Des duivels prentenboek

23 december 1966

Al lijkt het overbodig, toch moet ik u er ook deze maal weer op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Ik gaf mijn betoog dan ook de titel mee: Des duivels prentenboek.

Wanneer u een potje patience of een spelletje kaart speelt, bent u zich er waarschijnlijk niet eens meer van bewust dat het kaartspel bekend staat als duivelsprentenboek. U weet het wel, u heeft het wel eens gehoord, maar u denkt er niet aan en zo ik u zou vragen waarom deze benaming wordt gebruikt, zou al snel blijken dat dit de meesten van u geheel duister is. U vermoedt dan dat het een toespeling is op het gokken met kaarten, want u bent burgers van een zeer calvinistische staat, waar men openlijk althans zeer tegen alles is, wat maar naar gokken riekt. U meent waarschijnlijk dat de naam wordt gebruikt, omdat met dit spel zovele zielen verloren gaan. Maar dat is toch heus niet waar.

De eigenlijke naam, duivelsprentenboek, is te danken aan het feit dat godenfiguren waren afgebeeld op de delen van de voorlopers van het latere kaartspel. Het oorspronkelijke spel stamt uit de vroegste tijden van Egypte. De wijze waarop men speelde met de op tabletten afgebeelde figuren, deed denken aan het tegenwoordige dominospel. Ofschoon er ook toen wel mee gegokt werd, ging het in wezen om een meer religieus spel, waarin bepaalde goden en de onder hen ressorterende krachten in bepaalde samenhangen werden gebracht. Ofschoon zeker ook meer wereldse spelen met dergelijke fiches of kaarten, maar dan niet van papier, werden gespeeld, is het kenmerkend voor de geestelijke achtergronden, dat de reeksen of kleuren van kaarten reeksen van goden weergaven. Zo was er bijvoorbeeld een reeks van zonnegoden, aardgoden, watergoden en een serie, waarin de plaatjes luchtgeesten weergaven. Met andere woorden, deze oorsprong van het kaartspel was in feite een weergave van de godenwereld in relatie met de wereld, waarbij de goden bepalend waren voor alles, wat op de wereld, door hun wil en toedoen, kon gebeuren.

Zoeken wij naar het allereerste gebruik van dergelijke reeksen van plaatjes of hiëroglyfen, dan blijkt dat zij in bepaalde figuren werden gelegd door mensen, die daarmede de toekomst wilden voorspellen. Sommige tempels waren daarom zelfs bekend, als bijvoorbeeld de tempel van Ammon, die in Bubastis lag naast de tempel van Basht. Al snel begreep men echter, dat met een dergelijke reeks van afbeeldingen meer kon worden gedaan dan alleen dit. Indien men beseft dat elke kaart de weergave vormt van een bepaalde invloed op een van de oude elementen en verder nagaat hoe deze invloeden ten aanzien van elkander verschoven kunnen worden, zo wordt duidelijk dat men met deze ‘kaarten’ zich ook een voorstelling van het gehele Al kan maken. In deze voorstelling van het Al, dat buiten de mens ligt, weergegeven door 56 afbeeldingen, die corresponderen met uw 52 kaarten, kon men een nieuw element introduceren door symbolen in te voegen, die de mens in verschillende fasen van zijn bestaan en geestelijke ontwikkeling weergaven. Het gaat hier om de mens, maar meer nog om zijn Ka, die, zoals u in het dodenboek kunt zien, een bepaalde weg aflegt en daarbij bepaalde gevaren heeft te overwinnen. Zij wordt bijvoorbeeld geconfronteerd met goden, demonen, monsters, de zon, de maan, de sterren. Zij moet langs de zuilengangen gaan, de juiste weg vinden en voor zijn rechters staan.

Schetsmatige, of hiëroglyfische, voorstellingen van deze menselijke fasen van zijn en bereiken werden in het spel geïntroduceerd. Het resultaat kan men beschouwen als de vroegste vorm van de zogenaamde tarot. Ik wil niet zeggen dat hierin reeds het systeem van de tarot ligt, zoals u dit in deze tijd kent, dit is van veel latere origine. Toch is er reeds nu sprake van een systeem, dat gebruikt kan worden voor meditatie, maar ook om via een bepaalde gemakkelijke groepering van de kaarten bepaalde theorema’s te onthouden, uit te leggen, te beschouwen en eventueel problemen te leggen, waardoor het gemakkelijker mogelijk werd de oplossingen te zien. Zover het de wijze van gebruiken betreft, kan men welhaast stellen dat het spel tot een soort geestelijk telraam was geworden.

Dit systeem werd natuurlijk niet algemeen geleerd en gebruikt. Het was een geheim van bepaalde priestergroepen. Dit geldt wel in het bijzonder voor de zogenaamde kernkaarten, die toen 17 in getal waren. Later werd het tot het u bekende, groot arcanum, en telde het 22 kaarten. Toch bleef het geen godsdienstig geheim, maar werd het eerder een bezit van filosofen onder de priesters, die het dan ook overdroegen, onder meer naar de Grieken, maar ook aan andere naties, zodat het systeem tot in het zeer Verre Oosten bekend werd. Via deze weg kwam het ook in handen van de eerste christengemeenschappen, waarin immers vaak denkers en filosofen waren opgenomen. In Antiochië bijvoorbeeld gebruikte men de uit Egypte stammende wichel methode, om verschillende voorspellingen te doen.

U begrijpt wel dat men al snel bezwaar tegen deze wijze van optreden had. Men kon als goed christen toch niet werken met de afbeeldingen van heidense goden? Het was in feite een beroep doen op die goden en al dergelijke wezens waren, volgens vroege christenen, in feite duivels. Vandaar dat het kaartspel, toen nog met de hand getekend of op hout en ivoor gegrift, werd verbannen: het was des duivels. Maar ondertussen hadden soldaten het spel gezien en geleerd dat men daarmede zich aangenaam bezig kon houden, terwijl er meer mogelijkheden in te vinden waren dan in de eenvoudige spellen met teerlingen. De kaarten waren kostbaar en werden dus hoofdzakelijk gebruikt door hoger geplaatsten. Maar vooral de soldaten vonden het een gemakkelijk mee te voeren spel, waarin vele variatiemogelijkheden aanwezig waren, terwijl men er ook heerlijk mee kon gokken. Menige sestertie werd gezet op het vallen van een bepaalde combinatie van kaarten. Het spel werd op deze wijze betrekkelijk ver verbreid. In Italië vinden op kaartspel gelijkende spelen ingang rond 400 n.chr. Het is echter niet openlijk toegestaan. Vooral toen de christenen aan de macht kwamen, werden deze verboden zeer streng gehandhaafd, men was er nog strenger op tegen dan de Nederlandse regering op het spelen aan de roulette. Voordien zien wij het spel echter reeds in vereenvoudigde vorm opduiken in Frankrijk, Duitsland, Engeland en overal waar de garnizoenen van Rome gelegerd waren. Het is dus wel aan te nemen dat de soldaten van Rome met de eerste grotere verbreiding van het kaartspel iets te maken hebben.

Maar al wordt het een spel met het verder gaan van de jaren, het is en blijft een spel des duivels, zelfs al verandert men de gebruikte voorstellingen al snel. De oude Egyptische voorstellingen verliezen immers hun betekenis, de spellen worden hoofdzakelijk door leken vervaardigd, daar de schrijvers en tekenaars van die dagen eigenlijk de broeders en priesters in de kloosters waren en anderen weinig mogelijkheden en ook interesse hadden om zich in de waarden van het verleden te verdiepen. Wij zien dan ook al snel spellen ontstaan, die veel gemeen hebben met het spel, zoals men het in Frankrijk later uit zou gaan voeren en zoals men het ook nu nog kent. Wel waren er vier poppen, te weten koning, ridder, koningin en boer, wat wij in de in Frankrijk voor het eerst uitgegeven tarotspelen ook aan zullen treffen. De mensen gebruiken echter de symbolen van hun eigen tijd. Hierbij was zeker in het begin ook de mogelijkheid de voorstellingen snel en eenvoudig uit te voeren en het goed kenbaar zijn daarvan is belangrijk. En een koning ken je gauw: een kroon is genoeg. Een koningin is eenvoudig een vrouw met een kroon. Een ridder draagt zwaard en een muts of helm met een pluim, terwijl de boer met kap, platte hoed of een eenvoudige kap zonder versiering wordt afgebeeld. De symbolen van de reeksen veranderen nogal eens. Soms werkt men met roeden, zwaarden, goudstukken, enzovoort. Soms kiest men zelfs geheel willekeurige symbolen of blijft de samenstelling van het boek haast ongewijzigd.

Wanneer rond 1200 de oude geheimleren uit het Oosten overwaaien en de tarot als beschouwings- en notatiesysteem weer opgang doet, ziet de kerk daarin nog steeds een aanbidding van oude goden. De plaatjes zijn wel veranderd, maar ook de voorstelling van de duivel heeft ondertussen een evolutie doorgemaakt. De herinnering aan de oude wichelboeken schijnt nog geleefd te hebben. Alle kaarten zijn dus nog steeds van de duivel afkomstig. Daar een groot deel van de kaarten, prenten draagt, ontstaat in vele vormen en versies de term ’s duivels prentenboek. Waarmede u tenminste een beetje kunt begrijpen, waar die naam vandaan komt. De naam was er dus vóór de duivelssagen, waarin het kaartspel een vaak zo grote rol speelt. En niet omgekeerd. Veel is dit echter nog niet.

Om een beeld te krijgen van de werkelijke betekenis van het kaartspel, buiten de vermaakwaarde om, moet je je proberen in te denken hoe de wereld er uitzag in het geloof van de oude denkers. In het oude systeem vallen de beelden uiteen in vier series of kleuren. In de wereld van de Ouden beheersen de vier elementen het menselijk bestaan, de wereld zelfs. Men kent nog een vijfde element: de ether. Deze wordt weergegeven door het grote arcanum van de tarot. Door de vier elementen uit te beelden en daaraan het groot arcanum van de tarot, dat staat voor leven, levenskracht, zijns-essentie, de wereldether toe te voegen, heeft men in de kaarten dus een weergave van de gehele kosmos bijeen. Het kaartspel is en blijft een beeld van de kosmos. Een microkosmos misschien, maar een weergave van alle waarden van het leven. Het is misschien een niet voldoende gedefinieerde kosmos, maar zij maken het mogelijk een heelal uit te beelden, terwijl alle natuurlijke evenwichten en alle processen van leven daarmede kunnen worden uitgebeeld en alle denkbare verhoudingen, zij het wat schetsmatig, tot uiting kunnen worden gebracht.

Daarom gaat het nu juist: kaarten zijn meer dan een spel. U heeft zich misschien nog nooit afgevraagd hoe het komt dat men in vele spellen het aas zowel als één en als 11 kan gebruiken. Denk nu even na: er zijn 9 getalkaarten, inclusief de 10. Als 11 volgt het aas dan ook in waarde op de 10, maar het is tevens de hoogste kaart van het boek. Nu spreekt men al in de verre oudheid vaak over 9 sferen, zijnde de wereld, de 7 gekende planeten met hun eigen sfeer, plus de vaste sterren, die de negende sfeer vormen. Nu noemt men in de Griekse systemen, die vaak meer natuurkundig en astrologisch zijn, vaak alleen de 7 veranderlijke sferen, maar reeds in Egypte kennen wij het getal 9 als het getal der sferen. Wij zien daar dan ook vaak het getal 9 voorkomen in de treden van de tempels, vooral wanneer het gaat om het betreden van de besloten  delen van de heiligdommen. Daarbuiten treffen wij vaak 3×3 treden aan, wat tussen haakjes door de katholieke kerk is overgenomen bij haar altaren.

Terwijl de poppen de verhoudingen geven, zal de getalkaart dus de betekenis in een bepaalde sfeer plaatsen. Deze kaarten vertellen als het ware of men de waarde van de poppen moet interpreteren als spelende in de materie, de modale wereld of misschien ergens in de werelden van de ziel. Indien wij het getal 10 echter feitelijk bereikt hebben en dat is de aas en niet, zoals men zou denken de 10, geldt volgens de ook bij de kabbala geldende wijze van rekenen, deze 10 mede als 1. De mens, die dus via het hogepriesterlijk stadium tot de 9 komt, komt tot hogere erkenning, stijgt boven zijn wereld uit, maar begint gelijktijdig een nieuwe cyclus van belevingen. 10 = 1 = rustpunt, waarop men zich voorbereidt tot het herhalen van de bewustwording, maar nu op hoger niveau. Het aas is als zodanig bereiking – 11 – en tevens de beginfase – 1 – van een nieuwe ontwikkeling. Overweegt men dit alles en beseft men, dat de mens zijn gehele leven in de kaarten kan vinden, wanneer hij daaraan een juiste uitleg kan geven, zo zal het u begrijpelijk worden, dat men daarin de toekomst, maar vooral een aanschouwelijke voorstelling van leven en bestaan wil zoeken.

Nu stel ik meteen vast dat de geestelijke waarden niet à priori in de kaarten aanwezig zijn, ook niet wanneer het tarotkaarten betreft. De mens zelf zal deze waarden daarin moeten leggen. Maar de indeling en inhoud van het boek, de figuren, geven verhoudingen en waarden aan, die bruikbaar zijn. Zij kunnen duidelijk maken welke elementen tegenover elkander staan in de eeuwige strijd, die natuur heet. Door het gewone boek of klein arcanum op deze wijze te beschouwen heeft de mens dan ook een voor hem hanteerbare weergave van zijn milieu gevonden. Daarin wenst hij zichzelf te erkennen. Hij vindt de mogelijkheid eigen wezen en de in eigen wezen voorkomende tegenstellingen weer te geven in het groot arcanum met zijn 22 kaarten.

De eerste daarvan is de goochelaar, ook wel jongleur of nar genoemd, is later vaak vervormd tot de joker. Overigens wens ik hier meteen duidelijk te maken, dat ik niet alle kaarten met u zal bespreken. Dat heeft weinig zin, want over dit onderwerp bestaan vele goede boeken. Maar de goochelaar kan dienen als voorbeeld, om de betekenis van de kaarten wat duidelijker uit te doen komen. U ziet op genoemde kaart een soort goochelaar: een man, die staat achter een blad, waarop verschillende voorwerpen zijn uitgestald. Het lijkt of hij een kunstje aan het uithalen is op de een of andere middeleeuwse markt. Elk voorwerp op de tafel is echter een symbool. Indien u nu heel goed kijkt naar de voorstelling op het plaatje en de beste weergave voor ons doel is hierbij wel de afbeelding, zoals die voorkomt op de kleurkaarten die in Frankrijk werden uitgegeven in 1678, zo zult u bemerken, dat de voorwerpen overeenkomen met de in het gewone boek gebruikte vier waarden of kleuren. De mens staat en goochelt met de elementen. Hij is enigszins de beheerser van de elementen. Maar hij moet vlug zijn. Is hij onhandig, dan overweldigen de elementen hem en is hij belachelijk en verwerft hij niets dan ellende, zoals een goochelaar op de markt die zijn trucs laat mislukken.

Dit is als het ware het punt van uitgang om de mens als wezen nader te bezien. Want de mens heeft vele mogelijkheden. Hij kan in contact staan met bijvoorbeeld het duister, de duivel, de tovenaar, een reeks belevingen, die gelijktijdig dreiging en sublimatie inhouden. Hij kan echter ook de hoogste bereiking vinden en tot ingewijde worden. Maar dan is hij tevens de gehangene. Hij kan misschien de berg der wijsheid beklimmen. Maar dan dreigen ook meteen de wolken om hem alle uitzicht onmogelijk te maken. Zo kun je verder gaan. Alle kaarten van het groot arcanum geven iets weer, wat voor de mens in het leven, in zijn streven naar bereiking, van belang kan zijn. Men kan dus de eigenschappen, mogelijkheden en innerlijke waarden van de mens evenzeer uitbeelden als de wereld buiten hem, die in wezen zijn milieu is.

Men kan nu het eigen ik in alle fasen voorstellen in verband met en te midden van het milieu. De mens beziet zichzelf, beziet de waarden die in hem bestaan en ziet hoe hij daarmede handelen, ja, als het ware goochelen moet, om de wereld buiten hem aan te kunnen. Zo is het duivelsprentenboek niet alleen maar een spel of middel tot meditatie, maar een werktuig. Een werktuig voor de mens, die ernstig overweegt wat zijn eigen deugden en tekortkomingen zijn en wil beseffen hoe hij de wereld buiten het eigen Ik als het ware moet overwinnen, hoe een bepaalde invloed op de buitenwereld kan worden uitgeoefend. U begrijpt misschien ook, waarom men voor deze volledige stellen kaarten in een tijd, die sterk aan magie geloofde, wel heel erg bang is geweest. Maar deze angst betrof niet alleen de wonderen, die men mogelijk dankzij de tarot, zou leren doen. Deze kaarten maken een eigen filosofie mogelijk, een filosofie, waarbij men niet in de eerste plaats zich op God centreert, maar op de mens. De mens wordt in dit eigenaardige boek van plaatjes en tekens de agerende, de werkzame factor.

Zeker, God is er. God kan de mens werkzaam bereiken. Maar het is als vanzelfsprekend belangrijker, dat de mens zelf weet te handelen, dat deze mens zelf beseft en een zeker meesterschap tot uitdrukking weet te brengen. In de godsdiensten lag de zaak echter tot voor kort wel zo dat men de mens juist wilde beschouwen als een willoze volgeling van God, iemand voor wie alle eigen besef en vrije wil uit den boze is, tenzij God hem eerst opdraagt deze te verwerven. Men mag alleen willen wat God wil en mag niet trachten voor zich te zijn, wat men voelt te kunnen én mogen zijn.

De kerken zullen natuurlijk de juistheid van deze stelling ontkennen. Zij zullen stellen dat de bereikingsmogelijkheid van de mens en de wil Gods identiek zijn. Maar de wetten van de kerken waren en zijn vaak nog, gericht op het handhaven van een geestelijk en zelfs ook stoffelijk gericht gezag. De meest behoudzuchtige invloed op aarde is altijd weer de invloed van de godsdienst en naarmate de religie orthodoxer en strenger ook is, is haar behoudzucht groter. Zij wijst dan ook alle oorspronkelijk denken en zoeken af, tenzij het past in het kader van haar reeds bestaande leringen en stellingen. Er is in de kerken en voor vele geestelijke leiders van heden geldt dit in wezen nu nog, een verzet tegen alle vernieuwingen en veranderingen, omdat men hiermede voor problemen komt te staan. En God is immers een altijd gelijkblijvende waarde? Daarom meent men ofschoon de gebruikte argumenten andere zijn, wat in het verleden goed genoeg was, is dit ook heden nog wel. Waarom zouden wij veranderingen toelaten en daarmede problemen voor onszelf veroorzaken. Laat ons het gemakkelijk houden. En tegen de gelovigen roepen zij: “Wij weten het beter.” De kerk verzet zich tegen geestelijke zelfstandigheid van de eenling, daar dit haar macht aantast. Zij ziet in elk middel, dat een zelfstandige bewustwording, een eigen beleven en denken buiten het kader van de kerk mogelijk maakt, een grijpen van de duivel naar de zielen van de mensen. Wat de zaak natuurlijk voor de zoekers en gebruikers van de kerkelijk niet goedgekeurde middelen wel moeilijk maakt.

Wij zien dan ook, dat de gebruikers van dit systeem onderduiken en de termen en mogelijkheden van de tarot over gaan zetten in andere symbolen en verbergen onder schijnbaar geheel differente waarden. Wij zien het meditatiesysteem bijvoorbeeld doordringen, nu voorzien van zeer christelijke symbolen, in verschillende loges, waaronder zelfs kerkelijke. Wij zien het gebruik van deze middelen bij de Johannieters, de Maltezer  ridderorde. Zeker, de gebruikte symboliek is schijnbaar een geheel andere. Maar wij treffen een indeling aan, die precies dezelfde is als die van het duivelsprentenboek. Elders vinden wij geheel andere werkwijzen, waarin echter een soortgelijke indeling wordt gehandhaafd, bij de zogenaamde filosofische alchemisten. Wij mogen dus wel stellen, dat vele christelijke, zowel als vele buitenkerkelijke groepen, terugvallen op de grondstellingen en leer van de tarot.

Toch blijkt men ook hier huiverig geworden te zijn voor de mogelijkheden, die in de stukjes karton gelegen zijn. Te begrijpen is dit wel. Een in woorden vastgelegde of mondeling mede gedeelde leer ligt in zekere zin vast. Kaarten kunnen echter steeds weer verschoven worden en zo andere aspecten en daarmede andere erkenningen en stellingen mogelijk maken. Je kunt de kaarten hergroeperen. In het boek kaarten is geen vaste lijn, maar een voortdurende flux van waarden. Niets is geheel stabiel, niets staat geheel vast. Daarom is men in vele groepen, die hun kracht en gezag mede aan hun organisatievorm menen te ontlenen, bang. Toch is uw eigen wereld een wereld, waarin ook geen enkele waarde werkelijk vast is, zelfs al meent u misschien dat het uw tijd wel uit zal duren. U rekent er bijvoorbeeld op, dat u op een bepaalde leeftijd in het genot van de AOW zult komen. Maar wees nu eens eerlijk: meent u daarop ook nog te kunnen rekenen, als er bijvoorbeeld vandaag of morgen een wereldoorlog of zelfs maar een revolutie komt? U meent misschien dat uw rechten in de wet zijn vastgelegd. Maar als er vandaag of morgen een ommekeer komt in de opvattingen van het gezag, bent u daarvan toch helemaal niet zeker. U meent misschien, dat een zekere vorm van vrede voorlopig wel op aarde zal blijven heersen. Maar morgen kan het anders zijn. U meent misschien dat Nederlandse dokters nooit zullen staken, maar ook dat kan op korte termijn veranderen. En zo kun je doorgaan. Alles kan veranderen, zelfs al gelden door mensen gemaakte regels, die het tegendeel schijnen te garanderen. U meent bijvoorbeeld dat de treinen wel redelijk op tijd zullen blijven rijden. Maar rond oudejaar zoudt u zich daarin best eens erg kunnen vergissen – en zelfs op tweede kerstdag.

Er zijn vele dingen, waarop je als mens, zelfs wanneer je beter weet, rekent als vaste waarden. Maar dit is niet waarlijk mogelijk. Vergelijk de verwachtingen in het leven maar liever met die, welke de meteorologie brengt. Men kan zeggen dat het morgen zachter weer zal zijn met enige regen. Waarschijnlijk is dit inderdaad zo, maar geheel zeker is het niet. Geheel het leven is op dezelfde wijze vol van onzekerheden, waarbij zelfs de grootste waarschijnlijkheid nimmer als geheel zeker en onveranderlijk juist gehanteerd mag worden. Hoe vaak denk je vandaag niet, dat je een band met een medemens hebt gevonden, die onverbrekelijk is en sta je morgen toch weer alleen? Vandaag meen je, dat je de grootste op aarde denkbare geestelijke bereiking hebt gevonden en morgen moet je beseffen dat dit dwaasheid was, omdat je eerst aan het begin, maar niet aan het einde van je mogelijkheden was gekomen. Zo is het leven, zo werkt zelfs de natuur. Er is niets werkelijk geheel zeker, vast, gefixeerd. Er zijn wel vaste grondwaarden, maar dezen worden voortdurend ten aanzien van elkander verschoven, zodat hun werking steeds weer een andere is.

Het zogenaamde duivelsprentenboek zou dan ook volgens mij eigenlijk eerder Gods prentenboek moeten heten, daar het ons de mogelijkheid geeft werkzaam, inspiratief, zowel als bewust de veranderingen, die in de wereld mogelijk zijn, te overzien en te begrijpen. Misschien meent u nu dat ik waarschijnlijk toch wel tegen  het kaartleggen, zal zijn. Neen. Ik ben er niet tegen, al weet ik ook dat het in de meeste gevallen een dom spelletje is. Maar waarom zou men niet, mediterende over wat er in de wereld gebeurt en kan veranderen, aan kunnen voelen, wat voor het Ik de meest waarschijnlijke ontwikkeling of verandering is? Waarom mag de meteoroloog wel via zijn weerkaart vol isothermen en isobaren wetenschappelijk gissen naar het weer van morgen, maar is het niet aanvaardbaar dat iemand die mediteert over de feiten van heden en de mogelijkheden van morgen kan constateren dat waarschijnlijk morgen dit of dat zal gaan gebeuren? Niet alleen dat ik daarop iets tegen heb. Ik zou het zelfs dwaas vinden, wanneer men voor zich deze mogelijkheid om het leven beter te begrijpen en te overzien zou verwerpen. Want de mogelijkheid is er. Let wel: zekerheid kun je langs deze weg niet waarlijk vinden. Daarom lijkt het mij goed ook anderen er steeds op te wijzen dat dergelijke voorspellingen geen zekerheid inhouden.

Er was eens een man van een weerkundig instituut, die stellig voor de volgende dag mooi weer had voorspeld. Volgens de weerkaarten had hij daartoe ook alle recht. Maar toen het de volgende dag ging regenen, was hij de enige die een paraplu bij zich had. Dat werd hem toen erg kwalijk genomen. Want deze man vertrouwde kennelijk zijn eigen voorspellingen niet zo zeer als de anderen. En zodra men in het occultisme een dergelijke situatie krijgt, zal men nog veel bozer op u zijn en beweren dat u anderen opzettelijk hebt misleid. Kijk dus uit met al te definitieve verklaringen. Want bij een voorspelling geldt altijd: het kan regenen of droog zijn, het kan vriezen of dooien, het kan regenen, maar ook misschien sneeuwen. Het gaat niet om een absolute zekerleid, maar om een waarschijnlijkheid. Zorg ervoor, dat ook anderen dit beseffen.

Je kunt je, dankzij de tarot, echter vaak beter oriënteren in de eeuwige stortvloed van feiten. Om daarbij een beeld te krijgen van toekomstige waarschijnlijkheden, zal men er goed aan doen eigen innerlijk via de meditatietechniek, te activeren. Men brengt zo zichzelf in harmonie met de wereld, met het leven. Men is harmonisch met de krachten, die het leven bezielen, zelfs indien men deze krachten zelf nog niet kent. Degene die mediteert over zijn tarotkaarten zal niet alleen iets van de toekomst kunnen aanvoelen, maar hij zal ook eerder tot een voor hem aanvaardbaar begrip van God komen en van de goddelijke werkelijkheid eerder iets leren zien dan anderen, die steeds maar alleen in de bijbel lezen. Niet dat in die bijbel God niet geopenbaard kan zijn. Maar het Ik is niet betrokken in de werkelijkheid. Men wandelt als het ware in een soort dromenland, dat op de wereld van heden slechts met grote moeite toepasselijk kan worden gemaakt. De werkelijkheid van God en leven ligt dan te ver van de bereikte instelling af. Daarbij komt dat de bijbel in zijn betekenis voor jou reeds door zovele anderen is gefixeerd, dat er geen element van eigen werkzaamheid meer aanwezig hoeft te zijn, terwijl je in de kaarten steeds weer zelf een betekenis moet gaan zoeken en leggen. Juist door deze projectie van waarden, die uit het eigen innerlijk voortkomen ontstaat de harmonie, de resonans met het eeuwige.

Nu begrijpt u misschien waarom vooral de dogmatici zo bang zijn voor het duivelsprentenboek. Tegen een spelletje met kaarten heeft men geen bezwaar meer, omdat dit toch niet tegen te houden blijkt. Maar een mediteren over de kaarten is iets anders. In de ogen van velen is het dan ook dwaas te zeggen, dat iemand die een spelletje met kaarten speelt, daarbij ook vaak zichzelf de toekomst voorspelt. En toch, wanneer u een potje zit te zwartepieten of de klaverjassen, te jokeren of als een deftig Haags mens aan bridge en canasta doet, speelt men ook wel degelijk met de elementen. Men realiseert zich wel niet dat de toevalsfactor meer betekent dan een goede of slechte kaart, maar toch zijn de invloeden van buitenaf hier wel degelijk werkzaam. De verdeling van kaarten, die door het geven ontstaat, is echter in vele gevallen significant. Let maar eens op: iemand haalt in een bepaald spel alle klaverslagen binnen. Dit lijkt alleen maar te betekenen dat hij goed heeft gespeeld. Maar nu blijkt dat hij morgen opeens en onverwacht een onaangename brief ontvangt. Er is geen kenbare samenhang, maar toch zou men die kunnen veronderstellen. Hangt klaveren niet samen met tranen, met ergernissen en ellende? Een ander blijkt weinig kans te hebben in zijn spel, maar heeft wel enkele ruitentroeven, waardoor het hem mogelijk blijkt, zijn verlies te beperken. Nu lijkt het vreemd om te zeggen dat dit een betekenis heeft voor het werkelijke leven. Toch kun je er haast altijd van op aan, zeker wanneer zo iemand zijn kaarten goed heeft gespeeld, dat hij in andere en voor hem onaangename omstandigheden dan normaal verkerende, onverwachte financiële hulp zal krijgen.

Het toeval, dat uw leven en de natuur regeert, komt ook en vaak sneller tot uiting in het vallen van de kaarten. Zonder nu meteen te beweren dat de kaarten altijd precies zo zullen vallen als zij moeten vallen, kunnen wij toch aannemen, dat er in het vallen van kaarten vaak een door het toeval bepaalde voorkeur blijkt te bestaan. Dit kan een indicatie vormen van alles, wat er via het zogenaamde toeval in uw leven, in de wereld rond u, gaat gebeuren. Wie dit gaat inzien, zal het gevoel krijgen dat het duivelsprentenboek of godsprentenboek, zoals ik het liever zou noemen, een soort eigen leven heeft. Het wordt beheerst door wetten, die wij toeval noemen. Ook het eigen leven van de mens wordt beheerst door wetten, die men toeval mag noemen. De mens geeft dit natuurlijk niet graag toe. Als hij resultaten boekt, is het meestal alleen zijn eigen verdienste. Wanneer het misloopt, is het altijd de schuld van anderen of heeft men pech gehad. In feite worden zowel de mogelijkheden tot het behalen van resultaten als de onmogelijkheid van slagen beheerst door een reeks factoren, die buiten de beheersing van de mens liggen. Het zijn juist de niet beheersbare factoren, die over de mogelijkheden en inhoud van het menselijke leven de meeste zeggingschap zullen hebben. Wat je van het leven maakt, is je eigen zaak, dat is eigen werk, dat is je eigen verantwoordelijkheid. Maar hoe dit leven zich precies zal manifesteren voor jou, wat je mogelijkheden zullen zijn, ligt buiten eigen beheersing. Dit wordt door het leven bepaald.

Dit leren de kaarten ons ook. Zij leren ons dat er een wet van evenwicht is, die voor ons zich openbaart als toeval. Zij maken ons duidelijk dat oorzaak en gevolg werken, maar dat hierbij altijd basiswaarden aanwezig zijn, die niet redelijk kunnen worden verwacht of overzien. Of je een robber bridge wel of niet maakt, ligt aan de kaarten maar staat wel degelijk ook in verband met je wijze van spelen en bieden, het goede spel van de partner, terwijl ook de vraag of de tegenpartij niet al te handig is, een rol zal spelen. Maar laat ons eerlijk blijven. Al ben je de beste bridgespeler in de wereld, wanneer je de kaarten niet krijgt, kun je weinig doen. In het leven geldt eigenlijk precies hetzelfde: het toeval geeft je steeds weer de kaarten in handen. Zelf moet je daarmee dan iets doen. De mens krijgt mogelijkheden en omstandigheden. Daarmede moet hij dan zelf en volgens eigen inzicht en bekwaamheid, werken. Maar het toeval gehoorzaamt aan eeuwige wetten. Goddelijke wetten.

Overigens, tegen de goddelijke wetten kun je niet waarlijk zondigen. God heeft daarom juist aan enkele wetten genoeg; je kunt die toch niet overtreden. De mens zoekt het in de meer specifieke wetgeving. Hij heeft dan ook in de loop der tijden miljoenen wetten gemaakt, die een ontelbaar aantal miljoenen malen worden overtreden. Dat komt omdat het mensenwetten zijn, die in feite alleen maar onder een bepaalde reeks van omstandigheden kunnen gelden en functioneren. Binnen de goddelijke wetten en hun grenzen, binnen de mogelijkheden, die daarin voor ons steeds weer tot uiting komen, spelen wij als het ware een spel met het leven. Juist dit heeft men reeds in het verre verleden kennelijk beseft en tot uitdrukking willen brengen met de eenvoudige tabletten, die toen gebruikt werden. Meestal ging het hier om zongedroogde kleitabletten, die vaak gestempeld werden met rolletjes van figuren voorzien, zoals men ook rolletjes had om handtekeningen te zetten. Maar reeds toen probeerden bewusten te laten zien dat de mens de krachten der goden rond zich had en kon spelen met de krachten der goden, omdat het zeker was dat de feitelijke toestanden en mogelijkheden, die voor hem bestonden, zich steeds weer zouden wijzigen.

Zo begon de mens eens. Op het ogenblik gelooft men niet meer in de innerlijke mens en de inspiratie als middel om de mogelijkheden te ontleden. Men probeert het liever met een computer. Maar alles wat de computer je geeft, kan je niet zover door laten dringen in de menselijke ziel en de geestelijke waarden en mogelijkheden als een eenvoudig spel kaarten. Dit wilde ik vanavond alleen maar eens naar voren brengen.

  • Ik meen opgevangen te hebben, dat klaveren, ruiten enzovoort, verschillende elementen vertegenwoordigen. Kunt u dit preciseren?

Over het algemeen stelt men dat de indeling als volgt is: Harten vuur. Schoppen  lucht. Klaveren water. Ruiten aarde. Er bestaan echter afwijkende interpretaties. Dit is echter niet zo belangrijk, daar elke reeks in feite gelijk is en men dus deze tekens onderling rustig in betekenis kan verwisselen, zolang de totale indeling maar gehandhaafd blijft. Overigens, vroeger sprak men van lansen, zwaarden, schotels en kronen. Dat stamt waarschijnlijk uit de graallegende, terwijl men nog eerder symbolen gebruikte, die ontleend waren aan de heerschappij der goden op aarde. Voor het vuur farao was het kind van de zon, gebruikte men wel als teken de goddelijke Ureus. Water werd weergegeven door de vlegel of gesel, die de farao in zijn linkerhand draagt. De herdersstaf of scepter, die door de vorst in de rechterhand werd gedragen, stond voor lucht. De aarde werd weergegeven door een rechte staf of korte spies. Dat men de gesel of vlegel voor de wateren gebruikte, is begrijpelijk: water bepaalde immers het al dan niet goed en gelukkig leven van de mensen. De straf der goden was, volgens de priesters, vooral het niet tijdig doen rijzen van de Nijl. De gebruikte figuren zijn dus in verschillende tijden ontleend aan de door de gebruikers erkende mythos, zij het die van de farao als vertegenwoordiger van de goden op aarde of de graal als symbool van de verlossing.

De farao-versie origineert bij de priesters van Beneden-Egypte. Maar origineel zijn zij niet: hun spel is in feite alleen een verdere uitwerking van een systeem, dat werd gebruikt door de oude Isis-sekte die reeds voor de vestiging van de twee rijken schijnt bestaan te hebben. Deze sekte had haar voornaamste zetel in het zogenaamde Bovenrijk en werkte oorspronkelijk, zowel voor inwijdingen als voorspellingen, met een systeem dat was ingebouwd uit 4×7 tabletten. De bron lijkt mij dezelfde te zijn als die, waaruit het gebruik van zogenaamde wichelstaven ontstaat. Deze werden onder meer veel gebruikt in het gebied van Ur en Uruk, waar men eveneens de maan als belangrijkste godin vereerde. Wij treffen dergelijke wichelstaven nog heden aan tot ver in het noorden toe, zelfs in China. Deze staven zijn met 4 hoofdsymbolen gekenmerkt en dragen verder elk een teken, dat hun waarde bepaalt. Het is redelijk aan te nemen dat hier een overeenkomst met de ontwikkeling van het kaartspel bestaat, daar wij ook in dit geval geconfronteerd worden met reeksen te weten afwisselend vier 6-tallen, vier 9-tallen en vier 13-tallen. In China kent men zelfs een systeem van totaal 76 staven, die door hun indeling en betekenis doen denken aan het systeem van de nu bekende tarot.

  • De kansen, die wij krijgen, kunnen wij niet beïnvloeden; wat wij er mee doen, is echter onze eigen verantwoordelijkheid. In verband hiermede wilde ik vragen, of de ervaringen, die wij in het leven krijgen, vastliggen, zodat onze vrije wil alleen gelegen is, in hetgeen wij er mee doen?

Neen. De mogelijkheden liggen vast. De ervaringen ontstaan, doordat wij de mogelijkheden op een bepaalde wijze gebruiken. Men kiest uit de vastgelegde reeks van mogelijkheden zelf er één en sluit daardoor de andere mogelijkheden tijdelijk of blijvend uit. Indien u kunt kiezen uit 20 gerechten, zo kunt u wel zeggen, dat u niet bepalen kunt, welke gerechten er op tafel staan. Maar de ervaring, die u opdoet, resulteert uit uw keuze, waardoor u dus bepalen zult, of u nu kaviaar of havermout geproefd hebt. De ervaring bepaal je dus zelf. De mogelijkheid bepaalde ervaringen al of niet op te doen, wordt echter bepaald door invloeden buiten uw beheersing en verantwoordelijkheid.

  • Maar je kunt in de toekomst zien. Dan ligt wat je ziet dus vast?

Neen. Het zien in de toekomst is altijd weer het zien van een waarschijnlijkheid. De waarneming is dus altijd weer gebaseerd op reeds bestaande tendensen, terwijl de definitie van het toekomstig gebeuren verder wordt beïnvloed door het aanvoelen van beslissingen, die in feite reeds genomen zijn, maar nog niet bekend werden of zelfs door hen, die beslisten, nog niet als zodanig werden erkend. Een geheel feilloos voorzien van de toekomst was dus niet mogelijk. Met redelijke zekerheid vooruitzien over langere termijn is alleen mogelijk, wanneer het een grotere gemeenschap betreft. Hoe groter de gemeenschap waarover men de voorspelling doet, hoe meer de verschillende persoonlijke keuzemogelijkheden en daaruit waargemaakte feiten elkander tegenspreken en zo door de individuele keuze en beleving elkander als invloed op het geheel op zullen heffen. Een aardig voorbeeld van dergelijke voorspellingen op langere termijn met betrekking op gehele volkeren zien wij bij Nostradamus. Deze werkt met een poëtische wijze van voorspellen, waarbij variërende sleutels gebruikt kunnen worden. Hij stelt nooit een gebeuren als betreffende een bepaalde persoon, maar zal altijd weer grijpen naar het symbool voor een bepaalde macht enzovoort. Hij schakelt hierdoor vele onbetrouwbare invloeden uit: een bepaald symbool geeft iets weer, dat van een bepaald volk wel altijd deel uit zal maken, terwijl een bepaalde persoon vrijer is in zijn reacties en beslissingen en dus van het toneel zou kunnen verdwijnen. Men zegt dan ook wel: de reactie van de eenling is niet goed te voorspellen, maar de bestemming van een volk of groot deel der mensheid is, gezien de menselijke eigenschappen, wel degelijk predicabel.

  • Voorspelden daarom de profeten van Israël steeds het lot van het gehele volk?

Die hadden voor hun voorspellingen nog wel andere redenen. De profeten van het oude Israël waren door de wijze, waarop zij aanvaard werden door het volk, zoiets als onze Eerste en Tweede Kamer in één persoon verenigd. Hun voorspellingen hadden meestal ten doel het volk als geheel te beïnvloeden of te prikkelen, terwijl zij vaak ook, in de vorm van een profetie in feite beslissingen namen voor het gehele volk. U mag dergelijke profeten dan ook niet alleen zien als voorspellers, maar tevens als agitatoren, sociale factoren die door hun wijze van optreden, nu via voorspellingen, een bepaald verloop van gebeurtenissen in het volk probeerden af te dwingen of te voorkomen. Hun voorlichting was allesbehalve eerlijk en alleen door God ingegeven. Vergeet verder niet dat vele profeten van Israël dingen hebben voorspeld, die niet uit kwamen. Men heeft dergelijke voorspellingen over het algemeen niet opgetekend, heeft ze vergeten, behalve dan het geval van Jonas, die de ondergang van Nineve had voorspeld en onder een verdorrende boom zich zat te ergeren, omdat zijn voorspelling niet uitkwam, al was die dan ook voorwaardelijk gesteld. Vele profeten van heden zitten op een soortgelijke wijze te hopen dat het door hen voorspelde ongeval nu eindelijk eens zal gaan gebeuren, omdat zij menen in hun hemd te staan, wanneer het niet gebeurt. Het zou voor zeer vele mensen aangenamer zijn, maar zij zouden zelf voor gek staan.

HET BEGRIP SLEUTEL

U hebt u beziggehouden met kansspelen enzovoort. Ik zou op meer esoterisch gebied willen spreken over iets, wat eigenlijk ook veel van een kansspel weg heeft. U kent allen het begrip sleutel? Een sleutel is een begrip, een woord, waardoor in je leven en vooral in je innerlijke bestaan bepaalde dingen veel gemakkelijker te beleven en zelfs te bereiken zijn. Alleen weet je nooit precies, wat de sleutel is. Ik kan u hier natuurlijk een grote reeks sleutelbegrippen gaan geven, maar is er ergens bij u een slot, waarop die sleutel past? Dat is de grote vraag. Want u hebt een eigen innerlijk en in dit innerlijk bestaan voor u persoonlijk eigen evenwichten. U kent bepaalde spanningen, die bij anderen niet bestaan. U hebt bepaalde gaven en mogelijkheden, een zekere kennis, een zekere gevoelsmatige achtergrond, zoals die bjj anderen niet aanwezig hoeft te zijn. Al deze dingen tezamen vormen nu eigenlijk een slot van het eigen wezen. Indien er een wijsheid komt, die niet harmonisch past in dit geheel van uw wezen, zo kunt u daarop eenvoudig niet juist reageren. De sleutel kan er dan wel zijn, maar zij zegt u niets.

Vele mensen gaan dan ook in de esoterie allereerst zichzelf ontleden. Zelfkennis is in de esoterie dan ook wel zeer belangrijk en niet zozeer, omdat je daardoor eigenlijk beter wordt. Werkelijke zelfkennis is overigens voor de meeste mensen allereerst een ontnuchtering…… Zij is dus niet op zich zo belangrijk, maar ontleent haar waarde aan het feit, dat je, door te weten wat je bent, ook zult weten in welke richting je zult moeten zoeken naar de sleutels, die voor jou de geheimen van eigen wezen en zelfs van de natuur ontsluiten. Je hebt die zelfkennis nodig om de sleutels te vinden, die je in staat zullen stellen verder te komen en een nieuwe, grotere wereld binnen te gaan. Er zijn natuurlijk ook mensen, die het anders bezien. Zij nemen een zo groot mogelijke bos sleutels, om niet te zeggen lopers en proberen dan de ene sleutel na de andere, tot zij er eindelijk een vinden, die voor hun wezen past.

Langs beide wegen is het mogelijk, veel te bereiken. Maar hoe kun je nu eigenlijk met een sleutelbegrip esoterisch iets doen?

Je kunt werken met het gevoel. Dit zijn meestal de eenvoudigste sleutelwaarden, die ook het diepst in eigen wezen verankerd blijken te zijn. Wanneer ik een beroep doe op uw begrip voor de genegenheid van een ander, zoals één onzer sprekers, u bekend als het pastoortje, zo lekker kan doen, is dit een emotionele sleutel. Hij roept bepaalde gevoelselementen in u op en is hierdoor met u harmonisch. De sleutel past bovendien voor de meesten onder u, omdat haast alle mensen er behoefte aan hebben de genegenheid van anderen te ervaren. Het geven van die genegenheid en het zo scheppen van een gevoel van verbondenheid maakt op zich reeds, dat u zijn woorden en hetgeen hij uitstraalt, in uzelf zult ontvangen. Zo verrijkt u uzelf dus. Maar de woorden die gesproken worden, hebben met het resultaat maar weinig te maken. Zij zijn van weinig belang. Er wordt een emotie gewekt, waardoor een begrip van verbonden zijn met de wereld en een gevoel van zin hebben in de wereld bereikbaar is geworden.

Dat is dus de emotionele methode tot geven van sleutels. Aan de andere kant is er de manier om redelijke sleutels te geven. Er zijn bij ons verschillende sprekers, die daarin zeer sterk zijn. Daarbij moet echter alles worden beredeneerd en heeft dus het verstandelijke peil en begripsvermogen van de toehoorder een veel grotere invloed. Ik kan ook daarvan wel een voorbeeld geven, maar zal dit in woorden uit moeten drukken. Eerlijk gezegd weet ik niet of er onder u iemand is, voor wie de hier volgende sleutel past: “het totaal harmonische van de kosmos buiten de tijd is gelijk aan het tijdservaren in mijzelf plus mijn begrip van de kosmos, uit gedrukt in het begrip God.” Dit is een werkelijke en waardevolle sleutel. Maar om zin te hebben, zal er ook iemand moeten zijn, die werkelijk begrijpt wat dit betekent, iemand die dit voor zich om kan zetten in een innerlijke waarde. Ga je na voor deze sleutel, hoe groot de kans is, dat iemand dit inderdaad doet, zo blijkt dat er misschien één mens op de 1000 is, die hiertoe in staat is.

In de esoterie komen echter beide soorten van sleutels gemengd voor, zodat de mens in doorsnee werkt met twee sleutelbegrippen: 1. de emotionele sleutels en 2. de erkenningssleutels. De eerste reeks is overigens de op aarde het meest voorkomende en voor de mensen van heden nog steeds de gemakkelijkste. Een erkenningssleutel brengt voor de mens een bewust besef tot stand van eigen relatie met de wereld, eventueel met God, het Licht of alle dingen en stelt hem zo in staat om voor zich en vanuit zich waar nodig een dergelijk contact te scheppen, dit met alle daaraan verbonden voordelen. Het grote voordeel is, dat men bij deze sleutels zelf meester is over de ogenblikken, waarop die sleutel gebruikt zal worden en de tijden, waarop men dit minder dienstig acht. Men kan als het ware de deur opendoen, maar haar zo nodig ook weer voor enige tijd sluiten.  Dit betekent dat je te allen tijde in staat bent deel te hebben aan een hogere wereld, zonder dat men ook genoodzaakt is eigen wereld en bestaan binnen de wereld daarvoor geheel te verloochenen en eigen mogelijkheden in de stof te ontvluchten, eigen verplichtingen in de stof eenvoudig in de steek te laten.

Bij een emotionele sleutel liggen de zaken anders. Hier spreekt het bewustzijn niet of bijna niet mee. Vergelijk: de erkenningssleutel is zelf de deur opendoen, terwijl de emotionele sleutel in verhouding een elektrische deuropener is, die reageert op een bepaald signaal. Indien bij het beleven ven een emotionele sleutel eenmaal een innerlijke aanvaarding daarvan is opgetreden en in uw omgeving ontstaat, ongeacht hoe, een soortgelijke emotie, dan gaat de deur open, sta je open voor de grotere wereld of je daartoe nu bereid en in staat bent op dit ogenblik sprekende vanuit een menselijk standpunt dan wel niet. De toestand is er of zij is er niet. Eigen wil heeft daarin weinig te zeggen.

Ik kan mij voorstellen, dat vele mensen nu gaan zeggen: “Ja, maar je moet toch altijd de grotere wereld kunnen betreden?” Maar dat had u gedacht: je eigen wereld, je innerlijk wereldje ook, bestaan als deel van je menszijn, maken voor jou het belangrijkste deel van de totaliteit uit. Op bepaalde momenten kan het voor een mens goed zijn zichzelf eens te vergeten. Maar die zelfvergetelheid moet niet te ver gaan, anders weet men niet eens meer, dat men als mens bestaat. En wat wil je dan nog voor je bewustwording doen? Ofschoon de emotionele sleutel de eenvoudigste en meest bruikbare is, bergt zij dan ook bepaalde moeilijkheden.

Ook de redelijkheid bergt echter bepaalde bezwaren. Zo zijn er sleutels, die zo eenvoudig en zo alomvattend zijn, dat juist de redelijke mensen aan de werkelijke betekenis en waarde daarvan voorbijgaan, ofschoon zij zeker in staat zouden zijn die sleutels te begrijpen en er gebruik van te maken. Neem als voorbeeld nu eens de bekende en haast doodgepraatte slogan: heb uw naaste lief gelijk uzelf. Dat is één van de grootste kosmische sleutels. Maar denkt u dat de mensen dit nog kunnen beseffen? Neen. In een tijd, dat de verhouding tussen mensen er één van spanningen, erkenningen, strijdvaardigheid was, kon een dergelijke sleutel een grote schok, een besef van geheel nieuwe mogelijkheden in de wereld en de geest betekenen.

“Heb uw naaste lief gelijk uzelf”. Slaaf, heb ook uw slavendrijver lief, slavendrijver, bemin ook de slaaf. Ambtenaar, louche koopman, allen moet ik liefhebben en niet alleen degenen, die goed voor mij zijn. Het besef, dat je allen lief moest hebben, was voor de mensen van ons een grote schok, omdat zij hen deed beseffen: ik behoor bij de gehele wereld en niet alleen bij een klein deel ervan. Dat brak ergens innerlijk iets open. Nu echter zijn de mensen gewend onverschillig naast elkander te leven en, zo zij al denken, goed te denken over hun medemensen, althans uiterlijk. Vandaar, dat het begrip van verbondenheid teloor is gegaan in een: Nu ja, wij moeten natuurlijk goed zijn voor onze naasten. Maar wij zullen toch eerst voor onszelf moeten zorgen. Het “heb uw naaste lief” wordt nu meestal vertaald als: het hemd is nader dan de rok. Waarbij het hemd vaak nog stinkend vuil is ook. U zult hieruit wel begrijpen, dat deze sleutel in deze vorm in de huidige tijd eigenlijk niet meer past. In het heden passen eerder sleutels, die zeggen: “mens, leer vrij te zijn, in vrijheid anderen erkennen, is het leven”. Voor de meeste mensen van vandaag betekent dit een omwenteling, een veranderen van alle aanvaarde waarden van hun bestaan. Juist hierdoor worden zij wakker geschud en kunnen zij uit de beslotenheid van sleur en belangen treden om te trachten de grotere wereld buiten zich in waarheid te zien en te beleven. En in deze grotere wereld is niet alleen de mensheid, maar ook God, de geest. Op deze wijze wordt de gegeven zin voor deze dagen tot een belangrijke sleutel. Want hij past voor vele sloten.

Zelfs indien de betekenis van een dergelijke sleutel beseft wordt, zo blijft ons nog de vraag, wie van haar gebruik durft maken. Want de mensen beginnen altijd weer allereerst bezwaren te opperen. Het is vreemd maar waar, wanneer je een mens een sleutel geeft, zelfs een belangrijke sleutel, komt hij onmiddellijk in verweer. Wij hebben een dergelijke reactie in onze groep gezien toen één van onze sprekers opmerkte, dat Jezus een provo was. De mensen begrepen dit deels geheel verkeerd, men wilde niet treden in een voorstelling van de Jezus van eens als een mens, die de waarden van zijn eigen maatschappij op een bijna agressieve wijze op de kop zette, iemand die eenvoudig alle respectabiliteit en traditie tegen de grond sloeg. Men wilde Jezus zien als de beschermer en behouder van eigen uitverkiezing.

Niet alleen werd deze behoefte zich te baseren op de gewoonte en de daaraan verleende zelfontheffing oorzaak voor een niet kunnen ontvangen van het sleutelbegrip dat in deze uitspraak tot uiting kwam, het ging zelfs verder. Men verwierp het geheel, zelfs vaak als duivels. Want men wist geen raad met een Jezus, die zich, vaak op voor de goede burgers stuitende wijze zelfs, tegen alle gangbare praktijken van zelfverheerlijking verzette. Want die Jezus deed vele dingen, die niemand van de goede burgers goed konden keuren. Hij speelde wat met de in hun ogen, heilige en alles overheersende wetten. Hij trok zich niets aan van de geldende wetten van het openbare fatsoen, zoals het toen bestond. Hij ging zijn eigen weg en had bovendien de moed nog wonderen te doen, openlijk zijn stellingen te verkondigen en zelfs, o anathema, te zeggen, dat je God net zo goed in de tempel als elders zou kunnen aanbidden. Doch was dit in Jezus tijd haast onvoorstelbaar, iets verschrikkelijks. Eerst wanneer je die Jezus, deze opstandeling, begrijpt, begrijp je ook iets van de werkelijke zin van het christendom. Dan begrijp je, dat christenzijn en wat dat betreft ook esoterisch streven, niet zozeer een proces is van consolidatie, maar wel van vernieuwing, uitbreiding, verandering. Als je, zoals één van onze broeders bij zijn leven, een kistje met garen en band meesleept om het te verkopen, zo is het toch ook niet de bedoeling, dat je op dezelfde manier steeds beter band en garen blijft verkopen. Het gaat er juist om de zaken steeds meer uit te breiden, tot je op de duur een geheel warenhuis hebt, waarin geheel andere normen van handel gelden dan je eens hanteerde. Maar dat begrijpen de meeste mensen toch niet. Daarom kunnen zij met een dergelijk sleutelbegrip ook heel weinig doen. Het past voor hen eenvoudigweg niet. Wij zien steeds weer dat, wanneer in een zaal als deze zo’n sleutel wordt gegeven, deze slechts 2 of 3 mensen werkelijk zal aanspreken. De rest reageert niet of meent, dat men dit al lang weet en gaat over tot de oude orde van de dag.

Wanneer ik u zeg: “De kracht in uzelf, die gij beseft, is de werkelijkheid van uw leven, die gij kunt openbaren in alle anderen”, zo reageert men met een “dat wist ik al lang” Toch doet men er niets mee. En toch is het een belangrijke sleutel. Misschien zijn er enkelen bij, die dit beseffen. Maar leven zij ook hiernaar? Indien zij dit doen, zijn zij niet meer onbetekende wezens, die geleid worden door het lot, maar is men geworden tot een bewust dienende macht in de wereld. En een dienende macht zijn in de wereld betekent weer, dat men een bepaalde verhouding tot God zal vinden. In jezelf bouw je dan een begrip op van Gods werkelijke wereld en kosmos en wel op een wijze, waardoor die dingen voor jou realiteiten worden, een feitelijke werkelijkheid, waarmede je kunt werken en leven. Maar de meeste mensen reageren met een: “Goed, zo zal het wel zijn. Maar ik heb toch geen krachten en als ik ze had zou ik niet weten, wat er mede te doen”.

Het systeem van regelmatig gegeven sleutels wordt door ons reeds langere tijd gebruikt. U weet dat wij zelfs het blad, waarin verslagen van delen uit de cursussen worden opgenomen, de naam Sleutels hebben gegeven. Terecht. Want in deze cursussen worden steeds weer sleutelbegrippen aan de mensen gegeven en herhaald. Maar een sleutelbegrip kan men wel geven, maar dan nog zal de mens het in zichzelf ook moeten vinden. Je kunt niet alle waarheden gelijktijdig aanvaarden, zoals het u ook niet mogelijk zal zijn alle onderwerpen, die wij behandelen, even mooi te vinden. De mens is immers niet eens in staat elk wonder ook als een werkelijk wonder te ondergaan of elke kosmische waarheid ook als zodanig zonder meer te aanvaarden. Elke mens heeft een eigen wezen, met een eigen mentaliteit, een eigen inhoud. Een eigen weg zelfs. En hetgeen in dit wezen past, dat wat zin heeft op de weg, datgene, wat eigen besef en kunnen kan verruimen, zodat men eigen weg beter gaat beseffen en ook beter leert definiëren, is de sleutel waaraan men iets heeft. En verder niets.

Wat althans uiterlijk het verwerven van een hogere bewustwording doet gelijken op een kansspel. Want de vraag is maar, of je nu de voor jou bruikbare sleutels krijgt in het leven of niet. Maar hier kan ik gelukkig onmiddellijk opmerken, dat het verkrijgen van de passende sleutels voor een heel groot deel van de mens zelf afhankelijk is. Wanneer je door het leven gaat en daarbij tracht open te staan voor alles wat rond je is, zo geven de mensen rond je, de wereld rond je, je steeds weer de noodzakelijke sleutels. De sleutel kan dan liggen in het marktpraatje van een koopman, de opmerking van iemand op het achterbalkon van een tram, de opmerking van een kind, een blaadje, een advertentie desnoods, die je in handen komt. Want daarin kan iets liggen, waardoor je opeens begrijpt: “Ach mensen, zo moet het zijn.”

Maar dan moet je ervoor open staan, dan moet je erop letten. Wat weer betekent, dat sleutels je in het leven steeds weer worden aangeboden, zelfs in boeken, radio en tv., maar dat je er ook je attentie aan moet geven. Esoterie leidt bij vele mensen tot een wereld vervreemding. Je moet echter juist de wereld steeds erkennen en beseffen. Want wie zijn bewustwording buiten de wereld zoekt, is een esoterische koe, die in eenzaamheid steeds weer hetzelfde gerecht blijft herkauwen. Maar als je niet doet of je in een ivoren toren zit, maar let op alle dingen en toch je innerlijke waarheid daarbij niet vergeet, dan krijg je zovele sleutels, die passen bij je wezen, dat je begrijpt hoe je de dingen aan moet pakken. Dit alles tezamen een geestelijke opvoeding noemen, die tot de hoogste bereikingen kan voeren, is niet meer dan juist en billijk.

Zeg dus: “onszelf zijnde willen wij openstaan voor de wereld en alles, wat er in het leven maar is, geestelijk zowel als stoffelijk.” Dan vindt u de ware esoterie, de geeuwhonger naar hoger begrip, die alleen verzadigd kan worden, wanneer men alle gerechten aanvaardt, die worden geboden.