het beeld gaat dan verder met de eigenschappen van het woord te omschrijven en eindigt:

“Ptah is alle dingen en Ptah zijt gij, die het woord bezit. Doch spreek deze naam niet, opdat leven zij en gij alle dingen moogt leven, opdat velen de kracht en het wezen van Ptah mogen kennen.”

Wanneer wij even de magische inslag van het citaat buiten beschouwing laten, hebben wij, naar ik meen, een waardig slot gevonden:

Ken God in uzelf, o mens, maar tracht niet dit de wereld te zeer bekend te maken, opdat anderen op hun wijze hetzelfde geheim zullen mogen vinden. Want door hen een waarheid te onthullen, waarvoor zij nog niet rijp zijn, maakt gij het hen onmogelijk ooit nog de werkelijke God in zich te vinden en te beleven.

Hiermede moet ik, vrienden, tot mijn spijt afscheid nemen.

De volgende spreker is een gast. Hij zal tevens voor u de bijeenkomst beëindigen. Ik voor mij dank u nog voor de aandacht, die u mij in het korte ogenblik waarover ik kon beschikken, hebt willen schenken en wens u een goedenavond, vrienden.

Esoterie

Een kind speelde met een korrel zand en zei: “zie, dit is mij een juweel en rond mij zijn juwelen.” De mensen lachten, maar het kind bezat de kracht van de gedachten, schiep zich het juweel en bezat zo de krachten van de oneindigheid.

Er was een man, die men rijk noemde. Maar zijn rijkdommen bezaten hem. Hij kende niet de werkelijke waarden van het leven. Om zijn rijkdommen beneed men hem en toch was hij werkelijk de arme.

Er was een gast van een vorst, die hem binnen ging en hem de wet wilde stellen. Zijn wil werd volbracht en hij achtte zich machtig. Maar toen hij ontwaakte, ziet, hij lag geketend in een gevangenis.

Gij leeft in de wereld. Gij zijt de gast van de Schepper. Erken en eer hem, beantwoordend aan zijn wet, die in u leeft, zonder te trachten hem uw wetten te stellen, opdat hij u niet uitwerpe uit het ware leven om opnieuw uit het duister te streven naar het Licht.

Gij zijt rijk, want gij bezit vele dingen, toch zijt gij arm, want u bent niet waarlijk meester over al, wat gij meent te bezitten, over al wat uw leven vormt, doch zijt de slaaf van deze dingen. Wees vrij van al, wat gij bezit, opdat gij meester moge zijn over uzelf en waarlijk meesterschap zult bezitten over al, wat voor u geschapen werd.

Gij zijt als kinderen, spelend aan de rand van de tijd. Gij bewondert een korrel zand en noemt deze “onze wereld”. Evenals kinderen acht gij alleen uzelf belangrijk en schept zo uw eigen waarden, uw eigen belevingen. Wijzen lachen misschien daarom en zeggen u, dat uw wereld geen juweel is, geen werkelijke wereld, doch slechts een korrel materie aan het strand der oneindigheid. Ik echter zeg u: indien gij een korrel zand beleeft als een kostbaar juweel, is deze kostbaarder in de eeuwigheid, dan alle juwelen die stralen.

Dat, wat gij in uzelf draagt, dat wat gij uit uzelf uit, is voor u de waarheid, waaruit alleen gij kunt leven.

Eén is de kracht, die u regeert. Eén is het rijk, waarin alle leven is samengevoegd, één is de werkelijkheid, die wij allen delen, zonder einde of beperking. Spreek dan niet van waarheid of waan, maar wees één met uzelf en uw Schepper, wees één met de mensheid, opdat gij zult mogen beseffen, wat het koninkrijk Gods is.

De kracht van de Schepper is de gave, die Hij schenkt aan een ieder, ook aan u. Zo zijt sterk. Beroept u niet op uw zwakheden, maar breng uw krachten tot ontplooiing, opdat gij moogt beantwoorden aan de taak, die u gesteld werd zowel voor het leven op aarde als voor het leven elders.

Uit Licht zijt gij geboren. Naast u, geboren uit dit Licht, gaat uw schaduw. Bestrijd dan deze schaduw niet, zoals dwazen doen, want gij kunt uw schaduw niet doden zonder uzelf te doden. Ga als deel van het Licht de weg van het Licht, aanvaard de schaduw als het beeld van het Licht en gij zult de waarheid vinden.

Wanneer gij uzelf machteloos gevoelt, wanneer gij gelooft, dat het u niet gegeven is om te volbrengen, wanneer gij meent te moeten wachten tot een Stem u roept en wekt tot een taak, zo bedenk: alle leven, alle kracht, alle wijsheid is in u. Zo gij vraagt naar een werkelijkheid, die uw zwakheden wegvaagt en uw leven tot kracht maakt, zo weet, dat de kracht van het Licht, waaruit gij geboren zijt, de kracht is van de Lichtende eeuwigheid, waarin gij bestaat.

Dit is het Licht van uw leven in deze tijd, dit is de waarheid en een verbondenheid met alle waarheid, die voor u kenbaar bestaat. Leef waar, opdat gij niet zult ondergaan in de verdwazing van een zwakte, die gij uzelf geschapen hebt.

Vrees niet. Want zo zijn de krachten in het Al, dat hij, die vreest, slechts zichzelf kan vrezen. Vrees niet, zelfs niet voor uzelf, vrees ook uzelf niet.

Weet uit uzelf de waarden van het leven en de kracht van de eeuwigheid te puren, het doel, waarnaar gij waarlijk wilt streven, de kracht die gij waarlijk wilt gebruiken, het Licht, dat gij waarlijk wilt zijn en maak dit alles tot een werkelijkheid in uw leven.

Ontken nooit de band tussen u en alles, wat leeft. Zeg niet: deze band verplicht mij tot tederheid. Stel: in het geheel van het leven heb ik mijn plaats, aan het geheel van het leven heb ik deel. Uit het leven zal ik voor mijzelf en anderen dát voortbrengen, wat ik werkelijk geschapen heb.

Wat gij geschapen hebt, is uw heelal, uw wereld. Maar boven dit alles leeft uw God, die deel is van, vorm is van de Ware God, die alle dingen is, alle Leven en alle Kracht.

Spreekt niet over uw God en Zijn waarheid, maar schept u een Al, waarin de sterren zingen, waarin het Licht een teken is van Lichtende krachten, van geluk en onvergankelijke glorie, waarin de liefde de vreugde is van het bestaan, en de vrijheid, die gij schenkt aan alles, wat rond u leeft, de gave der ware vrijheid wordt, die gij zo ook uzelf schenkt.

Schept u een beeld van de schepping. Schept u een beeld van alle dingen, maar onderga de God, die in u leeft, opdat gij eeuwig moogt zijn, levende, in bewustzijn zonder onderbreking.

Indien gij aarzelt in deze dagen, bedenk, dat hij, die aarzelt, zal falen, doch dat degene die beseft: dit is waarheid en waarlijk mijn taak, die zal volbrengen. Hij volbrengt echter niet uit eigen kracht, maar uit alle krachten der eeuwigheid, die op aarde geuit zijn, hij volbrengt uit alle krachten van Licht, die deel zijn van zijn leven. Zo volbrengt hij de taak van het Lichtende, vervolmakende zichzelf en beëindigend zijn weg door de veranderingen van het leven, opdat hij moge zijn: waarlijk en eeuwig zichzelf in de ene en ware Kracht, die alle dingen uit zichzelf voortbrengt.

Vraag niet, dat men u zegene, doch maakt uw leven tot een blijvende zegen voor anderen. Vraag niet, dat men u leidde, doch zoek zelf uw weg en verwerp de innerlijke stem niet, wanneer zij u zegt, hoe te gaan.

Leef zelf. Aanvaard de kracht, de wijsheid die u wordt gegeven en leer de tekens verstaan, die uw pad kronen in dag en nacht, in droom en feit, opdat gij één moogt zijn met de Kracht, die deze wereld nu vernieuwt, die de hemelen vernieuwen zal en spreekt uit de Oneindigheid.

Besef de waarde van de banden des levens. Want een band, die in waarheid werd gesloten in het leven, behoort aan alle leven. Zo de schijn verandert, de waarheid blijft. De band van de waarheid is niet te scheiden  door tijd of kracht, waar zij deel is van de kracht van de eeuwigheid zelf, die de tijd schept en de wet.

Wie in waarheid de rijkdommen van de werkelijkheid wil kennen, besef, dat hij in dromen, gedachten en daden het beeld bouwt, waaruit zijn werkelijkheid geboren wordt.

Wie de krachten van deze dagen en de krachten van de eeuwigheid wil verwerven en verwerkelijken, besef, dat hij zelf zich de weg naar deze krachten baant in eigen wezen.

Klaag niet over de onvolkomenheden van de wereld, doch schep volmaaktheid in uzelf, door uw liefde voor alle leven, uw aanvaarding van alle zijn, uw begrip voor de wijsheid en kracht, die u zijn gegeven als deel van uw wezen.

Verwijt de wereld haar dwaasheden niet, doch verwerf inzicht in de schatten van wijsheid, die u in het wezen zijn gelegd door Hem, die ook u geschapen heeft.

Wees sterk in uzelf, doch bescherm en troost hen, die zwak zijn.

Wees rijk in uw dromen en krachten, doch schenk voor alles vrijelijk van uw rijkdommen aan hen, die zich arm menen.

Gelukkig hij, die volgens de wil van de kracht die in hem leeft, zijn weg gaat zonder aarzelingen, zonder angsten, zonder begeren. Hem zijn alle mogelijkheden open, hem is geen weg gesloten, hem wordt geen gave geweigerd.

Waarlijk, hij die de wet erkent, die in hem leeft en de weg volgt, die hem werd ingeschapen, bereikt het ware doel van alle zijn.

Geen gave zal hem onthouden worden, geen bereiking wordt hem geweigerd.

Dit is het Licht van deze dagen, dit is de waarheid die ook nu leeft, de weg, die voor u allen open ligt. Aarzel dan niet doch put uit de krachten u gegeven, opdat de kracht die hemel en aarde vernieuwt, waarlijk deel zal hebben in uw leven en vanuit u zijn werken zal openbaren.
Meer heb ik u voor heden niet te zeggen.

Het schone woord : Morgen

(Dit ‘Schone Woord’ werd ontnomen aan “de stem” van 1956)

Wazige wilgen spiegelen zich  dromend in donker water,  trage koeien drijven pootloos  in wolken van mist.

Gras, windwiegelend  spaart paar’lende dauw.  Duister gaat al wijken,  de strijd nog onbeslist.

Licht waaiert hemelkleuren open,  zon, rossig door nevel,  die nog zonder warmte schijnt  is beeld van de dag, die gaat komen.

Zo ontwaak ik zelve,  niet wetend waarom,  noch strijden dromen  met gloed van werkelijkheid.

Onbegrepen spiegeling  van werkelijkheid in waan,  doet reeds erkennen de kracht  die inwijdt in werk’lijk bestaan.

Het licht waaiert uit, een weten, een kracht, die heel mijn wezen doortrekt: mij, slaaf van de tijd, tot eeuwigheid wekt.

Print Friendly, PDF & Email