Enkele achtergronden van het menselijk denken en leven

image_pdf

12 juli 1966

Wij hebben de volgende indeling: U krijgt eerst van mij een betoog. En daarna volgt een lezing van een van de leden van de Raad van de Broederschap. Ik weet niet wat het zal worden, maar ik ben er van overtuigd dat het zowel belangrijk als interessant zal zijn.

Mijn onderwerp is: Enkele achtergronden van het menselijk denken en het menselijke leven.

Wij zoeken altijd de geheimen, de magie, het occulte, de innerlijke wereld. De meesten van ons realiseren zich niet, hoezeer deze wereld vervlochten is met de normaal menselijke wereld, en hoezeer eigenlijk alle dingen met elkaar verwant zijn.

Er zijn verschillende vormen van denken, waarin die verwantschap wel tot uitdrukking komt. Zo kennen wij in enkele denkwijzen de uitspraak: Gij zijt God. Waarmee wordt bedoeld Gij zijt dus deel van hetzelfde Goddelijke, waarvan ik deel ben. Er is tussen ons geen verschil. De mens echter kan dit over het algemeen niet aanvaarden, omdat hij in zich een gevoel heeft van onvoldaanheid en onvolledigheid. Wanneer hij vaststelt, dat er een compenserende Godheid is, dan is dat nog aanvaardbaar. Maar in de meeste systemen wordt een Godheid gesteld, die leidend is, die leidinggevend is en die de mens dus dient te gehoorzamen. Hier beginnen dan de grote vergissingen.

Wanneer ik denk als mens in de materie, dan is mijn denken bepaald door genetische eigenschappen, door het milieu, waarin ik ben opgegroeid, door de ervaringen die ik heb opgedaan. De taal, waarin ik mijn leven tot uitdrukking kan brengen, is dus een taal die mij gegeven wordt, niet een taal die ik mijzelf eigen maak en die ik zelf naar behoefte kan variëren en wijzigen. Ik ben gebonden aan een bepaald uitdrukkingsmiddel. En dat uitdrukkingsmiddel schuilt in mijzelf.

Wanneer ik dit uitdrukkingsmiddel niet op de juiste wijze hanteer, dan probeer ik een gemeenschappelijke noemer te vinden tussen de begrippen, die in mij leven en mijn ervaringen en die van anderen. Ik kom dan tot een uiterlijke wetmatigheid, een uiterlijke regel, die echter in wezen nimmer waar kan zijn. Want ik interpreteer immers anders dan die ander En wanneer wij dan elkander op grond van een schijnbaar gemeenschappelijk bezit aan geloof, aan regels, aan waarden, aan openbaringen gaan kritiseren, dan zullen wij elkander beletten om onszelf te zijn. Wij verminken ons eigen vermogen om een innerlijke waarheid met de ons ter beschikking staande middelen voor onszelf tot uitdrukking te brengen.

In de esoterie is het natuurlijk heel gemakkelijk om te zeggen; je moet stijgen. Maar dit stijgen, is tenslotte slechts een dieper doordringen in de werkelijkheid van je eigen wezen. Niet in God, maar in jezelf. De enige weg en band, die wij kennen tot het Goddelijke zijn wijzelf. Wij zijn de verbinding tussen de chaos en de troon. Wij zijn het, die in onszelf de waarden dragen, die wij in kosmos dienen te erkennen.

Willen wij komen tot een juiste aanvaarding van onze eigen persoonlijkheid, dan zullen wij allereerst moeten proberen ons eigen concept van het Zijnde (van God) op de juiste wijze uit te drukken. En dan stel ik: God schept alle dingen. Indien er een God is, Die Al geschapen heeft, is er niets, dat zonder Hem bestaat. God brengt in Zijn Schepping zo leert men Zijn gedachten tot uitdrukking. Dan denkt God alles. Ook concentratiekampen. Ook demonen en duivels. Dan denkt God duister en licht. Er is geen daad, geen gedachte, geen verhouding tussen mensen, geesten of sferen, planeten of werelden mogelijk, tenzij God deze denkt. Laat dit even tot u doordringen.

Wanneer wij zoeken naar de magische mogelijkheid van ingrijpen, dan doen wij dat meestal omdat wij aannemen, dat er buiten ons regels bestaan. Regels die dan niet geopenbaard zijn, die niet algemeen bekend zijn, maar waarmee wij dan toch iets kunnen doen. Maar als God alles heeft vastgelegd, kunnen wij eigenlijk niet magie bedrijven. Het enige wat wij kunnen doen is; bewust werken met datgene wat wij zijn en datgene wat God in anderen manifesteert of dit ten dele ontkennen.

De esoterie is zelferkenning, de magie een erkenning van de relatie met de wereld rond je, niet op basis van stellingen of regels, maar op grond van een aanvaarding van de werkelijkheid ervan. Wanneer je de mensen hoort spreken over God, dan lijkt het soms wel eens of die God een zeer eigenaardige dictator is.

Hij straft degenen die Hij liefheeft. Zou God soms een sadist zijn? Hij kiest degenen, die tot Zijn rijk komen, uit. Men gelooft in een uitverkiezing zonder meer. God is dus kennelijk onrechtvaardig. God heeft het kwade weliswaar geschapen en toegelaten, maar, Hij legt de mens de verantwoordelijkheid ervoor op. Is die God dan een beetje ontoerekenbaar?

Dit menselijk concept is niet aanvaardbaar, dat zult u begrijpen. En wanneer wij hier gezamenlijk eerlijk over deze zaak willen spreken en wij willen begrijpen, wat er zich in de wereld afspeelt, wat er zich in ons afspeelt, wat wij in wezen kunnen en niet kunnen, dan zullen wij moeten beginnen met ons beeld van die God dus aan te passen aan de feiten. En daarom zeggen wij dan:

  1. Aangezien niets kan bestaan zonder dat God het in Zichzelf mogelijk maakt, is de verantwoordelijkheid voor alle dingen in de eerste plaats bij God.
  1. Daar God alle dingen in stand houdt, kan er geen sprake zijn van goed of kwaad. Er is slechts sprake van een persoonlijke verkiezing van het één boven het ander.
  2. Aangezien God zich in elk wezen openbaart, is het totaal van de goddelijke kracht ook in elk wezen (en in elk voorwerp zelfs) aanwezig. Wanneer wij dit beseffen, zullen wij zien dat die kracht werkzaam is. Zodra wij de kracht als werkzaam beseffen, wordt zij in ons bewustzijn (en daarmee ook voor ons in onze wereld) een directe factor, die niet verstandelijk verklaarbaar is, maar die desalniettemin inherent is aan het wezen der dingen, een goddelijke origine.

Dan stellen wij verder: Daar niets maar dan ook niets zinloos geschapen kan zijn, tenzij onze God een dwaas is, zullen wij alle dingen die God geschapen heeft, moeten aanvaarden. Dit betekent niet, dat wij persoonlijk verplicht zijn met al die dingen gelijkelijk te werken. We hebben een eigen bestaan, we hebben een keuzemogelijkheid uit datgene, wat wij bewust en onbewust willen beleven. Maar wij mogen het nooit verwerpen. Absolute vrijheid is zowel voor de grote geestelijke bewustwording als voor het magisch bereiken ergens noodzakelijk.

Wanneer je kijkt naar een Boeddha, dan kom je tot de ontdekking dat hij zich vrij maakt van begeerte en angst. D.w.z. dat hij zich van de menselijke beperkingen vrijmaakt en zijn wezen beseft. Horen wij van de magiër, dan zien wij, dat hij zijn eigen werkelijkheid voor een ogenblik eenvoudig terzijde stelt en daarvoor het in hem levende (een persoonlijke werkelijkheid) via misschien algemeen geldende formules tot uiting brengt. Hij leeft in een andere wereld. En zodra je dit volledig doet, ontstaan krachten, die aan deze innerlijke wereld beantwoorden. En er kunnen geen nieuwe krachten ontstaan. Ze moeten dus voortvloeien uit datgene, wat in hem aanwezig is. Hier hebt u de essentie van hetgeen ik vanavond wil zeggen. Het is heel eenvoudig om alles in te delen in mooie regels. We kunnen gaan spreken over de stralen, de krachten. Maar we geven daarmede hoogstens een bepaalde harmonie, een bepaalde geaardheid aan. We geven echter nooit het wezen weer. Als je van een auto zegt welke kleur hij heeft, heb je nog niet bepaald wat voor een auto het is. Wanneer je van een mens zegt tot welke straal hij behoort, heb je nog niet gezegd wat voor een mens het is.

Dit moet u goed begrijpen. De uiterlijkheden, de vorm, dat is datgene, wat voor ons de wereld kenbaar maakt. Het bepaalt onze voorkeur, onze afkeur, onze innerlijke vermogens, zoals wij die gebruiken. Maar dat wil niet zeggen, dat we daardoor meer of minder zijn dan een ander. Integendeel. Wij worden allen gedreven door dezelfde kracht. We hebben althans theoretisch allen dezelfde mogelijkheden.

Wie zijn mogelijkheden voor zich beperkt ziet, beperkt ook zijn mogelijkheden, voor zover het zijn ervaren werkelijkheid betreft. Wil je dus het maximum bereiken, dan moet je nimmer spreken over mogelijkheden of onmogelijkheden. Dan is het enige met de volheid van je persoonlijkheid je manifesteren in datgene, wat je bereiken wilt. Dan bestaan er geen regels, dan bestaat er niets anders dan het denkbeeld. En het denkbeeld is een product van ons eigen leven. Maar dat leven komt weer voort uit God, Die het in stand houdt.

Een gevaarlijke stelling misschien, maar ze is toch niet zo gevaarlijk of ze is bruikbaar. Gevaarlijk is ze n.l. omdat ze de menselijke denkbeelden van ordening aantast. Maar is die menselijke ordening zoals ze geschapen is, is het menselijk concept van weten zoals dit op het ogenblik wel bestaat, wel reëel? Een groot gedeelte van de wereld leeft in een waan. Niet alleen een waan van maya-begoochelingen, die wereldvormen opbouwt, maar vooral de waan van de interpretatie.

Een van mijn collega’s, die ik hier gaarne citeer, zei eens: Een waan is het bv. dat Nederland een welvaartsstaat is, terwijl gelijktijdig de staat bijna aan een surseance van betaling toe is. Hiermee geeft hij de tegenstelling aan tussen de uiterlijkheid en de feiten. De mens maakt de dingen mooier en belangrijker dan ze zijn, omdat hem dat zo uitkomt. En hij is dan teleurgesteld, omdat de waarden zelf niet beantwoorden aan hetgeen hij verwacht.

Een jongeman had veel gelezen over de eerste kus. Over de ontroering, over de hemel die daarbij zou opengaan. En toen hij voor de eerste maal een onhandige poging waagde, was zijn reacties; Is dat nu alles? En dat is typisch de mens. De mens, die over de mogelijkheden van het leven zo ontzettend veel droomt, zich zo ontzettend veel verheeld, zich zo ontzettend veel voorstellingen maakt, die niet op feiten gebaseerd zijn, dat hij wanneer de werkelijkheid eenmaal komt teleurgesteld is en zegt: Is dit alles? En daarmede de werkelijke mogelijkheden en ook de werkelijke verdiensten, die in het Zijn voor hem bestaan, terzijde werpt.

Ik wil nu proberen om allereerst esoterisch de relatie met de werkelijkheid te definiëren. Ik zal daarna nog proberen dit vanuit magisch standpunt te doen. Esoterisch: Op het ogenblik dat ik meen een bezitsrecht te hebben, hetzij op kennis, op goddelijke leiding en hulp of dat ik door mijn verdienste iets ben, dan zal ik door de eisen die ik stel de werkelijkheid (datgene wat ik ben) verloochenen.

Ik ben deel van het Goddelijke. Besef ik wat ik ben, dan behoef ik mij niet bezig te houden met het Koninkrijk Gods. Dat is ín mij. Besef ik echter niet wat ik ben, maar tel ik mijn verdiensten op, dan kom ik tot een eis, die niet aan de werkelijkheid van het goddelijk Zijn beantwoordt. Ik zal dus het koninkrijk Gods niet verwerven. Ik zal steeds teleurgesteld worden in mijn verwachtingen van hemelrijk, van uitverkiezing en al wat er bij hoort.

De juiste benadering is gebaseerd op jezelf. Ik ben mijzelf. Wanneer ik geloof aan God als deel van mijzelf en wanneer ik tracht die God te zien in alle anderen, zal mijn erkenning van de innerlijke God mij bewust maken van de God in alle dingen en zullen de uitingen van alle dingen in mij erkend worden door de God, die in mij leeft. Er is geen verschil van wereld of sfeer. Er is slechts een erkenning.

De absolute erkenning sluit niet een stoffelijk bestaan uit, of een geestelijk bestaan, maar ze sluit wel uit de persoonlijke beleving in tegenstelling tot de wereld, die voor de meeste menselijke bewustwordingsfase kenmerkend is. Ware esoterie is dus een gevoel van verbondenheid, dat niet rationeel kan worden uitgedrukt, maar dat met zich brengt de erkenning van het wezen der dingen.

Ik zal proberen u een voorbeeld te geven: U hebt misschien wel eens gehoord van des idiots savants. Dat zijn de mensen, die eigenlijk idioot zijn behalve op een terrein. Ze zijn bv. zeer goede wiskundigen of rekenaars. En wat zij uit het hoofd presteren is voor een normaal en redelijk denkend mens onmogelijk. Het is soms mogelijk – dat geef ik graag toe – om dergelijke berekeningen en wijze van berekenen te imiteren door een grote geheugenoefening en het van buiten leren van een groot aantal getalsverhoudingen. Maar een idiot savant doet dit niet. En hij kan toch de relaties zien. Ik meen dat er zelfs een geval is geweest, waarbij paarden in staat bleken zeer ingewikkelde berekeningen te volbrengen. En dat was heus niet getrukeerd. Want je hebt dus geen menselijk verstand nodig om bepaalde relaties te zien.

Datzelfde zien wij bij bepaalde helderzienden. Of deze mensen helderziend zijn in de algemene opvatting van het woord is een vraag. Maar zij zien relaties, verhoudingen, mogelijkheden, waar iemand die daar verstandelijk mee probeert te werken niet aan toekomt. Je kunt het instinct noemen. Maar het is dan vreemd genoeg een instinct, dat juist functioneert tot het ogenblik, dat men probeert er een redelijke uitdrukking aan te geven, dat men een samenhang probeert te scheppen.

In de esoterie geldt precies hetzelfde. Wij zijn wat het goddelijke betreft eigenlijk ook half idiote geleerden. We weten veel over God. Maar op het ogenblik, dat wij die God verstandelijk benaderen, ontvlucht Hij ons. Dan wordt Hij een probleem. In onszelf beseft wordt Hij een relatie, een verhouding.

Het zal u duidelijk zijn dat de esotericus dus in de eerste plaats zijn instinctief gevoel van eenheid nodig heeft en niet de bewuste redenering. Dat de esoterie nimmer kan worden gebouwd op stellingen of vaste verhoudingen, maar dat zij alleen kan worden uitgedrukt in innerlijke gevoelens van contact en verbondenheid.

En wanneer wij dit gezegd hebben, dan moeten wij trachten om ook iets te zeggen over de magie: Wanneer ik een bepaalde kracht niet als aanwezig beschouw of aan haar aanwezigheid twijfel, dan zijn er twee mogelijkheden. Ik kom onverwacht met die kracht in aanraking en zij betekent voor mij een schok, een schade. Ofwel, ik passeer haar zonder gebruik van haar te maken. Zij is voor mij dus werkelijk niet aanwezig.

Wanneer ik in mijzelf die gevoelsmatige band met God erken, wanneer ik niet redeneer vanuit een werkelijkheid, maar leef vanuit die innerlijke gevoelswereld, dan zijn mijn formuleringen natuurlijk niet meer samenhangend. Mijn daden hebben niet deze logische, op menselijk besefte consequenties gebouwde samenhang. Maar zij zijn gericht op het wezen van mijzelf en op het wezen der dingen. Zo bouw ik mij uit het erkende wezen der dingen a.h.w. een harmonie, een soort geestelijke machine. En deze geestelijke harmonie, optredend als een kracht maakt het mij mogelijk te bereiken wat anders onbereikbaar is.

De mens heeft altijd een rationalisatie bij de hand, dat weten we. Maar waarom moet ik in de magie rationaliseren? Is het werkelijk zo belangrijk dat ik weet, waarom op een bepaalde wijze wel en op een andere wijze niet geestelijk genezen kan worden door mij en waarom een ander het anders doet? Is niet het enig belangrijke of er sprake is van een werkelijke genezing of niet? Is het belangrijk of de geest, die ik oproep, nu de geest van Jansen is of de geest van Pietersen, wanneer de opdracht die ik aan die geest geef wordt uitgevoerd? Is het zelfs iets belangrijk, of Jansen of Pietersen een gedachtebeeld van mij zal zijn of een werkelijkheid?

De resultaten, de kenbare resultaten. zijn de basis, waarop je beseffen moogt. De beredenering is alleen een verklaring van de feiten. En die verklaring gaat juist aan vele krachten voorbij. Daarom zou ik voor de magie de volgende regels mogen stellen:

  1. In het besef van de kracht die in je woont moet je aanvaarden, dat je doel zonder  meer bereikbaar is. Tracht niet te verklaren waarom.
  1. Zoek deze kracht waarmee je bereiken wilt overal rond je. Omring je met alle waarden, voorwerpen of krachten, die daarmee harmonisch zijn, die ditzelfde tot uitdrukking brengen. In deze harmonie is het voldoende je doel te erkennen. De erkenning van het doel binnen de harmonie betekent het ingrijpen van de goddelijke krachten van deze harmonie en de vervulling van het doel, zover als dit binnen de harmonie mogelijk is. (misschien een beetje vervelend en ingewikkeld maar ik zou zeggen; het is bruikbaar. ) Waarom zouden wij allerhande vreemde dingen gaan doen? Waarom bv. dansen? Toch is het dansen voor God een oude mode, die nog steeds bestaat. Waarom voortdurend bepaalde gebeden herhalen? Waarom incanteren? Of waarom mediteren over bepaalde ideeën of voorwerpen?

Het is eigenlijk eenvoudig genoeg. In ons is de verbinding met God aanwezig. Deze verbinding wordt over het algemeen verbroken door ons eigen bewustzijn, door de beredenering en de waan, die wij stellen tussen een goddelijke werkelijkheid en ons eigen bestaan. Wanneer wij bv. hetzij door uitputting, hetzij door een roes, hetzij door bepaalde vergiftigingsverschijnselen ons ontdoen van. de remmingen, die uit onze waan voortkomen, ontstaat een erkenning van onze werkelijkheid. De erkenning van die werkelijkheid is een contact met het Goddelijke. En daarbij is het helemaal niet belangrijk, of je dit nu doet. vasten en mediteren en nachten lang voor een altaar liggen in de kruishouding, of dat je mescaline gebruikt of misschien zelfs minimale dosis L.S.D. Dat maakt geen verschil uit.

De mens denkt dat het ligt in de methode. Maar de methode is niet belangrijk. Het resultaat is belangrijk. En het resultaat wordt belangrijker, naarmate de erkenning van je werkelijk ik en de erkenning van de goddelijke kracht groter wordt. Dat daarmede gelijktijdig veel wetten teloor gaan en dat dingen, die geen wet waren voor jou, ineens zwaar gaan tellen, is niet te voorkomen. Want de ontwikkelingsgang van de mens is – zoals u wel zult beseffen – niet beperkt tot één leven of het bestaan in één soort wereld.

Je hebt voor jezelf een aantal begrippen, die onaangenaam, onaanvaardbaar zijn. In de menselijke psyche zien wij dit als een onderdrukken van bepaalde erkenningen, zelfs een soort Oost-Indische doofheid of een selectieve blindheid. In de geest kennen wij precies hetzelfde. Doordat wij deze dingen niet willen en niet kunnen aanvaarden zoals ze zijn, ontwijken we ze.

Zij brengen. ons in contact met het begrip verdienste en schuld, dat wij ook in verbinding met het Goddelijke voor onszelf nog moeten hanteren. Wij zijn nl. niet in staat om alles gelijktijdig als waar te aanvaarden. Een onwaarheid kan binnen het Goddelijke niet bestaan. Daarom ontkennen wij voorlopig een deel van de goddelijke werkelijkheid, zoals ze in ons leeft.

Ga je van daaruit verder, dan blijkt dus dat op den duur een erkenning (deel na deel) mogelijk is en daarmede dus de meer volledige beleving van de goddelijke werkelijkheid, zoals zij in je bestaat. Maar dan strand je weer op het begrip tijd.

Tijd is magisch en esoterisch eigenlijk een niet bestaande factor. Zij is menselijk aanwezig. Ze kan worden beschouwd als – om de bekende definitie te geven – een voortdurende opeenvolging van momenten, waarbij elk moment het minimale tijdsdeel is, waarbinnen een ervaringsmogelijkheid voor de mens bestaat en waarbij de aaneensluiting van deze momenten zodanig is, dat voor de mens een continuïteit van ervaren mogelijk is. Dat is tijd. M.a.w. een bewustzijnskwestie. Een persoonlijke interpretatie. Een waarderingskwestie.

Wanneer het bewustzijn verandert, verandert de tijd. M.a.w. datgene, wat wij als tijd interpreteren, is ongetwijfeld een waarde, die eerder in ons is gelegen en die ongetwijfeld te maken heeft met de goddelijke kracht, zoals ze geopenbaard wordt in de natuur.

In de esoterie is de tijd onbelangrijk, omdat de innerlijke wereld niet afhankelijk is van de uiterlijke impuls, van het waarnemingsmoment, maar slechts van de opeenvolging van erkenningen, die in het ik mogelijk zijn. Die frequentie is aanmerkelijk veel groter. En wij kunnen aannemen, dat wanneer wij de snelheid van een zenuwsignaal stellen op 200 m. per sec, de snelheid van het denken, van de denkreactie op zichzelf, dicht ligt bij de 300.000 km. per sec. En dat is een groot verschil. Door het wegvallen van de waarnemingsnoodzaak krijgen wij dus reeds een deining van tijd. Indien wij in staat zijn het tijdsbesef (dus de normatieve begrenzing van ons bewustzijn) in onszelf terzijde te stellen, zullen wij zelfs lichamelijk van het maximum van onze mogelijkheden gebruik kunnen maken. En dat wil zeggen dat vergeleken bij het normale verloop der dingen de tijdswaarde dus praktisch oneindig wordt. We kunnen in één moment oneindig veel overzien. Aan de andere kant kunnen wij zolang stil blijven staan bij een ervaren, dat op aarde uren en misschien zelfs weken voorbijgaan.

Als de tijd in onszelf niet werkzaam is en dat is dus weer een belangrijke conclusie dan zal het ook mogelijk moeten zijn om alles, wat op geestelijke werking en erkenningen en harmonie berust en niet op stoffelijke erkenning en reflex, eveneens in dit schijnbaar tijdloze te doen geschieden. De geestelijke processen kunnen zich binnen het ik afspelen in een zo hoog tempo, dat een tiende seconde voldoende is voor het volbrengen van een geestelijke taak, die als zij formeel wordt uitgevoerd of ritueel wordt uitgebeeld misschien tien dagen vergt.

U moet daarbij wederom rekening houden. met het feit, dat tijd voor een groot gedeelte iets is, wat voortkomt uit het menselijk besef. Er is geen innerlijke tijdslimiet. Je kunt dus in jezelf de oneindigheid beleven. Je kunt zoveel van de oneindigheid beleven in een kort moment, dat je daarin misschien 10 maal je eigen leven en dat van anderen, met jou harmonisch, kunt overzien. Het is niet alleen helderziendheid in tijd, het is het besef van het wezen der dingen.

Dit houdt ook in, dat wat wij zien als opeenvolgende momenten, in feite vaak parallelle momenten kunnen zijn. D.w.z. waarden, die gelijktijdig bestaan. En ook dit is de moeite waard om eens over na te denken. Want wanneer ik zondig en ik herstel mijn zonde, ik boet mijn schuld uit, dan is dit heel vaak niet een oorzaak en gevolg werking, die dus achter elkaar ligt, maar het is een compensatiewerking (wet van evenwicht), waarbij de waarden in feite naast elkaar liggen.

Wanneer ik dus verder ga, dan zou ik kunnen zeggen het herstellen van een evenwicht is niet zozeer de zaak van het uitboeten van een schuld of het opnemen van een verdienste, maar in vele gevallen het scheppen van een evenwicht tussen het voor mij in mijn bewustzijn positieve en het voor mij negatieve op een zodanige wijze, dat beide elkander opheffen en ik dus weer in staat ben om onbevangen en niet tevoren gericht mijn beseffen van wereld en God voort te zetten.

Er zijn onnoemelijk veel mogelijkheden, dat begrijpt u wel en ik kan ze hier niet alle aanstippen. Maar die menselijke psyche, die menselijke geest, dat menselijk verstand, bewustzijn en onderbewustzijn tezamen, zijn voor een groot gedeelte de grenzen van ons leven, die wijzelf opbouwen. Hoe meer wij deze grenzen baseren op de werkelijkheid, dus in harmonie met al hetgeen werkelijk bestaat, hoe gemakkelijker wij ondanks de beperking van ons eigen wezen binnen het Goddelijke de totaliteit van het Goddelijke zullen kunnen aanvaarden en zelfs ervaren.

Hoe meer wij ons bezighouden met de illusie, met de waan, met de wet, met de beperking, hoe meer wij gericht zullen worden op onszelf en hoe kleiner de mogelijkheid om het Goddelijke te bereiken. Er zijn dingen die de mens schept. Het Oneindige schiep het Zijn. En in het Zijnde was de mens en hij schiep God. En God geschapen hebbende, voelde hij zich schuldig en hij schiep de duivel. En toen hij beiden geschapen had en zich een slachtoffer voelde van de krachten, die hij had voortgebracht, schiep hij zich een verlosser.

O ja, ik weet het, dat mag niet gezegd worden. Maar ik heb het hier niet over de feiten en niet over Jezus of over andere dingen, maar ik heb het hier over dat innerlijk leven van de mens. U hebt allemaal een bliksemafleidertje, een persoonlijke verlosser. Datgene, wat u zich ontzegt, terwijl het helemaal niet nodig is. Of datgene wat u voor een ander doet (u moest eens weten hoe die anderen soms lijden onder de manier, waarop u het doet.) Dat is uw verlosser. Dat is uw idee: Als ik dat maar volhoud, ben ik gered.

En zo hebt u zichzelf een beeld gemaakt van God. U aanvaardt niet de werkelijkheid, dat het Zijnde een eeuwig pulserend iets is. U hebt behoefte aan een bepaald soort god. Aan een bepaalde vorm. En of u die nu Comte de St. Germain noemt of dat u het Jezus noemt of apostel of meester, het is een god die u schept. U maakt daarvan God. U beperkt de zaak.

En wanneer u dus weet dat u schuldig bent, dan moet er iets zijn wat voor u, de duivel is. De een noemt het karma, de verklaring van alles waartegen hij zich niet wenst te verzetten, of waartegen hij zich niet kan verzetten en dat hij toch kwaad noemt. En de ander noemt het misschien werkelijk de duivel. Of hij zegt het is het noodlot. Hij noemt het de straf voor zijn zonde of de beproeving van God, die hem liefheeft. Dat is de duivel, die hij schept.

Als wij de feiten bekijken, is het eigenlijk heel eenvoudig. Wanneer wij een gevormde en geformuleerde God nodig hebben, dan. is dit, omdat wij zonder die God ons eigen bestaan niet kunnen aanvaarden. Omdat wij ergens in het bestaan falen.  Wanneer wij bang zijn voor het duister, voor een demon, voor een duivel, dan is dat niet omdat er een duivel kan bestaan maar dan is dat omdat wij in onszelf tekortkomingen voelen, die wij maar liever buiten onszelf stellen.

Wanneer wij zweren bij het alleenzaligmakend systeem, of de enige ware leer, dan doen wij dat niet. omdat die leer waar is, of omdat het systeem goed is. Maar dan doen wij dit om ons te onderscheiden van anderen en zo een waarde te vinden voor onszelf, die wij innerlijk weten te ontberen.

Natuurlijk, het is niet prettig als je die dingen zegt. Maar ze zijn waar. En toch is God een werkelijkheid. Alleen is die God niet te definiëren. Die God is de totaliteit. Ik kan tegen u zeggen: Hier, kijk naar mijn pink. Dat is God. En dat is waar. Zonder God zou dat niet bestaan. En ik kan zeggen: Ik houd van lekker eten, dus is het Gods wil dat ik lekker zal eten. Dus is het lekker een van de geboden Gods. Dat kan ik doen. Alleen ik behoef het niet te doen, ik eet toch wel lekker zonder dat. Dat doet een ander ook, als hij de kans krijgt.

Maar als er nu iets is, wat een ander misschien verkeerd vindt of waar een ander geen zin in heeft, dan zeg ik; het is Gods gebod. En dan vergeet ik, dat wat voor mij waar is, voor een ander niet waar is. Ik kan zeggen Eet meer slagroom, want dat is Gods wil. Omdat je van slagroom een beetje gezonder wordt, een beetje dikker. Maar het kan iemand zijn, die juist moet afvallen, die al te dik is. Voor hem is het de duivel. Het kan iemand zijn, die suikerziek is en de daarin aanwezige suiker niet verwerken kan. Die er ziek van wordt. Daarom is er geen vaste wet.

In de esoterie is alles te baseren op een vaste menselijke wet, al noem je die 1000 x door God gegeven, dus dwaas. In de menselijke samenleving kun je ze aanvaarden. Daar is niets aan te doen. In de menselijke samenleving bestaan zoveel illusies, dat je ze niet eenvoudig, verwerpen kunt. Maar je moet beseffen dat het illusies zijn. Maar voor jezelf is er geen wet. Elk systeem dat je gebruikt is alleen maar een hulpmiddel.

Dat is geen waarheid, dat is alleen maar een uitdrukking geven aan iets, wat je anders misschien niet durft te beleven of te verklanken. Maar de waarheid is je beleven, je innerlijk weten. Het gekke is, dat u als mens vooral – wanneer u nog niet geconfronteerd bent met de ouderdom – altijd denkt, dat u onsterfelijk bent. Een ander kan sterven, maar u niet. U voelt de waarheid van het onsterfelijk zijn aan, maar u wilt het interpreteren in het leven. En anderen gaan zich zozeer met de stof vereenzelvigen, dat ze denken dat de dood op elk punt staat te wachten. En dat is even dwaas. Begrijpt u wat ik bedoel?

Leven is een toestand. Zolang die gevoelswaarde van leven aanwezig is, is er een zeker bewustzijn, is er bestaan. Dat bestaan is onuitblusbaar. Het is met magie precies hetzelfde. Magie is kolder en onzin. Maar dat is wetenschap ook. Dat is geloof ook. Het is een poging om iets weer te geven, wat ín de mens moet bestaan. En het is dus voor de mens de rationalisatie van zijn waarneming en van de feiten. Maar die is altijd onvolledig. Ze is altijd ergens eenzijdig. Maar we hebben ze nodig.

Doch wanneer wij werkelijk magie willen bedrijven, dan zullen wij dat moeten doen met onze innerlijke kracht. Dan zullen we eerst die innerlijke wereld, die harmonie met de wereld buiten ons, moeten erkennen. En dan kunnen wij verdergaan. En dan kan er inderdaad worden gezegd: Wij allen zijn stralen van één en hetzelfde Licht. Wij allen zijn uitingen van één en dezelfde Kracht, gedachten van één en dezelfde Denken. En wij vervullen bewust of onbewust slechts datgene, wat in het geheel aanwezig is. Wij maken waar voor onszelf, wat reeds is. En daarom is dat voor ons niets onmogelijk buiten datgene, waarvan wij de onmogelijkheid zelf stellen.

Dat, vrienden, is een les die u misschien vervelend vindt en reeds meermalen hebt gehoord. Maar het is een les, die ik deze laatste bijeenkomst toch nog eens meende te mogen herhalen. Wanneer wij niet in staat zijn deze onbeperkte Godheid te erkennen en onszelf te erkennen als daarmee verbonden, zonder dat wij daaraan een conditie verbinden, zullen wij nooit de innerlijke werkelijkheid vinden.

Wanneer wij niet bereid zijn de eenheid en de harmonie met alle krachten en alle mogelijkheden in onszelf te veronderstellen, zullen wij nooit het magisch resultaat kunnen verkrijgen, dat wij nastreven. En wanneer wij niet beseffen dat alle woorden, die worden gesproken, slechts een poging zijn om het werkelijk gebied van de gedachte te begrenzen, maar er nimmer een weergave van zijn, dan zullen wij nooit kunnen doordringen in de essentie van hetgeen er gezegd wordt. Want veel wat je zegt, kan niet met woorden worden uitgedrukt. Dat was ook bij mij bij deze bijeenkomst het geval.

Hiermee heb ik mijn onderwerp beëindigd en dank ik u voor uw aandacht.

0-0-0-0-0-0-0-0

 Wanneer ik hier op deze bijeenkomst verschijn om het woord tot u te richten, zo hoop ik dat u dit wilt beschouwen als een privé onderneming.

Wij zitten op het ogenblik bij onze Raad in de laatste fasen van overweging. Het is altijd moeilijk om een programma samen te stellen. En dan is het misschien wel een keer goed om je te distantiëren en eens met anderen te praten, desnoods over iets anders.

De kern van onze problemen wil ik u dan ook maar niet voorleggen. Dat zou ons te ver voeren en ons brengen op het terrein van stromingen in het menselijk bewustzijn en zelfs wereldpolitiek en economie. Zeer vermoeiende onderwerpen Het lijkt mij beter, wanneer wij op deze avond gezamenlijk eens wat babbelen over de achtergrond van leven en werken, zoals wij dit doen.

Het zal u duidelijk zijn, dat er van een werkelijke rangorde eigenlijk nooit sprake kan zijn, Een rangorde is iets, dat voor de buitenstaander aanwezig is. Maar wanneer 5 specialisten samenwerken, dan zal altijd degene, die de beste specialist is, bij een betreffende operatie de leiding krijgen. Dat wil niet zeggen, dat de anderen binnen het kader van hun kundigheid ook niet wat zeggen. Het wil alleen zeggen, dat de leider dus altijd de meest geschikte persoon is.

Zo is het eigenlijk niet alleen met onze Broederschap. Zo is het eigenlijk in de hele kosmos. De verantwoordelijkheid die je op je laadt, wanneer je het eigen wezen en bewustzijn van een ander uitschakelt, is dan ook betrekkelijk groot. Een samenwerking, een wederkerige erkenning is noodzakelijk om tot resultaten te komen, onverschillig wat je doet. Zodra je gaat domineren en een ander dus aan je onderwerpt, ben je aansprakelijk voor al hetgeen je die ander laat doen.

En dat wil zeggen, dat de gevolgen ervan in die mens en door die mens (of in die geest en door die geest) voor jouw rekening komen. Maar ja, ik dwaal toch weer af in de richting van onze problemen en dat is niet mijn bedoeling.

De kern van ons streven en leven is natuurlijk God. God, zoals je Hem ziet, zoals je Hem beleeft. En een God zien en een God beleven is eigenlijk zeer persoonlijk.

Wanneer wij spreken over het Licht, dat met ons is en dat op ons neerdaalt, dan geven wij daarmee alleen al een innerlijke toestand aan, die voor een ieder verschillend kan zijn, maar waarin wij toch, een verbondenheid gevoelen, omdat ongeacht de verschillende ervaringen wij beseffen, dat de bron van de ervaring dezelfde is.

Het is vaak zeer moeilijk om je dit als mens voor te stellen. En wanneer een harmonie wordt uitgebreid vanuit die Gods-erkenning naar bepaalde entiteiten (als een aardgeest, een heer der wereld of een zonnegeest), dan klinkt dit voor een mens als ongelooflijk. Maar waarom eigenlijk?

Als je leeft dan moet dat leven toch een erkenning zijn van het bestaan. Op het ogenblik dat je dat bestaan gaat afwijzen of verwerpen, kom je niet verder. Je mag niet gaan redeneren vanuit het standpunt, dat sommige dingen nu eenmaal verwerpelijk zijn of onmogelijk. Je moet erkennen dat elk bestaand ding, elke bestaande mogelijkheid zin heeft, een eigen waarde bezit, een eigen kracht, een eigen harmonie. En dan moet jij in staat zijn daaruit die harmonie en dat geluk te putten.

Ik geef graag toe, dat dit erg moeilijk is, vooral in het begin. Maar je bent niet geschapen om te lijden, je bent geschapen voor de vreugde. De vreugde van het Goddelijke bestaat echter voor jou pas werkelijk, wanneer je dus niet de erkenning van die vreugde onderwerpt aan condities buiten jezelf. Niet wat een ander doet, maar wat ik doe, niet wat een ander is, maar wat ik ben moet de bron zijn van mijn vreugde.

Ik kan mijzelf niet verloochenen, ik ken mijzelf misschien niet veranderen. Dat is ook niet belangrijk. Maar dan moet ik eerst leren in mijzelf harmonisch te zijn, te aanvaarden wat ik ben en daarmede te werken. Doe ik dat, dan blijkt dat ik een zeker specialisme ontwikkel.

Elke mens heeft een eigen benadering van het bestaan. Elke geest precies hetzelfde, hoog of laag. Maar die benadering is gelijktijdig, de erkenning van een bepaald facet van God. En daarmee is het de beheersing tot op zekere hoogte van velerlei sferen, de erkenning van velerlei mogelijkheden. Je kunt voorzien wat de wereld gaat doen in 1000 jaren, maar je kunt ook weten welke entiteiten nu nog onbewust dan ontplooid zullen zijn in bv. een sfeer van gouden licht. Je kunt zien welke mens een keuze, een bepaalde keuze zal doen, wanneer hij staat voor de 7 poorten van incarnatie. Dat is geen wetenschap, maar dat is een vorm van harmonie. En dan, dit erkennen, dit aanvaarden en er gelukkig mee zijn, dat is eigenlijk het hele probleem.

We hebben nu maandenlang – en dat is werkelijk voor ons heel lang – vergaderd. We hebben gesproken, we hebben geprobeerd een inzicht te krijgen in de manier, waarop we de problemen op aarde kunnen opvangen. En nu denkt u misschien dat dit een zorg is. Neen. Op zichzelf is dat ook een vreugde. Het is een vreugde, omdat wij weten, dat wanneer de beslissing gevallen is, wanneer wij eenmaal hebben uitgemaakt dat er iets gebeuren gaat, dat we iets gaan doen dat het waar wordt. Er is geen afstand tussen beraad en daad voor ons. En daarom is dit alles een vreugde. Geen worsteling, maar een vreugde.

U leeft in een wereld, die nogal moeilijk is, waarin de mensen het erg moeilijk hebben. Een wereld, waarin lonen en prijzen in beweging zijn, zoals dat wordt uitgedrukt. Een wereld, waarin de jonge mensen opstandig zijn tegen de ouderen en deze keer het eens gewelddadig laten zien al is dat vroeger ook geweest. Een wereld, waarin men staatkundig en godsdienstig in de war is. En de mensen zijn bang. De mensen zijn onevenwichtig. De mensen zoeken een houvast en ze vinden het niet meer. De mensen luisteren wel, maar ze verstaan niet meer.

Nu doe ik wat ik kan. En omdat ik daarmee mijzelf vervul, kan ik er toch nog gelukkig in zijn.

Maar voor u, mijne vrienden, zal in die komende tijd toch wel bijzonder gelden, dat u het bij uzelf moet zoeken en niet ergens anders. Want zolang u vanuit uzelf de blijdschap kunt blijven behouden, en als u – wanneer het onvermijdelijke gebeurt – waarin ook nog weer een zekere vreugde, een zekere vrede kunt vinden en niet een verzet, dan komt u vanzelf boven het gebeuren te staan. Het gebeurt nog wel, maar je bent er niet bang voor. Het vindt plaats, maar het is niet meer een verwarring. Het is a.h.w. een te voren overzien van zetten als in een schaakpartij, waarbij je berekeningen misschien niet helemaal uitkomen, maar de uitdaging op zichzelf om het juiste antwoord te vinden een vreugde is, een verzinking. Dat, dat zoudt u moeten leren.

Want onder ons gezegd en gezwegen, de besluiten t.a.v. het volgende jaar (u hebt er misschien iets van gehoord) zijn nu niet direct – hoe moet ik het zeggen – geruststellend voor de mens, die aan uiterlijkheden hangt. Maar is de uiterlijkheid zo belangrijk?

Je kunt het misschien heel eenvoudig zeggen: Geluk in deze tijd bestaat uit het vermogen uit alles het beste te maken, steeds te volstaan met het minimum noodzakelijke en steeds bereid te zijn om dat minimum met anderen te delen. Dat is de kern van geluk voor deze tijd.

De wereld weet het nog niet, maar er zullen toch steeds meer mensen moeten ontwaken tot dit begrip. Hoe meer je te verliezen hebt, hoe erger je lijdt in het leven. Hoe meer je vast zit aan je eigen aanzien bv., hoe moeilijker het wordt in het leven en hoe minder er tijd is voor de vreugde. En het is die vreugde, de blijdschap van het bestaan, die het meest noodzakelijk is.

Wanneer er zo dadelijk in die Vietnam-kwestie een ommekeer komt, zal het er een ogenblikje heel vervelend uitzien. Over een paar maandjes al. En ja, het staat nog niet helemaal vast wat we dan zullen doen. Dat we iets zullen doen, dat hebben we wel uitgemaakt. Maar het is hier n.l. de moeilijke kwestie van een ingrijpen in China, waarmee we dus in China zelf enorme problemen krijgen, die niet makkelijk op te lossen zijn. Of een ingrijpen in de U.S.A., waar een compensatie veel gemakkelijker te vinden is. Maar goed, dat terzijde.

Wanneer dat zo gebeurt, dan voelt u zich misschien bewogen door medelijden met al die arme mensen en dan verzet u zich tegen de onmenselijkheid. Ik wil niet zeggen dat u ongelijk hebt. Maar ik geloof dat het toch veel belangrijker is, dat je hier mens bent, dat je hier de blijheid kent. Blijheid ligt in het vermogen om te geven.

Een geest, die zoveel licht heeft dat ze dat licht kan geven aan een ander, vergroot haar eigen licht en haar eigen vreugde met al wat ze wegschenkt. Een mens, die weinig heeft misschien, maar die dat weinige kan delen met anderen, wordt daardoor vreugdiger. Een mens, die misschien niet veel wijsheid heeft, maar toch een handje kan toesteken als een ander hulp nodig heeft, is veel gelukkiger dan een wijze, die niet weet hoe hij zijn wijsheid moet overdragen aan anderen.

Het is het contact, het is de communicatie, die zo belangrijk is. En dat kunnen wij alleen krijgen, wanneer wij vanuit ons zelf gaan naar de wereld. Zodra we verwachten dat de wereld naar ons toekomt, zijn we ongelukkig, zijn we disharmonisch. Dan zal die complexe reeks van gebeurtenissen, die de komende drie jaren omvat, absoluut voor de mens een wanhoop, een ergernis en een angst inhouden. Wanneer hij vanuit zich naar de wereld gaat, dan ziet hij het goede ontstaan. Dan vindt hij een steeds grotere zekerheid in plaats van een verlies.

Dat zijn dingen, waar je natuurlijk over denkt. En dan lijkt het wel eens, of we onmenselijk zijn. Want menselijk lijden lijkt misschien niet zo belangrijk. Maar het meeste menselijke lijden komt voort uit de mens. Het is een essentieel deel a.h.w. van de beperkingen van het huidig mens-zijn. Dat kunnen wij niet wegnemen. Zouden we het teveel verzachten, de patiënt zou in verdoving ontslapen. De pijn is noodzakelijk, omdat alleen op die manier het levensproces, het bewustwordingsproces aan de gang blijft.

En misschien vraagt men, ons wel eens, waarom we dan niet meer mensen inwijden. Maar als je ingewijd wilt worden, dan vergeet je één ding. Een inwijding bestaat niet uit leren, maar uit begrijpen. En je kunt dus eigenlijk iemand pas inwijden, wanneer hij zichzelf ingewijd heeft. Dan kun je hem duidelijk maken dat hij niet alleen staat.

Dat zijn allemaal problemen. En wanneer ik dus vanuit die Raad en wat we daar dan doen, probeer terug te kijken naar u en uw eigen groep, dan vraag ik mij eigenlijk af: Mensen, hebben jullie wel vertrouwen? U bekijkt de zaak zo eigenaardig. Er zijn er hier een paar, die problemen hebben, die erg acuut zijn. Problemen, die zichzelf oplossen in een heel korte tijd. Nog 5 maanden en dan zijn er 3 van de dringende problemen die ik hier zie, volledig opgelost. En de 2 andere problemen zien er dan heel anders uit. Dus het is niet zo ontzettend dringend en zo erg als jullie denken. Het is niet zo hopeloos. Maar je moet eerst vertrouwen hebben. De mensen hebben geen vertrouwen meer. Ze hebben geen vertrouwen in elkaar. Ze hebben geen vertrouwen in God. Ze hebben een beperkt vertrouwen in het onzichtbare, maar ook maar heel beperkt. Ze hebben geen vertrouwen in hun instanties, in hun regeringen. Ze hebben geen vertrouwen uiteindelijk in de wetenschap. Ze hebben nergens vertrouwen in. En ze vertrouwen zichzelf niet.

Maar als je nu niets vertrouwt, als je niet begrijpt dat je de zaak nooit kunt forceren, dat je nu eenmaal onder natuurlijke condities aardbeien niet tot rijpheid kunt brengen in januari (tenminste hier in Nederland), dan zul je altijd ongelukkig zijn. Dan zul je disharmonisch zijn. Dan zul je door je eigen levenshouding de moeilijkheden nog sterker op je laten afkomen. En wanneer je meent, dat je met je eigen geestelijke rijkdom een bepaalde eis aan de wereld moogt stellen, ben je dan eigenlijk ook niet erg wantrouwend, zodat je meent te moeten eisen?

Besta gewoon eens. Besta in vertrouwen. Doe wat noodzakelijk is. Maar doe het nimmer omdat je eisen stelt, maar doodgewoon omdat het niet anders kan, omdat het zo is.

Vraag nooit iets van de ander of van het andere. Geef uit jezelf wat je bent. Dan zal het misschien nog wel eens een zeer moeilijk zijn, omdat een mens die absoluut geen eisen stelt haast niet bestaat. Maar je zult zien dat het leven een andere kleur krijgt.

De wisselende invloeden van de komende tijd brengen, natuurlijk heel wat oproer, heel wat uitbarstingen. Uitbarstingen in uw eigen omgeving, ruzies, verwijderingen, geschillen, teleurstellingen. Dit zit er allemaal in. En op de wereld zelfs het ontwikkelen van allerhande problemen, die dan misschien zo in het tweede kwartaal van 1967 pas tot uiting komen. Dat is allemaal heel gewoon.

Maar nu is de vraag alleen: Wat zullen de mensen nu doen? Als die problemen er nu zijn, blijf je dan zonder nu direct optimist te zijn en zonder de problemen weg te praten, toch vertrouwen dat het goed is, dat het zin heeft? Blijf je dan toch vertrouwen in jezelf en in de wereld? Blijf je dan toch vertrouwen, dat die medemens ergens toch ook het goede heeft? Als je dat kunt, zijn wij niet nodig. Dan is alles wat die Raad doet, overbodig. Dan kunnen we volstaan met onze vreugde met u te delen.

Het is juist dat de mensen het niet kunnen. Dat ze eigenlijk vol wantrouwen staan. Een wantrouwen dat zover gaat, dat je je wel eens afvraagt: Waarom praat men bv. in deze wereld zo vaak over hoge meesters?

Jezus was een mens met de mensen. Zeker, hij was bewust God dat is waar. Maar hij was mens met de mensen. Hij was niet meer dan zij. Hij trad zelfs op als de dienaar van zijn eigen apostelen. U kunt het nalezen. En wanneer een geest hoog is, dan is die geest hoog in zichzelf. Maar juist daardoor één met de anderen. Naar het hoge kun je niet opkijken, daar kun je alleen mee leven.

Er kan geen sterke man zijn, die de problemen van de wereld oplost. En er kan geen grote geest komen, die de geestelijke moeilijkheden wegbezemt. Er kan alleen een hoog bewustzijn bestaan, dat zich met de anderen wil delen op hun niveau.

U vindt misschien dat ik te veel praat. U had misschien van mij iets plechtigs verwacht. Maar is dit eigenlijk niet essentieel? Is dit niet het eerst belangrijke feit? De Broederschap staat niet boven de mensheid, ook al heeft ze misschien mogelijkheden, die een gewoon mens niet heeft. Ze moet deel zijn met die mensheid, wil zij zin hebben van bestaan.

Alles wat boven ons ligt in de hoogste werelden, dat kan daarboven mooi en goed zijn, maar het heeft geen zin, tenzij het met zich de waarde van zijn eigen wereld tot het niveau van de mens afdaalt. Eenheid, harmonie, dat is tenslotte elkaar erkennen op elkanders niveau. En dan bepalen: Is hier harmonie voor mij mogelijk of niet? En dan voor jezelf zeggen: Is hier voor mij vreugde? Is er geen vreugde in, vraag je dan af: Wat moet ik doen om die vreugde terug te vinden?

Want alleen mens, die gelukkig is, heeft contact met het hoge, met het goede. Een mens, die gelukkig is, heeft een zekere harmonie, waardoor hij misschien aan de harde werkelijkheid van de mens wat ontvreemd is, maar waardoor hij in zichzelf de werkelijkheid kent en beleeft.

En dat is een werkelijkheid, die niet verandert. Ik zal u niet lang meer bezighouden. Mijn speelkwartier is bijna voorbij en ik zal zo dadelijk weer mij moeten bezighouden met andere problemen. Maar toch, nu ik zo hier met u praat, ik zeg nogmaals; het is persoonlijk. Ik zit hier niet als lid van een groot genootschap of namens het genootschap. Ik zit hier als iemand, die probeert nog mens te zijn met de mensen. Vrienden, wanneer wij bidden tot God, bidden wij dan eigenlijk wel werkelijk tot God? Want ik vind bidden een erg belangrijk ding. Kunnen wij nu werkelijk zeggen: God, je bent er? Of kunnen wij dat je zelfs weglaten en onszelf een ogenblik erkennen en zeggen. God is er. En als dan rond ons al het andere komt, de verwarde geest uit het duister, de aardgebondene, de mens in zijn zorgen, de niet goed georiënteerde mens, toch zeggen God is er. En uit die God erkennen. Dat is gebed.

Gebed is niet de bedelpartij of zelfs maar het dank je. Waar gebed is het besef God is er. God is er, hier zoals overal. Wij zijn hier niet alleen. God is er. En dan kunnen wij zo dadelijk praten over alles wat belangrijk is. Maar God is er.

Zodra je dit beseft, zodra je die kracht kent, dan wordt in je het weten wakker, dat noodzakelijk is. Dan wordt in je de kracht wakker, die nodig is. Dan wordt in je de verbondenheid kenbaar, die moet bestaan.

God is er. En dat zeg ik. Dat zeg ik, die aanwezig ben steeds weer, op bijeenkomsten, waar het licht uit de hoogste werelden kenbaar wordt. Ja, laat ik het toegeven, soms heb je de behoefte om het buiten je te kennen.

God is er. Zeker. Maar soms zou je die God eens willen beleven als iets anders, waaraan je je kunt overgeven. En dan beleef je God buiten jezelf. Maar als het dan voorbij is, dan voel je God in jezelf.

Uitstorting van kracht is schitterend. Het is een altijd gelijk mirakel, dat altijd nieuw is. Het is een wonder. Maar als het voorbij is, als de vertoning is afgelopen, dan begint de werkelijkheid pas. Dan is het licht in je. En dat is de echte Wessac, als ik het zo maar eens mag zeggen. Dat is de echte beleving.

Ik zou het u willen zeggen, maar ik weet niet of ik het eruit kan krijgen, of ik het duidelijk kan maken. We hebben behoefte aan een God buiten ons en soms zien wij Zijn tekenen. We hebben misschien behoefte als mens aan de geest buiten ons en soms merken wij er wat van. Maar de werkelijkheid ligt eerst in onszelf. En als we die werkelijkheid in onszelf hebben, dan wordt ze wel kenbaar. Maar dan is dat altijd alleen maar weer de stimulans voor die innerlijke erkenning.

En wat dat betreft hebt u dezelfde mogelijkheid, die ik heb. Dezelfde mogelijkheid, die wij allemaal hebben. Van de hoogste geest, die doolt aan de grens van een werkelijkheid, waarin alle dingen een zijn, tot het eenvoudigste wezen toe. Dat leeft in ons als mogelijkheid. En als wij die mogelijkheid waar maken, dan is onze taak en onze hiërarchie alleen maar een vorm, een taal, waarin we de innerlijke waarde uitdrukken.

Ik hoop, dat u daar eens over denken wilt. En dat u wilt proberen om die levende, werkelijke God, die in je is, die God, die schepping waarvan je deel bent, om die niet alleen buiten je te zoeken, maar om ze te zijn.

Dat proberen wij te doen. Probeert ook u dat te doen. Want al spreek ik voor mijzelf, ik spreek uit ervaring: Dan wordt het mogelijk om de problemen werkelijk op te lossen. Dan wordt het mogelijk de waarheid te beseffen van vele dingen. En bovenal, dan vind je een weg, waarin het geluk niet de vijand is van de plicht, maar waarin de plicht het geluk en het geluk de plicht is. Waarin je plaats in de schepping, met al wat ze inhoudt, de vreugde is van het bestaan. Meer kan ik op het ogenblik niet zeggen. Alleen nog een waarschuwing. Misschien denkt u: Ik begrijp nu waarom ze in die Raad zolang praten, wanneer het allemaal van die kletskousen zijn. Maar dit was een ogenblik van ontspanning. Ik hoop, dat u er in gedeeld hebt.

0-0-0-0-0-0-0-0-0

U heeft eigenlijk enigszins anders dan wij hadden verwacht kennis gemaakt met een van de grotere figuren van de Witte Broederschap. En ik hoop alleen, dat dit voor u toch ook weer verhelderend heeft gewerkt.

Wij zullen nu onze reeks bijeenkomsten van dit verenigingsjaar hiermee besluiten. Wij hopen dat u daarin voor uzelf iets hebt kunnen vinden, dat u innerlijk rust en inzicht in uzelf heeft gegeven.

Ik breng u in herinnering, dat we in een volgend jaar zullen moeten werken. (zoals dit ook heden enigszins is geschied) met lering, ook al zal die kost voor sommigen van u misschien wat hoog zijn, wanneer beschikbaar; gastsprekers. Ik hoop dat voor degenen, onder u, die het volgend jaar ons contact wensen voort te zetten, ook op deze wijze een inzicht en een vergroting van innerlijke vrede bereikbaar is.

image_pdf