Echo uit de kosmos

18 januari 1963

Ook vanavond wijs ik u er eerst op, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Het onderwerp, dat ik heden met u behandel, zal misschien sommigen wat duister en onbegrijpelijk voorkomen.

Wij zullen enkele van de invloeden bespreken, die op het ogenblik de aarde beroeren. Daarbij wil ik allereerst aandacht wijden aan: echo uit de kosmos

Misschien denkt u bij het horen van de titel allereerst aan een ruimtesonde of een radiotelescoop. Want de meest mensen beseffen nu eenmaal niet, dat zijzelf, wanneer het er op aan komt, veel gevoeliger zijn dan de fijnste instrumenten in een ruimtesonde. Om een radiotelescoop te bouwen, die gelijke gevoeligheid heeft als de eenvoudige mens, daarbij eveneens de selectiemogelijkheid van een gevoelig mens bezittende, zou men een ruimte nodig hebben, die meer dan het huidige aardoppervlak bedraagt, daarbij reken ik dus de atmosferische storingsmogelijkheden enz. mee. Ook de mens kan signalen uit de kosmos ontvangen, zij het, dat zijn receptiviteit andere frequenties betreft, als door genoemde apparaten worden waargenomen. Net zoals de wetenschap signalen naar de maan kan zenden en dan op aarde de echo daarvan ontvangen, zal de mens door zijn gedachten in de kosmos vaak een echo wekken.

Zoals u zult begrijpen, zijn er voor dit feit vele verschillende verklaringen mogelijk. Ik laat deze echter voor heden buiten beschouwing. Ik wil hedenavond namelijk niet proberen een zuiver redelijk betoog op basis van de menselijke logica op te zetten. Wij hebben immers reeds meerdere malen in lezingen naar voren gebracht, dat in sommige gevallen een zich vasthouden aan redelijkheid en logica in menselijke opzicht een aanmerkelijke beënging van het vermogen tot concipiëren met zich brengt. Ook de mogelijkheid bepaalde stellingen te begrijpen wordt door het redelijke argument eerder verkleind dan vergroot.

Mijn punt van uitgang is een stelling, die elke mens mij met logische middelen kan bestrijden en schijnbaar onaanvaardbaar maken, zonder daardoor de feiten, welke daarin gesteld worden, ook maar een jota minder waar te maken.

Elke gedachte en elke kracht, die in een mens bestaat of ontstaat, wordt door die mens zonder enige beperking uitgestraald naar de kosmos.

Elke harmonische kracht in het Al, zij het zuiver stoffelijk, stofgebonden, of behorende tot een der vele sferen, zal die kracht of gedachte in werking ontvangen en ondergaan.

Daar, waar niet slechts een harmonie tussen zender en ontvanger, maar ook tussen de intenties van deze beiden bestaat, zal een direct antwoord worden gegeven door de ontvangende kracht op de waarde, die in de mens leeft.

Elke mens is daarom niet alleen het product van stoffelijke omstandigheden en daden, maar evenzeer het product van zijn eigen gedachten. In de praktijk zal immers haast elke gedachte die de mens uitstraalt, een antwoord in de kosmos wekken en tot hem weerkeren als een impuls, die eigen inzichten en keuze beïnvloedt, als zodanig inwerkende op de eigen inzichten van de mens en zijn reactie op de mogelijkheid, die de stoffelijke wereld hem in vele opzichten schijnt te bieden.

Over alles, wat ik hier in enkele punten neerleg, heeft u waarschijnlijk reeds vele malen gehoord. Beschouw dit alles dan ook als een punt van uitgang, een aanloopje – niet als de werkelijke les van heden. Ik weet, dat men als mens dient te stellen, dat dit alles onredelijk is en op geen enkele wijze werkelijk te controleren of zelfs maar redelijk en bewust helemaal te constateren. Voor hen, die echter meer weten van de werkingen en eigenschappen van de menselijke geest, zal dit punt van uitgang toch, naar ik meen, ergens wel aanvaardbaar zijn.

Wanneer een mens denkt, is zijn denken niet alleen het product van zijn ogenblikkelijke ervaringen en reacties. Bij elke bewuste reactie blijkt voor de mens het associatieve proces van denken zeer belangrijk. In vele gevallen is de associatie, niet de feitelijke inwerking, bepalend voor zijn wijze van reageren en de wijze waarop hij zich van de toestanden en mogelijkheden redelijk bewust wordt. Zo ik het begrip God met een bepaald symbool associeer, zal elk verschijnsel, waarin het symbool voorkomt, aan God herinneren. Elk zich instellen op het symbool zal zonder meer gelijktijdig een zich instellen op God met zich brengen. Wanneer men een bepaald woord of een bepaalde handeling associeert met vrede, harmonie, eenheid, of met haat en verdeeldheid, zal in het ik – alleen door dit woord, zelfs wanneer men dit zelfs niet uitspreekt, en door de handeling, zelfs wanneer men deze niet onmiddellijk en zelf volbrengt – de daarmede geassocieerde waarde binnen het ik worden gewekt. Wanneer dit gebeurt, zal men denken, en dit denken geschiedt dan als het ware met een bepaalde frequentie.

Bij een poging die verschijnselen en mogelijkheden redelijk te verklaren, zou nu de vraag aan de orde komen, of deze frequentie moet worden gezien als een zuivere trilling, dan wel als een straling. Persoonlijk ben ik van mening, dat trillingen alleen bij lagere en stoffelijke werkingen voorkomen, terwijl alle hogere of meer geestelijken werkingen en reacties berusten op straling. Wij zullen echter ook dit punt vandaag verder laten rusten, na vastgesteld te hebben, dat men hierover van menig kan verschillen. In ieder geval is het zeker, dat het associatieve denken van de mens in zeer grote mate mede bepaalt, welke echo’s de mens wel kan opwekken in de oneindigheid.

Er is hieraan nog meer verbonden. Niet alleen wekt men een echo in de kosmos, maar gelijktijdig wekt men reacties in de eigen wereld. Wij hebben dus te maken met invloeden, die uit de stoffelijke wereld weer het Ik bereiken plus de – redelijk minder gemakkelijk te beschrijven – inwerkingen uit de kosmos. Deze twee waarden kunnen voor het bewustzijn van de mens aan elkander tegengesteld zijn. Wanneer de mens in zichzelf harmonisch is, zal hij de niet bij het ik passende inwerkingen uit eigen wereld eenvoudig van zich afwijzen. Maar de mens, die niet innerlijk harmonisch en evenwichtig is, zal juist de reacties en eerste inwerkingen vanuit zijn eigen wereld van het allergrootste belang achten. Wat de kosmische werkingen betreft, zal dit in de meeste gevallen betekenen, dat geestelijk harmonie ontstaat met een invloed, die diametraal tegengesteld is aan de kosmische kracht, welke op de oorspronkelijke daad of gedachte reageerde.

Misschien is dit alles wat vaag. Ik zal daarom hierop iets verder ingaan en zo mogelijk begrijpelijke voorbeelden geven: Wanneer ik te maken heb met een gedachte, die mij verbindt met de kosmische liefde, zal het mogelijk zijn, dat deze kosmische juiste gedachte in de wereld rond het ik allereerst een haat opwekt. Wie zich op de kosmos baseert, zal nu stellen: deze haat is machteloos in alle punten van werkelijk belang, want in mij is de liefde Gods, de kosmische kracht. De haat zal dan in het ik geen betekenis hebben en het ik niet werkelijk beroeren. De innerlijk onzekere en onevenwichtige mens echter zal de haat erkennen en reageren met een: “dit is niet eerlijk, die haat is onjuist”. “Ik meen het toch zo goed.” Deze beschouwt de haat niet als een blijk van onrijpheid in de wereld, maar als een hem persoonlijk aangedaan onrecht en geeft daarom haat voor haat terug. Het is duidelijk, dat men daarmee ook zijn gedachte-inhoud geheel verandert en zo de relatie met de hogere liefdekrachten verbreekt. In de plaats daarvan ontstaat een relatie met een wereld, waarin haat een overheersende waarde heeft. En dit is dan een lage sfeer.

Zoals ik zie, kunt u allen mijn betoog tot zover goed volgen. Laat ons hopen, dat de koude de denkprocessen niet vertraagt. Want dan kunnen wij vanavond dit onderwerp voldoende juist en duidelijk behandelen.

Het voorgaande betekent, dat u verder als volgt moet denken:  Alles, wat in mij geestelijk waar is, kan voor mij tot een stoffelijke kracht worden. De waarheid, die ik geestelijk in mij erkende, de echo, die mij uit de kosmos bereikt, zal daarom verschijnselen veroorzaken, welke in mijn eigen wereld kenbaar zijn. Zij zullen echter nimmer geheel identiek zijn met de verschijnselen, die ik als gevolg daarvan in mijn eigen wereld meen te ontdekken. Wel kunnen de krachten uit de sferen de aanleiding zijn tot het stoffelijk verschijnsel, of de eigen houding wat betreft stoffelijke verschijnselen helpen bepalen, maar de echo uit de kosmos zal nooit in staat zijn de mens in een vaste stoffelijke verhouding, of een vaste reeks stoffelijke ontwikkelingen te plaatsen, die geheel identiek is met het geestelijke streven van de mens of het wezen van de krachten, die hij door zijn uitgestraalde gedachten heeft bereikt. De kwestie van de geestelijke beïnvloedingen in de stof wordt dus eigenlijk moeilijker te begrijpen en minder redelijk, naarmate men meer gaat letten op de echo’s, die het ik vanuit de kosmos bereiken.

Wij worden allen beïnvloed door bewuste wezens en krachten uit hogere sferen. Daarbij spelen – zoals u zich uit vorige lessen wel zult herinneren – ook bepaalde invloeden uit het eigen verleden een rol. Alle invloeden binnen het ik en vanuit het ik zullen gezamenlijk de persoonlijke houdingen tegenover een wereld bepalen, die niet werkelijk de onze is. De wereld van onze gedachten vormen wij zelf. Wanneer wij in een sfeer leven, zijn wij het uiteindelijk, die daarin door aanvaarden en verwerpen, het geheel, waarbinnen wij bestaan, selecteren. Dit is en blijft steeds waar, ongeacht de redenen, die wij hebben om iets te verwerpen of te aanvaarden. In de geest bepalen wij dan ook werkelijk ons eigen milieu. In de stoffelijke wereld – en bij uitzondering ook in enkele andere gevallen – is dit echter niet het geval. Men heeft in de stof a.h.w. te maken met een wereld, die wordt opgelegd. Niet eigen wezen en eigen denken, maar de buiten het ik bestaande waarden bepalen het aangezicht van deze wereld.

In de stoffelijke wereld is het aantal invloeden, dat de werkelijkheid waarbinnen men leeft, beïnvloedt, wel zeer groot. In de eerste plaats wordt men nolens volens door zijn medemensen beïnvloed. In de tweede plaats wordt het leven op aarde geleid en soms geregeerd door groepsgeesten, die bij ontwikkelingen vaak een bepalende rol spelen. Daarnaast wordt de mens, zij het alleen stoffelijk, geregeerd door de aardgeest, terwijl als regenten, als mede optredende invloeden, het stoffelijk bestaan nog wordt beïnvloed door de geesten van planeten van hetzelfde stelsel en enkele kosmische krachten of heersers. Deze laatste invloeden kunnen aan uw geestelijk wezen weinig veranderen. Zij kunnen u namelijk niet op geestelijk gebied beïnvloeden, tenzij u dit toelaat. Wel kunnen zij uw stoffelijke wereld sterk beïnvloeden. Zij kunnen deze zo richten, dat de vrijheid van denken en handelen, die de mens daarin bezit, zeer beperkt is. Dit houdt in, dat men op de wereld dus niet in staat zal zijn een kosmische invloed zo maar en zonder meer, om te zetten in een materiële – en bovendien in de materiële verwerkelijking dan nog stoffelijk de gestalte van het hogere, dat men erkend heeft, weer kan vinden. Er is vanuit het menselijke standpunt een strijdigheid tussen de invloeden, die de stof beïnvloeden en de kosmische krachten, die in bewustwording en geestelijk leven, mede door de echo’s uit de kosmos, een vaak bepalende rol spelen. Conclusie: de kosmische of geestelijke krachten en de materiële werkelijkheid, zoals die door een mens ervaren wordt, kunnen met elkaar verschillen.

Ik zeg dit niet alleen om u er op te wijzen, dat er als resultaat van kosmische en geestelijke inwerkingen ook nog wel andere mogelijkheden bestaan dan het wonder – dat op zich weer het gevolg is van een wet en het resultaat pleegt te zijn van een stoffelijke plus geestelijke selectie.

Ik breng dit alles onder uw aandacht, omdat de wereld, waarin u leeft, en ook uzelf, met dergelijke verschijnselen en strijdigheden zeer veel te maken heeft, ook al valt dit niet alle mensen in gelijke mate op. Wat wel opvalt is dit: Wanneer ik op een bepaald ogenblik harmonisch handel met een invloed, die mijn wereld beroert als geheel, zal een bevestiging, van hetgeen er in mij leeft en mij innerlijk beroert, wel in de materie kenbaar worden. Dit geschiedt niet volledig, maar is sterk genoeg om te kunnen zeggen: Hier heb ik het beeld van het gebeuren dat in mij ontstond en nu buiten mij tot leven komt. Daarvoor hoeft men zich zelf niet eens moeite te geven: wanneer u harmonisch bent met de krachten van Aquarius, die in deze tijden optreedt als heerser, zullen in u bepaalde gevoelens ontstaan. Dezen omvatten o.m. een algemene erkenning van de wereld zonder grote vooroordelen, een algemene liefde voor alle krachten, gepaard gaande met een diepe genegenheid voor mensen, of groepen van mensen, maar niet in het bijzonder voor enkelingen. Misschien meent u, dat een dergelijke inwerking alleen een persoonlijk leidsnoer is. Dit is echter niet juist, want Aquarius werkt in geheel de wereld. In geheel de wereld, in alle levende en dode waarden der wereld, treedt dus een soortgelijke inwerking op.

Indien u nu harmonisch kunt zijn met deze regerende invloed, zo zult u, krachtens de innerlijke band met andere sferen, de echo uit de oneindigheid, tot een mens kunnen worden die juist in dergelijke omwentelingen aan anderen de noodzakelijke leiding kan geven. Dit leiderschap zal zich hoofdzakelijk binnen kleinere groepen openbaren. Slechts enkelen zullen voldoende harmonie en geestelijke krachten kunnen verwerven, om met alle waarden te kunnen werken.

Onder de invloed van Aquarius hebben de mensen echter de neiging zich in kleinere en grotere groepjes – in los verband – te verenigen. Wanneer men de mogelijkheid heeft, hen te helpen en leiding te geven, zo zal men ontdekken, dat haast automatisch degenen die hulp, raad, of leiding nodig hebben, zich wenden tot een mens, die met Aquarius harmonisch is. Zij doen dit alles ook, wanneer zij persoonlijk met de heersende krachten niet harmonisch blijken te zijn. Leiding kunnen geven betekent dus niet, dat u iemand gaat zoeken om die te leiden, maar dat degenen die behoefte hebben daaraan, tot u zullen worden aangetrokken, indien zij met u harmonisch kunnen zijn en zo uw leiding en hulp zullen opeisen. In zoverre zult u dus een bevestiging kunnen vinden van uw juiste instelling en harmonie. Verwacht nu echter niet, dat anderen dit ook zullen erkennen. Zij zullen u niet ontvangen met een: “Deze mens is harmonisch met de Aquariuskracht. Heil onze Verlosser!” Zij komen tot u. Dat is waar. Zij vragen uw hulp en raad, stapelen al hun zorgen op uw rug en, wanneer u uiteindelijk al het mogelijke gedaan hebt, vragen zij minachtend: “Had die sufferd dat niet beter kunnen doen?” Zo is de mens, zo is de wereld.

Er is uiteindelijk niet alleen maar de inwerking van Aquarius. Er zijn nog vele andere invloeden. De echo uit de kosmos en de kosmische krachten zijn dan ook voor u op aarde zeker niet in hoofdzaak of zelfs alleen maar belangrijk door de fenomenen, die er door ontstaan. Het is prettig, wanneer wij innerlijke werkingen en geestelijke krachten onmiddellijk gemanifesteerd zien, maar dit blijft toch bijzaak: de werkelijke waarden zullen wij op een andere wijze moeten beleven. Wanneer ik vanuit mijzelf een gedachte de ruimte inzend, vindt deze een antwoord. Ook al zeg ik alleen maar “God”. Dat kan heel gewoon gaan. Hoe vaak zegt men niet: “Ach God….” of “Mijn God!” Wij zeggen het op honderd verschillende wijzen en ieder van ons heeft een eigen beeld van de kracht die achter dit woord schuilgaat. Voor mij bv. betekent dit woord een helder, haast briljanten Licht, schijnbaar geheel doorzichtig en toch zo verblindend krachtig, dat je er niet doorheen kunt kijken. Wanneer ik nu “God” zeg, stel ik mijzelf als het ware onbewust in op deze kracht en krijg daarom uit de kosmos een antwoord, een echo van mijn eigen denken, verrijkt met de kwaliteiten van dit Licht. Op gelijke wijze zal een ieder een antwoord kunnen verkrijgen. Want het woord God betreft een begrip, dat in het innerlijk van de mens leeft, hoe klein en beperkt het beeld overigens ook moge zijn. De kern van het begrip God is voor haast een ieder de Scheppende Kracht. En die leeft werkelijk. Deze bestaat overal in geheel de kosmos.

Naargelang mijn persoon, elke instelling of betekenis, die ik aan het begrip God innerlijk hecht, zal dus een antwoord komen. Dit antwoord betekent voor mij echter ook een contact, waaruit ik kracht kan putten. Zo kan het eenvoudige woord God dus verder betekenen, dat ik krachten ontvang en als gevolg daarvan bv. beter ga spreken of de beelden vindt, waardoor ik u de achtergronden van de huidige periode gemakkelijker en duidelijker kenbaar kan maken. Hoe u echter op dit alles zult reageren, zal ik daarmee niet kunnen bepalen. Want door harmonie en het uitzenden van gedachten kan ik alleen de inwerkingen binnen mijzelf bepalen. De door mij gestelde harmonie betekent dus een werking in mijn eigen wezen en de mogelijkheid vanuit dit wezen in te werken op de wereld, zonder echter te kunnen bepalen, welke deze invloed wel zal zijn en welke gevolgen zij met zich brengt.

Misschien dat u allen nu onmiddellijk besloten hebt, om “mooie” werkingen in uzelf te gaan veroorzaken. Maar dat is niet zo eenvoudig als het schijnt. Om dit met enige vrucht te kunnen doen, zal men ook zichzelf enigszins moeten kennen. Wanneer je jezelf niet kent, weet je ook niet, wat een bepaald woord of begrip voor je betekent. Dan meen je te roepen tot de algemeen gangbare voorstelling van God, terwijl je in wezen roept tot een soort duivel, die alle mensen, die het niet met je eens zijn, zal moeten vernietigen. Zelfs indien men dit beseft, zal men nog fouten kunnen maken. Men vergeet maar al te vaak, dat de vernietigende en wrekende werkingen, die men op anderen gericht wil zien, in de eerste plaats het eigen wezen zullen beroeren en dus ook door het eigen Ik verwerkt zullen moeten worden. Wij mogen dus niet aannemen, dat, wanneer geheel de wereld met ons gezamenlijk “God” zegt, hetzelfde bij een ieder zal ontstaan. Iedereen reageert op eigen wijze. Men kan dus alleen voor zich de juiste werking erkennen.

Maar de meer bewuste denker zal erkennen: er weerklinkt nu in mij een echo uit de kosmos, die mij duidelijk maakt, dat wat ik innerlijk beleef en denk, goed is. Ook zegt mij deze echo echter, dat de wereld op deze wijze zekere eisen aan mij mag gaan stellen. Want de wereld reageert op alles, wat in het Ik leeft, ook dus op de kracht, de waarde, die ik echo heb genoemd. Men kan alleen op verantwoorde wijze leven en handelen, wanneer men aan de eisen, die de wereld als gevolg hiervan stelt, zover mogelijk tegemoet komt. Wanneer u de wereld in deze dagen nader beschouwt, zult u ontdekken, dat dergelijke echo’s een grote rol spelen in alle aardse verhoudingen, zowel op politiek en sociaal, economisch en ander gebied, als in de eenvoudige verhoudingen tussen mens en mens.

Daarbij zal veel in het geding worden gebracht, dat tot op heden aanvaardbaar leek, maar nu opeens bezwaren en herzieningen noodzakelijk schijnt te maken. Wat gebeurt er immers? De spanningen, waaronder de mensheid leeft, plus haar neiging om steeds eenzijdiger te gaan denken, evenals de groeiende noodzaak zich van bepaalde waarden en dingen een meer concrete voorstelling te maken, brengen de mensen ertoe, hun krachten in de kosmos uit te zenden. Zij zullen een antwoord hierop ontvangen en zo er toe komen, eigen inzichten en werkingen steeds sterker op aarde tot uiting te brengen. Harmonieën kunnen hierbij op de meest onverwachte punten ontstaan, want het is helemaal niet noodzakelijk, dat alle mensen nu ook denken in dezelfde geijkte termen. Een communist die stelt, dat hij zichzelf geheel wil offeren voor de wereldvrede, of het geluk van komende geslachten, daarbij voor zich misschien zeggen: “Wanneer door mijn offer maar één mens op aarde beter en gelukkiger kan leven, is het mij reeds genoeg”, heeft contact met de Christusgeest. Wanneer iemand die heel vroom is en zeer godsdienstig, daarentegen bidt: “Heer, verdelg onze vijanden”, zo meent deze misschien, dat hij spreekt tot de Christus, maar zal hij in wezen eerder in contact staan met Behemoth of Beëlzebub. Nu zullen de meeste mensen in deze tijd op hun eigen wijze bidden en gedachten uitzenden. Want zij moeten beslissen welke weg zij zullen gaan, die van zelfzucht, of die van streven voor allen. Meer stoffelijk gaat hiermede een keuze gepaard, waarin men zal moeten beslissen, of men op aarde op een bepaalde wijze, of volgens een bepaald systeem zal gaan streven, dan wel eenvoudig niets doen en met alle winden meewaaien, wanneer zij dadelijk opsteken.

Juist omdat al deze werkingen van een zo groot belang zijn geworden, zullen de onderlinge verhoudingen tussen de mensen niet meer bepaald worden door hun eigen wezen alleen. Een mens die alleen aan zichzelf denkt, kan bv. een zeer charmante en prettige persoonlijkheid hebben. Maar wanneer u naar het Al grijpt en die mens alleen naar zichzelf streeft, zult u elkander toch afstoten. Uw gedachten beroeren elkaar niet meer. Omdat deze gedachten op geheel verschillende bases werken, ontstaan er misverstanden.

Deze misverstanden voeren tot een verwijdering, zelfs indien men vroeger stoffelijk zeer sterk met elkaar verbonden was. Omgekeerd kan het gebeuren dat mensen, die vroeger geheel buiten uw leven stonden, ja, waarmede u toch werkelijk niet te maken wilde hebben, opeens een grote rol in uw leven gaan spelen. Mensen, die eerst teveel met u schenen te verschillen in verstand, denkwijze, status, blijken opeens contact met u te hebben en banden met u aan te knopen op allerlei gebied. Het is duidelijk, dat dit niets te maken heeft met nationaliteit, fatsoen en andere door de mensen getrokken grenzen. Dit zal hierop ook geen invloed uitoefenen.

Stel dat er in Oost-Duitsland een mens staat, die meent met alle middelen zijn land en het communisme te moeten verdedigen. In West-Duitsland leeft nu een mens die meent, dat hij de welvaart, vrijheid en voordelen van zijn land eveneens met alle hardnekkigheid moet verdedigen. Beiden willen hun belangen met alle hardheid, desnoods met geweld verdedigen. Deze beide mensen zijn verwant. Zij zijn met elkaar harmonisch en trekken elkaar aan. Onbewust zullen zij in alle hardheid elkaar gaan ontmoeten en daarbij een conflict tot stand brengen, mogelijk daarbij zichzelf opofferend waardoor ook anderen met deze strijd geconfronteerd worden. Zij werken dus krachten uit, die reeds in hen leven, trekken onbewust elkaar aan en zullen tegenover elkaar komen te staan, maar zullen juist daardoor ook de wereld confronteren met hetgeen in hen leeft. Hetzelfde zal natuurlijk gelden, wanneer bv. een Rus alles over heeft voor de wereldvrede en ergens anders eveneens iemand is, die boven alles vrede wenst. Ook dan zal er een ogenblik komen, waarin die beiden elkaar zullen beïnvloeden en misschien ook ontmoeten. Het gevolg van dergelijke dingen zal vaak onverwacht zijn. Men zal misschien ineens Oost-Duitsers, West-Duitsers zien helpen, Russen en Amerikanen samen zien werken tegen alle gebruiken in, zelfs tegen alle directieven van hogerhand in. Want men kan dergelijke harmonische contacten en hun uitwerkingen niet teniet doen door voorschriften of streng gehandhaafde grenzen. Zij zijn er.

Nu zou het natuurlijk voor velen aangenaam zijn te horen, dat dit zich alles hoofdzakelijk op geestelijk terrein af zou spelen. Maar dit is maar gedeeltelijk waar. Natuurlijk, wanneer Iwan Iwanov Iwanowitsch in Leningrad woont en John Jonathan Jones in Pittsburgh of Philadelphia zullen zij, ondanks alle harmonie, elkaar waarschijnlijk niet ontmoeten. Dan wordt hun uitwerking hoofdzakelijk op geestelijk terrein kenbaar. Maar wanneer Iwan bv. naar Polen zou gaan en John is in Zweden, dan zouden zij elkaar waarschijnlijk wel ontmoeten. Hun levens worden dan dus ook stoffelijk samengeweven. De stoffelijke mogelijkheden zijn echter van zeer grote invloed op de vraag, of iets nu alleen op geestelijk terrein, op geestelijk én materieel of zelfs alleen op stoffelijk gebied van belang zal zijn. De uitwerking in de stof, niet alleen de geestelijke werking, zal van het hoogste belang zijn.

De resultaten van dergelijke harmonische werkingen kunnen dus altijd zowel positief als negatief in uitwerking zijn. Dat ligt aan de mens. Nu is deze mens, hoezeer hij dan ook gebonden is aan zijn omgeving, zijn vroegere incarnaties enz., uiteindelijk toch wel in staat om uit alles wat er in hem leeft, steeds weer het meest positieve te kiezen, wanneer hij zich maar het belang daarvan bewust is. De mens dient uit te gaan van de meest positieve gevoelens en gedachten, die hij bezit. Dit hoeven dus geen redelijke of zelfs wetenschappelijk verantwoorde gedachten te zijn.

Ik zal u een voorbeeld geven van een positieve gedachte: Denk desnoods, dat u morgen de vogels zult gaan voederen, omdat deze dieren honger hebben. Dit is namelijk een positieve gedachte, die misschien wel niet op verdere redelijke argumenten gebaseerd is en eerder uit de gevoelens van de mens stamt, maar toch blijk geeft van een zeker respect voor het leven van de vogels, voor het leven als geheel. Door een dergelijke gedachte kan reeds een band tussen de mens en de bron van alle leven ontstaan. Wanneer meerdere mensen een gelijksoortige gedachte kennen en deze zelfs in de praktijk om gaan zetten, zal dit niet alleen voor de vogels, maar ook voor de mensheid bepaalde resultaten met zich mee brengen.

Ik kan natuurlijk nog veel meer over dit alles zeggen, want u hebt waarschijnlijk wel beseft, dat aan deze eenvoudige feiten nog heel wat meer vast zit. Ik wil echter dit eerste deel van mijn betoog liever afsluiten en doe dit met de volgende verklaring: “Elke echo, die wij wekken in de kosmos, zal in ons tot een kracht worden die ons niet slechts brengt tot de stoffelijke verwerkelijking van het geestelijk als juist erkende, maar ook banden vlechten tussen ons en de met ons harmonische elementen op aarde, onverschillig of deze verbindingen stoffelijk aanvaardbaar en waarschijnlijk zijn of niet, onverschillig of deze banden reeds in een verleden hebben bestaan, dan wel niet.”

  • Hoeft men zich hiervan niet bewust te zijn?

Neen. Dit is een automatisch proces, even natuurlijk als ademhalen. Deze wet geldt ongeacht het bewustzijn van de personen. Zij gold evenzeer voor uw verre voorvaderen, toen dezen nog niet wisten, of hun nageslacht nu tot mensen of tot apen zou worden. De werking heeft dus altijd bestaan. Wel zijn er bepaalde perioden waarin, door het bewustzijn van de mens, bepaalde echo’s vanuit de kosmos meer algemeen op zullen treden, omdat zij beter passen bij en gemakkelijker harmonische werking tonen op het menselijke bewustzijn. Dankzij dit verschijnsel kan de overheersende geestelijke inwerking bepaald worden, zonder dat een erkennen van de persoonlijke mogelijkheden van alle individuen noodzakelijk is, zodat een soort prognose omtrent de overheersende ontwikkelingen op geestelijk terrein te geven is.

Ook de waarden, die tot harmonie voeren, zullen steeds weer verschillen: bij uw verre voorvaderen zal de harmonie vooral ontstaan zijn door gezamenlijk gekende honger, angst enz., invloeden, waarvan zij zich dus wel degelijk bewust waren. Bij u kan het berusten op gevoelens van saamhorigheid, medelijden, geestelijk inzicht e.d., of gezamenlijke angst voor bv. een wereldoorlog.

Dus: men hoeft zich niet bewust te zijn van de kracht of de gedachte, die men uitzendt om resultaat te boeken. Maar wel zal iemand die zich bewust is van de krachten, die hij uitzendt, ook de kracht van de echo, die hem uit de kosmos zal bereiken, vooraf kent, en van de daarin vervatte krachten dus gebruik kan maken op meer bewuste wijze. Dit laatste bestond bij de verre voorvaderen niet, maar is nu dus wel degelijk mogelijk.

Nu kom ik aan het tweede punt:  Op het ogenblik dat een mens een echo wekt in de kosmos, die geboren werd uit angst, achterdocht, voorzichtigheid, haat enz. – dus uit de inwerkingen en reacties in het menselijke leven, die wij als minder positief kunnen beschouwen – zal deze reactie een beperking van uitingsmogelijkheden betekenen voor de kracht, die in de opgewekte echo schuilt. Wanneer u achterdochtig bent t.a.v. de bedoelingen van anderen, zult u stoffelijk misschien groot gelijk hebben. Indien u echter op dit wantrouwen uw leven en denken baseert, of als zelfs maar een enkele gedachte geheel van dit wantrouwen doortrokken is, maakt u zich door deze gedachte of instelling het onmogelijk op dit terrein iets te bereiken. U vindt misschien wel reacties in de sferen – meestal niet de meest Lichtende – maar zult u geen contact, geen reactie of harmonie hiermede kunnen vinden onder de mensen. Alleen wanneer gemeenschappelijk ervaren feiten een bewijs vormen voor de juistheid van het wantrouwen, dus een basis in uw eigen werkelijkheid daarvoor bestaat, is soms een uitzondering mogelijk op het volgende.

In de meeste gevallen zal men echter vereenzamen, menen dat men geen contact meer heeft met zijn medemensen, dat men niet gewaardeerd wordt enz. Wanneer men voortdurend; ofschoon niet zonder grond, wantrouwend is, achterdochtig enz., zal men dan ook weinig of geen zelfvertrouwen meer bezitten. Dit gebrek aan zelfvertrouwen schept in het ik een onvermogen, waardoor men de gunstige facetten van het leven, en vaak ook van eigen persoonlijkheid, niet meer kan zien. Nogmaals, de instelling op zich hoeft niet zonder meer onjuist te zijn. Zij wekt echter haast altijd een echo bij anderen, en trekt dus ook onder de mensen en in de geest alles tot zich, wat soortgelijke bezwaren kent of een ongeveer gelijke instelling heeft.

Ik geef een voorbeeld:  U bent pessimistisch over het weer, menende, dat vandaag of morgen de voedselvoorziening enz. daaronder zal lijden. Dit is niet zonder redenen. Toch zult u ontdekken dat u van anderen, bv. de kolenboer, weinig of niets gedaan krijgt, men zal weigeren u te helpen.

Een andere mens is optimistisch. Zonder de bezwaren te ontkennen, meent hij, dat het nog wel zal gaan. Wanneer deze een kolenboer opbelt, zal hij misschien ook een weigering krijgen of geen gehoor, maar hij gaat door en vindt uiteindelijk iemand die hem helpen kan en ook wil helpen.

De pessimist lokt reeds onmiddellijk terughoudendheid uit bij anderen en zal zich door een enkele weigering vaak reeds laten afschrikken onder het motto: zo is het natuurlijk overal; de optimist echter doet ook anderen aan het goede geloven en zal dus gemakkelijker leven. Geestelijk wekt hij eveneens positieve reacties op, zodat ook meer krachten vanuit de geest beschikbaar zullen zijn.

Nu ligt dit voorbeeld wel op het laagste niveau: de stoffelijke zorgen. Wij zullen daarom het gehele beeld eens transponeren naar een hogere waarde. U gelooft alleen maar in het kwade. Wel neemt u aan, dat er een God is, die ook u kan genezen, maar pessimistisch voegt u er aan toe: “het zal toch wel weer verkeerd gaan”. Ook wanneer het het genezen van anderen betreft, reageert u zo. Wanneer u nu voor een enkel ogenblik sterker gelooft in de mogelijkheid iemand te genezen, zal het u mogelijk zijn, gedurende deze tijd, werkelijk een ander te helpen, voor u zelf kunt u alleen een tijdelijke verbetering bereiken. Bent u echter pessimistisch, dan zult u in een zieke alle aspecten die onaangenaam of nadelig zijn, als vanzelf op de voorgrond brengen. Misschien kunt u dan – gezien hulp bv. uit de geest – de ander toch nog wel helpen, maar in dat geval zullen de onaangename symptomen toch eerst sterker worden, voor er van genezing sprake is.

Wij gaan nog een trap verder. U wenst wereldvrede tot stand te brengen, maar gelooft gelijktijdig, dat dit eigenlijk nooit werkelijk mogelijk zal zijn. Wat gebeurt er nu? U straalt gedachten van vrede uit, maar associeert innerlijk deze gedachten met wantrouwen. Wat zal er ontstaan? Zeer waarschijnlijk zal er een echo uit de kosmos optreden, die in feite schijnt te zeggen: vrede moet gewantrouwd worden. In dat geval wordt de werkelijke wereldvrede, ja, zelfs de vrede in uw omgeving meer onmogelijk, naarmate u meer naar die wereldvrede streeft. Want uw omgeving en de wereld als geheel zal via uw wezen de gewekte echo eveneens aanvoelen en ondergaan. Wanneer een mens de houding aanneemt van: “er zal wel een wereldleraar zijn, er zullen wel kosmische krachten zijn, maar daar zullen wij toch niets van merken…”, dan maakt hij het zichzelf onmogelijk te putten uit deze krachten, de inwerkingen van deze krachten op juiste wijze te ondergaan enz.

Kort gezegd: de mens, die denkt en daarbij negatieve aspecten in zijn denken toelaat, zal zich er op den duur aan gewennen het negatieve steeds sterker te beleven, het uitdragen in de wereld en zo rond zich ook materieel alle negatieve invloeden en werkingen versterken. Zijn invloed wordt versterkt door de echo, die hij met zijn denken wekt in wereld en sferen.

De mens echter die positief leeft en streeft, steeds weer gelovende aan het goede, zal als echo daarop een verbinding tot stand brengen met positieve geestelijke krachten. Hij zal dan niet alleen de inwerkingen van deze geestelijke kracht ondergaan en in de wereld uitdragen, maar bovendien alles in de wereld tot zich trekken, dat aan deze krachten en de positieve wijze van denken beantwoorden kan. Hierdoor schept zo iemand rond zich een wereld, waarin het positieve niet alleen maar een prettige levenshouding of een geestelijk beleven wordt, maar een in de wereld rond hem kennelijk bestaande en geheel zijn beleven beïnvloedende realiteit wordt.

Dit brengt mij tot een derde punt in dit verband. Hieruit zal blijken, dat de echo uit de kosmos een grotere rol in het leven van de mens kan spelen, dan reeds uit het voorgaande bleek.

Ik begin met een voorbeeld:  Wanneer u geboeid naar mijn woorden luistert, zijn uw tenen voor uw gevoel lang niet zo koud als in het geval, dat u niet of slechts oppervlakkig naar mijn woorden luistert. Dit bewijst wel, dat hetgeen voor uw bewustzijn het belangrijkste is, in geheel uw wezen bepalend kan zijn voor uw ervaringen en andere invloeden tijdelijk verdrijven kan. Nu hebben wij gesteld, dat wij een bron van gedachten zijn, waarop een echo uit de kosmos antwoord geeft. Maar ook het tegendeel kan waar zijn. De kosmos – of de krachten daarin – zoekt evenzeer – en meer bewust dan de meeste mensen – naar een echo in de stof, in de mensheid.

Dit geschiedt zeer bewust, zoals alleen de meest bewuste mensen naar een bepaalde echo, een bepaald antwoord uit de kosmos kunnen kiezen. Wanneer wij dus de moed hebben ook aandacht te besteden aan de invloeden, die ons vanuit de kosmos bereiken en niet slechts krampachtig zoeken naar een antwoord op ons eigen wezen, denken en streven, zal voor ons kenbaar worden dat de krachten uit de kosmos van ons een echo, een antwoord, verwachten. Dit antwoord kunnen wij natuurlijk nooit geven, wanneer wij bang, bekrompen van denken, achterdochtig zijn. Zeker zullen wij geen antwoord kunnen geven, wanneer wij bang zijn voor deze inwerkingen op onze eigen persoonlijkheid. Is dit echter niet het geval, dan kan men dus ook uit de materie antwoord geven op de roepstem van de geest. De echowerking is dus wederkerig. Waar dit zo is, kan de mens zeer veel doen voor de geest, zoals de geest zeer veel kan doen en ook doet voor de mens. Er is een voortdurende wisselwerking tussen stof en geest. Op het ogenblik echter, dat de mens enkel maar wil putten uit de geest, zal er een ogenblik komen, dat de mens alleen maar zelfzuchtig steeds de zelfde echo’s wil opwekken en zo zichzelf insluit in een steeds nauwere begripswereld, met steeds meer eenzijdigheid.

In feite is het zo, dat men normalerwijze steeds een groter deel van het kosmische bestaan beleeft, wanneer men een echo wekt in het Al. De mens, die alleen maar uit de geest wil putten, zonder daarvoor iets terug te geven, breekt echter de kosmische samenhang, waaruit de echo normalerwijze de mens bereikt. In plaats van een horizon, die steeds wijder wordt, te beleven, stapelt zo iemand ring op ring van dezelfde draagwijdte en inhoud op. Op den duur kan hij van de kosmische werkelijkheid alleen de delen zien, die binnen deze nauwe cirkels nog te erkennen zijn. Hij is dan als iemand, die zich in een diepe put bevindt. Daardoor zal het gehele besef van wereld en mogelijkheden een verwrongen karakter krijgen. Wanneer er 10.000 engelen aan de hemel zijn en slechts een duivel, zal deze mens misschien alleen de duivel zien en zo menen, dat er geen mogelijkheid tot positief bereiken meer blijft. Door dergelijke verkeerde verhoudingen ontstaat dus een onevenwichtigheid, die de mens zelf beperkt en ongelukkig maakt, terwijl alles, wat hij uit het Al meent te kunnen putten, door dezelfde onevenwichtigheid besmet wordt en zo eerder gevaarlijk dan nuttig is voor hem en de wereld waarin hij leeft.

Wij dienen dus niet te volstaan met de vraag: “Is er ergens in de kosmos een echo van onze gedachten en bestrevingen, die ons bereikt?”, maar ook: “Zijn er krachten in de kosmos, waarop wij een antwoord kunnen geven?”

En hierin verschilt de huidige toestand sterk van het verleden. Nu is de belangrijkste vraag niet meer, of de geest antwoord zal geven op de gedachten enz. van de mens, maar bovenal, of de mens in staat en bereid zal zijn, daadwerkelijk antwoord te geven op de inwerkingen, die de aarde op het ogenblik vanuit vele lichtende sferen bereiken, zo tot een echo wordende op de hoge krachten en werken, die de aarde trachten op te heffen tot een volgende fase van bestaan.

Wanneer boven alle sferen nu de Christusgeest werkzaam is ten behoeve van de wereld en tot u roept: “Hebt uw naasten lief”, zo kan het antwoord natuurlijk wel, zoals zo vaak, luiden: “Ik wil mijn naasten wel liefhebben, wanneer zij aan de volgende voorwaarden voldoen…”. Maar dan is er geen werkelijke echo, geen werkelijk antwoord, en dat betekent, dat er geen werkelijke inwerking van de Christusgeest zal zijn op de wereld. Dan heeft men geen werkelijk antwoord gegeven. Men heeft de hoge krachten, die uit de hoogste wereld tot de aarde werd gezonden, als het ware verloochend, teruggezonden. Wanneer de Christusgeest tot de wereld roept: “Hebt uw naasten lief”, en u ontvangt deze boodschap in uzelf, dan zult u, om waarlijk een echo op de krachten uit de kosmos te zijn, de naasten lief moeten hebben zonder voorwaarden en beperkingen. Geen enkel voorbehoud mag dan worden gemaakt, geen enkele voorwaarde mag men stellen. Het juiste antwoord is: “Ik heb u verstaan. Ik zal mijn naasten lief hebben naar mijn beste vermogen. Beweeg mijn wezen volgens Uw wil.” In dit geval versterkt ons wezen de Goddelijke Liefdekracht, die zich op de stoffelijke wereld wil uitstorten, zo wordt dan uit het menselijke – waarvan ook u deel zijt – het kosmische geboren. Dan herschept de mens als het ware, door zijn werken en streven, het Goddelijke Licht, de Christus, in mens en wereld, tot waarlijk kan worden gesteld, dat de Christus in de stof is weergekeerd.

De meeste mensen vergeten dit. Wanneer wij beroerd worden door een kracht, die ergens iets goeds te brengen heeft – noem haar zoals u wilt – en wij antwoorden alleen onder condities, of met voorbehoud, of erger nog, wij willen afwachten en antwoorden zo in de geest van: “Stuur eerst maar eerst duidelijke instructies, dan zal ik wel eens zien, wat ik kan doen”, dan falen wij tegenover de hogere kracht, tegenover de wereld en tegenover onszelf.

Het is daarom noodzakelijk, dat wij, bewusten, zo sterk mogelijke echo in de kosmos weten te wekken. Maar ook moeten wij trachten te erkennen, welke eisen de kosmos ons stelt, op welke wijze de kosmos een beroep op ons doet. Wij moeten deze inspiratie en de kracht, die ons zo wordt geboden, dan aanvaarden, zonder bij deze aanvaarding ook maar enige voorwaarde te stellen. Wij zouden a.h.w. moeten zeggen: “Hogere kracht, hier is het antwoord op uw roepen. Hier zijn wij, wezens in de materie, geheel bereid om ook te volbrengen, wat in u leeft”. Want als je dergelijke gedachten terugstuurt, is uit de echo, die zovelen onbewust tot stand brachten of moesten ondergaan, een bewuste verbinding geworden.

Misschien meent u, dat hiermee alles gezegd is. Maar mijn onderwerp eist nog enkele beschouwingen. Ik heb dit alles voor u opgebouwd om u te doen inzien, hoe belangrijk alle mensen kunnen zijn in deze dagen. Daarnaast trachtte ik te impliceren, dat het niet alleen een kwestie van hoog bewustzijn of weten is, maar dat vooral onze goedwillendheid is, die de trillingen van de gedachten die wij uitzenden en de juiste instelling tegenover de harmonische invloeden die ons beroeren, die onze mogelijkheden zullen bepalen. Ik legde daarbij de nadruk op de noodzaak dergelijke inwerkingen van hogere krachten zonder verdere condities of beperkingen te aanvaarden, omdat alleen op deze wijze een juiste uiting van de hoogste krachten voor de mens mogelijk zal zijn.

Bezie nu het wereldgebeuren, aandacht gevende aan de werkingen en figuren, die op het ogenblik in het brandpunt van de belangstelling staan. Ofschoon de doorsnee mens geneigd zal zijn in de hoofdpersonen vooral het negatieve te zien, zullen wij toch in de grote politieke figuren, zowel als in de leiders van kerken en sekten, tot de meest eigenaardige geestdrijvers toe, iets positiefs kunnen erkennen. Dan kunnen wij ook trachten alle positieve erkenningen op dit gebied te maken tot een gedachte-uitstraling, die de kosmos bereikt. De kosmos zal hierop dan een antwoord, een echo, geven. Dit antwoord zal in ons eigen wezen ontstaan. Dit is wel zeker. Maar gelijktijdig zal het voor ons – op geestelijk niveau en op gebied van gedachten – een harmonie betekenen met degenen, die belangrijk zijn in de wereld en daarin misschien zoveel kwaad zouden kunnen doen, maar op deze wijze in de richting van een meer positief streven en handelen getrokken zullen worden.

Nu is het natuurlijk voor de meeste mensen wel prettig, dit alles heel vaag te mogen en kunnen doen. Het lijkt zo eenvoudig, wanneer een ieder dit op eigen wijze en zonder meer zou kunnen volbrengen. Maar wanneer wij daarvan uitgaan, struikelen wij. Een mens is nu eenmaal maar een mens. Een mens heeft meestal een houvast nodig. Een houvast kan men – zoals u wel weet – vinden in symbolen of een ritueel. Daarom zou ik u het volgende willen voorleggen: Wanneer men gelooft, dat op deze wijze het goede bevorderd kan worden, is het noodzakelijk voor zijn werkzaamheden een “gebied” te kiezen, waarvan men meent, dat het zo volledig strookt met eigen overtuiging en zo volledig in het ik instemming vindt, dat men zich in staat gevoelt dit met geheel zijn wezen uit te zenden, om, wanneer men antwoord krijgt, dit antwoord, dan ook met geheel zijn wezen en zonder voorbehoud te aanvaarden.

Om dit alles eenvoudiger te maken, zal men er goed aan doen om voor dit bestreven – nadat men het voor zich geheel heeft gedefinieerd – een symbool te gebruiken. Weest nu niet bang. Ik roep u niet op om als een primitieve regenmaker voor uw bedden rond te dansen, om zo de juiste geesten op te roepen. Maar er zijn andere mogelijkheden. Wanneer wij streven naar een werkelijke kosmische eenheid, naar een deelhebben aan een werkelijke kosmische harmonie, is het redelijk zich aan de in het bewustzijn van de mensheid daarmede verbonden tekens te refereren.

Voor kosmische liefde en kosmische werkingen zal dit het kruis of het ankh-kruis zijn. In het ankh-kruis zijn immers de oneindigheid, het bewustzijn van wereld en goddelijke waarde en het wortelen in de materie voorgesteld. Verder bevat het bepaalde tegenstelling in harmonische verhouding, zoals het mannelijke en het vrouwelijke, de tijd en de oneindigheid. Omdat al deze waarden in het symbool met elkaar vereend zijn, kunnen wij het rustig gebruiken als een beeld van de perfecte harmonie. Door deze betekenissen steeds weer te overwegen, zullen wij op den duur perfecte harmonie innerlijk al beseffen bij het aanschouwen van dit teken. Laat ons daarom een dergelijk symbool gebruiken. Het heeft wel degelijk zin steeds weer zijn gedachten te laten gaan over de inhoud van een symbool, opdat het zo langzaamaan tot een brandpunt kan worden voor onze innerlijke werkingen. Het stoffelijke denken kan zich daarop, vanuit een stoffelijk bewustzijn, concentreren en gelijktijdig zich geestelijk richten op de juiste kosmische krachten.

Dergelijke afbeeldingen, voorwerpen enz., kunnen dus dienen als een soort geestelijk richtapparaat, te vergelijken met een vuurleidingsapparaat bij een batterij kanonnen. Het vergelijk is zoveel te juister, omdat de vuurleiding gebruik maakt van gegevens, voorstellingen, grafieken en getallen, die op het eerste gezicht voor de leek niets, maar dan ook werkelijk niets met het richten van kanonnen te maken schijnen te hebben, toch wordt door een juist combineren van deze waarden de juiste instelling voor het kanon bepaald. Hopelijk maakt u hieruit niet op, dat ik een kanon dat ter vernietiging wordt gebruikt en de vuurleiding, die daarbij hoort, bewonder. Waarom echter zou de mens door ons niet beschouwd worden als een wapen voor de vrede? Voor ons, in de stof, zowel als in de geest, zal een bepaalde kleur of afbeelding, bruikbaar zijn om ons wezen door middel daarvan juister te richten op het doel, wat zonder dit onmogelijk zou zijn. Vooral het stoffelijke lichaam eist, ter bereiking van de juiste harmonie, een bepaalde instelling, het bewustzijn eist daarbij een bepaalde concentratie.

Het resultaat, het richten van de gedachtewereld, blijkt verder afhankelijk van vermoeidheidsverschijnselen, welbehagen enz. Daardoor kan de eigen persoonlijkheid op de juiste trilling worden afgestemd. Proeven hebben bewezen, dat mensen, die geen enkele prikkel van buitenaf ontvangen, zich buiten de menselijke werkelijkheid terugtrekken. Wij weten, dat de bewusten daarbij andere werelden plegen te betreden, terwijl niet-bewusten in een wereld van waan leven. Voor de waarnemers vormen beide mogelijkheden slechts één waarheid: de van alle prikkels afgesloten mens wordt op den duur krankzinnig. Zo sterk is de mens op inwerkingen van buitenaf aangewezen, om bewust te kunnen leven. Daarom lijkt het mij redelijk en nuttig, dat de stofmens gebruik maakt van van buiten komende indrukken en ervaringen, die zijn denken activeren en er richting aan geven. De gerichtheid zal in overeenstemming moeten zijn met de werkelijkheid, waarin men bestaat. Dit betekent, dat het niet alleen een band moet zijn met het stoffelijk bestaan, maar tevens een band moet vormen met de ons allen omringende geestelijke werkelijkheid. Daarom juist zal men er goed aan doen een symbool of ritueel te gebruiken als een persoonlijk richtsnoer, dat een juiste instelling mogelijk maakt in korte tijd en met een minimum aan inspanningen.

Nu zijn er onder u meerderen, die wel weten, wat het betekent om te incanteren en de juiste woorden op het juiste ogenblik op de juiste wijze te spreken. Ongetwijfeld weten dezen ook, dat men gebaren en meerdere handelingen eveneens kan gebruiken, om zo een gewenste sfeer te wekken. Niet allen beseffen echter, dat men daarmee ook meer kan doen. Het is immers niet voldoende een vaagheid te construeren. Bovendien, de tijd voor vaagheden is voorbij. Er moet een scherp gericht denken ontstaan. Een denken, dat uit het geheel van eigen beleven opwelt en zo onweerstaanbaar wordt uitgestraald, zoekende naar een echo. Wordt men innerlijk door het onbestemde beroerd en vraagt men zich af, wat dit vreemde wel is, zo is het noodzakelijk, zich te concentreren en het in het Ik door te laten werken. Ook daarbij kunnen hulpmiddelen goede diensten bewijzen.

Concentreer u bijvoorbeeld op de betekenis van het getal nul of beschouw aandachtig een dof-zwart vlak. Ga daarmede door of herhaal dit, tot het onbestemde in u vorm krijgt. Zeg dan niet, dat dit waanzin of verbeelding is. Stel, dat “Iets” uit de kosmos u beroert en vraag u af, of “Het”, op de wijze waarop men zich deze inwerking heeft geconcretiseerd, kan aanvaarden. Luidt het antwoord ja, dan aanvaardt men alle consequenties en zendt men door daden en gedachten een echo terug, zo een verlengstuk zijnde van de hoge Kracht, die in het ik werkt. Op den duur zullen zo, ook wanneer men dit eigenlijk niet wenst, bepaalde ritualistische gewoonten ontstaan. Vaak worden op deze wijze beelden en reeksen van handelingen geboren, die een veelvuldige en verborgen betekenis hebben. Op zich is dit alles echter onbelangrijk; het is alleen het materiaal, waarmee je werkt.

Nu meent u misschien, dat ik aansluitend hierop weer zal gaan vertellen, dat u op deze wijze deel kunt worden van het netwerk van geestelijke krachten dat rond de wereld ligt. Maar de tijd, dat dit zeer belangrijk was, is al haast voorbij. Er zijn reeds zovele mensen halfbewust of onbewust in dit net ingeschakeld, dat wij wel aan kunnen nemen, dat aan directe delen van dit netwerk geen al te grote behoefte meer bestaat. Ik wil nu in een vergelijking het waarschijnlijke verloop van de verdere opbouw duidelijk maken:

Wanneer je eenmaal een netwerk van staal hebt gevlochten, waarin de vormen van een te bouwen huis zijn uitgedrukt, zal men beton nodig hebben om dit omheen het staal te storten, zo bouwt men eerst werkelijk een huis. De nieuwe wereld wordt in zekere zin uit een soort gewapend beton opgetrokken: de bewapening wordt gevormd door de gebonden en bewuste krach- ten van hen, die op aarde – en mogelijk daarbuiten – geestelijk streven en werken. Het beton wordt dan gevormd door hen, die meer vrijheid voor zich meenden te moeten eisen, niets wisten misschien van dit alles of zelfs er niets van wilden weten, maar toch ergens met de nieuwe wereld harmonisch kunnen zijn.

De harmonie, die ontstaat aan de hand van de inwerkingen uit de kosmos op ons wezen en de harmonie, die door de echo die wij zoeken, in het Al ontstaat, is de bouwstof voor het huis van de nieuwe tijd. Het is deze vorm van harmonie, die gebruikt kan worden om sneller dan verwacht werd het aanzijn te geven aan ware vrede op aarde. Zij is het, die gebruikt kan worden om de conflicten, die onvermijdelijk zijn, reeds nu los te laten breken, opdat deze zo dadelijk niet de gehele wereld in hun ban zullen trekken. Het is nu eenmaal beter om door een pup gebeten te worden dan door een volwassen hond te worden aangevallen. Er zijn vele conflicten op aarde, die nu nog met puppy’s vergeleken kunnen worden. Laat dezen dan nu uitbreken en niet later, wanneer zij een veel grotere invloed hebben op het wereldgebeuren. Laat ons er voor zorgen, dat deze dingen nu, nu zij nog gemakkelijk bedwongen kunnen worden, tot uiting komen en niet zo dadelijk, wanneer zij niet meer te beheersen zijn. Deze mogelijkheden vooral maken de huidige tijd zo onvoorstelbaar belangrijk.

Misschien lijkt het u nog steeds vreemd, om bij dit alles gebruik te maken van een bepaalde afbeelding, of een bepaald ritueel. U geeft misschien de voorkeur aan mooie woorden, die echter weinig meer uit halen. Misschien is het wel dwaas, om met daden, symbolen e.d. te werken. Maar dat is nu eenmaal de methode, waarmede de gedachten het eenvoudigst en het meest doelmatig kunnen worden gericht. Zo kan men iets tot stand brengen.

Om het gestelde doel, het voorkomen van conflicten, die geheel de wereld meeslepen, te bereiken, hebben wij mensen in de stof nodig. Maar dan geen mensen, die alleen maar idealisten zijn. Want een echo, door ons wezen gegeven op een invloed, die uit de kosmos ons bereikt, zal nimmer alleen een idee, nimmer een menselijk voorstelbaar ideaal zijn. Het is een werkelijkheid. In de ogen van de mensen vaak zelfs een wat minder mooie, een wat gesmoezelde werkelijkheid. Daarom is er geen behoefte aan mensen, die alles onmiddellijk idealiseren en altijd maar weer willen uitgrijpen naar het Allerhoogste, zonder rekening te houden met de nuchtere werkelijkheid van de wereld. Wel is er behoefte aan mensen, die, gedreven door het hogere en antwoord gevende op misschien niet eens geheel begrepen werkingen uit de kosmos, over gaan tot handelen.

Durf ook eens onvolmaakt te zijn. Maak geen theoretisch mooi 100-jaren plan, maar nu iets, onmiddellijk en met de middel en die ter beschikking staan.

Voorbeeld: theoretiseer niet over de mogelijkheid geheel den Haag van alle sneeuw te bevrijden, maar houd eerst eens je eigen stoep schoon.

Kort en goed: er is behoefte aan mensen, die kunnen werken met de krachten van hogere sferen, maar ook antwoord willen geven op de invloeden, die hen uit de kosmos bereiken en wel met de middelen, waarover zij nu beschikken. Mensen, die aanvoelen, wat juist is op een bepaald ogenblik en niet eerst om instructies vragen, of de mening van anderen zoeken, maar eenvoudig doen. Wanneer men niet zeker is, dient men vanuit zich een sterkgerichte en bepaalde gedachte de kosmos in te zenden en te reageren volgens de echo, die daaruit ontstaat.

Want er is behoefte aan mensen, die praktisch – en niet alleen met mooie theorieën – antwoorden op de kracht, die de aarde vanuit de kosmos beroert, tevens lerende de echo, die door eigen streven en werken in de kosmos wordt gewekt, te begrijpen. Want dergelijke mensen zullen leren de wereld te veranderen naar geest en stof.

De echo uit de kosmos is een leidsnoer. Ons antwoord daarop echter is het begin van de verwerkelijking. Wanneer u dit overweegt en er gevolg aan geeft, bouwt ook u mee aan een nieuwe woning voor de komende mensheid, een woning waarin men geestelijk en stoffelijk beter zal passen dan in de conflictrijke en niet alleen in temperatuur zo kille wereld van vandaag.

——————————————-

Innerlijke verwantschap

Elk ego is, krachtens zijn bestaan, verwant met het totaal Goddelijk Wezen. Het leeft daaruit en is er deel van. Toch kan niet worden gezegd, dat het persoonlijke ik, zoals wij dit kennen, met alle delen van het goddelijke ook evenzeer verwant is. Wij zijn namelijk het sterkste gebonden aan die werkingen en invloeden, die voor ons reeds begrijpelijk zijn. Een bewustzijn van geestelijke krachten, een indringen in de waarden van bepaalde kosmische openbaringen, of bepaalde esoterische geheimen, bepaalt eigenlijk, met welke delen van het Al en met welke wezens binnen het Al voor ons persoonlijk een verwantschap, een relatie en verbondenheid, mogelijk is.

In het eerste deel van de avond werd gesproken over een echo uit de kosmos. Nu kunnen wij theoretisch op elke kracht, die binnen het Al bestaat en actief is, een antwoord geven. Theoretisch zou ook elke kracht op ons wezen en de door ons uitgezonden gedachten moeten antwoorden. Maar er zijn altijd krachten – ook onder de hoogste en meest Lichtenden – waarmee ons wezen zo weinig gemeen heeft, dat een mogelijke echo vanuit deze krachten door ons eenvoudig niet kan worden opgemerkt. Zelfs bestaat de mogelijkheid, dat het antwoord op een door ons uitgezonden vraag zover boven ons bevattingsvermogen komt te liggen, dat wij daarin geen ervaring meer kunnen vinden. Het antwoord gaat aan ons voorbij zonder ons te beroeren. Daarom zal elke mens, die innerlijk streeft, langzaam maar zeker moeten ontdekken, dat hij bepaalde banden heeft in het Al. Hij is ook verbonden met bepaalde mensen. De meer bewuste ontdekt, dat er een soort magische of telepathische wisselwerking bestaat tussen zijn ik en anderen.

De mens, die esoterisch bewuster wordt en verder streeft, ontdekt dat bepaalde delen van zijn wereld in het bijzonder ook duidelijk kenbaar reageren op, en zelfs antwoord geven op zijn denken. Daarom zal de ene mens bijzondere harmonie vertonen met planten en hen tot een langere en schonere bloei kunnen brengen, terwijl een ander, die de schoonheid van de bloem toch zeer begeert, de krachten niet schijnt te bezitten om ook maar een enkele knop meer dan normaal open te doen gaan. Hier is dan, in het eerste geval, sprake van een innerlijke verwantschap. Nu bestaat genoemde verwantschap in het bijzonder op eigen wereld. Maar hetzelfde geldt voor alle krachten, die in de sferen enz. werkzaam zijn.

Zo is het mogelijk, dat het ego wel antwoord geeft op de groepsgeest van bv. honden en niet van katten, maar ook, dat wel antwoord wordt gegeven op een kracht, die met de atmosfeer gebonden is, terwijl men geen contact schijnt te kunnen maken met geesten, die leven in de wateren. Reeds in eigen stoffelijke omgeving zal elke mens dan ook op den duur een eigenaardige verwantschap kunnen vaststellen. Maar deze verwantschap bestaat op ongeveer gelijke wijze met alle krachten, tot de hoogste krachten van Licht toe. Wij mogen dus zeggen, dat wij een gebondenheid kennen met een bepaald deel van het goddelijke, dat daardoor voor ons meer werkelijk is dan al het andere.

Theoretisch onderscheidt men deze delen van het Al meestal in tronen, heerschappijen, heren van Licht, kracht, liefde enz. Men zal ook vaak spreken over de 7 stralen, of over de grootmachten uit de geest, die ons bijzonder beroeren. De praktijk bewijst echter, dat wij niet alle grootmachten kunnen ervaren. Wij kunnen met een daarvan verwant zijn. In dit geval zal alles, wat vanuit eigen wezen naar het hogere gericht wordt, in eerste instantie uit deze kracht een antwoord verkrijgen.

Nu kan men innerlijk met meerdere hoogste krachten verwant zijn. Maar er is altijd een kracht, die voor het ego beslissend is, vanwaaruit men eigenlijk leeft. De bewustwording is dan ook alleen mogelijk aan de hand van de inwerkingen van deze kracht, die voor het ik de perfecte harmonie vormt en daardoor de weerkaatsing vormt van het kosmische Zijn binnen het ik.

Zo zal de bewustwording in wezen bestaan uit het bereiken van harmonie met een van deze kosmische krachten. Is hiermede een perfecte harmonie bereikt, waarin geen voorbehoud, of een sluier van onbegrip meer bestaat, zal het ego verder gaan en een harmonisch contact vinden met een volgende kosmische kracht. Ook daarin zal men bewust worden. Dit gaat zo verder tot het deel van het Al, dat in ons beseft wordt, zozeer is gegroeid, dat het ego niet meer kan omvatten. Daarmede heeft het dan zijn werkelijke wezen bewust gerealiseerd. Het is nu tot een bewust deel van het kosmische bestel geworden. Het is dan niet meer een persoonlijkheid zonder meer, maar een directe uiting van het Goddelijke, met een vaste relatie tot al het Zijnde.

Men kan ook hierover lang nadenken. Zeker is echter, dat, wanneer wij een echo uit het Al ontvangen, een kracht door ons werd aangeboord, die niet alleen maar op onze gedachten antwoordt, maar daarnaast ook een antwoord betekent op onze persoonlijkheid, waaruit deze gedachte voortkwam en zo op het bewustzijn, waaruit de oorspronkelijke werking is voort- gekomen. Zo zal niet een ieder geleidelijk of op gelijke wijze de harmonie met alle krachten kunnen ervaren en zullen niet alle krachten in de kosmos binnen een bepaalde persoon tot uiting komen, zodat deze hen kan vertegenwoordigen en a.h.w. tot leven brengen in zijn eigen wereld. Voor de esotericus geldt dan ook wel in de eerste plaats hierbij, dat hij al zijn bestrevingen moet zoeken naar de grootkracht, waarin hij persoonlijk op kan gaan.

Deze kracht zal niet identiek zijn met de soortgelijke kracht in anderen. Er kan sprake zijn van een putten uit geheel verschillende krachten, terwijl men toch tot harmonie en samenwerking kan komen. Het innerlijke bewustzijn echter definieert dit alles voor ons. Wanneer ik innerlijk mij bewust word van en nadenkt over naastenliefde, dan zal dit begrip niet gelijk zijn aan het begrip in een ander. Het bewustzijn dwingt de mens, om ook aan dergelijke algemene begrippen een bepaalde vorm te geven, overeenkomende met de inhoud van eigen bewustzijn. Hierdoor wordt het innerlijk ervaren bepaald, niet echter de uitwerking van de naastenliefde naar buiten toe, of de harmonische samenwerking die op dit terrein mogelijk is met anderen. Hoe meer ik mij van mijzelf bewust word, hoe sterker ik doordring in deze verborgen waarden van het ego, hoe gemakkelijker het voor mij zal zijn bewust een gedachte uit te sturen naar de invloeden, die met mij verwant zijn. Hoe scherper en duidelijker men ook de invloed zal kunnen aanvoelen van een kosmische kracht, die het ego beroert.

In dit alles is sprake van een soort natuurlijke selectiviteit: ons vorige bestaan enz. heeft ons reeds op een bepaalde weg gebracht. Deze weg is deel van onze persoonlijkheid. Zonder deze weg te volgen, kunnen wij niet leven, is er voor ons geen verdere ervaring of bewustwording mogelijk. Wij kunnen alleen werken met krachten die deel uitmaken van deze levensweg. Deze krachten mogen wel een meer omvattend gebied bestrijken, maar zij moeten allereerst in ons leven passen, willen zij voor ons enige betekenis kunnen hebben.

De esoterie benadert dit alles natuurlijk vanuit een innerlijk standpunt, maar het is zeer moeilijk hier een scheiding te maken tussen innerlijk en uiterlijke waarden. Want iemand, die iets innerlijk beleeft, zal dit ook tot uiting brengen. Mijn verhouding tot de kosmos wordt allereerst bepaald door mijn levensweg, door het Licht, dat ik aanvaarden kan en de Lichtende krachten, die mij nog te sterk zijn, zodat ik ze afwijs. Het ego is verder een weg door de tijd, die beheerst wordt door de kosmische werkingen en krachten, die met deze weg op bepaalde punten harmonisch zijn. Het uiterste bewustzijn omvat dan ook niet alleen maar het eigen ik of de weg, die men is, maar tevens alle waarden, waardoor deze weg wordt omgrensd. Ook daarmede is voor het ik een werkelijke harmonie mogelijk.

Met kosmische krachten en vermogens, die niet behoren tot de persoonlijke belevingsgang, zal geen band kunnen bestaan. De mens zoekt echter innerlijk steeds weer naar een bevestiging van eigen kosmisch bestaan. Daardoor zal elke mens de mogelijkheid kiezen, zowel in geloof, bewustzijn als contemplatie enz. die past bij zijn geheel. Op het ogenblik, dat men dit niet doet en buiten eigen werkelijke leven tracht te treden, zal geen geloof, geen werken met de krachten, die men oproept, enz. mogelijk zijn. Daarom is het noodzakelijk in het Al een zo groot mogelijke harmonie te zoeken en deze steeds weer te baseren op eigen wezen en eigen weg.