Shamballa

image_pdf

11 maart 1983

Aan het begin van deze bijeenkomst moet ik u erop wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denk zelf na, vorm zelf een oordeel. Ons onderwerp handelt over de mystiek in verband met een stad die al lang vergeten is: Shamballa.

Shamballa is vooral een overlevering, een legende. Zeker, er bestaan beschrijvingen van ontdekkingsreizigers, o.m. Sven Hedin die zeggen ruïnes van een bedolven stad midden in de Gobi gevonden te hebben. Maar of in dit gebied ooit een stad heeft gelegen die Shamballa werd geheten? Er is niemand die u dit met zekerheid kan zeggen.

Langzaam maar zeker groeide een overlevering en werd voor vele Shamballa de stad tussen twee werelden. Een stad die niet meer menselijk is, een stad waarin goden kunnen verkeren en toch gelijktijdig een stad die een mens op aarde als een soort ingewijde langs allerhande vreemde wegen en paden kan bereiken.

Het is begrijpelijk dat men deze legende langzaam maar zeker heeft ingeweven in bepaalde vormen van esoterisch en zelfs wel lamaïstisch denken, terwijl op hun beurt zeer velen die aan natuurmagie deden de naam van de stad gebruikten om anderen duidelijk te maken dat bovennatuurlijke krachten langs wonderlijke wegen de aarde zouden gaan bereiken.

Wij dienen ons in de eerste plaats bezig te houden met de mystiek die bestaat rond de naam van deze stad. Wat is dan in dit opzicht haar voornaamste kwaliteit? Zij heet een lichtende stad te zijn, een stad van paradijselijke schoonheid, waarin tempels en paleizen. Wie haar betreedt, ontmoet er mensen die soms al vele duizenden jaren leven, ontmoet er vreemde stralende gestalten en wordt geconfronteerd met een wijsheid die de aarde al lang vergeten heeft.

Het licht waarover men spreekt is echter in mystieke zin veel belangrijker dan welke omschrijving van de stad dan ook. Maar mensen willen omschrijvingen en beschrijvingen. Zo maakt men als mens, wanneer men al over een stad spreekt, zich al snel een voorstelling van het gezag daar en maakt indelingen van allerhande machten en krachten, zoals altijd wanneer men te maken krijgt met het bovennatuurlijke. Men heeft hieraan behoefte, al is het alleen maar om op deze wijze uit te kunnen maken met welke persoonlijkheid je te maken hebt, wanneer het gaat om krachten als weer en wind dan wel om bepaalde vormen van magisch pogen.

Op deze manier is de mystieke indeling van de stad, zoals die vaak wordt gegeven, in feite veel minder belangrijk dan men haar probeert voor te stellen. Eerder is het haar wezen zelf, haar uitstraling en betekenis zelf, die haar voor de mysticus bijzonder belangrijk kan maken.

Want wanneer ik eenmaal ben gekomen uit het verre verleden en wanneer ik nu leef in de huidige vorm, zo blijf ik terug hunkeren naar mijn bron. En die bron is een lichtende wereld, een soort paradijs, een Eden dat in de tijd langzaam maar zeker verbleekt is. Maar in dat Eden, dat paradijs kan je wandelen met God. En dit is het kenmerk van Shamballa: de ingewijde die deze stad bereikt, ontmoet daar niet alleen de waarheid omtrent zichzelf, maar ook de waarheid omtrent de kosmos.

Hij heeft contact met de hoogste scheppende krachten en wordt omgeven door de vreugden van de volmaaktheid en de harmonie. Het is dan ook niet zo vreemd dat menige mysticus zich omschrijft als een reiziger die op weg is. In je draag je het stempel van je oorsprong. Eens ben je voortgekomen uit het licht. Eens ben je uitgegaan uit die eerste ervaringswereld, waarin vreugde voor het bestaan bepalend was, waarin je sprak met de gehele kosmos en waarin je ternauwernood beseft wat je zelf wist en was,

Je bent uitgegaan als een pelgrim naar wereld en gestalte, om daarin te zoeken naar kennis omtrent eigen zijn en wezen, maar zo ook zoekend naar een bewust beseffen van en deelhebben aan de totaliteit waarvan je een deel bent en meer niet.

Het geheim dat je op deze tocht kwelt, wordt dan vaak omgezet in stille visioenen, dromen over reizen naar een schitterende stad: Een stad met gouden daken, ruisende palmen waarin de vrede zich weerkaatst als een wonderlijk lied. Maar je komt er nooit. Het is alsof je in de woestijn staat en verder moet trekken, terwijl voor je aan de hemel een fata morgana verschijnt van heerlijkheden die elders misschien zo bestaan of mogelijk zelfs dat niet, maar zeker voor jou nu niet te bereiken zijn. Alleen de geest die zich geheel van de stof losmaakt, zou misschien in dergelijke luchtspiegelingen nog kunnen leven en wonen. Wanneer je ik zich vrij weet te maken van de stoffelijke beperkingen, dan liggen eindelijk de paden voor je open naar de „verborgen stad”. Dan opeens staan de bronnen open in de eenzaamheid waardoor je opeens overal levende krachten kunt ontmoeten. Dan is het heden opeens samengesmolten met het verleden en weet je diep in jezelf opeens wat de ware betekenis is van een gaan door de poort, het zoeken in de spiegel, het doordringen in het ondoordringbare en het deel worden van het ondeelbare. Dit nu is het raadsel dat aan deze stad verbonden is. En toch: wij allen weten dat Gobi eens een vruchtbaar gebied is geweest. Zeker, erg lang geleden. De bewoners zijn weggevlucht en een groot deel van hen is waarschijnlijk daarbij omgekomen. Er is een strijd geweest tussen priesters en krijgslieden, een strijd om de heerschappij, om de indeling van de maatschappij waarin men toen leefde. Indirect ging het de priesters om een geestelijke overheersing. In deze strijd is eens alles vergaan. Het enige wat overbleef was een legende: Shamballa, de schitterende van waaruit de wereld geregeerd wordt, de stad waarin volgens sommigen ook de heer der wereld pleegt te vertoeven. Een legende over een stad van licht waarin alle lichte krachten bij voortduring aanwezig zijn en de fonteinen eeuwigheid opspuiten als een drank voor eenieder die er leeft of binnendringt.

Gaat het om een droom, samengebracht met de overleveringen over een bijna reeds vergeten volk? Of gaat het om oude wijsheid die stamt uit eveneens lang vergeten bronnen? Persoonlijk kies ik voor dit laatste: zoals in zovele landen is immers ook hier sprake van een verborgen rijk, een verborgen stad, een voor eenieder verborgen geheim?

Mogelijk weet u niet dat bv. over de Sahara iets dergelijks wordt verteld: ook hier zou, onbereikbaar bijna, een stad liggen vol van glans, verborgen voor eenieder die niet rijp is haar te benaderen. Een stad vol van groen, met vele heldere bronnen, maar wel gelegen in een landschap vol woestheid, waarvan het betreden voor een gewoon mens bijna zeker de dood zou betekenen.

Zoals men vertelt over een geheime stad ergens in een verborgen dal in de hoge Andes, waar oude wijsheid van Atlantis en de pre-Inca beschavingen bewaard zou worden. Het is steeds weer eenzelfde legende verteld door de mens die voelt: in het duister leef ik, in het duister tast ik mij een weg door een mij in wezen vreemde wereld. Steeds weer speelt het gevoel van duister een rol en soms ook noemt men de steden en heilige plaatsen duister wanneer zij volgens de overleveringen voor het oog van de gewone mensen verborgen zijn.

Toch is het leven van de mens op aarde niet werkelijk duister. Evenmin zijn er werkelijke onderaardse rijken of liggen er vreemde lichtende steden ergens in woestijnen of ontoegankelijke gebieden. Maar voor degene die op aarde leeft, staat de dood als een voortdurende hinderpaal tussen de mens en zijn honger naar bereiken. Het is niet alleen maar de dood van het lichaam waarop wordt gedoeld. Het is eerder een zekere monotonie, een voortdurende confrontatie met jezelf die voor velen bijna niet te dragen lijkt.

Wanneer wij zoeken naar de geheime lichtende stad zullen wij echter allereerst ons wegen moeten banen door deze haast dodelijke eentonigheid en verlatenheid. Dan zullen wij steeds weer moeten worstelen met uitputting en soms zelfs verder moeten gaan op onze knieën langs een door ons gekozen weg, zonder werkelijk te weten of wij ons doel ook werkelijk naderen.

De mystiek brengt de beleving, maar dan als een droom. Even moogt u proeven van het eeuwige, even mag de mens wandelen in de parken en straten van een stad die alleen nog schoonheid kent en vrede. Maar dan keer je terug, ontwaak je in je eigen werkelijkheid.

Het is of de verborgen steden waarover men spreekt op uw aarde bij tijden hun eigen beeld uitzenden om de mensen duidelijk te maken: wij zijn er, wij bestaan. Maar datgene wat u dan soms beleeft of aanvoelt, is niet van deze wereld van de mensen. Zo min als een dergelijke stad geheel behoort tot de werelden van de geest.

Mogelijk noemt men daarom zo vaak dergelijke steden, evenzeer als men dit doet bij Shamballa, de stad tussen de werelden. Een bestaan tussen de werelden van het menselijke, de wereld van de menselijke logica, menselijke behoeften en drangverschijnselen aan de ene kant en de vormvrijheid, de absolute zijnsgedachte die ergens in het onbekende, verwaaiende tot enige werkelijkheid, het einddoel van het leven zou kunnen zijn.

Ik meen dat vooral mensen met mystieke aanleg dit alles vaak aanvoelen, zij het vaag. Daarom ook meen ik, poneert men steeds weer een stad tussen die twee werelden. Een stad die aan de ene kant de vorm kent waarin een mens zichzelf terug kan vinden en aan de andere kant alle kentekenen draagt van een eeuwigheid die de mens, door zijn vormloosheid niet stoffelijk bewust zal kunnen betreden.

O natuurlijk, denkers hebben zich van de droom meester gemaakt. Wij kennen dan ook verschillende systemen waarin eenieder volgens eigen denken en gevoelen de verborgen stad heeft ingedeeld en gemaakt tot een raadselstad. Men vertelt u zelfs welke geheimen in de stad zouden berusten en voegt eraan toe in die tempel kun je dit beleven en in dat paleis kun je gene kennis vinden.

Daarbij vergeet men al te vaak dat dit een kwestie is van denkbeelden, zoals in China “de stad van de wilgendie bepaalde tongs nog steeds als plaats van inwijding en rechtspraak kennen. Dat is een terrein met daarrond wat staken en takken. En toch noemt men het een stad en duidt men, soms zelfs alleen met een enkele lijn, de poort aan waardoor inwijdelingen moeten schrijden, zoals eenvoudige symbolen aangeven, waar zij de vragen moeten beantwoorden en waar zij nederig neer dienen te knielen en geloften dienen af te leggen voor zij aanvaardt kunnen worden als broeder in de besloten – en tegenwoordig vaak misdadige – gemeenschap.

Ik meen dat men in deze systemen, denkbeelden, dromen en overleveringen heeft genomen en deze uiteindelijk heeft gemaakt tot een soort ritueel voertuig waarin mensen hun eigen eenheid en saamhorigheid kunnen bevestigen. En ook dit alles noemt men dan – verkeerdelijk volgens mij – werkelijke mystiek.

Mystiek noemt men het wanneer je de poorten worden opengedaan, omdat je het juiste wachtwoord weet of degene die je vergezelt en voor je moet instaan, dit geeft. Men noemt het mystiek wanneer je bv. in een bepaalde rite geblinddoekt wordt gebracht naar hetgrote pleinwaar je geplaatst wordt te midden van “de 15 fonteinen” om daarna, van de blinddoek ontdaan, voor het eerst het grote bekken te aanschouwen. Dan zie je het felle licht dat brandt in het bekken en wordt voor een wijle opnieuw verblind, terwijl je je beloften van trouw en overgave stamelt.

Ach, het is alles indrukwekkend en mooi. Maar is het, anders dan voor emotie en het overbluffen van een neofiet, zinvol? Nu ja, zinvol kunnen ook dergelijke beelden worden wanneer zij ons herinneren aan een werkelijkheid die eens was en altijd zal blijven bestaan.

Wanneer zij ons herinnert aan de werkelijkheid van de harmonische mens. Eens, zo verhalen de ouden, waren alle mensen een geheel. Maar toen een enkel deel van die eenheid teloorging, viel de eerste mens uiteen tot de mensheid. En sindsdien weten allen onbewust dat zij deel zijn van die eenheid en zoeken op hun wijze die eenheid ook weer te herwinnen. Het is die eenheid, die harmonie, dit werkelijk samenzijn en samen horen wat volgens mij de werkelijke zin en de grootste betekenis uitmaakt van alle mystiek rond het begrip Shamballa.

Zoals dit gelijktijdig de werkelijke droom is die steeds weer de mens voort zal blijven drijven of hij dit nu beseft of niet.

Zoeken naar sporen in de woestijn? Het is een wat dwaas zoeken misschien. Wanneer wij menselijke bedrijvigheid en strijd achter ons laten blijft er niet veel meer over behalve wat gedachten, wat geprevelde kennis en een blijvende gelijkheid waarin je voortdurend verder gaat en toch de kim steeds weer als gelijk blijft ervaren omdat geen verandering zichtbaar is.

Het lijkt een eindeloze en zelfs zinloze weg. De mens die zoekt naar de ware eenheid, naar de werkelijkheid in zichzelf; de mens die zoekt iets te ervaren van een algehele verbondenheid met het Al zoals deze in termen die voor zijn wezen en ik bevattelijk zijn, zal bestaan, zal al te vaak van die eenzaamheid proeven en haar bijna niet meer kunnen verdragen.

En toch, op een bepaald ogenblik, men weet niet hoe, ziet men een glans, een glimp van stralend licht, in een verre verte. Opeens wordt de eentonigheid van de horizon voor jou gebroken door een verschijnsel dat je nog niet geheel kunt bepalen. Omdat je dan al lang niet meer weet, hoe nog verder te gaan; kies je je dit schijnsel als doel. Want wie zover is doorgedrongen in de al-beheersende eentonigheid kent ook geen weg terug meer.

Wij die spreken over mystieke verrukkingen en dat soort dingen, weten in feite niet waarover wij spreken. Want wij hebben het over zaken die een voltooiing beloven, maar weten niets van, en spreken te weinig, over de weg, die voeren moet tot die voltooiing. Wij spreken over tekenen die wij niet eens kunnen uitleggen en doen steeds weer keuzen, zonder zelfs maar te beseffen dat wij op het ogenblik die keuze maken. Want rond ons schijnt zinvolheid op te houden met bestaan. Er is niets meer, niets behalve die ene glimp, die ene glans die voor ons nog steeds achter de einder van ons besef verborgen schijnt te zijn. O, je stormt er niet juichende op af. Want wij zijn al moe. Leven is vermoeiend. Vooral de geest kan soms zo moe worden van alles wat het leven je te dragen geeft, van alles wat je steeds maar weer moet verwerken.

Toch kies je, de één wankelende misschien, de andere mogelijk overmoedig, dan de weg naar dat verre licht. En dan opeens, wanneer je er al niet meer in gelooft, is er de eeuwige stad. Het eeuwige Jeruzalem, zou je even goed kunnen zeggen. De berg van de vrede. Je komt aan bij de stad. Maar die stad is ommuurd. Je kunt niet zomaar binnengaan. Zeker, er zijn in de muur vele poorten. Maar niet elke poort zal voor je opengaan. Dan zoek je mogelijk nog langere tijd wanhopig naar die ene poort, die ene voor jou begaanbare weg waarvoor je het wachtwoord nog in je wezen bewaart. Soms dreig je onder te gaan, om te komen, terwijl je reeds voor die stad bent aangekomen tot er, opeens en zonder kenbare reden of werken jouwerzijds, een korte flits in je ontstaat en je de poort opeens ziet waarvoor je het wachtwoord weet.

Daarna is er stilte en verrukking. Wat alles bijeen zeker een poëtisch beeld vormt. Maar het is gelijktijdig een zo goed mogelijk weergeven van een mystieke werkelijkheid.

De mysticus die steeds verder gaat, kan wel verklaringen zoeken voor al het zijnde, al het levende, vanuit de denkbeelden die in hem ontstaan. Je kunt je innerlijk bewerken en ploegen in een poging alles wat je aan kennis bezit ook werkelijk vruchtbaar te maken. Maar hij die daarin opgaat zal toch niet wezenlijk bereiken. Het wezenlijke bereiken is een gaan over de grens van je kunnen, over de grens van je vermogen tot denken, over alle grenzen van uithoudingsvermogen en tot de laatste grens van je begeren en willen.

Dat is het werkelijke geheim van Shamballa, van de verbogen steden, van de hemelse stad. Het is het geheim dat duidelijk maakt dat je het hoogste alleen werkelijk en blijvend zult kunnen bereiken wanneer je letterlijk alles daarvoor ten offer hebt gebracht. Het is een geheim dat je in feite zegt: je kunt van de stad dromen zo vaak je maar wilt, maar betreden kun je haar eerst wanneer je alles hebt achtergelaten. Dit is meen ik de meest juiste interpretatie die je kunt geven aan deze legende, vooral wanneer het gaat om haar diepere achtergronden.

O, ik weet het, er is eens een stad geweest waarin machtige priesters zetelden. Een stad waarin grote bibliotheken stonden, ook al waren de boeken dan op platen geschreven, in klei gegrift of in hout gesneden. Zeker, het waren geen boeken als u die nu kent. Maar er stonden overleveringen in die gingen tot de eerste mensen die bewust op aarde geleefd hebben. Er werden geheimen opgetekend, die tot de mensen gekomen waren middels wezens die niet tot deze aarde behoorden. Er waren opgetekende visioenen te vinden die in inhoud en betekenis ver uitgingen boven alles wat een mens uit die tijd zich voor kon stellen. Er waren zelfs afzonderlijke platen die kaarten waren van uw wereld, maar dan die wereld, zoals zij gezien kon worden vanuit de ruimte en niet zoals mensen die konden zien en optekenen op aarde. Zoals er verhalen waren te vinden over de zon als godheid, als leven gevende kracht en over de wijze waarop die zon inwerkt op mens, dier en plant. Werken waarin duidelijk werd gemaakt hoe je door het meten van de stand van de zon de jaargetijden kon bepalen, maar ook verhalen over de wegen die de mens zou moeten gaan, wanneer hij ooit een vlucht door de hemelen zou kunnen wagen. Dat alles was er opgeslagen. Een deel van deze bibliotheek is later overgebracht naar de Potala, een ander deel heeft lange tijd berust in een plaatsje aan de Chinese grens, en een ander deel van de werken werd overgebracht naar een later om zijn zwarte magie berucht klooster dat in de vlakten aan de grens van Mongolië lag. Het belangrijkste deel van de oude mystieke werken werd echter overgebracht naar de tempel van de Ankh, ook wel tempel van alle leven genoemd, die in het voorgebergte van de Karakorums ondergronds was gelegen.

Zeker, een stad waarin veel wijsheid werd bewaard, heeft er bestaan. Maar was dit dan Shamballa? Want in die stad leefden mensen die ondanks alle kennis, alle vermogens die zij konden ontwikkelen nog steeds bezig waren naar macht te zoeken. Zij zochten belangrijkheid. Zij wensten zekerlijk met de goden te spreken, maar niet alleen om de krachten, de goden als bestaand te erkennen, maar vooral om de macht van die goden voor zich op aarde te kunnen gebruiken.

Neen, zelfs wanneer de naam eraan doet denken, dit was niet het echte Shamballa. Het is een stad die vergaan en begraven is onder het malende zand, verteerd is door de slijpende winden. Een vergaan verleden dat moge1ijk een enkele maal nog een stukje ruïne laat zien, maar vooral iets wat niet meer bestaat, iets wat 4500 jaren geleden al vergaan is en vernietigd werd. En zelfs in die dagen was de stad alleen nog maar het geraamte van een grootheid die al lang gestorven was in machtsdrift en oprukkend zand. Neen, ons Shamballa kan het nooit geweest zijn. En toch…

Zoeken wij niet naar een stad van vrede, naar een werkelijkheid waarin een kasteel van rechtvaardigheid bestaat naast de tempel van wijsheid? Zoeken wij niet naar een stad waarin het zingen van de fonteinen tot een muziek wordt die je, bijna insluimerende, doet vergeten dat je mens bent, dat je ‘ik’ bent en je in staat stelt te spreken met God en de krachten van de zon in jezelf te gevoelen.

Dat is onze droom. Een droom die zal blijven. Een droom die niet middels indelingen, theorieën en stellingen te vatten is. Het is ook niet alleen maar de droom van een paar ingewijden. Eerder nog is het een taaie en zinvolle legende, die steeds weer onder de mensen opleeft, soms bij primitieve volkeren, soms zelfs in beschavingen die menen al heel wat verder gekomen te zijn. Want het is de droom van de mens.

Wij begeren de vrede. Maar om die vrede te kunnen bereiken, zullen wij alles achter moeten laten buiten dat ene: onze wil tot die vrede. Wij zoeken de wijsheid, waardoor de structuur van het Al eindelijk geheel begrijpelijk wordt en de zin van het leven verklaarbaar is. Maar deze wijsheid kunnen wij eerst verkrijgen wanneer wij bereid zijn te vergeten wat wij bereikt menen te hebben en denken reeds zeker te weten. Wij zoeken naar een liefde, een liefelijkheid en schoonheid die ons geheel omvat, ons koestert en geruststelt alsof wij nog zouden deinen in de oerzee van de moederschoot. Maar die geborgenheid en liefde kunnen wij eveneens eerst werkelijk vinden en verkrijgen, wanneer wij herboren worden, wanneer wij alles achterlaten wat wij zijn geweest, alles verteerd hebben wat kan verteren, wanneer wij alles verscheurd en verlept rond ons zien vervallen. En zelfs dan bereiken wij dit alleen, wanneer wij ondanks alles verder blijven gaan, voortgaande en niets tellende omdat wij begeren die liefde, die schoonheid, die wijsheid te beleven.

Op een avond als deze is het niet gebruikelijk in te gaan op de vele mystieke geheimen die ook met zaken als Shamballa verbonden heten te zijn. Dat is u meen ik wel duidelijk. Maar door het juist kiezen van woorden, door het schetsen van een passende sfeer, kan ik u mogelijk toch iets laten proeven van het werkelijke geheim van de stad tussen de werelden.

Wat wij zijn is schijn en gaat voorbij, of wij nu leven in een sfeer dan wel u leeft op aarde. Uiterlijkheden veranderen en de tijd blust reeds delen uit van hetgeen wij menen te scheppen voor wij de eerste gedachte daaraan voltooid hebben. Wij zijn gevangenen in de tijd. Maar gelijktijdig zijn wij vrije wezens buiten de tijd. Wanneer wij niet beheerst worden door de tijd zullen wij de tijd beheersen, haar voor ons tot stilstand dwingen en zo uiteindelijk de laatste muur vinden die wij nog moeten overschrijden, de laatste tegenstand ongedaan maken en uiteindelijk een antwoord vinden op de vraag wat wij nu wezenlijk zijn. Want het wachtwoord dat de poort ontsluit, is je eigen wezen, de kern van je zijn, teruggebracht uit alle leven tot een enkele impuls van zijn en dit gedragen door de wil tot eenheid met het Al-zijnde.

Wij mogen dromen. Soms, soms geven onze dromen moed waar de feiten reeds de zin aan ons leven schijnen te ontnemen. Wij mogen ons vermeien in mystieke riten, mogen ons bezighouden desnoods met magische praktijken om zo even te ontvluchten aan beperkingen die ons ondragelijk schijnen, Maar dit alles zal ons uiteindelijk toch steeds weer brengen tot een grotere eenzaamheid, een grotere dorheid omdat de kern van alle dingen nu eenmaal vrij moet zijn van voorbeelden, normen en vastgestelde regels.

De stad tussen de werelden is zijn eigen wet en die luidt vrede. De stad tussen de werelden heeft zijn eigen wezen, niet gevangen in vormen, maar vormloze schoonheid. De stad tussen de werelden heeft haar eigen bron van zijn. Deze heet: weten.  Maar het is niet een kennen van feiten, maar eerder de wijsheid, die achter alle feiten hun oorsprong weet te ontdekken.

Mogelijk heb ik ondanks de beperkte mogelijkheid tot formuleren en de mij opgelegde beperkingen, iets van het wezen van deze geheime stad laten gevoelen. Naar ik hoop heb ik u iets – al is het maar weinig – dichter gebracht tot die werkelijkheid die ook in u leeft, maar die alleen maar naar buiten kan komen op ogenblikken dat u vergeet wat u bent en wilt in uw eigen wereld. Misschien heb ik u ook duidelijk kunnen maken dat dorheid en schijnbare ondergang bijna onvermijdelijk zijn voor eenieder die de weg zoekt naar zo een eeuwige stad.

Dan geeft het niet hoe de stad genoemd wordt. Want de naam van de stad verandert per tijd en per cultuur. Maar het wezen daarvan blijft steeds hetzelfde. Of u nu spreekt over het hemelse Jeruzalem of over één van de vele fabelsteden die ooit bedacht werden, of zelfs over een graalburcht; de kern daarvan blijft hetzelfde en ook de wet die elke zoeker regeert. Verteerd door jezelf en je willen kom je op het punt waarop bevrijding bereikt kan worden door jezelf te worden, je ware ik ontdaan van alle dingen die daarvan geen deel uitmaken.

Een theorie die naar ik vrees voor vele mensen op aarde niet bepaald aangenaam klinkt: al wat je bereikt, al wat je gedaan hebt, laat je achter; zo goed als alles waarop je je wilde beroemen of waarover je je wilde beklagen. Alleen dat wat je in kern en wezen bent kun je meenemen over de grens.

In feite zou men dergelijke beelden moeten kunnen missen. Maar het is duidelijk dat mensen en ook vele geesten nu eenmaal een voorstelling van node hebben. Wij behoren tot een wereld, ons wezen is gericht op de waarden van die wereld en wenst dus een beeld te vinden dat men ook in de termen van die wereld zal kunnen begrijpen en opnemen.

Daarom dromen wij van de eeuwige harmonie, vrede, wijsheid niet in de termen van de werkelijkheid, die ongrijpbaar is, maar in beelden van een magische stad. Zo maken wij misschien van de gewoonste dingen op de wereld ook vreemde dromen een soort ‘Wizard of Oz’ zetelend in een werkelijk magische stad zonder magiër te zijn. Zo bedriegen wij onszelf met wonderen die geen werkelijke wonderen zijn. Maar wat geeft het? Wanneer ook al die vormen voorbijgaan en de vrede blijft, dan hebben wij ondanks alles onze poort gevonden naar een tijdloos en toch bewust bestaan. Dit is de poort die wij doorschrijden wanneer wij eindelijk leren binnen te gaan in de mystieke stad Shamballa.

Maar ik kan begrijpen dat dit alles u mogelijk niet genoeg is, dat u vragen wilt opwerpen, mogelijk ook meer direct gerichte vragen zult wille stellen. U krijgt na de pauze hiertoe alle gelegenheid. Alleen één ding moet ik tevoren opmerken: juist omdat wij hier spreken over een van de diepste mystieke mysteriën, kan ik niet elke vraag volledig en geheel naar waarheid beantwoorden en behandelen. Er zijn nu eenmaal dingen die niet zonder meer in het openbaar geuit, gezegd kunnen worden.

Zo nodig zal ik in een dergelijk geval in de plaats van een antwoord met woorden alleen ook proberen een zekere sfeer, een invloed te scheppen waardoor u ondanks een beperkt antwoord innerlijk kunt aanvoelen wat de innerlijke werkelijkheid is.

Tweede deel.

  • Hoe ziet u de relatie tussen Shamballa en de planeet Venus?

Ach, venus heeft er weinig mee te maken. Je zou kunnen zeggen: de geheime stad vertegenwoordigt ergens alle dromen en alle daarmee verbonden legenden. Wat impliceert dat u alles wat ik gezegd heb over Shamballa voor u ook in andere beelden, figuren en legenden terug te vinden zal zijn. Tenminste wanneer u aanneemt dat venus iets anders is dan een kokend hete brei waarin zich mogelijk eens inheems leven zal manifesteren.

  • Er zijn veel voorspellingen dat in de laatste jaren van deze eeuw een aardverschuiving zal plaats vinden met als gevolg grote natuurrampen. Dit gebeuren zou de inleiding zijn tot het ontstaan van een nieuw Godsrijk op aarde. Ontstaat zo spoedig reeds een nieuw Shamballa?

Shamballa is gebouwd uit dromen, niet uit stof of as. Uit mijn respect voor de formeel juiste en toch slinkse wijze waarop u een ander onderwerp hier hebt aangesneden, wil ik met uw aller toestemming hier enige commentaar aan toe voegen dat buiten het eigenlijke onderwerp valt.

Altijd weer wanneer mensen hopen dat hun wereld ten einde komt omdat zij geen raad meer weten met hun problemen, komen zij met het einde van de wereld aandragen. Eens vreesde men de komst van engelen en demonen die in hun strijd de mensheid zouden vernietigen. Daarna werden het de kometen die de aarde grotendeels zouden vernietigen. Nu blijkt dat al deze tot nu toe aangekondigde rampen niet zo ernstig zijn uitgevallen als men gedacht had, is men als nieuwe mogelijke oorzaak voor het einde der tijden en dus het begin van eigen uitverkiezing, op de aardas gevallen. De aardas wankelt altijd, hij heeft een voortdurende lichte verplaatsing. Een grotere kanteling is ook in het verleden reeds voorgekomen en blijft dus denkbaar. Deze zou echter zo omvangrijk moeten zijn dat een dergelijk gebeuren zonder externe oorzaak niet goed denkbaar is. Aangezien er geen aanwijzingen zijn voor het optreden van een dergelijke beïnvloeding vanuit de ruimte als bv. het nabij passeren van een ster, de inslag van een enorme meteoor of iets dergelijks, ben ik geneigd te ontkennen dat dit voor het einde van de lopende eeuw reeds zou kunnen gebeuren. Ik wil u trouwens raden u daarover maar niet al te druk te maken. Wanneer uw cultuur verdergaat, zoals zij dit tot nu toe deed, legt zij zichzelf waarschijnlijk reeds in as nog voor er ook maar een enkele kans is op een kanteling van de aardas van grotere omvang. Maar ook wanneer de mensheid zichzelf en haar beschaving ten gronde zou richten, zal daarop toch wel weer een andere vorm van leven en op de duur een andere beschaving ontstaan.

  • Zal in het Aquarius tijdperk de mystiek een zo hoge vlucht nemen dat de stad Shamballa a.h.w. van deze aarde wordt?

Een heel moeilijke vraag. Aquarius heeft een aantal mogelijkheden tot verinnerlijking en droom. Maar vergeet daarbij niet dat Aquarius daarnaast ook een zeer bekwaam leugenaar is, alleen door de Steenbok astrologisch op dit punt overtroffen.

Besef verder dat Aquarius technisch van aanleg is en dat je gezien dit alles Aquarius nu niet direct kunt gaan beschouwen als het teken waarin de werkelijke mystiek geheel naar voren zal komen en de wereld zal gaan beheersen. Ik meen dat je van dit teken geen ontwikkelingen kunt verwachten waardoor mystiek zo algemeen wordt, dat Shamballa werkelijk weer van deze wereld wordt. Maar je kunt wel stellen dat de invloeden van Aquarius zodanig worden en deels reeds zijn, dat steeds meer mensen innerlijk mystieke belevingen op gaan doen die hen zouden kunnen helpen om de weg naar de stad tussen de werelden te vinden. Maar het blijft dan nog steeds een persoonlijke kwestie en wordt het dus niet zonder meer een deel van uw wereld of kenbaar op uw wereld volgens menselijke normen.

  • Volgens ‘De Meesters van het Verre Oosten’ door Spalding zou Shamballa liggen in de buurt van Lhasa en alleen te betreden zijn door middel van uittreding. Wat vindt u daarvan?

De stad die tussen de werelden ligt, is gelegen nabij elke plaats en wel even dicht of zoals men ook kan zeggen: is van elke plaats op aarde even ver verwijderd. Over de gegeven plaatsaanduiding wil ik dan ook niet vechten. In de tijd dat men zich meer en meer met Lhasa bezig ging houden was voor velen de Aziatische mystiek een summa summarum. Dit werd nog benadrukt toen verschillende mensen als bv. Alexandra David Neel zich bezig gingen houden met de leer van de monniken en in hun mystiek en wijze van bestaan verder doordrongen. Het is begrijpelijk dat men de stad dus in de buurt van het centrum van Tibet wilde zoeken. Maar aan de andere kant zal u duidelijk zijn dat je iets wat niet tot je eigen wereld behoort en in een soort andere dimensie bestaat, niet zonder meer op een enkele plaats van uw wereld blijvend gesitueerd kan worden. Het begrip, de naam van de droomstad Shamballa is Aziatisch van oorsprong. Dit blijkt uit de naam. Uitspraak van de naam en de schrijfwijze — de originele — wijzen op sterk Tibetaanse invloeden. Al zou men taalkundig mogelijk ook enige Indochinese invloed niet geheel kunnen uitsluiten. Wie de stad als feit, als werkelijkheid ook op aarde wil beschouwen, zal dus inderdaad die buurt zoeken. Dan wil ik u eraan herinneren dat deze droom bereikt wordt door het deelhebben aan een bepaalde mentaliteit en niet door een reis. Ofschoon bij de beleving van de stad, uittreding inderdaad een rol speelt, mag dan ook niet vergeten worden dat het niet alleen daarom gaat, maar dat je om te bereiken eerst een bijzondere eigen trilling moet leren ontwikkelen.

  • Kunt u iets vertellen over de functie van de Ankh en of deze nog op aarde is?

De Ankh is een symbool. Het is in feite een T-kruis waarop het teken van de eeuwigheid rust. De uitleg hieraan gegeven is verschillend. Soms zegt men dat de Ankh het besef van deze wereld weergeeft, plus het besef van de andere wereld. De eeuwigheid wordt dan beschouwd als een met het geheel van eigen wereld en leven verenigd geheel dat tot een sleutel wordt waarmee men andere werelden – bv. die der goden – kan binnendringen. Dit is maar één van de oude uitleggingen, maar wel één die ook in bepaalde Egyptische tempels werd gegeven. Het eenvoudigst kun je echter stellen: de Ankh is het teken voor de mensheid. De mensheid, wortelend volgens eigen besef in de materie, zal altijd omhoog groeien en proberen een geestelijke wereld met eigen begrip te “ont-armen”: de armen van het kruis. Boven dit alles en toch in brandpunt van alle geestelijk erkennen en streven, ligt de lus waarmee het tijdloze omschreven wordt. Trouwens dit is niet onjuist, want eerst wanneer je vanuit je geestelijk besef tot erkenning en beleving van de tijdloosheid komt, heb je werkelijk een voltooiing bereikt. De Ankh bestaat dus niet letterlijk, ook al heeft men enkele tempels in deze vorm eens gebouwd. Maar hetgeen zij weergeeft, is ook nu nog voor alle mensen op aarde belangrijk en zal dit ook blijven.

  • De Indianen hebben ook zgn. krachtsplaatsen waar zij inwijding zoeken. Is dit ook een reeks van plaatsen waar zij deel van hun eigen mythen proberen te worden?

Ik geloof dat elke mens dit laatste probeert te bereiken, zelfs in zeer aardse opzichten. Je kunt met zekerheid stellen dat elke mens probeert deel te worden van elke mythe waarin hij gelooft en elke mythe die de mens zelf hielp ontstaan.

Maar met die plaatsen van kracht, is het toch iets anders gesteld. Er zijn op aarde altijd plaatsen geweest waar magisch en mystiek zeer bekwame mensen gewerkt hebben – soms positief, soms negatief – met krachten uit een andere wereld. Hierdoor zijn krachtpunten ontstaan die in feite een brandpunt vormen voor bovennatuurlijke, althans niet zuiver aardse krachten. Een mens die zich op deze punten bevindt, heeft grote kans op ervaringen en beïnvloedingen van het bewustzijn die sterk afwijken van alles wat je op normale plaatsen zou kunnen vinden of bereiken.

De Indianen weten en wisten dit. Zij zoeken hun heilige plaatsen voornamelijk in de bergen en kiezen, onbewust bovendien, oorden die zowel door het materiaal in de berg als het uitzicht een bijzondere werking hebben. Zij mediteerden hier vele geslachten achtereen. Ook nu bestaan er nog een aantal van die plaatsen, die voortdurend worden bezocht.

Wij weten dat in de oudheid dergelijke plaatsen vaak bewust werden geschapen. Van Apollonius wordt bv. verteld dat hij langs de zee, waarschijnlijk in de omgeving van Ostia, een grot bezocht en daarin zodanig mediteerde dat later degenen die inwijding zochten gedurende 5 dagen daarin plachten te verblijven en daarna veranderd en met een nieuw en helderder denken dan voorheen naar buiten kwamen. Ik geef dit als een voorbeeld.

Kort en goed, er zijn op uw wereld plaatsen die een brandpunt zijn van krachten. Dit heeft niet direct te maken met de stad tussen de werelden, of men haar nu Shamballa noemt of anders. Maar het heeft wel degelijk te maken met een invloed op het bewustzijn waardoor dit open gaat staan voor andere dan zuiver aardse invloeden, werkingen en verschijnselen. Dergelijke plaatsen van kracht kun je over de gehele aarde aantreffen. Je treft ze aan van Vuurland tot aan Hudson Bay, van Kaap de Goede Hoop tot Reykjavik. Wie zoekt zal altijd weer één van deze plaatsen kunnen vinden. In het verleden waren zij echter belangrijker voor de mens dan in deze dagen omdat men in het verleden meer van dergelijke krachten afwist en beter besefte hoe zij werken. Nu is men veel hiervan vergeten. Maar zelfs nu zal degene die, zelfs geheel onbewust, op een dergelijke plaats komt en er enige tijd vertoeft, de invloeden nog steeds ondergaan.

  • Is Lourdes een dergelijk krachtcentrum?

De eerste invloeden hier zijn laat, vermoedelijk eerst rond 1400 ontstaan. De werkelijke grotere kracht ontwikkelt zich hier echter eerst in de loop van de 19e eeuw. Er zijn hier toen door het geloof van enige mensen inderdaad enkele wonderen gebeurd. En het geloof in deze wonderen, plus de verwachting zelf een wonder te mogen beleven, ontrukt de mensen die daar samenkomen voor een deel aan de werkelijkheid, zoals deze alledaags en redelijk voor de mens pleegt te bestaan. Hierdoor wekken de aanwezigen inderdaad krachten op, soms versterkt door krachten uit een andere dimensie, vanuit een andere wereld dus. Bij ontlading kunnen die krachten dan soms inderdaad veranderingen in enkele mensen daar aanwezig veroorzaken, meestal psychisch, soms echter zelfs fysiek.

  • Is de mythe van de Phoenix ook zo een symbool van totale oplossing en vernieuwende eenwording?

De Phoenix is oorspronkelijk bedoeld geweest als een illustratie van het zich steeds vernieuwende leven. Maar men wilde dit ook op mensen toepasselijk verklaren. Want er is een tijd geweest waarin men dacht dat mensen die bijzonder belangrijk of goed geweest waren, zouden sterven waarop hun lichaam verbrand moest worden. Dit opdat hun geest dan geheel vrij zou worden. Daarna zou die geest dan onmiddellijk weer incarneren. Oorspronkelijk stamt deze denkwijze uit India en ontstond met een vogel als symbool. Later is deze legende overgenomen door anderen en naar eigen aard verwerkt. Zo treffen wij haar aan in Perzië, in een wat gewijzigde vorm enige tijd in Neder Egypte. Uiteindelijk is dit alles in Griekenland terechtgekomen, is vastgelegd zodat ook uw voorvaderen er uiteindelijk kennis van konden nemen. Maar in geestelijk meer bewuste kringen geldt de phoenix als beeld van een ego dat alles achter zich weet te laten en daardoor zich manifesteert als deel van het geheel, maar gelijktijdig in vorm verjongd en met verjongde mogelijkheden.

  • U had het over een: “de tijd dwingen te stoppen”. Hoe bedoelt u dat en hoe werkt dat?

Ik heb u reeds gezegd dat ik niet op alle vragen een geheel volledig en eerlijk antwoord mag geven. Ik moet mij daarop nu helaas beroepen. De tijd dwingen om te stoppen wil zeggen: In jezelf een eeuwigheidsbewustzijn opwekken. Hierdoor ben je niet meer onderworpen aan de loop van de tijd en zul je a.h.w. in wat voor anderen één moment is desnoods meerdere eeuwen aan handelen en waarnemen kunnen beleven. Onder andere condities kun je in deze toestand, in wat voor anderen niet meer duur kent dan één tel, zeer vele werelden geestelijk bezoeken en alle gegevens en waarden daarvan in jezelf vastleggen.

Wat hopelijk tenminste duidelijk maakt dat het hierbij niet gaat om een voor het besef van anderen stilzetten van de tijd. Tijd is, zoals u zou kunnen weten, binnen de termen van een stoffelijk heelal, een functie van beweging in ruimte en daarmee een verschijnsel dat vooral mede bepaald wordt door steeds veranderende veldcondities t.a.v. het melkwegcentrum.

Maar tijd is voor ons ook ons beleven. In ons beleven zijn wij zelf, indien wij bewust zijn, geheel meester. Op het ogenblik dat wij ons bewustzijn buiten deze beïnvloeding kunnen plaatsen, bestaat er geen tijd meer voor ons. Wij leven dan in een soort persoonlijke tijd, bepaald door de waarnemingen die wij doen enz. Zijn wij echter in staat het geheel hiervan terug te brengen tot het ogenblik waarop wij ons besef afsplitsten van het algemeen beleefde tijdservaren, is er lichamelijk voor ons en voor anderen geen tijd voorbij gegaan, maar bezitten wij dan wel “opeens” een geheel nieuwe reeks van denkbeelden, weten, erkenningen en soms zelfs mogelijkheden. Deze zijn dan ook voor anderen te herkennen.

Het zal u duidelijk zijn, dat je dit wel degelijk kunt doen. Wanneer je op de weg naar de verborgen stad gaat, komt er altijd een ogenblik dat je juist door dit tijdsaspect dan zich manifesterende als een voortdurende herhaling van dezelfde waarnemingen en erkenningen, vermoeid geraakt. Degene nu die het geheim van de tijd kent, treedt dan geheel buiten alle tijd, zet dus alle herhalende beleving stop; en betreedt door wil en wens eenvoudig de stad. Men zegt dan wel dat hij de tijdloze sprong naar de stad heeft gemaakt, iets wat leken dan weer verklaren als uittreding. In bepaalde werken wordt hier echter bij vermeld dat dit opeens in de stad komen alleen bereikbaar is voor hen die reeds, hoe vluchtig ook, de stad eerder bezocht hebben.

De jonge Krishnamurti werd des nachts bij uittredingen vergezeld door Koethoemi en Moria, Zo werd hij voor het hoogste wezen geleid, de kumara uit de hindoe filosofie, de eeuwigdurende jongeling die zich soms rechtstreeks richtte tot Shamballa.

  • Is dit verheven wezen hetzelfde als de Maitreya Boeddha. Of de Heer der wereld?

In zekere zin is de eeuwige of verheven jongeling als beeld meer één met de Heer der wereld dan met de Maytreya Boeddha. U kunt dit eerder beseffen, wanneer u beseft dat de Boeddha iemand is, die de tijdloosheid bereikt heeft, maar eerst tot Maitreya, dus gezondene kan worden op het ogenblik dat hij het geheel van zijn tijdloosheid achterlaat. De Heer der wereld is echter alleen één met het geheel van de wereld en alle tijd, waarin die wereld actief is.

Wanneer u spreekt over Krishnamurti en diens belevingen zoals deze in het begin van zijn loopbaan werden vastgelegd, dan verzoek ik u wel zich te herinneren hoe sterk deze jonge man stond onder de invloed van de kring rond Annie Bessant. Dit wil zeggen dat hij een aantal aan de theosofie en indirect aan het hindoe denken ontleende namen en denkbeelden gebruikte. Voor hem waren zij een reeks van symbolen. In het geciteerde geval wilde hij door het gebruik van deze hoge namen, een zich vergezeld weten van het licht, eventueel uitgedrukt in lichtende geleiders aangeven. Wat betekent dat het dus niet noodzakelijk de wezens waren die men in bepaalde kringen onder die namen meent te kennen en waarvan men elders bepaalde inspiratief gemaakte tekeningen meent te bezitten. Wanneer u spreekt over Krishnamurti zo moet u blijven beseffen dat deze jongeling werd gevangen in de waanschool van hen die een meester zochten. Maar ook dat hij, eindelijk meester van zichzelf wordende, weigerde de meester van anderen te zijn en daardoor een grote stap voorwaarts deed in de richting van de werkelijke verlichting.

  • Is het juist Shamballa een centrum van hogere krachten te noemen waar allerlei inwijdingen plaats vinden?

Is het juist? Wat is “juist”? Het is voor velen inderdaad zo, maar zal niet voor allen en altijd zo zijn. Dus kan ik hier niet stellen dat het geheel juist of onjuist is. Mag ik u eraan herinneren dat Shamballa, de stad tussen de werelden, eigenlijk een soort droom is? Zij is iets wat uit de historie gegroeid is en onder invloed van zoekers en denkers verder gerijpt is tot een bepaalde mystieke bron van kracht en geloof, soms persoon, soms stad, soms gebeuren.

Wanneer u een inwijding – een werkelijke inwijding dan – vindt, zo geschiedt deze niet in een stad, maar in uzelf. Het is duidelijk dat men daarvoor geen bepaalde plaats, laat staan een bijzondere en niet stoffelijke stad van node heeft. Want inwijding is niets anders dan een wegvallen van grenzen in je bewustzijn, die je tot die tijd voor jezelf in stand hebt gehouden of waarvan je je zelfs tot op dat ogenblik geheel niet bewust bent geweest.

Inwijding is: meer begrijpen van hetzelfde. In deze zin zal een inwijding niet noodzakelijk door iemand of in een bepaalde omgeving plaats behoeven te vinden. Maar juist omdat dit wegvallen van grenzen in jezelf een zo grote schok is, een beleving die duizelingwekkend is, zal menigeen er nog lange tijd de voorkeur aan geven dit alles te zien als een gebeuren voltrokken in een bepaalde omgeving, een tuin of een stad, terwijl men zich daarbij gemeenlijk ook inwijders en geestelijke geleiders zal blijven voorstellen en vaak zelfs alles wegwerkt in de symboliek van bepaalde rituelen.

Onthoud echter goed, dat geen enkel rituaal in de plaats kan treden van een innerlijk wegvallen van paalde grenzen en belemmeringen. Zoals een stad je nooit in kan wijden, hoe hoog haar krachten ook mogen zijn. Inwijding is een harmonie die in jezelf is gegroeid tot het ogenblik dat je in wezen meer verbonden bent met het Al om je heen, dan je op de oude wijze zelf kunt beseffen. Dit veroorzaakt een bepaalde innerlijke spanning. Wanneer die spanning eenmaal wegvalt, beleef je een explosief ontwaken van een nieuw beleven, uitgedrukt in een nieuw begrip. Dan ga je weer verder, ziet je wereld anders. Toch verandert je wereld niet, maar jijzelf verandert.

Dat is het wezen van de inwijding, Misschien dat u nu begrijpt waarom ik zei dat deze vraag moeilijk is te beantwoorden. Wat is juist? Hoe kun je zeggen dat iets wat voor velen waar is, ook voor allen waar zal zijn? Hoe kun je zeggen dat elke vorm die aan de waarheid wordt gegeven voor allen juist is? Zij is in zekere zin juist voor velen, Maar zij is slechts uit- of afbeelding en in sommige gevallen zelfs niet meer dan een karikatuur van een waarheid die in zichzelf één en onveranderlijk is.

Shamballa is de eeuwige nostalgie van de mens, uitgebeeld in menselijke termen en vormen en toch een totaliteit weergevende die aan uiting en vorm geen behoefte heeft, omdat zij in zich al verenigt wat denkbaar is voor mens en geest en meer dan dit.

  • Waarom noemt u Shamballa “de stad tussen de werelden”?

Omdat Shamballa een denkbeeldige stad is. Zij is als zodanig ergens gegroeid. Wanneer uit menselijk denken en geestelijke krachten iets groeit, zo weten wij dat de vorming in kenbare termen gemeenlijk plaats zal hebben op astraal gebied. Shamballa is daardoor geen zuiver geestelijke stad, geen zuiver geestelijk begrip meer. Maar zij is ook geen zuiver stoffelijke stad of waarde. Haar wezen ligt tussen deze beide werelden in. Daar zij bovendien geldt als een plaats waarin zowel geest als stof in mystieke zin kunnen binnentreden en daarin een grote verruiming van bewustzijn of soms zelfs een algehele vernieuwing van eigen motiveringen en bestrevingen, is ook wat dit betreft het “tussen twee werelden” de meest juiste aanduiding. Daarom koos ik voor deze overigens oude term – zij bestond lang voor ik mij zelfs maar van het bestaan van dit begrip bewust was — en Shamballa bewust heb aangeduid als “de stad tussen twee werelden”.

  • Is Shamballa alleen een naam, of heeft het een verdere betekenis en kan het vertaald worden?

Er zijn meerdere vertalingen voor denkbaar. Men heeft in bepaalde gebieden een voorkeur voor “de schitterende” als vertaling. De klankwaarde van deze naam is echter belangrijker dan welke vertalingen ook.

Dit kan u gemakkelijk ontgaan omdat u de trilling verhoudingen niet zo goed kent, zeker in   uw westelijke wereld. Maar wanneer u het overwogen uitspreekt, zult u ontdekken dat Sjamballa of Shamballa een geheel eigen klank en een bijzonder ritme vertoont. Hierdoor heeft het woord ook een andere waarde en maakt men er vaak een soort mantram van. Ken je de bijbehorende gebaren eveneens, dus mantram en moedra, dan bezit het geheel ook nog een magische werking die berust op de trillingen veroorzaakt door het dan geïncanteerde woord.

Ik neem aan dat men deze naam mede heeft gevonden of gekozen voor deze denkbeeldige stad en mogelijk ook eens voor een oude historische stad, want ik weet niet of die ooit bestaan heeft, omdat er een bijzondere invloed vanuit pleegt te gaan die geestelijk of half-stoffelijk op mensen van grote invloed is, zeker wanneer zij op de juiste wijze wordt uitgesproken en bewust wordt gebruikt.

  • Hoe weet je nu dat je op die bepaalde plaats bent? Want het kan natuurlijke ook een heel andere plaats zijn.

Als je in een stad staat, weet je zeker dat je in een stad bent. Maar alleen kentekenen die je zelf daar vindt en waaromtrent je enige wetenschap bezit, kun je na enige tijd zeker zeggen: ik ben in Amsterdam of Den Haag, in Brussel of Parijs enz.

Dat geldt hier eveneens: u zult niet zeker weten of de mystieke stad die u meent te betreden toevallig het Shamballa is waarvan ook anderen vaak spreken. Maar u zult een invloed ervaren. Deze kan gelijk zijn aan hetgeen een ander beleeft als de essentie van Shamballa, maar voor u zal dit altijd weer een bevestiging zijn van het bereiken van de stad die u zocht te betreden. Betreden is in feite een vergelijkende term, beleven is een juister woord.

De toestand is dus niet met zekerheid aan te geven als Shamballa dan vanuit uw eigen overtuiging, een ander zal er een andere naam voor geven die past bij zijn denken en geloven. Augustinus bv. die eens een dergelijk ervaren kende, sprak daarvan als “de eeuwige stad”. En het is wel zeker dat hij daarmee niet Rome bedoelde, een stad die je in deze dagen overigens eerder als verbrokkelend dan als schitterend zou kunnen omschrijven.

Een andere heilige komt in een toestand van verrukking te verkeren – men zegt dat tijdens dit gebeuren zelfs levitatie optrad – en spreekt over “het koninkrijk der hemelen” dat hij heeft mogen aanschouwen.

Maar wanneer de vorm buiten beschouwing blijft, blijken de schaarse gegevens die beiden over hun ervaren aan anderen verstrekken, geheel overeen te komen met hetgeen anderen zeggen gevonden te hebben in Shamballa. Er zijn trouwens ook dergelijke belevingen weergegeven door mensen die meenden de geheime stad in de Sahara betreden te hebben.

Opgemerkt zij hierbij dat die gegevens in zeer hoge mate overeenstemmen met hetgeen bekend is omtrent het mystieke beleven van de Indianen en dat er eveneens soortgelijke ervaringen worden verteld door mensen die menen de mystieke stad in de Andes betreden te hebben.

Wat de naam betreft, is het moeilijk uit te maken wie met zijn benadering het meeste gelijk heeft. Zeker is dat de namen die men aan deze “stad tussen twee werelden” – of het beleven dat men het betreden daarvan noemt – de aard niet bepalen, maar dat naam en omschrijving eerder bepaald worden door de achtergrond van degene die deze ervaring opdoet.

Wel kun je zeggen dat het wezen van deze zgn. stad het beleven bepaalt dat daarin mogelijk is. Shamballa is de schitterende, de stad van de vrede, de stad ook waarin de godheid zelf straalt. Daarom meen ik te mogen stellen dat Shamballa ligt in alle sferen of steden die je ooit als mens belevend betreden zult. Er is geen vaste plaats voor te geven, daar zij overal schijnt te zijn waar de mens haar oprecht, eerlijk en met inzet van zijn gehele wezen zoekt.

  • Een centrum dat eerst in de Himalaya lag, is later verplaatst naar de Andes en dient als contactpunt voor de Witte Broederschap om zo contact met de aarde te krijgen. Is dit weer heel iets anders?

Dit is inderdaad heel iets anders. Hierbij gaat het om een plaats in de stof waar ingewijden uit de stof en in de geest samen kunnen komen en bepaalde krachten gezamenlijk kunnen beleven en oproepen. Daartoe heeft men een plaats nodig met een bijzondere sfeer, met zeer grote rust en een grote mate van stoffelijke onbereikbaarheid, want men dient er zeker van te zijn dat stoffelijk alleen degenen die er werkelijk alles voor over hebben, het betreffende gebied zullen kunnen betreden.

Overigens omschrijft de mens de veste in de Andes of wat dat betreft – eens de nederzetting in de Himalaya – als een soort dorp waar allen tezamen het liefdemaal delen, terwijl de geesten van hoge krachten met hen soms aanzitten en met hen door de wereld gaan voor zij verkiezen terug te keren tot hun eigen sferen.

  • Kun je met een verhoogde bewustzijnservaring ook in de praktijk nog iets doen om bv. iets te veranderen in de wereld?

Alweer een vraag die je niet lijnrecht kunt beantwoorden. Maar wanneer u begint anders te denken en te reageren, zult u ook anders zijn. Door dit anders zijn, hebt u ook een bepaalde inwerking op en invloed in uw eigen wereld.

Denk niet dat met geestelijke en mystieke ervaringen opeens bepaalde gaven verkregen kunnen worden, waarmee je dan volgens je huidige verlangens en inzichten in de wereld iets kunt gaan doen. Door de mystieke beleving – mits juist en intens genoeg doorgemaakt – ontstaat er een verandering in je wezen, in welke wereld dit ook pleegt te leven. Hiermee gepaard gaande, beginnen de ontwikkelingen van een reeks kwaliteiten en eigenschappen die men rudimentair wel bezat, maar tot op dit ogenblik verwaarloosd of ontkend had. Maar op dezelfde wijze zul je zaken, die volgens jou tot dit ogenblik van het grootste belang waren, niet eens meer zien.

Er is een grote verandering die ook voor uw wereld van betekenis zal zijn, maar die toch niet kan worden vastgelegd in een programma of die je als zekerheid kunt stellen. In de geest van: wanneer je maar eerst mystiek bereikt hebt, zul je ook dat en dat in je wereld kunnen doen.

Een antwoord op uw vraag is dus niet in zekere termen te geven: door de mystieke ervaring keer je terug tot een ander en gemeenlijk hoger deel van je eigen werkelijkheid. Daarbij zullen alle daarbij eventueel tot ontwikkeling komende gaven of mogelijkheden geheel afhankelijk blijven van hetgeen je voor die bewustwording wezen reeds waart.

Het spijt mij dat ik u geen gebruiksaanwijzing kan geven. Het zou prettig zijn wanneer je dergelijke onderwerpen zou kunnen voorzien van een bijsluitertje. Maar helaas: wanneer wij spreken over mystiek, dan spreken wij over zaken die voor de doorsnee mens maar in zeer geringe mate werkelijk zijn.

Mystiek is de verklaring uit het ongerijmde, de kennis die achter alle weten verborgen pleegt te blijven. Zij is de beleving in het niet-bestaande. Eerst wanneer je dit geheel tot je door laat dringen, kun je beseffen dat mystiek nooit iets kan zijn wat je ook in een stoffelijk redelijk verband kunt gebruiken.

Wanneer wij een mystiek feest voeren of een mystieke plechtigheid voltrekken dan kan er wel degelijk daardoor iets gebeuren. Maar dit gebeuren is dan niet zonder meer gebonden aan het ritueel enz. Het is een zelfstandig gebeuren, dat ligt op een vlak dat boven het zuiver redelijke uitgaat. Vandaar dat dit alles zuiver redelijk niet te benaderen of te gebruiken zal zijn.

Als je droomt van de eeuwige stad, droom je van dorre volden, verre vlakten waar eens karavanen trokken, maar waar nu slechts leegte gaapt. Dan droom je van een wereld, eens nog tierend vol van leven die nu droomt, verdorrend slaapt en wacht op een macht die ver nog is gelegen, de macht die wekt en weer ontstaan doet, als een zegen dat wat het zelf verloren heeft. Die bron, die stad, die verre verte, het licht dat in die verte leeft, noemt men Shamballa.

Wanneer men spreekt van Zions krachten, van tempel, wederom gebouwd, van ark – met engelen, gebogen; oude waarheid zo vertrouwd en toch tot nieuwe werkelijkheid geworden. Dan spreekt men van verleden tijd en toch van iets wat in de harten geworden is tot eeuwigheid. Dan is de tijd verstrooid en strijdend. Dan is het leven dor, soms dwaas. Dan is het alles steeds verneveld in een onbegrepen waas van droom en idealen, die niet vertaald meer kunnen worden.

En toch, daaruit zal het beeld weer rijzen van een tempel, weer herbouwt.  En in die tempel alle schatten zo sterk als eens, ons zeer vertrouwd. En tussen Serafim, tezamen vormende een boog, een brug, een weg van licht, spreekt de stem weer oude wijsheid, die tot mensen wordt gericht als oordeel en genade beiden. Ik ben die ben”. Zo is het altijd geweest, zo zal het altijd blijven. Maar diep in ons, diep in de geest, zullen wij de beelden schrijven, de tekenen weer geven waaruit de eeuwigheid altijd weer in ons bestaat. En weer zichzelf herbouwt tot eindelijk wij, thuisgekomen, die vrede zo vertrouwd ons ook, in ons hervinden: een eenheid waarin geen strijd, geen afgunst meer bestaat. Licht waarin het leven neergeschreven wordt als liefde, niet als haat.

Zo zullen wij mystieke tempels, steden, steeds herbouwen, keer op keer, tot wijzelf daarin wonen. Dan bestijgen wij niet meer in gedachten gouden tronen, maar wordt ijler steeds de stad en is niet meer, omdat de waarheid is geschreven in de kern van al bestaan. Omdat de zin van alle leven is en blijft: in alle eenheid op te gaan en in die eenheid al te geven, al ervaren zonder grens, opdat je, deel van God geworden, eindelijk werkelijk wordt: De Mens.

Zo bouw je ook voor u met enkele woorden misschien iets van het denkbeeld, iets van de sfeer. Voor u moge het zijn een kleine fonkeling van een Shamballa als gids in een grauwe en vaak gelijkblijvende woestijn die men in de stof nog leven noemt. Ik zeg u: ondanks alles is deze stad er voor u. Toch zijn wij er deel van en leeft zij in ons. En daarom zullen wij misschien eens die werkelijke mystiek kunnen aanvaarden die zover buiten alle menselijke rede en begrip ligt, omdat zij in ons een waarheid schept die verdergaat dan al wat de mens ooit aan weten samen kan brengen.

En daarmee vrienden, wil ik ons samenzijn beëindigen. Ik heb getracht binnen zekere grenzen uw vragen zo goed en duidelijk mogelijk te beantwoorden. Daarnaast heb ik ten slotte nog gepoogd u een soort sleutel aan te reiken, een wegwijzer te plaatsen, naar de vrede en mystieke werkelijkheid die in u ligt. Maar u zult zelf de weg moeten gaan. Onthoud dan dat de woestijn boeiend kan zijn, maar ook eentonig en gevaarlijk is. Ga niet op reis, tenzij je zeker bent in jezelf dat je de tocht werkelijk wilt volbrengen of om wilt komen in de poging.

image_pdf