Demonen en krachten van deze tijd

image_pdf

 16 augustus 1963

Allereerst wijs ik u er op, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn.

Verder verwachten wij  vanavond een gastspreker. Het zal mogelijk zijn dat hierdoor mijn lezing zal worden onderbroken. In de opzet van mijn betoog zal ik hiermee zoveel mogelijk rekening houden. Ik wil heden eens met u spreken over: Demonen

Wanneer men in deze dagen het wereldgebeuren beziet, komt men al snel tot de conclusie dat, zo de geest hierbij betrokken is, onder deze geesten ook wel minder prettige typen voor zullen komen. De mens maakt het zich dan gemakkelijk en stelt: dit is werk van de duivel, dit wordt volbracht door demonen. Daarom wil ik het begrip demon eens nader onder de loupe nemen.

Allereerst het woord zelf. Wij kunnen demon waarschijnlijk het beste door entiteit of ziel vertalen, want het woord is afgeleid van het Griekse woord ‘daimon’, wat in wezen innerlijk licht betekent.

Een demon behoeft dus niet noodzakelijkerwijze duister en kwaad te zijn. Gezien de wijze, waarop dit woord wordt gehanteerd kunnen wij daarnaast stellen, dat dit een wezen is, dat niet-mens is geweest. Wij kunnen dus niet stellen, dat iemand op aarde slecht heeft geleefd en als straf nu als demon rond moet waren, want een menselijke ziel zal de krachten en capaciteiten, die aan de demon worden toegeschreven, zelden of nooit bezitten.

Wat kunnen wij dus over de kwaliteiten van een demon zeggen?

  1. De demon behoort niet tot de mensheid en denkt en reageert anders dan de mensheid en allen, die daarvan eens deel hebben uitgemaakt.
  1. De demonen leven vaak in verbinding met natuurkrachten, in andere gevallen zijn zij verbonden met bepaalde harmonieën en disharmoniën. Zij zijn dus gebonden aan verschijnselen en waarden, die behoren tot een andere vorm van leven in de kosmos.
  1. Wanneer een demon optreedt, zal hij dit altijd doen om zichzelf te verdedigen of te verzadigen. De reacties, die in materie en mens kunnen worden gewekt, betekenen een verandering in potentieel, in uitstraling. Deze veranderingen en menselijke emoties zijn voor demonen een voedsel.

Zoals een elektrisch apparaat werken, leven  kan, dankzij het verschil tussen een negatieve en positieve pool van een batterij of stopcontact, zo kan worden gesteld, dat een demon zich voedt door zichzelf in te schakelen in levensverschijnselen, waarin plotselinge verschillen optreden, onverschillig waardoor deze worden veroorzaakt, onverschillig of deze in de uitstraling van de aarde, delen van de aarde, voorwerpen of mensen optreden. Dit betekent, dat de demon in vele gevallen geen kwaad wil, maar vanuit ons standpunt kwaad doet; hij wenst waarschijnlijk niet iemand te schaden of te verwarren, maar zoekt alleen een reactie te veroorzaken, waardoor hij zich zal kunnen voeden. Indien die reactie betekent, dat u een been zult breken, zo is dit noch de wens van de demon, noch in zijn ogen van belang. Hij wenst eenvoudig zich te voeden, meer niet en komt dus in wezen tegemoet aan zijn eigen behoeften zonder u daarom werkelijk kwaad toe te wensen.

Wel kunnen wij stellen, dat als hoofdkenmerk van de demonen een zeker egoïsme kan worden beschouwd. Of men nu spreekt over efrieten – zoals in 1001 nacht – of spreekt van duiveltjes, el sheitan etc. maakt hierbij geen verschil uit: deze krachten zoeken allen zichzelf te voeden en in stand te houden. Om dit mogelijk te maken en zich te kunnen voeden, scheppen zij omstandigheden, die voor de mens vaak, maar lang niet altijd, onaangenaam zullen zijn.

Het is voor u niet zonder belang dit te beseffen. Wij weten immers allen, dat de krachten van deze tijd zowel alle positieve als alle negatieve ontwikkelingen bijzonder sterk bevorderen. Het tussenveld, de meer neutrale waarden, vallen hierbij grotendeels weg, zodat de tijd gekenmerkt wordt door het steeds weer in uitersten vervallen van mensen en natuur. Dit betekent echter ook, dat de demon, die onder deze omstandigheden nog op aarde kan leven, meer dan vroeger tot uitersten zal moeten gaan, om de voor hem belangrijke afwijkingen van de normale toestand te bereiken en zich zo te kunnen voeden, te kunnen leven.
Wanneer u in deze dagen gewoon leeft, hoeft u niet zo bang te zijn voor de inwerking van demonen: een demon zoekt u niet, maar wel een voor hem gunstige situatie. Vele mensen menen, dat er duivels zijn, die de mensen steeds weer blijven achtervolgen, om hen zo ten gronde te richten, dat er boze geesten bestaan, die bepaald een zekere mens in het ongeluk willen storten. Zo dit voor waar mag zijn door haat gebonden geesten van menselijke oorsprong soms, bij demonen komt dit niet voor. De demon zoekt nimmer de mens, altijd de situatie. Dit is ook logisch: wanneer u wortelen wilt eten, zult u niet op zoek gaan naar een enkel bepaald worteltje, maar eenvoudig de eerste de beste wortelen nemen, die u kunt krijgen.

Wanneer men dit beseft, is het opeens veel begrijpelijker, waarom bepaalde mensen wel door demonen bezeten schijnen te zijn: hun plaats in de wereld maakt het tot voorname leveranciers van emotie, van voedsel voor de demon. Er zijn dan ook op aarde mensen, die steeds weer worden gedreven en beschermd door krachten, ofschoon zij dit zelf niet altijd schijnen te beseffen.
Een goed voorbeeld hiervan is Papa Doc – Duvalier – die een groot hounghan-voodoo dokter  is. Deze mens wordt tot dingen gedreven, die geheel niet in zijn karakter liggen. Voor hij president van Haïti werd, was hij een goed en redelijk mens. Hoe meer macht hij echter verwierf, hoe sterker de macht, en niet het welzijn van anderen, bij hem op de voorgrond kwam te staan. De achtervolging van zijn tegenstanders, die in het begin zeker een redelijke basis had, werd al snel onredelijk, zijn bestraffen van tegenstanders ontaardde alras in vele onmenselijke kwellingen voor de vaak onschuldige slachtoffers. Als hounghan werkt Papa Doc vaak met demonen. Smart, haat, menselijk lijden zijn een voedsel, waarmee vele demonen zich kunnen verzadigen. Het is dan ook wel duidelijk dat in de omgeving van deze mens vele kwade demonen zijn samengetrokken.

Er zijn echter ook gewone mensen, die om de een of andere reden de demonen meer dan nor- maal naar zich toe trekken. Een mens die bang is, ondergaat voor demonen voedzame emoties. Wanneer de angst werkelijk grote invloed heeft, zien wij, dat de maag eigenaardig reageert, de werking van het hart wordt anders, de ademhaling wordt krampachtig en mogelijk, het zweet breekt uit. De angstige mens weet niet meer, waar hij aan toe is en zal, ondanks alle redelijke inzichten, die hij nog bezit, gedreven door zijn emotie, impulsief handelen, daarbij gevaar voor anderen veroorzakend, de stemming van anderen plotseling beïnvloedend enz. Dit kan natuurlijk worden geweten aan het zenuwstelsel. Maar dat juist dergelijke mensen meer dan anderen in situaties komen te verkeren, waarin hun redeloze angsten hen gaan beheersen, is toch niet alleen maar toeval.
Het is voor menige demon een prettige en eenvoudige wijze om de emotionele uitstralingen te verkrijgen, waarmede hij zich voeden kan. De conclusie, die wij hier mogen trekken luidt: alleen de mensen, die een demon kunnen voeden, zullen regelmatig slachtoffer van demonische krachten zijn. Wanneer een mens door zijn wijze van leven en denken de demon steeds weer voedsel biedt – zij het, dat de emoties van anderen en niet van hem zelf komen – dan zal de demon zo iemand helpen en steunen, voor zo iemand is de demon dus een positieve of goede kracht.

Heeft u zich wel eens gerealiseerd, dat alles, wat u bent en doet, niet alleen innerlijk, of voor u, maar ook voor de wereld buiten u, waarde heeft? U denkt. Uw gedachte is helemaal niet bedoeld als een aantrekken van demonen en duivelen. Maar zij bevat een onrust, een realisatie, die voor de demon voedsel belooft. Dan zal hij zeker de mogelijkheid niet voorbij laten gaan, wanneer hij in de buurt is.

Niet voor niets zegt men wel eens: wanneer je over de duivel spreekt, hoor je reeds het rammelen van zijn ketenen. Indien men tracht aan een duivel of demon te denken en in deze gedachte ligt angst, zo zal logischerwijze een demon, die zich pleegt te voeden met angsten, trachten die angst te vergroten. Door de demon te vrezen en te willen afwijzen, heeft men zonder dit te beseffen de demonische krachten zelf aangetrokken. Hiermee is een belangrijk punt gesteld: angst, hevige emoties, trekken vaak bepaalde negatieve krachten aan.

Bij het contact met geesten van overgeganen ligt de zaak anders. De geest van een overgegane, die in het duister doolt, zoekt in feite iets terug te zien van de wereld, die hij moest verlaten. Wanneer deze geest bijvoorbeeld een dronkaard was en u drinkt, zo zal hij op u afkomen om in uw reacties op de alcohol te kunnen reageren. Hij krijgt daarvan wel niet al te veel voldoening en zeker geen voedsel, maar hij vindt dit aangenaam. De geest van de overgegane is echter voor zijn bewust bestaan niet van dergelijke inwerkingen afhankelijk. Hij komt nooit zover, dat hij iemand in de stof steeds weer moet doen drinken, of zijn bewustzijn langzaam zien verwazen en verdwijnen.

Nu zult u wel begrijpen, dat een voertuig, dat teniet kan gaan, een soort lichaam, dat van dergelijk voedsel als emotie afhankelijk is, niet in een werkelijke sfeer bestaan zal. Van de demonen, die op aarde invloed trachten uit te oefenen, kan dan worden gesteld, dat zij steeds in de astrale wereld wonen en als belichaming een astraal voertuig bezitten. Om te kunnen leven in een astrale wereld, heeft men gedachtekracht en zekere elementen nodig, die de mens heeft. Daarom zal een demon ook nooit werkelijk verzadigd zijn: door meer dan noodzakelijk uit de mensen te putten kan de demon eigen kracht, omvang en wezen vergroten.

Dit brengt ons tot een volgend aspect van ons onderwerp:

Denkt u niet, dat, wanneer de mens door denken en streven een astraal wezen schept, een niet bezielde schil, ook dit wezen zich als een demon zal gaan gedragen? Ook voor deze wezens geldt immers een wet van behoud van leven. Een mens, die steeds dezelfde angsten kent, zal daardoor een soort persoonlijke demon op kunnen bouwen, die alle eigenschappen en krachten zal bezitten, die met die angst in direct verband staan.
Zo hebben de mensen in de oudheid zich werkelijke duivels geschapen, alleen maar door in duivels te geloven en daarvoor grote angst te koesteren. Nu meent u misschien, dat men alleen een demon opbouwt, wanneer men angst kent voor bovennatuurlijke krachten. Maar dat is zeker niet juist: wanneer u bang bent voor bv. het communisme, bouwt u wel degelijk ook een demon op. Daarbij zal deze demon dan niet de eigenschappen bezitten van het werkelijke communisme enz., maar alle eigenschappen bezitten die u vreest hierin. Men heeft dan aan deze zelfgeschapen demon wel de naam communisme gegeven, maar hij is dit niet. Hij is het beeld van uw eigen angsten en zal dus reageren volgens uw angsten, niet volgens de waarde in uw eigen wereld, waarnaar u hem genoemd hebt.

Wanneer u steeds weer spreekt over uw eigen zwakheden en daarvoor bevreesd bent, terwijl anderen dit op soortgelijke wijze doen, zo ontstaat een astraal wezen, dat al deze angsten en zwakten vertegenwoordigt, en tot uitdrukking brengt. Meer nog, in een drang naar zelfbehoud zal deze astrale kracht die zwakte steeds weer tot uiting doen komen, om dat hierin nu eenmaal de belangrijkste waarde voor zijn voortbestaan is gelegen. Een zeer groot deel van de demonen, die in deze dagen de mensen kwellen, zijn dan ook geen werkelijk levende wezens, maar schillen, die door de mensen zelf werden geschapen. Zeker zal een dergelijke schil in enkele gevallen bewoond worden door een geest uit de duistere werelden. Maar deze is dan geheel afhankelijk van de waarden, die de mens in dit voertuig gelegd heeft en de noodzaken, die de mens voor dit voertuig geschapen heeft. De demon zal in dit geval dus geen verandering in de actie van de schil tot stand brengen, maar wel trachten de daarin gelegen krachten en mogelijkheden uit te breiden, door de werkingen, waaraan de schil haar ontstaan dankt, zoveel mogelijk uit te breiden of te bevorderen.

Stelling: op het ogenblik, dat een mens zich voortdurend met bepaalde emoties bezig houdt, zich daarbij een beeld makend, dat hem emotioneel zeer sterk beroert, zal hij een astraal wezen bouwen, dat t.a.v. deze mens negatief en demonisch op zal treden, zo de basis emotie of gedachte negatief is.

Is een dergelijke kracht eenmaal geschapen, zo zal zij ook inwerken op anderen, die aan het ontstaan geen deel hadden, mits zij dezelfde emotie of instelling, die tot de schepping van de astrale vorm aanleiding was, in zich dragen en kennen. Misschien heeft u er zo nooit over nagedacht. Maar de mensen hebben zich dus vele duivels zelf geschapen. Ook in deze dagen doen zij dit nog.
Alleen waren de duivels van vroeger bovennatuurlijke krachten, die apart van de mensheid stonden. Zij waren de duivels, die men op het middernachtelijk uur bij kruiswegen kon oproepen en ontmoeten, de duivels, waaraan men zijn ziel kon verkopen, de duivels, die de mens tot zondigen wilden verleiden. Deze duivels bestonden dus werkelijk, maar waren geen levende, uit de kosmos zelf ontsproten wezens. Omdat deze duivels buiten de normale wereld van de mensen stonden, kon men daartegen afweermiddelen bedienen. Wanneer de mens met het kruis in de rechterhand vooruit ging, moest de demon wel wijken. Zoals elke astrale kracht voor een tegengesteld werkende kracht zal moeten wijken of uiteen vallen.

Tegenwoordig zijn de demonen, die men heeft gevormd, echter direct deel van het leven en werken van de mensheid. En dat is erger: de mensen zeggen bv.: wij moeten een zekere welvaart kweken. Op zich is dit goed. Maar nu stellen zij: onze welvaart wordt voortdurend bedreigd. Wij moeten dus de krachten, die onze welvaart aan zouden kunnen tasten, haten en bestrijden. Uit deze wijze van denken ontstaat o.m. de klassenhaat. En dit is wel degelijk een demon of liever gezegd: een hele vergadering van demonen. Demonen, die de mens tegen beter weten, tegen eigen behoefte in, vaak zullen prikkelen om voort te gaan met klassenstrijd of rassenstrijd.

Juist in een wereld als de uwe, die door de communicatiemogelijkheden steeds kleiner wordt, zouden dergelijke demonen gemakkelijk overwonnen kunnen worden. Maar dan moet in de plaats van de eenzijdigheid van denken en vooral de eenzijdige emotionele reactie van de mensen iets anders in de plaats komen: een vertrouwen in een Hogere Kracht bijvoorbeeld. De mensen mogen zich rustig laten beroeren door medelijden of eens boos worden over een onrecht. Dat overkomt de besten. Jezus jaagde de wisselaars de tempel uit, Mozes wierp in toorn de tafelen van de wet kapot enz. Dus de besten kennen deze reactie. Maar zij dienen zich te hoeden voor drift, boosheid enz., die tot gewoonte worden. Dus, indien u zich een keer ergert, goed. Maar erger u niet bij voortduring, vooral niet aan hetzelfde, want dan is de kans groot, dat u zich een demon schept. Al deze geschapen demonen beïnvloeden de mensen zo snel, omdat men nu eenmaal overal gelijke emoties en ervaringen kan delen.

Vroeger was het ondenkbaar, dat op hetzelfde ogenblik in Moskou en Rome hetzelfde werd gedacht en gedaan. Nu komt dit regelmatig voor. Het zou vroeger dwaas zijn geweest, dat men op hetzelfde ogenblik dezelfde emoties zou kennen in Boston, Los Angeles en Hongkong. Tegenwoordig is dit zelfs normaal. Dit betekent, dat de door de mensen geschapen demonen in deze dagen veel sterker en algemeen invloedrijker kunnen worden dan vroeger. Wat ook inhoudt, dat zij een veel grotere invloed en daardoor ook een veel grotere betekenis hebben binnen het leven van de mensen. Door over geheel de wereld te werken, kunnen zij een verdeeldheid, die voor hun voortbestaan noodzakelijk is, gemakkelijk bevorderen. De weg is al heel eenvoudig: het volstaat vaak reeds, tegengestelde inspiraties te geven aan twee partijen om de begeerde strijd en angst te doen ontbranden.

Denk nu niet, dat alles, wat ik hier in eenvoudige woorden tracht weer te geven, in wezen een soort verhaaltje is. Het ligt zo dicht bij de u nu beheersende werkelijkheid dat u er van zou schrikken, indien u de astrale werkingen een invloeden voor enkele uren zou kunnen waarnemen. Natuurlijk zijn er vele krachten, die zich tegen dit optreden en werken van de demonen te weer stellen. Ik gebruik, hier opzettelijk ‘krachten’, omdat velen van hen onder de oude classificatie als demon zouden kunnen gelden.

In de eerste plaats zijn er bepaalde hogere natuurgeesten, vooral water- en luchtgeesten, die zich bezighouden met het verdrijven van kunstmatig geschapen demonen. Dan is er de wereld van de Lichtende Geest. Aan het hoofd hiervan staan de grote Meesters en hoge Lichtkrachten. Onmiddellijk achter hen komen alle Krachten, die leven uit het Licht, uit de liefde Gods, alle Krachten, die harmonie nastreven. Zij trachten de werkelijke, bezielde demonen van uw wereld te bannen.

Let wel: men zal niet trachten hen te vernietigen, of zelfs hun eigen wereld en waarden te ont nemen. Want zelfs demonen hebben het recht op hun eigen wijze te streven en te leven. Maar men zal trachten het hen onmogelijk te maken ten koste van anderen te leven. Hierdoor is reeds veel van de demonische krachten opgeruimd. Vele jaren heeft er een complete veldslag gewoed rond de aarde, waarbij de Lichte Geest zich tot doel stelde alle demonische invloeden en krachten, die ten koste van de mensheid wilden leven, van de wereld en uit de met deze wereld verwante gebieden weg te vagen.

Dit is heel aardig gelukt. Er zijn natuurlijk nog wel wat kwade krachten, die de aarde kunnen benaderen, maar op een enkele na zijn de duistere krachten toch wel uit de sfeer van de aarde verdreven. Let wel: het is niet mogelijk alle evenwichten te verstoren. Zolang er Lichte Krachten op deze wereld werkzaam kunnen zijn, zullen ook kwade krachten van gelijke intensiteit op aarde invloed uit kunnen oefenen. Maar men kan deze duistere krachten isoleren, de inwerkingen ervan neutraliseren en zo alle heerschappij, die de krachten van het duister bezaten, breken. Dit is voor de krachten uit de Lichte sferen in de praktijk mogelijk voor alle demonen buiten één soort: de demon, die de mens zelf heeft geschapen. Deze demonen hebben overigens eigenaardige namen. De een heet atoomgevaar, de tweede politieke constellatie, de derde crisis enz. Zolang de mensheid bang is, zolang als de mens zich steeds weer met zelfvergeten emotionaliteit in ideeën en acties stort, die niet in wezen Lichtend zijn, zal men duistere demonen scheppen.

Een logisch vervolg in dit betoog wordt de vraag: wat kan men aan dit alles doen?

Een demon, die werkelijk uit de duistere sferen stamt, kunt u als mens moeilijk verdrijven. Ook vernietigen is voor de doorsnee mens onmogelijk. Dit is immers een wérkelijk levend wezen, dat zijn plaats en doel heeft binnen de goddelijke schepping. U kunt dus de demon niet eenvoudig verdrijven. Maar u kunt er wel voor zorgen, dat deze demon niet met u in contact komt. Stel dus eenvoudig: voor mij bestaat hij niet. Dit is iets anders dan te stellen, dat deze demon er niet is, niet kan zijn. Het betekent, dat men eenvoudig weigert zich, al is het maar voor een enkel ogenblik in gedachten, bezig te houden met dit wezen. Wanneer men u zegt: deze demon is er, zo zegt u eenvoudig: goed, dat zal wel, en u gaat over tot de orde van de dag. Wanneer deze demon zich aan u zou tonen, zo heeft het geen zin bang of nieuwsgierig te worden. Stel eenvoudig: voor mij geldt Gods Licht, anders niet. Ga heen. En laat het daar dan maar bij. Door de waarde van dergelijke krachten te ontkennen en te weigeren zelfs maar in gedachten iets met hen van doen te hebben, is het mogelijk hen af te weren en hun mogelijk om zich op aarde met menselijke emoties enz. te voeden, verminderen. Dat is alles. Meer kan men niet doen.

Wanneer u echter te maken krijgt met een demon, die de mensen zelf geschapen hebben, ligt de zaak enigszins anders. Wat de menselijke gedachten geschapen hebben, kan door menselijke gedachten ook vernietigd worden. Wanneer men de verschillen met de werkelijke geesten uit het duister niet kent, zal men goed doen zich aan de voor dezen gestelde regels te houden. Maar indien men beseft, dat dit een demon is, die de mensheid zelf geschapen heeft, die geheel beantwoordt aan het patroon van denken en reageren van de mensen zelf, dan wordt het anders: door eigen denken en emotie te beheersen en te doen gaan in richtingen, die aan de grondwaarde van de demon tegengesteld zijn, kan men zijn wezen afzwakken of te niet doen.

Het antwoord op de vraag, die wij ons zo even stelden, is dan ook nuchter en logisch en bevat waarschijnlijk minder esoterische waarden, dan menigeen onder u in wezen zou wensen. Maar het berust dan ook op de feiten en alleen op de feiten.

Wanneer er één kracht van disharmonie is en één enkele mens vindt de moed deze disharmonie te negeren, stellend: in mij is vrede, vanuit mijzelf breng ik vrede, dan verliest de demon iets van zijn kracht en wezen. Hij wordt bleker en minder sterk. Wanneer men lang genoeg doorgaat in deze instelling, crepeert uiteindelijk deze schil door een verlies van bindende krachten. Door deze reactie ontneemt men de demon namelijk datgene, waardoor zijn wezen steeds weer kracht en vorm krijgt. Het feit, dat de schil of demon zal trachten zich tegen deze inwerkingen te verzetten, betekent slechts een vermeerdering van zijn krachtverbruik en zo een bespoediging van zijn einde.

Aan de hand van dit alles is het mogelijk enige regels op te stellen, die in uw dagen van belang kunnen zijn, vooral wanneer het gaat over door mensen geschapen demonen.

Punt één is al heel eenvoudig:

Wees niet bang, vrees niets. Want al wat God als noodzaak heeft gesteld, zal ook ondanks uw angsten plaatsvinden. Datgene echter, wat u voorkomen kunt, zult gij eerder en beter kunnen verhoeden, door niet te vrezen en zo bewust en redelijk, niet slechts instinctief, te reageren op alles, wat u benadert.

Het tweede punt stelt:

Alles in het leven, dat half is, alles en ieder, die zich door omstandigheden laat meesleuren zonder zich van eigen wil en wezen bewust te blijven, zal een gemakkelijke prooi zijn van alle krachten en wezens, die de mogelijkheid bezitten de omstandigheden van de mens enigszins te wijzigen. Leef daarom volbewust en tracht steeds u bewust te zijn van alles wat u doet. Het geeft niet, wat u doet, zolang u maar een inzicht hebt in uw eigen wezen. Erken vooral ook, wat u zelf bent en wilt en tracht niet de zaak buiten uzelf aansprakelijk te stellen. Leef met begrip voor de werkelijkheid. Breng in dit begrip van de werkelijkheid uw wil in het spel en baseer u op uw idealen, uw begrip en uw kennen van eigen kracht en uw rol in het leven. Wees niet verveeld, terneergeslagen, hopeloos, lusteloos, maar zoek iets om voor te leven, iets wat uw dagen vult en u steeds weer het idee geeft, dat er iets in uw eigen bestaan van belang is. Zorg er voor dat alles, wat je doet, in eigen ogen waarde heeft.

Ook de derde regel is betrekkelijk eenvoudig:

Wees steeds een blij en blijmoedig mens. Vreugde is dat deel van het Goddelijke, dat in directe tegenstelling staat tot alle duisternis, verwarring en chaos. Innerlijk blij zijn, vreugde kennen, vreugde schenken betekent vorm geven aan de Goddelijke Kracht, die in je leeft. Het betekent ook, dat men het innerlijke Licht zozeer doet schijnen in en rond het Ik, dat de krachten van de duisternis daarin niet meer kunnen bestaan. Leef dus vreugdig. Het behoeft geen uitbundigheid te zijn, heus niet.  Dat is meestal eerder een teken, dat men de innerlijke werkelijkheid wil ontvluchten. Werkelijke levensvreugde vloeit voort uit het weten, dat het leven goed is. Daar hoeft dan geen geloof of geestelijk weten verder aan te pas te komen. De krachten van het innerlijk Licht worden reeds actief, wanneer de mens alleen maar steeds weer voor zich erkent, dat het leven goed is. Dit is een kracht, die de geesten van het duister verdrijft en alle demonen, die door mensen geschapen werden, kan vernietigen.

Nu wordt het u misschien wat moeilijker:

Op het ogenblik, dat u ontdekt, dat een duistere kracht werkzaam is, kunt u twee dingen doen: u kunt zich terug trekken, maar u kunt ook trachten in en vanuit uzelf een aan de duistere kracht tegengerichte werking te veroorzaken. Onthoud goed het volgende: waar u het gevoel krijgt van gedempt en onder druk te leven, alsof er ergens een zware geestelijke last hangt, alsof er een door de neus net niet waarneembare geur hangt, zal men veel tot stand kunnen brengen, wanneer men maar beseft: deze dingen kunnen mij niets doen; integendeel, ik zelf ben Lichtend, sterk en krachtig uit de Goddelijke Kracht, die in mij woont. Blijkt nu, dat ongeacht deze instelling, u uzelf niet aan de inwerking kunt onttrekken: ga heen. Zoek ergens anders de vreugde, de belangstelling, die voor u wenselijk is. Indien u echter gevoelt, dat u sterk genoeg bent om deze kracht te beletten u te beheersen, tracht dan iets van eigen rust, eigen vreugde, eigen geluk uit te stralen en aan anderen te geven. Tracht de Kracht die u sterk maakt, a.h.w. ook in anderen te openbaren.

Op deze wijze maakt men het vooral de op aarde vaak aan bepaalde plaatsen verbonden krachten moeilijk, zich te handhaven en te blijven bestaan. Let wel: u kunt natuurlijk geen kracht, die op één plaats zijn sfeer en heerschappij door de loop der eeuwen heeft weten op te bouwen, met één enkele vreugde, met een enkel gebaar teniet doen. Wanneer u zeer bekwaam en kundig bent op dit terrein, zult u misschien met inzet van uw geloof en al uw krachten een dergelijke demon tijdelijk verdrijven.

Blijvend verdrijven of vernietigen kan men in een dergelijk geval de heersende demon niet. Maar wanneer men steeds weer terug, steeds weer met innerlijke krachten geladen, steeds weer vol vreugde, steeds weer harmonisch met God en de Schepping – zo anderen vreugde, ontspanning brengende – dan zal men elke maal iets van de kracht van de demon nemen, elke maal zijn heerschappij iets beknotten, elke maal zijn machtsgebied iets verkleinen. Een mens kan een gebouw niet wegdragen. Maar hij kan steen na steen slechten en wegdragen. Op gelijke wijze kan men zelfs de invloed van de machtigste demonen op aarde langzaam te niet doen.

Hiermee, komen wij als vanzelf aan het onderwerp gedachtekracht.

Het is natuurlijk erg mooi en prettig, dat er altijd weer mensen zijn, die mooie gedachten uitzenden. Er zijn op aarde dan ook vele groepen, die dit regelmatig doen. Helaas is de mooie gedachte bij velen wel zeer theoretisch. Zij staat in wezen los van de menselijke werkelijkheid. Op het ogenblik, dat uw gedachtewereld niet meer synchroon, niet meer gelijk is met de stoffelijke wereld, waarin u leeft, wanneer de uitgezonden gedachte niet meer strookt ook met eigen gedragspatroon, openbaart zij zich niet in de werkelijkheid. De uitgestraalde gedachtekracht richt zich dan niet op de werkelijkheid, maar is alleen werkzaam in een zogezegde secundaire wereld, een tweede werkelijkheid, die in wezen een meer persoonlijke wereld is en van de werkelijkheid in stof en geest vaak aanmerkelijk afwijkt.

In een dergelijke secundaire wereld heeft de mens vele mogelijkheden: hij kan daarin goden en Meesters ontmoeten, die hem anders vreemd zouden blijven, of die hij anders niet zou kunnen begrijpen en verstaan. Maar in een dergelijke wereld behoort de demon, die men wil bestrijden, niet tot de werkelijkheid en kan dus niet waarlijk worden bestreden. Onthoud dus, dat alle uitzenden van gedachtekracht juist en goed is, mits men daarbij uitgaat van en gericht blijft op eigen werkelijkheid. Verder zullen de gedachten die men wenst uit te zenden, gebaseerd moeten zijn, voort moeten komen uit de eigen werkelijkheid. Dus geen gedachten over een vrede op aarde, die alles regeert, zonder eerst innerlijk vrede te kennen en de mensheid aan te sporen om deze innerlijke vrede te leren kennen. Bedenk dat het onmogelijk is om iemand die in het duister leeft, te leren zien, wanneer men geen Licht met zich draagt, wanneer men niet ten minste in zich een Licht draagt, waardoor men inzicht en vreugde aan degenen, die rond het Ik zijn, kan geven.

Nog een punt:

Wanneer men zich voortdurend bezig pleegt te houden met zichzelf – dat er zulke mensen zijn, heeft u waarschijnlijk al eens eerder opgemerkt – zijn er kansen, dat alles, wat u in het leven beroert, intenser en erger wordt voor u, dan werkelijk noodzakelijk is. Hier speelt een zekere verbeelding een rol: zo iemand stoot zijn teen en wordt daardoor geheel verlamd. Niet dat hij waarlijk niet meer lopen kan, maar hij maakt het zich onmogelijk door zijn vrees voor pijn die hem doet stellen, dat hij niet kan lopen. Wie in leven, denken en werken op deze wijze pleegt te reageren, zal alles in het leven voor zichzelf en voor anderen bij voortduring negatief maken. Hoe meer men zich met zichzelf bezig houdt – zelfs indien dit alleen maar met eigen waardigheden en bereikingen is – hoe groter de kans, dat men ergens zichzelf ziek maakt, zichzelf ergens onder de invloed van een demon brengt. Ook dit moeten wij vermijden, want juist hierdoor kunnen op aarde geesten uit het duister en door mensen geschapen demonen weliger tieren dan zwammen in een vochtige grot.

Wanneer wij het Lichtende en het goede op deze wereld willen bevorderen, zo zullen wij ons nooit kunnen onttrekken aan de noodzaak, allereerst zelf harmonisch te zijn. En een dergelijke harmonie kan nooit berusten op het beantwoorden van de wereld aan ons wezen. Wij, klein en onbenullig als wij vaak zijn, kunnen toch niet verlangen, dat God en Zijn schepping zich nu maar zonder meer geheel harmonisch bij ons wezen en onze wensen aan moet passen? Wij zullen integendeel steeds weer onszelf harmonisch aan moeten passen bij God en Zijn schepping. De harmonie moet van onszelf uit gezocht worden. Wij leren dit alleen, wanneer wij onszelf eerst eens leren oriënteren in de wereld rond ons. Zeker, wij allen hebben een eigen innerlijk leven, een eigen weg, een eigen taak. Maar deze kunnen alleen binnen het geheel van het zijnde tot uiting komen.

Hoe goed een mens ook weet, wat zijn taak is wanneer hij haar zelf niet wil volbrengen door eigen arbeid en moeite, zal zij niet volbracht worden. Hoe goed men ook weet, wat esoterisch juist is, wanneer men er niet naar leeft, is het zinloos. Een werkelijke harmonie vormt men als men door zijn aanvaarding van de wereld en een projectie van eigen wezen en taak binnen die wereld, op zo harmonisch mogelijk wijze (realiseert – Red.)

Het is onmogelijk een juiste harmonie te bereiken, wanneer men van de wereld alleen maar eist, dat zij uw Ik zal aanvaarden. Lichtende kracht ontwikkelt men nimmer alleen door innerlijk op te gaan tot God, maar door de Kracht Gods die binnen het Ik is gelegen, in de wereld kenbaar te doen worden. Wie op deze wijze werkt, is alle demonen de baas. Er zijn dus heus wel wegen om aan de inwerking van demonische krachten te ontsnappen, en zelfs de demonen van hun kracht te beroven. Zelfs heeft men de mogelijkheid de door de mens geschapen demonen eenvoudig de nek om te draaien.

Maar er is nog iets:

De mensen van deze tijd zijn over het algemeen geen prettige strijders: zij vechten maar zelden om de vreugde van de strijd. In de meeste gevallen strijden de mensen van heden alleen nog maar om er beter van te worden, om gelijk te krijgen enz. Kort en goed: de mensen van heden strijden niet om de strijd, maar om gewin. Zo zal elke strijd, die op het ogenblik op aarde ontstaat, een achtergrond hebben van disharmonie en zelfzucht. Zo dit niet voor onszelf zou gelden, is het toch zeer waarschijnlijk wel van kracht voor onze tegenstanders.

Daarom dient men in deze tijd alle strijd te vermijden, zover dit maar mogelijk is. Door zo te handelen voorkomen wij, dat enige demonische kracht zich aan ons kan hechten of sterker kan worden door onze handelingen.

Hiermede kom ik aan het einde van mijn betoog. Ik heb er steeds rekening mee moeten houden dat ik onderbroken zou worden. Het ziet er niet naar uit, dat dit nog het geval zal zijn. Als slot wil ik dan nog het volgende naar voren brengen.

Op het ogenblik, dat de mens een demon tot iets belangrijks maakt in zijn eigen leven, zal zijn leven een sterk demonisch karakter krijgen.

Op het ogenblik, dat iemand gebruik wil maken van de krachten, die demonisch zijn en gelijktijdig deze demon als niet werkelijk, als niet bestaand wil beschouwen, wordt hij gemakkelijk een prooi van de demon. Dit zal ook het geval zijn, wanneer men zich van het demonische van zijn streven niet geheel bewust is, doordat men bv. voor zich alle onaanvaardbare waarden wegpraat.

Het is juist daarom, dat een ieder zich op realistische wijze, dient te oriënteren omtrent eigen leven en bestaan, daarbij niet het bestaan van demonen perse verwerpende, maar de macht van demonen ontkennende, zodra hun werken en streven tegengericht is aan hetgeen men als goed, passend, deel van eigen taak in het leven, heeft leren kennen.

Het zal u bij dit alles wel duidelijk zijn geworden dat er voor ons en gezien vanuit ons standpunt, twee richtingen van leven bestaan: één, die wij duister noemen en één, die wij Licht noemen. Beiden komen voort uit God, beiden zijn belangrijk. Maar… wij kunnen niet beide wegen en de daarbij voorkomende invloeden gelijkelijk beleven, of zelfs maar aanvaarden.

Wij hebben in het leven een eigen richting, een eigen taak een eigen weg. Deze behoort tot het Licht. Daarom is het voor de mens goed zich te realiseren, dat er duivels en demonen zijn, al beantwoorden deze wezens dan ook niet aan alles, wat volksgeloof en religie daarover plegen te beweren.

Het heeft geen zin bang te zijn voor deze wezens. Het is voldoende eenvoudig vast te stellen dat zij er zijn en er rekening mee te houden, dat zij ons leven kunnen beïnvloeden.

Op dezelfde wijze, waarop men misschien tot zichzelf zegt: hier moet ik mijn voeten iets hoger optillen, want hier komt een stoeprand of een trede. Wie daarmede géén rekening houdt, struikelt waarschijnlijk. M.i. is het tijd, dat de mensheid erkent, dat er vele krachten zijn, waarvan zij ofwel de betekenis overschat, dan wel die zij niet wil erkennen, zodat zij daardoor steeds weer struikelt, terwijl dit te vermijden zou zijn geweest. De krachten van het mens-zijn, van de menselijke gedachte, maar ook de krachten van alle daarmee verwante geesten, geestelijke waarden en krachten spelen nu eenmaal een rol in het menselijke leven. Door de waarden te  ontkennen, die men niet redelijk kan verklaren of zien, maakt men het zich onmogelijk te weten hoe bepaalde krachten inwerken op de mens, welke waarde zij in zijn leven kunnen vertegenwoordigen enz.

Daarom lijkt het mij van belang, dat men stelt:

Er zijn vele onzichtbare krachten. Alle onzichtbare krachten kunnen hun invloed op ons uitoefenen. Wij moeten er rekening mee houden, dat de voor ons niet aanvaardbare onzichtbare krachten juist op de ogenblikken, dat wij zelf niet harmonisch zijn, op ons gaan inwerken. Wij dienen het bestaan van deze krachten dus te aanvaarden, maar zullen ons geen angsten of zorgen maken om het bestaan van deze krachten, omdat wij in staat zijn steeds weer innerlijke harmonie na te streven – en te bereiken – waarmede wij onafhankelijk worden, ja, zelfs macht verwerven over deze onzichtbare invloeden.

In dit verband wijs ik op een eigenaardig facet van dit alles:

U meent misschien uw God te dienen door niet te eten. Maar dan krijgt u honger. Wanneer u veel honger krijgt, begint u te dromen en te watertanden over een denkbeeldige biefstuk. Zo ontstaat in u een begeerte factor, die zo sterk kan zijn, dat daardoor een demon wordt aangetrokken en misbruik gaat maken van uw streven. Het is duidelijk, dat men dan zijn God niet meer werkelijk en oprecht kan dienen. Daarom dient men te beseffen, dat bij het bestrijden van de demonen ook het volgende in het geding komt: wie demonen wil bestrijden, of zich aan hun invloed onttrokken wil weten, dient er zorg voor te dragen, dat geen enkel behoefte, of begeerte element in eigen wezen zó sterk wordt, dat hierdoor eigen wezen voortdurend met emoties of gedachten vervuld wordt.

Misschien vraagt men zich nu af: hoe ziet een demon er eigenlijk uit?… Er bestaan nu helaas geen shows, waarop de laatste moderne demonen worden getoond, maar een algemeen beeld kan ik u misschien toch wel geven:

Alle krachten van demonische aard, die met de natuur verbonden zijn, hebben een voor de mens onaangenaam uiterlijk. Vooral de duistere krachten doen vaak aan als karikaturen van de werkelijkheid. Zij lijken vaak onbeholpen, maar zijn dit in wezen niet. De meest karikaturale verschijningen zien wij, wanneer een dergelijke demon het menselijke leven ontmoet en zich daarbij tracht aan te passen. Alles wat een karikatuur is van de werkelijkheid – ook al heeft dit op zich misschien betekenis en waarde – is voor de mens niet aanvaardbaar en niet goed. Ook de meer aanvaardbare demonen zijn voor de mens schrikwekkend. Hun gestalte doet denken aan die van Indische tempelwachters.

Alle door de mens geschapen demonen hebben een zuiver menselijke gestalte. Stel dat een bepaald bewind veel haat wekt. Dit wordt door hen, die haten, gepersonifieerd in een bepaalde figuur  bv. Stalin, Kennedy of zo iets. Deze figuur wordt dan de hoofdvorm van de demon. De vertekeningen, die ook hier optreden, hellen niet naar het karikaturale, maar neigen eerder naar het sinistere. Het beeld kan misschien het beste vergeleken worden met een mens, die eens, alleen schoon was, maar nu iets verlopens heeft gekregen, waarbij oorspronkelijke schoonheid niet teloor is gegaan, maar iets vreemds, iets dreigends en duivels heeft gekregen. Dergelijke demonen kunt u overigens het beste negeren. U kunt daar geen volmaakte andere figuur tegenover stellen. Negeer de gestalte en bestrijd haar, door vanuit u zelf het beeld van de ideale mens te projecteren op de plaats, waar de demon zich bevindt.

Heeft men te maken met een echte demon, dan dient men zich het vertekende, het karikaturale te realiseren en eigen waardigheid en wezen daar tegenover te stellen als deel van de Goddelijke schepping.

De door de mensen gemaakte demon kan men bestrijden door de ideale mens daar tegenover te stellen, want daarin zijn begeerten en angsten niet aanwezig, maar alleen het perfecte Licht, zodat de demon a.h.w. van zijn bestaansgronden ontbloot wordt. In dit verband, is het voor menigeen wel eens goed zich bv. Jezus of de Boeddha voor te stellen. Deze zijn ideale gestalten, maar hoedt u er voor een meer menselijke ‘held’ als beeld te nemen, zoals bv. de boeddhisten, die zichzelf levend verbranden om te protesteren; wat overigens een warm protest is. Want de gestalte, die alle mensgevormde demonen overwint, is niet in de eerste plaats een sterke en krachtige mens, maar een mens, die zijn lot aanvaarden en dragen kan in vreugde, omdat daarin voor hem de uiting van een werkelijke harmonie met God is gelegen. Stel een dergelijk beeld tegenover de wanstaltigheden, die uit de menselijke disharmonie geboren werden en u zult zien, dat zij hiervoor terugwijken, of zelfs onder invloed daarvan, langzaam vervormen en tot meer positieve krachten worden.

Ook zullen wij binnen dit bestek nog even aandacht wijden aan en rekening houden met de ‘grote duivels’.

Dit zijn wezens, wiens wijze van leven, beleven, streven en taakvervulling, lijnrecht is tegen- gesteld aan de uwe. Over het algemeen worden deze wezens op een wat eigenaardige manier voorgesteld: met bokkenpoten en hoorntjes bv. Daarbij vergeet men helaas, dat een werkelijke kracht uit het duister, die op zijn wijze streeft, een werkelijk spiegelbeeld zal zijn van dergelijke wezens in de Lichte wereld. Een echte duivel – een wezen dus van een geheel andere levensrichting – is voor ons misschien gevaarlijk en niet aanvaardbaar, maar zal even schoon zijn als een engel, die ons helpen en beschermen kan. De ‘duivel’ bezit een even grote kracht als de engel van gelijke waarde. De kracht van de duivel kan u vernietigen, de kracht van de engel kan u verheffen, dat is waar. Maar het is in wezen dezelfde kracht. Alleen de wijze, waarop zij gericht is, verschilt.

Men meent vaak, dat men werkelijke duivels kan herkennen aan de eisen die zij hun volgelingen stellen. Ook dit is onwaar. Geloof mij, wanneer u iets bereiken wilt met de duistere krachten, zo zult u zelfs ascetischer en reiner moeten leven, dan iemand, die iets bereiken wil met de krachten van het Licht. Wie de weg van het duister wil volgen, zal daarvoor grotere en zwaardere offers moeten brengen, dan men ooit zal brengen op de eigen weg, waarop men God ontmoet. De mensen denken bv., dat hij zijn volgelingen altijd tot liederlijkheid aan zal zetten. Dat is niet waar: de duivel is deugdzamer dan menige engel. Hij moet dit ook wel zijn: hij is een heerser op eigen terrein, maar is evenzeer onderdanig aan de kosmische wetten als elk ander schepsel. Laat u dus niet misleiden door de gedrochtjes, die u als echte duivelen worden voorgeschoteld. Zo dit al beelden van demonen zijn, zijn het zeker door mensen geschapen demonen, een werkelijke wezen van een andere richting van leven en bewust worden.

Realiseer dat het werkelijke goede en het werkelijk kwade, vanuit menselijk standpunt bepaald, elkanders spiegelbeeld vormen en dus altijd even sterk, even schoon zullen zijn. U kunt dus nimmer stellen: o, wat is dit schoon, dus is het goed. Er is maar één middel waarmee u, wanneer een werkelijke duivel uit de voor ons zwartste sferen u zal benaderen, kunt kennen voor wat hij is.  Want uiterlijk is hij schoner dan een god. Het is: vraag in uzelf naar God. Zoek naar dat, wat harmonisch is met God en uw wezen. Het voor u positieve en goede is steeds dat, wat u vrede geeft, niet datgene wat u overweldigt door zijn macht, schoonheid of gezag. Goddelijke waarden, bewustwording, bereiking, zijn voor u alleen te vinden in de krachten, waarvan u werkelijk deel kunt zijn. Dat alleen is voor u het Licht. Dat alleen is voor u Lichtende Kracht. Een kracht, die groot en machtig is, een kracht, waarvoor u alleen maar sidderend neer kunt knielen is nooit een kracht, waarmede u werkelijk harmonisch en verbonden kunt zijn.

Een Kracht, die u echter de mogelijkheid geeft uw wezen daar een ogenblik in te verzinken en voor een ogenblik mee te versmelten, is een Kracht, waarin God zelf tot u komt en tot u kan spreken. Dit alleen is voor u altijd een goede kracht.

Vaak laten mensen zich misleiden, omdat zij denken, dat alles wat hoog, koud, schitterend en ontzagwekkend moet zijn, ook goed zal zijn. Dit is echter niet waar: alle goede krachten zijn vibrerend, warm, levend. Krachten, die niet bij uw wezen passen, die voor u niet goed zijn, zullen altijd hoog, koud, trots, schrikwekkend enz. zijn. Zij zijn vaak de zogenaamde wrekers en rechters, die de mens op zijn pad ontmoet. De Krachten van Licht zijn de krachten van eigen wezen, die zich opeens verbonden voelen met de oneindigheid en zichzelf in soortgelijke vormen herkennen.

Ik hoop, dat mijn onderwerp u heeft kunnen boeien. Onze gast is nog steeds niet aangemeld. Indien u dus vragen wilt stellen over het voorgaande, kunt u dit nu doen.

Vragen

  • Wat gebeurt er met een werkelijke demon, wanneer hij zich niet meer kan voeden in de menselijke sfeer?

Dat is heel goed voor deze demon: hij zal nu moeten zoeken naar een behoud van krachten door eigen werkzaamheid en zal niet meer kunnen parasiteren op de menselijke wereld. Dit betekent, dat hij in eigen wereld en volgens eigen wetten van leven zal moeten werken en streven. Het is natuurlijk voor de demon een veel harder leven. Een duivel, die macht heeft gehad onder de mensen en dit is kwijt geraakt, is in wezen een arme duivel, want hij is zijn gemak kwijt geraakt. Arm dus, zoals een mens zichzelf arm noemt, wanneer de dingen, die zijn leven veraangenaamden, zonder dat hij zelf ooit enige moeite daarvoor hoefde te doen, weg vallen.
Daar staat tegenover, dat men juist dan de noodzaak ervaart zelf iets te zijn, zelf iets te bereiken. Daarom zal voor de demon, die zijn mogelijkheid zich met de menselijke emoties te voeden teloor ziet gaan, in wezen eigenlijk een verbetering en niet een verslechtering van eigen wezen en plaats, ja, van eigen bewustwording en bereiking op eigen weg intreden.

Want vergeet nooit, dat elke vorm van bewustzijn en leven, in zijn eigen wereld een eigen weg zal kunnen vinden tot God, zelfs wanneer deze weg voert door iets, wat voor ons chaos is. Wanneer een demon of duivel naar deze chaos leert streven uit eigen kracht en wezen en daarin God vindt, is hij gelukkig. Voor hem is dan de grote verandering gekomen, de grote aanvaarding. Zolang de demon echter met de krachten van de mens zich kan blijven voeden en zich daarbij wel kan bevinden speelt hij een wisselend spel, dat ook voor hem afwisselend positief en negatief zal zijn, zodat er ook voor de demon zelf geen sprake van bewustwording of werkelijke bereiking zal zijn.

  • Dan is de God uit de bijbel eigenlijk ook maar een demon. Want daar hoor je maar van: ik ben een toornige God, ik ben een wrekende God enz.

U moet niet vergeten, dat de God van Israël ook het karakter van Israël toont. Dat is een van de grote fouten, die men tegenwoordig wel maakt: men vereenzelvigt de stem Gods, die spreekt tot een bepaald volk en vaak verbonden is met, of zelfs voortkomt uit een bepaald karakter, met de Kosmische God. Toch is deze God van Israël, deze toornige en wrekende God, dezelfde God, welke Jezus als verlosser naar de aarde zendt – al wordt ook dit feit wel eens verkeerd geïnterpreteerd. De God uit de bijbel heeft dus vele aangezichten en toont zich in vele verschillende aspecten. Maar de mensen, die God eren, omdat hij toornig en wraakzuchtig is, eren in feite de duivel, een demon.
De mens die zijn God dient uit angst, zal zich over het algemeen meer tot alle duistere en demonische aspecten van de schepping aangetrokken voelen, dan tot de vreugdevolle en Lichtende. Zij zoeken een God, die hen verheffen zal en aan alle anderen zal wreken, dat zij de uitverkorenen niet gevolgd hebben.
Maar de werkelijke God, die voor ons op onze weg kenbaar en bereikbaar is, is Licht en vreugde. Hij is de harmonie, die alle dingen in je doet spreken. Hij is de helpende vader, niet de wrekende heerser. Zo gezien kan men dus inderdaad gezegd worden, dat vele mensen – op grond van de bijbel – een demon als God vereren, waar zij niet God zoeken, maar zichzelf.

Hun grote fout is wel, dat zij de werkelijke wet van de naastenliefde niet willen aanvaarden, die stelt dat allen broeders en zusters zijn, maar altijd zichzelf boven anderen willen verheffen, zeggende: ziet, ik ben meer dan zij. Degene, die zich wil rechtvaardigen, door zich te verheffen boven anderen, omdat hij God dient, dient in wezen een demon.

Wie anderen dient omwille van God, dient de ware kosmische Godheid in het aspect, dat voor ons het meest toegankelijk is.

  • Kunt u vertellen, hoe demonen eigenlijk zijn ontstaan?

Ik kan u moeilijk de geneologie van de demonen uit gaan leggen; dat zou een hele verhandeling moeten worden.
Kort gezegd het volgende: zoals uw eigen wereld een bepaalde bewustwordingsgang kent, zijn er ook andere werelden, die een eigen bewustwordingsgang kennen. Zoals uw soort leven een eigen weg tot God kent, zo zijn er vele andere levensvormen, die een geheel eigen weg kennen en van de uwe onder meer verschillen door een ander tijdsbegrip. Er zijn zelfs werelden, die in elke waarde en elk begrip tegengesteld zijn aan de uwe.

Het is moeilijk dit alles te beschrijven. Want toen God sprak: er zij licht, werd ook het duister geboren en alle fasen, die tussen deze beiden liggen, werden gelijktijdig openbaar. Want het wezen Gods is evenwicht, zich waarlijk openbarend, en dit evenwicht verstoren was onmogelijk. Zo heeft Hij voor alle fasen van Licht en duister een eigen weg tot Zijn wezen geschapen. De mogelijkheid om tot God te komen is dus voor allen gelijk.

Wat wij nu ware demonen noemen – zelfstandig levende wezens dus – zijn schepselen, die een andere richting van leven en bewustwording kennen dan wij.

Het is daarbij mogelijk, dat zij leven – of geleefd hebben – op een andere stoffelijke wereld, of tot bewustzijn kwamen in een andere sfeer en zich daarvan zover los hebben weten te maken, dat zij een – volgens hen waarschijnlijk juiste – invloed uit kunnen oefenen op de wereld, de mensen enz.

Zoals de geest dit kan, zelfs vanuit het Zomerland, zo zullen vele andere geesten dit ook kunnen. In plaats van een zich richten tot eigen werelden en delen van eigen bewustwordingsgang, hebben de demonen zich echter gericht tot werelden die een andere bewustwordingsgang hadden en daarom in vele opzichten met hun wezen strijdig waren. Zij willen nu hun eigen weg en bewustwording aan deze mensen en deze wereld opleggen en beseffen waarschijnlijk niet, dat voor mensen en wereld een aanvaarden van hun stellingen en weg, een ondergang zou betekenen.

Deze fout komt veel voor. Er zijn vele mensen, die, vaak op grond van godsdienstige gevoelens, anderen hun inzichten op willen leggen. Zelfs christenen doen dit en vergeten daarbij, dat Jezus weliswaar zijn leerlingen heeft gezegd, uit te gaan en zijn leer te verkondigen, maar hij voegde er aan toe, dat de leerlingen daar, waar de mensen niet wilden luisteren, verder moesten gaan. Je moet altijd weer naar een aanvaarding in harmonie zoeken. Waar deze niet gevonden kan worden, doet men er beter aan verder te gaan. Mensen, die dit niet doen en ten koste van alles aan anderen willen opdringen, handelen in wezen als demonen. Zij dwingen anderen tot iets, wat voor die anderen vreemd, vijandig en zelfs vernietigend kan zijn.

Wanneer u lief hebt uit de naam van God, zult u ook alle dingen lief moeten hebben om Zijn wil, zonder uitzondering. Ook de krachten van de duisternis.

Omwille van de Liefde, die God voor u koestert, zult gij echter steeds weer moeten trachten de werkelijke harmonie met God en schepping binnen uzelf te verwerkelijken, overal, waar een antwoord daarop mogelijk is.

Zo zult gij het duistere niet verwerpen, maar het liefhebben, omdat God het geschapen heeft. Gelijktijdig zult gij het duistere echter ontwijken zonder het te vrezen, omdat het God, zoals Hij in u leeft, dit niet kan aanvaarden.

Breng de God, die in u leeft, de Kracht, die in u leeft, aan allen in harmonie, waar dit mogelijk is. Dan heeft u daarmede het overwinnen van de demonen, die op aarde zoveel last bezorgen, op de meest juiste wijze aangevangen.

Inleiding gastspreker

Over enkele ogenblikken komt de gast van deze avond tot u  spreken. De resterende tijd is te kort voor een onderwerp. Ik wil u dan ook alleen op het volgende wijzen:

  1. U hebt waarschijnlijk reeds ontdekt, dat de uitspraken van de Meester die de vorige maal tot ons sprak, ten dele reeds werkelijkheid zijn geworden. Onder meer is sprake geweest van een zeebeving, waarbij vele huizen werden verwoest, toen de zee het land beroerde. Wij kunnen aannemen, dat ook de andere door hem gegeven punten uit de toekomst binnen korte tijd werkelijk worden.
  1. Dit alles is niet het belangrijkste: de voorspelling, welke soms een rol speelt in de betogen van de hogere broeders en meesters, wordt door hen eerder gegeven als een bewijs, dat het door hen gebrachte waar en voor u belangrijk is. Ik hoop, dat u onze oudere broeder met alle aandacht zult volgen. Daarna zullen wij mogelijk nog even overnemen, alleen echter om de overgang voor het medium iets te vergemakkelijken. Zo mogelijk zal ik dit zelf doen. Nu echter geef ik het woord over aan onze gast van hedenavond.

Gastspreker : De krachten van deze tijd

De krachten van deze tijd zijn zozeer gericht op een verandering en bewustwording, dat het goed is, niet slechts de tekenen te bezien, maar ons te richten tot eigen innerlijk opdat wij – elk op eigen wijze – in staat zullen zijn, deze krachten tot werkelijkheid te maken en deel te hebben aan het gebeuren van deze dagen. Daarom geef ik u kort enkele regels, sommige oud, sommige nieuw, die gezamenlijk voor u de juiste levenshouding, de juiste weg in deze dagen uitmaken. Daarna zal ik trachten u voor een kort ogenblik iets van de eigen krachten van deze tijd te doen gevoelen.

Wanneer gij denkt: dit is niet goed, wek in uzelf het begrip en de liefde, waardoor gij dit aan anderen kunt vergeven. Wek in u zelf echter de kracht en de liefde, waardoor gij de volgens uw innerlijk erkennen de juiste weg kunt volgen.

Aarzel niet en wanhoop niet. Want alle dingen in deze dagen vervullen zich volgens de Goddelijke wetten. Gij kunt slechts voortgaan op het pad, waarop uw voeten reeds getreden hebben.

Ga dan uw weg in waardigheid.

Wees er zeker van, dat de Kracht u zal stuwen. Begrijp, dat de u ingelegde taak juist in deze dagen zal roepen om een meer daadwerkelijke verwerkelijking.

Wanneer gij beseft geroepen te worden, antwoord onmiddellijk. Want de stem die tot u spreekt, spreekt geen tweede maal. Antwoord opdat, wat tot u spreekt, antwoord op hetgeen in u leeft en breng dit vanuit uzelf tot uiting zonder verpozen, zonder verwijten aan anderen.

Alles, wat in deze dagen vreugde, Licht en Kracht is voor de mens, is tevens in het belang van de algemene harmonie en de werking van de vernieuwing. Zoek deze dingen, niet slechts door zelf vreugdig te zijn, maar door vreugde te scheppen dáár, waar leed heerst, zekerheid gevende waar onzekerheid heerst, Licht gevende daar, waar men dood en duister schijnt te ondergaan.

Bevrijd de gevangenen, vooral zij, die gevangen zijn in de verwarringen van hun eigen geest. Luister naar hen, die tot u spreken, opdat zij zich kunnen uiten. Luister wel, opdat gij ook juist kunt antwoorden.

Besef, dat het beter is, één enkele maal met één enkele mens werkelijk mede te leven en mede te voelen, dan duizenden woorden te spreken, of de nieuwste en beste wetenschappelijke theorieën te verkondigen.

De kracht van het kruis is de kracht van het werkelijke leven. Als het kruis zult ook gij moeten wortelen in de aarde, zult gij uw bewustzijn uitbreiden als armen, die de wereld willen omvatten, en zult gij u richten tot het hogere, opdat u alle Licht en Kracht gegeven mogen worden, waardoor gij uw werkelijke taak en ware wezen zult mogen vervullen.

Besef, dat niet een ieder dezelfde taak heeft, zoals niet een ieder dezelfde krachten kan bezit- ten.

Gebruik uw gaven en krachten, uw mogelijkheden en zekerheid, opdat gij van daaruit zult bereiken, wat voor u noodzakelijk is, opdat gij de wereld datgene zult kunnen geven, waartoe gij geschapen zijt.

Vraag niet naar zekerheid in deze dagen. Besef, dat niets waarlijk zeker is of kan zijn. Doch, gij zelf kunt zeker zijn, zolang gij in uzelf verwantschap gevoelt met de Krachten van het Licht.

Spreek niet van harmonie, maar beleef haar. Spreek niet van liefde tot God en de naaste, doch tracht deel hiervan te zijn met geheel uw wezen, telkenmale weer.

Strijd niet. Want de strijd is in deze dagen een geweld dat zichzelf versterkt. Schep vanuit uzelf rechtvaardigheid, zoekende hiernaar in uzelf. Schep voor uzelf een bewustzijn van juistheid,  waardoor alles, wat gij doet, een antwoord kan zijn op de krachten van het leven, waarin en waardoor gij bestaat.

De aarde roert zich. Wanneer de aarde siddert, gebeuren er belangrijke dingen, want de aarde siddert in deze dagen niet alleen maar, omdat er onrust is en de schotsen van het oergesteente zich verplaatsen. De aarde siddert onder de kracht, die haar beroert.

Ook gij siddert soms in deze dagen, maar ook gij beseft niet, wat u doet sidderen, wat u onzeker maakt. Toch zijt gij sterker dan de aarde. Want ziet: in haar wordt de verandering van krachten en vormen alleen gekend in de krachten van de geest, die haar bezielen. Voor u echter kan dit alles worden tot de kracht waaruit gij, ook op aarde en in de stof, volbrengen moogt.

De kracht, die verplettert, is ook de kracht, die kan oprichten. De kracht, die doodt, is de kracht, die leven kan geven. De kracht, die dreigt, is ook de kracht die zekerheid schenkt, de stervenden steunt en de dwalenden vermaant.

Gij zelf kiest uw weg. Gij gaat volgens eigen inzicht, op eigen wijze door het leven. Maar hoe gij ook zijt of handelt, in deze dagen hebt gij kracht. Gij hebt innerlijke zekerheid in deze dagen, zo gij dat, wat zich in u openbaart, slechts wilt aanvaarden.

Wanneer gij onzeker zijt in uw eigen wezen, mediteer. Mediteer voor uzelf over dat, wat Licht en vreugde brengt.

Denk niet abstract; de tijd voor het abstracte denken is reeds bijna voorbij. Denk in strakke, zuivere beelden, niet in vaagheden. Neemt hiervoor beelden van uw eigen wereld.

Wanneer gij werkt met de krachten, die rond u zijn, werk dan alleen met krachten, die gij erkennen kunt, niet met krachten, waarnaar gij in wezen nog aarzelend zoekt.

Voor het enkele maanden verder is, zullen velen onder u zeker zijn van hun taak. In het leven van velen zal een verandering optreden die – soms klein, soms groot – de mogelijkheid geeft deze taak te vervullen op eigen wijze. Dan zal haast iedere mens ergens in zich een stem gevoelen, die schijnt te zeggen: nu is het de tijd. Nu is het tijd om te leven, nu is het tijd om te gaan, nu is het tijd om te werken. Deze stem is het teken van de vernieuwing, het teken ook van de broederschap en haar samenwerking. Het is een teken van de Lichtende Krachten Gods, die zich op uw wereld openbaren.

Wees bereid naar deze stem te luisteren. Want slechts indien gij hoort op die stem, zult gij in vrijheid en vreugde leren kennen, wat op deze, uw aarde, aan het geschieden is. Zo gij in deze wereld het Licht op uw eigen wijze kent, zo, ken ook ik de Krachten van het Licht op mijn eigen wijze. En ziet, ondanks de vele verschillen zijn wij één in die Kracht.

Besef, mijn vrienden, zoals wij dit beseffen, dat wij allen één zijn in de Lichtende Kracht Gods. Zo wij velerlei wezens mogen zijn met elk een eigen bewustwording en wereld, in deze Kracht van het Licht zijn wij één.

Leg dan steeds meer de nadruk op alle aspecten van eenheid. Wanneer uw Schepper spreekt, zo luistert gij? Indien uw medemens spreekt, met al zijn problemen en onbegrip, luister ook naar deze. Want in deze dagen spreekt de God van Licht ook door dezen.

Indien uw zekerheid antwoord geeft aan hen, die zoeken en onzeker zijn, zo hebt gij het Licht in hen opnieuw ontstoken en zullen zij verder kunnen gaan in de eenheid van het Licht, levend op de juiste wijze.

Erken, dat uw taak op uw wereld gelegen moet zijn onder uw medemensen en in uw eigen wereld. Dit is uw eerste taak en plicht. Nergens anders kunt gij op gelijke wijze aan uw bestemming van dit ogenblik gehoorzamen.

Gij zult tot vele dingen geroepen worden. Besef dan, dat gij daarvan alleen die dingen zult kunnen volbrengen, waarmee gij innerlijk harmonisch zijt, maar volbreng dat dan ook zonder aarzeling en zonder verwijl.

Ik heb u gezegd u iets te willen doen gevoelen van de Lichtende Kracht, die ons beweegt. Het is dezelfde Kracht, die uw aarde doet beven, dezelfde Kracht, die in uw atmosfeer vreemde verschijnselen doet ontstaan het is de levende Kracht zelf.

God, Al Schepper, Hij die is Begin en Einde, is met ons, is in ons, is rond ons. Tot hem spreek ik met Zijn stem en Zijn woorden. Tot u spreek ik met de kracht, die in u leeft.

Eeuwig Licht, openbaar uw wezen. Ster van Licht, die de aarde beroert, laat uw Lichtende Krachten de mensen beroeren, die horen op deze woorden. Krachten van het Licht, uw broeder roept u.

Hoort: Eén zijn wij in de naam van de oneindige. Eén zijn wij in de Kracht van het Leven. Eén en verbonden zijn wij en geen is uitgesloten. Laat de Kracht kenbaar zijn.

Geeft, o Krachten van Licht, geeft, o sterken, uw krachten aan hen, die krachteloos zijn. Dat het Licht van deze tijd straalt.

Uit de onmetelijke liefde van de Schepper, die ons voortbrengt, geef ik u dit Licht. Aanvaard het en laat het werken in uw wezen, opdat in de beslotenheid van eigen bestaan u de openbaringen gegeven worden, die gij slechts zo zult kunnen begrijpen en aanvaarden.

Zo gij uw taak aanvaardt en tracht te vervullen: moge de hoogste Kracht met u zijn, werkend door uw wezen, sprekend door uw mond, zegenend met uw handen tot het raadsbesluit is vervuld, dat genomen werd door de Heer van het Licht en het vervuld wordt op deze wereld.

Ik heb hiermee getracht u mijn Licht kenbaar te maken, dat ook uw Licht is. Moge het u dragen door de komende dagen, voeren tot de openbaring van een volgend jaar, waarin gij weten zult:

Dit is mij de Weg van het Leven.

image_pdf