Eenvoud

8 mei 1988

We hebben weer een gastspreker voor u te pakken kunnen krijgen, het is iemand die zich erg bezighoudt met, wat hij noemt, ‘la vie éternelle’. Dat wordt dan uitgedrukt als een pulserende eenheid, enzovoort. Je wordt zeeziek als je ernaar luistert, van alle wisselingen die hij omschrijft, maar aan de andere kant is het erg interessant omdat er achter al die ingewikkeldheid een grote eenvoud zit. En ik dacht dat die eenvoud eigenlijk voor mij het beste punt was om mee te beginnen. Dus: wat is eigenlijk de kern van de zaak?

De waarheid is een heel eenvoudige waarheid. Ze wordt pas ingewikkeld, wanneer je haar interpreteert.

Een innerlijk licht, een innerlijke waarheid is zeer eenvoudig. Het is een totaliteit, die je beleeft en die je doormaakt. Maar als je probeert het uit te drukken, wordt het weer ingewikkeld. En in je leven ook.

Natuurlijk, er zijn dingen die goed zijn en die kwaad zijn, maar wat is nu eigenlijk goed en wat nu eigenlijk kwaad? Dat maakt u zelf uit. Dus als u zich kwaad maakt omdat je kwaad hebt gedaan, wordt u er wel niet goed van, maar je weet nog niet of je goed of kwaad gedaan hebt.

Dankzij al deze zaken kun je ook het eeuwige leven op een heel andere manier benaderen. Weet u, ‘eeuwig leven’ vind ik ongeveer even vaag als 10.000.000 gulden op een begroting. U weet nooit wat het zal doen. Maar als u uitgaat van het standpunt: Leven is het beleven van verschillende opeenvolgende belevingen, dan kom je veel verder. Dan ontdek je: ik kan dus van de ene soort beleving overgaan in de andere beleving, maar het beleven zelf verandert niet. Mijn vermogen om waar te nemen, om op te gaan in alle dingen, blijft eigenlijk gelijk. Waarom zou ik me dan zo ontzettend druk maken over de vraag hoe het allemaal in het hiernamaals zal zijn; ik zal het wel zien. En waarom zou ik me zo druk maken over de vraag wat de grote geestelijke waarheid wel en niet is?

Kijk, een geestelijke waarheid is iets wat je moet kunnen beleven, kunnen erkennen. Zolang je probeert het te omschrijven, kun je het niet beleven. Dus: je kunt alleen omschrijven, wat je niet kunt erkennen. En je kunt alleen erkennen, wat je niet omschrijft.

Dat zijn er een hele hoop mensen die zich bezighouden met de vraag, hoe het zal zijn met al die sferen (u weet wel: we gaan naar een duistere sfeer en halen daar iemand uit), dat is allemaal waar. Maar: het is een relatieve waarheid. Want het is alleen maar gedachtewereld. Daar zijn monsters en de mensen die daar zijn, zijn er ontzettend benauwd voor. Maar als je er gewoon doorheen loopt, doen ze je niets. Waarom? Omdat ze voor jou niet echt zijn.

Als een ander denkt: “Als ik bij haar of bij hem ben, dan is het voor mij ook niet echt”, nou, dan kan hij met hem of haar meegaan. En waarom ga je naar een andere wereld toe? Lopen vaak, klauteren heel vaak. Nou, doodgewoon omdat dat de beste manier is. Het gaat erom iemand te laten beleven, om de belevenis, dat hij iets achter laat. Op zichzelf zou die wereld in één klap kunnen veranderen, maar de persoon zou het dan niet kunnen geloven, hij zou het zien als een droombeeld.

Maar wanneer je nu die beleving erbij hebt, de moeite heel vaak want het is voor iemand die uit een lage sfeer omhooggaat niet altijd zo gemakkelijk om een eindje naar boven te klauteren dan is er eigenlijk het gevoel: “Ik heb iets gedaan en nu is er iets veranderd.” Dat is ook weer een simpele waarheid.

Veranderingen bestaan voor ons alleen als we er deel aan hebben, of dat we er door anderen aan onderworpen worden. Voor ons is verandering dus iets wat uit actie van onszelf of anderen voortkomt, maar niet een voortdurende toestand, waarin we feitelijk verkeren.

En toch, aan de andere kant: Eigenlijk is alles één en hetzelfde. U hebt vroeger allemaal geleefd; er zit hier een heel stelletje dat kan zeggen: nou, voor de x-te keer op herhalingsoefening. Maar maakt dat nou wat uit?

Wat u vandaag bent, dat omvat al de facetten van het verleden. En wat u morgen zult zijn, dat ligt ook al vast in wat u vandaag bent. Niet je voorbestemming, want je kunt jezelf veranderen. Maar doodgewoon, als u rechtlijnig doorgaat, nou ja, dan staat het wel vast.

Laat ik het zo zeggen: Je bent bijvoorbeeld in het verleden een of andere rare peer geweest, en nu op het ogenblik draag je dus perenzaad in je, en als je nou toevallig leeft als een kalebas, dan is de kans heel groot dat je de volgende keer als een kalebaspeer leeft. Dan zit als het ware die ervaring erin, en die bepaalt weer wat je bent en wat je doet. Ik vind dat eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld.

Er zijn wel eens mensen, die zeggen: “Wat moet ik voor mijn medemensen eigenlijk zijn?” Nou, dat is eigenlijk niet te omschrijven. Het enige wat ik kan zeggen, is: Een werkelijk bewust mens behandelt zijn medemens zoals hij zelf behandeld zou willen worden. Niet meer, en niet minder. ‘Je moet je naaste liefhebben’, wordt er heel vaak gepredikt, en dan bedoelen ze meestal: Je moet maar een stapje terug. Dan zeg ik: nee, dat is niet waar. Je moet wel samen delen, maar je moet niet zeggen: dan ga ik wel een paar extra stappen terug, dan heeft die ander het goed. Gewoon: sam sam, gelijk op.

Er zijn ook mensen, die komen dan en zeggen: Ja maar, er zijn zoveel verwerpelijke dingen op deze wereld. Hebt u dat wel eens gehoord? ‘De jeugd van tegenwoordig deugt niet meer’. Nou lieden, knoopt het in uw oren: u deugt niet meer, hoor. Tenminste, niet meer op een ouderwetse manier, misschien wel op een heel moderne manier.

Maar wanneer je gefixeerd blijft op één beeld of dat nu moraliteit is, of religiositeit, of iets anders dan zal je altijd botsen op veranderingen, die je moet verwerken. Wanneer je zegt: “Dat is ‘mijn’ regel, en laat de ander met zijn eigen regels leven, dan ontdek je dat er, ongeacht de schijnbare verschillen, altijd toch een continuïteit is, dat er overeenkomst is. Het zijn dwaze dingen misschien. Natuurlijk, iemand is ziek. Nou best, dan is hij ziek. Kun je hem beter maken? Doen. Kun je hem niet beter maken? Wens hem het beste en ga door. Dwaas – nee, we moeten ons zorgen maken! Maar wordt die ander daar beter van? Als u zich zorgen maakt, dan wordt u beroerder, maar wordt de ander beter? Pas wanneer een ander door uw zorgen beter kan worden, heeft het zin, anders niet.

Kijk, het zijn doodgewoon dingen als: Hij of zij heeft dit of dat gedaan. Het kan waar zijn. Maar die mens, die is toch allang veranderd, en is er toch al uit gegroeid? Er was kortgeleden een proces. Laten we aannemen dat ze gelijk hadden (wat ze overigens niet hebben, want als ze het zouden nagaan, dan zouden ze kunnen vaststellen dat hij zeker op drie van de vier ogenblikken dat hij volgens getuigen aanwezig was, dus ten dele controleerbaar elders was, en dat maakt de hele bewijsvoering zeer wankel), dat de man inderdaad een grote kampbeul is geweest. Dan nog. Hoeveel jaren heeft die mens geleefd, is hij anders geweest? Het is diezelfde mens niet meer. Het is precies hetzelfde, dat je zegt: ja, ik zou graag die hond doodslaan en je ziet later een beeld van hem opgezet staan, en je zegt: nu sla ik hem kapot. Dat was hij al, dat is helemaal niet meer nodig.

Kijk, ik vind al die dingen op zichzelf wel begrijpelijk: mensen moeten de dingen nu eenmaal doorzetten; zo zijn de regels. Maar ook de regels veranderen. Hier in Nederland is dat ook gebeurd. Niemand reed 100 km/uur, ofschoon het niet harder mocht. Toen hebben ze dus gezegd: Nou, rij dan maar 120, maar dan houden we daar strak de hand aan. En dat doen ze dan een paar maanden en dan komt er weer iemand, en die zegt: Ach, wat geeft nou die 150?

Een regel is iets, die moet je kunnen handhaven. Maar je kunt geen regel handhaven, wanneer het anderen betreft. Hun levensomstandigheden, die je niet overziet, en met hun mogelijkheden, waar je eveneens geen begrip van hebt.

Daarom zeg ik altijd maar: Hou het maar eenvoudig. Als ze mij vragen: Wat is God? Dan zeg ik: Ik weet het niet. Ik heb wel een flauw begrip, ik heb weleens iets beleefd, wat ik God noem, maar waarom zou ik nou zeggen dat dat God is, en dat niet? Ik weet het eenvoudig niet. En als er iemand komt die zegt: Deze godsdienst, of gene godsdienst is de enig juiste, dan ben ik geneigd om te zeggen: hoe kom je daaraan? En dan hebben ze allerhande bewijzen. Maar die bewijzen zijn niet feitelijk. Het zijn in feite veronderstellingen, waarbij ze uitgaan van het gezag van anderen, die eveneens geen bewijs hebben voor hetgeen ze stellen. Het is een beetje moeizaam, vaak.

Er zijn mensen die zeggen: De Geest kan alles genezen. Nou ik kan u verzekeren: de Geest kan niet alles genezen. Vele dingen wel, een magnetiseur kan ook vele dingen genezen, wanneer hij de tijd heeft en wanneer hij de energie heeft en interesse. Maar houdt dat nu in dat al het andere niet meer deugt?

Natuurgeneesmiddelen zijn vaak beter dan chemische producten, dat geef ik graag toe. Maar er zijn een aantal kwalen, waarbij je hoge concentraties op korte termijn nodig hebt om een goede bestrijding mogelijk te maken. En dan kun je niet met een natuurproduct volstaan. Een olifant zou de hoeveelheid die je dan nodig hebt al niet naar binnen pompen, laat staan een patiënt! Het is niet of het een of het ander. Het is: wanneer het een, en wanneer het ander.

Dat is eigenlijk in je hele leven: Wanneer je bezig bent met innerlijke oefeningen, dan kan je daar vrede in vinden, misschien. Of zelfs kracht, of nieuw bewustzijn. Maar een ander kan met diezelfde methode bij wijze van spreken alleen maar zijn nek verrekken, of zoiets. Daarom kun je niet zeggen: wat voor mij goed is, is voor een ander goed. Je kunt zeggen: Dit is voor mij goed; kijk jij eens wat het voor jou betekent. Je kunt nooit zeggen: Zo is de regel.

En dat is met de hele continuïteit van leven precies hetzelfde. Je leeft, wat ben je voor een mens geworden? Dat maak ook wel uit, in hoeverre kontakten van vroeger al of niet hersteld worden. Het heeft niets te maken met alleen maar een fout, of zo. Het heeft wel degelijk te maken met jezelf. Met je eigen keuze, met je manier om voort te gaan.

Wanneer je zegt: Ja ik wil de volgende keer een hele sterke man zijn, dat kan best, of ik kan een zeer begaafde vrouw zijn. Maar het is heel goed mogelijk dat u gelijktijdig een fobie hebt, en een spin ziet, en dan is het afgelopen, dan ziet u niets meer. Dat is voor een sterke man heel erg vervelend. Stel je voor: je tilt net 100 kilo, of meer, en daar komt opeens een spin naar beneden zakken, en jij zakt in onder 100 kilo: niet prettig! Of je bent die begaafde vrouw en je bent bezig met het zingen van een hoge coloratuur en daar komt een spin naar beneden zakken: je haalt de hoge c, maar niet op het juiste ogenblik!

Ik denk dat je moet begrijpen hoe het allemaal in elkaar zit. En ik heb geprobeerd om het – mede gezien de gastspreker – het allemaal zo simpel mogelijk te houden.

Eenvoudig gezien zit de zaak eigenlijk zo: In elk bestaan, geestelijk zowel als stoffelijk, maak je kontakten. Je hebt dus banden met mensen, met personen. Soms goed, soms kwaad. Die banden blijven bestaan, dat zijn gedeelde herinneringen. Gedeelde herinneringen kunnen zich op aarde uitdrukken in hetzij sympathie, of antipathie. Daardoor wordt je leven beïnvloed, en wat aan het einde van je leven dan het resultaat is, is niet alleen maar de relatie van nu, maar dat is eenvoudig de compensatie voor wat eventueel die relatie in het verleden is geweest.

Het eindresultaat is natuurlijk dan weer, dat je met een nieuw begrip in een geestelijke wereld komt. Je neemt eventueel banden die je op aarde ook hebt gekend wel weer op, maar daar zijn ook een hele hoop anderen, die er ook bij horen. En met dezen ga je dan eigenlijk werken, maar nu volgens je nieuwste ervaring. Het resultaat is dat je een nieuw begrip krijgt van noodzaken en moet je weer incarneren, dan kies je niet alleen een juister mogelijkheid of een juistere omgeving misschien, maar je kiest daarnaast en dat is wel erg belangrijk ook de juiste mogelijkheid, de juiste gevoeligheid als het ware, om weer met anderen een contact te hebben, dat evenwichtig is.

Natuurlijk, er zijn dingen uit een vorig leven die bijblijven. Niet bewust, maar onbewust. Bijvoorbeeld: u bent een keer verdronken in een vorig leven. Dat is een beetje benauwd. Het gevolg is dat u nu niet langs de kant van het water durft lopen. Je hebt dan altijd het idee: Ik val erin en dan is het afgelopen.

Je kunt zeggen dat dat heel simpel is, maar het heeft wel een oorzaak. En wanneer je nu begrijpt dat die oorzaak in jezelf ligt, dan kun je dus jezelf een beetje veranderen. Je kunt die impuls niet veranderen, die blijft bestaan. Maar je kunt ze wel op een ander vlak plaatsen; het is niet meer een onbekende angst of neiging, het is een bekend iets waarmee je werken kunt.

Op dezelfde manier heb je dat natuurlijk op geestelijk terrein. Wanneer je behoord hebt tot ene bepaalde geestelijke groepering, dan zult u met die bepaalde groepering in contact komen, ook na uw dood.

Maar wat betekent dat? Betekent dat, dat u dan een wereld krijgt die door hen wordt bepaald? Nee, u krijgt nog steeds een wereld die door uzelf is bepaald. Alleen, in die wereld beschikt u over de mogelijkheden en de kontakten van die geestelijke groep. Daardoor wordt uw visie op uzelf en op de wereld waar u tijdelijk leeft, en eventueel de andere werelden die u dan nog kunt betreden, een andere. U ziet uw eigen bestaan anders en u wordt dus weer anders geïncarneerd.

In die incarnatie kunnen dan wel degelijk de ervaringen van vroeger een rol spelen, maar wanneer uw geestelijk beleven belangrijk genoeg is geweest, dan wordt dat als het ware op de achtergrond geschoven. Laat ik het zo zeggen: Je vindt het niet prettig om langs het water te lopen, maar als het nu zo uitkomt, nou dan doe je het wel. Het is geen fobisch verschijnsel meer; het is veel eerder een geringe neiging die iets buiten de norm ligt.

Onze gastspreker heeft het idee dat we voortdurend wisselen. Hij zegt dat het eeuwige leven in feite bestaat uit een reeks, fase van leven, die afwisselende werelden elkaar doen opvolgen op een zodanige wijze dat ze gezamenlijk een voortdurend evenwicht vormt. En daar vloeit uit voort, dat geestelijk leven gecompenseerd kan worden in stoffelijk leven maar dat stoffelijk leven ook weer gecompenseerd in geestelijk leven moet worden. Een omschrijving waar ik het redelijk goed mee eens kan zijn. Of je daaruit allerhande regels kunt afleiden, ik betwijfel het. Maar wat je er wel uit kunt afleiden, is, dat alles, wat je geestelijk beleeft, direct een relatie moet hebben met de voorgaande stoffelijke fase en de daarop volgende stoffelijke fase, en dat alles, wat in uw stoffelijke fase is erg belangrijk geworden, al de emoties die u doormaakt en alles wat daarbij hoort, mede te danken is aan uw vorige geestelijke fase en is gelijktijdig een voorbereiding voor de volgende.

Dus u zit eigenlijk altijd in het ene leven af te rekenen met het voorgaande leven en het volgende alvast voor te bereiden. U kunt dan zeggen: Ja, wij zijn toch eeuwig. Nou, als ik nog lang aan het woord blijf, dan scheelt het wel een letter, maar dan worden vele van u geeuwig. Waarom? Wat is een geeuw, weet u dat? Een geeuw is een uiting, in feite een soort spasme, die wordt geboren uit een tekort aan zuurstof die op een gegeven ogenblik aanwezig is, waardoor vermoeidheidsstoffen niet voldoende kunnen worden afgescheiden, onderdrukt.

Kijk, als u in uw leven geeuwerig bent, omdat u zegt: wat een verveling, of: wat mot ik nou nog gaan beginnen, dan is dat eigenlijk het resultaat van een tekort aan beleving of impulsen. U beantwoordt niet meer aan uw geestelijke noodzaak en als u dan niet probeert om daar iets op te vinden dan zult u in dat volgende leven dus met een deficit aankomen, met een tekort, en dat kan dan weer een soort fobie worden.

Probeer dus altijd om de dingen ten eerste te vereenvoudigen. Alles waar je niet zeker van bent, dat het er direct betrekking op heeft, laat je voorlopig rusten. Dan: vanuit de simpele gegevens uitgaande, kijk je naar je ervaringen. Door je ervaringen wordt je je bewust van samenhangen, nu op een heel andere manier dan vroeger. Leef met die samenhangen zelf zo rustig en zo harmonisch mogelijk. Alles wat daaruit voorkomt is voedsel voor je volgende bestaan.

Een andere simpele waarheid, die ik er ook nog even bij moet zeggen, is: Wanneer u denkt: Ik ben lid van de Orde, dus als ik doodga, staat er een hele deputatie klaar om me binnen te voeren in de hofhouding, waar de nar Henri het amusement verzorgt en Theodotus troont, vergeet het maar! U wordt geholpen, zover als mogelijk is, natuurlijk. Wanneer u overgaat komt u in een andere wereld, maar die wereld is niet echt. Dat is uw interpretatie van de relatie die in u bestaat en de geestelijke werkelijkheid waarin u verkeert. Zeg dus nooit: ze zullen me wel helpen, maar vraag je af: hoe kan ik beter beseffen wat ik moet doen. Dan ontstaan de juiste kontakten. En zeg ook nooit: O, wat jammer dat er één dood is. Voor uzelf kan dat natuurlijk zo zijn, dat spreekt vanzelf. Voor die ander is dat nooit jammer dat hij doodgaat. Uiteindelijk komt hij in ieder geval in een wereld waar geen inkomstenbelasting is! Hij komt in ieder geval in een andere wereld, of dat een betere wereld is, ligt aan hem zelf. Stuur zo iemand goede gedachten, dan maak je hem bewust van de goede kanten van zichzelf, maar laat hem voor de rest maar met rust.

Denk nooit dat je op aarde het leven in de geest kunt veranderen. Dat kun je alleen in die ogenblikken, dat je zelf in een geestelijke wereld vertoeft en bovendien harmonisch genoeg bent met een of meer van de geestelijke werelden om daarin actief te worden.

Zeg ook niet: Ik weet hoe het moet en ik zal het nu voorbereiden. Hoe meer u denkt dat u het weet hoe groter de kans is dat u in waanwerelden terechtkomt.

En ten laatste: bekijk alles een beetje van de zonnige kant. Als u zich aanwendt altijd te kijken naar de leukere dingen van het leven, een beetje te genieten van al het goede, denk maar eens aan buiten, de zon schijnt overal, mensen die ook al weer een beetje zomers beginnen te doen, het eerste tintje Hollands bruin begint alweer door te komen en alsnog vijf dagen de zon bakt zie je de eerste Hollandse nieuwe op het strand liggen! Geniet daar nu van, glimlach er een beetje om, want de manier waarop u denkt op dit ogenblik, uw oriëntatie van dit ogenblik, is mede bepalend voor de wijze waarop u kunt reageren bij uw overgang. Dus, kam de mensen nou maar liever niet af. Dat is allemaal negatief. Kijk naar het beetje goed wat er is en maak er wat van. En als er niets goeds in zit, nou ja, negeer het een beetje en maak er voor jezelf tenminste wat van. Dat is de enige manier om je geestelijk leven werkelijk een beetje voor te bereiden.

En voor de rest: Denk nooit dat je veel weet. Want alleen wat je bereikt is geestelijk belangrijk. Dat is iets wat de meeste mensen niet begrijpen, waardoor ze meer doen dan ze kunnen weten, zodat ze met een schijnwetenschap hun mogelijkheid tot ervaren en begrijpen onderdrukken. Wees daarom nooit zo gek. Natuurlijk u hebt uw eigen kwaliteiten. Uit die, werk ermee, zolang u er blij mee kunt zijn, maar als u er niet meer blij mee kunt zijn, zoek naar datgene wat u blij maakt, wat anderen de mogelijkheid geeft om ook blij te zijn. Dan hebt u de sleutel gevonden naar het eeuwige leven en naar de harmonieën die daarin bestaan. Hoe positiever u nu leeft, hoe groter de kans is dat u in volgende incarnatie een nog veel positiever bestaan zult voeren dan nu. Veel gelukkiger, niet rijker. Rijkdom is geen geluk, het is alleen gemakkelijk.

Alles bij elkaar gevoegd: zalig zijn de eenvoudigen van geest, want zij zullen God zien. Weet u waarom? Omdat de eenvoudige van geest zich niet afvraagt hoe God eruitziet, maar hem beleeft en hem daardoor aanvaart zoals hij zich manifesteert. En dat is voor ons altijd weer waar en overal waar. We hebben geen titels, geen benoemingen en geen namen nodig. We hebben onszelf nodig, maar dan in harmonie met onszelf, in harmonie met de wereld en daardoor in harmonie met alles wat in de kenbare wereld van ons bestaat.

De Gastspreker

 Elementen en de mensen zijn met elkaar verbonden. Je leeft op en met de aarde, je bent één met de planten en de dieren, je wordt gezegend door de zon en het is de regen die je dorst lest en je gezondheid hergeeft. Een samenwerking en vele verschillen. Zo is het met de geest, zo is het met de ziel van de mens.Verbonden ben je met al het leven om je heen en zoals degene die een totemdier kiest en daardoor in feite behoort tot een tweede klasse, die van de geest van het dier, zo behoort de mens die op aarde leeft bij een andere klasse, de geest waarmee hij verwant is.

Zo is het leven een voortdurende afwisseling, waarbij wij altijd weer geleid worden door onze beschermers, waarbij wij door de harmonie en de elementen gesteund worden, en waarbij wij door onze dromen steeds weer ontwaken tot een nieuwe werkelijkheid.

Leven is deel zijn van de kracht, die Leven heet. Daar waar de ziel verder reist als het lichaam sterft, blijft de kracht die Leven heet bewaard.

Daar waar de ervaring in het lichaam schijnt te sterven, draagt de geest die ervaring verder, opdat zij in een andere wereld met die ervaring zal kunnen leven.

Maar in elke wereld, waar je ook leeft, ben je verbonden met al, wat ertoe behoort. Er is altijd weer een harmonie, een verbondenheid met een bepaald deel van je wereld, alsof het je beschermgeest zou zijn, en altijd weer keer je uit de ene wereld terug naar de andere. De verbondenheden blijven, ze zijn deel van de kracht die Leven heet.

In de Kracht van Leven zoekt de ziel. Zij zoekt niet naar het onbereikbare, maar ze sluipt achter haar prooi aan, als de bekwame jager die vele malen heeft bewezen, dat hij een goede voedselvergaarder voor de stam is. Hij besluipt het onbegrijpelijke, hij zoekt te veroveren wat hem ontbreekt: besef van de Kracht van Leven zelf.

Dit is beleven, als de koortsdroom van een, die uittrekt om zijn verwantschap te vinden met een dier, met een plant. De dood en de eenzaamheid, zoals die jongeling die in zijn laatste beproeving moet vinden waartoe hij behoort. Maar zonder te vinden kun je niet terugkeren. Je kunt doen alsof je droomde, alsof je toe werd gesproken door de geest van een vogel of van een bosdier, maar je kunt het niet waarmaken. Pas waar je versmolten bent met het dier, met de vogel, is er iets van de eigenschappen daarvan in je overgevloeid.

Ik besef wel, dat dat voor westerse mensen bijgeloof is. Maar stel u voor, dat u in de geest, of zelfs op aarde levend tijdens een visioendroom (een uittreding) een dergelijke verwantschap vindt, dan beschikt u plotseling over de krachten en gaven die tot dat andere behoren en nu deel zijn geworden van uzelf.

Zo groeien wij, zoals de plant, door regen en zon gedreven, zich omhoog uitspreidt en wordt tot een machtige boom, die schaduw biedt aan veel leven, zo groeien wij niet alleen maar om groot te worden, maar om het leven voor anderen mogelijk te maken.

Men spreekt van het eeuwige leven. Ik zeg u: de eeuwigheid van het leven is waar, maar het eeuwige leven is het niet. Want in de groei is de eerste scheut van het zaad veranderd. De boom buigt zich niet, waar de jaarling zich buigt. Zij kan dragen wat de jaarling zou verpletteren. Ze is veranderd.

Zo veranderen de levens ons en de verschillende fasen van leven en dood zijn als de seizoenen, die hun ringen griffen om het hart van ons bestaan. En ons zo steeds sterker maken en steeds verder doen reiken naar het onbereikbare, de hemel, de scheppende kracht.

Gij leeft uw leven van u slechts één seizoen in een jaarring van opeenvolgende levens, dat niet te overzien is. Er komt een dag dat de boom geveld is. Het heeft haar zaad uitgedragen, ze heeft haar taak vervuld. En terwijl het hout vermolmd, is het weten van de boom in zijn soort opgegaan. De boom leeft voort in alle bomen, en alle bomen samen dromen van een wereld en een werkelijkheid, waarin de boom op aarde niet kan bestaan, omdat ze daar gebonden is, maar vrij is in de droom.

Dit zijn de geheimen van de elementen, niet alleen van Aarde, Water, Vuur en Lucht, maar van de elementen van Leven, Ontwaken, Beseffen, Verwezenlijken en Weten.

Voortdurend groeien wij in schoonheid, in kracht, maar voortdurend ook moeten wij meer dragen, want het is onze taak om het leven te dragen dat minder is dan wij zijn.

In ons spreekt misschien de stem die behoort tot werelden, die anderen nog niet kennen. Maar ze moeten wijsheid spreken, die zij, die om het raadsvuur zitten, verstaan. Daar schuilt voor ons de grote moeilijkheid. Hoe kunnen wij spreken van onze dromen en visioenen tot hen die ze nog niet kennen? De jongeren kun je leren hoe ze moeten jagen, hoe ze wapens moeten gebruiken, hoe ze hun paarden moeten berijden en verzorgen. Maar kun je ze ook vertellen wat het is om verbonden te zijn met een deel van de natuur? Eerst wanneer de koortsdroom het hen mogelijk heeft gemaakt die eenheid te beleven, die voor zichzelf te zien, te horen als een stem, begrijpen ze iets van de wereld van het visioen.

Sprekend vanuit mijn wereld van nu kan ik alleen maar zeggen: Ik kan u vertellen wat er is, maar kunt ge het begrijpen, wanneer ge het niet beleefd hebt? Alle dingen hebben hun eigen betekenis, hun eigen symbool. Het hele leven is een aaneenrijging van symbolen, die uiteindelijk de persoonlijkheid uitdrukken.

Symbolen zijn geen werkelijkheid. Zij staan voor meer dan de werkelijkheid is. En wanneer zij niet herkend worden, kunnen ze niet beleefd worden.

Uw leven is een leven van het kleine gebeuren, de kleine overwinning van de kleine nederlaag. Uw leven is het leven van zoeken naar nieuwe wegen, misschien zelfs bij de vijand iets stelen om de eigen stand te verrijken. Dat is alles eerzaam en aanvaardbaar. Maar wanneer je meer bent dan de stam, verenigend vele stammen van mensen en van dieren en van planten, de geesten van Lucht en Aarde, dan zal je nog steeds moeten spreken in de taal van je stam. Dan zal je nog steeds de dansen dansen, die je als kind geleerd hebt.

Vrees niet voor wat je schijnt te zijn, maar beleef wat je innerlijk bent. Dat is het ware groeiproces. De boom groeit niet kenbaar aan de bast, maar in zijn hart groeit hij en de bast past zich slechts aan.

Zo moet het ook met u zijn: groei innerlijk, niet uiterlijk. Zoek niet de uiterlijkheden te veranderen, laat de verandering van binnenuit komen. Probeer niet de verschijnselen te onderdrukken, maar probeer het besef voort te brengen, waardoor ze overbodig wordt.

De wet is de wet van een stam, van een volk. En de wet moet gerespecteerd worden. Maar wie meer is dan een stam en een volk, kent vele wetten. En soms zijn er wetten die sterker zijn dan de wet van uw volk. Dan moet je de kracht volgen, omdat ze in je spreekt, en niet de krachten buiten je, die alleen maar gewoonte zijn en op een ogenblik zinloos worden.

Vele levens heb ik onderzocht, mijn eigen en die van anderen. Meer dan dat. Onderzocht heb ik ook het bestaan in de geest, dat als een koppeling steeds twee stoffelijke levens aaneenkoppelt. En ik heb ontdekt waarom je dit vergeet. Eén paard berijden kan ieder leren, maar op twee paarden te rijden is moeilijk. Twee werelden te kennen en te beheersen, is voor een mens bijna onbereikbaar.

Ik heb ontdekt dat de geestelijke werelden een samenhang vertonen, een groei zijn. Ik heb ontdekt dat de stoffelijke werelden die groei ten dele weerkaatsen, maar nooit in hun geheel. Want de waarden van de geestelijke wereld zijn de waarden van je hart. De waarden van je stoffelijke wereld zijn de waarden van je verstand. Eerst wanneer deze beide versmelten, kun je leven met de geestelijke wereld in de stoffelijke wereld. Maar dan zal de stoffelijke wereld voor een groot gedeelte je bestrijden en verwerpen. Want wat in je leeft is gevaarlijk voor hen die denken, maar het hart miskennen.

In een eeuwig ritme wisselen wij tussen de velden waar de geest vrij gaat en de beperkte wereld, waarin een mens leeft op aarde. Heen en weer zwenken wij tussen de werelden tot wij vrij worden van beide werelden tegelijk. Wanneer er niet meer twee werelden zijn, maar één, ontstaat iets wat eeuwig leven genoemd kan worden, omdat er geen grenzen meer zijn. Maar tot die tijd slinger je heen en weer als een rivier door uitgesleten dalen of door vlakte stromend, een weg zoekt meestal van de minste weerstand.

Spreken is een voorrecht. In mij spreekt mijn hart, door mij spreekt een vertaler, die tracht mijn hart gestalte te geven. Het is of ik een dans doe die roepen moet tot de wolken, die de Manitou moet wekken, wetende dat de dans niets betekent. Maar dat het de verrukking is, waardoor ik spreek met wat boven mij verheven is.

Ik dans voor u een dans van begrippen, ik wijd er ook een aan de vier winden, en ik richt mij trots op en omhels in mijn gedachten de zon.

Zoals ik ben, zo zijt gij. Van één stam zijn wij. Eenzelfde kracht helpt ons, bestuurt ons, regeert ons. Maar zoals in de stam de taken verschillen, sommige jagen of strijden, anderen vergaren, verzorgen, zo hebben wij allen onze eigen taak.

In het menselijke leven is die taak: Vergaren. In het gees­telijk leven is het soms: Verzorgen, soms: Jagen, en een enkele maal: Strijden.

Een strijd ontstaat daar, waar de samenhang, de overeenkomst niet gevoeld en aanvaard wordt. Dan strijden wij met anderen die schimmen zijn, omdat, waar het gevoel van eenheid niet bestaat, onze vijand in ons zelf leeft.

Uw wereld zal nog strijd kennen, zal dwaasheid kennen, zal de nodeloze dood kennen. Maar als haar hart spreekt zal ze geen vijanden zoeken buiten zich, om aan zichzelf te ontsnappen, maar zal strijden met zichzelf. De grootste krijger is hij, die zichzelf overwint zonder voor een vijand te wijken.

Uw wereld gaat veranderen. Zoals het leven voortgaat van seizoen tot seizoen, zo wis­selen de invloeden die het leven op aarde bepalen. Andere stemmen zullen klinken, andere kreten worden geslaakt. En misschien dat het volk zal moeten trekken naar een geheel nieuw besef van leven. Stoor u er niet aan. Of de weg hard is of zacht, hij moet gegaan worden.

Veroordeel niemand, maar laat de stem van uw hart spreker voor uw eigen daden.

Besef uw verbondenheid met de krachten waartoe ge behoort, die uw beschermers zijn. Want door hen zult ge de kracht winnen om juist te handelen, om te verdragen, om te bereiken.

Het eeuwige ritme van leven, dit eindeloos veranderen, voert ons uiteindelijk tot werelden, waarin de gedachten steeds meer zwijgen en het hart steeds duidelijker spreekt. Dan vliegen onze geesten op de wind en omvangen in zichzelf de wereld die ze over­vliegt. Dan zijn we als de trotse adelaar, neerschouwend en zeilend door de lucht, wetend dat soms een wiek geslagen moet worden, maar dat het goed is met de luchtstroming te spelen en ijl rond te zwerven daar waar de lucht ijl wordt.

Eens zullen onze droombeelden sterven en zal alleen ons beseffen, blijven. Dan eerst zullen we de werelden kennen die geen grenzen trekken, paden kunnen gaan die over bergen voeren, zonder dat ze ons hinderen kunnen. Dan zullen we uit de totale schoonheid der dingen onze juiste taak weten en daarmee onze werkelijke totem, onze werkelijke reeks van voorvaderen en geesten, van vorige levens en komende levens, die tezamen vervlochten, ons wezen uitmaken.

Besef dat alleen hij, die zichzelf durft beproeven, kracht vindt. Besef dat alleen degene die zichzelf beproefd heeft, ook in zwijgen en stilte, woorden van wijsheid kan vinden die soms gesproken moeten worden. Besef dat uiterlijkheid waardeloos is wanneer daarin niet iets schuilt dat door het uiterlijk wordt uitgedrukt.

Je kunt je gezicht verven, maar als de moed niet in je woont, blijf je een angstige dwaas.

Tooi u niet met de dingen die nog niet deel zijn van uw wezen. Overwin uzelf.

Leer in stilte ervaren, zodat ge spreken kunt wanneer de tijd komt.

Voel in uzelf de kracht, opdat ge door die kracht gedragen wordt wanneer uw taak dat nodig maakt.

Geloof niet in wezens, die voor u zullen handelen, maar geloof in de verwantschap met wezens die het u mogelijk maken te handelen.

En ken vrede in uzelf, opdat de wisseling van leven tot leven geen verschrikking is, maar een voortdurend ervaren van een verdergaan, aaneengegroeid, tot ge, zoals de boom, wortelt in de diepe aarde en rotsen kan breken en toch uw wezen kunt verheffen tot het de wolken beroeren.

Verbinding zijn wij tussen de simpele waarden, waarin chaos zich ontwikkelt, en de volheid waarin de zon straalt en de sterren hun baan vinden. Verbinding zijn wij tussen het kleine en het grote.

Hoe ons besef ook zal wisselen, hoe onze droom ook moge veranderen, dat wat wij zijn blijven wij.

Dat wat wij blijven groeit, zodat elke nederlaag een overwinning kan worden, en zodat elke overwinning zijn betekenis kan verliezen en het hart in ons spreken kan van de oneindigheid, die niet in woorden is weer te geven.