Eenvoudige trucjes

uit de cursus ‘Praktisch occultisme’ (hoofdstuk 5) – februari 1974

Eenvoudige trucjes

Als u iemand wilt analyseren, moet u gewoon naar die mens kijken. Er zijn enkele lichaamsdelen, die heel veel zeggen.

De handen

Dat wil niet zeggen dat u de hand moet nemen en de lijnen ervan gaan lezen. Maar allereerst: hoe zijn die handen? Zit er wel of geen eelt op? Zijn die handen smetteloos schoon? Zitten er bepaalde vlekken op? Dus een roker: zwaar. Dat ziet u dus meteen. Het zegt u het een en ander over die mens en over zijn dagelijks leven.

Het hoofd

De schedel heeft een groot aantal gebieden (64) en op elk daarvan zou u een kleine oneffenheid in het schedeldak kunnen aantreffen.

Nu zegt mens: een hoog voorhoofd betekent intellect. Geloof dat niet. Indien de gehele schedelvorm ovaal is en iets naar achter getrokken, dan kunnen wij spreken over intellect. Wij hebben dan waarschijnlijk te maken met een iets grotere herseninhoud, maar daar blijft het ook bij.

Bovendien, een hoog voerhoofd is vaak ook het gevolg van een zich langzaam terugtrekkende haargrens, dus moeten wij daar niet teveel op letten. Waar wij wel op moeten letten is het voorhoofd.

Het voorhoofd heeft vaak bepaalde rimpels en plooien. Daarnaast zijn er nog een paar dingen, die wij goed kunnen zien. Er zijn mensen, die boven de ooghoeken twee bulten of bobbels hebben. Iedereen heeft ze wel een beetje, maar bij sommigen zijn ze uitgesproken. Zie ik dat, dan zeg ik: Hé, daar moet ik mee uitkijken, dat is iemand die geneigd is eenzijdig te denken. Het is dus niet iemand, die horens draagt, maar die eenzijdig is en vaak wat stijfhoofdig.

Wij vinden verder boven de neuswortel een paar plooien, Soms twee plooien waarboven een rechte plooi doorloopt. Men zegt dan wel: Daar staat een Hsien. Het is een teken dat men toekent aan ingewijden.
Dat is niet helemaal waar. Maar iemand, die deze denkrimpels heeft, zal over het algemeen een scherp doorzicht hebben. Het is iemand, die begrip heeft, die ervaring heeft opgedaan, die wijsheid heeft. Zo iemand moet je dus geen verhaaltje vertellen dat niet helemaal klopt.

Dan zien we wel eens een verdikking midden op het voorhoofd zitten. Deze mensen hebben een grote gevoeligheid. Ze zijn soms paranormaal begaafd. Daarbij hebben ze vaak enorme driftbuien, zijn overgevoelig, heb­ben een zekere instabiliteit van karakter en een neiging tot opvliegendheid.

De neus

Als de neus wat opwipt, dan nemen we gewoonlijk aan dat er enige neiging is tot heel beperkte eerlijkheid. Als de neus ook een loop heeft, dus niet alleen het opwippen, maar daarnaast ook een lichte verbreding van de neusvleugels, dan moeten wij aannemen dat is een heerszuchtig mens, die heeft neiging tot tirannie. Dat wordt uitkijken.

De mond

Als daar plooien langs lopen, dan zijn er mensen die daaruit con­clusies willen trekken. Maar met de slechte gebitten van tegenwoordig weet je dat nooit. Wel kunnen we zien hoe de mond loopt. Als het een geknepen mond is, dan hebben we gewoonlijk te maken met iemand, die wel erg op zijn gezag is gesteld. Zien we een heel vlezige onderlip, dan zeg­gen we: Dat is iemand, die houdt van het goede der aarde. Is de bovenlip in verhouding heel erg smal, dan zeggen wij erbij: maar hij betaalt er niet graag voor.

De oren

Het is niet belangrijk, of je nu zeiloren of sprietoren hebt. Er zijn echter enkele afwijkingen, die ons toch wel iets zeggen over de persoon. Hebben wij te maken met z.g. Pan’s oortjes (puntoortje naar ach­teren wijzend), dan houden wij er rekening mee dat deze persoon:

  1. niet geheel eerlijk is
  2. zeer waarschijnlijk zich bezighoudt met bijgeloof, geloof of magie,
  3. financieel nooit helemaal betrouwbaar is, ofschoon hij zeer royaal kan zijn. Het is dus niet iemand aan wie je even iets leent, want je weet nooit wanneer je het terugkrijgt.

Als de oren geen lellen hebben, dan is dit iemand, die in zijn reacties op al wat hij waarneemt bijzonder accuraat is, maar tevens een bijzonder inzicht heeft. Dit geldt alleen voor waarnemingen. Als zo iemand u een filosofie voorhoudt, dan kunt u rustig de schouders ophalen. Maar als hij u vertelt wat hij heeft gezien of gehoord, dan kunt u er zeker van zijn dat de weergave correct is.

Misschien is het ook aardig hier te wijzen op een ander verschijnsel. De rand van de oorschelp kan namelijk vele vreemde vormen vertonen. Nu zijn er mensen, die buitengewoon handig zijn: wat zij zien, kunnen ze doen. Bij hen zien wij dat de rand van het oor als het ware een extra uitstulping heeft, die ongeveer tegenover de ooraanzet zit.

Nu is het natuurlijk niet eerlijk om alleen een type neus, een type voorhoofd enz. te geven. Ik geef nu een aantal gemakkelijk te constateren bijzonderheden van het hoofd in de hoop dat u daar wat mee zult kunnen doen.

Ingevallen slapen

Het lijkt alsof bij de slapen even boven de oren de schedel iets naar binnen gaat. Personen die dit hebben rekenen wij altijd tot degenen die bekrompen van geest zijn. Dat betekent niet dat zij geen begrip kunnen hebben voor alle dingen, maar hun houding is altijd zeer beperkt. Hun optreden is meestal idealistisch of moralistisch.

De rechte neus zegt ons alleen dat deze persoon over het algemeen nieuwsgierig is. Verder niets.

De sterk gebogen adelaars- of haviksneus heeft iemand die een sterk zakeninstinct heeft en daarnaast over andere dingen droomt. Wij kunnen op hem altijd een beroep doen bij zakelijke argumenten. Aan de andere kant moeten we oppassen om met zo iemand zaken te doen, dat vraagt altijd extra overweging.

De overhangende neus. U kent die uit de overdreven tekeningen van heksen. De punt van de neus, die net tegen de kin stoot. Deze neus, als ze niet een ouderdomsverschijnsel is, want bij ouderdom verandert er wel eens wat, geeft doorgaans een betrekkelijk vinnig temperament aan. Zo iemand kan ontzettend giftig zijn. Is de mond daarbij echter edelmoedig, dan moeten wij ons niet teveel daarvan aantrekken. Is de mond daarentegen geknepen (smalle lippen), kijk dan alsjeblieft uit, want dat is iemand, die werkelijk een ander de dood in wil jagen. Is het mondje daarbij erg klein, dan is dat bovendien nog een erg pietepeuterig mens. Dit is trouwens iets wat u ook kunt onthouden.

Mensen die zo’n klein mondje hebben zullen (ook als het mannen zijn) veel houden van koken, ze zijn erg netjes, ze maken ontzettend veel drukte voor anderen, omdat ze op de een of andere manier daarin hun per­soonlijkheid uitleven. Deze mensen zijn plichtsgetrouw in een normaal beroep. Zodra het ego geëtaleerd kan worden zijn ze soms geniaal. Maar hun sterkste kant vinden ze toch altijd wel weer in hun eigen huiselijk milieu.

Het zijn allemaal kleine dingen. Maar als je erop let, dan krijg je toch wel een beeld van degene die je voor je hebt.

U zult misschien geneigd zijn om conclusies te trekken aan de hand van kleding. Doe dat niet. Iemand kan vuile schoenen hebben, niet omdat hij ze nooit poetst, maar omdat hij toevallig net in de modder heeft getrapt. Iemand kan toevallig zijn oudste pak aan hebben of een jurk die eigenlijk allang weggedaan had moeten worden. Als u daarop uw oordeel velt, dan is dat niet juist. Sommige mensen zeggen ook: Wij maken ver­schil tussen progressief en meer orthodox. In de kleding zegt dat even­eens heel weinig. Ik ken mensen die zo progressief gekleed zijn, dat hun orthodoxie bijna ongeloofwaardig lijkt, maar ze zijn het wel.

Let wel weer op de vorm van de vingers. Als dit eerste kootje (de vingertop) verbreed is, dan hebben wij te ma­ken met een heerszuchtig iemand. Blijkt dat de duim bovendien nog spatelvormig verbreed is en tamelijk ver naar achter staat, dan hebben wij hier iemand, die wij alleen kunnen lijmen door een beroep te doen op zijn grootheid. Het is gemakkelijk als je het weet. Zijn de knokken tussen het eerste en het tweede kootje (van de wortel af gerekend) verdikt, dan moeten we even uitkijken, want dat zijn mensen, die erg gul en goedlachs zijn, maar die juist door hun prettige manier van reageren je vaak in het ootje nemen. Hun uiterlijk weerspreekt vaak hun innerlijke reactie. Voorzichtig zijn!

Of een hand breed of smal is, zegt weinig. Zijn de vingers even lang als de palm of iets langer, dan kunnen wij aannemen dat wij te maken heb­ben met iemand, die een kunstzinnig temperament heeft. Creatief werk is bij deze mensen vaak een heel belangrijke factor, hetzij in de vrije tijd, hetzij beroepshalve.

Let er verder op dat deformaties kunnen voorkomen door het beroep. Als u te maken heeft met iemand, die bv. een stringbass bespeelt, dan zult u zien dat de vingertoppen plat zijn. Ze zijn niet spatelvormig maar plat, ze worden veel gebruikt. Vaak zijn de vingertoppen ook wat vereelt. Iets dergelijks kunnen we ook zien bij gitaristen. Iemand, die veel trompet speelt, krijgt onwillekeurig een pruimenmond, omdat hij zijn embouchure voortdurend aan het mondstuk aanpast. Daarmee moeten we ook een beetje rekening houden. De algemene indruk is dus: HANDEN, HOOFD, BEWEGING.

Beweging

Iemand, die zich schokachtig beweegt, maar geen verder bewijs levert van een wat wankel evenwicht of van stijve spieren, is over het algemeen een persoon, die in een vaste orde gelooft. Hebben we te maken met iemand die een beetje voorover loopt (u kent dat, zo bijna als een kameel, het hoofd iets tussen de schouders ge­trokken), dan weten we dat hij met zichzelf niet helemaal raad weet. Dat is iemand die zijn plaats onder de mensen nog niet gevonden heeft. Deze houding is daar meestal het gevolg van. Er zijn ook mensen met een zwakke ruggengraat, maar dezen lopen dan helemaal voorover. Zo kunt u dus uit de houding veel afleiden.

Iemand die weet wat hij doet, loopt – zonder dat hij de voeten nu direct driftig neerzet (u kent het haastige klikken van dameshakjes, het stampen van laarzen van heren) –  met een gedecideerde tred. De voet wordt stevig neergezet en er is geen neiging om dat te corrigeren; er is dus geen zijdelingse uitwijking van de voet bij het neerzetten. Dat is iemand die zich niet al te druk maakt over de wereld, maar die zich ook nergens aan stoort.

Op deze manier kunt u met summiere gegevens u enigszins een beeld maken van degene met wie u te maken heeft.

Krijgt u de kans om ook naar de lijnen van de hand te kijken, dan be­ginnen de meeste mensen onmiddellijk te kijken naar de hartlijn, de levenslijn enz.. Als u deskundig bent, goed, anders moet u eens letten op de kussentjes die er zitten bij de aanzet van de vingers. Niet alle zijn even regelmatig ontwikkeld. Er bestaat een leuk regeltje voor:

Wijsvinger = hartstocht, middelvinger = flinkheid, ringvinger = toorn, pink = mislukking.

Dit is niet volgens de handlijnkunde, maar het is een regel die over algemeen goed opgaat.

Nu heb ik beloofd dat ik u ook zal leren een instant prognose te geven. Daarvoor hebben wij natuurlijk iets meer nodig dan alleen kijken. Maar het is wel belangrijk dat, als u een prognose geeft voor iemand, u die persoon opneemt. Wat zijn de eigenschappen? Wat is het gedrag? Want de interpretatie van de gegevens zult u daarop moeten baseren. Dan moet u dat natuurlijk niet onmiddellijk astrologisch doen, want dat pakt meestal verkeerd uit. Ze zeggen dan: Ja, dat staat in zijn horos­coop. Maar u vraagt wel: Mag ik uw geboortedatum weten? Wilt u het jaar daar ook even bij vermelden? En nu gaan wij goochelen met cijfers. Geeft u mij maar een geboortedatum. 29 december 1907.
Dat is 29 – 12 – 1907. 29 is 2 en 9. 2 is dualiteit, 9 is bereiking. Dit is iemand die voort­durend aarzelt in zijn bereikingen. Hij wil graag twee kanten tegelijk uit en komt misschien niet ver.
Hij heeft als geboortemaand 12. 12 is 3. 3 is nogal koppig, de neiging zich binnen een vast kader te bewegen. Deze neiging zal natuurlijk in het leven een rol spelen.
Nu kijken we naar 1907. (Laten we 19 even wegvallen.) We nemen eerst 7. 7 is een menselijk getal. Het leven van deze persoon wordt dus bepaald door een voortdurend streven naar het een en hunkeren naar het ander. Nu zegt u: U heeft in de laatste tijd enkele tegenslagen gehad en u hoopt op verandering in uw omgeving. (Dat is altijd goed). Ofschoon uw aandacht vaak getrokken wordt door geestelijk elementen, is uw belangstelling toch wel zeer menselijk. (Dat kunt u zeker zeggen, want gegarandeerd dat het er zo één is, als de andere sekse voorbij komt terwijl hij bezig is met een esoterische studie, dan laat hij die studie even rusten totdat hij heeft gezien of het de moeite waard is.)
1907 geeft samen het getal 8. 8 is een priesterlijk getal. Het gevoel van roeping speelt ongetwijfeld een rol. Heel vaak zal hij zich gedragen als een gezondene.
Nu ga ik weer terug. Ik was nog bezig aan de 29e van de 12e maand.
29 is 11, als ik die twee getallen optel. 11 is 2, dat is tegenstrijdigheid, maar 11 is ook een beetje dwaasheid. Hij heeft wel eens wat dwaasheden uitgehaald en moet nu oppassen dat binnenkort niet weer te doen.
12 blijft 3, daar hebben wij niet veel meer mee te schaften.
2 en 3 is 5.
5 is een wonderlijk getal. Het geeft enkele dierlijke invloeden aan. Deze mens heeft hier de neiging tot een zekere destructiviteit, maar gezien de andere getallen blijft die waarschijnlijk binnen de perken.
Dan hebben we het getal 8, dat wij uit 1907 hebben gehaald.
8 + 5 = 13. 13 = 4. Het kerngetal van deze persoon is dus 4.

Nu hebben wij alleen het algemene. Wij kunnen nog de naam vragen als wij een beetje van kabbalistiek afweten. Dan kunnen we daarmee ook nog wat doen.

Ik ga nu op grond van deze omgekeerde piramide van getallen die ik heb opgebouwd zeggen wat er op het ogenblik aan de hand is en wat de toekomst wordt. Dat kun je heel wat specifieker doen dan u denkt. U moet niet vergeten dat ik hier niet op een bepaald type af ga. Als u echter een type heeft waargenomen of bepaalde eigenschappen, dan zult u uw interpretatie daarop natuurlijk toespitsen, dat is duide­lijk.

Prognose

“Op het ogenblik zit u in een moeilijke periode, omdat een aantal contracten nog niet zijn afgesloten. U heeft daardoor geen algehele zekerheid omtrent hetgeen zich gaat ontwikkelen. Ik neem aan, dat u bovendien op dit ogenblik in onderhandeling bent, waarschijnlijk met een instantie.”

Hoe kom ik daaraan? Wel, uit de getallen blijkt de dualiteit. Als wij het getal 4 nemen (dat elementair en dierlijk is), dan moeten wij dit voor deze mens interpreteren als “zakelijke relatie”. Strijdigheid plus zakelijke relatie ….. en wij zijn er al.

“Ik geloof verder, dat u op dit moment alsnog overweegt in uw leven of zaken een vernieuwing, vermoedelijk door een verandering van taak, tot stand te brengen. Als u dat doet, zult u moeilijkheden hebben, omdat u geneigd bent datgene te verlangen wat niet kan. U moet goed overwegen of datgene wat u zich voorneemt met de feiten strookt. Uw gezondheid zal in deze periode waarschijnlijk wat dubieus zijn. Ik neem aan dat u daarbij vooral last zult hebben van wat spierpijn, lichte benauwdheid op de borst en daarnaast lichte storingen in de bloedsomloop.”

Hoe kom je daar nu weer aan? Wel, heel eenvoudig. In welke tijd van het jaar leven wij? Januari. Dat is 1. 1 tegen 4. Dat is één element dat 4 elementen domineert. Als één element (volgens de oude leer van de elementen) in het lichaam domineert, dan ontstaat er over het algemeen een overbelasting van bepaalde spieren. Spierpijn is dus waarschijnlijk. Als wij verder aannemen, dat daardoor storingen kunnen optreden – en daar­voor moeten we het type weer even op aankijken – dan is storing in de bloeds­omloop wel heel waarschijnlijk; die is namelijk niet helemaal zuiver.

Maar hoe komen wij er dan bij om te zeggen: “Dat hart voelt een beetje onaangenaam aan”. Zeer waarschijnlijk hangt dit samen met de spijsvertering. De spijsvertering is niet geheel in orde. Er zal misschien zo nu en dan gasvorming of iets dergelijks optreden en daardoor worden er pijnen geprojecteerd in een streek, die iets hoger ligt en die men waarschijnlijk zal voelen in de omgeving van hart of longen.

U ziet, het is helemaal niet zo moeilijk. Het is alleen maar combineren en deduceren. Hier komt helemaal geen paranormale begaafdheid bij te pas, dat is het mooie ervan. U kunt dat gewoon volgens de regels doen. Pas als u het langere tijd heeft gedaan, gaat u van de regels afwijken, omdat u meer waarneemt of aanvoelt en u zich dan daarop baseert.

Hoe zit het nu verder voor deze persoon in zijn relaties? Dan zegt u:

“Ik neem aan dat er in uw familieomstandigheden op dit moment problemen zijn die niet geheel opgelost werden. Er schijnt nog iets afgehandeld te moeten worden. Ik neem aan dat u daarvoor nog enkele maanden de tijd nodig heeft en ik denk dat u dat over ongeveer drie maanden zult doen.”

Waarom 3 maanden? Heel eenvoudig: zijn getal is 4. Overeenkomst getalswaarde dit jaar (1974) en geboortejaar (1907) is 1. Dan zal dus de periode zijn: 3 dagen, 3 maanden of 3 jaren. 3 dagen voor familieomstandigheden is niet redelijk aan te nemen, 3 jaren lijkt mij iets teveel, dus 3 maanden.

Wat voor regeltjes houden we hierbij nu aan? Wij gaan gewoon tellen. Wij moeten weten wat elk getal betekent.
1 is eenheid. Het getal 1 is altijd positief, behalve als het zich herhaalt, dus in 11. Dan staat het tegenover zichzelf. 11 = 2 x 1 en dan krijgt de positieve en misschien ook creatieve waarde van 1 het negatieve aspect.
2 is altijd tegenstelling. Indien 2 zich herhaalt, dan hebben wij te maken met een aantal tegenstellingen, die waarschijnlijk elkaar opheffen. Wij nemen aan: neutraal-actief.
3 doet denken aan een driehoek, besloten tegenover de rest van de wereld. 3 gebruiken wij altijd als symbool voor een innerlijke verdeeldheid, die geslotenheid ten gevolge heeft. Iemand, die het getal 3 heeft als eindgetal zal, ongeacht misschien zijn veelzijdigheid naar buiten toe, geen werkelijk contact met zijn omgeving weten te krijgen.
4 geeft aan: de elementen. Waar het getal 4 optreedt, zijn alle dierlijke en dus materieel menselijke waarden in het geding. Iemand met het getal 4. kan bv. opgaan in hartstocht, opgaan in het zakenleven, die kan zich bezighouden met handel, met geldzaken. Ook als het beroep een ander is, zal deze factor dominerend zijn in het bestaan en dan mogen wij rustig daarvan uitgaan.
5 is de strevende mens. Maar een strevende mens is over het algemeen ook iemand, die niet precies weet waar hij naar toe gaat. Bij het getal 5 hebben wij gebrek aan oriëntatie. Dit gebrek moet dan ten aanzien van de andere getallen en hun waarde blijken. Wij kunnen dus daarop de onzekerheid betrekken. Krijgen wij bv. in de geboortedatum het getal 4 en de 5e maand, dan is het eenvoudig te zeggen: “u heeft in zakelijke aspecten grote onzekerheden. Dit heeft door uw gehele leven een rol gespeeld; ups en downs.”
6 is 3 x 2, maar kan ook 2 x 3 zijn. Met andere woorden: het getal 6 is op zichzelf niet volledig te definiëren. Over het algemeen geeft het een tendens naar macht aan. Een dergelijke persoon heeft een zekere heerszucht. Wie als eigen getal 6 leeft zal daarnaast sterk materialistisch zijn, dus op de feiten af gaan.
7 geeft aan dat iemand humanitair is; hier spelen menselijke waarden en menselijke verhoudingen een hoofdrol.
Het getal 8, ook wel een priesterlijk getal genoemd, geeft aan dat er een evenwicht is bereikt tussen menselijk-stoffelijke relaties en kosmische of idealistische relaties. Er is dus een ideëel beeld waarin men voldoende vervulling voor zichzelf vindt. Er is daarnaast een stoffelijk beeld waarin men meent die vervulling op een voor het “ik” meest juiste wijze uit te drukken.
Is het getal 9 bereikt, dan spreekt men van: het hogepriesterlijke ge­tal ofwel staan voor het aangezicht van God. Het klinkt erg mooi, maar het betekent eenvoudig dit: iemand die als eigen getal 9 heeft, zal gekomen zijn op een punt dat hij begrijpt dat alle materiële waarden eerst door geestelijke waarden of achtergronden betekenis krijgen. Hij zal dus geneigd zijn om zijn innerlijke gevoelens en geloofswaarden geheel in zijn daden te projecteren.
Het getal 10 zegt: er is eenheid. Maar het zegt ook: er is in die een­heid een enorme zekerheid, een enorme geslotenheid zelfs. Het getal 10 geeft aan: iemand die weet wat hij doet, die bereikt wat hij wil en die daarbij wordt gedreven door een begrip dat verder gaat dan het zuiver stoffelijke.
Het getal 11 hebben wij daarnet al gehad, toen wij het hadden over het getal 1.
Het getal 12. Komt dit alleen als einduitkomst van de omgekeerde pira­mide te voorschijn, dan interpreteren wij dit niet alleen als 3, maar ook als 12. Want 12 betekent: er is een cyclus afgesloten en – de andere getallen in aanmerking nemend – zal dus een nieuwe levensfase beginnen of begonnen zijn.

Nu eist dit een nadere uitleg, anders wordt het te vaag.

Stel, dat ik in die piramide het getal 3 heb en het getal 5 in deze kolom (dat wordt dus 8), dan kan ik zeggen dit is iemand die erg ge­sloten was, die gezocht heeft naar een mogelijkheid om in de menselijke wereld wat te betekenen (de 5). Hij komt nu tot een zekere evenwichtig­heid. Dan kijken wij de persoon aan en kijken dan vooral naar het gelaat. Ziet dat gelaat er op dat moment harmonisch uit of niet. Is het dishar­monisch, dan zeggen wij heel gewoon: U staat op het punt om een totaal nieuwe ontwikkeling binnen te gaan. Als u in deze tijd solliciteert, zal een verandering van baan u goed doen. U heeft ook de neiging tot ver­huizen of het aanbrengen van andere veranderingen. Ik geef u echter wel één raad: zorg er voor, dat u weet wat de buitenwereld wil en laat de buitenwereld duidelijk weten wat u wil. Dat laatste is nodig omdat het eindgetal, herleid toch altijd 3 blijft: dus neiging tot geslotenheid.

Hoe kunt u nu zo’n instant-prognose maken? Wel, u kunt gewoon een dag nemen. Welke datum hebben wij vandaag? (7 februari) 7 – 2. Dat is interessant.
7 is een nogal ontwikkelend getal, bijna een heilig getal.
2 betekent dualiteit. Dan kunnen wij bv. zeggen: Het weer is zeer onbestendig. Er zijn nu weersinvloeden aan het veran­deren. In zeer korte tijd zal er een aanmerkelijke verandering van weerbeeld optreden, waarschijnlijk binnen 2 à 3 dagen. Dan:  Er zijn besprekingen gaande op deze dag. Alle besprekingen die op deze dag hebben plaatsgehad stoten op moeilijkheden en men komt zelden tot een beslissing. Is er een beslissing bereikt, dan zal dat niet de eindbeslissing zijn. Als u nu de datum weet en u gaat naar een vergadering toe, dan weet u van te voren dat er geen werkelijke conclusie bereikt kan worden. Probeert u argumenten aan te voeren voor uw conclusie, dan bereikt u misschien dat een ander daarover nadenkt. Als over enige tijd het geval weer ter discussie zal komen, dan zullen de argumenten die u vandaag heeft aangevoerd bijzonder meetellen.

Nu zijn er nog een paar punten waar ik op wil wijzen en die misschien wel belangrijk zijn.

Indien u voor één mens in het bijzonder wilt interpreteren, dus voor slagen of niet slagen, houd rekening met de maanfase. Dat hoort ook bij een instant analyse. Als u iets wilt zeggen voor vandaag bij wijze van spreken, dan zegt u: Wat hebben we nu? (Wassende maan, morgen laatste kwartier). Dat is wel negatief. Als wij namelijk wassende maan hebben, dan hebben wij een toenemende energie. Alles wat dus vandaag wordt gestart, heeft de neiging om momentum te gewinnen, het gaat sneller. Maar als het afnemende maan is, dan hebben wij te maken met een afnemende energie. Dientengevolge zullen op allerlei gebieden vertragingen ontstaan.
Volle maan gaat gepaard met vele emoties, maar ook met een enorme nei­ging tot positieve vaststelling.
Nieuwe maan: verborgen bedoelingen, traag begin.
Laatste kwartier: afnemend, dus vertraging.
Eerste kwartier: momentum.

Nu zult u zich waarschijnlijk afvragen, of men dit nog occultisme noemt, want het lijkt echt zo’n gezelschapsspel. Nu, dat is het niet. Ik zal u nog even iets vertellen van de theorie, die er achter ligt.

Elke mens heeft een eigen waarde. Die waarde is kosmisch dermate sterk vastgelegd, dat in alle getallen waarmee die mens persoonlijk te maken heeft dit tot uiting komt.

Als u een roepnaam heeft, dan zal die een naam zijn die specifiek de uwe is, niet uw doopnaam. Er zijn mensen, die Alexander, Bartholomeus, Boudewijn worden gedoopt en zij worden Boeboe genoemd. Dan reken je het getal van “Boeboe” uit, dat is de eigen naam. Men zegt namelijk: De naam waarmee je in een bepaalde periode wordt aangesproken, duidt het getal aan dat je in deze periode overheerst, dat is namelijk de ten­dens waarin je je bevindt.

Zo is het gehele AL volgens bepaalde stellingen althans uit te drukken in relaties. Relaties kun je vastleggen in cijferverhoudingen. Die cijferverhoudingen (er zit wat kabbalistiek in) zijn te beschouwen als een aanduiding van kosmisch bestaande tendensen, van kosmisch bestaande relaties, zelfs van relaties die bestaan tussen het “ik” in de tijd en het tijdloze deel van het “ik” in de eeuwigheid. Door nu met die getallen te werken, al lijkt het een goochelkunstje, komen wij ertoe ons voor te stellen wat relaties zijn.

Wij gaan aannemen dat niet alleen de uiterlijkheden, maar ook onge­ziene krachten bepaalde tendensen vastleggen. En wie dit spelletje vaak genoeg speelt, ziet al heel gauw dat je met die interpretaties nog heel wat verder kunt gaan. Je krijgt op de duur een gevoel voor de banden, die een bepaalde persoon heeft, met kosmische krachten, hoe zijn relatie is met bepaalde menselijke krachten en met bepaalde krachten in de geest. Dat ligt er allemaal wel in opgesloten. Die kleine instant-prognose kan dan worden tot een vorm van helderziendheid.

Nu heeft u over helderziendheid al het een en ander gehoord. Zo kunt u ook kristal kijken, water kijken, inkt kijken (dat is water kijken, maar dan gooit u eerst een druppel inkt in het water en gaat u daarna kijken, dat biologeert nog meer en soms kunt u meer zien). Die dingen zijn aardig, maar wat hebben wij aan alle occulte trucjes en handigheidjes, als we niet beseffen dat ze de uiting zijn van bestaande, zeer concrete waarden en wetten.

Als u een mens ziet en u gaat hem beoordelen naar bepaalde uiterlijk­heden, dan is dit op zichzelf niet juist. Want een moeilijkheid bij de ge­boorte kan een deformatie van de schedel ten gevolge hebben. Er zijn an­dere gevallen denkbaar waardoor een oor door bepaalde omstandigheden zijn eigenaardige vorm krijgt. Zolang u zegt: Dat zijn omstandigheden, die niet samenhangen met datgene wat je bent, is zo’n interpretatie zinloos.

Op het ogenblik echter dat u zegt: Al wat met je gebeurt is mede vastgelegd als mogelijkheid in datgene wat je bent, dan zal het niet meer belangrijk zijn, of je iets hebt gekregen door een ongeval of bij de geboorte. Dan is het feit dat het er is een aanduiding voor datgene wat je betekent.

Er zullen heel wat mensen zijn, die juist dergelijke stellingen met enige aarzeling beschouwen. Maar de kosmos is een enorm spel van mogelijkheden, gespeeld door een ons onbekende Kracht die wij God noemen. Er is maar een ding zeker: dat al die mogelijkheden volgens een bepaalde wetmatigheid zijn gerangschikt. Dat impliceert weer dat zij de neiging zullen hebben volgens de heersende wetmatigheid te verlopen. En daardoor kunnen wij dan een kleine prognose wagen. Dat is helemaal niet zo moeilijk.

Als u begint, houdt u zich een beetje aan de regels. Als u eenmaal weet wat een getal ongeveer wil zeggen (ik heb u daarom een aantal getallen gegeven die u gemakkelijk kunt onthouden), dan kunt u dat interpreteren op de mens.

Nu ontstaat er iets wonderlijks: tussen u en de mens voor wie u interpreteert, zal er altijd een wisselwerking bestaan. De ander is altijd wel benieuwd wat u te zeggen heeft, of hij daar nu wel of geen geloof aan hecht. Het is een zekere nieuwsgierigheid. De ander draagt u dus a.h.w. een deel van zijn wezen en persoonlijkheid over. En doordat u geconcentreerd bent op het getallenspel dat voor u het symbool is van de persoon, ontvangt u de uitgezonden golven. Zo is uw instant-prognose niet alleen maar een spelletje of een gebruik maken van kosmische regeltjes, het is bovendien een middel waardoor u in contact komt met degene voor wie u de berekening maakt. Ik heb het instant genoemd, dus ogenblikkelijk, omdat je geen papier daarbij nodig hebt. Je hebt er geen langdurige berekeningen bij te maken. Alles wat noodzakelijk is, kun je wel uit het blote hoofd doen.

Nu zijn er in het occultisme heel veel zaken, die bepaald worden door contact. Contact dat soms geestelijk is, dat soms magisch omschreven moet worden, dat soms wel eens zuiver menselijk is. Maar het is het contact met het andere of met de ander waardoor wij in staat zijn dat voor onszelf te omschrijven. En naarmate wij het contact dat wij hebben beter en veel omvattender kunnen beschrijven, zullen wij meer weten omtrent datgene of degene met wat of met wie wij contact hebben.

In het occultisme is het gemakkelijk genoeg een geest op te roepen. Je kunt zelfs de geesten oproepen van Mars, die er nogal erg krijgshaftig plegen uit te zien of van Mercurius, die soms wat monsterachtig, wat kikkerachtig aandoen. Dan heb je contact. Maar dan moet je weten met wie je contact hebt, want je kunt niet op gelijke wijze denken en reageren ten aanzien van een Mars geest of van een Mercurius geest. Je kunt met een bepaalde kracht, die uit het duister komt niet op dezelfde wijze spreken als met een verdoolde ziel die alleen naar ergens in Schaduwland verdwaald is. Relaties zijn in het occultisme van het allergrootste belang. Al het praktisch occultisme is te herleiden tot erkenning van relaties. Wat u ook wilt doen: helderzien, helderhoren, magnetiseren noem het maar op, het is allemaal ook een kwestie van relaties en relatie erkenning.

Helderziendheid betekent niet dat u iets ziet tegen wil en dank. Beheerste helderziendheid is het vermogen bezitten u open te stellen voor indrukken, dus een mogelijkheid te scheppen tot relatie en dan bij ontvangst van de argumenten die de relatie geeft, daaruit voor uzelf een beeld te vormen dat ook betrekking heeft op uw eigen wereld. Dat is helderziendheid.

Helderhorendheid is hetzelfde alleen dat de uitkomst dan in auditieve elementen wordt uitgedrukt.

Magnetiseren. Als u dat doet met uw eigen kracht, dan betekent dat het scheppen van een zekere band van harmonie tussen uzelf en de patiënt. Als patiënt kunt u alleen genezen worden door iemand in wie u een zeker vertrouwen stelt, dus iemand met wie u ook een zekere band heeft. Gaat het met geestelijke kracht, dan moet u onthouden dat u nooit uit een benzinetank water kunt halen, tenzij dat er eerst in is gedaan. Daarom moet u niet naar de benzinepomp gaan en zeggen: Geef mij even wat hoog explosief water om iemand af te koelen, want dan krijgt u een explosie.

De kracht waarmee u werkt, moet een kracht zijn die harmonisch is met uw persoonlijkheid, maar die door uw persoonlijkheid bovendien met de patiënt harmonisch kan zijn. Voor u geldt ook dat u niet alle krach­ten moet aanvaarden die u krijgt, maar alleen die krachten, die u met een gevoel van rust en een zekere tevredenheid achterlaten. Al die an­dere krachten moet u maar zo gauw mogelijk wegwerken. Als ze u opwin­den, als ze u erg energiek maken, dan lijkt dat misschien erg plezierig, maar geestelijke krachten die dat tot stand brengen laten u later uit­geput achter of – en dat is nog veel erger – zij scheppen in u een on­vermogen uzelf voldoende te beheersen en te beseffen.

Als u praktisch occultisme beoefent -op welke manier dan ook – onthoud dat de relatie het belangrijkst is. Wilt u aan astrologie doen, aan handlijnkunde of aan wat dan ook, weet dat er een relatie moet be­staan tussen u en de ander. Waar die niet aanwezig is, blijft de uitkomst zeer dubieus. Naarmate de relatie duidelijker is, zal de procedure die u gebruikt – onverschillig welke – meer toepasselijke gegevens opleveren.

Als wij rekening houden met de relatie, die albepalend kan zijn in elk werken met z.g. occulte wetenschappen en waarden, dan zullen wij ook begrijpen dat het erg belangrijk is onszelf enigszins te kennen en van onszelf uit te gaan.

Als wij weten dat wij zelf pessimistisch zijn, zullen wij in onze prognose de gunstigste verwachting, die ons te binnen schiet, moeten ge­bruiken. Zijn wij geneigd om altijd optimistisch te zijn, dan lijkt elk lot dat wij kopen ons weer de honderdduizend op te leveren. Laten wij dan alsjeblieft de slechtste mogelijkheid kiezen.

Wanneer wij het gevoel hebben zwak te zijn en wij krijgen contact met geestelijke krachten, laten wij ons dan van die zwakte bewust zijn en onze houding zo daarop baseren, dat wij deze zwakte enerzijds zoveel mogelijk teniet doen en anderzijds nimmer een machtsrelatie tegenover een enti­teit innemen. Het is belangrijk dat u een beetje weet wat u bent. U speelt zelf niet alleen bij prognostiek, maar bij praktisch alle occulte wetenschappen een zeer belangrijke rol.

Hou rekening met uw emoties. Als u zich erg driftig heeft gemaakt en nog zit na te grollen van woede, dan bent u niet bepaald geschikt om op dat ogenblik lichtende krachten werkzaam te doen worden of gene­zende krachten uit te zenden.

Als u lusteloos en moe bent, dan is het niet bepaald de tijd om ta­ken aan te vangen of krachten aan te roepen waarvan u weet dat zij enorme hectische energie uitstralen. Zoek het dan liever wat minder in­spannend.

Praktisch occultisme betekent een zekere zelfkennis hebben, rekening houden met uw huidige toestand en dan werken met de middelen die u ter beschikking staan.

Praktisch occultisme betekent volgens mij verder werken met de eenvoudigste methoden en middelen om u bewust te worden van uw mogelijkheden. Wie waarlijk werkt met eenvoudige mogelijkheden en middelen en enige zelf­kennis daarbij, is al snel in staat gevoeligheid in de plaats te stellen van procedure. Eerst wanneer men automatisch relaties erkent en interpreteert, zal men in staat zijn op elk occult gebied grote resultaten te behalen.

Uittreding

Uittreding is zoals u weet het verwijderen van een deel van het eigen wezen en daarmee van het eigen waarnemingsvermogen en bewustzijn van het lichaam, zodat waarnemingen of belevingen elders kunnen geschieden.
Als wij uittreden, dienen wij ons altijd te realiseren dat wij in deze toestand verkeren. Dit maakt het ons mogelijk, alleen door te willen, terug te keren tot ons lichaam. Indien wij in uitgetreden toestand iets aannemen als werkelijkheid, zullen wij in die werkelijkheid gevangen zijn en al hetgeen wij ondergaan ook in ons lichaam weerspiegeld zien.

Uittredingen naar een hogere sfeer

Bij dergelijke uittredingen zijn de ervaringen altijd beperkt. Dientengevolge moeten wij zoeken naar een mogelijkheid om dergelijke ervaringen om te zetten in termen die voor ons stoffelijk lichaam begrijpelijk zijn. Als wij dat eerst doen na de terugkeer, zullen wij daarin niet slagen. Daarom is het belangrijk dat, wanneer wij contact hebben met hoge geestelijke krachten of waarden tijdens een uittreding, wij verzoeken om deze ervaringen om te zetten – althans zoveel mogelijk – in stoffelijke beelden.
Hebben wij contact met Zomerland, dan zullen wij erop moeten letten dat wij niet teveel details opnemen, anders komen wij thuis met een hele sfeerbeschrijving, zonder dat wij weten waar het eigenlijk over ging. In een dergelijk geval zullen wij zelf moeten ingrijpen en zullen wij ons met het maximum aan wilskracht en energie moeten concentreren op het overdragen van de boodschap of van het contact dat voor ons op dat moment het voornaamste was.

Uittredingen naar een lagere sfeer.

Hier zou ik u de raad willen geven: Leg geen dwingende herinneringen vast in uw lichaam; dat is over het algemeen nadelig. Indien u uw taak heeft vervuld, hou er rekening mee dat u op geen enkele manier deel heeft aan het leven van die sfeer. Dus: niet eten, drinken, handjes schudden of iets anders, als u dat wordt aangeboden, want dan zult u inderdaad een tijdlang aan die sfeer gebonden zijn en ook na uw terugkeer door krachten uit die sfeer benaderd kunnen worden.

Realiseer u altijd, dat u zelf het licht bent. Zeg niet: Het is donker. Zeg: Hier ben ík het licht. Door op deze wijze in het duister te reageren maakt u het mogelijk dat:

  1. anderen tot het licht kunnen komen
  2. u zichzelf onaantastbaar maakt voor vele krachten in het duister, die u – wanneer u zich daaraan overlevert – mogelijk te sterk zouden zijn.

Bij elke uittreding waardoor u in een astraal gebied terecht komt, dient u zich voortdurend bewust te zijn van het feit: geen enkele vorm is volledig waar. Dientengevolge kan niets mij schaden, tenzij ik het als werkelijk erken.

Erken in uzelf als werkelijkheid altijd het vermogen om:

  1. terug te keren tot uw lichaam
  2. alle krachten te ontvangen en om te vormen tot uw eigen kracht. In deze gevallen bent u in een astrale sfeer onaantastbaar; daar kunt u dus niet gekwetst werden.

Uittredingen op aarde hebben over het algemeen verschillende eigenaardige aspecten. Eén daarvan is, dat wij geneigd zijn onze wensen als een deel van de uittreding te beschouwen. Bijvoorbeeld:
Als u iemand aardig vindt en u gaat naar hem kijken, dan heeft u het gevoel dat de ander u heeft herkent of misschien dat u een heel gesprek met hem heeft gehad, en dat is zelden waar. Datgene wat u persoonlijk verlangt, kan in een uittreding worden geïnjecteerd, zonder dat het een feit is.
Houdt u bij uittredingen in uw eigen wereld dan ook voornamelijk bezig met waarneming en niet met contact. Wilt u contact opnemen met mensen op aarde, doe dit dan altijd in een vorm van waarschuwing of van een boodschap, zonder dat u daarbij een antwoord verwacht. Door het verwachten van een antwoord namelijk brengt u uw totale voorstellingsvermogen en uw gedachteprocessen in het geweer en zult u komen tot een vertekening van uw herinnering aan de uittreding voor zover die aanwezig is, terwijl gelijktijdig de mogelijkheid om reëel contact met anderen te hebben wordt verminderd.
Bij vele uittredingen zal de mens geconfronteerd worden met een aantal kleurverschijnselen, die voor hem althans onbegrijpelijk schijnen. In dergelijke gevallen wordt men geconfronteerd met datgene wat men in zichzelf draagt. Een uittreding kan dus in bepaalde facetten lijken op een LSD trip. Men ontmoet dan innerlijke waarden, maar nu geprojecteerd buiten het “ik”. Realiseer u altijd dat alle krachten en kleuren die u ontmoet, alle stemmingen en sferen die u ontmoet ten slotte plaats zullen moeten maken voor uw stoffelijke werkelijkheid zo­als u die beseft. Hierdoor kunt u ontkomen aan het dwingend verschijn­sel dat een eigenschap kan vormen, die – buiten het “ik” geprojec­teerd – u nu gaat beheersen, niet alleen in contact met anderen of met sferen en werelden, maar ook nog eens na het ontwaken in uw contact met uw eigen wereld.
Een Jekyll and Hyde verschijnsel kan als gevolg van dergelijke uit­tredingen optreden doordat de mens de neiging heeft een deel van zijn persoonlijkheid, dat hij openlijk niet erkent, te projecteren tijdens de uittreding als een tweede persoonlijkheid en daaraan een zelfstandigheid toekent. Deze zelfstandigheid behoort thuis in hetzelfde lichaam en kan dus tijdelijk het geheel van gedrag en van hersenen gaan domineren. Gespletenheid van de persoonlijkheid is daarvan vaak het gevolg.
Indien u dus zoiets ontmoet, realiseer u altijd: ik ben de enig echte. Al wat ik hier ervaar is aan mij onderworpen. Ik moet de kracht die daarin ligt absorberen, voor zover ze op mij wordt afgezonden. Ik moet mij niet laten verleiden tot een dialoog daarmee en niet pro­beren een taak of waarneming te doen, die voor mij niet behoort tot dit schijnbaar vormloze spel van kleuren of eigenschappen dat uit mij­zelf is voortgekomen.

Ten laatste zou ik in dit opzicht nog willen opmerken:
Bij alle uittredingen en bij alle reizen die je maakt in je eigen psyche, is het belangrijk te blijven beseffen wie je bent. Onderga alles, maar zeg: Het kan mij niet beroeren. Constateer alles, maar zeg niet: Ik wil het nu begrijpen. Zeg: Ik zal het later verwerken. Hij immers die met een bepaald probleem tijdens uittreding wordt geconfronteerd en zich daarin verdiept, zal hierdoor de mogelijkheid tot te­rugkeer voor zichzelf vaak verminderen. Hij zal bovendien het ontstaan van illusies en schijntoestanden – ook wanneer hij terugkeert in het lichaam – voor zichzelf bevorderen. Dit is niet wenselijk.
Iedereen treedt uit. Degene die bewust uittreedt, is daarmee dus niet bevoordeeld boven anderen. Degene echter die bewust uittreedt, zal vele van de instincten missen, die bij een onbewuste uittreding de veiligheidsfactor vergroten.
Daarom is het belangrijk dat u met de voorgaande regels rekening houdt en dat u – wanneer u al uittreedt en u zich daarvan bewust bent op dat ogenblik – er altijd voor zorgt om uzelf te zien als een onafhankelijke eenheid, die op elk gewenst moment kan terugkeren tot de stof om daardoor bevrijd te zijn van alle geestelijke contacten, die tot dat ogenblik hebben bestaan.

Rijping

Als er bloesem is, is er schoonheid. Op het ogenblik dat de bloesem haar functie heeft vervuld, verdwijnt die schoonheid en blijft er een vruchtbeginsel over, dat zich langzaam maar zeker begint te ontwikkelen. Een vrucht, die hoe voedzaam ze ook is en hoezeer ze ook de mogelijkheid in zich draagt de plant voort te zetten in nieuwe vormen van leven toch eigenlijk iets ontbeert van de speelsheid van de bloesem. Zo is het ook met ons.

Rijping is het verliezen van bepaalde speelse elementen. Dat wil zeggen: een groot gedeelte van je energie en je krachten naar buiten brengen en daarin een nieuwe waarde vinden, een nieuwe mogelijkheid. Er ontstaat een schoonheid, die doelmatig is en die niet alleen maar een verrukking is voor het oog.

Rijping van de mens is het ouder worden, zegt men. Maar er zijn mensen, die misschien twintig jaar oud zijn en die wijs zijn, alsof ze eeuwen hebben geleefd, want rijping is geen proces dat aan tijd gebonden is.

Rijping is een ervaring waardoor men inzicht krijgt in zichzelf en de wereld. En als dat inzicht ver genoeg gevorderd is, dan zal men door zijn begrip voor de wereld en voor zichzelf een taak gaan vervullen in die wereld.

Rijping is aan het werk gaan. Datgene wat in je leeft naar buiten toe vorm en gestalte geven en zo het innerlijk licht zo goed als het eigen besef in de wereld aan anderen geven.

Rijping is het verliezen van vele illusies. Het is het herzien van allerlei dromen, die je lange tijd hebt gedroomd.

Rijping is het verliezen van het beeld dat je zo belangrijk bent en zoveel vermoogt.

Rijping betekent ook: weten waar je sterkte ligt. Weten wat je werkelijk bent en wat je werkelijk nastreeft.

Rijping betekent: eindelijk jezelf kunnen zijn in een wereld waarin je door jezelf te zijn waarde hebt voor al wat er bestaat.