Een nieuwe werkelijkheid

16 december 1969

Wanneer we spreken over een nieuwe werkelijkheid dan zijn er enkele punten die we goed moeten begrijpen. Werkelijkheid is een concept. De wereld is niet zoals ze werkelijk is voor u. Ze is voor u zoals u haar waarneemt, zoals u haar beleeft, vertaalt en op haar reageert. En wanneer u in deze periode leeft dan maakt u dus een ontstellende reeks van veranderingen mee. Die veranderingen liggen niet in de feiten, de feiten zijn nog steeds dezelfde. Ze liggen in uw eigen benadering van die feiten. En daarom kan een nieuwe werkelijkheid nooit zijn: een verandering van de feiten van de kosmos. Het kan wel zijn, een verandering van de reactie van de mens hierop.

Dan beginnen we ons af te vragen: wat heeft die nieuwe werkelijkheid van node? In de eerste plaats een andere benadering van onze eigen persoonlijkheid. Wanneer je in de materie leeft dan ben je geneigd om een hele reeks dingen als deel van jezelf te beschouwen, die dat niet in feite zijn. Dat is uw bezit misschien, uw menselijke relaties, daarnaast bepaalde denkbeelden. Wanneer u in een zekere godsdienst bent opgevoed dan kunt u misschien uiterlijk die godsdienst vaarwel zeggen, maar er zijn enkele essentiële denkwijzen van overgenomen. En u beschouwt die zozeer als deel van uw eigen denken dat u de oorsprong daarvan niet meer beseft. Nu is er op het ogenblik een gistingsproces aan de gang waarbij de mensen dus in verzet komen tegen de dingen die ze in de maatschappij zien. Maar gelijktijdig komen ze ook in verzet, al beseffen ze dat misschien niet, tegen datgene wat zijzelf zijn in die maatschappij. Er is dus sprake van een revolutie op het ogenblik, die in de eerste plaats reikt naar de mens zelf. Wat ben ik? Wat is mijn betekenis? Wat is de waarde die ik werkelijk bezit? Wanneer wij tot een besef van een nieuwe werkelijkheid willen komen, dan zullen we in de eerste plaats uit moeten gaan van een samenhorigheid die nooit gebaseerd kan zijn op vaste maatstaven, regels of verbindingen. Probeer u eens even in te denken:

Wanneer een mens niet meer gemotiveerd wordt door het behouden van bezit, het verdedigen van status, door het verdedigen van zijn geloof of andere ficties, hoezeer die misschien ook in de werkelijkheid werden uitgedrukt, dan zal die mens toch veel meer vrij zijn. De mens zal niet meer zo snel bang zijn, omdat hij de aantasting van bv. zijn denkwijzen of zijn ideaal niet meer gaat ervaren als een aantasting van zijn persoonlijkheid. Waar de angst minder wordt, daar kan de mens zich meer bezighouden met datgene wat hijzelf is, wat hij werkelijk is. Zijn betekenis kan nooit voor hem meer liggen in de betekenis die anderen hem toekennen. Hij kan die betekenis alleen vinden door wat hijzelf ziet als zijn relatie met anderen. Zijn betekenis met anderen. En hij weet dat hij elk ogenblik kan veranderen. Hij zoekt dus elk moment zoveel mogelijk zichzelf te zijn, en zo zelfverzekerd en waar mogelijk te zijn. Als je van daar uitgaat dan krijg je dus vanzelf een beeld dat afwijkt van de nu geldende normen.

Stel bv. u leeft in een land, een natie, u bent een volk en in dat volk kennen we dan natuurlijk nog de nationale geschillen. Die zijn overal, dat zijn allemaal illusies. Er is eigenlijk geen natie van specifiek Belgen, Fransen enz. Er zijn gemeenschappen en wanneer die gemeenschappen gebaseerd zijn op een bepaald patroon van denken en handelen, dan is het logisch dat eenieder de bedreiging van deze waarden, van deze wetten van de gemeenschap, gaat ervaren als een bedreiging van zijn eigen persoonlijkheid. Maar neem deze verplichte binding, dit je vastklemmen aan een bepaalde binding, aan een bepaalde regel, weg en die mensen kunnen ineens begrijpen dat de ander op zijn manier het ook goed meent. Dan kun je begrijpen dat een Rus een even goed mens kan zijn als een Amerikaan. Zo denken betekent ook, de grenzen anders zien. Je vraagt je niet meer af waar kan ik in mijn land, in mijn stad, in mijn gemeenschap het beste werken. Je vraagt je af: wat voor werk wil ik doen, waar kan ik dat het beste vinden. Dat is ook een heel verschil. Je houdt je niet meer bezig met procedures als het enig belangrijke. Je vraagt alleen maar: wat is het eindproduct, daar heb ik mee te maken. Je gaat dus je onttrekken aan allerhande werkingen die normalerwijze dus buiten de beschouwing staan. De meeste mensen houden zich niet bezig met het eindproduct. Laten we het zo zeggen, de meeste mensen vragen zich af hoe de kok in de keuken de spijzen heeft toebereid terwijl ze zich zelden de tijd gunnen om te proeven wat het resultaat van die arbeid is.

U zult begrijpen dat een nieuwe werkelijkheid in de eerste plaats gebaseerd moet zijn op vrij worden. Maar vrij worden betekent veel meer dan alleen maar vrij worden van een zekere materiële gebondenheid. Het betekent ook een vrij worden van een aantal veronderstellingen die je beperken in je denken en leven. Bv. Hoeveel mensen hebben niet geleerd dat al die stemmetjes die je hoort verbeelding is? En hoeveel mensen die helderhorend zijn, hebben daardoor zich afgewend van waar te nemen totdat ze geestelijk doof zijn geworden? Het aantal is vaak ontstellend. Mensen hebben telepathische begaafdheid, maar je mag je niet bezighouden met de gedachten van een ander. En al dat interpreteren nu dat loopt toch verkeerd uit. Wat is het resultaat? Dat degenen die sensitief zijn dat niet méér worden omdat ze kunstmatig de zaak onderdrukken. Er zijn morele en ethische normen, sociale normen die in feite bepaalde gevoeligheden van een mens en mogelijkheden amputeren. Een werkelijkheid die niet alleen dus uw aardse meer is. U leeft in de stof. In u bestaat iets wat we geest noemen en die geest die draagt in zich nog weer een hele reeks van mogelijkheden. Dit alles kan tot uiting komen. Maar kan pas tot uiting komen wanneer ik niet meer bepaalde delen wegschuif. Ik kan niet zeggen: ik neem één deel van de geestelijke waarheid wel aan en ik druk de rest verder weg. Want wanneer ik een deel verwerp, verwerp ik het geheel. Ik kan niet selecteren hier een feitje uit die sfeer en daar uit die wereld, uit die sfeer. En dan kom je dus tot de meest eigenaardige situaties.

Een nieuwe werkelijkheid zou in de eerste plaats volgens mij moeten zijn: Een vrijwording van beperkingen, vooral de beperktheid van je eigen denken.

Wanneer u normaal overgaat doet u dat met een wereldconcept gebonden aan de materie. U kunt u dus geen ander bestaan voorstellen dan in die materiële vormen. U leeft in een wereld waarin u nog langere tijd aan de hand van materiële vormen en normen leert, leeft en erkent. Dat is een wat treurige geschiedenis eigenlijk, omdat een groot gedeelte van uw energie besteed wordt aan het zien van vormen die er niet zijn, aan het in standhouden van illusies. Maar ach dat kunnen we nog allemaal accepteren. Er is een zomerland en als u daar eenmaal  komt, dan gaat het wel. Maar nu komt het ogenblik dat u verder moet dan dit. U kunt niet blijven reageren in vorm. De vorm en de gedachte zijn twee verschillende dingen. Wanneer een kunstenaar een beeld ontwerpt dan heeft bij in zijn gedachten iets dat méér is dan hij ooit in het materiaal kan uitdrukken. Hij kan ten hoogste, wanneer hij erg gelukkig is en erg begaafd, zoveel laten doordingen van zijn intentie in het materiaal dat soortgelijke associaties bij anderen worden gewekt. De werkelijkheid bestaat overal in elke sfeer, in elke wereld. Maar wanneer wij weigeren om goed te beschouwen, en dat doen we dus omdat we vorm bv. noodzakelijk vinden, omdat we bepaalde kleuren of trillingen als criterium beschouwen voor bestaan, voor uiting, aanwezigheid, dan valt als vanzelf ons vermogen tot juist associëren weg. De Goddelijke bedoeling, de werkelijke inhoud gaat teloor. Dat heb je zowel maatschappelijk als geestelijk. Bezie je dit zo nuchter en logisch mogelijk, dan moet je zeggen:

Wij weten in ieder geval dat een groot deel van de beperktheid van de hedendaagse mens ligt in hetgeen hij denkt te weten. Hij denkt de dingen te weten omdat hij zekerheden stelt die het resultaat zijn geweest van zijn onvolledige waarneming, zijn onvolledige constatering. Maar wanneer we nu in een nieuwe werkelijkheid binnendringen, dan zijn die zekerheden weg. Zeker er zijn natuurlijk werkregels waar we vanuit gaan. We baseren ons wel op hetgeen ons geleerd is, op de ervaring die we hebben, maar we nemen niet zonder meer aan dat het daarin gestelde altijd juist is. Dan nemen we dus niet meer aan dat de theorie van de econoom, het feit van een maatschappelijke ontwikkeling weergeeft. Dan nemen we niet meer aan dat de stelling van de socioloog de werkelijke ontwikkelingen in de massa kan omschrijven. We weten dat er uitzonderingen zijn, maar we gaan die uitzonderingen nu niet terzijde schuiven als onbelangrijk. Integendeel, we gaan begrijpen dat de uitzondering het belangrijkste is. Dat is altijd zo geweest, van de middelmatige denkers, die deze wereld veel heeft gekend, zijn er maar weinigen die iets hebben gedaan wat in die mensheid blijvend is afgedrukt. Maar soms komt er een geniaal iemand die zich helemaal niet houdt aan de gangbare methodiek, en gangbare praktijken en die creëert iets. Het kan één of andere denker zijn, het kan iemand zijn die natuurkundige experimenten doet, het kan een geestelijk denker zijn, het kan iemand zijn die theorieën ontwerpt omtrent ruimten en energieën als een Einstein. Die mens in eigenlijk alleen een stimulans voor de mensheid omdat bij anders is.

Dit anders zijn, is dus belangrijker dan het beantwoorden aan een gangbare norm. Wanneer wij een nieuwe werkelijkheid opbouwen, moeten we dus niet streven naar het handhaven van een bestaande norm, maar we moeten juist ontwikkelingsmogelijkheden gaan scheppen voor al datgene wat van die norm afwijkt. We moeten die ontwikkelingsmogelijkheden niet verdelen (zoals sommigen van u misschien al onmiddellijk hebben gedaan) in de goede en de verkeerde ontwikkeling. We moeten eenvoudig proberen uit te vinden waar deze ontwikkelingsmogelijkheden nu passen. Wanneer iemand een geniaal inbreker is, dan zal hij ook geniaal zijn in het vervaardigen van sloten. Hij zal ook een geniaal waarnemer moeten zijn. In deze functie kan hij met behoud van zijn normactie zichzelf zijn. Hij kan buitengewone grote diensten bewijzen aan de gemeenschap van het gemiddelde.

Er zijn vooroordelen die we dan moeten afschaffen, dat is waar. Maar aan de andere kant de moordenaar van vandaag kan de mensenredder van morgen zijn. De moordenaar van vandaag komt heel vaak alleen tot moorden omdat dit zijn enige mogelijkheid is zijn “anders zijn” ten aanzien van de gemeenschap uit te drukken. Dat is natuurlijk een gevaarlijke theorie. Het is beter om te zeggen dat wij psychisch onderzoekende hebben moeten vaststellen dat op grond van de verschillende waarnemingen de persoon psychologisch niet geheel toerekeningsvatbaar is of zoiets. Kortom we zeggen: hij verschilt van de norm en daarom mag je hem niet straffen. We zouden juist moeten zeggen deze mens verschilt van de norm, dus moet hij kunnen leven op een wijze die van de norm verschilt. Wanneer we verder gaan denken, wanneer het uitzonderlijke, het belangrijke wordt en niet de handhaving van een norm of een normalisering, dan gaan we dus ook af van de ontwikkeling van al datgene wat ons boven de norm kan verheffen. Niet om tegenover die norm te staan als iets anders, maar eenvoudig omdat dat de enige mogelijkheid is om trouw te zijn aan onszelf en aan de ander.

Dit betekent een geestelijke ontwikkeling die bv. de wereldleraar heeft voorzien, toen hij in één van zijn leringen heeft gezegd: “De techniek is er om te gebruiken, maar wij zijn er om te leven. De techniek is er niet om ons te leven.” Hij wilde daarmee duidelijk maken dat we wel degelijk van alle mogelijkheden die we hebben gebruik mogen maken, maar dat we zelf boven die mogelijkheden moeten staan. Wij nemen de beslissing, niet een ander. En wanneer hij later zegt dat de ware essentie van de mens eigenlijk is “zijn verbondenheid met het geheel” dan bedoelt bij daarmee geen normalisering maar juist het vinden van die uitzonderlijke ene plaats binnen het geheel waarin je werkelijk past. Een individualisatie zal dus zeker het resultaat zijn van een nieuwe werkelijkheid, van een nieuwe levensbeschouwing, een nieuwe houding en daarmee behoef je de dingen niet te veranderen. Bv. Wanneer u erg blij bent, erg prettig en u komt langs een wat vervallen boerenhoeve dan zult u waarschijnlijk zeggen: dat is rustiek, dat heeft zijn eigen schoonheid, een eigen karakter. Als u een slechte bui hebt dan zegt u: het stinkt hier, wat een rommel. U ziet het anders. Wanneer ik het rustieke zie, dan behoef ik nog niet de verschijnselen die erbij te pas komen te aanvaarden, als dat stank en rommel zouden zijn. Ik kan stank en rommel elimineren en het rustieke laten bestaan.

Een nieuwe werkelijkheid is dus niet het vernietigen van het oude, dit zou dwaasheid zijn, maar wel het reinigen van het oude, zodat het zijn goede kanten behoudt maar ontdaan wordt van al zijn egaliserende invloeden die, als u het mij vraagt, de stank en de ellende zijn van de maatschappij.

Vandaag is het voor de wereld nog normaal dat de mens leeft en doodgaat en daarmee basta. Er zijn enkele mensen die dan geloven dat ze in de hemel zijn of in het vagevuur of de hel. Anderen geloven in het zomerland, maar een werkelijk contact is zelden, heel zeldzaam. En een contact dat voor iedereen kenbaar is als zodanig, komt praktisch niet voor. Wanneer wij in een nieuwe werkelijkheid treden dan is de scheiding tussen de sferen niet zo concreet meer. Dan is de voorstelling van dood als einde of als een voortbestaan in een bepaalde conditie er niet meer. Maar er staat tegenover, de erkenning van de persoonlijkheid. Die persoonlijkheid blijft voortbestaan omdat men niet meer denkt aan lichamelijke eigenschappen, of contacten of kwaliteiten, maar aan de persoon. Er zal dus een reëler contact mogelijk zijn. Maar waar dat contact bestaat, daar zal ongetwijfeld ook het gebruik van bepaalde dingen als ectoplasma bv. astrale vormen toe kunnen nemen. Dan zullen de doden van vandaag misschien een andere vorm van levenden zijn voor de mens van morgen.

Laten we stellen dat er een paar miljoen jaar voorbij zijn, dat de mensen niet zichzelf hebben uitgeroeid. Dan moet die mensheid evolueren, dan zou er een toestand denkbaar zijn waarin die mensen geestelijk bestaan en alleen maar een lichaam gebruiken, zoals je nu bij folkloristische gebruiken misschien de oude streekdracht aantrekt. Die mensen zouden net zo reëel leven, maar ze zouden niet meer sterven, want ze zouden hun wereldcontacten kunnen behouden zolang ze dat willen. Wanneer ze dan overgaan, zoals dat heet, dan zou het niet meer een kwestie zijn van, je verdwijnt uit mijn wereld, maar dan zou het zijn: Ik ga voorlopig naar een andere wereld. Dat klinkt erg fantastisch, het ligt ontzettend dichtbij de werkelijkheid. Ontzettend dichterbij. Zeker ik zeg nu een miljoen jaar. Het kan in veel minder tijd, of meer.

Wanneer je een nieuwe werkelijkheid zoekt, dan moet je begrijpen dat die werkelijkheid altijd een grootser concept moet zijn en nooit een kleiner. Wanneer ik denken eenzijdig wil maken bv. binden aan één ideologie dan belemmer ik daarmee elke andere ontwikkeling van de vrijheid van de mens. Ik maak hem kleiner en er is geen sprake van een nieuwe werkelijkheid, er is alleen sprake van een werkelijkheid die een deel van de oude werkelijkheid verwerpt, zonder daarvoor nieuwe dimensies te krijgen. Dat blijkt bv uit de ontwikkeling van het communisme. Wanneer we het vroege communisme zien, dan hebben we daar te maken met een zuivere ideologie. Hier is sprake van een geloof. Daarna krijgen we de Bolsjewistische revolutie waarbij de massa dus geregistreerd en georganiseerd wordt. Dit gaat tegen het kapitaal. De boeren zijn lastig, ze worden uitgeroeid. De kooplieden, de hooggeplaatste worden uitgeroeid, worden geminacht en hun nakomelingen kunnen ten hoogste in de laagste lagen van de nieuwe maatschappij een plaats vinden. Zo was het. Het zal menigeen onder u niet bekend zijn dat er op het ogenblik miljonairs zijn, al heten ze natuurlijk anders in de Sovjet-Unie, dat is werkelijk zo. Dat er mensen zijn die een soort dynastie hebben gevormd die erfelijk lijkt te zijn, omdat functies van Vader op zoon blijken over te gaan en daarmee de zeggenschap in een bepaald productieapparaat, bv. een bepaald deel zelfs van het partijapparaat, dat is ook voorgekomen. Hier is men langs andere wegen weer teruggekeerd naar het Oleargisch-Feodorisme dat in de Tsarentijd bestond, met alle kapitalistische invloeden natuurlijk. Dan kun je zeggen: de Sovjets zijn anders, maar dat is niet helemaal waar. Hun benadering en hun verklaring is anders, het resultaat is nog steeds hetzelfde als vroeger. Er is nog steeds een tsaar, alleen is hij niet meer erfelijk. Hij wordt zogenaamd gekozen. In feite worstelt hij zich boven de anderen uit. Hij is dus iemand die kans ziet om voortdurend de anderen neer te slaan die hem in zijn gang naar de hoogste plaats zouden kunnen tegenhouden. We hebben te maken met een maatschappij die we niet helemaal begrijpen kunnen misschien. Hetzelfde zien we in China. In China bestaan wel degelijk hogere standen. Het is zelfs zo dat de culturele revolutie van Mao-Tse-Toeng eigenlijk gericht was tegen de macht van de communistische kapitalisten. Je kunt het niet anders noemen, de mensen die het voor het zeggen hadden. En dat was noodzakelijk omdat Mao zijn eigen macht alleen op die manier dacht te kunnen handhaven. Bewezen is overigens dat bij daarin niet geslaagd is. U kunt dat nu wel zeggen. Er zijn dus grote verschillen, maar als we het goed bekijken is alles hetzelfde. Je kunt dus niet vanuit een communisme of vanuit een kapitalisme of vanuit een of ander “isme” tot een nieuwe werkelijkheid komen, dat is alleen een hergroepering van de normen en waarden van de oude werkelijkheid.

Maar stel nu dat ik dus zeg: communisme in niet belangrijk. Het kan mij niet schelen of ik communistisch leef of dat ik in een kapitalistische staat leef. Ik ben mijzelf, ik leef mijzelf. Kan ik mijzelf niet zijn dan wil ik niet leven. Dan heb ik dus bereikt, dat ik mij vrij zie van alle stellingen. Dat ik mij vrij zie van de maatschappij, van haar ideologieën, van haar vooropgezette denkwijzen. Ik denk zelf. Ik handel zelf. Dan kan ik in die maatschappij nog wel degelijk een functie vervullen. Ik heb wel degelijk plaats daar, maar die plaats wordt niet meer door een ander mij opgelegd. Ze kunnen zeggen, ga daarnaartoe, maar dan zeg ik, ik ga niet. Ja maar dan brengen ze je wel er naartoe. Best breng me er naartoe, ik ga wel mee. Zodra je er bent, begin je weer terug te wandelen. Een dergelijk verzet is niet te overwinnen. En dat is het begin eigenlijk van die wereldvernieuwing.

Het andere denken, het andere concept van bestaan dat noodzakelijk is, heeft natuurlijk allerhande stormen achter de hand. Nu kijken we bv. naar de wereld van vandaag, dan weten we allemaal dat de economie van de wereld zoals ze nu loopt, niet verder kan gaan. Er in nl. een eigenaardige tendens ontstaan. Men wil steeds meer bezitten en steeds meer produceren, daarvoor heeft men steeds meer de bezittingen van anderen nodig zodat men aan de bezitters steeds meer moet geven om te komen tot de productie of de bereiking van iets wat men bezitten wil. Dit betekent dat een zeer groot gedeelte van de valuta bv. volkomen afhankelijk zijn geworden van de grote maatschappijen die werken van de geldgevers. Als vroeger de kleine vorsten in Brandenburg, Beieren bv. afhankelijk waren van hun geldgevers, zo zijn de grote staten op het ogenblik, de kleine ook, in feite afhankelijk van hun bankiers. Of zich dit nu maatschappijen noemen voor landbouw of productie of een andere naam geven van bank, zij zijn de werkelijke meesters. Maar die meesters die eisen meer dan op den duur kan worden opgebracht, zonder dat het iedereen opvalt. En dat is een deel van de crisis waarin u nu komt te verkeren. Het betekent dus dat men geen genoegen meer neemt met de feitelijke rentewinsten voor bezitters van 20% (dat komt heus voor, meer dan u denkt) op het uitgezette kapitaal, terwijl een ander daarvoor in feite met minder genoegen moet nemen. Men heeft het opgevangen door de zogenaamde geldschepping. Men heeft dus meer geld in omloop gebracht zodat men dacht rijker te zijn, maar dat geld heeft nog steeds gezamenlijk dezelfde totale reële waarde betekenis. Resultaat was dus inflatie. En nu komt er een ogenblik dat die inflatie niet meer voort kan gaan omdat ze anders bepaalde belangen en voordelen van de bezitters gaat aantasten. Ze moet dus gestopt worden, maar degenen die in een zgn. welvaart of in de mogelijkheden van de consumptie willen delen, nemen er geen genoegen mee hun eigen aandeel te verkleinen. Het resultaat kunt u nu dus aflezen. Er gaan een groot aantal kleinere firma’s en zaken, kleine fabrieken over de kop. Dat kan niet anders, er komt een werkloosheid. Dan komt er een veel grotere spanning tussen regimes in al die landen en de bevolking dan tot nu toe en we krijgen te maken met steeds grotere groepen ontevredenen. Daardoor zullen een groot aantal waarden beïnvloed worden en dan gaat het niet meer alleen om bankwaarden maar ook om persoonlijkheidswaarden. Je persoonlijke veiligheid, je persoonlijke zekerheid zou in het geding kunnen komen.

Dat betekent weer dat de mens gedreven wordt tot een scherpere verdediging van zijn bezit, van zijn persoonlijkheid zelfs. Het eindresultaat is heel waarschijnlijk een chaos, politiek, economisch. Het duurt zeker jaren voordat zich dat heeft uitgewerkt, maar in die chaos moeten we een nieuwe oriëntatie vinden. We moeten een nieuwe plaats vinden waarin wij zeker kunnen zijn dat het zin heeft om te leven. Dan zullen de kerken uitroepen: kom dan bij ons. Maar de kerken hebben een deel althans van het vertrouwen van hun gelovigen verloren. De gelovigen beginnen zo langzamerhand uit te vinden dat ze zelf wel eens mee willen praten over wat nu wel en niet waar is, wat wel en niet belangrijk is. Ze willen het geloof terugbrengen tot de essentiële waarde. Maar om dat te doen, moeten ze de bestaande bouwwerken, allerhande hiërarchische structuur en financiële structuren en dergelijks doorbreken. Dat zijn ook grote weerstanden, dat betekent een splijting. Het is heel waarschijnlijk dat na deze paus er nog 2 of 3 komen en dat daarna de betekenis van het pausschap een geheel andere zal worden. Dan zal de paus inderdaad weer primus interparia zijn, de eerste onder zijns gelijke en niet meer de vergoddelijkte figuur die boven allen staat. Daarmee zal de betekenis bv. van Rome veranderen, van de Rooms Katholieke kerk, maar ook de betekenis van het Christendom. Want hetzelfde proces wat zich afspeelt bij de Christenen in de Katholieke Kerk speelt zich ook af bij allerhande andere Christelijke sekten en groeperingen. Ook daar zegt men: we willen nu zo langzamerhand weleens de werkelijkheid zien. We willen ons niet meer bezighouden met de formules die u opwerpt, we willen terug naar de feiten. Een dergelijke revolutie moet in het begin voeren tot wat men noemt morele ontsporingen. Dat is een heel mooi woord het betekent alleen maar dat een mens zich dus niet meer houdt aan de zedelijke normen die als juist gelden. Er zullen steeds meer mensen zijn die zeggen: ja wat trek ik me aan van wat men zegt, ik leef en ik zal sterven op de manier waarop ik dat goedvind. Ik doe wat ik juist vind. En dan zullen alle anderen zeggen ja maar daar gaat de wereld aan te gronde. Het is heel waarschijnlijk zoals bv. op het ogenblik in Griekenland eigenlijk reeds is gebeurd. Er mensen zijn die zeggen: Wij moeten ons daartegen verzetten, wij moeten die oude zedelijke waarden terugbrengen, die moet weer voor iedereen gelden en dat gaat niet. Want je kunt een zedelijke waarde alleen hanteren en handhaven wanneer zij voor de mens een betekenis heeft. Of dat nu veiligheid is, of dat dit misschien een godsdienstig gevoel van juistheid is, doet niet ter zake, maar als dat gevoel er niet meer is, houdt je de normen niet meer in je hand. En dan krijgen we dus als gevolg van de economische crisis de hergroepering op economisch en sociaal terrein, krijgt men inderdaad een grote strijd om wat men noemt de juiste zedelijkheid en die gaat er ook onderdoor, die verandert ook.

Dan staan we in een werkelijkheid waarin de mens eindelijk los is gekomen van gedurende vele jaren gefixeerde normen. De normen die u op het ogenblik in uw eigen leven en bestaan aanlegt, stammen gemiddeld van rond 1800 tot 1850, ouder zijn ze niet. Het zijn geen eeuwig zedelijke wetten en normen, het zijn gewoon wetten en normen die ontstaan zijn eigenlijk dankzij Napoleon, de terugkeer van Frankrijk tot het keizerrijk. Een daarmee het herstel van de adel, de dynastie. Een poging om het oude terug te vinden en daardoor een neiging om bepaalde dingen veel scherper te formuleren en de mensen op te leggen. Dat is vooral kerkelijk zeer sterk doorgedrongen. Hier zitten we dus al met een heel aardige geschiedenis.

Een geestelijke werkelijkheid, een nieuwe werkelijkheid die niet meer met de normen, met de algemeen dooddoeners en leuzen te bepalen is. Wat zal dat voor het geestelijk leven betekenen? Natuurlijk een artiest die vandaag de dag probeert om in de wereld wat te doen, die probeert de mensen te ergeren, ze ergens te choqueren, maar als je dat nu niet meer kunt doen wat dan? Dan kun je alleen nog maar proberen iets uit te drukken dat voor een ander betekenis heeft. Dan gaat de kunstenaar dus niet meer, zoals nu, boven zijn publiek staan of  wordt, zoals dat in het verleden vaak is geweest, de dienaar voor het oog van het publiek. Maar hij wordt a.h.w. de medewerker, de stimulans brenger voor een eigen besef en eigen denken dat voor ieder anders kan zijn. In sommige kunstnormen vinden we tegenwoordig deze pretentie wel, men doet alsof, maar in de praktijk blijft dit beperkt tot kleine groepen die eigenlijk net zo rigide, zo stoer en stijf vastgeroest in een bepaald maniertje van denken en redeneren als al die andere daarbuiten die ze dan verachten. Maar wanneer de kunstenaar dan dienaar wordt dan zal ook een ander dienaar moeten worden. Hij zal dan zijn betekenis nooit meer kunnen ontlenen bv. aan zijn politieke redevoeringen. Een politieke redevoering is onbelangrijk geworden, het gaat er niet meer om hoe de dingen gezegd worden. Het gaat om de inhoud van wat gezegd wordt en de reactie die daarop ontstaat. Het gaat om de feiten, niet om de voorstelling die ervan wordt gegeven.

U ziet, een dergelijke revolutie is zelfs in de nabije toekomst denkbaar en omdat ze vrijheid brengt, brengt ze een grote geestelijke vrijheid met zich. Vrijheid van geestelijk beleven waar ik in het begin al op heb gedoeld en daarnaast geloof ik ook de vrijheid om binnen te trekken in sferen. Want veel mensen treden uit tijdens hun droom. Waarom zouden die ervaringen die men wel onbewust tijdens de slaap kan opnemen,  niet  kunnen opnemen terwijl men wakker is? Men zou kunnen gaan beseften hoe allerhande werelden met elkaar in verbinding staan. Voor de mens zou een andere wereld, een sfeer, niet een terrein meer zijn dat hij eigenlijk niet betreden kan, of slechts met heel veel moeite en heel veel inwijding. Het zou normaal deel zijn geworden van zijn leven. Hij zou leren samenwerken en samenleven met de geest. Maar de geest is niet alleen maar een reeks van geesten die zijn overgegaan. Daar zijn alle krachten, alle besefkrachten die er in de hele kosmos bestaan, betrokken. Daar zouden we contacten ons voor kunnen stellen met de arme Jezus van Nazareth, maar evengoed met de bezielende kracht van een zon. We zouden misschien verlossers kunnen zien die ergens in een ander sterrenstelsel, een andere sterrenhemel hebben geleefd. We zouden kennis kunnen maken met wezens die leven in de enorm grote krachtbronnen die ergens in de ruimte aanwezig zijn, waarin een voortdurend spel van krachten eigenlijk de enige werkelijkheid is? Je zou losraken van de aarde en materiële beperktheid. Ik geloof dat dat een heel belangrijk punt is. Ik geloof ook dat dit bereikt kan worden.

Maar een nieuwe werkelijkheid kan nu eenmaal niet door de mensen onmiddellijk aanvaard worden. Ze hebben vaak een zekere aansporing nodig om zich daarmee bezig te houden. U weet dat er een wereldleraar is geweest, er is een wereldmeester geweest. Wat zij hebben gedaan is vreemd genoeg niet het brengen van een nieuwe leer, dat verwacht je eigenlijk van ze. Wat ze hebben gedaan is het toepassen van het bestaande mogelijk maken. Ze hebben geprobeerd om de verstarring van het geestelijk leven van de mens, langzaam maar zeker, te doorbreken en een nieuwe geestelijke ontwaking tot stand te brengen. Ze hebben dat gedaan met gelijkenissen met praktische werken, ze hebben dat vooral gedaan met bet vastleggen van allerhande invloeden en factoren in delen van de wereld. Ze zijn beiden trouwens op het ogenblik weer actief op deze aarde. Wat zij hebben willen voorbereiden zal nog door anderen moeten worden aangevuld. Het is nu eenmaal niet zo dat een openbaring zo ineens kan geschieden en ineens over die hele wereld aanvaard is. Integendeel ze groeit in het verborgene tegen een zekere verdrukking, met een zekere angst voor de maatschappij. Dat is in de oudheid steeds gebeurd, dat gebeurt nu ook. Maar er zal een ogenblik komen dat er mensen gevonden worden die gaan begrijpen wat de praktische inhoud, de praktische betekenis is. Zij zullen degenen zijn die volgens mij, de nieuwe geestelijke richtlijnen gaan geven waar men zich dus niet aan gebonden behoeft te achten. Maar die eenvoudig een soort recept vormen voor een ontwikkeling die je doormaakt, een recept voor een bepaalde mogelijkheid te werken met je eigen begaafdheden en je eigen persoonlijkheid. Ik meen dat dit aspect ook nadruk krijgt in de komende tijd, mede gezien het feit dat heel veel, zelfs zeer oude geesten, personen die wij dus noemen uit het hoogste licht, wezens die leven in een wereld die ook voor mij niet voorstelbaar is, dat deze zich naar de aarde hebben gericht, dat ze zich met de aarde bezighouden. Een dergelijke inzet van hogere geestelijke krachten kan alleen plaats vinden wanneer er werkelijk zeer belangrijke schokken in het denken van de mensheid zullen ontstaan. Het begin van de nieuwe werkelijkheid staat voor de deur, ook die werkelijkheid van vrij, persoonlijk en bewust leven die ik u van avond geschetst heb.