Definiëren

uit de cursus ‘Praktisch occultisme’ (hoofdstuk 6)  – maart 1974

Definiëren

Als wij ons bezighouden met het occultisme, dan moeten wij definiëren. Dat wil zeggen nauwkeurig omschrijven wat wij begrijpen, wat wij willen, wat wij doen. Het zal u duidelijk zijn dat wij in dit geval moeten uitgaan van de mens zelf. Ik wil u in herinnering brengen wat wij hebben gezegd over frenologie (schedelleer) in het begin van deze lezingen.

Als wij namelijk de schedel en wat dat betreft ook de physionomie (het gelaat) van de mens beschouwen, dan kunnen wij daaruit verschillende dingen aflezen.

In het voorhoofd en wel het gedeelte ongeveer tussen het midden van het voorhoofd en de aanzet van de neuswortel zetelt het reactievermogen. In het daarboven liggende deel zetelt het verstand. Dit deel gaat dan tot de haarlijn. Opzij echter – en dat is precies boven de wenkbrauwen en loopt eveneens ongeveer tot aan de haarlijn, tot de knobbels die daar zijn – zit de sensitiviteit. Dit heeft te maken met de frontale hersenlobben. Hierin zijn namelijk een aantal mogelijkheden aanwezig die de mens kan realiseren.

Welke zijn deze mogelijkheden? Helderzien, helderhoren en tot op zekere hoogte telepathie. In al deze gevallen dient er rekening mee worden gehouden dat het functioneren van deze begaafdheden niet altijd gelijkmatig geschiedt. Een helderziende, die eerlijk is, zal moeten toegeven dat er dagen zijn dat hij van iedereen iets kan zeggen en andere dagen dat hij van niemand iets kan zeggen. Zo bezien gaat het hier dus in de eerste plaats om de cyclus van leven waarin deze functies optreden. Nu kunnen wij daarover gelukkig wel het een en ander zeggen.

Dan gaan we daarvoor nog eens terug naar de bouw van de schedel en in dit geval naar het achterhoofd waar wij bij vele mensen naast de aanzet van de atlaswervel een paar kleine botjes vinden. Indien deze botjes meer dan normaal ontwikkeld zijn, dan spreekt men over grote continuïteitsmogelijkheid van paranormaal functioneren. Er is dus een lange periode waarin men goed kan functioneren, ook op paranormaal gebied. Gelijktijdig stelt men dat de gevoeligheid voor bepaalde geestelijke invloeden van buitenaf aanmerkelijk groter zal zijn dan normaal. In deze gevallen hebben wij altijd te maken met een functie die van onszelf uitgaat, ook als het betreft de gevoeligheid voor geestelijke waarden. Want zolang wij de mens bepalen aan de hand van zijn lichaam, spreken wij over de relatie van de mens met de wereld en eventueel met de bovenzinnelijke wereld. Op het ogenblik echter dat wij proberen de waarde van een bovenzinnelijke wereld ten aanzien van een mens te bepalen, kunnen wij niet van deze kentekenen uitgaan. Dan vragen wij ons verder af, of wij aan het gezicht bepaalde dingen kunnen aflezen?

Rimpels

Iemand die een zekere wijsheid bezit, zal meestal-  ofschoon dat niet altijd sterk getekend is – een soort joodse letter op het voorhoofd dragen. Er zijn er verschillende waarvan Shin de meest genoemde is. Als de rimpels boven de neusaanzet tezamen met de ho­rizontale rimpels van het voorhoofd een letter vormen, dan kunnen wij zonder meer aannemen dat wij te maken hebben met iemand die een bepaalde vorm van wijsheid bezit. Willen wij definiëren welke vorm van wijsheid, dan kunnen wij niet alleen maar op die letters afgaan. Er zullen mensen zijn die mij dit kwalijk zullen nemen. Er bestaan namelijk indelingen, die juist daarop gebaseerd zijn. Toch meen ik hier te moeten stellen: het aflezen van de mogelijkheden is niet daarin te vinden. Waarin dan wel?

De wenkbrauwen

Kijk naar de groei van de wenkbrauwen. Verdeel die in twee gedeelten: een eerste gedeelte en een tweede gedeelte, waarvan de scheidingslijn ongeveer boven het midden van het oog loopt. Zien wij dat het eerste gedeelte van de wenkbrauw sterk ontwikkeld is, vaak wat borstelig en naar boven groeiend, dan hebben wij te ma­ken met iemand die zijn persoonlijkheid sterk projecteert. Dit kenmerk zult u zien bij vele politici, vooral als zij enige tijd aan het bewind zijn. Het tweede gedeelte van de wenkbrauw is meestal dunner, en kan soms doorlopen. Loopt de wenkbrauw normaal door zonder ingrijpen van buitenaf (epileren) en gelijkmatig van dikte, dan moeten wij aannemen dat het karakter een sterke egocentrische inslag heeft en dat daarom geestelijke gaven en waarden niet sterk vertegenwoordigd zullen zijn. We zien echter vaak dat er een soort. “hap” in valt. Er is plotseling een versmalling van de wenkbrauw, die dan iets voorbij de ooghoek doorloopt, soms zelfs tot aan de slaap. Dit is een kenmerk waarvan wij gebruik kunnen maken. Iemand, die een dergelijke wenkbrauwenvorm vertoont, zal doorgaans een sterk sensitief persoon zijn.
De wijsheid bij dergelijke personen is vooral die van mensen.

De slapen

Kijken wij naar de slapen, dan zien wij dat bij sommige mensen deze sterk ingevallen zijn, bij anderen daarentegen bijna bol lijken. De ingevallen slapen maken duidelijk dat wij te maken hebben met iemand die betrekkelijk negatief is in het gebruik van gaven.

Een dergelijk persoon kan een goede helderziende of helderhorende zijn, hij kan een goed medium zijn, zal misschien een ontvankelijk te­lepaat zijn, maar nooit een zendende. Hij zal zeker geen hypnotiseur zijn en zal in de magie alleen via de rituele vormen tot grotere prestaties komen.

De oren

Oren kunnen erg belangrijk zijn, ofschoon vele vormen hiervan dus niet alle van betekenis zijn. Belangrijk zijn de volgende punten:

De bovenkant van het oor geheel losstaand en iets recht omhoog komend typen van mensen met aanleg voor wichelarij, demonie, vaak ook sterk magnetisme. Is het oor daarentegen vastgegroeid en gaat het vandaar bijna onmiddellijk naar beneden, dan nemen wij aan dat deze persoon een charismatische persoonlijkheid is, dat hij goede krachten uitstraalt.

Oorlellen

Oorlellen die vastgegroeid zijn betekenen over het algemeen: bij die persoon worden alle gaven teruggebracht tot de eigen persoonlijk­heid. Zo iemand zal nooit goed kunnen functioneren in contact met anderen, dat is heel eigenaardig. Zijn de lellen daarentegen los, dan kijken wij of de vorm peervormig is, gerekt of bijna rond. Bij peervormige lellen: over het algemeen neiging tot extroversie. Voor dergelijke mensen is resultaat in het occulte alleen bereikbaar als zij werken in gemeenschappen. Zo iemand kan dus in een kring iets bereiken, maar zonder een kring weinig of niets. Hebben wij te maken met bijna ronde lellen, die toch los zijn en niet helemaal met het vlies, de aanzet, zijn vastgegroeid, dan nemen wij aan dat wij te maken hebben met een persoonlijkheid die vooral van­uit zichzelf zal reageren. Dit betekent dat deze persoon over zijn gaven kan beschikken ongeacht de situaties waarin hij zich zal be­vinden.

De Kaak

Wij behoeven hier niet te kijken naar de z.g. wilskrachtige kaak. Dat kan een tanddefect zijn waardoor de kaak naar voren komt. Het kan misschien een dictatoriale neiging zijn à la Mussolini. Het is dus helemaal niet noodzakelijk dat een kaak, als die wat ver­der naar voren steekt, iets betekent.

De kin

Wat wel iets betekent is de vorm die de kin hierdoor krijgt. Er zijn mensen, die a.h.w. twee ronde zakjes bij de kin hebben, zo’n beetje het dog type. Het is niet de wang die hangt, maar het is de kin, die uitgaande van het middenpunt twee verdikkingen heeft welke tot de kaakaanzet ter hoogte van de wang onder het jukbeen doorlo­pen. In dergelijke gevallen moet men altijd rekening houden met het feit: deze zijn sterke, krachtige personen. Zij kunnen goede hypnotiseurs zijn kunnen vaak redelijk goede wichelroedelopers zijn, ook in pendelen zijn ze soms wel wat waard, maar men moet niet rekenen op visionaire gaven. Hebben wij te doen met een gespleten kin waarbij de kloof in het mid­den van de kin geprononceerd is, dan houden wij rekening met een persoonlijkheid, die niet alleen sterk van wil is, maar bovendien ook iemand is die zeer bijgelovig is. Zo iemand zal zijn gave meest­al uiten, indien daarvoor een bepaald signaal is. Dat zijn bv. men­sen die voor voodoo en dergelijke zaken bijzonder geschikt zijn. Hebben wij te maken met een gewone, niet al te spitse kin, dan behoort die aan iemand toe, die ons zegt dat wij alleen op de andere punten moeten letten. Is het een verlengde spitse kin, dan wordt het gevaarlijker. Zo iemand is namelijk geneigd sterk te projecteren. Hij is dus een sterk zendende telepaat, vaak met grote suggestieve vermogens. Is die kin bovendien nog van een kloof voorzien (dus een duidelijk kenbare verdieping in het midden), dan nemen wij aan dat deze per­soon zijn gaven voor eigen nut zal moeten gebruiken.

Dit zijn handregels. Zij betekenen niet dat het altijd precies zo zal zijn. Het betekent wel, dat u zich op grond van die tekens bij benadering een eerste opinie kunt vormen en dat u zich daarvan alleen door de feiten bij herhaling kunt laten bekeren. (Zie ook Hoofdstuk 5 van deze cursus: Eenvoudige trucjes)

Nu moeten wij nog een paar dingen definiëren, die eveneens van belang zijn.

Als wij in ons een beeld hebben, dat volgens ons tot de wenselijkheden behoort, dan dienen wij dit beeld zeer scherp omschreven te vormen. Rijst er in ons echter een beeld, dat wij vrezen en waarvan wij de verwezen­lijking zeker niet nastreven, dan is het belangrijk dat wij die voorstelling zo snel mogelijk kwijtraken. De werking van de gedachtekracht kan namelijk door angst evenals door begeerte tot stand komen. Om de negatieve beelden te verdrijven probeert men niet een ander beeld in hun plaats te stel­len, maar om in het beeld zelf functies te veranderen. Voorbeeld: regen, onweer, bliksem, storm. U staat alleen op een vlakte. Als u dat beeld heeft, dan kunt u daar weinig aan doen en misschien wordt het eens waar. U kunt er echter wel voor zorgen dat ergens de zon al een beetje doorkomt. U kunt er ook voor zorgen dat er op die vlakte iemand is, die u tegemoet komt met uitgestrekte hand om u te helpen. U bent bang voor een monster. Als er een draak voor u staat, stel u dan voor dat hij plotseling een vriendelijk kefje geeft en kwispelstaart. Dat verandert de waarde van het beeld.

Wat doen wij, indien wij tot uittreding willen overgaan en dan tot soortgelijke belevenissen komen? De procedure voor hetgeen wij willen bereiken en willen voorkomen blijft precies dezelfde. Uittreding dient echter omschreven te worden.

  1. Uittreding is het verplaatsen van eigen besef buiten het eigen lichaam. Daarmee is alles gezegd.
  2. Bij uittreding is voor het geheel van de uittreding bepalend: een instelling, dan wel een bewust in het “ik” geschapen beeld waardoor voornoemde verplaatsing wordt bewerkstelligd.
  3. U kunt nooit uittreden naar iets wat u maar vaag vermoedt of kent. U heeft tenminste één factor nodig die u volledig kunt om­schrijven; zonder dit is uw streven zinloos.

Het werken met suggestie en hynose

Ook hier: hypnose is een vorm van suggestie waarmee men probeert de kritische vermogens van de proefpersoon uit te schakelen. Bij suggestie laat men de kritische vermogens wel intact, maar probeert de visie op het leven zodanig te veranderen, dat in overeenstemming met de suggestie kan worden gehandeld. In beide gevallen gaat het wederom om een krachtig beeld van het eigen vermogen bij de suggestor of hypnotiseur. Waar dit niet aanwezig is, kan geen resultaat worden ver­wacht.

In vele gevallen heeft men een signaal nodig, zowel voor zichzelf als voor de proefpersoon. Hiervoor kunt u de z. g. hypnotische lamp (draaiende kleurvlakken) gebruiken, de slinger en ook wel de hand met een ring met steen waardoor ook optische vermoeidheid kan worden veroorzaakt. Hier is niet het werktuig bepalend, maar slechts de overtui­ging van degene die het hanteert dat het zal werken. Ook hier is het dus noodzakelijk dat u precies weet wat u gaat doen en dat u over­tuigd bent dat u het kunt doen.

Omschrijft u de taak of de suggestie, die u een ander oplegt, ont­houd dan het volgende:

Elke factor die niet dwingend is opgelegd en dus geheel ge­vormd uit u, is overgedragen aan de ander, zal worden gevolgd door een eigen interpretatie, waarbij deze interpretatie vaak diametraal kan staan tegenover datgene wat u beoogde.

Een paar punten over magie

Magie is het beïnvloeden van krachten of van natuurlijke werkingen op een zodanige wijze, dat daarvoor op dit moment geen redelijke en weten­schappelijke verklaring mogelijk is.

Als ik magie beoefen, zal ik zien dat over de gehele wereld prak­tisch altijd dezelfde vormen van magie voorkomen. Wie een vergelijking maakt tussen de magische riten in alle landen der wereld, is geneigd aan te nemen dat ze ofwel van het ene land naar het andere zijn overgedragen, dan wel dat er misschien buiten de mensheid een gemeenschappelijke bron is voor deze gebruiken. Vergeet niet dat deze magie ook in de moderne tijd bestaat. Vergelijking:

De oudheid

In de oude magie: samenkomst. Een aantal mensen is aanwezig, er worden woorden gesproken, er zijn gezangen en ritmen, er worden symbolen gehanteerd en vaak opgesteld rond een centraal punt. Daarna wor­den namen of begrippen aangeroepen. Hierdoor wordt het begin van het magisch werk mogelijk.

De moderne tijd

De dictator neemt de plaats in van een thaumaturg (magiër). Hij komt, wanneer reeds gezangen hebben geklonken, ritmen van liederen en trommen, het opdragen van symbolen (vlaggen) enz. enz. Daarna ge­scandeerde toejuichingen waarvan het ritme door het volk zelf wordt gemaakt. Vervolgens de incantaties, die in dit geval bestaan in leuzen als “vrijheid, democratie, waarde van eigen land, recht op eigen leven” en al die andere dingen. U ziet de overeenkomst.

Het is belangrijk dat u dit begrijpt, want u werkt in de moderne maatschappij, die langzaam maar zeker bang is voor de magie omdat ze niet logisch is. De situatie, waarin de wereld op dit moment verkeert, is dermate ernstig dat men in de oudheid allang naar de magie zou heb­ben gegrepen om een oplossing te vinden. In deze wereld durft men dit niet aan, ofschoon het duidelijk is dat er geen logische oplossing kan worden gevonden. De logica die nu regeert is in wezen in zichzelf een demonische. Ik zal u dit verduidelijken met voorbeelden.

U kent de EEG. Er is een EEG-landbouwbeleid. Dit EEG-landbouwbeleid berust volgens de termen op het scheppen van een bestaanszekerheid voor de boerenstand en wel door het vaststellen van prijzen, waar­door deze boeren inderdaad een zeer redelijk inkomen kunnen verwerven voor hun producten. Resultaat: ongeveer 10 % van de gelden, die door de gehele gemeenschap hiervoor worden uitgetrokken, komen werkelijk aan de boerenstand ten goede. De overige gelden (opgebracht door u) worden gebruikt om bv. veel meer melkpoeder en boterfabrieken te stichten dan ooit nodig en bruikbaar zijn, grote koelhuizen in stand te houden, dure instanties en ambtenaren te handhaven en wat dies meer zij. Dat is dus onlogisch. De logische oplossing zou zijn:

Een vrije markt, dan wel een bepaalde consumentenprijs, die echter aan de eis van de consument is aangepast en niet aan de z.g. eis van de landbouwer, die steeds meer tekort komt naarmate de regelingen steeds hogere prijzen voor hem proberen te bedingen. De boer komt toch nooit boven een maximum van misschien 25 % van het totaal opgebrachte bedrag en dat voor de gehele boerenstand. Nu ziet u ook dat het niet logisch is. Maar je kunt er niet meer omheen, omdat er allemaal afspra­ken zijn en niemand een weg kan vinden om uit deze economische verwar­ring te geraken.

In de magie zouden wij het als volgt doen: wij beginnen een bezwe­ring. Wij vragen een orakel en stellen het orakel tijdelijk boven alle menselijke wetten. Wij passen dus eerst onze wetten aan het orakel aan, voor zover dat mogelijk is. Wij richten dan ons streven volgens de instelling van het orakel en met deze nieuwe situatie werken wij verder.

Dit is iets wat u ook in uw eigen magisch werken altijd moet onthouden. Magie heeft geen zin, indien normale, redelijke procedures een­zelfde resultaat tot stand kunnen brengen. Op het ogenblik echter dat wij onze situatie als ondoorzichtig moeten beschouwen en waarin geen vaste berekening ten aanzien van de toekomst en geen oplossing van een bestaand probleem mogelijk zijn, zullen wij wel naar de magische werking grijpen.

Het juiste magische werken is gebaseerd op:

  1. het kennen van een wenselijkheid
  2. het kennen van een bepaalde toestand
  3. het formuleren van beide

Wij kunnen dit doen vanuit onszelf, waarna dan het antwoord inspiratief tot ons komt.
Wij kunnen dit doen in een ritueel waarmee wij door de val van kaarten of andere z.g. toevalsfactoren een orakel uitlokken. Wij kunnen daar­voor stokjes werpen, kortom, al wat men gewoonlijk doet om een orakel te krijgen. Daarbij is het belangrijke dat wij nimmer het orakel als een voorspelling van de toekomst beschouwen, doch het zien als de verbin­ding tussen het gestelde doel en de erkende bestaande toestand.

In de magie ga ik uit van krachten die buiten mij bestaan. Daarbij is het niet belangrijk hoe ik mij deze krachten voorstel. Het is niet belangrijk welke inhoud ik aan die krachten toeken, wel is belangrijk dat ik aan die krachten voor mijzelf een bepaalde geneigdheid toeken. Dus kan ik mij een kracht voorstellen als demonisch en dan zal ik die moeten bestrijden voordat zij voor mij kan werken. Ik kan mij diezelfde kracht echter ook voorstellen als met mij harmonisch en dan betekent deze harmonie dat die kracht automatisch en zonder strijd voor mij functioneert.

In alle gevallen kan de mens volstaan met de erkenning van deze kracht buiten zich en de erkenning van de behoefte of van de kracht in zich. Waar deze erkenning bestaat, is de magische werking zonder meer mogelijk. Waar deze werking in kracht moet bestaan in een gebeu­ren buiten mij, heb ik hieraan niets toe te voegen. Op het ogenblik echter dat ik moet beseffen wat mogelijk is, zodat ik de werking van die kracht in feite op mijn eigen bewustzijn richt, is het noodzakelijk dat ik de grenzen waarbinnen deze manifestatie kan plaatsvinden eerst zelf bepaal. Door het vastleggen van de grenzen waarbinnen de werking een relatie moet vormen, bereik ik niet alleen een duidelijker inzicht in orakel of inspiratie, maar ik bereik daarnaast vooral ook dat zij werkelijk en onmiddellijk is verbonden met het probleem dat ik mijzelf stel en niet slechts zijdelings daarmede enig contact heeft.

U zult u ongetwijfeld ook afvragen of in de magie overdracht mo­gelijk is van andere waarden dan die normaal in het occultisme worden gehanteerd, dus geestelijke krachten, bewustzijnswaarden enz.. Inderdaad kunnen wij altijd een stimulus overdragen aan een medemens en daardoor bepaalde waarden in zijn persoonlijkheid activeren.

Wij kunnen dit doen door gebruik van kleuren.

Wij kunnen dit doen door gebruik van wisseling van lichtsterkte en eventueel daarbij ook weer verschillende ritmen.

Wij houden er verder rekening mee dat elke magische werking moet beginnen met een schokeffect.

Als ik de beschouwer, de toehoorder, de gelovige misschien in een kerk, alleen maar datgene breng wat behoort tot zijn verwachting, dan kan hij zich er wel één mee voelen, maar hij zal zich er niet in opgeno­men weten. De schok is een van de belangrijke effecten die wij nodig hebben om een overdracht van waarde te bewerkstelligen.

Voorbeeld:
Als u denkt aan de ‘Danse Macabre’ van Saint-Saëns (danse macabre), dan valt het u waarschijnlijk op dat in het begin de ontstemde viool op­eens de aandacht vraagt, juist door die ontstemming. Dit is het effect dat de gehele werking, van het op zichzelf zeer destructieve stuk, bepaalt. Kijken wij naar Ravel, dan ontdekken wij bv. dat de werking van ‘La Valse’ ligt in het contrast tussen een schijnbare cacophonie en het plotseling ontstaan van melodische flarden, die ten slotte een boeiende melodie vor­men.
Bij Shakespeare is het onverwachte gebeuren eveneens aanwezig. Vooral in het begin van zijn stukken worden wij vaak geconfronteerd met een situatie of een uitspraak, die dermate onverwacht komt dat juist daardoor onze aandacht wordt gegrepen, wij worden opgenomen in de schijnwereld die hij projecteert. Ik zou deze voorbeelden kunnen geven ook voor schilders, beeldhouwers en andere kunstenaars.

Er moet dus een schokeffect zijn, daarna moet er in het schokeffect een herkenningsmogelijkheid zijn. Alle magie en magische over­dracht zijn hierop gebaseerd. Wij kunnen niet iemand zachtjes veroveren. Als wij dat proberen te doen, dan brengen wij ons sujet in slaap en niet tot interactie met ons denken en onze werkzaamheden. Vandaar dat in de magie bij praktisch alle riten een plotseling effect optreedt, soms in de loop van de rite, soms aan het begin daarvan, waardoor een vervreemding van de werkelijkheid wordt bereikt bij de deelnemers en waarna een versmelting met de verdere riten voor iedereen mogelijk wordt.

Denk eens aan de voodoo-bijeenkomst waar op een bepaald ogenblik iemand begint te dansen en in deze dans bezeten raakt van de een of andere godheid of geest, althans dit veronderstelt te zijn. Op dat ogenblik zien wij plotseling het verbreken van ritme, het wegvallen van de drums op de achtergrond. Wij zien een plotselinge verandering van scène, die niemand van te voren kon verwachten op dat ogenblik. Juist daardoor wordt de intensiteit van de werking bepaald. De gehele voodoo-plechtigheid is in wezen teruggebracht tot dit ogenblik waar­op de gelovigen door de schok plotseling opgaan in het geheel, hun eventueel reeds opgewekte extase zich mede ontlaadt, zich vermengend met de totaliteit en daardoor het magisch effect in elk van hen en eventueel binnen de kring mogelijk maakt. Het is goed u dit te realiseren.

Wij zijn altijd geneigd het occultisme te zien als iets dat als een beperkte wetenschap kan worden beoefend. Maar als wij verder willen gaan op dit terrein, dan hebben wij het schokeffect wel degelijk nodig. Dat schokeffect kan op verschillende manieren ontstaan. Het kan wor­den verkregen door uitputting, door verrukking, door lichamelijke be­vrediging. Wij hebben altijd een toestand nodig waarin door een schok plotseling een verandering komt. Een zo groot mogelijke gelijkheid in het begin is belangrijk waarna de schokwerking plaatsvindt waardoor ieder anders gaat reageren en functioneren, maar gelijktijdig deel van het geheel blijft.

Nu neem ik aan dat u daaraan niet al te veel zult doen. Maar u zult zelf vaak aan dergelijke schokken onderhevig zijn. U zult ontdek­ken dat ook in het gewone leven juist deze verrassende effecten een bijzondere invloed op u hebben en op degenen die rond u zijn. Realiseer u dat zelfs in het dagelijkse leven het optreden van een plotselinge schok, al is het maar een ongeluk dat men gezamenlijk ziet gebeuren, een algehele verandering van mentaliteit maar ook van uitstraling teweeg brengt. Indien u dit kunt regelen en kunt rich­ten, beschikt u over kracht. Als u al die losgeslagen energieën kunt absorberen, beschikt u over een grotere kracht om iets tot stand te brengen. En dat kan wel belangrijk zijn.

Indien u wilt werken met bv. kruis-en-bord, ouiah bord, werkt met het kristal, met de pendel niet te vergeten, dan dient u zich ook te realiseren dat ontspanning wel noodzakelijk is, maar dat het werke­lijke resultaat pas belangrijk wordt, indien in ons of in de aanwezigen een schok plaatsvindt. Als u zelf werkt met een pendel, dan zal die schok bij één der aanwezigen de reactie pas juist doen definiëren. U zult zekerheid krijgen. Met het pendelen gaan dan vaak beelden gepaard.

U kunt in een kristal kijken en voorstellingen zien. Op het ogenblik dat uw woorden een binding tot stand brengen met de persoon voor wie u probeert te schouwen, ontstaat er in plaats van een voorstelling, die ten dele telepathie, ten dele fantasie is, een reëel werkend beeld. Plotseling bent u verbonden met de gedachten van de ander. U kunt die aflezen en zo op grond daarvan vaak ook juiste prognoses en vaststellingen ten aanzien van het verleden produceren.

Het is belangrijk dat u dit begrijpt. Want als wij bv. gewoon wer­ken voor genezing, dan is het niet voldoende dat wij alleen maar heel vriendelijk onze krachten geven. Wij moeten proberen op de een of andere manier eerst een reactie bij de proefpersoon (de patiënt) uit te lokken. Op welk niveau die ligt is onbelangrijk. Die reactie kan emotioneel zijn, ze kan verstandelijk zijn, dat kan een plotselinge gevoeligheid op een bepaald gebied zijn, het kloppen van de aderen, het trekken van een spier en noemt u de andere verschijnselen maar zelf op.

Juist als wij dit effect bereiken (dus ook een plotseling je anders voelen of een plotseling ongecontroleerd functioneren van een deel van het lichaam), dan zijn wij zeker dat wij onze kracht harmonisch en volle­dig aan de ander kunnen overdragen. Op dat ogenblik is het ook zeker dat wij door onze eigen instelling een werking kunnen bereiken, ook van buitenaf. De persoon neemt dan veel meer kracht van buiten op dan nor­maal, omdat wij hem als het ware daarvoor openstellen.

Samenvattend:
In alle occulte werkingen kun je zeggen dat een ontspannenheid, en zeker van de hoofdpersoon, belangrijk is. Maar wij moeten ook begrijpen dat wij juist door het definiëren van hetgeen we willen doen of wat voor ons noodzakelijk is een spanning scheppen, die binnen deze ontspannenheid bestaat. Wij blijven naar buiten toe zo relaxed mogelijk. Op het ogenblik dat deze spanning ontstaat, is er een mogelijkheid van schok. Als wij in ons dat schokje voelen en als wij buiten ons die schok weerkaatst zien, dan kunnen wij er zeker van zijn dat hetgeen wij trach­ten te bereiken inderdaad bereikbaar wordt, want dan zullen die krach­ten werkelijk spelen en werken.

Als u zich herinnert wat wij hebben gezegd over waarneming van per­sonen, het kijken naar de handen, eventueel kunt u ook nog naar de hand­lijnen kijken, dan kan ik u misschien een aardige tip geven.

Als u kijkt boven de muis van de hand, dan ziet u daar twee lijnen lopen. Ze lopen a.h.w. tussen duim en wijsvinger. U kijkt hoeveel krui­sen daarop staan. Staan er een aantal kleine kruisjes, dan heeft u een aantal kleine meevallers, maar staan daar nu een of twee grote kruizen, dan heeft u grote kans dat u een erfenis krijgt of een lot uit de lote­rij trekt. Er staat niet dat u zeker in de loterij zult winnen. Er staat wel in dat deze geluks- of toevalsfactor in uw leven een belangrijke rol speelt. Zoals een aantal kruisen op de muis van de hand (ongeveer onder de pink), maar naar die begrenzende lijn toe, u het een en ander kunnen vertellen omtrent mogelijke occulte begaafdheden.

Kijken wij op de muis van de hand, dan vinden wij daar vaak enkele kruisjes. Als die losstaan van de lijn, dan geven ze receptiviteit aan. Dus negatieve factoren van occulte begaafdheid, ontvankelijke telepathie, mediamiciteit, ontvankelijkheid voor indrukken uit de geest. Staan die kruisjes wat lager op de muis van de hand, dan betekenen ze een beheersingsmogelijkheid. Wij kunnen zeggen dat wij niet alleen ontvangen, maar ook zenden. Dat wij niet alleen de geest ontvangen, als zij ons wat te zeg­gen heeft, maar dat wij ook onze gedachten kunnen uitzenden en met de geest in gedachtecontact kunnen treden. Dat wij niet alleen door een geest eens een keer meegenomen kunnen worden naar een andere sfeer, maar dat wij zelf het vermogen hebben persoonlijk andere sferen te betre­den.

Dit zijn heel gewone kleine kunstjes. Ze kloppen heus niet altijd, dat zeg ik erbij. Indien u een littekentje heeft in de vorm van een kruis, omdat u toen die punaise scheurde, dan zegt dat niet dat u daardoor gaven heeft gekregen. Ik heb hier slechts een paar gegevens aangeduid. In het lichaam van de mens kun je vele aanduidingen vinden voor het waarschijnlijke en het mogelijke, maar geen zekerheden.

Onthoud verder, dat heel veel gezegden onzin zijn. Te zeggen dat, gekrulde haren gekrulde zinnen betekenen, is net zo onredelijk als te zeggen, dat iemand met een haakneus hoeplatenen heeft. Dat houdt geen verband. Dergelijke volkswijsheid moet u absoluut vermijden. Maar er zijn nu in de loop van de cursus een paar aanduidingen gegeven. Kijk eens naar een neus. Kijk eens naar een voorhoofd. Kijk eens naar de wenk­brauwen. Kijk eens naar de oren. Let eens op het bewegingspatroon van de mens. Deze dingen zeggen u erg veel.

In het occultisme kunt u nooit alleen werken. U bent altijd ver­bonden met anderen. Het kunnen geesten zijn, het kunnen mensen zijn. Meestal zullen er mensen bij betrokken zijn. Door die mensen te schatten en ze even a.h.w. te testen waar hun mogelijkheden werkelijk liggen komt u veel verder. Hierdoor kunt u namelijk uw eigen afstemming verbeteren en daardoor juister reageren.

Een punt dat misschien wat minder gebruikelijk is, maar dat bij het occultisme zeker ook hoort is de seksualiteit in occulte riten en bij occulte gebruiken.

Wij dienen ons te realiseren dat elke man ergens ook enigszins vrouw is, terwijl elke vrouw ergens ook enigszins man is. Op het ogen­blik dat beiden elkanders sappen hebben geabsorbeerd, zijn zij even­wichtiger geworden. Dat wil zeggen dat beide personen op dat moment een tijdelijke balans ervaren waarbij man en vrouw als gelijke factoren werkzaam zijn. Dit heeft dus niets te maken met de hersenen, maar wel met het gestel als zodanig. Op het ogenblik dat men zich in een der­gelijke toestand bevindt, heeft men de perfecte hermaphrodiet geïmi­teerd, niet bereikt. Door deze imitatie is het mogelijk veelzijdiger occulte werkingen tot stand te brengen. Maar alleen indien de krachten, die wij willen gebruiken erg groot zijn, is zo iets werkelijk van belang. Seksualiteit in het occultisme is dus meestal eerder een uithangbord dan een functioneel deel van het geheel. Alleen indien u zou doordringen in bepaalde vormen van magie, zou u constateren dat daar voor het behalen van resultaten dit punt niet te vermijden is.

Ik hoor iemand denken: Maar kun je dit niet in jezelf bereiken? Mijn antwoord is heel eenvoudig: Een mens die zich jarenlang heeft ge­oefend om zijn hormonale evenwichten mede te bepalen en al de zenuw­stromen in zijn lichaam zelf in een bepaalde frequentie en in een bepaalde kringloop te binden, heeft geen behoefte aan een dergelijk hulp­middel. Daar echter veel mensen niet zo ver komen, grijpen ze vaak naar andere middelen. Het is belangrijk dat u ook dit begrijpt. Dit verklaart waarom in bepaalde hekserijen en heksenprocessen de zinnelijkheid zo’n grote rol speelt. Dit bepaalt tevens waarom vele magische kringen ge­bruik maken van factoren die eveneens de nadruk leggen op de seksualiteit, ook als wij hier niet altijd de copulatie als noodzakelijke factor zien.

Er is kennelijk een beroep op de seksualiteit. Het is duidelijk dat men hier deze spanningen en eventueel ontspanningen nodig heeft, omdat de deelnemers aan dergelijke riten niet in staat zijn de gewenste toe­stand uit zichzelf en zonder dit hulpmiddel te bereiken

Ik vond het noodzakelijk om ook dit hier te stellen. Want als wij de­finiëren, dan definiëren wij niet alleen maar wat er magisch mogelijk is of wat er occult denkbaar is. Dan bepalen wij mede de middelen waarmee wordt gewerkt. Het zijn deze middelen die heel veel zeggen over de wijze waarop een mens kan bereiken en wil bereiken.

In elke mens zijn innerlijke krachten. Die krachten kunt u natuurlijk sublimeren. U kunt ze maken tot de openbaring van een hogere kracht. In dergelijke gevallen zal een beroep op die kracht inderdaad die ont­spanning tot stand kunnen brengen. Er zijn gevallen bekend waarin de re­latie van een mens tot zijn God een opvallende overeenkomst vertoont met een seksuele relatie. In kloosters kunnen wij daarvan heel veel voorbeelden zien, omdat de mens daar in een situatie verkeert waar­door de nadruk daarop a.h.w. wordt versterkt.

Onze innerlijke krachten, die wij bewust richten, worden in vele ge­vallen echter medegericht door ons verstand. Het verstand is de vijand van het occulte, als het gaat om het tot stand brengen van een effect. Het is de vriend van het occulte, zodra het gaat om het begrijpen van de samenhangen tussen een bereikt effect en de eigen toestand of de eigen handeling. Wie werkelijk verder wil komen, kan ik hier enkele pun­ten geven, die van belang kunnen zijn.

De werkelijke ingewijde is gehangen. Want ofschoon hij de voet reeds zet in de hemel, wordt hij nog steeds met zijn gehele leven en denken naar de aarde terug gedwongen.

Inwijding kan alleen worden bereikt, indien men alles daarvoor op­offert.

Occulte begaafdheid en de inwijding van zowel occulte als andere aard zullen alleen dan worden bereikt, indien de mensen een periode van vereenzaming, een gevoel van doelloosheid zelfs doormaken. Juist hierdoor wordt de mens gedwongen om afstand te nemen van de wereld en – als hij sterk genoeg is – ook van zichzelf. Zo krijgt hij een objectiever beeld van oorzaak-en- gevolg werkingen. Hij ziet zijn wereld chaotischer, ontkent haar wetten en regels, maar ziet daartegenover dan samenhangen, die voor hemzelf bruikbaar zijn. Dit geldt zowel voor de heiligen die uit de ascese, middels de verruk­king, een geheel eigen wereld betreden als voor de duivelsaanbidders, die op een soortgelijke wijze de waarden van het negatieve en demonische vereren en zich daaraan wijden.

Het is niet mogelijk iets te bereiken zonder moeite. Wij kunnen ech­ter wel gebruikmaken van onze spontane kwaliteiten. Spontane kwalitei­ten zijn die eigenschappen, krachten en mogelijkheden welke in ons wezen, zoals het nu bestaat, verankerd zijn. Als wij hierop een beroep doen, dan zal dat dienen te geschieden door het stellen van een doel zonder dat men daaraan verder veel verbindt, zelfs een langdurige concentratie of aandacht is dan niet noodzakelijk.

Overdracht van in uw wezen berustende waarden aan de omgeving is mogelijk door het besef dat deze overdracht plaatsvindt. Het overdragen van waarden, die u niet erkent als deel van uzelf, aan de wereld is niet mogelijk, tenzij wij een kracht kunnen vinden en die in onszelf beleven, waarin de gestelde kwaliteiten volgens ons beste weten en besef volledig aanwezig zijn. Hierbij zal suggestie vaak een rol spelen waardoor delen van ons wezen, die disharmonie veroorzaken, tijdelijk worden uitgeschakeld, zodat verborgen gaven en kwaliteiten toch tot uiting komen.

Enkele praktische raadgevingen:

  1. Heeft u last van geheugenzwakte, begin dan gewoon met uw dosis vitaminen, vooral vitamine B 1 en B 2 aanmerkelijk te vergroten. Leer u daarbij te ontspannen. In vele gevallen wordt geheugenzwakte bevorderd door de enorme inspanning om zich iets te herinneren. Dit veroorzaakt een blokkering van een deel van de in het waakbewustzijn aanwezige gegevens. Ontspanning betekent vaak betere herinnering.
  2. Gebruik van uw krachten. Een kracht gebruiken wil in de eerste plaats zeggen: de kracht beseffen. U kunt een kracht overdragen zonder precies te weten wat u doet, indien u maar het gevoel heeft dat u die kracht kunt over­dragen.
  3. Elke mens heeft zijn eigen symbolen, zowel woordsymbolen als andere. Een symbool, dat voor u betekenis heeft, is voor u een magische sleutel. Het ontsluit namelijk een groot gedeelte van uw bewustzijn en uw emotionele inhoud. Gebruik uw persoonlijke symbolen dan ook om het geheel van uw wezen te mobiliseren; dit in occulte zin.
  4. Als u iets wilt, probeer u daarop te concentreren en het denk­beeld van de begeerde toestand daarbij in uzelf te bevatten. De eenvoudigste manier indien dit object binnen oogbereik is, kijk er geconcentreerd naar, sluit al het andere buiten. Deze tip heeft u trouwens al in een andere vorm ontvangen, maar u heeft er te weinig gebruik van gemaakt.
  5. Als u luistert naar een ritus, naar muziek, naar een lezing, een toneelstuk, kortom, naar al datgene wat voor u van belang is, luister ontspannen. Probeer nimmer onmiddellijk alles te begrijpen. U bent al achter op het moment dat u zich nog afvraagt waarom bv. Othello Desdemona wantrouwt. Dan heeft hij haar reeds vermoord en zinkt hij zelf snikkend neer. Het is dwaasheid te trachten alles on­middellijk te begrijpen. Opnemen betekent een reserve scheppen waar­uit u kunt putten. Pogingen tot onmiddellijk begrijpen betekenen het limiteren van uw mogelijkheden tot enkele fragmenten van een ge­heel, waardoor de samenhang u vaak ontgaat. Dit geldt ook voor alle geestelijk gebeuren.
  6. indien in u een geestelijke kracht – onverschillig welke kracht – actief wordt, laat die gewoon werken. Onderga haar. Later kunt u zich afvragen wat de inhoud was. Hierdoor zult u totale indrukken krijgen, welke het u mogelijk maken zowel geestelijke contacten en ontmoetingen beter te begrijpen en te verklaren, als ook om bepaal­de krachten, die tot u zijn gekomen, op een verantwoorde en juiste wijze wederom uit te stralen. Boodschappen, die in ontspannen toestand zijn ontvangen, kunnen in hun geheel worden begrepen. Boodschappen, die u probeert te be­grijpen terwijl u ze ontvangt, ontaarden over het algemeen in een verwarring waardoor de boodschap teloorgaat en uw eigen dwaasheid uw wijsheid overwoekert.

Sleutels en grendels

De mensen praten over sleutels en grendels. Zij bedoelen daarmee sleutels waarmee het bewustzijn kan worden geopend en eventueel de an­dere wereld; wat dat betreft is in dit geval een auto soms een sleutel. De mensen hebben het over grendels waarmee ze bedoelen die dingen waarmee bepaalde zaken kunnen worden buitengesloten of kunnen worden ingesloten. Ik zou het als volgt willen formuleren:

  1. Een sleutel is datgene wat je in staat stelt de in je bestaande kennis zo te coördineren dat je een nieuw besef verkrijgt dat voordien nog niet aanwezig was. Een grendel is datgene waardoor je in staat bent bepaalde krachten buiten te sluiten of bepaalde krachten in je te beperken op een zodanige wijze dat ze onder je controle blijven.
  2. Indien iemand anders probeert om je grendels aan te leggen, dan is het alleen maar een kwestie of je daar zelf aan gelooft, anders werken ze niet.

De werkelijke sleutels voor de bewustwording, zoals ik ze zie, zijn de volgende:

    1. Ik ben niet de enige gek in de wereld; ik houd daar rekening mee.
    2. Alles moet zin hebben, ook al begrijp ik het niet. Laat mij daarom zoeken naar datgene wat zin heeft, dan zal ik de zin van het an­dere misschien leren verstaan.
    3. Het praten over hoge waarden en over God, die ik niet begrijp, betekent energie verspillen, die ik had kunnen gebruiken om dat­gene wat ik wel begrijp op de juiste wijze in praktijk te brengen.
    4. Alle theorie is niets waard, indien er niet een klein beetje praktijk aan verbonden is.
    5. Achter alle symbolen schuilt een werkelijkheid. Ik kan echter alleen die werkelijkheid begrijpen welke in mij bestaat. Een symbool zal altijd de uiting zijn van datgene wat in mij is en nimmer datgene vertegenwoordigen wat men buiten mij zegt dat het zou moeten zijn.

Nu een paar kleine grendels

  1. Tegenover de buitenwereld een uitstekende grendel: Barst maar! Deze grendel betekent: ik doe niet mee. Op dat ogenblik sluit je je af voor bepaalde factoren buiten je en sluit je gelijktijdig je moge­lijkheden in jezelf op. Gebruik die mogelijkheden dan niet om nijdig te worden, anders verbreek je je eigen grendels, ga je over alle grendels heen en zul je later de puinhopen nog moeten opruimen.
  2. Wanneer ik word aangetast door krachten van buitenaf, dan zal ik altijd moeten ontdekken wat zij doen. Ben ik er bang voor, dan moet ik eenvoudig zeggen: Jullie kunt mij niet beroeren, want in mij ben ik zeker. Denk ik: het zou leuk zijn, maar het is niet goed, dan moet ik tegen mijzelf zeggen: Ik ken leukere dingen, daar houd ik mij voorlopig aan.
  3. Wanneer men beslopen wordt door invloeden, die men niet begrijpt, dan moet men uitgaan van het standpunt: ik behoef geen kracht te aanvaarden die zichzelf en haar intenties niet duidelijk maakt. Daarom richt ik mijn belangstelling op iets anders.

Grotere grendels

Als u voelt dat u door demonische of kwade krachten of geesten wordt achtervolgd of dat zij proberen in te grijpen, dan is het bepaald noodzakelijk een gebaar te maken of een formule uit te spreken waardoor u de zekerheid heeft dat u een afscherming tot stand brengt. Deze afscherming brengt u in feite tot stand door uw mentaliteit (uw geloof erin), niet door de gebaren. Daarom is elk gebaar bruikbaar waarin u kunt geloven.

Al wat ik vrees is verbonden met datgene wat ik in mijzelf herken of eens ervaren heb. Daarom moet ik bij alle vrees mij afvragen: Waarom vrees ik het?

Als ik meen dat iets onontkoombaar en noodzakelijk is, zo moet ik mij afvragen waarom? Onontkoombaarheid en noodzakelijkheid zijn namelijk termen, die ik gebruik om voor mijzelf aanvaardbaar te maken dat ik din­gen doe waarvan ik voel dat ik ze beter niet zou kunnen doen. Zo ik dat ontdek, onthoud ik mij ervan.

Wanneer in mij een inspiratie merkbaar is of een denkbeeld opkomt, dan is het niet zeker dat het waar is. Ik doe dus alsof het waar is, maar reken erop dat ik het mis heb. Daardoor ontkom ik aan een dwingen­de beïnvloeding, terwijl ik gelijktijdig gebruik maak van elke gevoeligheid in mij.

Wanneer ik mijzelf volledig ontspan en mijn bewustzijn probeer uit te zenden, zal ik moeten onthouden dat denken dat je ergens bent nog niet betekent dat je er komt. Wie echter stelt: ik ga daar naartoe en het daarna aan zichzelf overlaat om te functioneren, ontsluit daarmee voor zichzelf de mogelijkheid tot waarneming op andere plaatsen en zelfs op andere niveaus van bewustzijn. De meeste mensen denken: kon ik het maar. Op het ogenblik dat de mens zegt: “kon ik het maar” zegt hij “ik kan het niet”. Wie zegt: “ik kan het niet”, zegt: “ik bereik het niet”. En wie zegt: “ik bereik het niet”, die bereikt het ook niet, zodat het verstandiger is te zeggen: “ik zou dit kunnen”. Als je dan zo ver komt en dan ook nog zegt: “dus probeer ik het”, dan heb je ook grote kans dat je zegt: “ik bereik het”.

Een sleuteltje dat ook van belang is:
Wie probeert alleen zijn verwachtingen vervuld te zien, beleeft nooit de werkelijkheid. Wie echter probeert zijn verwachtingen na te streven en de resultaten aanvaardt zoals ze komen, leert meer omtrent zichzelf kennen, beseft beter wat zijn wereld en zijn mogelijkheden zijn en zal daardoor geestelijk zowel als stoffelijk grotere vrijheid gewinnen.

Dan nog iets over de grendels die men u van buitenaf wil opleggen:

Als iedereen zegt: “doe het niet”, dan betekent dit dat iedereen vindt dat het vervelend zou zijn, indien u het wel zou doen. De vraag is echter niet wat een ander vindt, maar wat voor u noodzake­lijk is.

Wetten zijn voorschriften gebaseerd op een gemiddelde. Alleen indien u werkelijk tot dit gemiddelde behoort hebben wetten betekenis voor u. Wie onder het gemiddelde zit, verzet zich daartegen. Wie boven het gemiddelde zit, stoort zich er niet aan. En dat is wat anders.

Elke waarheid, die een ander u predikt, kan alleen voor u waar zijn, indien ze in uzelf kan worden ervaren. Luister rustig naar alles wat iedereen u predikt, maar probeer daaruit te vinden wat er in u bestaat. Op grond van wat er in u bestaat kunt u vaak werken met waarden die een ander u predikt.

Kleine definities van Henri

Werkelijke sleutels in geestelijke zin vind je nooit in een bos; ze zijn altijd afzonderlijk te vinden. Daarom is een geestelijke sleutel datgene wat op dit moment alleen voor mij betekenis heeft en daardoor het mij mogelijk maakt iets te beseffen wat ik zonder dit niet beseft zou hebben.

Veel mensen menen dat het aanbrengen van een grendel veiligheid betekent. Zij vergeten helaas dat je die grendel ook nog dicht moet doen.

Occultisme is een vorm van weten dat zo sterk persoonlijk is, dat het niet wetenschappelijk kan zijn.

Bewustwording is het erkennen van mogelijkheden en waarden in jezelf. Als je ze niet gebruikt, ben je een stommeling; als je ze wel gebruikt, ben je een occultist.

Mystiek is datgene wat wij gevoelen zonder het bewust te kunnen ervaren en wij het daarom uitbeelden op een wijze, die niet strookt met de werkelijkheid. Een mysticus is dus hij, die een werkelijkheid ervaart die hij niet als zodanig kan uitbeelden, waardoor hij krachtens een vervalste werkelijkheid probeert duidelijk te maken dat hij iets heeft be­leeft wat een ander toch niet gelooft.

Magie is het werken met eenvoudige middelen om vaak lang niet een­voudige gevolgen te veroorzaken.
Een magiër is iemand, die denkt dat hij het voorgaande kan bereiken.