Diersymbolen in de magie

Als wij kijken naar de meest primitieve vormen van magie, dan valt ons reeds op dat het dier daarin een heel grote rol speelt. Gaan we kijken in de verschillende caves (grotten), dan vinden wij daar tekeningen, die vaak een ritueel doel hebben gehad. Men heeft daar met een enkele lijn, zo mooi dat een cartoonist in deze tijd met alle middelen die hem ter beschikking staan het niet zou kunnen verbeteren, de dieren gekarakteriseerd die men jaagde. En dat is te danken aan het feit, dan men ook in die tijd al dacht dat de tekening identiek was met hetgeen was getekend. Dus ik teken een stier (oeros was het dan in die tijd) en ik trek daardoor a.h.w. een oeros aan. Wat ik zeg tegen de tekening, dat zeg ik eigenlijk tegen het dier.

Het is geloof ik vooral deze mentaliteit, die uit de vroege periode van de mensheid stamt ‑ althans uit een laten we zeggen wat verwilderde periode van de mensheid ‑ die de diermagie en ook de diersymboliek in de magie haar gezicht heeft gegeven. De goden droegen dan ook vaak dierenmaskers. Ook dat behoeft ons niet te verwonderen. Als we naar Egypte gaan en we zien Anubis rondlopen met het masker van een jakhals, dan denken we aan de god van de dood. Maar we denken ook aan het geheimzinnige gebied van de woestijn, waarin je zo gemakkelijk sterft, waaruit je niet terugkomt. De enige die terug komt is steeds weer de jakhals. Is het dan niet logisch dat we het dier als attribuut gebruiken voor een god? Als we denken aan de rivier de Nijl, aan de ene kant gevaarlijk en verrader­lijk en aan de andere kant toch ook weer levenbrengend en vruchtbaarheid gevend, waarom zouden we dan ook niet een van de dieren in die Nijl, de krokodil (Sebek) niet alleen tot Nijl‑god benoemen, maar hem ook tot een vruchtbaarheidssymbool maken; wat dan ook in feite is gebeurd. Zo zien we overal weer dat de karakteristiek van het dier en de karakte­ristiek van de god a.h.w. worden vereenzelvigd. Dan komt men al vanzelf tot voorstellingen, die niets meer met de werkelijkheid te maken hebben.

Een mooi voorbeeld daarvan vinden we bv. in de Chinese Draak. De draak is eigenlijk een fabeldier. (er zijn er trouwens meer, denkt u aan de griffioen.) Maar het belangrijke van de draak is weer de eigenschappen, die hij bezit. Hij spuwt vuur, hij vliegt, hij kan de aarde betreden en rivieren versperren. Kortom, hij gedraagt zich als een heerser van de vier elementen.

De oorspronkelijke Chinese magie (heel wat sterker dan de religie ooit is geweest) gaat juist uit van elementen, van elementale krachten. Dit komt zover dat de draak zelfs de figuur wordt van een machtige geest, die ergens in een berggrot woont en die uitgaat om zo hier en daar het een en ander te doen. Het zal u duidelijk, dat een symbool dat op die manier tot stand komt op den duur associatieve betekenissen krijgt. In de magie is niet zozeer het symbool op zich belangrijk als wel hetgeen wij er achter zoeken.

Laten wij eens kijken ‑ we hebben het nu over China gehad ‑ naar de Chinese magiër. Hij kan zich richten tot de Witte of de Hemeldraak. Hij vraagt de krachten van de natuur om hem te helpen. Dan moet hij zich met geestenzwaard, geestendolk en bovendien een bepaald soort fluitje (kennelijk heeft hij ook dressuurneigingen) met geheel zijn wezen richten tot deze Draak. Hij brengt brandoffers en bezweert de Draak hem te verschijnen; wat dan ook prompt gebeurt. De Draak kan dan de wensen horen van de magiër en zal deze vervullen, tenzij de magiër hem vreest. Een belangrijk punt weer in de magie! Zijn we bang voor iets, dan gaat de zaak niet door en worden we zelf het slachtoffer: ook als we te maken hebben met de beste en hoogste goden, zoals de Witte Draak.

Gaat de magiër nu het kwaad bestrijden, heeft hij dus geen positieve wensen maar wil hij kwade dingen doen of een kwaad, dat is geschied, herstellen, dan moet hij zich richten tot de Rode Draak. Daartoe brengt hij zichzelf in een trance. De Witte Draak kan naar je toekomen, de Rode Draak niet. De Rode Draak daar moet je naartoe gaan, want zou je die oproepen, dan roep je een kracht op die de aarde kan verbranden. Er staat letterlijk, dat je afdaalt in een grot en staat tegenover de Rode Draak, omspoeld door vuur enz. enz. en dat je hem dan met de ban van een paar namen, een gewijd zwaard en een gewijde dolk voortdurend in bedwang moet houden. Maar als je tegenover die Draak kunt staan en niet voor hem terugdeinst (een heel belangrijk punt), dan zal hij zich jouw gevangene voelen en zal je een wens toestaan. Een element, dat we ook in sprookjes heel vaak vinden. Trouwens, ik zeg nu sprookjes. Wist u dat we daarin ook elementen vinden, die kennelijk te maken hebben met die oude diermagie?

De prins trekt uit. Hij is goed voor een vogel en deze komt hem helpen. Wat is het voor een vogel? Het is meestal een soort mees. Waarom? Omdat de mees in een bepaalde magie ook wordt gezien als de beheerser van de vogels. Vreemd genoeg dus niet de adelaar. Die is wel een vorst, maar het is de mees die invloed heeft. En dan is het ook duidelijk dat de magiër, die in die richting wil werken juist zoekt naar een mees met een bepaalde tekening en deze als offer brengt. U kunt natuurlijk zeggen: Ach, wat jammer van het lieve beestje, maar dat is nu eenmaal zo.

Als je een boodschapper nodig hebt, dan is daar de kraai. En vooral ook vinden we ‑ vreemd genoeg ‑ bij de Druïden de kraai als de boodschapper van kwaad, maar daarnaast ook de boodschapper van Wodan. De kraai is het, die de verbinding tot stand brengt tussen de wereld van de mensen en de wereld van de goden. Ik moet dus een kraai offeren, indien ik zeker wil zijn dat mijn boodschap de goden bereikt.

De magiër maakt gebruik van de kraai als boodschapper, maar daardoor gaat hij denken dat de kraai bijzondere eigenschappen heeft. Zo lezen we veel later in een recept uit ongeveer 1500, waarin wordt gezegd dat voor een bepaalde bezwering, waarmee een grote luchtgeest moet worden bezworen, het nodig is om in het reukwerk, te branden in het ‑ voornaamste ‑ wierookbekken (een houtskoolbekken). o.a. de hersens en een slagpen van een zwarte kraai. De cirkel dient met het bloed van die kraai te worden besprenkeld. Weer iets eigenaardigs.

Dan zien we heel vaak dat dieren een symbolische betekenis krijgen, omdat ze een rol spelen in een geloof. Het offer van een zwarte haan vinden we pas, nadat het Christendom vaste voet heeft gekregen in Europa. Waarom? Dat is heel begrijpelijk. Toen Petrus zijn meester verraadde, deed hij dat voordat de haan kraaide. De haan is de bevestiger van het kwaad. Als het dus een satanistische ritus betreft (dat gebeurt zelfs in deze dagen nog wel hier en daar), dan is het noodzakelijk dat voor elk verbond, voor elke belofte bloed eraan te pas komt. Het beste bloed voor een bevestiging is dat van een zwarte haan. Het mag geen kip zijn, het moet een haan zijn.

U ziet, dat dieren hun betekenis in de magie hebben door hetgeen ze betekenen en door wat de mens erbij denkt. Als je ziet hoe enorm geconstrueerd die denkbeelden vaak op de achtergrond zijn, dan vraag je je wel eens af: Zijn die mensen nu wel bij zinnen geweest? Daarom moeten we ook naar een ander aspect kijken dat even belangrijk is.

Het dier heeft levenskracht, dat weet u allemaal. Maar een dier, dat minder zelfstandigheid van denken en van gedrag bezit dan de mens, zal dus altijd behoren bij een hogere entiteit, een overheersende natuurgeest. Die natuurgeest zal in karakter ‑ zo redeneert de magiër – overeenstemmen met het karakter van het dier. Als ik bv. een hond offer, dan moet ik rekening houden met dezelfde gevaren die ik krijg, indien ik een wolf offer. De geest die ik oproep is woest, maar hij bezit een enorme kracht om te achtervolgen.

Het offer van een kat komt niet zoveel voor. Dat is waarschijnlijk te danken aan het feit, dat katten in verschillende culturen (o.a. de Egyptische cultuur) heilig zijn geweest. De kat is ook het symbool van een wezen, dat wandelt tussen twee werelden. Het offer van de kat wordt dus alleen onder zeer bijzondere omstandigheden gebracht en ontsluit dan wat men noemt het rijk der doden. Hier wordt aangenomen, dat de kat ziet wat de mens niet ziet, weet wat de mens niet en a.h.w. wandelt in de wereld waarin ook de doden zijn. Voor bepaalde dodenbezweringen werden dus inderdaad katten geofferd.

Het is opvallend dat primaten, zoals bv. de aap zelden worden geofferd. Uitzonderingen daarop zijn wel te vinden. Er zijn een paar stammen, die ook een aap als offer brengen, maar voor hen is de aap een gebruikelijk voedingsmiddel; het is dus gewoon een voedseloffer. In alle andere gevallen ziet men ervan af.

De aap lijkt op de mens. Hij is een geheimzinnig wezen. Als we denken aan Hanoeman met zijn apenleger, dan wordt wel gauw duidelijk dat het verschijnen en verdwijnen van die apen, het schijnbaar georganiseerde gedrag van die horden grote indruk moet hebben gemaakt. Men heeft gedacht: het zijn andere wezens dan wij, maar het zijn eigenlijk ook mensen of net als mensen, misschien zelfs demonen. Zo vinden wij het masker van de aap heel vaak als het mom van een krijger. Als er grote machten nodig zijn, dan roept de heidense magiër automatisch naar de aap.

De christen, die heeft geleerd dat dat niet kan, roept de een of andere goede vechter uit zijn eigen pantheon. Hij roept dus St. Michaël aan, de Aartsengel. Wat dat betreft is dit misschien een aardige grap.

Een magiër vergiste zich eens in de naam en in plaats van Michaël riep hij Gabriël. En in plaats van een bezieling voor zijn soldaten te krijgen, werden zij door een danswoede getroffen. (Het staat er letterlijk!) Het was vreemd genoeg een aanroeping, die door een magiër werd gedaan in ongeveer 700 na Chr. toen men de een of andere ketterse sekte te lijf wilde gaan. Dat die mannen door een danswoede werden getroffen, verklaarde de magiër met: “Ik heb me in de naam vergist. Gabriël blaast op een bazuin. En omdat het het Laatste Oordeel nog niet was, kon hij alleen maar een danswijsje spelen.”

Ik hoop, dat u daarmee een idee krijgt van alles wat er eigenlijk aan de hand is. Want wat we ook zeggen over diersymbolen in de magie, we moeten één ding goed begrijpen: De diersymbolen ontlenen hun bestaan niet aan het dier. Ze ontlenen hun bestaan aan de visies van de mens. Soms zien we zelfs dat bepaalde denkbeelden een hele evolutie doormaken. Bekend is in de middeleeuwen (het is het sterkst ongeveer tussen begin 1300 tot 1500) de verering van de Bok van Mendes. Nu zult u zeggen: De duivel is een bok, dus dat is een duivelverering. Dat had u gedacht. De natuurgoden werden vaak afgebeeld als halve bokken. Denkt u eens aan Pan, denk eens aan de Saters. De geit werd het symbool van deze natuurgeesten.

De Grote Pan is niet, zoals de christenen hebben gezegd, de grote tegenspeler van de Christus, maar hij is ‑ en dat hebben bepaalde sekten lange tijd bewaard ‑ eigenlijk de aanvulling, het complement. De Grote Pan is de natuur. De Christus is de bovennatuur. Er zijn zelfs mensen verbrand, omdat ze dat hebben verkondigd. Bepaalde kerkvaders zijn in die vroege periode (ong. 300) gewoon uit de kerk gestoten, omdat ze iets dergelijks verkondigden. Nu is er een overdracht geweest van de natuur god, de Grote Pan, naar de geit. Maar een geit is vrouwelijk en de man was het suprême deel van de schepping, dus moest het suprême dier wel de bok zijn. U zou het niet zeggen, als u hem ruikt, maar zo dacht men dat. Er ontstond dus een verering van de bok. Heel vaak waren er ook afbeeldingen van een bok bij betrokken. Het symbool daarvan was over het algemeen een gelijk-armig kruis waarboven twee bokshorens waren aangebracht. Hierdoor werd aangegeven, dat men de natuurkrachten stelde boven de miraculeuze krachten, die de kerk pretendeerde te bezitten. Het beroep op deze bok was het beroep op de natuurkracht. Door je op hem te beroepen kon je bv. regen laten vallen of droogte veroorzaken. Je kon vee ziek maken of gezond maken. Je kon bronnen doen opdrogen en doen ontspringen. Zelfs de bliksem en de storm zou men door een beroep te doen op deze bok kunnen hanteren.

Op den duur werd dat een soort satanisme. De mensen, die daarbij betrokken zijn geraakt, vinden we vooral in de latere satanistische Loges. Denk bv. aan de satanistische Loges in Parijs in 1600 tot 1800. Daar vinden we dan diezelfde Bok van Mendes, maar nu als de Satan. In de heksenverhalen vinden we weer de Grote Bok. Denk maar eens aan de bekende verhalen over de Brocken. Op de Brocken verscheen de Grote Bok aan de heksen voor de grote heksensabbat. Daarbij is het symbool natuurlijk vertekend.

Maar wat betekent dit nu in de magie?

Nu zien we dat in de magie soms de oude en soms de latere betekenis wordt gebruikt. Zo bestaat er een aanroeping die zelfs nog gebruikt is in 1800 (het werd n.l. ook door bepaalde alchemisten toegepast), waarbij letterlijk het symbool van de Bok wordt getekend. Daarboven en niet daaronder het symbool van het kruis (nu het verlengde kruis) en dan luidt de aanroeping: “In de naam van de kracht, gesymboliseerd in het kruis, in de naam van de kracht, gesymboliseerd in de horens, roep ik U, o Grote Bok, Gij meester der natuur om mij bij te staan in mijn werkzaamheden.” Dat werd dan meestal in het Latijn gezegd. En als je ziet wat voor Latijn het was, dan was het vaak potjeslatijn; maar dat was dan voor de geheimzinnigheid.  Hier is kennelijk de bok het oude natuursymbool. Maar nu vinden wij ook in 1600 á 1700 satanisten die spreken. “Gij, Grote Bok, Gij verslinder van het licht.” Met andere woorden: hier gaat het om het duister, om de demon.

U zult zich misschien afvragen: Kun je wat met diersymboliek doen in de magie? Nou, om eerlijk te zijn niet veel. Want de symboliek op zichzelf is niet zo erg belangrijk. Het belangrijke is juist, dat wij een voorstelling hebben en dat deze dan gestalte krijgt. En dan is het ook heel logisch, dat je bv. met vossenmagie in Nederland niets kunt doen, maar wel in Japan.

In Japan leeft op het platteland zelfs nu nog de overlevering van de vossen, die soms menselijke gestalten aannemen, die mensen kunnen beroven, die ze soms ook gastvrij kunnen ontvangen. De vreemde spookgeesten, die door de wouden dwalen en die in de bergen wonen. Deze vossen worden uitgebeeld als natuurgoden. Maar als je een beroep doet op de vossen, dan doe je dus een beroep op deze zwervende geesten van de natuur. Je kunt ze gebruiken als bode. Je kunt ze ook gebruiken om iemand te schaden of om iemand een lijfwacht mee te geven. Daarvoor is de vos als symbool volledig bruikbaar. En dan zal iemand, die in de magie de tekening van een vos of van een aantal vossen gebruikt en daarbij ook de juiste incantatie toepast, daarmee inderdaad iets tot stand kunnen brengen. Als je dat in Nederland zou proberen te doen, dan denk ik niet dat je veel resultaat krijgt. Hoogstens zou je een paar politieagenten aan de deur krijgen. In Engeland bestaat de vos ook als magisch symbool, maar weer heel anders. De vos ‑ in Engeland ontzettend veel gejaagd ‑ staat bekend als een geweldig sportief, sluw en vlug dier. Als je dus snelheid en sluwheid nodig hebt, dan is het logisch dat je de vos als symbool daarvoor neemt. Zo staat in de bezweringen die o.a. nog in het museum van het eiland Man worden bewaard, het recept van een zalfje, dat je kunt vervaardigen als je je een beetje sterker en handiger wilt maken. Dat zalfje bestaat dan behalve uit enkele kruiden (bijenwas zit er ook nog in) ook uit het bloed, en een deel van de hersens van een vos. Het geheel wordt goed fijngewreven en geroerd. Het zal wel geen aangenaam ruikend middel zijn, maar het schijnt de mensen een enorm zelfvertrouwen te geven. Volgens mij gebeurt dat hoofdzakelijk door de plantaardige bestanddelen ervan, dat wil ik er wel bij vermelden. Maar het idee, dat er iets van een vos in zit, dat je net zo geruisloos, net zo sluw, net zo snel kunt zijn als de vos, dat je net zo’n uithoudingsvermogen hebt als een vos, dat schijnt van groot belang te zijn. Het is overigens een vorm van magie, die ook in Schotland nog een tijd is gebruikt. En dan komen we toch al heel dicht bij 1800, voordat dat een beetje verdwijnt. Zelfs heel vrome mensen gebruikten het daar.

Als je nu in Nederland over diermagie moet spreken, dan is het de vraag welk dier zou Nederland moeten hebben? Een leeuw? Neem me niet kwalijk, de Nederlandse Leeuw is een pop, die alleen brult, als een buikspreker hem bedient. Ik geloof dus niet dat dat redelijk zou zijn. Den Haag een ooievaar? Het bevolkingsaantal loopt terug. Dus daarmee moeten we even voorzichtig zijn. Ik geloof niet, dat je in Nederland met diermagie veel zou kunnen doen. Toch kent men ook hier bepaalde symbolen.

Een hond bv. staat voor trouw. Nu bestaat er (het is uit de Achterhoek) een receptje waarmee “minnaressen zich de trouw hunner minnaars kunnen verzekeren.” Gedateerd en het laatst gepubliceerd omstreeks 1870. Daar hak je een paar hondenharen in. Ik weet wel niet hoe je die hondenharen bij een minnaar naar binnen krijgt……Hier is dus kennelijk de hond als symbool van trouw aanwezig. Ik geloof, dat dat voor de Nederlandse magie wel zo ongeveer het enige is.

Er bestond nog wat vogelmagie in het noorden, hoofdzakelijk op de eilanden. Het meest kwam het voor op Vlieland. Daar had men het symbool van de meeuw, speciaal de kopmeeuw. Daarvan werd gezegd, dat je een ziel kon laten wegvliegen als een meeuw. Dat was eigenlijk een middel om te zien. Zo werd het beeld van een meeuw (vaak ook een opgezette meeuw) gebruikt bij bepaalde wichelarijen, vooral als het erom ging om te zien, of schepen waren vergaan of niet. Dat is weer begrijpelijk. Die mensen zaten in omstandigheden waar dat een rol speelde. Typerend is ook, dat van heksen wordt beweerd dat zij met breipennen in eierschalen roeien, wanneer zij de storm oproepen op zee. Hier is ook weer het vogelelement ergens mede aansprakelijk. Een vogel betekent: kunnen vliegen, begrenzingen overschrijden. Het betekent a.h.w. het vermogen tot registreren van iets wat elders niet zichtbaar is.

Laten we nu eens kijken hoe in Egypte de schrijver der goden werd uitgebeeld. Vreemd genoeg als een Ibis , een vogel.

Laten we dan nog een eind verder gaan. Er wordt in China een soort rijstvogel beschouwd als de spion van goden en demonen.

Als we gaan kijken in Zuid‑Amerika, dan vinden we daar ook bepaalde diersoorten, die worden beschouwd als godensymbolen. De gier bv. werkt hier en daar nog als symbool van strijd. Je zou het niet zeggen. Je zou denken: prooiverslinder, doodaaseter. Maar in bepaalde streken is hij nog het symbool van strijdbaarheid. En dat is zeer waarschijnlijk, omdat men ‑ gezien de vreemde hals van het dier ‑ op hem de symboliek van de gevleugelde slang heeft overgedragen. Elders is de adelaar bekend of de condor. Deze worden beschouwd als grote jagers, ontzettend scherp ziend, geheim­zinnig, je weet nooit precies waar ze naartoe gaan en als vertegenwoor­digers van goden, geesten, of van voorouders. Dat is trouwens ook in Noord‑Amerika het geval geweest. Er is bv. bij de Sioux-indianen een onderstam geweest, die speciaal als totem de adelaar had. Als je dood ging, werd je een adelaar, indien je een groot strijder was geweest. Men nam zelfs aan, dat indien de stam in gevaar zou verkeren, er adelaars zouden komen om de stam te helpen, dat is ook alweer diersymboliek.

Nu zult u begrijpen, dat als iemand in de Andes bv. een bezwering wil doen, hij een condor laat meespelen. Die geheimzinnige macht daarbo­ven, die waarneming, die schaduw welke voorbij gaat die dood kan dragen, die je kunt aanroepen voor bescherming en je kunt hem misschien ook vra­gen je tegenstander te doden. Het is ook heel duidelijk, dat de Sioux in al hun bezweringen de adelaar een rol lieten spelen; dat ze bij hun dansen de adelaarsdans hadden. Zo kennen we trouwens heel veel vogeldansen.

Als je gaat kijken in Afrika, dan vind je daar ook een groot aantal vogel‑ en dierdansen. Sommige daarvan worden na de jacht uitgevoerd. Dan zijn ze niet veel meer dan een mogelijkheid voor de dansers om te laten zien hoe goed ze gejaagd hebben en hoe ze hun prooi te pakken hebben gekregen. Maar er bestaan ook bepaalde dierdansen, die een andere betekenis hebben. Zo heeft een bepaalde stam de dans der patrijzen. Hier wordt een vogelsoort uitgebeeld. Het blijkt een paringsdans te zijn, die heel wat verder gaat dan u zou denken. Het is een inwijdingsceremonie waarbij de jonge meisjes voor het eerst te maken krijgen met het andere geslacht. Van dat moment af zijn ze vrouwen en hebben ze een veel grotere vrijheid.

Gaan we kijken naar de Luipaardmannen, de Alligatormannen en de Leeuwmannen in Afrika, dan worden we weer geconfronteerd met mensen, die zich hullen in een symbolisch gewaad en daardoor voor hun eigen gevoel worden tot luipaard, alligator, leeuw. Kortom, ze gaan beschikken over machten en gelijktijdig, omdat zij vertegenwoordigers zijn van de goden, een zekere zeggenschap krijgen over de natuurlijke dieren van dezelfde vorm. Hier is dus het aannemen van het uiterlijk van een dier het symbool van een macht, die ergens bij een god berust, maar die men door zijn gestalte a.h.w na te bootsen, ook op aarde verkrijgt.

Het is opvallend dat in de diermagie het dier eigenlijk altijd weer iets anders vertegenwoordigt. U denkt waarschijnlijk. Ach, symbolen! Symbolen, inderdaad.

Als ik een heraldiek dier beschouw, dan zie ik vaak een beest dat niet bestaat. Een eenhoorn bv.. Ik kan u vertellen hoe men aan die eenhoorn is gekomen. Het komt voort uit een misverstand van een beschrijving van bepaalde gazellensoorten en een neushoorn. Daaruit is de eenhoorn ontstaan. De éénhoorn is het begrip van een mate van kuisheid, van schuwheid. Hij kon alleen door een maagd gevangen en bereden worden. Wat erg vervelend was als je zo’n rijdier had, want je kon nooit trouwen, dan was je meteen je rijdier kwijt. Hier moest de mens een symbool maken voor de denkbeelden die hij had. Laten we dat niet vergeten, want we spreken zo gemakkelijk over de symboliek als: nu ja, dat is allemaal ontstaan uit wat we in de natuur hebben gezien. Maar vaak is het ook omgekeerd.

Wij zien iets in onszelf en proberen daaraan vorm en gestalte te ge­ven. En dan wordt ons diersymbool niets anders dan een soort parabel. Als we nu kijken naar de eenhoornbezwering die in Ierland heeft bestaan, dan komen we met grote verbazing tot de ontdekking dat de eenhoorn in die oude tijd eigenlijk diende als een middel om in vrede te kunnen reizen. Dat is heel eigenaardig. Het beeld van de eenhoorn werd dan getekend meestal met houtskool op steen, daaromheen werd ook nog een aantal lampen gezet, er werd reukwerk verbrand en dan zei men: “Zoals de eenhoorn onaantastbaar is, zo onaantastbaar maak ik u.” Dus het was het overdragen van de eigenschappen van iets wat alleen maar een legende was.

Met dit alles weten we voorlopig toch wel waar we aan toe zijn. Ik kan nog kort een paar opmerkingen maken en daarmee besluiten.

Laten we dan heel eenvoudig beginnen met de Dierenriem. Waarom Dierenriem? Omdat we dieren gebruiken. Waarom gebruiken we dieren voor het grootste gedeelte daarvan? Omdat ze voor ons typen van mensen lijken weer te geven. De Stier, de Leeuw, de Vissen, de Schorpioen enz. Menen wij nu dat de mensen die eigenschappen hebben? Waarom hebben wij die beelden aan de hemel getekend? Omdat ze voor ons betekenis hebben.

Als ik een beroep doe op de leeuw en ik zou dat in de moderne magie doen, dan doe ik daarmede niet alleen een beroep op natuurlijke eigenschappen (voor Nederland is dat zelfs ondenkbaar, ik heb het al gezegd), maar ik zou een beroep doen op de eigenschappen, die door een deel van de kosmos worden vertegenwoordigd, ook als ik dat zelf niet helemaal besef. Als u zich associeert met een leeuw, dan zult u in 9 van de 10 gevallen eerder aan het sterrenbeeld denken indien u met magie bezig bent dan aan een natuurlijke leeuw, die voor u alleen maar een tamelijk gevaarlijk showstuk is in de dierentuin.

Als u spreekt over een schorpioen, dan denkt u heus niet aan dat wonderlijke wezen, dat insect, dat zo levensgevaarlijk kan zijn en dat u overal in het Verre Oosten wel kunt aantreffen. Dan denkt u eerder aan een bepaalde karakteristiek. U beroept zich op een harmonie met die karakteristiek. Wij kunnen dieren dus ‑ onbewust misschien ‑ gebruiken als symbolen voor eigenschappen, maar ook voor een bepaalde afstemming. En in dit verband is het opvallend, dat kosmische denkbeelden en kosmische symbolen ook al door Paracelsus werden gebruikt in de vorm van diersymbolen. Bij Paracelsus is het diersymbool een tekening van een wolfskop, een verslinder van de ziekte, maar in wezen betekent het een harmonisatieproces. Met andere woorden: dit tekeningetje tezamen met een paar vreemde namen waaronder ook die van de heer Ligion wordt genoemd, vertegenwoordigt niets anders dan harmonie, het herstellen van evenwicht.

In andere gevallen zien wij dat een slang wordt gebruikt om de wijsheid aan te duiden. Hoe men daaraan komt? Mogelijk heeft het bijbelverhaal daarin mede een rol gespeeld. Waarschijnlijk is het een overdracht van bepaalde vormen van slangenverering, die zoals u weet in het Oosten bestaat. Hoe het ook zij, de slang wordt getekend. Haar begrip is wijsheid. Als ik dus dit symbool in een bepaalde formule invoeg, die overigens uit allerlei symbooltekens bestaat, dan eis ik wijsheid of ik maak wijsheid tot regent over het geheel. Het ligt aan de plaats waarop het staat. De diertekening is dus in feite de weergave van een eigenschap.

In de huidige magie wordt overigens het dier weinig of niet meer gebruikt. Iets anders is het, indien wij te maken krijgen met de Grimoires die wat ouder zijn. Daarin vinden wij dieren genoemd, maar vooral als bestanddelen van o.m. bepaalde reukwerken en zalven. Hier zal degene die de werkelijke bestanddelen gebruikt zich grondig vergissen. Zo bestaat er een recept waarin men moet brengen: één poot van een duif, het oog van een koe, de hersens van een ekster, een paar druppels bloed van een leeuw en dan hoort er nog een stukje haar van een gehangene bij. Iemand, die dat klaarmaakt, heeft wel een walgelijk mengsel, maar hij bereikt niet wat hij werkelijk wil hebben. Ekster: diefachtig wezen; grote bewegingsvrijheid; datgene wat mij iets kan toevoeren. Bloed van een leeuw: de moed die ik nodig heb. Ik geef u maar een paar voorbeelden. Op deze manier maak je een aantal eigenschappen duidelijk.

Die eigenschappen betekenen de instelling van de magiër. Voor het reukwerk of voor de zalf worden dan bestanddelen gebruikt, die de eigenschap ervan symboliseren; dus niet de werkelijke bestanddelen. Hier is het dier dus geworden tot geheimtaal. En wat dat betreft, wat moeten wij denken van een der Grimoires waarin letterlijk wordt gezegd dat “de magiër zich opstelle als een ram tegenover de zon. Daarna sist als een slang, waarop hij blaffend als een hond aankondigt dat de nacht verdreven zal worden.”

Als je dat hoort, dan zeg je: Die man moet zich als een idioot aanstellen. Maar wat is de eigenschap van de ram? Als hij een tegenstander ziet, dan valt hij frontaal aan. Met andere woorden: de magiër moet zich niet met bijkomstigheden bezighouden. Hij moet zich precies voorstellen wat hij eigenlijk wil gaan doen en zich daarop richten.

Dan moet hij sissen als een slang; m.a.w. hij moet waarschuwen met de kracht die hij bezit. Dat kan bv. “In de naam van het Zegel en van de geheime Naam die ik ken.” dat is gewoon een formule; dat is hol sissen van de slang.

Dan moet hij blaffen als een hond. Wat doet een hond? Een hond is waaks. Een hond heeft vaak de neiging, wanneer het buiten donker wordt (een waakhond dus) om even wakker te schrikken en te blaffen om duidelijk te maken: er is iets aan het veranderen. Als de magiër moet blaffen als een hond, dan moet hij bijzonder waakzaam zijn, wanneer de verandering komt die zijn bezwering heeft opgeroepen. En dat impliceert dan weer dat hij de juiste incantatie moet klaar hebben, dat zijn wapens op de juiste manier moeten zijn ingesteld, dat hij het juiste zegel moet bezitten. Het is dus niet zo dwaas als u zoudt denken.

Hier is het symbool weer een geheimtaal geworden waardoor het gedrag van de magiër wordt aangeduid. Ik zou zo verder kunnen gaan, want wat de mens met het dier al niet heeft gedaan en ook heeft aangedaan, is onbegrensd. Als wij horen, dat iemand bv. een persoon een “zoon van een teef” noemt, dan acht ik dit een belediging voor dit dierlijk ras, want het is in zijn eigenschappen eerlijker en wat mij betreft ook betrouwbaarder dan menig mens .

Voor mij is de diersymboliek in de magie een poging van de mens om vanuit de hem bekende wereld en de hem bekende voorstellingen iets te abstraheren wat goddelijke, althans niet zichtbare of bovennatuurlijke waarden weergeeft. Het dier is de voorstelling geworden van het onbenaderbare en daardoor niet alleen benaderbaar geworden, maar zelfs binnen het machtsbereik van de magiër gebracht. Want de mens is meester over het dier; althans kan er meester over zijn. Als hij de godheid terugbrengt tot de gestalte van een dier, dan maakt hij hem daarmee tot een wezen, dat ook aan hem zal gehoorzamen.

Als ik van Horus de gekroonde Valk maak, dan maak ik van Horus een kracht, die mede zal moeten reageren op mijn bezweringen en mijn weten. Zo is het altijd geweest en zo zal het wel blijven. Want het belangrijkste voor de mens is in het begin van zijn bestaan (hij was een jager) het dier geweest. Zo heeft hij het dier langzaam maar zeker doen infiltreren in elke denkwijze, in elke filosofie. Zijn primitieve magie was gebaseerd op het dier. Maar ook later heeft hij het dier gezien als de belangrijkste mogelijkheid om in zijn magie datgene weer te geven wat hij wilde bereiken, om krachten te personifiëren op een wijze, waardoor ze voor hem beheersbaar werden.

*****************************************************

*  Wat betekenen de dieren in het droomleven?

Dat is moeilijk te zeggen. Er is bv. een oude vrijster geweest, die voortdurend droomde van konijnen. De Freudiaanse verklaring daarvoor was dus wat minder vriendelijk, dat begrijpt u wel. Het is heel erg moeilijk te zeggen wat dieren in het droomleven betekenen, ofschoon er twee aspecten zijn die zeer belangrijk kunnen worden. Het eerste is: wij kunnen met dieren worden geconfronteerd, die onze gezellen zijn, die ons dus moed geven. Het tweede is: wij kunnen worden geconfronteerd met dieren waarvoor we bang zijn, die ons angstig maken. Heel vaak is dat een beetje gestandaardiseerd, omdat mensen nu eenmaal een gelijke benadering hebben t.a.v. dieren. Zo weten wij, dat voor heel veel mensen de spin een schrikbeeld is. Maar als we nagaan waarom dit in de droom een rol speelt, dan zien we dat deze mensen ergens onderbewust de angst hebben gevangen te worden, om hun vrijheid of hun persoonlijkheid te verliezen.

In de astrale wereld ontmoeten wij bij bepaalde uittredingen ook wel diervormen. Sommige praktisch natuurlijk, andere ook weer samengesteld. Maar ook daar moeten wij zeggen, dat die diervormen hun invloed eigenlijk ontlenen aan hetgeen de mensen denken. Je kunt dus niet zeggen: Hij droomt van een leeuw, dus hij krijgt binnenkort de mogelijkheid om koning der dieren te worden. Of u droomt van een kameel: u heeft moeilijkheden met uw buurman. Dat kun je onmogelijk zeggen. Hier zijn te sterke afwijkingen mogelijk. Er is geen algemeen beeld te geven.

*  In de psychologie wordt toch veel aandacht besteed aan het droomle­ven van de mens. En als men van leeuwen droomt, komt er toch een aspect naar voren uit het onderbewustzijn.

Dat ben ik met u eens. Maar vergeet niet, dat als we daar een alge­mene lijn willen trekken, wij dan verkeerd zijn. Iemand droomt b.v. van mui­zen. Nu kan dat een droom zijn waarmee men zich realiseert dat men overal kleine verliezen lijdt, dat men wordt lastig gevallen door onbelangrijk­ heden. Dat kan erin zitten. Maar het kan ook zijn, dat men erg veel van witte muizen houdt. En dan is de betekenis van de droom zo van “zet hem op!” Een algemene droomduiding te geven lijkt me wel heel moeilijk. Ik weet, dat er bepaalde manualen en droomboeken bestaan. Sommige psycho­logisch verantwoord, andere weer volgens bepaalde duidingssystemen, maar als je ze allemaal nagaat, dan helpen ze je meestal van de regen in de drup. Het enige dat je kunt zeggen: Ze stellen je tevreden, omdat je denkt te weten wat de betekenis is van wat je hebt gedroomd. De werkelijkheid is er meestal een eind van af.

*  Maar is het niet zo, dat als je erop gaat letten, je toch wel de werkelijkheid van de droom kunt duiden?

Dat ben ik weer volledig met u eens. Maar nu zitten we op een heel ander terrein. Nu gaat het niet meer om: wat is de betekenis van dit of dat dier? Waarvan is dat het algemene symbool? Nu is het een kwestie van: wat voor symbool is een bepaald dier voor mij? Daarin ligt het grote ver­schil. Kijk eens, als u elke keer, wanneer u droomt van muizen, een aantal kleine ongevallen heeft, dan kunt u er zeker van zijn dat muizen voor u een aankondiging zijn van een periode van onzekerheid en van beperkte be­heersing. Dan kunt u dus op grond van die droom u daarop prepareren. Het is mogelijk, dat u droomt van een leeuw of van een leeuwerik, het is klei­ner en liefelijker en dat u zegt: Als ik daarvan droom, dan heb ik later een geluksgevoel, dan ben ik wat sterker. In dat geval kunt u zeggen: Voor mij betekent dit symbool zeer waarschijnlijk een uittreding naar een lichte sfeer. Inderdaad, dat is waar. Maar een algemene regel geven die voor alle mensen geldt, is bijna onmogelijk.

*  Wanneer men diverse wolfachtige dieren in de droom ziet, waarvoor men niet bang is en ze wegzendt, is dit een symbool van valsheid of ziekte?

Mijns inziens zal dit voor de doorsnee‑mens een bewijs zijn van een zekere beheerstheid. Men gevoelt zich sterk en zeker. Een wolf ‑ alweer in de voorstelling die hier te lande het meest gebruikelijk is ‑ is een verscheurend, gevaarlijk dier. Dat er verscheidene zijn is duidelijk, volgens de voorstelling treden ze altijd in roedels op, er is altijd een horde bij elkaar. Dan kunnen we zeggen: Iemand die zo droomt, kan zich bewust zijn van een bedreiging van zijn persoonlijkheid, soms ook van zijn gezondheid en weten: ik kan daar bovenuit komen. In dat geval is de droom een aankondiging van ongesteldheid, maar gelijktijdig een verzekering dat de ziek­te op zichzelf niet onoverwinnelijk is. Maar u kunt het natuurlijk ook an­ders zien.

We hebben nu eenmaal vaak te maken met een astrale wereld. Als u contact heeft met de astrale wereld of bij uittreding daarin terecht komt of er doorheen gaat, dan zult u zich in vele gevallen benaderd zien door al­lerhande vormen. Het merendeel daarvan zal onbezield zijn, een deel ervan is bezield. Indien die vormen voor u gevaarlijk of onaanvaardbaar zijn, dan is het mogelijk dat u daarvoor de gestalte kiest van wolven. Het resul­taat zal dan zijn, dat u uw superioriteit heeft bewezen door uw vreesloos­heid voor die vormen. Dat kan heel belangrijk zijn, want dan komen we terecht in het magisch beeld van de Wachter op de Drempel. Elke mens wordt door zijn angsten bedreigd, zeker wanneer hij andere werelden betreedt. Als men die angst overwint, dan zal men daarvoor een symbool moeten hebben. Kijkt u eens naar de Dodenboeken. Er zijn leeuwen, slangen, allerlei dieren die bepaalde poorten of treden bewaken. U moet daaraan voorbij gaan. U moet het wachtwoord kennen. De afdaling in de on­derwereld, zoals in de vroeg‑Babylonische mythen staat, gaat gepaard met het passeren van een aantal dieren, die een uitbeelding zijn van iets wat u kunt beheersen, maar waarvoor uw zelfverzekerdheid a.h.w. de angst opzij zet. U maakt uzelf tot meerdere van uw angst. Wanneer het symbool in de droom optreedt en daarnaast in het “ik” ‑ en dat is iets wat u alleen zelf zeker kunt weten ‑ bepaalde gevoelens van kracht of van licht een rol gaan spelen, dan zou ik er de voorkeur aan geven om de droom te verklaren als een uittreding, waarbij u dus de hinderpalen, de angsten, heeft overwonnen en daardoor een lichtere wereld heeft kunnen aanschouwen, ook als u zich daarvan menselijk misschien zeer weinig te binnen kan brengen.

*  Hebben dieren ook twee kanten: een lichte en een donkere? Een slang bv. is wijsheid, maar aan de andere kant zijn er veel mensen die er bang voor zijn.

Dat is inderdaad waar. Ik geloof, dat je je daarbij moet realiseren dat de gevaarlijkheid van de slang niet ten nadele gaat van haar wijsheid. En dan kunnen we misschien het best naar de boeddhistische mythes over­gaan waar wordt gezegd dat de koningscobra, toch een van de grotere en gevaarlijkste slangen uit dat land, zich opstelt om de mediterende Boeddha te beschermen en schaduw te geven. Hier is de slang niet minder gevaarlijk, maar zij wordt tot wachter, tot gezel. In andere gevallen wordt de slang weer een demon, die je achtervolgt; en dat kan dan ook de cobra zijn. Misschien dat hier de verklaring van een kluizenaar wel de beste is. Hij zei namelijk:

“Ik ga in vriendschap en zonder vrezen. En ofschoon mijn voet rake­lings langs de slang gaat, zo ziet zij in mij geen gevaar en daarom zijn wij vrienden. Maar als iets mij bedreigt, zo zal zij datgene bedreigen wat mij bedreigt. Want ziet, ik ben een met haar voor haar gevoelens.” Hij maakt dus duidelijk, dat de relatie tussen de mens en het dier eigen­lijk het voornaamste is. Het dier heeft zijn eigen karakteristiek. Die karak­teristiek kun je interpreteren volgens het land waarin je woont, naar de overleveringen daarvan, dat doet allemaal niets ter zake, maar het kan po­sitief zijn (ik aanvaard het) en het kan negatief Zijn (ik verwerp het). Misschien is het beste voorbeeld wel: Er was een cobra in een huis van een blanke. De man zoekt alles af. Hij heeft met wapens en stokken en later met een pistool geprobeerd om het dier te doden. Het lukte niet. De volgende dag komt er een slangenbezweer­der langs en vraagt of hij “de heer met de dikke kop” mag roepen. Hij zet wat melk neer, hij maakt wat bewegingen, hij roept, hij lokt, hij maakt zelfs wat muziek (ofschoon dit eerder voor het publiek dan voor de slang is) en inderdaad de cobra komt. De bezweerder maakt wat gebaren tegen haar, hij laat haar zelfs een paar keer aanvallen op een slip van zijn kleed en dan pakt hij haar, duwt haar in de korf en zegt: “Ach, arme, wat hebben ze jou aangedaan?” En het vreemde is, dat de cobra voor die man inderdaad niet gevaarlijk is. Hier hebben we geloof ik twee gezichten van dezelfde slang. Als dat nu feitelijk zo is, denkt u dan niet dat het ook in de symbo­liek, in het droomleven ook zo zou zijn en dan nog veel sterker? Juist als we te maken hebben met de diersymboliek in de magie, dan is het meest opvallende wel dat in verschillende landen en in de verschillende formules soms hetzelfde dier als het beeld van een totaal andere eigenschap wordt gebruikt. Ik geloof, dat elk dier in de droom en elders twee betekenissen kan hebben, maar dat het meest bepalende is ‑ zeker als je dat in dromen wilt beschouwen ‑ de eigen relatie ten aanzien van het dier. Indien wolven u bedreigen en u kunt ze met moeite wegzenden, dan zou ik zeggen: er is iets minder aangenaams aan de hand. Als wolven komen en u zendt ze eenvoudig weg omdat ze u hinderen en ze gehoorzamen u, er is zelfs geen openlijke vijandschap geweest, dan zou ik zeggen: het is eerder een gunstig teken.

*  Een symbool der wijsheid is toch ook de uil, nietwaar?

De uil is een symbooldier en ook de gestalte van Pallas Athene. Pallas Athene is de godin van wijsheid. Vandaar dat in de Griekse filoso­fie en in de afleidingen daarvan, die grote invloed hebben gehad in ge­heel Europa vooral in de Renaissance, de uil wordt beschouwd als het symbool van wijsheid. Maar wat zegt u als iemand een stommiteit uithaalt? “Doe niet zo uilig!” Met andere woorden: u beschouwt de uil vaak als een machteloos dier. Men spreekt er denigrerend over. De uil wordt hier weer gezien als iets wat alleen maar uileballen uitbraakt, machteloos is in het daglicht en ’s avonds een enigszins demonische, geheimzinnige schaduw is waarvan men hoopt dat er maar niet teveel verstand achter zit. Als je dat zo bekijkt, moet je zeggen: een uil is niet het symbool van wijsheid, maar van stommiteit. Maar wat vinden we nu, als we in de magie terecht komen? Daar hadden we het tenslotte over, dus mag ik ook wat daarover zeggen? In de Nederlandse en Duitse magie wordt de uil niet veel gebruikt. Maar gaan we wat verder naar het zuiden, dan wordt de uil gebruikt als teken van de “geluidloze”, dus eigenlijk de stille jager. Verder speelt de uil in bepaalde delen van Spanje, Italië en Griekenland bij de magiërs vaak de rol van de kracht die men uitzendt; en dat kan wel degelijk een destructieve kracht zijn. Dus hier staat de uil eigenlijk voor het onzicht­baar aanvliegende, het plotselinge gebeuren, waarmee het “kwade oog” a.h.w. in werking wordt overtroffen, omdat op elk ogenblik het symbool kan toe­ slaan. En dan zien we dat het hier weer een eigenschapssymbool is geworden, waarvan de herleiding moeilijk te vinden is. Kennelijk is de keuze van het symbool van invloed geweest, dat de uil een geluidloze vlucht heeft en vooral bij half licht en half duister een goede jager heet te zijn, ofschoon hij in wezen alleen in de schemering een goede jager is. Men gelooft van hem dat hij de heerser van de nacht is. Hier zijn die associaties dus weer bepa­lend voor het gebruik van dit wat magische symbool en niet de filosofische associaties.

*  Kunt u iets zeggen van de duif, geschilderd op iconen?

De duif op iconen is ontleend aan het Pinkstergebeuren en ook aan de doop in de Jordaan. De duif is hier het symbool van de H. Geest. De duif is overigens in de joodse legende bovendien een boodschapper, een brenger van blijde tijding. Dat zal waarschijnlijk ook de verklaring zijn voor de duif, die Noach heeft losgelaten volgens de legende. De duif wordt dus wat dat betreft algemeen als een bode gezien en vermoedelijk daarom ook de gestal­te geworden van de H. Geest. De Heilig Geest is de gedachte, die als een bede Gods op aarde kenbaar wordt. Zo zou men het kunnen omschrijven. Bij iconen is de duif de aanduiding van een goddelijke kracht werkzaam in een persoon. In de primitieve magie (men zou het vroeg‑alchemisme kunnen noemen van ongeveer de 4e eeuw) wordt de duif bovendien ‑ al wordt zij H. Geest genoemd ‑ ook nog gebruikt om krachten aan te voeren. Ik meen dat het van Maria de Jodin is wat ik hier citeer. Zij zegt: “Ik zend mijn gedachten opwaarts en ziet, een witte duif daalt stra­lend tot mij neer, vervullend mij met krachten, zodat mijn wil beheerst de werking van het metaal.” Dat was van de dame, die mede aansprakelijk was voor het koken au‑bain­ marie. Dat was ook haar uitvinding. Deze verwarmingsmethode werd gebruikt om een soort schijngoud te maken. Het was een verbeterde versie van het schijngoud van Egyptische origine. Ik citeer dit alleen maar om duidelijk te maken dat de duif als een mystieke krachtbron of krachtbrenger wordt beschouwd en niet alleen maar als inspirator in sommige landen.

*  Kunt u nog iets zeggen naar aanleiding van de Evangelisten, die wor­den afgebeeld met een diersymbool?

De leeuw, de adelaar enz. Hier hebben we te maken met de Openbaring van Johannes. Wie deze Openbaring goed leest, zal ontdekken dat we daarin symbolen aantreffen die voor een groot gedeelte van Perzische origine zijn. Kennelijk is hier iemand aan het woord, die veel weet van de oosterse sym­boliek. De adelaar is de beschermende brenger van tijding. Hij gaat aan de krachten vooraf, zoals ook de Adelaars van Rome aan de Legioenen vooral gingen. De leeuw daarentegen blijkt een schutsdier te zijn. We kunnen nog op vele oude muren, vooral op poorten vaak een leeuw, soms gevleugeld, aantreffen. De leeuw is de beschermer. Het lam, dat is duidelijk, is altijd het Lam Gods. Heeft u nog meer dieren op het oog?

*  De mens hoort daar ook nog bij.

Misschien dat u terecht de mens als een dier beschouwt. Maar dat is in de magie niet gebruikelijk om dat te doen. De mens staat in de symboliek altijd voor de werker. Hij kan heerser zijn, indien hij bepaalde symbolen bij zich draagt, maar hij is toch voornamelijk werker. Want hij is het die de we­reld verandert en als zodanig geloof ik dat hij staat voor een zekere mystiek. Het mystieke, het onlogische dat buiten de schijnbare wetmatigheid van de natuur om een eigen waarheid vindt en tot werkelijkheid maakt.

*  De magiër, die diersymbolen tijdens zijn bezweringen gebruikt, leven die diersymbolen voort in de astrale wereld en roept hij ze daaruit op?

Dat kan vaak het geval zijn. In de Tibetaanse magie was dat wel dege­lijk zo, omdat in Tibet bijna 3000 jaar dierverering is geweest, voordat men kwam tot een vorm van boeddhisme. die dan weer werd tot het Lamaistisch boeddhisne. Hier was dat wel het geval, maar in andere gevallen is dat niet zo. Dan is er in de eerste plaats geen sprake van een astrale vorm. Als wij denken aan bv. de Luipaard‑mannen. Zij vereren de Grote Luipaard, inderdaad. Dat is een astrale vorm, een godsvorm. Zij halen de kracht uit die vorm naar zich toe, maar zij willen zich één voelen met die vorm. Zij worden dus gedreven door een vertrouwen op zichzelf en niet op de vorm. Zij halen dus niet iets daaruit. Magiërs, die diersymbolen gebruiken in gewone magische bezweringen ‑ dat heb ik al geprobeerd duidelijk te maken ‑ hebben het daarbij eerder over toestanden of eigenschappen dan over het dier zelf. Bij hen is er natuur­lijk geen sprake van een astrale vorm waarop zij zich beroepen. Maar het dier vormt voor hen het sleutelbegrip, waardoor zij zich op bepaalde kos­mische eigenschappen beroepen, die dus niet beperkt zijn tot een astrale wereld.

*  De Bok van Mendes bijvoorbeeld.

De Bok van Mendes was oorspronkelijk het symbool van de natuurgod, de Grote Pan. Maar toen de duivelverering toenam en die Bok steeds meer een duivelsymbool werd, ontstond er inderdaad een astrale vorm, waarin de toegekende eigenschappen en de kracht van de offers, de aanroepingen e.d. werden geabsorbeerd, zodat er inderdaad een lange tijd een bokvormig wezen in de astrale sferen heeft bestaan, dat zich op aarde kon ma­nifesteren en dat in staat was om soms de mensen te bezielen. Het is zelfs aan te nemen, dat wanneer er een goed fysisch medium aanwezig was daar­door manifestaties in die vorm mogelijk zijn geweest, materialisaties bv.

*  Hebben de Bokkenrijders in Limburg daarmede te maken?

Hun naam heeft er wel mee te maken, de werkelijkheid niet. Als je over de bokkerij spreekt, dan spreek je in feite over een wijdvertakt net van rovers en smokkelaars. De verbindingsmensen daarvan waren meestal trekkende handwerkslieden, slijpers e.d. figuren. Deze verschillende benden konden acties uitvoeren op bijna hetzelfde uur of dezelfde dag. En dan werd de buit, soms een dag daarop reeds gevonden op een afstand, die alleen een ruiter te paard misschien had kunnen overbruggen. Men kon niet aanvaarden dat een hele bende, waarvan niemand iets had gehoord die weg zou hebben afgelegd en dus dacht men: ze hebben een verbond met de duivel. Maar in het verbond met de duivel komt weer de reactie op de heksenhamer op de voorgrond. U weet, dat de heksenhamer een manuaal is voor de ondervraging van heksen. De heksen verklaren dan ‑ dank zij de hulp van de Inquisiteur natuurlijk ‑ dat zij op bezems en vaak ook op duivels, die de gedaante van een bok hebben aangenomen door de hemel gingen ter sabbat of “ter volvoering van hunne euvele daden”, zoals het zo mooi staat in een boekje van begin 1900. De Bokkenrijders werden dus gezien als mensen (rovers), die een verbond hadden met de duivel. Zij kwamen bijeen, riepen dan de duivel op, die in de gedaante van een bok hen dan vervoerde naar de plaats waar ze hun aanval deden en hen later weer naar huis bracht. Dit was de enige verklaring, die men kon bedenken voor de wijde verbreidheid van deze misdaden, terwijl de mensen op dezelfde wijze gemaskerd waren. Bovendien zijn er vele mensen geweest, die van de roep van “door demonen gesteund te worden”, gebruik hebben gemaakt om daarmee de mensen een beetje banger te maken. Je geld of je leven alleen was niet genoeg. Het was je geld of je ziel. En dan wilden de meesten wel graag betalen.

*  Waarom zijn er diersymbolen en ook mensensymbolen in de Dierenriem?

Omdat de verschillende tekens verschillende kwaliteiten vertegenwoor­digen. U moet zich goed indenken wat er is gebeurd. De hemel toont een aantal vaste constellaties, vaste tekens. In het oorspronkelijke sterren­schrift zijn ze de uitdrukking van de vaste wetten Gods, terwijl de varia­bele worden gevormd door het spel der planeten plus de verschuiving van de randbeelden door de draaiing van de aarde en de helling van de aardas. Nu zoekt men daarin beelden te vinden. En zo vinden we bv. de Grote Beer, de Kleine Beer, maar ook de Wagen Met andere woorden: men vindt daarin heel verschillende beelden en betekenissen, die vaak betrekkelijk willekeu­rig zijn gekozen, maar die iets weergeven van wat men bij dit beeld denkt of verwacht. Denk nu aan bv. de Weegschaal.

De Weegschaal is geen mens en ook geen dier, maar het is wel een functie. U zou kunnen zeggen; de Weegschaal is het wankele mechanisme dat bij de Tweeling de actieve strijdvaardigheid is. Als wij daar dieren bij opnemen, dan zijn dat natuurlijk dieren, die sym­bolische betekenissen hebben. Vergeet niet, dat de Leeuw al een heel lange tijd als het symbool van heerschappij is beschouwd. De Leeuw is dus de heer­ser. En daar waar we te maken hebben met een beeld, waarin de kracht van heersen, de lust tot heersen ook sterk aanwezig is, dan spreken wij over de Leeuw.

De Stier is eveneens het beeld van een misschien wat traag wezen, dat echter ook ontzettend koppig doorgaat. Misschien dat men er ergens anders de ezel van had gemaakt. Dat komt omdat de eigenschappen van ge­staagheid, van een beetje materialisme ook, nu eenmaal eigen zijn aan het teken. Met andere woorden: de dierentekens van de Dierenriem zijn eigenlijk alleen maar gelijkenissen. Het dier is hier het symbool voor eigenschappen waarbij men zich moet realiseren dat het dier niet is gekozen om zijn feite­lijke kwaliteiten, maar om de kwaliteiten die indertijd daaraan zijn toege­kend.

De meeste mensen denken dat de Dierenriem, die u kent en hanteert, al heel oud is. Maar dan wil ik u er toch op wijzen, dat nog 150 jaar voor Christus heel andere dieren daarin voorkwamen; dat we een teken hadden waarin bepaalde andere tekens samenvielen, dat er een tijd is geweest, waarin het teken de Zwaan word gebruikt. Waarschijnlijk omdat er toen een koningshuis was, dat het tien geslachten heeft volgehouden en de zwaan als symbool of wapen had. Als u verder gaat en u kijkt naar de tekens, die men in China heeft waar men het heeft over het Varken, dan zult u denken, bah, wat vies! Maar daar denken ze: ha, wat lekker! Dat heeft dus een heel an­dere betekenis. En als u gaat kijken hoe de Dierenriem ergens anders wordt geïnterpreteerd, dan blijkt dat de Dierenriem van vandaag eigenlijk haar astrologische betekenis heeft gekregen ongeveer 500 na Chr. en gefixeerd is in haar betekenis door de Arabische astrologen tussen 700 en 800 na Chr. om precies te zijn.

*  Het heeft dus niets te maken met de Chaldeeën?

Neen, het heeft niets te maken met de Chaldeeën. Wat de Chaldeeën ons wel hebben nagelaten zijn hun z.g. sterrentabellen, die vooral belangrijk zijn omdat de baan van de planeten en de veranderingen van de planeten daarin beschreven zijn. De Chaldese astrologen kenden echter een Dierenriem met 11 tekens en niet met 12. Daarvan waren bovendien twee andere tekens dan die men tegenwoordig gebruikt.

*  Welke waren dat?

Dat waren de Kreeft, de tweeling en wat u tegenwoordig de Waterman noemt; dat was de Lastdrager. De meeste mensen denken: die sterren hebben eeuwig bestaan, dus is de Dierenriem ook eeuwig. Neen, de Dierenriem is een menselijke schepping, een menselijke indeling. Als u zich realiseert, dat er zelfs nu nog gewerkt kan worden met 12 verschillende Dierenriem­ systemen, waarbij 27 verschillende horoscoopsystemen bestaan, waarvan er op het ogenblik een 8‑tal nog voortdurend wordt gebruikt, dan komt u een beetje tot het begrip: deze dingen zijn onze symbolen waarmee wij werken. En dat is in de magie heel erg belangrijk dat je je dat altijd weer voor ogen stelt. Wij werken met “onze symbolen”, niet met feitelijkheden.

*  Wat was de Kreeft dan vroeger voor een symbool? En Gemini?

De Kreeft werd vroeger samen met een ander teken de Slaaf genoemd. Gemini was ‑ ik meen ‑ de Slang. Er waren dus grote afwijkingen. Als u dat nu maar onthoudt, dat is het belangrijkst. Wilt u het precies weten, er zijn nog wel enkele historische geschriften daarover. Er berust zelfs nog een schriftuur daarover in The Library of the British Museum, waarin een studie staat uit begin 1800 waar een groot aantal van die systemen onderling wor­den vergeleken.

*  Waar komt dan de aap vandaan in verband met Gemini?

De aap bij Gemini bestaat niet. Maar er bestaat wel een vergelijkbaar teken en dan komen we terecht bij de Chinezen. Daar vinden wij namelijk de aap wel terug. En dan is het niet bepaald een gunstig teken. Ik geloof niet dat je goed doet om die vergelijking te maken. Je zou het misschien zo moe­ten zeggen: De Tweeling geeft aan de wisselvalligheid, de tweeslachtigheid. Een Tweeling is astrologisch gezien iemand, die het ene ogenblik zeer ener­giek is, maar dan halverwege omkeert en ineens lusteloos wordt en de zaak niet afmaakt. Het is iemand, die met enorme kracht te werk kan gaan en ook erg blijmoedig en dan plotseling omslaat, dichtklapt en misanthropisch wordt. Daarna volgt dan weer een andere periode. Dus wat dat betreft, zou ik moeten zeggen: Hier kun je misschien enige gelijkenis vinden met de aap, die de Chinezen projecteren. Maar als het om de eigenschappen gaat, dan lijkt het toch heel wat meer op datgene wat wij hier aan Scorpio toekennen. Men zegt namelijk: de aap is ijdel en bemint zichzelf. Hij gaat recht door zee en is vaak scherp, maar hij is niet in staat zijn scherpte te doseren. Daarom is het Jaar van de Aap altijd een jaar van zelfmisleiding en mogelijke krijg. Dus er zit wel iets, in wat we in de duiding van het type Scorpio kunnen terugvinden, ook al wordt dat positief en negatief geïnterpreteerd. Er is altijd een positief en een negatief type.

SLOTWOORD

We zijn nu druk bezig geweest over astrologie. Daar hebben we misschien iets gezegd over de waarde van het diersymbool, maar als het over de magie gaat, dan ligt het toch wel een beetje anders. Astrologie is wel een vorm van occultisme, maar ze is niet magisch. Het is een constatering; het is niet het scheppen van een toestand of een dwingende kracht. Daarom zou ik nog even willen teruggrijpen naar de magie.

Als een magiër werkt, dan moet hij een groot aantal verschillende invloeden samenbrengen, die niet van stoffelijke aard zijn. Als een magiër een demon nodig heeft, dan is het een demon die hij zelf schept. Dat heeft zelfs Tycho Brahe nog gezegd toen hij daarover sprak: “De magiër bouwt zich een beeld van zijn demon. Hij kent daaraan eigenschappen toe. Hij vereert deze, lokt deze en bedwingt deze. Het wezen is niet werkelijk, maar datgene wat erin wordt erkend, bestaat in de kosmos. En het zijn die krachten, die in het brandpunt samenkomen en zo het wezen vormen, waarop de magiër zich baseert.” Misschien dat we hier wel het dichtst zitten bij het wezen van de diersymboliek in de magie.

De magiër gebruikt zoveel symbolen. Als we ons realiseren, dat de hemel als een koe kan worden voorgesteld, dan vragen we ons af hoe men daartoe komt. Maar als we ons realiseren dat de koe voedend en zelfs heilig kan zijn, dat die koe een bijzonder waardevol bezit was, dan begrijpen we dat het hier eigenschappen zijn, die de mensen ertoe brengen een bepaalde vorm aan het uitspansel toe te kennen. Als we elders horen dat de aarde rust op een schildpad, dan lijkt dat misschien vreemd. Maar mensen, die weten hoe oud schildpadden kunnen worden, kunnen ook begrijpen dat er primitieve volkeren zijn die denken: die dieren kunnen alleen door geweld sterven. Ze kunnen enorme lasten dragen. Ze zijn traag, maar ze gaan gestadig voort. Ze zijn schijnbaar thuis in alle elementen. Dus is de schildpad een logisch symbool om de aarde daarop te laten rusten. En als een je te weinig lijkt, dan neem je er vier en bouw je op die vier een zuil, waarop de aarde kan rusten. Zo komen de symbolen tot stand.

Het denkbeeld van de aarde, die als een soort vierkante koek op zuilen rust en met de sterrenhemel daarboven wordt gedragen door een viertal schildpadden is natuurlijk belachelijk vanuit het standpunt van iemand, die denkt aan de ronde wereld die rond de zon cirkelt. Maar waarom zouden we het zo belachelijk vinden, indien we ons realiseren dat iemand, die de feiten niet kan vinden en de natuurkundige waarheid niet kent, toch zijn gevoelens zal moeten uitdrukken. En dat de trage wandeling van de schildpad toch wel een goed symbool is voor de trage verschuiving van de sterrenhemel. En dat het denkbeeld van een begrensde wereld toch heel logisch is voor iemand, die nooit het onbegrensde heeft gezien. Dat het denkbeeld van zuilen die de wereld dragen eveneens logisch moet zijn, omdat men denkt: er moet toch iets zijn, een zee of een zee van vuur, een wereldoceaan waarop wij drijven. Dan moet er iets zijn wat die dieren verbindt met de wereld.

Symbolen bouw je op duizend verschillende manieren op, maar altijd weer zit er een zekere logica in. Ze zijn de weergave van iets wat wij denken. En waarom zouden we ook niet voor een ogenblik stilstaan bij de magie, die voor de mens is gelegen in het geluid dat dieren kunnen maken?

Neem b.v. de oude inwijdingen. Daar komt een bepaalde passage in voor, die de inwijdeling door het duister moet maken. Hij hoort het ritselen van een zak met bladeren. Dit symboliseert de slang, het onbestemde gevaar dat hem moet erkennen als zijnde de inwijding waardig, opdat hij verder kan gaan. Het is wel wonderlijk dat ze tot een dergelijk idee komen.

Elders vinden wij de slang als symbool van de wateren. Die slang is niet een waterslang, zoals men misschien denkt, de zeeslang. De slang is ook het beeld van een golvende beweging. Alles wat golft heeft een leven. Als het kan golven als een slang, zal het misschien een slang zijn. En wie zal ons zeggen, dat de gedachte aan de Midgardslang niet ergens op eenzelfde basis berust? We moeten begrijpen hoezeer de mens alles voortdurend probeert uit te drukken in beelden waardoor het benaderbaar wordt. In de magie is het wonderlijke dat de gestalte die je geeft niet bepalend is, maar dat het gevoel, dus de beleving van eigenschappen, het geloof in eigenschappen, bepalend is voor de harmonie die tot stand komt. Daarom zijn die dingen zo enorm belangrijk geweest en kunnen ze dat nog zijn.

U leeft in een wereld, waarin het z.g. bijgeloof van de magie is afgewezen. Wie daaraan doet is een dwaas. Daarvoor in de plaats is misschien een aantal vage vormen van mystiek gekomen en van getheologiseerde magie, die dan godsdienst heet. Maar ook in u is voortdurend nog de behoefte om te werken met symbolen. Ook bij u is er nog ergens de neiging een dier te gebruiken om iets weer te geven. Waarom spreekt men zo graag over de Russische Beer of over de Amerikaanse Adelaar? Ofschoon kennelijk de beer suggestiever is voor de Russische eigenschappen dan de adelaar voor de Amerikaanse. Vandaar dat men Uncle Sam vaak in de plaats daarvoor stelt, veel meer dan Iwan in de plaats van de beer. Ook u heeft de neiging iemand uit te maken voor “stomme os”, wat een dubbele belediging is, zoals u weet. Ook u vindt iemand een “slang”. Ook u heeft allerlei diergelijkenissen bij de hand. Daarmee duidt u toch maar even uw emotionele reacties aan, want redelijk zijn die beelden niet.

Die emotionele reacties behoeven niet altijd met een bepaald land of een bepaalde mens verbonden te zijn. Hetzelfde symbool kan eveneens gelden voor een kosmische waarde, die op vergelijkbare wijze door u beleefd kan worden. En dan ligt het diersymbool toch weer heel dichtbij, zelfs in de mystiek. Dan kunnen we in onze mystiek ook het diersymbool gebruiken omdat wat het in ons wakker roept het gevoel is van bereiking. We kunnen dan mis­schien begrijpen dat de leeuwerik voor Franciscus van Assisi een enorm machtig wezen was, want het kon zo dicht tot God stijgen en dat voor hem in zijn beleving de leeuwerik een symbool is geweest waarmee hij zijn eigen poging om tot God te stijgen, symboliseerde.

Dan kunnen we zeggen dat Hiëronymus bv. op zijn wijze ook weer een symbool zocht. Voor hem was dat dan een lastdier, een ezel. Dat betekende helemaal niet dat hij een stommeling nodig had, wel dat hij de kracht nodig had om bepaalde lasten der wijsheid te kunnen dragen. Voor hem zal de ezel dus de additionele kracht zijn geweest die hij nodig had om te leven met hetgeen er in hem bestond. Als je die dingen zo gaat zien, wordt de diersymboliek wat aanvaardbaarder, wat begrijpelijker en komt ze ook wat dichterbij.

Nu leeft u in een tijd, waarin de hond en de kat vaak een bijzonder belangrijke plaats innemen. Maar als uw poes of uw hond voor u een bijzondere emotie betekent, een bepaald gevoel, een soort afgestemdheid, waarom zou u ze dan niet als symbool gebruiken. Ook kunt u uw papagaai, uw kanariepiet, uw goudvis of wat dan ook, daarvoor gebruiken. Het gaat toch immers niet om die dieren of om de goddelijke waarde die dieren zouden bezitten, maar om de innerlijke afstemming die door u wordt geassocieerd met het beeld. Waarom zou u mediteren over een roos, als u niet van rozen houdt? Als u nu wel van katten houdt, bv. van een siamees of een angora, dan mediteert u over die siamees of de angora. Dat is net zo belangrijk als die roos; wat een Rozenkruiser mij misschien kwalijk zal nemen, omdat ik hiermee schijnbaar het symbool ontluister. Maar het symbool heeft alleen maar betekenis, indien het een werking tot stand brengt.

U zult zeggen dat magie in deze dagen achterhaald is. En ik zou u nooit willen aanmoedigen om dierenprentjes te tekenen, eromheen te gaan dansen en misschien uzelf horens op te zetten en de Grote Bok te verbeelden of iets dergelijks. U moet gewoon voor uzelf realiseren dat een bepaald dier, een bepaalde plant, zelfs een bepaalde ster, een bepaalde kleur of een bepaalde toestand iets kan uitdrukken wat in u bestaat. Waarom zou u dat dan niet als symbool gebruiken? Waarom zou u voor uzelf dan niet een plaatje van zo’n dier nemen of een tekeningetje maken waarop de verkozen kleur voorkomt? Waarom zou u dan niet daarnaar kijken en u bewust concentreren op dat wat er achter ligt en zo een verbondenheid daarmee verkrijgen? Heus, het is niet belangrijk hoe je die dingen noemt.

Dit is natuurlijk geen magie en we zullen het dan maar mystiek noemen of wat anders. Het betekent echter wel dat een mens, die een juiste afstem­ming verkrijgt, daardoor een verbondenheid bezit en dat daaruit resultaten kunnen voortvloeien. Hoe u zich dat voorstelt is niet belangrijk,als u het zich maar voorstelt. De vorm die u eraan geeft, is niet belangrijk. Belangrijk is, dat de vorm inhoud heeft, zodat u daardoor iets tot stand kunt brengen, iets kunt bereiken.

U zit vandaag aan de dag met heel veel symbolen opgescheept. Het gaat van de Nederlandse Leeuw via de Nederlandse Maagd tot Vrouwe Justitia. Drie dingen, die alle mijns inziens als beeld zeer ontkracht zijn en daardoor waardeloos. Maar voor die symbolen kan iets anders in de plaats staan: uw denken aan rechtvaardigheid, uw denken aan werkelijke hoogheid, aan werkelijke macht, uw denken aan werkelijke invloed. Neem dan uw eigen symbolen. Uw wereld is gevuld van lege symboliek. De drie‑ en vierletter symboliek is in deze tijd verstikkend geworden. Gelukkig is ze weinig werkzaam, omdat je je niet realiseert wat die letters eigenlijk betekenen.

De wereld heeft behoefte aan nieuwe symbolen. De wereld heeft behoefte aan een andere magie dan die van de retoriek, het politieke gekonkel en de eventuele machtsverhoudingen en economische veranderingen. Men heeft behoefte aan een innerlijke zekerheid, aan een innerlijk vermogen tot verder gaan, tot groeien, aan zelfvertrouwen, waardoor de eigen eeuwigheid meer wordt uitgedrukt en als het even kan ook in daden beter kan worden bewezen. Kies, dan daarvoor uw eigen symbolen. Het behoeft voor mij geen dier te zijn. De diersymboliek in de magie, was eveneens een eigenschapserkenning. Een magie van afstemming van het ego. Die afstemming kunnen we gebruiken.

U behoeft het allemaal niet zo omslachtig te doen. Wat de een met een enkele wenk kan doen, kan de ander misschien alleen met veel concentratie. Vaak is een symbool dan genoeg, om die concentratie plotseling tot stand te brengen. Voor de een is het mogelijk om wonderlijke krachten gewoon te laten vervloeien en uit te oefenen, de ander heeft er misschien enorm veel moeite voor over en moet een sterke instelling weten te bewerkstelligen voor zichzelf en zijn omgeving. Maar indien u voor de juiste instelling een symbool nodig heeft, kunt u dat daarmee bijna onmiddellijk tot stand brengen.

Misschien wilt u een ander helpen of bereiken en u kunt dat niet op een grote afstand. Als u een symbool heeft dat voor die persoon staat, waarin u die persoon terug kent, dan werkt het toch. Waarom werken zoveel helderzienden en genezers met foto’s? Omdat ze op deze manier een afstemming kunnen verkrijgen.

Waarom zou u uw afstemming dan niet verkrijgen, niet alleen met mensen maar ook met alle krachten die rond u zijn, die u nodig heeft. Ik weet wel, dit heeft weinig met diersymboliek te maken; misschien heel veel met magie. Maar uit de geschiedenis kunt u leren, dat mensen met vreemde symbolen toch altijd weer een afstemming op kosmische krachten en waarden hebben weten te bereiken. Dat ze achter alle geheimtaal van symbolen een werkelijkheid wisten te benaderen. Ik wil u niet aanmoedigen om die geheimtaal te hanteren, wel om de krachten te leren kennen en ze zelf te leren uiten.

Uit dit gehele onderwerp, dat voor een groot gedeelte waarschijnlijk voor u meer interessant dan leerzaam is geweest, blijft deze les over:

U heeft de mogelijkheid tot instelling. Als u het niet zonder meer kunt, neem dan een symbool. Neem een symbool, dat voor u daarbij past. Of het een mus is of een adelaar, als het u past en u de afstemming geeft, zult u daardoor de kracht leren hanteren en innerlijk de erkenning kunnen beleven, die nodig is om de eeuwigheid van uw wezen beter te doorvoelen en de werkelijke krachten van het “ik”, dat niet alleen uit stof bestaat, te manifesteren op aarde.