Demonische invloeden van deze tijd

image_pdf

10 april 1959

Aan het begin van deze avond mag ik u allereerst er nog even op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn.  Heden is het onderwerp: Demonische invloeden van deze tijd.

Het geloof aan demonen is wel heel erg verzwakt. De duivel is langzaam maar zeker tot een soort hypothetische figuur geworden. Hel en verdoemenis zijn de dreigementen van hen die een zeker minderwaardigheidscomplex hebben en zich daardoor trachten te verdedigen met een geestelijke, z.g. superioriteit.

In deze wereld gelooft men – maar met zeer grote beperkingen – aan de geest, en zelfs wanneer men aan de geest gelooft, houdt men zich over het algemeen vooral aan de meer materiële en meer vatbare elementen van het leven. Nu zal het u echter duidelijk zijn dat deze wereld daarom  nog niet geheel buiten het invloed bereik ligt van allerhande elementen, van meer of minder geestelijke geaardheid. Als ik het woord “demonen” gebruik, dan bedoel ik daar niet alleen mee hellekrachten. Ik bedoel daarmee al die krachten van het kwaad, of tot het kwade gericht – vanuit menselijk standpunt – die zich in verbinding met mensheid en aarde, op de aarde of daar rond, bewegen. Deze te ontleden in een zeer korte tijd vraagt enige beperking. Ik kan u dus niet volledig voorlichten, maar hebt u belangstelling voor een bepaald punt, dan kunt u dat zo dadelijk vragen.

In de eerste plaats hebben wij te maken met de z.g. psychosen der massa. U zult zich afvragen of dat ook wel demonen zijn. Maar dat is werkelijk wel waar. Een groot gedeelte van de mensen is onzeker, is bang, is onverschillig, of lusteloos. Die onverschilligheid enz. openbaart zich op elk terrein. Wij vinden het in een verdwijnen van arbeidsvreugde, in een voortdurende vlucht in het vermaak, ook in een onverschilligheid op religieus of politiek terrein, ja, zelfs in een egoïstisch zich afsluiten in een eigen beperkte kring voor alle invloeden van de wereld. Deze verschijnselen zijn natuurlijk voortgekomen uit angst. Dat kan niet anders. Deze angst wordt psychotisch op het ogenblik, dat zij niet meer redelijk is.

Ik meen hier te mogen stellen dat zeer veel onredelijke angsten op het ogenblik op deze wereld rondwaren. Wij kennen bv. de onredelijke en onberedeneerde angst voor het atoomgevaar. (Het gevaar bestaat wel). Men weet zich geen in of uit en bouwt zich allerhande fantastische schrikbeelden op. De angst voor oorlog. De angst voor een binnenvallen van de Russen. De angst voor de kapitalisten die de arbeidersmaatschappij terug zouden brengen tot een slavenmaatschappij. Die dingen zijn allesbehalve reëel. Maar al zijn zij dan niet reëel, zij nemen toch een groot deel van het denken in. Nu heeft de menigte een reeks van uitdrukkingsmiddelen. Wij kunnen daar o.m. onder verstaan communicatiemedia als de pers, radio, t.v., en daarnaast ook de wijze waarop gepredikt wordt in de kerken, de wijze waarop men reclame voert enz.

Typisch is dat al deze elementen worden afgesteld op dat punt, waar de massa zich het snelst voor interesseert. Typisch genoeg is dat aan de ene kant de gruwel en de sensatie, aan de andere kant het begeren om meer te zijn dan een ander. Wanneer nu alleen dit in de maatschappij zou bestaan, zou dat al heel erg jammer zijn.

Maar gedachten zijn krachten. Het is natuurlijk een gemeenplaats, die u bovendien heel vaak heeft gehoord. Maar een gedachte wordt uitgestraald. Een gedachte is – laat ons zeggen – een trilling, die gebieden beroert, die niet onder het normale begrip “materie” zijn onder te brengen.

O.m. wat wij vaak noemen: het astrale gebied. Al die gedachten die ongeveer gelijk gericht zijn, het normalisatieproces, dat door de exploitatie van de psychose tot stand kwam, brengt dus een zeer sterke en praktisch blijvende trilling, die grote delen van de wereld gelijktijdig beheerst in het astraal terrein. Wat meer is: Op dit astraal gebied wordt gevormd, zoals zand gevormd wordt door de stroming van de zee tot een bepaalde figuur, een ribbeling, en wordt deze astrale materie dus gevormd door deze gedachtestroom. De kwaliteiten van de mensheid worden zo gefixeerd. Er ontstaan zo, wat men met een technische term noemt “schillen”: Onbezielde wezens, wier vormgeving vaak schrikwekkend is en die alleen in stand gehouden worden door de gedachten van alle mensen die voortdurend weer in hetzelfde denkspoor terecht komen. Nu kan zo een figuur – die toch werkelijk wel een demon mag heten ook al heeft hij geen eigen leven – soms heel veel schade aanrichten.

Wanneer een enkele mens op een gegeven ogenblik, afgestemd op deze schil, een scherpe paniekstemming doormaakt, dan wordt die als het ware versterkt weerkaatst. Deze gedachte-impuls beroert de omgeving en er ontstaat een massale paniek, waarin redelijk denken en handelen praktisch uitgesloten is. Een dergelijke paniek heeft bovendien het gevaarlijke in zich van een persoonsaanpassing. Dus voor de personen die door de paniek beroerd worden, is hun handelen schijnbaar rationeel. Op zo’n manier kan soms een oorlog ontbranden om een kleinigheid. Op die manier kan een oproer ontstaan door iets, wat eigenlijk als een grap bedoeld was. Op deze manier kunnen mensen lijden en sterven, kunnen er ongelukken gebeuren die in feite overbodig zijn. Er zijn zowat van die dagen op komst, zelfs deze maand kent al een dag, waarvan wij toch wel durven zeggen, wanneer er dan maar één punt misgaat, dan overspoelt een reeks van misdaden en ongelukken ineens in deze omgeving.

Deze astrale figuren zijn in een voortdurende beweging ten opzichte van elkaar. De gedachtegang, de inhoud van de psychose, wijzigt zich, omdat zij zich niet altijd volkomen gelijk richt.

Voortdurend zoekt zij aansluiting bij de z.g. realiteit en van daaruit zien wij dus een nu eens wat vriendschappelijke houding, dan weer een elkaar haten, of vrezen. Op het ogenblik dat die haat en vrees en ergernis de overhand krijgt, wordt die demonische kracht voor de mens bijzonder scherp voelbaar. Is hij niet in staat deze impulsen te beheersen en laat hij zich tot een eerste daadstelling verleiden, dan is de rest als een lawine. Dan is het niet meer tegen te houden. Nu is dat natuurlijk geen oorlogsgevaar. Voor degenen, die daar misschien aan denken. Maar u zult begrijpen dat deze krachten op zichzelf dus al erg schadelijk zijn.

Verder hebben wij nog andere demonen en ik hoop dat u niet schrikt. Zij zijn o.a. ras begrip, nationale trots, gevoel van meerwaardigheid. Wat daaruit kan geboren worden in een schijnbaar redelijk patroon, waardoor ieder van de deelhebbers als volkomen normaal en goed wordt geaccepteerd, heeft u kunnen zien in de groei van de Duitse nationalistische partij tussen de jaren 1934 en 1939. Hier treedt een bijna schizofreen patroon van handelen op. Een tweeledigheid van handelen en denken. Enerzijds wil iedereen de vrede en het goede, anderzijds handelt ieder volkomen oorlogszuchtig. Hier is het gevoel van meerwaardigheid gegroeid tot een demonische macht. Dergelijke demonen bestaan ook elders. Niet alleen bv. in Duitsland. In elk van die demonen is een idealisatie van wat men als volk meent te moeten zijn. Het resultaat is dat er op astraal gebied een voortdurende strijdigheid is, die wederom door vormen of schillen wordt uitgebeeld. Die vormen zijn heel wat mooier dan de vorige, zij zijn vaak geïdealiseerd, maar zo ontzettend in hun handelen en reactie, dat zij juist daardoor een verscherping van gevoeligheid betekenen en voor heel veel mensen, binnen een bepaalde bevolkingsgroep, of bepaalde natie, een impuls tot onredelijk handelen.

Die schillen zijn eigenlijk de basis van de reeks demonen die hier rondgaan. Natuurlijk zijn er veel meer geesten. U hebt o.a. ons. Niet dat ik wil zeggen dat wij bij de demonen behoren. Wij leven toch ook rond u. En zoals wij nu leven, met ons streven misschien ten goede, zo zullen er anderen zijn, die om menigerlei reden nu niet direct vriendelijk zijn t.o.v. het menselijk ras.

Denk bv. eens aan iemand die overgegaan is uit de gaskamer van Dachau, die met een voortdurende haat tegen bijna de hele mensheid niet in staat is zich vrij te maken van een stof gebonden leven. Wat moet zo iemand niet een haat hebben tegen al die mensen die het goed gaat, al die mensen die maar schijnen te vergeten, wat er is gebeurd, enz. Dan zal zo’n iemand heel vaak proberen gebruik te maken van een van die schillen. Een eenling kan dat praktisch niet. Maar als een groep geesten gezamenlijk gaat proberen om eigen behoefte tot wraak op de wereld bot te vieren, dan zullen deze schijnvormen bovendien nog in hun macht komen. Er ontstaat een volledig onredelijke beïnvloeding van een bepaald gebied met alle gevolgen daaraan verbonden.

Ook dat is nog niet voldoende, want er bestaat nog, naast de mens, wat wij noemen de goede of lichte krachten, nog een tweede cyclus van krachten. Dat zijn de duivels, de geestelijke nihilisten eigenlijk. Zij zoeken hun eigen bewustwordingsgang te vervolmaken door het vernietigen van elke besef en elk begrip. Dat is voor ons onvoorstelbaar en niet aanvaardbaar.

Voor hen is dat volledig logisch. Wanneer zij dus in contact komen met dergelijke schijnvormen, in contact komen met ideeën op aarde, die juist door een poging op te bouwen en hen schijnen te storen in het bereiken van hun eigen doel, dan zullen dezen ook weer invloed trachten te gewinnen.

Dan hebben wij weer vaak een zeer sterke demonische beïnvloeding, die bovendien niet – zoals de vorig genoemde – zich alleen tot een deel van de wereld richt, of alleen tot de mensheid, deze vernietigingsdrang is de poging om chaos te doen ontstaan, in de oerzin van het woord: Volledig ongevormd. Een dergelijke haat richt zich tegen alle dingen. Of het nu materieel is, mens, geest, of wat anders.

Dan hebben wij nog te maken met krachten, die eens op aarde hebben geleefd en die geestelijk als een soort vampiers optreden. U moet mij goed verstaan. Het zijn geen wezens die met spitse tanden en vleermuisvlerken komen om uw levensbloed te drinken, maar krachten die zich voortdurend voeden door anderen hun wil op te leggen en zo levenskracht uit hun daden te gewinnen. Dat is voor u misschien een ietwat fantastisch concept, maar een concept dat voor diegenen die wat verder zijn doorgedrongen in de materie van de magie, zeker niet wonderbaarlijk lijkt. Ook dezen zullen trachten zich te voeden, en nu is de roes en de absolute woede voor hen de meest gunstige toestand om levenskracht van op aarde levende wezens te absorberen. Ook zij trachten vaak deze dingen te bevorderen.

Dit is maar een heel kleine schets. Ik kan u waarschijnlijk nog wel 50 andere soorten van demonen noemen, maar dit zijn de hoofdfactoren waarmee u onmiddellijk te maken hebt. Al deze invloeden werken via het gebied der gedachten, vaak via het bovenbewustzijn, dus het gedeelde bewustzijn van een groep en bovendien werken zij door op het bewustzijn van een ieder die door zijn eigen denken niet reëel genoeg is ingesteld. Die ziekteverschijnselen kunnen natuurlijk weer een ramp betekenen. Niet alleen op zuiver stoffelijk terrein. Per slot van rekening: Wanneer die hele wereld weg wordt gebombardeerd en u komt allemaal al direct in de werelden van het Licht, dan zou u daar geen bezwaar tegen mogen hebben, dan bent u veel beter af dan u ooit geweest bent. Maar de kans is heel groot dat u integendeel, of die wereld ondergaat of niet, mee wordt getrokken in die chaossfeer.

Het is hiertegen dat wij ons in de moderne tijd moeten richten. Men zou de mens natuurlijk een reeks van regels kunnen geven in de hoop dat hij er iets van opsteekt. Aan de andere kant vraag ik mij soms af, of het wel nut heeft. Het is niet speciaal op jullie bedoeld. Als je ziet wat er gebeurt met grote waarheden als het evangelie, of zelfs met halve waarheden, de stellingen van Marx, en je ziet wat er geworden is van het boeddhisme, en zelfs de Moslimleer zich zelfs langzaam maar zeker vertekend heeft tot een soort supra nationalisme, dan word je er wel eens hopeloos onder. Ik geef u die regels dan ook niet in de verwachting dat u ze onmiddellijk allemaal in de praktijk brengt. Maar ik geef ze u alleen om duidelijk te maken dat u niet machteloos staat. Ik wil elk punt met een klein voorbeeld verduidelijken.

De mens moet leren zichzelf te allen tijde meester te zijn. Voorbeeld: Menigeen stapt in een auto en begint zich onmiddellijk de meerdere te gevoelen van ieder ander, eist recht van de weg voor zich op, raast met onverantwoorde snelheid voort en voelt zich de vijand van een ieder die zich maar op zijn baan durft wagen. Toch is diezelfde mens zonder die auto een zeer aangenaam persoon en al wat dies meer zij. Hier is de mens niet beheerst. Hij laat zich door de snelheid beheersen. Als hij meester is van de snelheid, kan hij veel vlugger rijden met veel minder gevaar en met veel minder schade.

Een mens moet leren om altijd optimistisch te denken. Dat optimisme hoeft niet irreëel te zijn, maar moet wel bestaan in een steeds weer zoeken van de meest gunstige mogelijkheden die elk ogenblik biedt. Voorbeeld: Iemand heeft ƒ 100 in zijn zak. Hij verliest een briefje van ƒ 2,50. Hij is doodongelukkig, omdat hij geld verloren heeft. Een volkomen foute houding. Door die neerslachtigheid wordt de mogelijkheid vergroot, dat hij winstmogelijkheden voorbij laat gaan, dat hij anderen onaangenaam bejegent – iets, wat hem ook geld en prestige kan kosten – en zelfs, dat hij in zijn verstrooid verder zoeken zijn briefjes van ƒ 10 of ƒ 100 op een verkeerde plaats duwt en hij die ook nog verliest. Wanneer die mens daarentegen zegt: Ik heb het verloren, ik zal even…….. en ik vind het dan niet, dan zal ik maar zeggen dat ik mijzelf getrakteerd heb voor ƒ 2,50, want ik heb nog ƒ 97,50 over……. U lacht erom. Toch is dat de enig juiste houding. Het verlies kunt u niet ongedaan maken. Let er op wat je nog hebt en wat je nog wel kunt doen, wat wel de mogelijkheden zijn en je houding is voortdurend gericht op de gunstige fase van het heden. Door zo te denken onttrekt u zich aan elke neerslachtige gedachtegang, dus ook aan elk dreigend nihilisme, wat vanuit de geest op u wordt afgedrukt.

Je moet als mens en ook als geest steeds kunnen bidden. Een mens die bidt concentreert zich. Hij concentreert zich op zijn God, schept dus een directe relatie tussen zijn beeld van volmaaktheid en zichzelf. Op het ogenblik dat je dat doet, krijg je in de eerste plaats een mogelijkheid jezelf te ontladen. In zo een gebed kun je afstand doen van heel veel smart, van heel veel pijn, van heel veel verontwaardiging. Je komt tot een aanvaarden van de realiteit, zonder daarbij bedreigd te worden door het demonische. Bovendien, wanneer je je richt op de volmaaktheid, is je gedachte vanzelf gewijd aan die volmaaktheid, ook uitgedrukt in je eigen wereld. Je bestrijdt elke factor van verdeeldheid en bevordert een kosmisch denken en een kosmische stroming op aarde. Vandaar dat bidden belangrijk is.

Bidden is ook weer een kwestie, hoe je het moet doen. Voorbeeld: Je moet nooit bidden: “God, ik dank U dat U mij dit of dat gegeven hebt…” U mag nooit zeggen: “Als het Uw wil is, geef mij dan dit of dat……..” Het lijkt u misschien wel juist en het wordt u misschien in een kerk wel zo geleerd, maar het is foutief. Een dergelijk gebed richt zich niet tot God, maar tot een begeerte-element. Elk aanspreken van een begeerte-element betekent het aanspreken van een psychotische factor, die, zoals ik u reeds vertelde, als een soort demonische schim over deze wereld waart. Het wil dus zeggen dat afbrekende factoren aan de hand van een dergelijk gebed in u kenbaar kunnen worden. Maar te zeggen: “God, wat is de wereld mooi.” Of: “God, wat ben ik blij, dat ik leef………” is wel aanvaardbaar. “God, geef ons kracht om te streven……. ” is misschien nog beter. Hoe minder ons gebed een zuiver persoonlijk gebed is, hoe meer het een erkenning van de Goddelijke kracht wordt, hoe meer het is een erkenning van de eenheid die uiteindelijk tussen de mens en ook de geest bestaat, hoe zuiverder wij afstellen op kosmische waarden, hoe meer wij elke demonische factor teniet doen.

Werk aan jezelf en niet aan anderen. Als nu eens heel veel mensen op aarde die nu heel veel tijd besteden om anderen betere mensen te maken, die tijd zouden gebruiken om zichzelf tot betere mensen te maken, wat zouden er dan niet een hoop volmaakte figuren op deze aarde rondlopen. Op het ogenblik dat u probeert een ander tot een beter mens te maken houdt dit in: Oordelen, verwerpen. Vooreerst, elke oordeel is een eenzijdigheid. Elk oordeel houdt een verwerpen of een vrezen in. Elk verwerpen – of vrezen – kan een binding vormen met een of andere haat- of angstpsychose, die ook al weer als een demon bestaat, een schil in astraal terrein en zo beïnvloedt. Dat je probeert aan jezelf te werken is altijd goed, omdat elke verbetering die je aan jezelf teweeg brengt, een verbetering is in vergelijking met jouw beeld van volmaaktheid, dus weer met het Goddelijke. Er zijn mensen die zozeer de vrede trachten te geven aan de hele wereld, dat zij bereid zijn de hele wereld dood te slaan om die vrede te krijgen, waarbij zij dan vergeten dat hun eigen houding allesbehalve vredelievend is, dat zij in feite het tegendeel presteren, van wat zij zeggen na te streven. Houdt u dat voorbeeld voor ogen en u zult begrijpen waarom je aan jezelf moet werken, maar nooit moet trachten een ander te verbeteren. Een ander helpen is wat anders, maar verbeteren betekent vaak: Verbeteren tegen wil en dank. Het is voor een mens noodzakelijk om met twee benen op de grond te staan. Het is ook voor die mens noodzakelijk een stoffelijke realiteit te kennen. Maar elke mens moet kunnen en durven dromen. Weet u waarom? De mens die droomt, bewust droomt, die zoekt automatisch datgene op wat hem harmonie geeft, wat voor hem een vervulling van begeren kan betekenen, wat voor hem een oplossing van zijn problemen betekent. Hij bevordert dus in zichzelf een toestand van grotere rust, van grotere ontspanning. Zelfs wanneer hij in zijn dagdromen, wat meer fatale en slechte factoren naar voren brengt, dan zal hij zich steeds bewust zijn: Ik droom dit nu wel, maar waar komt dit vandaan? Hoe kom ik daaraan? Dus: Zelfrealisatie. Een mens moet durven dromen, zelfs wanneer dit soms gevaren inhoudt, omdat hij alleen op deze wijze voor zichzelf een aanpassing kan verkrijgen aan zijn wereld en zo ook aan de grote harmonie, die regeert. U zult zich afvragen: Wat kunnen wij doen om die demonen te bestrijden? Ik voel die vraag al overal rijzen. Moeten wij dan doen aan morele herbewapening, of moeten wij meedoen aan die Big-Ben-actie, of door gedachtestromen uit te sturen? Wat moeten wij eigenlijk doen? Al dat werken met gedachtekracht is heel goed. Maar die ene bewuste actie, of dat uurtje dat u bewust streeft naar die morele herbewapening, of wat anders, is maar een klein deel van uw leven. Wanneer u er naar streeft om zelf voortdurend harmonisch te zijn, wanneer u er naar streeft om een ander zijn vrijheid te laten, maar voor u zelf toch ook een vrede en een inzicht te gewinnen, dan hebt u veel meer gedaan. Want dan zijn al uw gedachten harmonisch en als zodanig een volledige invloed op het totaal van de u omringende mensheid. Een invloed ook die absoluut tegengericht is, en al deze ziekelijke beelden in de meest verschrikkelijke astrale schillen hebben doen ontstaan.

Wat kunnen wij doen? Tegen deze demonen kunt u niets doen, u bent niet in staat zo’n astrale schil te verslaan. Wanneer u te maken krijgt met een persoon die de wereld haat, te maken hebt met iemand die op magische basis voortdurend levenskracht hier onttrekt van degenen die daarvoor geschikt zijn, dan staat er tegenover u een zodanig weten, een zodanige beheersing van de krachten van het denken enz., dat u daar als enkeling, zelfs als groep, moeilijk daar tegenop komt. Maar wanneer dergelijke krachten geen voedsel krijgen, verdwijnen zij vanzelf.

De beste wijze om iets te doen is het probleem te negeren, zover als het bestrijding en strijd inhoudt en het voor onszelf op te lossen door ons eigen denken en ons eigen leven. Voor elke mens die ophoudt zich mee in een dergelijk schimmig spel te wagen, komt er minder energie.

Wanneer een dergelijke demon dan toch met gelijke energie zou moeten reageren, betekent het dat hij bloedarm wordt, dat hij krachten verliest.

Er is één ding wat voor het ontstaan van dergelijke dingen buitengewoon dienstig is: Dat is het weigeren verantwoording te aanvaarden, wanneer je ze een ander op de hals kunt schuiven. U zult zeggen, dat dit in strijd is met wat ik zoeven heb gezegd, maar dat is toch niet waar.

Elk mens heeft een eigen taak. Elk mens heeft een eigen leven. Elk mens moet die taak volgens zijn inzicht volvoeren, moet zijn leven indelen op zijn manier, strevend op zijn wijze. Op het ogenblik dat je de normen van anderen als beslissend beschouwt, of je beroept op hetgeen anderen hebben gedaan of gezegd, om zo jezelf te verantwoorden, dan heb je jezelf overgegeven aan de massa en uit die massa komt die ziekte voort. Want niet het individu op aarde is ziek: Het is de massa die ziek is. Het is de ziekte van de massa, die de individualiteit, die elke persoonlijkheid dreigt aan te tasten en te vernietigen.

  • Zit er geen werking in het uitzenden van liefde ten opzichte van die schillen?

Voor de demon op zichzelf niet. De demon zelf is niet vatbaar voor liefde. Liefde wekt ook daar slechts haat. Alleen degene die liefde uitzendt, maakt zichzelf en allen die hij in deze gedachte beroert, dus dit gevoel in zich kan opwekken, onaantastbaar t.o.v. de demon. Maar als u soms het boeddhisme aanhaalt, dan wil ik hier één stelregel aanhalen die in dit kader wel heel goed past: Overwin in vrede en niet door geweld, want wie geweld stelt, doet geweld ontwaken.

Dat is een uitspraak van een van de leerlingen van de Boeddha en zij is o.a. door de Mahatma Gandhi in politieke zin ook tot uiting gebracht. Ook door zijn volgelingen gebeurt het heden ten dage nog. Je hebt nog bepaalde leerlingen die in liefde de rijken beroven, enz. Ja, u lacht daarmee, maar die mensen overtuigen de rijken dus, dat zij geen recht hebben op hun rijkdom, daarom beroven zij hen van hun bezit. Gelijktijdig scheppen zij daardoor rechtvaardigheid en vreugde, zowel in degenen aan wie zij het geroofde geven, als in degenen die zij beroofd hebben.

Op deze wijze dus niet met geweld te strijden, maar met een voortdurend in rechtvaardigheid en aanvaarding in liefde de wereld te benaderen, kom je het verst. Wie strijdt, doet strijd ontwaken. Iemand die voor het goede strijdt, zal in zijn strijd ongetwijfeld ook het kwade doen ontstaan. Zodra je het naar buiten toe uitdraagt, komt er geweld. Mensen die het heel goed bedoelen, doen soms de meest wrede dingen, omdat zij het zo goed bedoelen. Dat kun je alleen voorkomen dus door nooit geweld te gebruiken. Dat is misschien wel de beste les, die overigens zowel de Hindoeleer als het Boeddhisme voor ons hebben.

De nieuwe wereldleraar.

Zoals u weet, is er op het ogenblik dus een nieuwe, hoge incarnatie op aarde werkzaam geworden. Dat is een Meester, een leraar, die een aanpassing brengt a.h.w. van de oude wijsheid, van de oude waarheid aan deze tijd en aan deze mensheid. Die Meester heeft zijn tochten al gemaakt in een groot gedeelte van het Midden-Oosten en hij bevindt zich op het ogenblik, na omzwervingen, zelfs in de buurt van Yemen, een heel oud staatje. Hij is daar omdat zich daar verschillende belangrijke bewijsstukken en boekwerken bevinden en enkele daarvan, om zijn stellingen en erfrecht te bewijzen a.h.w., binnenkort aan de openbaarheid moeten worden prijsgegeven. En wel speciaal in de landen van de Islam in het Midden-Oosten en het Verre Oosten.

Zijn leer is er één, die de meeste mensen op het ogenblik erg onaangenaam in de oren klinkt, want het is de leer van de individualist. De leer van de mens die persoonlijk tot God gaat.

De mens, die persoonlijk en zonder een beroep te doen op anderen, zijn wegen gaat en die op deze wegen anderen helpt, waar hem de gelegenheid wordt geboden, niet voor die anderen, maar alleen om daardoor voor zichzelf de bevestiging te krijgen van de band met de mensheid.

Hij leert daarbij o.a. – en dat is hier en daar nogal slecht ontvangen – dat elk verschil van godsdienst een illusie is, omdat elke godsdienst slechts leidt tot God. Zolang men God erkent en er naar streeft die God te dienen en die God te leren beleven, is de overeenkomst zo groot, dat elk verschil weg moet vallen. Dat heeft zelfs een paar imams verleid om hem een klein beetje op zijn plaats te zetten. Men heeft o.a. tegen hem gezegd: “Weet gij dan niet, dat Allah slechts één profeet had? Mohammed, aan wie hij zijn woord en zijn wet gaf voor alle tijden?” Het antwoord was: “Dit geloof ik graag, maar zo Mohammed de wet werd gegeven, hoe hebt gij ze gehouden en bewaard?” Een antwoord, dat een heel klein beetje doet denken, toen Jezus tegenover de Farizeeën stond.

Hij heeft zeer zeker – en dat vind ik heel prettig – gevoel voor humor. In sommige gevallen vertelt hij werkelijk, wat je zou kunnen noemen een aardige grap. Zoals hij een ogenblik bv. de opmerking maakte: “Waarom hebben ze luidsprekers staan op de torens van de moskee?” Toen was het antwoord: “Ja, dat is, omdat men dan meer mensen kan bereiken”. “Ik denk eerder dat het een begin is van de mechanisatie”, antwoordde de nieuwe Meester. “Binnenkort zetten zij wel een bandrecorder neer die de oproep tot het gebed doet en de ander steekt de stekker in het stopcontact en laat zijn apparaat het gebed afdraaien”. Een tamelijk scherp oordeel natuurlijk over deze maatschappij. Zo zijn er nog een paar andere punten.

U weet, dat in het oosten de olie-industrie nogal wat veranderingen heeft gebracht. Toen men hem dan een grote reeks van voorwerpen liet zien en zo’n winkel, die men daar had geopend, maakte hij deze opmerking: “Is het vele dan beter dan het goede?” Toen zeiden zij: “Maar alles wat hier ligt, is goed, Meester”. Hij antwoordde: “Hier zijn groenten bedorven met geldzucht.”

Het waren groenten in blik. “Hier zijn voorwerpen gemaakt om het gewin maar ik vind niets waarin eerlijkheid en arbeidsvreugde ligt. Als een mens zich omringen en voeden moet met dingen die de weergave zijn van een zuiver materialisme, hoe kan hij dan nog geestelijk voedsel vinden bovendien?” Hij is dan ook als voorstander bekend geworden, een klein beetje, van de z.g. huisindustrieën, waarbij hij dus probeert om de mensen aan hun verstand te brengen dat zij niet hun producten van vroeger nu terzijde moeten gooien, omdat een katoentje goedkoper is, of omdat je makkelijker een emaille pan koopt, dan dat je een houten vat snijdt. Ook daar ligt weer een bepaalde gedachtegang aan ten grondslag. Datgene, wat de mens maakt en waar hij zijn wezen in legt, dat geeft iets weer in de wereld: Een zekere schoonheidszin, een zekere beleving.

Die beleving, die individualiteit, die ook in het product ligt, is noodzakelijk wil een ieder daarmee volledig beleven. Wil de schoonheidszin, begrip voor vorm, voor lijn, voor volmaaktheid, die je geestelijk ook zo nodig hebt, in de wereld nog uitgedrukt blijven. Ik denk dat de Amerikanen het niet erg prettig zouden vinden, wanneer zij hoorden wat hij over hun wagens zei. Hij zei: “Het is een kermis in blik en chroom, gemaakt voor dwazen die zich haasten om hun tijd te verknoeien, wanneer zij aangekomen zijn”. Het was natuurlijk wel een klein beetje overdreven, maar het kwam, omdat men hem vroeg, waarom hij nu niet met een grote wagen reed. Hij rijdt wel in een jeep hoor, modern genoeg. Waarom hij dat niet deed, waarom hij soms liever ging lopen, of met een karavaan, of te paard gaat, dan dat hij dat met een auto doet, of met een trein, of met een vliegtuig. Daarom gaf hij dat antwoord.

Het is ook duidelijk. Een hele hoop mensen heeft haast om vrije tijd te krijgen en als zij dan die vrije tijd krijgen, weten zij niet wat zij ermee moeten doen, anders vervelen zij zich. Verveling kan leiden tot een reeks van handelingen die niet verantwoord zijn. Niet verantwoorde handelingen leiden tot berouw. Berouw kan leiden tot vermindering van prestatievermogen en zo tot grotere haast om het werk af te maken, een grotere wroeging, een grotere verveling.

De nieuwe Meester probeert juist dat op de wereld een beetje te vernietigen. Hij leert de mens ook nog iets anders. Dat je alle dingen mag aanvaarden, maar dat dat slechts waard is om te behouden, wat zijn nut voor jou heeft bewezen. Laten wij eerlijk zijn. Er zijn een hele hoop mensen die willen allerhande dingen hebben, net zoals een neger een wekker, omdat het mooi is en niemand anders er een heeft, maar zij weten niet wat zij er eigenlijk mee moeten doen. Als die neger in plaats van die wekker een mooie speer had gehad, dan had hij er tenminste iets mee kunnen doen. Zo zijn er veel mensen die zich luxe aanschaffen, die feitelijk geen zin heeft. De mensen die zich allerhande weelde veroorloven, die absoluut onredelijk is. In het oosten is dat vaak nog veel meer dan in het westen. Daar draagt men soms sieraden die in feite een belasting zijn, een kwelling, alleen maar om te laten zien dat men rijker of beter is dan een ander. Dat is zinloos.

Een vreemd punt voor velen is misschien, dat de nieuwe wereldleraar niet de nadruk legt op het verwerpen van al het stoffelijke en het afstand doen van alle bezit, zonder meer. Hij zegt: “Dat kunnen de mensen toch niet, dus waarom zou ik het vragen?” Maar hij meent dat elke mens die afstand kan doen van het overbodige, rijker wordt. En dat de grootste rijkdom is om zo weinig mogelijk behoeften te hebben. Hij meent, dat degene die weinig stoffelijke behoeften heeft, daardoor niet alleen rijk is onder meer aan tijd, aan vreugde, maar ook aan geestelijke inhoud. Want slechts wie het weinige beschouwt, leert het waarderen. Wie het weinige waardeert, vindt de kracht waaruit het is voortgekomen.

Er is over de nieuwe Meester heel wat te vertellen. Overigens heeft hij ook al eens een paar wonderen gedaan. Maar hij doet zijn wonderen als een technicus. Daarvoor heeft hij natuurlijk ook zijn scholing. Wanneer er dan bovennatuurlijke krachten bij te pas komen, dan demonstreert hij dat toch niet al te opvallend. Men heeft hem eens een keer gevraagd, waarom hij zijn geestelijke krachten niet wat meer gebruikte. Per slot van rekening, zijn leerlingen weten dat hij o.a. levitatieverschijnselen vertoont, uittredingen, transporten, e.d. “Meester, waarom doet u dat niet meer? Dat is voor de mensen toch zo imponerend”. Toen gaf de Meester dit antwoord: “Wanneer men mij dat ziet doen, nodigt men mij uit voor een kermis. Maar er is in deze zoveel – bedrog bedoelt hij waarschijnlijk – dat ik niet het echte wil vernederen door het naast het valse te stellen.”

Er is ook wel wat voor te zeggen. Daarom is hij ook geen prediker van een godsdienst. Als hij een godsdienst zou prediken en het zou de ware godsdienst zijn, zou je die nog altijd naast een andere godsdienst moeten stellen, een zekere gelijkwaardigheid, omdat ieder recht heeft om God te volgen op zijn manier. Daarom sticht hij geen godsdienst, maar een leefwijze. Nu spreekt ook hij over duivels en demonen. Wij zijn niet de enigen. Het is altijd prettig als je van een andere kant ook de goedkeuring krijgt voor een reeks van dingen, of lezingen. Hij zegt dit: “De demon is dat deel van de Goddelijke krachten, wat door ons wordt misverstaan”. Je zou zeggen dat een demon toch een heel onplezierig ding is. Zeker. Hij zegt dat het niet aan de demon ligt, maar aan ons. Wij moeten de waarheid kennen en als wij de waarheid kennen, bestaat er voor ons geen demon. Er bestaat geen duivel. Hij zegt niet tegen de mensen dat er geen geesten zijn. Als zij hem vertellen dat er spoken zijn in de woestijn, of in de bergen, dan zegt hij, dat die er zijn. Hij zegt: “Geen spook, geen geest, geen demon kan u benaderen, zij het met uw wil”. “Ja, maar er zijn toch heel wat mensen, die door spoken vermoord zijn?” Dan gaf hij het antwoord: “Dat zijn zij die door hun angst zich hechten, want angst brengt haat. Haat en liefde zijn gelijk. Zij trekken beiden aan en binden.” Zo probeert hij de mensen duidelijk te maken, dat je eigenlijk een beetje onverschillig moet zijn tegen die dingen die je niet aangaan.

Ik vertel eigenlijk veel en weinig over de Meester. Maar ik probeer u een beeld te geven van hem en wat hij is. U moet zich iemand voorstellen die er helemaal niets op tegen heeft om in een van de beste hotels te logeren. Dat heeft hij bv. in Aden gedaan. Een gewone burger, maar die aan de andere kant er ook helemaal geen bezwaren tegen heeft om in de open lucht te kamperen, of ergens in een armelijke hut te slapen. De ene keer nestelt hij zijn rug tegen het graf van een of andere maraboe, het volgende ogenblik gaat hij rustig verder en komt in de weelde van het westen. Hij gaat overal als een normaal mens. Hij is als het ware nog één met de achtergrond, maar bij elke achtergrond blijft hij zichzelf. Zo overtuigt hij iedereen in zijn eigen wereld en in zijn eigen milieu van een redelijkheid van zijn denken. Wanneer hij uitzonderlijk werd, zou hij een van de vele kunstenmakers zijn, zoals er zoveel zijn. Je hebt bv. de westkust van Amerika, bij Californië. Daar wemelt het van de extravagante swami’s, wonderdoeners en priesters en zo meer. De een ziet er nog gekker uit dan de ander en ziet er nog buitenissiger uit als het maar kan, om de aandacht te trekken, of omdat zij menen dat het zo hoort. “Neen”, zegt deze Meester. “Fout, je moet niet willen verschillen van anderen. Je moet niet de nadruk leggen op het verschil dat je met de wereld hebt, of de overeenkomst die er bestaat, maar jezelf te blijven met je eigen begrip van leven en van wat hoort, voor wat je wilt en toch alles te accepteren, dat is de enige juiste houding”.

  • In verband met Tibet, komt nu niet al het kwaad op hem af? Dat kan toch niet? Ik denk hierbij aan die demonen uit Tibet?

U moet eens even de levensgeschiedenis van de Boeddha lezen. Dan zult u zien, hoe hij, ontwakend, zittend op de lotus van het bewustzijn, onder de bekende boom der wijsheid, alle demonische krachten op hem af kwamen stormen en hij dezen viermaal versloeg, voordat de Vorst des Kwaads hem als zijn meerdere erkende. M.a.w.: Daar, waar het goede fel aanwezig is, komt het kwade fel uit. Waar de krachten des Lichts zijn, volgen de demonen. Het is de wet van evenwicht. Het blijft met elkaar in balans.

  • Is zijn naam bekend?

Zijn naam is niet bekend gemaakt. Omdat voor de pers deze mensen niet belangrijk zijn. Onthoudt u een ding: Jezus was voor de wereld een van de belangrijkste figuren die er was.

Flavius Josephus heeft over iedereen geschreven, behalve over Jezus. Zo gaat het met de pers ook. Dergelijke figuren moeten eerst een beetje exotisch aan gaan doen om werkelijk wat voor de mensen te betekenen. Bovendien, dit is iets, wat voor de pers niet geschikt is voorlopig.

  • Zullen de mensen hem aanvaarden, zoals zij eens Christus aanvaard hebben?

Ik geloof niet dat de mensen vroeger de Christus aanvaard hebben. Dat is een misrekening die ontstaan is door allerhande kerkelijke opvattingen. De mensen hebben de leer van Jezus aanvaard. Dat was heel wat anders. En pas toen de leer van Jezus een bezit was geworden en een macht, begonnen degenen die in deze macht de bevelhebbers wilden zijn er een Christusverering van te maken. Toen heeft men dat met allerhande oude godsdiensten a.h.w. samen gevoegd. Maar dat heeft niets te maken met de leer. Zolang als deze Meester leeft en waarschijnlijk nog daarna, zal men dan ook niet hem willen zien als een Christus, zelfs niet als een groot profeet. Daar gaat het ook niet om. De leer die hij brengt, dringt door bij vele mensen die op het ogenblik volkomen blind zijn voor elke waarheid. Het geeft een nieuwe hoop aan mensen die hopeloos zijn geworden. Het geeft een nieuw inzicht aan hen die met problemen zitten te worstelen. Zijn leer is niet de leer van een reeks dogma’s en leerstellingen. Zijn hele leer is: Mens, leer leven! Hij helpt iedereen die daar hulp bij nodig heeft om te leren leven.

Waarom hij dat doet in het oosten op het ogenblik, dat heeft men u al eens verteld, omdat daar de toestanden zo zijn, dat die leer daar het meest nodig is en deze daar ook het best vaste voet kan krijgen. In het westen zou hij waarschijnlijk of in een gekkenhuis terechtkomen, of hij zou bij de een voor kapitalist en bij de ander voor communist worden uitgekreten.

In Java is ook een man opgestaan, een Islamiet, die heeft grote bekendheid gekregen; er is over hem een boek geschreven. Mag ik opmerken dat er in het zuiden van Azië alleen al op het ogenblik ongeveer een 300 bekende leraren zijn, waarvan er een drietal zelfs een eigen stad gebouwd hebben? Dat over vele van hen in meerdere talen boeken zijn verschenen. Over deze leraar zult u nog geen boeken lezen en van deze leraar zult u weinig direct horen, voordat het een jaar of tien verder is. Dan pas zal alles zover zijn doorgedrongen, dat ook het westen hieraan niet meer kan ontkomen. Dan is het westen waarschijnlijk rijp voor die leer.

  • Hoe brengt hij zijn nieuwe leer?

Niet direct door prediking, als u daarmee verstaat een soort massabijeenkomst, zoals Billy Graham, Osborn e.d. Hij spreekt over het algemeen voor kleine groepen. Hij heeft hier en daar ook wel eens een stukje uit de Koran voorgelezen bij Islamieten. Hij heeft discussies gehad met Jaïnpriesters. Hij spreekt met de mensen. Vooral, wanneer zij zorgen hebben. Het typische is, dat hij geen waarzegger is. Hij probeert ze uit de moeilijkheden te helpen door ze te laten zien, waar de fout is. Hij leert de mensen a.h.w. te leven. Dat wil zeggen, dat bij hem het persoonlijk contact een grote rol speelt. De mensen, die van hem en de leer iets begrepen hebben, gaan anderen helpen op dezelfde manier. Dat is het enige wat hij van ze verlangt.

Als er op de 100 die hij helpt, nu maar vijf zijn die elk weer 100 anderen helpen, dan krijgen wij een sneeuwbalsysteem, waarbij de gedachtegang dus is dat de wijze van leven, de levensbeschouwing, zeer snel vorderingen maakt, overal terecht komt en veel verder gaat en veel sneller dan u ooit met prediking zou kunnen bereiken. Hij heeft uiteindelijk een veel groter gebied. Jezus had een betrekkelijk klein gebied. Galilea. Dat was eigenlijk zijn hoofdterrein, waar Hij werkte. Deze mens werkt in een terrein dat bijna zo groot is als heel West-Europa.

Dat is zijn terrein, daar moet hij op het ogenblik helpen. Juist, omdat hij dat moet doen, werkt hij niet alleen met predicaties en zo, ofschoon het niet lang zal duren, of er zal wat gepredikt worden. Hij geeft ook wel beschouwelijke toespraken. Vergelijkend bijvoorbeeld met de toespraken die Krishnamurti in het begin gaf of de toespraken die de Boeddha vaak gaf in het Klooster van de Drie Bomen. Dan zat hij gewoon te praten over wat dingen. Op deze manier geeft hij ook toespraken.

 Esoterische beschouwing over de innerlijke mens.

Omtrent de esoterie wil ik graag van mijn kant nog een paar punten naar voren brengen, omtrent de innerlijke mens en alles wat daarmee verbonden is.

Wanneer wij als levende wezens tegenover die grote wereld staan, dan hebben wij vaak de indruk dat wij door een stroom van gebeurtenissen worden meegesleurd. Het lijkt ons of wij volledig machteloos zijn. Al snel beginnen wij onszelf te beklagen omtrent al hetgeen ons overkomt, al hetgeen ons gebeurt. Daarbij vergeten wij ongetwijfeld een van de belangrijkste punten van de Schepping en van ons eigen bestaan. Mens, geest, alle leven, wordt geregeerd door Goddelijke wetten. Het zijn deze wetten die bepalen in hoeverre wij vrij zijn, die bepalen welke oorzaken en welke gevolgen in ons leven een rol kunnen spelen. Maar wat wij van de wereld zien is in feite slechts het antwoord van de kosmos op ons eigen wezen en op ons eigen denken.

Voor wij in de huidige fase terecht kwamen, hebben zich zeer vele andere fasen afgespeeld, waarin ons wezen nu dit heeft geleerd, dan dat misschien verworpen. Wij hebben dus zelf een keuze gedaan. Door deze keuze ontstond een bewustzijn, aansprakelijk voor ons huidig bestaan, voor ons huidig leven. Dit geldt voor stof en geest gelijkelijk, want een ieder verwerpt door zijn bewustzijn plus zijn begeren, zijn wereld, zijn plaats daarin en het gebeuren dat deze wereld voor hem mogelijk maakt.

Wanneer wij alleen de uiterlijke kwesties blijven bezien, dan blijft ook tevens voor ons gesloten dit geheimzinnige, innerlijk wezen, dit diep begraven zijnde, wat men ziel noemt. Nu kunnen wij er ons makkelijk van af maken door te zeggen dat onze ziel een deel van God is en dat deze God Zich in ons openbaart. Ongetwijfeld is dat waar, maar bij datgene wat wij ziel noemen, zit meer verborgen. Daarin zit het bewustzijn, waarvoor wij in het heden zijn gekomen. Daarin bevindt zich het totaal van problemen die wij thans op moeten lossen. Daarin bevindt zich de totale kennis van Goddelijke wetten die wij tot op heden hebben opgedaan. Er is in de gehele kosmos geen enkele onrechtvaardigheid. Alle onrechtvaardigheid is schijn, ontstaan door onbegrip van wetten en werkingen. Al, wat ons overkomt, is rechtvaardig. Het komt uit ons voort.

Dit begrijpende, zullen wij trachten door te dringen tot ons eigen wezen. Het is noodzakelijk dat wij, zoekende naar innerlijke waarheden, allereerst de vraag stellen: Wat weet ik over die God, waaraan ik geloof? Wat weet ik zeker omtrent mijzelf, zoals ik hier in deze wereld meen te staan?

Slechts door antwoord te geven op deze vragen naar ons beste vermogen, krijgen wij een begrip van wat dit leven als mogelijkheid in zich sluit. Wij hebben een vrije wil, maar die wil is niet onbeperkt. Wij hebben mogelijkheden, maar deze mogelijkheden zijn vaak zeer beperkt. Hoe komt het dat wij juist deze mogelijkheden hebben? Hoe komt het dat wij juist nu zo bestaan?

Het antwoord hierop is een eerste ontwaken op de weg der zelfkennis. Wij moeten wel begrijpen dat ons eigen wezen identiek is met een deel van een volmaakte Schepping.

Elke onvolmaaktheid die voor ons ontstaat, vloeit voort uit ons onbewustzijn van de volmaaktheid. Hoe meer wij dus weten omtrent onszelf, hoe meer wij ook weten omtrent de mogelijkheid zelf te beleven.

Er zijn geen wetten dan Gods wet. Wij weten dat de grote wet voor ons allen is: harmonie. Wees harmonisch met de kosmos. Wees harmonisch met schepselen en Schepper, en de volmaaktheid wordt u geopenbaard. Maar een strenge vorm van deze wet, geeft ons evenwicht.

Daar, waar wij goed doen, wordt niet slechts goed – volgens ons standpunt – maar tevens kwaad geboren. Daar, waar wij kiezen, zal de keuze steeds een tweeledige werking hebben, ook wanneer slechts een voor ons realiseerbaar is. Altijd blijft het geheel zichzelf compenseren, zodat het geheel van de Schepping te allen tijde en onveranderlijk bestaat, ongeacht de verandering, die de delen ervan voor zich menen te constateren.

Gods wet zegt ons, dat elke oorzaak zijn gevolg moet hebben. Maar dit gevolg hoeft niet, zoals menigeen veronderstelt, te liggen in ons leven, of ons volgend leven. Het gevolg ontstaat in ons zelf als een realisatie. Het is deze realisatie die bepaalt hoe wij verder gaan. Hoe meer wij ons nu dus bewust worden van onze huidige norm van goed, van ons eigen leven, onze eigen drijfveren, hoe vrijer wij zullen zijn bij onze keuze van een volgend gebeuren, van een volgende wereld, hoe verder wij zullen kunnen doordringen in de oneindigheid. Het is volkomen fataal voor ons eigen bewustzijn en ook voor onze innerlijke vorming, wanneer wij besluiten slechts de weg van een ander te gaan. Wij hebben onze eigen weg, wij hebben onze eigen taak. Deze is in ons wezen gegrift. Zij is uit ons bewustzijn voortgekomen en blijft ons te allen tijde beheersen, ongeacht ons pogen in andere richtingen. Laat ons dus wel beseffen, dat wij onze eigen weg moeten gaan, maar volgens de kennis van ons eigen wezen, volgens het bewustzijn dat in ons sluimert.

Wanneer wij onszelf eenmaal hebben erkend uit het gebeuren, dat de wereld ons toont en zo ook geleerd hebben oorzaken en gevolgen te wekken, volgens ons eigen inzichten van het Goddelijke en niet door schijnbare toevalligheden, dan zullen wij achter de sluier van waan voor het eerst de grote werkelijkheid zien oprijzen. Deze werkelijkheid is zo tweeledig in zijn waarde, dat voor een normaal mens deze werkelijkheid waanzin lijkt. De leugen daartegen is de waarheid, de waarheid een leugen, omdat elke uitdrukking op zichzelf een differentiatie betekent van het volmaakte en alomvattende. Het is een werkelijkheid, waarin goed en kwaad met elkaar verwisseld kunnen worden, zonder dat er iets gebeurt, omdat en goed en kwaad beiden uit het Goddelijke voortkomen en beiden gelijkelijk leven in het schema der volmaaktheid.

Wij zullen beseffen, dat de gang van ons leven in feite een innerlijke gang is en niet een uiterlijk bestaan. Wij zullen beseffen dat fase na fase en incarnatie na incarnatie wordt bepaald door onze eigen aanvaarding van het Goddelijke, volgens ons beste weten. Wanneer wij dan uiteindelijk de kern van ons wezen beseffen, begrijpen, hoe wij een vaste factor zijn in een Goddelijk bouwwerk, dat zich nog aan ons bewustzijn en begrip onttrekt, dan zullen wij waarschijnlijk voor de eerste maal kunnen leven zonder problemen en zonder vragen, want het antwoord op alle vragen ligt in onszelf. Het roepen naar God zal ons niet helpen, maar het streven naar het kennen van God, zoals Zij zich in ons openbaart, is de oplossing van elk probleem.

image_pdf