De wordingsgeschiedenis

14 april 1980

Deze avond mag ik voor u inleiden en ik hoop dat u daar niet te zeer onder zult lijden. We hebben een gastspreker die zich onder meer heeft beziggehouden met de totale wordingsgeschiedenis. Dus inclusief de sferen, de aarde en dergelijke. Ik weet niet of hij dat ter sprake zal brengen, maar dat is zijn specialisme.

Hij zit soms in de Grote Raad van de Broederschap, wat dus wil zeggen dat hij ook nog een hoge Piet is. Verder is hij filosoof en ook nog een tikje alchemist geweest en hij heeft geneeskunde gepraktiseerd zoals dat in die dagen ging. Zo hebt u een beeld van hetgeen u vanavond kunt verwachten. Wat mij betreft: ik heb natuurlijk voeling gehouden met deze persoon en het beeld dat zich voor mij opbouwt is ongeveer als volgt:

Wanneer je tussen de jaren 1400 en 1500 op aarde kon lezen en schrijven, was je al een heel belangrijk iemand. Wanneer je daarnaast nog deed aan celchemie, magie en noem maar op dan was je nog veel meer. Wanneer je dan bovendien een kerkelijke functie bekleedde zat je helemaal gebeiteld.

De grote moeilijkheid tijdens deze incarnatie is voornamelijk geweest de strijdigheid tussen al datgene wat magisch esoterisch en dergelijke bereikbaar is en de officiële leerstelligheden waarmee deze mens geconfronteerd werd. Het resultaat is geweest dat onze vriend – op aarde althans – een groot gedeelte van de tijd in gewetensnood heeft verkeerd. Het is begrijpelijk, dacht ik, dat de overgang dan eigenlijk een bevrijding betekent, waarbij je juist die interesse nagaat, die je op aarde voor een deel hebt moeten onderdrukken of ten zeerste, in het geheim hebt moeten navolgen.

Op deze wijze is onze gast gekomen tot een kosmisch beeld waarvan ik slechts enkele fragmenten wil citeren omdat het anders te lang wordt, t.w.:

“Er is geen sprake van sferen, die eens het eerst zijn ontstaan en daarna pas de materie. Het is het ontstaan van de materie en de ontwikkeling van bewustzijn daarin waardoor de sferen in wezen zijn opgebouwd.”

Een zeer interessante stelling, omdat je hieruit moet afleiden dat de sferen eigenlijk mensenwerk zijn, om het zo eens te zeggen. Dan zegt hij verder:

“Er is een absolute eenheid tussen alle werelden. Maar die eenheid kan alleen worden uitgedrukt in de tegenstelling zoals die ervaren wordt.

Licht en duister,” zo zegt hij bv., “bestaan in de sferen niet werkelijk. Je maakt zelf licht of duister door je keuzen.” Je maakt in die wereld ook de beperkingen voor je eigen contactmogelijkheden. Jij maakt ze zelf; er is geen kracht die je grenzen stelt. De grenzen worden gesteld door je eigen wezen, door je eigen onvermogen.

“Het totaal van alle krachten kan altijd en overal tot openbaring komen,” zegt hij een eind later. Maar wanneer je zegt: “Dat gaat toch kennelijk op aarde niet op,” antwoordt hij: “Alle kracht kan zich openbaren behalve daar, waar de kracht in zichzelf niet aanvaard wordt. In een disharmonie kan de kracht zich niet openbaren. In een harmonie wel. Daar waar chaos of een benadering van chaos heerst zal de kracht die inwerkt kleiner worden.”

Dat leek me een tamelijk sinister beeld voor de toekomst. Daarom heb ik hem gevraagd of dit voor de gehele aarde, voor de gehele wereld of alleen voor een enkeling gold.

Gast: “Kijk, het licht kan in elke enkeling werken, maar alleen wanneer die enkeling ontkomt aan de chaos. Op het ogenblik dat buiten die mens chaos bestaat en hij in zichzelf harmonie kan bewaren wordt hij een ordenend element in de chaos. Maar op het ogenblik dat hij het chaotische mee beleeft en aanvaardt, zal hij zelf chaos zijn en het licht niet kunnen openbaren.” Ook al weer een paar stellingen.

Ik vind niet dat het op zijn plaats is wanneer ik hier ga argumenteren met een gastspreker die ik moet inleiden. Waaruit het u duidelijk zal zijn, dat mijns inziens op dergelijke stellingen nog wel enige kritiek te leveren zou zijn. Maar hij is verder gekomen dan ik; hij is wijzer dan ik en ik moet aannemen, dat wat hij zegt toch wel enigszins verantwoord is.

Ik heb hem natuurlijk ook gevraagd op welke plaats je God vindt. Hij antwoordde: “God vind je niet, God is er.” Volgens mij, bedoelde hij dat de scheppende of de leidende kracht altijd en overaltegenwoordig is. Wanneer dat zo is heeft hij gelijk.

Een beetje leuker werd het toen ik hem ben gaan vragen hoe hij de overdracht zag van datgene, wat je op aarde bent, naar de sferen. En één van zijn opmerkingen heeft mij heel erg getroffen. Hij zei:

“Zoals u weet ben ik een betrekkelijk groot deel van mijn leven een, nogal getrouw geestelijke geweest. Het spijt mij dat de sferen slechts in beperkte mate de mogelijkheid hebben geboden, om de tegenstellingen tot mijn leefwijze volledig te proeven.”

Zo’n antwoord wijst op een gevoel voor humor en op betrekkelijkheid. Ook wat dit betreft, dacht ik, iemand waar we met interesse naar kunnen luisteren en waarvan we misschien ook nog wel het één en ander kunnen opsteken.

Omdat hier nogal eens met kracht en met suggestie wordt gewerkt, vroeg ik hem hoe hij zijn mededelingen eigenlijk wilde overbrengen.

“Wel”, zei hij, “ik schrijf het met woorden en orkestreer het met de geest.” Ik neem aan, dat hij van plan is enigszins met uitstralingen te werken en dat zou in overeenstemming zijn met zijn huidige positie.

Wanneer je namelijk in de Raad van de Broederschap zitting hebt – of dat nu permanent is of zo nu en dan – dan betekent dat dat je zeer gevoelig moet zijn voor uitstralingen. Maar ook, dat je ze moet kunnen omvormen tot andere uitstralingen. Dat lijkt mij zeer interessant en daar ik het meeste al over de gastspreker gezegd heb zou ik daar even op door willen gaan.

De werkelijkheid is wit; want zij omvat alle kleuren, alle tinten, alle mogelijkheden. Wij leven meestal in een kleur omdat we nog niet in de werkelijkheid leven. Maar wanneer ik de werkelijkheid bezit, kan ik misschien krachten omzetten, kan ik de kleur verschuiven. En dit lijkt mij een bijzonder werkzame methode om in de mens invloeden tot stand te brengen.

Niet dat ik het zelf kan. Nog niet. Maar wanneer je begint met de kracht die aanwezig is te zien en je kunt ze gelijkrichten, dan kun je ze ook veranderen.

De transformatie van alle krachten, door middel van een bewustzijn, dat mede de totaalkracht – het wit – kan aanvaarden, is onbeperkt. Dan krijg je ook als vanzelf een beter inzicht in dit – voor hem althans – samenvloeien van alle werelden. Ze zijn er wel, maar ze ontstaan door bet besef.

Wanneer je een wereld ziet heeft ze haar eigen trilling. Op het ogenblik, dat je een werkelijkheid bereikt die boven die wereld staat, kun je de trilling van die wereld zeer waarschijnlijk omvormen, zodat ze een andere betekenis krijgt. Zo kun je op den duur waarschijnlijk alle kleuren en sferen in je besef samenvatten en dan heb je weer wit. Dan heb je de werkelijkheid.

De kleuren zoals ze op ons inwerken – want dat doen ze zeker op aarde – zullen daar wel mee te maken hebben, dacht ik.

Men zegt bv. dat er eerlang weer een rood periode aanbreekt van grotere intensiteit. Rood. Dat is dus het losbreken van de hartstochten, van geweld en al die dingen meer. Mogelijk. Maar wanneer iemand in staat is die kracht om te vormen kan hij er net zo goed een nieuwe vorm van denken of geloven van maken. Hij kan er een nieuw, wetenschappelijke en meer nuchtere benadering van de feiten uit voort brengen. Hij zou het zelfs kunnen veranderen in levenskracht, in geel of goud. Hij zou zelfs de werkelijkheid daarin een rol kunnen laten spelen, zij het niet volledig, omdat je uitgaat van een enkele straal.

Er staan nogal wat dingen te gebeuren in de komende maanden.

Wanneer ik de hele situatie op aarde overzie valt mij op, dat het vooral de botsende meningen zijn waaruit dat chaoseffect geboren wordt. En waar chaos is kan de kracht niet onmiddellijk ingrijpen.

Gelukkig zijn er nog heel veel mensen die – of dat nu goed is of fout vanuit uw standpunt – een bepaald geloof, een bepaald denken, een bepaalde praktijk vasthouden. En daar ligt nu eigenlijk het sleutelbegrip in.

Omdat de tegenstanders mensen zijn met een per groep toch redelijk vaste uitstraling moet het mogelijk zijn om een geschil, wanneer het losbreekt, om te vormen tot een nieuwe methode van harmonisch zijn.

Ik denk dat we daar in de komende twee à drie maanden een paar leuke voorbeelden van te zien zullen krijgen, omdat de Grote Raad kennelijk besloten heeft vooruit te lopen op alles wat nog geconstateerd moet worden, en zich al onmiddellijk in grotere mate is gaan inzetten voor veranderingen in vele delen van de wereld.

Daar zitten we dan met die kleuren, met deze varianten van de werkelijkheid, die allen tezamen toch een realiteit betekenen. Als ik onze gastspreker goed begrepen heb dan moeten we juist dit verdeeld zijn van de dingen niet zonder meer verwerpen. De verwerping nl. van alles wat zo samenhangt houdt in, dat wijzelf een positie innemen die niet harmonisch is.

Het is beter een klein beetje harmonie te hebben, desnoods met enkele mensen of een kleine groep, dan eenvoudig in onvrede de wereld te verwerpen en daardoor in feite jezelf tot die chaos te bekennen.

De situatie – en nu moet u me vergeven dat ik woorden laat vallen die de spreker zelf waarschijnlijk niet zal gebruiken – schijnt te wijzen in de richting van een aantal nogal vergaande inwijdingen. Of die veel mensen zullen betreffen of weinig weet ik gewoon niet. Dat kan ik niet overzien. Maar het is duidelijk dat op het ogenblik, dat bepaalde mensen in staat zijn verschillende krachten ineens in zichzelf tot een nieuwe kracht samen te voegen, ze daarmee een totaal nieuwe visie krijgen; maar ook een totaal nieuwe relatie met al die onzienlijke werelden, de geestenwerelden zeggen de mensen meestal, die nu voor een groot gedeelte toch voor hen nog buiten spel staan.

Wat het licht daarbij zal worden? Ach, zeker weet je het niet. Maar dat er een nieuw licht geboren zal worden is bijna onvermijdelijk. Ik heb zelfs het gevoel dat, wanneer die inwijdingen in voldoende mate gebeuren, we op heel korte termijn, waarschijnlijk binnen 6 à 7 maanden, ontstellende veranderingen zullen zien ontstaan op aarde. Veranderingen van mentaliteit in hele bevolkingsgroepen. Veranderingen van benadering in politiek, in economie, maar ook in het kerkelijk leven. Ik dacht dat de kans dat dit zal gebeuren betrekkelijk groot is.

Ik ben een man die nogal graag met procenten werkt. Ja, ik zeg het maar even opdat u weet welke zeurpiet u aan de lijn hebt. Ik acht de kans dat dit gebeurt ongeveer 85%. Dat is tamelijk hoog.

De kans dat het niet gebeurt – klein als ze is – zal voortkomen uit de ingewijden die partij kiezen. Op het ogenblik nl. dat een ingewijde partij kiest, wordt hij weer door de disharmonische elementen van de strijd mee beheerst en dan zijn zijn mogelijkheden veel kleiner.

Het ontstaan van de aarde schijnt inderdaad een zeer langzame geschiedenis geweest te zijn. Wat dat betreft is onze spreker zeker geen lid van de E.O., want volgens hem is het allemaal zo geleidelijk gebeurd dat niet gesproken kan worden van een plotselinge schepping. Wat meer is, hij verdeelt het leven zelfs in verschillende rijken. Zo zegt hij bv. dat de zoogdieren behoren tot het derde rijk enz. enz.

Hij ziet de wordingsgeschiedenis van de aarde en van de kosmos als een geleidelijk proces, dat zich in afgeronde fasen pleegt te ontwikkelen. Hij maakt enige uitzondering voor vormen. Hij zegt namelijk vormveranderingen kunnen in elke fase zodanig sterk op de voorgrond komen, dat ze schijnbaar het verdere verloop van de fase gaan beheersen. Maar ze zijn daarbij gelijktijdig steeds sterker onderworpen aan de heersende krachten van die fasen en zullen daar toch volledig op moeten reageren.

Ik denk dat het ontstaan van de aarde en de mensheid een geschiedenis is, die je niet alleen met het huidige mensbeeld kunt afhandelen. Ik geloof verder dat je het leven en het bewustzijn, zoals dat aan de aarde gebonden is, zeker niet kunt gaan beperken tot bv. alleen die mensheid of zelfs zoals sommigen doen tot een zeer bepaald deel van die mensheid.

Ik ben ervan overtuigd, dat het bewustzijn op aarde betrekkelijk vroeg een grote rol heeft gespeeld en ik denk, dat juist daardoor die grote verscheidenheid aan sferen tot stand is gekomen. Om u een aardig voorbeeld te geven: U weet allemaal dat we spreken over de hel. De hel is volgens sommigen een ijzige aangelegenheid en bij anderen is het een omgeving waarin energiebesparing nog niet wordt overwogen.

Deze hel is oorspronkelijk een vuurwereld. Maar denk nu eens terug aan de eerste dagen van de aarde, waarbij het vulkanisme praktisch de gehele aardbol overdekte. Denk aan die wereld van rook en vuur en je staat heel dicht bij de beelden en voorstellingen van een hellewereld.

Hoe is dat mogelijk? Wel, ik denk dat het bewustzijn van toen de voor dit bewustzijn ideale wereld heeft omgevormd tot een geestelijke mogelijkheid van voortbestaan. De voorstelling is geschapen en degene die de voorstelling vreest en er desalniettemin in terechtkomt, wordt daaraan onderworpen. Omdat hij afwijkend oordeelt over de waarden die daar zijn, voelt hij er zich erg ongelukkig.

Ook de ijswereld. Er zijn verschillende ijstijden geweest. Ook in die periode zal het bewustzijn van deze aarde zeer waarschijnlijk sferen gevormd hebben, dus bepaalde leefwerelden in de geest. En daaruit is dan volgens mij weer die ijzige hel voortgekomen, waar bv. volgens de Germanen een heks zit te wachten totdat de laatste strijd begint.

Het is begrijpelijk dat er ook werelden moeten zijn ontstaan van de mensen van vandaag. Ik geloof dat er ergens een wereld moet bestaan – al hoop ik ze nooit te bezoeken – waarin de mens geïsoleerd op de vluchtheuvel staat terwijl het verkeer voorbijraast en hij niet de kans heeft de cafetaria aan de overkant te bereiken. Dat kan ook een hel zijn.

Ik geloof dat er werelden zijn waarbij de verloedering, die men toch vooral in grote steden vaak kent, als het ware extreem wordt doorgevoerd tot alles verrot en vervalt terwijl je er bij staat. Ik geloof ook dat mensen die wereld, die angstwereld hebben herschapen tot een soort leefwereldje, waarin je kunt bestaan. Dat zou betekenen dat elke mens voor een deel zijn eigen wereld bepaalt na de dood. Maar dat houdt ook in dat hij de harmonie, die voor hem mogelijk is op aarde, zelf bepaalt. Wanneer je voortdurend in opstand bent tegen deze wereld dan is het maar de vraag of dat een kritiek op deze wereld is of een behoefte aan een betere wereld, waarvan je een beeld hebt. Is dit laatste het geval, dan zul je in harmonie komen met een leefgemeenschap of wereld in de geest, waar die betere wereld voor een groot gedeelte gerealiseerd is. De harmonie vanuit die wereld zou je dan kunnen helpen om in je eigen wereld althans iets daarvan zo nu en dan terug te vinden.

Ben je daarentegen voortdurend kritisch, dan denk ik dat je in contact komt met die werelden, waarin de mensen ook zo kritisch zijn en waarbij het verval alles wat er maar bestaan kan voortdurend bedreigt. Ik denk dat je dan ook steeds met angst voor verval en voor ondergang geconfronteerd zult worden.

Ik spreek hier voor mezelf. Het zijn dingen die samenhangen met wat ik in deze gastspreker veronderstel. Het zijn dingen die ik uit het contact met hem geëxtrapoleerd heb en die ik voor een deel geprobeerd heb na te trekken. Te kijken wat er voor andere werelden zijn.

Nu klinkt het misschien een beetje vreemd wanneer ik zeg dat een mens in een kerk niet blijvend gelukkig kan zijn. En dan bedoel ik een kerkgebouw. De rust, de plechtstatigheid, de stilte en desnoods het orgelspel, waarbij ongetwijfeld zowel Ludwig van Beethoven als Johan Sebastiaan Bach aan het woord zullen komen. Wij zoeken op aarde heel vaak in onszelf juist naar die kerk, naar die rust, naar het innerlijk heiligdom. Maar kun je in een heiligdom leven? Ik dacht van niet.

Een heiligdom is alleen maar een ogenblik je terugtrekken. Een tijdelijke retraite. Maar wanneer dat het hoofddoel wordt verlies je het leven. Dan is er geen werkelijkheid meer. Dan ben je geïsoleerd en drijf je, alleen omgeven door brandgeschilderde ramen, door een ijle leegte, die geen antwoord meer geeft op al wat je wenst te zeggen of te fluisteren.

Ik geloof dat dergelijke wereldjes er ook meer zullen zijn, dan wij hier vanuit ons standpunt – u vanuit het uwe, ik vanuit het mijne, – ooit zullen kunnen zeggen.

Ik dacht dat een wereld van de geest, een werkelijke wereld, er niet één is van alleen maar rust. Het is een wereld waarin de veelheid van alle ervaringen een rol speelt. Een wereld waarin goed en kwaad misschien als zodanig niet meer bestaan omdat alles eenvoudig deel is van het aanvaarden, maar waarin licht en schaduw toch een gelijke rol spelen en waarin de mensen in velerlei vormen optreden en reageren. Volgens mij zou dat de eerste benadering zijn van een synthese van een grotere harmonie en dus van een meer omvattende wereld.

Ik heb geprobeerd me voor te stellen wat het is wanneer je dat witte licht ten slotte bereikt. Ik moet zeggen dat ik het niet kan vinden. Ik bedoel niet alleen het licht, maar ook het denkbeeld niet. Een denkbeeld van een voortdurende en volledige synthese van alle dingen valt voor mij nog buiten het voorstelbare en naar ik aanneem ook voor u.

We kunnen ons nu wel bezighouden met die synthese maar wat hebben we daaraan? We kunnen ons bezighouden met allerlei schrikvoorstellingen van lage werelden en verrukkingstoestanden, die we hemelwerelden noemen. Maar kunnen we ze samenvoegen? Ik geloof het niet.

Wij zijn niet in staat de hemel in de hel te vinden of te erkennen dat de hel deel is van de hemel. Voor ons is dat niet haalbaar. En toch willen we verder gaan. We willen inwijding zoeken. We willen bewust worden. We willen esoterisch iets doen. Dan moeten we, dacht ik, ons eigen leven bezien en ons een paar dingen afvragen.

Het gaat er niet om welke mooie denkbeelden ik heb. Het gaat er om in hoeverre ik wat in mij leeft met de daad kan uiten en uitdragen. Het is niet belangrijk of de dingen nou passend of niet passend, goed of kwaad heten voor anderen.

Het is erg belangrijk, dat ik met alles wat ik ben en wat ik doe een zo groot mogelijke harmonie in stand hou. Het is die harmonie, die de waarde en de betekenis eraan geeft en die zowel later als in het heden bepaalt, welke krachten voor mij op kunnen treden. Welke werkingen in mij mogelijk zijn erg welk overzicht en welk besef voor mij bereikbaar blijken.

Ik meen dat een mens niet moet proberen alleen maar de innerlijke mystieke stilte te beleven. Voor een ogenblik kan dat goed zijn. Maar wij zijn niet in deze toestand om de mystieke verrukking tot eeuwigheid te maken. Wij zijn in deze toestand om onszelf te hervinden als een deel van het geheel en misschien een klein beetje te beseffen hoe de wereld, waarvan wij nu deel uitmaken, veranderd kan worden, getransmuteerd kan worden, alleen door het innerlijk licht af te stemmen op een andere straling.

Ik had het gevoel dat dat voor veel mensen een beetje te ver gaat. Ik weet precies hoe dat allemaal klinkt. Wij wachten op de verlossing. Een geestelijke zuster heeft eens tegen mij gezegd: “God, ik wist niet eens dat u in gezegende omstandigheden was.”

Kijk, dat is eigenlijk een goed antwoord. Want hoe kunnen we op een verlossing wachten, wanneer er niet iets is waarvan we verlost moeten worden?

Hoe kunnen wij ons bezighouden met de redding, wanneer er niet eerst een besef is van datgene, wat gered moet worden?

Hoe kunnen wij ons bezighouden met God en de Kosmos, wanneer we niet eens een begrip hebben van onszelf en de wereld waarin we leven?

We moeten teug naar het essentiële. En het essentiële is wat we nu zijn en de mogelijkheid, die wij voortdurend in onszelf aantreffen om de betekenis, de waarde van de dingen te veranderen. Niet de dingen, maar de betekenis.

Inwijding en meesterschap zijn niet in de eerste plaats het beheersen van een wereld van illusies of het vinden van een grote werkelijkheid, waardoor je ineens met niemand meer contact hebt. Volgens mij zijn inwijding en het vinden van de werkelijkheid in de eerste plaats de primaire begrippen, waardoor wij in staat zijn ons wezen in oriëntatie in de wereld voortdurend harmonisch op te stellen.

Ik meen dat het harmonisch principe de basis is van de gehele schepping. Misschien dat onze gastspreker het nog anders ziet, maar voor mij is dat zo en daar trek ik dan ook deze conclusie uit: Wanneer het harmonisch principe de basis is van alle schepping, de perfecte evenwichtigheid de basis van alle uitdrukking van die schepping, dan zijn er twee dingen voor mij belangrijk en verder niets. Dat is die harmonie en die evenwichtigheid. Dan zijn de vormen waarin ik het weergeef niet belangrijk. Dan zijn de krachten waarmee ik het manifesteer, ook nog niet eens belangrijk.

Belangrijk is, dat ik harmonisch kan zijn met alle dingen op het ogenblik, dat ik moet kiezen tussen harmonie of disharmonie. Dat wil zeggen dat ik in het kiezen voor die harmonie niet mijn eigen waarde ontken en de andere aanvaard, maar dat ik een brug bouw tussen datgene wat ik ben en de waarde die daar elders, bestaat.

Het klinkt krankzinnig. Bruggenbouwer. Een soort regenboog waarlangs de mensheid naar haar Nibelungenheim kan opklimmen. Toch denk ik dat we zo veel verder komen.

Ik zal het niet te lang maken, want de gastspreker‑ moet zijn eigen tijd kunnen gebruiken. Wat ik u allemaal heb voorgehouden komt voort uit de confrontatie, die ik met de gastspreker heb gehad. Dat ik het met hem op bepaalde punten oneens ben is duidelijk. Maar u zult ook heel vaak oneens zijn met krachten, met waarden of met begrippen, die in zichzelf volledig waardevol en harmonisch zijn.

Maar ik ben het die bepaalt wat de waarde voor mij is.

Een stelling, die ik niet kan begrijpen, kan voor mij geen betekenis hebben.

Een geloof, dat ik niet innerlijk met een volledig vertrouwen kan aanvaarden is geen stelsel waarbinnen ik mij kan bewegen.

Een wetenschap, die mij voortdurend dwingt om bepaalde paden te gaan en andere verbiedt is geen wetenschap wanneer in mij juist de drang ligt om die andere paden te zoeken.

Dat is voor mij de essentie. Ik ben het ten slotte vanuit mijzelf en door mijn eigen mogelijkheden, die bepaalt waar harmonie mogelijk is.

Ik ben het, misschien op grond van een voorgeschiedenis in vele geestelijke werelden en in vele fasen van een stoffelijke wereld gevormd tot een bepaalde mogelijkheid, die zal moeten uitmaken waar ik harmonie kan vinden. Maar, waar ik ze vinden kan, daar moet ik ze ook waarmaken.

De mens die alleen disharmonie waarmaakt is niets waard. De mens die de harmonie waarmaakt waar zij mogelijk is en daarbij rekening houdt met zijn eigen beperkt vermogen tot harmonisch zijn, zal steeds de top bereiken van wat in een bepaald leven voor hem bereikbaar is. En wanneer er dan een inwijding komt, de mogelijkheid om a.h.w. de kleur, de waarde te veranderen van de dingen, dan betekent dat alleen maar dat zijn harmonische mogelijkheden opnieuw groter worden. Dat hij verder moet gaan op dezelfde manier.

Vrienden, dat is alles wat ik te zeggen heb. Wat onze gastspreker gaat zeggen zullen we maar afwachten. Het is iemand waar u zeker in gedachten de pet voor mag afnemen, dat kan ik u garanderen. Het is iemand, die meer tijd en aandacht heeft besteed aan vele problemen dan ik ooit heb gedaan.

Wat hij voor u betekent zult u uit moeten maken. Want daar, waar tussen hem en u een harmonie mogelijk is, kan van alles gebeuren. Waar die harmonie niet bestaat moet u uzelf daarvan geen schuld geven, maar gewoon verder gaan om de harmonie zoals u die beseft, zoals u die waar kunt maken, zo goed mogelijk ook verder in stand te houden.

De Gastspreker

Alle leven is eigenlijk één. Alle kracht is een uiting van één en dezelfde kracht. Alle openbaring is een zwakke weerspiegeling van de werkelijkheid.

Er was niets, omdat niets kenbaar was.

Er was één kracht die zich erkende en alles werd kenbaar.

Er was één denken dat een wereld schiep. En zo schiep elk denken zijn eigen wereld. En het aantal werelden was ongeteld.

Er was één vorm van materie die leven vasthield. Een gaswolk. Een nevel. En leven kon daarin bestaan. Vanaf dat ogenblik zocht het leven naar een betere stoffelijke vorm.

Zo bouwde de geest zich een lichaam en het lichaam probeerde de geest te beheersen. Wanneer dat gebeurt probeert de geest om het lichaam te veranderen en het lichaam gaat er vaak aan ten gronde.

Dat is de kern van het leven en van de werkelijkheid waarin we bestaan. Maar er is meer.

Alle gedachten samen zijn één gedachte. En elke gedachte is maar een breukdeel van de werkelijkheid. Wat ik denk is een deel van de werkelijkheid, maar de werkelijkheid zelve is meer dan ik denk.

Daarom moet ik zoeken in mijn denken een antwoord te vinden in alles, wat ik niet ken.

Daarom is het belangrijk, dat ik elke kracht die ik aanvoel en niet ken, probeer te verenen met de kracht die ik zelf ben en die ik ken. De kunst van het bestaan is de kunst van het voortdurend meer toevoegen aan de gedachte die je bent.

Men zei: “Er is licht.” Iemand heeft het eerst gezegd: “Het worde licht” en het was licht. Maar wat is licht? Licht is een veelheid van mogelijkheden en een veelheid van stralingen. Wanneer die stralingen kenbaar worden zijn ze een veelheid van kleuren, een veelheid van invloeden. En toch is er maar één licht.

Elke kleur is een deel van het licht. Elke gedachte is een deel van de gedachte. Wanneer ik gedachte bij gedachte voeg, wanneer ik licht bij licht voeg, wanneer ik besef bij besef voeg en kracht bij kracht kom ik alleen dichter bij het ene, dat waar is.

Werken met krachten betekent niet werken met middelen, maar het afstemmen van verschillende stralingen, zodat ze één geheel vormen.

U hebt uw eigen straling. U hebt uw eigen aura. U bent geest, tijdelijk gevangen in een mens. De straling die u bent schijnt af te wijken van de stralingen van anderen. Maar een wijze weet dat in feite de verschillende stralingen elkaar completeren, dat ze tezamen gevoegd meer zijn dan alleen.

Wanneer wij een kracht vinden en we kunnen die kracht niet verwerken zullen we moeten zoeken naar een kracht, die erop lijkt en die we wel kunnen verwerken. Dan voegen we daarbij een nieuwe kracht, die we ook kunnen verwerken en begrijpen. En ziet, opeens zijn we de gelijke van de kracht die we niet konden verwerken.

Duisternis, wanneer ik het zo stel. En toch moet ik proberen u iets over te dragen van deze werkelijkheid, die beheersend zal zijn de komende periode op aarde. Die gelijktijdig bepalend zal zijn voor uw mogelijkheden in de geest.

U hebt uw eigen kleur, uw voorkeur, uw straling. Maar die straling alleen betekent niets. Maar wanneer die straling zo groot wordt dat ze de andere kleur, de andere straling kan omvatten van een andere mens, van een deel van de wereld, van de krachten van de zon of de krachten van de kosmos, dan wordt u bewuster en wordt u meer. En toch blijft u uzelf gelijk. Dat is het wonder van de omvorming. Je kunt meer worden zonder dat je verandert. Zoals je kunt veranderen zonder dat je meer wordt.

Het gaat om de harmonie. Het gaat om de eenheid die je kunt bereiken met het andere. Nu zeggen mensen: “Ja, maar eenheid is beperkt. Waarom?”

Op dit ogenblik woelen enorme trechters in de atmosfeer van de zon. Harde stralingen ketsen naar uw wereld. Ze beïnvloeden uw humeur, uw denken, alles wat u bent. Maar waarom zou je de slaaf zijn van deze krachten?

Wanneer u zich laat overweldigen door een kracht van buitenaf dan bent u niets. Dan bent u minder geworden dan u voorheen was. Maar wanneer u voelt dat die spanning er is en u aanvaardt die spanning in uw wezen, u vormt ze om tot iets waarmee u toch weer één kunt zijn, dan verandert de kleur van uw uitstraling de werking; dan bent u een ander geworden en toch dezelfde. Dat is het kosmisch raadsel.

Alle dingen kunnen overgaan in elkaar zonder zichzelf te verliezen omdat alles deel is van een eenheid. De samenvoeging van delen uit die eenheid maakt alleen een groter deel van die eenheid kenbaar zonder dat de bestanddelen hun betekenis veranderen.

De Broeders hebben mij gevraagd: Hoe kunnen wij de wereld redden? Ik heb hen geantwoord: Wij kunnen de wereld niet redden. We kunnen alleen proberen één te zijn met de wereld. Want wij kunnen de wereld niet veranderen. Wij kunnen het wezen van de mensen niet beïnvloeden en veranderen. Wij kunnen de totaliteit niet plotseling opleggen aan delen, die ze niet dragen kunnen. Maar wij kunnen onszelf harmonisch toevoegen aan het geheel en daarmee het lot van het geheel delen, maar ook de kracht van het geheel veranderen. Dan zal het gebeuren anders zijn omdat het besef niet meer hetzelfde is.

Dit onvolledig weergegeven beeld is datgene wat ik ook u probeer te verkondigen. Niet de verandering is belangrijk, maar de versmelting. Versmelting is eenheid die, geestelijk ontstaat door de aanvaarding van het andere. Door het omvormen van het andere. Door het samenvoegen van de vele kleuren totdat zij de nieuwe kracht omschrijven.

Ik heb op aarde horen prediken in de naam van Jezus Christus. Maar wat betekent die Christus aan licht en aan kracht, wanneer Hij zichzelf oplegt aan anderen of wordt opgelegd aan anderen? Wanneer de aanvaarding wederkerig; is, zonder eis en zonder verandering, dan sublimeert diezelfde kracht de mens maar ook de kosmos.

U hebt uw eigen voorkeur van kleur, uw eigen aura, uw eigen persoonlijkheid, uw eigen achtergrond, die u vaak terugreikt tot voor de aarde haar eerste wenteling begon. Denk daar eens aan.

Denk eens aan uw kleur, uw voorkeur, aan uzelf. Dan bent u geïsoleerd, alleen. Niet in staat werkelijk de grenzen volledig te doorbreken zelfs tussen mens en mens. Zo denkt u meestal, onbewust, maar voortdurend.

Denk nu aan uw eigen kleur en denk aan de wereld. Veroordeel haar niet. Denk aan de wereld als het bestaande; het bestaan. Denk aan de harmonie die kan bestaan. Denk aan de wegvallende grenzen van dit ogenblik. Laat uw geest eens samenvloeien. Uw vele kleuren vermengen zich, worden nieuwe kleuren en toch blijft u dezelfde.

Denk aan de zon. De zon is één met u allen, ook wanneer u haar niet ziet.

Denk aan alle sterren aan de hemel. Ze zijn één met u, of u ze ziet of niet.

Dit is een nieuwe kleur, een nieuwe trilling, die voor een ogenblik hier bestaan. Laat ons deze trilling nu vormen tot kracht, tot leven, tot het levende goud zelf dat alle leven omschrijft. Aanvaardt het goud. U bent niet veranderd, maar uw uitstraling verandert.

Probeer u voor te stellen dat u de wereld niet meer verwerpen zult. Breek die grens van weerstand. Laadt uzelf op. Wordt deze nieuwe kleur.

Het is de koelte in de avond. Het is het kleurig spel van de zon die onder gaat. Het is het gouden ogenblik, waarin de vogel nog haar laatste kreet slaakt voor de rust komt. Dit is de kleur die wij bereikt hebben.

Dit is een kleur die nu doortrilt in uw eigen aura. Een lichte verandering maar, want u bent niet veranderd. Er is alleen iets bijgekomen. Er is een grens minder. Er is een aanvoelen te meer. Er is een stil erkennen meer. En dat is het waarvan ik u spreek.

Onvolledige woorden bouwen illusies, maar krachten zijn werkelijkheid. Rijzend uit het duister ben ik één met het gouden licht, dat leven heet. Omarmen wil ik de schepping. Een wil ik zijn met alle krachten en toch blijf ik mezelf.

Er is slechts één kracht die mij verzwelgen mag en kan. Die eerste flits van al verblindend zijn en licht, dat zelfs geen wit meer mag heten omdat het meer is dan dat.

In het gouden licht dat rijst in de straling van kracht die nu bestaat wil ik mijzelf zijn en blijven in eenheid met de dingen. Een en harmonisch met al die werelden van de geest, voortgekomen uit de dromen van de mensen. Met al die werelden van werkelijkheid en van illusie, die men leven noemt. Ik wil de grens doorbreken en niet alleen zijn. Probeer dat te beseffen.

Verder nog. Ik wil de wereld niet veranderen, maar ik wil in eenheid met de wereld de harmonie, het samenklinken, waarin tegendelen versmelten die één waarheid vormen.

Zeg tegen uzelf: mijn ziel staat open voor het hoogste licht. Mijn wezen aanvaardt al het zijnde en mijn kracht deel ik met al wat kracht is en heeft. En mijn kracht ontleen ik aan de bron van alle kracht.

Een lering, een poging om iets waar te maken dat waar is, maar niet beseft wordt. Een poging om iets uit te drukken waarvoor geen termen bestaan. Dat is het wat ik u bieden kan.

Lang geleden is de weg begonnen van het leven naar de vorm. En de vorm is het leven; steeds meer besloten geraakt in zichzelf.

De nieuwe tijd breekt aan. Het nieuwe ras, zoals men soms zegt. En daarin moeten de grenzen wegvallen. Niet doordat gij verandert, maar doordat de harmonie ontstaat in plaats van de tegenstelling. Dat is wat te midden van rampen en geweld, te midden van glimlach en spel, in deze tijd moet worden waargemaakt. Dat is het waar de Broeders zich aan gezet hebben. Een enorme taak.

Wij willen deel zijn van u. Geest verbonden met alle mogelijkheden van uw geest. Onze krachten desnoods oplossend in de uwe opdat de grens van de tijd doorbroken wordt.

Ik heb het spel gezien van de sferen die ontstonden. Ik heb de banen gevolgd van de eerste vurige massa’s, die sterren hebben uitgespuwd. Ik heb leven gezien in duizenden vormen. Maar dit alles is niets waard wanneer we niet komen tot de eenheid, waarbij we elkaar voeden zonder onszelf te veranderen. Dat is de weg, de taak. Dat is kosmisch gezien het onvermijdelijk gebeuren, dat ook op deze aarde en op deze mensheid aanstormt.

Ik heb gezien hoe de hoge geesten samenkwamen en hoe ze de krachten, die nu nog ver weg zijn, reeds hebben afgelezen en hun eigen één worden met de mensheid daardoor hebben laten bepalen. En ik deel wat het in mij is geworden met u. Wat kan ik nog meer doen?

Blijf uzelf, maar wees harmonisch. Aanvaard uw wereld en verwerp haar niet. Blijf uzelf, maar verzamel in uzelf de krachten die uit de kosmos, uit de wereld, uit de mensheid, uit de geest tot u komen.

Laat de krachten van u uitstralen opdat het levende goud de kleuren tijdelijk absorbeert tot zij in een nieuwe felheid, in een nieuwe kracht kunnen stralen zonder elkaar ten gronde te richten.

Dat is al wat ik geven kan. Meer dan u vermoedt, minder dan u misschien beseft. Want dit ogenblik gaat voorbij. De kracht die nu nog in u vibreert zal schijnbaar wegsterven, tenzij u zelf haar voedt door de harmonie, die u voortdurend weer probeert te gevoelen met alles rond u. Met de mensen, de wereld, de zon, de sterren, het onbegrijpelijke en het oneindige, met alle werelden van de geest.

Moge het levende licht en de kleur van de levende kracht u vergezellen opdat het licht worde op aarde.