Egoïsme en altruïsme

15 oktober 1985

Beste vrienden, denkt u a.u.b. zelf na, want wij zijn niet alwetend en onfeilbaar. Wat betreft het onderwerp, u moogt er zelf een stellen wanneer u dat wilt.

  • Wilt u misschien praten over egoïsme en altruïsme. We vinden dat er in deze wereld mensen zijn die egoïstisch zijn ingesteld en die een leven slijten waarin hen alles voor de wind gaat. Anderzijds zijn er mensen die bezorgd zijn voor hun medemensen en verantwoordelijkheid nemen. De eerste soort die schijnt welvaart te kennen en gaat met een gerust geweten door het leven. De anderen hebben het moeilijk en treurig soms en het gaat niet best of rustig. Wil dat nu zeggen dat de eerste categorie, de egoïsten dus, in harmonie zijn met deze wereld en de anderen in disharmonie? Welnu, gezien wij harmonie dienen na te streven, zie vorige lezingen van de O. D. V., wat dient dan best gedaan en hoe zit dat nu eigenlijk?

Ja, ik zou bijna zeggen halleluja, om te beginnen. Maar laten we proberen de zaak zo goed mogelijk te bekijken.

In de eerste plaats: egocentrisme. Iedere mens ziet de wereld vanuit zichzelf. Hij beleeft de wereld die hij voor een deel zelf is en die hij voor een deel ook zelf maakt. Het is duidelijk dat een mens die tevreden is, dingen ziet die aan een ander, die ontevreden is, wel voorbijgaan. Dat iemand problemen kan kennen die voor een ander niet eens bestaan. En dan kom je als vanzelf terecht bij het eigenlijke onderwerp: egoïsme en altruïsme. Iemand die zijn medemensen dient, moet dat niet doen met de verwachting er iets voor terug te krijgen. Dan blijkt, dat je in feite veel meer krijgt dan je in feite zou kunnen verwachten. Maar heel veel mensen zien zichzelf als altruïst, als dienaar van de mensheid, als werkelijk en waar christen en doen dit eigenlijk omdat ze daarmede zich laten gelden.

Er zijn vormen van nederigheid die in feite trots zijn. Er zijn feiten van dienstbaarheid waarbij de beweegreden eigenlijk heerszucht is. We kunnen dus niet zonder meer zeggen altruïsme en egoïsme, want vele mensen, die toch hun leven wijden aan hun medemens, doen dit uit zelfzuchtige beweegredenen, bewust of onbewust. En heel veel mensen die egoïstisch genoemd worden, zijn in feite mensen die blind zijn voor anderen en voor al datgene wat er mee samenhangt.

Het zal u dus duidelijk zijn dat een zwart-wit tegenstelling hier eenvoudig niet aan te brengen is. Maar iemand die werkelijk altruïst is en niet verwacht dat de wereld hem als dusdanig erkent, niet verwacht dat daar iets tegenover zal staan, die zal alles hebben wat hij nodig heeft op het ogenblik dat hij het nodig heeft. Dat is harmonie. Niet meer hebben dan een ander, of minder dan een ander, maar hebben wat je nodig hebt. Harmonie betekent gelijktijdig innerlijk leven en beleven op een wijze waardoor je jezelf toch gelukkig kunt voelen wanneer je dat wilt. Harmonie is niet instant-geluk of instant-vrede. Het is eenvoudig een toestand waardoor je één kunt zijn met de ander, het andere beter kunt begrijpen en niet meer zoekt naar tegenstellingen, maar eerder naar overeenkomsten.

Een egoïst doet dat eigenlijk heel vaak: hij projecteert namelijk zichzelf in de wereld. Een egoïst heeft een vernietigend oordeel voor iedereen die minder is dan hijzelf. Dat doet hij niet omdat hij nu zo graag een ander wil vernederen, of omdat hij een ander wil misbruiken. Hij doet dat eenvoudig omdat hij iedereen afmeet aan zichzelf. En zijn geheime angsten van mislukking projecteert hij naar diegenen die zijn minderen zijn en zijn geheime verlangens naar succes projecteert hij bij degenen die zijn meerderen zijn.

De altruïst wordt daar niet door getroffen. Hij ziet de egoïst en hij ziet dat hij het goed maakt. Maar de altruïst heeft ook iets. Waar de egoïst meestal in goederen rijk wordt, zal de altruïst erg rijk zijn in al hetgeen wat hij voor anderen betekent. Zodra daarbij de eis komt dat die betekenis wordt erkend is er in feite weer een egoïstische drijfveer ook bij en is die harmonie dus niet volkomen. Maar zelfs dan: Wat je werkelijk nodig hebt dat wordt je gegeven en dan niet met een lotje uit de loterij of wat je ook hebt, maar eenvoudig door omstandigheden. De egoïst heeft dat nooit. De egoïst vecht voor alles. De egoïst is in een voortdurende worsteling, met de wereld gewikkeld. Je ziet mensen die ontzettend rijk zijn, welvarend en dan vraag je je af: Zijn ze ook gelukkig? Een mens denkt dat misschien. Ze hebben een grote villa op één of andere goudkust. Ze hebben de mooiste auto die je je kunt denken en misschien nog een jacht ook. Ze zijn getrouwd met een mooie vrouw, of de vrouw heeft een mooie man, komt ook voor, niet zo vaak, maar het komt voor. Als je het allemaal bij elkaar voegt, dan lijkt dat erg benijdenswaardig, maar de egoïst is voortdurend in de verdediging. De wereld bedreigt hem. Hij moet zorgen voor zijn kapitaal. Hij moet kijken naar mannen of naar vrouwen. Hij moet zorgen dat de kinderen dat doen wat hij of zij het beste vindt en verder niets. Het geld dat hij heeft daar moet hij veel meer van aan de staat geven dan hij ooit leuk vindt. En een belastingsaanslag staat gelijk met een lichte beroerte, waarna dan allerlei uitwijkingsmanoeuvres worden uitgeknobbeld die dan heel vaak kloppen, wat enige voldoening geeft, maar meer blijken te kosten dan hij er eigenlijk voor over dacht te hebben, wat dan weer vreet.

Ja, dat is in extremen geredeneerd. Natuurlijk. Want zoals ik u al heb gezegd de werkelijke egoïst en de werkelijke altruïst zijn de grenzen van de menselijke mogelijkheden en daartussen ligt bijna de hele mensheid. Maar bekijk het dan ook nog even verder. De altruïst, door zijn dienen in de wereld, heeft deel aan die wereld. Zonder het zelf helemaal te beseffen gaat men op in het leven van anderen de ervaringen van anderen. Men komt tot een benadering van het bestaan die gelijktijdig geestelijk bijzonder waardevol is. Ook de altruïst kent zijn teleurstellingen, maar de emotie is tezelfdertijd een constatering, een nieuw uitgroei en van het bewustzijn.

De egoïst daarentegen sluit zich af. Hij is alleen bezig met zichzelf en dat is datgene dat iemand die in een donkere sfeer leeft tenslotte ook doet. Hij leeft met zijn eigen dromen en met zijn eigen angsten en al wat de buitenkant ziet is ontdaan van juist die innerlijke wrijving van het voortdurend weer jezelf bevestigen, dat deze mens in hoofdzaak beheerst. Geestelijk dus zeer weinig verdere ervaringen. Geen bewustwording van grote betekenis. 0 je kunt misschien behoren tot één of andere genootschap en daar zelfs het tot grootmeester brengen als je wilt. Maar je hebt geen deel aan het genootschap. Het genootschap is je bezit, want de egoïst trekt het naar zich toe. En dat wil zeggen dat al wat erin gebeurt, direct al teleurstelling of strijd betekent omdat je eenvoudig niet kunt hebben dat anderen mee denken en mee beslissen. Daar word je niet bewuster van. Dan kun je hoogstens ingewijde heten voor anderen, maar voor jezelf ben je maar een zielige ziel, gevangen in je eigen angstdromen en je eigen geldingsdrang, in je eigen onbewust zijn.

Nu zijn er mensen die zeggen: Ja maar een altruïst die legt er toch altijd het loodje bij in deze wereld. Dat is volledig waar. Materialistisch gezien kan een altruïst in uw wereld niet bestaan omdat deze is opgebouwd op een winstprincipe. Daar heb ik niets op tegen. Maar een winstprincipe dat werkelijk geen banden of grenzen kent, dat veroorzaakt zelfzucht en egoïsme: Een materialisme waarbij je de ander alleen nog maar gaat inschatten naar de kleren die ze dragen, de auto die ze hebben, het adres waarop ze wonen. Je kijkt niet meer naar de mens. Egoïsten zullen niet altijd stoffelijk veel bezittingen willen. Anderen willen reputatie. Er zijn geleerden, mensen die ontzettend veel weten, laten we dat begrijpen en die ook heel goede dingen onderzoeken en doen, die doodsbenauwd zijn voor elke verandering of vernieuwing, want dat zien ze als een aantasting van hun gebied.

Voor hen is de reputatie het werkelijke bezit, het gezag dat ze zoeken en wanneer dat op de een of andere manier wordt aangetast, ach, misschien dat ze dan naar buiten doen alsof er niets aan de hand is, maar vanbinnen gaan ze eraan kapot.

Politici? Ja natuurlijk. Nu weet u, een politicus is iemand die het beste meent met het volk dat hij zegt te dienen en het daarom bedriegt waar hij kan. Maar die politicus is ook bezig, met zijn positie, zijn macht, zijn populariteit en die kan werkelijk hoofdpijn krijgen door het verlies van één zetel. 0 hij glimlacht. Hij noemt het een overwinning, maar in zijn hart hoor je hem zo grommen dat de duivel er jaloers op kan zijn. Ook dat zijn mensen die dan vaak ook egoïstisch, om niet te zeggen egomaan zijn. Maar ze houden er niets aan over

Is het niet beter om te leven dan in de middelmaat, of zelfs daaronder en voortdurend ogenblikken te kennen van tevredenheid, geluk, om eindelijk te beseffen: Ik heb geen recht op de wereld en de wereld heeft geen recht op mij buiten het recht dat ik die wereld tijdelijk geef. Is dat niet veel beter? Natuurlijk zijn er mensen die zeggen: Altruïsme betekent zichzelf voortdurend voor anderen opofferen. Dat vind ik onzin. Er heeft eens iemand gezegd, het was in onze groep van Verdraagzamen: Echte verdraagzaamheid betekent dat je niet voor anderen de vloermat speelt en ten hoogste vraagt dat hij zijn voeten veegt voor hij verder gaat. Dat is volkomen waar. Je hebt het recht om jezelf te zijn. Ook de altruïst mag leven zoals hij wil. Ook de altruïst kiest waar hij dienen kan en wil en waar niet. Dat is zijn zaak. Maar hij kan zich ook niet losmaken van zijn verbondenheid met anderen. De egoïst daarentegen blijft beperkt bij zichzelf. Een waar egoïst zegt: Mijn belangen gaan voor alles. Er zijn bepaalde groepen die zeggen: Nou ja, dat er een bodem- en een lucht- en een waterverontreiniging is vinden wij ook heel erg, maar wij moeten eerst winst maken. Kijk, dat is egoïsme. Maar diezelfde mensen beklagen er zich dan over dat die mooie bomen in het park van hun villa door die zure regen zoveel te lijden hebben. Dat is natuurlijk niet reëel. Hij ziet geen oorzaak en gevolg. De altruïst ziet dat wel.

Nu zou ik graag, als u het niet erg vindt, een beetje van de extremen afstappen, want de meeste mensen zijn eigenlijk een mengsel van egoïsme en altruïsme. En daarbij spelen allerhande zaken een rol.

In de eerste plaats natuurlijk vorige incarnaties. U hebt bepaalde vooroordelen en die kunnen een rol spelen. U hebt bijvoorbeeld in een vorig leven je laatste ogenblikken uitgehijgd onder de vretende snuiten van wolven en nu krijg je het in je huidige leven beroerd als je een herdershond ziet. Of je bent verbrand als heks en vanaf dat ogenblik kun je geen vuur meer zien. Of je hebt ontzettend in de kou gezeten, je bent door de kou eigenlijk overleden en in het volgend leven kun je daardoor pyromaan worden. En als je dan een mens bent die toch altruïstisch is dan ga je dus geen vuur aansteken, dan ga je werken bij de brandweer. Er zijn mensen die in een vorig leven geconfronteerd zijn met misdaden en misdadigheid. Misschien dat ze in dit leven verstandiger zijn, maar ze zullen zich van hun betrokkenheid daarbij niet los kunnen maken. Ja, misschien komen ze bij de recherche terecht of zoiets, wie zal het zeggen?

Ik wil maar zeggen: Je hebt voorkeuren die niet altijd reëel verklaarbaar zijn. Je hebt angsten die eveneens niet reëel verklaarbaar zijn ofschoon de laatste tijd met regressietherapie men althans sommige oorzaken weleens kan achterhalen.

Dan word je opgevoed. Bent u allemaal rechts? Toch bent u allemaal ambidexter geboren, d.w.z. dat u beide handen motorisch even goed kunt beheersen en dat u er even goed mee kunt werken. Maar in een tijd waarin de rechterhand altijd de voorkeur heeft, word je rechts en d.w.z. dat de beheersingsmogelijkheid links aanmerkelijk minder is, dat de vaardigheden van de rechterhand anders zijn dan van de linkerhand. Niet omdat het noodzakelijk is, maar door opvoeding.

Het kan zijn dat er een prenataal trauma is opgetreden. De moeder heeft een schok gehad. Mijnentwege is ze geschrokken van een beer of een deurwaarder of van iets anders. Dat is een indruk die het wordende kind opneemt met de emotie. Een soort afkeer voor beren, deurwaarders, kan daardoor ontstaan: Daarnaast kunnen er bepaalde zwakten ontstaan in de genetische keten, maar dat voert ons misschien te ver.

In de jeugd doe je ervaringen op en zolang alles loopt zoals je verwacht, een kind is egocentrisch, het kan niet anders, het heeft het nodig, dan zal het door die ervaringen weer voorkeuren en afkeuring gaan ontwikkelen. Je bent dus niet helemaal vrij. Wanneer je eenmaal bent opgevoed met de idee dat de Mammon de enige God is, dan zal het u veel moeite kosten om te aanvaarden dat een ander geloof, dat Allah het is, of iemand anders. Je hele levenshouding wordt dus bepaald door je voorgeschiedenis en dan pas kunnen we gaan denken aan egoïsme en aan altruïsme. Want in dat vastliggende patroon, meestal voltooid op 12- tot 15-jarige leeftijd van de mens, kun je afmeten of iemand zichzelf verloochenen kan of niet. En zelfverloochening, is in feite de basis van altruïsme. Het is evenveel of zelfs soms meer denken aan de ander dan aan jezelf. Dat kun je dan alleen op die gebieden waar geen remming bestaat, geen afschuw, geen afkeer, haat misschien verborgen aanwezig is. En wie zal u zeggen dat degene die u misschien een grote egoïst vindt, niet in vele andere opzichten ook een altruïst is, maar dat hij bijvoorbeeld door zijn opvoeding bang is om te laten weten dat hij iets doet voor een ander.

Je kunt het niet overzien en daarom is het gevaarlijk van te oordelen. Als we kijken naar de verdere achtergronden dan blijkt dat juist degene die altruïstisch, dus voor zijn medemensen leeft, veel sensitiever is. Hij voelt meer aan. Hij is meer empathisch, vaak zelfs telepathisch. Hij neemt de gevoelens gemakkelijker op. Hij begrijpt bepaalde gedachteprocessen ook wanneer ze niet worden uitgesproken. Hierdoor is hij in staat, vanuit zichzelf, perfect te functioneren. Maar er zijn dingen die altijd weer een rol blijven spelen. Laten we zeggen dat iemand die in zijn voorgeschiedenis, vorige levens of dit leven, militair is geweest. Dan heeft hij de neiging om alles wat goed is in een vaste rangorde, met een commando te groeperen. Stel dat iemand in zijn opvoeding of in zijn vorig leven anarchist is geweest, dan zal elk gezag, zelfs datgene wat hij reëel erkent als juist, voor hem onaanvaardbaar zijn. Dan zal hij zich niet verzetten tegen het gebeuren, maar hij zal zich onttrekken aan gezag en daarbij vaak niet beseffen dat hij daardoor anderen schaadt. Alweer een moeilijkheid.

De egoïst ja, die sluit zich af. Zijn gevoeligheid voor medemensen is minder naarmate zijn geconcentreerd zijn op eigen persoonlijkheid, op eigen heil en bezit, groter is. Dan weet hij wel wat er gebeurt buiten hem, maar hij begrijpt het niet. Er is een groot verschil tussen begrijpen en weten. In de moderne wereld zijn er heel veel mensen die heel veel weten, maar helaas zijn er maar heel weinig mensen die heel veel begrijpen. Dat begrip is nodig.

Wanneer u dus zegt: Hoe komt het dat het de egoïsten altijd zo goed gaat? dan is het antwoord heel eenvoudig: Omdat ze datgene, dat u als altruïst deelt met anderen, voortdurend voor zichzelf opeisen en opstapelen. Maar datgene wat zij vergaren zal, zodra zij overgaan, doodgaan, voorbij zijn. Je kunt niet aankomen, we zullen maar zeggen bij de hemelpoort, met een grote sigaar: Is er voor mij de Koninklijke suite gereserveerd? Ik ben Bolleke Pieterse, miljonair. Denkt u dat de hemel zich daar wat van aantrekt? Denk je dat het leven na de dood nog bankrekeningen mogelijk maakt? Je bent alles kwijt, ook datgene wat je voelt als deel van jezelf. De egoïst sterft tien keer zo intens en heeft veel meer moeite om de werkelijkheid te aanvaarden van een voortbestaan dan de altruïst. Ik wil niet zeggen dat u altijd altruïst moet zijn. Dat zou te ver gaan. Maar ik zou zeggen: In uw leven moet u voortdurend wel beseffen wat uw medemens is, wat uw medemens beleeft en daar waar u enigszins kunt helpen, moet u het doen.

Niemand kan u vragen dat u het hemd van uw rug weggeeft. Er zijn nu wel mensen die dat plegen te eisen, hoor. Maar als u twee hemden hebt en de andere heeft er geen, dan ligt de zaak toch een beetje anders. Dan was je dat hemd maar eens een keertje en dan wacht je tot het droog is, dan heeft die ander ook een hemd. Altruïsme is niet: Geef alles aan een ander, maar: Ik deel met een ander. Wat ik ben is gelijktijdig ook wat ik voor anderen wil zijn. Ik doe het niet voor mij alleen, ik doe het altijd voor mezelf en voor anderen.

En als je zo, langzaam maar zeker die camee ziet ontstaan in steen van onbegrip gehouwen beeld van egoïsme en altruïsme, dan ga je ontdekken dat ze ontzettend veel op elkaar lijken. Het zijn tweelingen. Alleen, de één is naar buiten gekeerd, de ander naar binnen, maar op de verkeerde manier. Wie meer naar buiten is gekeerd, beleeft innerlijk natuurlijk ook, maar hij die naar binnen is gekeerd, beleeft wel in zich, maar kan niet buiten zich beleven tenzij het iets betreft wat van hem, van haar is. Waar de één als in een schil zit opgesloten en voortdurend bezig is met zichzelf, daar leeft de ander in een open wereld en dan is het vaak heel erg moeilijk om een altruïst te zijn, ik geef het graag toe. Per slot van rekening, je spendeert je hele tijd, je kracht, je tijd en misschien ook je geld aan anderen en wanneer ze je niet meer nodig hebben dan laten ze je links liggen, want anders voelen ze een verplichting tegenover je en dan zouden ze misschien wat voor je moeten doen, dus laat ze in ’s hemelsnaam maar ergens anders naartoe gaan. Ja, dat is vervelend. Maar heb je het gedaan om een bedankje te krijgen of heb je het gedaan om dat te doen wat u werkelijk als juist voelde op dat ogenblik? Die vraag moet je ook zelf beantwoorden. Het is gemakkelijk genoeg kritiek te hebben op de wereld. Als u ooit interesse hebt wil ik wel een jaar lang cursus daarover geven, maar dan welke elke dag acht uur les, want anders komen we er niet door.

Ik heb heel veel kritiek op deze wereld, maar die kritiek gaat over systemen, over uiterlijkheden, niet over de mens. In elke mens leeft ergens iets wat nog lichtend en gevoelig is. In elke mens zal dat lichtende kunnen ontwikkelen tot hij werkelijk een verlichte is, of hij nu egoïst is of altruïst. Of hij de grootste schurk is die je kent of misschien iemand die je vereert als heilige. Realiseer je dat. Bedenk gewoon dat je niet alle dingen weet en dat je nooit kunt afgaan op wat een ander doet want je kent de hele reden niet. Je denkt het misschien, maar je weet het niet echt. Maar wat je zelf doet, vanuit jezelf om jezelf waar te maken heeft geen bevestiging nodig. Op het ogenblik dat je bevestiging zoekt ben je bezig met jezelf. Dat is egoïsme en wanneer je meent dat de hele wereld je grootheid moet erkennen dan is het zelfs egoïstisch egocentrisme. Daar moet je je gewoon niet mee bezighouden, in ’s hemelsnaam niet.

Deel wat je bent met de wereld. Deel je leven met de wereld. Probeer niet alleen maar een mens te zijn in een menselijke maatschappij, maar een medemens in een gemeenschap waarin velen je hulp nodig hebben. Dan mag je heus nog wel egoïstische trekken hebben. Dan mag je de grootste dwaasheden uithalen die je je voor kunt stellen. De meeste mensen doen dat ook en kunnen zich niet voorstellen dat het dwaas is, totdat ze het helemaal beleefd hebben en dan vragen ze zich af wat ze begonnen zijn. Dat is nu eenmaal zo.

Bezit lijkt in deze wereld vaak synoniem te zijn met geluk. Maar heel vaak is minder bezitten in feite rijker zijn omdat bezit een voortdurende concentratie op bezit betekent. Er gaan meer mensen ten gronde aan hun bankrekening geestelijk gezien, dan aan hun poging om toch vriendelijk te zijn tegen alle medemensen. Je kunt de mensheid gemakkelijk verachten, dat is helemaal niet zo moeilijk. Als je rond je kijkt, deugt er niet veel van. Maar vergeet dan niet dat dat zo is omdat jij op die manier naar de mensen kijkt. U kunt zeggen: Ja ik ben blij dat ik met weinig mensen te maken heb, natuurlijk, het is waar. Maar als je eerlijk bent, kun je dan zonder mensen leven?

Je bent een mens. Je bent verbonden met de mensheid. Je kunt je niet onttrekken aan de krachten van de aarde. Je kunt je niet onttrekken aan de verschuiving van de evenwichten die er zuiver stoffelijk zelfs al een rol spelen en je kunt je zeker niet onttrekken aan het geestelijk erfdeel dat je hebt gekregen op het ogenblik dat in jou het eerste bewustzijn is ontstaan. En dat is een bewustzijn van zelf zijn en gelijktijdig deel zijn van iets anders. Daar moet je van uitgaan, want het is deze weg die voert naar het einddoel. En je moet gewoon vertrouwen. Dat klinkt natuurlijk weer gek en onwerkelijk: We moeten geloven … we moeten vertrouwen … Gewoon, je moet in jezelf weten dat de dingen die gebeuren zinvol kunnen zijn en dat wanneer het nodig is je de kracht zult hebben, de middelen zult vinden, de weg zult weten om een probleem op te lossen, zowel voor jezelf als voor anderen. Als je dat kunt doen, dan ben je een mens die harmonie kent, werkelijke harmonie en dan gaat het niet om het deel dat je voortdurend beleeft en waar maakt.

Geen commentaar? Dan heb ik zelf nog wel het een en het ander. Ik heb u daarnet al iets gezegd over deel zijn van de wereld. Hebt u zich weleens afgevraagd hoe die wereld in elkaar zit? Ja, ik bedoel niet van aarde, lucht, vuur en water en zo, maar gewoon. Er moet toch een kracht zijn. Neem alleen het aardmagnetisme, waar komt dat vandaan? Je kunt het wel verklaren ja, maar het is er dan toch maar. En we kunnen misschien verklaren, op zuiver materiële grondslagen waarom dat magnetisme op sommige plaatsen sterker en minder sterk is. Maar eigenlijk weten de mensen alleen al van de essentie van het aardmagnetisme, minder dan de Egyptenaren wisten van de bloedsomloop en dat was ook niet veel.

Dan zijn er nog andere krachten. Er zijn krachten die je misschien astraal moet noemen. Krachtlijnen die over de hele wereld lopen, een soort aderennet van bijzondere spanningen. Het vreemde is, wanneer je kijkt waar bepaalde lijnen zich kruisen, je meestal daar een heilige plaats vindt. Het is zo typerend dat zelfs in de Oudheid in Griekenland een steen bestond, die noemde men de navel van de wereld en daar gebeurden inderdaad vlakbij allerlei vreemde dingen. Daar waren inwijdingen en spontane wonderen zeg maar. Maar als je nu goed kijkt dan blijkt dat op die plaats drie verschillende van die lijnen elkaar kruisen. Ga je naar het Engelse landschap dan heb je daar ook een aantal van die aardige plaatsen en zelfs in België zijn tenminste vijf enkele en twee dubbele kruisingen. Rond die plaatsen spelen zich allerhande schijnbaar paranormale dingen af omdat daar een vorm van levenskracht aanwezig is die niet algemeen is erkend, die niet behoort tot iets wat uit hoger sferen komt maar die voortvloeit uit het wezen, de structuur van de aarde zelf en daar als een soort van voortdurende uitwisseling van energieën, een voortdurend veranderen van potentialen aanwezig is.

Nu zult u begrijpen dat, wanneer zo’n aarde dat heeft, die lijnen ook betekenis hebben. Tegenwoordig noemt men ze met een oud woord, ik meen dat het uit het Iers stamt, Leylijnen. Maar die lijnen op zichzelf, ja, je kunt ze op een kaart uitzetten natuurlijk, die betekenen weinig, tenzij je weet wat je met die krachten kunt doen. En nu blijkt er een heel eigenaardig iets te gebeuren. Sommige mensen zoeken voortdurend zichzelf, de zogenaamde zwarte magie. Deze mensen hebben ook de neiging zich te vestigen op plaatsen waar dergelijke kruisingen aanwezig zijn en kan dat niet, dan zoeken ze een woning direct in de baan van één van deze stromingen. En de wit-magiërs precies hetzelfde. Ik weet niet of u Frankrijk voldoende kent. Je hebt daar twee kruispunten die historisch nogal belangrijk zijn geweest. Het ene is Reims, waarvan over het algemeen de witte krachten gebruik hebben gemaakt en je hebt Avignon, waarin grotendeels duisterder energieën gebruik maakten van de krachten der aarde. Wanneer je deze twee steden tegen elkaar afweegt historisch, dan kom je tot een verbluffend resultaat. Elke keer wanneer Avignon negatief is, is met een tijdsverschil van vijftien jaar ongeveer Reims ineens buitengewoon positief.

Daar gebeurt iets vormends, daar gebeurt iets bevestigends. Waar Avignon neen zegt, heeft Reims de neiging ja te zeggen. Niet dat u er veel aan hebt misschien, maar stel u eens dat uzelf ergens terecht komt waar een dergelijke krachtlijn loopt. Dan zijn uw eigen mogelijkheden aanmerkelijk groter geworden; want u hebt levensenergie in u. Die levensenergie kunt u een patroon geven: voorstellingsvermogen plus kracht doen dat. Op het ogenblik dat dit gebeurt zal de op zich niet vorm kennende, maar wel energiedragende stroming die vorm van u overnemen. Er wordt als het ware een enorme versterking geboren van een tussen astraal en geestelijk in liggend beeld. Geen schil, geen astrale schil, maar eenvoudig een sterke invloed die de neiging heeft alles wat met deze kracht in beroering komt van eenzelfde voorstelling te voorzien. Dan wordt wat u wilt, misschien de wil van duizend mensen. Dan wordt het doel dat u aan uw kracht geeft, gelijktijdig bewust of onbewust het doel van duizend mensen. Dan kunt u dus veel meer bereiken.

Maar bent u nu een egoïst of een zwart-magiër, dan kunt u wel zeggen: Ja, ik wil goud hebben, bijvoorbeeld. Tegenwoordig niet zoveel meer, alleen in de kiezen en zo. Vroeger was dat dan het ideaal. Je wilt rijkdom hebben of iets anders. Dan kun je alleen denken aan jezelf. Het beeld is met jezelf verweven. Alleen degenen die net zo ingesteld zijn als jijzelf kunnen die invloed ondergaan. Maar stel nu dat je gewoon denkt: Ach, ik wil een mens een beetje helpen, ik wil iemand genezen, ik wil iemand troosten, ik wil alleen iemand een beetje blijmoediger maken. Dan wordt dat beeld niet alleen afgedrukt op uzelf en degenen die gelijk geaard zijn, maar ook op diegenen die neutraal zijn, want die ondergaan die invloed en worden dan tijdelijk positief.

En daar zit nu de aardigheid van het verhaal in. Wanneer je positief bent, en alle negativisme, zelfs ten aanzien van jezelf en de mensheid probeert te vermijden, dan zul je altijd weer, wanneer één van die lijnen maar in je buurt komt, al zuiver op grond van materiële mogelijkheden en krachten, wat in je leeft in de buitenwereld waarmaken.

En dan kunnen we natuurlijk nog praten over de geest. Er zijn allerhande geestelijke stromingen ook. Daarvoor moet je weer een beetje andere afstemming hebben. Maar ook hier geldt weer: Wie positief is in zijn benadering, die zal altijd ook wat neutraal is a.h.w. meetrekken. De geestelijke kracht die zo ontstaat, de geestelijke mogelijkheden die daardoor voor jou ontstaan worden groter. Ben je daarentegen alleen met jezelf, alleen met één ding zonder meer bezig en zoek je daaruit zelfs nog iets te winnen, dan kan die geestelijke kracht je niet versterken en wanneer je al een versterking krijgt, dan komt die meestal niet uit de beste buurten van de geest. Dus ook hier weer: Positiviteit is belangrijk.

En dat zou ik dan als klein tweede onderwerp naar voren willen brengen. Er is niets belangrijker dan zo positief mogelijk leven en denken. Denk nooit alleen aan jezelf, maar zie jezelf wel als het instrument waarmee het positieve mogelijk wordt. Zoek niet jezelf te verrijken. Probeer de vrede en de rijkdom uit te dragen naar anderen. Je zult er zelf dan wel wat van meekrijgen, maar dat is eigenlijk bijzaak. Wanneer je bezig bent met stoffelijke zaken, probeer eerst te denken aan de geestelijke inhoud van je eigen wezen. Proef je eigen ziel en laat die ziel spreken in plaats van het verstand. Wat dan ontstaat kun je dan nog eens redelijker omschrijven, maar probeer nooit het om te buigen of te veranderen, want je kunt jezelf waar maken. Dit is niemand op aarde ontzegd. Je kunt niet waar maken wat je niet bent. Al datgene wat je innerlijk bent, dat kun je waar maken in de wereld waarin je leeft, dat kun je waarmaken in de werelden van de geest en daar kun je zozeer mee verbonden zijn dat je daardoor een betekenis krijgt die je zelf nooit zult kunnen beseffen. Positieve mensen zijn altijd weer de knooppunten van de geschiedenis. Soms omdat ze egomaan zijn, soms omdat ze zichzelf zoeken, soms omdat ze de mensheid willen verlossen. Maar altijd weer zijn zij het die in de geschiedenis van de mensen bepaalde dingen mogelijk maken en bereiken.

Wanneer u wilt dat de mensheid iets anders bereikt dan chaos en wanhoop, dan zult u positief moeten zijn. Want alleen vanuit deze positiviteit kunt u waarlijk betekenis hebben op velerlei gebied en kunt u voortdurend weer nieuwe krachten ontvangen van velerlei aard. En dat was het. Commentaar?

  • Waarom broeder, hebt u die vijf krachtpunten in ons land niet bij name genoemd?

Natuurlijk. Anders gaat u daar allemaal naartoe en dan gaat u daar zitten mediteren en aangezien u dat dan heel waarschijnlijk doet omdat u denkt dat u daardoor meer of beter wordt, zou het weleens verkeerd uit kunnen lopen. Maar er zijn hier een paar krachtpunten en ik wil één ding kwijt: Eén van deze krachtpunten ligt in een zogenaamde bedevaartkerk. Het tweede krachtpunt daarentegen ligt in de vrije natuur. Dat zijn de zogenaamde driewegpunten. De tweeweg kruisingen komen veel voor en liggen voor een groot gedeelte in het zuiden van België.

  • Kinderen zijn egoïstisch en hebben dat ook nodig. Hoe moet men dan als opvoeder tegenover kinderen staan?

Kijk, de opvoeder moet duidelijk maken dat egoïsme niet de beste oplossing is. Dus u moet gewoon de kinderen leren wat voor een ander over te hebben. Dat hebben ze vanuit zichzelf wel, maar alleen vanuit overdaad. U moet de kinderen dus een bepaald gedrag aanleren, dat is waar. U moet kinderen duidelijk maken dat iets voor een ander doen niet noodzakelijkerwijze een beloning betekent, maar dat het toch wel voordelen heeft. Want een kind is in een leerperiode en het leergedrag van een kind, en dat is toch meestal zeg maar de eerste tien, twaalf levensjaren, kenmerkt zich nu eenmaal door een grote mate van betrokkenheid bij het eigen ik. Men meet voortdurend de wereld af aan zichzelf. Een klein kind zegt nooit: Ik heb mijn hoofd gestoten aan de beddenrand. Het zegt: Het bed heeft me geslagen, want ik kan immers geen fout maken. Dus moet een ander het gedaan hebben. En dat zien we heel vaak ook in de kleine uitvluchten als je ze een standje geeft. Dan proberen ze direct duidelijk te maken dat de hond, de kat, de bloempot, de tafel of iets anders eigenlijk de schuld is. Dat is eigenlijk niet verwonderlijk. Een kind moet zich bevestigen in zijn wereld en het is uw taak om het zichzelf te laten vinden en gelijktijdig te begrijpen dat het daardoor nog niet onfeilbaar, machtig is maar rechten bezit, anders dan die het voor zichzelf verdient. Dat is opvoeding. U moet de kinderen niet dresseren. Maar u moet ze duidelijk maken dat elke keuze gevolgen heeft ten goede of ten kwade en als je de kwade hebt ervaren, dan kiezen ze voortaan vaak voor het goede. Is dat voldoende?

  • Kunt u onderscheid maken welke energie aards is en welke uit hogere sferen komt?

Een energie die uit lichtende sferen komt is veel minder plaatsgebonden en veel meer aan afstemming gebonden. Wanneer wij werken met geestelijke energieën dan zijn die over het algemeen niet plaatsgebonden en dus niet afhankelijk van Leylijnen ook wanneer het gevolg vergelijkbaar kan zijn.

  • Maar voelen ze anders aan?

Of dat voor u het geval is, weet ik niet. Voor mij is een Leylijn eigenlijk een soort snelstromende beek waarbij ik dus met de stroming van het water rekening moet houden, terwijl de geestelijke kracht eerder een soort stuwmeer is waarbij ik een sluis naar een bepaalde richting openzet en dan zonder meer in de gewenste richting verval krijg. De Leylijn is altijd gebonden aan de stroming die op aarde bestaat, behalve in kruispunten waar een werveling ontstaat en dus de gerichtheid minder sterk is. U zou het met een draaikolk kunnen vergelijken. De geestelijke energie is een potentiaal dat in elke richting ontladen kan worden en waarbij de opening dus in het stuwmeer gemaakt wordt door een intense wil gekoppeld aan een intense voorstelling.

Ik dank u voor de aandacht en waag het te hopen dat ik sommige punten heb aangeroerd waar u toch iets zult aan hebben.