Een feest van openbaringen

17 mei 1959

Pinkstergedachte, Pinksteren is zo’n beetje lente. Het is een feest van openbaringen. En als je dat nu vergelijkt in de tijd met de groei van de planten, dan zou je kunnen zeggen:

Pasen is het feest van de knop, die net gaat openbarsten, terwijl Pinksteren het feest is van de vrucht, die zich begint te vormen.

Zo is het geestelijk eigenlijk ook, want de opstanding van Jezus op Pasen is eigenlijk het symbool van een opstanding, die in ons allen kan plaatsvinden. Wij kunnen ontwaken uit het materialisme, de gebondenheid aan de materie en dus intreden in een nieuwe verheerlijkte wereld. Doch om die wereld goed te kunnen beleven moet er meer gebeuren dan alleen maar het openbloeien van het bewustzijn. Er moet een daad aan verbonden worden en het is deze daad, die ik, van uit mijn standpunt, het best gesymboliseerd vind in het Pinksterfeest.

Pasen is een feest van lijdzaamheid, van een gebeuren dat kosmisch is, dat wordt opgelegd.

Pinksteren is een feest van een persoonlijke activiteit, die misschien een onverwachte, maar toch zeker een grandioze apotheose mogelijk maakt.

We zouden natuurlijk kunnen zeggen: Ja, maar dit is speciaal christelijk. Ik geloof niet, dat dit helemaal juist is. Het feest van het komen van de Nijl in Egypte, schijnbaar alleen gebonden aan het rijzen van het Nijlwater, gepaard gaande met offerdiensten, doet ons een klein beetje denken aan het Paasfeest. Evenzo het inwijdingsfeest, dat eens per zoveel jaar wordt gevierd, de opstanding van Osiris. Zo komt er ook een feest van de oogst. Wanneer in Egypte de oogst eenmaal was binnengehaald, dan vierde men feest. Dat doet men trouwens vandaag aan de dag nog en dat feest bestaat, eigenaardig genoeg niet uit smeken en offeren maar, uit een zekere ontspanning en gelijktijdig het luisteren naar de stemmen van de goden. Wanneer de Nijl moet komen, wordt geen orakel getrokken, maar als de oogst binnen is wel.

Wij zouden kunnen spreken over sommige meditatiefeesten, die bv. te zien zijn bij de Brahmanen. Ze komen dan samen in de tempels en er zijn verschillende offerfeesten, maar er is ook, wat zij noemen het feest van het spreken. Ik geloof dat niet veel Europeanen de gelegenheid hebben gehad een dergelijk feest mee te maken. Men begint met het bespreken van de Veda. En wanneer die bespreking eenmaal bezig is, gebeurt het heel vaak dat een verhaler plotseling begint te profeteren en soms ook meer verhalers.

Bij de boeddhisten vinden wij verschillende kloosters, waarin ook eigenlijk de tegenstelling tussen het openbare feest en later het besloten feest met het daaruit voortkomend orakel, heel waarschijnlijk deel is van de complete mythen, die men geweven heeft om de Boeddha
figuur. De z.g. lentefeesten van oud-Mexico tonen ons ook weer iets dergelijks. Het kiezen van de persoonlijkheid van de zonnegod op aarde, bekende figuur die in beelden leeft en waaraan geofferd wordt, wordt na zijn dood gevolgd dus de periode ligt wat anders door een feest van profetieën. Er wordt nl. niet onmiddellijk een opvolger gekozen, maar er is een zeker interregnum, en in dit interregnum spreekt door verschillende priesters die er zijn, de zonnegod en dan is het mogelijk dat in het volk plotseling mensen ontwaken, die priesterlijke kwaliteiten vertonen. Ze worden dan tot het – overigens zeer jaloers bewaakte – priesterschap toegelaten.

Hieruit blijkt wel, dat hetgeen wij nu zo heel plechtstatig elk jaar herdenken als Pinksterfeest zeker niet een specifiek christelijk feest is. Het is slechts specifiek christelijk geworden, doordat het christendom de oorspronkelijk reeds bestaande feesten in die zin, kon verbinden met de overlevering, met het beleven van de apostelen en de leerlingen en zo dus tot deel van het christendom maken. Maar laat ons niet vergeten dat er voordat er een Paasfeest was, ook al een lentefeest bestond. Voor een Kerstfeest, een midwinterzonnewende. En dat we elk christelijk feest, dat gevierd wordt, op enigerlei wijze in de folklore weerspiegeld vinden zelfs lang voor Christus geboorte. Ik vertel u dit niet om nu de betekenis van Pasen en Pinksteren in christelijke zin weg te nemen. Maar ik probeer u duidelijk te maken, dat wij hier staan tegenover een fenomeen dat niet van christelijke, maar van kosmische geaardheid is.

Pinksterfeest is een kosmisch feest. Het is het feest van de bevestiging van ons streven. U streeft nietwaar, op uw eigen wijze en u hebt allemaal een eigen idee van wat moet gebeuren een eigen doel. En ja, hoe gaat dat, heel vaak lukt dat niet en het loopt tegen, maar op een gegeven ogenblik krijg je ineens je zou kunnen zeggen inspiratie: De makelaar biedt dat oude pand een cliënt aan van wie hij eigenlijk niet zou kunnen verwachten, dat hij geïnteresseerd is, enz. De huisvrouw heeft dat stof je van 99 cent, waar zij normalerwijze aan voorbij zou lopen plotseling gekocht en ze ziet kans daaruit niet alleen aardige gordijntjes, festonnetjes of zelfs een jurkje te maken, maar het lukt, want het is een lijn, die ze eigenlijk nergens heeft gezien, een eigen ontwerpje. En het doet het. Het is een moment van inspiratie, nietwaar.

De dokter ziet een patiënt en het is moeilijk om een diagnose te stellen. Ineens krijgt hij die ene gedachteflits; zo is het. En wanneer de patiënt weer komt, dan toetst hij de veronderstelling en ja, de symptomen bevestigen het ongeveer, de indicaties zijn wel juist en dan wordt de juiste behandeling aangegeven.

Iedereen doet dat op zijn tijd. Ik kan met die voorbeelden natuurlijk doorgaan. De ambtenaar heeft een hele tijd zitten denken, het project kon niet voor elkaar komen en hij heeft eigenlijk moeilijkheid: na moeilijkheid gehad. Dan legt hij het plan terzijde en zegt: “Het is hopeloos, ik kan er niets aan”doen.” En dan ineens, valt hem de formulering in; “Wanneer ik het zo formuleer, dan is het door te zetten.”

Dat heeft iedereen op zijn tijd. Dat is nu al in het gewone leven. Ik geloof niet dat iemand, hier aanwezig kan zeggen; Ik heb nog nooit een eigenaardig ogenblik van inspiratie gehad, waarin ik plotseling tegen de schijnbare rede in een hopeloos geval kon redden, of het nu dan groot of een klein is. Ik meen ook dat er haast niemand van deze wereld afscheid neemt, die niet een of meer van dergelijke momenten heeft doorgemaakt.

Maar de voorbeelden, die ik zo geef, ach, dat zijn eigenlijk zo van die stoffelijke voorbeelden, nietwaar. Men meent daarom dat het onbelangrijk is; het is intuïtie of het is geluk. Neen.

Het is een werking, die inherent is aan het bewust levende wezen. Wij leven niet alleen op verschillende niveaus van bewustzijn, wij hebben niet alleen een onderbewustzijn en een mogelijkheid tot het ontvangen van inspiratie van een ander: misschien. Wij zijn wezens, die op twee trappen wonen. Enerzijds sta je in de stof, anderzijds leef je in de geest. En je weet eigenlijk niet wat je ermee moet doen. Wanneer echter zo’n probleem zich voordoet, vergeet je een ogenblik de scheiding tussen beide. Je wordt een geheel.

En op het ogenblik dat dit geheel een feit is, zal in overeenstemming met de richting van de belangstelling uit het geheel een openbaring volgen van alle kracht, die binnen het bewustzijn van het geheel bevat kan worden.

Een belangrijker formulering dan u misschien denkt. Want uw stof en uw geest samen omvatten een meestal wijd terrein van stoffelijke interesse. Maar daarnaast ook een vaak enorm groot terrein van geestelijke interesse. En in dit heeft u kennis gezocht, bewustzijn gezocht. Wanneer u echter uitgaat van de gedachte: “De geest moet zich openbaren,” dan blijft u zelf inactief. Zolang u zelf niet actief bent, er van uzelf niets uitgaat en er dus geen vertrouwen in God en in uzelf aanwezig is, ja, dan kan er niets gebeuren. Pinksterfeest houdt niet in een manifestatie van de H. Geest, die eerst alle leerlingen met een hamer op het hoofd slaat om zo in staat te zijn tot hen door te dringen. Het zijn mensen, die in hun wanhoop een daad stellen, die eigenlijk heel gevaarlijk is. De tempeldienaren zijn immers helemaal niet vriendelijk tegen de volgelingen van Jezus. Ook Rome heeft op dat moment absoluut geen behoefte aan onlusten, want eerst moeten de havenkaden gebouwd worden waaraan later de galeien kunnen landen, opdat men Jeruzalem zal kunnen brandschatten. Die worden in die dagen gebouwd. Het is dus logisch, dat de leerlingen zich vervolgd voelen. En een eenling valt niet op, die kan zich camoufleren, maar als je met 70 man tezamen komt, dan valt dat op. Vergeet bovendien vooral niet dat die wereldsteden van vroeger, zoals Jeruzalem, heel wat kleiner waren dan de tegenwoordige wereldsteden. U kunt dus op uw vingers natellen dat een dergelijke bijeenkomst moet opvallen. En zelfs wanneer deze in het geheim plaatsvindt, gaan ze daartoe toch naar een korenpakhuis of een korenbeurs. Dit was geen openbare handelsplaats maar een plaats, waarin korenladingen eigendom van verschillende kooplieden verhandeld werden. Eén van deze kooplieden was een leerling. Het pakhuis mag nu nog zo afgelegen zijn, toch nemen ze een risico. Zij stellen hun eigen zekerheid en veiligheid in de waagschaal. En dat is de daad.

Maar vanuit deze daad komt het denken: “God, waar moeten wij naartoe en uit dít denken komt de tijdelijke éénwording van stof en geest, want het stoffelijk probleem van onzekerheid en het geestelijk probleem van onzekerheid lopen volkomen parallel.

In de stof: wat zal er gebeuren, wanneer ze ontdekken, dat ook ik hier ben?

En in de geest: Wat moet er nu gebeuren, nu de Meester er niet meer is.

Dit parallel lopen van de gebeurtenissen schept een eenheid van stof en geest. Plotseling is het totale bewustzijn bruikbaar. De totale kracht van het gehele wezen is een eenheid, Zo spreken ze vreemde talen. En is dat niet iets, wat vandaag aan de dag ook kan voorkomen? Mij dunkt dat voor u allen in kleinere dingen deze openbaringen ook voorkomen. Ongedachte oplossingen van problemen. Onverwacht eigenlijk en toch door uw eigen handeling, ontstaan nieuwe varianten, die u een zekere genoegdoening geven, u een zeker gevoel van waardigheid of.meerwaardigheid doen bezitten.

Als ik dan zo deze Pinksterfeesten bezie dan is mijn idee dit. En dan steun ik hier op verschillende zeer oude en zeer goede autoriteiten; op het ogenblik dat de mens met geheel zijn wezen iets intens verlangt, zal de werkelijke waarde daarvan, zoals die in God bestaat zich in hem openbaren. Niet de wil van de mens wordt volbracht en niet zijn voorstellingen wordt vervuld, maar Het in hem levende wordt aangevuld totdat het past in een volledige, volmaakte, kosmische verhouding.

Wanneer de mens innerlijk zoekt maar Goden het lichaam weigert deze innerlijke handeling te vestigen, zal deze mens God niet vinden. Wanneer het lichaam zich bezighoudt met het zoeken naar God of andere waarden en de geest bevestigt dit niet, zo is het zinloos en doelloos en zullen alle resultaten teniet gaan voor de persoon, die de handeling bedrijft. Maar waar een eenheid van stof en geest optreedt, daar wordt dit neergegrift in een eeuwigheid, die onveranderlijk blijft. Wordt dit vastgesteld als deel van Gods wezen en de volledige openbaring van zijn macht. Dan is de goddelijke kracht aanwezig en werkt zij in de mens, in zijn daad, geestelijk en stoffelijk. En dan wordt de goddelijke wil uitgedrukt door die mens en nieuwe kracht wordt geboren op aarde.

Nu denkt u misschien dat ik dat allemaal uit christelijke autoriteit heb. De eerste twee regels behoren echter vreemd genoeg tot boeddhistische leerstellingen. Vrij vertaald en gevarieerd. De daarop volgende regel heb ik o.a. uit een der Veda gehaald met een aanvulling uit een bepaalde Perzische leerstelling. Het is derhalve niet mijn gedachte of de gedachte van uit het christendom maar een gedachte, die klaarblijkelijk op de wereld heeft geleefd door alle tijden.

o-o-o-o-o

Ik ben misschien een raar predikant en het is Pinksteren en ik ben bij de pinken genoeg om op dit feest het mijne te zeggen. Per slot van rekening kun, je je bezighouden met allerhande vrome legenden en gedachten. Maar wist u dat de volgelingen, die het dichtst bij de duvel staan, het vroomst zijn. Judas Iskariot was veel vromer dan Petrus. Vandaar dat hij zijn meester heeft verraden. En zo lijkt mij ook, dat die al te getrouwe volgelingen in het algemeen in de knoop zullen geraken.

Dat geldt niet alleen voor het christendom. Dat geldt ook voor onze wereld en onze leer. Laten wij het nu eens precies eerlijk stellen. Er kan een ogenblik komen dat wij ons door u zouden kunnen openbaren. Er kan een ogenblik komen dat u, mevrouw, opeens met een grotstem zegt: “Geef mij een potje bier.” Dan hebt u de verkeerde aansluiting te pakken. Het kan voorkomen, dat u ineens kennis bezit, die u nog nooit bezeten heeft. Dan zegt u niet: “Het is Pinksteren, het is de werking van de Geest.” Maar, dat potje bier kan u in het nauw brengen, dame. Een inspiratie mijnheer, kan wel eens verkeerd uitlopen. Want u bent een mens, die leeft en u bent verantwoordelijk voor uw daden en u ondervindt de gevolgen. Per slot van rekening kan ik wel zeggen: “Vrienden, terug naar de natuur. Af al die bedeksels, de zon in.” Ga je gang, ga de straat op en kijk hoe vlug je in de bajes zit.” Niet ik, hoor, u.

En dat lijkt mij toe bij het Pinksterfeest ook belangrijk te zijn. Het gaat er niet om te doen wat een ander zegt, het gaat er om de dode dood niet om alleen maar te denken wat een ander zegt dat goed is, het gaat er om zo te leven en te denken dat je zelf, volgens je eigen weten, goed handelt, goed reageert zonder koehandel. Je hebt van die mensen, die laat ik eens een paar voorbeelden zoeken.

Jongen en meisje. Zij is fatsoenlijk, hij is verliefd. Wanneer het donker is lopen ze door het laantje dan mag hij een zoentje hebben, maar overdag, hé, jakkes, neen, stel je voor dat iemand het ziet. Wat is dat nu, is dat echt of niet echt, is dat komedie of niet. Zo vinden we a.h.w de stof en de geest eigenlijk dezelfde verhouding. In de mens zijn de geest en de stof gezamenlijk bezig. Maar heel veel mensen, zeggen overdag, tegen de stof: “Neen, denk erom hoor, stel je voor dat de mensen het zien. Wij zijn toch geestelijk,” En zodra het licht uit is draaien ze de zaak om. Dan gaat men veel verder. Is dat redelijk? Is dat logisch? Is dat praktisch? Neen, want zolang je zo komedie speelt voor jezelf, zet je aan de ene kant de geest en aan de andere kant de stof.

Je kunt ze niet uit elkaar houden. Je bent niet gemaakt in twee afdelingen je bent een geheel, ook zolang je in de stof bent. En daarom kun je nooit komen tot een werkelijk goed inspiratief werken, een werkelijk goed werken met geestelijke krachten tenzij je geest en stof als eenheid beschouwt. Dus om terug te komen op de jongen en het meisje. Als je het werkelijk meent. met de jongen mag hij je overdag ook wel eens een zoentje geven, dan behoeft het er niet speciaal donker voor te zijn. En zo is dat geestelijk precies hetzelfde. Wat wij doen stoffelijk en geestelijk moet consequent zijn. Pas wanneer ons innerlijk geloven, ons denken en ons leven precies strookt met wat we doen, komen we verder. En dan kunnen we zeggen, dat wij de invloed van de geest beleven. Dan krijgen wij de persoonlijke geleider, de persoonlijke meester.

Het is mogelijk, lang niet altijd zeker. Maar je krijgt wat anders: Je krijgt voor jezelf het contact met de kosmos. En of dit contact zich nu openbaart door een meester, een overgegane, door een engel, door een duveltje, door een lichte toon, een stralenkransje, dat maakt niets uit.

Men zegt: Ja, maar Pinksterfeest, dat is een feest van vurige tongen. Neem mij niet kwalijk wanneer je dat zo hoort dan lijkt het eerder op roddelen dan op goddelijke openbaring. Het is niet het feest van vurige tongen, het is niet het feest van de nederdaling van de H. Geest. Het is het feest van een stel mensen, die eindelijk de eenheid vonden tussen wat ze geloofden en wat ze deden.

Wanneer je daar nu maar toe kan komen, ben je een heel eind op streek. Nu geloof ik heel graag ik ben op mijn manier erg gelovig dat dit feest met allerhande wonderen gepaard is gegaan. Ik kan mij zo voorstellen dat ze zo bepaalde gezangen voor zich heen gemompeld hebben, dat ze kortom gebeden hebben tot hun God en al wat erbij komt. Maar ik vraag mij alleen maar dit af: Hoe komt het dat zij dit wel doen en anderen niet? U bidt toch ook tot uw God, waar blijven bij u die vurige tongen en de H. Geest? U zegt: “Ja, maar het ligt aan het gezelschap, er moet een quorum zijn, misschien zelfs een van 72.” Mogelijk, heel goed mogelijk. Maar dan verklaart u mij nog niet, waarom op u, wanneer u samen komt in een zaal bv., luistert naar een wijdingsvolle voordracht, naar een concert en geestelijk in verrukking komt, niet die H. Geest nederdaalt.

Dan kunt u natuurlijk zeggen: “Hij is eenmaal gezakt en heeft zoveel moeite weer omhoog te komen, dat hij het niet haalt.” Dat is onzin. Je kunt ook zeggen: “Het is Gods wil dat dat eenmaal gebeurt.” Neem mij niet kwalijk. Wanneer God alles maar een keer doet, ja. Dan is er een voordeel, hij heeft maar een keer Adam en Eva geschapen. Dan zijn er wat minder ongelukkige stommelingen op de verschillende werelden in de kosmos. Ik voor mij geloof dat niet. Ik voor mij heb het idee; die geest is er en staat te allen tijde klaar voor ons. Wij moeten echter die geest accepteren.

Ik kan mij zo de mentaliteit van de moderne mens voorstellen. Het kan verkeerd zijn, maar laat ik het toch maar vertellen.

En dan zullen wij dat eens doen in de zin van “roeping”. Men zegt: “God roept de mens.” Laat ons nu eens voorstellen dat iemand een zakenman, een banketbakker met een paar dozen met taarten bv. voorbij de kerk komt en hij hoort ineens: “Banketbakker, ik roep je. Kom tot mij en vervul mijn taak.” Keihard. En hij geloof er ook nog in. Weet je wat hij doet: “Hij zegt Heer, wacht een ogenblik, ik moet mijn bestelling wegbrengen en de kosten incasseren.” Dan is hij dodelijk verbaasd dat hij verder geen resultaat heeft.

Soms openbaart zich de geest en die zegt: “Nu is het ogenblik.” En dan zegt de mens: “He, dat vind ik prettig, maar wacht nu nog even. Ik moet op visite. Dat heb ik afgesproken. Dat kan ik niet laten gaan of zo’n kaartje voor mijn concert zou anders verlopen.” En dan staan ze heel gek te kijken dat er dan niets meer van komt. Er zijn zelfs mensen, die zeggen:”Nu voel ik ‘t dat moet ik doen daar moet ik heengaan.” Dan doen ze de eerste 5 stappen en dan zeggen ze: “Ja, maar nu is het teveel. Ik wacht wel even tot er een ander aankomt.” En dan komt er niets van en dan zeggen ze: “Pinksteren bestaat niet. Pinksteren bestaat niet, wat doe je er mee.”

Misschien zou je er dit mee kunnen doen. Je realiseren dat het spontane karakter van Pinksteren de reden en de oorzaak tegelijk is van dit gebeuren. Zoals jullie hier zitten en het allemaal erg mooi vinden, komen we geen cent verder. Maar op het ogenblik, dat u door iets geroerd wordt en zegt: “Hé, dat voel ik aan als voor mij bestemd, dat is juist” en u gaat het doen; dan gebeuren er wonderen. Niet omdat wij het gezegd hebben, maar omdat u gedachte en daad verenigd hebt in een idee.

Zo kun je verdergaan, kun je verder sukkelen. En dan neem ik voor deze bijeenkomst eens de a-religieuze kant van het Pinksterfeest. Dan zeg ik: Al die Pinkstergedachten, die Pinkstergemeente en al wat erbij hoort. Het zijn heel goede mensen, misschien, maar het is kolder. Doodgewoon kolder. Want zolang in de mens zelve dit gebeuren niet plaatsvindt heeft het geen zin het plechtstatig te vieren bij een ander. Zolang je niet zoekt naar het Pinksterfeest voor jezelf, beschouw het dan als 2 dagen gezellige dagen vakantie en maak je verder niet druk.

Maar als je het Pinksterfeest ziet als iets meer, gebruik dan niet alleen je hersens en je gevoel, maar zet je hele persoonlijkheid en je hele wezen in voor dat ene.

Een samengaan van gedachte en daad, van geest en stof in jezelf, met een volledig vertrouwen op de grote kracht, die alles ten goede leidt.

o-o-o-o-o

Wij hoorden daar zo heerlijk de stem van de opstand.

Daar zegt hij, onze kleine vriend Henri: “Maar als dat nu niet persoonlijk is, heb ik er niets aan.”

Oho, tjonge, tjonge, hoe komt hij nu op dat idee. Als er nooit een Pinksteren geweest was, dan zou je daar niet over denken. Dan zou hij dus ook niet kunnen komen tot zijn zoeken, naar een persoonlijk Pinksterfeest. En dat vergeet een mens wel eens…

Het is zo gemakkelijk te zeggen: “Nu ja, wij gooien al dat christelijke gedoe overboord.” Maar dat christelijk gedoe heeft u toch wel degelijk op allerhande gedachten gebracht en het geloof aan God, die met Zijn licht en Zijn kracht neerdaalt op de mens dat hebben wij toch eigenlijk te danken aan het evangelisch verhaal over de wereld, maar voor zich, opdat zij als een geheel God zouden kunnen kennen.

En zo kan het toch ons ook gebeuren.

God heeft ons lief,

God is met ons, elk uur van de dag.

God openbaart Zich in alles, in de geest en in de stof.

Op duizenderlei wijze is hij met ons en in duizenderlei vorm….Zouden wij dan aarzelen om dat lichtende wonder van Pinksteren te aanvaarden? Zouden wij dan alleen maar kritiek uitoefenen?

Ach, vrienden, als God ons lief heeft, dan mogen wij toch ook God liefhebben, dan moeten wij dat toch doen. Laten wij dan niet spreken over het hoe, over het waarom. Laat ons op Pinksteren, als op elke dat voor onszelf herhalen:

God heeft mij lief. God is met mij door alle tijden. God is mijn leven en mijn kracht en Zijn liefde is de vreugde, die in mij geboren wordt door alle werelden en sferen. Moge het mij gegeven zijn, mij elke dag meer bewust te worden, van Gods liefde.

Laat ons dan handelen naar de liefde Gods, die wij in ons weten, dan is er geen Pinksteren nodig, dan hoeven wij niet te strijden over die dingen, dan is het eeuwige werkelijk en dat is meer, dan elk tijdelijk verschijnsel.