Dwaze mensen

15 maart 1959

Wanneer ik weer probeer iets te leren over esoterie en wijsheid, dan schiet mij onwillekeurig de naam van een boekwerk te binnen. Het heet: De lof der dwaasheid. Dat zeg ik natuurlijk nu niet zo alleen maar om een begin te maken. Want weet u, de dwaasheid uit menselijk oogpunt is vaak de grootste wijsheid van uit kosmisch standpunt.

De mensheid heeft zich een wereld gemaakt, die een nauw en eng keurslijf geworden is. Men weet u precies te vertellen wat voor kostuum u behoort te dragen, hoeveel uw japon al of niet bedekt mag laten, met welke vork u eet en wat u eten moet en welke verzekeringen u als redelijk burger hebt te sluiten. Men vertelt u wanneer u vakantie moet nemen en waar u heen moet gaan. Of men probeert het u te vertellen; evengoed als men u zegt wat u moet geloven en wat u moogt verwerpen. Een dergelijke maatschappij vergt van u het aanvaarden van de rede, want elk argument, dat men u geeft, is buitengewoon redelijk vanuit het beperkte standpunt van die maatschappij. En nu spreek ik van uw maatschappij van heden. Maar vreemd genoeg heeft de mensheid bijna voortdurend soortgelijke korsetten om het geweten van de mens gebonden, waarschijnlijk in de hoop hem daardoor te dwingen in een vorm, die voor de gemeenschap aanvaardbaar is. Men vraagt zich echter niet af, of het voor de mens aanvaardbaar is.

Laat ons eens nagaan, welke grote mannen wij eigenlijk hebben gekend. Dan kiezen wij natuurlijk allereerst in religieuze zin. Jezus van Nazareth was een dwaas, want men had hem geld en goed ja, een hele wereld aan de voeten gelegd, wanneer hij zijn gaven had gewijd aan de heersers der wereld. En hij verkoos het om zijn leer te geven aan de mensheid en aan een kruis te sterven. Een magere ruil en volgens het begrip van de wereld een absolute dwaasheid.

We zullen een ander nemen, een heilige, Franciscus van Assisi. Een jongeman met een rijke vader, een grote zaak, een leven voor hem vol van plezier, van zakelijke zorgen, van respectabiliteit. Maar hij verkoos het om een bedelaar te worden en half uitgeteerd en verhongerd langs de weg te sterven.

Of moeten wij naar een ander kijken? Denk bv. eens aan Thomas Alva Edison. Een man, die ongetwijfeld ontzettend veel resultaten had kunnen hebben. Die alleen al met zijn eerste uitvindingen het leven van een rijkaard had kunnen voeren. Een man, gerespecteerd door iedereen, bekend in de monde en de demi-monde gelijktijdig. En hij verkoos het in een kaal vertrek, dat nu niet direct comfortabel was, dag in dag uit te zwoegen, omdat hij een paar problemen had. En hij vergat soms zelfs de oplossingen in geld om te zetten.

Of wilt u ergens anders zoeken? Denkt u dan eens aan bv. een.Abraham Lincoln. Een man, die toch op het land als advocaatje een prettig bestaan had, veel vrienden, overal gerespecteerd, een leven vol jagen, drinken, werken. En die zich ertoe liet verleiden om veldtochten mee te maken en verantwoordelijkheid te dragen, waardoor hij voor zijn tijd oud was. Die zelfs toen nog eer en roem had kunnen oogsten en de lof van het hele land, maar die zich aan een paar principes vasthield en daarom werd vermoord.

Dwazen zijn er overal. En de grootste dwaasheid is wel, dat men deze dwaasheid wel eert, wanneer ze in het verleden ligt, maar haar aantast, wanneer ze in het heden is gelegen.

Wat is de dwaasheid? De dwaasheid in deze zin, deze aantasting van burgerlijke respectabiliteit, is in feite het zoeken naar een geestelijke vrijheid en het dragen van een verantwoordelijkheid, die je in je voelt, i.p.v. het accepteren van het juk, dat de maatschappij probeert je op te leggen. Van dat standpunt moet u nu eens uitgaan. Wat is werkelijk belangrijk voor ons. En laat men ons dan rustig dwazen noemen. Dat hindert immers niet. Zonder dwazen zou de wereld nog steeds een armzalige krottenmaatschappij zijn.

In de eerste plaats: Elke mens heeft recht op zijn geestelijke en stoffelijke vrijheid. Dat klinkt misschien erg vreemd. Maar ik wil zoals wij dat al meer hebben gedaan allereerst weer wijzen op Jezus’ uitspraak: “Zo ge mij wilt volgen, laat alles achter u, have en goed, vrouw en kind, vader en moeder.” De weg van de vrijheid is een schijnbare dwaasheid, omdat je alles wat waarde schijnt te hebben in het leven vaak achter je laat. Zoals de Boeddha zegt; “Begeer niet en verwerf niet, noch vrees.” Dat komt ook op hetzelfde neer. Maak je vrij van alles, wat je enigszins kan beïnvloeden. Of wat misschien een nieuwe wereldmeester zegt: “Leer dat het beter is vrij te sterven onder de hemel, dan te leven in een gevangenis van een moderne maatschappij.” Hier hebben wij uitspraken, die niet alleen wijzen op de noodzaak die vrijheid te genieten, maar die zelfs zeggen, dat voor een werkelijk geestelijk bereiken op aarde deze vrijheid nodig is.

Er zijn een paar dingen fout gegaan in de maatschappij. U kent allemaal die normen van zeden en moraal. Die legt de maatschappij u op. Ze vertelt u waar, wanneer en in welk badkostuum u moogt verschijnen. Ze vertelt u welke platen u in het openbaar moogt aanschouwen en maakt slechts een uitzondering voor datgene, wat door zijn grote oudheid tot antieke kunst kan worden gerekend. De maatschappij vertelt u precies wat u kunt doen en laten. Maar geeft die maatschappij u het gevoel van verantwoordelijkheid, waardoor u voor uzelf besluit wat u wel of niet wilt doen? Heeft die maatschappij al een poging gedaan om bv. de atoombom werkelijk te onderdrukken? Heeft die maatschappij al een poging gedaan om werkelijk vrijheid te brengen, zelfs wanneer mensen sterven om de vrijheid zoals in Hongarije? Een werkelijke moraal mist de wereld. De wereld praat het zich voor dat ze er een bezit, maar ze probeert het u diets te maken. Maar wat u nodig heeft is een eigen morele ondergrond. Zonder deze kunt u niet verder komen.

In het heelal, in deze kosmos, gaat het er niet om wat het boek van goede manieren zegt, wat de bon ton is of wat in een bepaalde buurt of land de juiste politieke en religieuze opvatting is. Daar geldt alleen wat je bent. En al datgene, wat u hier op aarde a.h.w. als vormendienst moet belijden, is geen cent waard, omdat uw wezen niet alleen bestaat uit iets wat aan deze wereld gebonden is. U staat niet alleen hier als mens in deze wereld. En dat dit niet zo is ervaart u dag aan dag, wanneer uw gevoelens u voortdurend verleiden tot handelingen, die gericht zijn tegen elk ook door u aanvaard begrip van zeden, van fatsoen, van redelijkheid, van godsdienstige waarheid of politieke overtuiging. U zondigt elke keer zelfs tegen uw eigen begrippen. En dat is geen toeval, dat is niet alleen zwakte. U bent meer dan alleen maar een stoffelijk wezen. Voor u gelden andere wetten dan de bekrompenheden, die een maatschappij op de duur heeft gebaard en meende te moeten distilleren uit alle religieuze en filosofische beschouwingen van oudheid en heden.

De nieuwe wereldmeester zegt dit: “Bedenk wel dat velen van hen, die thans groot of heilig worden genoemd op deze wereld, in feite zondigden tegen alle begrippen van de maatschappij.” En in zijn aanval betrekkelijk fel zijnde maakt hij dan de opmerking: “De kerk van Rome noemt vrouwen heilig, die in vele gevallen niet meer waren dan de prostituees, die diezelfde kerk veracht en veroordeelt. Er zijn helden, vereerd door z.g, democratische staten, die niets meer waren dan roverhoofdmannen, dictatoren, rebellen tegen een dan toch in die tijd aanvaard gezag. Bostons teapartij was voor die tijd precies hetzelfde wat het communisme is voor heden; een vloek tegen de maatschappelijke opvattingen.”

Maar kom, laat ik zijn betogen niet verder citeren. Want in uw oren, die een beetje anders ingesteld zijn dan die van het oosten, klinken dergelijke gelijkenissen eerder als ophitserij dan als een redelijk betoog. Want u bent het product of moet ik zeggen het slachtoffer? van uw maatschappij. U moogt niet zelfstandig nadenken, nietwaar? Goed, laat ik dan iets anders op de voorgrond schuiven.

Gij zijt geboren uit God. Wanneer ge dit niet gelooft, is uw leven waardeloos. Zo gij geboren zijt uit God, zult ge te allen tijde leven uit God. Wie leeft uit God en volgens zijn beste weten de goddelijke wil volbrengt, moet tevens vrij zijn van alle beperkingen, die de materie oplegt. Het is bijna libertijns, nietwaar? Bijna libertijns, ja. Geen streng vegetarisme, geen strenge moraal, geen strenge zedenleer volgens uw eigen opvattingen. Een kwestie van: Erken God in jezelf en leef volgens Zijn wil; de rest is dan wel goed.

Wat moet je daarmee beginnen in deze wereld? Hoe kun je je daarmee bewegen? Nergens een sacramentele bevestiging van een huwelijk, nergens een biecht, waardoor je je schuld kunt kwijtraken, nergens een instantie, die het zegel der goedkeuring drukt op hetgeen je besloten hebt. Alleen maar verantwoordelijkheid tegenover God en meer niet. Dat zal heel langzaam moeten groeien voor de meesten. Het is een dwaasheid van uit menselijk standpunt. Iedereen gelooft immers in God en het gaat toch wel goed. Waarom zou men zich vrij maken van al die banden zelfs desnoods van die 10 Geboden waar zij in een menselijke formulering hun inhoud reeds verliezen. Dat is toch dwaasheid. Het gaat toch goed met de wereld, nietwaar? Waarom zouden we het dan zo anders gaan doen?

Laat mij u dat dan vertellen. Deze dwaasheid is de enige wijze, waarop de wereld nog gered kan worden. Deze dwaasheid is de enige methode, waardoor de mens wederom kan terugkeren tot een werkelijk menselijk bestaan, dat hij reeds bijna heeft verlaten voor het half automatisch bestaan van een pseudo-robot, ingeschakeld in het maatschappelijk machientje. Wanneer ik zeg: “Gij zult niet doden” (dan neem ik maar gewoon een van de 10 Geboden), dan kan men misschien zeggen: “Ik dood een mens toch niet, wanneer ik hem laat verhongeren? Dat is toch zijn eigen schuld.” En hoevelen zijn er niet, die op deze manier redeneren?

Gij zult niet stelen. “Ja, maar ik heb toch niet gestolen? Die man wist niet wat zijn goederen waard waren en ik heb hem een dubbeltje gegeven i.p.v. 100 gulden. Dat is toch geen diefstal.” Op die manier gaat dat. Zelfs datgene, wat een volkomen waarheid en een eerlijke zedenwet voor de mensheid is, wordt door zijn formulering omkleed, omgewerkt tot iets, dat je kunt hanteren als een handige advocaat een wet vol hiaten. Maar de kosmos, de kosmische wereld, waartoe u behoort, is niet vol hiaten. Die kosmische wereld vergt van u….dat u volledig beantwoordt niet aan de letter van een wet maar aan de geest, waarin gij geschapen zijt.

Geschapen zijn betekent niet ergens klakkeloos gevormd te zijn en dan in een wereld gezet. U bent gegroeid van uit het geestelijk bewustzijn. U hebt elk ogenblik voor uw menselijk bestaan doorgebracht met leren, met zoeken. En die menselijke vorm was voor u pas bereikbaar op het ogenblik, dat uw eigen geestelijk besef groot genoeg was om zelfstandig te besluiten en een zelfstandige verantwoordelijkheid te aanvaarden. Wanneer u op die wereld komt met een dergelijk doel en u aanvaardt deze dingen toch niet, u probeert eraan te ontkomen, dan zult u nooit een innerlijke waarheid en een grote wijsheid bereiken. Dan zult u nooit komen tot het in een leven God beseffen. Dan kunt u een bijna oneindige reeks van levensvormen, incarnatie na incarnatie aannemen en niet verder komen. U leeft op deze wereld, omdat u geestelijk rijp bent voor het volkomen bewust en zelfstandig dragen van uw verantwoordelijkheid.

Die verantwoordelijkheid hebt u niet t.o.v. uw medemens, hoe vreemd dat ook klinkt. U hebt geen enkele verplichting tegenover een medemens. Niet tegenover uw kinderen en niet tegenover uw ouders, tegenover uw man of uw vrouw. Men meent misschien, dat daar een verplichting bestaat, maar die bestaat er niet. De enige verplichting, die u hebt, is tegenover God. God, Die ook de kern is van uw eigen wezen. Wanneer u al die verantwoordelijkheid overboord gooit, lijkt dat natuurlijk weer een grote dwaasheid. Maar zoals God leeft in iedere mens en in ieder wezen, zo leeft Hij in u, Zoals Hij in u is, is Hij overal. Door uw verantwoordelijkheid tegenover God te dragen, zult ge juist handelen t.o.v. Zijn schepselen, waarin Hij woont. Niet volgens de gebruikelijkheden van de mensen misschien maar wel volgens de kosmische wetten en wetmatigheden,

Vraag uzelf eens af, in hoeverre gij u door die gedachte van “ik ben toch aansprakelijk of verantwoordelijk of ik moet toch zorgen voor” in uw leven hebt laten afvoeren van een innerlijke wijsheid, van een bereiking? Hoe vaak ge de waarheid niet tot een halve leugen hebt gemaakt ommentwille van anderen? Hoe vaak ge dus in feite God hebt verlaten voor anderen? En dat noemt ge dan verstandig zijn? Vrienden, laat mij dan de lof der dwaasheid zingen. De dwaasheid, die het dan mogelijk maakt te begrijpen wat er in je leeft, welke innerlijke werkelijkheid je bezit. Een werkelijkheid, die heel wat belangrijker en machtiger is dan al die uiterlijke stoffelijkheid.

o-o-o-o-o

Wanneer ik deze morgen het woord neem, dan doe ik dit, opdat de werkingen van een nieuwe tijd ook mogen doordringen daar, waar men reeds enigszins rijp is daarvoor. Alle krachten, die deze wereld bewegen, zijn in hun betekenis voor u vernieuwd. Toch zijn zij zichzelf gelijk gebleven. Daar, waar eerst de schaduw van de materie het geestelijk bewustzijn verhinderd heeft, zal thans het licht van een meer dan stoffelijk bewustzijn de weg tot geestelijke bereiking vereenvoudigen. De kern van waarheid in deze dagen is: Niets is onmogelijk in God, maar niets is mogelijk voor hem of haar, die de eigen wereldvisie stelt boven God. Alle dingen zijn gelijk in God. Een ieder, die verschillen erkent zoals huidskleur, geloof, ras en zich daarop baseert, zal daardoor zichzelf van God uitsluiten.

Er is een wereld van lichtende kracht. Wie deze kracht aanvaarden kan zonder zich bezig te houden met het al of niet redelijke van hetgeen die kracht volbrengt, zal uit die kracht volledig in staat zijn de goddelijke wil te vervullen en de goddelijke vervolmaking op deze aarde naderbij te brengen. Wie zich echter beroept op de rede, zal nooit kunnen doordringen in het rijk van de lichtende kracht, de grote vreugde en het ware bewustzijn.

Men zegt dat er een nieuwe leer is gekomen en een nieuwe wereldleraar. Noch de leer, noch de leraar zijn nieuw voor deze wereld. Alle leerstellingen zijn reeds verkondigd. Maar de mensheid heeft ze misvormd en gemaakt tot een middel van beperking i.p.v. een uitbreiding van eigen menselijk leven. De meester, die thans op de wereld is neergedaald, heeft reeds zeven incarnaties op deze wereld achter de rug. Hij is mens als u en mens geweest als u. En hij wil niet meer worden dan mens, maar wil de volmaking van het menszijn vinden in de vrije aanvaarding van een goddelijke wil met uitsluiting van alle andere dingen.

De dagen worden zwaar. Zij zijn zwaar van dreigend onheil, van ramp, van morele en ethische misvorming der mensheid. Deze dreigingen kunnen alleen gerealiseerd worden door de mens zelve. Zij liggen buiten de goddelijke wil en zijn het product van het menselijk denken. Om te komen tot een aanvaarding van de juiste waarde en het creëren van de juiste verhouding op de aarde zowel als in de sferen is het noodzakelijk, dat de mens leert deze dingen voor zich te ontkennen. Niet slechts een positief denken, maar een weigeren te denken over die problemen, die door het “ik” niet onmiddellijk beïnvloed kunnen worden en die negatief of negativistisch zijn. Slechts op deze wijze zal de mens in staat zijn zijn eigen afstemming te veranderen en het licht van deze wereld te aanvaarden.

Maar voor gij mij verwijt, dat ik slechts optreed als boetprediker en slechts de harde en onaangename waarheden zeg, die u reeds lang kent, maar waarnaar u weigert te handelen, wil ik u nog iets anders vertellen. Op dit ogenblik is het totaal van geestelijke krachten, gewijd aan u en uw wereld, strevende dus naar deze vrijheid en deze verlichting, meer dan driemaal de huidige wereldbevolking. Daaronder zijn grote geesten, ingewijden en meesters ten getale van vele duizenden. Op deze wereld en op dit ogenblik leven in de stof reeds meer dan 2,5 duizend ingewijden van verschillende graden. Dit betekent dan toch wel, dat uw kleine en schijnbaar onbelangrijke wereld met haar kleine en schijnbaar onbelangrijke gedachten van een buitengewoon belang is voor ons, die nog in de geest leven en meer misschien nog voor de meesters, die zich vrijwillig in een stoffelijk voertuig te midden van de verwildering van een menselijk bestaan wagen.

Voor u klinkt het misschien vreemd uw verhoudingen als onjuist, onrechtmatig, onzeker te horen omschrijven. Maar ik kan u verzekeren, dat vanuit een geestelijk standpunt uw wereld voor ons gelijktijdig vaak een angstdroom en een hel schijnt te zijn. Een sfeer, die men met moeite benadert. Een sfeer, waarvan men zich liever verwijderd zou houden, wanneer er niet één ding ware: Deze wereld is als een hatelijk metaal in een proces van transmutatie. Het gif van heden is het goud van morgen. Wij hebben de edelste krachten erkend onder de mensen en wij weten, dat zij allen zoeken naar die waarheid, die wij dan trachten te geven. Maar wat wij hun niet kunnen geven is het enig noodzakelijke; de zelfstandigheid, de vrijheid van eigen leven. Dit kan de mens slechts zichzelf verwerven. En om de mens dit te geven zullen ingewijden als mensen leven, gevangen in een dierlijk voertuig. Zij zullen misschien lijden en ondergaan als gelijken van hen, wier bestaan zij reeds lang ontgroeid zijn. Noem het mijnentwege liefdekracht, noem het goddelijke liefde, besef van kosmische eenheid. Gij, wereld met al uw gebreken, zijt groots, omdat in de mensheid en niet in de sferen de sleutel ligt voor een laatste nieuwe fase, die het mensdom vrij maakt van elke stoffelijke beperking. Gij, die hier aanwezig zijt en al uw broeders en zusters op deze wereld, gij kunt verder komen dan de meesten van onze hoge sferen. Want er is een nieuwe waarheid en een nieuwe kracht. Maar eerst metterdaad kan zij bewezen worden en worden vastgelegd, zowel in uw bewustzijn als in het onze.

Er is nu een meester op deze wereld. Wij zijn de kracht van gedachten, die uitgaande van hem ook zich centreren op zijn taak zullen trachten, voordat zijn woord u bereikt die wereld daarvoor rijp te maken. Rijp te maken voor vrijheid, zeker, maar bovenal voor een nieuw ontdekken.

De sleutel, die in u en in uw tijd reeds berust, de sleutel, die in de komende tien eeuwen op deze wereld ontdekt zal worden, is; de absolute eenheid van stof en geest, vrijelijk geopenbaard op elk vlak en elk niveau. Dit ligt in uw handen. Wij kunnen dit niet volbrengen. Wij kunnen u tot een begrip van deze waarden en deze mogelijkheden voeren, maar daar kunnen wij u de weg niet wijzen. Gij zult die weg zelf moeten zoeken. Gij zult uw eigen leven moeten leven. Gij zult uw eigen verantwoordelijkheid moeten dragen.

Het is daarom, dat ik in de geest mij niet slechts buig voor u en uw wereld of voor de wereldmeester, maar wetend meer dan gij kunt vermoeden omtrent aeonen van jaren en ongetelde delen van de kosmos mij nederig buig voor deze kleine kloot materie, die aarde heet en die in haar nietigheid en schijnbare onbelangrijkheid de sleutel draagt tot een nieuwe aera, niet slechts voor zichzelf maar voor alle sferen en alle volkeren van het Melkwegstelsel.

o-o-o-o-o

Ja, dat is het dan voor vandaag, vrienden. En als je dat dan zo hoort de spreker is een gast – hij behoort niet bij de O.D.V. – dan klinkt uit zijn woorden eigenlijk een eigenaardige mengeling van trots, van superioriteitsgevoel en een haast afgedwongen nederigheid. Maar er zit nog veel meer in. Kijkt u eens, wanneer je nu het idee hebt, dat je buitengewoon verstandig en buitengewoon wijs bent en je meent, dat je zo ontzettend veel weet van de wereld, van de kosmos en van de geest en je gaat dan – haast tegen wil en dank – toch nog bekennen, dat je je moet buigen voor zo’n aarde als de uwe, dan moet er toch wel heel iets bijzonders aan de hand zijn. En dat is zo bijzonder, dat zelfs wij met de Orde – en ik geloof, dat wij over het algemeen veel gemoedelijker zijn dan een van onze gasten – toch ook daarmede rekening moeten gaan houden.

Het is op het ogenblik een periode voor grote activiteit. En niet direct uw activiteit alleen, ook de onze. Maar wij moeten allemaal voor onszelf weten te werken. Wij hebben op het ogenblik verschillende dingen geprobeerd op te bouwen over de gehele wereld, waarbij de mensen samengaan. Ze gaan samen denken over een probleem, ze gaan samen doen aan genezing en dat is al heel veel. Want in dat samengaan zijn er in ieder geval groepjes – kleiner dan die grote gemeenschappen, die wat bewustzijn betreft heel vaak op sterven na dood zijn – waarbij in ieder geval een meer persoonlijk begrip en een meer persoonlijk besef groeit. Maar dat is nog niet voldoende. Het moet een periode gaan worden van grote activiteit, voor u en voor ons. Persoonlijke activiteit. En dan moet u eens goed luisteren. Alles wat hier is gezegd ten voor en ten nadele van uw wereld is natuurlijk mooi, maar het is theorie. Wij moeten op onze manier verdergaan.

Nu moet je je eens dit voorstellen: Dezelfde krachten, die op het ogenblik bij u (die zich dan verlicht noemt) werken, moeten ook gaan werken in een kerk, die u heel bekrompen lijkt. De genezingen, die op het ogenblik tot stand worden gebracht,, haast buitenkerkelijk of door genezingsgroepen en magnetiseurs, die moeten terugkeren ook in de religieuze gemeenschappen. De beperktheid en de bekrompenheid moet a.h.w. doordesemd worden van deze dingen. Dus u hebt niet meer op het ogenblik het grote voorrecht, dat u zegt; “Wij hebben toch eigenlijk de waarheid.” Of: “Wij hebben deze krachten, die vind je nergens anders.” De tegenstellingen gaan allemaal slijten. U hebt voor uzelf ook helemaal niet de verplichting om alleen volgens deze manier te denken, volgens deze richting. U moogt elke manier van denken gebruiken, U moogt dit zelfs volledig verwerpen. Als u maar aan één ding tegemoet komt, want dat is in die nieuwe tijd erg belangrijk: Dat u van u persoonlijk uit en voor uw eigen geweten a.h.w. – en dan bedoel ik natuurlijk in de eerste plaats geweten – omtrent kosmos en God voortdurend juist handelt. En dat is verduveld lastig.

Weet u, die kosmos is niet zo, dat ze zegt: Denk erom, allemaal zwarte kousen, allemaal lange gezichten, bovenmatige zedelijkheid, vegetarisch leven, voortdurend boete doen, geen vermakelijkheden meer en alleen maar muziek van Bach. Dat hebben de mensen ervan gemaakt. De hele schepping met alles wat er in is, is gemaakt om ervan te genieten. Niet om er de slaaf van te worden, maar om ervan te genieten en haar te gebruiken. Wanneer je het prettig vindt om de zon op een blote huid te voelen, waarom zou je het niet doen? Wie heeft het recht je er in te hinderen? Zijn die dingen niet uit God geboren? Als je plezier erin hebt je bezig te houden met een film of met een rijke maaltijd, wie heeft het recht het je te beletten, zolang je er niemand onrecht mee doet. Om die dingen gaat het niet.

Weet u waar het om gaat? Om de fout – en dat heb je zelfs met zwarte kousen en lange gezichten soms heel vaak – dat men voelt iets te moeten doen en zich verontschuldigt: “Ik ben al met iets bezig.” Er zijn mensen, die zeggen; “Nu kunnen daarbuiten die kinderen misschien in het water vallen, maar wij zijn in gesprek met de Here, wij lezen de Bijbel en dat mogen wij niet onderbreken, want het is de dag des Heren, het is de Sabbat.” (Al verdrinken er ook 20. Dat is echt christelijke naastenliefde, he!) En hoeveel mensen zeggen niet: “Ik weet wel, dat die buurman eigenlijk een geestelijke opbeuring nodig heeft, maar ik zit nu te eten, ik heb nu geen tijd.”

Dat is het nu juist: Het gaat er niet om wat je doet of laat op deze wereld. Maar het gaat erom, dat je altijd wanneer je voelt, dat er een beroep wordt gedaan op jezelf, op je gevoel van eenheid met de wereld, op je uitvoeren van wat je voelt als goddelijke wil in staat bent alles te laten staan. Ook al stolt de jus op je bord, ook al is die hele gezellige verjaarfuif ineens naar de maan en ook al kom je veel te laat in de schouwburg. En dat is nu het moeilijke. Want wij hebben ons nu eenmaal alles zo voorgenomen en nu moet het zo maar gaan. Ten koste van anderen?

Ziet u, deze nieuwe tijd met al haar grootsheid daar ben ik het absoluut mee eens, deze tijd begint groot te worden en zij zal steeds groter worden die zou te gronde kunnen gaan aan die ideeën van: “Nu ja, maar dat mag ik toch wel even; op die vijf minuten heb ik toch wel recht voor mijzelf.” Onze enige mogelijkheid om verder te komen en zeker via de weg van uw wereld dat is altijd en overal tijd voor te hebben, hoe moeilijk dat ook is. Overal en altijd geduld voor te hebben, hoe moeilijk het ook valt. Onze eigen mening opzij te zetten, voor zover het gaat om de details, maar nooit te komen tot een verloochening van hetgeen wij voelen als goddelijk, als juist, als eerlijk. Het zijn allemaal kleinigheden. De grootheid van deze wereld wordt niet gebouwd uit wereldoorlogen, maar uit die kleine momenten van zelfverloochening van mensen.

Dan kunnen wij natuurlijk zeggen; Ergens moet er een begin zijn, ergens moet een grens zijn. Kijk eens, het begin hebben wij gemaakt. Wij hebben geprobeerd een begin voor deze mensheid te maken. Wij zijn daar praktisch van 1890 af mee bezig. Voor die tijd was het uw eigen weg en uw eigen inwijding, maar nu heeft de geest die verantwoordelijkheid overgenomen. Wij komen tot de wereld, wij werken in deze wereld, wij dienen de mensen dag en nacht. Wij zeggen ook niet: “Nu hebben wij tijd voor onszelf nodig.” Wij komen en wij werken om u daardoor duidelijk te maken en mogelijk te maken; de persoonlijk juiste houding, de persoonlijke oplossing, die voor ons allen te vinden is.

U zult zeggen: “Dat is weinig voor een inwijdingsgedachte op zo’n morgen. Het is geen zware kost, maar het is een beetje onverteerbaar.” Dat ben ik met u eens, het is voor u wel onverteerbaar. Maar vergeet één ding niet. Als een mens buitengewoon veel en lekker eet en zich buitengewoon te goed doet aan drank, tabak en wat deze wereld nog meer voor moois hoeft gegeven, dan komt er een ogenblik, dat als je tegen hem zegt: “Eet nu eens twee lepels honing”….hij kotst. En toch is honig het zuiverste voedsel.

Ik wil helemaal niet zeggen, dat dit hier voor de aanwezigen het geval is, maar een hele hoop mensen zijn vergiftigd met hun ideeën tenminste ze denken dat het hun ideeën zijn van plicht, van verantwoordelijkheid van dit, van dat, Maar als je goed kijkt, is het eigenlijk iets, waartoe zij zich hebben laten overhalen. En dat is nu precies hetzelfde, wanneer je voor een etalage staat. Dan zijn er soms artikelen bij, waarvan je niet kunt afblijven, die moet je kopen of je blijft er een hele tijd over denken, dat je ze toch zou willen kopen. De gewone kunst van de overreding, van de verleiding, van het spelen – niet met uw geestelijke waarheid maar met stoffelijke begrippen – , die over het algemeen zinloze abstracties zijn. Maar als u dat nu even begrijpt, dan zult u misschien ook begrijpen, dat u zich soms een roes hebt gedronken aan begrippen die absoluut geen waarde hebben.

Burgerrecht bv. Dat is een absoluut zinloos iets. In de eerste plaats, wat onderscheidt een burger van een ander? Is er iets anders dan een burger? In de tweede plaats, wat is nu het recht van een burger? Zeker om de gemeenschap der burgers te dienen. Ik noem nu maar zo’n paar dingen, het zijn zo van die termen. Vaderlandsliefde. Kun je een vaderland liefhebben? Dan moet je eens luisteren. Wanneer je vader nu een Engelsman is en je bent in Nederland geboren, houd je dan meer van Engeland dan van Nederland? Houd je van je omgeving, van je milieu, dan heeft dat niets met je vaderland te maker. Dat heeft niets met een land of natie te maken. Dan houd je niet van Nederland, maar je houdt van mensen, die Nederlands spreken, van je eigen stad, je eigen dorp, je eigen land, landje, landschap. En wanneer je dat nu gaat begrijpen, wordt het misschien iets minder onverteerbaar.

U houdt in feite bv. niet – om nu eens een heel streng voorbeeld te nemen – van zedelijkheid. Maar u bent doodsbang voor de gevolgen, die onzedelijkheid zou hebben, wanneer een ander ermee zou beginnen en u het slachtoffer zoudt kunnen worden. U houdt niet van recht. Want menigeen heeft in zijn hart een hekel aan elke politieagent, die hij ziet en een wantrouwen tegen advocaten, telegrambestellers, rechters, kortom alles wat zo’n beetje met de buitenwereld in  verband staat. Toch zegt men: “Wij vechten voor recht.” Neen, u vecht niet voor rechtvaardigheid, u vecht voor het behoud van iets. En door die leus laat u zich dringen tot een heleboel handelingen, die absoluut irreëel zijn. Daarom is dit misschien zwaar te verteren.

Het klinkt sommigen misschien haast demonisch in de oren, dat die bestaande orde nu helemaal moet veranderen, maar dat is nu juist het leuke: Je behoeft aan die bestaande orde niets te veranderen, als je jezelf maar verandert. Dan zul je ontdekken, dat de plaats en de bewegingsvrijheid binnen die bestaande orde voor jezelf groter wordt, zonder dat je die orde ooit zult schaden, maar eerder door je grotere vrijheid van streven en denken zult dienen. En als je dan nog twijfelt, denk dan maar eens na over die paar voorbeelden, die gegeven werden door de eerste spreker. Of het nu Franciscus van Assisi is, Thomas Edison of Lincoln of misschien waarom niet? Willem de Zwijger, Koningin Emma noem maar een naam ze hebben allemaal hun betekenis gehad, omdat ze revolutionairen waren. Maar niet de revolutionairen in de eerste plaats van de vorm, maar van de geest. De geestelijke vrijheid, die ze zochten, werd door hen niet omgezet in bandeloosheid, maar in een innerlijke beheerstheid, waardoor ze voor de wereld ontzettend grote betekenis konden verwerven.

Daar laten wij het bij. Dan hebt u wel iets om over na te denken, al is het dan misschien niet wat u hoog esoterische lering noemt. Maar geloof mij, er zit genoeg esoterie achter. Want de ware wereld is de innerlijke wereld. De innerlijke wereld is de erkenning van het “ik”. De erkenning van het “ik” is de aanvaarding van God en de gemeenschap, die uit God geboren is. En dat is het Koninkrijk der Hemelen.

o-o-o-o-o

We gaan sluiten met  een onderwerp, dat u zelf kunt stellen. Dus vertelt u het maar.

  • Er is door Jezus gezegd; “Nog een kleine wijle zal ik bij u zijn. Maar ik leef en gij zult leven. En in dat ogenblik zult gij erkennen, dat ik in de Vader ben en gij in mij en ik in u.

Ja, dat vraagt wel een klein commentaar vooraf.

Wanneer wij stellen, dat alle bestaan leven is, leven alle dingen. Maar vanuit een menselijk standpunt – en ook een geestelijk standpunt – is voor leven vooral een bewustzijn nodig. De ingewijde, die zich de goddelijke waarheid heeft gerealiseerd, leeft. Maar degene, die die waarheid niet kent, die zal leven, wanneer hij streeft naar het erkennen van die waarheid. Alle beperking van het werkelijk bewustzijn, dat ons gegeven is, is in feite een onwaarheid, een zeker dood-zijn, een niet-bewust leven en bestaan.

Wanneer Jezus in het door u geciteerde zegt; Nog een kleine wijle zal ik met u zijn, dan bedoelt hij daarmede niet, dat hij weggaat, maar alleen dat het bewustzijn van de anderen weigert zijn aanwezigheid verder nog als concreet te aanvaarden. En als gevolg daarvan moet hij hen wel wijzen op de absolute waarheid, die in hem leeft en hun de hoop geven, dat zij eens die waarheid zullen bereiken, waardoor de eenheid hernieuwd bestaat. En mag ik hier dan misschien ook proberen iets over te zeggen op de wijze, die voor het Schone Woord nu eenmaal zo gebruikelijk is geworden? Dan zou ik dit willen noemen;

EEN KLEINE WIJLE

Leeft u de tijd en hakt de ze in minuten en seconden uiteen, ge zijt alleen in ‘t leven. Ge kent slechts voor een korte wijl de mensen, die evenals flitsen u verschijnen om dan te verdwijnen in een gang van tijd, die somber en duister lijkt ondergang der oneindigheid.

Een korte wijle soms beseffen van vreugde, van eenheid en van kracht. Een korte wijl slechts stille vrede om dat, wat werd volbracht en dan weer onvree met het heden.

Een korte wijl is ‘t niet begrijpen van al wat samen werkelijk is. ‘t Is gemis aan inzicht in een werkelijkheid, die vaak misnoemd “de eeuwigheid” bestaat en niet bestaat gelijk.

Goddelijke gedachte, goddelijk weten, dat in het “ik” wordt waar geheten, betekent de waarheid, de eeuwigheid. Dat is het leven, het andere is dood.

Uit onbewustzijn wordt de nood geboren; uit niet aanvaarden lijden en mislukking. Onderdrukking ontstaat door misverstand. En menigeen misnoemt in het leven zijn moeder, vaderland, als zijnde boven al verheven. Dat is dood.

Het leven….. Groot is de werkelijkheid, waarin alles met elkaar verbonden is door één gedachte, één werkelijke kracht; Gods wezen en waarheid, in denken geopenbaard misschien, Zijn macht uitgedrukt in de krachten, die wij ondergaan.

Aanvaarding van het bestaan, verwerping van de grenzen, niet spreken meer van dieren, van planten, geesten, mensen, maar van één; het leven, dat overal bestaat, waarin God Zijn glorie en Zijn pracht aan alles kennen laat. Dat is leven. Dat is werkelijkheid…

En zijt ge nog door schijn misleid en gaat ge in uw streven eenzijdig verder nog als mens, als geest, zoekt ge nog een waarheid te leren kennen voor u alleen en niet voor allen bestemd, ge zijt in ‘t leven nog geremd, ge lééft nog niet, maar wordt geboren. Want in het zoeken komt het zonnegloren van ‘t bewustzijn. Niets is groot, niets is klein, maar alles één. ‘t Is één gedachte, een volmaaktheid, uitgedrukt in ‘t Scheppend Wezen.

Gelukkig dezen, die dit bereiken. Gelukkig zij, die alle grens verwerpen en eenheid slechts aanvaarden. Voor hen is hemel en aarde één. Voor hen leven alle grote gedachten, alle krachten, alle tijden gelijk. Dat is de eeuwigheid, misnoemd vaak; eeuwig rijk.

En meer wordt nog geboren, wanneer het onderscheid verdwijnt. Wanneer men niet meer spreekt van tijd, van mens, van dier, van eeuwigheid, wanneer men niet erkent de tijd of het bestaan, wanneer men verwerpt alle waan, die is ‘t erkennen van delen van God en aanschouwt slechts ‘t geheel, dan is het werkelijk leven oneindig en één uw deel. Oneindig, omdat niemand Gods Wezen kan peilen. En één, omdat alles in God bestaat. Dat is het punt, waarop men ‘t schepsel zijn verlaat, en wordt met het Scheppend Zijn.

Daarmee heb ik geprobeerd het mij opgegeven denkbeeld de mij opgegeven waarheid mag ik wel zeggen, te interpreteren. Laten we vooral niet denken, dat we nu allemaal dood zijn. Want zelfs in de dood is het leven. En Gods wil is leven. En in die wil zijn wij gebonden. Maar wij moeten tot bewustzijn komen van het leven. Dat kunnen we alleen door ons steeds meer te realiseren, dat de schijnvormen en de schijnbeperkingen van een ogenblikkelijk bestaan nooit werkelijk mogen heten. Dat daarvoor in de plaats moet komen het aanvaarden van de goddelijke harmonie, de goddelijke wetten, die oneindig zijn, die werkelijk leven. Als we dat doen, kunnen we daardoor zo vrij zijn, dat alle dingen mogelijk zijn en dat wij gelijktijdig toch nooit ons verzetten tegen de Eeuwige en Zijn kracht. En dat wordt dan het ontwaken uit een doodsslaap, die we bij vergissing tot nog toe “leven” hebben genoemd.