Denkbeelden

uit de cursus ‘Occulte filosofie’ (hoofdstuk 9) – juni 1975

Denkbeelden

Als ik denk, schep ik. Want door mijn denken schep ik voor mijzelf een wereld, die zo niet buiten mij bestaat. Hoewel ik denkbeelden heb, zijn dit werelden, werkelijkheden in mij, die ik mogelijk nergens anders zal kunnen aantreffen, maar die vanuit mij werken naar buiten toe. Een wereld die bestaat, zal altijd een wisselwerking vertonen met elke andere bestaande wereld. Daarbij zijn factoren van belang zoals de intensiteit waarmee ze elkaar verdragen, de afstand waarop ze zich van elkaar bevinden en vooral ook, als het gaat over denkbeelden, de kracht en de finesse waarmee ze gerealiseerd zijn.
Wie denkt en schept, bouwt. Een wereld bouwen in jezelf is gemakkelijk genoeg. Maar een wereld bouwen waarin je niet gelooft, betekent een tekening maken die geen dimensie heeft. Als je echter gelooft in hetgeen je opbouwt, voeg je daaraan een extra dimensie toe. Je geeft een nieuwe afmeting waardoor de innerlijke schepping vergelijkbaar wordt met de wereld buiten je en in sommige gevallen daarmee praktisch identiek is.
Zoeken naar deze denkbeelden van het innerlijk waarin eigen wereld en eigen denken tot uiting komen, is een van de belangrijkste zaken van eenieder die zich wil bezighouden met occultisme. Zeker, je kunt dit doen langs vele meditatieve wegen. Er zijn eenvoudige en er zijn moeilijke, maar ze hebben alle één ding gemeen: in de meditatie bouw ik innerlijk een wereld op. Ik geef mijn denkbeelden vorm, gestalte, diepte, betekenis, onderlinge relatie, totdat wat in mij is ontstaan een onvervreemdbare werkelijkheid schijnt te worden. Vanuit deze meditatie kan ik dan verder gaan.
Er zijn vele legenden op deze wereld die zich bezighouden met wat mogelijk zou zijn. Men vertelt hoe Ganesha de wijsheid op de wereld bracht. Men vertelt hoe hij, sprekend uit zijn wonderlijke gestalte, de mensen overtuigde van hun ongelijk. Zij geloofden zijn woorden en zagen daardoor nieuwe werelden. Die nieuwe werelden veranderden de mensen omdat zij daarin gingen leven. Er zijn andere figuren zoals de Danser (Krishna), die in zijn vreugdig fluitspel hele werelden wekt en gelijktijdig de dood doet ontstaan. En zo is het leven, zo is de wereld.
Zijn die legenden dan alleen maar illusie of zijn ze werkelijk? Volgens mij zijn ze werkelijk. Niet omdat goden als Ganesha en als de Danser door de wereld gaan en voor iedereen kenbaar zijn, maar omdat de denkbeelden die door hen tot uitdrukking zijn gekomen, wel degelijk in elke mens leven. In elke mens bestaat de relatie tussen leven en dood. In elke mens bestaat de kracht van de wijsheid waardoor zijn wereld verandert en zo ook zijn wezen.
Als wij ons bezighouden met occulte filosofieën, als wij trachten door te dringen in het wezen van tijd, van werkelijkheid en waan, als wij zoeken de werking en belevenissen van de magie te onderkennen, dan moeten wij allereerst beseffen: de denkbeelden, die wij in ons scheppen, blijven niet tot onszelf. beperkt. De wereld die wij creëren diep in ons, wordt deel van ons, maar wij worden ook deel van die wereld. Wij veranderen door die wereld, omdat wij daartoe zijn gaan behoren. Al wat wij ons in die wereld hebben toegekend, is op enigerlei wijze gaan behoren tot het wezen dat wij zijn, tot de kracht die wij vertegenwoordigen. Een belangrijk punt:
Als ik geloof in een kracht, zelfs als die nergens in de kosmos zo bestaat, en ik bouw een denkbeeld op waarin die kracht voor mij kenbaar, beleefbaar, tastbaar wordt, dan zal vanaf dat ogenblik die kracht voor mij bestaan; wat meer is, zij zal werken door mij. En elke eigenschap, die in mijn aanvaarden en geloven aan dit denkbeeld voor mij bestaat, maak ik tot deel van mijn wezen. Ik ga haar mee openbaren.
Er zijn heel wat wonderlijke dingen op deze wereld. Ik weet dat de mensen daar vaak bang voor zijn. Er is enige tijd geleden een aantal gevallen van reïncarnatie onderzocht.
Een jong meisje herkende een vrouw als de zuster van de moeder bij wie zij een vorige maal geboren was. Zij beschreef de omstandigheden die thuis hadden bestaan. Men heeft die onderzocht. De vrouw had inderdaad een zoontje gehad dat, zoals het meisje had beschreven, door een slangenbeet was gestorven. De onderzoekers haalden echter de schouders op en zeiden: Het is wonderlijk maar we kunnen het niet zonder meer verklaren.
Een jongeman vertelde dat hij in een vorig leven burgemeester was geweest van een dorp. Hij vertelde precies hoe iedereen heette in dat dorp. Hij kende a.h.w. alle kinderen bij naam. Toch was hij lichamelijk nooit in dat dorp geweest. Men zou zeggen: Dit is toch een bewijs dat er iets meer is. Een Amerikaans psycholoog hield zich met dit alles bezig. En ijverig denkend en peinzend kwam hij eindelijk met een verklaring: “Deze kinderen” zo sprak hij “leven in een omgeving die gelooft aan reïncarnatie en daardoor hebben zij een onderbewuste kennis naar voren gebracht als een beeld van een vroeger bestaan.” Daarmee heeft de man voor zichzelf het beeld van reïncarnatie vernietigd en voor vele anderen de aanvaarding van een meervoudige existentie minder gemakkelijk benaderbaar gemaakt. Zeker, wat hij zegt is een denkbeeld. Maar zolang dit denkbeeld voor hem bestaat, zal hij niet kunnen incarneren, want hij gelooft daar niet in. Zo sterk zijn denkbeelden.
Zij kunnen een grens vormen die je niet kunt overschrijden. Maar anderzijds kunnen zij een macht vormen die niemand behalve jezelf kan beperken. Ik heb u deze gevallen van incarnaties, waarvan ik nog een vijftigtal andere voorbeelden zou kunnen citeren, voorgelegd om duidelijk te maken hoezeer een mens zijn denkbeelden gebruikt om zijn wereld te beperken tot iets wat voor hemzelf hanteerbaar is. Maar gelijktijdig kent diezelfde mens, die de beperkingen aanbrengt met alle kracht die in hem is, in zichzelf een droomleven dat hij verwerpt. Hij kent in zich krachten maar hij zegt: Ach, dat is illusie. Hij kent in zich toekomstbeelden maar zegt: Ach, dat is slechts fantasie, een droom. Hij kent in zich herinneringen aan een ver verleden, ja zelfs beelden die een toekomst onthullen en hij haalt de schouders op en zegt: Ach, ik heb mij door iets laten beïnvloeden of misschien heb ik teveel van een zwaar gerecht gegeten voordat ik ging slapen. Zo beperkt men zichzelf.
Een mens draagt in zich het zaad van andere en nieuwe werkelijkheden. Een denkbeeld dat in je bestaat, behoef je niet zonder meer te aanvaarden. Als je droomt dat je in een sombere wereld bent, dan is het niet noodzakelijk dat die sombere wereld ooit werkelijkheid wordt, als je maar vanuit jezelf een kracht weet te projecteren waardoor er licht komt in die wereld, waardoor zij weer vruchtbaar, aanvaardbaar, ja, paradijselijk wordt. Je kunt op deze manier veel van je leven veranderen. Je bent in staat je eigenschappen en kwaliteiten te wijzigen. Je bent bovenal in staat om je relatie, je verbinding met de rest van de wereld te voorzien van nieuwe waarden en nieuwe kracht.
Laat ons proberen iets meer te zeggen omtrent die denkbeelden en ze iets nader te beschouwen, na te gaan hoe ze werken en hoe ze geconstrueerd zijn.
Het begin van een denkbeeld is altijd een vage, ijle voorstelling.
Men denkt: Als ik eens…. Als ik eens een filmster zou zijn. Als ik eens rijk zou zijn. Als ik eens… Maar dit is de basis. Dit is alleen maar het beginpunt. Welke dwaas verwacht van een zaadpit vruchten te kunnen plukken voordat ze zich heeft ontwikkeld? Dergelijke droombeelden zijn een be­gin; ze zijn geen werkelijkheid. Zij kunnen dat alleen worden, indien ze zich in ons verder ontwikkelen.
Ik neem het beeld dat in mij ontstaat, een wensdroom misschien, en ga mij voorstellen wat ik werkelijk zal zijn. Ik ben alleen maar niet iemand, die misschien eens een prijs in de loterij zal trekken. Ik ben iemand die geld ontvangt. Ik stel mij voor hoe het zal zijn. Ik bouw mij een beeld op van wat ik allemaal wil gaan doen. Maar ik vraag mij ook af hoe het mogelijk zal zijn dat te doen. En voordat ik het weet, beginnen deze voorstellingen een eigen leven te leiden. Ik heb een nieuwe werkelijkheid geschapen waarin oorzaak en gevolg onwrikbaar vast werken en niet meer door mijn ingrijpen zonder meer te verstoren zijn. Het beeld bouwt zich verder en verder open; ik ga zien welke consequenties eraan vastzitten: de rijkdom die ik begeer, maar ook welke mogelijkheden ze voor mij zal hebben. En onbewust begin ik mij geheel in te stellen op datgene wat werkelijk mogelijk is. Het denkbeeld in mij is geworden tot een werkelijkheid die mij gaat beheersen. Niet door te zeggen: “Nu ben je rijk, geef maar uit,” maar door te zeggen: “Die rijkdom is onvermijdelijk geworden.” Ik ken de wereld waarin die rijkdom moet bestaan. Ik weet hoe ze zal zijn, welke daden ik zal stellen. Ik weet zelfs hoe ik gekleed zal zijn wanneer ik het nieuws verneem en hoe de eerste reactie zal zijn van mijn omgeving.
Dit alles klinkt misschien moeilijk. Zo’n denkbeeld opbouwen, denkt menigeen, is onmogelijk; dan moet je zelf een roman schrijven. Maar wie van u vertelt zichzelf geen verhalen? Alleen, het blijven voor u verhalen. Het is geen werkelijkheid die u diep in uzelf gaat beleven, die u voortdurend meer waar gaat maken, steeds meer kracht en mogelijkheid gaat geven. Vergeet één ding niet: er is niet iemand buiten u die zal zorgen dat het waar wordt. U heeft dit gesteld. Dit is een levende waarheid in u. En zo maakt u het zelfs onvermijdelijk dat op enigerlei wijze iets van die rijkdom u toevalt waarover u heeft gedroomd, dat u iets van de mogelijkheden kunt waarmaken die u in uzelf heeft gesteld.
Zeker, er zullen discrepanties blijven bestaan tussen de werkelijkheid zoals u die buiten u beleeft en de wereld in uzelf. Maar het is alsof het twee convergerende lijnen zijn, alsof onontkoombaar de werkelijkheid dichter naar de droomwereld wordt getrokken, zodat je niet meer weet: is dit nu nog denkbeeld of is dit al werkelijkheid? En het geheel als werkelijkheid belevend, zie je dat je droom waar wordt.
Krankzinnig, zullen de logische en nuchtere denkers hier uitroepen. Dit is onmogelijk, dit is ondenkbaar. Dit is een vlucht in de waanzin. Maar is hun nuchterheid ook geen vlucht in de waanzin? Bouwen zij met hun denkbeelden niet evenveel waan op als degene die droomt van een vervulling en haar in zich steeds meer vorm en gestalte geeft totdat ze waar kan worden?
O, niet iedereen kan koning zijn, dat is duidelijk. Maar als je weet wat koning zijn is, dan zie je dat het gaat om een paar essentiële dingen in het beeld van het koningschap. Zoals de loterijen, die rijkdom beloven, in feite niet betekenen dat je nu juist zo rijk wilt zijn maar dat je je verhouding met de wereld, je mogelijkheden zelf wilt veranderen, en dat kun je waarmaken.
Een denkbeeld is soms niet zuiver. Er zijn gevallen bekend van mensen, die in zichzelf een absolute zekerheid meenden te kennen. Maar dat was niet hun zekerheid. Het was zekerheid op het gezag van een ander. Hij/zij heeft het gezegd of zij hebben het gezegd en daarom moet het waar zijn. Zoals het kleine kind gelooft dat, wanneer het de dag van zijn geboorte viert, het mooi weer moet zijn omdat vader weken geleden heeft gezegd: “Als jij jarig bent, zal de zon schijnen.” Maar dan schijnt de zon niet. Voor het kind is het een beeld, een kracht voortkomend uit een ander, niet uit zichzelf. Het is niet iets wat in en door hemzelf wordt gevormd. Het is een belofte. Vader moet dat waarmaken, niet hij of zij. De anderen, die hebben gezegd: “mooi weer”, moeten zorgen dat het waar wordt. Daarom zit het kind te wachten tot de werkelijkheid gaat beantwoorden aan een belofte in plaats van in zich die werkelijkheid op te bouwen, totdat zij onweerlegbaar waar wordt omdat de existentie van het ego is overgeplaatst in een wereld die slechts harmonisch kan functioneren met dit innerlijk denkbeeld.
Toch zullen wij, zeker als we ons bezighouden met de verborgen wijsheden, steeds weer andere krachten op onze weg ontmoeten. Er zijn natuurlijk geesten en demonen, de bezielende krachten van de natuur, de heersers die hun lichaam als sterren aan de hemel hebben staan, de vreemde geesten die gaan door de onmetelijke ruimten en opstijgen tot het onbekende waar langzaam nog uitvloeit de adem van de grote Dromer Brahma, die de schepping voortbrengt. Er zijn andere krachten. Maar deze krachten bestaan voor ons pas werkelijk indien wij ze beleven. En dat kunnen we alleen in onszelf. Wij kunnen ons niet gaan beroepen op die krachten omdat ze buiten ons zouden moeten bestaan. Wij moeten ze waarmaken in ons eigen wezen.
Denkbeelden bevolken de gehele astrale sfeer. Elke draak en demon, die ge daar tegenkomt, is geschapen door de gedachten van een wezen. Elk monster, elke engel, elke lichtster, elk rustpunt van de astrale wereld en elke dreiging van eeuwige ondergang is geschapen; het is een denkbeeld dat vorm heeft gekregen. Waarom zou het dan in u anders zijn? Waarom zoudt ge ontkennen dat de beelden, die ge in u schept, grote betekenis hebben? Als ik een dienaar nodig heb en ik hem in mij opbouw, dan zal hij zo intens waar worden voor mij dat hij buiten mij ontstaat. Hij zal dan een zelfstandig leven gaan leiden, zo sterk, zo groot, dat het mij moeite zal kosten te beseffen: dit heb ik geschapen. Maar ik kan dan ook in mij weer een wereld scheppen waarin die dienaar niet bestaat en hij zal verdwijnen en vervluchtigen.
In de oude verborgen wijsheden, in het oude vergeten schrift, grifte men reeds en men heeft het later vele malen op de oude tafelen weer gegrift:
“De werkelijkheid is de droom. Al wat wij werkelijk noemen, is datgene waaraan wij gestalte geven doordat wij het aanvaarden. En wat ik in mij volledig aanvaard, is werkelijk. Daarom leven wij in een wereld, die is opgebouwd uit dromen. En slechts indien wij, dromers, ons daarvan bewust worden, zijn wij in staat onze droom te wijzigen.”
Zo belangrijk zijn denkbeelden: eenvoudige ideeën en gedachten. Wanneer mensen dromen van een vrijheid, zoals ze in deze dagen dromen van een vrijheid die geen enkele band erkent, dan zullen zij die vrijheid voor zichzelf vinden, maar zij zullen ook ontdekken dat die vrijheid de absolute eenzaamheid betekent. Ze zullen ontdekken dat hun streven rijkdom brengt, maar ook onmetelijke armoede. Ze zullen ontdekken dat ze misschien hoog boven anderen kunnen staan, maar dan ook de ijzige kilte van een wereldruimte gaan ervaren waarin geen leven op hun eigen peil meer schijnt te kunnen bestaan. Zo leeft een mens, zo droomt een mens.
Gij leeft in een wereld waarin uw denkbeelden belangrijk .zijn. Droom niet teveel. Maar als ge droomt, droom bewust, droom intens. Zie uw wereld zoals hij is. Besef dat in uw wereld werkelijkheden maar al te vaak moeten terugtreden voor woorden. En wat zijn woorden anders dan tot klank geworden denkbeelden. Zie hoe schijnbaar onbelangrijke woorden op den duur het lot van een heel volk, ja, van een hele wereld kunnen veranderen. Zo machtig zijn denkbeelden.
Gij zegt tot uzelf: Ook ik ben een denker. Ook ik ben een dromer. Ook ik bouw in mij een beeld op waarbij ik mij niet beroep op datgene wat anderen zullen doen of moeten doen, maar zelf erken dat ik doe en kan doen, zal doen, ja, moet doen omdat dit voor mijn wezen onvermijdelijk is. U zult zien dat de vage droomwereld die door de waarden en denkbeelden van anderen is geschapen, wegsmelt als de sneeuw wanneer de hete wind door de dalen blaast. U zult zien hoe steeds sterker naar voren komt wat gij zijt, wat gij in u draagt en droomt.
Denk niet dat dit alleen geldt voor een mens die op aarde leeft. Zij, die door de schijnbare duisternis die dood heet verdergaan, beseffen soms die duisternis niet omdat in hen de dood geen duisternis is. Zij verwachten misschien dat anderen het zullen doen en dan staan ze eenzaam en verlaten te wachten. Maar soms beseffen zij dat zij zijn. En in dit beeld van wat zij zijn, zal niemand verandering kunnen brengen. Daar vinden zij een wereld die beantwoordt aan hun wezen, want nog steeds wordt de droom tot werkelijkheid. En datgene wat je waarlijk gelooft omtrent jezelf, de wereld en de kracht die in je en die in de wereld bestaan, is waar, onloochenbaar waar.
Zij, die door de sferen gaan, bouwen voor zich een wereld met hun eigen denkbeelden. Zij dromen in de tuinen van het land met de lotusvijvers, uw Zomerland. Zij zijn in de koele berglucht. Zij bezoeken de kleine tempels en scholen of mediteren onder een bloeiende amandelboom vlak naast de enorme kloof waarin de tijd voorbij ruist als een oneindige stroom, een tijd geworden Brahmapoetra (rivier) die geen einde kent.
Eenieder vormt zich zijn eigen beeld. Ieder leeft zijn eigen werkelijkheid in de sferen. En eenieder, die is gebonden aan de krachten die hij buiten zich veronderstelt, is de slaaf van de machten die hij buiten zich erkent. Maar eenieder is vrij door de kracht die hij in zich erkent. Eenieder vorm zijn wereld door het beeld dat hij heeft van zichzelf in de wereld waarin dat ‘ik’ behoort te bestaan. Dat geldt voor de sferen, dat geldt voor uw wereld.
Wie toegeeft dat denkbeelden zo belangrijk kunnen zijn dat ze gehele levens kunnen veranderen, ja, dat ze een gehele wereld kunnen veranderen, die beseft dat denkbeelden zo belangrijk zijn dat ze bepalen wie en wat hij zal zijn na de dood. Ja, zelfs hoe hij de dood zal ervaren. Gij zult moeten toegeven dat deze denkbeelden de basis zijn van alle occultisme. Het begint altijd met de gedachte. Wanneer de gedachte een vorm krijgt, langzaam maar zeker aan momentum gewint, wordt zij tot macht.
Er was eens een magiër die met onverstaanbare klanken een geest aanriep die nooit had bestaan. Hij zei: “Deze dienaar is de mijne.” Toen kwam de geest tot leven. Maar de magiër had er een geest van gemaakt met boosaardige krachten en deze vreesde hij. Zo werd hij gedood door een dienaar die nooit had bestaan. Hij werd gedood door zijn eigen denkbeeld dat, toen hij verdween naar een andere wereld, snel verwaasde, uiteengeslagen als een mistbank door de opkomende wind van de morgen. Zo gaat het ook u.
U wilt magie bedrijven? U bent magiër. U hééft magische krachten. Indien u in uzelf een beeld maakt van die kracht, daarin gelooft, dat uitbouwt, totdat u precies weet wat het is, dan gaat het er niet om of dat logisch is, of dat verstandelijk wel kan, of dat ooit al heeft bestaan of ooit zal kunnen bestaan. Belangrijk is, dat het voor u waar en werkelijk is, want daaruit zult u kracht putten. Daardoor zult u macht kunnen uitoefenen in de wereld rond u, maar zult u ook verplichtingen en banden kennen die voor anderen niet bestaan.
Gij wilt in de toekomst schouwen? Als in u een beeld is van een ‘ik’ in een wereld waarin de toekomst kenbaar is voor dat ‘ik’, zo zult gij steeds meer flarden van de toekomst opvangen totdat ge u een beeld daarvan kunt maken waarin geen detail verkeerd is, waarin geen veer van een vogel anders ligt dan gij u die heeft voorgesteld en gij zelfs de tijd kunt bepalen wanneer dit alles zal zijn.
Gij wilt wijsheid bezitten? Bouw uzelf een beeld op van wat wijsheid is. Zoek eerst in uzelf een wereld te scheppen waarin die wijsheid bestaat, waarin ze voor u toegankelijk wordt, hoe dan ook. Vraag u niet af hoe ge die hebt opgebouwd en hoe de voorstelling is, want dat is niet belangrijk.
Het is belangrijk dat die wijsheid voor u een bestaande kracht is. Niet een geschenk van anderen, maar van een kracht waardoor gij, die daartoe toegang weet te vinden, een bewustwording zult zien ontplooien, zich openvouwend als een knop die opengaat, totdat gij de volheid van de waarheid kunt verdragen. En ik zeg u: Gij zult wijsheid vinden.
Alles wat men onder occultisme samenvat, begint met een denkbeeld. Zelfs de geest die zich manifesteert, zoals ik dat doe, is in de eerste plaats een denkbeeld, een gedachte van een ‘ik’, voortgezet in een wereld die niet de uwe is. Mijn uiting in die wereld is een denkbeeld van een band tussen mijn wereld en de uwe. De woorden, die ik spreek, zijn de gedachten die in mij bestaan en die ik als door een droom vorm geef in uw wereld om dan te ontdekken dat ze waarlijk gesproken zijn. Niets is onmogelijk indien je de werkelijkheid in je weet op te bouwen. Maar zonder een denkbeeld in jezelf waaruit je bouwt, waarmee je werkt, waardoor je steeds meer zekerheid in jezelf opbouwt totdat je innerlijk weet te zijn, krachten of machten te bezitten, werkingen te ondergaan, blijft je wereld vlak en leeg.
De wereld van een mens, die denkt met zijn logica, die alles aan uiterlijke factoren probeert te binden, is een schets van het leven op een blad papier geworpen. Het lijkt misschien wel echt, maar het is niet echt; het mist een afmeting. De mens, die de denkbeelden in zich weet te ontwikkelen, maakt er een standbeeld van, een snijwerk waarin de dimensies steeds meer worden totdat je tenslotte alle werelden kunt omvatten. En dan pas leef je werkelijk. Dan pas is de existentie geworden tot een bewust bestaan dat alle sferen en werelden tezamen kan omvatten, waarin het ‘ik’ alle dingen kan doen weerklinken en in alle werelden zichzelf kan waarmaken volgens eigen besef van leven en waarheid.

Augurie

Als je je bezighoudt met augurie (waarzeggerij), het geven van toekomstbeelden, dan word je geconfronteerd met een oneindig aantal verschillende methoden. De een leest het uit koffiedik, de ander gebruikt theebladeren, weer een ander kaarten. Men maakt horoscopen van verschillende aard, men kent allerlei rekenmethoden (kabbalistische en andere). Als je al die methoden ziet, dan vraag je je af hoe het nu mogelijk is dat je met al die middelen eigenlijk hetzelfde bereikt. Ik zou in dit onderwerp graag de essentie van de waarzeggerij en wat ermee samenhangt, onder de loep willen nemen.
Als je begint met waarzeggen, dan is het wonderlijke dat het helemaal niet belangrijk is welke methode je gebruikt. Elke methode is alleen maar belangrijk omdat die je helpt aan associaties. Een mens durft namelijk, vooral wat toekomstzaken betreft die eventueel controleerbaar zijn, maar zelden vrij te associëren. En daarom gebruikt hij methoden als b.v. het koffiedik, de theebladeren, allerhande berekeningen, de kaarten en wat dies meer zij. In al die dingen speelt het toeval een rol.
Als ik kijk wat theebladeren doen, dan is dat in feite niets anders dan een toevalligheid. Het aantal, de groepering kan niemand tevoren voorzien of bepalen. Houd ik mij bezig met het koffiedik, dan is de manier waarop het blijft kleven aan de rand van het schoteltje eveneens niet te bepalen. Als ik kaarten goed schud en eerlijk trek, dan kan ik ze uitleggen op honderd manieren, maar ik zal nooit van tevoren kunnen zeggen in welke combinaties ze naar voren zullen komen. En zelfs als ik mij met de schijnbaar betrouwbaarder kant van waarzeggerij bezighoud, zoals getalberekeningen e.d., dan ga ik nog altijd uit van iets wat eigenlijk toeval is. Per slot van rekening, hoe komt het nu dat je toevallig Janus heet en niet Piet of Klaas? Dat is ook een toeval geweest. Als ik dat ga omzetten in cijfers, zoals sommige kabbalisten doen, of ik houd rekening met je geboortedatum, dan werk ik met factoren die niemand kan controleren; ze zijn er eenvoudig. Juist omdat het toeval is zou je kunnen zeggen: Als alles nu voorbestemd is, dan moet dat toeval precies daarin passen.
Het toeval is alleen maar de weergave van het door ons niet erkende wetmatige in ons gehele bestaan. In de praktijk is het echter wel zo dat ik daardoor een zekere vrijheid krijg. Ik schuif de verantwoordelijkheid voor alles wat ik zie af op de voorwerpen of onderwerpen die ik gebruik om tot mijn prognose te komen.
De oude auguren b.v. hadden hun graanorakel. Een aantal kippen moest dan een gekleurd graantje oppikken (waarna de kippen er gekleurd op stonden, want die werden later meestal geofferd) en de overblijvende korrels gelijk het lot bepaalden. Anderen slachtten weer schapen, soms stieren. Het lag er maar aan hoeveel geld er was. Dat alles was zuiver toeval. Je kunt nooit zeggen: dat is een stier met een koliek, of: daar hebben we een schaap met galstenen. Maar als die dingen er zijn, dan ken je daar een betekenis aan toe. Die betekenis echter, en dat is nu het mooie, is niet bindend.
In alle auguriën, tot de sterrenkunde toe, gaat men wel uit van grondregels, maar die zeggen eigenlijk nog niets. Het is pas wat ik erbij ga denken, dat bepaalt hoe de betekenis is. Het is de vrije associatie die sterk bepalend is voor elke vorm van prognostiek op grond van auguristische methoden.
Dan ga je je afvragen: Kan ik dat dan ook? Bijna iedereen zou het kunnen, want elke mens neemt enorm veel waar zonder het zich te realiseren. Dat houdt in dat u zeer waarschijnlijk al weet wat er voor uzelf in de eerste paar maanden gaat gebeuren. In grote lijnen weet u dat zeker en bepaalde details zijn onvermijdelijk geworden door gebeurtenissen die al vastliggen.
Als u vrij associeert, komen die dingen naar voren en komt u ook tot een zeer aanvaardbaar beeld van de toekomst. Maar u moet natuurlijk wel eerst weten hoe u zich kunt ontspannen.
Nu is het bij die ontspanning heel eigenaardig: hoe meer u meent dat het orakel, dat u raadpleegt, gezag heeft, hoe minder u zich bewust bent van het feit dat u zelf associeert; en daardoor doet u het meer ontspannen, vrijer en vollediger.
Als je de auguriën verder wilt ontleden, dan bestaan er natuurlijk duizend-en-één kunstjes waarmee je ze aanvaardbaar kunt maken. Maar als ik die kunstjes even terzijde zet, dan blijkt dat we een besef hebben dat veel meer tijdloos is dan een mens zich kan voorstellen. Dat klinkt weer een beetje gek: een tijdloos besef en dat terwijl je zo weinig tijd hebt! Maar uw besef omvat uw leven. Wat u heeft beleefd op de eerste dag na uw geboorte, ligt ergens in uw hersens opgeslagen. Wat u in de prenatale periode omtrent vorige levens heeft vastgelegd in het wordend lichaam, ligt ergens, zwak misschien en verborgen maar toch aanwezig nog, in de hersens opgeslagen. Wat u tien jaar geleden heeft gezien op een boekententoonstelling en de paar regels die u toen even heeft gezien zonder ze te lezen, zijn nog ergens vastgelegd. U heeft dus een enorm feitenmateriaal ter beschikking waarvan u over het algemeen maar een zeer klein gedeelte regelmatig gebruikt.
Heb ik nu een auguristische methode gevonden, dan begin ik met één denkbeeld. Dat denkbeeld gebruik ik alleen als een sleutel. Laten we zeggen: ik leg de waarzegkaarten uit en ik vind de tweeling, de toren, de maan en de magiër. Die hebben volgens het handboekje een bepaalde betekenis. En als ze op een bepaalde plaats liggen, is de betekenis daardoor in de werking nog meer gedefinieerd. Nu denkt u waarschijnlijk: de werking is er, ik moet dat dus weergeven. Maar dat doet u niet. U gebruikt gewoon de impressie als een sleutel en u begint nu al die onbewuste waarden te spuien. Die waarden bevatten echter het totaal van uw verleden en daarnaast praktisch alle verwachtingen ten aanzien van de toekomst. Want niet alleen het verleden is bekend. Wanneer u gaat incarneren, dan heeft u, althans geestelijk, een zeker beeld van hetgeen u in het leven te wachten staat. Als mens zeg je dan: Hoe kon ik zo stom zijn geweest om het zo te kiezen. Maar u heeft dat nu eenmaal gedaan en daarbij heeft u ook de grote lotslijnen gezien van de gemeenschap waarin u nu leeft.
Als u nu begint te kijken naar de toekomst, dan combineert u uw kennis uit het verleden met deze misschien wat vaag lijkende maar toch aanwezige geestelijke impressies van de toekomstige ontwikkeling waarin u zichzelf heeft begeven door te incarneren. U komt dan tot allerlei conclusies die over het algemeen juist zijn. De grootste fouten bij waarzeggerij komen namelijk niet voort uit de impulsen zelf die men naar voren brengt, het is de wijze waarop men probeert ze te combineren. Zodra u gaat combineren, gaat u dat verstandelijk doen. U stelt dus a.h.w. een geschiedenis samen waarin wel alle woorden aanwezig zijn, maar de kans heel klein is dat het grote meesterstuk van werkelijkheid er helemaal uitkomt. U kent dat verhaal wel:
Als je duizend apen duizend jaar laat tikken op een tikmachine zonder dat ze kunnen schrijven, dan komt er op een gegeven ogenblik een werk van Shakespeare of Byron helemaal letterlijk uit. Wat wij nu doen, is dus combineren. Alleen, wij zijn geprogrammeerd. De aap weet niets. Maar wij weten. Wij zijn zo geconditioneerd dat wij a.h.w. Shakespeare gaan uittikken. Maar wij doen het niet in de juiste volgorde. Wij schrijven dus b.v. niet de gehele Richard III achtereenvolgens op maar we gooien verschillende uitspraken en dramatische scenes ervan door elkaar. En omdat wij dan niet meer in staat zijn om ook intuïtief die volgorde vast te stellen, gaan we alles wat naar buiten komt, vervlechten in een verhaaltje dat we vertellen.
Zelf geloven we niet helemaal in dat verhaaltje.
Het is opvallend dat de meeste profeten niet geloven in hun voorspellingen, ofschoon degenen die hen volgen, dat wel doen. Van praktisch alle waarzeggerij kan worden gezegd dat een aantal feiten uit het verleden en uit de toekomst redelijk worden herkend maar, en nu het grote maar, dat de conclusies die aan de waargenomen feiten worden verbonden, verkeerd zijn.
Nu hoor ik al iemand denken: als ik nu naar een waarzegger ga, dan weet die toch niets van me af. Of ik ga naar zo’n geheimzinnige dame, die Jupiter aanroept, de kaarten over Uranus werpt en daarna in die diepe trance gaat om dan in het kristal te lezen wat mij te wachten staat: b.v. een zwarte man zal uw pad kruisen.
Hoe kan het nu dat zo iemand op een gegeven ogenblik alles voor u precies juist zegt? U bent geconcentreerd op die persoon. Die persoon is geconcentreerd op: Wat gebeurt er nu? Die persoon gaat bij u de gedachte-inhouden wekken. Het zijn in feite uw onbewuste impulsen en gedachten, die door de ander worden uitgesproken. Zolang het gaat over het verleden, is het vaak verbluffend hoe goed dat lukt. Maar nu de toekomst. De persoon leest wel af wat uw toekomst is, maar gelijktijdig ook wat ú verwacht dat de toekomst zal zijn, en dat is meestal heel iets anders. Wij verwachten altijd alles anders dan het gebeurt. Dus wat doet nu die persoon? Zij gaat proberen dat beeld aan te passen aan uw verwachtingen. Het resultaat is dat zelfs de beste waarzegger op dat moment niet alleen zijn cliënt maar ook zichzelf druk aan het bedriegen is, ook al lijkt het of het uitkomt. En daar hebben we ook weer zo’n punt.
Als je het achteraf bekijkt, zeg je: Maar er is toch gezegd dat ik een auto-ongeluk zou krijgen, dat ik in een ziekenhuis zou komen. Ja, dat is inderdaad gezegd. Maar in welke samenhang werd dat toen gezegd? Als u even nadenkt, dan zegt u: Dat beeld dat die persoon heeft gehad, is kennelijk heel anders dan wat er nu is gebeurd. En dan kom je er achter dat de manier waarop die dingen worden samengebracht, eigenlijk maar toeval is. Het is gewoon een poging van een mens om op uw denkbeelden, uw gevoelens en soms ook uw lichamelijke reacties te reageren, want u reageert als er iets wordt voorspeld.
Bijvoorbeeld: Als je getrouwd bent met een blond wezen en er wordt plotseling een zwarte man of zwarte vrouw over je pad geprojecteerd, dan kijk je toch wel even vreemd. Waarop dan de waarzegger(ster) onmiddellijk zal zeggen: Maar dat wordt natuurlijk geen ernst. Nu is het heel goed mogelijk dat die zwarte man of vrouw iets te maken heeft met b.v. een notariskantoor. Het gaat helemaal niet over emotionele moeilijkheden maar over een beslag op uw meubeltjes b.v. Maar dat wordt er niet uitgehaald omdat het wordt aangepast aan uw interpretatie, aan uw reactie.
Daarom moeten we zeggen:
Elke augurie, onverschillig hoe ze tot stand is gekomen, is maar zeer betrekkelijk betrouwbaar. De conclusies, die worden verbonden aan de genoemde punten of feiten, zijn praktisch altijd onbetrouwbaar.

Wat is de eenvoudigste manier om tot een voorspelling te komen?

  1. Zorg dat u in een rustige omgeving bent.
  2. Gebruik blauw licht of zeer gedempt licht, kortom, licht dat stemmig en sfeervol is.
  3. Neem een voorwerp waarop u uw aandacht kunt concentreren. Dat kan net zo goed het verzilverd kinderschoentje van Pietje zijn als een kristallen bol of desnoods een kaart dat u legt of een schema dat u kent.

Wanneer u bezig bent, concentreer u vooral niet op een mogelijke beantwoording of ontwikkeling. Doet u het voor uzelf, schrijf dan de vraag neer. Leg dat bij de andere voorwerpen op tafel. Dan heeft u altijd het gevoel van de aanwezigheid van die vraag. Ga dan zitten kijken en laat de gedachten maar op u afkomen. En als u op een gegeven ogenblik zegt: Ik zie mieren lopen, dan schrijft u dat op of laat een ander dat opschrijven. U kunt het ook op een bandrecorder opnemen en dan zegt u: Ik zie mieren lopen. Niet vragen: wat betekent dat? Gewoon achtereenvolgens al die onsamenhangende beelden laten opkomen. Als u klaar bent, neemt u uw vraag erbij en schrapt u voorlopig alles wat er geen betrekking op schijnt te hebben. Wat er over is gebleven, beschouwt u als een antwoord. U zult zien dat u met dat antwoord inderdaad een nieuwe reactie, een nieuwe benadering vindt voor het probleem; en daar gaat het toch maar om.
Als u het voor een ander doet, dan is het nog veel eenvoudiger. In plaats van dat u de dingen op tafel legt, neemt u ze in de handen. Als het even kan, gebruikt u nog een inductievoorwerp. Werkt u met kaarten, dan laat u een aantal kaarten door de persoon zelf trekken. U laat hem de kaarten zelf schudden, zodat er een fluïde aan vastzit. U kunt ook zeggen: Geef me maar je vulpen. Leg daar een hand op en doe dan precies hetzelfde. Dus: u tekent weer het schema, u legt het kaartje of u staart gewoon naar een schoteltje water, de kristallen bol enz., wat u maar heeft. Dan gaat u gewoon weer vrij associëren. De beelden die in u opkomen, spreekt u uit. Na afloop, als u het gevoel heeft: nu weet ik het verder niet meer, gaat u de zaak na. Daarom is het het best dat u het vastlegt of dat u iemand heeft die aantekeningen maakt.
Tot uw verbazing zult u ontdekken dat u bijna allemaal kunt waarzeggen; en wat meer is, dat u het opvallend juist kunt doen, ook ten aanzien van personen die u nooit gezien of gekend heeft.
Wilt u de waarzeggerij nog een beetje anders inkleden, ik kan mij dat voorstellen, dan kunt u ook werken met een pendel. Pendelen is een kunst op zichzelf. Hier doen we dat met de hand.
U neemt een schietloodje aan een touwtje. Dat is net zo goed als een gouden ring aan een vrouwenhaar. U houdt het boven een plaat waarop u verschillende voorwerpen en/of verschillende antwoorden legt. Nu maakt u gebruik van het voorwerp om te selecteren. Als u het handig doet, dan begint u met alle mogelijkheden die u heeft overwogen. De mogelijkheden die er zouden zijn, legt u allemaal neer, desnoods met een letter of met een woord erbij. Nu gaat u pendelen. Alles wat een slingerbeweging veroorzaakt, houdt u erin; alles wat een draaiing geeft, gooit u eruit. U kunt het ook omgekeerd doen, dat maakt geen verschil uit, als u maai eerst met uzelf heeft afgesproken wat ‘ja’ en wat ‘neen’ is. U houdt dus een aantal antwoorden over. En nu het leukste van het geval: U gaat die antwoorden in volgorde leggen. Dan gaat u weer pendelen, net zolang totdat u de juiste volgorde heeft gevonden. Lees dan alles op, vergelijk het met de vraag die is gesteld en u zult ontdekken dat, door gewoon te reageren volgens die antwoorden, u ineens een beeld krijgt van wat er kan gaan gebeuren. Dit is voor mensen die een beetje minder zeker zijn van zichzelf, die bang zijn voor poespas en die zoiets wel interessant vinden, misschien wel de beste benadering.
Eén ding wil ik u absoluut ontraden: roep nooit entiteiten op om u de toekomst te voorspellen. Het is natuurlijk erg indrukwekkend, als u roept: Abracadabra, Josephus, Theophilus, Adonais, kom en zeg mij de toekomst! U kunt net zo goed zeggen: Janus, ga de waarheid halen! Want als u deze aanroepingstechniek gebruikt, ik weet dat sommigen dat doen, dan gaat u wel entiteiten oproepen maar welke entiteiten weet u niet. De naam die u gebruikt, kan namelijk zeer veel entiteiten omschrijven. De kwaliteit die u uitstraalt, is bepalend voor de krachten die u aanroept. Als die krachten nu toevallig een beetje duister zijn, en dat is met augurie nogal eens het geval, dan heeft u soms een gast in huis, die u niet zo gemakkelijk kwijtraakt. (Geen bezetenheid, maakt u zich daarover geen zorgen. De meeste mensen die bezeten zijn, zijn bezeten van zichzelf en niet van een demon.) Wat er dan gebeurt, is dat er een entiteit komt die nooit de waarheid zal geven over de toekomst. Hij zal datgene geven waarmee hij meent zijn plannen in de toekomst te kunnen verwezenlijken.
Vraag nooit een entiteit, welke dan ook, ook niet iemand van ons, om u de toekomst te voorspellen. Indien u meent dat u hulp uit de geest nodig heeft, vraag hun u te helpen bij uw werk en streven .Maar vraag nooit aan hen om het zelf te doen. Iemand, die u. helpt is altijd nog gebonden aan hetgeen er in u leeft. En dat betekent bij toekomst voorspellen, zelfs als u de verkeerde entiteit aanroept, dat hij alleen maar kan reageren op hetgeen er in u bestaat. Hij kan u dus niet gaan domineren. Zodra u hem vraagt om zelf de toekomst te voorspellen, geeft u de uiting a.h.w. volledig in handen van de ander en daarmee geeft .u hem een ,zekere beheersing over uzelf of over de aanwezigen. Misschien vindt u dit een beetje bijkomstig, maar er zijn nogal eens gekke dingen uit voortgekomen.
Een ander punt bij voorspelling is dit: Als je niet weet wat je moet doen, dan kun je het lot laten beslissen. Maar als je het lot nu toch wilt laten beslissen, dan kun je beter zelf met b.v. een dobbelsteen gooien of een munt opgooien dan dat je zegt: Ik zal dit doen, als de tram het eerst komt en ik zal dat doen, als de bus het eerst komt. Dit zijn namelijk dingen waarbij u zich te sterk bindt aan zaken waarop u geen persoonlijke invloed heeft en waar. uw eigen persoonsinhoud dus geen rol kan spelen. Maar als u een munt opgooit, dan zult u onbewust toch ook mee beïnvloeden welke zijde boven komt. Of de beeldenaar of de avers bovenkomt, dat helpt u zelf mee bepalen. Daarom is het verstandig om al die dingen zo te doen dat u zelf daarop invloed heeft.
Augurie is zo oud als de weg naar Rome, en ouder. Maar al die auguren (er waren trouwens heel ongure bij) hadden de neiging om voorspellingen te geven die pasten bij hetgeen zij wilden. Het is bekend dat bepaalde priesters, die uit ingewanden e.d. de toekomst lazen, niet zeiden wat ze meenden dat erin zou kunnen zitten, maar zeiden wat ze meenden dat de vorst wilde horen of wat voor hen het voordeligst zou zijn. In de moderne tijd komt men vaak onwillekeurig in een situatie waarbij men denkt: Als ik het nu zo ga formuleren, dan is dat voor mij een beetje voordeliger; of: ik behoef iemand niet te choqueren. Als je dat doet, zul je niet alleen verkeerde of dubbelzinnige voorspellingen geven, maar je zult daarnaast ook voor jezelf een vervreemding krijgen van je eigen mogelijkheden.
Er zijn gevallen bekend geworden van mensen die inderdaad zeer goed de toekomst konden zien, maar die door hun neiging om hun impulsen altijd weer aan te passen aan hetgeen ze meenden dat voor hen voordelig was of wat een ander wenste te horen, op den duur het gevoel kregen dat ze anderen bedrogen. Daardoor waren ze niet in staat om van hun capaciteiten een optimaal gebruik te maken. En daardoor was het, vooral wanneer zij zelf een orakel wilden raadplegen, voor hen onmogelijk om daarmee iets te bereiken.

Droomboeken.

Dromen, zo zegt men, hebben een bepaalde betekenis. En als u een droomboek heeft, meestal van een madame met een zeer erotische naam, dan zoekt u daarin op b.v. doodkist. Dan staat er: doodkist zien uitdragen – u raakt iets kwijt; doodkist zien binnendragen – men komt u iets brengen. Dat kan natuurlijk wel. Soms klopt het. Maar de hemel weet wat u nu toevallig met een doodkist associeert. Misschien dat voor u de rijkdom niet komt met je doodkist die binnenkomt maar met een kistje sinaasappelen, of wat dan ook, dat u meebrengt.
Als u dergelijke antwoorden en oplossingen gaat zoeken in het ware groot Egyptisch Droomboek, dan moet u altijd maar dit beseffen: Wat ik doe, is onzin. Doe het dan toch maar. En terwijl u zegt: “het is onzin”, gaat u zich misschien realiseren wat het beeld dat u zich uit de droom meent te herinneren, voor u zou kunnen betekenen. Want door uw concentratie op het boek maakt u onwillekeurig in het onbewuste allerlei factoren los, die dan in dat antwoord mee naar voren komen. Dus, nu ja, ik vind dat eigenlijk zus en ik vind dat zo, voor mij zou het beter dat kunnen zijn. Dan is dat voor u de juiste betekenis.
Droomboeken moet je nooit gebruiken om een ander te vertellen wat er wel of niet in orde is, want in 9 van de 10 gevallen heb je het mis. En als je het een keer juist hebt, krijg je er later alleen verwijten voor naar je hoofd geslingerd.
Nu nog iets over de wichelmethode zoals die in het Chinese Boek der Veranderingen (I Tjing) wordt aangegeven, waarmee we een aantal spreuken door toeval bij elkaar brengen. Ook hier zeggen we: dat is een antwoord. Maar het antwoord wordt pas bepaald door onze interpretatie. Als wij voor een ander wichelen (munten, stengel of stokjes gooien), dan moeten we wel beseffen dat we dan zeer sterk aan die ander moeten denken en dat we de beste resultaten krijgen als we de beschikking hebben over een voorwerp dat de ander een tijd bij zich heeft gedragen of als de ander zelf aanwezig is. Alleen op die manier kunnen we de associaties verkrijgen die bij die ander horen, niet bij ons. Als je b.v. zelf droomt dat je een roomtaart krijgt, zeg je: Er komt feest. Maar een ander houdt niet van roomtaart, dus die krijgt een onaangename belevenis. En als je hem nu zegt: het wordt feest en hij heeft de ellende gehad, dan komt hij later bij je en zegt: Dat is een mooie wichelmethode die je hebt. Een ellende zonder einde, noem je dat een feest; dat is me een feestje wel. Daar moet u dus voor oppassen. Als u voor een ander werkt of interpreteert, dan heeft u altijd een contactvoorwerp nodig of de aanwezigheid van de persoon zelf. Als een tussenpersoon met vragen komt, dan zult u nooit een geheel juiste prognose kunnen geven om de doodeenvoudige reden dat die ander niet de volledige persoonlijkheidsinhoud bezit van degene voor wie het antwoord eigenlijk bestemd is. Hier heeft u nog een paar dingen over waarzeggen:

Als u de behoefte in u voelt opkomen om de toekomst te ondervragen, dan kunt u inderdaad goede resultaten behalen, als u rekening houdt met het volgende:

  1. De methode die u gebruikt, komt er in feite niet op aan. Welke methode u ook gebruikt, gebruik haar volkomen ernstig.
  2. Nooit de voorgeschreven verklaring als beslissend zien. Het zijn eigen associaties die bepalend zijn voor het juiste antwoord.
  3. Wanneer u voor uzelf werkt met een vraag, moet u die vraag van tevoren vastleggen. U doet dat b.v. door haar op te schrijven, maar er zijn ook andere manieren denkbaar. De vraag zelf mag tijdens het stellen van de prognose geen rol spelen. Wel kan de uitkomst dan worden gesteld als een antwoord op de gestelde vraag.
  4. Probeer nooit teveel tegelijk te overzien. Besef dat uw tijdgevoeligheid bij dergelijke prognoses zeer betrekkelijk is. U kunt zeggen: Dit gebeurt morgen en het gebeurt in feite pas morgen over een jaar. U kunt zeggen:Dit is helemaal niet urgent en het blijkt de volgende,dag te gebeuren. Dergelijke gevoelens hebben te maken met intensiteit en niet met tijd. U kunt wel zeggen: Indien ik iets aanvoel voor de verre toekomst, dan is dit in geen geval belangrijk op dit moment. Dus kunt u er aan toevoe­gen: Voorlopig behoef je je daarover niet druk te maken.Natuurlijk behoeft u zich niet allemaal met wichelarij bezig te houden. Maar het is toch belangrijk dat u beseft dat u daarvoor niet naar een ander behoeft te gaan, maar dat u het zelf ook kunt. De mens die beseft hoeveel hij van de toekomst in zich draagt, zal daardoor minder gebonden zijn aan de tijd en bewuster en intenser leven