Een beetje wijsbegeerte

17 juni 1969

We zitten met tegendelen. Wanneer ze tegen u zeggen: iets is goed en iets is kwaad, dan is dat wel een standpuntbepaling voor de persoon in kwestie, maar het is geen absolute waardebepaling, dat weet u. Wanneer ik u zeg dat licht duister kan zijn en duister, licht, dan klinkt het waarschijnlijk nog paradoxaler en toch zou u werkelijk eens een keer in de zon moeten kijken om te merken hoe duister haar licht is. Dat is bij onszelf precies hetzelfde wanneer wij het duister zijn in onszelf dan is dat ons benadering van het leven en het probleem. Wanneer ik zeg dat de wereld zo slecht is, dan betekent dit in wezen dat ik de wereld slecht zie. Wanneer ik zeg dat die wereld zo lichtend, zo blij, zo goed is, dan is dat wederom mijn eigen wijze van zien. En wanneer je daarvan uitgaat dan kun je dus een heel systeem opbouwen niet alleen voor praktische bewustwording, maar ook voor meer etherische, meer innerlijke bereikingen en zelfs magische mogelijkheden.

In de eerste plaats moet je afstand doen van de vooropgezette mening. Dat klinkt misschien een beetje vreemd, maar: dit is nu eenmaal slecht, of dat is nu eenmaal onmogelijk, is over het algemeen een heel onaangenaam punt, hierdoor beperk je jezelf. Ga uit van het standpunt dat de feiten voor zichzelf spreken, de verklaring van de feiten hebt u eigenlijk alleen dan nodig wanneer u voor uzelf die feiten weer tot stand wil brengen. Je kunt dus afstand doen van heel veel verklaringen, geestelijke, esoterische, magische e.a. zonder dat je daardoor in de mogelijkheden of in je bestaan werkelijk wordt geschaad. Sommige mensen stapelen zoveel kennis op dat er geen ruimte overblijft voor de wijsheid. En sommige mensen zijn zo verdiept in hun eigen wijsheid dat ze alle kennis naast zich neerleggen. Ik geloof dat dat de twee grote fouten zijn die we steeds weer maken.

Wanneer iets nu op een bepaalde manier gebeurt, betekent dit niet dat het altijd op die manier behoeft te gebeuren. Dat betekent ook niet dat het de beste manier is, dat betekent alleen dat het nu zo is. Wanneer ik accepteer, dus het feit: Nu is het zo, dan ga ik er ook niet over praten of het verkeerd is geweest of goed, ik aanvaard wat nu is. Met wat nu is, ga ik werken. Dat betekent dat ik naga voor mij wat belangrijk is daarin. Die belangrijkheid die kan sterk uiteenlopen. Ik kan me voorstellen dat u overweegt hoe u een gerecht klaar kunt maken, of u dit of dat beter kunt doen. Maar er is altijd wel iets op elke dag wat voor u werkelijk van belang is. Soms is het contact met de medemens, soms is het alleen de oplossing voor iets waar u al een hele tijd mee rondloopt. Door de hele rest als vanzelfsprekend te accepteren en je te concentreren op dat éne punt, kom je al een stap verder, want hierdoor ben je in staat om dat éne punt te formuleren. Formuleer toestanden, geen tegenstellingen? Wanneer je zegt ik ben ongelukkig, dan moet je niet zeggen: ik ben dus ongelukkig omdat… Ik voel mij ongelukkig. Mijn gevoel stelt dit in verbinding met, dat is heel iets anders. En wanneer je vandaaruit een stap verder wilt gaan en dat zullen de meesten op den duur toch wel doen, dan ga je je afvragen: wat wil ik? En dan zeg je niet: Waarom wil ik het, of: kan het wel? Eenvoudig: ik wil het. Je omschrijft het zo nauwkeurig, zo minutieus mogelijk. Zeker het is een dagdroom, maar die dagdroom, en dat moet u wel in de gaten houden, omvat voor u een antwoord wanneer u niet probeert de feiten aan die droom aan te passen, maar in de feiten zoekt naar datgene wat bij de droom zou kunnen passen.

Nu weten we allemaal: de mens heeft wat men noemt een persona. Het persona dat is het masker van waardigheid waarachter men zijn gevoelens van onzekerheid, onwaardigheid enz. probeert te verbergen. Iedereen draagt een dergelijk masker, het is ook helemaal niet erg dat je het draagt. Waar wanneer ik ga beantwoorden aan dat beeld dat ik voor de wereld wil vormen, dan stel ik aan mijzelf eisen die niet passen bij de werkelijkheid, want ik ben niet zo. Ik wil misschien graag dat iedereen me ziet als machtig of als groot of als wijs of verstandig, slim, maar ik ben het misschien niet. Uitgaan van wat je bent, niet van wat je wilt zijn. Ga ik uit van datgene wat ik innerlijk weet te zijn (hoef ik een ander niet te vertellen) en ga ik uit van de feiten en mijn dagdroom dan kan ik deze waarmaken. Dat in een eerste punt.

Wanneer ik een dagdroom opbouw, bouw ik iets op dat ze ook wel tweede werkelijkheid noemen. Dat wil zeggen dat ik voor mijzelf een wereld met mogelijkheden en toestanden schep die niet voor mij reëel is zodra ik met andere mensen in contact kom. In die wereld kan ik alles redigeren, daarom eerst mijn persoonlijk wezen. Kan ik tijdelijk die tweede werkelijkheid als volledig waar aanvaarden dan valt voor een groot gedeelte weg wat de werkelijkheid van alle mensen zegt bv. u kunt niet door een deur heenlopen, u moet ze eerst opendoen. Stel nu dat u dat zou vergeten, dat voor u een deur geen belemmering is, dan zou daarmee ook een rem wegvallen op wat men noemt uw paranormaal vermogen; u zou die deur zien als iets waarheen je kunt gaan en u dus aanpassen aan een toestand waardoor je er doorheen kunt gaan. Ver gezocht. Zeker.

Wanneer iemand zegt: Je kunt geen gedachten lezen en u gelooft dat, dan kunt u geen gedachten lezen. Wanneer u niet overweegt of u gedachten kunt lezen en hoe je ze dan zou moeten waarnemen, maar u bent eenvoudig receptief, dan komen er gevoelens en impulsen op u af die misschien dan niet letterlijk de gedachten van een ander zijn. Nu bestaat er voor mij geen goed en geen kwaad, maar er bestaan wel twee werelden en die werelden zijn tegenstellend. Dat is mijn persoonlijke wereld en werkelijkheid aan de ene kant en aan de andere kant de wereld die ik opgebouwd heb, de gewoontewereld waar ik in thuis hoor. Zodra ik in die gewoontewereld werk, ben ik beperkt door al wat als beperking in die wereld wordt geaccepteerd. Zodra ik echter loskom ervan in mijn eigen wereld, activeer ik alle mogelijkheden die in mij bestaan.

Dan komen we vanzelf tot een veel vrijere aanvaarding van het leven. Nu moet u een ding goed onthouden. De enige aan wie ik in het leven werkelijk verantwoordelijkheid schuldig ben, ben ikzelf. Je kunt natuurlijk hier komen en dan krijg je het godsdienstig denken met het idee dat er een duivel is en een God. En ja wanneer ik kwaad doe dan werk ik met de duivel, wanneer ik goed doe dan werk ik met God. Heel leuk. Maar kan er iets zijn dat buiten God bestaat? Neen dat weten we allemaal. God is de schepper van alle dingen, ook van de duivel,  de duivel kan nooit iets doen wat niet in Gods bedoeling ligt, hij kan niet tegen Gods wil ingaan door naar de duivel toe te lopen. Misschien prettig voor sommigen die die wens weleens toegeworpen krijgen, dat ze weten dat ze toch aan het oude adres, bij God terechtkomen.

Nu zou ik toch zeggen, zodra ik de duivel beschouw als een afzonderlijke macht heb ik niet te maken met één God maar met twee Goden. Tussen die twee Goden kan ik kiezen maar dat zijn Goden van mijn voorstellingswereld. Wat Gods wil is, wat ik zie als Gods wil, wat de duivel wil, is wat ik interpreteer als wat de duivel wil zodra ik het denkbeeld los kan laten van dit is de duivel en dit is God, dat valt dus voor mij weg. De paradox van worsteling tussen bovennatuurlijke machten, die heerlijk zijn om de schuld af te schuiven natuurlijk, maar die aan de andere kant erg gevaarlijk zijn omdat ze je ertoe brengen niet te leven zoals je bent, maar je voor te doen als iets wat je niet bent.

Wanneer ik dus niet meer erken: er is daar een God en daar een duivel, dan moet er toch een essentie van leven zijn. Deze essentie van leven is voor mij in de eerste plaats mijn bestaan, mijn leven, dit is uiting van die Goddelijke kracht. Dat betekent dat ik in mijzelf God heb, dat God niet is het haantje op de toren van de kerk die je bouwt voor jezelf of voor je God, iets wat ver hoog boven je staat, maar eerder het cement van die stenen waarmee je het muurtje metselt van je leven. Zodra je dit begrijpt, heb je, of je nu gelooft aan een God zus of een God zo, in jezelf het gevoel van verbondenheid met het hogere. Maar waar God is, zijn alle dingen mogelijk? God is in mij, in mij zijn alle dingen mogelijk. Zover ik daarin geloven kan. Wat heb ik daar echter voor nodig? Geen definitie waar ik het over had. Ik moet niet zeggen: ik zal dat willen zijn; dat kan ik nooit helemaal waarmaken. Maar ik zou wel kunnen zeggen: Ik zou op die manier dat en dat willen bereiken. En als ik nu mijn bereiking en de procedure uitstippel en ik geloof aan deze God, ben ik dus niet belemmerd door het idee dat het toch niet kan, dat het niet gaat, dan kom ik zelf tot die vervulling. En dat is hetzelfde met vragen. Iemand heeft veel vragen waarop bij geen antwoord kan vinden. Hoe komt dat? In negen van de tien gevallen, omdat de vraag niet juist geformuleerd is. Wanneer mijn vraag specifiek is, dus precies omschrijft waar het om gaat, alle onderdelen van het raadsel afzonderlijk omschrijft, dan bouw ik voor mijzelf een geheel op waaruit ik het antwoord a.h.w. kan aflezen. Dat is mijn persoonlijk antwoord, maar het is bruikbaar. Ik kom dan tot het gebruik van kracht, energie, tot een hantering van mijn wereld waarin ik dus veel meer tot stand breng.

Wanneer ik dus op deze manier de vrijheid van het “ik” ga bezien, dan kom ik tot de vraag welke beperkingen voor mij noodzakelijk zijn en dan blijkt die beperking niet te liggen in de mogelijkheden, maar in de verantwoordelijkheden. Als mens of geest kun je niet leven of bestaan zonder een gevoel van verbondenheid met het andere, met de mensen, met de wereld, met enkelen misschien of met velen. Je oriënteert je daar tegenover. Zodra ik een relatie met iets of iemand aanvaard ontstaat er in mij een zekere verantwoordelijkheid. Die kun je dan weer niet in regels uitdrukken. Zij is een kwestie van gevoel misschien, van emotie. Maar die emotie maakt het me dan toch wel mogelijk voor mijzelf met die wereld te leven en te werken, en bovendien mijn eigen werkelijke “ik” tot uiting te brengen in die wereld. De begrenzing is niet een mogelijkheid, maar het is wel datgene wat ik op mij neem, waarmee ik verbonden ben. Vb. Twee mensen huwen, nu is het huwelijk zeker niet de eeuwige band voor mij, maar de vrouw is daardoor in een bepaalde situatie gekomen, de man heeft daardoor bepaalde verplichtingen op zich genomen en ook die vrouw. Zover als die verplichtingen wederzijds nog steeds erkent worden, houdt het aanvaarden van hetgeen is en doen in, dat je ook zelf daartegenover moet stellen wat jij op je genomen hebt.

Wanneer je dat nl. niet doet dan ontstaat er een leegte in jezelf, een soort hiaat, dat hiaat betekent onevenwichtigheden waardoor je in de toekomst veel minder beheerst en veel minder juist kunt optreden en werken. Het gaat niet om seksualiteit of dergelijke. Het gaat doodgewoon om de afspraak, de verplichting. Wanneer ik iemand heilig beloof: Ik zal morgen om jou, boven op de boerentoren staan. Dan, of er nou overstromingen komen of rampen, of het mooi weer is of niet, moet ik zorgen dat ik er ben. Wanneer het helemaal niet gaat dan moet ik toch zorgen dat ik er ben, of mijn uiterste best doen om er te komen. En wanneer het me niet gelukt, moet ik zeggen: ik wil daar wat anders tegenoverstellen. Het feit dat ik een verlichting aanvaard, betekent dus ook dat ik ze waar moet maken. Maar verplichtingen bepaal ik zelf. Ik ben dus volledig vrij. Verplichtingen kan ik beëindigen door ze te vervullen. Elke verplichting berust op wederkerigheid. Ik kan nooit een verplichting tegenover iemand hebben die tegenover mij geen verplichting aanvaard of bezit. Ik kan nooit voor iemand verantwoordelijk zijn wanneer ook niet gelijktijdig daar iets tegenover staat ten aanzien van mijn persoon. Op die manier wordt je weer vrijer en aan de andere kant stel je je eigen wet. Je bouwt dus voor jezelf een materiële wereld op met voor jezelf vastliggende verhoudingen die nooit iets te maken hebben met anderen, alleen met jezelf en die voor jou dus ook gekend zijn en dat is heel belangrijk. Kennis is nl. niet alleen maar weten wat men zegt; het is vooral weten wat ik doe. Iemand die 100 boeken heeft gelezen over de chemie die zal nog niet in staat zijn om, op de een of andere manier, snel een stof die hij hebben wil te vervaardigen. Negen op de tien gevallen mislukt het hem. Een man die echter met experimenten en kennis tezamen gewerkt heeft, kan elke stof nodig, werkelijk tot stand brengen en vaak zelfs nieuwe stoffen ontdekken die hij nodig heeft. Zo is het in het leven ook. Ik heb nu eenmaal de kennis van mijn wereld. Ik heb daarnaast de verplichtingen die in mij bestaan tussen deze beiden ontstaan dan mijn noodzaken.

Wanneer ik dus zover kom dat ik mijn noodzaken erken, kan ik ze omschrijven daar ik uit moet gaan van mijzelf en mijn verplichtingen. Mijn kennis dient om de mogelijkheid te omschrijven die voor mij de vervulling lijkt. Die mogelijkheid hoef ik niet af te meten aan de kennis van anderen of de voorstelling van anderen, ze is voor mij persoonlijk. En nu komt het mooie: doordat de beperkingen zijn weggevallen, doordat ik in mijzelf een verbondenheid kan voelen met het eeuwige, maar gelijktijdig een door mijzelf bepaalde relatie met de wereld, kan ik de krachten die in mij zijn en de eeuwige krachten die in mij zijn, tot uiting brengen in die wereld rond me, zonder dat ik belemmerd wordt daarbij door de opvattingen en kennis van anderen. Iedereen kan zeggen: dit is onmogelijk. Voor mij is het mogelijk. En wat meer is, ik kan het dan ook bewijzen op de duur.

Wat kunnen wij doen?

  1. Wees jezelf maar probeer niet jezelf voor te doen tegenover jezelf of anderen op een andere meerwaardige wijze dan je ze weet te zijn. Ga uit van jezelf, wees jezelf.
  2. Geloof in alle mogelijkheden en zeg nooit: dit is onmogelijk, dit is onwaarschijnlijk. Zeg: dit is een niet bewezen mogelijkheid. Ga van het niet bewezene uit. Formuleer uw doel. U zal zien dat u veel meer waar maakt en bereikt. U gelooft aan uw eigen wijze, aan uw wereld van de geest, een wereld van krachten. Deze bestaat zeer waarschijnlijk niet zoals u denkt te zien. Maar dat is niet belangrijk zolang uw contact daarmee voor u werkelijk is. Een contact met een wereld is voor u werkelijk zolang er resultaten zijn. Niet de manier waarop u de zaak interpreteert, alleen het feit dat er een werking is. Al hetgeen een grote esoterische, magische, geestelijke waarde heeft moet in de feiten kenbaar zijn. Ga dus steeds uit van: Wat draag ik in mij? Wat is mijn verlangen? Hoe formuleer ik dit? Hoe maak ik dit waar? Dan moet u daarnaast, geloof ik, ook zeggen: ik kies zelf. Niemand kan een keuze voor u doen. Ze proberen het wel, maar ze kunnen het alleen doen wanneer u het goed vindt. Dat betekent nou niet dat u onmiddellijk moet zeggen: niemand heeft iets voor mij te zeggen. Neen, ’t betekent dat u elke keuze van anderen kunt verwerken, zodra ze voor u niet passen of onaanvaardbaar zijn. Daardoor komt u tot het doel van de eigen keuze in het leven. Ook wanneer dat in het begin verwarrend lijkt Ook wanneer u daardoor vreest dat daardoor veel zal veranderen. Wanneer u in uzelf die verandering als juist en noodzakelijk ervaart, dan moet u ze waarmaken. Als u dat nu allemaal hebt gedaan en het is heel wat hoor, het is meer een handleiding om te beginnen dan de voltooiing, dan gaan we eens praktisch voor onszelf het volgende na:

Wat voel ik in mijzelf? U voelt soms in uzelf: deze dag is niet prettig. Dan weet u dus dat er onprettige dingen kunnen zijn, Wat doet u dus? U zegt: in mijzelf zal ik alle prettige dingen zo stimuleren dat ik al dat gevoel dat mij van buiten bereikt overschaduwen kan. Het resultaat is dat u gaat selecteren in de wereld rond u op een andere manier dan normaal. U vermijdt gevaren en kiest de juiste mogelijkheid en de juiste weg. In uw gevoel wordt uitgedrukt wat uw omgeving is, wat ze betekent, wat ze wel en niet wil. Hoe de mensen zelf zijn, weet u dan nog niet, maar u weet ongeveer wat ze denken, wat u aanvoelt, de spontane gedachten die in u opkomen, moeten niet beschouwd worden als een chimaera, ze moeten beschouwd worden als een weergave van hetgeen er bij anderen achter de coulissen plaats vindt. Reageer daarop slechts voorzichtig, maar houdt er voortdurend rekening mee. U zult tot de conclusie komen dat u, doordat u anderen beter aanvoelt, op het juiste moment, met hen het juiste contact kunt hebben. Of dat een kwestie is van zaken doen, geestelijke genezing, seancewerk of iets anders.

In uzelf hebt u vaak de behoefte aan symbolen. Elk symbool kunt u willekeurig kiezen, dat weet u. Wanneer u daar voor uzelf maar in gelooft en daar iets aan verbindt. Gebruik symbolen als het ware voor uzelf, om dingen weer te geven die in uw gevoelens regelmatig terugkeren, of om bepaalde verlangens voor te stellen die u eens volledig hebt uitgewerkt. Dus niet een kwestie van: ja maar ik zou wel mensen willen genezen. Hoe zou u dat willen doen? Hoe denk je dat je dat zou kunnen doen? Wat wil je precies? Als je dat hebt geformuleerd en je neemt dan een symbool, dan zal je die vraag, die instelling steeds weer voor ogen krijgen. En omdat je zelf verandert, verandert je formulering mee. De basis van de vraag blijft hetzelfde van het verlangen, maar de reactie daarop is die van heden. Daardoor kunt u krachtens het symbool een onmiddellijke instelling op een bepaalde vraag of verlangen en op de huidige omstandigheden tot stand brengen. Dit is veel belangrijker dan u denkt. Want dan kunt u uit de kosmos die krachten puren die u nu nodig hebt. Dus je hoeft niet eerst uit te gaan rekenen welke kosmische krachten vandaag beschikbaar zijn, want ondertussen is het morgen geworden en dan zijn ze weer weg. Onmiddellijk en snel reageren is belangrijk. Reageer niet alleen snel op de materiële dingen maar vooral ook op geestelijke impulsen. Wanneer u behoefte hebt aan een geestelijk voorspelling, kies maar iemand, ga een kerk binnen, zoek een heiligenbeeld uit, kijk het eens goed aan, geef het een naam en roep die persoon, die voorstelling aan. Het is maar een astraal beeldje wat uzelf ontwerpt, maar het kan dienen als een ego wanneer de moeilijkheid om uw werkelijke “ik” te scheiden van uw persona, u zou hinderen. Het is een sleuteltje wat uw onderbewustzijn makkelijker toegankelijk maakt.

Dan is er nog iets. Heel veel mensen hebben de neiging om zichzelf uit te breiden buiten zichzelf. Dit is mijn dorp, mijn stad, mijn bezit, mijn auto enz. Kijk die dingen zijn er misschien wel, maar ze zijn niet van u. Er bestaat geen bezitsrelatie of verhouding. Hoogstens een emotionele. Wanneer u uitgaat van het woordje “dit is van mij”, dan bent u daar meteen aan gebonden. Al het bezit dat u als uw onvervreemdbaar eigendom beschouwt, is eigenlijk gelijktijdig een rem op uw mogelijkheden en uw besef. Ik zeg niet dat u al uw bezit nu onmiddellijk aan de armen moet geven. Per slot van rekening dan zou u toch wel weer van de een of andere steun of een baantje krijgen en dan was u weer net zo ver als voorheen. Maar wel dat u niet moet proberen om die dingen te zien als iets onveranderlijk. Bezit is het bezit van nu, van vandaag, niet van morgen. Bezit is een ogenblikkelijke verhouding die zich steeds kan wijzigen, datgene wat nu mijn bezit is, is niet noodzakelijk morgen aanwezig en dat hindert niet, het gaat erom wat ik er vandaag mee doe. Leef in het nu.

Het heden kun je niet alleen omschrijven als een toestand maar je kunt ook zeggen: het heden is een bepaalde reeks van mogelijkheden. Wanneer ik die mogelijkheden besef en ik ga eerst kiezen uit de mogelijkheden dan kom ik niet verder, want dan zijn die mogelijkheden alweer veranderd. Het resultaat is nooit wat ik ervan verwacht, het is nooit precies wat ik wil. Wanneer ik echter door mijn gevoel de nu bestaande mogelijkheden eenvoudig selecteer en vandaaruit reageer zonder meer, zonder te vragen zijn er nog andere mogelijkheden en wat zou eraan vastzitten. Ik voel aan: dit is een mogelijkheid, nu reageer ik. Dan zult u zien dat u door die reactie, al maakt u misschien in het begin weleens fouten door wensdromen als mogelijkheden aan te zien in uw wereld, eigenlijk veel meer de baas wordt. De mens wordt zo zeer geboeid door het verleden en door de toekomst, dat hij vandaag zijn kansen mist. En de enkeling die vandaag zijn kans grijpt is de grote man, degene die vooruitkomt, de meester enz. U kunt dat zelf dus zijn. Wanneer u in die relatie treedt met het heden, moet u onthouden: Wanneer in mijzelf, in het heden, de eeuwige kracht zich manifesteert, manifesteert zich de eeuwigheid en niet de beperking van het moment. Dat wat ik nu ben, nu doe, de mogelijkheid die ik waarmaak, is een eeuwige realisatie en zal gedurende alle andere fasen van mijn bestaan hoe ook en waar ook een bron van kracht blijven. Een mogelijkheid die ik eenmaal voor mijzelf waar heb gemaakt, is blijvend mijn bezit als bron van geestelijke kracht. Eeuwigheid is niet de tegenstelling tot tijd, maar tijd is de imaginaire verdeling van de eeuwigheid. Daar eeuwigheid het totaal omvat, omvat het ook het totaal van mijn wezen met alle daarin aanwezige voertuigen, alle daarin aanwezige sferen en contacten. Daardoor zal ik wanneer ik, zelfs maar op één moment in het heden iets eeuwig maak, door direct met dat heden te reageren, mijn keuze onmiddellijk te doen en waar te maken a.h.w. zal ik dus daardoor ook toegang krijgen tot al datgene wat ik zelf eigenlijk ben, kosmisch. Hierdoor kan ik gebruik maken van een kennis die ik in het verleden bezeten heb, van mogelijkheden die ik eigenlijk in de toekomst pas zou kennen, maar die nu in mij als een soort inspiratie oprijzen.

Wanneer ik eisen stel aan vandaag en morgen, door voorzorgen en zekerheden te zoeken dan valt die mogelijkheid weg, naarmate ik meer de zaak accepteer zoals ze nu is, zal ik meer zijn vandaag en daaruit volgt dan vanzelf dat de mogelijkheden voor morgen ook groter worden.

Wanneer je nu daarbij wilt werken met geestelijke en Goddelijke krachten, dan moet u zich realiseren dat u die vandaag niet allemaal voor kunt stellen. Er zijn ogenblikken dat je zegt “God sta me bij” en niets ziet als God, maar er zijn ook ogenblikken dat je alleen maar “verdomme” zegt, wat ik op dit moment voel. Mijn gevoelsuiting is de eeuwigheid, uitgedrukt in de tijdelijke beperktheid en onjuist, maar ze geeft mijn kracht, mijn instelling weer. Mijn stemming van het ogenblik kan bepalend zijn voor mijn krachten op het ogenblik. Wanneer ik in zo’n stemming ben dat ik niet tot God kan roepen, omdat ik de Goddelijke Liefde op zo’n ogenblik niet ervaar, dan moet ik agressief mijn krachten richten. Wanneer ik een zieke wil genezen en ik ben gedreven door de liefde, dan geef ik die mens harmonie. Ben ik op zo’n ogenblik geladen, eigenlijk driftig dan grijp ik a.h.w. een bliksemschicht in mijn gedachten en ik brand de verkeerde cellen eruit. Op die manier bereikt u veel. Er zijn mensen die dat instinctief doen, mensen die wanneer ze moe zijn genezen, omdat ze eigenlijk: die Goddelijke Liefde ergens dan nog accepteren, terwijl ze, wanneer ze werkelijk agressief zijn, ineens een visie hebben en direct ingrijpen en weten wat ze doen. Op die manier moet je leren reageren en werken. Je moet zelf zover gaan dat je zegt: Elk ogenblik uit het verleden kan ik weer oproepen, elk ogenblik dat morgen of over 10.000 jaar tot mijn “ik” behoort, kan ik oproepen. Dit te niet voorstelbaar maar het kan gevoeld worden, het kan een sentiment zijn. Die gevoelswaarden die ik put uit het heden, uit mijn reactie op het heden, zijn de weergaven van mijn verleden en mijn toekomst samen. Beroep je daarop en het totaal van alle bronnen van kennis en mogelijkheden die in dit lichaam, of in die geestelijke sfeer uitdrukbaar zijn, zijn tot je beschikking. Vraag je niet af: hoe? Wanneer je een idee krijgt, vraag je niet af: hoe kom ik eraan? Vraag je af: wat doe ik ermee? Activiteit is hier belangrijk.

We zijn geneigd om maatschappelijk te denken. Maatschappelijk, dat betekent over het algemeen dat we proberen een groot gedeelte van de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden aan anderen over te dragen en dat we daarvoor in de plaats van die anderen zekere rechten eisen. Nu moet u een ding goed onthouden. Ik heb gezegd wederkerigheid is altijd noodzakelijk, ook hier. Iemand die vrij wil zijn, moet geen beroep doen op de maatschappij, op die punten waar hij vrij wil zijn. Alleen daardoor ontstaat voor hem de mogelijkheid om vrij te reageren. Alles wat een ander doet op dat terrein valt, buiten uw bevoegdheid. Kritiseer nooit een ander. Wat een ander wil doen, moet die ander weten. Wanneer ze in relatie komen met u dan wordt de zaak een andere, want uw reactie op de andere is uw zaak. Vb. We kunnen onze maatschappij voorstellen waarin we zeggen; Nou een dief mag stelen, dat is logisch. Er zijn nu ook mensen die mogen stelen, alleen heet het niet zo. Wanneer nu zo’n dief betrapt wordt dan is het toch uw zaak wat u met die dief doet. Wanneer u van die maatschappij eist dat ze u tegen diefstal beschermt, dan moet u het ook aan die maatschappij overlaten om die dief te bestraffen. Maar bescherm ik mijzelf dan moet ik ook accepteren dat die dief het recht heeft om te proberen te stelen. Als die dom genoeg is om zich te laten snappen dan moet hij maar nemen wat er op staat nl. wat ik hem toemeet. Dat is dan altijd wat voor mij noodzakelijk is om een verdere diefstal, voor mij onaanvaardbaar, te voorkomen. De reactie moet dan eigenlijk in een persoonlijk vlak komen. Nu kun je dat in de moderne maatschappij niet uitdrukken. Het zou ideaal zijn dat iedere mens zijn eigen verantwoordelijkheid zou dragen. Wanneer er geen enkele wet zou zijn, alleen de wet van zelfbehoud en daardoor samenwerking. Schijnbaar is dat het recht van de sterkste, maar dat is helemaal niet waar. Een sterke man die probeert anderen te overheersen, wordt altijd op een of andere manier gewipt. Er is geen enkele sterke man die steeds de wil van een volk, of van anderen die anderen geregeerd heeft, die niet op een gegeven ogenblik zijn macht verloor door het optreden van de anderen. Het gaat er maar om: hoeveel kunnen en willen ze tolereren. Zodra de tolerantiegrens bereikt is, dan valt hun gezag toch. Wij kunnen dat in de maatschappij niet helemaal gebruiken. Nu niet omdat die maatschappij voor de meesten van u een onvermijdelijk maar ook noodzakelijk geheel is. Dan stel ik: ik maak mij van die maatschappij los op alle punten. Die niet in mijn directe en persoonlijke re­latie met die maatschappij van overheersend belang zijn.

Naarmate ik daarom een grotere vrijheid voor mijzelf neem, ken ik andere een grotere vrijheid toe. Ik houd mij dus a.h.w. vrij van beoor­delingen en neigingen om anderen op te voeden. Het is mijn taak niet om anderen op te voeden, tenzij zij bij mij komen om opgevoed te worden. Ga zo ook geestelijk uw gang. Ga niet uit van de banden die u hebt met deze of gene groep terwijl u er eigenlijk zelf geen belangstelling voor hebt. Ga alleen banden aan met groepen die u erkent, en dan volgens de vrijheid van uw eigen wezen op die punten die u belangrijk acht. U kunt geen eisen stellen zonder dat u daar grote verplichtingen tegenoverstelt. Dat is over het algemeen dom. Door te erkennen dat de samenwerking met de geest op die vrijheid is gebaseerd, ook van de kant van de geest af, beoordeelt u niet wat die geest doet, u gaat alleen zoeken naar de weg die voor u het juiste resultaat geeft. Zolang dat juiste resultaat in overeenstemming is met uw gevoelens van juistheid, vrijheid op persoonlijke basis, zult u ontdekken dat de geestelijke kracht daarin werkt. Vb. u werkt voor de geest en de geest geeft geen beloning. U werkt samen met de geest zonder iets te vragen en u wordt vaak mede beloond voor het werk van de geest? Dat is het verschil. Als u die essentiële verschillen kunt gaan begrijpen, dan kunt u uw eigen levenshouding, ook ten aanzien van het zogenaamde occulte of paranormale, wijzigen en daarmee in plaats van de smekeling, de medewerker worden. De medewerker is altijd degene die de resultaten krijgt. De smekeling verkrijgt soms wat hij vraagt, maar alleen wanneer zijn vragen al het verdere van zijn wezen uitsluiten. Wanneer iemand aan God iets vraagt en hij denkt aan niets anders meer, dan wordt het ergens waar. Het zou zelfs waar worden wanneer die God heel iets anders is dan hij denkt. Maar op het ogenblik dat ik daarnaast nog andere dingen heb, gaat het al niet meer. Maar als medewerker kan ik van het ene op het andere overspringen.

Ik kan altijd met God en met de kracht werken, mits ik maar weet wat ik wil. Werk nooit vóór de geest of voor God, maar werk mét de geest mét God. Werk niet om een kracht te verkrijgen maar werk op een wijze dat die kracht zich kan manifesteren, als ze bestaat. Dan zult u tot uw verbazing ontdekken dat u in uw leven heel veel successen kunt boeken die schijnbaar onmogelijk waren. Dan zult u ontdekken dat, al loopt u waarschijnlijk nooit door deuren heen (nou misschien in een enkele keer na een paar pinten door een glazen deur maar verder gaat het niet) dat u dus eigenlijk veel dingen leert doen die schijnbaar niet mogelijk zijn. Uw mogelijkheden breiden zich uit, u leeft meer in het heden, u reageert sneller. U bent bezig met vandaag en niet met een plan van morgen of over tien jaar. Hierdoor kunt u vandaag het maximum behalen en heeft u de beste en meeste gezonde basis om morgen op dezelfde wijze voort te werken. Op die manier kun je alles worden wat je wil. De mens wordt belemmerd in zijn zelfvervulling en zelfuiting door de illusies die hij zichzelf oplegt en door de eisen die hij in feite aan anderen stelt.

Licht en duister zijn verwisselbaar. Het duister kan voor mij een even grote en even Goddelijke Kracht zijn als het licht. Goed en kwaad zijn verwisselbaar, want hetgeen vandaag goed is, kan morgen kwaad zijn. Vandaag dood ik iemand om duizenden ander te redden en heet ik dit goed. Morgen dood ik een mens om voor mijzelf bepaalde gevoelens te bevredigen en dit noem ik kwaad. Waar ligt bet verschil? In mijn beoordeling! Onthoud dit. De waarde waarmee u werkt zijn uw eigen waarden. Werk vanuit de werkelijkheid van uw wezen zo goed als u die beseft. En als u zegt: ik weet niet wat ik ben, probeer dan eens na te gaan op welke punten u komedie speelt tegenover anderen. U zult dan heel gauw ontdekken dat u juist komedie speelt op die punten waar volgens uw eigen gevoel, uw vermogen, uw persoonlijkheid tekortschiet. En als u dat allemaal hebt bereikt vrienden dan kunnen we geloof ik besluiten met te zeggen:

Een mens die vandaag leeft en werkt met de mogelijkheden en krachten van vandaag, is de werkelijke mens van morgen, want de mens die voor morgen zorgt zal altijd gekentekend worden door datgene wat hij vandaag niet gedaan heeft.

Dit is een handleiding voor proeven die u zelf kunt nemen, u kunt zichzelf overtuigen. Het is geen spelletje met wat woorden, al is de basis ervan wijsgerig, het is gericht op de praktijk. Wat u van uzelf maakt bepaalt uzelf, niemand anders. Ga vandaar uit, dan hoop ik dat uw resultaten u zullen ontheffen van al die beperkingen die op het ogenblik voor u bestaan en in een nieuwe vrijheid u de mogelijkheid zullen geven een hogere en meer eeuwige waarde reeds nu bewust, en haar manifesterende, te beleven.