De Zendelingen

image_pdf

24 juli 1964

Aan het begin van de bijeenkomst moet ik u vertellen, dat wij niet alles weten, dat wij niet onfeilbaar zijn en dat u dus zelf na moet denken. Mijn onderwerp voor heden is kritisch. Het ligt echter niet in mijn bedoeling iemand te beledigen of over enigerlei persoon denigrerend te spreken. Ik noemde het: De Zendelingen.

De wereld is verzadigd met mensen, die zichzelf als gezondenen beschouwen. Dezen trachten de mensen te leiden op het “pad ten goede” en zijn daarom bereid, eigen godsdienstige gewoonten, moraal, kleding, houding tegen andere bevolkingsgroepen, aan anderen op te dringen met een haast onvoorstelbare ferociteit. Deze mensen plegen zichzelf te zien als gezondenen, als de zendelingen van de enig ware God, sociale structuur e.d.

Wanneer wij ons echter afvragen, in hoeverre hun streven waarlijk zin en betekenis heeft, zullen wij uit moeten gaan van het standpunt, dat elk land en elk volk zijn eigen gewoonten heeft.

Bepaalde negerstammen hebben bezwaren tegen de hier in het westen algemeen geldende gewoonten van voeding en kledij. Stel u nu voor, dat ook zij zendelingen naar hier zouden zenden, die met alle middelen trachten u te bekeren tot het u slechts kleden in een cache-sekse en het gebruik van de voor hen gebruikelijke voeding als bv. gekauwde en gewaterde wortelen enz. In uw ogen zou dit kolder zijn. Maar elders kan men de “zending” op soortgelijke wijze beschouwen. Daarom vraag ik: waarom al deze zendelingen?

Ik meen dat een zendeling – en daarmede bedoel ik in dit verband niet in het bijzonder protestantse missiewerkers – iemand is, die zozeer van eigen gelijk overtuigd is of wil zijn, dat hij eenvoudig blind is voor al het andere, dat er in de wereld nog is of kan bestaan. Op deze wijze zou een edelgermaan op kunnen treden als zendeling die de superioriteit verkondigt van de z.g. noordse rassen. Met gelijk recht kan een communist, die alle mensen tracht te overtuigen van de dwaasheid, die in alle godsdienst schuilgaat, als een zendeling beschouwd worden en een Amerikaan zich beschouwen als gezonden om de wereld aan te tonen, dat kleurlingen uiteindelijk maar negers zijn en geen volwaardige mensen. Dergelijke mensen hangen zo zeer aan eigen stellingen en inzichten, dat zij eenvoudig blind zijn voor alle andere mogelijkheden en facetten van het leven. Gevolg is, dat zij menen alle belangrijke problemen eenvoudig en zonder meer op te kunnen lossen: Men heeft een grondstelling, welke immers kan worden uitgedrukt in regels of wetten, of ontwikkeld worden tot een bepaalde methodiek. Alle anderen hebben dit dan maar te aanvaarden, want dit is immers de enige goede weg?

Welke resultaten brengen dergelijke mensen dan tot stand? Ik noem er enkele: De poging om de Europese beschaving volgens Europese normen te handhaven in de vroegere koloniën van Engeland, heeft in Azië reeds geleid tot een 13-tal oorlogen. Op het ogenblik zijn daar, dankzij verwestersing van Franse en Engelse koloniën zelfs gevaren ontstaan, waaruit een wereldbrand mogelijk zou worden. Op dezelfde wijze zien wij, dat dergelijke zendelingen, met hun leuzen als onmiddellijke gelijkheid voor eenieder zonder voorbehoud, door het onoverlegd forceren van conflicten, te samen met de voorstanders van rassenmeerwaardigheid en apartheid, de USA aan de rand van een burgeroorlog hebben gebracht. Wij zien verder, dat degenen die door hun sociale systeem aan eenieder gelijke zekerheid in het leven wilden geven – als bv. in Nederland en onder invloed van Labour ten dele in Engeland – dankzij hun ingrijpen de jeugdmisdadigheid binnen zeer korte tijd zagen verzevenvoudigen tot vertienvoudigen.

Gelijktijdig bleken dat werklust, gevoel van verantwoordelijkheid, trouw, ja, zelfs arbeidsvreugde, met 60 tot 70% verminderden, zodat mag worden aangenomen dat hun stellingen niet geheel juist zijn, dat andere en betere wegen gezocht moeten worden; toch blijven de voormannen door hameren op hetzelfde aambeeld, op hun “zending”.

Dergelijke mensen met een politieke zending – vaak gebaseerd op godsdienstige overtuigingen of dogmatisch aanvaarde doctrines – hebben in vele landen geheel de overhand of zelfs de regering geheel in handen. En de beschaafde mens kan de zaak niet zo eenvoudig oplossen als bv. in een negerstam, waar men, wanneer een zendeling haar wijze van leven e.d. te veel bedreigt of verstoort, eenvoudig een feestmaal aanricht met als hoofdgerecht “zendeling au bain-marie met cassave”. In het westen worden dergelijke problemen en stellingen langs theoretische weg opgelost. Wat wil zeggen dat er in feite weinig verandert. Bovendien vraagt de oplossing langs deze weg altijd veel tijd, omdat eenieder gehoord wil worden. Er gebeurt dus meestal niets.

Als voorbeeld moge het volgende dienen: De gedachte aan socialisatie, die zowel in Europa als in Amerika op het ogenblik wel zeer sterk is, voerde er reeds toe, dat alle werkelijke sociale ontwikkelingen tot stilstand dreigen te komen. In de laatste 15 jaren is er bv. ondanks vele sociale maatregelen geen sprake geweest van een vermindering van armoede in de USA.

Integendeel, in bepaalde streken is deze zelfs buitengewoon sterk toegenomen. In hetzelfde land blijkt een steeds afnemende zekerheid voor werknemers te ontstaan ongeacht het steeds brutaler optrede van de vakbonden aldaar.

In Nederland is de sociale zekerheid misschien goed, maar de arbeidszekerheid is, als gevolg van een te veel aan perfectionisme bij het zoeken naar algehele zekerheid, reeds aanmerkelijk verminderd – ofschoon men dit officieel niet toe zal geven. Dankzij pogingen, om toch vooral sociaal rechtvaardig te zijn en eenieder de zekerheid en goederen te geven, waarop hij theoretisch recht heeft, kan men nu, vele jaren na de tweede wereldoorlog, nog steeds niet aan ieder, die dit wenst, een eigen woning garanderen. Men wil eenieder goed verzorgen, maar is nog steeds niet in staat om bv. dezelfde gelden per jaar te voteren om ouden van dagen, die zichzelf niet kunnen behelpen, zekerheid en verzorging te waarborgen van staatswege, als men uittrekt voor de vernieuwing van een enkel squadron straaljagers.

Een bedenkelijke ontwikkeling, vooral omdat ik, naast de gekozen voorbeelden, er even veel of meer zou kunnen geven uit landen als Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië enz. De oorzaak ligt in de verbetenheid van mensen, die slechts één kant van de zaak zien en trachten, hun eigen eenzijdigheid aan de wereld op te leggen, zonder daarin ooit geheel te kunnen slagen.

Nu treedt opeens een nieuwe kosmische heerser op voor de aarde, die alles dooreen werpt. Er ontstaat nu een soort emotionele carnavalsstemming, waarbij eenieder nog veel meer gelijk wil hebben dan voorheen, eenieder geïrriteerd is, dat een ander de juistheid van eigen stellingen, handelingen en gedragingen niet in wil zien. Daarnaast wordt praktisch eenieder, in deze dagen van overgang, geconfronteerd met afrekeningen, die het verleden aanbiedt. Men heeft immers in het verleden wel gedacht goed te handelen, maar heeft door eenzijdigheid, eigenzinnigheid en dergelijke, dommigheden uitgehaald, die nu hun gevolgen met zich brengen of herstel vragen. Dit kan men niet verwerken. Als gevolg hiervan zijn in de gehele wereld de spanningen toegenomen. Misschien meent u, dat de “zendelingen” zich, nu duidelijk blijkt in hoeverre hun stelsels, leringen en theorieën falen, zich terug zouden trekken. Dit echter zullen zij nooit doen.

Dan liever de lucht in, roepen zij uit als hedendaagse van Speijks. Velen gaan daarbij zover, dat zij menen, dat het niet erg is, dat de gehele wereld aan hen en hun idee ten gronde gaat, mits hun gelijk maar overal erkend wordt.

Hun leuzen zijn soms in zich tegenstrijdig: “Liever zien wij de gehele wereld ten gronde gaan, dan toe te laten, dat de vrijheid van de mensen verder wordt aangetast”, zo roept men bv. uit, en vergeet dat men, door deze beslissing te nemen, zonder dat eenieder daar nog een keuze mogelijkheid heeft, zelf de vrijheid op veel grover wijze in gevaar brengen dan degenen, die alleen de vrijheden in de maatschappij beperken willen. Maar dat dringt tot deze ijveraars nooit door.

Ook gewone mensen worden in deze dagen door een soortgelijke ijver aangetast, ook zij willen ten koste van alles eigen gelijk bewijzen, eigen zin doordrijven. En hoe weinig van hen zijn in staat te beseffen, dat bij zich of anderen het zien van eigen wil als zending voor de bestwil van de gehele wereld, niet als gevolg van kennis, logica, maar slechts als persoonlijke reactie op invloeden uit de kosmos optreedt? Men gaat er eenvoudig van uit, dat de beslissingen, die men neemt, voor eenieder zonder meer aanvaardbaar moeten zijn, dat men waarlijk voldoende invloed bezit om eigen wil door te zetten. De werkelijke achtergronden beseft men meestal niet.

Dan vindt men anderen onbetrouwbaar, instanties, werkgevers of werknemers onredelijk, kwallig enz. Dat men zichzelf op dezelfde wijze en misschien nog veel onredelijker en onbetrouwbaarder gedraagt, ontgaat geheel aan de aandacht.

Daarom is het noodzakelijk, dat de vraag van al of niet gelijk hebben, een ogenblik ter zijde wordt gesteld, dat de zendeling zwijgt, terwijl de werkelijke waarde van zijn stellingen op praktisch terrein wordt getest. Zolang men echter niet bereid is, eigen stelsel en de stelsels en leringen van anderen op gelijke wijze te beproeven, zal niemand kunnen beseffen, wat juist is, wat de werkelijke oplossing van alle moeilijkheden of de juiste aanpassing aan nieuwe condities en omstandigheden kan zijn. Er komt een ogenblik, dat men de moed zal moeten hebben om te zwijgen, om te zeggen: Voor mijzelf heb ik mijn standpunt bepaald, laat nu de wereld daarop eerst maar eens reageren, zonder dat ik tracht haar verder te overtuigen of te dwingen.

Verstandige mensen beseffen, dat dit laatste steeds weer noodzakelijk is. Zij, die echter worden gedreven door het heilige vuur van hun dogmatisch als juist gestelde stellingen, laten dit over het algemeen na. Toch is het unfair, onredelijk en onjuist, wanneer bv. een bisschop of pastoor zijn gelovigen eenvoudig gebiedt alleen te stemmen op kandidaten en partijen, die hij zelf juist acht, daarbij gebruik maken van de mogelijkheid, tegen overtreders sancties op geloofsgebied te nemen, of zelfs stellende, dat eenieder, die anders handelt dan wordt bevolen, automatisch tot het hellevuur verdoemd zal zijn. Dit systeem vindt men hier wel onaanvaardbaar. Maar even onaanvaardbaar zijn systemen, waarbij men eenieder tracht te bestraffen, die weigert te stemmen op door de regering gestelde kandidaten, of bij z.g. vrije verkiezingen het aantal deelnemende partijen kunstmatig tracht te belemmeren, te beperken en vele groepen eenvoudig probeert uit te sluiten.

Opvallend is het verder, dat de “zendelingen” nooit sterk zijn in het vinden van snelle en praktische oplossingen voor hun problemen. Zij roepen de anderen toe: “Geloof, geloof in ons.

Wij weten alles, wij kunnen geen ongelijk hebben. De feiten zijn verkeerd, niet wij”. Deze houding treffen wij evenzeer aan bij mensen, die spreken over hun godsdienst, als bij hen, die spreken over een vijfjarenplan of over de wijze, waarop het land geregeerd zal worden. Zij vergen van alle anderen een aanvaarding zonder bewijs, blindelings geloof. Wie hen dit blinde geloof niet wenst te geven en zich niet tevreden stelt met al dan niet ware verhalen omtrent bewijzen in het verleden, die niemand meer na kan gaan, trachten zij onmogelijk te maken en spreken zij aan als asociaal, zondig, ketters e.d.

Ik bespreek deze verschijnselen, omdat zij in de komende tijd wel tot een climax zullen komen. Wij mogen niet vergeten, dat de prikkelingen, de eigenaardige drijfveren, die in deze dagen overheersen, in zullen werken op alle mensen. Een mens, die geen bijzondere gerichtheid kent, zal de invloeden van deze periode wel kunnen doorstaan. Maar juist de eenzijdig levende en denkende mens wordt door de prikkels en spanningen tot uitersten gedreven en zal a.h.w. gemeen worden in zijn pogingen om ten koste van alles gelijk te krijgen en eigen zin door te zetten. Hierbij zal hij zonder enige aarzeling het leven, geluk, de gezondheid en welvaart van velen wagen aan een redeloos doordrijven van zijn denkbeelden.

De ontwikkeling, zoals ik deze kan overzien, zal ons in de komende tijd dan ook steeds weer confronteren met het optreden van dergelijke figuren. Waar wij ook zien – of dit nu is naar de veranderingen, die achter de rug van Ulbricht plaats vinden in Oost-Duitsland, de veranderde toestanden in West-Duitsland, de geruisloze verandering van gezag in rood China, de spanningen in Rusland, Amerika of waar dan ook – altijd weer blijkt, dat de beslissing nabij moet zijn. De “zendelingen” voelen dit en weten, dat zij snel een algehele “bekering” af moeten dwingen. Slagen zij daarin niet, dan is hun werk, macht, gelijk teloor gegaan.

Voor de meesten van hen openbaart zich deze noodzaak reeds binnen enkele maanden. Wij mogen dus wel rekenen, dat deze persoonlijkheden radicaal zullen op gaan treden, zij zullen in de openbaarheid treden en hun boodschap nogmaals de wereld inzenden. Deze boodschap zal echter niet de wereld ingaan als gevolg van een respect voor de medemensen, niet als gevolg van een poging tot toenadering, maar zal in vele gevallen meer doen denken aan een roofoverval, waarbij men met een “mijn stelling of jouw leven” zich tracht door te zetten. Omdat er zovele dergelijke mensen en groepen bestaan in alle landen, zal het vaak een duel worden of zelfs een beperkte veldslag.

Ik zou hiervoor de oplossing wel weten, maar vrees op mijn beurt, dat de wereld daarvoor niet rijp is, zodat ik het bij de raad laat! Zeg tegen al die mensen, die u tot strijden willen nopen: “Gij zijt het niet met elkander eens en wil niet trachten het werkelijk met elkander eens te worden. Laat dus, zoals in de middeleeuwen, door een godsgericht beslissen, wie van u gelijk heeft. Wij zullen u opsluiten in een donker schuurtje. Degene, die daar levend uitkomt, heeft gelijk.”

Helaas. De zendelingen hebben daarnaar geen oren. Zij bezitten namelijk nog een eigenschap; zij menen, dat het hun goed recht is, alle anderen te laten betalen voor hetgeen zij berichten.

Het gaat daarbij niet alleen om geld – dat zou zo erg niet zijn – maar eisen, dat men hen in alle dingen en met alle middelen wil steunen. Wij zien iets dergelijk vaak bij de echte zendelingen evenzeer optreden: of men nu een kerk wil bouwen in Rwanda, negers wil voeden, of genezen in Kongo, of iets voor de Bantoes wil doen, men komt met een schijn van nederigheid en toch zekere overmoed naar het land vanwaar men is uitgegaan, houdt er lezingen en meent, dat de mensen eigenlijk zondig zouden zijn, wanneer zij hen niet zouden helpen. Ook al zal men dit laatste niet direct zeggen of doen blijken. Wanneer men zegt, dat inspanningen en gelden in wezen noodzakelijk gebruikt moeten worden voor het opheffen van mistoestanden in eigen land en omgeving, roept de zendeling uit: “Zolang kunnen deze zielen niet wachten. Indien zij verloren gaan, is het uw schuld!” Hij vergeet daarbij, dat er andere dingen zijn, die van veel groter belang zijn dan zijn eigen werk en streven, hoe goed dit ook moge zijn. Laat ons Nederland nog eens bezien; een land vol welvaart. Maar er dreigt een golf van faillissementen in de middelgrote bedrijven. Nederland is een land vol steeds modernere, betere en grotere gebouwen, kantoren enz. Maar er heerst woningnood. Nederland is een land, waarin zelfs het kleinste dorp meerdere kerken pleegt te bezitten en steeds nog nieuwe kerken worden bijgebouwd. Maar het ongeloof noemt steeds toe. Het is dus een land, waarin vele dringende problemen zijn. Wanneer deze niet tijdig opgelost worden, dreigt een morele ondergang der jongeren. Ditzelfde Nederland verleent steun aan 10 tot 12 onderontwikkelde gebieden, sticht vrede via NATO e.d. in landen, waar men het niet met elkander eens is, of geeft grote bedragen uit, om op voet van gelijkheid met grotere en rijkere staten over deze problemen te kunnen spreken. Het schiet, zich op juridische gronden baserende, steeds te kort in menselijkheid tegen onderdanen en degenen, aan wie het zekere verplichtingen heeft, geeft beloften, die het niet weet te houden en wil toch andere volkeren leren, hoe zij zouden moeten leven en zijn. Men pronkt met de perfectie van zijn systemen en plannen, maar weet niet eens in feite orde te schaffen in eigen land.

Vreemd is het daarbij, dat men tracht bepaalde rechten te verkrijgen en te behouden, opdat dat, wat eens was, bijna ongewijzigd en zonder belangrijke aanpassingen zou kunnen voortbestaan, maar dat men in wezen veel minder aandacht besteedt aan de vraag, hoe bv. een passende exploitatie van bedrijven mogelijk te maken en zo een zo goedkoop mogelijke levering in eigen land zowel als daarbuiten bereiken kan van alle goederen die de verbruiker begeert. Een ander voorbeeld is de zorg voor ouden van dagen, de AOW. De opzet is aanvaardbaar. Door het systeem van een afzonderlijke verzekering kan echter worden gesteld, dat meer dan 10% van de opgebrachte bedragen wordt besteed aan overbodige administratie, invorderingskosten e.d. Verder blijft nog eens meer dan 10% van het bedrag weg te gaan aan overbodige controles, niet noodzakelijke bestedingen e.d.

  • Weet u soms een andere methode?

O ja. Eenvoudigweg een heffing van directe belastingen, waardoor alle noodzakelijke uitkeringen gedaan kunnen worden van staatswege, zonder dat enige andere registratie noodzakelijk is dan leeftijd en Nederlanderschap. Geen uitzonderingen voor bepaalde groepen of inkomens. Uitkering van vaste bedragen, niet afhankelijk van inkomen enz. ook in geval van ziekte, gebaseerd op de gemiddelde levensbehoeften. Men kan in dit geval volstaan met gemeentelijke kaartsystemen en één enkele instantie, die de uitkeringen volgens de wet doet plaatsvinden. Let wel, wij mogen geen kwaad spreken van het sociale systeem dat in Nederland bestaat, omdat men immers in zeer vele – ook in rijkere – landen er veel slechter aan toe is op dit gebied.

Ik keer mij tegen de hartstocht, die men heeft voor het scheppen van steeds nieuwe instanties, welke allen deels het werk van andere instanties doubleren of herhalen en steeds meer tijd en geld dan nodig is besteden aan de poging, vooral te voorkomen, dat iemand iets zou kunnen krijgen waarop hij geen recht heeft. Voorbeeld: afzonderlijk hanteert men ziektewet en ziekteverzekering, werkeloosheidsverzekering en wezenwet. Ofschoon de heffingen centraal zijn, heeft elke bedrijfsgroep een eigen uitvoerend orgaan, die de uitkeringen bepaalt, op eigen wijze de wetten, regels en voorschriften interpreterende, met eigen ambtelijke lichamen, gebouwen en wat dies meer zij. Ofschoon dit alles in wezen van de Staat uitgaat, verplicht is en dus een normale staatstaak genoemd mag worden, hanteert men deze ‘verzekeringen’, alsof zij niet geheel deel uit zouden maken van het staatsbudget, maar daarvan geheel of ten dele los zouden staan. Zo nodig subsidieert de Staat dan deze ‘verzekeringen’.

Misschien doet de Staat dit, om te laten zien, dat zij voor zich niet zo erg veel nodig heeft. Toch vormen de belastingen – zonder genoemde verzekeringen – reeds een last, die meer dan 20% van alle inkomens pleegt op te eisen. Zou de staat alles onmiddellijk en zonder specificatie op zich nemen, dan zouden de kosten van afzonderlijke fondsen enz. gespaard kunnen worden, terwijl in de plaats van de vele ingewikkelde berekeningen nog slechts eenvoudige vaststellingen noodzakelijk zijn van bestaande rechten. Belangrijk is ook het feit, dat men schijnt te vrezen bv. aan ziektegelden ten onrechte uitkeringen te doen enz. Indien deze uitkeringen niet gekoppeld waren aan het genoten inkomen, maar aan de gemiddelde levensbehoeften, zou dit niet attractief meer zijn. Men zou de controle tot een minimum kunnen beperken en zich zo een groot deel van de daaraan nu verbonden kosten besparen. De besparing zou meer bedragen dan eventueel ten onrechte gedane uitkeringen ooit zouden kosten. Zo lijkt mij ook een systeem, dat fl. 50.- besteedt, om fl. 1.- in te vorderen wel erg rechtvaardig, maar zakelijk onverantwoord. Andere methoden zijn wel degelijk mogelijk. Zij zouden meer direct moeten zijn. Men weet dit zeer zeker, maar eenieder acht zich ook hier een gezondene en vecht voor een eigen systeem, met als gevolg, dat de bestaande systemen steeds ingewikkelder worden en de kosten daarvan steeds meer oplopen. Vreemd is hierbij de steeds weer gehoorde leuze: “dit is onder onze grondwet nu eenmaal niet mogelijk”. Want men verandert die grondwet rustig met om een aantal Kamerleden uit te kunnen breiden, of een regeringsbevoegdheid tijdelijk of blijvend te vergroten. Kennelijk acht men dit echter niet verantwoord wanneer het gaat om gemiddeld 12% van het inkomen van het gehele Nederlandse volk.

Wie ziet, hoe politieke en sociaalwetenschappelijke zendelingen het leven in vele landen hebben beïnvloed, zal ook moeten beseffen, dat het onmogelijk is, hier de weg terug te gaan. Wanneer men eenmaal een bepaalde instantie heeft gecreëerd, zal zij zich uitbreiden. Men zal de waarden, waarvoor zij geschapen werd, niet meer kunnen behouden of uitbreiden, zonder ook die instantie sterker te maken. In vele gevallen is de instantie zelf het doel geworden en is de taak, waarvoor zij werd geschapen, nog slechts van bijkomend belang in de ogen van hen, die haar uit moeten voeren. In 1900 was het aantal ambtenaren per 500 inwoners 1. Ongeveer de helft hiervan werkte administratief, anderen maakten deel uit van gezagshandhaving en verlening van diensten. Nu is dit aantal gegroeid tot 6 à 7 per 500 inwoners, waarvan eveneens 1 voor gezagshandhaving en andere diensten, de rest administratief. Deze ontwikkeling toont een steeds snellere progressie en niemand weet, waar zij uiteindelijk op zal houden.

Hiermede wil ik alleen maar aantonen, dat er vele stellingen en toestanden zijn, die op den duur onhoudbaar moeten blijken, door de spanningen van de tijd zullen juist de minder gunstige aspecten steeds sterker op de voorgrond gaan treden.

Redelijke mensen, die de gevaren van een onredelijk reageren, de gevaren ook van een eenzijdig nastreven van een doel kennen, zullen ondanks dit alles hun weg wel kunnen vinden. Zij zullen zien, waar zij zich terug moeten trekken, waar zij hun stellingen prijs moeten geven, waar zij door moeten zetten, om aldus zo goede resultaten te bereiken als maar mogelijk is. Waar dit echter voor velen, vooral voor hooggeplaatsten, zal betekenen dat zij ook moeten erkennen, dat hun stellingen niet houdbaar zijn, dat hun inzichten onjuist waren, dat hun handelingen niet goed zijn, zullen echter ook velen onder degenen, die de situatie wat meer kunnen overzien, dezelfde spreuk gebruiken als de geestdrijvers en zeggen: Alles liever dan dit. Dan desnoods maar de lucht in.

De gewone mensen zullen van alles, wat ik zeg, wel niets bemerken. De omvang die vele dingen hebben aangenomen in de laatste jaren, realiseren zij zich niet. Zij zien dan ook de mogelijkheid van vele ontwikkelingen niet en begrijpen zelfs niet, dat er in vele gevallen naar buiten toe wel redelijkheid getoond wordt, maar dat het hier een kwestie is van ‘reculer pour mieux sauter’.

Wanneer men ziet dat in sommige gemeenten godsdienstige groepen of bv. Een communistische groep tracht, dorp of stad te regeren met uitsluiting van alle invloed door anderen gekozenen, dan zal men dit niet kunnen aanvaarden. Waar dit in omvangrijker zin, maar minder opvallend geschiedt, ziet men er aan voorbij. Toch voert dit tot wantrouwen en zal men steeds meer antwoorden op beloften en stellingen: Geef mij eerst een bewijs. In vele gevallen zal de proef, die men neemt, primitief zijn, daar dit een gevolg is van een – door maatschappij en heerser van de tijd beiden bevorderde – toename van primitief denken. Want steeds minder mensen zijn in deze dagen in staat om nog onbevangen en zelfstandig te denken. Zelfs zijn steeds minder mensen in staat om vrijelijk een eigen bewustwording door te maken, zonder te trachten de aansprakelijkheid daarvoor aan anderen te delegeren of slechts op bevel van anderen te willen handelen.

De omstandigheden van de laatste 20 jaren hebben er, door middel van een soort natuurlijke selectie, toe bij gedragen, dat het minder bewuste deel van de mensheid, het deel dat onder het gemiddelde ligt, een steeds groter invloed en zeggenschap heeft gekregen. Dit houdt in, dat de normen steeds eenzijdiger worden gesteld, dat steeds onzinniger maatstaven gehanteerd zullen worden, terwijl op de duur een afstomping van denken en bewustzijn plaats zal vinden, zodat een groot deel van de mensheid alleen nog op de grofste impulsen van buitenaf en op de stem van hun meester zullen reageren, zonder te beseffen hoe of waarom.

Vele mensen lopen a.h.w. met schuwkleppen voor de ogen: Het hen door anderen voorgeschreven baantje. Enkelen zijn misschien zelfs geheel geblinddoekt, maar wat zal er dan gebeuren, wanneer de schuwkleppen, de blinddoek, eens van de ogen weg genomen zal worden? Bij een paard weten wij dit reeds: Een paard, dat op deze wijze gewend was slechts in één enkele richting te gaan, of zelfs niet te zien, zal schuw worden van de meest normale dingen en voor alles willen vluchten, zal steeds op hol slaan, omdat het aan dergelijke indrukken nu eenmaal niet meer gewend is.

Wanneer een mens van deze tijd geconfronteerd wordt met de nu werkelijk bestaande problemen, zoals het niet algemeen bekende, maar ook in Nederland dreigende verschijnsel, dat sociale uitkeringen door het oplopen van de kosten door het volk in wezen reeds niet meer gedragen kunnen worden, zodat het enige middel socialisatie van landbouw en industrie zou zijn, zal hij niet logisch redeneren maar op hol slaan, alles aan anderen wijten en zijn laatste mogelijkheid om het verworvene nog enigszins te behouden, eenvoudigweg verknoeien.

Overigens neem ik aan, dat dit punt, zij het voorzichtig, ter sprake zal worden gebracht in november. Het volk wordt steeds meer ontevreden. Wanneer je elke maand een week moet werken voor belastingen en dergelijke, vind je dat niet aangenaam. Wanneer blijkt, dat de verdere eisen, die men de massa geleerd heeft te stellen, niet meer betaald kunnen worden op een onopvallende wijze, of bv. door beroep te doen op de werkgevers – die daardoor de ondergang nabij zouden komen – kunnen verwarringen en opstanden haast niet uitblijven. Dit geldt heus niet alleen voor Nederland.

Vaak blijken de goede bedoelingen van eenzijdig strevende en denkende mensen in het verleden nu aanleiding te zijn tot beroering en opstand. Zo mag men het de katholieke missionarissen niet verwijten, maar toch zijn zij grotendeels aansprakelijk voor alles wat zich op het ogenblik in Congo afspeelt. Goed bedoelde pogingen van Engeland en de UNO, om een verzoening tot stand te brengen tussen Grieken en Turken op Cyprus heeft in feite gevoerd tot een steeds verder gaande toespitsing van de geschillen. De gedachte, dat men invloeden van buitenaf, die in geheel de wereld, macht schijnen te hebben, voor eigen karretje zal kunnen spannen, wanneer men maar volhoudt, draagt er dan ook niet toe bij, om toch reeds opgewonden strijdende mensen te kalmeren. Altijd weer blijkt men blind voor het feit, dat zij, die problemen hebben, dezen zelf het beste op eigen wijze op kunnen lossen, terwijl bij alle hulp alleen een snelle oplossing volgens de inzichten van degenen, die het probleem zelf ervaren, resultaat kan afwerpen.

Steeds meer problemen en conflicten treden naar voren. Dezen blijven zeker niet tot de westerse wereld beperkt. In Rusland, Polen, Oost-Duitsland, Roemenië en Tsjecho-Slowakije onderneemt men sedert enige tijd experimenten, die ten doel hebben een ander sociaal stelsel tot stand te brengen. De zendelingen en profeten van het marxisme moesten namelijk ontdekken, dat het niet voldoende is om een stelsel met alle kracht te doceren; ondanks alle geweld weigeren gehele volkeren zich om te laten vormen tot mensen, die alleen maar voor een ideaal leven en daartoe genoegen nemen met een leven, dat niet aan hun verlangens beantwoordt. Nu is dit misschien alleen politiek belangrijk. Zo dadelijk zal het echter veel belangrijker worden: Wanneer deze experimenten inderdaad slagen, zullen deze landen uiteen vallen in de “zendelingen”, die ten koste van alles trachten, hun dogma’s te handhaven en de meer op vrijheid gestelde, veel talrijkere, maar minder macht bezittende menigte, die vraagt: Wanneer het zo aangenamer en beter kan gaan, waarom dan niet?

Overigens voert dit niet tot een burgeroorlog. Wel zal er een poging tot zuivering plaats vinden – iets, wat soms evenveel offers vergt als elders een burgeroorlog. De problemen, die hieruit voortkomen, zullen eerst het volgende jaar werkelijk kenbaar worden. De zendelingen zullen dit dan ook beseffen en zullen waarschijnlijk trachten om grote, naar buiten gerichte spanningen op te roepen, om zo hun probleem geruisloos uit de weg te kunnen ruimen. Hoe dit en dergelijke situaties elders af zullen lopen, kan niemand op aarde u met zekerheid zeggen. Wel weet men overal, wat in wezen de enig juiste weg is, een weg, waarbij alle mensen gelukkig kunnen zijn.

Wat heeft men aan alle leuzen over christendom, eenheid van de wereld, ontwapening enz. wanneer de mens hierdoor niet gelukkig wordt? In vele gevallen predikt men stellingen, waarbij men stelt, dat men u vrij zal maken, maar dat u dan ook van alles verder afstand zult moeten doen: Uw bezit, uw gezin, uw recht zelf te bepalen, hoe gij werken en leven wilt. Degenen, die dit prediken, zijn zendelingen, die de mensen een fata morgana laten zien. Hun wijze van werken, leraren en optreden betekent reeds, dat zij steeds minder vertrouwen kunnen wekken.

Daarom zal het moeilijk zijn, zendelingen voor de feiten, voor de waarheid te vinden. De zendelingen, waarvan ik spreek, bouwen al hun hoop op een organisatie. Als tegenpool vinden wij een weigeren van degenen die de nieuwe krachten, de tijd en de werkelijke feiten in zich kennen, om op enigerlei wijze in het bijzonder naar voren te treden. Zij zoeken hun kracht in een handelen volgens eigen wil en inzichten, zonder zich daarbij door iets of iemand te laten belemmeren. Bekende persoonlijkheden, moderne propagandamethoden zullen hieraan niet veel kunnen veranderen. De opstand van de massa komt steeds dichterbij. De vormen, die zij aan zal nemen, zijn nu niet te bepalen, daar zij van land tot land, ja, zelfs van streek tot streek verschillend zullen zijn.

Te vermijden is dit alles niet, zodat de belangrijkste vraag wordt: Wat kunnen wij hieraan doen? Met dit ‘wij’ bedoel ik hier zowel onze groep, de Witte Broederschap als alle mensen, hier aanwezig of niet. In de plaats van uiterlijkheden en toespraken zal men een innerlijk, maar dan ook volkomen eerlijk en oprecht beleefd systeem van leven moeten stellen, geen systeem, dat de mens dwingt, maar een wijze van denken en leven met regels, waarbinnen elke mens zijn eigen leven en inzichten eerlijk tot uiting kan brengen. Dat is van groot belang. Want wanneer men niet predikt, maar eerlijk handelt volgens een consequente regel, zal men voor elke tegenstander respect kunnen hebben. Dan is elke vriendschap mogelijk.

De strijd zelf zal hierdoor echter niet verdwijnen. Ik denk aan de eerste wereldoorlog, waarin de piloten van von Richthofen een krans lieten vallen tijdens de begrafenis van een piloot van de tegenpartij. Zij eerden hem, die zij neer hadden moeten schieten, omdat hij niet slechts een vijand, maar ook een held was. Toen erkende men elkander als mensen en bleef zelfs in de felste strijd, begrip van menselijkheid en zekere edelmoedigheid bestaan.

Dit is ook nu mogelijk: Mensen, die, vrij zijn, die zich niet meer gebonden achten aan een steeds meer gemechaniseerd leven, een door anderen voortdurend meer bepaald bestaan, zullen toch respect en begrip kunnen hebben voor hun medemensen. Het zijn niet de strijders, die haten, maar zij die spreken over de strijd.

Ik meen, dat, gezien de komende spanningen en de haast niet te vermijden strijd op velerlei terrein, respect voor de medemens de enige reddende factor zal zijn. Vóór men echter respect heeft voor anderen, zal men zelfrespect moeten kennen. Dit lijkt mij dan ook een van de belangrijkere opgaven voor de geest en Broederschap in de komende tijd. Om de mens hiertoe te brengen en een gunstige verdere ontwikkeling mogelijk te maken, zal men allen, die daartoe geschikt zijn, in de komende tijden – ja, zelfs nu reeds – zeer zwaar op de proef stellen. Zo de proeven zwaar zijn, zal geen enkele last aan den mens worden opgelegd, die hij niet met inzet van zijn gehele wezen kan dragen, geen proef zal zo zwaar zijn, dat degene, die haar ondergaat, geen enkele kans tot slagen heeft. Waarmede voor de Broederschap zo de vraag rijst, hoe zij de mensheid op de eenvoudigste wijze met proeven kan confronteren, die elk voor zich nog te doorstaan zijn. Want zo alleen vindt de mens zichzelf, zo wint hij zijn zelfrespect terug.

De eenvoudigste oplossing achten velen hier het volgende: Tracht elke mens qua temperament – en daardoor ook in bestaan – problemen voor te leggen, die uit hem zelf voortkomen en voor hem moeilijk zijn. Confronteer die mens met schijnbaar onoverwinnelijke moeilijkheden, zowel in zijn innerlijk leven als in de wereld zelf. Schep een sfeer, waardoor alleen degene, die inderdaad van zich het uiterste wil en durft vergen, die niet vreest of zijn angst voor eigen ik en belangen vergeten kan.

Het slagen van de mensen zal dan niet alleen gezien de omstandigheden gunstig inwerken, maar zal ook geestelijk grote betekenis hebben. Wanneer de mensen zo weer geleerd hebben, op zichzelf, op de kracht in en rond hen, op eigen inzichten en kennen te vertrouwen, zullen de redenerende en predikende theoretici van heden plaats moeten maken voor praktische mensen.

Degenen, die menen, dat de theorie even belangrijk of belangrijker is dan de praktijk, moeten zich het volgende eens afvragen: Wat is belangrijker? Tien jaren praten over een te nemen beslissing, of onmiddellijk handelen – desnoods verkeerd, en zo de situatie wijzigen, waarbij men eigen fouten altijd weer verder kan corrigeren. Wie geen zelfvertrouwen heeft, zal geen beslissingen durven nemen. Het perfectionisme, dat in zovele regeringsvormen is binnen gedrongen, de neiging om alles steeds weer af te schuiven op beslissingen van deskundigen, conferenties enz. komt voort uit een gebrek aan zelfvertrouwen. Hierdoor kunnen vele regeringen op aarde op het ogenblik op de feiten niet meer reëel reageren.

Vaak schijnt het, dat men, om te weten wat een dubbeltje waard is, econoom moet zijn en lange berekeningen met vele curven zal moeten bestuderen. Toch is het eenvoudiger: ga naar de winkel op de hoek en zie, wat je er voor kunt krijgen. De oplossing is niet: hoe zal dit probleem er uit zien in het jaar 2000, maar: Hoe kan ik nu, zo snel, eenvoudig mogelijk een oplossing vinden voor de problemen van heden.

Om u een voorbeeld te geven: Wanneer men niet naar wettelijke middelen had gezocht, maar eenvoudig het onvermijdelijke – reclame – in de tv. had aanvaard, was er nu geen R.E.M. enz.

De Witte Broederschap zoekt in deze dagen dan ook voor zich gezondenen, die niet hoeven te spreken, maar een kracht kunnen uiten, een daad durven stellen. Het motto van de Witte Broederschap in deze dagen wijst ook al in dezelfde richting, het luidt: Zo snel mogelijk beslissingen nemen volgens alles, wat wij nu weten, daarover zo snel mogelijk eenstemmigheid bereiken en zo snel mogelijk uitvoering geven daaraan.

Men zal dan ook met zijn voornaamste maatregelen klaar zijn, voor de grootste spanningen van september optreden. Dit betekent, dat zowel de geest als de bewuste mens de eenvoudigste oplossing zal moeten aanvaarden voor alle problemen en geen tijd zal vinden, om de mooiste oplossing te zoeken.

Wat de mensheid betreft, zullen de leidende krachten van deze dagen zeker geen genoegen nemen met mooie woorden, voornemens, rationalisaties e.d., maar beslissingen en daden vergen. Alleen aan de hand van deze laatsten zal men oordelen over de mensen, hun mogelijkheden en de krachten, die hen toegevoerd kunnen worden. Mensen dus, die rechtlijnig denken en handelen. Dezen zullen geïnspireerd zijn. Zonder te weten hoe, zullen zij steeds juister de mogelijke oplossingen van hun probleem aanvoelen. De wereld zal hun successen niet zo gemakkelijk aanvaarden. Zodra men bemerkt, dat hierbij geestelijke waarden een rol spelen, zal men uitroepen, dat hier zwarte magiërs, duivels e.d. aan de gang zijn, zal men spreken van bedrog en spreken van het ten gronde richten van de sociale zekerheden en gevestigde orde.

Met vele woorden over menselijke rechten, maatschappelijke noodzaken enz. zullen de ‘zendelingen’ trachten deze inspiratie enz. te bestrijden. Maar zij zullen geen antwoord krijgen.

De toekomst heeft dan ook geen stem nodig. Wel zal er misschien behoefte zijn aan wijzen, die aan hen, die dit wensen, onderricht geven, naar geen stem meer, die naar buiten toe spreekt. Zoals er ook geen behoefte meer zal zijn aan stelsels, die de wereld in fraaie hokjes verdelen, maar aan mensen, die in staat zullen zijn tot een onmiddellijk en toch zo verantwoord mogelijk nemen van beslissingen. Vele politici, sprekers, staatslieden enz. zullen dan ook in de komende maanden wel op minder gunstige wijze in het nieuws komen. Velen van hen zullen opeens geconfronteerd worden met hun fouten en verkeerde beslissingen uit het verleden. Velen zullen vooral staan voor het faillissement van hun zo lang en hartstochtelijk verdedigde stellingen. Wij zullen ook zien, hoe degenen, die op hen bouwden of achter hen stonden, opeens machteloos blijken, om schandalen mislukkingen en aanklachten teniet te doen, te voorkomen, te herstellen: Het meest spectaculaire element hiervan is politiek; wij mogen echter niet uit het oog verliezen, dat deze ontwikkeling evenzeer optreed in godsdienst en economie. Voor dezen geldt echter ook, zoals voor allen, dat er een uitweg is: Ik zei reeds, dat er sprake zal zijn van beproevingen; de oplossing ligt hier, voor de hooggeplaatsten zowel als voor u, in het zo snel mogelijk nemen van de eenvoudigste maatregelen, waarbij men de meest voor de hand liggende oplossing zal dienen te nemen, die althans voor het ogenblik de gewenste oplossing waarborgt. In een onoverzichtelijke toestand zal men dus elke dag zoveel mogelijk problemen, althans ten dele op moeten lossen, opdat op de duur weer een meer overzichtelijke toestand kan ontstaan en, zo dadelijk, wanneer de tijd van verwarringen en onverwachte ontwikkelingen voorbij is, de opgedane ervaring en kennis kan worden omgezet in een nieuwe wijze van werken en streven.

Wanneer het jaar 1970 eenmaal is aangebroken, begint een tijd van herbouw. Dan zal men eerst waarlijk de schade kunnen gaan herstellen, die in deze dagen vol schijnbare vrede aan de mensheid, de economie en de samenleving is toegebracht. Daarbij zal men veel moeten improviseren. De perfectionist zal dan ook in deze tijd zelfs nog ten onder gaan, omdat hij eenvoudig geen aanpassing vindt bij de eisen aan snel en vlug beslissen, het allereerst herstellen van het meest noodzakelijke, om mogelijk daarna alle oplossingen, die niet voldoende bleken, te herzien.

Wanneer men echter in de eerstkomende jaren leert de problemen op de meest eenvoudige en snelle wijze op te lossen, zij het voorlopig, om snelle beslissingen te nemen en desnoods daarop later nog eens terug te komen, dan zal na 1970 door de mensen weer onnoemelijk veel bereikt kunnen worden.

Bedenk verder, dat zwakheid vaak geen beletsel vormt, wanneer men de juiste oplossing maar ziet. De zwakkere, die een hefboom weet te vinden en op de juiste wijze te gebruiken, bereikt meer dan de sterkste mens, die alleen met zijn kracht wil werken of de denker, die eerst een werktuig wil gaan ontwerpen en laten vervaardigen, om zijn taak over te nemen. De hefboom, waarover elke mens kan beschikken heet: Bewustzijn plus wil, daarmede kan men iets bereiken.

Besef plus wil zijn altijd weer het eerste begin van een juist gebruiken van de krachten van de mens.

Geestelijke krachten zullen aan allen, die willen werken en streven in deze tijd, in voldoende mate gegeven worden. Bovendien is mij bekend dat reeds nu besloten werd de geestelijke krachten vitaliteit e.d. van alle harmonische mensen te vergroten, zodra hun tijd van beproeving voorbij is.

Maar misschien zou men niets aan deze krachten hebben, omdat men niet weet, hoe deze te gebruiken. Daarom wil ik de juiste houding nog in enkele regels formuleren:

  1. Zoek vandaag de oplossing voor de problemen van vandaag.
  2. Indien voor uw probleem meerdere oplossingen schijnen te bestaan, kies altijd de eenvoudigste.
  3. Zoek niet naar een volmaaktheid, die misschien morgen zal kunnen bestaan, maar naar een redelijke oplossing, die vandaag nog mogelijk is.
  4. Vertrouw op de krachten in u. Vertrouw op de kracht, die in u woont, maar besef, dat gijzelf  het altijd weer zijt, die de gerichtheid van deze kracht zult bepalen.
  1. Weet, wat u werkelijk wilt.
  2. In bewustzijn van de veranderingen die plaats vinden, mag u eigen meningen, denkbeelden, zelfs geloof, nimmer ten koste van alles handhaven. Wees integendeel steeds bereid uw standpunt steeds te herzien, maar doe dit nooit, omdat dit door anderen wordt gezegd in stof of geest, maar omdat de verandering voortvloeit uit eigen ervaring en eigen besef en eigen mogelijkheden zowel als van de ontwikkelingen in de wereld.
  3. Veroordeel niemand, maar besef wel, dat slechts zij die in deze dagen ook werkelijke resultaten bereiken, de moeite waard zijn om te volgen. Zelfs dan dient men zelf zijn besluiten te nemen en daarvoor zelf verantwoordelijk te zijn.

Vragen

  • Voor je invloed uit kunt oefenen, moet je toch behoren tot hen die, zoals bv. ambtenaren, enige invloed hebben.

Weet u, dat de koffie in Duitsland, in verhouding tot andere landen, beter en goedkoper is geworden? Dit hebben de Duitsers niet alleen bereikt door ambtelijk ingrijpen. Men smokkelde eenvoudigweg, tot – gezien de prijs en de kwaliteit in eigen land – hiertoe niet meer een zo dringende noodzaak bestond. Dat deden eenvoudige mensen. Wanneer men zegt, dat een ambtenaar iets moet doen, dat dit iets is voor iemand met invloed, dan zeg ik: dit is een gebrek aan zelfvertrouwen. Doe wat volgens jou goed en juist is. Je slaagt dan wel niet meteen, maar je schept een tendens die iedereen, zelfs de meest ambtelijk verstokte ambtenaar, zal dwingen zijn houding te wijzigen.

Uw vraag geeft blijkt van gebondenheid aan en vertrouwen op het nu geldende systeem, dat echter betrekkelijk eenvoudig gebroken kan worden. Wanneer bv. 15% van de Nederlandse burgers zouden weigeren, verder hun belastingen te betalen, zouden er geen ambtenaren en deurwaarders genoeg zijn en zou de resulterende verwarring zelfs met behulp van het leger nog niet kunnen worden opgelost in 10 jaren. De regering zou dan ook toe moeten geven, al zou zij dit ongetwijfeld doen op een wijze, die haar prestige naar buiten toe handhaaft en enkelen uitzoeken om te straffen. Denk in dit verband eens aan de gewijzigde houding van het landbouwschap en de oorzaak daarvan. Op vele wegen kunt u een meer praktisch voorbeeld zien.

Op wegen, waar de maximum snelheid 50 per uur mag bedragen, rijdt men vaak op zekere trajecten toch 70 km/u.

Men denkt er niet aan de beperking ongedaan te maken, maar staat in de praktijk de overschrijdingen toe behalve op punten, waar de snelheid werkelijk gevaarlijk is. De reden? Zovelen trekken zich van de bepalingen op meer vrije trajecten zo weinig aan, dat het eenvoudig haast niet doenlijk is ieder van hen lastig te vallen, terwijl van steekproeven en bekeuringen maar een zeer beperkte preventieve werking blijkt uit te gaan. De losbandigheid van de jeugd en jeugdmisdadigheid, in Nederland blijft grotendeels onbestraft. Niet, omdat zij onbekend is, maar omdat het eenvoudig niet mogelijk zou zijn op een redelijke wijze alle vergrijpen door minderjarigen op een volgens de wet juiste wijze af te handelen en de daders te doen veroordelen.

Slechts bij werkelijke excessen grijpt men in, zonder door omstandigheden hiertoe werkelijk gedwongen te worden.

Waar te veel mensen normaal gaan handelen, zal een instantie die een a-normale toestand wenst tot stand te brengen, niets kunnen bereiken. De boeren van Rusland en China hebben iets dergelijks bewezen door hun weigering hard te werken op communaal bezit, maar dit wel te doen op hun kleine eigen lapjes grond. De z.g. zwarte boerenmarkt is daardoor een aanvaard deel van de maatschappij geworden, waarop men mede durft rekenen, wanneer men plannen maakt voor de voedselvoorziening in grotere plaatsen. Zelfs is in vele kolchozen en sovchozen tegenwoordig, als gevolg van deze houding van de boeren, weer aangepast aan de persoonlijke prestatie. Toch hebben degenen, die deze tolerantie afdwingen, geen “invloed” als eenling. Door echter te handelen volgens hun eigen inzichten wisten zij de feitelijke situatie te veranderen, zelfs in landen, waarin terreur een algemeen aanvaard wapen tegen onwilligen is.

Naar ik meen, is hiermede uw vraag reeds beantwoord en duidelijk gemaakt, dat, wanneer de mensen maar steeds handelen volgens de eenvoudigste normen, en weigeren, een complexe oplossing te aanvaarden, zolang een eenvoudiger oplossing tot de mogelijkheden behoort, zij wel degelijk invloed hebben. Een invloed, die zo groot is, dat de “instanties” zich daar uiteindelijk bij zullen moeten neerleggen. Naarmate meer mensen zo handelen, zal men steeds minder onjuiste toestanden en werkwijzen kunnen handhaven. Het door mij als voorbeeld gestelde zal in sommige landen, dus niet in alle, ook inderdaad waar worden.

  • Dat leert Jezus ons toch niet.

Jezus was in zijn tijd wel degelijk een hervormer, die o.m. persoonlijk bezit als verwerpelijk beschouwde, de priesters het recht ontzegde zich bezig te houden met zuiver seculiere zaken. Zijn leer is in wezen zeer menselijk en eenvoudig. Zij is logisch en kan begrepen worden door iedereen. Slechts waar het gaat over bovennatuurlijke of paranormale zaken, eist hij ook geloof van de mensen. Niet slechts Jezus zelf, maar ook zijn leer was staatsgevaarlijk. Men vervolgde de arme christenen van de eerste tijd in Rome niet alleen, omdat zij weigerden de goden te aanbidden. Zij ontkenden de gevestigde orde, gebaseerd op bezit, de goddelijkheid van de keizer, de stelling, dat een slaaf niet gelijkwaardig was aan een vrije mens. Daardoor waren zij inderdaad staatsgevaarlijk, terwijl zij bovendien nog een leer van geweldloosheid propageerden in een staat, die alleen door voortdurende veroveringen en exploitatie van anderen gebieden zijn welvaart en gezag kon behouden. Dit is de voornaamste reden, dat zij vervolgd werden.

Zoals men Jezus niet heeft gedood, omdat hij leerde, dat de mens zachtmoedig en rechtvaardig moet zijn, maar ook wees op de onrechtvaardigheden van de heersende kasten. Zijn aanklacht tegen de farizeeën loog er bepaaldelijk niet om. Hij was een individualist, die bovendien de kunst verstond zich van de goedkeuring van anderen, het bezit van goederen enz. onafhankelijk te maken. Tegen zijn leerlingen zegt hij dan ook, dat zij op hun weg geen tweede paar sandalen, geen voedsel buiten het nodige voor een enkele dag mee moeten nemen. Deze revolutionair heeft in zijn tijd de mensen vele dingen geleerd, die ook in praktisch opzicht veel verder gaan dan alles, wat ik zo even heb gezegd. Maar ik kan begrijpen, dat men dit in deze dagen maar liever vergeet.

Ten laatste: Zijn visie van samenwerking en onderlinge aansprakelijkheid van de mensen was, o foei, niet gebaseerd op gezag, naar op vrijwilligheid en genegenheid, zo alle would-be heersers overbodig makende. Ook dit hebben degenen, die Hem volgen, maar al te graag vergeten. Jezus beval zijn leerlingen de rechter wang toe te keren, wanneer men hen op de linker sloeg.

Maar gelijktijdig zei Hij hen, dat Hij niet gekomen was om hen de vrede te brengen, maar het zwaard. En de wisselaars dreef hij met de zweep uit de tempel, ofschoon zij daar met bestemming van kerkelijke en gemeentelijke autoriteiten hun zaken dreven. Wat zeker geen blijk is van een overgrote eerbied voor het gezag. Uit dit alles blijkt m.i. wel, dat ook Jezus geen vrede predikte buiten de innerlijke, maar een strijd voorstond, die niet gevoerd zou worden volgens de geldende begrippen, met geweld, maar eenvoudig door het juist handelen van de mens, onthechting, erkenning van de naaste en daardoor: de innerlijke vrijheid. Zij die Jezus als vredesvorst eren, mogen zich dit alles wel eens te binnen brengen. Jezus schuwde de strijd niet, slechts het onnodig geweld, de strijd om de macht en alle haat, zelfs in de strijd.

De meer positieve invloeden en mogelijkheden die binnen het heden en de komende tijd geborgen zijn.

Het eerste deel van onze bijeenkomst werd gewijd aan een aanval op bestaande omstandigheden en condities. Het is daarom niet meer dan billijk, dat wij in dit tweede deel van de bijeenkomst vooral de aandacht wijden aan de meer positieve invloeden en mogelijkheden, die binnen het heden en de komende tijden geborgen zijn. Wij bevinden ons op het ogenblik in een periode van buitengewoon groot belang. De bijzonder lange en ingewikkelde bijeenkomst der Witte Broederschap spoedt zich ten einde. Langzaam maar zeker heeft daarmede ook alles vorm gekregen, wat de komende tijd zal gaan beïnvloeden. Waar wij hopen, zullen wij u in de komende weken daarover nog verder voor kunnen lichten.

Wanneer je op wilt bouwen, zal je ook een plaats moeten vinden, waar dit kan gaan geschieden.

In vele gevallen zal men eerst af moeten breken, voor een opbouw goed mogelijk is. Zoals dit in stoffelijk opzicht geldt, zal dit ook in mentaal en geestelijk opzicht van kracht zijn, zodat ook voor opbouw in deze gebieden vaak enige afbraak plaats zal moeten vinden. Zolang wij vervuld zijn van het oude, kan het nieuwe ons niet voldoende bereiken. Wanneer wij het oude af moeten staan, wanneer de oude waarden en mogelijkheden ons verlaten, voelen wij ons eenzaam en verlaten, en weten niet meer waarheen wij ons moeten wenden. Toch is er dan in het nieuwe reeds de kracht, die het ons mogelijk maakt om voort te gaan. Een treffend beeld hiervoor is de man, die gaat door de woestijn. Hij heeft de vruchtbaarheid verlaten, want hij moet voortgaan.

Maar rond hem ligt, onafzienbaar, de vlakte van stenen, zand, van dorheid. Zo nu en dan zal hij op zijn reis een oase vinden, of misschien een half onder zand bedolven waterput bereiken, waar hij zich wat kan verfrissen. Heeft de reiziger echter de tocht volbracht, dan laat hij de woestijn achter zich en hervindt de groene vegetatie, de vruchtbaarheid en daarmede weer het welzijn aan de wereld.

Zo gaat het ons, wanneer wij veel van geloof, zekerheid, veel van bestaand verband en gebondenheid achter ons moeten laten. Wij weten niet, waarheen wij zullen gaan. Wij worden geteisterd door een licht, dat ons geen vreugde meer is, maar de kwelling wordt van een dag, waarin geen schaduw en verkoeling meer schijnt te bestaan. Hoe eenzaam kun je zijn, wanneer alles weg schijnt te vallen. Maar je weet, dat de reis een doel heeft, een vaste bestemming, ook al vergeet je dit wel eens onder de felheid van licht, de eenzaamheid, waarin je besloten bent. Al datgene, wat op het ogenblik vergaat, dat op het ogenblik moet veranderen, al is het misschien nog meer binnenkamers, geeft ons een gevoel van onbehagen, soms brengt het bij ons zelfs een zekere wanhoop te weeg. Toch is dit alles alleen maar een stap voorwaarts in de goede richting.

Zoals de woestijn kwellen kan, zo geeft zij ook aan de mens die de woestijn in gaat en haar verdragen kan: Hij wordt gelouterd. De woorden die hij spreekt, vergalmen in de leegte. Daarom zwijgt hij veel. Dat, wat hij zegt, is belangrijk. Want hij heeft de tijd gehad om na te denken en het voor hem werkelijk belangrijke te vinden. De moeiten, die hij zich neemt, worden haast automatisch een voortgaan zonder einde. Maar daarachter ligt steeds weer de belofte van de oase, het begrip van een kleine en misschien arme wereld, die echter toch verademing geeft.

Dat, wat deze mens in de grote steden gezocht en verwacht heeft, laat hij achter zich. Dat, wat wij gezocht hebben in ingewikkelde inwijdingen en grootse manifestaties, en de openbaringen van de grote meesters, ligt achter ons. Wat wij toen zochten was het gerumoer der grote steden, een wereld vol van eisen, vol van drukte. In de eenzaamheid hervinden wij echter ons zelf, want zij is geen werkelijke en blijvende eenzaamheid. Werkelijk isolement is een deel van de hel. Maar een tijdelijk isolement, waardoor je zelf je ik hervindt en zo weer het juiste contact krijgt met mens en wereld, is een bevrijding.

Het is nu niet alleen de tijd van verwarringen, het is ook de tijd van bevrijdingen. Het is niet alleen een tijd, waarin vele waarden teloor gaan, vele veranderingen je eigen leven beheersen en alle verhoudingen veranderen en breken, het is vooral een tijd, waarin alles nieuw wordt, doordat je het nieuwe leert zien. Je leert de werkelijke waarden als het ware proeven. In ons zelf streven wij opwaarts naar het groot Goddelijke en de krachten van de Eeuwige. Wij zoeken naar onmetelijke waarheden, maar in het rumoer van het leven zijn deze dingen voor ons teloor gegaan. De drukte van de levensstrijd, de voortdurende noodzaak om mee te doen, vergden haast alle energie, die er in ons was. Er was geen tijd meer voor werkelijke bezinning, er was geen tijd meer voor een werkelijk contact met een grotere wereld. Nu stuwen de krachten van de tijd ons naar de eenzaamheid van het innerlijk, een woestijn, waarin een enkele grashalm een belangrijke bode van leven wordt en een paar stokkige palmen tot een wonder worden.

Om dit alles zal de mensheid in de komende tijden een weg moeten zoeken door een woestijn van eenzaamheid, van verlatenheid. De Witte Broederschap zal een gids moeten zijn, die in deze dagen de mensheid door de woestijn voert, zonder dat zij daarbij hun bewustzijn verliezen, verhongeren en verdorsten of krankzinnig worden. Wat ik hier zeg, betreft zowel het innerlijk van de mens als zijn uiterlijke omstandigheden. Men zegt wel, dat Jezus aan het kruis geroepen zou hebben: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt gij Mij verlaten”. Dit is een versie, die, zoals u bekend zal zijn, door ons wordt bestreden. Een dergelijke kreet verwacht ik te horen bij vele mensen in de komende tijd. Vooral juist bij mensen die eerlijk geestelijk hebben gestreefd, hebben gewerkt en gezocht naar een geestelijke waarheid, maar toch in idealen bouwden op deze wereld. Ook zij zullen zich dus verlaten gevoelen. Maar in die verlatenheid komt de beproeving van de wanhoop. Wordt die overwonnen, dan vindt de mens een nieuwe God: Niet meer de Vader in de hemelen, maar de gezel, die met je gaat. Dan is er niet meer de algemene wetgever, die ons eens zal verheffen tot zijn hemels Jerusalem, maar zal er in de mens opeens een bewustzijn ontstaan van een hemel, waarvan wij allen reeds deel zijn.

Het is of de tijd krimpt. Steeds sneller gaan de ontwikkelingen voort, steeds wanhopiger trachten wij in onszelf begrippen van hoogheid en heiligheid te behouden. Steeds wanhopiger zoeken wij ook naar die stellingen omtrent innerlijke waarden, waardoor wij bevrijd kunnen zijn. Het schijnt ons nutteloos voort te gaan, omdat daar, waar wij God vermoeden, ons nog slechts de leegte antwoordt. Door deze beproeving komt het nieuwe. Want wij zijn allen geschapen als delen van een kosmisch geheel. Uit de eeuwige vlam van leven, de Lichtende kern van alle dingen, beroert ons het Licht. Steeds verheft ons de innerlijke kracht.

Wij hebben die kracht niet willen zien. Wij hebben haar alleen willen zoeken in de bron zelf, niet begrijpende, dat zij tot ons kwam en dat zij ons, wanneer wij maar aan de kracht, die ons bereikt, kunnen beantwoorden, helpen zal om de waarheid te vinden. Daardoor was God voor ons ver weg,  een eeuwigheid  en rechtvaardigheid was als een  droom. Bereiking was ons een oneindig verre tocht met onmetelijk vele moeilijkheden.

De mensheid gaat in de woestijn. Ten dele heeft de mensheid deze plaats van eenzaamheid en bezinning reeds betreden, al beseft zij dit misschien nog niet. In deze woestijn wordt de mensheid gelouterd van alle begrippen, die alleen voortkomen uit en stoelen op uiterlijkheden.

De God, die ver weg was, komt ons steeds dichterbij, zoals de zon in de steden hoog en ver aan de hemel staat, maar in de woestijn soms schijnt te dalen tot zijzelf met stralen en gloed je onmiddellijk verzengt en grijpt.

Pijnlijk is dit, maar hoezeer leer je die zon kennen, in al haar grootsheid en wreedheid, in al haar glorie, maar ook in alle kracht, die zij kan geven. Hoeveel beter hoort men het lied van de sterren in de woestijn, dan in het dagelijkse leven van een stad, in een modern en druk bestaan. De mens zal in deze eenzaamheid, in dit verloren gaan – in deze verwoesting, zoals hij dit zelf waarschijnlijk eerst zal zien – het Licht onmiddellijk bij zich en in zich vinden. Hij zal zien, hoe alle krachten die hij verwaarloosd heeft, of die hij in een gemeenschappelijk begrip meende te moeten samenvatten, nieuwe glans en persoonlijke waarde krijgen als de sterren, die de felle fonkelende juwelen zijn van de koele nachten in de woestijn.

Daarom is het zeker niet te zien als een afbraak, wanneer dat wat is veranderd. Neen. Geen vernietiging, het is de glorieuze opbouw van een nieuwe wereld. Meer nog, het is een geschenk, dat de vele leegten vult, welke nu alleen maar verhuld worden door conventies, regels, geloofsartikelen en rituelen.

Want de mensheid van deze dagen, vrienden – en gij weet dit zelf wel – is innerlijk vaak leeg. Zij heeft alleen nog maar haar geloof, haar dromen en voorstellingen, om zich aan vast te houden. Daarachter gaapt altijd weer de vraag: is dit waar? Is er een antwoord? Zelfs de meest ijverige smeken dan: “Geef mij een bewijs, o God, want ik kan niet voortgaan”.

In het breken der dingen wordt het bewijs gegeven. Het veranderen der dingen, het verliezen van zoveel, wat kostbaar schijnt, brengt de enige waarheid van het leven naar voren: een waarheid die mens en geest gelijkelijk delen. Dit is niet iets, wat wij “god” noemen. Niet iets dus, wat ver af is. Niet een onberoerbaar heiligdom in de verte, maar een vriendelijke kracht, waarin wij delen. Een kracht, die met ons gaat, een Licht, dat ons gelijktijdig misschien ontdoet van veel, dat overbodig is, maar ons toch ook maakt tot sterken.

Mijn vriend van in het eerste gedeelte sprak over de zendelingen, daarmede de mensen bedoelende met een meestal zelfopgelegde zending. Ik zou willen spreken over de mensen die gezonden zijn. Niet gezondenen, die zichzelf als zodanig beschouwen, maar de boden die uit een onbereikbare verte komende, de mensheid opeens het spoor geven, wanneer de mens dreigt in zijn eenzaamheid en verwarringen te verdolen.

Er zijn in de woestijn velen, die reizen. Ook in de woestijnen van de geest. Onder hen zijn er, die weg en doel nauwkeurig kennen en de baan vele malen hebben afgelegd. Zij zijn het, die steeds weer bij u langs komen en u aanmoedigen om vol te houden, niet enkel maar naar buiten toe, maar ook naar binnen toe. Want hoe kun je tot de noodzakelijke innerlijke harmonie komen, tot de noodzakelijke eenheid van alles, wat je tot nu toe in je begrip gescheiden hebt als stof en geest, wanneer je niet voortdurend de steun krijgt van een stem, die je zegt: “En toch is dit de juiste weg”.

U leeft in een wereld waarin veel opeens op onverklaarbare wijze onzeker wordt, waar de tekens van vernietiging en verwoesting dreigen, maar waar ook de tekenen van verlichting en opbouw kenbaar zullen zijn. Wie zoekt naar een bewijs in zichzelf, wie zoekt zelfs naar een bewijs in de wereld, zal dit verwerven.

Mijn boodschap van heden is noodgedwongen kort. Er is niet, zoals wij eigenlijk gehoopt hadden een gast, die u reeds iets kon zeggen wat de Raad van Broeders heeft besloten. De groten, ook van onze groep, zijn nog bijeen want de zekerheid, waaruit zij werken, moet worden tot de eenheid, waarin zij werken. Toch durf ik u reeds te zeggen, dat de schaduwen van vrees snel voorbij zullen gaan. De vrees van eenzaamheid, de vrees niets te bereiken, de twijfels aan jezelf gaan voorbij, sneller dan u verwacht. Want datgene, wat nu geboren wordt, de werking, die je nu nog niet beseft, wordt duidelijk voor hen die enig inzicht hebben, zodra het spel der veranderingen waarlijk begint.

Ik wil u niet spreken over de noodzaak tot het verkrijgen van een zeker zelfbewustzijn, maar wel over de noodzaak te komen tot een grotere zelfkennis. Gij, mijne vrienden, ontkent in uzelf veel van u zelf, dat toch waar is. Gij ontkent veel van uw leven en beleving, wat toch voor u belangrijk is. Gij zoekt naar rechtvaardiging voor veel, waarvan gij weet, dat daarvoor geen rechtvaardiging bestaat. Die dingen worden aangetast. Het is daaruit, dat uw groeiende wrevel, uw onrust, onzekerheid en zelfs de tegenslagen die u schijnen te treffen van alle kanten, voortkomen. Maar wanneer gij dit wilt aanvaarden en erkennen, dan is daar reeds nu de zekerheid aan verbonden van een kracht zonder einde. Niet een willekeurige kracht, of een belofte voor iets, dat eens komt, ergens anders, maar een kracht van heden, van uzelf, een kracht, die reeds nu uit u spreekt. Hoe meer gij deze kracht kunt aanvaarden, hoe meer gij de waarheid kunt beseffen omtrent uzelf en omtrent deze kracht in u, hoe sterker gij zult zijn. Zoals wel meer werd gezegd: dit wordt de tijd der wonderen. Het onmogelijk schijnende wordt mogelijk, het onbegrijpelijke geschiedt omdat de mens in deze tijd voor het eerst zal leren, juist in eenzaamheid en vaak in wanhoop, het Licht te puren en zijn koers te zetten. Voor het eerst zal hij ook leren in de plaats van de grote wereld rond hem het gezelschap te aanvaarden van die ene Grote Kracht, die reeds altijd met hem was, maar die eerst nu voor hem gaat leven.

Ik zeg u niet, dat gij gelovigen zult worden, maar wel, dat gij tot verlichten zult worden, of gij dit nu wilt of niet. En wanneer het Licht dan te fel is en gij wilt het nog niet aanvaarden, zo zal het u verzengen en verdorren als het de reizigers in de woestijn doet in de gestalte van de gloeiende zon. Kunt gij echter dit Licht aanvaarden en deze eerste openbaring van eigen onwaardigheid en onvolledigheid verwerken, zonder uzelf met uw onvolmaaktheden te verbinden, dan zult gij waarlijk verlicht zijn en zien door het Licht, zoals men de schoonheid en de gevaren van zijn weg kan zien in het schijnsel van de zon. En een belofte bevat het Licht lang voor gij zover op uw weg zijt gekomen, bemoedigt het u reeds door u de oase te tonen, waarin gij zult kunnen rusten.

Dit is een tijd, waarin alle afbraak alleen maar het begin is van een opbouw. Het is de tijd, waarin schijnbaar verval en onzekerheid slechts voeren kunnen tot vernieuwing en weten. Het is een tijd van grote verantwoordelijkheden, maar ook een tijd, waarin elk vrijelijk aanvaarden van en dragen van verantwoordelijkheid zo rijkelijk beloond zal worden, dat men het zich nu niet eens voor kan stellen. Dit is een tijd, waarin het noodlot zijn rol speelt: geen vreemde willekeur, maar een gebeuren dat het u mogelijk maakt, met uw karma en alle noodlotsverhoudingen, die nog uit het verleden stammen. In zeer korte tijd zult gij met uw verleden afrekenen. Met alle onevenwichtigheden. Voor sommigen zal dit misschien zeer zwaar zijn. Maar wanneer gij weet dat dit alles kort en fel is, terwijl gij beseft juist hierdoor opnieuw te kunnen beginnen, dat hierdoor belemmeringen, die bestaan voor bewustwording, innerlijk begrip en stoffelijk leven, zult zien wegvallen, dan zult gij toch misschien wel vreugdig zijn.

Denkt daarom aan alle dingen, die besproken zijn vanavond, niet als iets, wat angsten wekt.

Denk er aan als aan een zere kies, waarmee je naar de tandarts gaat: Het is vervelend. Maar als hij er dan eenmaal uit is, hoe heerlijk opgelucht voelt men zich dan niet.

Daarom besluit ik met woorden, waarvan gij de waarheid eens zult beseffen: Dit is een vreugdige, grote belangrijke tijd; daarin te mogen leven is een zegen.

 

 

image_pdf