Eigen visie op de wereld

9 februari 1987

Inleiding

Ook vanavond hebben we een gastspreker voor u. Iemand die, sedert de incarnatie waarover hij straks waarschijnlijk met u spreekt, toch wel heel wat andere incarnaties heeft gehad. Hij stamt uit de periode van vroeg ­Atlantis in deze vorm.

Wat hij precies te vertellen heeft? Waarschijnlijk zijn eigen visie op de wereld, op de evolutie, de geestelijke evolutie vooral, de processen van de geest en wat daar verder bij te pas komt.

Nu moet u niet denken dat de eerste periode van Atlantis een glorieperiode is geweest met grote steden. Er was net een beetje handel, op gang komende kolonisatie en een aantal staatjes van boeren en vissers. In die periode zijn er mensen geweest die zich bezig zijn gaan houden met de geheimen van de natuur. Enkele van hen zijn direct magiër, esotericus of zoiets geworden.

We kennen allemaal wel de spiraal van de bewustwording. Daarnaast kennen we waarschijnlijk het doorlopen van sferen en levens. Maar zoals hij het ziet is het toch een klein beetje anders. Hij zegt ongeveer het volgende:

Je leeft. In dat leven heb je een bepaald bewustzijn bereikt. Dat bewustzijn bepaalt hoe je verder leeft. Het leven op zichzelf is dus minder belangrijk dan het bewustzijn. Maar aangezien alle belevingen bepaald worden door je eigen innerlijk, doe je weer ervaringen op waardoor je beter begrijpt wat juist is. Hij spreekt ook niet over een evolutie naar een hogere wereld, hij spreekt over een evolutie naar juistheid.

Ik heb hem gevraagd: wat is juist?

Zijn antwoord, waarschijnlijk verrijkt met termen uit latere incarnaties, luidde: “het is datgene wat je bent zozeer zijn dat er niets is waartegen je hoeft te strijden.” Ik dacht: nou, dat schijnt dan nog niet zo algemeen verbreid te zijn. Maar goed, ik wil dat aannemen.

Ik vroeg hem toen: “Hoe zie je dat dan?”

“Wel”, zei hij, “dat is heel eenvoudig. Als je de neergaande evolutie doormaakt kom je via allerlei trappen in de stof terecht. Maar als je nu weer naar boven gaat, ga je elke keer meer leren wat je wel bent en wat je niet bent. Hoe meer je beseft wat je bent, hoe juister je beseft hoe te zijn wat je bent. Je verandert niet werkelijk, alleen, je functioneert harmonischer. Op het ogenblik dat de harmonie perfect is geworden, heb je gelijktijdig het punt bereikt waarop je als persoonlijkheid niet meer in verschijning behoeft te treden en er desondanks bent.”

Toen ik hem vroeg: “Hoe gaat dat?” zei hij: “Je kent misschien het stelsel van de poorten.”

“Ja, ik heb er wel eens van gehoord.”

“Ken je het kasteel met de 69 poorten?”

“Ik ben er nooit geweest.”

“Nou, dat is een kasteel en daarbinnen berust de graal, het heiligdom, de beleving van het bewuste. Maar van alle poorten die er zijn is er maar een waardoor jij naar binnen kunt gaan. Een ander kan niet door diezelfde poort gaan, die zal weer zijn eigen poort moeten zoeken.

Wanneer je bewust wordt komt er een ogenblik dat je – om een hogere fase te bereiken – precies de juiste beslissing moet nemen. Vanaf dat ogenblik kom je binnen in een geestelijke wereld en in die geestelijke wereld begrijp je dan veel meer. Je gaat weer naar buiten toe, maar de poort die je eens hebt kunnen gebruiken is dan voor jou gesloten. Je bent nu anders geworden.

Je gaat verder leven, misschien meermalen, en op een gegeven ogenblik heb je alles weer precies juist, de juiste beslissingen genomen, de juiste houding, op de juiste manier gewerkt en dan sta je weer ineens voor een poort die jij door kunt gaan. En dan begrijp je waarom iets juist is, niet voor die tijd.”

“Het lijkt wel een lotto.”

“Nou, een beetje loterij zit er wel in, want je hebt in elk leven zoveel mogelijkheden om net iets anders te kiezen en bij iedere incarnatie heb je zoveel mogelijkheden een keuze te maken, dat het heel belangrijk is dat je precies het juiste doet.”

“Geef eens een voorbeeld.”

“Kijk, je wilt incarneren binnen een bepaalde groep of bij bepaalde personen en je vergist je bij die incarnatie 20 kilometer, meer niet. Je ontmoet elkaar nooit of je ontmoet elkaar alleen maar op een wijze die feitelijk niet meer past bij de programmering die je oorspronkelijk had.”

“Dat is leuk. 20 kilometer en er zijn zoveel kilometers op aarde.”

“Ja, als je een grove vergissing maakt dan zit je doel misschien ergens in Tibet en jij wordt ergens in Vuurland geboren.”

“Waar zit die sprong dan?”

“Nou, dat is wanneer jij naar Tibet moet, je wordt in Tibet geboren, op dat ogenblik heb je alles in je omgeving waarmee je dat nieuwe bewustzijn kunt bereiken, de sleutel kunt vormen. Maar elke keer moet je nog kiezen. Je hebt misschien vier geestelijke leraren waar je uit kunt kiezen en je moet die ene vinden waarmee je innerlijk resoneert.

Je zult een taak kiezen. De een moet gaan mediteren. De andere moet verkondigen en de derde moet gewoon maar  tussen de mensen zijn en ze een beetje helpen. Alweer een keuze die juist gemaakt moet worden.

Wanneer je dan aan het eind van je leven komt en je bent niet bang om te sterven, want dat hoort er ook nog bij, dan sta je dus ineens voor de verschillende poorten. Maar er is er maar een die je door kunt gaan om vervolgens terecht te komen bij een werkelijk verhelderende beleving.

Dat zijn dus heel veel keuzemomenten.”

“Ja, dat is goed. Maar als je met al die keuzen nu rekening houdt, wat schiet je er dan mee op?”

Toen zei hij iets heel vreemds en dat is misschien ook de reden waarom ik u dat allemaal vertel. Hij zei: “Kijk, juistheid kan niet worden omschreven, ze kan alleen worden beleefd. Juistheid is de erkenning van de ene Kracht en de ene Wet in alle dingen. Op het ogenblik dat je die erkent in alle dingen en jezelf daar deel van weet, dan heb je die stap verder gedaan.”

“En hoeveel stappen heeft een mensenleven?”

“Een mensenleven is over het algemeen niet meer dan een ademhaling terwijl je de ene voet met de ander wisselt. Maar of je in een geestenwereld of in de stof leeft, een stap is elke keer het bereiken van een nieuwe vorm van harmonie en daardoor het vermogen om verder de juiste keuze te doen. En er komt een ogenblik dat je alleen nog maar juist kunt kiezen. Dat is de uiteindelijke bereiking.”

Ik vind dat erg leuk, al heb ik er natuurlijk ook wel mijn bezwaren tegen. Want bijvoorbeeld dat verhaal van een verkeerde keuze bij incarnatie (20 kilometer), dan zeg ik: nou ja, die 20 kilometer, dan kun je elkaar toch wel ontmoeten? Ja, zegt onze gastspreker, maar dan is het niet meer juist. Ik vraag me af of dat helemaal waar is.

Ik denk dat er toch altijd een soort inter-relatie is tussen bepaalde personen en bepaalde entiteiten.

Eerlijk gezegd vind ik het verder dan ook niet zo leuk dat hij zegt: ja, maar je kunt verkeerd kiezen, je moet de juiste poort hebben. Ik kan iemand begrijpen die zegt: er is een poort tussen de verschillende werelden. Dat wordt bij ons ook vaak verkondigd. Wanneer je bewustzijn rijp is dan verandert je wereld ineens voor je en dan is het of je door een poort bent gegaan. Maar om te zeggen: alles moet precies juist zitten anders kun je niet verder gaan, klinkt mij erg perfectionistisch in de oren.

Waarom de man het zo benadert? Tja, ik weet te weinig over die oude Atlanten en hun beschaving om daar een oordeel over te kunnen hebben. Maar ik vraag me wel af waarom iemand zoals hij die, naar hij zelf zegt, zeer veel incarnaties achter de rug heeft, die oude figuur uitkiest, die oude personage van een lang vervlogen tijdperk in een wereld die voor het heden een soort fabel is geworden. Er moet een reden voor zijn.

Is het misschien dat al het andere alleen maar een terugkeer is geweest naar datgene wat hij in den beginne al was, maar nu met een andere inhoud? Dat is voor ons ook wel leuk. Stel u voor, in een ver verleden, laten we zeggen Babylon en Ninive, we zullen maar niet te ver teruggaan, bent u slaaf geweest en nu gaat u door alle levens heen. Dan komt er een ogenblik dat je zegt: nu heb ik het eindelijk te pakken. Ik heb die harmonie (of die juistheid, zoals onze vriend zegt) en nu begrijp ik pas dat de slaaf belangrijk was.

Ik weet het niet. Misschien wel, misschien niet. Als je probeert die innerlijke werelden, want daar gaat het uiteindelijk om, te doorgronden, word je elke keer geconfronteerd met allerlei onbegrijpelijks. Een mens (en menige geest, ik reken mijzelf daar ook onder) zou graag een beetje regel hebben, een soort verkeersreglement. Wanneer je rood licht ziet moet je iets niet doen, wanneer het groen is moet je verdergaan, enzovoort. Maar bij dat wat hij vertelt zijn geen regels en dat is een beetje gek.

Als er werkelijk geen regels zijn dan komt alles alleen op onszelf aan. En dat ook nog niet, want in feit komt het aan op de eerste bewustwordingen die we hebben doorgemaakt. En waarom zou iemand niet terugkeren naar mooi kristal dat hij is geweest bijvoorbeeld, in de overweging dat hij daarin de perfectie van de symmetrie van structuur gevonden heeft die voor hem noodzakelijk is? Misschien gebeurt dat ook wel. Maar het lijkt me zo, hoe zal ik het zeggen? Zo’n verspilling. Heb je al die levens doorgeworsteld, je hebt allerlei sferen beleefd, je hebt veel geleerd overal, en dan keer je terug naar een oervorm. Waarom dan allemaal? Ik zal onze vriend vragen te proberen daar een antwoord op te geven. Dat kan interessant worden en dan blijf ik luisteren.

Een ander punt.

Wanneer je het hebt over een voortdurende gang, die spiraal, dat is ook wel een evolutie. Je komt steeds wel hetzelfde tegen, maar je bent toch anders, dus kun je anders beslissen en zo kom je dichter bij het middelpunt. Dat vind ik schitterend.

Op het ogenblik dat je juist bent zit je, als je de spiraal als voorbeeld neemt, niet meer in die omloop, maar je doet een stap naar boven toe, je staat dus dichterbij het centrum. En dan ga je weer draaien totdat je weer juist bent en dan maak je weer een stap. Het is zo onregelmatig. Misschien, heel misschien lijkt alles wat waar is chaotisch en is al datgene wat wij zien als zekerheid of waarheid een luchtspiegeling, een ordening die nooit werkelijk bestaat, maar die we voor onszelf in het leven roepen.

Toch hebben we betekenis. U bent hier. Op uw eigen manier hebt u voor andere mensen betekenis gehad en dat hebt u nog. Welke? Ja, dat weet u waarschijnlijk alleen. Die betekenis zie ik als het belangrijke punt, maar onze vriend zegt dan heel rustig: die betekenis kan er wel zijn, maar als je haar zelf niet begrijpt is ze voor jou niet aanwezig.

Diep in jezelf graven is allemaal best, maar ik ben het eerder eens met sommige gasten, die we ook wel hebben gehad, en die spreken over de goddelijke kern in je eigen wezen. Dring erin door en je bent deel van het goddelijke. Maar dat voortdurende zoeken in iets waarin alle vormen veranderen, voortdurend veranderen, waarin feitelijk maar een ding hetzelfde blijft en dat is een gerichtheid, dat doet mij vragen: wat heb ik aan al die veranderende werelden als het maar dat ene is?

Aan de andere kant, hoe kom je ertoe te zeggen dat elke verandering in zichzelf beleefd moet worden voordat ik innerlijk die stap verder kan doen?

Het schijnt moeilijk te zijn om zelfs in beelden een filosofie, die op zichzelf volkomen waar is, juist over te brengen. Ik  kan die gastspreker niet afbreken, want hij is veel verder gevorderd dan ik en als hij dat met zijn systeem bereikt heeft dan moet het ergens voor deugen. Maar ik kan het niet begrijpen. Misschien is zijn systeem wel een ‘poort’ waar ik niet door kan gaan! Aan de andere kant, wie weet is het begrijpen ervan voor mij een ontwikkeling waardoor ik dan een poort door kan gaan, om in zijn termen te blijven. Je weet het niet. Dat is een van de dingen die mij fascineert: het hele proces van bestaan. Je denkt dat je alles weet en als je erover nadenkt weet je het niet.

Maar ja, laten we dan maar uitgaan van ons eigen innerlijk.

In mijzelf is iets dat me zegt wat juist en niet juist is. In mij zijn dingen die me in een bepaalde richting stuwen en andere die mij terughouden. Elke keer moet ik weer zoeken naar datgene wat voor mij juist is en wat voor hetgeen ik ben juist is. En elke keer zal ik het doen, want dat is het leven.

Iedere keer dat ik een beslissing neem en tegen mijzelf zeg: “Dat is wel goed”, dan blijkt er weer iets aan te mankeren. Ik denk dat de volmaaktheid ontstaat door de volledige opsomming van alle mogelijke mankementen. Want als je alles weet wat niet bij je past, dan vind je dat wat bij je past. Pas wanneer je dat hebt begrepen ga je ook leren dat je zelf een stap terug doet. Juistheid is in feite: niet meer beslissen. Juistheid is: beleven wat beslist is. Zo heb ik het tenminste begrepen. En dan moet er een ogenblik komen dat we weten waarom. Want alles heeft in zekere zin zijn reden. Die reden schuilt in onszelf. Wij zijn zelf mede de veroorzakers van al wat we bejubelen en al wat we verwerpen. Pas wanneer we leren dat de keuze niet door ons wordt bepaald, maar dat we in de keuze alleen ons diepste innerlijk moeten volgen en verder niets, dan geloof ik dat we juist terechtkomen.

Tot zover mijn inleiding, maar ik mag nog even doorpraten en ik zal proberen het ‘verstandig’ te doen, ofschoon onze vriend misschien zou zeggen: als je iets verstandig doet, doe je het waarschijnlijk fout. Maar goed

Weet u, het is prettig contact te hebben met u. Niet omdat u er misschien zoveel wijzer van wordt of omdat ik er zoveel wijzer van word, maar eenvoudig omdat het beantwoordt aan iets dat in mij leeft en waarschijnlijk ook aan iets dat in u bestaat. Ik denk dat elke keer wanneer we iets doen, vooral wanneer het voor anderen is, ter wille van anderen, omdat we in de ander iets beleven, of een zin, een vreugde daarin vinden, dat we dan iets te pakken hebben dat toch goed moet zijn. Ik geloof niet in het goed en kwaad zoals het overal wordt verkondigd, maar ik geloof wel degelijk dat, al zijn er duizend mogelijkheden, voor ieder van ons maar één is die de perfecte, de werkelijk goede is. Ik geloof dat we heel goed moeten overwegen, niet: wat is redelijk gezien het beste, maar: wat is innerlijk datgene waarmee ik me al één voel voordat het een feit is geworden.

Een antwoord geven is altijd moeilijk, ook aan jezelf. Maar een antwoord voelen komt veel meer voor dan je denkt. Je voelt soms welke weg je moet nemen, wat vandaag de meest juiste houding, zelfs de meest juiste kleding is. Heel vreemd.

Ik denk dat wij in ons leven meer moeten voelen wat juist is en dan vanuit onszelf moeten beslissen hoe die juistheid te bereiken valt.

Zo, dit zijn dan mijn conclusies.

Nu komt er straks een gastspreker en die zegt het natuurlijk weer een beetje anders. Misschien maakt hij u een paar dingen duidelijk die voor mij onbegrijpelijk zijn. Misschien begrijpt u van mij iets meer dan van hem, dat kan ook, maar dat is dan niet omdat ik beter ben dan hij, of omdat hij beter is dan ik. Ik denk dat het er dan alleen om gaat dat je wordt beroerd door wat de een zegt en waar je ja op zegt, terwijl wat de ander zegt op een afstand blijft. Je bekijkt het dan als een landschap, waarvan je zegt: het ziet er wel aardig uit.

Vrienden, ik hoop dat u vanavond zult kunnen zeggen: ik heb iets gevoeld waarvan ik weet, ‘voor mijn leven is dat waar’. Want als je iets vindt dat voor jou waar is, dan ben je denk ik toch een stapje dichter gekomen bij de totale waarheid waarvan we allemaal deel zijn.

De Gastspreker

Mij werd verzocht te verklaren waarom ik de voorkeur geef aan een zeer oude incarnatie wanneer ik mijzelf identificeer of in verschijning treed. Het antwoord is moeilijk en eenvoudig tegelijk. Dat wat ik toen was lag zo dicht bij de werkelijkheid van mijn wezen dat deze vorm voor mij de meest juiste matrix is om mijn ‘ik‑zijn’ uit te drukken.

Leven is een voortdurend proces van erkennen en ontkennen. Je ontkent vele dingen omtrent jezelf, omtrent de wereld. Andere dingen daarentegen beschouw je als deel van je werkelijkheid, als deel van je persoon. Op deze wijze maak je voortdurend een keuze uit een veelheid van belevingsmogelijkheden. Maar de kracht die je in wezen bent, zal in elke uitbeelding zoeken naar een zo juist mogelijke weergave van haar eigen inhoud, haar eigen gebied.

Waar je faalt ontstaan conflicten. Want de werkelijkheid die dan ontstaat is niet geheel aanvaardbaar voor je. Je doet dan of bepaalde dingen er niet zijn, of niet aanvaardbaar zijn.

Daar waar je beantwoordt aan je innerlijk zul je niet alleen aanvaardbaarheid vinden, maar daarnaast een innerlijke bevestiging, die op menselijk niveau waarschijnlijk vreugde wordt. Ik zeg: waarschijnlijk.

In de incarnatie die ik ook nu weer deels heb aangenomen

was ik een belangrijk man. Tenminste, dat dacht ieder­een, dus ook ik. Maar wanneer je ziet hoe vaak je faalt, hoe vaak wat in je leeft afwijkt van hetgeen je naar buiten toe durft en kunt zijn, dan komt er een ogenblik dat je als het ware wegvlucht voor de bouwsels die je dan toch zelf mede hebt opgetrokken. Op dat ogenblik ontstaat iets als een op­luchting, een gevoel van bevrijd zijn. En wanneer dat dan in jezelf een steeds grotere rust geeft, dan is het terugzien de reden om verheugd te zijn. Onze werkelijke vreugde is dat­gene in het verleden dat we herkennen, waarvan we weten: dat had anders moeten zijn.

Streven naar waarheid, op zichzelf verdienstelijk, is niet altijd de juiste weg. Want veel van hetgeen wij waarheid noemen is leugen en veel van hetgeen wij leugen noemen bevat waarheid.

Want er komt een ogenblik dat je plotseling een waarheid innerlijk kent. Het is een plotseling gebeuren en heel vaak is het een kramp. Soms een langdurige kramp, een soort ‘hik’, zegt u geloof ik. Daardoor word je volledig losgeschud van de beelden die je zelf hebt opgebouwd. En als je dan uit deze kramp wakker wordt is je wereld anders. Maar voor je gevoel ben je ook zelf anders geworden. Het is een soort sprongsgewijze evolutie, waarbij het ik steeds weer een nieuw beeld van werkelijkheid en wereld krijgt, steeds weer op een andere wijze zichzelf kent als deel van een geheel en in zichzelf een kracht voelt, waardoor het geheel dat beseft wordt meebepaald wordt.

Het is altijd gemakkelijk de mensen toe te roepen: u bent meer dan u denkt. Het zou juister zijn te zeggen: u bent anders dan u denkt.

Men roept de mensen toe: u hebt krachten die u niet beseft of niet durft te gebruiken. Dat is onjuist. Men zou moeten zeggen: u bent kracht en moet leren uzelf te gebrui­ken.

De wezenlijkheid van alle dingen is anders dan datgene wat we werkelijkheid plegen te noemen. Het is niet te vertalen in beelden en woorden. Maar als je het benadert is het als een soort tintelen als handen op een heel koude dag. Het is een prikkeling die door je heen trekt en die, wanneer ze opgelost wordt, je vreemd genoeg met een gevoel van warmte achterlaat. ‘Warmte’ is ook maar een vergelijking.

Hoe kun je beschrijven wat het is om met één stap van een kille winter in een bijna zwoele zomer te stappen?

Hoe kun je beschrijven wat het is uit een wereld van vaalheid, van vaagheid, grijsheid en conflict, met één stap in een wereld te staan waarin je ziet dat alles toch op zijn plaats is en dat het grijs bestaat uit vele schakeringen van onvermoede kleur?

De vorst die ik gediend heb in deze gedaante was een man die alleen zichzelf zag, maar hij zag niet zichzelf in de wereld. Hij meende dat hij de wereld in zichzelf droeg.

Zijn gedachten en woorden, zijn besluiten, waren van zijn standpunt uit goed en rechtvaardig. Maar ze waren goed en rechtvaardig in de wereld die hij zich voorstelde, niet in de wereld waarin anderen leefden.

Het is een van de vele conflicten geweest die mij als een vreemd terugzoeken naar mijn wezenlijke bestem­ming hebben weggedreven uit de dorpen (of steden, zei men toen), naar de eenzaamheid, waar men elkaar wel kende en soms ontmoette, maar waar eerder gedachten gouden webben sponnen tussen de verschillende plaatsen van eenzaam vertoeven. En toch was het niet genoeg. In al die stilte, die bezinning, die eenzame eenheid met wat ik werkelijk achtte, vergat ik de wereld. Ik keek medelijdend terug naar wat ik was geweest en sprak: dat is de wereld.

Maar de wereld is iets anders. De wereld is een veel­heid van belevingen, een vlechtwerk van vreugde en smart, een voortdurend wisselend spel van kleuren die de zon tekent op de zee wanneer ze haar weg langs de hemel volgt. Die wer­kelijkheid heb ik in vele gestalten en gedaanten moeten leren kennen.

Openstaan voor de werkelijkheid is niet genoeg. Je moet de werkelijkheid beleven om haar te kunnen erkennen. En het is daarin en daaruit dat ik de kracht heb gezocht om de waarheid te benaderen in de gestalte die ik nu draag, maar ook in vele andere.

Leven is het beleven dat in jezelf bestaat. Het is niet wat buiten je gebeurt, maar het is je verbondenheid, je innerlijke verbondenheid met wat er buiten je gebeurt.

Leven is beseffen. Maar daar waar het besef stokt staat het werkelijke leven even stil. Zo blijven wij in een bepaalde sfeer en wereld hangen, gaan we misschien voor ons eigen besef van de ene kleur naar de andere, van de ene straal naar de andere en komen niet vooruit tot we innerlijk verbonden zijn met die wereld om ons heen. Dan pas, alleen dan, voltrekt zich het wonder. Als een rups die zich ontpopt tot vlinder, zo ontkruipen wij de cocon van onze zekerheden en aarzelend en bijna angstig, staan we in een nieuwe wereld. Maar een wereld die we herkennen omdat ze in ons al leefde.

Dan komt het ogenblik dat we onze wieken spreiden, dat we door al die werelden gaan die in ons bestaan. We den­ken te reizen in kosmische werelden, in feite herbeleven we alleen nu buiten ons wat in ons al geboren was.

Weer komt er een ogenblik dat de veelheid ons over­weldigt en dat we zoeken naar een nieuwe benadering. En in ons ligt de juistheid van het ‘zijn’ als een richtinggevend snoer dat ons leidt naar een plotselinge verandering van visie.

Onze werelden van de geest zijn misschien voor anderen een woestijn, voor ons is elke zandkorrel een juweel. Voor anderen zijn de grazige weiden waarover wij gaan, hard als ge­vormd uit geverfd puntig staal. Voor ons zijn zij zachte tapijten waarop het gaan een geurige vreugde is die het hart doet dansen en de adem verlicht, tot zij in zichzelf wordt het inademen van licht, het beleven van de uitzonderlijke vreugde van het bestaan.

Ik weet dat velen van u nog vele malen zullen incar­neren. Het is geen schande. Het is een normaal gevolg van wat ge bent. Vrees het niet, begeer het niet, wees uzelf. En als u zegt: ik weet in mijn wereld niet goed raad met al wat er gebeurt, vraag dan alleen in uzelf: wat is voor mij juist? Probeer die juistheid in de wereld rond u te vinden, dan pas wordt u zich bewust van uzelf. En dan pas kunt u ontwaken tot een beter begrip van eigen zijn en wereld tegelijk.

Er is een levende kracht. Hij heeft vele namen, maar de kracht is altijd dezelfde. Die kracht treedt voor ons op in vele gestalten. Wat voor de één een uit zeeschuim gebo­rene schijnt te zijn, is voor een ander misschien de gevleugelde draak die alle dingen beschermt of vernietigt.

Ons beeld van de kracht is niet belangrijk, maar de erkenning van de kracht, ook in onszelf, is de juiste weg. Namen vergaan, het wezen blijft. Ook uw naam en uw vorm vergaan, uw wezen blijft. Laat ons daarom steeds weer het wezen beleven, van onszelf, van onze God, van al wat we rond ons zien.

Dit is de weg die ons steeds weer, als door een poort gaande, doet beseffen hoe groot, hoe onvoorstelbaar en toch evenwichtig de wereld is waarvan we voor onszelf het middel­punt zijn.

Vorsten kwamen samen in Atlantis. We bespraken de wetten en regels en hun onderling verbond. En ze lieten het beitelen in steen en later graveren in metalen. Ze zeiden: zo is de waarheid. De steen is vergaan of ligt bedolven in het slib van een oceaan. De metalen zijn lang vergaan, ver­sleten, opgelost in delen. En de wetten die zij eeuwig acht­ten zijn in hun eigen tijd en door henzelf steeds weer gemaakt tot de illusie van de werkelijkheid. Wanneer je dat durfde te zeggen was het gevaar groot dat je, of in ongenade viel, of als een begenadigde hofnar werd beschouwd.

Hoe is het met u? In welke stellingen hebt u uw eeuwige wetten gegrift? Waar hebt u uw regels neergeschreven? In uw hart? In uw hoofd? Zij vergaan. De wet van het leven is het leven zelf. De wet van het bestaan is het besef van bestaan.

Indien u zegt: ik ben krachteloos, zult ge krachte­loos zijn. Als ge zegt: ik ben sterk, zult ge kracht beleven zover ge uw eigen verklaring gelooft. Daarin ligt het gehele raadsel van het bestaan.

De dingen waarin je volledig innerlijk gelooft en waarmee je één bent, zijn de feiten van wat je je wereld noemt, zijn de feiten van de gedaante die je beschouwt als ‘ik’. Al het andere verwaait, verdwijnt als een morgennevel die optrekt in de zon.

Toen men mij vroeg of ik wilde spreken voor u heb ik dat niet geweigerd, maar ik heb de beelden gegeven van mijn denken, van mijn wezen. Maar kan ik tot u spreken anders dan vanuit dat wat ik ben? De waarheid die ik beleef op dit mo­ment?

Ik zeg u: er is geen waarheid. Uw waarheid, die bestaat. Dat wat je als waarheid beleeft zal bestaan totdat alle vorm verdwenen is en zelfs dan. Maar de waarheid bestaat niet, want zij is een besef, maar is het wezen van de kracht waaruit wij leven. Dit is onveranderlijk, maar ook onomschrijfbaar, niet vast te leggen in woorden of beelden, zelfs niet in gevoelens en belevingen. Laat ons dan niet te veel zoeken naar de waarheid, maar trachten waar te zijn, vanuit ons eigen wezen, vanuit onze eigen kracht, vanuit het beeld dat we hebben van de wereld en onszelf. Het is vanuit die waarheid dat wij werken, dat wij leven, dat we volbrengen.

Kon ik maar de beelden met u delen wat nu mijn werke­lijkheid is: een emotie en toch een erkenning. Maar dat kan ik niet. Ik kan u alleen zeggen: al datgene wat u denkt te zijn is illusie. Al datgene wat u uw wereld noemt is deels illusie. Maar geen illusie kan bestaan waar geen werkelijkheid aanwezig is.

Vrees uw wereld niet. Beklaag uw eigen wezen niet, maar leef wat ge zijt, zo goed ge kunt. Want ook voor u komen de schokkende ogenblikken dat de wereld opeens anders is en dat je opnieuw jezelf moet leren kennen vanuit uw wereld.

Ook voor u komt de tijd dat ontplooiingen van dit bestaan alleen de zachte onderlijning zijn van een waarheid, die je dán denkt te vinden en te beleven. Niet oneindig is de weg, maar ze schijnt je eindeloos zolang je haar gaat.

Ik zeg u niet: trek u terug uit de wereld, maar ik zeg u wel: neem rust van uw wereld en van uw beeld van uzelf wanneer je kunt, opdat de kracht in u duidelijker moge spreken en zo de juistheid der dingen voor u steeds meer beleefbaar en aanvaardbaar wordt vanuit uw gang van bewust­wording.

Dat is mijn boodschap aan u.

Als je u afvraagt waarom ik toestemde hier te komen: in verschillende incarnaties heb ik sommigen van u tijdelijk gekend als deel van mijn illusie die ik werkelijkheid noemde. En daarachter ligt een verbondenheid, die werkelijk is wanneer alle onderscheid ophoudt te bestaan. Moge deze eenheid voor ons allen beleefbaar worden. Moge ons besef eindelijk de sluier van illusie terzijde rukken om te zien dat oneindigheid gelijk is aan wat wij zelve zijn.