Engelen

image_pdf

 21 september 1984

Aan het begin van de bijeenkomst wil ik u eraan herinneren dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn; denkt u alstublieft zelf na.

We hebben vanavond een onderwerp, daar zat een wat Germaans aandoende titel aan vast; dat ging over engelbewaarders, beschermgeesten enz., maar het kwam eigenlijk dus wel neer op: Engelen.

Nu vind ik dat ook een veel sympathieker titel; een engelbewaarder, dat heeft zoiets van de penale code in zich, bewaarders in een of andere gevangenis. Maar wanneer je spreekt over engelen, dan is het heel erg moeilijk om uit te vissen waar het precies over gaat.

Wanneer we teruggaan naar het verleden dan vinden wij nl. heel veel goden, halfgoden, maar onder die goden zijn eigenlijk nog kleine godjes, zeg maar, die optreden als een persoonlijk beschermer, soms als leider van een dorp of een gemeenschap. Zij zijn misschien ook een soort stamgoden.

Het is heel waarschijnlijk dat dit beeld model heeft gestaan voor de wijze waarop men over engelen spreekt en misschien is het ook wel aanleiding geweest voor het verschaffen van een titel als ‘Engel’ aan leiders van bepaalde esoterische genootschappen. Hoe het ook zij, het beeld dat men krijgt van de hemel en van de engelen, is in feite grotendeels kabbalistisch bepaald.

Er zijn dan de Troon en de Heerschappijen, zoiets als het Gouvernement en de Ministeries. Daaronder vinden we de hoge uitvoerende macht, de Aartsengelen, en daaronder vinden we een hele reeks verdere, totdat we aan de laagste komen, en daar horen dan ook de engelbewaarders onder.

Een engel is een wezen dat volgens het geloof geen mens is geweest. Het is een geest die nooit in de stof geleefd zou hebben. Wanneer dat juist is, dan komen we heel wat engelen te kort. Want een engel is in feite een beeld dat is ontstaan.

Laat me u een heel eenvoudig voorbeeld geven: Iemand ziet een geest, een geest die uit het licht komt. De meest waarschijnlijke uitstraling daarvan is wit of goud. De persoon die dat ziet, ziet dus een figuur die in het wit gekleed is, eventueel met goud, of misschien zelfs in een gouden gewaad.

Wat is de associatie? Dat is een engel. Nu is dat vroeger waarschijnlijk gewoon een mens geweest en helemaal geen engel. Maar wanneer je in de lichtwerelden leeft, dan komt er een ogenblik dat je zodanig in harmonie bent met bepaalde goddelijke krachten, met bepaalde grote machten, zeg maar, in de natuur, dat je uitstraling daaraan aangepast is. Die uitstraling ziet de mens dan als een verblindend wit gewaad, als een wit gewaad met gouden boorden, etc.

De engelen zijn over het algemeen, volgens de voorstelling, gevleugeld. Nu heeft men dat ook bepaalde andere goden aangedaan, denk maar aan Amor en Cupido. Dus het idee van verplaatsing, van het vermogen om te gaan waar je wilt, is eigenlijk in die vleugels uitgebeeld. Toch zullen er vrome mensen zijn die, wanneer zij zo’n geest zien, daar die vleugels onmiddellijk bij denken. Want het beeld dat wij van iets hebben, is mede bepalend voor de manier waarop wij een indruk met enige associatie verder aankleden. We zien niet alleen wat we zien, we zien ook nog datgene daarbij wat we aan associaties in onszelf dragen. En zeker wanneer dat een paranormale beleving is. Dan is het heel waarschijnlijk dat het gedachtebeeld zelfs het geheel overheerst. Ik zou daar duizenden voorbeelden van kunnen geven, een van de meest eenvoudige is dit:

De Maria van Lourdes, gezien door Bernadette Soubirous, is in feite het evenbeeld van een Mariabeeld dat in een kerkje stond in haar tijd. Dat kerkje lag ongeveer een kleine 30 km zuidelijk. Hier was dus kennelijk de voorstelling van de Heilige Maagd die om de een of andere reden indruk op Bernadette had gemaakt, mee bepalend voor hetgeen zij zag toen ze voor de God stond. Ik geef nu maar een voorbeeld, maar het zijn allemaal van die dingen die bewijzen, dat wat wij zien als engelen, niet de werkelijkheid is, maar in feite een beeld dat mee bepaald wordt door onze opvoeding, onze conditionering, afbeeldingen die we hebben gezien, etc. En nu we dit hebben geconstateerd, zouden we ons af kunnen vragen: Wat zijn nu eigenlijk Aartsengelen?

Wie de Aartsengelen ziet, ontdekt dat ze een bepaalde functie hebben. Er is een bode, Gabriël, iemand die zich als het ware bezig houdt met de hogere regionen van administratie, wetsafkondiging en profetie. Er is weer een ander, die zich voornamelijk bezighoudt met, zeg maar, de hemelse heerscharen, de strijdmacht. Het is alsof een aardse indeling is overgedragen naar het Koninkrijk der Hemelen.

Dat dat op zichzelf een wat belachelijke voorstelling is, zult u met enig nadenken wel met mij eens zijn. Een Almachtige God heeft geen leger nodig. Een Almachtige God kan zijn boodschap overal projecteren, zonder dat Hij daar nu speciaal een engel mee belast. En een dergelijke God heeft waarschijnlijk ook geen behoefte aan engelen die eerst een robbertje gaan worstelen met een of andere man, die later voor een geestelijke ontwikkeling geschikt is, zoals in de geschiedenis met Tobias de jongere.

Dus het beeld dat we hebben, is een beetje ridicuul. Het is een poging om de menselijke samenleving ergens over te plaatsen in een eeuwigheid. En toch zijn er wezens die verschijnen en die associaties aan engelen oproepen. Wat zijn ze?

Er zijn heel veel levens, levende entiteiten, die in de stof verkeren in dit heelal. De aarde is zeker niet de enige bewoonde planeet. Sommige van die planeten zijn oud, enkele zijn al vergaan. Zielen, die daar een hoogste bewustzijn hebben bereikt, kunnen zich vaak nog met de materie bezig houden. Ze zijn, vanuit uw standpunt dan, eigenlijk wel echte engelen, omdat ze nooit mensen zijn geweest. Maar goed, hun werken is dan gericht op soms een hele planeet, soms op een volk, een werelddeel. Ze houden zich met grotere zaken bezig.

Er zijn er onder hen die niet zover zijn gevorderd, die zich bezighouden met kleinere groeperingen, of het vervullen van bepaalde taken. Ze zijn dan in de natuur aanwezig en wij beschouwen ze dan als bezielende geesten voor rassen van planten, van dieren, van mensen. En soms zijn ze nog minder en dan houden ze zich bezig net een klein klusje. Het is bijvoorbeeld heel goed denkbaar dat er een aparte engel is voor Friezen. Want de Friezen zijn tenslotte geen — dat zeggen ze althans zelf  — ze zijn een apart soort volk, daar is niets tegen te zeggen, en die hebben dan wel ook een aparte engel nodig, dacht ik.

En zo komen we als vanzelf toch weer terecht bij de engelbewaarder. De term zal ik om eerder vermelde redenen zoveel mogelijk vermijden.

Elke mens heeft harmonische relaties. Dat wil zeggen dat hij om de een of andere reden is ingesteld op een wijze waaraan een ander wezen in de geest volledig kan beantwoorden. Een dergelijke entiteit treedt dan op als geleidegeest, zoals wij dan zeggen. Je kunt natuurlijk zeggen dat het een engel is en wanneer ze uit het licht komen, dan kun je ook wel zeggen dat ze zich bezig houden met Goddelijke waarden. Dat ze proberen je te doordringen van de dingen die je verkeerd doet en goed doet. En dat lijkt dan wel een heel klein beetje op het geheel wat die engelbewaarder wordt toegekend. Want u weet, die staat er dan bij met een notitieboekje om al uw kleine en grote zonden op te tekenen en daarnaast vooral ook uw deugden nadrukkelijk in rood te vermelden.

Wanneer mensen samen leven, dan is dat niet een kwestie van een leven alleen. Ik weet dat niet iedereen het eens is met het denkbeeld van reïncarnatie. Er zijn mensen die zeggen: Ik moet er niet aan dénken dat ik nog een keer terug moet komen. Wat ik, gezien de huidige maatschappij, heel begrijpelijk vind. Maar, je hebt nu eenmaal meerdere levens gehad. In die levens kunnen banden ontstaan zijn. Je kunt iemand aan je verplicht hebben en die beleving is voor die ander zo intens geweest, dat hij daardoor met jou verbonden blijft. Zo iemand treedt dan op als je geestelijke helper, je geleidegeest. Hij treedt op misschien als je goeroe, in feite als iemand die probeert je leraar te zijn.

In al deze gevallen gaat het niet over wezens die nooit in de stof hebben geleefd. Het gaat doodgewoon over geesten, die nu in een geestelijke toestand bestaan, terwijl u, met een zelfde geest in u en relaties met die andere geest, dus in de stof bent en daardoor eigenlijk een beetje hulp hard nodig hebt, daar u niet beschikt over de geestelijke mogelijkheden en organen waarmee je eigenlijk je eigen lot juister en harmonischer kunt bepalen. In dit geval is dus de engel, die je begeleidt, gewoon een mens geweest.

Het is denkbaar dat een zeer bijzondere persoonlijkheid, bijzondere hulp nodig heeft. Wanneer je begint aan een geestelijke ontwikkeling, die verder gaat dan van de norm verwacht kan worden, dan is het heel begrijpelijk dat entiteiten die misschien niet op aarde geleefd hebben maar elders, zich daartoe voelen aangetrokken. D.w.z.: ‘Daar moeten we helpen. Zo iemand moeten we proberen nog méér te laten ontdekken van een waarheid, die nu eenmaal in díé mens voor een deel aanwezig is.’ Dan heb je dus te naken met een hogere orde van engel.

Maar engel of niet, het is een wezen, dat een bewustwording heeft doorgemaakt zoals u. Het is niet een wezen dat op een wonderwoord ineens en zonder meer is ontstaan, compleet met zijn bewustzijn en vermogens. Het is een bewustzijn dat zich langzaam heeft moeten uitbreiden. Dat een eigen ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat in die ontwikkeling nu op een bepaalde wijze het eigen Ik manifesteert door in de stof werkzaam te zijn.

Dan is er de vraag: Is er bij iedereen een engel?

Ik weet wel dat dat in bepaalde kringen wordt geleerd: ‘s Avonds, als ik slapen ga, volgen mij veertien engeltjes na: twee aan het hoofdeind, twee aan het voeteneind, twee aan de linkerzij, twee aan de rechterzij. . . De hele bende staat er omheen. Hoe je dan nog slapen moet, wordt er niet bij verteld.

Het is duidelijk dat de factor, die de band tussen de geleider en de geleide tot stand brengt, harmonie heet. D.w.z. een overeenstemming. Het kan een overeenstemming zijn van problemen of ervaringen. De een heeft ze doorgemaakt, u worstelt ermee. Het kan een overeenkomst zijn van bepaalde bestrevingen, of zelfs inborst. Het is alles denkbaar.

Maar u verandert op aarde. En wanneer u een harmonie heeft met een geleidegeest op basis van hetgeen u bent, bijvoorbeeld van problemen, en u lost uw probleem op, dan is voor die entiteit die taak afgelopen. Dan zegt zo iemand niet: “Ik blijf nog wel even.” Dan zegt  hij: “Het is een nieuwe persoonlijkheid geworden met nieuwe mogelijkheden, maar met nieuwe eisen.” En dan gaat zo iemand heen.

Maar u bent veranderd en hebt nog steeds harmonische vermogens. Daardoor trekt u een andere geleider aan. Het is dus denkbaar dat een mens in zijn leven misschien tien, twintig verschillende geleiders heeft.

Dat hebben de mensen natuurlijk altijd weer een beetje anders willen zeggen, en zo zeggen ze bijvoorbeeld: “Tijdens een stoffelijk leven kun je meerdere levens volbrengen.” Dat is natuurlijk kolder, want als je doodgaat, is je leven afgelopen. Menselijk gezien is dat juist. Er zijn natuurlijk mensen die geen leven hebben, en toch moeten leven, dat komt ook voor. Maar zelfs die zullen moeten toegeven: je kunt niet meerdere levens leven tijdens een leven wanneer je het bekijkt vanuit de stoffelijke bestaansvorm.

Maar wanneer je nu eens zegt: “Elke harmonie met een geleider betekent eigenlijk een leven, want het is een ontwikkelingsreeks, die afgesloten is op het ogenblik dat deze geleidegeest heengaat en eventueel plaats maakt voor een ander.” Dan wordt het begrijpelijk waarom er mensen zijn die misschien tien geleiders hebben, en mensen die er geen een hebben.

Iemand die eenmaal je geleider is geweest, blijft wel een beetje met je verbonden; hij heeft veel met je meegemaakt. Hij zal, als het nodig is, ongetwijfeld de huidige geleider te hulp schieten. En er zijn ook vele anderen die, om welke reden dan ook, zich met u verbonden voelen. Misschien bent u in uw vorig leven getrouwd geweest en hebt u, voor het voetballen al was uitgevonden, twee elftallen geproduceerd, dat is allemaal denkbaar. Zij hebben zich allen sterk net u verbonden gevoeld. Zij leven nog in de geest, u bent alweer in de stof. Die zullen zich met u bezig houden.

Maar er is een verschil. De geleider is iemand, die zich bijna continu met u bezighoudt in de periode dat hij als zodanig optreedt. De anderen zijn helpers, maar zij treden incidenteel op aan de hand van bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld. Of omdat je innerlijk of uiterlijk bepaalde hulp van node hebt, dan treden ze even op de voorgrond. Maar daarna gaan ze weer rustig hun eigen wegen volgens hun eigen ontwikkeling. En er zullen er zijn, die al geïncarneerd zijn voordat u overgaat. Dat betekent dat u ook weer wat te doen hebt later, als het nodig is.

Dus, wanneer we naar die geleidegeesten kijken, dan moeten we heel goed begrijpen dat het geen goddelijke wet is die dit bepaalt. Het is de kosmische wet van harmonie en gelijkblijvende velden die dominerend is voor het geheel van deze verschijnselen, die wij onder ‘bewaarengelen’ e.d.  verstaan.

Ook al die andere engelen waar men over spreekt, zijn niet engelen zonder meer. Ze zijn geen goddelijke creaties. Ze zijn een menselijke voorstelling van bepaalde krachten. Wanneer er een kracht is in de natuur die vernietigen kan, dan zijn er al heel gauw mensen die zeggen: “Daar moet een God achter steken.” Wanneer je dan eindelijk tot een één godendom komt, kun je niet meer spreken van een god maar dan kun je er nog wel een engel Gods van maken. Zoals Azraël, bijvoorbeeld, die rondgaat om o.m. zielen op te halen. Zo’n beetje de vuilnisman van de hemel, als je het zo hoort.

In al deze gevallen heeft men dus een functie, die oorspronkelijk een eigen godheid was in het voorstellingsvermogen van de mensen, getransponeerd naar een engel, die een uitvoerder is van de wil van die ene god, maar die verder eigenlijk over de zelfde attributen beschikt.

En dan wordt het interessant. Want dan hebben we te maken net een voorstelling die bij de mens bijna erfelijk is. Ik zeg ‘bijna’ omdat het niet werkelijk klopt. Maar als je naar het verste verleden teruggaat, de eerste zwervende stammen, dan waren daar al bepaalde goden. Soms waren die goden gewoon voorouders. Een goede generaal van twee generaties geleden bijvoorbeeld, had een grote kans om ‘god’ te worden en via een orakel raad te geven aan de stad.

Daarna is er een tijd gekomen dat men zijn eigen god had. Men zocht een voorstelling van een macht waarop men zich kon beroepen als men zich moest verdedigen of, wat ook heel vaak voorkwam, wanneer men een ander wilde aanvallen.

Dergelijke goden vinden we eigenlijk bij elk oud, beschaafd volk. En pas wanneer de maatschappij een beetje complexer begint te worden, dan vinden we een soort Pantheon, een reeks van goden die onderling de functies verdeeld hebben en onder een soort voorzitter optreden als raad die beslist wat er met de mensen gaat gebeuren.

 Dat was bijvoorbeeld het geval in Babylon, Assyrië. Wanneer we verder teruggaan: de tijd van Ur, daar vinden we er ook nog een beginsel van. En als we kijken naar de manier waarop ook zelfs in de vroege islam de functies van god via engelen alweer, want er is maar een God, verdeeld zien, dan hebben we ook een soort Pantheon. Waarom zouden we dan niet toegeven dat al die engelen, waar we over spreken, samen een soort Pantheon zijn van de onverklaarbare krachten die wij aan God toeschrijven, maar die wij niet als deel van een geheel kunnen aanvaarden?

We personifiëren. En nu is het wonderlijke dat wanneer je een kracht personifieert, dan denk je er op een bepaalde manier aan. Bijvoorbeeld, je stelt je voor dat er een bepaalde heilige is, bv. St. Lorentius (die je tegenwoordig ook nog wel zou kunnen benoemen tot de patroon van de broodrooster en de grill gezien zijn eigen  lot). Dan heb je een voorstelling van die heilige (dat is geen portret), je hebt een voorstelling van hetgeen hij doet. Of hij echt heeft bestaan, doet daarbij weinig ter zake.

Je bouwt een figuur op. Het opbouwen van een figuur door gedachten resulteert in de astrale wereld in een zgn. schil of schim. Dat is een niet bezield voertuig. Maar dat voertuig heeft een directe relatie, zowel emotioneel als vaak ook half rationeel, met zeer veel mensen. Wanneer je als geest in diezelfde sfeer met mensen wil gaan samenwerken, dan is het bijna onvermijdelijk dat je die astrale vorm aanneemt. Dan gebruik je het voertuig, dat de mens door zijn denken heeft opgebouwd, om zo die mens beter te kunnen benaderen. En dan verandert de voorstelling van die god wel langzaam, maar het is en blijft een astrale schil, gemanipuleerd door een entiteit die tot een hogere wereld behoort.

Voorlopig is het voldoende om te constateren dat de vorm van heel veel zaken, ook van heiligen, van engelen en andere wonderlijke dingen tot de duivel toe, die overig afstamt van Pan zoals u weet,  allemaal niets anders zijn dan gedachtevormen. De mens heeft de vorm gemaakt. Er is een bezieling, er is geestelijke invloed. Die kan op aarde geleefd hebben, maar ook onder geheel andere omstandigheden een wordingsgang, een bewustwording hebben doorgemaakt.

Het karakter dat zo’n voorstelling heeft is, zeker in het begin, mede bepalend voor de wijze waarop deze godheid of engel in kan grijpen. Maar langzaam en zeker kan door de invloed tussen gelovige en beeld een verandering van het beeld worden aangebracht, en zo kan elke engel langzaam maar zeker het astrale voertuig plus de relatie met de mensen aanpassen aan de eigen behoefte. En dat gaat verder tot deze relatie optimaal is.

Dan is er verder de vraag: Loopt er altijd een engel naast u? Ik denk dat je hem in het gedrang zo nu en dan aardig kwijt zou raken. Nee, een engel loopt niet naast u. Het vergezeld zijn door een geest of een geleider, is namelijk een kwestie van harmonie en niet van plaats. Een verbinding, zelfs een telepathische verbinding tussen mensen, kan over zeer vele kilometers afstand bijna zonder enige overbrengingstijd geschieden. Ze zijn dan geestelijk a.h.w. naast elkaar terwijl zij lichamelijk op een grote afstand zitten. Het kan wel duizenden kilometers zijn indien de telepaten maar goed zijn.

Waarom zouden we nu van een engel aannemen dat hij wel a.h.w., zij het in een levenskrachtvorm of wat dan ook, steeds naast je moet gaan? De entiteit is verbonden met je, en die verbinding betekent dat hetgeen u bent en doet, door de ander (de geleider) wordt beseft. En dat de geleider de mogelijkheid heeft met gedachtebeelden, met projecties en zo nodig met boodschappen of zelfs krachten in kan grijpen, zonder dat er van enige lichamelijke nabijheid sprake is. Er is slechts sprake van een geestelijke verbintenis, die bepaald wordt door een facet van harmonie.

En nu wordt ook begrijpelijker dat iedereen wel een engel heeft. Een engel kan verbonden zijn met honderden, maar als die engel een bewustzijn heeft dat groot genoeg is, kan hij op zeer vele inkomende gedachten gelijktijdig en toch gescheiden reageren.

En daar ligt nu eigenlijk de oplossing van het raadsel. Een engel is niet dichtbij je, maar je bent verbonden met een engel, of je hem nu geleidegeest of anders noemt. En deze verbintenis berust weer op het harmonisch principe dat het geheel van de kosmos, inclusief de sferen, beheerst.

Dit principe van harmonie kun je het eenvoudigst als volgt uitdrukken: het ogenblik dat er een overeenstemming of een aanvulling bestaat tussen twee factoren van het geheel, zullen deze beiden elkaar wederkerig beïnvloeden en, zonder mogelijk elkaars wezen te doorgronden, versterken zodat het gezamenlijke streven in beide factoren gelijkelijk tot uiting komt.

Deze verbinding bestaat tussen alle delen van de kosmos en zal steeds meer omvatten, totdat uiteindelijk deze harmonie alle factoren in de schepping gelijktijdig omvat en een gelijktijdige uitwisseling tussen alle factoren mogelijk is.

Die harmonie is dus de basis. Waar kan die harmonie dan uit voortkomen?

De eerste factor is: een gelijkheid.

Zeg dat u streeft naar de beste roos die u wilt telen, de mooiste roos van de wereld, en dat iemand dat in zijn leven ook heeft gedaan. Dat hij deze wijze, om de schoonheid van de natuur voor zich nog weer te vormen en als het ware te verduidelijken, als een belangrijk deel van zijn leven heeft begrepen. Dan zal via de gemeenschappelijke uitstraling van de mensheid, ook wel eens gemeenschappelijk bovenbewustzijn genoemd, die factor kenbaar worden.

Er is een denken dat de sferen bereikt. Aan de hand van dit denken kan iemand zich gaan bezighouden met de mensen en wordt dan als vanzelf getrokken tot de persoon die daar nu mee bezig is. Hierdoor is een relatie gelegd die langere tijd kan blijven bestaan, zeker wanneer voor beiden het doel  belangrijk zou kunnen zijn.

Een andere factor: U hebt een bepaalde potentie, een mogelijkheid. Deze mogelijkheid kan zijn het scheppen van een kunstwerk, of alleen maar het ontvangen van impulsen die bijvoorbeeld mediamiek worden omgezet in een kunstwerk, dat komt ook voor .

Degene die op dat ogenblik die scheppingsdrang heeft, zal zich aangetrokken voelen tot een dergelijke persoonlijkheid. Je kunt dan niet alleen inspireren, je moet daarnaast rekening houden met de gehele persoonlijkheid. Je moet die persoonlijkheid erkennen zoals ze is en je moet erop kunnen reageren.

Het resultaat is dat er een mate van gelijkheid ontstaat. Een inspirator zal in vele gevallen langere tijd aan een persoon gebonden blijven. Dan is hij niet direct een geleidegeest of een engelbewaarder, maar hij is een factor die voortdurend weer optreedt waar bijvoorbeeld inspiratie en frustratie een rol spelen, en dan op elk niveau van het leven. Dus niet alleen bij het scheppen van het kunstwerk: beeldhouwen, schilderen, muziek, noem maar 0p. Het is altijd een soort totale relatie, die ontstaat.

Dan zijn er natuurlijk ook de banden met het verleden, die een rol kunnen spelen. Daarbij gaat het nooit om de zuiver stoffelijke relatie zonder meer. U kunt dus niet zeggen: “We zijn getrouwd geweest; de een gaat onmiddellijk weer incarneren en de ander blijft in de geest: dat is dan meteen de engelbewaarder.”

Het is dus niet de stoffelijke relatie, het is de emotionele relatie die men heeft gekend. Hoe meer je een andere persoonlijkheid hebt aanvaard of als zeer belangrijk voor jezelf hebt ervaren, hoe groter de kans is dat je, wanneer jij in de sferen blijft en die ander op aarde, jij die ander probeert te helpen. Waardoor dan weer die meer complete relatie wordt opgebouwd en je als beschermer, leraar, etc.  kunt optreden.

En dan zijn er nog enkele gevallen, maar dat zijn zeer zeldzame, waarbij een geest in feite al een zo hoog bewustzijn heeft, dat hij toch eigenlijk in de buurt k0mt van de Heren van Wijsheid, van Kracht, van Licht, zeg maar. De Troon der Heerschappijen, zou je ook kunnen zeggen. Zo iemand is in feite harmonisch met een van de grondbeginselen, zo zou ik dat willen noemen, van het hele bestaan. Het is duidelijk dat daardoor zeer vele entiteiten met zo iemand harmonisch zijn.

En dan kunnen we dat wel vertellen in sprookjes, zo van: ‘Toen die mens werd geboren, hingen er overal engelen rond’, wat ze over Boeddha hebben verteld, en over Jezus en over nog vele andere mensen. Dat is natuurlijk weer een poging het aanschouwelijk voor te stellen. Maar een hoge geest heeft dus eigenlijk geen geleiders nodig. En toch heeft hij zoveel harmonische relaties dat een groot deel daarvan als geestelijke uitvoerders gaat fungeren van hetgeen de persoon in kwestie als noodzakelijk beseft in zijn stoffelijke vorm.

En daarmee hebben we dan de meeste vormen wel enigszins benaderd en besproken.

Om alles nog eens heel kort op een rijtje te zetten:

  1. De verschijningsvorm is door de mensen gemaakt. Zij is niet de juiste weergave van een geestelijke bestaansvorm of wezen.
  2. De harmonische relatie is altijd noodzakelijk, zeker wanneer het het Licht betreft, voor een relatie tussen een entiteit in de geest en iemand in de stof.
  3. De rangen die men engelen toekent, hebben weinig te zeggen. Ze hebben eigenlijk kosmisch gezien geen betekenis. Wel echter heeft betekenis datgene waarop zij harmonisch kunnen reageren. Hoe groter 0f omvangrijker hun vermogen tot harmonische reactie is, hoe belangrijker ze in geestelijk opzicht zullen zijn voor zeer vele entiteiten.
  4. Laten we niet te veel vertrouwen op de engelen. Want wie zijn leven door een ander wil laten leiden, komt als vanzelf in moeilijkheden omdat hij zichzelf niet is. Het resultaat is dat de engel die u geleidt, in feite de meester wordt en mogelijk door u ervaringen opdoet, maar dat u zelf geestelijk niet verder komt. U zult dan later ongetwijfeld na enige tijd door die entiteit verlaten worden omdat u namelijk niet vruchtbaar bent voor die entiteit.

Blijf jezelf. Een engelbewaarder is prima. Je hebt heus wel een geleidegeest .

En als men u vertelt dat er aan de andere kant een duiveltje staat, dan moet u dat ook weer niet te letterlijk opvatten. Maar u hebt duistere kanten in uw wezen en ook daarmee kunnen harmonieën worden opgebouwd, die dan in meer duistere, meer disharmonische sferen eveneens de aandacht wekken. Relaties als omschreven met de engelen, kunnen dus ook naar de andere kant overslaan.

Zeg nooit dat een engel u behoedt, zeg nooit dat een duivel u verleidt. Besef dat u het zelf bent. En het zelf ook altijd zult moeten zijn. De helpers kunnen u helpen, maar u bent het die de beslissing neemt, u bent het ook die de verantwoordelijkheid draagt.

Wanneer u een duisterling volgt, dan is dat niet de schuld van die duisterling, maar van uzelf. U kunt niet zeggen: Die ander heeft de schuld. Dat is hetzelfde als te zeggen: de apotheker heeft schuld dat mijn buurvrouw vergiftigd is want hij verkoopt arsenicum. Dat heeft er niets mee te naken.

De engelen zijn in zekere zin onze begeleiders. De demonen en duivels zijn krachten die, opgeroepen door onszelf, eveneens onze geleiders kunnen worden. Maar hoe zij ook zijn en van waar zij ook stammen, zij beantwoorden aan ons wezen en niet wij aan het hunne. Dat  moeten we goed beseffen.

Daarom is het voor een mens zeer belangrijk dat hij, rekening houdende met zijn geleidegeest, zelf zijn conclusies trekt, zelf zijn beslissingen neemt en desnoods afwijkend van hun raad en tegen al hun verwijten in, zichzelf waarmaakt.

Want slechts de mens die zichzelf wil ontwikkelen, kan begrijpen dat de eigen ervaring, zelfs wanneer zij nadelig is, gelijktijdig bewustwording betekent, en het is die bewustwording waardoor wij kunnen reageren t.a.v. een steeds groter deel van de kosmos. Wij kunnen meer harmonieën in ons dragen, meer  vanuit onszelf opwekken. Wij kunnen ons meer verbonden voelen met krachten die om ons heen zijn. Wij kunnen a.h.w. een uitwisseling met die krachten aangaan. Dat is belangrijk.

Wanneer u  overgaat, dan is uw geleidegeest al lang ergens anders. Hij zal u hoogstens nog eventjes door die eerste val in het schijnbare duister naar het schijnbare licht vergezellen en zeggen: “Rust nu uit en overweeg je leven. Maar daarna is het uit.” Wat dan ontwaakt, wat u dan bent, bepaalt welke relaties u als misschien aankomende engel, je kunt nooit weten,  met andere engelen zult kunnen opbouwen.

Wanneer u zich dit alles in de oren knoopt, dan zult u 00k begrijpen dat ik niet van plan ben in het tweede gedeelte hele betogen te houden over de vraag of een engel dit of dat voor je kan doen. Een engel kan die dingen misschien wel doen, maar wanneer er werkelijk iets voor je wordt gedaan, dan is dat iets dat je zelf veroorzaakt, niet wat de ander doet.

En wanneer u dan daarnaast wilt vechten over de vraag of de engelen, omdat ze nu eenmaal in de bijbel staan vermeld, moeten zijn zoals de mensen ze hebben 0mschreven, dan kan ik er wel op ingaan, maar ik kan u er hoogstens verwijzen naar de historische ontwikkeling, zoals dat in deze inleiding heb gedaan.

Wilt u echter iets weten over het wezen van geleidegeesten, wilt u iets weten over de mogelijkheden waarover ze beschikken, de werelden waaruit ze kunnen stammen, wilt u iets weten over de invloed die ze op uw eigen wereld kunnen hebben, dan zijn uw vragen in het volgende gedeelte van harte welk0m.

Daarbij dient u te bedenken dat ik zuiver persoonlijke vragen niet mag beantwoorden, maar dat een algemeen gestelde vraag heel vaak de mogelijkheid omvat ook uw persoonlijk probleem beter te belichten.

Tweede deel.

  • In hoeverre kan je door een harmonie geholpen, c.q. beïnvloed worden, als je in het stoffelijk leven op een punt bent gekomen dat je niet zo goed meer weet hoe je verder moet?

Ach, als u eens een keer niet meer weet hoe u verder moet, dan zou ik zeggen: ga met de muziek mee!  Want wanneer u zich dan een keer niet bezig houdt met wat er morgen zou kunnen zijn en gebeuren, en u zich ook niet bezig houdt met de ellende die u voor vandaag verwacht, maar alleen maar probeert die ogenblikken te pakken waarin een beetje licht, een beetje harmonie zit, maakt u zich dus aanspreekbaar voor een eventuele geleider (of geleiders) die u daarbij willen helpen. En als u daarbij inspiraties krijgt die een beetje dwaas lijken: probeer het eens een keer. U zult dan tot uw verbazing zien dat u, met de muziek voorop, toch in de richting van de goede harmonie marcheert.

  • Hoe komt het dat mensen soms een zeer negatieve invloed op hun omgeving kunnen hebben en anderen naar beneden trekken?

Wat dit laatste betreft, zou ik graag enig voorbehoud maken. Een mens die ingesteld is in negatieve zin, heeft de neiging om voor zichzelf, maar ook voor ieder ander, de negatieve dingen duidelijker te laten spreken. De mens is eenmaal zo dat hij zich veel meer interesseert voor negatieve dingen dan voor positieve dingen. De meeste mensen zijn meer geïnteresseerd in de laatste lustmoord dan in het feit dat een 75e huwelijksfeest is gevierd door mensen, die nog steeds samen gelukkig zijn.

Dat is dus begrijpelijk. Maar  degenen die daardoor naar  beneden worden gehaald, zijn zij die zich dan laten ontmoedigen door al datgene wat er negatief naar buiten komt. En wanneer je je nu eens positief instelt en tegen elk negatief punt probeert een positief punt voor je zelf te vinden — je hoeft het niet eens naar buiten te brengen — dan zult u ontdekken dat juist zo’n negatieve persoonlijkheid u helpt om beter de fijne, de goede punten van het leven en van uw innerlijk bestaan en verdergaan, te erkennen en u zo een kracht geeft, een zekere mate van macht zelfs, waardoor die negativiteit bij u afstuit als water op de rug van een eend.

  • Waarom lijkt het of sommige mensen door een duivel bezeten zijn en daarom proberen andere mensen het moeilijk te maken en te benadelen?

Tjonge, wat hebben jullie het allemaal slecht! Sommige mensen zijn bezeten, soms van de duivel, soms van hun eigen complexen. Een duivel is uiteindelijk niets anders dan een entiteit, die uit haat reageert. En iemand die zichzelf hulpeloos voelt, zoekt vaak de toorn in zichzelf om daardoor een rechtvaardiging te vinden voor zijn falen. Dat moet u gewoon kunnen begrijpen.

Wanneer je hele goede exorcisten hebt, kun je een dergelijke duivel soms uitdrijven. Zelfs wanneer het geen echte duivel is maar een soort complex waar die mens niet meer van los kan konen.

Onthoudt u een ding: Het negatieve in de mens heeft de neiging zichzelf te versterken wanneer je er aandacht aan geeft. Misschien hebt u het zelf wel eens meegemaakt: U ergerde zich over een klein ding. U dacht er verder over na; u werd steeds woedender en als er geen politieagent in de buurt was geweest, dan had u een stok genomen en, vult u zelf maar in! Ik overdrijf het een beetje, maar dit opslingeringsproces bestaat nu eenmaal.

Wanneer een mens geen andere uitweg weet en zich voortdurend ergert, of zich de mindere voelt, dan heb je kans dat dat opslingeringsproces bijna tot een gewoonte wordt. In dat geval lijkt zo iemand door de duivel bezeten te zijn.

Het is mogelijk dat zo iemand beïnvloed wordt door een andere entiteit, ongetwijfeld, maar onthoud dan een ding: Een entiteit, of het nu een lichte of een duistere is, kan u alleen beïnvloeden op grond van de eigen kwaliteiten die in uzelf bestaan, en nooit op grond van anderen. Er moet ook voor het duister een mate van harmonie, van overeenstemming zijn.

En wanneer u dus probeert om die overeenstemming weg te nemen, zult u zien dat het demonische element begint te verdwijnen.  De gewoonte blijft nog een tijd bestaan, maar zij heeft niet meer die ernst, die doorslagkracht, die ze in het begin had.

  • Ben je een zuiver individu wanneer je een kunstwerk produceert, of is het mogelijk dat je daarbij wordt geïnspireerd door een geleidegeest?

Ja, het is allebei mogelijk. Het is al zo moeilijk om te zeggen wat een kunstwerk is. Er worden dingen gepresteerd en gepresenteerd als kunst, waarvan mijns inziens de grootste kunst is het als kunst te doen aanzien voor anderen, die niet weten wat Kunst is! Ik wil maar zeggen dat het een vraag is waarop een zeer definitief antwoord een beetje moeilijk is.

Maar laten we het zo stellen: Wanneer u voor uzelf ingesteld bent op scheppen, zult u krachten die vreugde hebben aan het scheppen, aantrekken. Wanneer u daarbij een bepaald denkbeeld hebt, en u weet niet hoe het te verwezenlijken, dan vult die ander het aan. Die ander kan, onder omstandigheden zelfs, tijdelijk u overnemen. M.a.w. uw vaardigheden gebruiken op een wijze , waarop u dat zelf niet zou doen; als in een roes. Dus het is mogelijk.

Maar wanneer u het in uzelf draagt en u hebt een zuiver beeld in uzelf en u weet wat u gaat doen, dan is voor de ander een dergelijk ingrijpen niet eens meer attractief, omdat hij zichzelf daarbij niet kan uiten. Je krijgt dan dus de welwillende toeschouwer, die misschien een keer achter u kucht en zegt: “Uche, zou je dat niet anders doen?” Maar daar blijft het dan bij.

  • Zijn wetenschappelijke ontdekkingen doelgerichte inspiraties door geleidegeesten?

Als dat zo is, zijn er toch wel veel slechte geleidegeesten, tegenwoordig.

Laten we goed onthouden: Een wetenschappelijke ontdekking vloeit voort uit je vermogen tot opmerken; de formulering daarvan wordt dan vaak gestimuleerd door een geleider. Maar het eerste opmerken, dat is toch een zaak van uzelf, en niet van die ander. Wetenschap echter is tegenwoordig verdeeld in twee klassen:

  1. de theoretici die allerlei denkbeelden ontwikkelen die mogelijk zouden kunnen zijn, ofschoon er nog geen bewijzen voor te vinden zijn en
  2. de experimentatoren. Degenen, die aan de hand van experimenten proberen een onverklaarbaar verschijnsel nader te definiëren, om het dan te kunnen omschrijven.

In het tweede geval is er meer kans tot beïnvloeding, dan bij het eerste.

  • Uit welke sferen komen de meeste geleidegeesten?

Uit welk land komen de meeste mensen?! Misschien China. Ja, u heeft gelijk: China. Maar dan moeten er onder de geleidegeesten ook een hoop rare Chinezen zitten.

Je kunt dat niet zonder meer zeggen. Er zijn zeer veel geleidegeesten die behoren tot Hoog-Zomer1and. Aan de andere kant zijn er zelfs geleidegeesten die behoren tot de hoogste sfeer van het Gouden Licht. Het is dus heel erg moeilijk om te zeggen: Ze behoren voornamelijk tot deze of gene sfeer omdat het geleidegeest-zijn bepaald wordt door een harmonie. En die harmonie is niet afhankelijk van het verschil in status of standing, zeg maar, doch die is afhankelijk van een gedeeld besef, hoe dan ook. En wanneer dit een rol speelt, kan zelfs een geest uit het hoogste licht soms tijdelijk als geleidegeest optreden. Al geef ik toe, dat het bij de meeste mensen niet waarschijnlijk is dat dit zal geschieden.

  • En ook uit de donkere sferen?

Er zijn bepaalde entiteiten in duistere sferen die zich ontzettend voelen aangetrokken tot eigenwaan, trots, vooral wanneer dat gepaard gaat met gewetenloosheid. En dergelijke entiteiten kunnen zich dan ook vaak hechten aan persoonlijkheden, die nu niet bepaald het beste op aarde tot stand brengen.

  • Welk percentage van de in de geest levende entiteiten functioneert als geleidegeest?

Dat is een statistische vraag, maar ik ben slechts een statist of figurant, wanneer het gaat om het overzien van de totaliteit. Ik kan alleen zeggen dat mijns inziens het een betrekkelijk gering percentage zal zijn, omdat het aantal entiteiten in de geest zelfs de voorstelbaar hoogste wereldbevolking over bijvoorbeeld drie eeuwen nog ver overtreft.

  • Hoe kan men weten dat men een binding met een geleidegeest heeft?

Op het ogenblik dat u voortdurend inspiratietjes krijgt, tips krijgt a.h.w., daarop gaat letten en steeds duidelijker contacten krijgt, dan weet u dat er een geleidegeest is.

U moet het zo bezien:  Op het ogenblik dat u, vaak tegen uw eigen voornemen in, uw handelwijze voortdurend aanpast aan omstandigheden die u van tevoren niet kon overzien, is de kans 999 tegen 1000 dat u een geleidegeest heeft, die u bijstaat.

  • Worden onze gevoelens van dankbaarheid en verdriet om onszelf of om anderen door onze geleidegeesten waargenomen? Wordt het door hen ervaren?

Het wordt waargenomen en ik moet zeggen dat ik zelf ook nog een tijdje geleidegeest ben geweest. In die periode heb ik het leed van anderen heel sterk ervaren, maar ik heb ook gezien dat veel leed eigenlijk in de eerste plaats veel zelfbeklag was. En dan ga je daarop reageren. Je probeert dus duidelijk te maken wat er aan de hand is.

Het lijden van een mens kun je zien, maar je beseft dat het noodzakelijk is om bijvoorbeeld een leven te voleinden om bepaalde vorming noodzakelijk te maken. Je probeert dan niet het lijden weg te nemen, maar wel er bepaalde gedachten of ervaringen aan toe te voegen, zover het mogelijk is, waardoor de ander in zijn lijden toch een zekere mate van innerlijke kracht blijft behouden.

Dus, op grond van die eigen ervaringen zou ik zeggen: Ja, je beleeft het inderdaad wel mee, maar je staat er toch iets anders tegenover dan de persoon die het ondergaat, al is het alleen maar dat je begrijpt dat het vaak een zeker doel heeft dat in zichzelf heel belangrijk is.

  • Heeft de voorouderverering in het door u behandelde een reële basis? Ik ken nl. een vader en een dochter die beide hun grootvader als helper hebben, geconstateerd door twee verschillende helderzienden. Beiden hebben grootvader niet gekend.

Het is mogelijk. Voorouderverering is in feite het stellen van de voorouders als een soort goden. Dat is de werkelijke voorouderverering. Daarbij treden dan die halfgoden uit het voorgeslacht vaak op als helpers, als vermaners. Kortom, zij moeten vereerd worden en geven daarvoor in antwoord een zekere mate van hulp of geleiding.

In het geval dat u citeert, is daarvan geen sprake. Er is hier slechts sprake van een sterke familiebinding, die mede veroorzaakt kan zijn door het overdragen van bepaalde genetische kwaliteiten, waardoor een soort synchroniciteit in ontwikkelingsmogelijkheden in het nageslacht is ontstaan, waardoor zo een entiteit zich dan als helper manifesteert. Of daarbij deze grootvader inderdaad de geleidegeest van beiden is, of meer een helper en geleider zonder meer, dus niet met een permanente binding, dat kun je op grond hiervan niet vaststellen. Dat hebben de helderzienden nl. ook niet kunnen vaststellen.

  • Toen Jezus gevangen werd genomen zei hij dat, als hij dat wilde, een legioen engelen hem zou kunnen bijstaan. Wat bedoelde Jezus hiermee?

Dat hij beschikte over zoveel geestelijke krachten, dat het hem zonder meer mogelijk zou zijn om zelfs iedereen, in het hele land, als hij dat wilde, met onmacht te slaan of zelfs te doden. En als je over voldoende geestelijke energie beschikt, dan is dat inderdaad mogelijk. Maar Jezus moest spreken in een term, een reeks van termen, die ze in die tijd konden verstaan. En als hij had gezegd: “Ik kan het doen”,  dan had hij zichzelf in een situatie gebracht waarbij hij het had moeten doen.

In het evangelie staat: “Zijt gij Jezus, die men de Nazareër noemt?” En hij zei: “Ik ben het.”  En zij vielen neer als geslagen, het gezicht ter aarde.

Als Jezus, door eventjes te manifesteren wie hij is, een heel stel tempelknechten, hen zo gewoon bom op de grond kan laten vallen, dan had je kunnen zeggen: dat is nu een kleine demonstratie. Maar als hij had gewild, dan was er geen jood meer over geweest in Israël. Maar ja, Jezus was geen Hitler, vandaar.

  • Een aanroep van een engel vereist een bepaalde instelling. Hoe is die instelling te bereiken?

Wanneer u dit zegt, denkt u magisch. In de magie bestaan er analogieën t.a.v. bepaalde engelen of, moet ik zeggen, bepaalde hogere krachten in de natuur en in de kosmos. Om deze te bereiken moet u dus volledig beantwoorden aan de aard van de engel, het ritueel gebruiken dat het wezen van die engel het dichtst nabij komt, daarbij gebruik maken van de figuren, de reukstoffen e.d., die eveneens bij die engel behoren.

Wanneer u het werkelijk goed wilt doen, zult u daarnaast de Heerser van het Uur moeten aanroepen om u bij te staan en u zult nog veel meer dingen moeten doen. Het is een zeer rituele en niet erg praktische methode. Per slot van rekening heeft u behoefte aan een engel in het bijzonder, of heeft u behoefte aan een bepaalde kwaliteit?

Wanneer u behoefte heeft aan een bepaalde kwaliteit, dan wordt de zaak ineens veel eenvoudiger: Geloof diep in uzelf in die kwaliteit. Overweeg die kwaliteit, zie uzelf leven met die kwaliteit. U schept daardoor een harmonische mogelijkheid, waardoor entiteiten die die kwaliteiten bezitten, zich tijdelijk met u verbonden achten en zich eventueel voor of door u kunnen manifesteren.

  • Is een bepaald ritme van bewoordingen nodig voor het oproepen van een Aartsengel?

Ach welnee. Als je ze werkelijk nodig hebt en diep in je hart is een volledige kreet om hulp gericht aan die bepaalde engel, dan komt hij gerust vanzelf wel. Maar u zult begrijpen dat, wanneer ik een bepaalde omgeving wil conditioneren, er wel een bepaald ritme en een bepaald woordgebruik noodzakelijk is. Wanneer ik zo zit te praten, roep ik dus niet op.

Je kunt het ook anders doen. Je kunt gaan spreken in een zin en in een betekenis en in een werking waarin de hogere krachten naderbij worden getrokken. En dan kan ik daarin de namen en de krachten oproepen die noodzakelijk zijn … en ziet, u voelt die spanning rond u…, en uit u treedt nu deze kracht naar buiten. Een ritme en intonatie, verder niets.

Maar wat heb ik gedaan? Ik heb iets uitgestuurd wat diegenen die vatbaar zijn voor die suggestie — want dat is het uiteindelijk — onder spanning zet. En wanneer ik daaraan dan een bepaald begrip – een naam van een engel is kortschrift voor een aantal kwaliteiten –  daarbij verbind, dan bereik ik dus gemakkelijker een instelling op die kracht en wordt daardoor de manifestatie van die kracht eenvoudiger mogelijk.

  • Kunt u nog iets zeggen over de omstandigheden waarin men een Aartsengel zou kunnen aanroepen?

Als ik u een raad mag geven: Doe het niet! Wanneer je naar een bedrijf toegaat en je eist met alle geweld de directeur te spreken, is de kans veel groter dat je eruit wordt gegooid, dan wanneer je bij de portier vraagt of hij je misschien wat inlichtingen kan geven en eventueel verwijzen naar een secretaris, die je verder kan helpen.

  • Laat een succesvolle aanroep van Azraël inderdaad een strijdende, actief makende kracht uitgaan? Zo ja, hoe?

Wanneer Azraël wordt gezien als vertegenwoordiger en strijder die het Recht brengt, dan zult u door deze oproep wanneer u daar in slaagt, let wel, dus inderdaad bepaalde energieën vrij maken, die u het gevoel geven van kracht en die uw gedachten van een lading voorzien, waardoor ze meer werking hebben dan zonder dat het geval zou zijn.

  • Voor welke kracht staat de Adonai?

Adonaï ….. , de kracht van Liefde, van de werkelijke rechtvaardigheid, de kracht van het Alomvattende leven. Zijn naam staat voor een kosmisch beginsel dat in een harmonie en aanvaarding van de mensheid zichzelf door de mens kan manifesteren en voor de mens zelf een bron van kracht kan zijn.

  • Was het: “Ik ben, ik ben” bij Mozes echt, of was het slechts een engel, een geleidegeest, die door hem heen sprak?

U  maakt het wel erg moeilijk, want ik wil niet op tenen trappen! Laat ik het zo zeggen: “Ik ben die ben” is een uitspraak die ook voorkomt in bepaalde Egyptische tempeldiensten. Mozes heeft een priesterlijke opleiding gehad in Egypte. Moet het een stem zijn geweest die het hem zei, of is het misschien zijn manier om het contact met de Godheid uit te drukken? Gezien het geheel van zijn handelwijze is dat waarschijnlijk, daar hij anders de Tafelen niet verbrijzeld zou hebben in zijn toorn.

  • Kun je bij Aartsengelen, Jezus, Boeddha, e.d. nog van een aura, persoonsgebondenheid spreken?

Wanneer u spreekt van Jezus, wanneer u spreekt van Sidartha, van een planeetgeest, dan heeft u gelijk, die hebben een eigen aura.

Wanneer u spreekt van begrippen als Christus of Boeddha, dan heeft u echter te maken met een goddelijke kwaliteit van de Totaliteit, dat zich in en vanuit een bepaalde mens kan manifesteren, maar dat in zich niet persoonsgebonden is en in zich ook geen persoonlijke aura-uitstraling bezit, maar slechts de uitstraling ten goede en in volledigheid activeert van degene waarmee een dergelijke kracht in verbinding treedt.

  • Zijn de Heren der Stralen, de Heer der Wereld, de Koning der Aarde en de Sanat Kumara, evenals de Aartsengelen, gepersonifieerde krachten van het Goddelijke? Wat is het verschil tussen deze krachten?

Je kunt ze allen zien als een verpersoonlijking van een deel van de totaliteit, dus het Goddelijke. De Heren der Stralen vertegenwoordigen daarin  bepaalde ontwikkelingsgangen, die door harmonie bepaald worden.

Wanneer we het weer over andere zeken hebben, zult u zien dat deze eveneens een bepaalde kwaliteit bezitten, maar het is een kwaliteit van de totaliteit die gepersonifieerd wordt.

  • Is een  geleide-engel altijd een beschermengel?

Een geleide-engel die uit het Licht komt, zal vaak proberen als beschermer of helper te functioneren. Maar onthoud een ding: Een dergelijke geest beschermt u niet tegen datgene wat u onaangenaam vindt maar tegen al datgene wat u te zeer in negativiteit zou kunnen drijven, zonder dat u de  mogelijkheid hebt er lering uit te trekken en toch de positiviteit weer te bereiken.

  • Er is enige tijd geleden  een boek verschenen op de Nederlandse boekenmarkt, geschreven door een dokter en het heette ‘Engelen’. Daarin heeft hij drie gevallen genoemd, hem verteld door patiënten, waarin de patiënt zelf zijn ervaring over een fysieke redding door een engel. Hecht u daar geloof aan?

Wanneer het gaat over de vraag of het een engel is: Nee. Wanneer het gaat over de vraag of fysieke redding mogelijk is door het ingrijpen van geestelijke krachten of entiteiten, dan ligt de zaak anders. Het is zelfs mogelijk voor een geest met voldoende energie, of een aantal geesten, u voor een aanstormend voertuig weg te halen en een paar meter verder op de grond te zetten, zodat er verder niets gebeurt. Het is mogelijk om een bepaalde ziekte tijdelijk te beheersen of te onderdrukken, het is zelfs mogelijk bepaalde organen die ziek zijn, door geestelijke middelen te genezen, wanneer dat noodzakelijk is.

Er zijn dus dergelijke mogelijkheden, maar om daar een engel van te maken – mag ik u verwijzen naar mijn inleiding. Daarin heb ik u duidelijk gemaakt dat een engel uiteindelijk een voorstellingsbeeld van de mens is dat gelijktijdig kan dienen als voertuig t.a.v. die mens voor geestelijke krachten, die echter niet aan de rest van de kwalificaties van het engel-zijn voldoen.

  • Ik aanvaard het volledig, en zeker als men dan een lichtende figuur met vleugels moet zijn. Maar ik zou dan toch denken dat een geest het initiatief zou moeten hebben genomen om een dergelijk persoon voor een aanstormende locomotief weg te halen, zij het met behulp van andere geesten.

Hier is het heel erg moeilijk om dat te zeggen omdat, wanneer een binding bestaat tussen, laten we zeggen, een persoon en honderd geesten, en het gevaar wordt beseft, op datzelfde ogenblik al die geesten de behoefte tot ingrijpen hebben. En de wijze van dat ingrijpen wordt bepaald door de mogelijkheid die zij gezamenlijk op dat ogenblik voor zich ervaren. Het is dus bijna een automatisme geworden dat uit de erkenning van het gevaar voorkomt.

image_pdf