Een persoonlijk zegel

  11 augustus 1963

U hebt uw persoonlijke wet. Elke mens leeft vanuit zichzelf met een bepaalde bestemming. Uw leven op aarde is niet alleen maar een toevalsprodukt, het is de directe vervulling van een taak. Aan een deel van die taak kunt u zich niet onttrekken, omdat zij toch ondanks al uw streven en tegenstribbelen wordt volbracht. U hebt een vaste waarde voor de buitenwereld.

Gelijktijdig hebt u in uzelf ook een vaste waarde, want uw eigen “ik” erkent God en ook de taak op een bepaalde manier. Dat is niet de volledigheid van het zijnde. Het is niet de grootse openbaring van alle dingen, maar alleen het erkennen van een bepaald deel van het Goddelijke, dat voor u van kracht is.

Die wet kennen, betekent voor jezelf een volledige harmonie scheppen tussen je innerlijk streven en je uiterlijke bestemming. Je krijgt dus een harmonie, waarin de geest zich a.h.w. vertegenwoordigt zowel in de sferen, in God, als in de aarde (het stoffelijk lichaam) en daarbij door de stof wordt gesteund, door het vaste scheppingsplan, waarbinnen de stof dus een zekere betekenis moet hebben en daardoor een innerlijke voldoening ondergaat.

Nu kunnen wij natuurlijk zeggen: Dat kunnen we uitbeelden in een zegel, een persoonlijk zegel of stempel. Maar wie zal het zegel schrijven? Wie zal u zeggen wie ge zijt? Voor sommigen is het leven een heen en teruggaan. Voor hen zal het zegel in lijnen te tekenen zijn. Het is een gaan tot het hogere, een terugkeren tot het lagere, in het lagere zich bevestigen, weer teruggaan tot het hogere en ten slotte een terugkeer bv. naar het beginpunt.

Voor een ander is het persoonlijk zegel eerder een verhouding van krachten, die op hem inwerken. Want u staat natuurlijk, wanneer u leeft, temidden van allerhande invloeden. U hebt uw eigen denken, eigen wensen, eigen behoeften. Maar die behoeften en wensen worden voor een gedeelte opgeheven door de wereld buiten u. Die zegt maar: Er moeten andere behoeften of wensen zijn. De wet van de wereld en de innerlijke wet ontmoeten elkaar in het “ik” en daarin moeten ze tot een compromis komen. Soms heffen ze elkaar volledig op, dan hebben we de amorele mens, zoals men zegt. Soms versterken ze elkaar en hebben we iemand met een onbegrijpelijke rechtzinnigheid, die meestal niet in staat is te begrijpen dat, wat voor hem geldt, niet voor de hele wereld kan gelden.

Zo kunnen we ons voorstellen dat er misschien honderden verschillende invloeden zijn, die samenkomen. Een persoonlijk zegel zal altijd een uitdrukking moeten zijn van deze invloeden en van de manier, waarop ze ontstaan. Zo’n persoonlijk zegel kan natuurlijk worden uitgedrukt in symbolen. Dat is heel eenvoudig, omdat een symbool veel meer kan zeggen dan men ooit met letters of cijfers kan uitdrukken. Maar in andere gevallen zal men toch ook moeten berekenen; en dan doet de doorsneemens het verstandigst om voor een persoonlijk zegel uit te gaan van twee dingen: het symbool van datgene wat je het meest begeert het symbool waaraan je het meest gelooft.

Dat zou voor iemand dus kunnen zijn, een kruis en een ring bv. Stel deze beide in verhouding tot elkaar en laat uw geloof, uw stoffelijke begeren a.h.w., ietwat domineren. Erken verder daarbij altijd wat uw getal is. Een getal is ook weer zo moeilijk. Je kunt dat natuurlijk kabbalistisch berekenen. Maar het getal van de mens is a.h.w. de levenscyclus, waartoe hij behoort. Het is geen rangorde. U kunt niet zeggen: Iemand, die het getal 8 of 9 heeft, staat hoger dan iemand, die het getal 5 of 6 heeft. Het getal 5 of het getal 6 drukt een totaal andere instelling in het leven uit dan bv. het getal 8 of 9.

Wanneer je zo’n persoonlijk getal hebt berekend (doe het desnoods op kabbalistische manier, dat klopt meestal heel aardig; je kunt het natuurlijk ook berekenen aan de hand van de heersende planeet plus het getal van de heersende planeet en de ascendant), dan voeg je dat aan je persoonlijk zegel toe. Vervolgens moet je voor jezelf nog iets uitdrukken; de relatie tussen het hoogste dat je in jezelf kent en het laagste. Een aardig voorbeeld hiervan is bv. het persoonlijk zegel van Salomo. Daarin vinden we n.l. een streepje dat de hemelen aangeeft (de goddelijke wereld), waaruit een bliksemschicht naar beneden, naar de aarde, schiet. Daarmee drukt Salomo eigenlijk uit; Ik mag nu wel goddelijke wijsheid hebben, maar in mijn wezen vergt deze een voortdurend doordringen in de stof. Hij geeft dus aan, dat hij a.h.w. zijn leven verdeelt (dat mag misschien niet worden gezegd, maar het is toch waar) tussen de materiële lusten des levens en de innerlijke hoogten van goddelijke wijsheid en bezinning. Daarom is hij ook magiër.

Dat hij dit plotseling doet, drukt hij uit met de bliksemschicht: de onmiddellijke ontlading van het goddelijk geweld. Zo zal men duizend voorbeelden kunnen vinden van de manier, waarop een persoonlijk zegel is geconstrueerd. En hoe men dit verder wil construeren (in een achthoek of een vierhoek, in een cirkel of in een driehoek) dat maakt niets uit. De vorm van het zegel is altijd de vorm van de wereld, die je kent.

Een mens, die bang is voor het leven en die zich wil omringen met de onsterfelijkheid, de oneindigheid, zal altijd een cirkel kiezen. De mens, die zijn wereld nauwkeurig begrensd wil zien in lijnen en regels, ach, die zal een rechthoek of een vierkant kiezen. De mens, die wil opstijgen naar het hogere, ach, die kiest al heel gauw een piramidesymbool. En zo kan men verdergaan.

Het symbool is een uitdrukking van je persoonlijkheid. Want een persoonlijke wet is de uitdrukking van de synthese stof geest in je eigen wezen onder het dominerend goddelijk scheppingsplan. Het persoonlijk zegel is de uitdrukking van de eenheid van innerlijke en uiterlijke waarden, zodanig samengevoegd dat ze het evenwicht, waaruit men leeft, weergeeft. De mens zelf staat dan a.h.w. in het centrum van het zegel; hij is alle delen ervan. Maar zijn werkelijk wezen, dat tot uiting komt, is de synthese van alle delen, die in een geheel naar buiten treden.

Zo bezien zou je kunnen zeggen, dat het misschien wel goed is een persoonlijk zegel te hebben, want dat is ergens de spiegel van je eigen persoonlijkheid. Maar het is geloof ik toch belangrijker om de innerlijke wet te kennen. Die innerlijke wet is mijn wet; en de innerlijk erkende taak is mijn taak. Wanneer ik aan die wet gehoorzaam en wanneer ik die taak vervul, dan is de wereld mijn appel. Ik kan hem plukken en eten, zoals ik wil. Ik heb niets te maken met anderen; mijn taak alleen stelt de verhouding tussen mij en anderen. Die verhouding mag ik nooit overtreden, want mijn wet dat is God, zoals Hij spreekt in mij. Ik moet anderen ook dezelfde vrijheid laten, die ik heb; ook voor hen is de wereld hun appel, die ze kunnen eten of wegwerpen, zoals ze willen.

Want ook zij zijn vrij, ook zij worden geregeerd door het goddelijk scheppingsplan, dat in hen tot uitdrukking komt. Ook zij worden geregeerd door hun erkenning van het Hogere en hun beleving van de hogere kracht. Dat houdt in, dat de doorsneemens dit op het ogenblik zal verwerpen, zoals hij ook de stelling van de Wereldleraar, dat elke mens vrij moet zijn, ongetwijfeld zal verwerpen. “Want,” zo zal men uitroepen, “moet iemand dan vrij zijn om te moorden, te stelen of te roven?” En het antwoord is: Ja, zoals een ander vrij moet zijn om zijn bezit te verdedigen of zijn leven te beschermen.

Want een ieder leeft volgens de krachten, die in hem bestaan. Misschien mag ik daar iets bij vertellen, dat wel interessant is. Er werd eens gedebatteerd over de wet. Toen maakte onze nieuwe Wereldleraar deze opmerking:

“Gij, mijn vriend, wilt de harmonie beschermen door de wereld te verdelen in vakken en de vakken te verdedigen met afrasteringen. Maar vergeet niet, dat elk hek dat er staat de mens uitnodigt om eroverheen te klimmen; dat elke schutting, waarachter ge iets wilt verbergen, de nieuwsgierigheid prikkelt en daardoor de aandacht vestigt op datgene, wat ge aan het kennen wilt onttrekken. Hoe meer gij verbiedt, des te meer gij het zondigen bevordert. Hoe meer gij tracht zekerheid te scheppen, des te groter de onzekerheid, die ge veroorzaakt.” 

Misschien is het wel aardig om dat even erbij te vermelden, al is het dan niet een intrinsiek deel van de Wereldleraar, maar eerder een idee van zijn reactie op de wereld en de plannen van de wereld. We moeten dat eens goed bekijken. Het is voor onszelf precies gelijk. Zolang wij onze eigen wet leven, maar dan volledig eerlijk en overtuigd, zonder uitzonderingen te maken voor onszelf en zonder anderen aan die wet te binden, dan staat de wereld open. Ze is vrij, je kunt erin leven en dan is je eigen wezen ook uit te drukken in een vaste structuur, je wordt niet van buitenaf beëngd en benauwd. Je leeft in het goddelijk scheppingsplan op de plaats, die je is gegeven. Je leeft jezelf uit, zoals het jou is gegeven je uit te leven: eerlijk, innerlijk overtuigd dat je goed doet. Onthoudt u dat erbij.

Dan vallen de hekjes weg en onze Wereldleraar acht dat van groot belang. Want hoe kan een mens ooit het hogere bereiken? Hoe kan ooit de mensheid veranderen door een betere, een juistere vorm van leven en bestaan, als zij niet eerst vrij is om zichzelf te zijn? Hoe kan de menselijke geest zichzelf vervullen, indien ze zich gebonden ziet aan stoffelijke vooroordelen en beperkingen, waardoor ze haar werkelijk lot en haar leven niet kan vervullen? Hoe wil ze haar karma aflossen, indien het haar onmogelijk wordt gemaakt door de wetten en de regels van de wereld?

Wanneer ze a.h.w. half begraven wordt in het zand der conventie en ze half doodgeknuppeld wordt door de zedenmeesters en door de wetten ten goede van allen, die het haar onmogelijk maken om zichzelf te zijn, om haar eigen lot te beleven, om geestelijke en stoffelijke waarden te scheppen, die een verbetering, een vooruitgang zijn? Je kunt de zaak niet tot stilstand brengen.

Een persoonlijk zegel is de uitdrukking van dat, wat je moet zijn. De innerlijke wet is de uitdrukking van datgene, wat jouw leven is, jouw taak en jouw mogelijkheid. Het is a.h.w. de lijn van experimenten, die in het leven zijn toegestaan. Wanneer je erkent; het is het experiment, waardoor ik rijper moet worden, waardoor ik mij moet losmaken van allerhande illusies misschien, waaraan ik gebonden ben geweest, waardoor ik mij kan losmaken van allerhande voorstellingen die dwaas waren, waardoor ik mijn leven kan vullen met een voortdurend intenser deelhebben aan de wereld, zonder dat ik ooit die wereld probeer te regeren of te beheersen, dan kun je zeggen: Ja, hier kan de nieuwe mensheid worden geboren.

Wanneer je je naaste lief hebt met de kwezelachtige liefde, die alles zozeer in de watten wil leggen, dat ze de mensen verstikken onder de goede zorgen, dan kun je niet verwachten dat daaruit iets wordt geboren, nietwaar? Ware naastenliefde dat is iemand, die een ander de mogelijkheid geeft om zich in gevaar te begeven, om te riskeren, om bijna onder te gaan en die dan zegt; “Ik geef u de vrijheid om die ervaring op te doen en ik zal mijzelf, mijn leven, mijn krachten en mijn wezen riskeren om u eruit te halen, wanneer het te erg wordt. Ik zal u beschermen tegen het ergste ten koste van mijzelf, maar ik laat u de vrijheid om uw eigen mislukkingen te ondergaan, om uw eigen successen te behalen.”

Kijk, dat is hetgeen onze Wereldleraar heeft nagestreefd. Hij heeft getracht het eerste zaad te planten voor een vernieuwing. Geestelijk gezien zijn we gekomen (ook wij in de Orde) uit het tijdperk van de vijfpuntige ster in dat van de zespuntige ster en dat heeft een heel grote betekenis. Het is niet alleen maar een kwestie van symmetrie of van de uitdrukking van micro en macrokosmos. Neen, het is een stap voorwaarts, omdat de eerste krachten, de eerste zielen, de eerste geesten aanwezig zijn, die voldoen aan de waarden van een komend geslacht, van een komende vooruitgang in de mensheid.

Alles wat hieruit voortvloeit, kunt u zelf verder nagaan, wanneer de mensheid erin slaagt zich iets meer te bevrijden van die voortdurende be-engende dwang, die haar tot verzet en tot razernij brengt. Want de mens ingesloten in wetten en grenzen is soms als een roofdier, dat probeert zijn kooi te vernielen en anders alleen zoekend naar voedsel nu in staat zou zijn een hele stad uit te moorden, alleen om zijn eigen spanning te ontladen.

Wanneer de mensheid kan komen tot een zekere ontspanning, dan hoeven we heus niet te denken dat al die mensen nu ineens rijp zullen zijn voor een nieuw ras (bovendien leven de rassen vaak gemengd op deze wereld) en hoeven we heus niet te denken dat de nieuwe evolutie plotseling en volledig geopenbaard zal zijn, maar dan is er de periode van rust, van ontspanning, die men in de legenden kent als het Duizendjarig Rijk, als de gulden tijd; de periode, waarin dat wat oud is in de rust nog zichzelf vervult; en uit die rust steeds meer de ingewijden, de nieuwgeborenen van de komende tijd voortkomen, steeds meer de grote en lichtende krachten, Meesters en geesten, die in de stof leiding kunnen geven, totdat de mensheid zichzelf heeft vernieuwd.

En terwijl de steunende aarde haar vormen en lijnen aanpast aan de noodzaken van de nieuwe tijd, vergaat dan misschien het oude, maar het nieuwe herrijst: een vernieuwde, geestelijk hoger staande mensheid, een verjongde en gelouterde Phoenix uit het vuur der loutering, ontvloden tot nieuwe vlucht langs de hemelen.

Begrijp, dat uw leven nimmer kan zijn een vergroten van tegenstellingen. Het is het zoeken naar een synthese van alle waarden van geest en stof in uzelf; en dat ge moet streven op een harmonische, vreugdige wijze. Alle grote lessen en leringen samengevat zijn vaak een enkele eenvoudige waarheid; maar dan een waarheid, die je metterdaad tot uitdrukking kunt brengen. Wees niet bang voor het leven. Zeg niet: “ik ben te jong” of: “ik ben te oud”. Zeg niet: “ik ben te dom” of; “ik ben te wijs”. Besef, dat leven zelf belangrijk is en dat het scheppen van een volledige eenheid van alle waarden in dat leven het meest belangrijke is dat je kunt bereiken.

En dan zult u misschien ontdekken, dat er meer ingewijden, meer licht in de wereld is dan u vermoedt. Dat er meer wegen zijn om te komen tot een innerlijke erkenning, een groter geluk, tot een beschermen a.h.w. van jezelf tegen het lagere en gelijktijdig een bereiken van het Hogere dan denkbaar zijn.

Wees niet bang voor de materie, wees niet bang voor de geest. Voeg ze samen tot een geheel. Leef uw ware wezen uit, zonder ooit iemand daardoor te willen schaden. Begrijp, dat ge niet het leven van een ander kunt leiden, maar alleen uw eigen leven. Dan zult ge misschien uw persoonlijk zegen vinden, dan zult ge zeker uw persoonlijke wet erkennen; en ge zult bewust of onbewust beantwoorden aan datgene wat ook de nieuwe Wereldleraar heeft gepredikt, datgene wat hij de wereld heeft gegeven, voordat hij moest sterven onder het schot van iemand, die feitelijk in verweer was tegen een staat en een systeem, tegen zijn eigen armoede en zijn eigen onvermogen: en die niet kon begrijpen, dat zelf zijn het beste is, dat voor een mens bereikbaar is.