Dogma’s en taboes

16 juni 1976

In de eerste plaats, dogma: geloofsstelling, waarbij aanvaarding bepalend is voor het behoren tot het geloof in feite. Het is een niet bewezen stelling, waarbij niet kan worden nagegaan, in welke zin of met welke reden deze stelling als onaantastbare waarheid wordt verkondigd. En dan hebben we taboe. Een taboe is in feite een maatregel van verbod, waardoor bepaalde zaken in het leven worden uitgeschakeld, hetzij handelingen, hetzij plaatsen, hetzij voeding of iets anders.

Wanneer ik deze twee naast elkaar plaats, dan lijkt het misschien op het eerste gezicht een beetje vreemd, want per slot van rekening, dogma’s die kennen we wel, maar hoe zit het met taboes.

Nou het taboe dat regeert nog steeds. Er zijn een aantal dingen die je niet moogt zeggen, dat hoort niet, dat is taboe, dat is verboden. Er zijn dingen die men niet doet, waarom? De redenen daarvoor zijn vaak moeilijk aan te geven en in vele gevallen blijkt dat de achtergrond gelegen is in bepaalde angsten of begeertesymbolen bij de mens.

En ook het dogma speelt in uw dagen een heel grote rol. Laten we alleen maar eens denken aan het dogma dat de groei in de economie de enige weg is om welvaart te vinden. En ik zou u meer van die wetenschappelijke dogma’s kunnen noemen. Dogma’s zij er genoeg. Maar voor mij is het belangrijk dat een mens die geestelijk verder wil gaan, leert waar het om gaat. Het gaat namelijk niet om het dogma als zodanig in feite, men heeft zo langzaam maar zeker het er wel van gemaakt, maar dogma is in feite een disciplinemaatregel. Het is een poging om een mens te binden. En bij een religieus dogma – en zelfs bij bepaalde wetenschappelijke dogma’s, – bestaat de neiging om zelfstandig denken bij de ander te verbieden. En dat is een kwalijke zaak

U leeft hier op aarde, er is een geestelijk leven, dat zult u later wel aanvaarden, maar één ding is zeker, u hebt een verstand. Dat verstand hebt u gekregen om na te denken, niet om iets te aanvaarden op gezag van anderen. Wanneer u iets aanvaardt op gezag van anderen, kunt u het alleen doen onder voorbehoud. U kunt het nooit volledig aanvaarden wanneer u niet innerlijk een volledige bevestiging vindt of verklaringen en feiten buiten u, waardoor het dogma dus in uw ogen onaantastbare waarheid wordt.

Ik weet dat dat voor heel veel mensen niet zo erg prettig is om dat te horen, want te zeggen dat een dogma een rem is op de bewustwording, is natuurlijk erg vervelend. Kerken en politieke groeperingen hanteren dogmata of dat het niets is. En iedereen heeft eigenlijk wel de behoefte om zijn eigen wijze van denken en geloven aan anderen op te leggen. Nu stel ik dat dit verkeerd is. Een zekerheid die ik bezit, hoeft geen zekerheid te zijn voor anderen. Een zekerheid die ik tezamen met anderen bezit, legt mij een verplichting op ten aanzien van die anderen, maar niet ten aanzien van de verdere wereld. Het bepaalt mijn gedrag, mijn mogelijkheden in de groep gelijkdenkenden, niet daarbuiten.

Dan moet je ook begrijpen dat een dogma in zichzelf helemaal niet zo dwaas is, wanneer je de stelling kunt gebruiken als uitgangspunt voor je eigen gedachten. We kunnen daar religieuze zaken voor nemen, bijvoorbeeld dat er een God bestaat. Dat is een dogma! We zijn er zo aan gewend om het te zeggen, dat we er niet eens meer over nadenken of het waar is. We behandelen God eenvoudig als een factor die er is en daar laten we het bij rusten. Maar wanneer we eerlijk en oprecht in een God geloven, moeten we daar toch een andere reden voor hebben dan het feit dat zoveel mensen het zeggen. Als veel mensen het zeggen, wordt het iets waarschijnlijker, maar het is geen bewijs. Ik zou zeggen: een dogma zou eerder de aanleiding moeten zijn om een bewijs te zoeken, dan een aanleiding om alle denken in andere richtingen bij jezelf te onderdrukken.

Met taboes kom je ook al voor een dergelijk iets te staan. Bijvoorbeeld, mag ik een eenvoudig voorbeeld nemen: het naturisme, of nudisme. Dat wil zeggen dat mensen zich zonder bekleding in elkaars gezelschap bewegen. Waarom zijn er zoveel mensen op tegen? Is er een reden voor? Wanneer je even gaat nadenken, dan zeg je, ja. Maar vroeger was dat toch niet zo. Waarom dan nu wel? En bovenal, waarom is de gemeenschap zo ontzettend sterk bezig om dat iedereen op te leggen? Dan is het antwoord dit – ik geef u maar een antwoord erbij – er zijn andere mogelijkheden. Op het ogenblik dat de mens lichamelijkheid als zondig ging beschouwen, werd hij bang voor al datgene wat in hemzelf bestond aan emoties en lustgevoelens. Daarbij was kleding dus iets wat lustgevoelens verminderde, althans, dat pretendeerde men. Verder was het iets waardoor je je zekerder kon voelen. Je kon je rang, je wezen, je rijkdom uitdrukken en dat kun je in blote bast nu eenmaal moeilijk doen. Daarom zei men dus, naakt is verwerpelijk. Naakt is heidens en heidens was het inderdaad.

Het Christendom heeft daarom – mijns inziens onder invloed van het Paulinisme, maar dat doet verder minder ter zake – geprobeerd dus, om de zinnelijkheid die toch werkelijk de basis is van het menselijk leven, weg te wissen. Nu is men daaroverheen gegroeid. Maar deze oerangst voor het anders worden of het anders zijn dan je nu bent, speelt nog een rol. Degene die zich verzet tegen de naaktheid van anderen, is iemand die bang is voor zichzelf. Want als hij niet behoeft te vrezen, dat hij in verleiding komt of dat hij gekke ideeën krijgt, waarom zou hij zich ertegen verzetten. Het is typisch een angst, die eigenlijk gelijktijdig een angst is voor eigen begeren, eigen onstandvastigheid, eigen onevenwichtigheid, en aangezien de hele maatschappij is opgebouwd juist op de beperking van dat lustleven en zinneleven binnen een bepaald patroon, is het duidelijk dat naarmate die maatschappij meer hiërarchisch in structuur is, er meer neiging zal bestaan om uitingen als dit naturisme te onderdrukken. Het is maar een voorbeeld.

Nu zult u zeggen: ja maar wanneer ik daarmee begin en ik laat dat toe, dan gaan steeds meer mensen het doen. Dan zeg ik, is dat nu zo bezwaarlijk? De mensen die voelen dat ze het niet moeten doen, die doen het niet. Wanneer je behoort tot een groep die zegt dat kleding absoluut noodzakelijk is, dan zal je gekleed blijven. Dat is de discipline van de groep waartoe je behoort. En dan is het een emotionele verbondenheid vaak eerder dan een rationele of religieuze, waardoor je zoiets dus voor jezelf blijft handhaven.

Dogmatiek is geneigd de pluriformiteit van uiting te onderdrukken. ze is geneigd om de mens in een spoor te dringen. Maar het taboe behoeft niet zonder reden te zijn. Zoals het dogma een goede aanleiding is om zelf te denken over bepaalde problemen. Is er nu een God of is er geen? En het enige werkelijke antwoord kun je in jezelf vinden want daarbuiten is geen reëel bewijs. Je kunt hoogstens het bestaan van een God aannemelijk maken, maar niet bewijzen.

Dan moet je ook zeggen: hoe zit het met een taboe? Het is niet alleen maar: dit is nu eenmaal verboden, maar: waarom is het verboden? Wanneer we nu weten bijvoorbeeld dat in het Oosten, dus in de warmere streken trichine veel voorkomt in varkens, dan kunnen we begrijpen dat sommige groepen zeggen: varkensvlees is taboe, daar moet je afblijven. Terwijl weer anderen misschien bepaalde maatregelen voor het verzorgen van het vlees stellen. Dus gebodsbepalingen, maar in feite een taboe voor het consumeren van het vlees op een gevaarlijke manier. Er zijn taboes ten aanzien van plaatsen, die berusten op de behoefte van een enkele groep om in eenzaamheid te leven. Denk nu maar eens aan bepaalde heilige plaatsen. Daar mag je niet komen, waarom niet? Ja, eigenlijk weet niemand het. Het is nu eenmaal een heilige plaats en je hoort er niet thuis. Maar, er zijn mensen die er wel thuishoren. Kijk dan is mijn idee dat de mensen die er wel thuishoren, bang zijn, gestoord te worden in hetgeen ze doen, of het goed of kwaad is, door degenen die er dan niet zozeer thuishoren als zij er menen thuis te horen. Ik weet niet of u de zin kunt volgen, hij is een beetje complex, maar hopelijk is hij duidelijk.

Dan zeg ik ook, waarom bijvoorbeeld bij zoveel mensen de neiging om een taboe te stellen tegen alles wat afwijkt van de normen. Neem een voorbeeld: acupunctuur. Waarom wordt dit afgewezen, waarom is dit niet wetenschappelijk, waarom? Moet men zeggen: ja maar dit is suggestie of wat? Want wat ze daar zeggen over al die zenuwbanen dat klopt niet. Alleen omdat je het zelf niet geleerd hebt? Maar hoe wilt u dan verklaren dat die acupunctuur meer dan 2000 jaar lang bestaat en dat ze regelmatig successen boekt en niet alleen in het Verre Oosten, maar ook zelfs in jouw eigen streek de laatste tijd. Dat wil niet zeggen dat je nu plotseling die acupunctuur boven alles moet verheffen. Maar het is toch wel een reden om je af te vragen of de normale geneeswijze de enig juiste is.

Het taboe is het behouden van afgeslotenheid, afgeslotenheid van standen soms, soms van begrippen. Ik zou zeggen: een taboe is als zodanig soms zinrijk, maar dan kun je dit redelijk benaderen en je kunt het uitvinden. Is er geen redelijke benadering voor taboe, is het een emotionele zaak, dan behoef je je daar in feite niet aan te storen, wanneer je zelf niet wilt. En dan heb je ook niet het recht te verwachten dat iemand anders zich eraan stoort.

  • Broeder, u heeft daar een paar dingen gezegd waar ik een beetje verduidelijking over zou willen. U heeft gezegd, een dogma zou eerder een aanleiding moeten zijn om een bewijs te zoeken. U heeft ook gezegd dat een dogma iets is, dat niet bewezen is. Hoe definieert u een bewijs want naar mijn gevoel zijn er geen onaantastbare waarheden hier in de vormenwereld. Hoe ziet, u dan bewijs?

Wanneer ik tot God roep en ik krijg in mezelf antwoord. Een antwoord dat verder gaat dan alleen maar een gevoel van vrede, iets dat me in staat stelt om meer te doen, meer te zijn of meer te beseffen. Dan is die God voor mij een realiteit. En dan behoeft dat nog niet voor een ander zo te zijn, maar het is voor mij realiteit. Wanneer iemand zegt dat de Heilige Maagd onbevlekt ontvangen is, dan kan ik niet zeggen dat dat onmogelijk is, maar dat de waarschijnlijkheid daar toch wel iets nalaat. Dan kan ik me gaan afvragen: waarom heeft men dat gezegd? Als ik me afvraag waarom, kom ik als vanzelf tot een verklaring van hetgeen erachter schuilt.

Een dogma is niet alleen maar de leerstelling, het is juist een hele reeks processen en gedachtegangen, die achter de leerstelligheid verscholen zijn. En wanneer je die kunt benaderen, dan kun je voor jezelf zeggen: dit is mijn waarheid.

Elke mens kent zijn dogma’s, elke mens kent zijn taboes. Er zijn zelfs mensen die heel dogmatisch zeggen: ik ben toch maar een knappe bol. Maar ja, dan zeg ik ook: moet je eerst maar eens bewijzen. Dat je het zegt, zegt mij niets. Maar wat u dus in feite bedoelt, is wanneer een dogma niet bewijsbaar is in deze wereld, dan kan het wel een waarheid zijn uit een andere wereld. Dan heb ik daar een heel eenvoudige oplossing voor, misschien veel te eenvoudig voor u, maar dat hoor ik dan wel weer.

U leeft in deze wereld, u hebt met de feiten te maken, de waarheden, de emoties, de denkprocessen van deze wereld. Al wat erbuiten ligt en voor u niet benaderbaar is, zou u niet moeten beroeren. Het is uw taak om hier en nu te leven. Niet om nu te leven in een andere wereld, die zoals later blijkt, dan toch altijd weer anders is dan je je ooit hebt voorgesteld.

Een dogma dat zich bezighoudt met het bestaan van een God, vind ik schitterend. Maar dan moet je je afvragen: wat is God voor mij, want dat is bepalend. Niet dat er een God is, wat is God voor mij? Wanneer iemand zegt, mijn God is een toornige en een wraakzuchtige God en wie dit niet gelooft, zal door God gestraft worden. Dan vraag ik me af: waarom wordt dat gezegd? Dan kom ik er meestal achter dat degene die die God vereert, in feite zelf toornig en wraakzuchtig is, maar de kans niet heeft om zijn toorn en zijn wraakzucht bot te vieren en daarom een God creëert die wel die eigenschap heeft. Een soort steun en gelijktijdig een rechtvaardiging voor daden die je anders toch als minder juist zou moeten ervaren worden.

Ben ik zover, dan weet ik dus: die God is voor mij geen reële Godheid. Dan kan ik in mijzelf het bewijs vinden. Wanneer er een God is, dan zal die God mij antwoorden wanneer ik tot hem roep en bereid ben om te luisteren. Want anders is het geen God zoals ik mij voorstel. En dan moet ik dus zoeken of er een andere Godsvoorstelling is waar ik dan wel wat mee kan doen. En als er geen enkele God te vinden is – waarvan ik de invloed hier nu op deze wereld persoonlijk kan ervaren – dan mag ik zeggen: voor mij is er geen God. Als er dan wel een is, dan zal hij zich wel kenbaar maken op zijn tijd. Maar dan is het voor mij geen verplichting om het te aanvaarden.

En nou wil ik er even heel duidelijk bijzeggen: ik geloof in een God. Ik meen te weten, althans iets omtrent de existentie van die God, maar ik besef ook dat dit voor anderen niet benaderbaar, bereikbaar is. En daarom zeg ik tot hen: wanneer je met een dogma daaromtrent wordt geconfronteerd, ga dan uit van wat in jezelf leeft. Laat je niet je vermogen tot zelf denken, aanvoelen, zelfs het nemen van proeven, ontroven door hen die zeggen: maar ik zeg u het is zo en daarom is het zo. Ik geloof dat ik daarmee uw vraag beantwoord heb.

  • Ja, dank u wel. Ik had nog een andere vraag: u hebt gesproken over aanvaarden op gezag van anderen. Dat komt relatief veel voor. Welke voordelen denkt u dat er daaraan verbonden zijn?

Het aanvaarden op gezag van anderen, zonder voorbehoud, betekent altijd een eenzijdige beperking van de vermogens voor degene die aanvaardt. Als zodanig zie ik daarin geen goede zaak. Wanneer er mensen zijn die meer weten dan ik en ik besef dat en ik neem voorlopig aan – voorlopig dus – dat zij het beter weten en dat ik me dus naar hun denken en uitspraak moet voegen, dan kan dit een voordeel hebben. Omdat het mij dus de mogelijkheid geeft, actief te zijn, terwijl in mij een beeld uitkristalliseert van wat meer waar is. Het is dus niet de kwestie dat je gezag opzij moet werpen, gezag is een verhouding die altijd zal bestaan. Zelfs in een zuiver anarchistische gemeenschap is er altijd iemand die op een bepaald gebied de meerdere is van de anderen. Ook wanneer dit misschien in een vrijwillige erkenning ontstaat, of, wat ook wel gebeurt, door macht en kracht wordt uitgedrukt. Het gaat er helemaal niet om dat we geen orde hebben.

Mag ik er wat over zeggen, dat u niet zegt, ik ben afgeweken van het onderwerp zonder meer. Nou we zitten hier eigenlijk ook met dogmata en taboes in de buurt, dus het mag wel. Moet u eens luisteren: wanneer ik gehoorzaamheid beloof aan wie of wat dan ook, ben ik door die belofte gehoorzaamheid schuldig totdat mij duidelijk en overtuigend is gebleken dat de condities die aan die gehoorzaamheid verbonden waren, niet aanwezig zijn of niet meer aanwezig zijn. Maar zolang als ik een meerdere erken, moet ik hem gehoorzamen. Alleen de erkenning van de meerdere is iets wat van wij uitgaat, niet van anderen. Iedereen kan tot mij zeggen: ik ben uw meester, uw leermeester. Maar alleen degene die ik als meester, leermeester kan aanvaarden, is dit voor mij werkelijk. Aan hem zal ik gehoorzaam zijn, maar gelijktijdig voortdurend overwegen, wat die gehoorzaamheid voor hem en voor mij betekent. En wanneer ik dan een conclusie bereik, waarbij die goeroe dus kennelijk niet de leermeester is die ik zoek, dan ga ik verder en zoek ik een ander, of ik ga misschien zelf nadenken. Ik heb hier goeroe juist gekozen omdat de relatie tussen goeroe en leerling in dit verband een bijzondere is. Daar wordt gesteld dat dus de leerling absolute eerbied en gehoorzaamheid aan zijn leermeester verschuldigd is en zal blijven, zelfs nadat hij zelf de bereiking heeft gevonden. Ik geloof dat dat laatste niet juist is.

Je kunt zeggen: ik waardeer degene die mij op weg heeft geholpen. Maar ik laat mij niet beperken door zijn denken, wanneer mijn denken verder is gegaan. Het is dus zo dat we gezag en ordening wel degelijk moeten aanvaarden. Maar het moet iets zijn wat mede uit ons voortvloeit.

Laat mij een heel eenvoudig voorbeeld geven. Verkeersregeling: een kwestie van gezag. Er is iemand die zegt hoe het moet zijn. Is die regeling juist, daar zouden we over kunnen praten. Maar ik weet ook, wanneer ik mij in het verkeer op aarde althans zou moeten bewegen zoals u dat doet, dat het goed is om met die regeling rekening te houden en mij daar zoveel mogelijk naar te voegen, al is het alleen maar, omdat daardoor geen ongevallen door mijn aansprakelijkheid zo snel zullen voorkomen. Dus dat is eigenlijk de kwestie waarom wij gezag aanvaarden.

Wanneer er bepaalde banden bestaan – dat kan zijn – dan kun je zeggen: ja wanneer ik die band verbreek dan gebeuren er ongelukken. Inderdaad. Maar wanneer ik dat ongeluk wil aanvaarden, die consequentie, is er niemand die mij kan verbieden om mijn eigen weg te gaan. En dat is het werkelijk belangrijke punt hier.

Wat een ander zegt of doet, is van geen belang mits ik eerlijk, oprecht en overtuigd datgene doe, waarvan ik innerlijk weet of voel dat het voor mij juist is. Ik moet dan tevens bereid zijn om alle daaraan verbonden gevolgen voor mijn eigen rekening te nemen, zonder ze ooit op een ander af te schuiven. Ik hoop dat ik daarmee de zaak wel iets verhelderd heb.

  • In verband met dat laatste; dat kunt ge dan nooit op voorhand volledig beheersen. Ik bedoel hiermee dus, dat je ervan overtuigd bent, de gevolgen van die oorzaken die u volledig en bewust op u neemt, dat je die allemaal zal kunnen afwerken in een soort van integriteit van uw persoonlijkheid. Dat weet u niet op voorhand.

Of u dat zal kunnen, weet u niet. Dat u het zou moeten, weet u wel. Dat die gevolgen ook anderen zullen beroeren, is een zekerheid.

Maar wanneer u de gevolgen zoals ze zich voor u voordoen, niet probeert aan een ander op te leggen, dus een ander de aansprakelijkheid of verantwoordelijkheid als het ware over te dragen, dan zullen al die reacties die bij anderen ontstaan, ontstaan zijn door hun relaties met u. Dat is een relatie die ook zij aanvaard hebben, waardoor ze eveneens gehouden zijn, de gevolgen van die relatie te ondergaan. U ziet het is eigenlijk alleen maar een kwestie van rechtlijnig denken.

  • Ik dacht daaraan omdat, bv. consequent zijn, een noodzakelijk iets is, maar kan u in de gevolgen volledig uit uw evenwicht brengen, zodanig dat die consequenties als u het geheel overziet, in feite een nadelig iets was.

Dat is ongetwijfeld waar op dat ogenblik, maar – en nu komt weer het wonderlijke – wanneer u niet zegt dat deze consequentie anders had kunnen zijn, maar u wel afvraagt hoe u het best in die consequentie uzelf kunt zijn, dan vallen veel van die nadelige gevolgen weg. Het is ook weer een soort taboe, geloof ik, om te leven naar de omstandigheden. Je moet leven volgens normen, of die nu reëel zijn of niet. Maar de feiten zijn toch deze: wanneer ik veel geld heb gehad en veel heb gegeven, en anderen zijn daarvan afhankelijk geweest, en ik heb geen geld meer en ik kan dat niet meer geven, dan is het uw zaak niet mij te verwijten dat ik niet meer geef. De gevolgen die hen betreffen, gaan mij niet aan. Ik zal dan moeten leven volgens de huidige mogelijkheid en norm, maar – en dat komt er dan bij – ik zal wel mijn best doen, om die anderen te helpen om dat eveneens te gaan doen.

Dan handel ik vanuit het heden. De meeste mensen handelen vanuit het leven, het verleden vooral, of ze hebben idealen, dat is nog erger. U weet wat een ideaal is. Als je dat vertaalt in zuiver Nederlands, dan betekent het “droombeeld”, idee, inval, denkbeeld. Dus iets wat voortkomt uit een idee, uit een denken of uit een inval. Een ideaal is dus geen werkelijkheid.

Op het ogenblik dat ik een ideaal nastreef, kan ik kiezen uit twee wegen. Ik kan doen alsof dat ideaal bereikbaar is zonder meer. Dan probeer ik het in grote lijnen aan anderen op te leggen, want dat is mijn enige manier om er iets van waar te maken. Maar dan kom ik ook gelijktijdig tot de conclusie, welke factoren in mijn droombeeld verwaarloosd zijn. Dat kunnen zuiver menselijke factoren zijn, dat kunnen technische factoren zijn, natuurlijke omstandigheden. En dan kun je ook op een andere manier een ideaal nastreven. En dat is, je bouwt het stukje bij beetje op, je probeert elke keer weer iets voor jezelf meer waar te maken van je droombeeld. En anderen zover je mogelijk is, daaraan deel te laten hebben zonder hen daartoe ooit te dwingen.

Wanneer je dat nu kunt doen, dan heb je je ideaal werkelijk gediend. Maar door de verandering die je zelf doormaakt, verandert het ideaal. De droom is geen onveranderlijk iets geworden, een dogma. De droom is een levend iets, het is een gerichtheid in het bestaan, welke zich voortdurend kan aanpassen aan de omstandigheden van het bestaan.

Ik dacht dat ik daarmee een heel belangrijk iets gezegd heb. Over dogmata maar ook over leven en zeker ook over consequenties. Er zijn allerhande dingen waar je een beetje raar over staat te kijken als normaal mens op aarde. Er is in Ierland bv. een plaatsje, een dal, waar ze fantastisch mooie groenten en fruit en vooral ook erg mooie bloemen telen, eigenlijk alleen maar met – ja met wat – met gedachtenkracht eigenlijk als je het goed bekijkt. Nu zeggen de mensen: dat is een mirakel. Dat vind ik heel aardig dat ze dat zeggen. Maar waarom zouden ze het niet proberen of ze dat zelf ook kunnen, dat is veel belangrijker. Dan zeggen ze: ja als alle mensen zo zouden zijn, dan … Nee, wanneer ik probeer om een klein beetje zo te zijn, dan is er misschien een mogelijkheid.

Kijk, dit zijn zaken waarbij natuurlijk ook altijd weer taboe komt. Magie is kwaad! Waarom eigenlijk? Uiteindelijk wanneer je kijkt naar een katholieke ritus dan is er ook magie. Transformatie is in feite een geestelijk magisch gebeuren. De werking van gezangen, de wijze waarop men bv. een lezenaar verplaatst, het sluit allemaal in elkaar. Het is echt een ritus, een magisch gebeuren waarbij de symboliek gelijktijdig dient om een bepaalde sfeer, een belevingsmogelijkheid te scheppen. Dat kun je wel ontkennen, maar daarmee ruim je het niet uit de weg. Zodra het echter buiten een dergelijk verband komt, dan is het ineens kwaad. Waarom? Omdat je bang bent dat er iets beters zal zijn dan je eigen magie. Omdat je bang bent voor inwerkingen waar je geen raad mee weet.In vele gevallen lijkt het erop.

 En als je je dat gaat realiseren, dan kom je als vanzelf ook vrijer te staan in het leven, in de wereld. Dan zeg je niet meer: dit is verkeerd en dat is goed. Dan laat je geen taboe op je rusten tenzij het voor jou een reële zaak is, een verbod dat direct samenhangt met jouw wezen, jouw mogelijkheden, jouw persoonlijkheid. Dan mag dat emotioneel zijn, dat mag misschien zelfs ideëel zijn, mits je zelf je ideaal probeert waar te maken. Maar het kan nooit rationeel zijn zonder meer. Alleen wanneer je de absolute reden weet, dan verandert het taboe in een leefregel op basis van feiten.

En als je het nou zo allemaal bekijkt, vrienden, dan dacht ik dat je dus in het leven een beetje gemakkelijker tegenover de dingen staat. Wat een ander zegt, is niet noodzakelijkerwijze waar. Wat ik u zeg is niet noodzakelijkerwijze waar, want ik ben voor u ook een ander. Wat u zelf zegt, is alleen waar, wanneer u bereid bent uw eigen leven daar geheel naar te richten. Zoek eenvoudig de waarheid. De waarheid is veel belangrijker dan alle taboes. De waarheid is een beleving die machtiger is dan elk dogma, want ze betekent een reëel contact met de kosmos.

Ik heb hieraan een tweede punt verbonden – willen verbinden, ik zal het iets korter maken vanwege de vragen – en dat is namelijk dit: wanneer ik denk, straal ik uit. Mijn leven is een werking die buiten de stoffelijke of geestelijke vorm die ik “ik” noem, inwerking heeft op al het andere. Dat is iets, dat moet je dan voor jezelf maar eens nagaan of dat zou kunnen. Ik stel het omdat het voor mij waar is. Dat houdt in dat elk leven op zichzelf eigenlijk een interrelatie, een verweven verbondenheid betekent met het heelal. Elke verandering in mij, zal een verandering buiten mij ten gevolge hebben. Wanneer ik mijzelf verander, op een bewuste wijze, zal buiten mij, voor mij de werking van het AL zich eveneens wijzigen. Dat is geen magie. Dat is gewoon logica.

Als u het niet gelooft: misschien hebt u een overste ergens in uw bedrijf waar u altijd erg beleefd tegen bent. Dan gaat u nou eens een keer naar hem toe en dan zegt u: zo ouwe snoeper heb je gisteren weer een pint te veel gehad. Kijk dan eens wat er gebeurt. Dan ziet u dat hij ineens anders tegenover u gaat optreden. Hij weet niet meer wat hij met u moet beginnen. Dat is heel gewoon. Als je geen baas hebt, dan kun je misschien wel iemand anders vinden. Alleen de gehuwden zou ik wel willen waarschuwen, probeer het niet op uw man of vrouw, want dergelijke conflicten zijn dan meestal langduriger en pijnlijker dan men zichzelf heeft gewenst. Daar heeft u een orde die u zelf aanvaard hebt en die moet u blijven handhaven natuurlijk.

Wanneer ik door die verandering, mijn eigen afstemming op de kosmos verander, en er zijn onzienlijke zaken, laten we het even aannemen, dan zal niet alleen alles wat ik zie, maar al datgene wat op mijn denken kan reageren of op de uitstraling daarvan, mee veranderen. Weet u wat dat betekent? Het betekent dat je in feite zelf in staat bent om een groot gedeelte van je contact met de kosmos zelf te bepalen.

Wanneer u doordrijverig tegen die kosmos tekeergaat, met een heel goed doel overigens misschien, dan is het heel erg duidelijk dat die hele kosmos doordrijverig reageert tegenover u. Dat is het aspect wat u gewekt hebt. Wek dan alleen die aspecten waarvan je het gevoel hebt dat ze voor jou harmonisch zijn en wees bereid je eigen mening voortdurend te herzien wanneer er iets anders blijkt.

Pas jezelf voortdurend aan bij de feiten, want geestelijk betekent dit dat je altijd een optimale harmonie nastreeft met al het levende wat er is, met alles wat er aanwezig is.

Dat is veel belangrijker dan de meeste mensen beseffen. Ik weet het wel, men wil graag in contact zijn met de hoge sferen. Maar is dat voldoende? Is het eigenlijk niet veel belangrijker dat we contact hebben met een wereld die voor ons leeft. Een vriend van mij heeft een keer gezegd: ik ben heengegaan tot het hoogste licht van wat we God noemen en ik weet dat ik het beleefd heb en ondergaan heb, maar ik kan het niet uitdrukken en ik kan er niets over zeggen. Ik kan zelfs niet beweren dat ik daardoor krachten heb verkregen die ik elders niet had kunnen verkrijgen. Ik ben nog niet ver genoeg om daarheen te gaan. Daarom zal ik eerst werken met de werelden die ik ken en zo ervaring en het vermogen vergaren waardoor ik eens die hoge werelden kan binnendringen. Natuurlijk dat dit soort dogma: als je eenmaal in contact bent met God, is alles in orde. Wat heb je eraan als alles in orde is; en je weet niet dat het in orde is, je voelt niet dat het in orde is. Het moet iets zijn wat voor jou reëel is, wat werkelijkheid betekent en niet alleen maar de illusie dat het misschien zo is. Want anders dan gaat het je als de biechteling die al zijn zonden had opgesomd op een heel handige manier, naar buiten ging en dacht: ik heb God bedonderd.

Hij dacht niet aan de pastoor, hij dacht aan God. Maar toen ging hij erover nadenken en dacht hij: heb ik nou gezondigd of niet toen ik dat zo deed. Toen zat hij nog in veel groter moeilijkheden. Dat is nog maar een heel gewoon iets, het komt vaak voor. Je denkt: ik heb het lekker toch niet gezegd, maar wat moet ik er nou eigenlijk mee beginnen, laat ik het maar vergeten. Dat is dan meestal de conclusie.

Kijk dat is natuurlijk allemaal heel mooi en goed, maar kom je daar iets verder mee? Als je vergeet wat je bent, wat een deel van je is, wat je gedaan hebt en net doet of je een ander bent, word je daardoor een ander? Je kunt alleen een ander worden, wanneer je het geheel wat je bent accepteert, zonder te ontkennen dat iets eens deel van je is geweest.

Het is een soort algemeen dogma dat er goed en kwaad bestaat. Het is onze geliefkoosde stelling, dat het de beschouwer is die uitmaakt of het goed of kwaad is. Zo goed dat de beschouwer vanuit zich steeds weer bepaalt wat links en rechts is. Maar je zou verder moeten gaan dan dit. Je zou moeten zeggen: wanneer de waarden rond mij, in hun betekenis voor mij kunnen wisselen, dan is er geen taboe dat altijd geldt, integendeel. Het verbod van heden kan het gebod van morgen zijn en omgekeerd. De wereld verandert voortdurend, dan moet ik mee veranderen. Ik verander, dan zal de wereld met mij veranderen en daarom kan ik ook geen dogma aanvaarden dat mij zegt, dat ik alleen zo mag denken. Want ik moet denken krachtens hetgeen ik ken en hetgeen ik besef. Ik moet waarmaken wat er in mij leeft, want mijn geest die de essentie opneemt – en dat behoeft u ook weer niet te geloven, het is geen dogma maar u moet er eens over denken, – de geest die in mij leeft, neemt juist al die harmonische waarden op, zo er al iets is, waaruit ik mij een hogere wereld of een huis ergens in de hemel bouw, of hoe je het noemen wil. Dan zijn dit juist de harmonieën die ik tot stand heb gebracht, niet de ontkenningen, niet de eenzijdigheden, niet de beperkingen.

En ik dacht dat ik daarmee de zaak praktisch had afgesloten, maar hebt u op dit moment nog commentaar hierop?

  • Ik dacht toch wel dat een conditionering, het bestaan van een dogma, je toch nooit van tevoren kunt zeggen of dat juist of verkeerd zal uitpakken, want mijns inziens is dankzij een dogma, de mogelijkheid om te zeggen, er is ook een vrij denken mogelijk.

U hebt volkomen gelijk.

  • Als alles vrij was, dan kun je niet beseffen dat je vrij bent.

Ik geloof dat u het anders moet zeggen. Je moet zeggen: zodra een dogma als een absolute waarde wordt gesteld, heeft het ten gevolg dat er vrijdenkers komen. Niet omdat het dogma in essentie onjuist behoeft te zijn, maar omdat de dwang, een bepaalde formulering te aanvaarden, alleen reeds een afstotend effect heeft op degene die een motto van zelfstandig denken in zich draagt. Je zou moeten zeggen, een dogma is een werkhypothese. Maar een werkhypothese is een uitgangspunt, een dogma pretendeert een voleinding te zijn. En daarin ligt het geschilpunt. Ik heb mij niet verzet tegen het bestaan van de werkhypothese, ik heb mij verzet tegen het dogma, waarvan de aanvaarding zonder meer wordt gevraagd. En ik zou er iets aan willen toevoegen. U hebt het woord conditionering gebruikt. Wat betekent conditionering in feite? Het klinkt een beetje pavloviaans. Het betekent dat je een mens leert om op een bepaalde wijze te reageren, ongeacht de werkelijkheid. Kan een verwijdering van de feiten en van de werkelijkheid – en dat zou conditionering door dogmata inhouden – ooit een mens beter en gelukkiger maken? Kan ooit de mensheid daaruit een groter bewustzijn putten; of een innerlijk geestelijk juiste en goede beleving? Ik geloof niet dat dat het geval is.

  • Gezien de reïncarnatie, is het niet zo dat je zou kiezen te reïncarneren waar juist een bepaald dogma hoogtij viert?

Wanneer je dogmata in de stoffelijke zin en werkingen in de geest zou kunnen overzien, zou u gelijk hebben. Maar vergeet u niet, een geest incarneert op grond van iets wat u eerder de sfeer van een omgeving kunt noemen, dan de redelijke inhoud. En een dogma is een redelijke formulering ten aanzien van het onredelijke. En daaruit blijkt reeds dat dit dus niet bepalend is bij die reïncarnatie. U kunt wel zeggen: wat je op grond van dogmata hebt nagelaten in je leven, zal je in een volgend leven intenser ontmoeten, want dit is een behoefte-element. Het is een onevenwichtigheid in je persoonlijkheid die je probeert uit te wissen. En dan kunt u zeggen: ja maar die dogmata hebben me dan in één richting geholpen om me meer te ontwikkelen. Dan maakt u de fout van een koorddanser die zegt: nou ja goed, wanneer ik mijn balanceerstaaf aan één kant zwaarder maak, dan heb ik daarmee een bepaalde balansmogelijkheid – en dat is inderdaad zo – maar als er dan een windvlaag komt, dan heeft hij geen snelle correctiemogelijkheid en dan valt hij te pletter. En dat is wat een dogma in vele gevallen betekent, het gevaar te pletter te vallen, wanneer het dogma in zichzelf niet in staat is, onder de heersende omstandigheden een voortdurende harmonische aanpassing mogelijk te maken. En een dogma als een starre stelling, bezit die mogelijkheid niet. Ik hoop dat het argument aanvaardbaar is.

Dan vrienden zult u mij vergeven, dat ik hier mijn aandeel in deze bijeenkomst ga beëindigen. Ik heb geprobeerd om u een aantal visies voor te leggen. Begrijp goed, ik heb u iets voorgelegd, ik heb u geen geboden gegeven, ik heb u geen verplichtingen opgelegd, ik heb u alleen een denkbeeld voorgelegd en u gezegd, denk erover na. Wat denkt u ervan. En wanneer u daarop gereageerd hebt, heb ik geprobeerd mijn redenen voor mijn stelling duidelijk te maken. Dit is de beste manier om in welk begrip dan ook, verder te komen. Wanneer u zich gebonden acht aan een andere denkwijze, verbreekt die binding niet voordat u zeker bent, dat dit voor uzelf juist is. Maar wanneer u tot een besluit komt, probeer dan ook uw houding metterdaad te wijzigen, en laat het niet alleen maar rusten bij wat vrije theorieën. Want in het heden leeft de mens en alleen in het heden kan hij zijn God ontmoeten. In het heden wordt de werkelijkheid gevormd. In het heden vindt de droom zijn werkelijkheid. Nimmer in morgen, nimmer in later, nimmer in eens, maar altijd slechts nu. Want slechts in het heden dat het denken zelfs niet meer beseft, vindt de mens de kracht om waar te leven en verheft hij zichzelf, ongeacht misschien zelfs streven en denken, tot eenheid met de kracht en werkelijkheid, waaruit, zo waarlijk ik geloof, geheel het Al bestaat.