Delen van de christelijke geheimleer

8 maart 1959

We zijn er ons naar ik meen wel allen van bewust, dat het christendom, zoals het thans bestaat en zijn leringen aanvaardt, zeer ver verwijderd is van de ware essentie van Jezus leer.

De weg van het christendom, zoals Jezus die ziet, is een weg gebaseerd op de aanvaarding van een bovennatuurlijke wereld, die binnen het eigen wezen wordt gerealiseerd. Er is geen mogelijkheid tot een algehele verlossing, zolang de mens zelf niet inziet, dat hij deze innerlijke wereld voor alles moet aanvaarden. Ik zal zo vrij zijn zonder verdere benoeming hier een aantal elementen uit de leringen van Jezus samen te vatten, hopende u hierbij een inzicht te geven  omtrent al hetgeen daaraan volgens de Evangeliën is voorafgegaan.

De Vader leeft in alle dingen en er is geen schepsel, dat Hij ooit verlaat. Maar om tot de Vader te gaan, moeten wij persoonlijk komen tot een aanvaarding van Hem in Zijn werken en Zijn kracht. Dit betekent een afstand doen van de gehele wereld; een afstand doen van alle dingen, die schijnen te behoren tot het normale, tot de logica en tot de rede. Want de Vader is meer dan de rede. Hij is meer dan alle menselijke vernuft kan beseffen. En Hij is zuiverder en reiner dan voor een mens voorstelbaar is. Het komen tot Zijn wezen betekent vaak een absolute omkering van alle waarden. In het besef van de wil des Vaders en Zijn wezen is elke handeling en elke daad in feite een daad des Vaders. Ik mag hierbij opmerken, dat Jezus dit ook meer in het openbaar te kennen geeft, wanneer hij zegt: “Niet ik ben het, die spreekt, doch het is de Vader, Die spreekt door mij.”

De wil des Vaders zal door Zijn volmaaktheid, Zijn alwetendheid vaak geheel tegengesteld zijn aan de wil der mensen. Wanneer men zijn eigen begrippen blijft handhaven omtrent verstand, omtrent noodzakelijke handelingen, omtrent te verwachten ontwikkelingen, zal men nooit Zijn wezen aanvaarden. Slechts in de absolute onderwerping aan Zijn wezen hoe moeilijk dit ook is kan een openbaring optreden van Zijn werkelijkheid. Wat Jezus in zijn leven heeft gedaan, vrienden, is niet veel anders dan zich houden aan de lering, die hij aan zijn apostelen zo vaak heeft gegeven. Hij aanvaardt de goddelijke wil, die hem brengt tot kruisdood en offer. Hij aanvaardt evenzeer de goddelijke wil, die hem voert tot herrijzenis. Geen van deze feiten is voor hem vreugdiger of onaangenamer. Van uit het standpunt van de mens is de kruisdood een verschrikking. Van uit het standpunt van de vrije geest is een herrijzenis, een verheerlijkte terugkeer op een aarde, al even verschrikkelijk. De mens ziet dit over het hoofd, omdat hij de dood beschouwt als iets, wat overwonnen alleen maar vreugde kan baren. Maar de overwinning van de grens tussen wereld en goddelijke wereld en het zo terugkeren daarin betekent voor de geest een reeks beperkingen en smarten aanvaarden even groot, als een sterven voor een menselijk wezen is. In deze realisatie van het Paasgebeuren en al wat daarmee samenhangt, beginnen wij misschien een nader inzicht te krijgen in Jezus bedoeling, niet alleen met zijn leven maar ook met zijn lering.

Er is geen sprake van twee of meer werkelijkheden. Er is sprake van een grote werkelijkheid. Men noemt deze werkelijkheid wel de volmaaktheid, soms de eeuwigheid, in andere gevallen wel de volledige goddelijke openbaring. Al het andere is niets meer of niets minder dan een afwijking van die werkelijkheid. Het wordt in de christelijke termen “het kwade” of in een andere veel gebruikte term “maya” genoemd. Jezus leert dan ook aan zijn discipelen: De grootste misleiding, die er bestaat, is de zelfmisleiding van de mens. Zelfmisleiding is opgebouwd uit twijfel, uit verlangen en uit vrees. Want indien gij twijfelt aan uzelf of aan de kracht des Vaders, zo zal de twijfel u een beeld voor ogen tekenen, waardoor uw wereld aan die twijfel beantwoordt. Wanneer ge begeert, zo zal uw begeren u blind maken voor een deel van de schepping en ge zult niet ervaren, hoe volledig harmonisch en evenwichtig de wereld des Vaders is. Zo gij vreest echter, zult gij u concentreren op uzelf en blind zijn voor al hetgeen er rond u uit de Vader is geopenbaard.

Ik geloof, dat het voor velen moeilijk zal zijn dit voor zichzelf als een concrete les te beschouwen. We weten in ieder geval, dat het voor Jezus leerlingen zeer moeilijk is geweest. Want zij wilden immers niet het Koninkrijk Gods, ook al zeiden ze daarnaar te verlangen. Elk hunner wilde voor zichzelf iets. Zelfs Johannes, die het dichtst bij de Meester staat, verlangt in feite de heerlijkheid van zijn Meester te beleven, niet zichzelf te bevrijden. Petrus met Andreas en nog enkele anderen verlangen niet meer of minder dan een einde van de Romeinse overheersing en een Joods koninkrijk. Ook Judas begeert dit. Anderen weer verlangen voor zichzelf de macht om wonderen te doen, de macht om te prediken en zo verheven boven het normale leven door de mensheid heen te wandelen met een recht op erkenning en eerbied, Ze zijn allen dus blind voor Jezus werkelijkheid. Zij kunnen een deel van zijn leer aanvaarden en verwerken, meer niet.

Het is niet zo verwonderlijk, dat alle anderen, die zich sindsdien aan het christendom hebben gewijd, verblind waren. Verblind in vele gevallen ook door een enkele flits van het goddelijk licht. Wanneer Jezus zegt: “Indien gij gaat tot de Vader in de ijver van uw streven, zo zal Hij u verblinden,” dan lijkt het wel of hij spreekt over Paulus, die later gerekend zal worden tot een van de grootste apostelen, ofschoon hij nooit een feitelijke leerling van Jezus is geweest. Maar die verblindheid voert soms tot zeer eigenaardige handelingen. We weten allen, hoe Paulus op de weg wordt getroffen door het licht (op de weg naar Damascus) en hoe hij daar door medelijdende mensen wordt opgenomen en plotseling christen is geworden. Maar is hij wel christen geworden?

Laten we zien wat Jezus leert: “Zo gij niet geheel ondergaat in de Vader, zo zult gij uwe huid (of kleding) kunnen wisselen, doch ge zult uzelf gelijk blijven.” Want Jezus realiseert zich heel goed, dat zolang je het Goddelijke zelfs met de hoogste verlichting van uit het menselijk standpunt blijft benaderen, je mens blijft. Je handelen schijnt misschien anders te zijn. Maar het is dezelfde menselijke drijfveer, die je leidt en die je brengt tot het aanvaarden van het ene en het verwerpen van het andere. Kijk naar Paulus. Wat doet Paulus? Met dezelfde ijver, waarmee hij eens de ketters dat waren de christenen en verschillende andere sekten in zijn ogen heeft achtervolgd, gaat hij nu plotseling de ongelovigen in het christendom vervolgen. Zijn prediking is niets anders dan een voortdurend verwijt tegen degenen, die de moed hebben af te wijken van de strenge voorschriften en zedenleer, die niet Jezus maar de apostelen hebben gegeven. Een typisch verschijnsel.

Wanneer Jezus ter dood wordt veroordeeld, zien we ook ditzelfde spel der goedwillendheid, zij het in een andere gedaante. Daar is Herodes, die ondanks alles het niet zo kwaad meent en die van die tovenaar een enkel wonder wil hebben. Hij wil dat enkele bewijs hebben, meer niet. En als Jezus hem dat genoegen had gedaan, o, hij zou Jezus ongetwijfeld hebben vrijgelaten. Want wat had hij er voor belang bij, dat Jezus zou lijden. Maar ja, als zijn wil, zijn koninklijke wil wordt genegeerd, dan moet voor die persoonlijke belediging Jezus maar sterven. Let wel, het persoonlijke element. Herodes zal Jezus niet naar Pilatus sturen, omdat hij een leer predikt, maar omdat hij weigert Herodes te gehoorzamen.

En Pilatus? Pilatus vraagt Jezus meermalen: Zeg, wie ben je? Wat doe je? En als hij eindelijk besluit om Jezus aan de menigte over te leveren, dan telt daarbij heel zwaar mee, dat Jezus tegen hem – de Romeinse Proconsul – niet gesproken heeft. Zo goed als Annas en Kajaphas in het Sanhedrin hun invloed doen gelden ten nadele van Jezus niet om de leer, die Jezus predikt, maar om de aantasting van hun eerlijkheid. Zoals vele Farizeeën meedoen aan het opstoken van het volk niet omdat ze zoveel tegen Jezus leer hebben, maar omdat Jezus hen doorzien heeft. Is het geen typisch aspect? Klaarblijkelijk is Jezus leer te moeilijk. Klaarblijkelijk is Jezus eerlijkheid te groot. En als gevolg daarvan wordt zijn leer verworpen en men rechtvaardigt zich met een twijfel. De twijfel van een Pilatus, die ten slotte zegt: “Beter dat een mens sterft, dan dat een volk ten onder gaat. Gij hebt het gewild, doch ik zal geen deel hieraan hebben.”

Die uitspraak is typisch menselijk en indien ge mijn mening hierover wilt aanvaarden typisch christelijk. Want ook in het christendom wast men voortdurend de handen zij het dan misschien volgens de termen “in het bloed van het Lam” om zo te verklaren, dat men zelf onschuldig is aan het vele, dat er op de wereld gebeurt, dat men toch zelve onschuldig is aan het onrecht, dat anderen ondergaan. Maar Jezus zelf leert ons anders. “Wie de weg des Vaders gaat, zal de lasten des Vaders dragen. En het weten, dat uit de Vader komt, zal zijn wegen bepalen en zijn voeten zetten op de weg tot absolute bewustwording.” Of zo ge wilt absolute verlossing.

Er is altijd weer een strijdigheid. Een strijdigheid, die wij in de maatschappij evengoed zien als in het christendom op zichzelf; die we opmerken in de apostelen, in de leerlingen. Men wil weliswaar de grote verlossende leer van Jezus aanvaarden, maar alleen wanneer deze strookt met eigen gedachten omtrent waardigheid, omtrent recht in de wereld; eigen verlangen misschien ook naar erkenning. Men vreest belachelijkheid. Men vreest, dat de wereld zal zeggen: “Ziet, deze dwaas heeft zijn goederen aan de armen gegeven en is heengegaan om die Meester te volgen.” En dan zegt mens “Nu ja, maar ik twijfel eraan. Hoe weet ik nu, of dit goed is. Hoe weet ik nu, of dit kwaad is. Een typisch verschijnsel, dat zich herhaalt door alle tijden heen.

De waarheid, waarvoor Jezus sterft waardoor hij sterft, zou ik haast moeten zeggen is echter door alle tijden gelijk gebleven. Om werkelijk de krachten van de Vader te ervaren moet je leren het menselijke terzijde te stellen. Dan moet je leren te handelen zonder je af te vragen! Ben ik nu daardoor belachelijk, of zal men mij daarom eren? Zonder je af te vragen: Is dit nu goed of kwaad? Want in de Vader is geen kwaad. Zoals Jezus zegde: “Het boze is geboren uit de misverstanden in mensen ontstaan omtrent de goddelijke wil. Alle kwaad is een verstoring van harmonie en van evenwicht. Al het goed is de erkenning ervan.” Het christendom heeft later het boze gemaakt tot een duivel, die rondgaat. Maar zegt Jezus niet uitdrukkelijk, dat hij tot de menigte in gelijkenissen spreekt. In die gelijkenissen is de duivel een zeer belangrijk punt. Een punt, dat letterlijk wordt geaccepteerd door de wereld, omdat men klaarblijkelijk liever een duivel heeft, die men dan toch de schuld kan geven, dan de werkelijkheid dat de disharmonie in de mens een duister beeld van God doet ontstaan, dat hij vreest. Toch is dat laatste wat Jezus werkelijk geleerd heeft. Wanneer je God vreest, is Hij een duivel. Wanneer je Hem aanvaardt, is Hij een bron van licht. Wanneer je God ontwijkt, is Hij een kracht, die je achtervolgt. Wanneer je Hem aanvaardt, is Hij een kracht die je beschermt. Ook dit zijn niet mijn woorden. Ook dit zijn woorden, die Jezus zij het niet letterlijk zo heeft gesproken.

Maar het wordt tijd, dat wij onze conclusies gaan trekken, dat wij gaan trachten voor onszelf uit dit geheel van samen geraapte gegevens een praktische lering naar voren te brengen. Die zou ik dan voor deze dag willen stellen in de zin van esoterisch christendom:

Het innerlijk christendom is gebaseerd op een absolute aanvaarding van het Goddelijke, waarbij de leiding, die het Goddelijke in het leven geeft aan ons allen door Zijn wetten – ongeacht sfeer of wereld – gerealiseerd wordt uit het gebeuren, dat op onze weg wordt gebracht. Handelend volgens wat wij voelen als de goddelijke wil, kunnen wij mits wij onszelf, onze belangen, onze waardigheid, enz. vergeten zo het Koninkrijk Gods bereiken. Dat is een erkennen van Gods harmonie in onszelf en daardoor een absoluut deelgenootschap in de ware schepping.

o-o-o-o-o

Op het gevaar af, dat uw angst voor politieke verwikkelingen de waardering voor mijn woorden enigszins zou kunnen verkleinen, zou ik toch graag willen proberen om u enige illustratie te geven van hetgeen mijn voorganger hier zo even zo mooi heeft gezegd. En u zult mij zeker niet kwalijk nemen, dat ik dat probeer te doen in de voor mij meest eenvoudige en meest gebruikelijke vorm. Ik zou een paar punten willen definiëren en met voorbeelden natuurlijk duidelijk maken. Het eerste is dit:

Men zegt: “Het leven is een maskerade”, nietwaar? Wat is de waarheid, achter waan verborgen? Waarheid, achter waan verborgen, is het “ik” ontdaan van alle voorstellingen, die het “ik” zich maakt omtrent eigen grootheid of kleinheid. Wat is de goddelijke harmonie? De goddelijke harmonie is de aanvaarding in het “ik” zonder onderscheid van al wat de wereld goed of kwaad noemt, zodat dit gezamenlijk tot een beleven wordt en geen tegenstelling blijft.”

Misschien dat dat een voorbeeld nodig heeft. Dan moet je eens goed luisteren. Er zijn mensen, die zijn wat men noemt vies uitgevallen. Een enkel woord of een enkel gebaar kan hen ertoe brengen een op zichzelf heerlijke maaltijd te verwerpen. Breng de mensen een uitstekend en heerlijk gerecht bv. een Italiaanse salade. Verwerk deze met rijkelijk mayonaise, laat hen een beetje proeven en zeg dan: “Vind je nu niet dat het er net uitziet als iets, wat een hond bij zijn onwelzijn verloren heeft?” Plotseling is dit kwaad. Want de mens kokhalzende verwijdert zich en weigert zelfs om de heerlijke spijs, die er toch smakelijk genoeg uit kan zien, nog verder te accepteren. Waarom zoudt u denken? Om het beeld, dat hij in zich draagt, nietwaar? Hij maakt van goed kwaad, of van kwaad goed. Precies zoals hij zelf is ingesteld.

Maar nu heeft de mens één ding, waar hij buitengewoon bang voor is. Dat is nl. zijn waardigheid. Dat gaat zover, dat neemt u mij niet kwalijk oudere mensen het als een belediging ervaren, wanneer je vertelt dat iemand van hun leeftijd seniel is. Ze betrekken het onmiddellijk op zichzelf. Toch kunnen zij heel verstandig zijn. Jonge mensen hebben een ressentement, wanneer er gezegd wordt, dat zij te jong zijn om iets te weten. Maar zij ervaren het als een even grote kwetsuur, wanneer het in het algemeen wordt gezegd. Dus….de mens betrekt alles van buitenaf op zichzelf, verwerkt het in zichzelf en projecteert het beeld, dat hij in zich heeft, op de buitenwereld. Kijk maar eens rond je en dan kun je zien wat dat voor gevolgen heeft.

Wat is nu de juiste methode? Jezelf terzijde zetten. Maar kan een mens dat wel? Laat mij van mijn voorbeeld maar weer eens naar een definitie gaan. Wanneer een mens zegt alle dingen op zij te zullen zetten voor de waarheid, bedoelt hij te zeggen, dat hij alles opzij zal zetten, wat hij meent te kunnen missen om zo in de ogen van anderen zichzelf negerende te komen tot iets, wat voor zijn eigen wezen nog volledig acceptabel is. En ja, wat staat daar dan tegenover van christelijke waarheid? De christelijke waarheid is, dat je alle meningen omtrent jezelf zowel goed als kwaad onderwerpt aan de goddelijke wil. En wat hebben ze ervan gemaakt? Voor de kerken hebben ze ervan gemaakt, dat de kerk weet wat goed en kwaad is en dat jij je daaraan te houden hebt. En degenen, die zichzelf christelijk achten en zelfstandig leven en werken, die houden het er op, dat wat in hun idee aanvaardbaar is voor hen goed is en dat dus al het andere noodzakelijkerwijze kwaad moet zijn. Een warwinkel, waarvoor ik bang zou worden, wanneer er gelukkig niet een paar punten waren in de maatschappij, waarover mijn voorganger dan niet heeft gesproken en waar we toch houvast aan kunnen krijgen ook in de mens natuurlijk.

Een van de belangrijkste punten is de trouw. Nu is de vraag natuurlijk: Wat is trouw? Je kunt zeggen; het je houden aan verplichtingen; het voortdurend blijven erkennen van aangegane vriendschappen en vijandschappen desnoods. Maar het gaat eigenlijk iets verder. Trouw in de innerlijke zin is het erkennen van een bestaande eenheid, die nooit gewraakt kan worden ongeacht de uiterlijke verhouding, die schijnbaar de verhouding beïnvloeden zou. Dus wanneer de mensen trouw zijn, werkelijk eerlijk en oprecht trouw zonder daarbij aan zichzelf te denken, dan doen ze niets anders dan een eeuwigheidsprincipe in zich aanvaarden en verwerken. Dat ze dat soms op hun manier doen, nu ja, goed. Dat ligt aan hun bewustzijn. Maar het bestaat.

Het veel misbruikte woord naastenliefde leidt voor menigeen tot een volgende definitie: Ik moet een ieder lief hebben, die mijn naaste is. Mijn naaste is de mens, die mij bevalt. Dus houd ik van een ieder, die mij bevalt en al de anderen zijn mijn naasten niet. Toch komt er onder een heel andere term heel vaak onder namen als humanisme bv. een soort naastenliefde voor, die erg hoopgevend is. Die zou je zo kunnen definiëren: Omdat ik mijzelf liefheb en de gelijkwaardigheid van anderen met mijzelf erken, zal ik hun alle rechten geven, die ik mijzelf geef en trachten te behandelen, zoals ik zelf behandeld zou willen worden. Daar vinden we toch weer een hoopgevend element. Daar mogen al die begoochelingen dan inzitten en dan mogen er kwesties zijn van waan of van maya of van duister, maar zolang die dingen er zijn, zit er iets goeds in.

U zoudt zelfs nog een stap verder kunnen gaan. U zoudt kunnen zeggen, dat vele van de vergissingen der mensheid het meest hoopgevend teken zijn. Omdat menigeen zich niet vergist in een bewust zoeken naar eigenbelang, maar vele vergissingen der mensen een misinterpretatie zijn van de innerlijke stem, die ze voortdurend trachten toe te passen op de bestaande maatregelen, de bestaande wetten, de bestaan de omstandigheden i.p.v. haar te accepteren als een scheppend principe, wat ze in feite is. En nou mag ik misschien dat laatste wel even illustreren.

De dames hebben ongetwijfeld allemaal wel eens een pudding gemaakt. Dat is een brei, die gekookt wordt, in een vorm gegooid en die na afkoeling dan een zeer smakelijk gerecht pleegt te vormen, tenzij de huisvrouw zich vergist heeft en i.p.v. sucade bv. groene zeep heeft gebruikt. Nu is een dergelijk smakelijk gerecht in feite een illusie. Want datzelfde papje, eenvoudig neergesmeten, zou net zo smakelijk moeten zijn. Maar dat is het niet. De vorm maakt heel vaak uit, hoe lekker het is. Waar of niet? Nu kunnen we zeggen; Dat is een vergissing. Het gaat om de essentiële dingen en het gaat niet om vormpjes. Zo zien we het in de maatschappij ook. De maatschappij dient ontzettend veel vormen en zegt, dat die het belangrijke zijn. Maar als nou de bestanddelen, die erin gaan, tenminste zijn een eerlijk zoeken naar waarheid een eerlijk zoeken dus naar een goddelijke inhoud, naar een bewust leven is het dan zo erg, dat ze voorlopig de nadruk meer op de puddingvorm leggen dan op de pudding zelf?

Er is eens een kok geweest, die zei: “De eigenaardigheid van de menselijke smaakzin is, dat hij eet met z’n mond, proeft met z’n neus en oordeelt met z’n ogen.” Waarmee hij wilde zeggen, dat het belangrijk is, dat een spijs er goed uit ziet, daarna dat ze een goede geur heeft en pas daarna komt de smaak er op aan. Nou zou ik haast zeggen, dat hiermee dus de illusie en de waan aardig gekarakteriseerd zijn. Want u gaat ook meestal op uiterlijkheden af.

In de eerste plaats moet men iets zien, men moet ergens een bewijsje hebben. En als dat er niet is, dan zegt men doodgewoon: “Nou ja, het is er niet. Wat moet ik ermee beginnen?” Zo heb je van die mensen, die zeggen; ” Ja, ik bid tot God, ik doe mijn best, maar waar is die God dan, waar zit Hij dan ergens? Ik heb Hem nog nooit gezien en ik heb zo hard gebeden.” Weet je hoe dat komt? God is overal rond je. Die is zo alomtegenwoordig, dat je aan Zijn aanwezigheid gewend bent. Je zoekt naar wat buitengewoons en je kunt het normale van Zijn aanwezigheid niet accepteren. Vandaar dat Hij Zich nooit als een gewelddadig iets openbaart.

Maar de mensen willen dat natuurlijk niet hebben. Die zeggen zoals bij Mozes bv.: God is een lichtende zuil of een rookzuil. Nou, in feite was dat heel eenvoudig een wagentje, waarop een vuurtje werd gestookt. Overdag zagen ze de rookzuil en ‘s avonds zagen ze het licht van het vuur. En het werd niet gebruikt zoals men misschien denkt om het volk te imponeren, maar eenvoudig om het te leiden. Want als ze allemaal die rookzuil dat verkenbare teken nu maar volgden, kon dat hele verspreide en ongeorganiseerde joodse volk tenminste nog op dezelfde bestemming terecht komen. Ze hebben er later sprookjes van gemaakt.

Je zult begrijpen, dat het onverstandig is te zeggen; “Ja, maar ik zie dit niet…..en al dat gejammer. En het vreemde is onder ons gezegd en gezwegen als ik even mag afwijken dat de meeste mensen juist geloven in heel veel dingen, waarvan ze met hun klompen kunnen aanvoelen, dat ze niet waar zijn. Dezelfde mens, die haast niet meer geloven kan in God, gelooft volkomen in de verkiezingsprogramma’s. Dezelfde mens, die niet aan wonderen kan geloven, vindt het heel normaal, dat er levende mensen geboren worden, vindt het heel normaal, dat de krachten der natuur voor hem bereid zijn te werken, dat het water hem draagt. Hij vindt dat allemaal zo natuurlijk en zo normaal. Wanneer iemand hem waarschuwt voor toekomstige ontwikkelingen en zegt, dat die van de statistiek afkomstig zijn vindt hij het heel normaal. Wanneer een ander gebruik maakt van een hogere statistiek of als een helderziende hetzelfde zegt, dan deugt het niet. Wanneer iemand hem vertelt, dat je hoffelijk moet zijn en hem een boek geeft over goede manieren, dan buigt hij als een knipmes, deelt handkussen uit, komt in jaquette of smoking of colbert al naar gelang het voorgeschrevene en vindt het heel normaal. Wanneer je diezelfde mens vertelt, dat je God moet benaderen op een bepaalde manier, dat je bepaalde gebruiken in acht moet nemen om bij zekere gelegenheden de goddelijke kracht voor jezelf tot werkelijkheid te maken, dan zegt hij: “Ja, maar dat is onzin, dat doe ik niet, dat deugt niet.” Kijk, dat zijn nou die leuke problemen, waarbij je je gaat afvragen; Waar blijft die mens nu met zijn werkelijkheidszin?

Je zou nog verder kunnen gaan. Je zou je kunnen afvragen, of de mens ooit begrepen heeft en ooit heeft willen begrijpen wat de waarheid eigenlijk is. De waarheid is de schepping ontdaan van de denkbeelden, die de mens gebruikt om zijn eigen houding binnen die schepping te rechtvaardigen. Dat vergeet menigeen.

Maar ik had het over al die goede aspecten. En dan wil ik er toch nog wel een paar opnoemen. Weet u, wat mij ook zo hoopgevend lijkt? Dat menig mens zoekt. Want wat is zoeken eigenlijk? Het is een erkennen van eigen onvolledigheid, een aanvaarden van eigen onvermogen en het zoeken naar een aanvulling daarvan om het innerlijk aangevoelde ideaal te verwerkelijken. En of je nou zoekt in verkiezingsprogramma’s, in wetenschappelijke theorieën, in de esoterie of in de magie, dat maakt weinig uit. Wanneer je eerlijk zoekt, wanneer je je bewust bent, dat het niet voldoende is wat je bent, dan ben je een eind ver.

Dan is er nog iets, wat mij persoonlijk zelfs altijd heel erg imponeert in de mensen: Gevoel van verantwoordelijkheid. Men voelt zich verantwoordelijk voor zijn gezin, voor z’n vrouw, voor z’n kinderen, voor haar man. Men voelt zich verantwoordelijk voor zijn personeel of verantwoordelijk voor een opgenomen taak t.o.v. de werkgever. Men voelt zich verantwoordelijk t.o.v. de natie, van de mensheid. Wat is dat gevoel van verantwoordelijkheid eigenlijk? Het gevoel van verantwoordelijkheid is een rationalisatie van een gevoel van eenheid, waaraan je uitdrukking geeft binnen de perken, die voor jouw begrip die eenheid nog aanvaardbaar maken.

Een gevoel van eenheid, dat is wat we allemaal nodig hebben. Een gevoel van eenheid niet in de vorm van: nou zijn we een vereniging, een staat, maar van; wij hebben een gezamenlijke bestemming, we hebben een gezamenlijk einddoel. Gevoel van eenheid in de gedachte: er is iets, wat ons onverbrekelijk bindt. En die band….. Alle banden, die voortkomen uit een geestelijk besef van verantwoordelijkheid, zijn in feite erkenningen van de scheppende kracht Gods, die alle dingen tezamen bindt. En daar hoef ik geloof ik geen voorbeelden van te geven. Daarmee heb ik dan het meeste gezegd, wat ik zo zeggen wou.