Drempelvrees

image_pdf

13 november 1966

Ik mag wel beginnen met u eraan te herinneren, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Ons onderwerp van heden is: Drempelvrees.

Menigeen zal zich afvragen, wat een min of meer psychologisch onderwerp als drempelvrees nu eigenlijk te maken heeft bij de Orde der Verdraagzamen. Ik zal trachten het u duidelijk te maken.

Wij weten allen dat er mensen zijn die in een bepaald soort café niet naar binnen durven gaan, omdat het bijvoorbeeld te mooi, te chique is. Zij zijn bang daar binnen te gaan, omdat zij vrezen daar niet te passen, niet zeker zijn wat zij daar wel aan zullen treffen. Weer andere mensen blijken de moed niet op te kunnen brengen een andere kerk dan die van eigen gezindte binnen te gaan. Misschien wel omdat zij vrezen dat anderen daarvan iets zullen denken. Altijd weer blijkt de mens een zekere aarzeling te moeten overwinnen, voor hij het onbekende tegemoet durft te treden. En wat is nu voor de mensen gelijktijdig het meest natuurlijke, het meest gekende en het meest onbekende in het leven? De dood! Sprekende over drempelvrees mogen wij dan ook zeker niet stil blijven staan bij al die materiële effecten.

Wij zullen ons ook bezig moeten houden met vragen als: Waarom zijn zovele mensen bang voor de dood, waarom bestaat er bij vele mensen angst en verzet wanneer een komende trancetoestand zich aankondigt? Zoals wij ons ook zouden moeten afvragen waarom wij bij zovele mensen angst voor begrippen als occultisme en magie aantreffen, zelfs indien dit vaak achter spot of onverschilligheid wordt verborgen Deze vragen zullen wij moeten bezien. Het is te gemakkelijk om hierbij te volstaan met de verklaring, dat hier alleen maar sprake is van een angst voor het onbekende. Er is meer aan verbonden.

De man die voor een café of restaurant staat en daar niet binnen wil gaan, omdat het ‘te chique’ is, is niet alleen bang voor het onbekende. Sterker nog spreekt hier een gebrek aan zelfvertrouwen. De man is niet bang voor het café, maar vreest daar voor gek te staan. Hij is niet zozeer bang voor te hoge prijzen als wel voor een situatie, die hij niet meer overzien en beoordelen kan. Zo iemand vertrouwt in feite zichzelf nog veel minder dan de gelegenheid waaraan hij uiteindelijk maar voorbijloopt. En bij de dood zien wij precies hetzelfde. De mensen geloven voor het merendeel, vooral wanneer de dood nader komt, wel dat er nog iets na de dood zal volgen. Maar wat? Zelfs voor de verschillende voorstellingen van een hiernamaals zouden de mensen nog niet zo bang zijn, wanneer zij maar zeker waren van zichzelf. Maar men weet geen raad met het beeld. De reactie is zo ongeveer: zelfs als ik in de hemel kom, wat moet ik dan met een stralenkransje en harpspelen kan ik ook al niet. Ik wil nog liever even hier blijven. Hier weet ik tenminste waar ik aan toe ben, ik heb hier op aarde nog zoveel te doen. Waarom moet ik dan naar dat hiernamaals gaan. Dit is een typische reactie van de meeste mensen, die voor de dood komen te staan. Er zijn er maar weinig, zeer weinig, die zeggen dat het leven zo slecht was, dat zij hoogstens beter kunnen worden van het sterven. Nu is dit alles in verband met de dood nog wel te begrijpen. De mens heeft het niet zo slecht als hij zichzelf wel voorgeeft, er zijn dan ook altijd nog wel dingen op aarde, waarvoor men nog wat langer zou willen blijven.

Maar wanneer er nu sprake is van een tijdelijk vertrek uit eigen lichaam, bijvoorbeeld bij een uittreding of bij een in trance gaan, bestaat er ook een vaak even grote aarzeling. Waarop is deze nu gebaseerd? Het is zeker niet in de eerste plaats een angst voor hetgeen men ontmoeten zal. Want dat is uiteindelijk van minder belang. Eerder is hier sprake van angst voor hetgeen er gebeuren kan, terwijl men niet zichzelf is. Bij de uitreding blijft immers het lichaam achter. De meeste mensen hebben niet voldoende vertrouwen in zichzelf om te zeggen: Ik kan altijd nog wel terugkeren, voor er een ernstige storing optreedt. Zij vrezen gewond te worden of misschien halfgek wakker te worden. Het is een risico, dat men, of het nu reëel bestaat of niet, eenvoudig niet durft te nemen. Bij trance komt daar de vrees bij dat men belachelijk zou worden. Velen zeggen: Ik zou maar al te graag in trance gaan, wanneer ik maar kon controleren wie erdoor komt en wat er gezegd zou worden. Gebrek aan zelfvertrouwen, angst voor mogelijke gevolgen zijn ook hier de achtergrond, men durft zich niet te bewegen op onbekend terrein. Daarop komt het ook hier weer neer.

Misschien vraagt u zich af of het mogelijk is in dergelijke gevallen de drempelvrees te overwinnen. Om dit te doen zal men allereerst de meest gunstige condities voor zich moeten scheppen. Iemand die weet dat hij gaat sterven, zal zich soms daarop voorbereiden. Ik ken mensen, die zelfs hun eigen begrafenis hebben geregeld tot en met de verteringen na afloop toe. Mensen, die ook alle paperassen en al hun menselijke relaties in orde gingen maken. Zij konden zeggen: Alles is gedaan, alles wat nog niet af was in mijn leven, heb ik voorlopig afgesloten. Het vreemde is nu, dat dergelijke mensen meestal veel rustiger overgaan. Zij hebben als het ware geen onzekerheden meer. Er is geen dringende reden meer te bedenken, waardoor zij op aarde nog noodzakelijk zouden zijn. Hun bestaan is afgesloten en zeker van zichzelf kunnen zij gaan. Vredig gaan.

Bij uittredingen geldt dit evenzeer. Wanneer je niet eerst ervoor gezorgd hebt, dat alles in orde is, dat je bijvoorbeeld niet gestoord kunt worden door anderen gedurende het uittreden, je niet voldoende ontspannen hebt en geen geestelijke voorbereidingen hebt getroffen door eerst eens na te denken over je doel en ook over de geestelijke krachten en waarden die je bezit, zal een slagen erg moeilijk worden. Je voelt je dan niet geheel zeker. Er is iets, wat je, ondanks misschien diep gemeende wensen, tegenhoudt, een ‘ja, maar…’. Heeft men echter alle noodzakelijke voorbereidingen getroffen, zijn doel vastgesteld en gezorgd dat men de juiste geestelijk instelling heeft, dan voelt men zich zekerder van zichzelf. De uittreding is dan, evenals in het vorige beeld van de dood, eigenlijk niet meer iets bijzonders, maar een haast noodzakelijk en onvermijdelijk deel van eigen leven en streven geworden. Wanneer je deze dingen alleen doet, valt ook het menselijk opzicht weg. Wie kan je nog belachelijk maken.

Zelfs wanneer men aanmerkingen zou maken, heb je nog eenvoudig een uiltje geknapt. Als het nodig blijkt, kun je later altijd nog, wanneer je zeker van je zaak bent, degenen, de het aan kan gaan, vertellen wat je gezien en gedaan hebt.

Daar innerlijke rust en zelfverzekerdheid zo belangrijk blijken, is het een belangrijk punt geen onnodige verplichtingen op zich te nemen. Schep bijvoorbeeld bij uittreding door te zeggen wat u gaat doen, niet de verplichting anderen nu ook te vertellen wat u gedaan hebt, ofwel dat u misschien faalde. De angst voor dit laatste zal een grote rem zijn, niemand voelt er immers veel voor anderen te bekennen, dat hij of zij een mislukkeling is? Als u mij niet gelooft, vraag dan maar eens hoe Schmelzer zich voelt. Kort gezegd geldt dus: Ik moet eerst voor mijzelf de dingen doorvoeren. Ik moet eerst zorgen, dat ik voor mijzelf zekerheid heb. En die kun je krijgen. Wanneer je niet ineens het Hotel des Indes binnen wilt lopen, nu ja, dan kun je misschien eens binnen gaan in Terminus… Daar leer je dan wat hotelleven is en op den duur voel je je zekerder. Dan kun je er eens aan denken wat er verder nog mogelijk is. Op die manier maak je niet alleen een begin, maar begin je een gewenning, die je ook een verder bereiken vergemakkelijkt.

Geleidelijkheid speelt, zeker wanneer het gaat om geestelijke taken en bereikingen, een grote rol. Ik kan u overigens nog meer vreemde voorbeelden geven. Er zijn mensen die pleinvrees, (agorafobie heet het geloof ik) hebben. Men durft zich dan niet in grote open ruimten te bewegen. Een Malieveld is voor dergelijke mensen een onoverbrugbare kloof. Nu blijkt echter dat dergelijke mensen hun vrees vergeten wanneer er een overheersende noodzaak bestaat en zelfs vaak wel een ruimte kunnen overschrijden wanneer er maar iets is, wat hen voldoende interesseert en zo al het andere doet vergeten. Zij gaan er dan wel eens op af, alsof zij nooit anders gedaan hebben.

Wij moeten dan ook nog stellen, dat interesse noodzakelijk is om goede resultaten te kunnen bereiken en eigen onzekerheden te overwinnen of te vergeten. Een aardig voorbeeld van de bestaande remmingen is wel de trancetoestand. Negen van de tien mensen die aan spiritisme doen, zeggen: Ik wilde maar dat ik ook zo mediamiek begaafd was…. Nu zijn dergelijke mensen heel vaak werkelijk in meerdere of soms wat mindere mate wel begaafd. Potentiële mediums zijn er vele. Zij komen echter niet over het kritieke punt heen, omdat zij, zoals ik reeds eerder opmerkte, zich af blijven vragen of het niet gevaarlijk is, of er niets geks zou kunnen gebeuren enzovoort, tot er een ogenblik komt waarop zij alles vergeten. Wij zien dit wel eens op minder goed afgeschermde bijeenkomsten. De mensen zijn geboeid door wat er gebeurt of gezegd wordt. Zij vergeten alles en opeens blijken zij bevangen te zijn van de geest. Wat niet zo wonderlijk is als sommigen onder u menen. Deze mensen hebben hun weerstand, hun angsten vergeten en kunnen daarom zelfs op betrekkelijk zwakke impulsen uit de geest reeds reageren.

Met dit alles begint ons probleem er reeds iets anders uit te zien. Drempelvrees is niet iets wat met reclame of zo overwonnen kan worden. Men blijft eenvoudig bij oude denkwijzen en gewoonten en zelfs het roepen dat iets bijzonder “en bon ton” is, trekt hoogstens enkele snobs, die daarmede alleen hun eigen wijze van denken en leven nog eens bevestigen. Op het ogenblik dat er een werkelijke interesse bestaat en deze al het andere overvleugelt, terwijl de mens (misschien juist door de interesse) ook meer zelfvertrouwen wint, het dan zal gaan. Het lijkt mij dan ook mogelijk nu drempelvrees als volgt te definiëren: Drempelvrees is zeggen dat je wel wilt, twijfelen of je kunt en daarom weigeren om te doen. En een weigeren om te doen is altijd weer gebonden aan een wantrouwen tegenover hetgeen je gaat doen of tegenover jezelf.

Wil men hierover weg komen, dan zal men er meestal goed aan doen wat vager te zijn in zijn eisen aan de toekomst. Wanneer je met alle zekerheid tevoren wilt weten waar je terecht komt wanneer je doodgaat, kijk je altijd later op de neus, die je dan stoffelijk niet meer bezit.

Indien je met alle zekerheid wilt weten, welke geest door je zal spreken wanneer je in trance gaat, bereik je niets. En zou je nog iets kunnen forceren, dan blijkt, dat je bedrogen uitkomt.

Zoals ook iemand die alleen wil trachten uit te treden wanneer hij meent daarmede succes te hebben, ook geen resultaten zal boeken. Waarmede het probleem duidelijk wordt: er is in de meeste mensen een ingeworteld wantrouwen tegen eigen ik, waardoor zij in hun mogelijkheden en bereikingen steeds weer geremd worden. Maar u voelt het misschien niet zo goed aan wanneer het alleen over geestelijke kwesties gaat. Laten wij het daarom eens (anders) gaan illustreren.

In Nederland waren 4 van de 5 partijen er eigenlijk wel op gesteld zo snel mogelijk een kabinet te vormen. Zij waren echter onder de omstandigheden niet zeker van zichzelf en vreesden dat een meegaan in een noodkabinet hen zieltjes zou kunnen kosten. Dientengevolge heeft men eigen houding te laat bepaald en niets gedaan. Hierdoor zullen zij vele stemmen verliezen, die zij anders nog wel behouden zouden hebben. Wanneer ik dit zo zeg over de politiek, voelt u, dat ik wel eens gelijk zou kunnen hebben en begrijpt u wat ik bedoel. Wij moeten echter nog een stap verder. Er bestaat namelijk ook een omgekeerde drempelvrees. Ik geef een voorbeeld. Iemand is gewend zich bij een chique zaak te kleden, bijvoorbeeld Spalton en Maas. Hij heeft echter alleen voldoende geld om zich een confectiecolbertje aan te schaffen.

Men zal dit echter niet doen, doch in de oude kleren blijven lopen, omdat men eenvoudig de moed niet kan vinden eens bij C en A binnen te gaan. Je weet nu eenmaal niet wat je daar zult vinden, nietwaar? En je zou misschien je geld weg gooien aan iets waarin iedereen loopt, zodat je zwaar bekocht zou zijn…. Zo iemand gaat met een wat versleten kostuum door de wereld (waarmede hij zich onder normale omstandigheden best zou durven vertonen), ontwijkt zijn vrienden, terwijl hij, zichzelf beklagende, door het leven strompelt.

Wat blijkt hier de oorzaak van het leed? Men is bang zichzelf te verlagen. Wat een belangrijk punt is. Ik ken bijvoorbeeld mensen die uitstekend geschikt zouden zijn voor trancewerk, maar die dit zien als een zich verlagen, een je prijsgeven aan de geest, terwijl men toch altijd zegt dat je het zelf moet doen. Ofschoon zij het innerlijk misschien graag zouden willen, laten zij het na, omdat zij vrezen zichzelf in de ogen van anderen hierdoor geestelijk te verlagen. Kijk eens, je kunt jezelf nooit verlagen zolang het uiterlijke zaken betreft. In jezelf, ja, daar is het mogelijk. In jezelf kun je je verlagen en vernederen. Ik meen dat de heer, die uit louter heimwee naar Spalton zich een jaar lang in een oud kloffie liep te beklagen, zich werkelijk vernederd heeft, verlaagd heeft. Hij heeft zichzelf innerlijk tot een bedelaar gemaakt. Had deze man een goedkoper kostuum elders gekocht, zelfs indien het niet zo perfect zat als hij gewend was, had hij zich waarschijnlijk gelukkiger en meer zeker van zichzelf gevoeld. Hij zou van eigen waarde meer overtuigd zijn geweest en daardoor zowel voor zich als voor anderen beter geleefd en gewerkt hebben.

Wanneer wij zo kijken naar het hoog geestelijke, blijkt er vaak een drempelvrees te bestaan voor alles, wat als ‘lager’ wordt beschouwd om de doodeenvoudige reden, dat men dit ziet als een ontwaarding van eigen wezen. Wij horen dan bijvoorbeeld: Met dergelijke laag-stoffelijke dingen houd ik mij niet bezig. Waarbij het treurige is, dat deze mensen meestal wel lagere dingen zouden willen doen en beleven, maar eenvoudig niet weten hoe ze te doen en nog hun geestelijke stand tegenover anderen op te houden. Dergelijke mensen zijn dwaas. Wanneer je met je geestelijke waarden je vernedert en desnoods tot in de modder gaat en blijven die geestelijke waarden in het bestaan, dan blijft men zichzelf. Maar op het ogenblik dat men zich in gedachten wel met allerhande dingen bezighoudt, maar vanwege de ‘geestelijk waarde en stand’ probeert ervan af te blijven (vooral wanneer er geen echte overtuiging op de achtergrond staat) verlaagt men zichzelf wel degelijk en frustreert men zichzelf en ontneemt men zich daardoor nog eens vele geestelijke mogelijkheden.

Hoe ver men kan gaan, blijkt uit het volgende. Een werkelijk vaak succes hebbende wonderdokter hield zich bezig met opgegeven gevallen. Iemand verzocht hem eens hem van hoofdpijn te bevrijden. De man weigerde met de woorden: “Dit is beneden mijn stand. Zoek maar iemand anders. Voor mij is een geval pas interessant, wanneer het hopeloos wordt”. Het is goed dat ik de patiënt niet was. Ik zou gezegd hebben: Man, begin dan maar meteen aan jezelf, want je bent zeker hopeloos. Te hoog om je met kleinigheden bezig te houden kun je immers nooit zijn. Al ben je zover dat je bewust tot de geestelijke sfeer kunt opstijgen, dan nog geldt, dat je, zo je een ander alleen iets kunt geven door op te treden als helderziende, medium of clown, zo zult werken. Weiger je dit, dan verlaag je jezelf, daar je dan alleen vanwege je geestelijke standing (en dus hoogmoed) het helpen van anderen langs deze weg verwerpt.

U ziet het dus wel: Drempelvrees werkt werkelijk naar twee kanten. Er is zowel een: dit is te hoog voor mij, als een: dit ligt voor mij te laag, te ver naar beneden toe, dit past niet meer bij mij. In beide gevallen resulteert de drempelvrees ergens in een ontwaarding van de mens, een teloorgaan van geestelijke en andere mogelijkheden, wordt het een schade voor de bewustwording.

Men kan zich in dit verband wel eens afvragen of de mensen niet te snel het lagere zullen kiezen, daar het gemakkelijker schijnt, wanneer zij eenmaal hun drempelvrees beginnen te overwinnen. Men heeft het idee dat de uiterlijkheden van belang zijn, wanneer men deze vraag stelt. Er is geen hoog en geen laag. Er is alleen waar en onwaar. Iemand, die zijn hoogheid alleen aan uiterlijke waarden ontleent, kent in feite geen hoogheid, – denk maar eens aan die Engelsman, die zelfs tussen de kannibalen steeds in rok soupeerde en toen hij in de kookpot terecht kwam, erop stond dit in smoking te doen. Hij werd hierdoor echter niet meer heer en niet minder gaar. Men kan hier spreken van iemand met gevoel voor traditie, maar wees eerlijk: heeft zoiets nog te doen met de reële waarden van het leven? Iemand die van eigen moed en waardigheid overtuigd is, kan deze eigenschappen ook bewaren als hij in adamskostuum de pot in gaat. Het andere is een geste, maar heeft geen werkelijke zin of betekenis. Zolang je iets buiten jezelf nodig hebt om je een schijn of illusie van waarde te geven, erken je dat je voor jezelf en alleen, niets waard bent. Zo zie ik het tenminste. En nu kunnen wij nog eens terugkeren naar de dood.

Moeten wij nu werkelijk om de dood te kunnen aanvaarden, alle uiterlijkheden rond ons hebben, van het gemaakte testament tot de dokter en de troost van de kerk? Kan men niet rustig sterven wanneer de verzekering voor een eerste klasse begrafenis niet betaald is? Het kan helpen, dat wel, maar als het erop aan komt, geven al deze dingen niet meer moed, rust en inzicht dan je al had. Want het zijn uiterlijkheden, die niets met het ware ik en niets met het feit van de dood zelf te maken hebben. Met de dood staat vooral ons innerlijk gevoel in verband. Zijn wij reeds zover, dat wij menen die nieuwe wereld aan te kunnen? Hebben wij zoveel bewustzijn, besef, wijsheid opgedaan, dat wij in staat zijn deze algehele verandering niet alleen te aanvaarden, maar tevens genoeg, om te gevoelen, dat wij daarin verder kunnen gaan, dat wij daarmede iets kunnen bereiken? Zijn wij zeker van onszelf? Dat zijn de vragen.

Alles wat ik u vertel over sterven kan u geen cent verder helpen zolang het in uzelf geen besef wakker maakt. Alles wat ik u kan vertellen over esoterische mogelijkheden, uittredingen naar andere plaatsen en sferen enzovoort, kan u geen zier helpen, indien u niet eerst de juiste innerlijke gesteldheid, de noodzakelijke innerlijke zekerheid ook hebt gevonden. Dit is het punt waarom mijn hele verhaal draait.

Een tijd geleden vroeg mij iemand eens: Wanneer je bij een stervende zit, wat moet je dan eigenlijk doen ? Mijn antwoord was: Indien hij weet dat hij stervende is, spreek hem over de goede dingen die hij heeft gedaan in zijn leven. Men meende toen, dat ik deze raad gaf om iemand een zachte dood te bezorgen, maar daarom ging het mij niet. Toen men in het nakaarten tot deze verklaring kwam, kon ik helaas geen antwoord meer geven. De seance was voorbij en ik beschikte niet meer over een medium. Ik bedoelde met mijn raad, dat het belangrijk is de mens te bewijzen dat zijn leven waarde heeft, dat hijzelf in het leven waarde heeft gehad en daarom ook in zich een waarde verbergt, die het voortbestaan waard is. Dit kan zelfs essentieel zijn, daar het niet alleen maar het sterven gemakkelijker maakt, maar ook een bewuste overgang mogelijk maakt.

Zo ook de mensen, die zich bezighouden met het paranormale. Het is niet erg, de duivel voor je te zien staan, zolang je nu maar innerlijk aanvoelt, dat je zoveel Licht bezit, dat de duisterlingen je toch niet aankunnen. Maar o wee, wanneer je daaraan twijfelt: Dan ben je helse ‘satee babbi’ voor je weet wat er met je gebeurt. Deze laatste opmerking is vooral voor de Oudindische gasten bestemd die hier aanwezig zijn. Het is niet belangrijk wat er nu feitelijk gebeurt. Het is zelfs niet zo belangrijk of men zichzelf nu bedriegt of niet. Er zijn mensen, die proberen uit te treden maar zeggen: “Ik weet niet wat echt is. Ik heb altijd het idee dat ik mijzelf zit te bedriegen”. Dit laatste is natuurlijk mogelijk. Mijn vraag hier luidt echter: Is dit nu werkelijk zo belangrijk? Ook hier is het de angst voor vergissingen, de drempelvrees, die gebaseerd is op uiterlijkheden, door een zich vasthouden aan de gekende betekenissen van de wereld buiten je. Maar de wereld buiten je is niet je leven. Zij is voor jou alleen maar het middel om te leven. Zij is het middel om in jezelf tot bewust leren te komen, niet een omgeving die dwingt tot een leven volgens de waarden van die wereld en naar buiten toe.

Er lopen vele levende lijken rond op de wereld. Mensen die alleen ‘van buiten’ leven. Zij kennen alle formules van beleefdheid en doen hun werk uitstekend. Zij zijn kort en goed wezens met een handboek van etiquette in plaats van een hart, wetten en reglementen op de plaats, waar de hersenen een eigen denken zouden moeten scheppen en voor de rest niets.

Dergelijke mensen zou men eigenlijk beter maar meteen kunnen begraven. Hun voortbestaan heeft noch voor henzelf noch voor anderen werkelijke betekenis en met hun auto’s nemen zij alleen maar parkeerruimte in beslag die anderen zouden kunnen gebruiken. Wanneer ik mijn leven alleen op uiterlijkheden moet baseren, kan ik net zo goed meteen uitstappen. Het is wat er ín mij leeft, wat van belang is. Zelfs indien ik weet dat die wereld in mij een vreemde wereld vol dromen is, waarin de herinneringen vertekend, mijn wereld betekenen, dan nog is het mijn leven, mijn waarheid die daarin gelegen is. Denk maar eens aan het sprookje van de Japanse nachtegaal. De keizer ligt zuchtend onder de druk van de dood die op zijn borst is gezeten en aan alle kanten ziet hij uit de bedgordijnen gezichten komen, goede en kwade, die hem verwijten maken of prijzen. Dit was zijn werkelijkheid van leven, dit waren zijn herinneringen.

Het zijn onze herinneringen, niet de feiten van het leven, die op aarde en in vele sferen ons leven voor ons bepalen. Het zijn nimmer de uiterlijkheden, maar vooral de waarden van innerlijke zelfverzekerdheid, waardoor het ons mogelijk wordt gemaakt met een voor ons zelf goed en aanvaardbaar resultaat iets te doen. Vergelijkend kan je zeggen dat iemand met versleten kleren, maar een houding vol zelfvertrouwen in uw beste gelegenheden en hotels nog met respect ontvangen zal worden, terwijl een rijk iemand die schitterend is gekleed, maar binnentreed alsof hij zijn excuses maakt voor het feit dat hij bestaat, door iedereen misbruikt en met de nek aangekeken zal worden. Dit beseft u wel. Misschien stelt u het iets beperkter dan ik doe, maar het geheel vindt u allen nogal normaal. Is dan de logische conclusie niet dat wij eerst in onszelf een wereld en een zekerheid moeten bezitten, voor wij in de wereld buiten het Ik ook maar mee kunnen tellen?

Indien u paranormaal wilt genezen, is het best. Maar als u niet innerlijk zeker bent dat het mogelijk is, kunt u er beter vanaf zien. Want je hebt eerst een innerlijke zekerheid nodig, om de noodzakelijke krachten te kunnen ontvangen en te geven. Als je uit wilt gaan treden, maar eraan twijfelt dat het mogelijk is, zul je hoogstens bij ongeluk een ogenblik buiten eigen lichaam bewust kunnen vertoeven en zeker geen doel bereiken daarmede. Voelt men zich echter zeker, dat het mogelijk is en vraagt men zich niet af of de wereld, die men beleeft, nu wel een werkelijke wereld is of een fantasie, maar haar eenvoudig wil beleven, zal men al snel succes hebben en gestelde doelen ook leren bereiken. Met trancetoestanden geldt al weer het zelfde. Als je met twijfels begint als je vreest dat er misschien wel kwade geesten door zouden kunnen komen enzovoort, zal nooit een beheerst mediumschap mogelijk zijn. Ook hier zal men moeten zeggen: In mij leeft Licht. Ik ben zeker van mijzelf en het Licht dat in mij leeft is reeds alleen voldoende om ervoor te zorgen, dat ik geen entiteiten ontvangen moet, die onwaardig zijn. En voor de rest gaat niets van de uiting mij werkelijk aan. Zo bereik je namelijk wat, maar daarvoor moet je zeker zijn van jezelf.

Deze onzekerheid in zich dragen is het grote probleem van de moderne wereld. Niet alleen wanneer het op sterven of occultisme aankomt, maar bij vele dingen. Denk aan het jeugdprobleem. De jeugd is er zeker van, dat zij meer kan dan zij mag. De ouderen zijn doodsbenauwd dat de jeugd meer zal doen of tot stand brengen, dan de ouderen kunnen verwerken. De jeugd is onzeker, omdat zij haar doel in het leven nog niet beseft. De ouderen zijn onzeker, omdat zij voor zich de mogelijkheid niet meer zien de persoonlijke middelen op te brengen, die noodzakelijk zijn om iets nieuws tot stand te brengen. Dat is de wrijving tussen de generaties, dit is de oorzaak van één van de grootste conflicten in deze maatschappij. Ook drempelvrees speelt hier een rol. De jongeren zouden heus wel wat positiefs willen presteren, maar zij vrezen dat het toch niet zou gaan. Daarom opponeren zij, provoceren zij maar wat. Zij zien dit als verstandig, daar zij menen dit wel te kunnen doen, daar hieraan volgens hen geen aansprakelijkheid verbonden is. Zij kunnen zelf niet tekortschieten en gelijktijdig zich toch wijs en verdienstelijk gevoelen door het wijzen op de fouten van anderen. En de ouderen?

Dezen grijpen naar de gummiknuppel, de psychiatrie en de sociologische studies om het probleem op te lossen, maar durven één ding niet aan: de jongeren de kans geven om te bewijzen dat zij werkelijk iets kunnen. Want het zou mogelijk zijn, dat zij het toch beter zouden doen dan de oudjes, en wat moet je als oudere dan nog met al de ervaringen enzovoort beginnen, nietwaar?

Dan uw politieke problemen. Geen land op de wereld wil oorlog. Maar ja, wanneer de Amerikanen nu eens zouden gaan ontwapenen, is er natuurlijk de kans dat de Russen Amerika gaan bezetten. En dan zouden de Amerikanen misschien wel grotendeels communisten worden…. Hier ligt de oorzaak van de drempelvrees, wanneer het gaat om vrede. Wanneer men een werkelijke vrede aanvaardt, zal men ook de anderen moeten aanvaarden zoals zij zijn. En ergens verborgen in het bewustzijn leeft de vrees, dat eigen denken, ideaal leven, dan niet meer aan de gemeenschappelijke maatstaven zal kunnen beantwoorden. Men heeft te vele gebreken om de moed te vinden deze eerlijk toe te geven en anderen met de werkelijkheid van eigen wezen en leven te confronteren. Kijk nu eens naar Vietnam. Dacht u nu werkelijk, dat de Vietcongs niet graag vrede zouden sluiten? Heel graag zelfs. Als zij maar zeker wisten, dat zij hun gezag zouden kunnen behouden. De Amerikanen zouden heel graag vrede sluiten, indien hun kostbaar prestige t.m. niet zou lijden daaronder. Want zij zijn er niet zo zeker van, dat zij een succes behalen. Maar beide kanten durven niet. Zij zijn onzeker en mijden daarom alles, wat hen buiten de gewende gang van zaken zou brengen. Een drempelvrees, die hen verwijderd houdt van de vrede, die zij begeren.

Wij staan tegenover een nieuwe era. Er moet een nieuwe vorm van geloven, God dienen en erkennen, komen. Ook binnen de kerken. Als dit niet komt, dan gaat de ontkerkelijking door, zodat de laatste voorganger een solo weggeeft in de laatste lege kerk. De leiders van gemeenten en godsdiensten weten wel wat zij zouden moeten doen. Men zou meer op het menselijke moeten vertrouwen en de mensen moeten zeggen: In je menszijn moet je God uiten. Maar ja, zouden die mensen dat nog wel goed doen, zo aarzelen de leiders. En zou ik dan nog wel goed leiding kunnen geven en mijn gezag handhaven? Neen. Laat ons het voorlopig nog maar bij het oude houden. Ook hier een onzekerheid, een drempelvrees, die mensen terughoudt van het erkennen van de waarheden en het beantwoorden van de noodzaken, die men als aanwezig zijnde erkent.

Neem uw grote politieke partijen hier te lande eens. Zij weten allen dat er iets veranderen moet, maar de één voor de ander durft niet, is bang weerstanden op te roepen. Men durft niet, omdat men kennelijk niet overtuigd is dat er voldoende goeds en waars in eigen streven en programma schuilt, dat dit toch wel doorgevoerd zal worden. Of misschien zijn de leiders wel bang dat anderen de verwerkelijking van hun idealen beter door zouden kunnen voeren dan zijzelf, zodat zij hun plaats dan zouden verliezen. Zo sluiten zij compromis na compromis en ontwaarden zij alle mogelijkheden, die in hun streven aanwezig zijn. Ook bij hen bestaat wel degelijk een drempelvrees, wanneer zij met iets nieuws worden geconfronteerd.

Kijk ook eens naar vele bedrijven in uw land. Velen gaan binnenkort sluiten, productie beperken of gaan zelfs failliet. De oorzaak hiervan is dat men wel een goed product maakt, maar zich niet hiertoe durft bepalen, bang is voor concurrentie, geen samenwerking op werkelijk internationaal niveau aandurft uit angst dat men zijn zelfstandigheid kwijt zal raken. En dat betekent in feite dat men bang is op de vingers gekeken te worden, bang is dat er juist, waar het de bluf van doelmatigheid betreft, te veel op de vingers zal worden gekeken.

Drempelvrees. Drempelvrees voor een nieuwe tijd. Omdat men vreest aan de eisen daarvan niet te kunnen beantwoorden. De wereld moet veranderen. De mensen weten het, maar durven niet. Nederland wordt bedreigd door overbevolking. Wanneer je de rekenaars moogt geloven, staat er in het jaar 2000 aan de grenzen van Nederland een bordje met als tekst: alleen nog staanplaatsen. Maar de pil zonder meer algemeen toepassen en toelaten? Abortus provocatus meer toelaten? Het zou misschien wel goed zijn, maar…men komt met vele, vaak godsdienstige en ethische bezwaren aandragen. In werkelijkheid vreest men echter dat de mensen seksueel te vrij, te losbandig zouden worden, dat er door gebrek aan spanningen geen mogelijkheid meer zou zijn de mensen tot gehoorzaamheid te bewegen. Daarom durft men ook dit niet aan. Als je het goed beziet, durven de mensen die iets bereikt denken te hebben, eigenlijk op geen enkel gebied van het leven iets wagen. Er zijn enkelingen, die het proberen, maar dat zijn dan toch de uitzonderingen. En al die mensen zullen eens moeten sterven. Sterven moeten ze allen, de politicus en de paus, de dominee en de dokter, de ambtenaar en de putjesschepper, allemaal. Hoe moeten die mensen goed overgaan, goed sterven, wanneer zij in zichzelf en in de waarden die zij op aarde dienen, geen werkelijk vertrouwen hebben? Hoe moeten zij bewust binnengaan in een hiernamaals, wanneer zij niet eens zeker zijn wat zij zelf wel zijn, zeker zijn van onaantastbare waarden in hun wezen?

De wereld van heden wemelt van de wetenschapsmensen en deze wetenschapsmensen weten buitengewoon veel. Hun weten is buitengewoon wetenschappelijk, maar zij hebben te weinig besef en daarom durven zij er niets mee doen, tenzij de omstandigheden dit van hen eisen, desnoods met geweld. Deze mensen durven niet te vernieuwen, radicaal de oude opvattingen te doorbreken, zelfs indien zij deze ervaren als een vastgelopen zijn van het wetenschappelijk streven en denken. Zij durven niet geheel terug te grijpen op de innerlijke waarden, die zij innerlijk toch wel als belangrijk erkennen. Het zou immers te veel gelijken op magie, het zou je prestige als wetenschapsmens te veel schaden, enzovoort. Geen wonder, dat er zo weinig wetenschapsmensen zijn, die zich op een eerlijke manier bezig durven houden met het paranormale. Geen wonder, dat zo weinig wetenschapsmensen bereid zijn hun stellingen en weten te ontdoen van de geheimtaal, waardoor zelfs de meest eenvoudige dingen aan de leek als iets bijzonders kunnen worden voorgesteld. Geen wonder, dat men mensen als bijvoorbeeld Rhine niet wil erkennen en tracht te desavoueren, dat men grote denkers en wetenschapsmensen uit het verleden, die bijvoorbeeld aan de Geest durfden geloven of zelfs aan spiritisme deden, als op dat terrein ontoerekenbaar trachtten voor te stellen. Men is bang, men durft geen mogelijke concurrentie te aanvaarden, omdat men het zelf niet alles zo goed weet en kan als men zegt. En dit mag niemand bemerken, men durft niet uit te treden. Want als zou blijken dat alles wat daarover gezegd wordt, waar zou zijn, waar zou men dan moeten blijven met zijn geheimen van persoonlijk bestaan, zijn geheime politiek en zijn nu oncontroleerbare wetenschap.

Daarom gebeuren er vandaag aan de dag zo weinig wonderen. Men wenst ze niet en durft er niet waarlijk in te geloven als mogelijkheid. Het jammere daarbij is dat het wonder zo dichtbij ligt. Je innerlijke inwijding, de geestelijke verlichting ligt voor het grijpen. Maar dan moet je de uiterlijkheden, waarop je je nu baseert, weg laten vallen. Dan moet je daarvoor in de plaats je innerlijke waarde als alles bepalend durven stellen en geen vorm van uiting daarvoor voorop stellen. De wonderen, de paranormale ontwikkeling van mensen, alles ligt voor het grijpen.

Maar wanneer die dingen per ongeluk toch kenbaar zouden worden, moeten zij worden weggepraat, want men durft het niet aan te leven met dingen, die men niet redelijk geheel kan verklaren. De mensen hebben behoefte aan een wonder, maar zij zijn te bang voor alles wat het wonder zou kunnen betekenen voor hun rationele wereld, en wat zij begeren maken zij het voor zichzelf onmogelijk. Er zijn zelfs grote theologen, die voortdurend doodsbang zijn dat er ergens een wonder zou kunnen gebeuren, dat niet met hun theorieën zou stroken. Er zijn gelovigen die alles willen geloven, maar toch niet graag het bewijs zouden willen zien in eigen leven, dat er een levende God is, omdat zij zich dan zo op de vingers gekeken zouden voelen. En men gaat nu wel trouw ter kerke, maar er is in het leven zoveel, weet u?

Drempelvrees. Het rijk van vrede is vlakbij. Een rijk van over de gehele wereld bestaande welvaart ligt voor het grijpen. En met die welvaart bedoel ik dan niet wat men er tegenwoordig onder verstaat. Want wat men nu welvaart noemt, is veelal niet meer dan een crisis die men bestrijdt door geld te ontwaarden, bezit te onteigenen en zo de schijn van toenemend bezit voor velen te handhaven. Ik bedoel werkelijke welvaart, dit is geluk, alles hebben, waaraan men werkelijk behoefte heeft. Ook de naastenliefde is te verwezenlijken op aarde. Ook zij ligt vlakbij. Veel mensen zouden tot naastenliefde geneigd zijn, wanneer zij t.m. niet bang zouden zijn voor de consequenties, die hun naastenliefde met zich zou kunnen brengen, zolang men niet zeker is dat eenieder op gelijke wijze zou handelen en reageren.

Daar ligt dan het gehele probleem in een nutshell voor u: God, eeuwigheid en alles, wat wenselijk lijkt, ligt binnen het bereik van de mensen. Maar zij vertrouwen zichzelf niet voldoende en reageren niet, omdat zij vrezen dat de gevolgen voor het Ik meer zouden kunnen zijn dan men zou kunnen dragen. Zo leeft de mens vaak in een hel, terwijl het leven een hemel zou kunnen zijn. Zo vreest de mens de dood, die hem een vreugdige bekroning van het leven zou kunnen zijn. Zo ontwijkt de mens de vrije bewegelijkheid van de geest in sfeer en wereld, terwijl juist dit zijn leven vollediger en gelukkiger zou kunnen maken. Want helaas… de mensen hebben drempelvrees…en wat moet je daaraan doen? Dat is mijn gehele verhaal.

 Vragen.

  • Wat kunnen wij met uittreden bereiken? Wat zijn de voornaamste obstakels, nadat wij de drempelvrees overwonnen hebben?

Wanneer je de drempelvrees eenmaal overwonnen hebt, is het enige werkelijke obstakel nog de angst. Iemand die niet bang is, zal tijdens uittredingen geen schade op kunnen lopen, zelfs niet in het astrale gebied, waar men toch tamelijk kwetsbaar is. De geringste aarzeling of angst maakt de mens echter kwetsbaar.

Wat je er meer mee kunt bereiken? Ik kan net zo goed vragen: Wat bereik je er mee, wanneer je om goed Frans te leren, naar Frankrijk gaat? Je leert het beter. Met uittreden is het ongeveer net zo. Door middel van uittredingen kan men deelhebben aan geestelijke leringen, wordt men zich gemakkelijker van eigen werkelijkheid bewust, terwijl men daarnaast nog bepaalde dingen vooruit kan leren zien, op andere plaatsen op aarde geestelijk (en soms zelfs lichamelijk) werkzaam kan zijn, terwijl je lichaam in eigen huis rust.

Ik zou zeggen: Er zijn voordelen te over. Is de vraag hiermede beantwoord? (Ja.) Dan heb ik nog een klein commentaar: Degene die begint te vragen wat hij er onmiddellijk mee kan bereiken, komt bekocht uit. Iemand, die begint letters te leren, omdat hij morgen al een boek van Dostojewski wil gaan lezen, komt bedrogen uit. Degene, die begint met uittredingen om er onmiddellijk groot profijt van te hebben, zonder eerst geoefend te hebben, zal ook bedrogen uitkomen en zich juist hierdoor onzeker kunnen gaan voelen. Dit zou voor sommigen één van de obstakels kunnen zijn. Want wie meer wil dragen dan hij tillen kan, loopt groot gevaar onder zijn last te bezwijken.

  • Angst laat zich niet commanderen. Wij mensen kunnen wel met een brutaal gezicht zeggen: “Ik ben niet bang”, maar het gezicht waarachter je dan die angst verbergt, neem je niet mee. Dus wanneer je bang bent, ben je bang. En of!

Angst is angst, inderdaad. Maar indien angst tijdens de uittreding werkzaam wordt, betekent dit een verliezen van de samenhang met eigen wezen. Dit veroorzaakt de kwetsbaarheid. Leert men bij angst onmiddellijk naar eigen lichaam terug te keren, zo is er weinig of geen gevaar. Hoe je angst kunt beheersen? Ik zou zeggen, door te beseffen, dat er geen reden is om bang te zijn. Men voorkomt dan dat men in paniek geraakt. Je kunt ‘bang’ zijn voor spinnen. Indien je echter beseft dat zij je geen kwaad kunnen doen, spreek je nog wel van angst, maar vind je het in feite meer griezelig dan dat je er bang voor bent. Juist daarom zal men eerst veel moeten oefenen. Men leert dan zelfs de ergste verschijningen in de astrale werelden bezien met een: “Het kan mij niets doen. Het is griezelig, maar ik kan het aan.” Zolang men dit gevoel, dat men tegen de dingen bestand is, maar kan bewaren, is er werkelijk geheel geen gevaar aanwezig.

  • Er is op de wereld toch genoeg te doen zonder uittreding?

Dit vergt een tweeledig antwoord. Er is op aarde inderdaad zoveel te doen, dat men, indien men zich daarmee werkelijk bezighoudt, aan uittreden voorlopig wel niet toe zal komen.

Maar aan de andere kant wordt hier op aarde zo weinig lichamelijk en op voldoende wijze volbracht, dat uittredingen een goede aanvulling kunnen vormen voor de gebreken en begripsfouten van de materie.

  • Is de zekerheid of het zelfbewustzijn waarover wij kunnen beschikken, niet een geadopteerde zekerheid? Want indien wij ergens zeker van zijn, zo is dit van een levenskracht die wij niet ons eigen kunnen noemen, omdat zij onpersoonlijk is. Is het niet net zo met onze eigenwaarde?

Tot op zekere hoogte is dit zeker waar. Maar of ik nu 100 gulden zelf heb verdiend of van iemand gekregen heb, wanneer het om het uitgeven gaat, is de mogelijkheid en zekerheid te kunnen betalen, gelijk. Dat ik het geheel van mijn waarde en wezen aan God ontleen, is één punt. Dat ik deze waarde, kracht en mogelijkheid bezit, is echter een tweede en voor mij ander punt. Zolang ik mij baseer op hetgeen ik bezit, zal ik ook een besef van eigenwaarde hebben, geadopteerd of niet. Door dit gevoel van eigenwaarde te bezitten, erken en respecteer ik mijns inziens bovendien alles, wat God in mij volbrengt. Ik zou zelfs zeggen dat een mens, die geen gevoel van eigenwaarde heeft en toch gelooft, in wezen tot zijn God zegt: Je hebt er met mij maar een mooi potje van gemaakt. Ik zou dus zelfs tegenover God het onredelijk vinden, wanneer een mens geen gevoel van eigenwaarde, geen vertrouwen in eigen wezen en mogelijkheden zou hebben.

  • Dan is geloof toch evenredig met eigenwaarde en omgekeerd?

Voor u kan dit geheel waar zijn. Er zijn echter vele mensen voor wie het geloof aan God iets vaags is, terwijl hun geloof in zichzelf voor hen een concrete waarde vormt. Van een evenredigheid, althans een bewuste evenredigheid zou ik dus niet willen spreken. Wel zou ik willen stellen: Geen mens kan God volledig aanvaarden en beleven, zonder dat hij eerst zichzelf heeft aanvaard en heeft beleefd en zeker vertrouwen in zichzelf heeft gevonden.

  • Wat is dan dit ‘zelf’?

Het is de totaliteit van de complexen, waaruit u hier op aarde bestaat, plus het geheel van uw geestelijke ervaringen plus uw bewustzijn en weten en het geheel van de Goddelijke kracht, waardoor dit geheel bestaat en in beweging wordt gehouden. De kracht dus, die wij de ziel plegen te noemen.

  • Moeten wij geen onderscheid maken tussen de ware persoonlijkheid, zoals u die in uw antwoord samenvatte en de materiële verschijnselen?

Wij kunnen het wel doen, maar ik weet nog niet of dit nu wel erg realistisch is. Per slot van rekening kan iemand wel zeggen, dat hij of zij heel anders is dan de kleren, die hij of zij draagt. Maar de kleren die je draagt, geven in wezen iets van je eigen wezen en persoonlijkheid weer, zowel door de keus, als door de manier, waarop je ze draagt. De kleding geeft dus wel degelijk eigenschappen van de persoon, die ze draagt, weer. Daarom zou ik voor mij ook geen onderscheid willen maken tussen het ik, dat voor mij stoffelijk zichtbaar zit en de totale persoonlijkheid. Het is er deel van, is er een afspiegeling van, een wat onvolledige weergave. Wel wil ik onderscheid maken tussen de pretenties, die men zich in de materie pleegt aan te meten en datgene wat men in die materie werkelijk is. Om het eenvoudig te maken zou ik zeggen: Het ware ego van de mens is dat ego, wat hij niet kan verloochenen.

Men kan zichzelf verloochenen ten bate van medemensen, zonder daarom aan de innerlijke waarden van het ik, aan het eigen ego ontrouw te worden of het te verloochenen. Indien geen uiterlijke motieven aanwezig zijn, kunnen wij zelfs wel aannemen, dat een dergelijke zelfverloochening juist een uiting van het ware ik inhoudt.

  • Is het begrip drempelvrees niet noodzakelijk voor een bewustzijnsvernieuwing? Want zonder drempelvrees kan er geen uitbreiding van bewustzijn zijn?

Dat zegt u. Maar daarom ben ik het nog niet met u eens. Ik zou juist zeggen: Wanneer geen drempelvrees aanwezig is, blijkt het totaal der bewustwording een continu proces te zijn, waarin slechts door de angsten, poorten, of begrenzingen, en daarmede drempelvrees, kan ontstaan. Dergelijke grenzen overwinnen wij dan met veel moeite, om zo een nieuw bereik van bewustzijn binnen te treden. Het jammerlijke daarbij is echter, dat wij, wanneer wij een dergelijke poort doorschrijden of een grens overtrekken, het idee hebben dat wij iets achter ons laten, terwijl wij in feite slechts het reeds bekende met een nieuwe erkenning hebben uitgebreid.

  • Neem je het onvolledige van het oude dan ook mee?

Ja. Je laat geen ‘verkeerde dingen’ achter, maar brengt ze voor jezelf wel in een juister verband met het dan erkende geheel. Ik geef een aanvulling hierop. Kent u de geloofsbelijdenis van de spiritisten? Daarin staat, dat wij overgaan naar een ander leven en daar aankomen zoals wij zijn. Dat nu is de essentie van dit alles.

De mensen denken dat zij zichzelf kunnen veranderen. Maar dat lukt je nooit, je kunt wel voor jezelf en de gehele wereld komedie gaan spelen tot niemand, ook jij, maar beter weet, maar daarmede verander je nog niet werkelijk, het blijft comedy. Hoogstens verandert daardoor je gedrag. Je bent iets en je blijft iets. Maar wat je bent, zie je nu onvolledig en daardoor in beleving en toepassing onevenwichtig. Je concept van eigen eigenschappen kan dus wel veranderen bij een verruiming van bewustzijn. Je gaat de dingen in een andere samenhang zien. Maar dat betekent nog niet, dat je er daarom vanaf bent. Het besef van het ik wijzigt zich dus wel, het ik zelf niet.

  • Je sleept dus je fouten altijd mee?

Ja. Zoals u op aarde altijd uw armen, benen, oren, neus, enzovoort meesleept. Het is een heel gesleep, maar wat zou je zonder die organen moeten beginnen. Je zou jezelf niet meer zijn. En wat men volgens uw opvatting meesleept, is meer deel van uw werkelijke ik dan uw armen of benen van uw lichaam. De term meeslepen lijkt mij dan ook niet bepaald juist toe.

  • Stel nu eens een gebrek aan medegevoel. Hoe kun je, wanneer je hogerop komt, dit gelijktijdig overwinnen en behouden?

Eenvoudig. Het mede voelen op aarde is maar al te vaak een vorm van sentimentaliteit, voortgekomen uit de angst zelf hetgeen nu een ander treft, te moeten beleven. De ongevoeligheid is vaak niet allereerst een onverschilligheid tegenover het lijden van anderen, maar eerder een onvermogen zelf zo te lijden. Wanneer die ‘ongevoeligheid’ verandert in een besef van de verhouding tussen het ik en de naaste, zal hetgeen men eens gebrek aan medegevoel noemde, wel degelijk blijven bestaan. Er is nog steeds geen sprake van een wat sentimenteel lijden onder het lijden van anderen. Het tekort wordt echter aangevuld door een werkzaam en praktisch ook bruikbaarder besef van de relatie tussen het ik en de naaste, waardoor het ‘gebrek aan medegevoel’ meer dan voldoende gecompenseerd wordt door het vervullen van de voor het ik bestaande behoefte mede te werken en te leven, ook in de gebreken en ongelukken van de naaste. De onverschilligheid wordt dan tot mededogen in de boeddhistische zin van het woord: Verwijderd, onberoerd en gelijktijdig geheel zich gevende. Een groot deel van de fouten, die jullie op aarde bij anderen en soms zelfs bij jezelf ontdekken, zijn in wezen geen fouten, maar nog niet ontplooide deugden. Het jammerlijke is dan ook, dat de fouten die jullie werkelijk hebben, door jullie meestal tot deugden worden verheven. Wat natuurlijk niet geldt voor de aanwezigen, maar alleen voor alle mensen buiten deze zaal.

  • Hebben geesten ook last van drempelvrees wanneer zij door een medium moeten spreken?

Een zeer algemeen gestelde vraag, die alleen persoonlijk kan worden beantwoord. Ik heb er absoluut geen last van, ik vind het een lollige business. Het zal u duidelijk zijn, dat niet elke mens op dezelfde wijze reageert of drempelvrees koestert. Daarom kan ook niet met zekerheid worden gesteld, dat geesten al of niet allen drempelvrees koesteren bij het betreden van een medium. Er zullen echter geesten zijn, die het ergens minder aangenaam vinden, omdat zij nog niet voldoende zelfvertrouwen hebben of omdat zij nog niet beseffen dat het ‘afdalen naar een lagere sfeer’ (want daarop komt het volgens velen neer) het niet onmogelijk maakt de integratie met de gehele ware persoonlijkheid te behouden, ondanks de beperkte uitingsmogelijkheid. Heeft men dit echter beseft, dan zal er van een drempelvrees geen sprake meer zijn.

  • Bestaat er in verband met incarnatie ook drempelvrees?

Ja, neen… Ik kan wel zeggen, dat ik op het ogenblik geen p… voel voor incarnatie. Ben ik er echter van overtuigd dat het nodig is, dan ben ik er toch niet bang voor. Ik meen dat ik een volgende incarnatie best aan zou kunnen. Bij mij is er dus geen drempelvrees. Wel kan ik mij voorstellen, dat iemand die zich niet voldoende van zichzelf bewust is en geen vertrouwen in zichzelf heeft, op een gegeven ogenblik bang kan zijn om te incarneren. Ik weet, dat men in dergelijke gevallen wel eens langer in de geestelijke sferen blijft hangen dan voor eigen voortgezette bewustwording dienstig of noodzakelijk is. Ook hier geen algemeen antwoord. Het is een zaak van persoonlijk besef, gevoel van zelfvertrouwen en verbondenheid met Hogere Krachten. Een algemeen geldend antwoord is dan ook op deze vraag niet te geven. Laat ons daarom nu maar blij zijn. Want als alles en ieder volgens de regels geheel hetzelfde zou zijn, dan zou het op aarde een sociaal-gemechaniseerde, gecomputeriseerde maatschappij worden en in de hemel zou het niets beter zijn. Ik zou er dan niets meer aan vinden.

  • Wat denkt u van het optreden van de jeugd in Arnhem en Tilburg?

Vertel even wat dat was. Wij hebben de laatste tijd zoveel te doen, dat er geen tijd overblijft om al uw couranten te lezen.  (Antwoord uit de zaal……)

De jeugd stelt dus daden, die niet te rechtvaardigen zijn tegenover het publiek? Zonder dat het publiek daartoe aanleiding geeft? Misschien kan ik van mijn kant daarover dan toch wel iets zeggen. Wanneer ik het optreden van delen van de hedendaagse jeugd zie, zo ben ik mij er volledig van bewust, dat veel van hetgeen de jeugd doet, binnen de huidige maatschappelijke normen niet door de beugel kan. Ik ben er echter gelijktijdig van overtuigd, dat de moderne maatschappij zelf de oorzaak is van dit tegen haar orde gevoerd verweer. Want ook de terreur is in feite een vorm van verweer tegen de maatschappij. Indien ik een oplossing zou moeten suggereren, zo lijkt mij de volgende geslaagd: Klassen voor ouderen, waar jeugdigen kunnen doceren, wat volgens hen juist is. Het zou de ouderen ongetwijfeld ten goede komen en gelijktijdig voor de jeugd een vorm van uitlaat verschaffen die tot het verkrijgen van enig gevoel van verantwoordelijkheid bijdraagt. Dit laatste wordt de jeugd (in wezen de mens) in de moderne maatschappij praktisch geheel ontnomen, evenals de mogelijkheid een geheel eigen en persoonlijk leven op te bouwen, de eigen en persoonlijke idealen na te streven, zo deze niet reeds ergens in maatschappij zijn verankerd en gereglementeerd, en zo eigen bestaan ook te regelen naar eigen inzichten.

  • Met andere woorden, mensen van 40-50 jaar moeten in de banken gaan zitten en de hand likken van jongens van 15, 16 jaar, die dan mogen zeggen waar het op staat?

Zonder het likken, inderdaad. Ik ben er namelijk van overtuigd dat de mensen van 40 jaar en ouder daarvan onnoemlijk veel zouden kunnen leren.    (Ik zie mij al zitten!)

U geef toe, dat het een fraai gezicht zou zijn. Maar ik wil u wel één ding verzekeren: Dat Henri regelmatig in die banken zit, wanneer hij zijn waarnemingen op aarde doet. Het klinkt misschien wat opschepperig. Maar ik heb dan ook niet de vele stoffelijke belemmeringen voor zoiets, die u nog hebt. Ik heb ook niet het gevoel, dat ik mij als een dwaas aanstel, wanneer ik de denkbeelden van een jongen van 17, 18 jaar ernstig neem. Toch wil ik optreden als pleiter voor de jeugd. Waarom mag de jeugd bijvoorbeeld haar haar niet zo dragen als zij zelf wenst? (Ze zijn vies!) Omdat u het vies vindt?

  • Ze zijn vies! Veel van die jongens doen het uit een mentaliteit van “laat maar waaien” en dat is fout.

Ik hen ervan overtuigd dat dit laatste niet overwegend het geval is. U meent misschien dat het zo is. U reageert typisch: “Maar zij zijn vies…, laat maar waaien…”. Natuurlijk zijn er ook onder die jongeren smeerpoetsen. Maar in het buitengewoon heldere Nederland zijn er nog steeds vele mensen, die zich eens in de maand in een klein teiltje baden. Maar ja, die mensen hebben kortgeknipte haren, dus dat zijn geen viespoezen, dat zijn fatsoenlijke mensen…. Want zo is het. Omdat er ook onder die jongens enkelen zijn, die zich niet goed verzorgen, stelt u, dat zij allen vuil zijn. Lang haar of kort haar is toch niet zo belangrijk?

En dan dat “laat maar waaien”. Intellect, verantwoordelijkheid gelden in Nederland alleen maar wanneer er diploma’s voor zijn. In uw maatschappij moet je geregistreerd en geëxamineerd zijn, voor je iets kunt doen. Vele jongeren zien het nut van dergelijke beperkingen niet in en ik vraag mij ook vaak af waarom in Nederland een sukkel, die alleen nog maar voldoende fut en verstand had om toevallig een middenstandsdiploma te halen, wel een zaak mag leiden, terwijl iemand die wel ijver en handelstalent heeft, maar misschien door examenvrees niet zo gemakkelijk ertoe komt examen te doen alleen als ondergeschikte werkzaam kan zijn.

Dergelijke dingen vragen de jongeren zich ook af. Ik vraag mij af, waarom alles altijd alleen maar volgens de oude (en verouderde) normen moet verlopen, waarom steeds het oude wordt opgelapt, maar het nieuwe geen kans krijgt. Ik vraag mij zelfs af waarom men probeert de mensen aan te praten dat het niet juist en fatsoenlijk, niet democratisch is, op een splinterpartij of desnoods op Koekoek of de CPN te stemmen. De jongeren vragen zich dit ook af. Ik meen dat elke mens het recht moet hebben zich zelf vrijelijk een mening te vormen, deze te uiten en de verdedigen. Uw maatschappij geeft zowel ouderen als jongeren deze vrijheden, misschien in naam, maar nimmer in feite. Men mag zeggen wat men wil zolang men maar niets doet? Dacht u? Wanneer je iets zegt, wat de anderen liever niet horen, of het nu waar is of niet, wordt het verboden. Ik zie niet in waarom iemand die in Nederland voor een republiek is, hier in Nederland (of elders) niet met een bordje mag gaan staan, waarop dit woord staat, desnoods vlak voor de koningin, zolang hij maar beleefd blijft en niet de mensen onmiddellijk lastigvalt.

Ik zie niet in, waarom het verboden moest worden dat jongeren op straat via leuzen hun meningen kenbaar maken of desnoods een happening fabriceren, (zoals in feite steeds verboden wordt), zolang zij daarbij geen blijvende schade veroorzaken. Doordat men de jongeren deze misschien niet al te vleiende, maar in zich onschuldige mogelijkheid hun gevoelens een uitlaat te geven, verboden heeft, en hen gelijktijdig blijft aanpraten dat vrijheid en vrede het belangrijkste op aarde zijn, nemen zij zich rechten, die hen in conflict brengt met een maatschappij, die alleen mooie woorden gebruikt, maar niet schijnt te begrijpen, dat aan deze woorden door anderen rechten ontleend zouden kunnen worden. Het resultaat is vernielzucht, demonstraties en rookbommen, verzet. Want al beseft men het niet, in feite is een deel van de jeugd (ook in Nederland) in oorlog met de gevestigde maatschappij. De reden daarvan is niet dat de jeugd à priori en ten koste van alles die maatschappij wenst aan te vallen, maar omdat die maatschappij de jeugd wel vrijheden en rechten predikt, maar ze, zeker aan jongeren, niet echt wenst toe te staan. Het resultaat is, dat niet alleen degenen, die door eigen capaciteiten het recht op die vrijheid zouden hebben, deze voor zich op gaan eisen, maar ook, dat zij alleen gehoor vinden bij jongere en geestelijk minder rijpe leden van eigen en volgende generaties. Het gevolg is dat allen in gevoel van samenhorigheid voor zich deze rechten (die zij misschien eigenlijk niet eens op prijs stellen) voor zich opeisen en trachten te nemen tegen de belangen en wensen van eigen ik en maatschappij in.

Een maatschappij die vrijheid predikt, moet deze ook geven. Een maatschappij die eenieder een volwaardig burger wil noemen, zal ook elke volwaardige burger het recht toe moeten kennen, eigen aansprakelijkheden in eigen leven naar eigen wens en verantwoordelijkheid te bepalen en te dragen volgens eigen wensen De jongeren zien dat de woorden, die men spreekt en de daden die men stelt, strijdig zijn. Dat zij hierdoor baldadig, gewelddadig en misschien zelfs misdadig worden in hun gedragingen, dat zij dan elke aansprakelijkheid tegenover en verantwoordelijkheid aan de maatschappij af gaan wijzen, kunnen wij betreuren, maar zullen wij toch moeten begrijpen. Ook het feit dat vele jongeren in een gevoel van hopeloosheid vanuit hun protesten dreigen af te zakken naar de zelfkant van de maatschappij, betreur ik, maar acht ik begrijpelijk. Dit is dan mijn mening. Maar onthoud goed, dat deze mening is gebaseerd op feiten. Feiten die voor de ouderen niet zo aangenaam zijn. Maar u zult het moeten aanvaarden, vrees ik.

Nog eens een waarheid als een koe: Naarmate men ouder wordt, is men meer geneigd om hersenverkalking en wijsheid als één en hetzelfde te beschouwen. En ook dit is geen dooddoener, maar een feit. Kijk maar eens naar uw oudere staatslieden. Niemand, die beter en vromer de zaak bedriegt dan zij. Maar er komt geen werkelijk nieuw denkbeeld meer uit hen voort. Ten hoogste lenen zij (meestal zonder bronvermelding) de denkbeelden van anderen, indien het onmogelijk is zonder dit hun positie te handhaven. En zeg nu niet dat dit alles niet waar is. Er is behoefte aan een maatschappij, waarin de jeugd de kans heeft te presteren, om op eigen wijze te leven en te bouwen. Zij zou dit recht moeten hebben vanaf het ogenblik dat zij in staat is in eigen levensonderhoud te voorzien, zodra zij in staat is zelfstandig te leven. De ouderen hebben niet tot taak de jongeren te dwingen tot een zich conformeren aan de bestaande orde, doch dienen slechts als een rem te fungeren die zekerheid kan schaffen bij de te grote onstuimigheden, die de jeugd nu eenmaal eigen zijn. Dit meen ik uit het diepst van mij hart.

Men vergeet dit alles vaak. Men zegt bijvoorbeeld dat een provo een provocateur is. Maar dit is niet geheel waar. De echte provo is iemand, die zich voortdurend geprovoceerd voelt door de schijn van alwetendheid, die ouderen zich aanmeten, zonder resultaten te kunnen tonen, die hun pretenties bevestigen.

  • Wat u daar het laatst gezegd hebt, zou u aan de provo’s moeten aanbieden.

Voor mij moogt u het (en gaarne) doen. Want ik meen dat de provo’s recht hebben van bestaan. Ik geloof zelfs dat die provo’s, waarvan het bestaan door de meesten onder u betreurd wordt, één van de eerste positieve verschijnselen zijn, die het aanbreken van de tijd van Aquarius kenbaar maken. Aquarius is vrijheid geven, is ergens wat libertijns. Deze jonge mensen proberen een verstarde maatschappij in beweging te brengen, ook al beseffen zij dit zelf nog niet geheel.

  • Meent u dat nieuwe generaties bij incarnatie reeds hoger staan dan de ouderen?

Tot mijn spijt niet. Ofschoon enkelingen met hoger bewustzijn wel degelijk op aarde geboren worden, zal, ook al door het hogere aantal mogelijkheden, het merendeel niet hoger, maar voor een deel zelfs lager staan dan de ouderen, wanneer de incarnatie begint. Wel zijn er meer mogelijkheden tot snelle bewustwording en het opdoen van meer ervaring. Dit hoeft dus geen achteruitgang te betekenen. In de massa is de ervaringsmogelijkheid zoveel groter, dat van een snellere geestelijke rijping gesproken kan worden voor eenieder, die de kans krijgt (en dit is belangrijk) om voortdurend de inconsequenties van eigen stellingen en daden te ondervinden.

  • Maar wij mogen toch wel aannemen dat de vele jonge zielen die op aarde komen, veel minder gevoel van verantwoordelijkheid hebben dan de oudere?

Ja. En daarom ontnemen die oudere zielen hen, ter voorkoming van storingen in hun goede bestaan, alle mogelijkheid om tot een besef van verantwoordelijkheid te komen. Ik kan die logica wel begrijpen, maar niet waarderen, maar wij maken op het ogenblik wel een grote omweg in ons teruggaan naar het onderwerp. Het lijkt wel of wij van den Haag op weg zijn naar Rijswijk en reizen over New-York.

  • Is het niet mogelijk dat men wel eens iets als drempelvrees kwalificeert, dat in feite een intuïtieve waarschuwing vormt, dat hetgeen men gaat doen, schadelijk is voor het individu?

Ik meen dat deze mogelijkheid wel aanwezig is. Velen spreken graag over drempelvrees om zich te ontheffen van de noodzaak bepaalde toch wel de voor hen bestaande inzichten ook als geldig te erkennen. Indien u echter aanvoelt dat iets voor u niet juist is, of zelfs schadelijk kan zijn, zult u daarmede niet altijd drempelvrees kennen. In vele gevallen zal men de daad zelf of de situatie zelf niet vrezen, maar zich toch genoopt gevoelen zich in dit bepaalde geval daarvan te distantiëren. Indien intuïtie sterk en juist is, zal daaruit echter een grotere innerlijke zekerheid voortkomen en niet, zoals bij de drempelvrees een besluiteloosheid, een onzekerheid, die de drang tot handelen aantast. Want indien je aanvoelt dat iets niet juist is, bezit je een innerlijke zekerheid. Dit geldt zolang u met het volgende rekening houdt: U heeft een innerlijke zekerheid nodig. Volg de richting van handelen en leven, die deze bevestigt en bewaart, maar beschouw deze richting of houding niet als de enig juiste.

U zult dan nooit in een situatie komen, waarin van drempelvrees gesproken kan worden en u zult verder voorkomen, dat men van drempelvrees gaat spreken, wanneer men iets tegen eigen beter weten in wil doen.

  • Bent u het eens met het volgende? Er bestaan maar twee dingen in het universum. De eerste is manifestatie, het tweede is de oorzaak hiervan. Is er niet maar één oorzaak en is deze niet onverdeeld?

Ik weet het werkelijk niet. U stelt daar nogal iets. Er is maar één manifestatie! Wij kunnen het geheel wel zo beschouwen maar dan moeten wij het buiten ruimte en tijd zien. Wie van u is daartoe in staat?

Er moet maar een oorzaak zijn en deze moet onverdeeld zijn. Hoe wilt u dit constateren? U kunt het geloven, maar dat betekent nog niet dat u het ook zonder meer als juist kunt stellen.

Dan moet u zeggen: Ik voel dit innerlijk als juist aan en daarom lijkt het mij waarschijnlijk.

Met andere woorden: Ik kan deze stelling niet bevestigen of ontkennen. Ten hoogste kan ik u hier mijn persoonlijk standpunt weergeven.

Dan zeg ik: Het totaal van alle tijd en ruimte, alle vorm en vergaan van vorm tezamen is, volgens mij, het geheel, de totale weergave van dat deel van de Schepper of Scheppende Krachten, die zich binnen de schepping gemanifesteerd hebben. Meer weet ik niet, meer kan ik dan ook niet zegen. Ik geloof zelfs dat het een blijk van grote verwaandheid is, wanneer een mens beweert dat hij deze dingen wel zeker, feitelijk zeker weet.

Hoe meer de mensen mij gaan vertellen hoe God is, hoe meer ik ervan overtuigd ben, dat zij ofwel dodelijk verwaand dan wel doofstom zijn. Neem mij niet kwalijk. Het is geen kritiek, maar alleen een weergave van mijn persoonlijke reactie op dergelijke dingen.

Ik geloof dat wij daarom beter kunnen stellen? Ik geloof in de verbondenheid van alle manifestaties en wij geloven dat er een evenwichtig geheel is, waarin de eerste oorzaak, voor ons de Schepper, zich openbaart.

En dan laten wij maar buiten beschouwing of er misschien meer wezens als die schepper van het bekende Al zouden kunnen bestaan. Want dat weten wij niet. Wij laten dan ook buiten beschouwing wat die schepper precies is en doet, want ook daarvan weten wij niets. Wij zeggen dan alleen hoe wij innerlijk, volgens geloof en bewustzijn de schepping en de Schepper daarvan ervaren.

Enkele definities.

Macht: Datgene, wat zich het duidelijkste manifesteert, wanneer men door vertoon van macht anderen tracht te overreden.

Happening: Een roes van plotseling gebeuren, waarin men tracht te vergeten hoezeer alles genormd en geregeld is.

LSD: Een stof, gebruikt bij pogingen om te ontvluchten aan de werkelijkheid, zonder dat men schijnt te beseffen, dat men juist hierdoor meer met de werkelijkheid geconfronteerd wordt.

Bestaande orde: Datgene, wat steeds weer omvergeworpen moet worden, daar bestaande orde door de verstening waaraan zij onderhevig is, een voortdurende belemmering is voor alle werkelijk leven.

image_pdf