Enige punten betreffende de komende tijd

16 juni 1964

Er zal rekening moeten gehouden worden met het feit dat de mentaliteit, zoals die nu op aarde bestaat, steeds meer gaat in de richting van waantheorieën en stellingen, terwijl steeds meer de werkelijke feiten worden verwaarloosd. De mens stelt zijn eigen eisen aan het leven en zelfs niet meer op grond van werkelijkheid, maar op grond van waan. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke mentaliteit niet veranderd kan worden zonder dat daarvoor betrekkelijk harde maatregelen genomen worden. Besloten werd, om de verschillende jonge staten, die te grote eisen stellen of te onjuiste inzichten hebben, toe te staan zich te verwikkelen in oorlogshandelingen en in grote ellende. Er zal getracht worden vanuit geestelijk standpunt juist daarin hulp te geven, maar er zal niets worden ondernomen om evt. rampen en rampzalige gevolgen van menselijke handelingen uit te schakelen.

Men is overtuigd dat een groot gedeelte van de mentaliteit van heden voortkomt uit een te grote vertechnisering van de maatschappij. Dientengevolge viel het besluit, om in de komende jaren ertoe bij te dragen, de onbetrouwbaarheid van de techniek in alle opzichten te demonstreren. De religieuze mentaliteit van de mens is zover van de werkelijke religiositeit verwijderd geraakt, geloofswaarden zijn zozeer geworden tot een speelbal van andere belangen, dat besloten werd om in de kerken, zowel als daarbuiten, een zeer sterke actie te voeren voor onmiddellijke verandering. Hiervoor zal ook gebruik worden gemaakt van natuurkrachten eventueel waar noodzakelijk, een aantasten of vernietigen van plaatsen voor religieuze bijeenkomsten en al wat ermee in verband staat. Dit zal niet plaats vinden door een directe activiteit van de Witte Broeders zelf, maar slechts door alle bescherming die tot op heden daar gegeven werd, weg te nemen.

Wat de mensheid zelf betreft, wordt aangenomen dat men over het algemeen zijn belangstellingen verkeerd richt. Het is de bedoeling om de mens op elk terrein te confronteren met zijn onvoldoende inzicht en kennis, dit zal zowel wetenschappelijk, militair als anderszins consequenties hebben voor de samenleving, kan voeren tot crisisverschijnselen, rampen en ongelukken. Ook hier zal niets worden gedaan om in te grijpen maar in al deze gevallen zal de Witte Broederschap meer dan tot op heden, haar bijzondere hulp en bescherming toekennen aan diegenen die volgens haar geestelijk rijp zijn voor een nieuwe tijd een nieuwe wereld.

Ik noem u deze artikelen allereerst, opdat ze u duidelijk maken dat de komende jaren een zeer grote omwenteling op velerlei terrein met zich zullen brengen. Het zal u echter ook duidelijk zijn dat dit alles negatief is. D.w.z. dit is afbraak en een groep als de Witte Broederschap kan zich permitteren om, al is het maar voor 1 of 2 jaren, haar gehele krachten alleen aan afbraak te wijden. Dientengevolge zijn besluiten gevallen, waarbij de verhouding tussen leerlingen, aankomende leerlingen, geestelijk de juist ingestelde groeperingen e.d. en deze broederschap wordt geformuleerd. En daarbij wordt gesteld als:

 1e punt: Aan dergelijke groepen en personen zal geen overdadige mogelijkheid op materieel terrein worden gegeven. Zij zullen echter voortdurend verzekerd worden van al datgene wat voor levensonderhoud en geestelijke voortgang nodig is.

In de 2e plaats zal voor deze groepen een duidelijk verschil worden gemaakt tussen datgene wat feitelijk noodzakelijk is en datgene wat uit sentimentsoverweging voortkomt. Door daar te helpen waar de werkelijke noodzaak bestaat en niet daar slechts waar de mens die noodzaak vermoedt, hoopt men voor deze groepen een steeds juistere binding en levenshouding te bereiken. Eenheid van groepen, het vormen van gemeenschappen op velerlei terrein, ligt eveneens in het plan. Daarvoor zal gelegenheid worden geschapen en lering zal op de meest verscheidene wijzen aan deze groeperingen worden verstrekt. Dan wordt verder zeer sterk aangedrongen – en dit besluit is nog niet definitief genomen, maar ik neem aan dat, dit in de komende dagen bevestigd zal worden – dat men zal trachten om zeer verschillende groepen van ras, leeftijd en geloof met elkander in contact te brengen en deze te bewegen tot een eenheid van denken en handelen, waarbij stoffelijke en geestelijke waarden gelijkelijk betrokken zijn.

Misschien is het goed om ook hieraan een klein commentaar te verbinden. Enige van deze punten hebt u ongetwijfeld eerder gehoord, maar het lijkt mij juist om nu eenmaal een vaste lijn van begin af te tekenen, u precies te vertellen waar het op neerkomt. U kunt dus voor een geestelijk streven niet rekenen op een stoffelijke beloning in de vorm van geld of goederen, wel in vele gevallen van bijzondere geestelijke, steun of waar dit mogelijk en noodzakelijk is, lichamelijke steun, gezondheid bv. Groepen die in deze richting werken en streven, zullen verder zich een tijdlang waarschijnlijk geïsoleerd voelen. Hun houding zal in de komende jaren door de wereld niet direct op prijs worden gesteld. Maar dit isolement zal worden vergoed door grotere geestelijke belevingen en mogelijkheden. De nadruk op het occulte ligt, en dat betreuren wij enigszins in onze Orde bij de Broederschap, op het ogenblik anders dan voorheen. Het werken met mediums, inspiratie e.d. zal steeds meer moeten worden omgezet in een persoonlijke beleving en daarbij zien we de grote moeilijkheid dat elke mens zal moeten leren om de hem beroerende impulsen om te zetten in eigen taal en eigen beeld. Zoals u misschien weet is dat reeds nu het geval. Wanneer u uit een hogere sfeer een beleving of een ervaring of zelfs maar een boodschap krijgt, dan ligt deze zo ver buiten het stoffelijk redelijk bereik, dat zij eerst gefilterd moet worden door het geestelijk begripsvermogen. Wat er dan van overblijft, wordt geprojecteerd naar het onderbewustzijn. Het onderbewustzijn schakelt iets in dat wij bovenredelijk denken kunnen noemen en uit dit bovenredelijk denken komt dan de rationalisatie, het symbool, het beeld, de boodschap voor ons naar voren. Gezien de vele persoonlijke factoren die een rol spelen, zal u duidelijk zijn dat hier dus een van de grote moeilijkheden zal worden dat elke mens eenzelfde boodschap enigszins anders zal vertalen en begrijpen. Men zal daarom ook de onderlinge dulding aanmerkelijk op moeten voeren, men zal veel meer begrip moeten hebben voor elkaars afwijkende standpunten en inzichten en moeten begrijpen dat een boodschap, niet in zijn formulering, maar alleen in zijn praktische werking van belang is. Voor groepen die zich vormen, kan verder nog worden gezegd dat zij natuurlijk ergens voordeel hebben. Een voordeel dat gelegen is in de mogelijkheid tot versnelde geestelijke groei; daarnaast ook in de zekerheid die zij als groepen kunnen bezitten door met elkaar samen te werken, waar de eenling deze zekerheid niet of in veel mindere mate zal kunnen verwerven. Maar nogmaals de hoofddoeleinden zijn geestelijk en waar deze dus de boventoon voeren, zullen stoffelijke mogelijkheden en belangen ongetwijfeld steeds aan de geestelijke mogelijkheden en belangen ondergeschikt zijn.

Dan is het misschien wel heel belangrijk dat men ook besloten heeft nl. dat men een aantal krachten die tot op heden gebonden werden, vrij wil laten in hun werken. De theorie die hieraan ten gronde ligt, is de volgende; wanneer wij toelaten dat steeds meer alles genivelleerd wordt, steeds meer alles op hetzelfde vlak zich gaat bewegen, dan kunnen wij zeggen; de tegenstellingen die er nog bestaan, zijn op den duur van zuiver materiële geaardheid of behoren tot theorieën die zozeer in de menselijke wereld van heden thuishoren dat we daar geen ontstellende veranderingen van kunnen verwachten. Wanneer wij de krachten, die nu een langere tijd a.h.w. gebonden zijn, ten dele vrijheid van handelen geven, zullen zij alleen invloed kunnen uitoefenen op diegenen die met hen verwant zijn. Zij zullen deze dus als een tegenpool tegen de op zich goed willende maar de gelijkmatige en gelijkmoedige mensen van heden. De conflicten die daaruit zullen voortkomen, lijken mij niet erg wenselijk. Omdat dit ongetwijfeld aspecten van geestesziekte en dergelijke inhoud. Wij kunnen denken aan de amokloper die op een gegeven ogenblik alle redelijkheid verliest en zich wendt tegen de mensheid. Maar ook op de mens die sociaal of economisch ineens een aanval begint op het geluk en de welvaart van anderen en daarbij gewetenloos is en geen enkel respect heeft voor één der tot nog toe in die maatschappij gehanteerde normen. Wij hopen nog steeds dat men, althans ten opzichte van sommige van deze krachten, een zekere modificatie, matiging zal betrachten. Zou dit niet het geval zijn, dan kan in het komende jaar verwacht worden dat de onredelijke gewelddaden maar ook de irrationele aanvallen op maatschappelijk bestel steeds zullen toenemen en dat hierdoor in de maatschappij een toenemende verwarring zal ontstaan. Stelling nemen zal noodzakelijk worden en dat is dan het goede punt dat wij hierin wel erkennen. Aan de andere kant vragen wij ons af of mildere middelen misschien beschikbaar zouden zijn.

Hier blijkt dus al dat er ook binnen de Grote Raad geen absolute eenheid van denken bestaat. Het is een afwegen van mogelijkheden, en ofschoon er geen zuiver democratisch procedure plaats vindt, want wijsheid, geestelijke kracht en gezag tellen ongetwijfeld meer dan een persoonlijke stem, zo zal men toch moeten trachten om alle groepen, alle meesters, op de zo juist mogelijke wijze binnen de komende procedure te volgen.

Voor u zal het ongetwijfeld wel zeer belangrijk zijn dat besloten werd om in de mensen die gevoelig zijn bepaalde begaafdheden te wekken, dit besluit is genomen, de bijkomende besluiten staan nog niet vast. Dit houdt in dat er nog een strijdpunt blijft, nl. of men de mens bv. helderziendheid in tijd en ruimte, helderhorendheid zonder meer zal verschaffen of dat men daarvoor in de plaats wil stellen, een steeds hogere sensitiviteit ten opzichte van de medemens en de krachten van de geest. Technisch gezien heeft men besloten in de komende 2 jaren een aantal wijzigingen aan te brengen, waardoor onder meer geloofswaarden zullen worden aangetast en worden herleid tot hun oorsprong. Bepaalde denksystemen zullen worden bevrijd van de vele doelloze definities en aanhangsels die daarin berusten. Dit zal, naar ik meen, o.m. ontdekkingen op psychisch en parapsychisch terrein inhouden, terwijl aan de andere kant ook verschijnselen vanuit de ruimte verwacht kunnen worden.

Dit zal enorme moeilijkheden scheppen en fantastische pogingen tot geheimhouding zullen moeten worden gedaan bij vele overheidsinstanties in praktisch alle landen ter wereld.

Volgend punt: Er zal verandering worden gebracht in de huidige samenhang in China. De mogelijkheden die daartoe bestaan zijn betrekkelijk groot. Het wegnemen van enkele personen, het doen vallen van een enkele groep, is meer dan voldoende om een wijziging, die reeds nu aan de gang is, te volvoeren en te leiden in een richting waarin China in Azië een nieuwe rol kan gaan innemen. Niet meer alleen die van een communistisch doctrinair land, maar ook van een filosofisch zeer begaafd en rijk land dat aan de vele, te veel verouderde gebruiken en godsdiensten zowel als aan de nieuwe pogingen om te komen tot een meer westers leven, een bepaalde inhoud en ruggengraat kan geven. Conflicten met de Ver. Staten zijn hier wel uit te verwachten. We menen echter niet dat deze zodanig ernstig zullen zijn dat hierdoor een wereldoorlog zal ontstaan. De Broederschap heeft tenminste verklaard dat dit in de komende jaren nog niet het geval zal zijn. Wij hopen dat dit waar is en dat de crisis voor ons dus inderdaad van voorbijgaande aard zal zijn. Dan komt er een punt waarvoor ik uw bijzondere belangstelling wil vragen.

De wijze van geestelijke scholing, tot op heden gebruikt, zullen in vorm gelijk, maar in inhoud steeds meer gewijzigd worden gecontinueerd, waarbij echter zeker is dat alle niet rendabele delen van deze arbeid worden gestaakt ofwel van geaardheid veranderen. Dit betekent voor ons, dat ons eigen werk, dat voor de komende jaren uiterlijke vorm heeft, gelijk aan die van het vorige jaar bv. zeer sterk op actualiteit gebaseerd moet blijven en dat bij die actualiteiten ook het gebruik van krachten steeds meer noodzakelijk wordt. Het houdt verder in dat onze werkzaamheden via mediums, over de gehele wereld, waarschijnlijk enige beperkingen zullen ondergaan. Vanuit ons standpunt is dit wel aanvaardbaar omdat wij menen de nodige mensen voorbereid te hebben op deze veranderingen van de nieuwe tijd en de daarvoor noodzakelijke mentaliteit. Wat boven alles van belang is in dit verband is wel de reeks oude en zeker in deze vergadering niet nieuwe regel dat theorie en praktijk volkomen met elkaar gepaard moeten gaan en dat geen uitzondering meer kan worden gemaakt. Iemand die het theoretisch heel goed doet en daar praktisch niet volledig gevolg aan geeft zal uit deze strijdigheden de gevolgen zelf ondervinden. Dat men hierop de nadruk legt, is zelfs enigszins bevredigend omdat wij menen dat op deze wijze de mensheid gedwongen wordt eindelijk in te zien dat je niet met je gedachten het één en met je verstand het ander kunt doen en wat dat betreft ook dus met je lichaam en wat erbij behoort.

De nieuwe tijd blijkt verder, en dat is voor een groot gedeelte alweer in beraad, eisen te stellen die niet meer stroken met de huidige opvatting van moraal, zeden, ja zelfs van structuur. Aanvallen daarop zullen dus ongetwijfeld op velerlei terrein worden gedaan. En ik meen dat hierbij de mens met zijn persoonlijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid op de voorgrond zal komen. Voor ons in de Orde betekent het zeker dat we uitgesproken kennis moeten geven van die punten, die onzes inziens wel en niet aanvaardbaar zijn. Dat we daarbij dit besluit nog afwachten, om u niet te vermoeien met details die overbodig zijn, zult u wel billijken.

Het richten van de activiteit van groepen in de stof die de juiste geestelijke inhoud wel enigszins bezitten, wordt opgedragen aan een aantal meesters. Wij weten reeds nu dat een aantal van ongeveer 200 meesters over de gehele wereld is aangewezen om zich daarmee in het bijzonder bezig te houden. Wij nemen aan dat zij niet onmiddellijk en persoonlijk in verschijning treden of dit hoogstens bij uitzondering doen. Wel menen wij dat hun invloed sterk kenbaar zal worden in die gebieden waar ze zich bewegen. Die invloed zal volgens mij (dit is een persoonlijke opinie) onder meer voeren tot het vormen van bepaalde riten en rituelen waarin de mens zijn eigen benadering van een nieuwe wereld kan vastleggen. Het zoeken naar en gebruiken van symbolen, die ten dele oud zullen zijn, maar waarvan een nieuwe betekenis toch ook beseft wordt. De groei van de mens naar een nieuw geestelijk beeld, zal vanuit die meesters dan ook nog de vorm krijgen naar ik meen van het scheppen van stoffelijke mogelijkheden en aansprakelijkheden. Het geheel zoals zich dit toont, geeft mij dan ook ten sterkste de indruk dat men wil voorkomen dat groepen zich verlaten of hulpeloos gaan voelen. Iets wat in de laatste tijd zeker vaak het geval is geweest en ook in de komende paar maanden nog wel niet te vermijden zal zijn. De bedoeling die erachter steekt is duidelijk. Men wil een betrekkelijk klein aantal mensen over de gehele wereld misschien volledig laden met een nieuw begrip, maar ook met een nieuwe kracht. Men wil hen maken tot exponenten van de nieuwe tijd en men wil vanuit hen de nieuwe generaties zeer sterk beïnvloeden. De taak van degenen die nu leven en wat ouder zijn, zal ongetwijfeld een hoofdzakelijk opvoedende taak zijn. Opvoedende taak waarvoor zij de gegevens en inzichten in hun eigen bijeenkomsten zullen kunnen vinden, daarnaast ook vanuit een verhoogde sensitiviteit.

Besloten werd om in een groot aantal landen de regeringsvormen ingrijpend te doen wijzigen. De werkperiode, daarvoor gesteld, bedraagt ten hoogste 3 jaar. Revoluties en wat daarmee samengaat, zullen dus in vele landen plaatsgrijpen. Ook Europa zal daarvan niet verstoken blijven. Grote veranderingen in staatsbestel en staatsstructuur zullen ook de aantasting van de vele nationale organen betekenen, waarover wij naar ik meen reeds eerder gesproken. Toch zal het nodig zijn om een nieuwe wereldband, een soort wereldbond op te bouwen. Deze mag echter niet meer uit vrees of uit zuiver eigenbelang worden geconstrueerd maar zal moeten voortkomen uit het begrip van aansprakelijkheid dat men ten opzichte van anderen heeft. Een ingrijpen zal verder inhouden; het de mensen ervan bewust maken dat de huidige vorm van exploitatie van hun gebieden, de vorm van industrialisatie en dergelijke, voor het menselijk leven grote bedreigingen met zich brengen.

Rook en luchtverontreiniging betekenen een grote aantasting van het menselijk organisme en in bepaalde gebieden kan reeds nu worden geconstateerd dat het weerstandsvermogen van de mens vermindert en dat geleidelijk aan in vele gevallen het begeerte leven onredelijk wordt gestimuleerd. Het resultaat is duidelijk, de onbeheerste mens wordt geboren. De onbeheerste mens is niet wenselijk in deze tijd, dus zullen omstandigheden zich snel moeten wijzigen. Wanneer dit niet kan door normale maatregelen, zal het geschieden via revoluties en vernietiging. Opvallend blijkt ook voortdurend weer te zijn, het grote inzicht dat sommigen Broeders van de raad hebben. Enkele uitspraken van meesters: het is noodzakelijk de liefde tot de naaste te maken tot een werkelijke en volledige beleving, waarbij goed, angst of begeerten, waarbij verplichtingen en bezit geen rol spelen. Want ziet in de erkenning van de naaste ligt de eenwording met het koninkrijk of de erkenning van de werkelijkheid. Dit is een zeer belangrijk punt, omdat hier kennelijk wordt gezegd: Afgedaan een intermediaire die u vertellen dat zij weleens ergens anders zullen informeren hoe het is. Neen de mens moet groeien naar en eigen persoonlijk begrip van naastenliefde, waarbij deze naastenliefde uit zijn eigen wezen voortkomende hem in elk opzicht, en niet alleen maar in theorie of in geldelijk terrein brengt tot het meeleven met de mensheid. Een ander stelde: Om wijsheid te bereiken is het noodzakelijk de beperking van kennis in te zien. Het zal noodzakelijk zijn, hen die zich op een kennis verheffen te vernederen. Het is niet goed hen meer te vernederen dan noodzakelijk is, doch zij zullen duidelijk moeten weten dat zij gefaald hebben. De gevolgen aan dat falen verbonden, zullen soms groter zijn dan wij wensen, maar het is beter zo dan de mens in zijn waan van weten te laten voortgaan. Een derde stelde: de droom waarin de mensen op dit ogenblik leven, is een gevaarlijke. Hij meent dat hij vanuit zich in staat is de wereld te reguleren. Dat hij materieel in staat is alle dingen te erkennen en te formuleren en dat hij al datgene, wat hem niet past, mag afwijzen. Wij zullen de mensheid ertoe brengen eigen onvolkomenheid zodanig te beseffen dat men ook het onbekende of minder aangename zal willen en durven aanvaarden.

Ik hoop dat u zich ervan bewust bent dat dit elk voor zich, uitspraken zijn van grote Meesters. Meesters van Licht, Krachten die zo hoog staan dat, bij wijze van spreken, engelen zich voor hen buigen. Wanneer u dit begrijpt zult u ook begrijpen hoe groot die kosmische Krachten zijn die hiermede gemoeid zijn.

Het is niet meer een kwestie van het menselijk leven of menselijk oordeel. Er is geen sprake meer van het langzaam bekeren of invoeren in een koninkrijk van de mens, er is sprake van een direct conflict een onmiddellijke noodzaak tot verandering.

Bij het veranderen van heerser van deze wereld treedt een verandering van grondtrilling of grondfrequentie op, waardoor alle aanwezige levenskracht en ook de bindende kracht der materiën een ander karakter krijgen. De omvormingen die daardoor in de loop der jaren zullen ontstaan, kunnen alleen verwerkt worden wanneer men reeds tevoren geestelijk in deze richting is gaan denken en leven. Het is noodzakelijk om een geestelijke aanpassing op korte termijn te bereiken, omdat eerst dan de stoffelijke omzettingen en aanpassingen redelijk voort kunnen gaan, geen vernietiging inhouden. Wij mogen op het ogenblik de grote krachten beschouwen als chirurgen, zij zullen al datgene, wat niet zuiver is, uitsnijden en een operatie is pijnlijk.

De mensheid als geheel is ook een wezen en dit wezen als geheel zal zich niet prettig gevoelen, wanneer vele gewende kwalen nu opeens worden weggenomen en vaak met geweld. Maar er is gelukkig weer een troost. Van de krachten waarover men beschikt zal men trachten ongeveer de helft te bestemmen voor het helpen, troosten, juist oriënteren van de mensen die een redelijke instelling hebben. En vergeet niet redelijke instelling betekent niet het volgen van een bepaald systeem of geloof, het betekent een zeker openstaan voor de wereld en kosmos, een enigszins wegvallen van eigen gevoelens van weten en wetenschap en rang. Het dienstbaar maken van eigen krachten aan de maatschappij en gemeenschap zal ongetwijfeld eveneens een factor zijn.

Al datgene wat vernieuwing brengt, onverschillig of deze vernieuwing nu een positieve een lichtende kracht is, of eerder voortkomt uit een poging van het duister om zijn macht te behouden, zal voeren tot strijd van al datgene wat de huidige situatie wel prettig vindt. U zult kunnen zeggen dat menigeen in wezen zichzelf en zijn positie verdedigt wanneer hij de nu bestaande situaties wil verdedigen en dat is nu juist niet aanvaardbaar of toelaatbaar. Het is duidelijk dat hierdoor ook besluiten moeten vallen zoals het volgende: Wij zullen licht en duister gezamenlijk loslaten om te breken waar dit noodzakelijk is. Het is een gevaarlijk iets. Maar licht en duister samen kunnen inderdaad meer volbrengen (hier spelen kosmische wetten als de wet van evenwicht, wet van gelijkblijvende velden, de wet van spiegeling een grote rol) dan dit vanuit het licht alleen zou kunnen gebeuren en de kracht van het duister zou worden overgelaten aan zichzelf. Wanneer het duister gedwongen wordt zich in zijn manifestaties van eigen geaardheid te bewegen binnen een kader dat gesteld is door een grotere lichtende kracht, en dit heeft de raad besloten, dan zullen we absoluut moeten zien dat het demonische in feite ten goede werkt, terwijl het zich volgens eigen kwaliteit uit. Een groot probleem is hierbij de vraag of men de begrippen van goed en kwaad onmiddellijk moest veranderen. Er is wat dit betreft gezegd: Alle lering zal worden gericht op het losmaken van het individu van de heersende regels, opdat slechts op deze wijze een verantwoorde en blijvende wijziging van mentaliteit te bereiken is.

Je kunt menig gebruik en menige vorm wel uithollen tot ze ineenstort. Zou je haar aanvallen echter dan zou ze een te grote sterkte hebben. De kwestie van leiders is eveneens aan de orde gekomen. En daarbij zijn wat eigenaardige besluiten genomen, die toch alweer genoemd moeten worden. Degene die geschikt zijn voor het geven van leiding zullen met macht worden bekleed. Zij zullen die macht echter alleen ontvangen op dat terrein waarvoor zij geschikte leiders zijn. Op deze wijze wordt voorkomen dat zij te veel macht naar zich toe trekken of te veel verantwoordelijkheden op zich nemen. Er werd daarnaast nog gesteld: Niemand die thans op deze aarde leeft en geen bewustzijn heeft van de sferen, is in staat zich een beeld van de machten of krachten te maken die rond hem zijn. Het is daarom nodig bepaalde beelden, ook wanneer zij slechts een schaduw van de werkelijkheid zijn, positief te openbaren. Die openbaring betekent volgens mij niet alleen een variatie op vele geloofsvormen en zij zal vooral betekenen dat de mens innerlijk en emotioneel gedwongen zal worden zijn standpunt juist te bepalen.

En dan een laatste punt; Alle bindingen en contacten, overeenkomsten, bepalingen van houding en verplichting zoals deze tot op heden bestonden, zullen worden losgemaakt en daarvoor in de plaats zal worden gesteld de relatie van persoonlijk begrip en persoonlijke aansprakelijkheid alleen. Dit betekent dat de formele druk en dwang zal worden weggenomen en dat men zal trachten een steeds grotere vrijheid te scheppen voor ieder.

Iets over het standpunt van onze Orde. De Orde der Verdraagzamen weet reeds dat ze haar werkwijze aanmerkelijk moet veranderen. Maar aan de andere kant wordt deze Orde nog steeds in de eerste plaats gedreven door haar behoefte om de mensen te brengen tot een juistere verhouding, een beter begrip voor elkander, een intenser onderling begrijpen, juister contact in de geest, juister handelen in de stof. Wij kunnen deze regels niet zonder meer prijsgeven. Zij zijn deel van ons wezen en ons werken zal daarop gebaseerd moeten blijven. Dientengevolge zullen wij wel moeten trachten al datgene wat reeds besloten is en nog besloten zal worden, in te voegen binnen het kader van deze gemeenschap der verdraagzamen. Wij zullen dit in de geest, zo goed als op aarde moeten bevorderen. De Orde meent daarbij dat aan de leden op aarde een grotere zelfstandigheid en ook een grotere aansprakelijkheid zal moeten worden overgedragen. Zij bereid zich voor om dit inderdaad te doen. Maar zij blijft als Orde ergens aansprakelijk. Die aansprakelijkheid bestaat ook wanneer leden, in de geest of in de stof, tijdelijk of misschien zelfs voor langere tijd, hun eigen mentaliteit, inzichten of handelwijze zouden wijzigen. Er moet dus vanuit de Orde eveneens ingegrepen worden met een zekere dwang. Deze dwang kan nimmer meer de vorm aannemen uit de geaardheid van onze groepering van geweld. Zij kan slechts een zachte en morele dwang eigenlijk inhouden. En daarnaast een terugtrekken van de gunsten die we misschien verleend hebben, het afbetalen van de verplichtingen die wij ten opzichte van sommigen zouden hebben. Ik denk dat onze activiteit door deze veranderingen dan ook niet alleen beperkt zal blijven tot onze leringen, datgene wat we voor de groep op aarde mogelijk maken. Ik meen dat we zeer sterk ook zullen moeten afrekenen met het verleden. Er zijn mensen aan wie wij zeer grote verplichtingen hebben, verplichtingen omdat zij zonder volledig begrip vaak zeer grote offers hebben gebracht voor ons werk, omdat zij misschien in ander opzichten een deel van hun leven daaraan hebben gewijd. Ofwel hun eigen wensen en verlangens onderdanig hebben gemaakt aan de Orde. En nu kunnen wij niet veel anders doen dan trachten een balans te herstellen. Wanneer iemand in deze periode weggaat, dan zullen we hem terug moeten geven wat we van hem genomen hebben. We zullen dat doen. Wanneer iemand blijft, dan zullen we moeten trachten voor zo iemand de mogelijkheid te scheppen om binnen dit nieuwe kader, de juiste verhoudingen van leven en werken te kennen en daarvan ook materieel en niet alleen maar geestelijk blijk te geven.

Wij hebben altijd getracht om u een inzicht te geven in hogere waarden. Wij hebben daarbij zelfs getracht om zo hier en daar tot stand te brengen wat je zou kunnen noemen de vermenging van geesten. Niet iedereen kan dat misschien aanvaarden en begrijpen maar het is een kracht die zeer groot is. We zullen ook hier een uiteindelijk keuze moeten doen. Daar waar iets geschied is, wat niet gecontinueerd kan worden, zullen wij de oude situatie herstellen mits deze niet slechter zal zijn dan hetgeen nu bestaat. Wij gaan afrekenen. Wij gaan trachten om de balans in evenwicht te brengen. Alleen degenen die met ons verdergaan zullen in de oude vorm a.h.w. langzaam meegroeien naar het nieuwe. Degenen die heengaan zullen we, met dankbaarheid en zonder enig verwijt, zonder enige haat, terug moeten geven wat we van hen leenden, wat we van hen namen. Waar dit niet meer mogelijk is, tijd bv. kun je een mens op de wereld vaak moeilijk teruggeven, zullen wij dit doen vanuit de geest of in de geest. Het is moeilijk voor een groepering als de onze, die veel meer omvat dan alleen België of Nederland, om dit alles geheel te overzien. Maar het is wel zeker dat we over de middelen beschikken om wanneer het werkelijk onvermijdelijk en noodzakelijk is op korte termijn toch zeer veel tot stand te brengen. We hebben tot op heden getracht om alles geleidelijk en met een erkend minimum te doen.

Minder dan zo mag het niet gaan, maar voor de rest hebben we ons steeds gehouden aan de tendens zoals die bestond, de logisch of de redelijke, de verantwoorde richting. We zullen daarvan moeten afstappen. Verwacht van ons geen openbaringen van kracht of wonderen die spectaculair zijn. Wij zullen misschien krachten ter beschikking stellen, waardoor een enkele maal spectaculaire resultaten worden behaald door anderen, maar we zijn zeker niet van plan om wonderen te gaan doen om die rekeningen af te maken. Wat we wel willen doen dat is datgene wat we tot nog toe hebben gehandhaafd als eenvoudig in de loop der dingen zo goed mogelijk inpassen, willen omzetten in een definitief, ofwel afrekenen, ofwel continueren met een vaste basis, met een vaste verhouding die niet slechts geestelijk maar ook materieel tot uitdrukking komt. In het laatste geval zal de houding van de mens, zijn persoonlijke instelling van groot belang zijn. En ik mag er wel bijvoegen zijn gezond verstand. Dat voor de O.D.V. een zeer bedrijvig en vaak wat wonderlijk jaar gaat aanbreken, ja dat weten we nu al lang. Het zal nog veel meer van ons eisen in de geest dan we verwacht hadden. Er zullen ongetwijfeld in de stof ook grotere mogelijkheden en grotere conflicten rijzen, dan we tot nog toe hadden willen veronderstellen. Wij zijn gebonden aan de grondregels die de Witte Broederschap stelt. Binnen deze zullen wij trachten alle begrippen van naastenliefde, liefde en samenhorigheid, te bevorderen. Zelfs bij degenen die om enigerlei reden bij onze groepering geen aansluiting meer wensen of zoeken. Dat is het enige wat we nog kunnen doen. Voor de rest zullen wij, hoe ongaarne ook, mee moeten werken met vernieuwingen, zelfs de gewelddadige vernieuwingen die nu eenmaal reeds vaststaan. Wij zullen tegenover degenen die bij ons horen trachten door juiste inlichtingen en waarschuwingen, zoveel mogelijk althans, een zekere gevrijwaard zijn tegen al te plotselinge verassingen, tegen al te plotselinge veranderingen in eigen situatie, te handhaven. Maar zelfs wanneer dit niet mogelijk is, zo zullen wij vanuit onszelf op het ogenblik van het gebeuren desnoods onmiddellijk ingrijpen. Een groot gedeelte van de activiteiten die we tot nog toe hadden gewijd aan het helpen van mensen op aarde en verschillende omstandigheden, zal daarom wel geprojecteerd moeten worden op dit onmiddellijk en daadwerkelijk op het ogenblik zelf a.h.w. ingrijpen. Dit betekent dat onze activiteiten eveneens sterk gebonden worden aan de actualiteit. De grote kracht daarvoor noodzakelijk zal waarschijnlijk ook betekenen dat wij in onze activiteiten als leraren, als helpers van de mensen, dus wat minder persoonlijkheden, minder tijd ook soms, ter beschikking kunnen stellen. Wij hopen dat een groot gedeelte hiervan zal worden aangevuld door broeders van de Witte Broederschap of andere genootschappen die nog beschikbaar zouden zijn hiervoor. Dat houdt in dat het sprekerskoor der Orde dat tot op heden gelimiteerd werd tot leden van deze Orde + Gastsprekers binnen het kader van die Orde nu een meer heterogeen gezelschap zal worden. Wel zal in elke bijeenkomst altijd het standpunt der Orde en de volgens de Orde juiste richtlijn en handelwijze worden weergegeven. Richtlijnen voor uw persoonlijk leven zult u in de eerste maanden nog niet kunnen verwachten. Onze grootste activiteiten zullen waarschijnlijk  later plaatsvinden. Al datgene wat voorbereid is, zal gebruikt worden als fundament waarop wij onze nieuwe werkzaamheden willen baseren. Zuiveringen zullen in vele landen noodzakelijk zijn. Dat is niet prettig. Het is niet prettig om te zeggen: wij kunnen nu niet meer eenieder die dat wil, toelaten of aanvaarden. Een sterk limiteren van groepen en groeperingen zal zeker plaats moeten vinden. De enige mogelijkheid die overblijft is om daarnaast totaal nieuwe groepen op te bouwen. Waar vragen als harmonie, eenheid, onderling begrip, gezamenlijk streven en dragen van verantwoordelijkheid, een zo grote rol gaan spelen, is nl. een groep die eenmaal harmonisch is noodzakelijkerwijze af te sluiten en kan geen nieuwe leden meer toelaten. Dit zal vele jaren blijven duren. In enkele gevallen zal men misschien het wegvallen van leden, die naar onze sferen komen, door andere kunnen toestaan maar zelfs dit is niet zeker. U begrijpt dat deze wijziging, in opzet en opbouw, vele consequenties heeft. Het houdt onder meer in dat we ten dele meer religieus worden dan we waren. Het betekent verder dat wij, in plaats van een groep die zo weinig mogelijk bindingen oplegt, moeten trachten te worden tot een kader waaruit dus groepen met werkelijk sterke bindingen, onderlinge regels en wetten, geboren worden.

De Orde heeft daaromtrent reeds een aantal besluiten genomen. Die besluiten zullen, voor de leden in de stof misschien niet altijd helemaal aanvaardbaar of begrijpelijk zijn. Maar waar het enigszins mogelijk is, zullen wij ons standpunt verklaren en duidelijk maken. Zullen wij trachten u precies te vertellen waar het op staat. Wij zullen dit uit de aard der zaak niet in openbare bijeenkomsten doen, tenzij dit zonder verdere gevaren of conflicten mogelijk is. Het zoeken naar een definitief contact met de mensheid gaat binnenkort beginnen. Wij zullen, voor die tijd nog, u op de hoogte stellen van al datgene wat voor dit jaar, en zeer waarschijnlijk voor de komende jaren het kunnen er zelfs 21 zijn, dus is vastgesteld door de Witte Broederschap. Wij zullen waar mogelijk en noodzakelijk u informeren omtrent de houding die wij in dit verband zullen innemen en de richting die wij inslaan. Ik hoop dat deze uiteenzetting ertoe zal bijdragen dat u zichzelf, hetzij binnen of buiten de Orde, in de komende tijd beter zult kunnen oriënteren. Het is goed te weten dat de mens een vrije wil heeft, maar het is zeker ook goed voor de mens te weten dat die wil geen betrekking heeft op de wereld waarin hij leeft maar slechte op zijn reacties op die wereld. Het is goed voor de mens om te weten dat hij een eeuwig wezen is. Maar ik geloof dat het ook goed is te beseffen dat dit eeuwige wezen niet identiek is met dat ene wat hij nu op het ogenblik schijnt te zijn, wat hij denkt te zijn en dat het deze eeuwige waarden zijn plus de krachten die die kennen, die niet handelend vanuit uw standpunt maar vanuit dit enige ware, uit deze Goddelijke Vlam, deze vonk die in u is a.h.w. trachten op te bouwen, de juiste harmonie, de harmonie der 7 sferen, waardoor deze wereld haar nut kan behouden, waardoor de beleving op die wereld vreugdiger en sterker wordt en bovenal waardoor de werkelijke waarheid van Licht, van het Goddelijk Recht dichterbij komt voor eenieder die daarvoor openstaat.

Tweede werkelijkheid

De tweede werkelijkheid is dus een werkelijkheid die u niet ziet. U zou kunnen zeggen een Tweede Werkelijkheid is bv, het feit dat zich hier moleculen bevinden die bewegen, dat hier rond u allerhande radio en T.V.-signalen kruisen dat er krachten zijn en wetten waar u weinig van afweet. Al die dingen samen vormen een werkelijkheid waar u zintuiglijk en soms ook geestelijk, geen toegang toe kunt vinden. Die werkelijkheid die zou je dus ergens toch wel weer concreet mogen stellen en dan geef ik eerst een grondregeltje: er is niets voorstelbaar of denkbaar dat niet in de Goddelijke Werkelijkheid bestaat omdat de menselijke gedachte, voortgekomen uit het Goddelijke binnen de Schepping, beperkt blijft tot het totaal van het door God geuite.

Dit regeltje zegt, dat je je niets kunt voorstellen of het is ergens waar, het hoeft niet hier waar te zijn waar u nu bent, maar ergens is het waar. En dan is voor ons alleen maar de zaak belangrijk, wanneer we de dingen samenvatten. We kunnen dromen, dagdromen, fantaseren, maar het vreemde is dat die dingen soms waar worden. Je droomt iets en het komt uit, je verwacht iets en het wordt werkelijk en je weet niet waarom. Dan zou je kunnen zeggen, iets wordt vanuit een Tweede Werkelijkheid waarin je het bestaan hebt aangevoeld, overgebracht in de eerste.

Alles wat u fantaseert en droomt is waar, ook wanneer u het op dit ogenblik hier niet als waarheid ervaart. Gedachten zijn identiek aan feiten, maar alleen niet in dezelfde wereld. En dit houdt weer in dat je, voor jezelf, een beeld kunt opbouwen van een wereld, van een heelal dat even echt is als de wereld waarin je leeft en misschien nog echter. Wanneer je leeft verder in die Tweede Werkelijkheid a.h.w. alles wat waar is, niet je eigen meningen alleen, dan wordt het een eenzijdige en onevenwichtige wereld. Maar alles wat waar is in je eigen begrip, of dat van de wereld, met elkaar te confronteren, dan komt uit die Tweede Werkelijkheid dus een reeks van wetten en die wetten kun je moeilijk in woorden omzetten. Ze zijn eerder een gevoelskwestie, zoals je soms aanvoelt dat bepaalde dingen bij elkander horen en andere niet. Door die selecties bouw je een wereld op, waarin Gods werkelijkheid, Gods kracht helemaal concreet aanwezig is. De aanwezige werkelijkheid die kunnen we dan ten dele overbrengen naar de wereld van de mensen.

Alles wat in uw wereld bestaat, is een mengsel van echte en niet echte dingen. U krijgt een bloem. De waarde van die bloem wordt niet bepaald voor jou, door het feit dat hij gebloemd heeft, gegroeid heeft, dat hij uit een bepaalde tuin komt of zelfs maar dat je hem van iemand krijgt, hij wordt belangrijk omdat in het geven van bloemen bv. een zekere attentie zit, omdat daardoor een verbondenheid wordt uitgedrukt en wat dies meer zij. Dat is dus ergens niet echt, dat is niet stoffelijk waar helemaal. Zo kunt u iets geloven omdat wanneer u dat geloof zou refuseren u aan uzelf zou gaan twijfelen. Dan is dat geloof niet helemaal waar. Er is een grote ruimte eigenlijk in de wereld waarin de mensen bestaan tussen de feiten en de belevingen van de mens. En daarvan kun je gebruik maken. Want de feiten van die Tweede Werkelijkheid zijn vaak in overeenstemming hetzij met meningen en ideeën die op die wereld bestaan, of ook wel met de feiten die daar optreden. En dan geldt er weer een heel eenvoudige wet, wanneer 2 waarden aan elkaar volledig gelijk zijn, kunnen zij ongeacht hun verschil in ruimte of tijd, beschouwd worden als identiek. Dus als een en hetzelfde. Dan kun je in die Tweede Werkelijkheid dus iets tot stand brengen en het wordt in je eigen werkelijkheid kenbaar.

Je kunt in je eigen wereld iets doen en daardoor een situatie in die Tweede Werkelijkheid veranderen. En dan kom je weer aan een regel:

De geestelijke instelling plus de stoffelijke actie gezamenlijk de overdracht bewerkstelligen, tussen waarden uit de Tweede Werkelijkheid en de eerste werkelijkheid. Dat wil niet zeggen dat dit dus alle werkelijkheidsmogelijkheden zijn. Wanneer je rekent met deze wereld waarin u leeft, dan spreekt u altijd over de 3 eenheid. Als je die 3 eenheid nu eens niet alleen maar ziet als 3 personen maar eigenlijk als 3 aparte werelden, dan kun je dus voorstellen dat uw wereld eigenlijk uit 3 verschillende werelden is voortgekomen. Die 3 werelden echter komen in uw bestaan tot een brandpunt, maar niet alle waarden uit de 3 werelden zijn geopenbaard. Nu zouden die 3 werelden helemaal geen betekenis hebben voor het bestaan van de mens en de aarde, wanneer er niet nog een 4de wereld was? Noem het een 4de dimensie. En deze is karakteristiek omdat ze kracht heeft, ze energie is. Het is de krachtbron. En die krachtbron nu die maakt het mogelijk dat de verschijnselen uit die 3 werelden op aarde kenbaar worden, maar aan de andere kant van die 4de dimensie liggen nog eens 3 werelden, hemelen of zoiets. Dan hebben we 2 x 3 dimensies die een 4de dimensie “energie” gemeen hebben. Dan kunt u begrijpen dat elk van die dimensies afzonderlijk ook nog weer eens als wereld behandeld kan worden want ze draagt in zich een hiërarchie van wezen en krachten, bepaalde toestanden je zou ze kunnen kentekenen met een bepaalde kleur en een bepaalde werking.

Nu is de Tweede Werkelijkheid als je daar als mens over begint al datgene wat niet behoort tot je eigen werkelijkheid. Wat niet onmiddellijk concreet is in je eigen wereld. Dus ook ideeën, gedachten, een theorie die nog niet bewezen is, dat is alles Tweede Werkelijkheid. Elke mens kiest uit de vele mogelijkheden van die Tweede Werkelijkheid iets waarmee hij verwant is. Hij kiest dat pad, waar hij eigenlijk al lange tijd naar toe is gegroeid. Hij kiest op dat pad de elementen die volgens zijn huidig karakter, zijn huidig weten en misschien ook zijn geestelijke bestemming voor hem eigenlijk bijzonder spreken. Wat je dan hebt opgebouwd dat wordt nooit onmiddellijk in je eigen wereld zichtbaar. Er is een grens tussen. En nu komt de actie. Die actie is energie, leven en alle activiteiten behoren tot die 4de dimensie of die 4de Kracht. Op het ogenblik dat die kracht optreedt en u gelijktijdig het idee hebt dat behoort in de Tweede Werkelijkheid, welke het dan ook mogen zijn en een aktie die waar is in uw eigen werkelijkheid, zijn die twee in die 4de sfeer tot een eenheid geworden. Op het ogenblik dat de daad ten einde is, splitsen ze zich weer. Maar in dat ogenblik van contact kun je dus iets overgebracht hebben uit die andere wereld, die fantasiewereld, naar je eigen werkelijkheid. Je hebt geestelijke kracht uitgezonden bv. en je hebt stoffelijk iemand gezond gemaakt. Je hebt een stoffelijke handeling gedaan en je hebt daar een geestelijke werking mee verkregen. Die werking heeft wijsheid gebracht en die blijft nu voorlopig Tweede Werkelijkheid theorie, maar nu komt weer een volgend moment, je zit toevallig met die theorie, in je eigen wereld neem je een aktie die ermee in overeenstemming is, en zo wordt de theorie bewijsbaar, je wordt ermee geconfronteerd in je eigen wereld.

Gastspreker

Het is een tijd geleden dat ik hier ben geweest.  Maar vandaag heb ik u iets te vertellen, iets belangrijks.

U heeft misschien gehoord hoe de Grote Raad der Broederschappen alles doet voor deze wereld. En ik ben zelf als mens zo vaak ergens eens benauwd geweest voor het Hogere en ik heb me zelfs met een zondetje ergens ongelukkig gevoeld. Ik zou me kunnen voorstellen dat het u dreigend klinkt. Maar er is geen dreiging. De Kracht die de Witte Broederschap beweegt, de Kracht die ons allen in de geest beweegt, is de Kracht van een liefdevolle aanvaarding, van een werkelijke, op kosmische waarde gebaseerde genegenheid.

Al die Grote Broeders en wij kleintjes, werken niet tegen u. Ze willen u helpen, ze zijn niet uw tegenstanders of de koude Nornen (schikgodinnen) die uw lot vlechten zonder zich af te vragen wie ge zijt. Er is een grote Kracht die alles beheerst.

Die kracht noem ik – en velen met mij – Christus. De Christus, de Lichtende, de Levende Kracht. Niet dat wat we er zo vaak kinderlijk van hebben gemaakt, maar de aanvaarding van de Schepping door God, in Liefde, in genegenheid.

En het is deze Kracht, die allen en niet alleen maar een enkeling, beweegt om te werken voor u, om daar in die Raad te zoeken naar een menselijke weg, die voor de geest toch eigenlijk niet nodig is. De raad, de lichtkrachten, de kosmische hiërarchieën zelf die ingrijpen, zij willen niet nemen, zij willen niet ongelukkig maken, zij willen geven. Maar om te kunnen geven, moet er ook een aanvaarding zijn. Je kunt je dieren tot aan het water leiden, maar als ze weigeren te drinken, verdorsten ze. En dan is het misschien beter om de zweep te gebruiken opdat ze niet zullen verdorsten. Je kunt een kind laten gaan waar het wil, maar het valt misschien in een afgrond, dan is het beter het kind ruw terug te sleuren, dan het laten vallen en ondergaan. Daarom vallen die besluiten van de Grote Raad.

Het is uit die Liefde, uit die Kracht, uit die genegenheid, uit dit begrip van eenheid en broederschap, dat ze werkt voor u, niet voor zich.

Daarom wil ik met u praten vandaag. Het is alles voor een mens zo moeilijk om te begrijpen. Als je zegt het is de Goddelijke Wil of Wet, dan nemen ze het wel, dat weet ik uit ervaring. Maar als je zegt: het is een raad, je zegt: het zijn wezens, ook niet volmaakt, die voor je werken, dan komen ze in verzet, en dat mag toch niet.

Want wanneer iemand voor u alles wil geven, niet alleen maar zijn stoffelijk leven, maar zijn vrijheid van geestelijke wereld, zijn volledig bewust deelgenootschap zelfs misschien in die grote wereld, hij komt terug om u te helpen, dan mag hij niet volmaakt zijn. Maar dan komt hij uit God. Dan komt hij uit de Goddelijke Liefde, dan is het wat hij doet, niet wreedheid, dan is het geen reden om bang te zijn.

Mijn boodschap aan u, mijn lieve vrienden, begrijp het, is deze: wat geschiedt, geschiedt omdat men u liefheeft. Het geschiedt omdat onze kracht, ons wezen, u gewijd is, u persoonlijk geschonken wordt wanneer het nodig is. Omdat er voor ons geen voorbehoud of een hiaat bestaat, maar alleen dat ene, de mens in zijn werkelijke gedaante, de mens als eeuwige, de levende geest uit God, het mogelijk te maken die God te erkennen in waarheid.

Dat is alles. En omdat wij dit doen, vraag ik u nederig, want ik weet dat het moeilijk is: heb toch begrip voor ons. U hoeft ons hier in de Orde niet te aanvaarden. Maar aanvaardt de Kracht van de geest, aanvaardt de Kracht van de Liefde Gods die vele voertuigen en kanalen bewerkt. Vertrouw in de toekomst, vertrouw in uzelf, maak geen vragen en raadselen, vertrouw. Heb vertrouwen dat alles goed komt. Dat het zin heeft, dat het niet voor niets is.

Want dit zeg ik u, uit het volst van mijn hart, liever zou ik afdalen naar het diepste duister en daar gebonden zijn, dan één van u te veroordelen tot een onnodige beproeving, tot een onnodig leed. En zoals ik spreek voor mijzelf, zo kan ik spreken voor al die anderen. Licht is onze taak, wekken tot Licht, zorgen dat het werkelijke geluk, dat de werkelijke waarden in u blijven leven.

Ziet u dat, dat is eigenlijk de kern, de kern van mijn betoog. Mensen bidden vaak. Maar laat dan uw vertrouwen bidden zijn. Stel ons a.u.b. geen eisen. Want wat we geven kunnen, zullen wij geven. Wat we mogen doen voor u, dat zullen we doen, maar stel geen eisen aan de Broederschap, aan de Raad, aan het Goddelijk Licht dat daarin werkt, opdat ge niet daardoor uzelf afscheidt van het Licht. Wat kunnen we meer zeggen dan: lieve vrienden, het geeft niet wie u bent, wat u bent, geweest bent, gedaan hebt, wat u gelooft. Als u een mens bent die in zich verlangt naar Licht en het goede en zoekt om het te bereiken, dan geven wij alles wat wij geven kunnen en mogen, zonder beperking, zonder onderscheid of voorbehoud. Dat is de eerlijke waarheid, dat zweer ik u bij de Kracht die mij heeft voortgebracht. Bij de Almachtige God, uit wie alles leven is. Ik zweer u dit is waar.

En dan hoop ik dat u het juiste antwoord zult vinden, een antwoord dat ieder mens voor zichzelf vindt. Zoals het besluit dat iedereen nemen zal in de tijd die komt, zijn eigen besluit moet zijn. Maar daar waar ge gevaar kiest, zullen wij u redden, al zou alle materie die de uwe is eraan ten onder gaan. En zo ge goed kiest, zo zullen we u alle Kracht geven van geest en licht die we u maar geven kunnen.

Het zegel van het verbond, het zegel dat geopend wordt zoals men zegt, door het lam, is het zegel van de kosmische eenheid. En uit dit zegel, werken wij en het is om redenen van deze kosmos en de kracht die er werkt, dat we niet alles kunnen doen, of alles kunnen verklaren. Maar ik beloof u dat wie streeft op de juiste wijze, wie aanvaardt op de juiste wijze, die kracht zal kennen, het bewijs zal zien, sterker en sterker, want het is de tijd van de oogst, het is de tijd van een scheiding tussen dat wat in het Licht leven kan en dat wat zijn weg nog zoeken moet voor zich. En wij zoeken de oogst van het licht, met heel ons wezen en al onze Liefde. En wie Licht is in zich zal de tekenen ervan zien, keer op keer. En hij zal in zich de zekerheid kennen waardoor hij vrij en sterk staat tegenover de wereld. Nogmaals wat ik geven kan, geef ik, en ik bid alleen nederig tot God en tot u dat gij in staat zult mogen zijn, om die kleine gaven in u te maken tot een groot licht van waarheid.