Enkele aspecten van inwijding en innerlijke bewustwording

27 april 1962

Wij willen ons weer wat bezighouden met het geestelijke pad. Daarbij zou ik vandaag de nadruk willen leggen op: enkele aspecten van de inwijding en de innerlijke bewustwording.

Wij zien bij vele mensen steeds weer de meest eigenaardige gedachten hieromtrent bestaan. Zij menen, dat het worden ingewijd het best kan worden vergeleken met het binnentreden in een nieuwe wereld, door het zonder meer doorschrijden van een poort of deur, die de oude van de nieuwe wereld scheidt… De werkelijkheid kan men beter anders omschrijven: Moeizaam stijg ik schrede na schrede en zie niet om. Eerst wanneer het tijd wordt om te rusten, schouw ik terug. Ik meende niet ver te zijn gevorderd, maar zie: nu ik rust en schouw, verbaas ik mij, dat zover onder mij de wereld ligt.

Wij kunnen de werkelijke bewustwording, die wij in leven of sfeer doormaken nooit afschatten aan onze meningen van het ogenblik, aan hetgeen wij op het ogenblik doen. Ons leven in de geest en in de stof gaat immers steeds voort. Er is geen werkelijke scheiding tussen de ogenblikken en uren. Wij kunnen ons niet aan de alledag onttrekken. Indien ons een inwijding wordt gegeven, zal ook deze inpassen in het schema van het dagelijkse gebeuren. De moeite, die wij hebben doorgemaakt, zal niet onmiddellijk en voor onszelf kenbaar worden aangevuld met een ook volgens ons eigen bewustzijn geheel nieuw weten. Het weten en begrijpen groeit langzaam in ons.

Het is hierdoor – naar ik meen – duidelijk, dat de mens, die inwijdingen en de daarbij behorende beproevingen doormaakt, niet zonder meer deze inwijdingen en beproevingen zal kunnen dateren, zeggende: Toen begon het, op dat ogenblik bereikte ik. In het leven zal zelfs de meest bewuste niet kunnen zeggen voor het allerhoogste bewustzijn bereikt werd. Toen werd ik voor het eerst beproefd volgens de wetten van de inwijding en op dit ogenblik is mij door de inwijding een geheel nieuwe wereld opengegaan. Men kan ten hoogste stellen: Nu ik terugzie, verwonder ik mij zeer dat ik reeds zover ben gekomen…. Daarom is het noodzakelijk, dat een ieder, die in waarheid het innerlijke pad wil gaan en een werkelijke inwijding wil beleven, leert dit alles te erkennen, te doorleven vanuit zijn normale, dagelijkse bestaan.

Eigen denken, eigen leven, eigen streven zijn voor uw bereikingen bepalend. Niet hetgeen u daardoor of daaruit misschien eens hoopt te bereiken. Wat u nu bent, niet wat u hoopt te worden, is de bron van bewustwording. Het streven in het heden is het belangrijkste, niet het eventueel bereiken. Hoe kan een mens zeggen: Ik weet werkelijk, eerlijk, waar en geheel wat ik werkelijk wil bereiken? Het doel, dat men zich stelt, is vaak als een droom, die soms tot een chimère, tot nachtmerrie wordt, een druk, die men niet kan ontwijken.

In vele gevallen is dit niet het werkelijke doel van het leven, maar eerder een onbegrepen drang, die ons doet vermoeden, dat dit het belangrijkste is, het werkelijke doel van ons leven. De mens kent zichzelf niet. Indien hij zich een doel tracht te stellen, dat ver boven zijn eigen ogenblikkelijke mogelijkheden uitgaat, zal hij daaraan veel tijd en moeite besteden om uiteindelijk misschien te moeten inzien, dat zijn streven nutteloos was en het doel zonder enige werkelijke waarde. Een mens in de stof zal nimmer met zekerheid kunnen zeggen, wat het doel is, waarnaar zijn geest wil streven. Daarom is het vooral in de stof beter te stellen, dat het streven het belangrijkste is, niet het doel. Dat het gaat om het bewustzijn, dat bij het streven zelf ontstaat, niet om het doel, dat bij evt. bereikingen wordt verwerkelijkt.

Velen zijn geneigd in het innerlijke pas hun geloof te verweven met hun werkelijke bestrevingen. Op zich is dit aanvaardbaar en juist. Zolang wij ons tenminste geen doel stellen, dat geheel onbereikbaar is. Soms stelt men eenvoudig: Ik wil het Koninkrijk der Hemelen beleven. Het is moeilijk dit te zeggen, wanneer men niet eens weet, wat dit koninkrijk is, wat de beleving daarvan voor het Ik zal inhouden. Anderen zeggen met grote vroomheid: Ik wil eens voor de troon Gods kunnen staan en kunnen zeggen: Heer, ik heb u altijd gediend…. Maar men maakt zich daarbij zeer bepaalde voorstellingen en droomt zo, terwijl de werkelijkheid voorbij gaat.

Weet u dan, of God werkelijk een troon heeft? Weet u, waar God zetelt? Alles, wat buiten het menselijke bewustzijn ligt, is voor het menselijke denken als het grote Niets, het ongevormde, waarin elke gedachte verzwolgen wordt door het eigen onvermogen. Laat ons daarom onszelf geen te groot en te hoog doel stellen, maar eerder beseffen, dat elk gaan op het innerlijke pad en bereiking betekent, die dient te worden opgebouwd uit een voortdurend streven, een voortdurend beantwoorden aan al, wat volgens ons beste weten voor ons, nu, op dit ogenblik, juist is. Laat ons vooral niet de grote fout van zovelen maken, die zeggen, dat, wat vandaag goed voor ons is, morgen en overmorgen nog even juist en goed zal zijn, want wij zelf veranderen voortdurend. En in deze veranderingen zal voor ons ook de eigen harmonische verhoudingen met de kosmos zich wijzigen. Met de veranderingen in ons eigen wezen wijzigt zich ook de keten van de harmonie, waarmee wij a.h.w. aan onze Schepper gekluisterd zijn. Hoe kunnen wij dan zeggen, dat, wat vandaag goed is, morgen even goed zal zijn, dat, wat heden voor ons kwaad is, morgen nog evenzeer kwaad zal zijn? Wij kunnen slechts stellen: wij ervaren en handelen nu, op dit ogenblik, geheel volgens ons beste bewustzijn en weten, volgens ons eigen wezen en al, wat daarin tot uiting komt. Morgen zullen wij hetzelfde doen. Daarom is het pad, dat men het innerlijke pad noemt, voornamelijk een pad van vrije gedachten, waarin men voortdurend opnieuw zichzelf definieert, voortdurend weer zichzelf tracht te stellen in de meest juiste relatie tot zijn Schepper.

Indien men de wijze vraagt: Wat is de waarheid? Zo zal hij u antwoorden: De waarheid ken ik niet. Mijn waarheid van heden ken ik, maar ik weet niet, of zij ook morgen nog mijn waarheid zal zijn . Wanneer men de bewuste, die het innerlijke pad gaat, vraagt: Wat is uw taak? Zo zal hij antwoorden: Voor heden is mijn taak datgene te doen, wat mijn hand te doen vindt. Wat morgen mijn taak zal zijn, weet ik nog niet, maar ik ben bereid om mijn taak altijd weer te aanvaarden en naar beste vermogen te volbrengen, zoals ik bereid ben alle openbaringen van morgen en alle waarheid van morgen, zo goed ik kan, te beleven en te aanvaarden. Ik ben bereid, zo zal hij spreken, mijn wezen, mijn denken en mijn krachten te wijden aan dat, wat ik in mijzelf als licht erken.

Dit nu is de ware sleutel van het innerlijke pad, de inwijding voor hen, die rijp hiervoor zijn. De sleutel ligt niet in de wijsheid op zichzelf, maar in de juiste erkenning van de beleving. De Sleutel ligt niet in de stellingen, de rechtvaardigheid, of de grote begrippen omtrent God, wereld en Schepping. De inwijding is, evenmin als de sleutel van de bereiking, wetenschap. De werkelijke sleutel is een bereidheid tot leven, een bereidheid tot aanvaarden. De sleutel is een aanvoelen van het hogere, niet een toverspreuk.

Wanneer ik uitga van mijzelf en droom over de werelden van de Goden, zo lijken mij hun werelden wonderlijk schoon, maar in hun wereld ben ik als niets. In mijn eigen wereld terugkerende weet ik: Hier beteken ik iets, hier heb ik waarde, hier is mijn leven belangrijk. Alleen daar, waar mijn leven werkelijke waarde heeft, wil ik leven.

Het is toch duidelijk, wat hier bedoeld wordt? De wijsgeer, die dit zei – een heilige Hindoe – bracht hiermee alleen tot uiting, wat voor hemzelf op het innerlijke pad het meest belangrijke was. Je moet iets betekenen. Een mens, die niets betekent, alleen maar gedreven door omstandigheden, dompelende door de sferen gaande, heeft geen werkelijke bewustwording. Zijn bestaan heeft geen werkelijke inhoud.

Vandaar, dat ik meen te mogen stellen: Ons leven heeft alleen betekenis, wanneer wij het heden leren verstaan, in het heden weten te werken en te streven, terwijl wij steeds weer bereid zijn alles, wat het heden ons brengt, te aanvaarden. Sommigen mensen, die zeggen naar het hoogste te streven, zijn desondanks somber. Zij stellen, dat het leven een voortdurende strijd is, een strijd met het kwade, een strijd met het ik. Ik vraag mij af, of dergelijke mensen eigenlijk wel beseffen, wat het leven is. Het leven is niet slechts een strijden met jezelf, of met het kwade. Het is een aanvaarden van het leven zelf en alle krachten en waarden, die in dat leven naar voren komen. Wanneer ik de gehele duur van mijn bestaan moet wijden aan een strijd tegen het kwade, hoe moet ik dan nog van de positieve waarden in mijzelf en het leven bewust worden?

In u allen leven krachten, die men als mens maar ten dele kan beseffen. Voor sommigen zijn die krachten reeds zeer groot. De mogelijkheden en krachten van anderen zijn in verhouding nog klein. Maar kracht bezit een ieder. Deze krachten zijn uw werkelijke band met God. Deze waarden zijn a.h.w. de richtlijn van uw bestaan. De aanwijzing van de wijze, waarop men door het leven moet gaan om ook het innerlijke pad zo goed mogelijk te kunnen volgen. Zoek niet te ver. Zoek in uzelf, want indien u de waarheid in uzelf niet vinden kunt, hoe zult u haar ooit herkennen, wanneer u haar in het leven, of ergens in het Al zou ontmoeten in haar uiting?

Deze waarheid stamt, zoals u wel zult beseffen, niet van mijzelf. Zij is een citaat uit de wijsheden van het verleden. De werkelijke wijzen hebben door alle eeuwen heen geroepen: Laat ons leven in het heden. Laat ons in deze tijd beantwoorden aan de waarheid, die nu voor ons bestaat, de taak vervullen, die wij nu kunnen beseffen.

De nadruk, die ik in mijn kort betoog over het innerlijke pad leg, is zeker niet willekeurig gekozen. U hebt in de laatste tijd meerdere lezingen gehoord, waarin de nadruk werd gelegd op vele dingen in uw wereld, die verkeerd zijn. Maar wat hebben wij er aan te weten, wat er in de wereld verkeerd is, wanneer wij zelf geen uitweg kunnen vinden, wanneer wij in onszelf niet ergens toch steeds weer kracht, vrede en vreugde kunnen ervaren. Geloof mij: Het is beter te dansen op de weiden, met een vreugdig hart, dan verdoofd door onbegrip, of gekweld door diep leed over eigen onvermogen, geknield te liggen voor de altaren van de Goden.  Het is beter in je leven actief te zijn en ergens iets tot stand te brengen, dan alle weten en alle wijsheid van het Al in jezelf te bezitten zonder deze te kunnen gebruiken. Wacht niet op uw inwijding als een komend wonder, als een alles veranderend, u geheel overweldigend gebeuren. Verwacht niet, dat God Zelf u zal verschijnen als een verblindend Licht, waaruit een stem weerklinkt, die u zegt wat te doen en waar te gaan. Dit is misschien mogelijk, maar komt toch zelden voor. Besef, dat u voortdurend groeit, steeds verder doordringende in de wereld van de waarheid, zo steeds weer meer krachten en waarheden erkennende voor wat zij zijn, wanneer zij u in uw wereld tegemoet treden. Denk niet, dat u, omdat er geen wonderlijke stem u een opdracht geeft, op het ogenblik geen taak in het leven vervult, want al, wat leeft, heeft altijd zijn plaats en taak binnen het Al. Leer boven alles beseffen, dat, zelfs indien u uw taak van heden belangrijk acht, uw taak zich toch voortdurend zal wijzigen. Heden meent u belangrijk of onbetekenend te zijn, morgen misschien zult u de last van een groot deel van de wereld op uw schouders moeten dragen. Heden leeft u in het verborgene, maar reeds morgen kunt u op een voetstuk worden gesteld, waardoor geheel de wereld u zal kunnen zien.

Leer deze dingen zonder meer aanvaarden. Besef de voortdurende verandering, die voor u het patroon van de eeuwigheid weergeeft. De werkelijke inwijding betekent de rust, de vrede en de kracht, die het ik verheffen boven leven en dood, zolang men de God, die in het ik leeft, waarlijk en zonder enige aarzelingen erkent.

Wanneer de wateren komen en uw weg versperren, aarzel niet hen te bevelen terug te gaan, want indien het noodzakelijk is, zullen zij terugkeren op hun pad en zelfs de bergen opvloeien. Wanneer de aarde beeft en u op uw pad hindert, zeg haar stil te zijn en zij zal stil zijn, want alle krachten zijn u gegeven en alle macht, indien u waar bent en de kracht in uzelf durft aanvaarden, zonder voorbehoud.

Inwijding is een harmonie, die je vindt. De innerlijke harmonie, die bepaalt wat je kunt volbrengen, die bepaalt, wat je kunt verwerven en leren, want de werkelijke inwijding komt voort uit een groeien van het Ik in de wereld, zodat het steeds meer omvat.

Een zeeman uit de huidige tijd heeft hierover eens een aardige opmerking gemaakt: Bewustwording is als een olievlek op de Oceaan van het Leven. Zij breidt zich uit, steeds verder, een schemerend en weerkaatsend vlak, dat zich als een wonder toont, omdat men steeds weer uitroept, verbaasd: Hoe groot is de oppervlakte, die door één enkele druppel olie kan worden omspannen. Zelfs wanneer de olie niet meer zichtbaar is, denk je: Nu is zij één met de oceaan.

Een enkele waarheid, in uzelf erkend en beleefd, spreidt zich uit, steeds grotere delen van het leven en de werkelijkheid van de Schepping omvattende. Het heden, waarin u leeft, de kracht, die u in dit heden kunt ontvangen, worden steeds groter, tot het ogenblik komt, dat u meer bent dan alle anderen. Voor uzelf zult u dit niet weten of ontkennen, want u zult uzelf niet meer meten naar al, wat beneden u ligt. Eens was God voor u één enkele straal Licht. Nu is Hij reeds de zon, die geheel de oceaan bestraalt. Morgen misschien zal Hij voor u reeds geheel de wereld omvatten, kenbaar, de waarheid onthullend. Verder zal het bewustzijn groeien, verder en verder zal het begrip van de werkelijkheid in u de waarheden van het leven doen kennen. Misschien zult u in hetzelfde Goddelijke Licht eens alle sterren en alle ruimten gelijktijdig en volledig kennen.

Zolang u Gods Licht vindt op uw weg, is uw leven goed. Inwijding en bewustwording zijn slechts een steeds meer erkennen van alles, wat bestaat, het zien van steeds meer invloeden in en rond u. Inwijding is steeds het heden, want het ervaren van het heden is de waarheid in God, het verleden en de toekomst zijn alleen maar dromen, die uit de mens zelf geboren worden. Uit al, wat u in waarheid leert aanvaarden en erkennen, bouwt de mens zich een eenheid met het hogere, ja, het allerhoogste op. Dan verdwijnt het wezen, dat uw ik is voor het kenvermogen van hen, die nog in stoffelijke termen denken. Dan kent u de wereld van het Licht, dat geen vormen en verscheidenheid toont en toch is de enige werkelijkheid, waarin alles is bevat. Dan bent u werkelijk ingewijd. En zo u tot de werelden van vormen terugkeert, zal men uw wezen niet waarlijk en geheel kunnen erkennen. Een deel van de ingewijde blijft voor de niet-ingewijde verhuld in onbegrip, maar voor uzelf zult u geen raadselen meer kennen.

Wanneer u het innerlijke pad eerlijk wilt gaan, zoek geen plotselinge openbaring en verhoging van het Ik. Aanvaardt de gestage groei van uw wezen. Vraag nimmer, hoe hoog boven anderen u nu wel bent gestegen, maar vraag u telkenmale weer af, of u wel alle taken volbrengt, die het lot op uw pad brengt. Alleen zo zult u waarlijk het innerlijke licht bereiken en uiting kunnen geven aan de werkelijkheid en de Goddelijke kracht, wordende een band met God voor al, wat er rond u bestaat.

Nu zou ik willen besluiten met enkele korte citaten uit een der boeken van wijsheid:  >Wanneer ik één ben met het Licht, zal ik in het Licht niet schouwen, maar uit het Licht mijzelf erkennen en mijn wereld bouwen.   Indien ik deel ben van een wereld, zal ik misschien het Licht beseffen en de werking van het  lichte ondergaan, maar nimmer zal ik vanuit mijzelf een wereld voor mijzelf uit het lichte kunnen scheppen, voor ik uit het gevormde, mij tot de erkenning van het vormeloze heb verheven.

>Mijn leven is een zucht, ontsnapt aan de Eeuwigheid, een gedicht, die God denkt in zijn dromen.

>Ik ben een band, dat begin en einde van het Zijnde met elkaar verbindt.

>Ik ben een kind, wandelende tussen de onbegrepen wonderen van vele werelden, steeds  wachtende op dat, wat moet komen, niet beseffende, dat het ouder wordt en groeit.

>Degenen, die met een treurig gezicht door de wereld gaan, om zo hun God beter te dienen, vergeten klaarblijkelijk, dat God de wereld voor de mensen geschapen heeft. Het getuigt van weinig eerbied Zijn Schepping steeds weer te aanvaarden met een gezicht, alsof je juist van een begrafenis komt.

>De vreugde is de bloesem van het leven. Zoals de bomen geen vrucht kunnen dragen, wanneer zij niet bloeien, zo draagt het leven geen vruchten, wanneer men de vreugde vergeet.

>De ware glimlach bouwt een gouden brug tussen stof en geest, tussen de tuinen van de hemelse keizer en de wereld der mensen.

>Jezus schenkt wijn op de bruiloft te Kana. Zouden wij niet drinken? God schept zon en licht, zouden wij dezen niet vreugdig aanvaarden?