De zeven stralen

‘Kosmische Werkingen’ (hoofdstuk 4) – 1969-1970

 Dit is een bekende uitdrukking, die wij in verschillende esoterische werken aantreffen. Het is een begrip, waarmee de meeste mensen niet helemaal raad weten. Er bestaan verschillende versies over, o.a. van Alice Bailey, maar de essentie van de kwestie van de 7 stralen is eigenlijk nooit helemaal goed begrepen. Als ik vandaag probeer u iets over die 7 stralen te vertellen, dan is dat natuurlijk ook over de beïnvloeding, die men daarvan op aarde zal ondergaan; maar toch wel in de eerste plaats over de origine, de werking en ook de diversiteit van die stralen. Want wij gebruiken nu wel het getal 7, een heilig getal, maar eigenlijk zijn er veel meer dan 7, als wij alle werkingen afzonderlijk willen bezien. En als wij het willen terugbrengen tot de hoofdwerkingen, dan komen wij altijd weer terecht op een en dezelfde kracht in verschillende variaties.
Wij hebben geestelijk gezien de goddelijke Kracht. De goddelijke, die Kracht valt uiteen in een aantal eigenschappen (zo beschouwen wij dat dan maar) die dan weer kunnen worden ontleed in zeer specifieke waarden, welke zich aan ons als persoonlijkheden kunnen voordoen. Wij noemen dergelijke persoonlijkheden dan meestal Heren van het een of ander. In het geval waarover wij nu spreken zijn het de Heren der Stralen, ook wel de 7 Heren der Stralen.
Ik probeer dit zo duidelijk mogelijk te zeggen, opdat u zult begrijpen dat er helemaal geen sprake is van werkelijke omschreven persoonlijkheden, zoals men b.v. een mens ziet. Het zijn wezens, die veel sterker verbonden zijn met de oerkracht dan wij; althans meer bewust daarmee verbonden zijn. Ik heb wel eens het gevoel, dat zij eigenlijk eerder het brandpunt zijn van een bepaalde projectie van de goddelijke Gedachte. Dezen zijn dan de originators van de geestelijke krachten, die wij de 7 Stralen noemen.
Maar op aarde heb je nog met andere stralen te maken. Wij hebben een zonnestelsel aan de buitenkant van een sterrennevel. Daarin is een enorm grote dichtheid van sterren. Deze sterren hebben vaak een massa, die het miljoenvoudige is van de massa van uw eigen zon en die is al onmetelijk. Van deze zeer grote centrale sterren zijn er een aantal, die elkaar onderling beïnvloeden. Zij spelen een spel, een soort dans door de kleinere sterren heen, die wij ongeveer kunnen vergelijken met de dans van de planeten. Er is geen vaste beweging; er is een voortdurend schijnbaar weer op de baan terugkeren en schijnbaar weer verder gaan. Zouden wij vanuit het centrum de zaak beschouwen, dan is het waarschijnlijk wel een zeer regelmatige beweging. Maar wij hebben nu eenmaal te maken met het zonnestelsel en de invloed, die daar wordt ontvangen.
Nu hebben die grote sterren in de eerste plaats een voortdurend ander evenwicht; en dit betekent dat de straling, die daarvan naar buiten doordringt, op een bepaald punt en op een bepaald moment kan variëren. De variaties van deze straling noemen wij ook stralen en duiden ze met dezelfde kleuren aan als de 7 Stralen.
De werking echter is niet continu. Dat kunt u zich ook wel voorstellen. Er zijn onnoemelijk veel sterren, planeten, kometen, stofwolken en andere verschijnselen in dit Melkwegstelsel en vele daarvan absorberen licht of buigen licht af, vangen straling op of reflecteren die.
Wanneer een grote massa sterren tussen de baan van de zon en haar planeten en dat kernstuk staat, dan zal er dus een zeer diffuse of zachte straling ontstaan. Is er een ogenblik wat zo nu en dan voorkomt dat er even een directe straling optreedt, dan heeft die straling ineens minstens een tienduizendvoudige intensiteit. (Het zal waarschijnlijk nog iets meer zijn.) Ze komt bovendien sterker gericht aan en dan krijgen wij te maken met iets, wat doet denken aan een stralenbundel.
U kunt het zich misschien zo voorstellen: Als wij een spleet hebben tussen de gordijnen en er komt een auto voorbij, dan trekt het licht van de koplampen door de kamer heen en beroert achtereenvolgens de verschillende voorwerpen. Op dezelfde manier beroert een dergelijke straal de delen van het zonnestelsel, ook de aarde afzonderlijk. Als die periode van lange duur is, dan kan de aarde misschien vier, vijf of tien omwentelingen maken, misschien wel honderd, terwijl die kracht blijft voortduren.
Maar het kan ook voorkomen, dat er maar een zeer korte flits is, zodat slechts één continent daardoor wordt getroffen. Dit betekent, dat die stoffelijke stralen eigenlijk onregelmatig en moeilijk bepaalbaar zijn.
Hetzelfde geldt voor de geestelijke werkingen, die van de Heren der Stralen uitgaan. Wij hebben bepaalde dingen kunnen opmerken en ik zal trachten die puntsgewijs vast te leggen.
Er is een zekere overeenkomst te vinden tussen geestelijke werkingen en de inwerking van de straling, die uit het centrum van het Melkwegstelsel de aarde bereikt. Wij nemen dus aan, dat er ergens op de één of andere manier ofwel een synchroniteit bestaat (dus dat een geestelijk geheel en een materieel geheel gelijkzijdig draaien en zich ontwikkelen), dan wel en dat lijkt ons waarschijnlijker dat de stoffelijke straling de receptiviteit van de aarde voor de geestelijke straling verandert.
U heeft hier dan al een kleine voorstelling van wat die stralen zijn.
Zoals ik reeds heb gezegd: de differentiatie, die wij van de 7 Stralen maken, is eigenlijk meer mythologisch dan reëel. Want je kunt werken zoals wij dat heel graag doen met 3 Stralen, die wij dan afzonderlijk positief en negatief uitdrukken plus één hoofdstraling of witte straling; dan hebben wij n.l. ook 7 Stralen. Andere systemen geven er de voorkeur aan om de kleuren van de regenboog ervoor te gebruiken. Er zijn alchemistische systemen, waarin men de 7 oude planeten gebruikt om deze stralen weer te geven. U ziet, keuze te over voor de aanduiding. Maar de aanduiding zegt eigenlijk helemaal niets over de straling zelf. Als ik hier dan het systeem van de Orde aanhoud, dan doe ik dit om een zekere eenheid te krijgen met alle andere lezingen, die door ons zijn gegeven. Ik ga proberen u in de eerste plaats het mechanisme uit te leggen.
Er is in het centrale deel van het melkwegstelsel een zodanige situatie ontstaan, dat een zeer hoog frequente straling op de aarde wordt gericht. Zij treft de aarde vol, maar ze wordt daarbij voor een deel mede beïnvloed door de zon; ze gaat vlak langs de zon. Het resultaat is, dat de onregelmatigheden van de protuberansen van de zon inwerken op die straling. Zoals een rooster in een radiolamp a.h.w. de fluctuatie bepaalt van de electronenstroom, die door de positieve pool wordt uitgestoten.
Die regeling betekent, dat de frequentie van de zon zelf in versterkte mate wordt overgebracht op de aarde, doordat hier de zonnekracht eigenlijk moduleert wat op zich een veel sterkere straling is. Het resultaat is, dat wij op aarde te maken krijgen met een invloed, die vooral psychisch is (fysiek merk je er heel weinig van) en een enorme vitaliteit veroorzaakt. Als de zon erbij betrokken is, dan spreken wij misschien wel verkeerd van levenskracht; en dat vertalen wij dan als geel of gouden licht. Deze fysieke verandering, die wij ondergaan is dus ook een openstaan voor vitaliteit. Wij zijn receptief geworden voor alle krachten, die met leven, met intensiteit van leven te maken hebben. En dat impliceert, dat alle geestelijke krachten, die op dat gebied werkzaam zijn, nu plotseling de mogelijkheid met ons te communiceren.
Nu stel ik het mij als volgt voor: Er is een continue uitstraling van de goddelijke Gedachte in de verschillende sferen. Deze wordt onderscheiden volgens de normen van de Heren der Stralen. Maar dit overal aanwezige is in rusttoestand, zoals het water in uw kraan ook pas begint te stromen, als de belemmering is weggehaald. Op dezelfde manier wordt nu plotseling in een groot gedeelte van de mensheid die behoefte aan levenskracht, maar ook het openstaan voor levenskracht en levensvreugde groter. Het resultaat is, dat de werking van deze geestelijke Heer (Heer van het gele licht) op de mensheid inwerkt.
Dan moeten wij ons nog afvragen: op welke wijze werkt zij in? Want wij zouden ons kunnen voorstellen, dat dat gele licht hoofdzakelijk groeikracht, betekent. Maar we kunnen ons ook voorstellen, dat het hoofdzakelijk geestelijke groei, geestelijke ontwikkeling betekent. In beide gevallen is, diezelfde levenskracht noodzakelijk; is dezelfde werking aanwezig.
Als de krachten op de aarde zelf materieel gebonden zijn, zal juist de mate van materiële bezigheid bepalen dat er een geestelijk vacuüm bestaat. Ik wil niet zeggen, dat er helemaal niets is, maar er is een ruimte die gevuld kan worden. Daar bij de mens de instelling zeer sterk op de materie is gericht, kan hij onbeperkt de geestelijke energie opnemen. Draaien wij het om: Is iemand zeer intens geestelijk bezig, dan kan hij deze kracht nooit in haar positief geestelijke, haar totale vorm accepteren. Hij is daarvoor door zijn bezigheden afgesloten. Hij krijgt dus de meer materiële vorm. De mens zal misschien meer kracht krijgen, meer levensenergie, die dan op den duur natuurlijk het geestelijk werk gaan frustreren. Dat is meestal het gevolg daarvan.
Hier blijkt dus, dat positief en negatief hoofdzakelijk worden bepaald, door de ontvanger en dat de kracht van de straling in ieder geval mede wordt bepaald door een materiële stralingsbron in het Melkwegstelsel.
De Stralen, zoals wij ze onderscheiden kent u. Ik zal ze eenvoudigheidshalve nog even opsommen. Wij spreken over:
Blauw: indien wij alle stralen of krachten bedoelen, die met geestelijke of mentale activiteiten te maken hebben.
Rood: alle gevoelswaarden, hartstochtwaarden, geestelijk zowel als stoffelijk;
Geel: levenskracht.
Wit: indien we onversneden kosmische kracht krijgen, die in feite alleen de dingen scherper accentueert.
Daartussen liggen heel veel kleurmogelijkheden.
Wij kunnen spreken over het groene licht. Maar dit is altijd een menging van twee werkingen; vanuit ons standpunt dan. Eigenlijk is het groene licht ook wel afzonderlijk te beschrijven, maar het zou te omslachtig worden. Want dan zouden wij aan elke denkbare kleur of tint, die kan worden vertaald in een mentale reactie of in een bepaald proces op aarde, een afzonderlijke Heer moeten toekennen en dan zou het de heirscharen der Heren worden. Om het dus eenvoudig te houden blijven wij bij de 7 Stralen.
Stel nu, dat wij te maken hebben met een kracht, die ook weer uit het centrale stelsel komt en die een carambole maakt. Ze raakt b.v. Mars (die staat t.o.v. de aarde bijna aan de andere kant van de zon), weerkaatst vandaar naar Mercurius en van Mercurius uit raakt die kracht de aarde. Wat is er dan gebeurt? Dan hebben wij te maken met een straal, waarin een dubbele modulatie aanwezig is. En deze dubbele modulatie zal zeer waarschijnlijk ten gevolge hebben: een sterke materialistische bewogenheid van de mens. Zijn driftleven in hogere en lagere zin ligt in de modulatie, die wij van Mars verwachten.
Alle kwesties van zakelijkheid, bezit en kleingeestigheid moeten wij bij Mercurius zoeken. Mercurius is nu eenmaal de Heer van de dieven zowel als van de handelaren. (Vroeger konden ze dat verschil kennelijk niet precies zo vinden als tegenwoordig nu daarvoor een Burgerlijk Wetboek bestaat). Die invloed zal dus laagrood zijn.
Dan moeten wij proberen duidelijk te maken wat er nog meer bij kan komen. Wij zeggen dan in zo’n geval: dit is eigenlijk geen rood meer, dit is vies rood ofwel bruin rood. Dat zegt niets van de kleur of de werking, maar alleen dat wij die rode invloed ervaren als onaardig, onprettig, een beetje gemeen. Zoiets van laten wij nu maar in de goot gaan liggen.
De kwestie van groen (geloof) zouden wij op die manier ook kunnen ontleden. Nu is er bij geloof, dat is vreemd, altijd een zonnestraling mede in het geding. Maar hier blijkt iets anders. Dat geloofswaarden, ook zonder dat die krachten uit het centrum van dat nevelstelsel optreden, afzonderlijk als geestelijke waarde kunnen werken. Het geloof kan dan in de mens wonderen tot stand brengen. Je kunt dus iets zo sterk geloven, dat je het voor jezelf waar maakt. Dat je zegt: Ik ben niet ziek, ik ben gezond. En dat je zo jezelf gezond maakt. Maar je kunt ook niet geloven: ik heb hier een mangopit en dat wordt nu een boompje.
Stel nu, dat dit geloof gepaard gaat met een kracht, die via de zon komt uit de kosmos, uit het Melkwegstelsel en dat daarbij een zeer sterke weerkaatsing of reflex komt van bij voorkeur Saturnus en Jupiter.
Wat heb ik dan? Dan heb ik een uitdrukking: van diezelfde kracht, die ook de materie oriënteert.
En nu het vreemde, op het ogenblik, dat die afzonderlijke geestelijke werking, die alleen in en voor mij werkt, en deze materiële conditionering, die voor de hele aarde werkt beide op eenzelfde moment actief zijn, kan mijn geloof dingen buiten mij waar maken. Daarmede weet u misschien niet veel van de Heren der Stralen, maar het zal u misschien toch wel beginnen te dagen. Er is kennelijk in dit geheel toch wel een regel te vinden en ik zou die als volgt willen stellen:
1.Als een stoffelijke werking, komende over het algemeen uit het centrum van het Melkwegstelsel, de aarde beroert gelijktijdig met de in de mens reeds aanwezige harmonie met een geestelijke straling, dan zal er mits de waardering voor beide gelijk zijn een wisselwerking tussen buitenwereld en mens ontstaan, die niet meer alleen is gebaseerd op de zuiver materiële wetten, maar waarin de scheppende of vormende kracht van de geest plotseling in de materie zeggenschap heeft. Dat is dus een magisch element.
2. Op het ogenblik, dat ik opensta voor een geestelijke kracht, zal deze kracht, zich in mij ontwikkelen. Dit heeft niets te maken met de vraag, of deze straling voor de gehele aarde op dit ogenblik actief is. Slechts waar het de meer materiële stralingen of werkingen aangaat, ben ik afhankelijk van datgene, wat de aarde bereikt.
Ik kan dus voor mijn geestelijk leven te allen tijde met alle stralen werken. Maar als de aarde wordt beroerd door een straal, die in mij actief is, dan ontstaat er pas de mogelijkheid daarmee wat op de wereld tot stand te brengen.
Nu heb ik te maken met de Heren der Stralen. Hoe moeten wij ons die voorstellen? Het zijn in elk geval geen persoonlijkheden, Maar je zou het je misschien als volgt kunnen voorstellen: wanneer je een oude koolspitsbooglamp hebt, dan zitten daar twee heel normale koolstaafjes op een bepaalde afstand van elkaar. Als er electrische stroom op staat, dan beginnen die staafjes een vonkenboog te trekken. Tussen de koolstaafjes staat dus een vonkenboog, die je tot een bepaalde grootte uiteen kunt schroeven, zodat ze een bepaalde intensiteit heeft. Stel u nu eens voor, dat de Heren der Schepping (zoals wij hen aan noemen), de Heren van de Stralen, de Heren van Wijsheid en alle andere Heren eigenlijk niets anders zijn dan gefixeerde delen van de eeuwigheid. Ze zijn dus delen, die in de eeuwigheid, in het goddelijk Totaal bestaan. Wanneer tussen delen van die bestaande eeuwigheid, iets wat wij dan tijd of goddelijke Scheppingsdrang of goddelijke Gedachte kunnen noemen actief wordt, dan trekken ook zij een soort vonkenboog. Dat wil zeggen: het onkenbare verschijnsel “tijd” of het onkenbare verschijnsel “goddelijke Kracht” wordt plotseling een soort lichtbron.
Indien wij voorts daarbij zouden kunnen aannemen dat je met verschillende soorten elektroden een beïnvloeding van de kleur van dit licht kunt krijgen, dar zou je daaruit kunnen concluderen: verschillende delen van een goddelijke werkelijkheid zijn t.o.v. elkaar zo georiënteerd dat voor ons, die leven in de tijdstroom, het tijdsverschil daarin plotseling tot een licht wordt, dat ons in feite niet de eeuwigheid weergeeft maar slechts duidelijk maakt waarin die eeuwigheid voor ons een bepaalde gaping, een hiaat bestaat.
Dan wordt het dus ook een filosofische kwestie. Iemand, die werkelijk helemaal bewust is, is niet afhankelijk van de stralen die de aarde beroeren. Duidelijk. Hij kan zich daar gemakkelijk op instellen of bij aanpassen, dat zij hem niets doen. Het is als een zwemmer die zo goed kan zwemmen dat hij eenvoudig zijn slag en beweging regelt naar de stroom, de golfslag.
Als hij dat nu maar doet, kan hij rustig doorzwemmen. Er gebeurt niets. Maar iemand, die slecht kan zwemmen, wordt door elk stroompje en elke kabbeling in moeilijkheden gebracht. Hij moet vaak zijn koers wijzigen om toch nog te kunnen doorzwemmen. Zo gaat het met degenen, die minder bewust zijn. Zij worden in een bepaalde richting gedreven.
De waarde van de straling voor de aarde kun je dan als volgt definiëren: In de straling, die wij blauw noemen hebben wij het technisch denken. Een technisch denken, dat de mensheid beheerst, bepaalt de wijze waarop de mensheid haar problemen oplost en daarmee ook het uitgangspunt voor alle verdere bereiking.
Een geestelijk blauw (ook wel eens heel vriendelijk violet of paars genoemd) betekent echter een filosofisch, een emotioneel veranderen van standpunt. Een constructie dus, die in de mens plaatsvindt, waardoor zijn levensbeschouwing verandert. Wij noemen dit geestelijk, omdat daarin kennelijk de waarde van onze, eigen geest ook een grote rol kan spelen.
Het rode licht. Wanneer dit materieel is (ik heb het zo even in het voorbeeld) dan krijgen wij te maken met hartstochtelijkheid. Maar het typerende ervan is: in zijn lagere vorm betekent het onbeheerstheid. Dus niet alleen hartstocht maar ook onbeheerstheid. Krijgen wij hetzelfde, in de hogere vorm, in het lichtend rood dat men ook wel eens als moed e.d. probeert te omschrijven dan hebben wij te maken met dezelfde emotionaliteit, maar nu beheerst en geleid door een innerlijk principe.
Hebben wij te maken met het gele licht, dan is het precies hetzelfde. Het werkelijk felle, gele licht het gouden licht) is geestelijk. Het werkt in de eerste plaats via de geest. De beïnvloedingen daarvan gaan verder via het zenuwstelsel. We zouden het dus kunnen zien als een energie van geestelijke geaardheid, die in de mens ten dele kan worden veranderd in zenuwenergie.
Hebben we te maken met het z.g. vaal gele licht, dan heeft dit een materiële werking. Deze toont zich dus niet in de eerste plaats als iets wat in ons plaatsvindt, maar b.v. als een verandering van de hoeveelheid prana in de lucht, die ons omringt. Prana is ook levensadem; het heeft iets te maken met geladen ozon. Dus een kleine wijziging in de zuurstof, daarop komt het neer. Daardoor krijgen wij lichamelijk een grotere levenskracht.
Hebben wij een geestelijke levenskracht, dan moeten wij allereerst weer een verheldering verwachten van alles, wat er voor ons aanwezig is. Hebben wij te maken met de stoffelijke
Levenskracht, dan hebben wij niet alleen veel meer energie, maar wij weten lang niet altijd wat wij ermee mee moeten doen. En als we denken dat wij het weten, doen we meestal het verkeerde ermee. Dat ook nog.
Blijft ons over het witte licht. Het witte licht wordt, vreemd genoeg in deze theorieën nooit in tweeën gedeeld. Je spreekt dus niet over het diamanten of verblindende licht en het witte licht, omdat de hoogste werking van het witte licht voor de mens onaanvaardbaar is.
Je kunt er eenvoudig niet in doordringen; het zegt je niets.
We spreken daarom gewoon over het witte licht als een eenheid, ofschoon het eigenlijk materieel is. Het is dus sterk met de materie verknoopt. Wanneer het optreedt, zien wij de dingen helderder, maar gelijktijdig worden tegenstellingen ook scherper.
Dieren b.v., die elkaar’s vijanden zijn onder normale condities, zullen tot extra vijandigheid komen in de periode, dat het witte licht werkzaam is. Dieren, die normalerwijze elkaar tolereren, kunnen onder diezelfde invloed misschien vriendschappelijk worden. U kunt dit zelfs in de dierentuinen zien. Als we gaan kijken in de kooi van de primaten (apen), dan zult u zien dat er perioden zijn dat bavianen hun soortgenoten en vooral anderen hevig willen aanvallen. Ze klimmen tegen hun kooien op, ze schreeuwen, ze dreigen, ze laten de tanden zien. Gaat u gelijktijdig eens kijken naar b.v. de chimpansee die een intensief stamleven heeft, dan ziet u dat die chimpansee onder invloed van het witte licht tegen alles wat chimpansee is en vaak ook nog tegen een gorilla heel vriendelijk gaat doen. Het is net of hij zegt: hier ben ik. Mag ik mij even voorstellen, ik zou ook graag bij de club horen. Dan zitten ze vriendelijke signalen uit te wisselen. Hoe komt dat? Kennelijk is er iets, wat op het gehele organisme van die dieren inwerkt.
Nu hebben wij daartussen allerlei mengkleuren: laten wij het maar heel eenvoudig maken en aannemen dat een mengkleur ontstaat, wanneer twee van de hoofdwaarden actief zijn. Dat is natuurlijk niet helemaal juist, maar het is de eenvoudigste voorstelling. Dan kunnen wij ons voorstellen, dat we op een gegeven ogenblik een blauw licht krijgen dat gemengd is met een sterke emotionaliteit; dus lichtend rood. Wanneer die twee krachten gelijktijdig optreden, krijgen wij een mystieke werking. Wij krijgen dan te maken met mensen, die door hun emoties tot een totaal nieuw besef komen, een totaal nieuw wereldbegrip en vaak ook tot belevingen; want het rood houdt ook beleving in. Dan wordt het ook duidelijk waarom de mysticus nooit zijn mystiek volkomen duidelijk kan verklaren. Je kunt wel over vele dingen mystiek spreken, maar je kunt het nooit helemaal verklaren, om de doodeenvoudige reden dat een groot deel van de mystiek in feite een gevoelswaarde is.
Dan hebben wij geloof. Dat kunnen ook twee kleuren zijn. Laten, we zeggen blauw en geel: levenskracht. Er is een zodanige hoeveelheid levenskracht in mijn denken binnengedrongen, dat voor mijn denken die levenskracht een aparte persoonlijkheid krijgt, primair wordt. En in dit primair zijn van de levenskracht ervaar ik dan a.h.w. God. Het Onkenbare krijgt dus voor mij in de vorm van energie, van levenskracht, gestalte. Ik kan er vaak ook veel mee doen. En zo kun je alle kleuren mengen, die je maar wilt.
Deze tussenkleuren zijn eigenlijk niet te gebruiken om een Heer van een bepaalde straal aan te geven. Ze zijn ook niet te gebruiken om te zeggen wat er precies aan de gang is. Wij kunnen wel aannemen, dat er sprake is van tenminste twee verschillende hoofdkrachten of werkingen daarop gelijkend, die op aarde actief zijn.
Nu kunt u zich misschien voorstellen, dat er gelijktijdig twee bundels licht (dus twee verschillende stralingen) van die sterrenmassa komen en de aarde bereiken. Wat gebeurt er dan? Er kan dan door de mens vaak niet zo gereageerd worden, dat er een absolute harmonie met één van die kosmische principes, één van die Heren ontstaat. Het resultaat zal zijn, dat de geestelijke beleving van de mens aanmerkelijk lager komt te liggen. Hierdoor zal hij met beperkte en vaak primitieve voorstellingen
stoffelijk heel grote resultaten kunnen bereiken, maar alleen onder die omstandigheden. En aangezien hij dat niet begrijpt, vraagt hij zich later altijd af, hoe het komt dat het de ene keer wel ging en de tweede keer niet.
Draai het nu om. Zeg, dat twee geestelijke krachten op de een of andere manier zo actief zijn, dat u ze beide kunt ontvangen. Dan zullen de waarden van die twee bepalen op welke manier u met de stoffelijke kracht, die de aarde beroert, kunt werken. Laten we zeggen: de aarde wordt beroerd door de rode kracht. Heel veel opwinding en heel veel trammelant. Nu is hier het blauwe licht en het gele licht werkzaam.
Wat is het resultaat? Voor u is het resultaat, dat u juist uit die verwarring een nieuw ideaal put, een nieuw denken, en vanuit dit denken voor u het brandpunt van de geestelijke werkingen en daardoor het middel om ze uit te stralen domineert over de hartstochten. U kunt die hartstochten niet bedwingen, maar u kunt, ze wel kanaliseren.
Hier heeft u een heel typisch voorbeeld. Ik kan dus kennelijk te maken hebben met meer geestelijke waarden, die in mij actief zijn en daardoor verandert het totaal van mijn mogelijkheden en mijn instelling tegenover de stralen, die de aarde beroeren.
Om de zaak af te sluiten zou ik u willen vertellen hoe dat zit met een Heer van een Straal.
Ik heb al gezegd: het is geen persoonlijkheid. Het is eigenlijk meer een hiaat in een gefixeerde eeuwigheid, die door ons beleven in tijd voor ons bestaat.
Wanneer een Heer van een Straal actief is in ons leven (dat zou kunnen door een bepaalde verwantschap), dan zal de gehele tijd dat wij in de materie bestaan alles, wat met die straal te maken heeft ons bijzonder sterk beroeren. Alles, wat uit een andere kracht uit de kosmos wordt geprojecteerd, uit een andere Heer van een Straal voortkomt, wordt door ons geïnterpreteerd volgens de waarde van de straal, waartoe wij behoren. Daarom zeggen wij wel eens dat een straal onze straal is. Dan zegt men: Ik zit op de eerste, de tweede enz. straal. Ik vind dat geen prettige formulering. Want het is helemaal niet belangrijk tot welke straal je behoort. Het is alleen belangrijk wat je ermee doet.
Ik behoor dus tot een bepaalde straal. Hoe kan dat? Wel, die straal is een geestelijke waarde. Die geestelijke waarde kan overeenstemmen met een harmonie, die ik geestelijk in een sfeer heb gevonden. Nu incarneer ik terwijl ik in harmonie ben met die straal. Dan zal dit invloed hebben op mijn karakter op aarde. Het zal zelfs de genetische keuze, bepaalde patronen van het lichaam mede helpen bepalen, al domineert het niet.
Het betekent verder, dat die geest een intentie heeft, welke door die straal wordt bepaald. Die mens leeft dus op aarde eigenlijk helemaal afgestemd op alles wat met die straal te maken heeft.
Elke straal stoffelijk of geestelijk van dezelfde geaardheid wordt door die mens bijzonder intens ervaren. Als iemand dus behoort tot de rode straal en hij krijgt de rode invloed uit de kosmos hier op aarde, dan is dat iemand, die veel gemakkelijker explodeert. Kortom, die mens is op dat ogenblik vergeleken bij een zevenklapper een soort Krakatau van temperament. Hij zal alles wat in zijn leven komt of het nu geloof is, wetenschap of iets anders beschouwen vanuit het principe van die, rode straal; en dat is iets wat wij vooral moed kunnen noemen. Het is dus een vermogen om werkelijkheden onder ogen te zien. Die mens zal heel vaak een vrijdenker zijn. Maar als hij gelooft, dan zal zijn geloof een vrij geloof zijn; en niet alleen innerlijk een vrij geloof, maar ook naar buiten toe. Op deze manier is onze verwantschap met de Heren der Stralen dus nog wel interessant.
Nu zitten er al enkelen hier te popelen: welke straal heb ik? U weet heus zelf wel op welke manier u leeft en denkt, hoe u reageert op uw medemensen.
Als u b.v. zeer scherp bent in uw beoordelingen, dan zult u tot de rode straal behoren. Want dat is wel moed, maar het is gelijktijdig een zeker conservatisme; je gaat alleen van jezelf uit.
Bent u bijzonder geneigd alle standpunten wel te accepteren en gaat u toch een beetje uw eigen weg ongeacht wat u van anderen accepteert? Waarschijnlijk behoort u tot een blauwe straal.
Bent u vooral zeer geïnteresseerd in alles wat met leven te maken heeft? Zijn planten, dieren en mensen voor u belangrijk, veel meer dan dode dingen? Heel waarschijnlijk heeft u de gele straal.
Bent u zo’n beetje een cynisch type? Bekijkt u alles wel kritisch maar aan de andere kant bijzonder eerlijk en bent u gelijktijdig nogal tot hulp bereid? U bent dan waarschijnlijk een van de gelukkigen, die het witte licht tot straal hebben. Op deze manier kunt u dat wel overzien.
Heeft u contact met een Heer van een Straal en weet u dat eenmaal (u moet het eerst maar eens te weten komen zelfonderzoek schaadt niemand), dan kunt u erop rekenen dat elke kosmische golf van meer materiële aard, die de aarde beroert door u beoordeeld kan worden op mogelijkheden aan de hand van hetgeen u weet te zijn. Alles, waarmee u een harmonie heeft die gelijk is aan uw geestelijke instelling, kunt u gebruiken om de aarde te domineren.
Heeft u te maken met andere kleuren, dan ontstaat er tussen uw kleur en de kleur van de invloed die de aarde bereikt een soort componentkleur. (Blauw en geel kan groen worden.) Als ik nu behoor tot de blauwe straal én er komt een levenskracht invloed, dan weet ik: ik heb niet alleen de vitaliteit die mij toch wel bereikt, maar de uiting van mijn besef, van mijn denken moet ik in deze tijd doen geschieden op geloofsbasis. En dan kan ik wel iets bereiken.
U ziet, het is zeer interessant om dit allemaal eens na te gaan. Voor de mens zelf zitten er heel veel mogelijkheden in.
Als een kleine appendix bij dit alles:
U leeft op het ogenblik in een tijd, waarin het witte licht tamelijk fel aanwezig is geweest. Nu hebben wij te, maken met de oplaaiende rode golf, die vooral in februari heel fel is. Het witte Licht blijft doorwerken. En wat krijgen wij dus? Wij krijgen een lichtend rood; d.w.z. dat een groot gedeelte van de hervormingen mede mentale en geestelijke waarden zullen bevatten, ook al zullen er gewelddadigheden en ongelukken bij de vleet zijn.
Dan krijgen we een zeer interessante invloed in mei juni. Wij hebben dan wel het afflauwen van hel witte licht, maar gelijktijdig een zeer sterk blauw licht (stoffelijk blauw) en dat zou niet alleen de wetenschap moeten stimuleren en een aantal nieuwe ontdekkingen mogelijk moeten maken, maar omdat het witte licht erbij is, zou het ook moeten betekenen dat men bepaalde aanvaarde doctrinen opzij gaat zetten. Wij zouden in de wetenschap en misschien ook op andere terreinen als politiek en geloof dingen, die niet veel van elkaar verschillen moeten verwachten dat er bepaalde nieuwe inzichten komen, dat oude dingen ongedaan worden gemaakt of op de een of andere manier terzijde worden geschoven.
Kijken wij naar de maand augustus, dan is die voor de meeste mensen een wat trage maand. Dat is ook wel begrijpelijk. Er is een lichte blauwe invloed en nog een schimmetje rood. Maar om nu te zeggen, dat het heel veel is, neen. Pas tegen het einde van de maand komt er een wit licht. En dat witte licht met die flauwe invloeden erbij gaat het idee, dat het niet gaat, dat eigenlijk overal alles tegenzit langzaam maar zeker omzetten in een besef waarom het tegenzit, waarom het niet helemaal gaat. Het is dus een periode voor zelferkenning, indien u daarvoor gevoelig bent.
Van daaruit krijgen wij een zeer felle rode invloed, terwijl het witte licht aanmerkelijk afneemt. Wij moeten dus vanaf eind september tot oktober, november rekening houden met sterke hartstochtelijkheden en daarbij met het feit, dat juist in die periode veel mensen met een enorme moed hun principes zullen verdedigen. Dat is een tijd van principieel zijn; niet met woorden, maar metterdaad. Het zou gewelddadigheden met zich kunnen brengen. Aan de andere kant, geloof ik dat de mens, die gevoelig is voor deze tendensen, juist in die periode enorm veel voor anderen kan doen. Je bereikt den anderen veel gemakkelijker.
De daarna volgende periode brengt gelijktijdig paars licht (een mengsel van rood en blauw) en een toenemend wit licht. We zouden aan het einde van het jaar rekening moeten houden met grote moeilijkheden voor alle mensen, die zuiver materialistisch willen reageren, Maar tevens met een grote verinnerlijking en een grote innerlijke rust voor de mensen, die gevoelig zijn voor die invloeden.
Ik geef u dit kleine schema summier als het is opdat u als u eenmaal weet wat uw eigen kleur ongeveer is ook volgens die kleur kunt reageren. Alle gebeuren op uw aarde wordt door die, kosmische invloeden mede bepaald. Die kosmische invloeden uit het Melkwegstelsel kunnen echter worden beheerst en gebruikt, indien wij de geestelijke krachten waartoe wij behoren of waarmee wij voldoende harmonisch zijn erkennen en vanuit het standpunt van die krachten werkzaam zijn. Dat is heel erg belangrijk.
En daarmee ben ik practisch aan het eind van mijn betoog gekomen. Ik heb getracht u in deze les een paar nuttige raadgevingen te verschaffen. Daarnaast een zeker inzicht. Het zou eenvoudig zijn u nog te vertellen over wat de kosmos aan invloeden heeft. Maar wat heeft u aan een kosmos vol invloeden, indien u niets ermee kunt doen? Als u op dieet bent, is een plaats in een gebakwinkel eigenlijk meer pijnlijk dan wat anders. Daarom zou ik zeggen: Leer eerst maar eens een klein beetje werken met de krachten van de 7 Stralen. Werk ermee en u zult ontdekken, dat u zeer veel kunt volbrengen. En als u het heeft volbracht, dan heeft u verdere lessen over de kosmos niet nodig. Want het kosmisch begrip is toegankelijk voor een ieder, die met de kracht van de Heren der Stralen weet te werken, en die de werking van de 7 Stralen op aarde heeft leren erkennen.

Kleuren

Als je spreekt over kleuren, dan bedoel je daarmee eigenlijk datgene wat niet aanwezig is. Een kleur is n.l. zoals u weet de enige frequentie, die niet wordt geabsorbeerd door het voorwerp, waaraan u de kleur toekent. Dus de kleuren die u ziet zijn er in geen geval. Het zijn weerkaatsingen. Zo zouden wij kunnen zeggen, dat alles wat wij zien als kleur en als verschijnsel eigenlijk een weerkaatsing is; het is dus wat niet wordt geabsorbeerd. En als je zo gaat redeneren, kun je een aardig eind komen.
Maar als wij het hebben over kleuren en de Heren van Kleuren, dan proberen wij een principe duidelijk te maken, wat wij beschouwen als positief. Maar is het wel werkelijk positief? Onbewust heeft de mens geloof ik de vergelijking kleur hier gevonden voor de verschillende stralen, omdat hij beseft dat die stralen de werkingen zijn, ontstaan door de absorptie van al het andere dat uit het kosmische aanwezig is. En als ik daar toch bezig ben: Wat zijn dan zo ongeveer de eigenschappen, die wij aan de stralen kunnen toekennen?
Als wij behoren tot een bepaalde straal, hebben wij een bepaalde kleur. Deze kleur hebben wij, omdat wij alle waarden uit de kosmos in onszelf kunnen verwerken, maar alleen kunnen terugkaatsen of uiten wat tot onze kleur behoort. Want een mens brengt eigenlijk alleen tot uiting datgene, wat hij niet is. Ik zal trachten het u duidelijk te maken.
Een mens, die in zichzelf alle dingen is, heeft geen behoefte ze te uiten. Om u een voorbeeld te geven: iemand, die overtuigd is van zijn eigen kracht, heeft maar zelden de behoefte om een ander met die kracht te onderwerpen. Op het ogenblik, dat hij aan zijn eigen kracht twijfelt echter, brengt hij die kracht tot uiting.
De kleine mannetjes op deze wereld hebben de neiging zichzelf tot grote mannen te verklaren. Waarom? Omdat zij van hun kleinheid overtuigd zijn. Nu kunt u zeggen: dat is een toeval. Maar overal waar u gaat kijken, vindt u precies hetzelfde.
De mensen, die innerlijk vol liefde zijn, hebben geen behoefte aan een demonstratieve uiting van liefde. Maar de moderne jeugd, die in een wereld leeft die nogal liefdeloos is, begint uiterlijk althans lief te zijn voor elkaar. Nu wil ik er meteen aan toevoegen, dat hun uiterlijkheden van lief zijn voor elkaar wel wijzen op enkele innerlijke defecten, volgens mij tenminste. Met deze voorbeelden wordt u duidelijk wat ik bedoel: wat u tot uiting brengt is datgene wat u niet bezit.
Er zijn mensen, die zich uiterlijk buitengewoon vriendelijk, lijzig en loom gedragen. In wezen zijn dat hatelijke driftkopjes. Maar ze, zijn zo overtuigd dat die energie er is, als het nodig is, dat ze geen behoefte hebben om dit tot uiting te brengen. Wij uiten vaak precies het tegendeel van wat wij zijn
Als wij daarvan uitgaan, kunnen wij ook beter begrijpen wat de stralen met die kleuren betekenen. Als wij het hebben over een groene straal en ik behoor daartoe, dan is er voor mij geen straal, dan ben ik identiek met die kracht. Maar op het ogenblik dat ik b.v. geel ben of grijs of blauw of wat anders, gaat groen voor mij iets anders betekenen.
Dan is het voor mij iets, wat ik niet ben. Op hetgeen ik niet ben, reageer ik veel scherper dan op hetgeen ik ben, want daarmede voel ik mij één.
Het is een principe, waarmee, u toch wel rekening moet houden, omdat elke eigenschap, die wij aan de hand van de kleuren bepalen, in feite een uiting is; dus iets wat wij reflecteren, niet iets wat wij zijn. Het is geloof ik wel belangrijk, dat we dit begrijpen.
Als u zegt: ik behoor tot b.v. de blauwe straal, dan kunt u ervan verzekerd zijn, dat uw behoefte is: verstand, wijsheid, begrip, een zekere ontleding. Al het andere kunt u accepteren, maar dit niet. Het facet, dat wij dus onze straal noemen, is in feite het facet, dat wij tot uiting brengen. Maar wij zijn over het algemeen geneigd onszelf te omschrijven aan de hand van onze uitingen; d.w.z. de uitingen, waarover wij durven praten. Wij weten wel dat wij anders zijn, maar dat kunnen wij zelf toch niet geloven.
Het resultaat is dat de mens, ook in zijn theorie over de Heren der Stralen, eigenlijk op de uiterlijkheden afgaat. En nu u dat heeft gehoord, zult u begrijpen dat het minder belangrijk is de eigenschappen te, omschrijven, want het zijn uiterlijkheden.
Er zijn wel enkele dingen, waarover je wat neer kunt zeggen. En dan denk ik b.v. aan het witte licht. Het is gemakkelijk te zeggen: het maakt de dingen zichtbaar, de tegenstellingen scherper. Iemand, die behoort tot hot witte licht is aan de ene kant erg behulpzaam, maar aan de andere kant nuchter en kritisch.
Ik heb mij wel eens afgevraagd, of ik er soms ook toe behoor. Maar dat zal wel vleierij zijn, denk ik, tegenover mijzelf, van anderen neem ik het niet zo gauw.
Het witte licht moet je dus zien als iets, waarin alles tot uiting komt. Dat is heel wat anders, dan u misschien denkt. Het is dus niet iets, dat je de zaken scherper laat zien. Het is iets, waarin alles tot uiting komt. Een wit licht betekent een weerkaatsing van alle kleuren. En aangezien het witte licht in een mens leeft, moet dus die mens zodanig met de eeuwigheid verbonden zijn dat hij niets absorbeert uit die eeuwigheid. Hij is er voldoende één mee. En dan weerkaatst hij dus wit, want hij heeft niets meer nodig om te absorberen.
De meeste mensen hebben heel veel om te absorberen. Als je dat witte licht weerkaatst, dan heb je dus ook alle krachten, die er in de kosmos zijn als een uitingsmogelijkheid. De meeste mensen hebben er maar één.
Zij kunnen niet alle dingen tegelijk doen. Iemand die werkelijk maar één, tot het witte licht, behoort is misschien een wijsgeer, maar hij is gelijktijdig nuchter genoeg om te begrijpen dat hij met wijsgerigheden geen feiten kan oplossen. Hij is mysticus, want hij beleeft zijn God wel, maar hij begrijpt tevens dat de mystiek geen rechtvaardiging is van zijn handelingen op aarde. Zo iemand begrijpt de techniek. Maar hij is gelijktijdig voldoende één met de techniek om te beseffen, dat de techniek nooit het leven kan domineren, omdat het leven meer is dan techniek. Zo is het één van de belangrijkste typen.
Iemand, die werkelijk behoort tot de hoge witte straal, daarvan kun je zeggen: dat is een ingewijde. En daar zitten wij met een vervelend woord. Een ingewijde is iemand, die meer weet dan wij. Weet hij meer? Neen. Maar hij is meer. In dat is het hele eieren eten, als u over de eigenschappen van de verschillende stralen gaat praten. Het witte licht is alomvattend, omdat het, het totaal in zich draagt en niets meer absorbeert. Het heeft het niet meer nodig in zich op te nemen; het kan het vanuit zich reflecteren.
Kijken wij naar rood. Dat is emotioneel. Maar de emotionaliteit, de gevoelswereld die je naar buiten weergeeft, komt voort uit het feit, dat je al het andere in jezelf moet verwerken.
Er zijn mensen, die tot de blauwe straal behoren. Dezen kunnen dus alles verwerken. Zij hebben een absorptie vermogen voor alles wat liefde, emotie is, wat hartstocht is, wat wijsheid is. Al die dingen kunnen ze in zich opnemen; die vragen zij ook van het leven, Maar in hun denken zijn ze systematisch. Ze hebben geen systeem meer nodig, daarom is hun uiting erg verstandelijk en is hun uiterlijke benadering van de problemen eveneens heel erg systematisch.
Iemand, die behoort tot de blauwe straal, zal waarschijnlijk wetenschappelijk denken op de een of andere manier. Maar hij zal dat wetenschappelijk denken gebruiken om zijn voortdurende behoefte aan geloof, aan zekerheid, aan verbondenheid met de wereld te rechtvaardigen. De straal, waartoe wij behoren betekent eigenlijk datgene, waardoor wij ons zijn voor onszelf rechtvaardigen.
Ik probeer zo’n beetje de kant van het witte licht uit te gaan. Op het ogenblik zweef ik tussen blauw en purper. Dat is begrijpelijk, want ik heb nog steeds behoefte aan een rechtvaardiging van wat ik ben geweest en van wat ik wil zijn; en juist daarom probeer ik ontledend te denken, kritisch te zijn. Ik ben heel wat kritischer dan de meeste van u.
Als u vraagt: wat is er eigenlijk in dat blauw? Dan zegt het: Ik heb behoefte aan een rechtvaardiging van alle dingen, die er in mij bestaan. Ik heb er nog geen voldoende samenhang mee. Dat kun je ook zeggen voor iemand, die enorm vitaal is. Die behoort dan tot de gele straal.
Nu is het gele gevaar op het ogenblik acuut. Er zijn veel mensen, die niet voor een gele straal voelen; en dat is dan kennelijk weer de angst voor levenskracht, vitaliteit. Iemand, die de levenskracht voortdurend moet uiten is iemand, die aan zichzelf nog moet bewijzen dat hij leeft. Dat klinkt gek. Er is een groot verschil tussen tevredenheid en levensvreugde. Iemand, die tevreden is, heeft geen behoefte meer zijn aanvaarding van het bestaan te bewijzen. Iemand, die levensvreugde heeft, is eigenlijk iemand, die niet tevreden is, maar voortdurend bezig is zichzelf ervan te overtuigen dat hij tevreden zou moeten zijn. Op die manier kun je al die tussenfasen bekijken.
Neem nu b.v. groen. Dat is een heel treurig geval tegenwoordig. Groen zijn de gelovigen. Het zijn mensen, die b.v. priester worden. Hun behoefte is dus alleen maar om een synthese van besef en levenskracht ergens tot uitdrukking te brengen. Maar ja, de arme zielen, zitten gekluisterd aan een celibaat. Voor bepaalde uitingen staat het licht nog steeds op rood! En dat is erg beroerd voor hen, omdat het komt uit een geel-witte autoriteit.  Deze geel-witte authoriteit is zodanig rood, dat er eigenlijk te weinig plaats voor het groen overblijft. Wat ik weer duidelijk moet maken.
Wanneer ik behoefte heb aan een samenhang, die ik verstandelijk niet helemaal kan vatten en waardoor mijn leven en levenskracht bewezen wordt, kom ik tot geloof. Maar als ik geloof, dan kan dat alleen op basis van vrijheid en vrijwilligheid. Op het ogenblik echter, dat iemand dat geloof niet meer beschouwt als een poging om zichzelf te vinden, maar als een mogelijkheid om gezag uit te oefenen, wordt voor hem de weerkaatsing eigenlijk hoofdzakelijk rood: hartstocht, bezitzucht. Dus een duistere emotionaliteit. En omdat die duistere emotionaliteit nu eenmaal op de een of andere manier moet worden aangeduid, heeft men daarvoor geel en wit gekozen. Wit zou openbaring, rechtvaardigheid moeten zijn, en geel levenskracht. Maar het blijkt, dat naarmate men de openbaringen meer probeert vast te leggen in de woorden van mensen, de levenskracht van het geloof steeds verder ten onder gaat. Daardoor worden de autoriteiten steeds driftiger, zodat in feite de autoriteit van het geel- wit : rood is; wat misschien voor de kerkelijken niet zo prettig is.
Wij moeten begrijpen dat iemand, die er behoefte aan heeft om Gods Woord te verkondigen dit eigenlijk doet, opdat hij een verbondenheid met God wil vinden, die hij niet bezit. Iemand, die zich onbewust verbonden weet met het leven, heeft niet de behoefte een boodschap te brengen. Als je probeert contact te maken met een medemens, dan kan dat vaak een mystieke achtergrond hebben, zoals in mijn geval.
Bij mij ligt de mystiek op de achtergrond van mijn overigens tamelijk mentaal uitgedrukte communicaties. Waarom? Ik weet in mijn gevoelswereld dat er een hogere waarde bestaat. Maar ik heb haar nog niet waar gemaakt. Dus ben ik voortdurend bezig om haar waar te maken. Gelijktijdig voel ik wel dat ik vroeger te weinig heb geweten. In verschillende incarnaties als priester wist ik b.v. te weinig over het bedrog, dat ik zelf pleegde. Als kastelein wist ik waarschijnlijk teveel van het versnijden van wijn en te weinig van de eerlijkheid. Dus het resultaat is voor mij, dat ik zoek naar een uitdrukbaar beeld van mijn wereld (een soort ontleding, een zekere techniek) en dat ik gelijktijdig toch weer zoek naar die mystieke eenheid met het hogere, waardoor mijn redelijkheid toch weer tot in het onredelijke kan worden voortgezet. Dat is dus iets, wat uit zo’n kleur voortkomt. Dan kunnen wij wel zeggen: dat ligt aan de een of andere hoge kosmische ambtenaar, die daar met zijn kleur zit. Het is geen kwestie van ambtenaar. Het is: wat ik ben in de kosmos.
Als je het hebt over tussenkleuren, dan kun je op een gegeven ogenblik zeggen: ik heb hier een heel licht teer groen, of een citroengeel. Dat betekent dan dat mijn houding tegenover de kosmos is gebaseerd op iets wat ik voor mijzelf moet bewijzen.
Als je denkt, dat je eigenlijk geen liefde kunt vinden of dat je geen liefde waard bent, dan ben je er juist op gesteld om op de een of andere manier die liefde te vinden of af te dwingen.
Als je meent, dat je altijd dom zult blijven, dan heb je nog wel eens de neiging om te leren of je een ander soort kennis of wijsheid eigen te maken, waardoor je méér lijkt dan een ander. Het is eigenlijk een schijnvertoning.
Als wij zeggen: wij willen levenskracht, maar die moet op een bepaal de manier worden geuit, dan kan het citroen geel zijn of eidooiergeel en het kan misschien zelfs schoorsteen zwart, roetzwart zijn. Alles wat ik zoek is niets anders dan een bevestiging van datgene, wat ik in mijzelf nog niet heb gevonden. Dat is mijn kleur. En daaruit zou je een eigenaardige conclusie kunnen trekken.
Wij horen zo vaak spreken over duistere werelden. Duistere werelden zijn dus geen werelden, waarin het licht niet aanwezig is, maar het zijn werelden waarin men de uiting van het licht niet kent of niet kan bereiken, omdat men dit helemaal absorbeert. En dat zou betekenen, dat de duistere werelden misschien gelijktijdig weer zeer lichte werelden zouden kunnen zijn, omdat zij potentieel in zich moeten dragen alles wat ze absorberen.
De werkelijkheid is, dat er een kosmos is, dat er een God is, dat er een goddelijke Gedachte is. Absoluut waar. Maar mijn relatie daarmee is gebaseerd op wat ik reeds ben en wat ik nog niet ben, althans niet bewust ben. Zodra ik mij bewust word van wat ik ben, is er voor mij geen noodzaak meer om dit tot uiting te brengen. Het feit, dat ik het ben is op zich genoeg. Slechts daar, waar ik onzeker ben, waar ik moet zoeken naar een nieuwe mogelijkheid, naar een nieuwe uiting, daar grijp ik naar een kleur, daar reflecteer ik iets van de kosmos. Omdat ik in deze reflectie van de kosmos een contact zoek, waaruit ik mij ook dit kan eigen maken.

Voorgevoelens

Ik voel, en weet nog niet waarom dat nu gebeurt en ik weet niet wat. Een ogenblik ben ik de toekomst ingetreden, maar heb vergeten wat ik zag. En nu vermag ik niet op andere wijze dan door aan te voelen wat komt, mijzelf te omschrijven. Daarom zullen de gebeurtenissen, die ik verwacht, vaag blijven en niet worden tot de werkelijkheid waarin ik besta, omdat ik mijn dromen niet kon vertalen.
Mensenzielen dwalen door de tijd. Mensenzielen spelen met momenten. Ze lezen gisteren en morgen af en tonen die vandaag, maar weten niet meer wat werd beleefd en gezien. En vaag voorvoelen zij wat komen moet en toch niet komt, wat is geweest en eigenlijk niet meer bestaat, of wat eerst eeuwen later werkelijkheid wordt.
Het “ik”, dat deze dingen ondergaat in voorgevoelens zeer gekweld, meent steeds: nu komt het ogenblik dat het gevreesde, het vreugdig ook verwachte eindelijk zal aanbreken.
Slechts wie in zich onthouden kan, wat de kracht, die het voorgevoel hem deed ontstaan, die al is het maar met een enkel woord de, boodschap geven kan, de naam desnoods, verborgen in het voorgevoel, de werkelijkheid die in hel dagbesef allang weer werd vergeten kan méér dan slechts voorvoelen. Hij kan tevoren weten, al kent hij ook niet alles en weet hij niet wat werkelijk al geschiedt. Maar met het deel reeds dat hij kent, ontwijkt hij vaak de schijnbaar onvermijdelijke noodzaak van morgen en bereikt zo iets wat deel is van der mensen werkelijkheid, bewust bepalend je eigen zijn door allen tijde, niet meer aan tijd gebonden.
Het bepalen van je eigen lot. Niet door het gebod en door alle zonden, die wreken zich in karma’s spel. Niet door een hemel of een hel, maar slechts door het besef: in al wat is heb ik mijn plaats. En vaag voorvoelend dit op elk moment, maak ik tot waarheid wat mijn ware “ik” in eeuwigheid omtrent mijzelf voor eeuwig heeft erkend.
Wie de spanningen van vandaag kent, weet dat ze eens tot ontlading zullen komen. Maar hij weet niet waar of hoe. Wie daaraan een denkbeeld verbindt, zonder daarvoor enige werkelijke reden te hebben, maakt zichzelf tot slachtoffer van hetgeen hij voorvoelt.
Beschouw uw voorgevoelens als een waarschuwing dat iets mogelijk is. Maar eerst indien u een zeer definitief beeld heeft, kunt u er werkelijk rekening mee houden.
Daarom hoop ik maar voor u, dat u niet te veel voorgevoelens heeft. Want hoe meer u voorvoelt zonder te preciseren, des te meer u lijdt onder de spanningen, die u onnodig bij uzelf opwekt. Immers, als u iets voorvoelt, verbindt u daaraan onmiddellijk uw diepste angsten of uw hoogste verwachtingen; en dat wat u voorvoelt is zoals uw gehele leven eigenlijk voor u een middelmatigheid.

Definities

Een politieke crisis is niets anders dan een koortsdroom van fantasten, die hun dromen zozeer voor werkelijkheid houden, dat zij anderen hun angstdromen opleggen als een onverteerbare werkelijkheid en in het ontwaken wanhopig ’t bed omgooien dat zij zo schoon met hun dromen hadden opgemaakt.
Je hebt mensen, die zo geestelijk zijn, dat ze altijd in de politiek zitten. En per slot van rekening is politiek een menselijke geestesziekte.
Een bisschoppensynode is de armzalige samenkomst van het angstige gezag dat ontdekt, dat het niet werkelijk bestaat en daardoor de schijn zoveel te meer wil handhaven.
Provo. Het bijna overleden woord, gebruikt om aan te duiden hoe iemand, door zijn wereld tot reactie te prikkelen hoopt, juiste reacties te verwekken. Tot zijn spijt ontdekt hij meestal dat de reacties, die hij verwekt reacties zijn, die hij zelf liever niet zou verwekken, omdat zij te zeer gelijk zijn aan zijn reacties om voor hen aanvaardbaar te zijn.
Maxi en mini. Dit is een mode omschrijving van datgene wat vaak gelijk komt aan de geestelijke toestand van de mens. Op het ogenblik, dat de mens in zijn geestelijk zoeken naar werkelijkheid maxi is, is hij over het algemeen op lichamelijk terrein meer mini. Maar aangezien de meeste mensen lichamelijk de maxi mode willen voorschrijven, blijkt heel vaak dat hun geestelijk besef zeer minimaal is.