Een discours over esoterische waarden

image_pdf

19 februari 1957

Dan heb ik voor u een kleine discussie, die laten we zeggen een beetje een Oosters karakter heeft deze keer. Dat staat ook weer in verband met de tegenstelling Oost-West, die kort geleden ter sprake is gekomen en waarbij het dus voor ons wel wenselijk lijkt, dat het Westen niet alleen over bepaalde delen van de Oosterse filosofe leert nadenken, maar ook een zekere esoterie leert begrijpen, die met een schijnbare Oosterse instelling in feite universeel is.

Een bepaalde naam voor dit onderwerp zou ik niet weten. U zoudt kunnen zeggen: Een discours over esoterische waarden.

Maar dat is het elke avond weer, wanneer wij zo hier bij elkaar zitten. Om te beginnen weten we allemaal, dat er heel veel verschillende trappen zijn van uiting van bewustzijn. Er zijn daarbij trappen van uiting, die voortdurend terugkeren in deze wereld. Nu spreek ik hier niet opdat u zich niet vergisse over reïncarnatie of iets dergelijks, maar wel zeer speciaal over een terugkeren in de wereld, dat met bepaalde trappen in verband staat.

Nu geloven wij en met ons velen dat op een gegeven ogenblik een mens kan opstijgen tot een zodanige geestelijke grootheid, dat hij een beheersing der materie als normaal deel van zijn wereld ziet. Hij is dus geen mens meer, hij steekt boven het menselijke uit. Maar vanuit dit bovenmenselijke openbaart hij zich weer op deze wereld. Er zijn er onder ons, die de gedachtegang voorstaan, dat alle grote leraren op de wereld eigenlijk niets anders zijn geweest dan dergelijke figuren, die dus twee werelden gelijk, die beheersen, en uit hun hoogste wereld zich openbaren op de laagste. In deze openbaring ligt echter een zeer eigenaardig karakter. Want elke openbaring is afgesteld op de trap, waarop de wereld staat, die ze ontvangt. Hieruit vloeit voort, dat geen van de hoog geestelijken, die zich openbaren op de wereld, zichzelf geheel kan, zal of mag openbaren. Dat is toch wel duidelijk.

Dan komt de vraag: Wat is op de wereld te openbaren en wat niet? Op de wereld is al datgene te openbaren, dat een aanvulling betekent van hetgeen er op de wereld bestaat, of nog beter een hergroepering van de reeds op de wereld levende waarden.

Wat mag niet geopenbaard worden? De feitelijke werkelijkheid omtrent het leven, de feitelijke werkelijkheid omtrent het voortbestaan, de feitelijke werkelijkheid omtrent bewustwording en alles wat daarmede samenhangt.

Er is een reden hiervoor. Want een volledige mededeling van de werkelijke geestelijke waarden zou voor de grote massa leiden tot dwaasheid, tot uitspattingen en wat dies meer zij. Wanneer ik hier in een kleine kring probeer en let wel, het is niet de bedoeling, dat dit al te veel verbreid wordt juist deze dingen weer te geven, dan hoop ik, dat u daardoor het begrip krijgt en voor wat hier Oosterse esoterie heet en Oosterse filosofie, en ook voor de stuwende krachten, die over heel de wereld optreden.

Wat is de kern van het leven? De kern van het leven is onafhankelijk van alle verschijnselen van het leven. Het leven zelf is een bestaande waarde. Er kan niets aan worden toegevoegd, er kan niets van worden weggenomen. In zijn geheel is het leven zo onaantastbaar, dat onverschillig waar en hoe men leeft, waar en hoe men ervaart, het ik, dat in het leven behouden is, onaantastbaar zichzelf gelijk blijft. Deze stelling is daarom gevaarlijk, omdat men deze stelling op aarde zou gaan interpreteren men zou dit ziet als een soort bevrijding van alle wetten en regelen. Niets is minder aanvaardbaar dan een mens, die ongebonden is.

Niet, omdat het ongebonden zijn van de mens of beter gezegd voor de werkelijke mens, het ik, het leven, schadelijk kan zijn. Maar omdat daarmede veel vernietigd zou worden van de bewustwordingsgedachte, zoals die op aarde bestaat. En de ervaring op aarde met haar beperkingen is een noodzaak voor een langzame en daardoor volledig bewuste bevrijding van het ik uit alle wetten. Te zeggen, dat dit leven op zichzelf met al zijn mogelijkheden dus op aarde volledig beleefd mag worden in vrijheid, is te ver gaand. De beperkingen, die het leven ons oplegt, zijn niet de beperkingen van onze eigen handelingen en daden. Het is de beperking van ons wezen, opdat het leven van anderen – in welke bewustzijnsvorm ook – niet geschaad, ziet beledigd zal worden.

Er dient een evenwicht te bestaan tussen ons en anderen. Gij zijn één met alle dingen en in deze eenheid is het werkelijk verloop van ons bestaan, ons bewustzijn, natuurlijk. Er kan geen bovennatuurlijke kracht op ons werken. Alles komt vanuit ons wezen.

Maar stel dit nu eens in de beschouwing, die u ongetwijfeld reeds vroeger hebt leren kennen en realiseren, van het Goddelijke. Het Goddelijke is de kracht van het leven. De kracht van het goddelijke leven schuilt in alle dingen. Het is voor een ieder niet mogelijk alle dingen te beleven in een afzonderlijke ik-heid. Wij kunnen wel één worden met alle dingen, maar dan in deze zin, dat we alles gelijkelijk als “ik” ervaren, en niet, dat we alle dingen gescheiden, als desnoods tegengestelde of strijdige persoonlijkheden, gelijkwaardig ervaren. Zolang wij echter niet zijn opgegaan in het Goddelijke en daardoor de volledige identificatie van het ik met alle dingen bereikt hebben, moeten wij achting tonen voor al, wat buiten ons staat. Ja, wat meer is, datgene, wat buiten ons leeft en streeft, is voor ons belangrijker dan het ik zelf.

Een mens is egoïstisch, hij begrijpt dit standpunt meestal niet. Toch is er veel voor te zeggen, wanneer u zich realiseert, dat het ik, als levende kracht uit het Goddelijke geboren, volledig onaantastbaar en onveranderlijk is. Ook elk ander ik is dit. Maar ons leven zelf brengt met zich mede, dat wij in een bepaald aspect van ons leven tegenover een bepaald aspect van een ander leven komen te staan.

Op het ogenblik, dat wij hier iets prijsgeven, op het ogenblik, dat wij menen ons iets te kunnen veroorloven tegenover dit andere leven, maken wij een grote fout. Want voor onszelf maakt dit niets uit en voor een ander maakt dit niets uit, maar ons beeld van eenheid gaat teloor.

Wanneer het beeld van eenheid teloor gaat in ons, dan wordt hierdoor de vereenzelviging met het Goddelijke, die wij nastreven, ook iets, dat verder van ons afligt. Is dit duidelijk?

Nu zit er verder nog een consequentie aan vast, die menigeen vreemd voorkomt. Waar het leven zelf onverwoestbaar is, is het leven niet heilig, maar het leven in zichzelf gelijk blijft, kan het leven zichzelf alles permitteren. Alles, wat niet de waarden van anderen verstoot. Dat laatste is de beperking en de moeilijkheid.

Natuurlijk, wij leren u, dat het leven heilig is. En dat moeten wij ook doen. Want leven is heilig, zeggen wij, omdat gij niet terug kunt geven, wat ge neemt. Maar kunt ge werkelijk iets vernietigen? Neen. Ge kunt alleen een toestand veranderen, een toestand, waarin een ander verkeert. Het idee, dat u dit hebt gedaan en daardoor uw eigen wereld armer hebt gemaakt, veranderd hebt, zal voor u persoonlijk de rem betekenen om dichter tot uw God te komen. Dit houdt in, dat het ware bewustzijn een bewustzijn is, waarin alle dingen gelijk zijn. Men lacht hier wel eens, wanneer men hoort, onder een bepaald soort monniken, die zelfs een vlo of een luis niet doden, maar wanneer deze lastig is haar zeer voorzichtig ergens anders neerzetten in de hoop, dat ze of een nieuwe voedingsbodem zal vinden, of uit haar eigen levensprocessen te gronde zal gaan. Dat klinkt voor een Westerling zo onaanvaardbaar. Toch zit hier dezelfde gedachte in.

“Kijk eens”, zo zegt iemand, “ik ben vrij om mijn leven te handhaven. Ik ben niet vrij om het leven van een ander te vernietigen, omdat ik mijzelf het recht niet toeken een toestand van een ander zodanig te veranderen, dat hijzelf deze verandering niet ongedaan kan maken.”

Een eigenaardige consequentie, ongetwijfeld. Maar een consequentie, die de moeite waard is, wanneer wij ons n.l., het proces bewustwording voorstellen als wat het werkelijk is. Menigeen ziet het als een persoonlijk, een ladder beklimmen, tree na tree. In feite is het iets anders.

Bewustwording is een realisatie van wat je reeds bent. Dat heeft geen trappen nodig. Maar wanneer je nu wreed bent, dan kun je daardoor het liefdesaspect minder goed realiseren.

Wanneer je overvloeit van liefde en genegenheid, kun je daardoor het aspect van haat, dat ook in je ligt, niet realiseren. Het wezen van elke mens, ja, van elk bewust wezen, dat ergens in het Al bestaat, is een af gerond geheel. In dit afgerond geheel is elke tegenstelling gelijkelijk vertegenwoordigd. Elke tegenstelling. Dus ook goed en kwaad, licht en duister, haat en liefde, edelmoedigheid en gierigheid of zelfzucht, enz. Wanneer je dit weet, dan begrijp je, dat elk uiten van een uiterste een remming betekent om het tegendeel te erkennen. Het bestaan op aarde is dus eenzijdig, zeer eenzijdig. Die eenzijdigheid komt voort uit het feit, dat de mens bepaalde aspecten in zijn eigen wezen. als goed erkent en andere aspecten, die evenzeer deel van zijn persoonlijkheid zijn en noodzakelijk zijn voor de perfectie van het leven zelf, het ik in het Goddelijke, bestrijdt en verwerpt. Is het tot zover duidelijk?

  • Het is dus uw mening, dat die tegenwichten in het Al zijn. Die behoeven dus niet in elke persoon aanwezig te zijn als kennende?

Ze behoeven niet bewust, dus gekend in de persoonlijkheid aanwezig te zijn. Maar als ze in het Al aanwezig zijn, zijn ze ook in elke persoonlijkheid aanwezig. Zijn we één met het Goddelijke, is onze persoonlijkheid a.h.w. versmolten met de Kracht des Levens zelf, dan moet alles wat ergens in het leven bestaat, in ons bestaan. Wanneer ik dus zeg: “ergens bestaat iets in het Al”, dan moet ik ook zeggen: “het bestaat in mij”. U zult begrijpen, dat deze leringen niet verkondigd mogen worden. Niet omdat ze zo gevaarlijk zijn voor een enkeling, die hierdoor leert zijn eigen leven beter te begrijpen. Maar omdat zij gevaarlijk worden, wanneer de mensen er zich meester van maken en ze gaan interpreteren en ombuigen, om zo hun eigen leven en hun eigen begeerten te rechtvaardigen. Want dan betekent de vrijwaring van aantasting van anderen op den duur vaak een specifieke vrijwaring van een omschreven klasse, die dan alle anderen wel mag aantasten. En dat is natuurlijk niet aanvaardbaar. Toch is dat juist hetgeen we in vele godsdiensten zien. De priester op zichzelf staat boven de wet, maar is gelijktijdig degene, die de wet maakt voor anderen. Dat ook over het hiernamaals niet veel gezegd wordt, over de werkelijkheid van het bestaan in andere werelden, is begrijpelijk.

Omschrijvingen in allerhande vormen, beperkte voorstellingen zijn er te over. Wanneer u alle u de moeite zoudt getroosten om alle beelden uit het hiernamaals eens na te gaan, die inspiratief zijn neergeschreven, mediamiek zijn doorgekomen, geopenbaard zijn door hogere leraren op aarde, enz., dan zoudt u zelf al een beeld krijgen van de uiterste verwarring. Overal zijn aspecten beschreven. met weglating van anderen. En daardoor zijn deze dingen u onbegrijpelijk. Ze zijn dus niet redelijk. Je kunt een kant volgen of de andere kant, maar je kunt niet zeggen, hier heb ik nu een beeldje dat is waar. De waarheid over het hiernamaals is eigenlijk zo simpel, dat de doorsneemens ervoor terugdeinst. Ik hoop, dat u dit niet doet.

Overgang is ondergang in een wereld. Ondergang in een wereld wil zeggen de realisatie van die wereld overbrengen in alle andere werelden, waarin je nog wel bestaat.

  • Wilt u het nog even herhalen?

Dus elke overgang is een ondergaan in een wereld en het overbrengen van het bewustzijn van die wereld in elke wereld, waarin je nog wel bestaat. De consequentie hieruit is deze: Elke wereld, die beleefd wordt, is niet een bevrijding uit een vorige wereld, maar eerder een toevoegen van de wereld aan andere werelden.

De mens wil op aarde graag het idee hebben “Nu is mijn leven voorbij, nu ben ik van al die stoffelijke zorgen en noden. af.” Eigenlijk is het tegendeel waar. Een vlak, waarop je tot op dit ogenblik – zij een vaak onbewust – geestelijk rustig hebt kunnen ervaren, wordt nu met gelijke zorgen, met gelijke lasten en problemen belast. Ik hoop niet, dat u daar pessimistisch onder wordt. Het is de feitelijke waarheid.

Een tweede waarheid, moeilijker te begrijpen voor een mens. in de stof, is deze: Het probleem, dat hier suprême is, kan in een samenvoeging met een andere wereld zijn belangrijkheid verliezen. Hetgeen in deze wereld onbelangrijk scheen, kan na de samenvoeging, met een andere wereldbeleving buitengewoon grote belangrijkheid krijgen. Dat is ook begrijpelijk.

Nu echter bestaat uw leven niet uit een wereld. Ik wil alleen maar zeggen: U hebt niet alleen maar met een hiernamaals te maken. Er bestaan zeer veel verschillende vlakken, (bewustzijnsvlakken, als u het zo noemen wilt of delen van de persoonlijkheid een andere omschrijving) en in elk van die vlakken bestaat u volledig en geheel. Elke keer, wanneer u een wereld voorgoed verlaat – let wet voorgoed – dus dat betekent voor het stoffelijke de laatste incarnatie, dan voegt u de totale waarde van die wereld niet aan een van die andere werelden, maar aan alle andere werelden toe. Dit houdt in, dat op elk van deze vlakken uw problemen een andere belangrijkheid krijgen, een andere benadering nodig hebben en een andere oplossing vinden. Is dat duidelijk?

Dat betekent dan ook, dat bij een voor goed verlaten van de materie de problemen van de materie niet eenmaal bestaan, maar twintig maal of honderd maal. En elk van die keren met een andere belangrijkheid. En daaruit vloeit eigenlijk de geaardheid van het menselijk leven en bewustwordingsproces voort.

Niet, zoals men zich voorstelt, uit een continuïteit van ervaringen, waardoor het bewustzijn wordt opgebouwd en groter wordt. Maar integendeel, een voortdurende herhaling, een soort parafraseren van hetzelfde probleem onder andere belichting en onder andere omstandigheden, waarbij telkenmale een andere oplossing moet worden gevonden. Is zo’n probleem overwonnen in een wereld, gaat ook deze wereld teniet en wordt de inhoud van die wereld weer bij de andere werelden gevoegd. Kunt u zich dat ook voorstellen? Zo elimineert men zichzelf in de bewustwording dus voortdurend sferen en werelden en krijgt daarvoor in de plaats een steeds zuiver der en nauwer omschrijving van eigen wezen, eigen problemen en de oplossingen daarvan. Dit resulteert uiteindelijk in het bestaan in een wereld met een reeks van problemen. Het zijn niet meer de problemen, die je op de wereld hebt gekend. Want door de eindeloze samenvoeging met andere werelden, de eindeloze oplossing steeds van delen van het probleem, blijft het laatste probleem over en is in feite het probleem het leven. Kunt u dat begrijpen?

  • Niet helemaal begrijpen, omdat u zo-even gezegd hebt het resulteert in de delen. Al het vorige resulteert ten slotte in dat ene. Dus zijn er herinneringen aan de vorige levens.

Neen.

  • Toch niet? Anders wordt het toch geen leren, geen lering.

Dat is juist hetgeen ik probeer te vertellen. Dat er geen lering bestaat, zoals u zich voorstelt.

Zo ziet u, het is inderdaad een moeilijk punt, dat ik vandaag met u bespreek. En een punt, dat in zijn consequenties heel wat verder gaat, dan u zich misschien op het ogenblik kunt realiseren. Luister nu eens goed. Wanneer een wereld wordt opgelost, dan gaat ze voor ons voorgoed verloren. Kunt u zich dat voorstellen? (Ja.) Alle waarden, die in die wereld hebben bestaan, liggen in onze persoonlijkheid. Ze worden dus op elk ander vlak van uw persoonlijkheid weer volledig geuit. Dat is geen herinnering. Die wereld is weg. De waarde van die wereld blijft voortbestaan. De wereld zelf, en dus alle denken, dat deze wereld terug zou kunnen vinden, gaat teloor. Dat gaat tot een bepaald ogenblik. Op dat ogenblik is de volledige beheersing van de materie mogelijk geworden, doordat materie en denken identiteit zijn geworden. En dat betekent een terugbrengen van je aantal werelden, vergeleken bij een mens, tot ongeveer een derde. Dan moet je een hele weg hebben afgelegd. Je bent dan zelfs meer dan bv. een zonne- of planeetgeest. Je bent dan gelijktijdig onstoffelijk en onvormelijk, en volledig stoffelijk en vormelijk. U ziet, u hebt het nog moeilijker gemaakt dan het eigenlijk was. Toch moet ik dit er nu bij halen, om te voorkomen, dat u zo dadelijk zegt “Je hebt nu weer wat overgeslagen.” Ik laat het voorlopig even rusten. We kunnen er zo dadelijk desnoods er nog verder op ingaan.

Probeer u nu het volgende voor te stellen: Al die werelden zijn samen gevloeid tot een wereld.

Alle problemen van alle werelden zijn samengevloeid tot een probleem. Kunt u zich het beeld voor ogen halen? Dan is dit probleem de uitdrukking van het leven. Op het ogenblik, dat dit probleem is opgelost, is het leven als ons leven niet meer aanwezig. Vandaar, dat wij spreken over het opgaan in het Goddelijke. Het opgaan in het Goddelijke zoudt u kunnen noemen de realisatie van volmaaktheid, die het tegendeel van zichzelf in zich moet dragen, wil ze volmaakt zijn. Waarbij een volmaakt bewustzijn identiek is met een volmaakt onbewust zijn. Waarbij licht gelijk is aan duister. Waarbij goed gelijk is aan kwaad. De wereld van het niet-kenbare en het niet voorstelbare. Kan dit tot u doordringen? Ja, misschien ben ik iets te ver gegaan. Maar goed.

  • Wat is het niet voorstelbare?

Die wereld is niet voorstelbaar, omdat zij een volledige tegenstelling in zich draagt. Dus, om het nu even terug te brengen tot een mier met Uw wereld verwant beeld. Op het ogenblik, dat je daar het licht opdraait, wordt het donker, omdat het licht is. Op het ogenblik, dat je je daar wilt bewegen, sta je onbeweeglijk en onbeweeglijk zijnde beweeg je.

  • Dus een bewustzijnstoestand.

Ja. Het is een bewustzijnstoestand, maar een bewustzijnstoestand, die geen persoonlijk bewustzijn meer toelaat, omdat een persoonlijk bewustzijn een tegenstelling betekent.

  • Dat heb ik zo-even bedoeld.

Dan blijkt het misschien, dat u weer verder was dan ik in dit geval. Hebt u deze stelling nu zo ‘n klein beetje kunnen volgen? Zeg het maar eerlijk.

  • Ik heb hieruit begrepen, dat wat u zo-even met die waarden bedoelde, de waarden zijn, die wij er in zien door ons bewustzijn. 

Dat geldt beperkt. Als wij waarden gebruiken, dan zouden we net zo goed kunnen zeggen “dingen”. Maar “dingen” hebben een stoffelijker inhoud dan waarden voor de mens. “Waarden” kan het stoffelijke en het niet-stoffelijke inhouden daarom gebruiken wij dat woord nogal eens.

Want kijk, wat ik u nu heb verteld, is dus eigenlijk het geheim van de wederkerenden. Die weten dit ook, wanneer zij toch niet gerealiseerd hebben. En nu treedt voor die wederkerenden dus degenen, die op aarde geprojecteerd worden als scheppende factoren voor het lagere bewustzijn vanuit een hoog bewustzijn, dat in zich onstoffelijk is deze eigenaardige toestand op. Door het feit, dat zij onstoffelijk en stoffelijk zijn op deze trap van bestaan, zijn zij in deze tweeheid voor zichzelf onbewust zowel van het stoffelijke als van het onstoffelijke. Kunt u zich dat voorstellen?

Er is dus geen van beiden levensvormen, die reëel beleefd wordt. Toch zijn beide levenskrachten in de persoonlijkheid geuit aanwezig. Dit houdt in, dat ieder, die op deze wijze op aarde keert, eigenlijk zuiver geest en zuiver stof tegelijk zijnde, in zich alleen het bewustzijn draagt van zijn problemen en niet van de vormconsequenties, die deze problemen hebben, hetzij in de wereld, waarin hij zich uit, dan wel in zijn geestelijke wereld, in zijn geestelijk bestaan. beter gezegd. De Hindoe heeft daarvoor het woord antavara gevonden anderen noemen dit de hoge of de witte meesters. Men spreekt ook veel over de lijdende oerkrachten. En dan is het voor mij altijd een vraag, hoe je dat moet spellen. Want zeker lijden deze oerkrachten juist onder hun eigen problemen, terwijl zij in de uiting van het probleem gelijktijdig leiding geven, zowel geestelijk als stoffelijk.

  • Het is een openbaring aan zichzelf.

Juist. Met andere woorden wat voor de wereld openbaring is, is in feite een probleemstelling van hogere orde, die waar ze op aarde eenzijdig wordt gerealiseerd en een impuls geeft tot een verdere bewustwording binnen een beperkte wereld oplossing van problemen in deze beperkte wereld mogelijk maakt en zo de eigenlijke problemen, die op de achtergrond liggen, transporteert naar een hoger vlak. Ja, dat zijn natuurlijk punten, die je niet overal kunt gaan vertellen. Want neem nu bv. in het christendom de figuur Jezus. Jezus, die inderdaad voor een ieder, die op aarde leeft en zeker voor een ieder, die Christen is, een buitengewoon hoge, krachtige en lichtende persoonlijkheid is. Ook voor ons. In feite wordt hier dus gezegd: Jezus leefde en stierf niet op de aarde voor de mensheid, maar krachtens de problemen die in zijn eigen wezen liggen. Dat deze uiting in de stof voor ons, een oplossing heeft betekend, betekent niet, dat die gelijke oplossing ook voor Jezus aanwezig was. Wat meer is, hij zal ongetwijfeld op het ogenblik, dat hij stoffelijk leed, ook geestelijk geleden hebben. Maar in beide waarden, zowel in zijn stoffelijk lijden als zijn geestelijk lijden lag het bewuste tegendeel in de stof de realisatie van een volbrenging van de taak (dus een oplossing van het probleem) in de geest een neerdaling ter hel met de realisatie van het hoogste licht, waardoor de persoonlijkheid in een groter bereik van bewustzijn staande, gelijktijdig stoffelijk en geestelijk een en hetzelfde ervarende, komen tot een nieuw punt.

Ik weet niet of u van de kabbalisten wel eens gehoord hebt van de bijzondere betekenis van de letter H? Neen, daar hebt u nooit over gehoord.

H is eigenaardig genoeg een letter, die vaak als kern voorkomt in woorden, die God betekenen. Er zijn kabbalistisch gezien 72 goddelijke namen. En deze 72 namen bevatten op 9 na alle een H als middelpunt. Denkt U aan Jahwe, maar ook aan het Christelijke woord voor Jezus: Ichtus. Ook weer een H, Deze H staat voor de gelijktijdige en volledige beleving van geestelijk vlak en stoffelijk vlak, leidend tot een verbinding van bewustzijn, die een realisatie. van beide vlakken in een, (dus een goddelijke realisatie) vanuit menselijk standpunt mogelijk maakt.

Ik ben er nog niet, maar als u zegt “het is te zwaar”, dan wil ik er verder mee ophouden. Of zal ik nog even doorpraten? Dan moet u mij wel beloven, dat u het goed naleest en dat u het wel bestudeert ook, hoor! Want hier moet u werkelijk heel goed over nadenken.

Dat is dit: Wat is de voorstelling “God”, die de mens kent? Ook dit is één van de punten, die niet in het algemeen geopenbaard mogen worden. Het punt God, dat de mens kent in zijn voorstelling, God, over wie wij proberen zoveel te leraren en te leren, is in feite niet een wezen en zelfs een kracht. Hij is een uiting, een verschijnsel. God is de samenvloeiing van twee werelden, waarin tegendelen een oplossing vinden.

Het werkelijke wezen Gods is niet te realiseren. Maar een punt, waarin alle werelden raken, is voorstelbaar. Dat zou afgaande over hetgeen wij zo-even over ontwikkeling gezegd hebben over bewust worden betekenen, dat wanneer alle problemen voorden teruggebracht tot een probleem en wij staan met het probleem tegenover het leven, voor ons de samenvloeiing een oplossing van zijn betekent. Maar het punt, waar probleem en leven elkaar oplossen, is gelijktijdig het punt, dat wij God noemen. Dit punt God op zichzelf is probleemloosheid.

Vandaar de omschrijving van de eeuwige vrede en dergelijke. U hebt het van ons ook zo vaak gehoord. Die vrede betekent dus een zijnstoestand, waarin zijn en niet-zijn identiek zijn geworden. Is het begrijpelijk?

Maar zijn en niet-zijn in een punt is gelijktijdig een zijde van een grotere H. Kunt u zich dat voorstellen? Op het ogenblik, dat ik, zijnde en niet zijnde, bewust ben zonder bewustzijn, ofwel de schepping omvamende mijzelf verlies in de kosmos en uit de kosmos mijzelf toch weer ken, heb ik, een punt bereikt, waarop een nieuwe wereld voor mij kenbaar wordt, wanneer, ik mijn punt God bereikt heb, begin ik in feite pas mijn uiting en beleving in de grotere wereld.

Dit betekent voor de doorsneemens een oneindigheid van streven en strijden en daarvoor is hij bang. Maar hij vergeet een ding. Op het ogenblik, dat alles tot stilstand komt, is er noch vreugde noch leed. Zolang er leven is zullen vreugde en leed beide bestaan. Leven is bestaan in tegenstellingen. En het feit, dat de vreugden op de duur scherper door ons gerealiseerd kunnen worden dan het begeleidend lijden, zodat het ondergaan tijdelijk selectief is van invloeden, maakt het ons mogelijk telkenmale weer een hemel te beleven, een paradijs. Je kunnen steeds weer volmaakt gelukkig zijn.

Maar wanneer wij het volmaakte geluk genoten hebben, komt in het geluk weer de probleemstelling. En de probleemstelling betekent weer de verdrijving uit het paradijs. Maar de verdrijving uit het paradijs draagt in zich het streven naar het paradijs, met vreugde over elke kleine bereiking met een hernieuwd paradijsleven, een hernieuwde hemeltoestand.

Dat is eigenlijk veel mooier. Het is veel intensiever dan de doodse voorstelling van een hiernamaals, die een mens heeft. Een paradijstuin blijft zichzelf te veel gelijk. Vandaar dat in het paradijs juist de verleiding het sterkst is. Een hiernamaals, als hemel gezien met een voortdurende aanbidding Gods, brengt op den duur in het ik een verzet tegen God, omdat het verschil, dat in het begin scherp werd gerealiseerd tussen het Goddelijke en ik, versmelt. En daarvoor in de plaats komt een demonisch iets maar degene, die zover stijgt, dat hij God begrijpt, benaderd heeft in zijn eigen wereld, die wordt Lucifer. Want hij ziet geen verschil meer tussen zich en God. En op dat ogenblik moet hij vallen om opnieuw te streven. Maar dat streven zal op een ander vlak en op een andere wijze plaats vinden dan op dat ogenblik.

Nu verdwijnt uw duivel helemaal. Uw demon, uw kwaad evenzeer. De vastheid van elke waarde gaat teloor. Het is juist daarom, dat het verboden is aan de grote leermeesters om deze dingen volledig uitgewerkt mede te delen. Ik heb u alleen maar een inblik gegeven van de problemen, die er bestaan. Ik heb ze niet voor u uitgewerkt en niet voor u opgelost. Ik heb u alleen maar een klein overzicht gegeven. Maar u zult misschien begrijpen, waarom een ieder, die deze dingen uit gaat werken en volledig duidelijk maakt voor het beperkt menselijk bewustzijn, er zeker van moet zijn, dat het niet in handen komt van niet-ingewijden, van onbewusten. Want de onbewuste zou hieruit een rechtvaardiging maken voor zijn eigen wereldmisachting, leidende tot wereldmisbruik en zo zijnde de voortdurende zelfbeperking, die een bereiking in het hogere onmogelijk maakt. Een openbaring hiervan betekent het leven tot stilstand brengen voor velen. En een leven tot stilstand brengen is niet gerechtvaardigd. Ieder moet op zijn eigen wijze leven. Daarom brengen de grote gezondenen, de grote witte meesters, wanneer zij zich verstoffelijken, terwijl zij geestelijk voortbestaan, steeds weer de leerstellingen, die noodzakelijk zijn om de mens iets verder te voeren juist in de problemen van de wereld.

Dat kunnen wij bij Jezus terugvinden “Ik breng u niet de vrede maar het zwaard.” Iemand, die de vrede brengt sluit verdere bewustwording uit. Iemand die daarentegen de strijd brengt, de juiste strijd, de goede strijd, die verveelvuldigt de beleving, intensifieert vreugde en lijden en maakt door dit intensifiëren van deze belevingen een steeds sterker beleven in steeds minder beperkte werelden mogelijk. Opdat het leven gerealiseerd wonde en men op het grotere vlak (waarvan wij niets weten, waarvan enkele ingewijden iets verstaan en wat ik daarvan weet, zou ik niet mogen zeggen) dus op dat vlak komende men een beleving zal doormaken, die zo schoon, zo groots, zo vol van zorgen en strijd, maar zo vol van voldoening is, dat ze meer waard is dan al het andere. Zeker meer waard dan een daadloos Nirwana. Een daadloos Nirwana, dat een ogenblik kan bestaan. Maar wanneer wij daarover spreken, verzuimen we heel vaak te zeggen “Je gaat nog verder.” We zeggen “Nu ja, van daaruit ga je op met je persoonlijkheid in God.” Dat is voor u simpeler.

Maar onthoudt u nu een ding: Ik heb u dit nu allemaal verteld. Het is niet iets om propaganda mee te maken. Het is iets om voor uzelf te overdenken. Begrijpt u het, dan zal het ongetwijfeld een grote steun zijn. Het zal u doen begrijpen, waarom de filosoof van het Oosten in feite ook het Westen uitdrukt. Hoe elke wet, die esoterisch of stoffelijk wordt gevonden, op beide gebieden voortdurend van toepassing is. Hoe geen verschil bestaat. En begrijpt ge dat, dan zult u juist daardoor in uw eigen leven hier meer tegenstellingen ondergaan, daar ben ik zeker van maar gelijktijdig ook een groter intensiteit van beleving vinden. En begrijpt u het niet, of blijft het u duister, doe mij dan een genoegen. Een volgend maal krijgt ook deze groep de gelegenheid hierover vragen te stellen. Dus we kunnen de kleine onduidelijkheden nog een keer uitleggen. Maar gaat het u te ver, leg het dan terzijde. Want dit is kennis, die als ze verkeerd wordt gebruikt door een onvolledig begrip een twee snijdend zwaard kan zijn. Ze kan u n.l. de zorg geven, zonder dat u zich de vreugde realiseert of vreugde, zonder dat het probleem eruit voortkomt. In beide gevallen betekent dit een terugvallen in intensiteit van zijn. U moet komen tot het werkelijk leven, tot een kracht, die in zichzelf onnoembaar is en die gelijktijdig alle problemen der wereld en alle oplossingen in zich bevat en juist daardoor een voortdurende wisselwerking doet ontstaan, die het volmaakt erkennen mogelijk maakt plus op de duur na de erkenning een projectie in nieuwere en grotere gebieden. Ik vind, wanneer u dit vanavond verwerkt heeft, dan hebt u meer dan genoeg gedaan.

  • In een gedeelte werd gezegd, dat de Chinese dichter zijn penseel neerwierp, omdat hij de inspiratie verwierp als zijnde niet in overeenstemming met zijn eigen wezen. Wanneer kan een mens dat doen? Toch alleen maar wanneer hij zijn eigen wezen erg goed kent?

Ja. Of wanneer hij zijn eigen wezen denkt goed te kennen. Want hier behoeft geen absoluut kennen aanwezig te zijn. Hier is het voldoende wanneer er een gedeeltelijke zelfrealisatie heeft plaats gevonden, waardoor een bepaald beeld van het ik is ontstaan, dat het mogelijk maakt indrukken uit de buitenwereld te verwerpen of te aanvaarden in overeenstemming met die voorstelling van het eigen wezen. Ik zou zeggen, het is nogal begrijpelijk en eenvoudig eigenlijk.

  • Maar deze inspiratie kwam toch niet van de buitenwereld?

Goed. Nu zegt u hij kwam niet van de buitenwereld. Zoals u het zeggen wilt. Maar de invloed, die in ons geboren wordt, bv. uit het onderbewust zijn, komt voor ons redelijk vermogen ook uit de buitenwereld, d.w.z. uit een wereld, die wij niet beheersen of kennen.

  • Komt het dan wel eens voor, dat je iets verwerpt, dat je beter niet had kunnen verwerpen?

Ja. Dat komt praktisch dagelijks voor in het leven van eenieder. Want het ware leven ligt natuurlijk helemaal buiten uw eigen verhoudingen, qua maatschappij e.d. maar het werkelijke leven vindt zijn oplossing in de aan vaarding van alle dingen. De volledige aanvaarding van alle dingen betekent de volledige eenheid met alle dingen. Dus wanneer wij het zo filosofisch willen benaderen, dan kunt u zeggen, dat elk verwerpen op zich een ontkennen is van bepaalde mogelijkheden in het ik en daardoor een beperking van het ik, zodat het Goddelijke in dit ik minder snel wordt gerealiseerd, nietwaar?

Maar dan gaan we al heel erg diep op de zaak in, als ik het zo zeg.

o-o-o-o-o

 De lotus en andere bloemen

De lotus op zichzelf is een nachtbloeiende waterplant, zoals u weet. Zij wordt over het algemeen vooral in het Oosten gehouden en doet ietwat denken aan een verfijnde waterlelie.

Ze is mooi van kleur, over het algemeen wit met een roze binnen schemering, dat iets van parelmoerachtige glans in de bladen legt. Ze komt vooral tot haar recht in het maanlicht, wanneer ze opengebloeid als een gevallen ster op de siervijvers van het Oosten drijft.

Dat zij het symbool is geworden van het menselijk leven en het menselijk bewustzijn, is begrijpelijk. Want ook de lotus vertoont verschijnselen, die de mens kent. In de eerste plaats toont zij ook aan de oppervlakte de groene bladeren, in feite wortelt zij en trekt zij haar voeding uit de ontbinding van de onder haar liggende materie. Dat is ook voor de mens zo.

Het menselijk leven is gebaseerd, op de dood. Alleen door het sterven van anderen kan de mens leven. Het is dan ook geen wonder, dat in vergelijking met de lotus in de eerste plaats tot uiting komt de verbinding, die er bestaat tussen ondergang en leven, tussen dood en bewustwording.

Maar zoals voor de bladeren op zichzelf de naar beneden tastende wortel. In feite alleen maar een grondslag is, zo is ook het menselijk lichaam een grondslag. U kunt niet zeggen “dit is de mens”, wanneer gij een stoffelijk lichaam ziet. Het, is de essence, die tot bloei komt uit het menselijk lichaam, die de werkelijke menselijkheid betekent. Vandaar dat men zegt, dat wanneer geestelijke krachten opbloeien, het is, alsof de lotusknop, opgekomen in de voortdurende worsteling der materie, die zich voedt met de dood, het geestelijke als lotusknop komt uit het materieel verworven bewustzijn, en langzaam, heel langzaam openbreekt.

Wie een lotusknop heeft gezien, weet hoe zij, na het eerste barsten reeds iets van haar schemer witte kleuren verraadt, terwijl zij nog omgeven is door een keurslijf van groene schutbladeren. Wanneer bij de mens het geestelijke doorbreekt, de geestelijke begaafdheid tot uiting begint te komen, dan zien wij hetzelfde beeld. Verwant met de materie, daar reeds bovenuit strevend en een nieuwe middelstof aanvaardend, is het toch nog een materieel begrip en streven, waar een enkele keer een lichtflits van bewustzijn doorheen komt.

Maar naarmate de lotus zich verder openplooit en blad na blad naar buiten vouwt, totdat ze als een kelk de manestralen drinkt, zo zal de menselijke geest, wanneer zij een gave heeft verworven, meer en meer de stoffelijke aspecten daarvan terzijde leggen en zichzelf openvouwen, zo verwervende het weerkaatste licht van het Goddelijke. Want het zilveren licht van de maan is geboren uit de verblindende gloed van de zon.

Maar de zon verschroeit de lotus. Daarin komt ze niet tot haar volle rechten haar volle pracht.

Zo ook de mens en de menselijke geest. Niet in het onmiddellijke, alverslindende van een goddelijke realiteit kan de geestelijke begaafdheid bloeien. Zij is gebonden aan een wereld van voorstellingen, aan een weerkaatsing van het Goddelijke door middel van schepping.

Schepping in alle sferen en toestanden.

Nu leven in het menselijk lichaam bepaalde krachtpunten, bepaalde organen zou je kunnen zeggen, van de geest. Ze stammen gedeeltelijk ook uit het lichaam zelve en er zou dus kunnen worden gezegd, dat de lotusknoppen der geestelijke organen vaak, maar niet altijd, hun rustplaats vinden op het groene blad der lichamelijke gesteldheid en der lichamelijke organen zoals de lotus soms alleen bloeit, een witte ster, verloren in de wateren, soms als een licht, temidden van een groene bladerzee. Er zijn ook bepaalde organen, geestelijk, die niet met lichamelijke organismen in verband kunnen worden gebracht. Wanneer ze openbloeien, stuk voor stuk, dan wordt hierdoor de mens verheven tot een wezen, dat ver boven zijn eigen wereld uitgaat. Dit ver boven de eigen wereld uitgaan betekent het ontwaken een nieuw vlak.

Vandaar de voorstelling, die men soms geeft in het Oosten de bewustwording van de mens in de sferen der geest. De materie is de bodem der vijver. Het menselijk bestaan is de vrucht, waaruit de lotus bloeien kan. En naarmate de geest verder uitreikt omhoog en naarmate de menselijke geest zich meer en meer vrijmaakt van haar materiele bekommernis, haar materiele denken, rijst boven de spiegel van het stoffelijke uit in de vrije wereld van de geest een bloemknop, die zich openplooit en in zich draagt het volledig wezen van de mens.

Het zal u misschien zijn opgevallen, dat men zo vaak ook de Boeddha als gezeten in een opengebloeide lotus voorstelt. Dit is niet zonder inhoud, zonder zin. Want de kern, de kracht, die de lotus als verschijnsel doet bloeien, in hogere wereld, is immers de bewust geworden geest. Deze bewust geworden geest zal zeker want stijgend aan het voertuig de lotus rondgaan en opnieuw worden tot een zaad, waaruit een bloem kan opgroeien in hogere wereld.

Maar het is de mens, die de vrucht is van de bloem. De bloem, die het bewijs is van de vruchtbaarheid van al hetgeen verborgen ligt onder de waterspiegel. De Boeddha is de bewuste geest, die oprijst boven alle sfeer, boven alle waan in een nieuwe werkelijkheid. En rond hem is de wereld opengebloeid als een lotus, hem dragende, hem door de beeldende kracht van de wereld, door de intense levenskracht van de wereld opdragend en schragend, terwijl hij, in meditatie verzonken voor zichzelf reeds de vruchtbare krachten van hogere wereld in zich verwerft.

U ziet, over de lotus is veel te zeggen. Ze is een symbool. Het symbool van ontbondenheid.

Een ontvluchting van het eigene en een inkeer in het hogere. Ik geloof, dat ik hiermede over de lotus wel voldoende heb gezegd. Maar als er een onder u is, die hierover meer wil horen, zal het mij een genoegen zijn op een gespecificeerde vraag verder te gaan.

U zwijgt. Moet ik u dan verlokken met dichterlijke termen? 0, ik kan het doen. Er is veel gedicht over de lotus. Een dichter roept uit “Gij manestraal, tot bloeiend leven hier geworden, u spiegelend in der wateren taal, hoe zijt gij zuiver en ontrukt Hoe brengt gij mij reeds in mijzelf een schaduw van het stil geluk, dat ik eens verwerven zal.” Het is het Penshabi, een buitengewoon mooie taal voor gedichten, ook al is het overzetten moeilijk.

En een ander? Die bekijkt het precies andersom. Het was een Chinees. Die zei over de lotus “Geboren uit het onzienlijke, dat ons oog veracht, wordt gij tot glorie, O, bloem van de nacht. In uw ontplooien zegt gij mij weer: Verhef u boven het onbewustzijn. Dan zult ge heer, bewust en mens in uiterste volmaaktheid zijn. Zo bloei ik als de lotus, onbewust en klein, maar reikend tot het hoogste.”

Ieder heeft zijn taal. Ieder zijn wijze van uitdrukken. Maar aangezien u zo zwijgzaam en mag ik zeggen vredig toeluistert, kunnen wij natuurlijk nog wel een paar punten aanstippen over de lotus. Want er gaat een verhaal niemand weet of het waar is dat naast de witte lotus ook soms de zwarte lotus bloeit. En daarin ligt de symboliek van wat voor de mens het Goddelijke en het demonische is.

De bloem is gelijk, haar blad is gelijk, ze groeit op dezelfde voedingsbodem. Maar waar de een zich openplooit in een duisternis als de nacht, het maanlicht opdrinkend en niet weerkaatsend, wordt de ander zelf tot ster, wit en lichtend.

De krachten van de geest zijn voor iedere mens gelijkelijk bereikbaar. Een ieder zal uiteindelijk zich kunnen ontplooien en zijn wijze instellen op een nieuw en hoger bewustzijn. Maar waar de een slechts de krachten in zich neemt en in het duister van de nacht, geen licht wordt, daar zal de ander weerkaatsen, wat hij ontvangt.

De zwarte lotus is het symbool van de zwarte magiër. De magiër, die krachtens zijn verwerving van geestelijke kracht, van magische beheersing de wereld ontrooft van wat het hare is. Niet slechts datgene nemende wat hij ontvangt. De witte lotus, symbool van de witmagiër, die de krachten, die hij onttrekt aan het Al, uitstraalt in een voor de wereld meer kenbare, schoner en zuiverder vorm. en zo de wereld tot vreugde en blijdschap bewegend. En zo gaat er nog een legende. Wanneer een witte lotus sterft, schiet er een vonk omhoog. Een juweel, gevleugeld als een kolibrie, teer en vol van schemerende kleinen vervluchtigt zich in het blauwt der lucht. Maar sterft de zwarte lotus, dan verheft zich uit haar een cobra en schuiert giftig weg om zich in schaduwen te bergen.

Zo zijn er legenden te over. En allen kennen dezelfde symboliek Het openbloeien van het leven, het opbloeien van het geestelijk bewustzijn en de verheffing van het wezen boven het ene element als een nieuwe kracht, die vruchtbaarheid puurt uit een nieuwe wereld, voor zich en voor anderen. En wanneer u nu zwijgt, zwijg ik ook.

  • Is de lotus als symbool het eerst in het Chinese rijk, gebruikt of het eerst in het Egyptische?

Wanneer wij helemaal zuiver willen spreken, dan is de lotus de eerste maal zij het in grof bladerige vorm als symbool gebruik na de eerste opstand in Lemurië. Dus in het gebied van de stille Oceaan. Daar is zij symbolisch gebruikt o.a. bij de grote negerbeschavingen, die in het midden van Zuid-Afrika bestaan hebben. En vandaar is de symboliek overgebracht naar Egypte. Waar ook de Atlantiërs deze symboliek kenden en vooral waar zij de bloementaal spraken of beter gezegd schreven en ook in de symboliek van hun eigen geschriften het lotusbeeld als zinnebeeld verwerkten, is praktisch gelijktijdig van een bewustzijn omtrent de lotus en een soortgelijke symboliek te spreken bij de vroegere Incabeschavingen, de vroeg Tibetaanse beschaving, de beschaving van de Sjoe en Sjangdynastieën in China, waar ook ditzelfde beeld in gebruik komt. En voor die tijd en daardoor in heel Indië mede verbreid bestond het ook reeds bij de vroege culturen in het dal van de Indus. Dat was dus voor de Ariërs in Indië kwamen.

  • Dus het heeft wel een oorsprong, van waaruit de verbreiding in verschillende richtingen gegaan is.

Inderdaad. Om een Atlantisch schrijver hierover te citeren “Toen het menselijk bewustzijn ontwaakte in de voorvaderen van onze mensheid, aanschouwden zij reeds de blos, die bloeide in de moerassen, die de tempelvijvers van de groten sierden, die zich vernietigden door hun onbewustzijn. Is er nog meer te zeggen over het onderwerp van de lotus?

  • Zijn er nog meer bloemen, die een symboliek hebben, zoals de lotus?

Inderdaad. Het is zelfs zo, dat praktisch elke bloem een symboliek heeft voor degene, die haar weet te verstaan. Om een symboliek te noemen, die u ongetwijfeld onbekend zal zijn. Bij de vroegere stammen van de Aziatische steppen was ook de tulp in haar oervorm (dus nog niet gecultiveerd) een symbool. Zij betekende, dat overval op de weg een bloem kan bloeien.

Anders gezegd en overgebracht in esoterische termen: Hoe een mensenleven ook gaat en waar een mens ook terecht komt, bewustwording vindt hij steeds weer. En dan een andere, u meer beleende bloem?

  • Een lelie.

Een lelie is een later symbool geworden, had oorspronkelijk dus niet zo veel symbolische waarde. De aronskelk heeft ook pas later zijn betekenis gekregen, zoals ook de Judaspenning bv. Dat zijn dus de symbolen, die praktisch verknoopt kunnen worden, gedeeltelijk met de Griekse, gedeeltelijk met de zuiver christelijke beschavingen. Wanneer u bloemen wilt hebben met veel oudere betekenis, dan denkt u aan de Edelweiss. Weet u wat Edelweiss betekent?

Dat het sterke en zuivere klein maar onverwoestbaar bloeit daar, waar de hemel het dichtst nabij is. Dat is ook al oud. Dat is ongeveer 800 jaar oud. En het sprookje, dat ik thans aanhaal, was o.a. nog een van de wijsheden, die ze in de paalwoningen bij de Zwitserse meren vertelden. Dat is al heel lang geleden. En zo zijn er meer van die symbolen, die ge misschien wel kent. De orchidee bv. Daarvan zegt men, dat wie leeft op het leven van een ander, schoonheid baart, maar gif is voor de omgeving.

  • Een parasiet.

Inderdaad. En zo kun je verder gaan.

  • Is het waar, dat op de slagvelden, na de oorlog, de klaproos zo welig bloeit?

Ja. De papaver eigenlijk. De klaproos is ook een vorm van de papaver.

  • Is dat zo?

Ja, dat is inderdaad waar. Maar dat heeft met de bloem zelf minder te maken dan met een andere overlevering. En die zegt dit “Waar een mens sterft, door lafheid niet gekweld, daar wordt de aarde vruchtbaar en zal zij bloeier zo rood als zijn bloed.” En deze overlevering zal ongetwijfeld ook in uw tijd hebben doorgeklonken en daardoor vertelt men, dat de papavers zo rijk bloeien. Maar vergeet u niet, dat ook de korenbloem en andere bloemen, die vaak gelijk met het graan woekeren, dat die juist op de slagvelden weliger tot uiting komen. En deze sterke bloemen brengen dan ook nog een symbool met zich mee, deze papavers. Want zolang zij niet ontdaan zijn van hun wortel dan werden ze ineens betrekkelijk slap hebben zij een taaiheid, die je van een bloem met een dergelijk teer blad niet zou verwachten. En dat is deze: wat groeit uit de dood, draagt dromen in zich. Vandaar dat de papaver de sleutel wordt genoemd naar het land der doden.

Maar ja, sedert dien is het symbool veranderd en spreekt men in vele gebieden eerder van our lady of the poppy’s. Onze lieve vrouw van de papavers. En men bedoelt daarmede het wulpse droombeeld, dat verschijnt voor eenieder, die de werkelijkheid ontvlucht, vervuld van een begeren. Maar daarvoor geldt weer, dat een ieder die vlucht, voor zichzelf de ondergang baart.

En dat is dan weer een oude wijsheid, die wel waar is. Ach, we kunnen zoveel vertellen. Zo zegt men bv., dat de sering overal bloeit de wilde sering dan waar de schaduw koel is en de grote bomen fluisteren van oneindigheid. En daar ligt weer een oude legende aan ten grondslag, die we later ook in christelijke sagen en mythen wel tegenkomen.

Toen n.l. eens de goden op aarde rondwandelden, toen spraken zij over eeuwige waarden en een van hen vergat zijn staf. Deze staf hoorde hoe de bomen de woorden na fluisterden van de goden. En omdat zo zover de hemel in reikten, wisten zij te luisteren en steeds nieuwe woorden te geven. En zo voelde de staf, dat ze wortel schoot, omdat zij ook mee wilde fluisteren en mee aan de aarde wilde vertellen, hoe schoon de woorden oreren. Maar omdat het maar een eenvoudige staf was, werd haar stam niet zo groot en zo knoestig en kon ze niet zo hoog opschieten. De wilde sering is over het algemeen ook niet groot. En in haar nood om toch de wereld te vertellen, hoe schoon de wijsheid der goden was, bralt ze toen uit in allerhande trossen bloemen, waarmede ze rond wuifde om zo aan te duiden, dat de wijsheid der eeuwigen leefde in de luchten der aarde. Een oude legende. Wat dat betreft ben ik misschien een soort van geestelijk levenssprookjesboek? Dat was zo het een en ander over bloemen en bloemensymboliek, vrienden. Is er nog verder interesse?

  • U geeft een oplossing voor dingen, die je zo maar niet gevonden zou hebben.

Misschien. Er is een oude overlevering, ja u zult zeggen je zit maar in die oude overleveringen te grasduinen, maar ik weet, dat u het interessant vindt, en het geeft ons juist beelden, die de dingen anders zeggen, en toch duidelijk maken. Men vertelde vroeger eens dit: Er was een wijsgeer. En die droeg in zich de gedachten der eeuwigheid. Maar hij kon ze niet uiten. Toen ontmoette hij een kind. En toen hij zag hoe het kind reageerde op zijn wijsgerigheid, toen vertelde hij het eerste sprookje. Vandaar, dat men veel zegt dat de wijsheid der eeuwen bewaard is gebleven in de sprookjes der volkeren.

Nu vrienden, ik geloof, dat u het zo langzamerhand voldoende vindt, niet?

  • Bestaat er nu werkelijk een bloem, die geen geluk aanbrengt. Die ongeluk brengt?

Geluk of ongeluk aanbrengen is een kwestie van bijgeloof. Maar er bestaan inderdaad bloemen, die ongeluk brengen, wanneer u tenminste bijgelovig bent. Orchideeën, bloeiende nachtschade, kortom alle bloemen van giftige vruchten, die giftige vruchten baren dat is heel simpel gezegd die heten allen ongeluk te brengen.

En dan heb je bovendien nog de bloeiende doodsboom. Misschien wel eens van gehoord? Het is vaak meer een overlevering dan een werkelijkheid. Maar er bestaan bomen, die in hun bloeitijd een zodanige geur uitwasemen, dat, degene, die er onder ligt, schone dromen krijgt maar niet meer ontwaakt. Dat komt voor in Afrika, maar ook wel in de vochtige gebieden van Zuid-Azië. En een soortgelijke boom vinden mij bv. ook weer in het Amazonestroomgebied.

En van deze bloem wordt verteld, dat wie haar met zich draagt, zelf aan de dood ontsnapt, maar de dood wordt voor degene, die hem het naaste staat. Een soort duivelsoverlevering. En daar zit n.l. dit geloof weer aan vast. Het is bijgeloof natuurlijk maar in een dergelijke boom woont een geest, die zich voedt, met de geesten van overgeganen, de geesten van degenen, die sterven om en nabij die bonen. Wanneer je nu een bloem afbreekt, dan is dat een arm van die geest. En omdat hij je dankbaar is, dat je die arts dus voor hem uitdraagt in de wereld zal hij jouzelf niet aantasten. Maar hij mag een offer nemen. En hij is gulzig en daarom grijpt hij hetgeen het dichtst bij is, en dat is meest al degene, die je het naaste staat.

  • Een dergelijk verhaal heb ik meer gehoord, n.l. het verhaal van de Cambodja. Dat gaat ongeveer die richting uit.

Zo zijn er meer van die eigenaardige verhalen. Hebt u wel eens het verhaal gehoord van de broodboom? Er zijn twee overleveringen, de christelijke en de onchristelijke. De christelijke vertelt dat Jezus met Petrus over de aarde wandelde en honger had. Hij wilde eten. Petrus beklaagde zich, dat er geen brood was, waarop Jezus op een boom wees en zei: “Neem en eet.” En toen droeg die boom dan die z.g. broodvruchten. U weet wel, die grote melige vruchten, die je ook kunt bakken. Maar de heidense sage vind ik eigenlijk iets geestiger.

Dat is het verhaal van een hebzuchtig mens, die voortdurend offers bracht aan de boomgeest. En toen had deze boomgeest, die zijn vrouw, die nederig was, zeer welgezind was, gezegd “Datgene, wat ge mij heden offert, zal ik u honderdvoudig teruggeven.” Die vrouw nam al haar sieraden en wilde die aan de boom ten offer brengen. Maar juist kwam haar echtgenoot thuis en die nam een stok en sloeg haar, omdat zij toch zo’n kostbaar offer wilde brengen.

En toen ze dan vertelde, dat zij het de geest had beloofd, maar niet kon vertellen in haar snikken over de slagen die ze gekregen had, dat die geest haar daar ook iets voor had willen teruggeven, toen nam haar man minachtend een brood, dat halfgaar lag, en wierp dat naar de boom toe, zeggende: “Hier heb je dan je offer.” De volgende dag droeg de boom broodvruchten, die een zegen zijn voor een ieder, die honger heeft, maar zeker geen rijkdom brengen.

U ziet sagen en legenden te over. Zo hebt u misschien ook gehoord nu ja, het verhaal van de mistletoe kent u natuurlijk. Dat is met Loki. Maar zo bestaat er ook nog een verhaaltje over hulst. Weet u waarom de hulst zulke stekelige bladeren heeft?

Er was een bosgeest, die achtervolgd werd door een machtige god. En in haar nood deed zij een beroep op Freya, de godin der vruchtbaarheid (je kunt zeggen de Germaanse Venus) om haar de middelen te geven om haar aanbidder te ontkomen. Toen veranderde zij in een struik.

Maar de minnaar nam daar geen genoegen mee en wilde de struik uitrukken. Toen gaf Freya, in haar grote goedheid stekels aan alle bladeren, zodat het boompje de hoog machtige god heel aardig tatoeëerde en deze geslagen moest terugkeren in zijn hemelse woning. En als herinnering aan deze overwinning draagt de hulst nog steeds, rode bessen, als herinnering aan de bloeddruppels, die een god op haar bladeren moest achterlaten.

Had u die ook nog niet gehoord? Er zijn er onnoemelijk veel van deze legenden.

Weet u de geschiedenis, waarom de aardappel tegenwoordig in een nest groeit? Dat hebt u waarschijnlijk ook nog nooit gehoord. Die legende is eigenlijk Indiaans, d.w.z. ze is niet van Europese oorsprong. Maar men vertelde, dat vroeger de aardappel groot werd als een pompoen, onder de aarde groeiende. Maar toen was er eens iemand zeer ontevreden en hij zei tegen de goden “Wat heb ik nu aan die grote vruchten? Ja, ik heb er wel een stuk of twintig.

Maar met al die moeite, die ik daarmede heb. Toen werd die god een beetje sarcastisch. Het was een soort Manitou. Hij zei tegen hem “Ik beloof je, dat wanneer je zaait, het volgend jaar, je 100.000 of tenminste veel maal vele, zoals dat in de oorspronkelijke sage werd uitgedrukt aardappels op je veld zult vinden ” De man was er heel erg blij mee, ging naar huis en zei: “Het is toch maar goed, dat je die goden daarboven zo nu en dan eens stevig uitkaffert, want kijk, dat heeft hij mij beloofd.” Maar toen hij de volgende keer kwam na het zaaien, en wilde gaan oogsten, toen vond hij onder elke plant i.p.v. een grote knol wel twintig heel kleine knollen. Daar zat hij zo mee in, dat hij daar eigenlijk met zijn knollen liep te sjouwen (want alle anderen hadden nog hun grote aardappelen, die ze konden bewaren met weinig afval, weinig moeite, enfin, kortom alles wat je maar wensen kunt) en hij werd heel hard uitgelachen. Hij werd zo nijdig, dat hij zei: “Vervloekt zullen jullie zijn en eten zullen jullie de vruchten der aarde zoals ik.” Met het resultaat, dat voortaan iedereen aardappelen heeft gekregen in de kleine knolvorm en de heel grote de wereld uit zijn. Dat laatste is niet helemaal waar, maar dat hebt u te danken aan de opkomst van de industrieaardappel.

Nu heb ik u zo veel verteld, dat het langzamerhand tijd wordt, dat wij dit gezellige samenzijn in lichtere stijl weer gaan besluiten. Ik wil u toch nog een grapje vertellen. Het is ook een legende en zij is ook van Indiaanse oorsprong. Het is zo, dat men daaraan elke plantensoort en elke bloemensoort een soort van eigen godheid en ook bepaalde sekse toedenkt.

Nu was de fee, die de heerseres was over de tomaat, wel erg verwaand. Ze maakte altijd mooie witte vruchten en ze meende altijd, dat wanneer de dag voorbijkwam, hij speciaal naar haar keek. Op een goede dag fladderde er juist achter haar een mooie vlinder. En toen bloosde onze fee eigenlijk van louter plezier, omdat ze dacht, dat de zonnegod die dag naar haar keek. Maar dat lukte blijkbaar niet helemaal, want ze was wel ontgroend, ze was al gekomen tot de schoonheid van het wit je kunt de kleurenvolgorde nog zien ze bloosde, maar toen ze merkte, dat hij naar de vlinder keek i.p.v. naar haar, werd ze rood van woede. En dat is ze sinds dien gebleven.

Zo bestaan er honderden, ja, misschien wel duizenden aardige overleveringen, aardige legenden en verhalen, speciaal over vruchten. Je zou zeggen: Er is geen ding op de wereld, waaraan de mens te enigerlei tijd geen verhaal heeft verbonden. En wanneer ik dan ook de volgende keer hier weer zo’n zwijgend gezelschap vind, dan bestaat zeer zeker de mogelijkheid, dat ik weer wat sprookjes ga vertellen. Maar ik waarschuw u van tevoren, wanneer ik merk, dat u zwijgt, om mij aan sprookjes vertellen te krijgen, dan zwijg ik ook.

o-o-o-o-o-o-o-o

Meditatie.

Levensspiegel.

Je leeft en je kent jezelf niet. Maar rond je weerkaatst de wereld voortdurend je eigen leven.

De levensspiegel voor elke, mens, voor elke geest ligt in de wereld rond hem. Zo heeft de Schepper het in den beginne gezegd. Zichzelf spiegelend in zijn schepping, deed Hij, wat van Hem uitging, zich spiegelen in zijn wereld.

Wanneer gij leeft en gij meent, dat het leven onrechtvaardig is, schouw in het leven. Tracht het te begrijpen en gij zult zien, waar gijzelf hebt gefaald.

Brengt de wereld u geluk en voorspoed, beroem u niet op uw eigen verdienste. Maar schouw hoe de wereld geeft met grote rijkdom, hoe ze steeds weer krachten schenkt. En begrijp, dat het slechts uw eigen gulheid van geven, uw pogen tot vreugde geven aan anderen, u de vreugde en de rijkdom in de wereld schenkt is, dat wanneer ge meent, dat ge vergeten wordt, schouw in de wereld en ge zult zien waarom ge vergeten wordt. Vergeten, omdat ge uzelf van de wereld hebt afgesloten.

Wanneer ge iets verlangt, wat de wereld u niet geeft, schouw in de wereld. En ge zult weten, waarom uw verlangen niet vervuld wordt. Het leven is de spiegel van uw eigen bestaan.

Rond u gaan de invloeden van de sterren, rond u gaat het geheimzinnige werk der sferen. En met alles mede bouwt het rond u het beeld, dat gij van de wereld krijgt. Maar ge zult in de wereld slechts dat kunnen erkennen, dat gijzelf zijt. Zo zal een ieder, die in de wereld schouwt zichzelf zien.

Men zou het zo kunnen samenvatten. Toen God de mensheid schiep, sprak Hij “Gij keert tot mij, die uit Mij zijt geborene en zult tot Mij behoren, zo ge waart, voor ik U uitzond tot de aarde.”

De mens zei “Hoe kan ik, O God, mijzelf kennen? Hoe zal ik U herkennen, Heer?” God sprak ik Ben in u, allen tijd.”

“Het is veel,” zei toen de mens, “maar meer zou het zijn, indien ik u kende.”

En God zei tot de mens “Ziet de aarde, die ik u geef. En zo Ik tot u zeg Mens leef, zo geef ik u in heel de wereld Mijn beeld, Mijn werkelijkheid. Doorziet ge in al, wat is, uzelve, zo ‘t Al u tot uzelf geleidt opdat gij in uzelf delve en vinde daar Mijn eeuwigheid.”

Dat is de betekenis van het woord levensspiegel De bewustwording van jezelf door het leven.

Realisatie van de kracht in je door een begrip van” het leven. Ja, uiteindelijk het vind`n van de waarheid in het leven, zodat je jezelf kennende jezelf en het leven scheidt en zo God ziet buiten je, zoals je Hem in je weet.

image_pdf