De wil der Goden

uit de cursus ‘God in verschillende gedaanten’ 1985-1986

Het meervoud is niet direct willekeurig gekozen, want er zijn heel veel verschillende beelden van God. Een deel daarvan hebben wij al belicht.

Het wonderlijke is, dat elk van die Goden zijn eisen stelt aan de mensen. Dat is in de primitieve religie over het algemeen een soort ruilhandel. Men brengt de Goden offers en door deze offers wordt dan van die Goden een gunst verkregen. In één van de vorige lessen hebben wij al erop gewezen dat dat eigenlijk de primitieve magie is die hier een grote rol speelt. Waar u ook gaat kijken, God geeft zijn geboden.

In het Judaïse geloof zijn daar de Tien Geboden. Uit de Tien Geboden, afgeleid op grond van de geschriften (de Wet), bestaat er een heel boek van wetten. Al die wetten worden gezien als voorschriften van God.

Gaat u kijken in de christelijke wereld, dan zien wij precies hetzelfde. Er zijn tien geboden van God. Een handige jongen heeft daar vijf geboden van de heilige kerk aan toegevoegd. Maar daarnaast bestaat er een complete bibliotheek over alles wat wel en wat niet mag. Zeker, het wordt in het christendom hier en daar wat minder, elders weer wat meer verkondigd. De particuliere inzichten van de verkondiger spelen daarin een grote rol, maar altijd weer, het is de wil van God.

Herinnert u zich misschien nog de kwestie die er in Nederland is geweest van een dominee ergens op de Veluwe die zijn gemeenteleden verbood hun kinderen te laten inenten tegen o.a. kinderverlamming. Hij deed dit op grond van zijn visie dat God wel zal zorgen en dus behoeven de mensen dat niet te doen, want als ze het wel doen, dan is dat wantrouwen tegenover God.

Het is in de moderne tijd nog wel een tikkeltje aanvaardbaar. Ofschoon, als we gaan kijken bij de islamitische wetten en de wijze waarop deze door de wetgeleerden (oelama’s) worden toegespitst en uitgevoerd, dan vragen wij ons toch wel af, of dat nu allemaal werkelijk de wil van God is. Want ook daar hebben ze de geschriften van Mohammed zakelijk geïnterpreteerd.

Die interpretatie valt zelfs in 7 richtingen uiteen, twee hoofdrichtingen en een viertal daarna nog ontstane richtingen. Dus hier hebben mensen de zaak uitgelegd. Op grond daarvan stellen ze dat in een bepaald geval bv. een vrouw gestenigd mag worden, een man onthoofd enz.

In andere landen zoals India, is dat tegenwoordig wat minder. Maar ook daar bestaan allerlei religieuze geboden. Een deel van die wetten zijn gedeeltelijk wel begrijpelijk. Bijvoorbeeld de reinigingsvoorschriften voor de kasten. Dat is niet alleen een kwestie van; een ander is onrein. Het betekent echter wel iemand die een besloten leven leidt, een geleerde bv heeft niet het weerstandsvermogen van een paria, een boer of wat dat betreft van een handelsman of een krijger, die met allerlei invloeden in aanraking komt. Vind je dus dat de geleerde te belangrijk is om hem aan risico’s bloot te stellen, dan ga je zeggen: Het is beter om niet samen te eten. En als je door zo iemand bent beroerd, reinig jezelf enz. enz. Het is eigenlijk hetzelfde als een aantal spijsvoorschriften.

Varkensvlees was in het noordelijk deel van Afrika en het zuidelijk deel van Azië een gevaarlijke spijs. Trichinose kwam ontzettend veel voor. Het gebod op zichzelf is dus wel redelijk. Maar komt dat ook van God? Ik krijg het gevoel dat de wil van de Goden eigenlijk niets anders is dan de weerspiegeling van de gemeenschap waarin ze leven. Want een God leeft in een gemeenschap. Die gemeenschap heeft een beeld van God. Het is deze God die wordt vereerd en geen andere. Er wordt geen kosmische God vereerd, maar altijd een beeld dat past bij datgene wat men als juist beschouwt.

In een vorige les heb ik u al gezegd: De mensen scheppen een God feitelijk zelf. Het resultaat is dat we zitten met een groot aantal tegenstrijdige voorschriften. Bijvoorbeeld, de Hindoe mag geen rundvlees eten. De mohammedaan mag geen varkensvlees eten. Ik noem nu maar een bekende tegenstelling.

Een God die voor alle mensen bestaat, kan alleen wetten geven, zo hij ze al geeft, die voor alle mensen gelijk gelden. De pretentie van elke godsdienst is dat de wetten, die u als de wil Gods aan de mensen worden voorgelegd, voor de hele wereld gelden. Maar die wetten zijn dan vaak zodanig dat ze voor anderen eigenlijk niet zijn na te komen. Een God die onredelijk is, lijkt mij geen God, dat is een super komische dictator met ingebouwd Heil Hitlereffect. Dat begrijpen de mensen niet.

Wij hebben in de loop der tijd allerlei vreemde en ook wrede riten gezien. De Druïden bv. hadden de gewoonte om het hart van een slachtoffer aan hun God of demon (sommige waren uiterlijk demonen o.a. Tennerik) te offeren. Datzelfde gebeurde in het oude Ur in de maantempel, Ook gebeurde dat, betrekkelijk recent zelfs, nog in Mexico. De Goden werden omgekocht met het hart van de mens. Waarom? Het hart werd gezien als het levensbeginsel. Door dat hart aan de God te offeren zond je de geest naar die God, de geest komt daar rapport uitbrengen. En omdat hij zo netjes daarheen was gezonden, zou hij nog wel bepaalde gunsten van God kunnen verwerven.

Er zijn perioden geweest waarin het offer zelfs volkomen symbolisch was voor datgene wat men wenste. Een stier werd gevoed totdat hij werkelijk op het hoogtepunt van zijn seksueel vermogen was. Hij werd dan ritueel geslacht temidden van de velden die de gemeenschap bebouwde en wel op een zodanige manier dat zijn zaad tot uitstorting kwam op de aarde, zaad en bloed. Dat betekende dan dat alles vruchtbaar zou zijn.

Dat is een begrip dat natuurlijk niet helemaal juist is. Ter plaatse zal de vruchtbaarheid wel groter worden, bloed is uitstekende kunstmest. Het is duidelijk dat de mensen in dit geval in een wederkerigheidsrelatie staan met hun God. Ik vraag mij af of dat toch niet te verkiezen is, ongeacht de excessen die daar vaak aan verbonden zijn, boven een wet die niets behoeft te bewijzen, niets behoeft te geven en die betrekkelijk willekeurig door mensen kan worden toegepast in de naam van God. Er zijn ontzettend veel vragen die dan rijzen, als je met dit onderwerp bezig bent.

Jezus leer bv. wordt voorgesteld als liefdeleer. Maar is die leer een liefdeleer? Het is maar een vraag. Als wij naar Jezus kijken, dan zien wij inderdaad dat hij heel veel voor de mensen doet. Maar ook (dat staat duidelijk beschreven) dat hij aan mensen, die hem om genezing vragen, soms voorbijgaat en anderen geneest. Waarom? Wij weten dat hij op een gegeven ogenblik de wisselaars en de handelaren de tempel uitranselt. Ik vind dat niet een liefdevol gebaar. Een ander ogenblik heeft hij het tegen de Farizeeërs. Hij spreekt zelfs van Gij, witgepleisterde graven van buiten verblindend en van binnen vol verrotting en bederf. Er waren er wel meer dan alleen de Farizeeërs die dat verwijt verdienden, ook de Sadduceeërs en nog anderen. Waarom tegen hen? Het was toevallig een fractie die erg tegen Jezus was. Jezus reageerde ten dele diplomatiek dat geef ik graag toe, maar het was heus niet allemaal de fondant rose zachte liefde die velen ervan willen maken. Jezus was wel, dat moeten wij hem toegeven, rechtvaardig.

Is het christendom rechtvaardig? Het is maar een vraag. Ik geloof dat het met een zekere zelfgerechtigdheid voortdurend onrecht begaat aan iedereen die de brutaliteit heeft om de autoriteit van degenen, die ze als leiders van het christendom beschouwen, te ontkennen.

Als ik kijk naar de islam, dan geloof ik dat het Mohammeds wil is (u kunt het in de koran zien) dat de mens zich houdt aan bepaalde regels. Maar in de godsdienst is het helemaal niet erg als je liegt en bedriegt, zolang het maar gaat tegen iemand die jouw vijand is en daarom de vijand van God, iets wat de ayatollahs nog voortdurend bewijzen

Daartegen staat de rechtvaardigheid tegenover de vrouw, de rechtvaardigheid tegenover de naaste, de gastvrijheid tegenover de vreemdeling, het respect voor de andere geloven door Mohammed letterlijk in de koran gesteld, zijn niet meer terug te vinden. Ik krijg zo het gevoel dat de wil van God eigenlijk heel iets anders is dan de mensen denken. Dat de wil van God iets is wat door mensen wordt uitgevonden om hun eigen wil te kunnen doorzetten zonder enige kritiek daarop behoeven te dulden of enige verandering daarin behoeven aan te brengen.

Daar zitten wij natuurlijk met een grote moeilijkheid, want is het werkelijk de wil van God dat er bv. geen spiritisten mogen zijn? U weet, wat een goed christen moet zeggen? Als een goed christen hier komt, dan moet hij zijn oren dicht houden, zijn ogen sluiten en zeggen. Het is de duivel die hier spreekt. Zo hoort dat. Waarom? Als God deze mogelijkheid schept, dan moet ze ook volgens zijn wil bestaan. Dan heeft niemand het recht te zeggen Dat is verboden of dat mag niet.

Als God paranormale krachten zendt, dan vraag ik mij af waarom dan christelijke genezers zo verdacht zijn in bepaalde geloofsvormen. Steeds weer wordt er gezegd: Het is niet de wil van God dat dit gebeurt. Hoe weten zij dat? God heeft die mogelijkheid geschapen. Jezus heeft het gedaan. Van Mohammed wordt het twee keer vermeld. Van de Boeddha wordt ook vermeld dat hij heeft genezen. Ik zou nog andere voorbeelden uit vroegere tijden kunnen aanhalen. Waarom mag het dan niet? Kennelijk is hier een God aan het woord die geen werkelijke of kosmische godheid is, maar een godje. Het godje dat mensen voor zichzelf hebben geschapen om daarmee zichzelf te rechtvaardigen tegenover anderen.

Het moeilijke is dat dit allemaal emotioneel is. Je kunt niet tegen de mensen zeggen: Wat jullie denken is verkeerd. Want zij kunnen het niet eens begrijpen. Dit is Gods wil. Dit kun je niet verkeerd begrijpen want dat weten ze toch. En als je dan zegt: Dat is niet juist, dan zeggen zij: Daar heb ik niets mee te maken. Het is Gods wil. Zeg je dan: Weet je wel zeker dat het de wil van God is? Dan is het antwoord. Natuurlijk, want iedereen zegt dat het Gods wil is. Dat is net zoiets als iemand zegt: Het staat gedrukt, dus zal het wel waar zijn. Wat moet je met dergelijke dingen doen? Eerlijk gezegd weet ik het ook niet goed.

De wil der Goden, in een wat andere vorm vinden we ook terug in termen als democratie. Dit is in het belang van de democratie. Zelfs als het volk daardoor geen stem heeft, is het toch democratie. Dit is het enig juiste dat wij kunnen doen. Dit is de socialistische oplossing. Dat we daardoor een hoop mensen onmondig maken en heel veel mensen een last opleggen zonder dat ze daar zelf ook maar iets over te zeggen hebben, dat telt niet. Het is het systeem. Hoe onze goden zijn een systeem van rechtvaardiging. Ik hoopt dat de geestelijkheid hier niet aanwezig is, want dan moeten wij weer een beroerte proberen te voorkomen.

Al die dingen, die onmogelijk worden genoemd vanuit bepaalde systemen, zijn mogelijk, Heus, er is leven buiten deze aarde en soms tamelijk hoogbeschaafd wat je van mensen niet altijd kunt zeggen.

Er zijn paranormale gaven. Er zijn andere dimensie-werelden die soms aan de uwe grenzen. Ze bestaan allemaal, Maar ja, dat is onzin, want als wij dat accepteren, dan is ons gevoel van uitverkorenheid en superioriteit als mens naar de maan. Dan zou men aan ons eisen gaan stellen ten aanzien van het paranormale. Men zou zich gaan afvragen waarom wij die dimensies nog niet hebben gevonden. De wil der Goden ligt kennelijk verankerd in de behoefte van de mensen die de wil verkondigen.

Laten wij eens gaan kijken bij de primitieven hoe het daar gaat. Daar staat een afgodsbeeld. Dat afgodsbeeld laat door tekenen zien wat zijn wil is. Erg mooi. Haar hoe weet je dat dat tekenen zijn? Ja, dat zegt de medicijnman. Hij heeft de vogels gezien en dat betekent dat de Goden zo en zo…

Wij gaan maar weer een eindje terug. Denk eens aan het hemelschrift. Er is een tijd geweest dat men de hemelen bestudeerde om de wil van de Goden te leren kennen. Men was bezig om juist boven de horizon de steeds veranderende constellaties te beschouwen en daaruit schrifttekens te construeren. Op zichzelf zou je kunnen zeggen. Het was het begin van astrologie. Het is zeker de basis ervan geweest. Maar wat men zich niet realiseert, is dat bijna niemand kon lezen en schrijven buiten de priesterkaste. De priesters maakten dan uit die sterren, lettertekens; maar soms vormden ze uit dezelfde ster heel andere lettertekens.

Hoe kwamen ze daartoe? Als je het hun had gevraagd, dan zeiden ze: natuurlijk Dat heeft de God ons gezegd. Het is wel opvallend dat daarin voorspellingen en aanwijzingen ontstonden die zelden voor de priesters ongunstig waren, maar meestal wel bepaalde eisen stelden aan de niet-priesters. Wonderlijk, of niet?

Laten we eens gaan kijken in Tibet. Het is op het ogenblik niet meer zoals het geweest is. Er is nog een klooster waar ze het nog een beetje doen voor de toeristen, neem ik aan, maar waarvan de echtheid toch in twijfel is getrokken.

Er is een tijd geweest dat in een aantal kloosters, o.a. het klooster van Brynen, bijeenkomsten waren met plechtige dansen en aan het eind werd iemand bezeten door een demon. Je zou zeggen: Een demon kan toch ook wel verstaanbare taal spreken. Zelfs wij doen dat en wij worden ook wel voor demonen uitgemaakt. Maar neen. Dat medium bralde, lalde, schreeuwde, zuchtte. Daarnaast stonden een aantal Lama’s die in staat waren dat allemaal te vertalen. Zij zeiden dan wat de demon had gezegd. Het is opvallend hoe vaak de demon vertelde dat er onheil op komst was dat alleen kon worden voorkomens indien deze demon goed opgesloten bleef en er offers werden gebracht aan de tempel (het klooster in dit geval) om het onheil onmogelijk te maken. U kunt zeggen: Maar het was toch van God. Als alles wat wordt gezegd door een demon, te maken heeft met de wereld van de Goden, dan heeft dat te maken met de kosmische samenhangen. Daar mag je niet aan twijfelen. Neem wat van je armoede en help die arme monniken om die levensgevaarlijke demon in bedwang te houden.

In enkele gevallen doet deze wil der Goden mij ontzettend veel denken aan bepaalde politici in de gevoerde verkiezingscampagne. Vele beloften voor de verre toekomst en vele offers die in het heden gevergd zullen worden. Denkt u niet dat ik daarmee de draak wil steken ook al komt het misschien een beetje badinerend over.

Wat moet ik denken van iemand die zegt: Je moet je lijden geduldig dragen. Het is de wil van God. God beproeft degene die hij liefheeft. In het hiernamaals zul je ongetwijfeld schitterend beloond worden voor al wat je nu hebt moeten doormaken. Het klinkt erg mooi, maar het levert geen garantiebewijs. Eigenlijk zou je het kunnen vertalen met: Lieve mens, val ons niet verder lastig daarmee. God zal het je later wel een keer vergoeden. Maar dat mag je niet zo zeggen. Wees nederig. Gij behoort tot een bepaalde stand. Respecteer dan degenen die boven u geplaatst zijn. Met andere woorden. Denk niet na. Wees een instrument van die anderen. Maar waarom zou God de mens de rede gegeven hebben, perceptie, vermogen tot denken, als het de bedoeling was dat die mens er geen gebruik van zou maken? De wil der Goden is een heel eigenaardige zaak.

In de tijd van de Druïden in Engeland en dat is betrekkelijk laat (ongeveer in de tijd van Koningin Boudicca) splitsten zich deze mensen in wat men later wel noemt de zonnerichting en de maanrichting, anders ook wel de lichte en de duistere kant. Een van hun barden (de Druïden hadden hun eigen barden die historici, leraren e.d. waren) zingt daar een heel eigenaardig lied over:

“Ik heb gedroomd van de goden. Ik heb gedroomd van hun kracht. Ik heb gedroomd dat hun kracht in mij leeft, maar ik durf haar niet beproeven. Zo schiet ik tekort ten aanzien van de Goden, ten aanzien van mijzelf want ik ben het die droomt. Zo moet ik het zijn die de droom waarmaakt. Waar ik de droom niet waarmaak, faal ik tenzij ik haar onjuistheid eerst aan mijzelf bewezen heb.” Een heel vrije vertaling, want het was in het Keltisch en ik denk niet dat één van u dat zou verstaan.

Wat zegt deze oude Druïde eigenlijk? Hij zegt: Als er in mij een waarheid leeft, dan moet ik die waarmaken, niet een ander. Als ik dat niet kan, dan moet ik erkennen dat mijn droom onjuist is. Ik moet mijzelf bewijzen wat van de denkbeelden die in mij leven juist, waar en aanvaardbaar is en wat voor mij droom, illusie, zelfbedrog blijft. Daarom zegt deze man van bijna 2000 jaar geleden iets wat tegenwoordig nog teveel wordt vergeten. Wij zijn de dromers.

Er is een tijd een religie, een soort godsdienstje, geweest dat heette: De ik God. De stichter was geloof ik een Rus. Er zijn daarin bepaalde dingen die mij aanspreken. Alleen, hij begon te zeggen: Ik ben God. Daar ben ik het niet eens mee. Ik ben deel van God, ja. Maar niet, ik ben God. Voor het overige, daar kan ik voor een deel inkomen. Hij zegt: Ik ben het die de werkelijkheid droomt. Dan ben ik het die voor die werkelijkheid aansprakelijk is. Ik ben het die de droom waarmaakt. Ik ben het die de wereld schept voor mijzelf. En wat niet deel is van mij, is het andere en dat behoeft geen deel te zijn van mijn wereld, maar ik moet er zelf in leven.

Er komt een hele hoop over liefdeleven e.d. bij te pas. Dit is één van de kernbegrippen. Hier niet iemand die uitroept God wil het zus of zo. Of, Ik ben wijze en ingewijde. Ik weet het, doe jij het nu maar. Hier is iemand die zegt; De werkelijkheid is jouw droom. Die droom aan jezelf bewijzen, is scheppen. Bewijs dan je droom aan jezelf. Ik vind het een fantastisch mooi idee.

Geen wil van Goden. Een stelling. Denk erover na. Probeer het.

Waarom zijn er toch zo ontzettend veel dogma’s overal? Waarom zijn zoveel stellingen onaantastbaar? Misschien wel omdat ze niet redelijk te handhaven zijn, omdat ze tot geloof worden verheven, daar ze anders niet zouden kunnen bestaan. Ga dan nog een stap verder en zeg tegen jezelf: Als ik dergelijke dogma’s ontmoet op mijn weg, dan zijn ze niet de wil van een God, dan zijn ze een bekentenis van onvermogen van degenen die zeggen die God te kennen, zijn leer te verkondigen, zijn wet te handhaven.

Er zijn te veel godsdiensten geweest in het verleden, nu bestaan ze soms nog, die wat minachtend werden afgedaan met nu ja, dat is animisme, maar die in wezen veel dichter kwamen bij de werkelijkheid dan al die zeer uitgelegde godsdiensten die precies weten wat God is, wat God wil en de rest.

Denk eens aan die eenvoudige plechtigheden van de indianen, Indianen waren over het algemeen zonaanbidders. Hun Manitoe was de verbeelding van een lichtgeest, een soort engel. Als zij werkelijk lid wilden worden van de stam, dan moesten ze proeven doorstaan. Die waren misschien tamelijk willekeurig, maar ze kwamen wel voort uit de aard, het karakter van het volk en de manier waarop het leefde. Daarna ging men op zoek naar zijn medicijn.

Wat vond men dan? Een eigen verwantschap met een bepaald dier, met een bepaalde plant soms, dat was dan heilig. Men zocht naar zijn verwantschap in de wereld. Niemand zei: Je moet het anders doen. Iedereen erkende dat. Ze zeiden: Natuurlijk, dat is jouw totem geworden. Dat is jouw medicijn geworden. Niemand zei: Je gelooft nu wel aan die medicijn, maar bewijs het nu maar eens. Ze zeiden: Je hebt hier een geloof (het was misschien een mystieke beleving), die voor jou bepalend is voor de manier waarop je leeft en dat mag je doen.

Wij hebben dat ook. Elk op zijn eigen manier. Geen algemene wil van God. Het is ook opvallend, dat in die godsdienst soms wel een beroep wordt gedaan op die krachten van de elementen, maar nooit direct op God. Het is de wereld waarmee je verwant bent, waarop je je beroept. Eveneens buitengewoon treffend is het feit, dat nooit de wil van God wordt verkondigd, maar wel de raad van de voorvaderen of wat de wind heeft gefluisterd, ofwel de aarde heeft gezegd. Hier wordt de zaak veel persoonlijker.

Wij hebben over dit onderwerp al eens meer gesproken. Misschien herhaal ik sommige punten. Maar wat kan belangrijker zijn dan dit ene te weten dat in jou, wie je ook bent, wat je ook bent, iets leeft wat je God kunt noemen. En dat daaruit voor jou alleen bepaalde richtlijnen en wetten voortkomen. Die wetten zijn deel van je wereldbeeld. Als je wereldbeeld onjuist blijkt te zijn, moet je het veranderen. Er is geen kosmische wet die je daden vastlegt. Er is een kosmische wet die de richting van je streven bepaalt, dat is alles.

De wil der Goden is iets wat voor ons persoonlijk kan gelden.

Maar het kan nooit een wet van Meden en Perzen worden. Daar kan nooit een Romeins recht op gebaseerd worden. Toch is dat steeds gebeurd. In de maatschappij gebeuren allerlei dingen die eigenlijk niet redelijk zijn en niet verantwoord. Als je dan vraagt waarom, horen we. Dat is in overeenstemming met de wil van God, de leer van Marx, de stellingen van Lenin of andere grootheden. Wij hebben het recht te delen in het recht van anderen, maar alleen indien wij bereid zijn ook zelf daarin mee te denken en te zoeken naar datgene wat bij ons past.

Het klinkt erg cru als ik zeg dat koningen hun gezag altijd al door God gegeven hebben omschreven. Waarom? Omdat het een taak was die hun door God was opgelegd. Misschien hebben ze dat wel geloofd. Maar het was ook een rechtvaardiging van een buitengewoon gezag dat ze hadden een soort willekeur die ze konden botvieren in sommige gevallen zonder dat iemand daar iets aan kon doen.

Farao was de zoon van God in een stoffelijke gestalte. Eigenlijk scheelt dat niet eens zoveel van de wijze waarop de keizers van Europa sedert Karel de Grote zichzelf hebben beschouwd: de door God gewijde, de door God gezondene. Dat hebben vele groten op aarde. Het is heel waarschijnlijk dat Ronald Reagan, wanneer hij in zijn nachthemd neerknielt, zegt; 0, God wat dank ik U dat Gij mij heden weer geleid hebt tot een nieuwe kernproef. Hij gelooft dat dat de wil van God is, want zo ziet hij de zaak. En dan moet dat wel de wil van God zijn, want hij gelooft aan God. Hij is trouw aan God. Dan kan het niet anders zijn.

Misschien dat ergens anders een communistische leider neerzit en een ogenblik diep nadenkend, bladerend in een van de standaardwerken van het socialisme zegt: Ik heb hard moeten ingrijpen. Het heeft mensenlevens gekost, maar hier staat het dan toch duidelijk: Streven naar het welzijn van het algemeen is onze taak, niet het zorgen voor het individu apart. Daarom moeten wij er alles aan opofferen. Maar dat hij offers heeft gebracht om zijn eigen macht te behouden, vergeet hij. Want hij ziet zichzelf als de vertegenwoordiger van de belangen van het volk.

Vreemd, dat wij hier hetzelfde terugvinden, wat wij in de godsdienst terugvinden, wat wij eigenlijk overal op aarde terugvinden. Het je op de borst kloppen en zeggen; Ik ben meer dan een ander. Ik weet het beter. Daarom en dat is het gevaarlijke, moeten die anderen dan maar doen wat ik zeg.

Als ik het op mijn manier mag zeggen. Ik heb ook mijn visie op de wereld van God of zo u wilt van de Goden. Ik zie dat eigenlijk veel simpeler, als iets persoonlijks. Ik zou zeggen: Alle mogelijkheden waarover u beschikt, heeft u zelf verworven uit het totaal van mogelijkheden. Dan is het de wil van de kracht waaruit u bent voortgekomen, dat u met al deze mogelijkheden volgens uw beste besef werkt. Niets is geboden, niets is verboden behalve dit ene dat u altijd handelt naar uw beste weten en besef.

Dan zal iedereen uitroepen: Maar dat is allemaal geestenonzin. Dat is een dualisme, daar hebben we niets aan. Want heel veel mensen hebben liever duizend duivels om zich heen dan een begrip van een persoonlijke aansprakelijkheid en een verantwoordelijkheid voor alle fouten die ze maken.

Het is ook veel prettiger om een God te hebben wiens bevelen je opvolgt, een engel die je geleidt, je inspireert dan de verantwoordelijkheid zelf te nemen voor de dingen die je doet. Wij zoeken uitvluchten, want iets anders is het niet. Ja, maar dit is mijn karma, dit is mijn noodlot, dit is de wil van God. Dat hebben de engelen mij gezegd. De duivel heeft mij daartoe verleid. Uitvluchten. Pogingen om te ontkomen aan het persoonlijk verantwoordelijk zijn voor al wat je zelf doet, al wat je zelf tot stand brengt. De enige kracht waar tegenover die verantwoordelijkheid geldt is de goddelijke kern die in je schuilt. Dat is mijn geloof.

Er zijn zoveel Goden op aarde als er mensen zijn. Dan is de wil der Goden, het besef dat in de mensen ontstaat. Dan is de ontplooiing niet een door God verheven worden in een hemelrijk of neergeworpen worden in een hel, maar een je steeds bewuster worden van wat je bent, wat je kunt, dat je leeft en daardoor begrijpen hoezeer je juist als je zelf en vanuit hetgeen jij kunt en denkt, deel uitmaakt van een geheel dat je niet kunt overzien.

Bewustwording is niet het treden voor God. Het is een heel klein beetje godsbesef en daardoor de samenhangen tussen je eigen wezen en het andere beter leren begrijpen. Maar als je dan denkt aan, wat als de wil van God overal wordt verkondigd en uitgedragen, dan zou ik zeggen: Het is toch een beetje andere koek. Misschien zitten er minder klonten in. Er zit geen belofte in van onmiddellijke zaligheid. Er zit ook niet de bittere smaak in (het oranjeschilletje misschien) van al datgene wat niet mag.

Ik zeg u: God leeft in elk deel van de wereld anders. De voorstelling van die God is overal anders. Het idee van wat God wel en niet wil is in elk deel van de wereld anders. Maar dat wat in ons woont, is altijd en overal voor ons gelijk. Dat is de weg.

Als we dan geloven en blijven geloven in de zinrijkheid van ons bestaan, dan geloven we ook in de liefde van een God die in ons woont. Dan geloven we dat wij de wil van onze Schepper manifesteren door te beantwoorden aan datgene wat in ons woont. Als alle mensen zover zouden komen, zou eindelijk de wil van God verdwijnen; deze muur van illusies. Daarvoor in de plaats zou komen: zelferkenning, begrip van persoonlijke verantwoordelijkheid, het bewust kiezen van je eigen weg en een groot respect voor alle anderen.

Je kunt de wereld pas liefhebben, indien je jezelf aanvaardt zoals je bent. Als er een wil van God is, dan lijkt het mij deze voor ons allen onontkoombare regel te zijn. Dat is de wet die ons is ingeschapen. Die ons beheerst door wat de mensen leven en dood noemen, die alle sferen en leven samenbundelen tot één geheel. Dit is het waaruit wij leven en waardoor ons leven inhoud heeft.

Mag ik dan zeggen, mijne vrienden, eerst wanneer elke mens zoekt naar zijn God en leeft volgens de erkende wil van die God, maar wel op eigen verantwoordelijkheid en vanuit eigen bewustzijn zal er iets van de werkelijke God openbaar kunnen worden onder de mensen.

Laten wij daar dan nogmaals aan toevoegen: Zolang men zich op anderen verlaat die zeggen te weten wat Gods wil is, zullen we altijd in een doolhof blijven ronddwalen, waarin we steeds meer van onszelf verliezen, steeds moeilijker ons bewust worden van onze werkelijkheid en daardoor niet falen t.a.v. God, maar t.a.v. onszelf en t.a.v. het geheel waarvan wij tenslotte deel zijn.

  • Speelt de wereld der Goden ook nog een rol bij de oude inwijdingen?

In de oude inwijdingen, als we de echte inwijdingen bedoelen en niet de zgn. tempelinwijdingen die eigenlijk een sociale functie hadden, zijn deze symbolen geworden van krachten. De inwijding wordt dan herleid tot het overwinnen van de vier elementen, de aanvaarding van de leven­de kracht en de overwinning op de angst. Dat is het karakter van alle werkelijke inwijdingen in de oudheid. Daar komen dus geen Goden bij te pas behalve als symbool.

  • Kunnen wij de wil van God eigenlijk kennen?

In uzelf en voor uzelf, ja. Maar ten aanzien van het geheel van de schepping of zelfs maar een deel daarvan neen. Dit heb ik uitvoerig betoogd. Vergeef mij dus dat ik kort ben.