Dromen en de tweede werkelijkheid

image_pdf

15 juni 1984

Zoals u weet zijn wij niet alwetend of onfeilbaar. U bent hier om zelf over allerhande zaken te kunnen nadenken. Ik zou met u willen spreken over aspecten van de tweede werkelijkheid.

Wanneer je droomt is er een schijnbaar gebrek aan samenhang tussen de scènes die je doormaakt, toch beleef je alles wat je in die droom doormaakt nogal intens, het is een soort werkelijkheid die binnen je schedel opgesloten schijnt te liggen, maar ook een werkelijkheid die je tot tranen kan bewegen, die je rillend van angst tot vluchten brengt of je uiteindelijk met een verheerlijkte glimlach kan doen ontwaken. In ons eigen wezen – wat meer omvat dan alleen maar de stof – bestaan vele eigenschappen en waarden die wij nooit tot uiting brengen.

Zoals u hier zit, hebt u allen wel bijzondere kwaliteiten, die u echter angstvallig onderdrukt of waaraan u nooit denkt omdat u ze niet gebruikt. Al deze kwaliteiten, plus al het bekende, vormen tezamen een patroon. Soms is het zeer grillig van samenstelling, soms ook weer buitengewoon regelmatig. Hoe het bij een bepaald persoon ligt, is zo moeilijk te zeggen: er is geen peil op te trekken. Van mens tot mens zal dit patroon dan ook zeer sterk kunnen verschillen.

Mooi is echter dat in dit patroon alle mogelijkheden liggen die er voor ons bestaan binnen de kosmos waarvan wij deel uitmaken. Wanneer u droomt zo realiseert u een deel van uw verborgen persoonlijkheid en doorleeft u ook een deel van die, voor uw werkelijke ik, bestaande mogelijkheden. Het is uw bewustzijn dat hierin een rol speelt, maar evenzeer zijn daar uw emoties die een ernstige rol spelen. Bij een droom treedt verder, als een soort tolk, het onderbewustzijn op, dat droominhoud en samenhangen pleegt te bepalen.

Wie droomt houdt zich in feite bezig met de tweede werkelijkheid.

In deze tweede werkelijkheid zal men zich echter zelden bezighouden met werkelijk grote zaken of zelfs openbaringen. O, er zijn wel zeer vrome mensen die je komen vertellen dat de here Jezus die nacht aan hun sponde heeft gestaan. Wat wij dan maar geloven en verder hopen dat het niet verder dan dit is gegaan.

Toch speelt in dit alles iets steeds weer een rol dat ik bij gebrek aan beter, God zou willen noemen. Ons wezen is bepaald door “God”, wie of wat Hij of Het dan ook moge zijn, wij hebben een begrensd weten. Iemand heeft aan het geheel van ons wezen grenzen opgelegd die zich uiten in onze mogelijkheden, vrijheden, erkennings- en ervaringsmogelijkheden.

Deze limieten bepalen tevens wat wij kunnen of moeten zijn in de kosmos, ofschoon in dit geheel het aantal mogelijkheden natuurlijk oneindig veel groter is dan wij maar kunnen beseffen. Zo wij al mogelijk een soort tweede werkelijkheid kennen, zo dienen wij te beseffen dat het aantal werkelijkheden in die kosmos eveneens zo veelvuldig is, dat het getal daarvan niet te overzien is.

Noem de voor ons bestaande limieten en wetmatigheden uiting van God en u kunt stellen dat God zich steeds weer aan u openbaart, zelfs in uw dromen. Al wat je doormaakt is ook een deel van hetgeen je zelf bent. Je beleven is mogelijk je eigen interpretatie van iets wat je in wezen vooral zelf bent.

Maar achter elke droom en beleving staat een werkelijkheid. En wanneer je gewoon begint te fantaseren of te dagdromen, zo is dit nog steeds het geval. U weet wel waarop ik doel: “wanneer ik nu toch eens de hoofdprijs in de loterij zou winnen dan zou ik…” U bedenkt dan allerhande dingen.

Maar nu de andere kant, wanneer u speelt in de loterij of zelfs maar de mogelijkheid hebt in een loterij te spelen, behoort alles uit uw dagdroom mede tot uw werkelijke mogelijkheden. Fantasie en dagdroom zijn niet alleen maar ontvluchtingen aan een zgn. werkelijkheid, zij vormen tevens een opsomming van zaken die voor u als deel van uw persoonlijke belevingsmogelijkheid kunnen bestaan.

Mogelijk denkt u nu: ik kan dromen wat ik wil, maar waar wordt het niet, want ik win die hoofdprijs toch nooit. Goed, dat weet ik ook wel. Ik zeg niet dat het waar zal worden, maar het zou kunnen gebeuren. Wat ons brengt op een eigenaardig aspect van de tweede werkelijkheid. Wanneer je niet zegt: het zou mooi zijn als, of het zou mogelijk kunnen, maar intens ervaart: het is zo, dan krijgt de dagdroom opeens een vreemd dwingende invloed op uw geheel dag-bewust bestaan. Het functioneert geestelijk zowel als stoffelijk, als een zeer dwingende inwerking.

Het is of je je door de zekerheid van het beeld dat je in je draagt, a.h.w. forceert om het toch maar zoveel mogelijk waar te maken en dit niet slechts op een zuiver stoffelijk niveau. Je maakt gebruik van alle geestelijke mogelijkheden die maar tot je bewustzijn of zelfs onderbewustzijn kunnen doordringen en je maakt gebruik van alle geestelijke krachten die zich in je of rond je bevinden of kunnen manifesteren.

Je kunt die zgn. tweede werkelijkheid dus in feite herscheppen tot een vormende factor in de menselijke werkelijkheid, die je nu beleeft. Waaruit o.m. blijkt dat inhoud en waarde van je leven niet zomaar en zonder meer is vastgelegd.

O, als mens kun je tot jezelf zeggen dat je dit of dat zult doen, maar over het algemeen komt er niet al te veel van terecht. En gelukt het je al eens, iets waar te maken wat je je hebt voorgenomen zonder afwijkingen of compromissen, dan ben je als mens al snel geneigd daarbij een hypothetische andere persoon te betrekken en zo een deel van de ontstane verantwoordelijkheid af te wentelen.

Je durft het kennelijk geheel op eigen krachten en verantwoording niet aan. Zeker, je kunt een mens genezen. Dan is die genezing echt jouw werk, onverschillig wie of wat er verder aan mee heeft gewerkt. Jij bent degene die het uiteindelijk tot stand bracht. Moet je dan gaan zeggen: ja, maar dat kan ik alleen omdat God of de geest mij helpt? Of zelfs verdergaande: dit kan ik alleen wanneer men mij helpt.

Hierdoor schep je een onzekerheid. Dat je inderdaad hulp krijgt is een grote mogelijkheid. Maar door hierop de nadruk te leggen heb je je eigen dwingende invloed in jezelf terzijde gesteld. Je vervangt je innerlijk geconditioneerd zijn door een redenering van: “het kan regenen, het kan vriezen, het kan dooien, het kan zelfs mooi weer zijn en ik ben daaraan onderworpen.”

Je tweede werkelijkheid, waaruit je putte, is opeens geen werkelijkheid meer in de juiste zin, maar eerder een chimaera. Een innerlijke werkelijkheid dient bepaalde vaste kwaliteiten te bezitten. In dit geval is er echter niet meer samenhang dan een wolkenlandschap waarheen je tuurt en dat terwijl je kijkt al verandert, wegvalt of verwaast.

Op het ogenblik dat wij echter onszelf in onze dagdromen op een bepaald punt a.h.w. fixeren en de zo vastgelegde punten vervolgens als zekerheid gaan beleven, is de kans dat wij hetgeen die zekerheid omvat ook in de eigen – in uw geval dus de stoffelijke – wereld, waar zien worden, geheel of tenminste deels, heel groot. De kans dat de dagdroom “waar” wordt, ligt dan rond 1 tegen 2. Wat betekent dat je als mens toch een heel grote mogelijkheid bezit om je eigen werkelijkheid aan de hand van innerlijke kracht en belevingen te beïnvloeden.

Het is dus heel goed mogelijk zoiets te doen t.a.v. stoffelijke zaken die voor u van belang kunnen zijn. Maar evengoed kun je dit doen t.a.v. geestelijke zaken. Maar helaas, er zijn problemen. Wat is het grootste probleem waar wij mee te maken krijgen in het laatste geval?

Een mens wordt vanaf zijn geboorte onderworpen aan een conditionering. Zij gaat uit van de gemeenschap waarin je tot leven bent gekomen, maar wordt in vorm en inhoud, vooral in de eerste levensjaren, vooral door je ouders bepaald. Zij belasten je met hun denken, hun geloof en vaak zelfs met hun verlangen naar prestaties die zij nooit konden volbrengen, maar waarnaar zij nog steeds hunkeren. Aan dit basisbeeld voegen je ontmoetingen, ervaringen e.d. later nog vele gegevens en inhouden toe.

Je bent intenser geconditioneerd dan jezelf gemeenlijk beseft. Hierdoor wijs je mogelijkheden en ervaringen af die wel degelijk behoren tot je eigen wezen. Zoals je je aan verantwoordelijkheden, verplichtingen en soms zelfs het kennis nemen van zaken, vaak probeert te onttrekken omdat zij nu eenmaal niet passen bij alles wat je geleerd hebt.

Bovendien betekent dit vaak dat je een soort geloof construeert – meestal op basis van hetgeen je conditionering je heeft voorgehouden – om zo te ontsnappen aan hetgeen je toch wezenlijk ook bent. Maar wanneer je je eigen werkelijkheid, kwaliteiten, mogelijkheden terzijde gaat stellen en mogelijk zelfs als zondig beschouwen, dan vermink je jezelf door middel van een geloof en beperk je je vermogen tot bewustwording en het gebruiken van eigen geestelijke vermogens op bewuste basis.

Zo iemand is zichzelf niet meer. Hij verkeert in voortdurende tweestrijd, vraagt zich steeds weer af: is hetgeen ik nu doe wel goed? Men voelt zich schuldig en verwerpt zichzelf en deel van eigen daden, terwijl men aan de andere kant voor zich blijft herhalen dat je als mens toch moeilijk anders kunt handelen dan je gedaan hebt. In feite weet je niet meer waar je aan toe bent. En wanneer je dit niet meer weet, ben je geestelijk niet evenwichtig. Vaak kondigt dit in strijd zijn met jezelf ook stoffelijke kwalen aan, de één heeft hartklachten, de ander krijgt last van een maagzweer, de derde raakt overspannen enz.

Mijn advies: realiseer je dat je gehele leven wordt bepaald door je mogelijkheden, je hoofdkwaliteit, je dromen, dagdromen, fantasieën. Hierin, zo goed als in hetgeen je dagelijks doet en beleeft, ligt het patroon van je wezen mee verankerd. Je kunt niet buiten datgene gaan wat tot je persoon behoort. Het lichtste licht dat je kunt beleven, het duisterste duister dat je kunt ondergaan, zouden zo voor u niet kunnen bestaan, tenzij zij deel zijn van uw eigen persoonlijkheid en inhoud. Besef steeds weer: al wat ik denk, doe, besef, ligt in zijn beperkingen en mogelijkheden reeds vast in een kosmisch patroontje dat ik werkelijk ben en dat alles omvat wat ik ooit zal kunnen doen, alles wat er voor mij ooit zal kunnen bestaan. En voeg daar dan aan toe; hierdoor hebben wij onze betekenis en functie binnen het overkoepelende geheel dat wij God noemen.

Je moet jezelf aanvaarden. Dat is voor veel mensen moeilijker dan u denkt, omdat zij veelal zich niet afvragen: “Wat ben ik en wat doe ik”, maar hoogstens: “Hoe zou die daarop wel reageren en wat zouden de anderen er wel van zeggen?” Of men vraagt zich steeds maar weer af: “Hoe staat het in het boek?” Waarmee men in uw contreien dan de Bijbel pleegt aan te duiden. Zou zo iemand werkelijk niet kunnen beseffen dat al die dingen die hij daarin leest alleen maar zin hebben, wanneer zij passen in zijn eigen wezen? Om het plomp te zeggen: de Bijbel kan voor jou alleen datgene betekenen wat in jou reeds bestaat. De dichter zal bv. het Hooglied als hoogtepunt prijzen, de letterzifter echter zal het gehele gedicht – dat is het – ontdoen van alle betekenis en luister tot er uiteindelijk alleen een vaag begrip blijft dat God soms schoonheid schept.

Hoeveel mensen zoeken hun innerlijke avontuurlijkheid niet te bevredigen door vooral de meer wrede en bloedige verhalen aandacht te geven en zichzelf te beschouwen als een soort geheim lid van een goddelijke gideonsbende. Waarop zij zich fanatiek bezig gaan houden met het plegen van verplichtingen en taken aan medemensen die juist daarvoor geheel niet geschikt zijn.

Het is mij wel opgevallen dat op aarde de mensen die het meest zich met macht en geweld bezighouden, in feite degenen zijn die zich maar moeizaam of soms zelfs geheel niet kunnen beheersen en dus voor het hanteren van macht en het uitoefenen van geweld, in feite het minst van alles geschikt zouden zijn.

Laat ons de fout niet maken, ons door anderen te laten bepalen in waarderingen, handel en wandel. Zelfs wanneer ik in de Bijbel lees, herken ik daarin niet vooral God, maar in de eerste plaats mijzelf. Laat ons dan, dit beseffende, aanvaarden wat wij zo over onszelf ontdekken, niet als een goddelijke taak, opdracht of beproeving, maar eenvoudig als een soort kartering van een deel van eigen wezen.

En wanneer ik al eens droom of mij door anderen dromen laat aanpraten tot ik wegzweef op een wolk van niet bepaald draagkrachtige idealen, moet ik mij niet afvragen of anderen die droom, dat ideaal wel erkennen, maar zou men zich in de allereerste plaats eens moeten afvragen, hoe men zichzelf onder alle, aan het ideaal verbonden consequenties, wel zou voelen. Pas dan kom je weer in contact met je werkelijkheid, met jezelf. De regel luidt niet slechts: “Ken uzelf” maar ook: “Leef uzelf”.

De mens die zich voortdurend verwijten maakt over hetgeen hij misschien wel verkeerd gedaan zou hebben, beneemt zichzelf de mogelijkheid harmonisch en juist te reageren in het heden. M.a.w. zijn gevoel van onvoldaanheid en de volgens hem te torsen schuldenlast zal steeds verder aangroeien. Dit gaat verder totdat zo iemand eindelijk mogelijk een weg vindt die voor zijn ‘ik’ wel bevredigend is. De één gaat misschien clown spelen in een circus en wil niet langer bankdirecteur zijn, Wat dan volgens mij ook een veel nuttiger beroep is, want je kunt nu eenmaal beter mensen laten lachen dan laten zorgen, laten huilen. Een ander beseft opeens, dat hij zijn gehele leven heeft gewijd aan lege kreten en besluit nu eens iets te gaan doen waardoor hij althans enkele mensen iets gelukkiger kan maken.

Dit lijkt overdreven, maar wanneer je kunt switchen, over kunt gaan naar een ander dan het geconditioneerde, het je opgelegde beeld van juistheid en komen tot een innerlijk beleven van juistheid, kom je als vanzelf tot een steeds beter besefte relatie met het geheel. En zoals ik reeds opmerkte, ik weet voor dit levend en denkend geheel geen andere naam dan God.

Veel zogenaamde wonderen verbazen mij geheel niet. Voor mij is het geen wonder dat God tot de profeten sprak in visioenen. Wat zijn visioenen anders dan een vorm van dagdromen? Zeer levendig en mogelijk heel belangrijk dat wel, maar toch: dromen. Ik stel, dat God ook tot ons spreekt, ook in onze dagdromen. Zo goed als in herinnerde dromen van de nacht. Hij zegt niet: “Zo moet je voortaan zijn of handelen”. Hij maakt je duidelijk: “Dit is op het ogenblik de relatie die bestaat tussen mij, het geheel en jou, het deel daarvan”.

En elke keer dat je dan in staat bent eigen besef en handelen zo aan te passen of om te vormen dat het geheel harmonisch wordt met jouw besef, zul je feitelijk met dit geheel verbonden zijn. Je bent niet alleen vrediger, gelukkiger en sterker, al kun je die dingen niet geheel terzijde laten, omdat zij voor een mens erg belangrijk zijn. Maar je innerlijke kracht en besefsvermogen nemen sterk toe. Je gaat in jezelf dingen vinden, herkennen, waarvan je mogelijk eerst dacht dat zij alleen voor idioten werkelijk konden schijnen ofwel deel uitmaken van de psychische opmaak van mensen die de één of andere afwijking hebben.

Je vindt dan misschien ook contacten met andere werelden. Of die dan werkelijk zijn, zoals jij die dan meent te zien? Natuurlijk niet. De beelden zijn een soort dagdromen. Maar de essentie van het geheel dat je ziet is wel waar. Wat je ervaart is dan ook heel duidelijk het antwoord van een andere wereld op jouw wezen. Er ontstaat een binding, een samenvloeien van relaties, delen van situaties.

Mag ik, gezien dit alles, misschien zeggen dat er inderdaad voor ons een tweede werkelijkheid bestaat waarin wij veel meer kunnen en zijn dan wij in een beperkt leven – zij het in uw wereld of in een sfeer – zelf bewust waar konden maken. Wij zijn verzadigd van mogelijkheden, maar gebruiken die zelden. Elke mogelijkheid die ik gebruik, elk deel van mijzelf dat ik verder ontwikkel, elke kwaliteit die ik beter leer hanteren, betekent voor mij een dichter bij het geheel komen. Het klinkt vaak zo gek wanneer mensen uitroepen: maar het staat toch in de Bijbel? Adam wandelde met God? Waarbij men dit zegt alsof men de Heer door het paradijs ziet sjokken, behangen met vierdaagse kruizen met Adam ademloos achter zich aan.

Maar elke mens die in harmonie is met de totale persoonlijkheid die hij is – en daardoor met het geheel – wandelt volgens mij met God. Niet dat er dan opeens een mannetje naast je loopt dat over zijn baard strijkt, je bevelen geeft en allerhande mooie verklaringen. Maar er is in jezelf iets wat je steeds weer antwoord geeft, elk antwoord omvat meer dan je normaal zelf kunt opbrengen, gezien de limieten van je persoonlijkheid. Het heeft betrekking op die persoonlijkheid en blijft binnen het kader dat voor die persoonlijkheid aanvaardbaar en verstaanbaar is. Maar het omvat combinaties van feiten, denkbeelden e.d. die verder gaan dan je zelf gezien je huidige situatie en matrix zou kunnen opbrengen. Bovenal maken zij steeds weer duidelijk, hoe de persoonlijkheid juist kan leven, dus in feite: harmonisch kan zijn. In die zin krijg je vaak een soort begeleiding.

De tweede werkelijkheid is niet voornamelijk een wereld van avonturen en bereiken, ofschoon deze elementen in delen van dromen e.d. vaak mede omvat worden. Zij is eerder een wereld waarin wij voortdurend geconfronteerd worden met onszelf. Maar door de aanvaarding van onszelf, die wij zo veelal kunnen vinden, is het gelijktijdig een voortdurende confrontatiemogelijkheid met het geheel waar wij bij behoren.

Een tweede werkelijkheid kan niet bestaan zonder een schepper die ook deze tweede werkelijkheid met al zijn mogelijkheden voor ons en met ons in stand houdt. Of die schepper nu een persoonlijkheid genoemd moet worden of een reeks toevalligheden moogt u zelf uitmaken.

Voor mij is die schepper wel degelijk een persoonlijkheid, maar u denkt mogelijk anders. Om de schepper, dat wil zeggen ook de totale potentie van al het zijnde te kunnen beleven, moeten wij onze tweede werkelijkheid zo afstemmen dat die schepper daarin ook zijn plaats vindt. En dan niet als een soort mannequin die je confronteert met fraaie gebaren en wordt aangeroepen met Here, Here. Trouwens, Jezus heeft reeds gezegd dat niet zij die Here, Here roepen in zullen gaan tot het koninkrijk der hemelen. Die worden kennelijk eerder verwezen naar een deur met de afbeelding van een staand mannetje erop.

Het gaat er volgens mij niet om dat wij God steeds weer aanroepen. Zo min als het noodzakelijk is, dat wij ons steeds weer met God bezighouden. Zo nodig houdt God zich wel met ons bezig, maar hij heeft ons in het geheel een soort reservaat gegeven: een wereld die geheel de onze is. En eerst wanneer wij dit reservaat geheel kunnen omvangen met ons bewustzijn en kunnen vullen met onze ervaringen, wordt duidelijk dat hij degene is die ons dan alles geven wil en kan wat buiten de grenzen van het reservaat ligt.

Misschien vraagt u zich nu voornamelijk af, of je een tweede werkelijkheid meer reëel kunt maken. Nu, daar bestaan inderdaad vele methoden voor. Er is zelfs een lamaïstische training waarbij men leert een schil, een schijngestalte op te bouwen, die te bezielen en een tijdlang tot je dienaar te maken. Alleen, je kunt niet volstaan met je een dienaar te maken, je moet die ook weer kunnen afbreken. Anders wordt hij langzaamaan je meester. Bij deze methode wordt een fantasie omgezet in een werkelijkheid die voor jou zo werkelijk is, dat bv. taken door de dienaar worden vervuld, dingen worden volbracht door de schil, die je anders zelf zou moeten vervullen. In in de laatste fase van opbouw is de dienaar ook zichtbaar voor derden, zelfs wanneer zij niets van geestelijke zaken zouden afweten. Misschien reageert u nu: ja ja. Zo een geest zou nog goedkoper zijn dan een afwasmachine wanneer het werkt, of een dergelijke grap. Maar het is en blijft, waar dat je delen van die tweede werkelijkheid zo sterk in jezelf waar kunt maken, dat zij in je wereld voor jou kenbaar, waarneembaar en zelfs handelend kunnen optreden.

Uitgaande van het standpunt dat ik harmonie moet vinden met het geheel en als datgene wat ik in de totaliteit ben, stel ik dat ik er heel goed aan zal doen zoveel mogelijk delen van mijn tweede, mijn innerlijke werkelijkheid zo sterk te maken dat zij steeds meer deel gaan uitmaken van hetgeen men mijn alledaagse bestaan zou kunnen noemen.

Toch zijn aan deze procedure wel enige gevaren verbonden: je kunt bv. dermate opgaan in een bepaald project dat je eenvoudigweg vergeet hoeveel andere dingen je ook nog moet zijn en beleven. En ben je te eenzijdig in je werken en streven, dan kun je mogelijk wel een enkel deel van die tweede werkelijkheid realiseren, maar je zult daarvoor dan weer bepaalde delen van je eigen, je normale werkelijkheid moeten prijsgeven. En dat is niet de bedoeling. Het gaat hier immers om een uitbreiden van je besef van werkelijkheid, niet alleen om de vervanging van het ene deeltje werkelijkheidsbesef door het andere. Daarom geldt: Wanneer je dingen doet, doe ze met mate. Laat nooit de werkelijkheid waarin je nu leeft, domineren door je dromen, maar vul ze er liever mee aan. Zit niet te hunkeren naar geestelijke of andere grote raadgevers, die de aansprakelijkheid voor uw leven en ontwikkeling a.h.w. van u kunnen overnemen. Dezen bestaan niet, althans niet zoals u die zoekt.

Zoek naar begrip voor alles, contact met andere werelden en andere krachten, zodat het u mogelijk wordt steeds bewuster uzelf te zijn en daardoor bewuster en vanuit uw eigen wezen in de veelheid van uw mogelijkheden een uitbreiding tot stand te brengen of een verdieping van bepaalde mogelijkheden te bereiken.

En nu ik toch bezig ben: Zoals ik reeds opmerkte is God voor mij een denkend wezen. Ook al kan ik dit niet bewijzen. Wanneer wij deel zijn van die God, van dit denkende wezen, lijkt het mij meer dan waarschijnlijk dat de gedachten daarvan ook ons voortdurend omvatten.

Zo dit het geval is, kan niets in ons leven bestaan zonder dat die God dit volgens mij mogelijk maakt en in stand houdt. De keuze die wij doen is er echter een, die wij doen op grond van onze eigen persoonlijkheid. Wat erop neerkomt dat wij nooit kunnen zondigen tegen onze God, want deze geeft ons alle mogelijkheden. Wij kunnen slechts zondigen tegenover onszelf door mogelijkheden van ons ik te ontkennen of gevoelens van juistheid in onszelf te negeren.

Wat de vraag doet rijzen waarom wij in de tweede werkelijkheid zoveel doen wat wij in ons zgn. normale leven nooit zouden doen. Ik heb bv. een pater gekend die buitengewoon goed en kuis leefde, behalve wanneer hij droomde. Voor hem bestond kennelijk als deel van het ego een tweede werkelijkheid, die hij niet waar durfde te maken. Dat was lang geleden. In uw dagen zou de man reeds lang geleden verloofd, uitgetreden en gehuwd zijn. Maar in zijn tijd was dit eenvoudig niet openlijk denkbaar en mogelijk. De goede man strafte zich voor zijn dromen en wilde niet beseffen dat zijn droomleven iets heel belangrijks zei over hemzelf. Niet alleen t.a.v. de zelfontzegging die bij zijn keuze hoorde, maar ook omtrent zijn werkelijk behoeftepatroon, zijn werkelijke mogelijkheden patroon en vooral ook t.a.v. zijn grootste harmonische mogelijkheden.

Er zijn heel wat priesters, zelfs onder de hoogst geplaatsten, die een dergelijk probleem kennen en proberen op te lossen door hun fantasieën en dromen de te vervangen door bv. de Heilige Maagd. Zo ontstaan de Maria vereerders die in haar gelijktijdig een bruid en een moeder zien. Er zijn er onder hen zelfs die het in hun kerk tot papale waardigheid brengen. De vraag is: verloochenen zij dan niet iets? Zolang wij dingen alleen nog maar symbolisch aan onszelf durven toegeven, sluiten wij immers ons besef af voor de werkelijkheid die we zijn?

Wij moeten uitmaken wat onze weg is. Zeker. Dat kan alleen binnen de begrenzingen van onze werkelijke persoonlijkheid en onze werkelijke mogelijkheden. De weg die wij kiezen moet er een zijn die wij innerlijk als juist en harmonisch ervaren en niet op basis van hetgeen buiten ons wordt gezegd of dreigingen die ons worden voorgespiegeld. Wij dienen te leven uit gevoelens die ons duidelijk doen voelen: dit is juist en dat is niet juist.

Wij moeten onze tweede werkelijkheid niet gebruiken als een mogelijkheid tot het ontladen van allerhande frustraties. Wij moeten haar eerder beleven en zien als een aanvulling op al datgene wat wij normaal en harmonisch reeds zijn.

Hoe dichter wij onze tweede werkelijkheid kunnen brengen bij het ik-beeld dat in onze wereld normaal voor ons bestaat, hoe dichter wij ook tot God komen, want wij zijn niet alleen stof, rede of gevoel, maar een totaal wezen. En in dit totale wezen openbaart die God zich.

Wanneer wij die openbaring niet ervaren in de deelpersoonlijkheid die wij op het ogenblik manifesteren, dan is dat niet omdat God ons niet wil of omdat Hij er niet is. Dan wordt dit gewoonweg veroorzaakt door het feit dat wij ons eigen leven en bestaan verprutsen en wel door de werkelijkheid die wij zijn en de ware kracht die ons leeft te verloochenen. Verder bevorderen wij deze verdeeldheid en disharmonie door ons te houden aan allerhande regels die voor ons zinloos zijn en gelijktijdig daarom dingen te doen waarvan wij innerlijk aanvoelen dat zij misschien niet juist zijn.

Het basispatroon voor iemand die met zijn tweede werkelijkheid wil leven en misschien zelfs iets in zijn huidig wereldbesef wil waarmaken, is in de eerste plaats harmonie. Aanvaard jezelf zoals je bent. Werk met jezelf zoals je de mogelijkheden beseft, in deze uw wereld, maar daarnaast ook in die tweede werkelijkheid. En is er in die tweede wereld een werkelijkheid die je in je normale wereld niet kent of ziet, geloof erin, besef dat zij waar kan worden. U zult zien dat zij zich ofwel in uw eigen wereld dan wel middels uw eigen wezen deels of zelfs volledig zal verwezenlijken. En daarmee heb ik naar ik meen het meeste wel gezegd. Maar er zijn nog een paar dingen die mij van het hart moeten. Er zijn zo ontzettend veel mensen die een compleet menselijk geordend heelal opbouwen, compleet met stralen, sferen, engelen, aartsengelen en wat al niet meer.

Ik vraag mij wel eens af of die mensen werkelijk denken dat een schepper zo gek is dat hij een menselijke hofhouding in paranormale structuur van node heeft. Waarom zou men niet liever aannemen dat elke kracht en werking van die God voor ons als een soort persoonlijkheid kan verschijnen – daar wij deze anders niet kunnen verwerken – zonder ooit van die God wezenlijk te scheiden zijn.

Wij zien de totale God niet, kunnen die niet bevatten. Wij zien alleen een klein deel van diens werkingen en eigenschappen. Maar laat ons daarvan dan niet een reeks mensachtige wezens met hogere kracht maken, maar eenvoudig toegeven dat alles een facet is van God die zich op deze wijze aan ons manifesteert en door ons vertaald wordt in vormen. Dan hebben wij al die indelingen en bijkomende theorieën niet meer nodig.

Ik vraag mij ook heel vaak af waarom zoveel mensen bezig zijn zichzelf mentaal en soms zelfs fysiek te kastijden. Wat heb je er aan jezelf lijden aan te doen? Wanneer je lijden van node hebt, krijg je dat heus wel zonder eigen ingrijpen thuisbezorgd. En indien je niet behoeft te lijden en je veroorzaakt dit voor jezelf, ben je een nog veel grotere idioot dan elk ander die je op deze wijze tot jouw zienswijzen hoopt te bekeren. Wees reëel. Het leven is niet zonder meer een tranendal, waar de mens moeizaam, beladen met lijden, ziekten en dood, doorheen moet worstelen om dan uiteindelijk, door de vallei der angst gaande, het rijk van de glorieuze beloningen te bereiken. Wat je hier bent zul je na de dood eveneens zijn.

Wanneer je jezelf hier verminkt, moet je niet denken dat je in een geestelijke wereld opeens volledig zult zijn en bovendien nog erkenning zult krijgen voor al wat je jezelf hebt aangedaan. Je bent een wezen dat met al zijn streven, met al zijn onrust, in wezen gebaseerd is op harmonie. Dit is je werkelijke honger, je wezenlijke behoefte. Al het andere is in feite nevenverschijnsel. Alles is een pogen om harmonie, hoe dan ook, te beleven of vorm te geven. Maar wie alleen harmonie vindt in zelfbedrog zal aan de waarheid niet kunnen ontkomen en zo zijn schijn van geluk of harmonie snel zien vervallen. Zelfs het vernietigen van vijanden berust op de behoefte om een harmonie te kennen en wel door een volgens jou disharmonisch aspect eenvoudig te verwijderen.

Realiseer u dit: leef als mens vanuit een zoeken naar harmonie. Beoordeel en veroordeel anderen niet, maar wees zelf gelukkig zo goed je kunt, maar dan wel gelukkig volgens de inhoud van eigen wezen, in overeenstemming met je eigen persoonlijkheid en niet in overeenstemming met de schijnleuzen die anderen zo rijkelijk en vanuit vele verschillende overwegingen en drijfveren je proberen op te dringen. Verloochen nooit datgene wat je nu eenmaal bent.

Een laatste opmerking – ik ben nu toch bezig – denk niet dat elk beeld dat wij ons maken van God, ons de mogelijkheid de werkelijke godheid te beleven, ontneemt of vermindert. Ik besef dat het voor velen moeilijk is te moeten toegeven dat God voor hen alleen iets vaags is. Mogelijk een vaag licht, maar verder komt men dan niet. Toch zit degene die zo God beleeft dichter bij de waarheid dan iemand die zegt precies te weten wat God is en wil.

Zeker, God is voor ons een vaagte, niets anders. Een vaagte kun je niet omschrijven, kun je niet tot bevelvoerder van de wereld verklaren, tenzij je natuurlijk zelf bevelen wilt geven, maar dan wel zonder de volledige aansprakelijkheid daarvoor op je te nemen.

Laat ons dan stellen: er is geen omschrijfbare, kenbare God. De wil van die God, zoals mensen die uitdrukken, is in feite de wil van mensen, niet van God zonder meer. Een mens kan ten hoogste één van de vele goddelijke mogelijkheden en wezenstrekken proberen uit te beelden. Berust dit op innerlijke waarheid, dan kan ik zelfs begrijpen waarom men de consequenties van die voorstelling de mensen weergeeft als een dwingend bevel van hun schepper. Maar er zijn zoveel andere mogelijkheden, dat een dergelijk gebod of verbod bindend kan zijn.

Onze vrijheid is beperkt door hetgeen wij zijn. Niet door bevelen die andere, zeer hoge of onbekende machten ons geven. Laat ons dan bewust leven vanuit onze eigen persoonlijkheid, met onze eigen mogelijkheden, volgens onze plichten zoals wij die zien en met onze eigen vreugden zoals wij die ervaren. En laat ons bij dit alles steeds weer zeggen: Wanneer ik geen mens beoordeel of veroordeel, wanneer ik in mijzelf steeds beantwoord aan hetgeen ik innerlijk als juist ervaar, zo zal ik veel verder komen met mijn beleven en mijn innerlijk wereldje, dat het bijna niet meer te voorkomen is dat datgene wat wij God noemen zich gaat mengen in al datgene, wat wij zelf denken te dromen, wat wijzelf soms zelfs menen te moeten verwerpen.

God is een deel van de tweede werkelijkheid en Hij is de macht die uw huidige werkelijkheid in stand houdt. Eerst wanneer onze erkenning van God in beiden gelijk is kunnen wij “wandelen met God” en zullen wij weten wat niet voor anderen, maar wel voor ons zinrijk is. Of, zo u dit verkiest, de wil is van de schepper. Ik hoop dat u daar rekening mee wilt houden.

Wie commentaar of vragen heeft, kan daarmee nu op de proppen komen.

Vragen

  • Men heeft proeven gedaan door mensen steeds weer uit hun dromen te halen. De proefpersonen werden eigenlijk daarvan erg ziek. Is de oorzaak het onvermogen nog met de tweede werkelijkheid in contact te komen?

Niet geheel, het is nl. zo dat uw droomwereld en de tweede werkelijkheid voor iemand die niet geestelijk geheel evenwichtig is, op aarde een soort compensatie vormen, een soort uitlaat vormen. Ontneem je iemand de kans om te dromen en is deze evenwichtig, dan gebeurt er in feite niets: bewustzijn en droom zijn dermate sterk met elkaar verbonden dat geen verstoring van fysiek of psychisch evenwicht kenbaar wordt.

Maar hebben wij te maken met een mens die tegen zichzelf verdeeld is, dan zal de droom heel vaak het evenwicht herscheppen en zo de mens de mogelijkheid geven, in zijn eigen beeld van werkelijkheid zich te handhaven en weer voort te sukkelen. Perfect evenwicht bestaat slechts in zeer weinig mensen, zodat het mij niet raadzaam lijkt mensen te wekken wanneer de droomfase van de slaap begint.

Mogelijk kan ik degenen die dit experimenteel doen uit de droom helpen door hen erop te wijzen dat niet alle patiënten als gevolg hiervan afwijkingen vertonen, maar slechts een bepaald, zij het hoog, percentage daarvan. Daar rond 7/10de van de mensheid nu eenmaal niet evenwichtig is – onderzoekers inbegrepen – zou het feit dat er enkele mensen bestaan die een dergelijke verstoring van het droomleven ook over een lange periode niet als werkelijk storend ervaren, als bewijs kunnen gelden dat de tweede werkelijkheid niet alleen maar een compensatiewereldje is, maar dat zij wel degelijk deel uitmaakt van de menselijke werkelijkheid. Zodat zolang de werkelijkheid in de mens maar een voldoende eenheid vormt, de droom in feite niet belangrijk is.

  • Kun je die tweede werkelijkheid alleen gebruiken door dagdroomtechnieken of kun je ook een projectie doen?

Wanneer u dagdroomt, projecteert u evengoed een deel van uw persoonlijkheid als tijdens slaap, uitreding e.d. Maar u bedoelt naar ik meen vooral: kunnen wij tijdens de slaap tot ervaringen en bewustwordingen komen die wij bij dag bewustzijn, zelfs indien wij dagdromen, niet zo gemakkelijk zullen aanvaarden. Dan is het antwoord bevestigend. U kunt, omdat uw droomleven voor u van de werkelijkheid verder verwijderd is en niet concreet lijkt, de normale droom veel meer aanvaarden en verwerken dan u de dagdroom van uzelf durft aannemen. Het resultaat is, dat je inderdaad in de droom vaak verder kunt doordringen in de werkelijkheid van hetgeen je bent, dan je in de dagdroom durft doen. De mogelijkheid is wel aanwezig, maar je wordt te zeer door rede en redelijkheid afgeremd.

  • U had het over kwaliteiten in de mens die niet tot uiting komen, is dit een kwestie van ontkenning?

Het kan een kwestie van ontkenning zijn. Om enkele voorbeelden te noemen: er zijn heel wat mediums die hun eigen gaven krampachtig ontkennen en toch zich tot een geestelijk leraarschap voelen aangetrokken. Wanneer zij “door de geest overschaduwd worden” wat voor hen de H. Geest betekent, kunnen zij van hun kansels “improviseren” en beseffen niet of eerst later dat zij daarbij dingen hebben gezegd die zijzelf nooit te berde gebracht zouden hebben of zelfs maar wisten.

Vele uitstekende medici en chirurgen zijn, zonder dit te beseffen of toe te geven, empathisch of helderziende. Hun diagnosen zijn altijd weer verbluffend juist, maar indien men eerlijk is, zal men moeten toegeven dat deze, wetenschappelijk bezien, worden gesteld aan de hand van onvoldoende gegevens. Deze mensen kunnen vaak dingen bereiken en volbrengen die voor anderen in hun beroep bijna onmogelijk schijnen. Toch zullen zij nooit toegeven dat het een dergelijke bijzondere kwaliteit is waaraan zij hun successen danken. Zij spreken over hun kennis, routine, vak ervaring, maar vermijden elk niet wetenschappelijk deel van hun werken en verschijnselen te noemen of zelfs maar te erkennen. Ik geef hier twee voorbeelden van mensen, die althans enigszins hun gaven gebruiken, maar zich het bestaan daarvan niet toegeven. Er zijn veel meer mensen die de gaven niet alleen ontkennen, maar ook elk gebruiken daarvan angstig vermijden.

Elke mens heeft een mate van helderziendheid, bezit empathische vermogens. Deze laatsten worden eerder verder ontwikkeld omdat zij niet zo kenbaar en uitgesproken paranormaal zijn. Banger is men voor verschijnselen van helderziendheid, helderhorendheid e.d. Men weet daarmee geen raad en bezoekt een arts of laat een priester de “duivels” uitdrijven in extremere gevallen.

Elke mens draagt in zich althans enige mogelijkheden om met de werelden van de geest contact op te nemen. De meeste mensen durven het niet aan, ontkennen de waarde van hun ervaringen of, erger nog, hullen het geheel in een religieus jasje, waardoor de zin en betekenis geheel teloorgaat. Ook beschikt bijna elke mens in zekere mate over extra levenskracht of genezende krachten. Er zijn heel veel mensen die er geen gebruik van maken. Anderen gebruiken ze wel, maar beseffen niet geheel wat zij doen. Het komt voor dat dergelijke mensen wel met die krachten willen werken, maar door de wijze waarop zij dit doen, zichzelf overbelasten en mogelijk voor hun patiënten schade veroorzaken.

Ik voel interesse opleven. Ik zal u een voorbeeld geven: Mij is iemand bekend die aan geestelijke genezing doet en met een patiënt werkelijk stralend en direct werkzaam, soms één tot anderhalf uur bezig is. Helaas is het eigen rendement van levenskracht en de mogelijk daarbij nog verder aangetrokken of opgenomen krachten slechts – zoals bij de meesten — bij een mogelijke behandelingsduur van 20 minuten tot een half uur of minder. Dit betekent dan dat zo iemand het eerste deel van de behandeling inderdaad positief inwerkt en veel kracht geeft, dus ook iets bereikt. Door langer door te gaan neemt men in feite de kracht weer terug van de patiënt, maar nu met de storingen die in de patiënt een rol spelen. Men neemt deze in zich op en voelt zichzelf dus eveneens veel minder vitaal dan bij een juistere behandelingsduur het geval zou kunnen zijn. Je moet dus wel weten wat je doet en je aan bepaalde regels houden om goed te kunnen werken met je mogelijkheden. Maar elke mens heeft althans rudimentair enkele paranormale vermogens en zou met enige oefening en het erkennen van de gave daarmee veel kunnen doen. Zo is bv. rond 1 van elke 2 mensen potentieel telekineet. Iemand die dus alleen door wilskracht dingen buiten lichamelijk bereik kan beïnvloeden en verplaatsen. Maar slechts 1 op 1.000.000 komt er ook toe, werkelijk iets hiermee te doen – en ik kies dit getal nog heel erg gunstig.

Praktisch elke mens treedt tijdens zijn leven enkele malen uit. Maar er zijn maar heel weinig mensen die hun uittredingen bewust als zodanig beleven en nog minder die ertoe komen bewust en aan de hand van eigen gekozen taken of doelen andere werelden geestelijk te betreden. Men wijst dergelijke belevingen gemeenlijk min of meer af en komt maar zelden zover, dat men bewust weet dat het beleven voornamelijk als een stemming terugkeert tot de stof, waar men het dan eventueel kan omzetten in daarbij passende voorstellingen in eigen denken.

  • In dromen kom je vaak dingen en mensen tegen die je die dag hebt meegemaakt of ontmoet, maar in heel vreemde verbanden en volgorde. Wat heeft dit dan voor betekenis?

Dit is moeilijker. Wij hebben te maken met de droomwereld en die wordt gemeenlijk beheerst door de meest intense en verse herinneringen en associaties uit de voorliggende periode. Ik geef een voorbeeld: u hebt een teckel gezien, u weet wel, zo een worst op poten. U vond het beest erg leuk. In uw droom, midden tussen een bezoek aan een overdrukke winkel en een volgend ogenblik waar u meent te wandelen, maar opeens niet meer weet waar u bent komt die teckel langs.

Wat blijkt wanneer wij dit vertalen? Er is een teveel aan indrukken opgedaan. Het geheel was toch niet onaangenaam en soms grappig, maar u weet toch niet precies waar u aan toe bent. Het plezierige wordt dan door het beeld van de teckel weergegeven, de drukte slaat op enige overbelasting, het niet meer weten waar je bent, heeft te maken met de noodzaak beslissingen te nemen zonder daarbij voor eigen gevoel over voldoende zekerheid te beschikken. Veelal vind je een plaats van rust en weet nog steeds niet waar je bent, maar wanneer je je gaat afvragen waar je bent, keer je opeens in de drukte terug. Het onderbewustzijn zegt hier in feite: U bent te zeer gespannen, aanvaard alles nu maar zoals het is en vraag je niet af waar je terecht komt. Geestelijk kan het betekenen dat u afzondering dient te aanvaarden, omdat u alleen in de stilte en bespiegeling uw kracht kunt vinden.

Wilt u weten wat een droom die blijft hangen betekent, begin dan u eerst af te vragen wat de beelden voor u betekenen aan gevoel en stemming. Voeg alle stemmingen daarna achter elkaar en u zult tot uw verbazing ontdekken dat u tijdens de droom een aardige analyse hebt gegeven van uw eigen problemen, noodzaken en mogelijkheden. Zelfs uw meest verborgen gevoelens en wensen worden dan opeens duidelijker kenbaar ook in de betekenis die zij voor u hebben.

  • Kan iemand die harmonisch in zichzelf is vijanden hebben?

Hij kan geen vijanden hebben, maar anderen zullen vaak denken dat zij zijn vijand zijn. Denkt u daar maar even over na.

  • In dromen komt men vaak in een omgeving die men geheel niet kent. Maar het is toch ook mogelijk dat dit beelden zijn die uit een oude incarnatie stammen?

Indien u zich realiseert dat u in uw droomleven gewoonlijk bezig bent met uw huidige bestaan en dus niet bij voorkeur met vorige levens, is het gestelde wel niet onmogelijk, maar zal toch altijd een symbool zijn van zaken in het heden. Als deel van de droom is het dus niet alleen maar een beleven van het verleden, het zal altijd direct betrekking hebben op het heden. Wat deed die vreemde omgeving voor u, hoe voelde u zich daar? Wat gebeurde daarin? Dit is het enige saillante, want op grond daarvan kunnen wij komen tot een conclusie over huidige problemen en zelfs oplossingen vinden of ons bewust worden van krachtbronnen die in het heden bestaan, maar waarvan wij ons niet bewust zijn of die wij onbewust negeren.

Vrienden, u moet mij niet kwalijk nemen dat ik ga eindigen voor wij verdergaan over dromen en van de droom op het sprookje komen. Dan wordt het een zitting van 1001 nacht en daar zou uw medium bezwaar tegen hebben.

Maar alvorens mijn bijdrage aan deze avond te beëindigen wil ik nog één ding heel duidelijk herhalen: Een tweede werkelijkheid heeft werkelijkheidswaarde, ook als zij niet op dit ogenblik als zodanig in uw zgn. werkelijkheid kenbaar is. De tweede werkelijkheid heeft altijd een relatie met de huidige werkelijkheid. Probeer dit te beseffen en u zult in staat zijn uzelf beter te kennen vanuit uw dromen en fantasie. Ook zult u dan een mogelijkheid gaan ontdekken om delen daarvan zodanig in uw huidige werkelijkheid te projecteren dat zij daarin hanteerbaar worden en daarin kunnen bijdragen tot een verdere ontwikkeling van uw bewustzijn, een vergroting van uw harmonische mogelijkheden en misschien uiteindelijk zelfs u de mogelijkheid geven u geslaagd te voelen ondanks alles wat anderen daarvan zeggen.

Ik hoop voor u dat u deze laatste toestand zo snel mogelijk zult bereiken en dank u voor de mij verleende aandacht.

God en de vreemde wereld

Tja, het is een beroerde tijd. Ik wil niet over al uw zorgen spreken. Maar neem nu de verkiezingen die geweest zijn en gaande zijn voor het eeg-parlement. Ik vind het werkelijk erg mooi dat zoveel mensen zich daarvoor nog interesseren. Maar als u vraagt of het zinvol is? Mij schijnt het toe dat men bezig is een nieuw gebit aan te meten aan een vent die altijd al met zijn mond vol tanden staat.

Kijk naar de mensen. Neem bv. Lubbers, die toch altijd wel erg in de belangstelling staat. Een figuur van een man, werkelijk een figuur. Politiek kan ik er niet veel van maken, dat niet, maar ik zie hem steeds weer als een soort ijsbreker door alle CDA-onrust heen ploegen, waarop hij de VVD aan boord neemt en desondanks de socialisten hoogstens een lichte beroerte bezorgt. Ik vind dat werkelijk fantastisch. En hoe de man dat doet hé, zo vol noblesse en vol beroep op andermans oblige.

Neen dan is Nijpels heel iets anders. Die gedraagt zich bij tijd en wijle als een tang, die spijkers op laag water zoekt. Goeie help, ik leuter maar en u zit zich te vervelen en u vraagt zich af, waar de geestelijke wijsheid opeens gebleven is.

Maar ja, ik heb zoveel geestelijke wijsheden dat ik die zo snel niet voor u kan uitzoeken. Dus denk ik aan die wereld van u en zeg tot mijzelf: wat zitten die mensen toch allemaal in de problemen. Neem nu de kortingen op de uitkeringen. Daar maken de mensen heel veel problemen over. Ik denk dan bij mijzelf: waarom eigenlijk? Degenen die die kortingen lijden hebben toch al zo weinig, die krijgen er geen extra problemen bij, want die zijn al aan tekorten gewend. En dan al die mensen die ijveren voor het renoveren van huizen; Ik denk zo bij mijzelf: waarom eigenlijk? Sla de boel kaal en bouw nieuwe huizen. Dan heb je nu werkgelegenheid en over 10 jaar heb je toch weer voldoende huizen die gerenoveerd moeten worden.

Het is een mij vreemde wereld geworden. Neem nu al die groepen mensen die op het binnenhof komen om er een potje te schreeuwen. Vandaag schelden zij tegen abortus, morgen zijn zij anti bom enz. Ik geloof dat den Haag een verzamelplaats begint te worden voor mensen die anti zijn. En op diezelfde plaats is dan even later weer een ”derde wereldmarkt”. Denk ik bij mijzelf: echt Hollands, die verkopen waar zij voor zijn en voor de rest zijn zij tegen.

En toch is het een mooi plein, dat Binnenhof. Wat hoort daar werkelijk op? De fontein natuurlijk, maar die spuit te weinig, mogelijk omdat men binnen te veel spuit. Maar voor de rust geen demonstranten, maar een militair orkest, zo van je boem, boem, boem met een beetje tararaboemdije. En vooral flink hard. Zo hoort het daar, dan hoort men binnen misschien niet meer alle versprekingen.

Trouwens hebben jullie wel eens naar een Kamerdebat geluisterd of gekeken? Dat zijn de slaperigste perioden uit Peyton place, samengevoegd tot een Dallas van Nederlandse origine. Hoe moet ik het uitdrukken? Laat mij het zo zeggen: die Kamerleden kunnen binnenkort heel wat leren wanneer zij eens naar Scheveningen gaan, daar wordt een groot vliegerfestival gehouden. Mogelijk leren de heren daar, hoe je op de meest juiste wijze een vliegertje kunt oplaten. Nu ja, wanneer dat in de Kamer gebeurt resulteert het meestal in een opvliegertje voor de interruptiemicrofoon. Ik vraag mij af, waarom men eigenlijk die interruptiemicrofoons heeft laten plaatsen. Waarschijnlijk zijn de heren het onderling eens geworden dat de gehouden betogen zonder enige interruptie helemaal te vervelend worden.

Maar laten wij daar niet verder over praten. Er zijn ook nog zoveel goede dingen in de wereld, nietwaar? De paus vliegt weer eens een eindje verder. En vele mensen – behalve de vrome katholieken – beginnen zich langzaamaan af te vragen, wanneer de man nu eens opvliegt.

Het leven is vol verrassingen. Neem nu de strijd tussen Iran en Irak. Heeft Irak zich een linie opgebouwd in de woestijn en zit nu gespannen te wachten tot de Iraniërs daar gaan aanvallen. Maar die aanval zullen de verantwoordelijken zelf wel krijgen, wanneer zij bemerken dat de boze buurman bergje op, bergje afgaat en met de koerden gaan koeren. Want die Iraniërs zijn nog niet helemaal gek en weten allang: daar kunnen wij toch niet tegenop. Dan is een berg gemakkelijker. Dus jongen, wij gaan een bergje om over Koerdistan. Het gevolg zal wel zijn dat kort daarna nog meer getold wordt in Irak dan Iran en dat wil wat zeggen.

Vraagt u zich ook af, waarom al die geestelijke leiders daar een baard hebben? Ik denk dat het is omdat hun sociale opvattingen er ook een hebben en zij dit niet willen laten opvallen. Toch hebben zij ook wel goede dingen hoor. Neem nu al die Iranese vrouwen, allemaal gesluierd. Daar maakt een lelijke meid ook nog kans.

Neen, mooi is het in de wereld wel, maar dan op een vreemde wijze. Neem nu India. Daar zijn de beste en meest getrouwe soldaten deels in opstand. Sikhs heten zij. Die hebben een grote tempel die een beetje in elkaar werd getrapt. Nu ja, niet zo heel erg hoor, want je kunt net doen of het niet gebeurd is.

In die gouden tempel werden ook nogal wat mensen vermoord. Want u weet het: macht is nu eenmaal macht en gezag is en blijft gezag. Het leuke is, dat een groot deel van de legerleiding nu onbetrouwbaar heet, omdat zij een sik hebben van het beleid van Indira en bovendien zelf ook nog Sikh zijn. Kortom een natie die enigszins sick is. Ik wil niet zeggen dat de leiders daar sikker zijn, maar ietwat bezopen doet het geheel soms toch wel aan.

En iets noordelijker: ligt China, ook al zo een heel mooi land. Vroeger waren het rare chinezen, van Turandot tot de vent die stond te zingen dat hij maar glimlachte al was zijn hart dodelijk bedroefd. Nu is het gemiauw afgelopen en doen zij allen of zij rijk zijn wanneer zij niets hebben en houden zij zich arm, daar waar zij zich rijk voelen. En een groot rijk is het. Dat land is kortgeleden voor het toerisme opengegooid onder het motto: wanneer de toeristen aapjes komen kijken, kunnen de chinezen tenminste betere apen kopen. Want als een chinees iets onaanvaardbaar vindt, is het wel voor aap te staan.

Iets noordelijker weer ligt een stukje U.K. Daar hebben de Engelsen het maar zwaar, daar in Hongkong. Er zetelen daar vele bruine, gele en blanke kongsies die groot bezwaar hebben tegen een Hongkong dat net als in het verleden deel uitmaakt van het grote China. Want een geel bewind met een rode commissaris aan het hoofd zien de leden van de kongsies niet zo zitten. Maar Margaret ziet er kennelijk weinig gaten in. Wat zij daar nodig hebben is de echte King Kong. Helaas, zij hebben geen King, maar een queen en queen Kong doet ook al niets.

Neen. Dan de Japanners. De Japanner is iemand die voorzien is van hapjes en ingebouwde chips, zodat je zijn gedrag en eventuele belichting tevoren al kunt afstellen. De meer luxe uitvoering is zelfs al volautomatisch, wat vooral tot uiting komt in de wijze waarop zij buigen.

Toch hebben die Jappen meer gepresteerd dan de meeste andere volkeren na de tweede wereldoorlog. Mogelijk omdat de mensen daar nog geloven dat het werk even belangrijk is als de centen. Iets wat sommige Nederlanders best van de Japanners zouden kunnen gaan leren. Trouwens, de Jappen hebben ook van de Hollanders veel geleerd, eerst handelen en daarna o.m. elektronica. Maar dat is zolang geleden dat op beide gebieden de leerling de meester allang verslagen heeft.

Hun nieuwste uitvinding is een videorecorder met automatische playback. Wat het precies betekent, weet ik ook niet, maar ik stel mij zo voor dat je dan bij een opname van een Kamerdebat Joop rood aanlopend de mop hoort vertellen dat men democratisch en sociaal bewogen denkt, deze opstaat en spreekt. En dan kun je automatisch zien hoe hij langzaamaan roder wordt, dan wat kleur verliest, uitroept dat de minister dit toch niet kan maken. De normale programmering gaat pas verder, nadat je hebt kunnen zien dat de minister het desondanks toch gemaakt heeft. Trouwens, ik vraag mijzelf af wat een minister eigenlijk maakt.

Hier zegt iemand “brokken”?  Zo suikerzoet zijn die ulevellen nu ook weer niet. Ik denk zo dat een minister stennis maakt, opdat achter het rookgordijn de ambtenaren hun gang kunnen gaan. En bent u er al achter gekomen wat een ambtenaar is? Dat is iemand aan wie u salaris betaalt, opdat hij over u de baas zal spelen. Ja, er zijn rare dingen in de wereld. U betaalt om genegerd te worden door bepaalde dingen en mensen, en dan ergert u zich nog dat dit gebeurt ook. Maar wees eerlijk, had je iets anders kunnen verwachten?

In geestelijk opzicht zien wij dergelijke dingen evenzeer. Ja, vergeef mij want iets geestelijks moet er ook bij. Men heeft tegen mij gezegd: jij mag het ook een keer proberen. En ik dacht: dat doen we dan maar. Vandaar.

Maar kijk eens in meer ideële en geestelijke zaken en schrik: iedereen weet u wel te vertellen wat moreel juist en verantwoord is. Maar de moraal is al een tijdje zoek. Wat moreel verantwoord wordt genoemd, omvat dan ook menige immoraliteit.

Feitelijk is dat niet geheel waar. Want wanneer je een immoraliteit door zovelen kunt doen goedkeuren dat je een meerderheid hebt, wordt het in elk zgn. democratisch land onmiddellijk tot burgerlijke moraal. Alleen is het jammer, dat juist die burgerlijke moraal na korte tijd al zo burgerlijk is geworden dat er weer niet veel moraal overblijft, wat dan in feite niet meer moreel te verantwoorden is. Wat zegt u, waarde burgers?

Toch sta ik altijd weer even in stille bewondering stil bij Nederland. Weet u dat er op de wereld maar weinig landen zijn waarin een 14.000.000 mensen er rond 300 goedgekeurde “kerkgenootschappen” op na houden, om maar niet te spreken van de esoterische en andere scholen op spiritueel gebied, van de verenigingen zwijg ik maar liever.

Trouwens, men zei mij dat jullie ook een vereniging zijn. Wisten jullie dat al? Jullie hebben je naar ik aanneem verenigd om te zoeken naar waarheid. Maar de waarheid is dat de leden de waarheid nogal eens missen. Want zelfs wanneer wij de waarheid proberen te vertellen, horen jullie kennelijk net iets heel anders. Vreemd.

Geestelijke waarheid kan alleen bestaan, wanneer de geest deze als waar beschouwt. Maar dat hetgeen de geest als waarheid ziet, ook een waarheid is en blijft, is niet zo duidelijk en waar voor een mens die denkt dat hij de geest zal moeten geven, wanneer hij deze waarheid ook praktisch aanvaardt.

Want als er iets is wat mensen niet schijnen te geven, is het wel de geest. Een aalmoes kan er gemeenlijk nog wel van af, vooral wanneer er een radio of tv-loterij aan verbonden is, heb je kans dat je er in ieder geval nog iets van meeneemt, en je wilt toch wel iets terugzien voor je centen, waar of niet.

Maar wanneer je eenmaal de geest geeft, wat krijg je daar dan voor terug? Ja, zeg dat wel.     Je bent meteen je gehele lichaam kwijt. Dat je dan geen pijn meer in je rug hebt en geen last meer hebt met je kunstgebit, dat je haren niet meer uitvallen en dergelijke dingen meer, telt men dan maar liever niet. Want je kunt nooit zeker weten. En toch, als je sommige lichamen beziet, zijn het alleen maar verzamelingen van fouten en pijntjes, gesteund door een paar botten en door rimpelig vel bij elkaar gehouden, neem mij niet kwalijk; maar wanneer de mensen van zoiets nog zozeer houden dat zij de geest niet willen geven, zijn zij in mijn ogen toch wel lichtelijk getroebleerd.

Enkelen worden al wat wijzer en redeneren: wanneer je de geest geeft ben je meteen van je lichaam af en besta je verder als vrije geest. Velen onder hen voelen zich nog niet vrij of zij begeven zich al op vrijersvoeten. Om dan te moeten ontdekken dat de basisbestanddelen voor een stoffelijke uitvoering van hun voornemen geheel ontbreken. Dus tot je geestelijk beter weet waar je aan toe bent valt er maar weinig met goed resultaat te vrijen na de dood. Maar is dit nu zo belangrijk? Je vindt er vrede, vreugde en kunt er allerhande persoonlijkheden en mogelijkheden vinden.

Men kan dit weten. Maar ziet u de mensen veel haast maken om aan onze kant te komen of er tenminste verlangend naar uitzien? Vergeet het maar. Nu ja, geen wonder. De mensen zijn tijdens hun menselijk bestaan zoveel misleid dat zij in hun hart niets meer helemaal durven geloven.

Neem nu de mensen die zeggen alles beter te weten dan de doorsnee burgers. Die stellen kruisraketten op om de vrede te handhaven en zo. Geen wonder dat de mensen denken dat de geest er ook wel dergelijke streken op na zal houden. Begrijpelijk maar wat de waarheidsliefde van de geest betreft, valt het anders nog best mee.

Maar mensen zijn in onze ogen ook vaak vreemd. Zeggen wij altijd weer, dat een mens in zichzelf naar de waarheid moet zoeken. Waarop sommigen reageren: ik zal wel gek zijn. Voor een gulden kan ik die in bijna iedere kiosk kopen. De waarheid is nog overal te koop. Dat alles wat er in staat niet altijd even waar is, mag de pret niet drukken zo meent men. En misschien heeft men nog gelijk ook, want wat u uzelf over uzelf als waarheid vertelt, klopt ook lang niet altijd. Het is eerder zo dat de mens tegen zichzelf over zichzelf nog meer liegt dan hij doet tegenover anderen.

O, dat had ik beter niet kunnen zeggen, iemand voelt zich hier pijnlijk door getroffen. En pijn wil ik niemand doen, een beetje pesten mag nog wel denk ik, maar meer ook niet. Goed. Ik zal proberen wat geestelijke waarheden bij elkaar te halen. Dat is wel niet zo cabaretesk als ik graag wil zijn, naar het hoort er nu eenmaal bij, zal ik maar denken. Ik troost mij maar met de gedachte dat er heel wat mensen zijn die met preken hun levensonderhoud verdienen en nog gekkere dingen vertellen dan ik tot nu toe gedaan heb. Dus heel erg kan ik het al niet maken.

De beste geestelijke wijsheid lijkt mij: leef eenvoudig zoals je bent en blijf je bewust van het feit dat je niets geheel voor niets kunt krijgen. Je zult altijd moeten betalen, zij het nu reeds, zij het later. Mensen die er op aarde goed van leven zonder er veel voor te doen, existeren reeds nu op afbetaling. Faillissement wordt niet aanvaard, dus die hebben later nog heel wat terug te betalen. Leven op aarde heeft geestelijk grotere betekenis wanneer je goed bent voor je medemensen. Maar onthoud dan wel dat niet alles wat je goed vindt voor jezelf, goed kan zijn voor anderen. Wat je goed vindt voor jezelf is trouwens al te vaak iets, wat je op jezelf niet toepast, maar wel aan anderen wilt opleggen.

Wat de grootste geestelijke wijsheid is die er bestaat? Ik weet het niet geheel zeker, maar ik zou zeggen: er is een God die met ons is, want wanneer wij voor onszelf zorgen, zorgt hij met ons mee. En wanneer wij niet voor onszelf zorgen, doet hij er ook niets aan. Waarvan men hem geen verwijt mag maken. Want wanneer wij vragen zonder zelf te doen, weet hij kennelijk ook niet wat hij met ons moet beginnen en laat ons dan in eigen vet smoren tot wij niet meer half, maar geheel gaar zijn. Toen ik hier heenging zei men mij nog: je moet er ook zo nu en dan iets esoterisch ingooien, want het is dat type avond. Maar verdorie, wat is esoterie? Wanneer je hoort wat daarover wordt verkondigd, is het zoiets als ingewand van eigen geest, dus ik moet even denken.

Mijn raad is dan: kijk niet naar al die zgn. belangrijke dingen in je leven. Die staan grotendeels vast en voeren je voornamelijk tot zelfbeklag, aanklagen van anderen of een jezelf aanklagen. Kijk naar de kleinere zaken, waaraan je meer kunt veranderen en die in wezen een heel grote betekenis voor je krijgen. Dan vindt je innerlijk iets van vrede en daar begint volgens mij eerst het werkelijk esoterisch besef. Vind je rust in jezelf en doe je afstand van zelfverheerlijking of zelfbeklag, dan zie je iets in jezelf ontstaan.

Een mens heeft nu eenmaal licht in zichzelf, al vergeten de meesten, naar ik geloof, wel het knopje om te draaien wanneer dit van belang is. Maar als je werkelijk innerlijk rust vindt wordt het steeds lichter in jezelf. Je kunt dan veel meer van je medemensen hebben, voelt je wat blij, en op het ogenblik dat je blijmoedig bent en wat kunt hebben van een ander, ja, de onvolmaaktheid van de wereld kunt aanvaarden, heb je volgens mij de volmaaktheid gevonden ook in het schijnbaar onvolmaakte.

Zonder te zeggen dat wij allen al bijna volmaakt zijn, meen ik wel dat je iets van die volmaaktheid ondanks alles in de wereld moet vinden om die innerlijk te kunnen beleven en zo de werkelijkheid van het bestaan te benaderen. En wie de werkelijkheid leert benaderen zonder verwerping of vooroordeel, heeft de bron van alle volmaaktheden al bijna gevonden. En meer heb je niet nodig. Een mens die zijn God heeft gevonden, heeft geen verdere begeleiding of lering nodig, een mens die altijd maar weer gezag en begeleiding nodig heeft, vindt zijn God maar moeilijk.

Om af te ronden: Dit alles was voor mij een soort “proeve van bekwaamheid”. Zijn de anderen in mijn wereld tevreden, dan hoort u nog wel van mij en anders hebt u voorlopig geen last meer van mij. En om ook esoterisch de zaak nog af te ronden: mensen, wanneer je innerlijk vrede kunt sluiten met jezelf en met je God kan je niets meer gebeuren waar je niet tegenop kunt. Dan draag je meer bewust de achter alle dingen liggende kracht in jezelf en kun je levende uit die kracht ook alles tot stand brengen wat noodzakelijk is voor jezelf en de wereld.

image_pdf