De wil

image_pdf

13 juni 1967

In de mens bestaat wat men noemt de wil. Om de wil te omschrijven kun je slechts zeggen; zij is een uitdrukking van begeren. Wanneer wij te maken krijgen met het gebruik van gedachtekracht, dan speelt de wil hierbij een eerste rol. Wanneer wij ons bezighouden met esoterische bestrevingen, dan is het eveneens onze wil, die daarbij wel het belangrijkste aandeel heeft in onze bereikingen. Dat klinkt misschien een tikje overdreven, zeker in een esoterisch magische school. Maar de wil is dus het begeren.

Begeren is mogelijk op twee wijzen; wij hebben vaag een behoefte aan iets lekkers, wij hebben een uitdrukkelijk verlangen naar een nauw omschreven iets, desnoods het bekende stukje kaas uit het vuistje. Het verschil tussen deze beide is wel, dat wij in het eerste geval zelf niet precies weten, wat wij eigenlijk willen. Er is een begeren, maar dat is niet gericht. In het tweede geval is het begeren omschreven. Het is nadrukkelijk gericht en drijft ons dus ook gemakkelijker tot het zoeken naar een weg voor een bevredigende oplossing. Ik hoop, dat u in de verdere les dit niet uit het oog zult verliezen. Het is niet alleen voldoende om te omschrijven. Wij moeten in de omschrijving een begeren leggen.

Wanneer ik in mijzelf naar het Goddelijke hunker, dan is dat mooi maar niet omschreven. Het zal u duidelijk zijn, dat ik dan ook geen direct resultaat bereik. De hunkering is er wel, maar waarop zal ik mij concentreren? Welke contacten zal ik bereiken? Welke innerlijke afstemming is noodzakelijk? Ik weet het niet. Ik blijf bij de vaagheid. Om die vaagheid enigszins te verdrijven grijpt men dan heel vaak naar de wat ingewikkelde structuur van bepaalde leringen. Maar.. kunnen structuren, die mij misschien wel iets zeggen maar mij geen persoonlijk begeren en dientengevolge geen nauw omschreven willen verschaffen, mij wel helpen om iets te bereiken? Eerst moet mijn begrip er zijn, het doel waarnaar ik streef.

Magisch gezien is er al precies hetzelfde. Ik kan in het vage begeren iets goeds te doen voor een mens…. het zal mij niet helpen. Ik kan begeren voor een mens een bepaald iets tot stand te brengen. (Of dit nu het genezen van een mens is, het scheppen van enig geluk, het scheppen misschien ook van een nieuwe levensaanvaarding, dat doet niet terzake.) Ik moet weten wat ik wil. En wat blijkt dan? De gehele magische procedure met al haar bezweringen en haar symboliek is uiteindelijk slechts mijn methode om het innerlijk gewetene juister te formuleren, om mijzelf daarop juister af te stemmen.

In deze dagen, waarin de verwarringen de wereld doortrekken, klinkt in velen haast onbemerkt een kleine stem. Het is of iemand fluistert; Hora est, het is het uur. De een vertaalt het als: In het oosten is de slag van Armageddon begonnen. Een ander vertaalt het als: Het einde van de wereld is nabij. Of: Het Godsrijk gaat komen. Maar in feite zijn dit allemaal vage begrippen, legenden waaraan wij geen voldoende achtergrond kunnen geven.

Je kunt niet begeren naar een slag, die de laatste slag tussen licht en duister moet zijn, tenzij je weet wat het betekenen gaat, Je kunt niet verlangen naar een Godsrijk, zolang je dat Godsrijk alleen in menselijke termen kunt uitdrukken. En je kunt het einde van de wereld niet verwachten, omdat je je dit eenvoudig niet kunt voorstellen. Deze dingen liggen te ver van de werkelijkheid. En een van de grote bezwaren, die je in deze dagen ziet bij vele mensen of zij nu geestelijk streven of op een ander terrein trachten iets te bereiken is wel, dat zij te ver weg staan van de werkelijkheid. Zij kunnen niet waarlijk hun wil, hun geïntegreerde persoonlijkheid, richten op een doel.

Ik heb daar zo verschillende meningen over. En ik heb ook zo hier en daar wat gegevens nagezocht uit leringen van anderen (hogeren dan ik). Ik wil trachten u die hier voor te leggen. En u begrijpt reeds uit mijn inleiding, dat ik daar een bepaald systeem in tracht te brengen. Dat ik probeer dit alles saam te vatten tot iets, wat niet alleen een esoterische les is. Esoterische lessen zijn er genoeg. Ik zoek het samen te vatten tot een systeem, dat ook een zekere praktische waarde heeft. En dan begin ik met te stellen (en dit komt dus van mijzelf): Alle willen is begeren. Werkelijk en omschreven begeren kun je slechts datgene, wat je kent of waarvan je een voorstelling hebt. Het is noodzakelijk, dat men een beeld heeft van het geen men bereiken wil.

De omstandigheden en mogelijkheden kunnen zich elk moment wijzigen. Mijn doel moet zodanig scherp omschreven zijn, dat elke wijziging voor mij een mogelijkheid betekent mij opnieuw te oriënteren. Dat ik dus elke keer vanuit nieuwe omstandigheden wederom hetzelfde kan nastreven en bereiken.

Vele mensen verlangen de dingen eigenlijk onbewust. Zij hebben weliswaar een omschreven verlangen, maar weten dit niet voor zichzelf aanvaardbaar te maken, te formuleren, uit te drukken. Dientengevolge zijn hun handelingen en ook vaak hun uiterlijke bestrevingen, hun geestelijke bestrevingen in strijd met datgene, wat ze werkelijk willen. Ik meen daarom, dat het noodzakelijk is voor de mens rekening te houden met de wijsheid, die vele ouderen sinds lange tijd op deze wereld hebben geopenbaard. En ik zal zo vrij zijn deze aan te vullen met lessen, zo mogelijk van dezelfde leraar in zijn geestelijke status, zoals die op het ogenblik bestaat.

Het is goed alle dingen te ontzeggen buiten het ene, dat belangrijk is: Wie alle dingen ontzegt, zal hetgeen hij begeert bereiken. Wie alle dingen wenst, faalt steeds in de bereiking.

En deze leraar geeft op deze les nu (dat is ongeveer een 2100 jaar later) nog het volgende commentaar:

Ontzeggen wil niet betekenen afwijzen. Het betekent, dat men de onbelangrijke dingen neemt zoals zij komen, zonder zich daaraan te binden. Doch dat men het belangrijke nastreeft, ongeacht wat daardoor in andere omstandigheden zou kunnen gebeuren of ontstaan.

Deze leraar gaat dus uit van het standpunt: Wat je doet is eigenlijk niet zo belangrijk, zolang je je daarmee niet verbonden voelt. Zolang je je daarop niet vastlegt. Het komt erop neer, dat hij stelt: Gewoonte is uit den boze. Vrijheid van denken en handelen houdt niet in, dat je daarom niets zult doen en niets zult beleven, niets zult bezitten. Het betekent echter, dat deze dingen je niet kunnen belemmeren, wanneer iets van werkelijk belang voor je wordt.

Ik geloof, dat menigeen zich dat in de oren moet knopen. Want vele plannen worden gemaakt, die niet volvoerd kunnen worden, omdat er consequenties zijn. Vele bestrevingen lopen ergens vast, omdat men eenvoudig geen begrip kan vinden voor de mogelijkheden van vandaag, geen begrip kan vinden voor de wereld rond zich. Slechts als je dit begrip hebt voor die wereld ener toch niet aan gebonden bent, zul je kunnen bereiken wat je wilt.

Een andere leraar zegt ons:

Naarmate ik een doel zuiverder en vollediger erken en daarin voor mijzelf vollediger opga, zal ik dit voor mijzelf voortdurend naderbij brengen. En alle omstandigheden rond mij zullen mij helpen om mijn doel te bereiken.

Ook hier ben ik in staat geweest – zij het door een van zijn leerlingen – aanvullend commentaar te krijgen. Dit commentaar luidde:

Wanneer u gelooft aan God of aan de geest en u hebt een bepaald doel, dat u altijd en voortdurend op de voorgrond van uw gedachten stelt, dan gaat God, dan gaat die geest, met u. Zolang u dus in een aanvaarding van bepaalde krachten een doel nastreeft, krijgt u uit de omgeving de middelen om het nagestreefde ook waar te maken.

 Hij voegde daaraan echter toe:

De middelen worden u gegeven, niet de bereiking. Zo u de middelen gegeven worden, gebruik ze naar uw beste kunnen. Dan zult ge steeds vorderen.

Het is duidelijk. Wanneer ik wil, is dat heel aardig. Wanneer ik daarnaast een geloof heb, dan krijg ik hulp. Maar die hulp bestaat niet uit de bereiking. Zij bestaat uit de middelen om verder te bereiken. Ik heb daarvoor een nog al agnostisch schrijver opgezocht, die hierover tijdens zijn leven eigen meningen had. En deze zeide:

Wanneer de vrouw haar naaktheid bekleedt, zo wordt zij een geheim, dat de begeerte prikkelt. De mens begeert niet datgene, wat hij kent, maar datgene wat hij niet kent. En daardoor zal hij steeds weer falen.

Ik ben naar hem toegegaan (hij leeft op het ogenblik ook in een van de meer lichtende sferen) en ik heb gevraagd: Heeft u daarop nog verder iets te zeggen? Zijn antwoord was dit:

Eens heb ik dit gezegd om duidelijk te maken, dat veel van wat godsdienst is en wat andere dingen van geloof zijn  niet veel meer betekenen dan de kleding, waarmee men een volkomen natuurlijk iets ( het natuurlijke bestaan) een geheimzinnigheid en daarmee en bijzondere belangrijkheid en begeerlijkheid wil geven. Ik ben het daarmede niet mee eens. Datgene, wat ik geleerd heb, brengt mij ertoe nu als volgt te stellen.

Wanneer wij een doel of een waarheid erkennen, is het niet goed ze te verhullen. Weliswaar zullen wij door haar geheimzinnig te maken en bijzondere betekenissen toe te kennen haar aantrekkelijker maken, maar wij maken haar gelijktijdig onbereikbaar. Zie de dingen ook de belangrijke dingen, die u wilt bereiken niet in een idealistisch licht. Tracht ze niet uzelf voor te spiegelen als een goddelijke taak of iets dergelijks. Tracht ze te zien zoals ze zijn. Dan immers weet u ook wat u kunt doen om ze te bereiken. Dan streeft u ernaar die dingen waar te maken. En wie streeft, krijgt de middelen om voortdurend dichter te komen bij datgene, wat hij zich als doel gesteld heeft.

Deze drie voorgaande citaten hebben één ding gemeen: Zij stellen de wil wel als belangrijk, maar ze zeggen, het is heel belangrijk dat wij ons ontdoen van de bijkomstigheden.

Bijkomstigheden, tradities, zijn de belemmering tot de bereiking, niet het hulpmiddel.

U zult begrijpen, dat ik daarnaast ook nog andere meningen heb willen vragen. En ik ben gegaan naar een van de grootste Meesters, die wij kennen. Ik vroeg hem: Heer, wat meent gij dat noodzakelijk is om een doel te bereiken?

Zijn antwoord was heel eenvoudig, maar wel bijzonder diepzinnig: Om een doel te bereiken is het noodzakelijk het zozeer te aanvaarden en lief te hebben, dat het meer jezelf is dan al het andere.

Ik vond dit erg mooi, maar ik heb uit de aard der zaak gevraagd: Kunt u mij dit praktischer omschrijven?

Toen gaf hij mij dit antwoord:

Je zoekt de dingen altijd daar, waar ze niet zijn. In jezelf ligt het totaal van je mogelijkheden. Daarin ligt elk doel, dat je ooit bereiken kunt. Kies dus datgene uit jezelf, wat je op dit moment belangrijk vindt. En maak dit waar. Leef dit zo sterk, dat alle andere delen van je persoonlijkheid daarbij a.h.w. tijdelijk insluimeren. Wie zijn gehele kracht richt op het bereiken van de Vader, het erkennen van het Koninkrijk, het genezen van een mens, het opwekken van een dode of het zien van de toekomst, hij bereikt omdat het andere is weggevallen.

Nu zijn er meer Meesters. En u zult begrijpen dat het voor mij juist omdat ik zoek naar een praktische toepassing, een mogelijkheid om werkelijk iets te doen dus ook een zaak is geweest om die anderen aan te spreken, die elk op hun eigen wijze toch een zeer groot gedeelte van de mensheid een bepaalde religie hebben nagelaten. Ik sprak dan tot de tweede: Heer, kunt u mij zeggen hoe ik met de wil het best kan bereiken?

En hij zeide tot mij: Om het gewenste te bereiken zijn drie dingen noodzakelijk. De erkenning van het doel als waardevol boven alle dingen. Een zodanige onthechtheid, dat het doel zelf haast onbelangrijk schijnt en het zijn dit slechts gebruikt als richtsnoer voor eigen contact met de eeuwigheid.

Zolang gij uw doel meer mint dan het bestaan, zult ge het niet bereiken. Min uw bestaan en uw doel gelijkelijk. En uw bestaan vervult zich in de bereiking. En de bereiking is de rust in uw bestaan.

Hijzelf was niet bereid daarop een verder commentaar te geven. Ik heb een van zijn meer bekende volgelingen ook een bekend leraar gezocht. En ik heb hem gevraagd: Wat denkt u daar nu van? Kunt u me dat praktisch vertalen?

Zijn antwoord luidde: Als je iets wilt boven al het andere en je vergeet daarbij, dat je zelf het middel bent om dit andere waar te maken, bevind je je in een vage wereld, waarin feitelijk niets gebeurt. Wanneer je beseft, dat geen enkel doel door je bereikt kan worden, als je niet eerst zelf leeft en bestaat, dan kom je dichter bij de werkelijkheid. Je eigen leven, datgene wat je bent, moet a.h.w. zichzelf waarmaken en vervullen in het doel. Beide zijn gelijkelijk van belang.

Een mens, die zijn bestaan terzijde stelt alleen voor het doel, zal het niet bereiken, omdat hij zichzelf tenslotte niet kan wegcijferen. Degene, die zichzelf zo belangrijk acht, dat hij het doel zo nu en dan daarvoor uit het oog verliest, zal zozeer aan zichzelf gebonden zijn, dat hij eveneens zijn doel niet bereikt. Maar een mens, die weet dat zijn bestaan en het doel dat hij zich stelt eigenlijk elkaar aanvullen en een eenheid moeten vormen, zal in zijn bestaan zijn doel zien. En in zijn doel zal hij dus ook de uitdrukking zien van zijn bestaan. Hij maakt zijn leven intenser door wat hij bereikt. Maar door, zijn intenser leven bereikt hij juist.

Ik ben toen naar de derde gegaan, die ofschoon m.i. ook een van de grootste leraren toch wel wat strijdlustiger en strijdvaardiger is dan de beide anderen. Ik heb hem gevraagd: Heer, wat is uw visie t.a.v. wil en bereiken?

Hij gaf mij dit antwoord: Willen is strijden. Wie echter alleen strijdt tegen de dingen buiten zich, wordt door zichzelf verslagen. Bestrijd dus eerst al datgene in jezelf, wat niet past bij je doel. Wanneer je jezelf hebt gemaakt tot het perfecte zwaard, is het doel bereikt. Want alles, waartoe je jezelf maakt in perfectie, is deel van het plan van de Eeuwige en wordt waar, zodra de perfectie bereikt wordt.

Heel mooi. Maar kunt u mij commentaar geven, praktisch commentaar? En ik moet zeggen, hij was inderdaad praktisch Hij zei: Het is niet zo belangrijk om een doel waar te maken. Het is belangrijk eerst te beschikken over de middelen om het doel waar te maken. Wanneer je iets wilt, dan moet je niet beginnen met alleen het doel te willen. Je moet eerst voor jezelf de mogelijkheid scheppen om dat, wat je wenst, waar te maken. Wie weigert om eerst zichzelf te veranderen, zal de verandering, die hij zijn doel noemt, nooit bereiken. Wie echter werkt met, in en vanuit zichzelf, maakt zichzelf tot een zo perfect instrument, dat het doel onvermijdelijk wordt.

Ook daaruit heb ik geprobeerd op mijn eenvoudige wijze (ik behoor tenslotte niet tot deze hoge kringen) een paar praktische punten te trekken. En ik geloof, dat we dit in de termen van vandaag het best zo kunnen vertalen:  Wanneer u op aarde leeft, dan moet u in de eerste plaats leven. En daarin is dus niet alleen het bestaan, het ademhalen en dergelijke begrepen, maar wel degelijk ook de bezigheden van de geest en van de stof. Wanneer je voortdurend met deze beide actief bent, dan kun je een doel zien. Maar doordat je alles wat je doet dan mede op dit doel richt, maak je het gemakkelijk bereikbaar. Wie een doel bereiken wil, moet beginnen vanuit, in en door zichzelf al datgene waar te maken, wat eventueel nodig is voor de bereiking van het doel, of wat het doel zou kunnen helpen bevorderen.

Eenvoudig gezegd: Wanneer je iets wilt, begin te werken begin te denken en zorg ervoor dat je in de eerste plaats een mens bent en blijft. Want daaraan kun je niet ontkomen. Wie als mens denkt, werkt, leeft, streeft en zich een doel voor ogen stelt, kan het waarmaken.

Dan komt daar verder bij, dat dus de betekenis van het doel hier nog wel eens wat verschoven wordt. De een ziet het doel als iets, wat in jezelf is. De tweede meent, dat je jezelf tot zekere mate onafhankelijk moet maken. Je moet het doel eigenlijk ook aanvaarden zonder het nu werkelijk als de uiteindelijke bereiking te zien. En de derde zegt: Maak jezelf in orde. Maak jezelf tot het werktuig. Het doel komt vanzelf. Daaruit trek ik dan de volgende praktische conclusies:

  1. Het doel, dat je je stelt, maak je niet waar door het ten koste van alles na te streven, maar door eerst te erkennen, wat er van dit doel in jezelf bestaat. Waarom is het je doel? Een eerlijk antwoord daarop schijnt van groot belang te zijn.
  2. Is het belangrijk dat het doel bereikt wordt? Het is belangrijk dat u ernaar streeft. De bereiking in zichzelf kunt u niet beheersen het streven wel.
  3. Wanneer u uzelf maakt tot de perfecte weergave a.h.w., van hetgeen u bereiken wilt, hebt u uit het totaal van de door de Schepper gegeven mogelijkheden iets waar gemaakt, dat eeuwig en onveranderlijk is. Dit eeuwige en onveranderlijke doel is dan door u bereikt en kan door niets en niemand teniet gedaan worden.

Misschien is dat heel goed voor degenen, die op het ogenblik zo vaak allerhande emoties hebben en die zich daarbij afvragen wat de zin ervan is. De zin is heel eenvoudig: Wanneer u iets weet, wat u werkelijk wilt bereiken (niet iets wat u ontvluchten wilt, maar wat u bereiken wilt), dan kunt u alles wat u doet daarmee in verband brengen. Door dit te doen, verandert u uzelf. Door uzelf te veranderen, maakt u zelfs het onmogelijke mogelijk.

Ik heb natuurlijk met meer entiteiten gesproken en tenslotte met drie, die m.i. vooral esoterisch en religieus erg belangrijk waren. Eén van hen was daarbij ook een tamelijk laat maar zeer bekend magiër. De vraag, die ik hun voorlegde, was in alle gevallen gelijk: Hoe kan door de wil een doel praktisch bereikt worden?

De eerste antwoordde mij: Indien ik geloof in God, zal ik daarin de kracht vinden, waardoor ik mijn doel waarmaak.

De tweede zei mij: Wanneer ik een doel ken en mijzelf daarop afstem, trek ik al datgene tot mij, wat tot de verwezenlijking van het doel bijdraagt. Hoe meer ik zelf harmonisch ben met mijn doel, hoe zekerder het zich rond mij als bereiking opbouwt.

De derde gaf mij ten antwoord: Indien ik wil, zal ik slechts een deel van de schepping waarmaken. Daarom acht ik willen alleen goed, wanneer ik het erken als deel van Gods wil. Maar zo ik dit erken, zal ik door mijn gebeden, door mijn denken, door mijn contact met God, met de gehele natuur zozeer verbonden zijn, dat zij mij niets kan weigeren dat tot mijn doel bijdraagt.

Wederom drie visies, drie antwoorden op een vraag. Daaruit praktische conclusies te trekken is voor mij wat moeilijker dan in de voorgaande gevallen. Je moet hier proberen zeer concreet te zijn. En van de algemeenheden, die zo heerlijk passen bij al het voorgaande, te komen tot feiten. Ik geloof dat ik het als volgt kan formuleren:  Wanneer je een doel nastreeft, moet je zeker zijn van jezelf. Indien je deze zekerheid kunt baseren op God en op de geest, zoveel te beter. Alleen wanneer je uit jezelf op deze wijze voortdurend meer kracht kunt putten, dan schijnbaar reëel mogelijk is, zul je ook steeds meer kunnen waarmaken.

Verder: Wanneer ik aan iets denk, stem ik mijzelf op iets af. Ik zal niet alleen datgene waarop ik mij afstem waarmaken, maar alle begeleidingsverschijnselen die daaraan verbonden zijn. Door mij af te stemmen op een bereiking, veroorzaak ik een keten van oorzaak en gevolg. Indien ik in de oorzaak-en-gevolg-werking vrede en kracht vind, maak ik mijn doel daarmee waar.

Ten laatste: Er is niets in de gehele natuur en in de gehele schepping, dat mijn bestreven en willen ontkennen kan, zodra ik dit baseer op een gevoel van verbondenheid met God of met het hogere. (Dit werd gesteld). Dan volgt hieruit: Wanneer ik een voldoende zelfvertrouwen uitstraal, zal ik al datgene rond mij dwingen juist die aspecten te tonen, die de verwezenlijking van mijn doel vervullen of bevorderen. Alles in de dode materie, in de levende elementen, in de geest, zal bijdragen tot de verwezenlijking van mijn doel, wanneer ik zeker ben van mijzelf en mij kan en durf beroepen op het hoogste.

Dat zijn dan de commentaren, die ik heb op wat u zoudt kunnen noemen mijn interviews.

Misschien vindt u, dat ik een beetje tekeer ben gegaan als een modern reporter voor radio of televisie. Ik heb echter getracht een beeld te vormen, dat niet alleen psychologisch verantwoord is, maar een beeld te vormen, dat de esoterische en magische werkelijkheid uitdrukt in de termen van de hedendaagse mens. Ik heb u de conclusies voorgelegd, die ik getrokken heb uit de geciteerde uitspraken. Ik ga nu weer over tot het weergeven van mijn eigen mening alleen en daarmee ook de omschrijving van hetgeen ik in deze les voor u het belangrijke acht.

In de eerste plaats moet u begrijpen, dat kennis alleen nimmer voldoende is. Kennis kan u helpen om iets te omschrijven, te definiëren. Hoe beter u kunt definiëren wat u wilt, hoe gemakkelijker u bereiken kunt, dat is waar. Maar het is belangrijker het doel in uzelf te kunnen zien en u er een beeld van op te bouwen, dan het goed te kunnen omschrijven. Tracht van alles, wat u bereiken wilt geestelijk, magisch, menselijk u een zo duidelijk mogelijke voorstelling te maken. Tracht verder u af te vragen, wat er in uw gedrag, in uw kennis, in uw mogelijkheden, in uw benadering van het leven, ontbreekt om dit doel voor u waar te maken. Vul het ontbrekende aan zo goed als u kunt.

In de tweede plaats: Onthoud dat ontzegging en gebrek lijden weinig uithalen, wanneer we ze nog bemerken. En wanneer we ze niet meer bemerken, is er geen sprake van ontzegging en gebrek. Wanneer bepaalde aspecten uit ons leven wegvallen, is dit goed. Maar wij moeten niet proberen ons van de dingen eenvoudig zonder meer te distantiëren. Wij moeten weten wat wij willen. Het doel kennende en omschrijvende streven we ernaar. Alles wat er niet mee in verband staat geven wij uit de aard der zaak steeds minder nadruk. Al hetgeen er wel mee in verband staat zal voor ons op den duur met uitsluiting van het andere een beleving worden. Deze beleving is het belangrijkste.

In de derde plaats moogt u nooit vergeten, dat ofschoon u leeft in de stof, de geest een zeer belangrijke rol speelt. Wanneer over het omschrevene, het gekende doel wordt gesproken, wordt er ook gesproken over een centraal punt (dat meestal in de astrale sfeer is gelegen), waarin de krachten kunnen worden geprojecteerd, waaruit ze kunnen worden vergaard. Een mens, die zijn krachten voortdurend in een dergelijk reservoir stort, zal daaruit op het ogenblik dat het nodig is bovenmenselijke kracht kunnen puren. Wanneer daarbij bovendien een verbinding is gemaakt met hogere sferen, zal de kracht ook praktisch onuitputtelijk zijn. Alle dingen zijn mogelijk maar u moet eerst bereid zijn de mogelijkheid te aanvaarden; en verder bereid zijn om die mogelijkheid u voor te stellen.

En dan een punt, dat voor sommigen van u ook belangrijk is: Vergeet niet, dat we altijd in dubio komen te staan, wanneer we een doel nastreven. Is het nu goed of is het kwaad? Had ik het misschien beter anders kunnen doen? Dit is altijd foutief. “Had ik” betekent terugvallen. Het verleden actief maken, daar hebben we geen behoefte aan. Wanneer ik alles doe, op het ogenblik dat ik het doe, met een goede intentie en naar mijn beste weten, dan zal hierdoor voor mijn gehele wezen bereikt worden een steeds grotere afstemming op hetgeen ik bereiken wil.

En wanneer ik u nog een raad mag geven; “vergeet een ding niet”: Harmonie, een zo groot mogelijke harmonie, speelt een zeer belangrijke rol. De mens is een gemeenschapswezen. De geest kan haast niet in eenzaamheid bestaan zonder te vervallen. Werk zover u kunt altijd harmonisch samen met anderen. Erken welke doeleinden en bestrevingen voor u gemeenschappelijk aanvaardbaar en belangrijk zijn. Bouw uit dit gezamenlijk streven de gewoonte, die u helpen kan uw eigen streven nog juister en gemakkelijker waar te maken. Wanneer ge elkander helpt, Helpt God u allen. Wanneer ge alleen uzelf helpt, zult ge op uw eigen kracht moeten betrouwen. Wanneer ge innerlijk waarheid zoekt en ge zijt niet bereid die met anderen te delen, kunt u gaan tot de grenzen van uw mentale vermogen. Wanneer u bereid bent uw innerlijke erkenning en beleving a.h.w. te delen met een ieder, zult u het totaal van uw werkelijk ik en uw aandeel in het totale mens-zijn als uiterste grens zien van uw bereiking. U zult veel meer kunnen bereiken.

En ten laatste en tevens als slot van deze les: Vergeet nooit dat de dingen niet belangrijk zijn omdat anderen ze zo noemen. Hun belangrijkheid wordt uit uzelf geboren. Of het voor anderen het grootste of het onbelangrijkste ter wereld is, doet niet terzake. Wat een ander triviaal noemt, kan voor u het meest importante zijn. Gij zijt de beoordeler van belangrijkheid, ook in een groepssamenwerking. Gij zijt zelf degene, die het doel stelt. De verwantschap en harmonie met anderen zal u in staat stellen in uw gehele wijze van leven en denken gemakkelijker en eenvoudiger ook voor uzelf het onbelangrijke en het belangrijke als middel te gebruiken om uzelf op uw doel te richten. Gerichtheid is bereiken. Ongericht zijn is falen, zelfs wanneer men de schoonste beelden zich als doel stelt.

0-0-0-0-0-0-0-0

Eerste Gastspreker

De kern van het menselijk bestaan is het verlangen. Waar het verlangen is verdwenen, is de zin van het menselijk bestaan verloren gegaan.

Wanneer je als mens zoekt naar de betekenis van het bestaan, dan word je geconfronteerd met het onbegrijpelijke en het oneindige. Het onbegrijpelijke is een vreemde buitenwereld, die ligt om de beslotenheid van het stoffelijk ei, waarin je leeft. Over die wereld droom je. Van die wereld maak je je beelden. Maar je verlangen  je verwachten, je hopen, ligt binnen je eigen wereld.

Toch komen er altijd weer kleine fragmenten van buiten tot je. Wanneer je alleen bent, ontstaan soms ineens vreemde dromen en ingevingen. Wanneer je eenzaam bent voor lange tijd, dan is het of de werkelijkheid van de materie wegvalt en daarvoor in de plaats kont de aanwezigheid van vreemde en ongekende wezens. Dan lijkt het of je treedt in een wereld, waarin goden en demonen wandelen en waar boven als een eeuwige zon de Godheid staat, Die Zijn licht en Zijn kracht geeft in alle leven.

Wat je als mens kunt zijn en kunt doen en kunt begeren, het is alles de vertolking van de gedachteflarden, die je van buitenaf bereiken. Ik ben mens geweest en ik weet dit alles. En ik heb zoals velen van u stil gezeten, schouwend in de bron van bespiegeling, zoekend naar de verborgen juwelen van wijsheid. En ik heb lange tijd gedacht, dat ik het was, die al bespiegelend in de bron beelden van een vreemde werkelijkheid opriep. Ik heb niet beseft, dat het de gedachten waren van anderen. Dat het de beelden waren van een andere wereld buiten de mijne, die mij aarzelend bereikten en door mijn staren vorm kregen op het vlak van de spiegel.

Wanneer je op aarde denkt en leeft en streeft, dan moet je dit allereerst begrijpen: Buiten je ligt een wereld, waaruit voortdurend flarden van woorden en gedachten je bereiken en doordringen.

Wat je werkelijk hoopt en wat je werkelijk verlangt is altijd gemengd met dit onbekende. Al wat je doet in je leven is slechts een weerkaatsing van wat je reeds in je geborgenheid nog binnen de stoffelijke bespiegeling, de stoffelijke wereld met haar scherm van illusies, van de waarheid ervaart.

En daarom is het goed de menselijke waarde en de menselijke daad niet zo suprême te stellen als de mens vaak doet. Belangrijk is niet wat er gebeurt. Wat er gebeurt heeft plaats binnen de beperking, van een kleine microkosmos, die zo dadelijk voor u toch opgelost is in de totaal grote en vreemde wereld van de geestelijke bevrijding, van het losbreken uit de schil van de materie. De daad is niet zo belangrijk. Belangrijk is het motief. Belangrijk is niet de kwestie van goed en kwaad. Zelfs de vraag of het wel of niet bestaat, is niet belangrijk. Belangrijk is of je iets van die wereld daarbuiten reeds nu leert begrijpen. Hoe rijker je bent in de ervaringen van de materie en hoe meer je eraan gebonden bent, hoe moeilijker het is die smalle weg te volgen, welke voert tot de andere wereld, tot het andere. Overpeinzing en bespiegeling zijn mooi. Maar waar brengen ze je? Die andere wereld kun je hier niet waarmaken. De beelden, die je ziet, blijven droombeelden. En je vage verlangens en verwachtingen, gebaseerd op die beelden, blijven in de materie vage verlangens en verwachtingen.

Er zijn slechts enkele schakels, die de wereld van de mens in zijn stoffelijke beslotenheid binden met die oneindig veel grotere wereld daarbuiten. Er zijn de beginselen van de ware mensenliefde of naastenliefde. Het begrip van verbondenheid, dat in u bestaat, wanneer u handelt in uw eigen wereld, is niet alleen de droom, die u uit een grotere wereld opvangt. Het is ook gelijktijdig uw eigen actie reeds nu in een wereld, die u nog niet bewust betreden hebt.

Er is wat je kunt noemen de barmhartigheid. Dit geven vanuit jezelf, dit begrijpen vanuit jezelf, is onbewust ergens reeds de weergave van een groter bestaan. Wie leeft op de juiste wijze, hij zal zijn hoop en zijn verwachting nooit helemaal vervuld zien. Want de bereiking wijkt voor de mens weg als de horizon voor de reiziger. Maar wat je wel bereikt is, dat je leert nu reeds te leven, te denken, te begrijpen datgene, wat zo dadelijk belangrijk is.

En zeg nu niet – zoals zovelen doen – dat de wereld van de geest en het Huis Gods eigenlijk later komen. Want u bent er deel van, ook nu. Ook uw menselijke wereld is er deel van. Het paradijs, dat zovelen ergens anders zoeken, na de dood bv., kan alleen in de mens zelf bestaan. Het is zijn eigen verhouding met het leven en het levende. Niet een feitelijke toestand, die van buitenaf wordt opgelegd. En het Godsrijk is niet iets, dat op deze wereld geschapen zal worden door de een of andere God, die de aarde regeert met zijn wil. Het is de erkenning in jezelf, waardoor je dit grotere rijk begrijpt en daarin de juiste harmonie reeds vindt.

Wat je doet op aarde is eigenlijk zo onbelangrijk. De schijn van belangrijkheid die het heeft en door zijn pijn en zijn lijden en door zijn vreugde en zijn genietingen is slechts de flauwe afschaduwing van een werkelijkheid, waarvan je deel bent. Wanneer je dus als mens iets wilt, wanneer je iets begeert, wanneer je iets verlangt, dan moet je dat niet zo gewichtig nemen. Het is niet zo belangrijk of die dingen waar worden of niet. Belangrijk is het dat je het zo begeert, dat je het zo wilt dat je het zo verlangt en droomt, dat het past in de grote harmonie van de wereld daarbuiten.

Ik geloof niet, dat het belangrijk is de mens te leren nu reeds te leven in die wereld, die eens zijn wettig erfdeel is. Maar wel meen ik dat het belangrijk is, dat een mens de betekenis van zijn wezen, van zijn leven en denken, reeds nu gaat beseffen. Niet als iets wat later waar wordt, maar als iets wat je nu moet zijn. De adel heeft zo van die spreuken als Noblesse oblige. Men zegt, dat je verplicht bent aan wat je bent, aan je geboorte, aan je stand, aan je natie, aan je geloof. Ben je dan eigenlijk niet veel meer verplicht te leven naar wat je bent? Dat is het belangrijke. Het is het belangrijke, dat je niet verloochent wat je bent. En dat je die begrippen die je bereiken, die mededelingen die in je opwellen zonder dat je de bron kunt vinden, niet gaat beschouwen als iets, wat voor later belangrijk is, of iets wat buiten je staat. Maar dat je leert ermee te werken als iets, wat deel is van je eigen leven.

U zit hier bij elkaar. En sommigen van u hebben gedoold in de woestijnen van Perzië, hebben gestaard op de trotse steden van Egypte. Zij hebben misschien gestreden op de grote muur van China. Zij hebben gewoond in lang vergeten paaldorpen in de spiegelende meren bij de Alpen. Dat alles bent u geweest. En misschien zult u nog veel meer zijn. Dat heeft u gemaakt tot wat u bent. En dat, wat u geworden bent, komt voort uit de grote wereld, niet uit deze kleine wereld, waarin u vandaag leeft.

Dat wat u bent met al uw gebreken en al uw deugden, met al uw mogelijkheden en al uw tekortkomingen, is gebouwd in die grote wereld buiten u. En het is alleen die grote wereld buiten u, die u soms in een enkel flard iets kan laten zien en voelen van wat uw feitelijke leven en uw feitelijke werkelijkheid is. Daarom zeg ik u, dat het niet zo belangrijk is om te bereiken. Dat het zelfs niet zo belangrijk is of je wat doet en hoe je het doet. Ik zeg dat het belangrijk is, dat je in jezelf die intentie vindt, die waar is en die waardig is. Dat je in jezelf de band vindt met het hogere, die voor jou de uitdrukking is van het werkelijke bestaan.

Je kunt spreken over God zonder die God te beleven. Je kunt God beleven en dan spreek je niet over Hem, Dan spreek je over wat Hij heeft voortgebracht.  Je kunt de eeuwigheid betreden. Je kunt die eeuwigheid zien en ondergaan. Je kunt haar licht doen rijzen uit jezelf. Maar kun je een medemens een enkel woord van werkelijkheid zeggen? Neen immers. Je kunt alleen maar waar zijn in jezelf. En daarom is naastenliefde zo belangrijk. Zij is de weergave van een hogere verbondenheid, niet van iets, wat hier op aarde bestaat.

Daarom is barmhartigheid zo belangrijk. Zij heeft niets te maken met wat op deze wereld geschiedt. Maar zij is een uitdrukking van die wederkerige erkenning, die noodzaak van het grotere en het werkelijke bestaan.

Kinderen spelen soms dat zij volwassen zijn. Een mens die waarheid zoekt, een mens die een doel nastreeft, die iets wil bereiken, een mens die hongert naar iets, speelt dat hij volwassen is, speelt dat hij weer in de vrijheid van de geestelijke wereld is. En al het andere is onbelangrijk. Maar spelende leert hij. Leer te leven in uw beslotenheid, in uw wereld vol spiegelende illusies, die haar groot doen schijnen. Leer te leven met de fragment en van het grotere, die u bereiken. Leer nu, al spelende, waar te maken wat uw bestemming, wat uw wezen is in die grotere wereld. Dan kun je in deze wereld alle dingen doen. Dan zijn alle dingen mogelijk. Want het is de kracht van de grote wereld, die hier regeert en niet uw kracht als mens.

Dan kun je geopenbaard zien wat het verborgene lijkt. Want de waarheid die hier geldt is niet de waarheid van de mensen, maar de waarheid van de grotere wereld. U verlangt en u droomt en u bereikt soms voor een kort ogenblik. Het is goed. Maar beter is het nog, wanneer u begrijpt dat al deze onvolkomen dingen de uitdrukking zijn van uw werkelijke mogelijkheden en vermogens, die eens waar zullen worden.

Leef als mens met de mensen. Droom niet van een hiernamaals. Maar leef naar dat onbekende in je bekende wereld. Leef met die erkenning, met die verlangens, die verdergaan dan uw werkelijkheid In uw stoffelijke werkelijkheid. En bouw al spelende u het huis, waarin u wonen zult in die werkelijkheid.

Dat is alles wat ik u te zeggen heb. Maar er is nog een broeder, die graag met u wil spreken. In zijn woorden klinken andere waarden van dezelfde werkelijkheid. Het zijn de woorden, die vandaag belangrijk zijn. Het zijn de woorden van uw tijd, van uw eigen leven, van uw eigen mogelijkheden.

Ik wil daar nog bij zeggen, dat het een Meester is, die ik zeer eer. Want zo ik misschien al een hoge geest mag zijn voor sommigen van de sprekers, die u normaal benaderen, bij hem vergeleken ben ik nog een kind, dat doolt door een wereld, die het niet geheel kent. Maar hij overziet alle dingen. Alle dingen die behoren tot de mensheid. En daarom vraag ik uw aandacht en ook uw geduld voor deze geëerde gast en leider, deze meester van een der hoogste broederschappen.

0-0-0-0-0-0-0-0

Tweede Gastspreker

Denken is moeilijk. Vele mensen op aarde denken niet op dit ogenblik. Ze denken niet met hun weten, met hun geweten. Zij denken niet met hun rede. Zij denken met de in hen opgewelde gevoelens van onvolkomenheid, met hun angst de mindere te zijn.

Arme mensen. Wie kan de mindere zijn? Is er een meerdere? Is er een mindere? Denk. Laat uw gedachten gaan. Laat uw gedachten uitgaan, niet naar wat meer is of minder is, wat gehaat moet worden, wat bemind moet worden. Denk. Denk aan leven.

Leven is ervaren. Ervaren is handelen. Handelen is verantwoordelijk zijn. Verantwoordelijk zijn is de eeuwigheid dragen in het heden. Daarom, denk.   Denk niet aan geweld. Geweld is de zinloze storm, die morgen misschien voorbij is, achterlatend wat débris en vergetelheid. Denk niet aan trots of overwinning. Want deze dingen zijn slechts als een schaduw, die verdwijnt, wanneer de zon achter een wolk ligt. Denk aan leven. Leven, bestaan. Niet een eeuwig rad dat wentelt, maar een feit dat blijft. Denk.

Denk niet aan mogelijk en onmogelijk. Want waarlijk, soms gaat de man op één been sneller dan een paard. Denk aan leven. Denk aan waarde van leven, aan kracht van leven. Gedachten doordringen alle dingen. Als ik denk, dan denken de muren met mij; en de bergen en de wolken. Wanneer ik denk, dan zijn daar de opalen sferen, en zij sidderen met mijn gedachten. Denk. En met uw gedachten siddert de wereld, weerkaatsen. de sferen, trilt het goddelijk licht zelf. Denk. Maar denk niet beperkt.

Denk niet beperkt. Waarom grenzen stellen aan het denken, aan het enige, dat niet hongert, dat geen tijd kent, dat niet gemeten wordt in dagen of in afstand? Denk. De gedachte is een flits van eeuwigheid. Denk eeuwig.

Ik verval misschien in oude gewoonten van spreken, van betogen. Gij zijt van een andere tijd, gij zijt van een ander deel van de wereld en ge hebt andere illusies over de grootheid van uw dagen. Maar hetzelfde geldt nog altijd. De gedachte van wat voor u het ver vergane, primitieve verleden is, klinkt vandaag in uw wereld, siddert in de sferen en tekent de stralen van het licht. En daarom zeg ik; denk. Maar wat is dan uw denken? In het verleden zou ik u hebben gezegd: Laat uw gedachten met de mijne versmelten. Nu moet ik mijn gedachten woorden geven.

Denk aan een wereld, waarin de tijd geen rol speelt. Dit moment is eeuwig en zal nooit vergaan. Denk aan het lijden van de mensen op dit ogenblik. Dit lijden is eeuwig, geslagen met een scherpe beitel in de tabletten van het leven, onvergankelijk.  Denk aan de vreugden van het heden. Gegrift staan zij in gouden letters op de vermiljoenen eretafel van het tijdloze. Denk. Niets van wat nu is zal ooit vergaan. Het is en blijft. En denk, wat morgen geschiedt, wat ge zegt, wat ge doet, uw gedachten, uw impulsen, al die dingen zijn onvergankelijk. Denk. Besef.

Wat hier als tijd u belangrijk schijnt, is een rimpeling, die de wind spelend over het water wegjaagt. Maar wat gij zijt kan door geen wind van tijd gegrepen worden. Gij zijt. Altijd. Daarom, denk.

Uw vreugden en uw twijfel van vandaag, zij zijn gegrift en onveranderlijk. Niets kan het u ontnemen als het goed is. Niets kan het vernietigen als ge het anders had gewild. Denk. Ge beeldhouwt onvergankelijk uw geschiedenis van zijn. Daar is geen wet belangrijk, daar is geen woord belangrijk. Maar alles belangrijk of niet is onvergankelijk. Daarom, denk.

Besef. Elk moment is onveranderlijk. Het kan niet worden uitgewist, het kan niet worden verbeterd. Het is En gij zijt. Schrijf uw vreugden neer. Maar vreugden die ge nooit zult willen ontkennen. En eeuwig zijn u de vreugden. Schrijf neer de lasten die ge draagt, zolang ge ze met vreugde kunt dragen. Want uw lasten en uw lijden, met vreugde gedragen, ze zijn een roem en een vreugde, die onvergankelijk zijn. Denk. Denk dat al de dingen die gebeuren, niet belangrijk zijn voor de mens.

Besef, onveranderlijk en belangrijk is wat gij beitelt voor uzelf in de eeuwigheid. Wat gij zijt, wat gij denkt, wat gij doet, dat alleen telt. En al het andere is nietig. Wat eeuwig is, is sterk. Wat onvernietigbaar is, is onvoorstelbaar sterk. Denk dan na, al wat gij zijt en al wat gij doet is onvernietigbare kracht. Elke zucht, elke ademhaling, elk gevoel dat welt in uw leven, is onvergankelijk en heeft de kracht van het onvergankelijke.

Zoek niet naar morgen, zoek niet naar gisteren, zoals de dwazen doen. Voor hen is het heden een eeuwig woord, geschreven door onvermogen. Schrijf gij bewust uw eeuwigheid. En leef vandaag. De mogelijkheid die vervliegt keert nimmer terug. Zij is onvergankelijk geweest en weggevaagd in het niet. Besef, de gedachte die vandaag niet gevolgd wordt, is morgen waardeloos. De openbaring, die vandaag eeuwigheid is, wordt verwaarloosd slechts een vaag zelfverwijt, dat onvergankelijk is. Daarom zeg ik u; denk.

Wees bewust van uw leven, bewust van de minuten, van de seconden. Niet als tijd, maar als een bijdrage aan het onvergankelijke, dat gij eens beseffend zult moeten aanvaarden. Er is geen rad dat spint van hemel naar hel. Er is geen hemel van speelse velden, waar de fluitspeler u meeneemt naar de vreugde. En er zijn geen verborgen grotten van kwelling zonder eind. Er is slechts dit; het onvergankelijke van al wat gij denkt en zijt en doet. Denk dus.

Wat de wereld vandaag gebeurt, wat haar morgen geschiedt, is nietig, tenzij geboren uit een gedachte. Maar wat een mens geschiedt, wat een mens doet en denkt, dat is eeuwig verbonden. Phoenix, die rijst uit de as, steeds weer. Gedenkteken van uw bestaan in de onvergankelijkheid van de Schepper. Daarom, gij die gevangen zijt in de illusies van gisteren en morgen, denk. En leef eerst nu, vandaag.

Gij, die droomt van andere werelden en sferen en krachten, schrijf vandaag uw antwoord voor de eeuwigheid. Want alle dingen gaan voorbij. Maar wat gij zijt, het beeld van uw wezen, opgebouwd uit alle verschillende vormen en gedachten en daden, met al wat gij erkent en verworpen hebt, is eeuwig. Wees dan uw eeuwigheid waardig, zelfs in een wereld van verdeeldheid. En schrijf geen gedachte en geen woord, geen daad neer in uw wezen, waarvan gij vreest, dat haar onvergankelijkheid u zou kwellen.

En schrijf alle dingen neer, waarvan gij meent dit is eeuwig dit zou ik nimmer willen vergeten of prijsgeven. Wie zo leeft, kent de ware vrede. Wie zo leeft, kent de ware kracht. Wie zo bestaat, geeft voor zich en het zijnde het enige, dat belangrijk is hij geeft “inhoud” aan eigen bestaan en dat van anderen. Hij maakt eeuwig voor zich en anderen. En hij verwerpt het dromende jachten van een tijd, die geen beheerstheid en geen eigen wezen of doel kent.

Dit moet uw wereld leren en beseffen. Dit is de sleutel, waarmee uw problemen waarlijk worden opgelost. Dit is het enige dat altijd tellen zal. Dit is mijn weten. Dit is mijn denken. Ik heb u gevraagd: Denk. Denk met mij.

Nu vraag ik u: Denk in uw eeuwigheid. En leef uw heden zo, dat ge de eeuwigheid daarvan altijd met vreugde kunt aanvaarden. Moge in u het bewustzijn van het eeuwige de kracht zijn, waardoor gij het heden waar maakt en verwint de onwerkelijkheid. die u bedreigt.

0-0-0-0-0-0-0-0

Ik lach, ik leef, ik ben verheugd in mij is ware levensvreugd, omdat aan het leven zijn gaven gegeven en aan mij; de taak om te leven.

Dus ga ik vol vreugde door ‘t leven heen, want ik weet: In ‘t leven ben ‘k nooit alleen met mij gaat God. En heel het bestaan breidt zich voor mij uit als een wondere laan, een allee, beplant met de bomen, die in hun bloesem en blad in de herfst en zelfs in de winter dromen. Ik zie er de droom. Maar ik leef en ik streef en ga tot het eind van de weg. Ik ga vol levensvreugd vol moed door ‘t leven, waarop ik mij steeds weer verheug, omdat ‘k weet: te leven is goed. En heb ik tot aan het eind van de weg de last van mijn leven gedragen, en komt er tenslotte een eind aan mijn tijd en staakt er de wisseling der dagen, dan weet ik: Ik vind er een plaats in mijn God, in den beginne bepaald door het scheppende lot.

Nu ‘k weet, dat k eens de oneindigheid van goddelijk licht en kracht zal winnen, zou ‘k dan niet wezen blij, verheugd, zou k dan niet hebben eeuwige jeugd en steeds weer mijn weg gaan beginnen? Ik lach en ik leef, ik heb levensvreugd, want ik draag er mijn God van binnen.

image_pdf