De zin van het leven

9 februari 1981

Inleiding

De spreker van vanavond was een aanvoerder van een leger huurlingen. Hij verdiende zijn geld om voor anderen te vechten. Later in zijn leven was hij een filosoof, hield hij zich bezig met godsdienst en was hij een alchemist. Misschien was hij ook een magiër. Hij wist er in ieder geval veel van en hij zocht de Steen der Wijzen.

Voor mij is het belangrijkste dat mij altijd weer opvalt, dat velen van die heel hoge sprekers in hun leven een scheve schaats hebben gereden. Zelden komt hier – als iemand die wat te zeggen heeft – een mens die op aarde bijna heilig is geweest. Ik denk dat dat komt omdat je bewustzijn wordt gestimuleerd door je ervaring en dat heilige mensen dus een tekort aan ervaring hebben. Ze zijn niet aanwezig in wat ze doen. Ze beleven het niet voor de volle honderd procent.

Wat me ook bij hem opviel, is dat hij zo op consequent zijn wijst. Zelfs bij wijze van spreken, als je je verhuurt als moordenaar, doe het dan. Zorg dat een ander op je kan rekenen. Alles wat je belooft, moet je doen. Dan ligt in het consequent zijn de factor die je bewustzijn scherpt en je onderscheidingsvermogen vergroot, zodat je op den duur weet wat je wel en niet moet beloven.

Als de mensen hier aan onze kant zijn en eerst genoten hebben van alles wat hier is, beginnen hun ervaringen minder te worden en ze kunnen er niet meer tegenop dat ze alles hebben wat hun hart begeert. Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen om alles te hebben wat je verlangt, want dan moet de rest, het interessante van het leven helemaal alleen uit jezelf komen.

De geest zelf moet zijn leven invullen. Er zijn geen ervaringen meer van buitenaf en de meesten weten dan niet beter te doen dan weer te incarneren en alles weer van voren af aan te beginnen. Want het leven op aarde is een aaneenschakeling van indrukken. Maar ook op aarde komt er een tijd dat er niet zo veel ervaringen meer zijn. Dan wordt het zaak te begrijpen dat, als er weinig ervaringen zijn, iedere ervaring aan waarde wint. Probeer te begrijpen waarom je iets ervaart. Dring er met je hele hart in en beleef het, proef het. Dat is de manier om je eigen leven te leren vullen. En doe dit ook hier aan onze kant. Anders heb je de neiging telkens weer naar de aarde terug te gaan en niet voldoende te beseffen wat hier is. Alles wat hier is, heeft altijd ook een verbinding met de stof, iedere geestelijke kracht moet zich tenslotte ook in de stof – waar dan ook – uitdrukken. Denk daar aan.

Ik denk dat ik zo het belangrijkste tot jullie gezegd heb.

De Gastspreker

Het is mij een grote eer om in jullie uitgelezen gezelschap als gast te mogen spreken. Ik weet niet waarom men mij dit gevraagd heeft, maar ik kan aannemen dat er in ieder geval een reden is geweest waardoor mijn aanwezigheid voor jullie niet geheel zonder enige betekenis kan zijn.

Wanneer je spreekt over het leven, dan is dat eigenlijk iets waarmee je voortdurend in moeilijkheden zit.

Het leven is een en al beslissingen nemen en vervolgens weer proberen om ze op te heffen door andere beslissingen. Ik heb daar mijn deel van gehad en ik heb ongetwijfeld in mijn leven in veel situaties gezeten waarvan jullie zullen zeggen : “nou, nou, nou ….”

Luister : Wanneer je ouder wordt, dan wordt de wereld stiller. Je hebt geen contacten meer en je kunt niet meer alles met de mensen doen. Ja, zelfs de schoonheid gaat langzaam maar zeker toch minder attractief worden. Nu wil ik niet zeggen dat ik altijd, ook op latere leeftijd, voorbij heb gekeken als er een schone dame langs kwam. Maar toch komt er een ogenblik dat er andere dingen zijn die de aandacht gaan vragen. Bij mij is dat altijd de kwestie geweest van : ‘wat is de zin van het leven; wat is de werkelijkheid ?’ De werkelijkheid is over het algemeen iets waarvan je weinig af weet.

Het eerste waar je altijd mee begint, is je af te vragen wat je zelf bent. En wat ben ik eigenlijk geweest ?

Wanneer ik toegeef wat ik ben geweest, dan was ik een voornaam heer die op een wettelijke wijze de struikrover uithing tegen een goede betaling. Goed, dat is iets wat je doet en waarmee je zelfs een zekere eer en roem kunt behalen. Wat ik trouwens ook gedaan heb.

Wanneer dat allemaal wegvalt en er niets meer overblijft dan alleen maar het spreken met oude heren onder mekaar over datgene wat er gebeurd is, dan is er een ogenblik dat je denkt : wat moet ik nou beginnen ? Je kunt een veldslag tien keer vechten nietwaar, maar als je met de twintigste keer bezig bent, wordt het ook oervervelend.

De situatie waarin je je dan bevindt, dwingt je om na te gaan wat er eigenlijk zinvol is in het leven. Want als je het achteraf bekijkt, blijken de meeste zaken die je met volle ernst gedaan hebt, onzin te zijn geweest. En je wilt toch werkelijk zeggen : ik heb iets geleerd.

Ik heb me dan ook verdiept in wat er te vinden was van de klassieken. Ik had namelijk lezen geleerd. Ik moet zeggen dat ik me daar ook heb bezig gehouden met de vele geleerden die er aan de verschillende hoven waren. Allemaal hebben ze geprobeerd mij duidelijk te maken dat er een hogere werkelijkheid is.

Goed, dat kun je vertellen. Maar als ze je vertellen dat er een hogere werkelijkheid is, hoe moet je dan weten dat die er is ? Als de pastoor zegt dat er een hemel is, dan geloof ik dat omdat hij de pastoor is. Maar bij mezelf denk ik : zou hij er ooit geweest zijn ?

Ik had dat altijd. Als iemand mij kwam vertellen hoe de situatie op een slagveld was, dan vroeg ik me altijd af : is die man er geweest ? Ik zocht het dan na. Bij de pastoor kun je niet controleren.

Ik heb me dus ingespannen om te zoeken naar de zin en de betekenis van het leven. Ik heb me ook afgevraagd wat eigenlijk de betekenis is van wat ik ben geweest en wat ik heb gedaan. Dat viel in het begin een beetje tegen. Later viel het weer een beetje mee. Jullie weten hoe dat gaat. Zo ben ik langzaam maar zeker gekomen tot een visie, tot een opvatting, die ik jullie nu maar zal gaan voorleggen. Dan hebben jullie tenminste nog iets om naar te luisteren.

Het goede in het leven is datgene waar je volledig en intens mee bent bezig geweest. Al hetgeen je oppervlakkig doet, is geen cent waard.

Wanneer je opgaat in de dingen, dan zijn ze intens. Ze worden deel van je wezen, van je denken. De hele wereld die in je leeft, wordt bepaald door die herinneringen.

Ik heb gelukkig nogal wat herinneringen gehad, maar er zijn mensen geweest… Nou ja, ik weet precies hoe dat gaat. Opgevoed nietwaar, een beetje rondgelopen, een beetje edel gedaan, iets aan de kunsten gedaan, getrouwd, kinderen voortgebracht, een aantal minnaressen en tenslotte gaan ze voor de laatste keer naar bed. Dan weten ze wanneer ze nadenken, dat ze maar heel weinig hebben uitgevoerd, want er is niets waar ze werkelijk helemaal in op zijn gegaan.

Het is beter om een vijand te vergiftigen dan geen vijanden te hebben. Want een mens die werkelijk leeft, heeft ook vijanden. Anders heb je niet echt geleefd.

Een vijand is iemand die het niet met je eens is; die tegen je opstaat. Maar die moet je kunnen waarderen voor wat hij is. Ik heb ook altijd mijn tegenstanders goed gewaardeerd. Dat is een situatie waar een man, die probeert om oprecht te zijn, bewondering voor moet hebben. Maar op het ogenblik dat je vecht, heb je geen bewondering. Dan probeer je te winnen.

Er zijn natuurlijk mensen die hun tegenstanders bewonderen en daardoor verliezen. Dat zijn stommelingen. Per slot van rekening als ik te maken heb met God en met al die grote krachten, dan zie ik die in de eerste plaats als tegenstanders. Ik kan respect voor ze hebben. Ik kan ze bewonderen. Ik kan God liefhebben. Maar als het erom gaat te leven, dan moet ik mijn leven op God veroveren.

Het gaat er niet om wat men zegt dat God wil. Het gaat er om wat ik ben en wat ik waarmaak van hetgeen ik ben. Dat is belangrijk. Dan moet ik niet later zeggen : omdat ik tegenstander ben geweest, is die God mijn vijand. Ik heb Hem bewonderd. Hij kan mijn vriend worden. Maar ik moet eerst waarmaken wat ik ben.

Pas op het ogenblik dat ik mijzelf heb waargemaakt en niet voordien, kan ik Hem accepteren voor wat Hij is. Op het ogenblik dat ik God alleen maar neem als een soort nutteloos aanhangsel met zegel aan de artikelen van mijn eigen overeenkomst met het leven, ben ik een dwaas.

Ik geef het eerlijk toe. Ik heb gevochten tegen God. Ik heb gevochten tegen het leven en zelfs tegen de levende kracht. Maar niet omdat ik het leven haatte of omdat ik God haatte. Integendeel. Omdat het leven mij zoveel waard was, omdat God ondanks alles voor mij iets was wat betekenis had. Daarom heb ik gevochten.

In mijn latere jaren was ik niet meer in staat om lichamelijk te vechten. Een enkel duel misschien, maar dan moest ik nog erg voorzichtig zijn: Trouwens de redenen voor een duel waren er ook niet meer. Ik heb niet meer zoveel mijn horentjes opgezet op mijn latere leeftijd. En dat was meestal de aanleiding tot een duel of zoiets.

Ik ben dus gaan zoeken. Ik heb gevochten met argumenten. Ik heb gevochten met krachten. Ik heb gevochten met de geheimen van de magie. Ik heb geprobeerd om dat, wat ik was, zo edel te maken dat die God wel moest zeggen : je hebt gewonnen.

Ik wil niet zeggen dat ik geslaagd ben. Ach, wie slaagt er in het leven ? Het gebeurt zelden dat je slaagt in het leven. Als je denkt dat je geslaagd bent in het leven, ben je meestal een mislukkeling.

Degene die werkelijk streeft naar het grote, is iemand die streeft naar het onbereikbare. Wie streeft naar het onbereikbare is in het leven de verliezer, maar hij wint door de ervaring die hij heeft opgedaan.

Wanneer ik naar de wereld kijk en al die mensen zie die zo gewichtig doen, dan denk ik : zo ben ik vroeger ook geweest. Veel succes er mee. Ik hoop alleen dat jullie vasthoudend genoeg zijn om jezelf te blijven. Dat je niet probeert om de ene keer links en de andere keer rechts te gaan. Dat je niet probeert om de ene keer een stap vooruit te zetten en de volgende keer twee stappen terug, want dan kom je nergens.

“Leven” is de essentie trekken uit de werkelijkheid die je hebt ondergaan. De waarde van je leven vinden, is de herinneringen behandelen als het proces van het pletten van de druif totdat de zuivere wijn eruit komt en dan rustig wachten tot het sap rijp is, tot het gegist is, tot het drinkbaar wordt. En dan voorzichtig teug voor teug je verleden proeven en nasmaken. Dan pas weet je hoeveel licht er heeft gezeten in al datgene wat je misschien in het begin als waardeloos hebt beschouwd.

Ik val u lastig met herinneringen. En toch, ik heb eens gesproken met een wijs filosoof, een Griek. Je kon hem niet vertrouwen, maar filosoferen kon hij. Hij zei dit tegen mij : “Wanneer je de kracht in jezelf steeds sterker voelt, dan maakt het niet uit wat je bent of hoe je er uitziet.” Een erg mooie gelijkenis voor jullie. Hij zegt : “Wanneer de lamp een stralend licht geeft, is het niet belangrijk hoe ze er uitziet.”

Dat heb ik onthouden. Dat is voor mij het begin geweest, het begin van het doorzien van alle intriges. En in mijn tijd waren ze er nog veel vlotter mee dan nu bij jullie.

Het doorzien van alle plechtstatigheid, van alle huichelarij. Maar als je er doorheen kijkt, dan zit er toch een betekenis in; een betekenis die je op een gegeven ogenblik beetgrijpt totdat het lijkt of je hart uit elkaar gescheurd wordt. Dat je zegt : “Mijn God, hoe kan het dat uit zoveel drek zoiets edels kan ontstaan.”

Kijk, toen ik dat had, heb ik me natuurlijk beziggehouden met alchemie. Alchemie is iets waarbij je goud uit drek probeert te maken. Het leven is de beste alchemist; het maakt goud uit drek, maakt intens licht, maakt edelstenen van de kostbaarste liefde die eindeloos is uit de schijnbare rommel van het menselijk leven. Kijk, dat heeft mij ver gevoerd.

Ik heb mijzelf nooit ontkend zoals ik was. Dat is onzin. Maar ik heb geprobeerd mijzelf om te bouwen, te transformeren – als dat het juiste woord is – uit de schijn iets van werkelijkheid te halen. En als je eenmaal zover bent dan lijkt het wel of in elk levend wezen ergens een steen der wijzen zit.

In het begin lijkt het niets, totdat je je los weet te maken uit al het andere. Dan is het of er een licht in pulseert, steeds sterker stralend, fonkelend, en zo ineens eigenlijk de hele wereld veranderend. En als je dat doormaakt dan zijn al de gedachten en alle filosofieën waardeloos.

Ik heb jullie verteld dat ik me veel heb beziggehouden met filosofie, met wijsbegeerte zoals ze in mijn tijd bestond. Ik heb me ook beziggehouden met theologie. Dat noemen ze ook een hele leuke sport. Dat is nog gemener dan de meeste politieke oplossingen in mijn tijd. Als jullie wisten hoeveel huichelarij er is geweest bij de geestelijken in mijn tijd, zouden jullie rillen. En dan te zien dat ze met die huichelarij toch in staat zijn in een mens licht voort te brengen. Hoe is het mogelijk .. Hoe kan het bestaan ..

Ik wilde dat ik de woorden beter kon beheersen; het is allemaal een beetje…. de muziek ontbreekt.

Te weten dat in elke mens die kern is die licht kan geven. Maar dan moet je wel bereid zijn om eerst te aanvaarden wat er is. Dan moet je jezelf zien zoals je bent. Dat is een oude Griekse filosofie “Ken uzelve”.

Nou ja, ik heb mezelf leren kennen. Voor degenen die bang zijn voor een beetje ellende kan ik het niet aanbevelen. Maar wanneer je eenmaal doordringt door al die illusies, door alle dwaasheid, dan ontdek je dat achter de vorm, achter de uiterlijkheid en achter alle daden een kern ligt die onaantastbaar is. Kostbaar als een kloppende vogel die je een ogenblik in je handen kunt houden misschien – zo lang je in de stof bent – maar die weer weg zal vliegen, de hemel weet waarheen.

Ik heb de vogel van mijn hart aarzelend in mijn handen gehouden en heb gezegd :” Is dit mijn ziel ? Is dit mijn geest ?” En ik heb ze uit laten vliegen. Ik heb gezegd : “Het is niet redelijk dit deel van mijzelf, dat vliegen kan, te binden aan dat verouderde wrakgoed dat ik begin te worden.” En hij is gegaan als de duif uit de ark. Steeds terugkerend en steeds weer een straal van besef. Een straal van licht.

Misschien denken jullie nu dat ik een heilige ben geworden. Als er iets is wat ik niet kon zijn, maar ook niet wilde zijn, dan was het een heilige. Wat dat betreft : een krijgsman die probeert een heilige te worden, is of geen krijgsman of een schijnheilige. Maar wat ik wel ben geworden, is een mens die leerde leven met het licht en die kijken kon naar de wereld.

Natuurlijk, wanneer er intriges waren en ik werd er bij betrokken, heb ik meegespeeld. Waarom zou ik niet ? Tenslotte is een deel van het leven van een edelman ook de intrige. En wanneer er een spelletje werd gespeeld, heb ik dat spelletje meegespeeld. En ik heb gekeken naar de schone schouwspelen die werden opgevoerd. Ik heb me vermaakt, zelfs met de dwaasheden van anderen. En toch had ik elke keer een straal meer licht.

De wereld is iets wat je moet leren zien zoals het is. En dat kost moeite. Want om de wereld te zien zoals hij is, moet je eerst je eigen gelijk afschaffen. Maar als je dat eenmaal gedaan hebt, dan kost het geen moeite meer. Je ziet steeds werkelijker wat er is en wat er gebeurt.

Je ziet ook hoe ontembaar het gebeuren door de tijd wordt meegesleept. Het is als een schip in een draaikolk; de kapitein doet of hij het stuurt, maar het is de draaikolk die het meesleept. En dan zie je ook dat de ordening, waarmee de mensen bezig zijn, de zin helemaal niet is. Dat het hele spel met al zijn versieringen, al zijn gewoontes, zijn bals, zijn diners, met al wat er bij behoort, niets anders is dan alleen maar een spel en meer niet. Niet meer dan een spel. Gewoon een aardigheid. En dan ga je pas kijken naar wat er achter zit.

Achter alle dwaasheid leeft het licht.

Achter alle boosheid leeft licht.

En het wonderlijke van dat licht is, dat het overweldigt, maar het maakt je ook sterk. Het is misschien het alchemistisch geheim. Wanneer we het licht van de waarheid aanvaarden dan ontstaat pas het vuur waardoor eens in ons de steen der wijzen kan ontstaan.

Het is misschien bijbels te verklaren. Zoals de priesters wel zeggen : “Wanneer Jezus in je hart afdaalt, wordt alles licht en goed.” Maar wat dat betreft schijnt Hij niet veel afgedaald te zijn, als je het mij vraagt. Maar toch, dat idee is er wel.

Wanneer in de mens het licht beseft wordt, wanneer hij zijn geest, zijn gedachten, zijn wezen, zijn “zijn” durft uit te laten gaan en doen terugkomen met het licht, met de ervaring, maar vooral misschien met die wonderlijke gloed, dan wordt die mens langzaam maar zeker veranderd. Dan komt langzaam maar zeker die edelsteen vrij die wij in ons allen dragen. De Steen der Wijzen. De steen der Wijzen leeft in jullie. In een ieder die bestaat, zoals ze in mij bestaat.

Wij zijn niet geschapen als hulpeloze wezens. Dat is iets wat wij onszelf aanpraten omdat dat gemakkelijker is. Wij zijn geschapen als wezens die voortdurend strijden met zichzelf, met de wereld, met de kosmos, met de denkbeelden om vrij te worden van alle illusies, van alle krankzinnigheden die wij ons bestaan plegen te noemen.

Dan moet je niet denken dat je rustig wordt. Denk niet dat overwinning rust geeft. Ze maakt sterk. Ze laat je steeds nieuwe uitdagingen zien. En in elke uitdaging bewijs je je aan jezelf en wordt de wijsheid groter, wordt het licht sterker.

Ik herinner mij dat er eens iemand is geweest die heeft gepreekt over Tobias, die worstelde met een engel. Altijd gedacht dat die vent gek was. Nu begrijp ik wat hij bedoelt. Om onszelf te kunnen genezen van de dwaasheid die wij ondanks alles koesteren, van de hopeloosheid waarin wij ondanks alles ons steeds weer gevangen voelen, moeten wij worstelen met het hoogste licht.

Mijn geloof is een strijdvaardig geloof. Niet van : draai een ander de nek om, want dat kun je veel billijker op een andere manier doen. Mijn geloof is een geloof van : durf te strijden met het licht. Durf je uiterste krachten te wagen. Maar erken wanneer je geslagen bent. Als je uitgeput en geslagen bent dan blijkt dat de overwinning op het licht een overwinning was op je eigen dwaasheid.

Ach, de hoofsheid – ik merk het aan het lichaam waar ik in zit – de sierlijkheid die in mijn tijd bestond, is teloor gegaan. Dat wil niet zeggen dat jullie slechter of beter zijn, alleen dat jullie anders zijn. Jullie bouwen geen tempels meer, maar kantoren. Jullie sieren geen paleizen, maar staatsinstellingen. Maar is er iets veranderd ? Jullie staan voor precies hetzelfde probleem als wij allemaal in de geest én in de stof.

De vraag is of jullie de moed zullen hebben te vechten met het licht in jezelf. Of de moed zult hebben jezelf op de proef te stellen. Of jullie de uitdaging van het leven aan kunnen. En dat is geen kwestie van je er eenvoudig bij neerleggen, geloof dat maar. Het betekent een campagne ontwerpen. Weten hoe je je mogelijkheden gebruikt. Zoeken naar het juiste terrein waarop je die krachtproef kunt wagen. Maar dan ook strijden. Dan ook werkelijk bereid zijn om met elk middel te strijden en dan te weten wat je bent.

Mijn erkenning is deze : Wij zijn allen geboren uit licht. Wij zijn licht en kunnen niets anders zijn dan licht. Maar wij kunnen onszelf schijnbaar uitdoven door het licht te ontkennen totdat we deel zijn van het diepste duister. Wij kunnen voor onszelf een hel creëren. Wij kunnen hopeloosheid scheppen. Wij kunnen machteloosheid bevorderen. Maar wij zijn niet zo. Wij zijn levend licht.

Juist in onze strijd, ook tegen dat licht eventueel, bewijzen we steeds meer wie we zijn. Worden we ons steeds meer bewust van datgene wat in ons leeft. Bereiken we steeds meer de eenheid met het licht waarmee we dachten te strijden. Dat is mijn conclusie van het leven. Dat is mijn gang door de sferen geweest.

En nu ? Men denkt dat ik leef in de werelden van licht. Ik leef in de werelden van licht in de ogen van anderen. Maar er is nog steeds een feller licht en ik vecht er mee. Ik strijd er mee om het te bedwingen, om het mij eigen te maken.

Misschien zal ik in de vorm en in de wereld waarin ik ben schijnbaar een nederlaag lijden. Maar door die nederlaag zal ik datgene wat mij overwint, in mij opnemen. Dan zal ik meer licht zijn. Ik zal verder gaan, wereld na wereld, droom na droom, illusie na illusie, strijdend, totdat ik eens verslagen word door de kern van het grootste licht en daarin op ga.

Jullie beginnen. Voor mij was het leven al betrekkelijk vroeg strijd. Voor jullie is het meestal een strijd die jullie als zodanig niet erkennen.

Mijn krachten werden steeds op de proef gesteld, tot het uiterste soms. Bij jullie ook, maar jullie merken het niet. Het Zijn zelf daagt ons uit, altijd weer. Ook jullie. Wanneer jullie trouw blijven aan jezelf, aan jullie diepste “zijn” en niet probeert anders te zijn dan jullie werkelijk zijn, maar meer te zijn wat jullie zijn, zullen jullie steeds lichter en sterker worden. Want wij zijn geschapen voor de zegen, totdat in de laatste nederlaag wij de grootste overwinning van allen behalen : het opgaan en toch onszelf zijn in de grootste kracht die er denkbaar is; deel hebben aan het meest omvattende bestaan, zo groot dat het niet eens voorstelbaar is.

Licht is jullie deel. Overwin de engel, verbrijzel de illusie, wordt meer jezelf en het juweel van de wijsheid dat in jullie leeft, zal eindelijk beseft worden.