Democratie, ontstaan, groei en betekenis

image_pdf

18 september 1959

Aan het begin van deze bijeenkomst leg ik wederom de nadruk op het feit, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Ons onderwerp voor heden is: Democratie, ontstaan, groei en betekenis.

Wij allen weten natuurlijk dat democratie betekent: Regering van het volk. Op het gevaar af uw onlust op te wekken stel ik dat de oorspronkelijke vorm van democratie gestorven is met de stadstaten van Griekenland. Natuurlijk zijn er andere en vroegere vormen van democratie te noemen. Wij kunnen ook in deze dagen zelfs bij de meest wilde stammen soms nog organisatie en bestuursvormen vinden die in feite democratisch zijn. Toch wordt dit zelden erkend, daar de moderne wereld het begrip democratie in een andere richting zoekt. Men beschouwt in deze dagen namelijk democratie vaak eerder als een ideologie dan een gezagsverhouding.

Voorbeeld: Kunnen wij een stam van uit de oertijd, die het gezag van de sterkste aanvaardt, doch deze doodt bij een te groot misbruik van macht, een democratie noemen? De doorsnee democraat zal hier ontkennend antwoorden. Indien wij naar de praktijk zien, die in vele van de zogenaamde democratieën heden bestaat, dan waren deze oude en lang vergeten stammen zeer democratisch en modern. Het enige verschil is, dat men een dergelijk oproer heden “zuivering” pleegt te noemen.

Indien wij ons blijven houden aan de interpretatie: “Democratie is regering voor en door alle burgers”, dan kunnen wij voorbeelden van totale of gedeeltelijke democratieën vinden door de gehele geschiedenis der mensheid. De stadstaat Ur werd in feite geregeerd door een uit edelen en kooplieden samengestelde raad. Zij werden door de hogere standen gekozen, dat is waar.

Maar alle anderen waren vreemdelingen, of slaven. Gezien het feit, dat elke vrije dus een zekere zeggenschap had, zou men hier over een beperkte democratie kunnen spreken. In de tijd van de grote Khans zien wij een andere vorm. Bij de bijeenkomsten in de jurte van de Khan zijn niet alleen de hoofden en edelen aanwezig. Daarnaast treedt als woordvoerder voor elke stand – of afdeling – een “man met wapenen” op. Deze wordt door de groep zonder ingrijpen van het hoofd gekozen. Meestal overigens door wedstrijden. Hij heeft gedurende de tijd van de bijeenkomst gelijke rechten met de adel en bespreekt met hen de wijze, waarop men de wensen van de Khan het best kan vervullen. Daar deze raad echter geen beslissende, doch slechts een adviserende functie heeft, kan men opnieuw niet over een echte democratie spreken. Van een volledige democratie is er volgens de huidige interpretatie nergens sprake. Zelfs de Indianen met hun raad rond het kampvuur zijn geen echte democraten, gezien de gezagsverhouding, ofschoon alle krijgers hier mee aan kunnen zitten en dan tevens recht van spreken hebben. Ook hier is de uiteindelijke beslissing in handen van het opperhoofd. U herinnert zich dit misschien nog wel uit de verhalen die u in uw jeugd zozeer boeiden.

Om de basis der democratie te omschrijven kan ik het volgende zeggen: Waar geen blijvende overmacht bestaat van een enkele zijde, zullen de verschillende belangen in een gemeenschap het noodzakelijk maken, dat verschillende belangengroepen tot overeenkomst komen en zo hun eigen mogelijkheden verdedigen, of aanmerkelijk vergroten t.o. anderen. Nu zien wij de klassieke vorm van democratie in Griekenland kort voor het begin van de huidige jaartelling.

Deze bestaat alleen voor de betere standen. Na de onderdrukking door Draco handhaven de edelen hun rechten door het huren van soldaten. Men koopt zoveel mogelijk slaven op, die in wapenhandel bekwaam zijn en tracht met geweld eigen wil door te zetten. In een dergelijke kleine staat zijn de partijen vaak aan elkaar verwant, of door huwelijken geparenteerd. Hierdoor ontstaan groepen, die een regeren door geweld praktisch onmogelijk maken. Men zoekt dan tot een vergelijk te komen. Wij zien de onderhandeling en het vergelijk in de plaats treden van het recht van de sterkste. De soldateska is meer dan sieraad. Leger en vloot worden slechts gebruikt voor verdediging naar buiten toe, doch niet meer voor het handhaven van de orde in de staat. Waar een ieder, die iets betekent, zijn invloed heeft op het lot van de groep, is dit laatste niet meer noodzakelijk.

Om dit zeggenschap uit te kunnen oefenen moet men in staat worden gesteld, zijn voorstellen e.d. voor de menigte te brengen. Daardoor wordt het noodzakelijk een soort forum te scheppen.

In Athene kwamen de burgers even buiten de stad bijeen. Bij een natuurlijk amfitheater bevindt zich een stuk steen die de sprekers tot spreekgestoelte diende. Wie vandaaruit het woord tot de menigte richtte, deed dit overigens niet zonder enig risico. Wanneer het gesprokene de menigte niet beviel, greep men vaak naar de stenen die overal op de grond te vinden waren en stenigde men de ongelukkige redenaar ter plaatse.

Ik ben mij ervan bewust dat een dergelijk systeem in deze dagen niet meer past. Toch meen ik dat een herleving ervan de bijeenkomsten van eerste, tweede kamer van NATO en UNO aanmerkelijk zou kunnen bekorten. Wanneer de menigte in Athene eenmaal zijn goedkeuring aan een dergelijk voorstel had gehecht, was het wet geworden. Er werd dan verwacht dat een ieder zich vrijwillig aan de besluiten van de meerderheid zou onderwerpen. Dit systeem van persoonlijk deelhebben aan de regering is de basis van de huidige democratie. Het kan in deze vorm niet gebruikt worden bij grotere staten, waarin de mensen elkaar niet voldoende kennen.

De systemen die door alle democratische staten worden gevolgd om toch tot een evenredige vertegenwoordiging van belangengroepen te komen, doen denken aan het systeem dat door de leenmannen der grote keizers in het verleden werd gevolgd. Aan het hof van Karel de Grote ontmoeten wij altijd weer de vertegenwoordigers van bepaalde kleinere gebieden binnen zijn rijk. Zij waren zegslieden, die door de edelen van deze gebieden waren gekozen om hun belangen aan het hof te verdedigen. Dit systeem blijft voortbestaan, zelfs in de tijd dat ook Nederland een Rooms-Koning voortbrengt. Wat later in de geschiedenis zien wij de zogenaamde raden der edelingen. Hier wordt dus een soort parlement gevormd – zij het met weinig discipline – uit de bovenlaag der bevolking. Ik kan er niet genoeg de nadruk op leggen dat eerst in deze – uw tijd – men zover is gekomen, dat praktisch iedere burger zeggingschap heeft.

Ongeacht wat men u over de gevolgde systemen vertelt, zult u nu wel begrijpen dat zelfs in de Griekse democratie slechts een in verhouding klein gedeelte van de bevolking enige werkelijke invloed uit kon oefenen. In Athene kwam één stemgerechtigd burger voor op 300 – 400 inwoners. Bij de inwoners heb ik ook de slaven hier meegeteld. Wij mogen niet vergeten dat de doorsnee burger er niet naar verlangde mee te mogen regeren. Zijn doel was slechts eigen belangen te verdedigen. De wetgevende vergaderingen van het verleden hebben in feite meestal een adviserende functie. Het hoofd der regering heeft in feite nog steeds een absoluut gezag.

Een laatste voorbeeld zien wij in de Doema, een wetgevende vergadering, die door de laatste tsaren werd toegelaten, doch de revolutie niet kon voorkomen. In de USA vinden wij ook nu nog een soortgelijke instelling, al is deze niet officieel bekend: de lobbyisten. Dit zijn mensen die in de gangen spreken met de afgevaardigden, hen trachten te overtuigen van het nut van bepaalde wetten en maatregelen en hen trachten te winnen voor de belangen van hun meesters door giften, dreigingen, beloften en afpersing.

Dit alles is dan de achtergrond – en voor een groot deel ook de grondslag – van de huidige democratie. Deze kan natuurlijk niet bestaan, zolang een absoluut vorst als regeerder optreedt.

Zolang bij het volk de illusie leeft dat de regeerders en hogere standen hun gezag alleen aan God danken en dan ook alleen aan Hem verantwoording schuldig zijn, kan er van feitelijke democratie geen sprake zijn; de laaggeborene heeft immers geen rechten. God heeft hem door zijn geboorte in een bepaalde stand dit recht ontzegd. Hoe meer de mens deze gedachte verlaat, hoe democratischer ook de vorm van samenleving wordt, die hij aanvaarden wil. In de Hanzestaten – stadstaten – werd op het bestuur invloed uitgeoefend door edelen, maar evenveel – of meer – door kooplieden en bonden van handwerklieden, vaak, maar lang niet altijd gilden genoemd. Deze groepen bepalen het gedrag van de burgemeester, hebben zeggingschap over schepenen en raad, terwijl in vele gevallen hun invloed op de handelwijze van schout en rakkers onloochenbaar is. De stadstaat wordt klaarblijkelijk geregeerd in overeenstemming met de belangen van de poorters. Hierbij valt de nadruk niet meer op de belangen van de hogere of rijkere standen, maar wel degelijk op de belangen van de middenstand.

Om u enige voorbeelden te geven van de invloed der laaggeborenen, het volgende. In Hamburg vinden wij – naast de gilden – een bond van gezellen die zich ten doel stelt om de belangen van de vakbekwame gezellen te behartigen in en buiten de gilden. Deze organisatie werd door de schepenen en de gilden wel niet officieel erkend, maar zij had in de stad toch een zeer grote invloed. De democratie komt hier dus reeds aan de belangen van de niet bezittende werknemer tegemoet. In Amsterdam oefent een geheim verbond van kroeghouders, ronselaars en straathandelaren ten tijde van de Oost-Indische Compagnie zeer grote invloed uit. Zolang echter vorsten, baronnen en graven elkaar blijven bestrijden, kan deze wijze van denken en organiseren zich niet buiten de steden uitbreiden. Alleen de ommuurde steden zijn in staat hun rechten enigszins te handhaven. Alleen hier heeft het organiseren enige zin maar zelfs aan de steden worden die privilegiën vaak onttrokken.

Begeerde voorrechten kunnen vaak slechts tegen veel geld van de vorst worden gekocht, of opnieuw door hem erkend worden. Een van de meest sympathieke belastinginners in deze gewesten was bv. Karel V. Deze handelde met privilegiën, ontnam ze aan rijkere steden, om, wanneer de kas te leeg was, ze daarna tegen ruime beloning toch weer toe te staan. Ook de methode van belastingheffing wordt in democratische zin verbeterd. Hier te lande geschiedde dit door Alva, die door zijn methoden en zijn inzicht vaak doet denken aan een ouderwetse Lieftinck. Hij was een van de eersten die inzag dat het alleen belasten van de kleinen en armen geen nut heeft. Men moet de lasten naar rato van inkomen verdelen. Deze stelling is wederom een grondslag van de democratie. Zowel verantwoording als lasten moeten door allen gelijkelijk en naar vermogen worden gedragen. Granvelle stelde later de trouwe edelen van belastingen weer vrij, wat misschien een stap terug was. Alva heeft zijn stempel gedrukt op de belastingheffing, een stempel dat niet meer uit te wissen valt. Ongetwijfeld zou de wereld hier stil blijven staan, indien de steden hun belangrijkheid zouden kunnen behouden. Dit was niet het geval. De steden verliezen hun invloed op het ogenblik dat door nood of behoefte, een meer nationale vorm van bestuur noodzakelijk wordt. De steeds toenemende samenvoeging van gebieden brengt bovendien een groeiend verlangen naar een meer centraal gezag, dat wederzijdse willekeur van kleinere machten uit kan schakelen. Men kan dit gezag alleen in handen geven van iemand die in staat is en bereid is de rechten van alle gemeenschappen gelijkelijk af te wegen en te verdedigen. Opnieuw zien wij een – nu beperkt – absolutisme ontstaan, dat zich zal doen gelden tot de dagen dat de industrie hand over hand toeneemt. De moderne vorm van democratie is in feite het product van de moderne industrialisatie. Het vroegere pauperisme was voornamelijk te vinden op het platteland. Hierbij bleef de mens, ongeacht de slechte omstandigheden waarin hij moest leven, gebonden aan zijn stukje land, zijn huisje, aan de zeer beperkte gemeenschap waarvan hij deel uit maakte. Bij het toenemen van industrieën, die ongeschoolden kunnen gebruiken, ontstaat in de steden een vlottende werkman stand.

De eisen van vakbekwaamheid die aan de werkers op de fabrieken zullen worden gesteld, zijn niet te vergelijken met de eisen waaraan vroeger een vakman moest voldoen. Er is dus veel minder reden tot trots op kunnen en respect voor anders kunnen. Men hoeft niet meer, zoals in de Middeleeuwen, regelmatig proeven van bekwaamheid af te leggen om in zijn beroep werkzaam te mogen zijn. Men verlangt van de mens slechts uithoudingsvermogen, gedweeë werkzaamheid en een genoegen nemen met weinig geld. Dit laatste zal de doorslag geven.

Wanneer de werkgevers trachten door het stichten van speciale fabriekswinkels en voor arbeiders verplichte aankopen daarin – slechte waar tegen hogere prijzen – hun werknemers nog verder te beroven, ontstaat verzet. De arbeiders organiseren zich. In Engeland krijgen wij te maken met stakingen in spinnerijen, gepaard gaande met brandstichting en vernieling. In Duitsland komt het tot de opstand van de Hüttenwerke, waarbij een groot aantal mijnbedrijven en smelterijen stil komt te liggen, terwijl aan de installaties grote schade wordt toegebracht.

In zijn wanhoop laat de arbeider zich voor het eerst gelden. Hij handelt hierbij niet meer zoals de boeren vroeger deden door het vormen van roversbenden, maar organiseert zijn opstand eerder als een poging tot afpersing tegen zijn eigen werkgever. Vele onder de werknemers tarten liever door een ondergang dan toe te geven. Door gebrek aan middelen verliezen zij hun strijd. De werkgevers beschikken over voldoende middelen en invloed om elke onrust onder de arbeiders te onderdrukken.

Vergist u niet. Dit heeft niet veel te maken met het socialisme dat hieruit zal voortkomen. Wij spreken over de democratie, waarvan deze ontwikkelingen een belangrijk deel hebben helpen scheppen. Eerst nadat de arbeiders ertoe kunnen besluiten elkaar te steunen en een reserve daartoe te vormen, zullen zij invloed op het bestuur van de staat kunnen uitoefenen. Zo ontstaat de vakbeweging die zijn overdreven uitdrukking vindt in de arbeidersregeringen van deze tijd. Eerst door een organiseren wordt het de mindere standen mogelijk ook voor zich blijvend recht af te dwingen. Allereerst zoekt men naar een redelijke beloning van zijn prestaties. Maar wanneer deze gedeeltelijk gewonnen is, zoekt men naar de macht om ook andere beslissingen te beïnvloeden.

Men denkt wel eens dat de emancipatie van de man reeds in het verre verleden ligt. Laat mij u verzekeren dat de emancipatie van het mannelijk geslacht, onafhankelijk van stand, in feite eerst begonnen is na de Franse Revolutie. Van die tijd af heeft zij zich in steeds sterkere mate getoond om eerst tot een redelijke ontplooiing te komen rond 1820. Van een volledige gelijkheid voor alle standen is pas 60 jaren later sprake. De vrouw is dus bij de man niet zo heel ver achter gebleven. Zij blijft alleen achter – ondanks haar streven, betogen en pogen – op die gebieden, waar haar sekse reeds te allen tijde andere verhoudingen tot de wereld stelt.

Verschillen overigens die zij reeds te allen tijde uit wist te buiten.

Wanneer wij de structuur van de huidige democratie oppervlakkig beschouwen, moet ik allereerst op mistoestanden wijzen. Men heeft met alle middelen getracht een eenmaal verworven macht te behouden. Dit geldt ook voor macht die verkregen wordt door het deel uitmaken van een wetgevende vergadering. Ofschoon dit in Nederland bestaat, wil ik toch duidelijkheidshalve allereerst wijzen op de VS, waar men de z.g. politieke machine kent. Met dwang, optochten, geld en politieke circussen worden de kiezers verdoofd en verblind. Idealen, beloften, dienen alleen om de kiezer er toe te brengen zijn stem te geven. Verder is hun betekenis gering. In sommige gevallen laat men iemand drie, of vier keren in verschillende bureaus stemmen, al dan niet onder eigen naam. Men gebruikte eerlijke en oneerlijke methoden om te verzekeren dat een bepaalde kandidaat zou winnen. In New York wordt in 1905 een verkiezing van een burgemeester uitgeschreven. Bij een later onderzoek der telling blijkt nu, dat 20.000 mensen meer gestemd hebben dan op de kieslijsten zijn ingeschreven. Verder blijkt dat ruim 5.000 stemmen werden uitgebracht door mensen, die volgens de burgerlijke stand allang in eeuwige rust op de kerkhoven sluimerden. Deze dingen heeft men later bij een historisch onderzoek nog aan kunnen tonen.

Maar waar dit gebeurt, kunnen wij er wel zeker van zijn, dat de doorsneeburger deze dingen niet weet. Hij kent bovendien zijn leiders te weinig, zodat hij zonder dit te begrijpen een keuze doet, waarbij hij wordt verraden en verkocht. In vele gevallen gelooft men aan de leuzen die tijdens de verkiezingen worden verkondigd, maar let men niet op de daden die de kandidaten later in hun functie bedrijven. Ofschoon in vele landen de corruptie erger is geweest – of is – dan ooit in Nederland, zijn deze dingen ook hier voorgekomen. O.m. Niemöller heeft hiertegen dan ook hard gevochten. Hij verweerde zich o.m. tegen de pogingen om vertegenwoordigers van industriële belangen in de kamers te brengen, waar hun taak dan bestond uit het klein houden van de arbeiders en het beschermen van bepaalde industrieën.

Tijdens Colijn kwam dit overigens nog voor. Tevens is het een vraag of in vele staten een groot deel der volksvertegenwoordigers niet is gekozen op een schoon programma, maar met gelden van een bepaalde industrie, waarvoor subsidies moeten worden verkregen, beschermende rechten zijn gewenst, etc. In de meeste gevallen zal de trouw van een dergelijke afgevaardigde in de eerste plaats aan zijn financiers behoren. Met zekerheid kan ik verklaren dat deze dingen nog heden voorkomen in West-Duitsland, Frankrijk en in de USA. Bij andere landen kan ik dit niet met zekerheid verklaren. Zeker is, dat bij het misleiden van het volk veel met het begrip democratie wordt verweven en zo verwarring wordt geschapen.

Met de komst van het vrouwenkiesrecht in de meest belangrijke landen is over een groot deel van de wereld thans de mogelijkheid geschapen tot een geheel evenredige vertegenwoordiging van de bevolking in de regeringen. De partijen die het gezag hebben, zullen vaak door middel van wetten en wetswijzigingen trachten te voorkomen dat zij in de toekomst verslagen zullen worden. Dit laatste heeft zijn voor- en nadelen. Een voortgezette invloed van een bepaalde partij houdt een langere voortzetting van een bepaalde politiek in, en dus de mogelijkheid belangrijker projecten te voltooien. Anderzijds wordt het hierdoor voor het volk moeilijker het volvoeren van ongewenste projecten te verhinderen. Engeland heeft bij zijn systeem een minder gelukkige keuze gedaan dan Nederland. Het werken met persoonlijke kandidaten voert vaak tot het kiezen van mensen. Het werken met partijen verzekert beter het volgen van een bepaald programma, doch voorkomt het op wettelijke wijze bevorderen van de belangen van kleinere groepen. Het Engelse systeem was oorspronkelijk niet gebaseerd op de vrije keuze van de burger, maar op de – in het platteland nu nog sterk bestaande – gebondenheid aan de squire, de landheer. Oorspronkelijk werden door deze wijze van kiezen dus de belangen van de adel beter gediend. Nu is het de ondergang van de adel geworden.

In elke werkelijke democratie moeten meerdere partijen zijn. Alleen zo kan uiting worden gegeven aan de binnen elk volk bestaande tegenstellingen. Elke groep der bevolking zou binnen een democratie in staat moeten zijn eigen meningen en belangen te verdedigen. Zolang de standen ongeveer in evenwicht zijn, zal dit systeem niet anders dan redelijk en goed kunnen worden genoemd. Zodra een bepaalde stand – of groep – een sterke overmacht gewint, betekent dit dat de democratie ten onder gaat. De machtigste groep is zich niet of weinig bewust van de werkelijke behoeften bij de minderheden, interesseert zich daar niet voor. In vele gevallen zal zij zelfs door wetten en maatregelen trachten te voorkomen dat de minderheden invloed gewinnen, of haar bij haar opmars naar de alleenheerschappij zullen hinderen. Ook de democratie kan dus wel degelijk falen. Zij mag dus niet worden beschouwd als een panacee, waarmee alle problemen van de moderne tijd kunnen worden opgelost. Wij dienen de democratie eerder te beschouwen als een werkhypothese die bij al zijn fouten het voordeel heeft, een ieder recht van spreken te geven. Dit laat kritiek toe en bevordert een juiste regeringspolitiek. Het feit dat u hier in Nederland rustig mag zeggen dat de ministers niet goed zijn en de Kamerleden ook niet verstandig, is het beste bewijs dat Nederland nog een democratie is. Hoe meer men bevreesd wordt voor het vrije oordeel van de menigte, hoe duidelijker het ons ook zal zijn, dat democratie alleen maar een leuze is geworden.

In schijndemocratieën betekent kritiek op het beleid van een regering, of op personen die deel uitmaken van een regering, gevangenisstraf, verbanning, of zelfs de dood. In een werkelijke democratie heeft een ieder het recht gehoord te worden. Niemand heeft het recht een mens of een groep hun meningsuiting te verbieden. Zelfs niet, wanneer deze uitingen direct tegen de staat zijn gericht. Men heeft slechts het recht een respecteren van de wet van allen te vergen.

Alleen het gezag van de meerderheid mag worden gezien als een correctie op gemaakte fouten.

Een heksenjacht, als bv. door senator Mc.Carthy in de USA ontketend is, is ondemocratisch.

Volgens de nu geldende waarderingen en begrippen zouden wij zelfs een dergelijk optreden fascistisch mogen noemen, omdat hier de aangenomen superioriteit van bepaalde stellingen en mensen wordt gesteld boven de gelijkheid der mensen en het recht van elk individu op een eigen mening.

Ongetwijfeld bent u zich er allen van bewust, dat u het aan de democratie dankt, wanneer u het recht hebt protestant of katholiek te zijn, aan spiritisme te doen, aan spiritualisme en esoterie, zonder dat u daarvoor vervolgd kunt worden. Realiseert u zich echter ook, dat geen enkele godsdienst in wezen democratisch is. Wat niet wegneemt, dat elke godsdienst haar belangen het best kan verdedigen binnen een democratie, waar juist hierin een samenwerken met andere opvattingen mogelijk wordt. De enigen die in een democratie geen heil kunnen verwachten, zijn degenen die hun eigen belangen of eigen meningen aan de massa willen zien opgelegd, zonder mogelijkheid tot beroep.

Wanneer u tijdens een ziekte, op staatskosten wordt genezen en geholpen, dan is dit geen uiting van democratie. Het is een uiting van socialisme, die ook binnen een democratie beperkt mogelijk is. Het is geen uiting van democratie, wanneer alle kinderen onderricht kunnen krijgen, zonder dat de ouders daarvoor dienen te betalen, of genoopt worden de werkelijke kosten van dit onderricht te dragen. Ook dat is een vorm van socialisme. Democratisch is het, dat alle scholen en universiteiten open staan voor allen – ongeacht rang of stand – die in staat zijn het daar gegeven onderricht te volgen en de middelen bezitten dit te doen. Het is geen deel van de democratie, dat men de scholen voor alle bijzondere levensbeschouwingen afzonderlijk toestaat en in gelijke mate financiert. Wel is het democratie, wanneer men toestaat, dat alle richtingen gelijkelijk onder de aandacht van de kinderen worden gebracht in overeenstemming met de wens der ouders. Evenals het toestaan dat men op eigen kosten scholen sticht, waarin onderwijs volgens eigen opvattingen mogelijk is. Een democratische staat kan dus nooit verplicht worden een school speciaal voor katholieken, protestanten, of mormonen te bouwen. Zij zou kunnen zeggen: Wanneer je een eigen school wenst, weerhoudt immers niets je ervan die te bouwen.

Maar wanneer een dergelijke school eenmaal wordt gesticht, is de staat verplicht alle maatregelen te nemen, zodat binnen deze inrichting inderdaad onderricht kan worden gegeven in overeenstemming met de verlangens van de stichters en de ouders van de leerlingen. De staat heeft bv. zelfs niet het recht, sport voor een ieder verplichtend te stellen. Wel is het de taak van een democratisch bewind te zorgen, dat een ieder, die sport wil beoefenen en daar iets voor over heeft ook de gelegenheid daartoe vindt, of krijgt.

De kenmerkende eigenschappen van een democratische samenleving zijn, dat men elkaar niet à priori afwijst wanneer geschillen ontstaan, maar gezamenlijk tracht, door overleg, te komen tot een voor allen aanvaardbare oplossing. Vanzelfsprekend is oprechtheid hierbij een eerste vereiste. Vanuit mijn standpunt wijken, ook wanneer men over democratie spreekt, de uiterlijke verschijnselen en de werkelijke inhoud nogal eens sterk van elkaar af. Koehandel, waarbij politieke verdragen in stilte worden gesloten, terwijl aan de buitenstaander geen, of zelfs geheel andere berichten hierover worden verstrekt, is het tegendeel van democratisch handelen en grenst, wanneer men zegt democraat te zijn, aan bedrog. Alle geheimhouding, alle uitsluiting van de openbaarheid, is in wezen in strijd met het begrip democratie. Indien deze handelwijze binnen een democratie optreedt, verandert haar waarde en wordt zij maar al te vaak tot een vorm van beperkte dictatuur. Elk monopolisme, ook dat van de staat, is in strijd met ware democratie, ongeacht de vele en vaak zeer goede redenen die men kan geven voor het handhaven van een dergelijke uitzonderingspositie voor zekere diensten of organen.

Onvolmaaktheden en gevaren te over dus. Maar wanneer zich op vreedzame wijze een revolutie kan voltrekken als die, welke de laatste 70 jaren binnen uw land zich voordeed, geeft dit alle hoop voor de toekomst. Wanneer een koninkrijk, waarin de vorst vele absolute rechten had, binnen een dergelijke periode veranderen kan in een republiek met een vorst aan het hoofd, zonder dat iemand daarbij onredelijke schade lijdt, of geweld wordt gebruikt, is dit het beste pleidooi voor de democratie. Zelfs indien het ons duidelijk wordt, dat zij niet kan beantwoorden aan het vele, wat zij – door haar omschrijving en definitie – ons schijnt te beloven. Om volledig te zijn wil ik nog wijzen op de – op het ogenblik – meest zuivere vorm van democratie, die wij vinden in Zwitserland. Hier komt men tezamen en neemt gemeenschappelijke beslissingen. Over belangrijke punten wordt steeds een volksreferendum gehouden. Elk district richt zich daarbij naar de wil van het volk. Naast elkaar gelegen kantons zullen daardoor vaak verschillen, soms sterk, in interne wetgeving en regeling. Toch zal het geheel als eenheid de buitenwereld tegemoet treden en naar buiten toe de mening van het gehele volk steeds weer in perfectie kunnen uitdrukken. Binnen deze gemeenschap is echter het persoonlijk aanzien van een groot belang: Alleen wanneer men in de ogen van anderen iets betekent, kan men invloed uitoefenen en zal de stem die men uitbrengt ook inderdaad betekenis hebben. In alle andere gevallen acht men uw mening niet en zult u eenvoudig worden overstemd door belangrijker persoonlijkheden met hun aanhang.

De betekenis, die de huidige democratie vandaag heeft, kan – m.i. – in haar huidige vorm niets anders betekenen dan een overgangsfase. Al wat heden onder de naam democratie bestaat, is te onzuiver om blijvend te zijn. Het is bv. redelijk dat de arbeider zeggenschap heeft. Wanneer dit leidt tot een door grote aantallen afgedwongen zeggenschap over de bezittingen en besparingen van anderen, is dit een flagrante schending van de democratische gedachte, die een evenmin democratisch verweer van de getroffen belangengroepen met zich zal brengen. De huidige democratieën bewegen zich in steeds sterkere mate in de richting van een algehele socialisatie. Hierdoor zullen de arbeiders op den duur, alleen krachtens hun stemrecht, over alle productiemiddelen gaan beschikken en aangeven in welke richting alle onderzoekingen op wetenschappelijk en ander gebied zich zullen moeten bewegen. Een dergelijke normalisatie aan de hand van het laagst gemeen belang zal op den duur tot een crisis moeten voeren en een nieuwe vorm van bestuur doen ontstaan.

Een socialisatie kan alleen zin hebben, wanneer zij gelijke tred houdt met de opvoeding en de ontwikkeling van alle mensen. Zij kan dan tijdelijk de democratie vervangen. Beide vormen – democratie en socialisme – zullen op den duur moeten voeren naar een gemeenschap, waarin elke mens zich bewust is van zijn verantwoordelijkheid tegenover alle andere mensen. Zover is men nog niet gekomen. Het gedrag van de arbeiders wijst er al te vaak op, dat een dergelijk besef zelfs nog geheel afwezig is. Wanneer men iemand die te hard werkt, bedreigt met mishandelingen, of doet ontslaan, omdat men zelf meent dat men genoeg doet, dan is dit een schending van het recht van de mens en een ernstige schade aan de belangen van de volksgemeenschap.

Er is sprake van een groot egoïsme, vooral bij de lagere standen. Met het woord “standen” geef ik hier een aanduiding van het milieu. Ik laat het intellect hierbij geheel buiten beschouwing. In de lagere milieus komt intellect evenzeer voor als bij andere groepen. Wanneer het zich openbaart, is het bovendien scherper en beter. Het egoïsme van de massa brengt haar ertoe, steeds meer te verlangen voor minder. In feite is dit onmogelijk. Men geeft aan deze neiging toe door loonopslag, die in de prijzen onmiddellijk wordt weerspiegeld. Wanneer de lonen omhoog gaan, worden gebruiksgoederen, boter, suiker, brood, huren, evenredig of zelfs onevenredig hoger. U bent dus in het gunstigste geval na de verhoging precies even ver als u voordien reeds was. Men kan de mensen wel lang met illusies troosten, maar niet blijvend. De wijze, waarop het volk zich begint te gedragen t.o.v. besparingen, de steeds sterkere neiging voor luxe en gebruiksgoederen, die vaak zelfs worden aangekocht voordat het benodigde bedrag met zekerheid beschikbaar is, wijst op een ontwaarding van de munt, een gebrek aan vertrouwen in de houdbaarheid van de munteenheid. Ondanks alle maatregelen van de regeringen moet een dergelijk systeem na verloop van tijd vastlopen.

Wij mogen dus niet verwachten, dat het huidige systeem de oplossing zal kunnen brengen.

Indien dergelijke misbruiken voorkomen binnen een democratie, zal zij zichzelf daardoor ten gronde richten. De pogingen om dit door steeds meer staatsbemoeiingen te voorkomen, zal op den duur ontaarden in een dictatuur van de ambtenarenstand. Waartoe dit dan weer kan leiden, kunt u op het ogenblik duidelijk in Indonesië zien. Om zich te kunnen handhaven, zullen de ambtenaren steeds meer gelden en steeds grotere zeggingschap eisen. Hieruit blijkt – m.i. – dat de democratie in haar huidige vorm allereerst het karakter draagt van een overgangsperiode tussen twee tijden met een sterk eigen karakter. Dit zal zowel gelden voor beschaving en cultuur, industrie en handel, als voor godsdienst en sociale vorm.

Ik meen dan ook, dat het de taak van de democratie is, een nieuwe tijd voor te bereiden. Wanneer wij zien hoe de verschillende democratische instellingen naast een beperkte vrijheid, vooral grotere zekerheden geven en de gezondheid en ontwikkeling van het volk trachten te verzekeren, dan meen ik, dat zij hierin haar eigen ondergang reeds voorspelt. Naast dit alles blijkt ons echter, dat men steeds weer zekerheid en geborgenheid verwerpt, wanneer de vrijheid van het individu ernstig in het gedrang komt. De zucht naar vrijheid is klaarblijkelijk in een groot deel der mensheid verankerd. Alle tendensen tezamen genomen, is het haast wel zeker, dat men langs deze weg zal kunnen komen tot een wereldeenheid, waarin de mens niet meer bedreigd wordt door oorlogen, of een te onrechtmatig verdeeld bezit. Een evenwicht zal kunnen worden gevonden tussen honger en overvloed.

Ik ben ervan overtuigd dat de democratie van heden slechts een voorbereiding is. Ik voorzie dat hieruit een wereld voort zal kunnen komen, waarin dan, door de vrijwillige onderwerping van het individu aan de duidelijk kenbare belangen van het geheel, voor het eerst een werkelijk democratisch bestaan voor alle mensen mogelijk zal zijn. Als kenteken neem ik o.m. een voortdurend gezamenlijk overleg van alle machten ten bate van het geheel, met uitschakeling van op zich onbelangrijke prestigekwesties. Ook belangen van personen en standen zullen slechts als deel van het geheel worden gezien en niet afzonderlijk de aandacht trekken.

  • Het bestrijden van illegale acties tegen de democratie is mogelijk. Dit is dus geen bezwaar. Maar hoe te handelen, wanneer men op legale wijze tracht de democratie om zeep te helpen?

Dit moet inderdaad worden toegelaten. Op het ogenblik dat een groepering met legale middelen de vrijheid van een meerderheid tracht te onderdrukken, kan dit alleen door de eigen minderheid voortdurend te bevoordelen t.o.v. die meerderheid. Alleen door een beroep op de egoïstische instincten van de mens, kan men bij een prijs geven van vrijheid, toch nog een voldoende aanhang verwachten, met een redelijke trouw aan de “niet-democratische” gedachtegang. Op het ogenblik dat de minderheid de meerderheid wordt, zal zij zelf in toenemende mate de lasten van het nieuwe bestel moeten dragen. Velen zullen dan de prijs te hoog vinden. Zo groeit een verzet. Nu zal het voor de niet-democratische minderheid – of meerderheid – zeer moeilijk zijn legale handelwijzen en legale bases te verlaten, wanneer dezen een integrerend deel van eigen acties hebben uitgemaakt. Het gevaar schuilt dan ook nooit in de legale strijd tegen de democratie. Gevaarlijk wordt het pas, wanneer illegale methoden worden gebruikt.

Een voorbeeld hiervan zien wij tijdens de eerste jaren van Hitlers bewind. Hij trad lange tijd legaal op, nadat hij het bestuur van von Hindenburg had overgenomen. Illegaal oefenden zijn mensen gelijktijdig een terreur uit, waartegen niet voldoende werd opgetreden. Officieel veroordeelde Hitler deze dingen nog wel. Hij speelde dubbel spel. Wanneer de menigte hierop had gereageerd, was het hem nooit mogelijk geweest zover te gaan, als hij het later deed.

Hij had het voordeel in een niet tot democratie opgevoed volk te handelen. In de praktijk kan dan ook worden gezegd dat in een waarlijk democratische staat, die ook haar burgers opvoedt in de democratische vrijheden, een legale actie van niet-democraten gedoemd is te falen, waar een aantasting van de bestaande vrijheden door de menigte geheel niet en door eigen leden slechts beperkt zal worden getolereerd. Slechts geweld kan een enkele partij binnen de democratie een zodanig overwicht verschaffen, dat inderdaad hierdoor een verandering van gezag, een dictatuur van standen, of een dictator tot stand kan komen.

Wanneer u mij niet gelooft, geef ik u de raad niet alleen te letten op de laatste, maar ook op de twee volgende Kamerverkiezingen. Dan zult u ontdekken dat tegen het optreden van de twee grote partijen in Nederland een nog steeds rijzend verzet bestaat. De stabilisatie die door het huidige kiessysteem verkregen werd, zal grote wijzigingen natuurlijk wel beletten. Maar toch zal in de percentages een steeds toenemende ontevredenheid tot uitdrukking komen. Dit zal leiden tot zelfbeperking bij de grote partijen, een verdere verstoring van het politieke evenwicht van de laatste tijd en zo een terugkeer tot meer werkelijk democratische verhoudingen. Door deze verschuiving van evenwicht zal verder een zware last worden gelegd op de partijen die niet aan de verwachtingen van hun kiezers hebben kunnen voldoen.

Laat ons in onze angst voor minder democratische partijen toch vooral niet vergeten, dat democratie aan een ieder gelijkelijk het recht moet toe kennen, aan eigen denken en mening uitdrukking te geven. Ongeacht het zogenaamde legale, of illegale karakter van de groep, die tracht de democratie te vernietigen, of te beperken, zal men dus nooit mogen ingrijpen vanuit een politiek standpunt. Dit zal namelijk alleen kunnen geschieden bij een vergrijp tegen de geldende zedelijke of wettelijke normen. Bestraffing hiervan zal dienen te geschieden volgens de normen die ook voor niet-politieke misdrijven gelden. Indien een democratie in haar angst meent dat dit niet voldoende is en bij haar ingrijpen verder gaat, zal zij ontdekken dat zij in feite zelf de democratie schaadt en op den duur een feitelijke dictatuur verwerkelijkt. Heeft men eenmaal politieke maatregelen genomen tegen een enkele groep, dan wordt het voor degenen die aan de macht zijn, steeds verleidelijker ook andere groepen die kritiek uitoefenen, of obstructie voeren, eenvoudig buiten de wet te stellen.

  • Vijftig percent van de kiezers stemt niet goed en weet niet eens wat met een bepaalde keuze wordt bereikt.

Dat ben ik met u eens. Maar zolang de verkiezing eerlijk wordt gevoerd, zal de onwetendheid bij meerdere, ja, alle partijen percentueel ongeveer gelijk zijn. Hierdoor wordt het effect hiervan in de praktijk wel opgeheven. Het feit dat evenveel mensen uit onwetendheid, of onverschilligheid rechts zullen stemmen als links, behoudt dus het democratisch evenwicht.

Wel rijst mij soms de vraag, of er nog wel sprake is van eerlijkheid, wanneer men de mensen zegt, dat zij stemmen voor een partijprogramma en gelijktijdig alle aandacht richt op een bepaalde figuur, die in het bewustzijn van de massa niet identiek is met het gehele partijprogramma. Voorbeelden daarvan zijn o.m. Eisenhower, Nixon, Drees, Colijn. Men doet het voorkomen, of alles afhangt van de figuur in kwestie, terwijl deze in feite meestal te sterk aan zijn partij is gebonden om werkelijk zelf iets te doen. Het respect dat men dan algemeen voor dergelijke, meestal zeer bekwame figuren heeft, kan dan een politieke onevenwichtigheid in de hand werken. Waar men, om in een dergelijke positie te komen, over het algemeen Abraham reeds enige tijd geleden gezien moet hebben, zal de invloed van deze staatslieden niet langer dan een halve generatie kunnen werken Hun afwezigheid doet dan de reactie op de partij tijdelijk in het tegendeel verkeren, zodat het evenwicht zich dan toch weer snel kan herstellen.

Dit laatste geldt niet, wanneer de staatsman in kwestie de vrijheid van pers, mededeling, godsdienst enz. aanmerkelijk heeft weten te beperken. Dergelijke beperkingen wekken hun eigen weerstanden op. Het door u gestelde lijkt mij dan ook geen bezwaar voor het behouden van een werkelijk democratisch bestuur.

In Engeland stemt men weliswaar op personen, maar daar is dan ook de partijdiscipline minder groot en zullen velen bij het stelling nemen in het parlement, in de eerste plaats rekening moeten houden met hun kiesdistricten. De kiezer gaat daar in he algemeen uit van de stelling dat wanneer hij een zegsman kiest, hij voor hem dient te spreken in de dingen die voor hem belangrijk zijn. Wat hij doet met dingen die voor hem niet belangrijk zijn, moet hij dan zelf maar weten. Het gevaar was hier gelegen in het feit, dat men campagnes kon voeren op kosten van de partijkas, wat natuurlijk een zeer sterke binding aan de partij betekende. Dit is nu aanmerkelijk beperkt. In de USA heeft men zelfs maatregelen moeten nemen tegen het voeren van te kostbare campagnes. Ook daar kiest men namelijk personen en zal de partij in vele gevallen secundair zijn. Tot voor kort werden de kosten voor vele kandidaten betaald door industriëlen en z.g. pressure groepen.

In Nederland kiest men echter een partij en waardeert de personen voornamelijk, omdat zij tot een bepaalde partij behoren. Slechts bij de “naampropaganda” komt het wel voor dat men een partij kiest, omdat een bepaalde figuur daartoe behoort. Ook binnen de partijen doet de democratie de vrijheid van keuze zich hier wel gelden. Denk aan de keuze van mr. Rijckevorsel. Deze werd, tegen de bedoeling van de partijleiding, bij voorkeur gekozen, waardoor men zijn waardering voor een bepaalde wijze van optreden binnen een partij tot uitdrukking bracht.

Wanneer het volk een partijleiding een dergelijk pijnlijk verwijs geeft, zal dit misschien aanleiding zijn om ook binnen de partij wat meer democratisch te denken en te handelen.

  • Aan welk systeem geeft u de voorkeur?

Ik geef aan geen enkel systeem de voorkeur. Elk systeem veroorzaakt op den duur een verstarring, waardoor de menselijkheid wordt aangetast. Mijn voorkeur gaat uit naar een voortdurende verandering van systeem, mits alle systemen aan het individu gelijke mogelijkheid geven tot bewustwording, het bereiken van geluk en vrede op aarde en hem de vrijheid laten zijn religieuze behoeften op eigen wijze te stillen. Dit houdt in, dat ik een zeker deel van de democratische principes gaarne bevestigd zou willen zien in elke vorm van bestuur.

Dit ongeacht de vraag, of dit dan verder, socialistisch, communistisch, of anarchistisch is, dan wel behoudend. Ik weet zeker, dat, zolang men de persoonlijke vrijheid van de mens maar respecteert, de wisseling van systemen een snellere vooruitgang kan waarborgen met verminderd gevaar voor zelfvernietiging.

Om eerlijk te zijn, kunnen partijen mij nooit zo erg bekoren, omdat zij in zich een steeds sterker wordende neiging tot verstarring vertonen. Mij interesseren de mensen die tijdelijk de partijen vormen. Naar ik meen mag uw hoop of interesse nooit zijn gericht op enkele personen of programma’s en verklaringen op papier. Uw keuze moet een uitdrukking zijn van uw overtuiging, maar daarnaast ook steeds weer van uw geloof in en vertrouwen op de mensheid.

U kunt rustig aannemen, dat de mensheid bij alle fouten die zij maakt, toch steeds een beter inzicht en een groter bewustzijn zal gewinnen. Zo zal zij, al gaat het langzaam, zeker alle maatregelen treffen die noodzakelijk zijn om heel de mensheid tot een gelukkige eenheid te maken.

Het zal u wel duidelijk zijn, dat ik een afkeer heb van alles wat zweemt naar dogma, of dictatuur, ook in de politiek. Het is noodzakelijk, dat de mens vrij is in zijn denken en spreken, dat de mens in kan gaan tot zijn God op zijn eigen wijze. Het is noodzakelijk, dat men beseft, hoe geen enkel dogma, geen enkele theorie, of zelfs door statistiek bepaalde lijn, in staat zal zijn de mensheid en haar behoeften zo te omschrijven en weer te geven dat dit de vooruitgang van de mensheid niet zal hinderen, indien het te lang wordt gehandhaafd. Laat ons beseffen, dat steeds de eenlingen, de buitenstaanders en de revolutionairen op elk terrein de wereld vooruitgang brengen, ook al zal de vooruitgang van de wereld soms eerst de ondergang van de eenling vragen. Laat ons nooit vergeten, dat het niet noodzakelijk is, dat er een democratie bestaat, doch dat het een bittere noodzaak is, dat elke mens leert zich tegenover anderen te gedragen als een waar democraat, door ieders vrijheid te respecteren. Niemand heeft het recht zich te bemoeien met de delen van het leven van anderen, die hem niet persoonlijk en onmiddellijk beroeren.

Oordeel nooit, tenzij dit noodzakelijk is voor het zelfbehoud. Bovenal zal de ware democratie zich uiten door het verlangen anderen te dienen en in het dienen van anderen zowel welvaart, vergroting van bewustzijn als de vrijheid van beperkingen te ervaren. Ten laatste, laat ons nooit vergeten, dat ons, in welke sfeer of wereld wij ook verkeren, ongeacht geloof en denken, steeds de noodzaak bestaat in vrijheid en uit vrije wil anderen te helpen. Want slechts door de eenheid te beseffen, die tussen mens en mens, evenals tussen mens en God bestaat, kan men voor zich het doel van de mensheid bereiken en de zin van eigen leven leren beseffen. Dit te bereiken betekent tevens het eigen bestaan voltooien.

Vragen.

  • Wanneer men mij vraagt, of ik geloof, dat hetgeen de ODV brengt van gene zijde komt, antwoord ik, dat kan mij niet schelen. Het is goed, daarom luister ik. Dit is beter dan een half antwoord te geven. Acht u deze houding aanvaardbaar?

Wanneer ieder zich de moeite zou getroosten naar alle dingen te luisteren, die goed zijn, zou de wereld ook een betere zijn. Dat er een leven aan gene zijde is en wij van daaruit tot u spreken, zult u later zelf wel ervaren. Wanneer men ons aanhoort – en zelfs iets van onze stellingen misschien in de praktijk brengt – is dit ons voldoende. Het interesseert ons verder niet veel, of men ons nu voor spookbeelden, gespleten persoonlijkheid, vroegere incarnaties, of voor iets anders aanziet. Wanneer men leert gelukkiger en beter te leven, is dit ons voldoende.

  • Men zegt dat het verkeerd is, dat gene zijde zich tot de stof zou wenden.

Onder meer omdat er geschreven staat: “Men zal de doden niet oproepen”, maar niemand roept ons op. Integendeel. Wanneer wij tot de mensheid willen spreken, doen wij dit.

De man – of vrouw – die ons dit kan beletten, moet nog geboren worden. Er is hier wel sprake van iets anders, dan oproepen. Overigens valt het op, dat degenen die dit soort werk het sterkste veroordelen zich wel intens bezig plegen te houden met de profeten uit oude tijden, of hun door de geest geïnspireerde meesters. Dat was zogezegd Gods stem, dat was de waarheid. Maar wanneer wij de profeten bezien, blijkt, dat zij zich nog meer met politiek bezig hebben gehouden, dan wij zo-even. Verder hebben zij, evenals wij, getracht de moraal van de mens te verbeteren en inzicht te geven in de dingen die belangrijk zijn in het leven. In feite is de reden van de veroordeling dan ook vaak, dat men geen nieuwe, door theorieën of weten, niet te beheersen factoren wenst te aanvaarden i.v.m. denkwijze, of geloof. Persoonlijk meen ik dat ieder die tracht een ander te beletten zijn God op eigen wijze te zoeken en te beleven, niet veel beter is dan eens Annas en Kaïphas. Dezen deden immers Jezus veroordelen en doden, omdat zij meenden dat Zijn leer schadelijk was voor hun aanzien en geloof. Hun rechtvaardiging was: Deze schaadt het aanzien van de tempel en misleidt de onwetenden.

  • U schijnt goed onderlegd in uw materie. Was u in de politiek? Wie was u?

Wij geven onze namen nooit. Verder ben ik niet de spreker van zo-even, die overigens geen politicus was. Hij was een der eerste filosofen-sociologen en stamt uit de tijd dat België nog behoorde tot het Koninkrijk der Nederlanden. Volgens de huidige indeling was hij een Belg. Wat mijzelf betreft, ik was Engelsman, deed aan politiek, was een overtuigd Tory. Ik heb menige politieke dwaasheid op mijn naam staan. Iets, waarop ik zeker niet trots ben. Wanneer u er zich over verbaast, dat ik goed Nederlands spreek, moet u zich realiseren, dat de hersens van een mens de meest perfecte vertaalmachine vormen, die er bestaat. Wanneer wij daarover beschikken, kunnen wij daarvan dan ook op doelmatige wijze gebruik maken.

  • Naar aanleiding van: Goede manieren, enz. het volgende: de hoffelijkheid van de spreker uit Tibet is opvallend. Komt dit van binnenuit? Is dit aangeleerd? Zo ja, is dit wel te vermijden?

Elke mens moet wel beantwoorden aan de gebruiken van de maatschappij, waarin hij moet leven. U bedoelt de vriend u bekend als Ho-Song? Zijn hoffelijkheid komt ongetwijfeld van binnenuit. Hij gebruikt deze vaak, om de scherpte van zijn woorden te verzachten en deze zo voor u aannemelijk te maken. Sommigen onder u zullen dit wel ontdekt hebben. Ik meen het evengoed, maar zeg het wat grover. Wanneer ik zou zeggen: “Man, zit niet zo dom te kletsen…”, zegt Ho-Song zoiets als: “Neem mij niet kwalijk, dat mijn beperkte vermogens niet in staat zijn de grootheid van uw uitgebreide wijsheid te verlichten…..”. Dit is typisch de wijze van het Oosten, waar men de hoffelijkheid veelal gebruikt als een dekmantel voor de persoonlijkheid. Bovendien maakt deze wijze van spreken het de oosterlingen mogelijk op beschaafde en aangename manier dingen naar voren te brengen, die in onze zegswijze tot grofheid worden.

  • Te Birmingham verdwenen naam en geboortedatum van de schrijver Sax Rohmer op geheimzinnige wijze. Hij was spiritist en hield zich bezig met Oosterse magie.

Deze mens overleed op 71 jarige leeftijd. Als jonge man kwam hij in aanraking met de z.g. “donkere kamer experimenten” van spiritisten. Daarnaast werd hij sterk beïnvloed door de theosofie. Hij begon een jaren durende studie van de verschijnselen en kwam hierdoor tot een ernstige studie van verschillende vormen van magie. Daarnaast verwierf hij zich een grote kennis omtrent de personen die als magiër golden. Naast zijn bekende sensatieromans, die zich meestal bezig hielden met Fu Manchu en Sir Neville Smith, schreef hij een uitgebreide verhandeling – in 7 delen – waarin hij alle bekende ingewijden nader beschouwde. Hij gaat in deze verhandeling ernstig in op alle problemen en is zeker niet lichtgelovig. Daarnaast heeft hij kleinere uittreksels hiervan gepubliceerd. Deze werden – als ik mij niet vergis – door Hodder en Stoughton – of Methuen – gepubliceerd. Hierin werden enkele figuren op een meer sensationele en voor de lezer aangenamere wijze onder de loep genomen. Hij experimenteerde veel op het gebied van het paranormale en deed o.m. proeven door hasjiesj, opium, e.a. verdovende middelen te gebruiken, waaraan hij niet verslaafd raakte overigens. Achter de sensationele verhalen van de schrijver verborg zich een verstandig en goed onderlegd mens.

  • Volgens het evangelie der H. Twaalf is Jezus getrouwd geweest met Miriam.

Ik zie het belang van de vraag niet in. Jezus heeft in Zijn leven alle dingen gedaan die een normaal mens in zijn leven doet, ook huwen. Voor hen die menen dat dit Jezus waardigheid schaadt, zou ik op willen merken, dat Jezus pas werkelijk betekenis voor ons kan krijgen, indien Hij ook inderdaad in alles mens is. Degenen die Hem alleen willen zien als Zoon van God, staande boven de mensheid, ontnemen Hem daarmede tevens alle waarde als baken en leidsman der mensheid. Wij kunnen nooit hopen de weg van een God te volgen. Maar een mens die ons voor is gegaan, kunnen wij navolgen. Gegevens, als hier gesteld, zijn dan ook van weinig belang, of helemaal geen. Belangrijk is slechts, dat de mens Jezus weg volgt door het beoefenen van naastenliefde en vrijwillige dienst aan de mensheid.

  • Is het niet beter de figuur Jezus op meer menselijk vlak te brengen?

Er worden in die richting pogingen gedaan. Ook van onze zijde houdt men zich hiermee bezig. Wij mogen niet vergeten, dat een godsdienst iets anders is dan een levensbeschouwing. Men heeft behoefte aan een gezaghebbende figuur. Misschien wel door invloed van oude gebruiken heeft men dan ook van Jezus een soort Licht god, een tweede Osiris gemaakt, terwijl de Mariaverering parallellen gaat vertonen met de Isis-dienst. Dergelijke Godenfiguren geven hun priesters meer gezag en maken het hen mogelijk grotere invloed op de gelovigen uit te oefenen. Elke nadruk op de menselijkheid van Jezus betekent voor de kerken tevens een aantasting van hun gezag, zodat zij dit met alle middelen bestrijden. Slechts bij enkele vrijzinnige gemeenten en binnen een enkele katholieke kloosterorde wordt Jezus in de eerste plaats als mens voorgesteld, terwijl weinig of minder nadruk wordt gelegd op Zijn God-zijn.

Wij zijn allen kinderen Gods. Jezus werd Zich bewust van Zichzelf en bereikte innerlijk contact met de Vader. Hierdoor kon Hij uit de Vader werken, zoals ook andere ingewijden in de loop der tijden hebben gedaan. Hij offerde Zichzelf door in Zijn openbaar leven en sterven de wil des Vaders uit te drukken ten behoeve van de mensheid. Hij noemt Zichzelf dan ook de Zoon des mensen.

  • Wat is het verschil tussen een occultist en een spiritist?

De occultist onderzoekt alle duistere geheimen. Hij is een mens die onderzoekt, experimenteert en zo tracht te komen tot een inzicht in geheime wetten en geestelijke krachten.

De spiritist is iemand die de overtuiging heeft dat de mens als geest voortleeft, in welke hoedanigheid hij zich wederom op aarde kan openbaren. Hij tracht omstandigheden te scheppen, waarin de openbaring van de geest gunstig tot uiting kan komen. Zijn grote fout is, dat hij binnen zijn denkwijze vaak speurt naar het sensationele, of wel een geestelijke meester zoekt, die hem van alle eigen verantwoordelijkheid in het leven kan ontheffen. Wanneer dit echter niet het geval is, zullen wij vaak het woord spiritualist horen. Hiermede duidt men aan, dat men zoekt naar de geestelijke inhoud, die geborgen is in het leven na de dood. Men erkent het geestelijke bestaan als een directe voortzetting van het stoffelijke bestaan en tracht te komen tot een levenshouding, die, ofschoon in overeenstemming met de stoffelijke wereld en haar eisen, gelijktijdig reeds voldoet aan de eisen die later gesteld zullen worden. Hierdoor kan men in de geest dus prettiger leven. Soms wordt dit tot een soort privé godsdienstje, dat de mens het gevoel geeft in wijsheid en weten ver boven anderen uit te steken. In dat geval is sprake van een verkeerde opvatting, die even schadelijk is als het sensatie zoeken.

  • Meent u niet dat door haar onvermogen tot een snelle beslissing te geraken de democratie zal moeten wijken voor de dictatuur?

Mijn standpunt is: Dit is tegenover de dictatuur eerder een kracht. Een snel beslissen zou de grondwaarden der democratie aantasten. Een menigte weet nu eenmaal niet precies wat zij in feite wil. Door het uitstel worden dan ook vaak onherstelbare fouten voorkomen, terwijl een aanpassen aan de loop der gebeurtenissen – als noodzaak om voort te bestaan – steeds plaats zal vinden. Hierdoor bezit het democratische systeem een snellere wendbaarheid en een groter aanpassingsvermogen, als het gaat over onverwachte omstandigheden, dan dit bij een dictatuur mogelijk is. Ook hebben binnen de democratie prestigekwesties niet zoveel invloed op de gang van zaken, zodat onnodig lijden vaak vermeden wordt.

De mening van de vorige spreker.

  1. In werkelijk belangrijke zaken zal de democratie – door nood gedreven – zeer snelle beslissingen nemen.
  2. Twijfels, uitstel, besluiteloosheid treden vooral op bij minder belangrijke kwesties. In het oog der menigte worden deze kwesties vaak opgeblazen, zodat men veelal geen begrip heeft van hun werkelijke onbetekendheid.
  3. De verdeeldheid die in een democratie steeds zal bestaan, schept de mogelijkheid gemaakte fouten snel en zonder onnodig verlies van prestige of eenheid te herstellen.

Zelf heb ik nog een reden om de democratie te verkiezen. Wanneer in een dictatuur fouten worden gemaakt, zullen er hoofden rollen, lang niet altijd die van de schuldigen. In een democratie gaan er alleen maar een paar ministers met pensioen.

  • Wat kunt u zeggen omtrent de planeten Persephone, Hermes en Demeter.

Het zijn stoffelijke planeten, doch zijn klein. Zij zijn nog niet, doch zullen nog wel ontdekt worden. De zon heeft er weinig kracht. Zij zijn dood, daar zij door gebrek aan massa en zonnestraling zeer snel afkoelden. Hun astrologische invloed is klein. Slechts indien men rekening houdt met de occulte waarden, hebben zij enige betekenis. Twaalf is het voltooiingsgetal. Eén is de scheppende kracht. Twee is de schepping in tegendelen. 1+2=3 is bewustzijn, de perfecte erkenning. Men komt tot het rekenen met deze planeten op grond van de kabbala en enkele oude inwijdingsscholen. Bij het trekken van een gewone horoscoop is het niet noodzakelijk met deze planeten rekening te houden. Hun invloed is klein en hoofdzakelijk remmend. In hun wezen ligt iets van de Saturnuswerking, doch alleen als beperking van andere machten. Zuiver geestelijk gezien is hun invloed een deel van de werkingen die aan Neptunus worden toegeschreven. Bij normale horoscopie houde men zich bij de duiding aan de oude waarden. De afwijkingen zijn zeer gering, gezien het feit dat de duiding der astrologie een ervaringswetenschap is. Men rekene er verder mee, dat in de berekening der planeten feitelijk bepaalde kosmische werkingen mede geduid zijn. Men had niet de mogelijkheid de kosmische werkingen geheel van de planeetinvloeden te scheiden.

  • Laatsleden werd gezegd: ” In God bestaat geen dood en geen ziekte, geen lijden en geen vreugde, zoals de mensen die kennen. God is volmaakt en evenwicht.” Wij zien lijden rond ons. Is dit deel van God?

Het gezichtspunt van de mens is niet in overeenstemming met de Goddelijke werkelijkheid. De schijnbare tegenstrijdigheid is gelegen in de afwijking van het eigen bewustzijn t.o.v. de waarheid. Ons bestaan is onbeperkt. Alle fasen tezamen zijn ons werkelijk leven, zoals dit in God bestaat. Dood en lijden zijn dan niet reëel. Ook vreugde, zoals de mens die kent, zal in dit geheel geen plaats meer hebben. Er is geen verrassing mogelijk, geen emotie die voortkomt uit veranderlijke waarden. Daarvoor in de plaats komt een vrede die de waarlijke vreugde in zich houdt.

  • Pijn wordt toch ervaren?

De pijn die werkelijk ervaren kan worden, is beperkt. Het voorstellingsvermogen kan de gedachte “pijn” zo versterken, dat van ondragelijk lijden sprake is voor de mens. Dit komt niet voort uit de stof: pijngrens van de zenuwen, maar uit de idee. De pijn die ervaren wordt, is over het algemeen 9/10 psychisch. Ondragelijke pijnen kunnen niet bestaan, omdat het zenuwstelsel niet in staat is dergelijke sterke pijnprikkels te hanteren. Wat van de pijn overblijft, is in feite een waarschuwingssysteem, waarbij het lichaam van ontstane gebreken bewust gemaakt wordt. Wanneer wij steeds onze aandacht blijven richten op een in zich kleine en dragelijke pijn, zullen wij meer lijden dan noodzakelijk is. Zo de pijn al niet geheel reëel behoeft te zijn, dient verder het volgende niet vergeten te worden: Pijn is een afwijking van de Goddelijke vorm. Deze kan in ons wel, doch in God niet bestaan. De realiteit van de pijn is verder nog afhankelijk van de wijze, waarop wij tegenover God staan.

  • Hoe meer fantasie, hoe meer pijn? Een dom mens zal minder lijden?

Inderdaad. De dommen hebben zeer waarschijnlijk een veel grotere tolerantie voor pijn dan een verstandiger mens. U kunt dit uit klinische verslagen aflezen. Hoe meer men iets als natuurlijks aanvaardt, hoe minder zelfbeklag optreedt, hoe groter het uithoudingsvermogen, hoe gemakkelijker klaarblijkelijk pijn wordt gedragen, hoe minder de pijn mee schijnt te tellen.

Meermalen is aangetoond, dat bij gelijke pijnprikkel een fijnbesnaard mens na een zekere tijd grotere uitputting vertoonde, dan een grofbesnaard iemand. Indien u dit interesseert, raad ik u aan te lezen Psychical Factors in Painperception. Dit is een uitgave van de Congressional Librairy USA en behandelt o.m. ervaringen opgedaan tijdens de landingen in Normandië.

  • Toch bestaat pijn en kan ons lichaam bestaan. Hoe kan dit alles dan tevens eeuwig zijn?
  1. Alle dingen in God zijn eeuwig. Alle toestanden en functies zijn tevens eeuwig.
  2. God is volmaakt. Dan zijn alle denkbare en niet-denkbare mogelijkheden binnen God werkelijkheid. Al, wat binnen ons kan bestaan, moet deel uitmaken van de volmaaktheid en daarbinnen tevens eeuwig zijn.
  3. Ons bewustzijn beweegt zich binnen dit eeuwig bestaande van moment naar moment, van deel tot deel. Elk deel hiervan wordt afzonderlijk ervaren. Daarom menen wij, dat elk deel van de werkelijkheid een afzonderlijke fase is die begrensd kan worden. Daarom zien wij afzonderlijke verschijnselen en pijnen en dood, zonder de krachten die hen in evenwicht brengen en als verschijnsel in zich opheffen.
  1. Wanneer wij ontdekken dat wij alles omvatten, vanaf het eerste zijn tot de laatste bewustwording in een wezen, dan valt elke afzonderlijke fase weg, daar zij in evenwicht blijft t.o.v. het totaal ervaren door andere, tegengerichte ervaringen en feiten.
  2. Ook pijn en dood zijn slechts facetten van de werkelijke vorm: De vorm, waarin wij bestaan in de volmaaktheid. De afzonderlijke ervaringen zullen voor ons niet meer bestaan, zodra wij het geheel hebben leren kennen. Eerst wanneer wij onszelf geheel kennen, leven wij in waarheid in God, gerekend vanuit ons bewustzijn.
image_pdf