De zonneleer van Achnaton

oktober 1951

Oud-Egypte.

Achnaton is eigenlijk een ongelukkig mens geweest. Als iemand die vrij wou breken uit de gewoonten en plichtplegingen en politieke verwikkelingen van het Egyptische Hof. Hij was opgeleid, zoals gebruikelijk bij de Farao’s, gedeeltelijk in een tempel door priesters (een farao is een goddelijk persoon, dus je moet priester zijn om in zijn buurt te mogen komen).

Men moet eerst de persoon van Achnaton begrijpen voor men kan begrijpen hoe hij gekomen is tot zijn leer en hoe deze leer weer ten onder is gegaan. De invloed van de priesters aan het hof was heel groot, zoals bij het gebruik van bepaalde rituelen, bij het uitspreken van een oordeel, tot zelfs wie met alle permissie het bed van de Farao recht mocht strijken en hem zijn drie-ledige hoofdtooi geven.

Dat hinderde deze mens en daardoor kwam hij in verzet tegen het priesterdom. Met hun leer kon hij het voor een gedeelte eens zijn, maar niet meer met de priesterkaste. En zo komt dan Ichn-aton (is de naam eigenlijk, die hij zichzelf gaf) ertoe om zijn leer, de geheime leer van de verschillende priesterorden, grote politieke lichamen tevens, naar buiten te brengen en om te zetten in een nieuwe Zonneleer. Dat is niet zo vreemd, want één van de heersende goden in het oude Egypte was de zon. Hij koos daarmee dus al direct iets wat krachtens zijn wezen als goddelijk beschouwd werd; het was niet iets stoffelijks, wat je zien en grijpen kon.

En om die zon heen bouwt hij zijn Zonneleer op.

Alle andere goden, vaak gedrochtelijkheden, ontstaan door verering van verschillende dieren, soms ook heel knappe samenvoegingen van menselijke en dierlijke eigenschappen in een persoon. De god van de doden had niet voor niets de vorm van een hyena die vereerd werd omdat hij zo’n eind weg durfde te zwerven, bij dag en nacht zijn spoor trok door de woestijn waar mensen niet konden komen. Er zat wel zin in, maar toch voor de mensen zelf werd het al heel gauw een fetisjdienst, afgoderij zonder verdere diepere zin.

Dat wilde Achnaton tenietdoen door zijn nieuwe god Aton uit te roepen als enige god. Daarbij maakt hij gebruik van esoterische leringen en daar hij een dichterlijk gemoed had, wist hij het heel aanschouwelijk voor te stellen.

Hij heeft verschillende odes aan de Zon geschreven, die behoren tot de fraaiste literatuur van die tijd. Hij had er ook hofdichters voor, maar was zelf ook dichter.

Met het uitroepen van zijn zonneleer slaat hij de openlijke macht van de priesterkaste in gruzelementen. Wat moeten zij doen? Aton verheerlijken? Maar waar blijft dan al hun invloed? Aten staat er niet op dat de mensen hem onderdanig zijn, hij is geen voordelige god en bovendien doet hij niet aan politiek.

Zo zien wij een tegenstelling tot stand komen waarbij Achnaton wordt tot de hogepriester – als het ware -van zijn nieuwe zonneleer, zelf een nieuwe stad laat bouwen met schitterende tempels, maar aan de andere kant jaagt hij de grootste macht van het land tegen zich in het harnas.

Allereerst is die leer nog zeer verwant aan de hogere duiding van de normale godenleer.

Dat hoge brengt hij naar buiten en begint zijn zonneleer op te bouwen op deze stelling: er is één kracht die alles tot stand heeft gebracht, alles in stand houdt en alles regeert. Ten tweede alle verschijnselen, voor ons mensen kenbaar, zijn uitingen van deze geest; dat is al pijnlijker, m.a.w. geen enkele andere god kan nog zelfstandigheid hebben. Zoals de zon door haar stralen de aarde bevrucht, zo wordt de mens bevrucht door de zon van de geest; dat is nog erger. Waar blijft de goddelijke afkomst van de Farao, de bijzondere rechten van de hooggeborene?

Er komt verzet en dan begaat Achnaton nog een domheid, – misschien geen domheid menselijk gezien – maar politiek gezien wel. Hij doet afstand van heel veel gevestigde regels, vertoont zich vrijelijk met zijn gezin aan het volk, durft te leven als een vrij mens en durft kunstenaars de vrijheid te geven dit natuurlijk uit te beelden.

Het Egyptische schrift blijft eigenlijk altijd een tekenschrift, en wanneer die gestileerde vormen natuurlijker worden is dat een hele teleurstelling. Dat zet weer een andere klasse tegen de heerser op. Want niet alleen de priester enz. maar een hoop fabrikanten van beeldjes, kunstenaars en dichters ook, want zijn stijl verschilt veel van die daarvoor en daarna bereikt werd. Het wordt een bittere strijd en dan gaat Achnaton in zijn zelfgeschapen god maar tevens in zijn erkenning van een opperwezen zijn hart daarvoor uitstorten, dan valt al dat esoterische langzaam weg. Het wordt een huwelijk tussen Zon en Aarde dat alle schepselen voortbrengt.

Zo wordt de zon de leven gever, maar ook de leven nemer, de oerkracht waarvan alles uitgaat. De sterren zijn uitingen van Aton’s grootheid en niet meer een natuurverschijnsel. Er is geen genezing meer zonder Aton’s kracht. Dat laat hij het volk bekend maken.

U begrijpt dat uiteindelijk deze leer verzet vindt, ook onder de oudere mensen. Waarom mogen zij niet meer hun van klei en brood gebakken dieren verkopen. En waarom moeten zij zich aan een nieuwe stijl gaan wennen? Ook het volk komt in opstand; knap gebruikt overigens door het priesterdom om zijn invloed te versterken.

En zo komt het ogenblik dat Achnaton valt. Hij is gestorven. Hoe? Niet langs natuurlijke weg in leder geval. En dan wordt met één slag zijn naam verwijderd van alle tabletten waarop hij genoemd werd, verminkt zijn beelden, uitgewist de naam van Aton. Zo hoopt men het volk weer in de macht te krijgen.

En daarmee spreekt Egypte het oordeel over zichzelf uit. Want vanaf dat ogenblik krijgt meer en meer de beoefening van de magie de overhand, wordt het Egyptische volk teruggedrongen tot een bijgelovigheid, dienstbaarheid aan geesten, soms zelf opgeroepen, soms geboeid aan de aarde vol kwaadaardigheid. Zij worden de goden van Egyp­te. De waarheid van Aton, van een enig ware God wordt onderdrukt.

En toch zingen nog lang daarna, de Nubiërs vooral in de grensdistricten, het lied van Aton, en zelfs heden ten dage kan men bij sommige volken nog sporen terugvinden van dit Aton-geloof, soms verminkt. O.a. in bepaalde principes bij het volk; één van de redenen waarom zelfmoord wordt gepleegd door delen van dat volk zo nu en dan.

Achnaton met zijn zelfgekozen naam, een tragische figuur, een vorst die wel inzicht had in de waarheid, maar ze niet wist te paren aan de politiek en zichzelf ten onder bracht, in die ondergang bitter lijdende door al wat hij rond zich verloor.

Zo blijft de verkondiging van de leer van Aton, één van die lichtglanzen in de wereld, die de waarheid weer eens naar voren brengen in de een of andere vorm, maar die door de zwakheid daarvan ten onder ging.

En zo is Aton geworden één van de mythen, één van de figuren waarmee men zich heden ten dage nog bezighoudt. Tevens is hij geweest beschermer van een groep die op esoterische wijze onderzoek naar de natuurkrachten deed. Een groot gedeelte daarvan heeft zich teruggetrokken naar de Oriënt.